CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting herstelplan Buitenstad

Raadsvergadering 22 februari 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan Buitenstad27.313 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

3.2

Cultuurhistorie Buitenstad

In 2014 is door het Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) in samenwerking met Lantschap, adviesbureau voor landschap en cultuurhistorie een cultuurhistorische inventarisatie en waardenanalyse opgesteld voor het plangebied 'Buitenstad Zaltbommel' (Bijlage 5 Cultuurhistorische analyse Buitenstad) Het gebied ten noordwesten van Zaltbommel heeft in het verleden verschillende functies vervuld. In de

26

Buitenstad Zaltbommel zestiende eeuw was het een belangrijk industriegebied waar verschillende molens stonden. Toen de vestingwerken van de stad werden gemoderniseerd zijn verdedigingswerken in het huidige plangebied aangelegd: een halve maan, een rondeel, een lunet en een deel van de stadsbuitengracht, die later als Stadshaven werd gebruikt. Omwille van een vrij schootsveld werd bebouwing in de resterende uiterwaard geweerd. De enige stedelijke functie was de gerechtsplaats, die nog tot aan de Franse tijd aanwezig was. Tot de opheffing van de vesting in 1834 stevig de hand gehouden aan het handhaven van het vrije schootsveld. De uiterwaard bleef tot het eind van de negentiende eeuw agrarisch. Zaltbommel heeft haar ontwikkeling als handelsstad te danken aan de ligging aan de Waal. Aanlegplaatsen waren er op de zuidelijke Waaloever en de bedrijvigheid was vroeger vooral geconcentreerd bij de Waterpoort, maar de Stadshaven fungeert al vanaf omstreeks 1600 als vlucht- en verblijfshaven. De vestiging van de scheepswerf van J. Meyer in 1888, aan de westzijde van de stadshaven, bracht de bedrijvigheid in de uiterwaard terug. De bedrijven die zich hier vestigden hadden aanvankelijk een duidelijke relatie met het water: ze waren voor hun functioneren afhankelijk van de nabijheid van de Waal als belangrijke scheepvaartroute.

De scheepswerf en het baggerbedrijf Van Hattum waren de belangrijkste bedrijven, die samen omstreeks 1960 besloten een tweede haven aan te leggen. In de huidige situatie is de relatie tussen de bedrijvigheid en de rivier weliswaar verminderd, maar toch nog duidelijk aanwezig. De stadshaven heeft een functie als vluchthaven voor vrachtschepen en als aanlegplaats voor de recreatievaart gekregen; de nieuwe haven wordt nog steeds gebruikt voor het laden en lossen van schepen. Samenvattend kunnen we stellen dat het plangebied in de loop van de geschiedenis verschillende functies heeft gehad, maar altijd nauw verbonden is geweest met de stad en een essentiële betekenis heeft gehad voor de stad. De werf maakte na de Tweede Wereldoorlog een fase van grote bloei mee. Er werd geïnvesteerd in de bouw van de grote hal, de aanleg van nieuwe hellingen, een kraanbaan en diverse loodsen en werkplaatsen. Van deze expansie in de Wederopbouwperiode zijn diverse gebouwen en landschapselementen bewaard gebleven. Van de individuele elementen moet cultuurhistorische betekenis worden gehecht aan de grote hal, het kantoorgebouw en de kraanbaan met dubbele steiger langs de haven. Voor de kraanbaan en mogelijk aanwezige hellingbaan zal een procedure worden gestart om deze aan te wijzen als gemeentelijk monument (raadsbesluit 10 juni 2021).

De grote hal is qua constructie niet van landelijke betekenis, maar is door de gaafheid en door verschillende bijzondere aspecten (zoals het zwevende magazijn) cultuurhistorisch van belang. De afmetingen geven het gebouw van binnen een overweldigende ruimtewerking. Daarnaast is het een beeldbepalend element dat ook vanaf de noordoever van de Waal als een duidelijke ‘land mark’ wordt ervaren. Het is echter vooral het bijzondere ensemble van havens en werfgebouwen die een bijzonder grote cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt: als samenhangend complex en als architectuur van de Wederopbouw. Na de sluiting van de werf in 1987 kreeg het werfterrein een andere functie. De meeste gebouwen konden door de nieuwe eigenaar worden gebruikt en bleven bestaan, waaronder de grote hal en het kantoor. De hellingen verdwenen echter uit het beeld, ervoor in de plaats kwamen nieuwe loodsen en een terrein waar containers worden opgeslagen.

3.3

Het ontwerp in relatie tot de aanwezige cultuurhistorie

De cultuurhistorische waarden die door het project beïnvloed worden betreft twee verschillende aspecten: 1. De positie van de locatie ten opzichte van de vestingstad (Beschermd Stadsgezicht) 2. De cultuurhistorische waarden zoals die op de locatie zélf aangetroffen kunnen worden. Ad 1: Er is in de planvorming vanaf het begin veel rekening gehouden met het Beschermd Stadsgezicht en de geschiedenis van de locatie zelf. Al in de eerste fase van de opstart van het SPvE is overleg geweest met Welstand en Monumentenzorg om naar een gezamenlijke 'houding' te zoeken over hoe om

27

Buitenstad Zaltbommel te gaan op deze locatie met de monumentaliteit van de vestingstad en de cultuurhistorie van de werf. Als het gaat om de relatie met de historische binnenstad is consensus gevonden in het uitgangspunt dat Buitenstad moet contrasteren met de Binnenstad. De historische vestingstad vormt op zichzelf een gaaf geheel. De Buitenstad is daaraan nevengeschikt en van een ander karakter. Er is daarom indertijd de gezamenlijke aanbeveling gedaan 'dat Buitenstad niet moet gaan lijken op de binnenstad'. Dat contrast wordt vormgegeven in het dwarsprofiel over de Oude Haven: Aan de binnenstadskant ligt de waterkering op de hoogte van de primaire waterkering (+9.20 m N.A.P.) Aan de zijde van de Buitenstad ligt de kade buitendijks op de oorspronkelijke hoogte van circa +7.00m N.A.P. Het bolwerk De Kat vormt, als onderdeel van de historische vestingstad, een kloek stenen talud. Het talud aan de zijde van de Havendijk blijft juist zijn groene kwaliteit behouden. Het straatprofiel van het Bolwerk wordt begeleid door laanbeplanting. Aan de zijde van Buitenstad komen enkel een paar goed geplaatste solitaire bomen. Bovendien zal het stadsbeeld aan beide zijden van de Oude Haven sterk verschillen: De karakteristiek van de bebouwing van de binnenstad wordt bepaald door de pandsgewijze samenstelling van de veelal gesloten bouwblokken. De nadruk ligt daar op het individuele pand.

Op het Bolwerk De Kat bestaat de bebouwing zelfs uit vrijstaande woningen. In Buitenstad ligt de nadruk eerder op het beeld van het bouwblok als geheel. Het beeld van de binnenstad is dat van een historisch gegroeid, organisch geheel, waar zelfs nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op een als vanzelfsprekende manier zijn opgenomen. Het beeld van Buitenstad zal refereren aan een veel specifieker verleden, namelijk dat van de werf. In het beeldkwaliteitsplan wordt beschreven wat er van dat beeld verwacht wordt. Maar de essentie is dat het heel anders zal zijn dan de binnenstad, waarmee we feitelijk ook de historische 'heelheid' van de vestingstad respecteren en accentueren.

Figuur: contrast kades Buitenstad en Binnenstad Zaltbommel

Figuur: collage sfeerbeelden buitenstad (links) en binnenstad (rechts)

28

Buitenstad Zaltbommel

Ad 2: Buitenstad kent een lange historie van bedrijvigheid. Reeds in de 16e eeuw waren er vijf windmolens aanwezig in het gebied, hetgeen duidt op veel bedrijvigheid. Vanwege de vestingwerken en hun vrije schootsveld zijn deze in de loop der tijd verdwenen. De huidige stadshaven is ook al vele eeuwen in gebruik als haven, en heeft daarbij diverse transformaties ondergaan. In de 19e eeuw startte Johannes Meijer een scheepswerf ten oosten van de haven. Na de opheffing van de militaire functie van de vesting verhuist de werf naar het plangebied en breidt daar steeds verder uit. Dit is de eerste grote bloeiperiode van de werf. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de werf onder toezicht van het Rijk voortgezet onder de naam N.V. De Waal en maakt ze een tweede grote bloeiperiode door. Veel gebouwen en objecten stammen uit deze tweede bloeiperiode en laten daarmee een beeld zien van de Wederopbouw. Vanaf 1987 heeft het gebied geen werffunctie meer, een aantal gebouwen zijn echter behouden en hebben een nieuwe invulling gekregen. De scheepshellingen zijn verdwenen om plaats te maken voor nieuwe opslagloodsen maar de kraanbaan is behouden, zij het zonder spoor en kraan. Het kantoorgebouw, waarvan de begane grond uit 1916 stamt en dat in 1953 is voorzien van een tweede bouwlaag, is ook nog intact en in gebruik. De werf heeft een essentiële betekenis gehad voor de stad.

Dit historische 'verhaal' van de locatie vormt de onderlegger voor de manier waarop de nieuwe ontwikkeling vorm wordt gegeven. De nog aanwezige sporen van het verleden worden waar mogelijk hergebruikt of zelfs teruggebracht. Nieuwe gebouwen en objecten in de openbare ruimte gaan een relatie aan met het verleden door middel van vormentaal, materiaalgebruik en detaillering. De nieuwe plannen voor Buitenstad voegen zo een nieuw hoofdstuk toe aan zijn geschiedenis, door middel van behouden, versterken en voortbouwen op de rijke historie van de locatie. Ensemble Net zoals de binnenstad een duidelijk herkenbare eenheid vormt binnen het geheel van Zaltbommel wil Buitenstad zich manifesteren als een samenhangende ruimtelijke eenheid die recht doet aan zijn bijzondere locatie en historie. Eenheid betekent in dit kader zeker geen eenvormigheid, het betekent dat alle bebouwing vanuit een gelijke inspiratie wordt ontworpen, als een rijk en veelvormig 'ensemble'. Ook de inrichting van de openbare ruimte speelt hierin een belangrijke rol, als letterlijke én figuurlijke drager van het ensemble. Historische gelaagdheid De nieuwe ontwikkeling voegt een nieuwe laag toe aan de geschiedenis waarbij het voorgaande niet wordt uitgewist.

Buitenstad onderscheidt zich juist door, en ontleent haar identiteit aan, de geschiedenis en de gebouwen en objecten die nog aanwezig zijn uit verschillende tijdsperiodes. De meeste bouwwerken die in aanmerking komen voor behoud stammen uit de Wederopbouwperiode toen de werf tot grote bloei kwam, zoals het kantoor en de kraanbaan. De timmerwerkplaats naast de grote hal is de enige vooroorlogse constructie en zal een prominente plek krijgen in het stedenbouwkundig plan. Behouden betekent in dit geval dat de vorm, volume én uitstraling wordt teruggebracht, maar niet letterlijk het huidige gebouw zal terugkeren. Gezien de huidige staat van de bebouwing is het niet mogelijk om de gebouwen zelf te behouden. De buitenruimte wordt létterlijk gelaagd: de lage kades aan weerszijden van Buitenstad krijgen hun oorspronkelijke stoere karakter terug door hergebruik van bestaand bestratingsmateriaal, aangevuld met nieuwe, robuuste, havengerelateerde materialen. De sokkel wordt in een nieuwe elementenverharding uitgevoerd, in een warme roodbruine kleur, in samenhang met de nieuwe bouwblokken. De detaillering is daar kleinschaliger, meer aansluitend op de schaal van mens en woning. Hergebruik van (bestratings)materiaal levert hier ook een bijdrage aan de intentie om zoveel mogelijk circulair te bouwen met hergebruikte en herbruikbare materialen.

Naast bijvoorbeeld de stelconplaten keren ook de stalen spanten van de loods (indien geschikt o.b.v. bouwtechnische waardering) terug in het nieuwe bouwvolume zelf, of in een nieuw gebouw. Oud en nieuw vormen zo samen een harmonieus ensemble.

29

Buitenstad Zaltbommel

Figuur: k aartbeeld te behouden cultuurhistorische elementen in Buitenstad

3.4

Archeologische vindplaatsen en monumenten

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor goede conservering. Het is verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij specifieke bodemverstorende activiteiten rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Planspecifiek Gezien de rijke geschiedenis van Zaltbommel bestaat de kans dat in Buitenstad archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Om die reden is een archeologisch bureauonderzoek gedaan (Bijlage 2 Archeologie - bureauonderzoek). Het doel van het onderhavige onderzoek was het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Het bureauonderzoek heeft met betrekking tot het plangebied beperkte archeologische en aardkundige data opgeleverd.

Er is derhalve momenteel te weinig informatie voorhanden over eventuele verstoringen of de af-/aanwezigheid van voor archeologisch erfgoed potentiële bodemlagen en/of afzettingen. Om dit in beeld te krijgen, wordt vervolgonderzoek middels boringen noodzakelijk geacht. Hierdoor kunnen verstoringen (door bijvoorbeeld de eerdere bebouwing), alsook de bodemgelaagdheid onder het ophoogpakket inzichtelijk gemaakt worden, maar kan tevens de archeologische verwachting voor het plangebied nader gespecificeerd worden. Indien de geplande bodemingrepen niet dieper gaan dan het recente ophoogpakket is aanvullend archeologische onderzoek niet noodzakelijk. Vanwege de beperkte beschikbare archeologische en aardkundige data is aanvullend een verkennend booronderzoek uitgevoerd, omdat er te weinig informatie was om eventuele verstoringen of de af-/aanwezigheid van archeologisch erfgoed te kunnen vaststellen. (Bijlage 3 Archeologie - Verkennend 30

Buitenstad Zaltbommel booronderzoek). Uit de boringen bleek dat de bodemopbouw binnen het plangebied in principe intact is, maar dat het oorspronkelijke 20e eeuwse maaiveld van de uiterwaarden zoals verwacht onder een ongeveer 3,0 m dik pakket met recente ophogingslagen ligt. Van de mogelijke aanwezigheid van een vestingwerk uit de 17e eeuw zijn geen aanwijzingen aangetroffen. Mocht deze aanwezig zijn geweest, dan is deze waarschijnlijk al in of voor de 19e eeuw ontmanteld aangezien deze niet meer staat aangegeven op de Kadastrale Minuut uit deze tijd. Op basis van het archeologisch onderzoek heeft de gemeente besloten het onderzochte gebied vrij te geven (Bijlage 4 Selectiebesluit gemeente Zaltbommel). Tot slot dient te worden vermeld dat, ongeacht het advies en het selectiebesluit, er een wettelijke meldingsplicht bestaat (Erfgoedwet 2016) mochten er onverhoopt toch archeologische overblijfselen worden aangetroffen.

31

Buitenstad Zaltbommel

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke karakteristiek

Bestaande situatie

Buitenstad is een ontwikkelingslocatie aan de westzijde van de binnenstad van Zaltbommel. Het gebied bestaat grofweg uit de Busker-locatie, waar het bedrijf Busker is gevestigd en het BUKO-terrein. Het huidige bedrijventerrein wordt omgevormd tot een buitendijks woongebied aan de Waal met circa 300 woningen. De locatie ligt buitendijks, dicht bij de binnenstad en aan de twee havens. In het gebied is detailhandel aanwezig in de vorm van een boodschappencluster met 2 supermarkten. Aan de Steenweg staat aan de rand van het gebied een horecapand. Het plangebied wordt ontsloten aan de Steenweg en de Gamerschedijk. Via de Steenweg (N322) is er een vlotte verbinding met de A2.

4.2

Ruimtelijke ontwikkeling

Op het voormalig industrieterrein Buitenstad worden zo'n 300 woningen gerealiseerd, waarvan bijna de helft bestaat uit appartementen. Daarnaast zullen grondgebonden woningen worden gebouwd. De bijzondere locatie vraagt om een sterke invulling van dit nieuwe stukje stad, zodat het contrast tussen stad en rivier optimaal kan worden beleefd. Het biedt de mogelijkheid een stadswijk met een herkenbare eigen identiteit en uitstraling te realiseren, die voortvloeit uit het unieke karakter van de locatie. Hiervoor is een stedenbouwkundig plan opgesteld in combinatie met een beeldkwaliteitsplan.

32

Buitenstad Zaltbommel

Afbeelding: stedenbouwkundig plan (bron: Integraal DOSP en BKP Buitenstad Zaltbommel, april 2021, wUrck)

4.2.1

Stedenbouwkundig plan

Werfblok ken De als eenheid ontworpen buitenruimte is de drager voor een ensemble van bouwblokken, de zogeheten Werfblokken. Deze blokken zorgen voor een heldere definitie van de stedelijke, openbare ruimte, in een compacte opzet en een duidelijk onderscheid tussen openbaar en privé. De Werfblokken verwijzen naar het scheepswerfverleden van de locatie en zijn onderdeel van de voor Buitenstad kenmerkende schaalcontrasten. Zo keert bijvoorbeeld het volume van de grote hal terug als eigentijds woongebouw op de rand van stad en rivier. De bestaande hal is architectuurhistorisch niet van grote betekenis, maar is door de omvang en ligging wel een belangrijk landmark aan de Waal en daarmee een ankerpunt voor de nieuwe bebouwing van de Buitenstad. Door het verspringen van rooilijnen, hoogteverschillen, detaillering en een grote mate van differentiatie in verschillende buitenruimten wordt een menselijke schaal herkenbaar en een gemoedelijkheid die eigen is aan de lokale cultuur. Buitenruimte De basis voor het stedenbouwkundig plan is de buitenruimte. Dit vormt de drager van de Buitenstad. De buitenruimte kent plekken die aansluiten bij de schaal van de rivier, waar de landschappelijke weidsheid kan worden ervaren, om vervolgens via tussenruimten over te gaan in stedelijke, geborgen plekken omsloten door bebouwing, of juist in bedrijvige kades.

Verrassende doorkijkjes brengen de rivier tot in het hart van het gebied. Er is sprake van een samenhangend geheel van karaktervolle plekken, als basis voor een diversiteit van woonsferen. Doordat Buitenstad een buitendijkse ontwikkeling is de nodige aandacht besteed aan waterveiligheid. Concreet betekent dit dat de hoofdontsluiting van alle woningen op een waterveilig peil dienen te liggen (zie paragraaf 5.2). Voor een groot deel van het plangebied wordt hiervoor het maaiveld opgetild. Daarboven op komt de nieuwe bebouwing te staan.

33

Buitenstad Zaltbommel

Thuiskomen op de werf Alle bewoners van Buitenstad komen thuis via de oorspronkelijke kades langs de Oude Haven en de werkhaven. Te voet, met de auto, of met de fiets. Daarmee worden ze constant herinnerd aan de unieke plek aan het water die ze mogen bewonen. Oók als je niet direct aan het water woont.

34

Buitenstad Zaltbommel

Kenmerkend voor het plan is: Contact met havens en rivier: Via de straten die dwars op het water staan worden alle woningen betrokken op de kwaliteiten van havens en rivier. Geborgen plekken: Door de verspringende nevenschikking van de verschillende bouwblokken ontstaan rustigere en intiemere buitenruimtes op een kleinere schaal. Accenten in bouwhoogte: De basishoogte van de bouwblokken is een gevarieerde bouwhoogte van maximaal 14 meter hoog. Op een aantal plekken worden hoogteaccenten mogelijk gemaakt. Het betreft: het bestaande kantoorgebouw (17 meter), het landhoofd (17 meter) en de hoek van de werkhaven (27 meter). Bouwhoogten De hiervoor benoemde bouwhoogten komen voort uit de volgende overwegingen: De basishoogten leveren vanuit de stad gezien een gevarieerd silhouet op. Per blok wordt een hoogte gekozen dat afwijkt van de ernaast gelegen blokken. Deze variatie wordt ook beschreven in het Beeldkwaliteitsplan en zal gedurende het totstandkomingsproces via supervisie worden aangestuurd. De grote Hal rijst weer net boven de maximale basishoogte uit en ligt als gestrekt horizontaal accent pontificaal parallel aan de rivier, precies op de plek waar hij nu ook ligt en met hetzelfde volume.

Vanuit de stad gezien, of vanaf de overkant van de Waal, zal dit gebouw dan ook letterlijk de herinnering oproepen aan de hal die er altijd al gestaan heeft en zo onderdeel blijven van het collectieve geheugen van de bewoners.

35

Buitenstad Zaltbommel Aan weerszijden van de Hal worden twee verticale accenten toegepast. Een accent van maximaal 27 meter hoogte op de noordwestelijke hoek en een van 17 meter op de landtong. Het accent op de noordwestelijke hoek markeert de verste hoek ten opzichte van de binnenstad en het eindpunt van de lange kade langs de Werkhaven. Het gebouw op de landtong completeert het ensemble van de grote hal en de lage, historische timmerwerkplaats. Het markeert tevens het einde van de kraanbaan. De verticaliteit van dit 'Silogebouw' zorgt voor een mooi contrast met de horizontaliteit van de hal én van de kraanbaan. De compacte vorm maakt het tevens mogelijk de kop van de landtong open, groen en openbaar te maken. Door de positie van de accenten aan de noordzijde van het plangebied is er geen overlast van slagschaduw voor nieuwe of bestaande woningen. De accenten van het Directiekantoor en de Silo liggen beiden op 100 meter afstand van de meest nabije woningen op Bolwerk de Kat en op circa 150 meter van de Molenwal. De hoektoren bij de Werkhaven ligt op 250 meter van de bebouwing langs de Beersteeg. De gekozen bouwhoogten zijn afgestemd op de gewenste compositie en afwisseling van de nieuwe gebouwen, daarbij met name refererend aan het beeld van de Werf.

Bovendien is er naar een evenwicht gezocht van een schaal die nog goed past bij de bestaande stad, maar tegelijk een antwoord is op de uitgestrekte openheid van het omringende waterlandschap. Reuring De niet-woonfuncties liggen voornamelijk aan de Havendijk. Dat is de plek die meest gerelateerd is aan de binnenstad en waar je de meeste reuring verwacht. Hier wordt ook ruimte geboden aan horeca, kantoor, ateliers of galerieën. Deze functies zijn uitdrukkelijk aanvullend op de binnenstad en op het boodschappencluster. De recente versterking van het aanbod in het boodschappencluster zorgt, in combinatie met de nieuwe activiteiten rond de Stadshaven, voor een aantrekkelijk gebied aan het uiteinde van de Gamerschestraat en het kernwinkelgebied. De verwachte wisselwerking tussen dit kernwinkelgebied en Buitenstad via de Gamerschestraat als aanlooproute, zou een impuls kunnen betekenen voor de commerciële voorzieningen en horecagelegenheden in deze straat.

4.2.2

Openbare ruimte

Ontsluiting Door de middenontsluiting voor het parkeerterrein van de winkels kan de Havendijk autoluw worden gemaakt en de prioriteit worden gelegd bij het langzaam verkeer. Zo kan een aantrekkelijke promenade ontstaan die aansluit op de Gamerschestraat, Bolwerk de Kat en de Molendijk. Door het uitrijden van het laad- en losverkeer van de supermarkten af te wikkelen via de nieuwe middenontsluiting is een ingrijpende wijziging van het kruispunt Steenweg-Gamerschedijk niet noodzakelijk.

36

Buitenstad Zaltbommel

Op de Gamerschedijk wordt de grens van de bebouwde kom naar het westen verlegd, zodat deze logischer ligt 'aan de rand' van het stedelijk gebied. Bovendien zorgt een herprofilering van de dijk tussen de nieuwe grens en de Steenweg voor een veilige ontsluiting voor fietsers en voetgangers van en naar Buitenstad. Iedere woning heeft minimaal één parkeerplaats op eigen terrein, buiten het zicht vanuit de openbare ruimte. Vanwege de ligging direct naast de binnenstad is een compact-stedelijke parkeernorm van 1,7 parkeerplaats per woning aangehouden (inclusief bezoekersparkeren). In totaal zullen 377 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd, terwijl 166 parkeerplaatsen, verspreid over het plangebied, in kleine clusters wordt ondergebracht. Voor het boodschappencluster zijn circa 270 parkeerplaatsen als onafhankelijke parkeervoorziening gerealiseerd. Kades De kades van de Werkhaven en Oude Haven hebben ieder een ander karakter: a. De Havendijk kent meer reuring en is duidelijk onderdeel van de binnenstad. De aangrenzende panden staan direct op het maaiveld en hebben op de begane grond een publieke uitstraling. Horeca en terrassen maken er een gezellige plek van, maar op een bescheiden schaal en aanvullend op wat er in de binnenstad al te vinden is. b. De kade langs de Werkhaven wordt een stuk rustiger en groener.

De woningen staan daar op de sokkel en grenzen met een brede stoep aan de kade. Het talud langs het water is en blijft groen. Plekken, pleinen en spelen Buitenstad kent een verscheidenheid aan plekken, door afwisseling van schaalniveaus en sferen. Er zijn plekken die aansluiten bij de grote schaal van de rivier, tot stedelijke, meer geborgen plekken omsloten door bebouwing. De diversiteit is groot. Buitenstad wordt ruim voorzien van kwalitatief hoogwaardige openbare ruimtes. Voor kinderen worden een aantal speelplekken aangewezen waar een veilige speelomgeving gecreëerd kan worden. Groen Aan de noordzijde grenst de locatie aan de uiterwaarde. Het is een dynamisch natuurlijk gebied tussen

37

Buitenstad Zaltbommel Buitenstad en de rivier. Zelfs de oudste bewoners van Zaltbommel zullen zich niet kunnen herinneren dat deze uiterwaarde openbaar was. Nu wordt hij dat wel en zo wordt er circa 2,2 ha struinnatuur aan het bestaande recreatieve groenareaal toegevoegd Op de kop van de landtong wordt de uiterwaarde doorgetrokken in een openbaar plantsoen. De uiterwaarde maakt deel uit van een 'rondje Buitenstad' waar ook de twee havenkades en de Gamerschedijk deel van uitmaken Bolwerk de Kat heeft een stenen talud met daar bovenop een continue laanbeplanting. Het talud van de Havendijk daarentegen is groen. Op de kade zelf staan op een paar strategische plekken monumentale bomen. Zo wordt het werfkarakter van Buitenstad, alsook het contrast met de binnenstad, versterkt. De kade langs de Werkhaven wordt overwegend groen. Het zuidelijk deel van het plangebied, langs de Gamerschedijk en de Steenweg, is sterk vergroend, als overgang tussen de dijk en Buitenstad.

38

Buitenstad Zaltbommel

Hoofdstuk 5 5.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Verkeer en parkeren

Door Goudappel Coffeng is onderzoek gedaan naar de gevolgen van de ontwikkeling voor verkeer en parkeren. Het Verkeersonderzoek is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Ook is in de bijlagen van het Integraal DOSP/BKP een parkeerbalans opgenomen, gebaseerd op het meest recente programma. In de realisatiefase zal de parkeerbalans voor iedere separate ontwikkeling getoetst worden op het feitelijk voorgestelde programma.

5.1.1

Parkeren

Buitenstad valt onder het bestemmingsplan Parapluplan parkeren. Dit bestemmingsplan verwijst naar de 'parkeernota Zaltbommel 2018' voor de toe te passen parkeernormen. Uitgangspunt is dat een nieuwe ontwikkeling geen extra parkeerdruk legt op de omgeving. Het benodigde parkeren bij functies in Buitenstad moet dus binnen het plangebied worden opgenomen, waarbij het parkeren ten behoeve van woningen binnen een loopafstand van 100 meter moet worden opgelost. Voor Buitenstad gelden in beginsel de normen voor ‘Kern Zaltbommel – rest bebouwde kom’. In de parkeernorm is ook de parkeerbehoefte voor bezoekers meegenomen. Voor woningen geldt standaard dat 0,3 parkeerplaats per woning bedoeld is voor de bezoeker. De parkeerplaatsen voor bezoekers moeten openbaar toegankelijk zijn. Bij het opstellen van de parkeerbalans zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: voor parkeren is het uitgangspunt regiem binnenstad met o.a. betaald parkeren overdag en ’s avonds alleen voor vergunninghouders er geldt voor Buitenstad een parkeernorm van 1,7 pp / woning (incl.

0,3 pp/won bezoekersparkeren) er wordt gerekend met dubbelgebruik van parkeerplaatsen in de openbare ruimte parkeren op eigen terrein is niet geschikt voor dubbelgebruik en wordt niet meegerekend in de parkeerbalans voor de openbare ruimte In het plan zijn 377 parkeerplaatsen op eigen terrein opgenomen en 166 parkeerplaatsen in de openbare ruimte, in totaal 543 parkeerplaatsen. Voor de parkeerplaatsen in de openbare ruimte geldt dat die afwisselend voor meerdere parkeermotieven gebruikt kunnen worden op basis van de aanwezigheid van de verschillende doelgroepen.

Afbeelding: parkeerbalans op eigen terrein (bron: Integraal DOSP en BKP, april 2021, wUrck)

39

Buitenstad Zaltbommel

Afbeelding: parkeervraag openbare ruimte (bron: Integraal DOSP en BKP, april 2021, wUrck)

De parkeervraag voor de openbare ruimte, op basis van de parkeernormen, bedraagt 182. Met behulp van de aanwezigheidspercentages kan vervolgens de parkeerbehoefte worden berekend.

Afbeelding: aanwezigheidspercentages per functie (bron: Integraal DOSP en BKP, april 2021, wUrck)

De parkeerbehoefte is het grootst op zaterdag in de avond. Dan is er behoefte aan 166 parkeerplaatsen in het openbaar gebied.

40

Buitenstad Zaltbommel

Afbeelding: Parkeerbalans openbaar gebied (bron: Integraal DOSP en BKP, april 2021, wUrck)

De aantal parkeerplaatsen waar in de plannen rekening mee wordt gehouden, komt overeen met de parkeerbehoefte. Parkeren vormt geen belemmering voor het plan.

5.1.2

Verkeer

Behalve een berekening van het aantal parkeerplaatsen is ook gekeken naar de ontsluiting van het plangebied. Hiervoor is een analyse uitgevoerd met het Verkeersmodel Rivierenland 2017 met 2030 als prognosejaar. Buitenstad wordt ontsloten via de Steenweg en de Gamersdijk. De Steenweg is voor Buitenstad de belangrijkste route voor het autoverkeer. Via de Steenweg is er een vlotte verbinding met de N322 en de A2 (circa 5 minuten rijden buiten de spits). De conclusie uit deze analyse is dat de verkeerstoename die samenhangt met de ontwikkeling van Buitenstad goed kan worden verwerkt door de bestaande rotondes en kruispunten. Specifiek voor de Gamerschedijk is geconstateerd dat een middeneiland in de Steenweg een duidelijke verbetering van de fietsoversteek oplevert. Deze aanbeveling staat los van de ontwikkeling van Buitenstad, ook zonder deze ontwikkeling geldt dat fietsers in de ochtend- en avondspits te lang moeten wachten voor ze kunnen oversteken. Het woongebied Buitenstad is met twee inprikkers aangesloten op de Steenweg en de Gamerschedijk. De aansluiting op de Gamerschedijk ligt op dit moment nog buiten de bebouwde kom. De ontwikkeling van Buitenstad is een goede aanleiding om de bebouwde komgrens te verleggen tot voorbij de inrit van bouwblok K en de inrit van het naastgelegen bedrijf (Busker).

De nieuwe aansluiting op de Gamerschedijk kan in dat geval als gelijkwaardige T-aansluiting worden vormgegeven, passend bij het 30 km/uur regime. De huidige aansluiting van de Havendijk op de Steenweg is vormgegeven als een 30 km/uur plateau. Deze vormgeving voldoet ook voor de toekomst. De aansluiting van de supermarkt en het restaurant op de T-aansluiting van de Gamerschedijk op de Steenweg komt te vervallen. In- en uitrijden kan via de ontsluiting van het parkeerterrein. De auto-ontsluiting van de woningen in Buitenstad is gescheiden van het parkeren bij de supermarkt en het parkeren bij het restaurant. Daarmee zijn de woonstraten in Buitenstad rustig en gevrijwaard van winkelpubliek.

41

Buitenstad Zaltbommel

Figuur: Routing Buitenstad Zaltbommel (Bron: Integraal DOSP BKP Buitenstad Zaltbommel, april 2021)

Parkeerplaatsen voor bezoekers liggen aan de ontsluitingsstraten, de parkeerplaatsen voor bewoners op eigen terrein zijn ook via deze straten bereikbaar. Er is rekening gehouden met groot verkeer, aan het eind van beide inprikkers is er een mogelijkheid om te keren. Dit geldt ook voor de vuilnisauto. Met de gescheiden ontsluiting van het woongebied en de supermarkten is bereikt dat voor beide een goede ontsluiting wordt gerealiseerd. Het woongebied ondervindt geen last van gehaast winkelend publiek, waardoor een aantrekkelijk verblijfsklimaat ontstaat. Met het verleggen van de bebouwde komgrens op de Gamerschedijk kunnen zowel het woongebied als de supermarkten veilig worden aangesloten. De ontwikkeling van Buitenstad leidt tot een toename van het verkeer. Deze toename is relatief beperkt en is geen aanleiding voor maatregelen op wegen elders in Zaltbommel.

5.1.3

Mobiliteit

Uit het oogpunt van duurzaamheid streeft de gemeente Zaltbommel naar broeikasgasreductie in relatie tot verkeer en vervoer. De gemeente wil daarin een voorbeeld zijn door onder andere het eigen wagenpark te vergroenen door elektrische (waterstof-) auto’s. Minder autoverkeer draagt ook bij aan de doelstelling, dat vraagt een gemeentebrede aanpak/visie om te voorzien in voldoende en gebruiksvriendelijke alternatieven zoals: fietsvoorzieningen, deelauto’s, carpoolen, openbaar vervoervoorzieningen, etc. Vooruitlopend op een breder gemeentelijk beleid is gekeken naar de mogelijkheden om al in de planfase van Buitenstad vermijdbaar autoverkeer tegen te gaan. Korte ritten Op ritten tot 5 km kan de auto vaak worden vervangen door de fiets. De ligging van Buitenstad, met een grote winkelvoorziening in de wijk en een korte afstand tot de binnenstad is wat dit aangaat zeer kansrijk. De kleinere boodschappen zijn prima lopend of met de fiets te doen, de binnenstad is op loopafstand. Dit in combinatie met betaald parkeren maakt dat bewoners van Buitenstad de auto voor winkelbezoek vaker zullen laten staan.

42

Buitenstad Zaltbommel

Voor wie binnen Zaltbommel werkt, geldt bovendien dat werkgelegenheidsgebieden in Zaltbommel, onder meer rond de A2 corridor, ook ruimschoots binnen de afstand van 5 km liggen en daarmee op fietsafstand. Voor basisscholen blijkt dat ouders tot een afstand van ongeveer 1,5 km kinderen vooral te voet of met de fiets naar school brengen. Als we kijken naar de ligging van basisscholen in Zaltbommel dat Buitenstad door de ligging ook op dit aspect goed scoort. Langere verplaatsingen Voor langere autoritten is het openbaar vervoer een alternatief. Het openbaar vervoer biedt een alternatief voor de auto als de extra reistijd beperkt is en als op de bestemming parkeren lastig is. Aan de herkomst zijde is een korte afstand tot een (intercity)station van belang. Betaald parkeren bij de woning en files op de weg spelen ook mee bij de afweging van de reizigers. Vanuit Buitenstad is het station niet ver weg (7 minuten fietsen, 5 minuten met de auto), alhoewel de afstand gevoelsmatig groter is door de ligging aan de andere kant van de A2. Op Zaltbommel stoppen alleen Sprinters, wat betekent dat op langere reizen overstappen altijd noodzakelijk is. Maar voor wie bijvoorbeeld werkt in het centrum van ’s-Hertogenbosch biedt de trein een goed alternatief voor de auto.

Mogelijke maatregelen In het licht van de gewenste broeikasgasreductie zijn oplaadpunten voor elektrische auto’s van bewoners en bezoekers een logische maatregel. En wellicht is het mogelijk om het pick-up-point bij de supermarkt ook in te zetten als centraalpunt om pakketjes achter te laten. Daarmee wordt voorkomen dat de busjes van de pakketbezorgers veelvuldig door de wijk rijden. Goede parkeervoorzieningen voor fietsen zijn bepalend voor het gebruik van de fiets. Met bergingen bij alle woningen is dit aspect goed afgedekt. Voldoende stopcontacten om elektrische fietsen op te laden horen daarbij: juist de elektrische fiets kan een bijdrage leveren aan het terugdringen van het vermijdbare autogebruik. Voor bezoek kunnen fietsnietjes een goede voorziening zijn bij voorzieningen en appartementencomplexen. Als ‘hekje’ een extra accent bij ingangspartijen en tegelijkertijd een goede voorziening om een fiets met een slot vast te leggen. Gezien de ligging van Zaltbommel en het type woningen in Buitenstad is het niet te verwachten dat veel mensen het helemaal zonder auto willen doen. Door de ligging dicht bij het centrum ligt het wel voor de hand om op de openbare parkeerplaatsen te werken met betaald parkeren in combinatie met vergunningparkeren. Dit kan een remmend effect hebben op het bezit van een tweede auto.

In Buitenstad worden iets lagere parkeernormen gehanteerd dan in de Parkeernota Zaltbommel 2018. Dat past hierbij. Met een aantal deelauto’s centraal in de wijk kan de noodzaak voor een tweede auto worden beperkt. Bewoners zonder tweede auto kunnen dankzij een deelauto eenvoudig over een extra auto beschikken als dat nodig is. Neveneffect is dat mensen een deelauto vaak bewuster gebruiken, waardoor het aantal autoritten uiteindelijk daalt. Het totaal aantal parkeerplaatsen kan met de inzet van deelauto’s lager worden. De gemeente Utrecht hanteert bijvoorbeeld de regel dat met één parkeerplaats voor een deelauto vier andere parkeerplaatsen kunnen vervallen.

5.2

Water

5.2.1

Algemeen

De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, vormt het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf gaat daar nader op in voor dit bestemmingsplan. Door de Europese Kaderrichtlijn Water heeft Nederland een resultaatverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of

43

Buitenstad Zaltbommel watersystemen, de zogenaamde waterlichamen, zijn hiertoe bindende doelen opgesteld. De maatregelen om de doelen te bereiken worden uitgewerkt in de stroomgebiedprocessen. Voor de overige wateren geldt het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Voor Buitenstad Zaltbommel is door Fugro een Watertoets uitgevoerd, waarin de gevolgen van de ontwikkeling vanuit het aspect water voor het plangebied worden beschreven.

5.2.2

Waterveiligheid

De beoogde ontwikkeling ligt buitendijks van de primaire waterkering de Gamerschedijk die de Waal keert. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de waterveiligheid en de waterhuishouding. Zij heeft een overstromingsnorm vastgesteld van 1/250 jaar. In de huidige situatie ligt het maaiveld gemiddeld op NAP+ 7,0 m. Voor dijkversterkingen in grond wordt in een groot deel van de gevallen uitgegaan van een levensduur van ca. 50 jaar. In dit geval is 2070 het zichtjaar. Voor de ontwikkeling is gekozen voor een sokkelhoogte van de bebouwing van NAP +8,50 (waterveilige hoogte). Hiermee wordt voldaan aan de gestelde overstromingsnorm. Om de waterveiligheid te waarborgen heeft het Waterschap een Keur opgesteld. Samen met de bijbehorende beleidsregels wordt aangegeven welke activiteiten nabij waterkeringen of watergangen niet, of met beperkingen uitgevoerd mogen worden. Dit om te voorkomen dat de waterveiligheid in het geding komt en eventueel onderhoud niet meer mogelijk is. Voor een aantal activiteiten is een melding voldoende. Voor ingrijpende activiteiten moet een watervergunning aangevraagd worden. Voor een waterstaatswerk zijn drie verschillende zones van toepassing elk met hun eigen beperkingen: Kernzone Beschermingszone Buitenbeschermingszone Het plangebied ligt in de buitenbeschermingszone en beschermingszone, zie onderstaande figuur.

Dit betekent dat voor de voorgenomen werkzaamheden een watervergunning benodigd is.

44

Buitenstad Zaltbommel

Figuur: locatie van het plangebied t.o.v. buitenbeschermingszone, beschermingszone en kernzone (bron: Watertoets Buitenstad Zaltbommel, Fugro, 25 mei 2020)

Om de waterveiligheid te kunnen garanderen en ruimte te behouden voor toekomstige dijkversterkingen moet de ontwikkeling zich minimaal op de dezelfde hoogte als het profiel van vrije ruimte of daarbuiten bevinden. Het Waterschap heeft aangegeven dat vanwege toekomstige dijkversterkingen geadviseerd wordt hier rekening mee te houden. Ook moet in overleg met het Waterschap worden gekeken naar de mogelijkheden voor beplanting. In het huidige plangebied zijn vier coupures aanwezig. Het waterschap heeft in het overleg aangegeven dat het als uitgangspunt heeft het totale aantal coupures te verminderen. In het huidige plangebied zijn vier coupures aanwezig. In het plan worden de vier coupures gehandhaafd Om te kunnen garanderen dat bewoners bij hoogwater voldoende vluchtmogelijkheden hebben, moet bij de uitwerking van de plannen rekening gehouden worden met verschillende vluchtroutes. Naast de vluchtroutes moeten ook maatregelen worden getroffen voor de lagere parkeergarages en toeritten, om te voorkomen dat bij hoogwater geen water de ondergrondse kelders binnen stroomt. Ook moet er rekening worden gehouden met een waterlaag op straat van 20 cm in het geval van hevige neerslag. Hiervoor moeten drempels worden aangelegd rondom de inritten van de parkeerkelders.

5.2.3

Watercompensatie

Voor het verwerken van hemelwater is de verdelingen van verharde en onverharde oppervlakken in het gebied van belang. Doorgaans moet een toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd door het graven van extra oppervlaktewater. Omdat het projectgebied buitendijks ligt, heeft het waterschap aangegeven dat deze eis niet gehanteerd hoeft te worden. Op de afvoer van hemelwater richting het riool en het infiltreren van hemelwater in de bodem heeft het nog wel invloed.

45

Buitenstad Zaltbommel

Het projectgebied waarvoor de watertoets is opgesteld, heeft een oppervlak van 63.600 m2, waarvan momenteel 54.300 m2 verhard en 9.300 m2 onverhard oppervlak. In de toekomstige situatie is circa 39.700 m2 verhard ten opzichte van 23.900 m2 onverhard oppervlak. Het verharde oppervlak neemt in de nieuwe situatie af met circa 14.600 m2 . Dit resulteert in minder oppervlakkige afstroming van hemelwater en een toename van infiltratie in de bodem. Het gevolg is dat het hemelwaterriool minder water zal afvoeren dan in de huidige situatie. Er is geen watercompensatie-eis vanuit het waterschap omdat het projectgebied buitendijks is gelegen. Ook zijn er geen eisen met betrekking tot infiltratie/berging. Maar ook als deze eis er wel zou zijn, zorgt de afname van verhard oppervlak ervoor dat er geen extra oppervlaktewater gegraven zou moeten worden.

5.2.4

Riolering en drainage

Er zijn geen tekeningen beschikbaar van het huidige riool op de projectlocatie. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat het hemelwater wordt afgevoerd naar de Waal. Het vermoeden bestaat dat ook het vuilwaterriool (DWA) deels afvoert op de Waal, maar dat zal nader moeten worden onderzocht. Er zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd in de te ontwikkelen wijk. Dit riool komt in eigendom en beheer van de gemeente Zaltbommel. Het HWA-riool zal, net als in de huidige situatie, onder vrij verval afwateren op de Waal. Het lozen van hemelwater op de Waal is toegestaan conform het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Voor het DWA-riool wordt een nieuw DWA-gemaal aangelegd in de wijk. Het DWA-riool moet met een persleiding worden aangesloten op het riool in de Beersteeg. Mogelijk dient de riolering ter plaatse van Parkeerplaats Haven, aan de oostzijde van Buitenstad te worden gekoppeld aan het rioleringsstelsel van Buitenstad. Dit moet worden afgestemd met de gemeente Zaltbommel. Bij het ontwerp en de aanleg van de riolering moet worden voldaan aan de eisen zoals deze door de gemeente zijn gesteld in het Handboek inrichting openbare ruimte. Na het meten van de grondwaterstanden en het uitvoeren van het milieukundig onderzoek en wanneer bekend is welk type ophoging wordt toegepast moet geanalyseerd te worden in welke mate drainage vereist is.

5.2.5

Grondwater

Het maaiveldniveau is vastgesteld op NAP +8,50m. Dit betreft waterveilige hoogte. Na de herinrichting van het gebied dient, uitgaande van bebouwing met kruipruimten, de ontwateringsdiepte 1,0 m te bedragen bij een regenbui die ééns per jaar voorkomt (T=1). Bij een bui van T=10+10% of bij een waterstand in de Waal van T=10 en een bui van T=2 is de ontwateringseis 0,7 m. Bij extreme (hoge waterstanden op de Waal) hoeft niet aan de ontwateringseis te worden voldaan. Na het meten van de grondwaterstanden en het uitvoeren van het milieukundig onderzoek en wanneer bekend is welk type ophoging wordt toegepast, dient geanalyseerd te worden in welke mate drainage vereist is. 5.2.6

Invloed op de omgeving

Het herinrichten van het projectgebied kan invloed hebben op de (grond)waterhuishouding in de omgeving. Aangezien Buitenstad buitendijks is gelegen en de contouren van het gebied niet wijzigen (geen extra land gecreëerd) zal de herinrichting geen invloed hebben op binnendijks (grond)water. De buitendijks gelegen parkeerplaats van Hoge Dennen is lager gelegen dan de toekomstige Buitenstad en maakt deel uit van een van de twee vluchtroutes van Buitenstad bij hoogwater. Wateroverlast op deze locatie kan zo een onveilige situatie veroorzaken door verminderde toegankelijkheid. Dit dient te worden voorkomen door het rioolsysteem en de maaiveldinrichting hierop aan te passen.

46

Buitenstad Zaltbommel

5.3

Externe veiligheid

In het kader van de ruimtelijke procedure is door Antea Group het aspect externe veiligheid beschouwd en beoordeeld. Het volledige rapport is als bijlage 8 opgenomen bij de toelichting. Nabij de beoogde ontwikkeling zijn meerdere relevante risicobronnen aanwezig, deze zijn: de vaarweg Rotterdam – Duitsland de A2 de spoorlijn Route 72 (Den Bosch Diezebrug aansluiting –Vught). De buisleidingen zijn niet relevant omdat het plangebied buiten de 1% letaliteitsgrens is gelegen. De buisleidingen worden derhalve niet nader behandeld. De risicobronnen zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur: risicobronnen nabij plangebied

5.3.1

De vaarweg Rotterdam - Duitsland

De beoogde ontwikkeling bevindt zich direct ten zuiden van de Waal. Over de Waal vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De route is opgenomen in de Regeling basisnet, het betreft de: Corridor Rotterdam - Duitsland. De corridor heeft de volgende kenmerken:

Voor vaarwegen zijn geen plasbrandaandachtsgebieden aangewezen. Een vaarweg kent wel een vrijwaringsgebied. Conform de Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) heeft een vaarweg met CEMT klasse VI (6) een vrijwaringsgebied van 25 meter aan weerszijden van de Rijksvaarweg. Een vrijwaringszone wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de Rijksvaarweg zoals opgenomen in de

47

Buitenstad Zaltbommel legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een Rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, moet rekening worden gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: 1. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; 2. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; 3. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; 4. de toegankelijkheid van de Rijksvaarweg voor hulpdiensten, en 5. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de Rijksvaarweg. Op basis van het planontwerp moet geconstateerd worden dat hier genoemde belangen niet geschaad worden. Binnen het vrijwaringsgebied is een woongebied geprojecteerd is. Een motivatie waarom in dit gebied nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten geprojecteerd zijn, is daarvoor verplicht. Deze bestuurlijke afweging wordt gemaakt door de gemeente Zaltbommel. Conclusie ten aanzien van de vaarweg: De vaarweg heeft een plaatsgebonden risicocontour van 0 m.

Daarmee wordt voldaan aan de grensen richtwaarden uit het Bevt; Het plangebied is deels gelegen binnen het vrijwaringsgebied; Aan de hand van de vuistregels uit het HART is bepaald dat het groepsrisico niet hoger is dan 0.1 maal de oriëntatiewaarde. Een beperkte verantwoording is verplicht. 5.3.2

Spoorlijn route 72

Op ongeveer 1,3 kilometer ten oosten van het plangebied ligt een Regeling basisnet spoor (Meteren - 's Hertogenbosch). Gezien de afstand van het plangebied tot het spoor is toetsing aan het plaatsgebonden risico, plasbrandaandachtsgebied en het groepsrisiconiveau niet noodzakelijk. Relevant is dat over de spoorlijn toxische stoffen getransporteerd worden. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de toxische stoffen. Een incident met deze stoffen kan leiden tot een toxisch scenario (gifwolk). Een gifwolk kan letale en/of gezondheidsrisico's met zich mee brengen voor de personen in het plangebied. Een verantwoording ten aanzien van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid ten aanzien van een gifwolk scenario aan het spoor is verplicht. Conclusie ten aanzien van spoorlijn route 72 Gezien de afstand (ongeveer 1,3 km) van het plangebied tot de spoorlijn vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering ten opzichte van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling bevindt zich binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. Een beperkte verantwoording ten aanzien van een toxisch scenario is verplicht.

5.3.3

A2

Op ongeveer 1,2 kilometer ten oosten van het plangebied ligt een Regeling basisnet weg (A2: Knooppunt Deil afrit 19 (Kerkdriel)). Gezien de afstand van het plangebied tot de weg, is toetsing aan het plaatsgebonden risico, plasbrandaandachtsgebied en het groepsrisiconiveau niet noodzakelijk. Wel relevant is, is dat over de weg toxische stoffen getransporteerd kunnen worden. Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. Een incident met deze stoffen kan leiden tot een gifwolk. Een gifwolk kan letale en/of gezondheidsrisico's met zich mee brengen voor de personen in het plangebied. Een verantwoording ten aanzien van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid ten aanzien van een gifwolk scenario aan de weg is verplicht. Conclusie ten aanzien van de A2 Gezien de afstand (ongeveer 1,2 km) van het plangebied tot de spoorlijn vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering ten opzichte van de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling bevindt zich binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. Een beperkte verantwoording ten aanzien van een toxisch scenario

48

Buitenstad Zaltbommel is verplicht.

5.3.4

Verantwoording groepsrisico

Ten aanzien van de vaarweg, de spoorlijn en de A2 is geconcludeerd dat een beperkte verantwoording (bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid) van het groepsrisico noodzakelijk is. Deze bestuurlijke afweging wordt gemaakt door de gemeente Zaltbommel. Voor de verantwoording van het groepsrisico moeten, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen beschouwd te worden, zoals scenario's, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

5.4

Bedrijven en milieuzonering

5.4.1

Wettelijk kader en VNG richtafstanden

Voor het ontwikkelen in of nabij een industrieterrein, worden eisen gesteld vanuit verschillende wet- en regelgevingen. De bedrijven op het industrieterrein kunnen onder meer geur, stof, geluid en gevaar veroorzaken. 5.4.1.1 Activiteitenbesluit De harde normstelling van de concreet aanwezige bedrijven is (vooral) geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax , veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden:

De in de eerste en derde regel van de tabel genoemde geluidwaarden gelden als maximale waarde op de gevel van de dichtstbij gelegen woning.

5.4.1.2 VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering De VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering is een hulpmiddel dat kan helpen in de ruimtelijke planvorming. Deze publicatie geeft algemene richtafstanden die gehanteerd kunnen waarbij het acceptabel wordt geacht om woningen te realiseren nabij een bedrijventerrein of een bedrijf. De VNG brochure is nadrukkelijk geen wetgeving. De toetsing aan deze richtlijn weerspiegelt slechts een eerste ruimtelijke verkenning omtrent milieuhinder. De daadwerkelijke toelaatbare milieubelasting wordt bepaald via omgevingsvergunningen (milieu) of door toetsing aan de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het bepalen van de milieuzoneringen die relevant zijn voor het plangebied, moet uit worden gegaan van de feitelijke situatie. Gezien de karakteristieken van de omgeving bevindt zich geen zware bedrijvigheid in het plangebied. In het plangebied zelf is het enige relevante bedrijf het Bagger en

49

Buitenstad Zaltbommel Overslagbedrijf M.G. Busker B.V., bekend onder de naam Busker bv Hei- en Waterwerken, hierna te noemen 'Busker'. Volgens de registratie in het handelsregister hebben de bedrijfsactiviteiten van Busker aan de Gamerschedijk sbi-code 4291 Natte waterbouw. Volgens de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering is het bedrijf te beschouwen als een “bouwbedrijf algemeen met een bedrijfsoppervlakte van meer dan 2000 m2", in milieucategorie 3.2. Dit bedrijf blijft behouden en is in dit bestemmingsplan bestemd als 'Bedrijf' en is in artikel 3.1 onder b expliciet genoemd als toegelaten bedrijfssoort. Aan de hand van de VNG brochure gelden voor dit type bedrijf de volgende richtafstanden, uitgaand van gemengd gebied resp. een rustige woonwijk: geur: 0 meter / 10 meter stof: 10 meter / 30 meter geluid: 50 meter / 100 meter gevaar: 0 meter / 10 meter 5.4.2

Feitelijke afstanden

De kortste afstand tussen het bedrijfsterrein en de nieuw geprojecteerde woningen de bestemming 'Woongebied' is 72 meter gerekend vanaf de kade van het bedrijf. De industriehaven is deels eigendom van het bedrijf en wordt ook benut voor bedrijfsactiviteiten. De kortste afstand tussen de perceelgrens in de haven tot aan de bestemming 'Woongebied' bedraagt 51 meter. Tussen de kadastrale grens van het bedrijfsperceel en de oostelijke kade van de Industriehaven wordt de realisatie van waterwoningen nagestreefd. Deze kunnen tot zeer nabij de kadastrale grens worden geprojecteerd.

Afbeelding: kadastrale begrenzing bedrijfsperceel in de Industriehaven (bron: www.KadastraleKaart.com)

De afstand tussen het bedrijf tot aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bestaande woning met het adres Gamerschedijk 4 bedraagt minder dan 10 meter. Dit betreft de afstand tot aan het parkeerterrein bij het kantoor. De afstand tot de ingang naar het deel van het perceel waar de feitelijke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden bedraagt circa 40 meter.

50

Buitenstad Zaltbommel

Afbeelding: illustratie van de afstand tussen bedrijfsperceel en woning Gamerschedijk 4 (bron: GoogleStreetview)

De afstand tussen het bedrijf tot aan de dichtstbijzijnde woning in de wijk Beersteeg (adres Beersteeg 25) bedraagt circa 62 meter. Dit betreft de afstand tot aan het parkeerterrein bij het kantoor. De afstand tot de ingang naar het deel van het perceel waar de feitelijke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden bedraagt circa 85 meter.

51

Buitenstad Zaltbommel

Afbeelding: afstand tussen bedrijfsperceel en woning Beersteeg 25 (bron: GoogleStreetview)

De woningen Gamerschedijk 4 en Beersteeg 25 zijn dichter bij Busker gelegen dan de in dit bestemmingsplan nieuw geprojecteerde woningen met de bestemming 'Woongebied'.

5.4.3

Onderzoek

Vanwege de aard van de bedrijvigheid, de onderlinge afstanden, de voortzetting van de bedrijfsactiviteiten en het te realiseren aanvaardbare woon- en leefklimaat is onderzoek naar de geluidbelasting vanwege Busker op de omliggende woningen uitgevoerd. Het aspect geluid is in het licht van de Brochure maatgevend, gezien de feitelijke afstanden.

5.4.3.1 Onderzoek Antea 2 juli 2014 In 2014 werd onderzoek uitgevoerd door ingenieursbureau Antea (rapport 140702 260866.00 rev.01 d.d. 2 juli 2014) dat werd opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van de wijk Beersteeg. Dat onderzoek lag ten grondslag aan de vaststelling van het bestemmingsplan 'Zaltbommel, Beersteeg' (5 november 2015) dat na het verstrijken van de beroepstermijn op 31 december 2015 in zijn geheel onherroepelijk werd. Uit dit onderzoek blijkt dat de inrichting alleen in de dagperiode werkzaamheden uitvoert (tussen 07.00 19.00 uur). In dat onderzoek werd geconstateerd dat de representatieve bedrijfsvoering van Busker leidde tot geluidbelastingen op de nieuw te bouwen woningen in Beersteeg van maximaal 45 dB(A) op 1,5 meter hoogte, 49 dB(A) op 4,5 meter hoogte en 50 dB(A) op 7,5 meter hoogte. Het maximale geluidniveau werd berekend op 63 dB(A) op 1,5 meter hoogte, 66 dB(A) op 4,5 meter hoogte en 67 dB(A) op 7,5 meter hoogte. Geconcludeerd werd dat werd voldaan aan de richtwaarden gedefinieerd in de handreiking Bedrijven en milieuzonering: maximaal 45 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, maximaal 65 dB(A) piekgeluiden.

5.4.3.2 Onderzoek Peutz 8 juni 2020 Bij terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan 'Buitenstad Zaltbommel' was het conceptrapport 'Buitenstad Zaltbommel; Geluidonderzoek' d.d. 8 juni 2020 van ingenieursbureau Peutz gevoegd dat op basis van het onderzoek van Antea en de daarin weergegeven representatieve bedrijfssituatie doorrekende wat de geluidbelasting afkomstig van Busker is. Op dat moment waren geen actuelere gegevens over de representatieve bedrijfsvoering van Busker beschikbaar gesteld door het bedrijf, zodat moest worden uitgegaan van hetgeen was opgenomen in voornoemd rapport van Antea. Uit de berekeningen bleek dat vanwege Busker sprake is van een geluidbelasting tot 53 dB(A) bij de 3 grondgebonden woningen langs de Gamerschedijk. Op de rand van het bouwvlak van het grotere woongebied bedraagt de geluidbelasting tot 54 dB(A), ter plaatse van de waterwoningen tot 55 dB(A) en ter plaatse van de rand van het wijzigingsgebied voor waterwoningen tot 57 dB(A). De optredende maximale geluidniveaus ("pieken") werden als volgt berekend: 3 grondgebonden woningen – tot 71 dB(A); rand bouwvlak woongebied – tot 71 dB(A); waterwoningen – tot 72 dB(A); rand wijzigingsgebied – tot 79 dB(A).

De geluidbelasting vanwege Busker is plaatselijk hoger dan de richtwaarden conform stap 2 van de systematiek Bedrijven en Milieuzonering (50 dB(A)), maar -met uitzondering van de waterwoningen- niet hoger dan die van stap 3 (55 dB(A)). Dit betekent dat er in principe twee oplossingsrichtingen zijn teneinde het bestemmingsplan te realiseren:

52

Buitenstad Zaltbommel

Oplossingsrichting 1 – geluidbelasting toestaan conform stap 3 De publicatie Bedrijven en Milieuzonering geeft aan dat woningbouw tot een geluidbelasting van 55 dB(A) inpasbaar kan zijn. Het bevoegd gezag dient echter wel te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met andere geluidbronnen betrokken moet worden. De optredende geluidbelasting dient tevens als maatwerkvoorschrift voor Busker vastgelegd te worden, zodat de bedrijfsvoering van Busker door de planvorming niet belemmerd wordt. Oplossingsrichting 2 – voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan Indien de geluidbelasting door het bevoegd gezag niet als acceptabel gekwalificeerd wordt, dient de geluidbelasting teruggebracht te worden tot 50 dB(A). Dit kan in het bouwplan op verschillende manieren opgelost worden, bijvoorbeeld het toepassen van verglaasde balkons. Omdat het bestemmingsplan globaal/flexibel van opzet is, is thans nog geen sprake van een concreet bouwplan waarbinnen de noodzakelijke maatregelen gedimensioneerd kunnen worden. Wel kan een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen worden waarin opgenomen wordt dat woningen alleen mogelijk zijn indien de geluidbelasting niet hoger is dan 50 dB(A). Bij de nadere uitwerking van het bouwplan dient deze voorwaarde dan betrokken te worden.

Uitwerking in het ontwerpbestemmingsplan Op basis van dit conceptrapport is geconstateerd dat de bedrijfsactiviteiten van Busker niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staan en dat een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd kan worden. In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van enerzijds een hogere waarde vast te stellen (een waarde van 55 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ter hoogte van de oostelijke kade van de Industriehaven) en anderzijds de bedoelde voorwaardelijke verplichting in de bestemmingen 'Gemengd', 'Wonen' en 'Woongebied' op te nemen. Gezien de berekende geluidwaarden kan realisatie van de nagestreefde waterwoningen pas plaatsvinden na ingrijpende wijziging in de bedrijfsvoering van Busker dan wel beëindiging van het bedrijf. Daarop was bij terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geen zicht en er is ook niet uitgegaan van een dergelijke wijziging van de bedrijfsvoering op korte termijn. Realisatie van de waterwoningen was daarom in het ontwerpbestemmingsplan niet als direct ontwikkelrecht opgenomen, maar kon pas plaatsvinden na gebruikmaking van een wijzigingsbevoegdheid die ervan afhankelijk is gesteld dat de bedrijfsvoering van het naastgelegen bedrijf door de bouw van de waterwoningen niet onevenredig wordt beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13797645/1