CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst ingekomen stukken 25 mei 2023 (mei)

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen28.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

efficiënter verplaatsen door het stimuleren van ruimte-efficiënte en duurzame vervoerswijzen (lopen, fietsen, deelmobiliteit en collectief vervoer), het autoluwer maken van stadcentra, het concentreren van verkeer op hoofdassen, het verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie) en het verbeteren van de verkeersveiligheid. •

Het benutten van kansen voor slimme mobiliteit en het inzetten op een structurele gedragsverandering via werkgeversbenadering, onderwijsbenadering, etc.

•

Buiten het stedelijk gebied is de auto voor verplaatsingen buiten de kern het hoofdvervoermiddel met inzet op OV en slimme mobiliteit (deelmobiliteit, hubs) om voor alle doelgroepen bereikbaarheid te organiseren en de uitwisseling tussen stad en land te faciliteren.

•

Het inzetten op een schaalsprong van het OV-systeem door het beter verbinden binnen en tussen de Brabantse stedelijke regio’s en omliggende stedelijke regio’s en het verbeteren van de nationale en internationale bereikbaarheid om zo de groei op te vangen van het aantal verplaatsingen als gevolg van de verstedelijkingsstrategie (gericht op een concentratie van wonen, werken en voorzieningen op de stedelijke hoofdknopen). Het Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (bidbook Hink-Stap-Sprong van landsdeel Zuid) zijn bouwstenen voor deze beoogde schaalsprong.

47

SCHEMATISCHE WEERGAVE. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp In het stedelijk gebied is een keur aan dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen nabij. Lopen en fietsen zijn dragend. Extern is dat de fiets-trein combinatie. In het stedelijk gebied zelf is het aandeel OV beperkt maar duidelijk groter dan nu, toegespitst op gebieden met stedelijke massa die buiten de directe fietscontour liggen. Die fietscontour wordt met snelfietsroutes groter voor de gebruiker die wat verder fietsen prima vindt. Dat biedt keuzeruimte aan bewoner en bezoeker. Stedelijk HOV en snelfietsroutes leggen ook de verbinding naar grotere werklocaties aan de stadsrand. De auto heeft een relatief kleine rol in het stedelijk gebied. Parkeren in wijkhubs, deelauto’s, gereguleerd parkeren, 30 km/uur en afwikkelen buitenom zijn de standaard. In de M7 is een compleet aanbod van dagelijkse voorzieningen binnen 10 minuten lopen of fietsen, geconcentreerd in aantrekkelijke gemengde centrumgebieden. Voor ruimere keuze in banen en hoogstedelijke voorzieningen wordt vaker dan in de B5 een beroep gedaan op de stedelijk regio. Extern is de auto het belangrijkste vervoersmiddel. Via trein of HOV is de M7 wel stevig aangetakt op het stedelijk netwerk. Via snelfietsroutes zijn omliggende kernen en stedelijke centra bereikbaar per e-bike.

OV en fiets blijven in de M7 duidelijk ondergeschikt aan de auto maar bieden wel de kwaliteit van multimodale bereikbaarheid en een lichte reductie van het huidige auto-aandeel. In de centrumgebieden zal gereguleerd parkeren op afstand ingezet worden, daarbuiten start de autorit meestal voor de deur. De kleinere kernen zijn een zeer diverse groep. Het voorzieningenaanbod dat in de eigen Schematische weergave resultaat mobiliteitstransitie voor B5, M7 en kleinere kernen. De figuur geeft typologisch en orde van grootte de rol en samenhang van de vervoerswijzen. Uit te werken per stad en dorp.

kern lopend of fietsend bereikbaar is, verschilt van beperkt tot compleet voor dagelijkse activiteiten. Maar meestal is voor een (steeds groter deel) van de dagelijkse en nietdagelijkse activiteiten is een externe verplaatsing in de stedelijke regio nodig. De auto vervult daarin een zeer belangrijke rol. De opgave is om met (snel)fietsroutes en maatwerk wel basisbereikbaarheid zonder auto te bieden. Zo blijft het dorp een prettige plek voor iedereen zonder auto (inclusief oudere kinderen) en blijft de dorpstad relatie twee kanten op stevig.

48

•

Het benutten van het bestaande wegennet voor verplaatsingen waarvoor geen

met het Rijk, wordt overleg gevoerd met het Rijk. Indien Rijk en regio het nodig

goed alternatief voor de auto is.

vinden kunnen tijdens het BO MIRT 2023 afspraken over de pakketten worden geagendeerd.

Eerste uitvoeringsafspraken 1.

Gemeenten en provincie zetten in op een mobiliteitstransitie in het

personen- en goederenvervoer. Dit is een samenhangende aanpak die direct is gekoppeld aan de stedelijke transformatie, verdichting en functiemenging en die is gericht op minder, schoner en efficiënter verplaatsen (lopen, fietsen, deelmobiliteit en collectief vervoer). Ingezet wordt op het creëren van meer stedelijke nabijheid, het bij voorkeur binnenstedelijk bouwen en op met OV goed bereikbare locaties, het autoluwer maken van stadscentra, het verduurzamen van mobiliteit (zero-emissie) en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Zo wordt ervoor gezorgd dat het gebruik van duurzame mobiliteit voor zoveel mogelijk mensen aantrekkelijk wordt. 2.

Om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen per stedelijke

regio te kunnen accommoderen wordt voor elke stedelijke regio een meerjarig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen opgesteld (inclusief kosten, financiering en fasering). Deze pakketten faciliteren de gewenste mobiliteitstransitie en de beoogde schaalsprong in het OV-systeem. Hierin worden de uitgangspunten van nabijheid en duurzame mobiliteit vertaald in concrete doelstellingen en maatregelen en worden onder andere de volgende aspecten meegenomen: bereikbaarheid van werklocaties, een sturende parkeeraanpak, een passende OV-exploitatie, mobiliteit voor iedereen, stadslogistiek, herinrichting/herroutering stedelijke hoofdstructuur auto en de relatie met goederennetwerken. Provincie

3.

Regio en Rijk beogen een schaalsprong in het OV. Het Toekomstbeeld

OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong) zijn hiervoor bouwstenen. Voor de fiets is de Brabantse uitwerking van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets het vertrekpunt. Provincie en Rijk onderzoeken wat het effect is van de strategische hoofdkeuzes in termen van stedelijke ontwikkeling en mobiliteitstransitie op de verwachte vervoersvraag van het openbaar vervoer en fietsverkeer tot 2030 en daarna. Afhankelijk van het onderzoeksresultaat en de mogelijkheden van betrokken partijen wordt gekeken of er aanvullende afspraken nodig zijn voor spoor- en busnetwerk, stallingen en fietsmaatregelen boven op lopende studies naar het Toekomstvast spoor Zuidoost-Nederland, de multimodale knoop EIK XL en de verkenning spoorknoop ‘s-Hertogenbosch. 4.

Gemeenten en provincie koppelen plannen voor het OV-netwerk in de vorm

van de realisatie van BRT (Bus Rapid Transit) en uitkomsten van het onderzoek Toekomstvast spoor aan het concentreren van ruimtelijke ontwikkelingen nabij OV-knooppunten. Betrokken gemeenten en provincie maken per corridor of knoop wederkerige afspraken. Daar waar het mogelijk ook Rijksinvesteringen betreft zal het Rijk aansluiten bij de gesprekken. 5.

Provincie en stedelijke regio’s gaan de mogelijkheden voor HOV-ontsluiting

met Bus Rapid Transit in combinatie met stedelijke knooppuntontwikkeling verkennen voor de toplocaties Brainport, belangrijkste assen in de B5-steden en de

en betrokken gemeenten werken de genoemde mobiliteitspakketten in 2023

middelgrote plaatsen zonder station; Waalwijk, Oosterhout, Veghel, Uden.

verder uit, waarbij het Rijk regelmatig wordt bijgepraat over de vorderingen. Indien

6.

Rijk en regio het nodig vinden kunnen tijdens het BO MIRT 2023 afspraken over

met de verstedelijkingsstrategie en de mobiliteitstransitie. Gekozen wordt voor

de pakketten worden geagendeerd. Als in de pakketten onderdelen zitten die

een optimale benutting van het hoofdwegennet tot 2040 door onder meer

betrekking hebben op de nationale infrastructuur, die de financiële draagkracht

slimme oplossingen, gedrag en Betalen naar Gebruik. Enige vertraging op het

Rijk, provincie en stedelijke regio’s beperken de groei van het autoverkeer

van de regio’s overstijgen of onderdeel (kunnen) uitmaken van andere afspraken

49

50

wegennetwerk tijdens piekmomenten wordt geaccepteerd zolang er sprake is van

10.

voorspelbare en betrouwbare reistijden. Bij deze afspraak zijn afspraken binnen het

monitoring en uitwisseling van data over de ontwikkeling van de mobiliteitstransitie

BO MIRT over de A58 en over de A2 Deil – Vught kaderstellend.

in het personen- en goederenvervoer in Brabant.

7.

De provincie organiseert samen met de B5-steden kennisdeling,

Provincie en B5-steden zetten een ontwikkelprogramma voor stedelijke

logistiek op voor het bundelen, afstemmen en versterken van initiatieven (goederenhubs, zero-emissie voertuigen en bundeling van stromen). 8.

Rijk, provincies en stedelijke regio’s erkennen de spanning tussen de

opgave van binnenstedelijk bouwen en wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor goederenvervoer en specifiek voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Rijk en regio constateren dat het van gezamenlijk belang is om met elkaar in gesprek te blijven over een robuust Basisnet en verstedelijking langs het spoor. De Stuurgroep Basisnet is daarvoor het meest aangewezen overleg omdat dit in meer regio’s speelt. In de Stuurgroep kan worden afgesproken om punten in andere bestuurlijke overleggen te agenderen; zoals in het BO Leefomgeving Zuid 2023. Begin 2023 worden in de Stuurgroep de verschillende perspectieven en kaders besproken voor goederenvervoer en op het terrein van ruimtelijke ordening. Op basis daarvan worden de mogelijkheden besproken om tot een gezamenlijk handelingsperspectief te komen. 9.

Rijk en provincie voeren op basis van de opgaven uit de IMA (integrale

mobiliteitsanalyse) en de nieuwe programmering van werklocaties (zie 5.4) een quickscan uit naar de multimodale goederennetwerken (inclusief buis). De quickscan richt zich op de vraag of alle opgaven nog steeds goed belegd zijn in bestaande projecten en programma’s en doet waar nodig aanbevelingen hierin te actualiseren.

51

KAART. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

•

Hoogstedelijke mobiliteitstransitie • Locaties waar de sprong naar hoogstedelijke nabijheid gemaakt wordt. Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking.

•

Quick scan naar multimodale goederennetwerken • Op basis van de opgaven uit de IMA (integrale mobiliteitsanalyse) en de nieuwe programmering van werklocaties.

•

Stedelijke mobiliteitstransitie • Locaties waar de sprong naar stedelijke nabijheid gemaakt wordt en plekken met goede OV-bereikbaarheid. Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking en Bike Train Accessibility Level (BTAL).

•

Opwaarderen snelfietspadennetwerk • Voor de Fiets is de Brabantse uitwerking van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets het vertrekpunt.

•

Opwaardering / verbetering stations • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

•

Afmaken verbetering bestaande hoofd- en regionaal autowegennet • Op basis van afspraken binnen het BO MIRT over de A58 en over de A2 Deil – Vught kaderstellend.

•

Ontwikkeling / verbetering internationale verbindingen • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

•

•

•

52

Mobiliteitstransitie • Aanpak gericht op deelmobiliteit, fiets en lopen en goede aansluiting op de mobiliteitshubs in de regio, verdichting in stationsomgevingen/HOV knooppunten. Hoogwaardig Openbaar Vervoer en/of Bus Rapid Transit • Regio en Rijk beogen een schaalsprong in het OV. Het Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong) zijn hiervoor bouwstenen. Frequentieverhoging spoor (IC en sprinter) • Op basis van Toekomstbeeld OV 2040 en de regionale uitwerking daarvan (hink-stap-sprong).

Zoekgebied nieuw sprinterstation Electrificatie spoorlijn

53

4.5

KWALITATIEVE WERKGEBIEDEN ALS RANDVOORWAARDE VOOR CIRCULAIRE ECONOMIE

Vitale en toekomstbestendige werklocaties zijn een belangrijke randvoorwaarde

terreinen. In tegenstelling tot eerdere prognoses wordt ook een uitbreidingsvraag verwacht na 2030. De prognoses gaan er van uit dat een deel van de vraag, ook na 2030, gevonden kan worden op bestaande locaties.

voor de ontwikkeling van een toekomstbestendige economie in Brabant. Zo wordt 45% van het Bruto Regionaal Product gerealiseerd op bedrijventerreinen. Ook

Het vinden van ruimte voor nieuwe werklocaties wordt steeds ingewikkelder

vinden we daar 38% van de werkgelegenheid. Bedrijventerreinen en bedrijven

omdat de voor de hand liggende locaties vrijwel op zijn en de druk op de ruimte,

spelen bovendien een cruciale rol in de grote transities op het gebied van energie,

het milieu, het infrastructuurnetwerk, het energienetwerk en de arbeidsmarkt

klimaat en circulaire economie.

toeneemt. Voor de transitie naar een meer circulaire economie en ruimte voor een toekomstbestendige economie is een integrale ruimtelijke aanpak nodig.

Hiervoor is het belangrijk dat de kwaliteit van de Brabantse bedrijventerreinen

Bij deze integrale aanpak gaat het om het integraal afwegen van locaties én het

zo optimaal mogelijk aansluit bij de vestigingseisen van bedrijven. Er is vanuit

kijken vanuit een ruimtelijk economische visie op Brabant, in samenhang met de

bedrijven steeds meer behoefte aan aantrekkelijke werkmilieus op goed

toekomststrategie en vestigingsvoorwaarden van bedrijven. Onderdeel van die

bereikbare plekken, vooral met het oog op het vinden van geschikt personeel.

integrale afweging is ook het verder aanscherpen van (sub)regionale profilering

Om dit te bereiken is samenwerking en uitwisseling op allerlei niveaus steeds

en het gebruik maken van de knooppunten in infrastructuur, energie, kennis en

belangrijker, bijvoorbeeld in de triple helix verbanden in Brabant. Maatschappelijke

stedelijkheid die Brabant biedt. Door de toenemende druk is het van belang dat

en economische trends hebben daarnaast impact op de aard en omvang van

er scherpe keuzes gemaakt worden. Vaker dan voorheen bestaat de mogelijkheid

de ruimtevraag van bedrijven. De meest relevante trends hierbij zijn energie en

dat er geen plek geboden kan worden aan bepaalde ontwikkelingen of dat die

klimaat, circulaire economie en digitalisering. De verwachting is dat meer ruimte

ontwikkeling een andere vorm moet krijgen.

nodig is door investeringen in robotisering en automatisering (digitalisering). Ook is meer ruimte nodig voor opslag, scheiding en bewerking door de ontwikkeling

De intensivering, verduurzaming en herstructurering van bestaande

naar een circulaire economie. Daarnaast is de circulaire economie ook een systeem

bedrijventerreinen is een belangrijk middel om een deel van de ruimtebehoefte

dat geïntegreerd moet worden in het stedelijk netwerk, bijvoorbeeld: bouwhubs,

te accommoderen en tal van opgaven op bestaande terreinen aan te pakken.

retourlogistiek, aan- en afvoer van grondstoffen over water.

Het mengen van functies of de herstructurering van terreinen is geen makkelijke opgave en stelt ook voorwaarden. Denk aan de noodzaak van schuifruimte om

54

De opgave om te komen tot passende werkmilieus is zowel kwalitatief als

de herprofilering en intensivering vorm te kunnen geven. Met het project ‘Grote

kwantitatief van aard. Het huidige harde planaanbod is onvoldoende om te voorzien

Oogst’ versnelt de provincie samen met gemeenten en andere lokale partners de

in de verwachte ruimtevraag tot en met 2030. Daarnaast sluit de kwaliteit van

vergroening en verduurzaming van bedrijventerreinen. Enerzijds omdat duurzame

het harde planaanbod niet (altijd) aan op de vraag van bedrijven. Voor de periode

bedrijventerreinen een belangrijke voorwaarde zijn voor een toekomstbestendige

tot en met 2030 ligt er vooral een zoekopdracht voor nieuwe werklocaties in de

economie. Anderzijds omdat bedrijventerreinen een substantiële bijdrage kunnen

segmenten grootschalige logistiek, grootschalige productie en reguliere MKB-

leveren aan de beleidsdoelstellingen op het gebied van energie, circulariteit,

•

Om richting de toekomst concurrerend te blijven is er in alle sectoren vernieuwing nodig in typologie voor gebouw en werkgebied.

55

klimaatadaptatie, biodiversiteit en stikstof. Ook willen we inzetten op meervoudig

vernieuwingen die ook nodig is om over 10 of 15 jaar niet vast te lopen in het vinden

ruimtegebruik op bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Dit willen

van ruimte (fysiek, mobiliteit, natuurlijke systemen) voor economische ontwikkeling.

we integraal bekijken, ook vanuit het oogpunt van aan- en afvoer van goederen en de bereikbaarheid in algemene zin. Denk hierbij bijvoorbeeld aan combinaties met

Een andere strategie gericht op zorgvuldiger ruimtegebruik en een hogere

energieproductie, wateropvang, vergroten biodiversiteit/groene dooradering en

economische waarde richt zich op ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen.

sport.

De provincie heeft in samenwerking met alle regio’s onderzoek uitgevoerd naar de vestigings- en herontwikkelingsmogelijkheden voor grootschalige logistiek (> 3 ha). Uit dit onderzoek blijkt dat op veel bestaande bedrijventerreinen in Brabant vestigings- en/of herontwikkelingsmogelijkheden zijn voor grootschalige logistiek. De provincie en gemeenten vinden dit ongewenst omdat niet alle terreinen geschikt zijn vanuit ruimtelijk en/of infrastructureel oogpunt, onbeperkte grootschalige logistieke ontwikkeling zorgt voor verdringing van andere ruimtevragers (zoals het lokaal MKB, (andere) regionale speerpuntbedrijven, maatschappelijke transities en transformaties) en het selectieve clusteringsbeleid en de aanpak gericht op regionale meerwaarde doorkruist. Provincie en gemeenten hebben daarom een centrale aanpak afgesproken. Zo kunnen we effectief sturen op de vestigingsmogelijkheden van grootschalige logistiek op zowel green- als brownfields. De basis voor deze aanpak zijn regionale afspraken over de locaties waar ontwikkelingen van grootschalige logistiek zijn toegestaan en waar niet. Voor de doorwerking van dit beleid zet de provincie in samenspraak met de regio’s haar juridische instrumentarium in, zoals de omgevingsverordening en een voorbereidingsbesluit.

Daarnaast kunnen concepten die inzetten op een vernieuwende manier van ruimtegebruik (voor bedrijven) leiden tot een win-win situatie; meer ruimtelijke kwaliteit, een hogere economische waarde, meervoudig ruimtegebruik en minder

Om de behoefte aan voldoende, aantrekkelijke en goed bereikbare werklocaties te accommoderen kiezen we voor: •

bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld door meervoudig ruimtegebruik, het

ruimtebeslag. Denk bijvoorbeeld aan de Brainport Industries Campus (Eindhoven)

project Grote Oogst en concepten die inzetten op vernieuwende manier van

of gestapelde logistieke concepten. Het ontwikkelen en meer inzetten op dit soort concepten voor de economie van Brabant is een van de economische

56

Inzetten op verduurzaming, intensivering en herstructurering van

ruimtegebruik (voor bedrijven). •

Het zorgvuldig benutten van de huidige harde plannen en reeds

INSPIRATIE. Fabriek van de Toekomst (Brainport Industries Campus, Eindhoven) De Brainport Industries Campus is het toonbeeld van typologische vernieuwing.

er optimaal gebruik gemaakt van kennis en kunde om tot innovatieve oplossingen

In een unieke parkachtige setting in de Brainport regio zijn verschillende bedrijven

en vernieuwing te komen. Behalve kennis en ervaring worden hier ook faciliteiten

in de hightech maakindustrie, onderwijs- en kennisinstellingen samen gevestigd.

gedeeld om te produceren en te innoveren. Door de kop en de staart van de complete

Smart Industry komt hier letterlijk en figuurlijk van de grond, in de geheel circulair

toeleverketen met elkaar te verbinden ontstaat een netwerk waarin alles mogelijk is. Korte

gebouwde ‘Fabriek van de Toekomst’ dat modulair is opgezet. Het is dé plek waar de

lijnen tussen talloze specialismes zijn een motor voor innovatie en flexibiliteit. De

hightech maakindustrie elkaar ontmoet (in het atrium), waar bedrijven leren van elkaar en

keten als netwerk is de kracht van de campus.

direct samenwerken met de nieuwe generatie technisch opgeleiden. Op deze manier wordt

57

• •

geprogrammeerde bedrijventerreinen.

2.

Provincie en stedelijke regio’s stellen een gezamenlijke aanpak

Het ontwikkelen van een ruimtelijk economische visie voor Brabant en het

op voor de integrale afweging van belangen, ruimteclaims en passende

ontwikkelen/aanscherpen van (sub)regionale (economische) profileringen.

ontwikkellocaties, mede in relatie tot het ruimtelijk voorstel dat de provincie

Een integrale afweging om te komen tot zoekgebieden voor nieuwe

moet maken voor oktober 2023. Uit dit traject volgt of er zoekgebieden mogelijk

grootschalige werklocaties. In deze integrale aanpak ontwikkelen

zijn voor nieuwe grootschalige werklocaties (met name voor grootschalige

we afwegingscriteria. Deze criteria hebben zowel betrekken op de

logistiek en grootschalige maakindustrie) in combinatie met mogelijkheden voor

vestigingsvoorwaarden van bedrijven (ligging t.o.v. knopen, kennis,

functiemenging en het toepassen van nieuwe concepten voor het ruimtegebruik

arbeidsmarkt, ontsluiting, stedelijkheid, beschikbaarheid energie etc), als op de

van bedrijven. De betrokkenheid van waterschappen, rijk en landelijke gemeenten

ruimtelijke mogelijkheden en randvoorwaarden (o.a. water, bodem, landschap,

wordt nader afgestemd bij het opstellen van het plan van aanpak. Startpunten zijn:

natuur, buffers tussen stedelijk gebieden en de afweging met de ruimtelijke opgave voor bijv. wonen, concentratie van detailhandel, klimaatadaptatie,

•

energietransitie of landbouw).

Gewenste positionering provincie en regio’s in gedragen ruimtelijkeconomische visies en -toekomstbeelden van Brabant en de regio’s daarbinnen;

Eerste uitvoeringsafspraken 1.

•

Prognoses over de ruimtebehoefte van bedrijventerreinen (inbreng provincie);

•

Prognoses over ontwikkeling van de werkgelegenheid, inclusief de relatie

In lopende trajecten zetten provincie, rijk en regio in op meervoudig

met de demografische ontwikkeling en de ontwikkeling van de potentiële

ruimtegebruik, verduurzaming, intensivering, herstructurering en functiemenging. Nieuwe kansrijke inzichten zullen worden doorgevoerd in beleid. Wanneer hieruit

beroepsbevolking (inbreng provincie en stedelijke regio’s); •

nieuwe acties of onderzoeksvragen volgen, wordt gezamenlijk bekeken hoe deze het beste belegd kunnen worden.

Toepassen van de lagenbenadering (randvoorwaarden/kansen vanuit water, bodem, landschap, natuur, wonen, voorzieningen, bereikbaarheid etc.);

•

Bestaande knooppunten/locaties (infrastructuur, energie, kennis en andere netwerken) ;

De lopende trajecten zijn: •

Actielijnen GRIP op grootschalige bedrijvigheid (o.a. duurzame ruimtelijke

•

inpassing, handreiking regionale meerwaarde en toolkit herstructurering bedrijventerreinen);

58

Kansen energietransitie: koppelen aan lokale kansen of Brabantbrede infrastructuur;

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL-logistiek en het project GRIP op grootschalige

•

Grote oogst;

bedrijfsvestigingen (inbreng provincie en rijk);

•

Gezamenlijke aanpak (X)XL logistiek;

•

Onderzoeken regio’s mogelijkheden voor intensivering bestaande terreinen;

inclusief de plannen/keuzes die hiervoor al zijn gemaakt in gemeentelijke,

•

Regionale grondprijsmethodieken en regionale uitgifteregels en protocollen.

regionale en provinciale trajecten (inbreng gemeenten);

•

Inventarisatie van bestaande bedrijventerreinen en stedelijke interactiemilieus

•

Kansen en opgaven voor energie, grondstoffencascades (reststromen benutten ed) en andere aspecten van de (kringloop)economie (inbreng provincie);

•

De Brabantbrede verstedelijkingsstrategie en strategie per stedelijke regio als input voor de brede ruimtelijke afweging.

59

KAART. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

•

Verduurzaming van bedrijventerrein (in het kader van project Grote Oogst) • Met focus op energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie. Deze 13 terreinen zijn gezamenlijk goed voor 38% van de banen en 53% van het energieverbruik van Brabant.

•

Bedrijventerrein met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen • We spreken van knoopwaarde als minimaal 3 knoopfuncties gecombineerd worden (bij knoopfuncties gaat het over directe aanwezigheid van: goederenspoor, hoogspanningsnet, internationale wegcorridor, buistracé, haven, luchthaven, (hoog) stedelijke nabijheid).

•

Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen • Bedrijventerreinen waar eerder al afspraken over zijn gemaakt. In ontwikkeling tot 2030.

•

Bestaande werklocaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken Terreinen met zwaardere milieucategorieen • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken XXL logistiek locaties • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

60

•

Terreinen met uitgeefbare gronden (meer dan 5 Ha.) • Uit IBIS, vooralsnog geen afspraken

61

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S

Als basis voor het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant

5.1.

ZUIDOOST-BRABANT

is een Brabantbrede verstedelijkingsstrategie opgesteld (Verstedelijkingsstrategie

De regio Zuidoost-Brabant bestaat uit 4 subregio’s: het Stedelijk Gebied

Brabant 2040) en werken de stedelijke regio’s aan ontwikkelstrategieën voor

Eindhoven (SGE), De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten. Voor het SGE is op

hun stedelijke regio. De vijf ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking

het BO-Leefomgeving van juni 2022 een verstedelijkingsakkoord afgesloten.

uit de Brabantbrede strategie en de resultaten van het onderzoek dat in de

Dit verstedelijkingsakkoord is in lijn met, en een belangrijke bouwsteen voor,

stedelijke regio’s is gedaan met het Dashboard Verstedelijking vormen de

het Brabantbrede Ontwikkelperspectief. Inmiddels stellen de 4 subregio’s van

basis van de ontwikkelstrategieën van de stedelijke regio’s in dit hoofdstuk. Het

Zuidoost-Brabant samen een ontwikkelperspectief op en is het proces gestart om

Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft het MIRT-onderzoek “Verstedelijking

alle vier de subregio’s aan te sluiten bij het Brabantbrede Ontwikkelperspectief.

en mobiliteit Brainportregio” uitgevoerd en in het BO-leefomgeving 2022 een

In de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant wordt de verbinding gelegd met het

verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten.

Brabantbrede Ontwikkelperspectief voor NOVEX Stedelijk Brabant. De ambitie is

Per regio zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ambities en richtinggevende

dat de hele regio in de loop van 2023 is aangesloten op het proces voor NOVEX

keuzes weergegeven die voortkomen uit de ontwikkelstrategieën voor de

Stedelijk Brabant.

verstedelijkingsopgave van de regio’s. De stedelijke regio’s zullen deze met provincie en waterschappen verder uitwerken in een uitvoeringsagenda voor de stedelijke regio. Voor zover de ontwikkelstrategieën niet leiden tot integraal en regionaal afgewogen en gedragen keuzes voor de grotere verstedelijkingsvraagstukken (voor de periode tot 2040/50) neemt de provincie het initiatief om dit samen met de stedelijke regio’s verder op te pakken. Daar waar Rijk en/of regio opgaven zien die de Rijksbelangen raken haakt het Rijk aan bij deze processen en zal dit via de Stuurgroep Stedelijk Brabant in het BO Leefomgeving of het BO-MIRT worden geagendeerd.

Integrale kaart verstedelijkingsakkoord SGE

62

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

en rond de OV-knopen van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond-BSD. •

Na afronding van de majeure locaties is er in het SGE geen ruimte meer voor grootschalige uitleglocaties voor woningbouw.

•

Inzetten op duurzame vormen van vervoer (lopen, fiets en OV) en mobiliteitstransitie in combinatie met een schaalsprong OV (Eindhoven internationale knoop en busstation Neckerspoel).

•

Binnenstedelijk bouwen op een manier die ruimte geeft aan (binnenstedelijk) groen en water ten behoeve van zowel natuur, mens (recreatie, luchtkwaliteit) als een klimaatrobuust watersysteem. Daarbij versterken van bestaande en nieuwe groenstructuren in en rond dorpen en steden.

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant Medio 2022 heeft de regio Zuidoost-Brabant besloten om voor de hele regio Zuidoost-Brabant één ontwikkelperspectief te maken in plaats van een aparte ontwikkelstrategie per subregio (SGE, De Peel, De Kempen en de A2-gemeenten). Voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant zijn onderstaande ontwikkelprincipes vastgesteld: Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) heeft op basis van het MIRT-onderzoek “Verstedelijking en mobiliteit Brainportregio” in het BO-Leefomgeving 2022 een verstedelijkingsakkoord met provincie en Rijk gesloten. Voor de subregio SGE in

•

richtinggevend voor alle nieuwe ontwikkelingen (lagenbenadering). •

gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, duurzaamheid en toekomstbestendig

komen tot duurzame verstedelijking. De hoofkeuzes voor het SGE zijn:

bouwen. Na afronding van ‘majeure locaties’ kiezen we voor deze schaalsprong

De bodem, het watersysteem en het landschap zijn dragers voor de

in principe niet meer voor (grootschalige) uitleglocaties, maar voor versterking

netwerken en de inrichting van het SGE. Verstedelijking vindt plaats binnen de mogelijkheden die bodem- en watersystemen bieden en wordt aangegrepen om bodem en watersystemen te versterken. •

Zwaartepunt van woningbouw (tussen 2020 en 2040) ligt in de grootschalige binnenstedelijke verstedelijkingslocaties (Eindhoven binnen de ring, Helmond Centrum+ en ontwikkelas HOV4), afbouw van huidige verstedelijkingslocaties

Focus op inbreiding, transformatie en kwalitatief “aanbreiden” gericht op een kwaliteitsslag en koppelkansen met andere opgaven op brede welvaart,

Zuidoost-Brabant ligt er dus al een verstedelijkingsstrategie en set afspraken om te •

Bodem-, water- en landschappelijke structuren zijn in belangrijke mate

van bestaande steden en (regionale) kernen; •

Faciliteren en stimuleren van duurzame economische toplocaties en regionale bedrijventerreinen, primair voor het Brainport ecosysteem (de kennis- en maakindustrie), waarbij nieuw aanbod complementair moet zijn aan bestaand aanbod;

63

•

Inzetten op een mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer met robuuste structuren van (H)OV, fiets, lopen en mobiliteitshubs en een robuust hoofd- en onderliggend wegennet;

•

Revitalisering van bestaande bedrijventerreinen en binnenstedelijke locaties;

•

Behoud en ontwikkeling van natuur en groen op alle schaalniveaus.

5.2.

STEDELIJKE REGIO ’S-HERTOGENBOSCH-OSS (SRSHO)

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch-Oss heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.00060.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaatrobuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog)stedelijkheid in woonen werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT,

64

OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. Dit wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groen- en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. Een schaalsprong in stedelijkheid Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek. Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA. ’s-Hertogenbosch bouwt ca. 80% binnenstedelijk en werkt aan versnelling van de ontwikkelingen in de Spoorzone op onder meer het OV-Knooppunt, Willemspoort, JBZ, EKP, Innovatiekwartier, Bossche Stadsdelta en de Onderwijsboulevard inclusief inzet van de NOVEX Rijksbijdrage van 110 miljoen t.b.v.

infrastructurele maatregelen Noordelijke Spoorzone en Station Oost en omgeving. ‘s-Hertogenbosch is door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast en daarom

Aanpak van centrumgebieden en naoorlogse wijken

wordt er gewerkt aan een vernieuwd regionaal watersysteem gebaseerd op

Knooppunt- en centrumontwikkeling is de hoofdopgave van de middelgrote kernen

sponswerking boven- en benedenstrooms. Dit komt ook terug in het Position Paper

(Veghel, Waalwijk, Boxtel, Uden, Meierijstad, Vught, Boxmeer en Cuijk) . Doel is

Brede Binnenstad. Voor Oss moet de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de

versterking van het polycentrisch netwerk van de regio. Dit betekent de ontwikkeling

stations opgewaardeerd worden, de barrièrewerking van het spoor beslecht worden

van (nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden

voor fiets- en autoverkeer en moet er een oplossing komen voor goederenvervoer

en HOV-knooppunten. Om dit te kunnen realiseren zijn er verschillende barrières

van en naar de Osse Haven. Dit komt terug in het Masterplan Spoorzone Oss en de

te slechten die de stedelijke ontwikkeling belemmeren. Dit betreft de barrière

Spooragenda Oss dat deel uitmaakt van het regionale mobiliteitspakket.

van infrastructuur (spoorweg, vaarweg of autoweg), geïsoleerde ligging van werklocaties, noodzakelijke transformatie van fabrieks- of bedrijfsruimten,

65

de dorpenstrategie) een regionale aanpak met bijbehorend instrumentarium (planologisch, juridisch en financieel) om maatwerk te kunnen bieden om de leefbaarheid in de kernen te verbeteren en transformatie van bestaande voorraad te versnellen. De werkwijze richt zich op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en maatwerk op het niveau van wet- en regelgeving (tot uitvoeringsniveau (opwaardering publieke ruimte in de kernen). Het kan ook experimenten met welstand, woningsplitsing, eigen bouw en tijdelijkheid betreffen. Het principe “inbreiden voor uitbreiden” staat centraal. Dit principe betekent niet dat bouwen aan de randen van bestaande bebouwing op voorhand niet mogelijk is. Er wordt ontwikkelpotentie BRT/HUBS, versteende openbare ruimte of veiligheidsissues t.a.v. water, gevaarlijke stoffen of geluid/trilling. De maatregelen die nodig zijn om deze barrières te slechten en die een hefboom zijn voor vergroening en kwaliteitsverbetering worden in beeld gebracht. De naoorlogse wijken bieden kansen voor verdichting (met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten). Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Versnelling van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken is belangrijk.

Dat betekent dat samen met de woningbouwcorporaties de revitalisering van de naoorlogse woonwijken meer prioriteit krijgt met als doel deze concurrerend, duurzaam en vitaal te houden. Dit leidt bovendien tot meer differentiatie in het woningaanbod, versterking van de sociaal-economische structuren en een hefboom voor opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit en leefbaarheid (met een kwaliteitsslag in de buitenruimte). Maatwerk in het landelijk gebied Voor toekomstvaste, leefbare en vitale kernen en dorpen is maatwerk en vernieuwing nodig. Hier kunnen kleine ingrepen voor grote veranderingen zorgen. Uitgangspunt is daarom (in combinatie met de Brabantbrede werkwijze voor

66

voorgebouwd op de geleerde lessen uit het Regiodealproject “Leefbaarheid van de dorpen in Noordoost-Brabant” en de aanbevelingen van de Raad voor de Leefomgeving. Samenwerken als 1 overheid De komende periode werken regio, Rijk en provincie samen aan uitvoeringsafspraken die gaan helpen in de duurzame verstedelijking in de stedelijke regio. Richting het BO MIRT 2023 betreft het o.a. concrete afspraken over het regionale multimodale mobiliteitspakket en de schaalsprong in stedelijkheid in ‘s-Hertogenbosch en Oss.

5.3

STEDELIJKE REGIO BREDA-TILBURG (SRBT)

leefbaar te houden. De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-,

Zie voor totale kaart en legenda pagina 20 en 21

natuur- en energiesysteem. Op deze manier zijn we in staat de brede welvaart voor alle inwoners van de regio te verhogen en eerlijk, inclusief over stad en land te verdelen. De verstedelijkingsopgave in de SRBT is daarmee ook een sociaalmaatschappelijke opgave. (Inter-)nationale schakel- en kennispositie De stedelijke regio Breda Tilburg heeft een internationale schakelpositie in het stedelijk Netwerk van Nederland via water (zeehaven), spoor (HSL), weg en buisleidingen. De strategische ligging tussen de zee, de Randstad, Antwerpen, Brainport Eindhoven en Chemelot, belangrijke economische clusters en energievoorzieningen, in combinatie met aantrekkelijke steden en dorpen in een aantrekkelijk en gevarieerd landschap (drie nationale parken) en topleisureattracties als de Efteling en Beekse Bergen, vormen de basis voor de ruimtelijke keuzen van de regio.

De stedelijke regio Breda Tilburg heeft als onderdeel van NOVEX Stedelijk Brabant tot 2040 een opgave van ongeveer 80.000 woningen en ongeveer 70.000 -80.000 extra arbeidsplaatsen. De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. De regio is namelijk relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg - nodig voor innovatie van de economische topsectoren - zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Die verbinding moet zowel qua fysieke infrastructuur (m.n. OV) als qua netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die ondersteunend zijn aan de innovatiekracht van de productielocaties op industrieterreinen en platteland worden versterkt. De stedelijke regio Breda Tilburg zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied, versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen

Naast de geografische schakelpositie onderscheidt de SRBT zich van andere regio’s door een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën. We noemen dit Human Centered Innovation (HCI). In de SRTBT-regio komen ‘alfa’ (gedragswetenschappen, juridisch-ethische vraagstukken, vrijetijdswetenschappen, creatieve industrie, verbeelding) en ‘bèta’ (AI, data, gaming, immersive technology, robotica) bij elkaar en versterken elkaar. Met de Universiteit van Tilburg, BUas, NLDA en de Avans en Fontys Hogescholen als focuspunten, maar ook bij MBO-instellingen als Curio en ROC Tilburg heeft een sterke kennisbasis. Het benutten van die basis en de transitie naar een kennisintensieve, digitale en circulaire economie vraagt om een diversiteit van werkmilieus die meer dan vroeger met elkaar verbonden zijn. Stedelijke innovatiemilieus, fieldlabs, campussen en klassieke bedrijventerreinen moeten in de SRBT met elkaar een innovatie ecosysteem gaan vormen. Het mobiliteitssysteem moet daarop worden afgestemd.

67

Stedelijke interactiemilieus en mobiliteit Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Oosterhout en Waalwijk. Centrumsteden zijn Breda en Tilburg. We zetten in op hoogstedelijke en stedelijke mixmilieus in de spoorzones en binnensteden van Breda en Tilburg. Zo draagt de verstedelijking bij aan de economische kracht van deze regio en het aantrekken van talent. Op deze plaatsen zetten we in op stedelijke klimaatadaptatie en duurzaam verplaatsen (voet, fiets, bus en trein). Daarmee blijft er op regionale schaal ruimte om te verplaatsen per (vracht)auto. De geconstateerde spanning tussen de opgave van wonen in de spoorzones en het gebruik van het spoor voor het vervoer van gevaarlijke stoffen speelt nadrukkelijk ook in SRBT en vraagt om handelingsperspectief. De groeiende mobiliteitsvraag vangen we zo veel mogelijk op door het beter benutten van de huidige systemen en infrastructuur w.o. de stations, door het versterken van de assen Breda-Oosterhout-Gorinchem-Utrecht en TilburgWaalwijk met (nieuwe) HOV/BRT-hubs en door met de verstedelijkingskeuzes bij te dragen aan gedragsverandering en het tegengaan van mobiliteitsarmoede.

Het goederenvervoer versterken we door ontwikkelingen te concentreren rond multimodale plekken, weg, water, spoor en buisleidingen, en door het versterken van havens en het geschikt maken van vaarwegen voor hogere vaarklassen. De kennisclusters (Kennis-as Tilburg en Innovatiekwartier Breda) zijn van belang voor de innovatiekracht van de hele regio. Deze kennisclusters willen we beter verbinden met de economische clusters (zoals Moerdijk, Waalwijk, Amercentrale, Oosterhout, Mar Werkendam, Zundert ) die meer aan de randen van de regio liggen, o.a. door verbetering van de OV-structuur. Ook realiseren we meer gevarieerde en stedelijke woonmilieus rond de stations van Tilburg Reeshof, Gilze-Rijen, Ettenleur, Zevenbergen en Oisterwijk en bij HOV-HUBs in Waalwijk en Oosterhout. Deze stations en dat van Lage Zwaluwe worden omgebouwd tot mobiliteitshubs voor het achterland.

68

Ook de kernen Berkel-Enschot, Goirle, Vlijmen, Bavel, Ulvenhout, Prinsenbeek en Terheijden zijn vanwege hun nabijheid van stations onderdeel van de stedenband. Hier willen we inzetten op intensivering van HOV. Steeds met nadrukkelijke aandacht voor bycicle oriented development. Revitaliseringsopgave naoorlogse wijken De naoorlogse wijken en buurten bieden kansen voor verdichting, met name in stedelijke gebieden op korte afstand van OV-knooppunten, maar in de dorpen elders in de regio. Vergrijzing en huishoudensverdunning heeft negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid. Daarom zetten we in op het versnellen van de woningbouw in combinatie met het verrijken, verduurzamen en vergroenen van de bestaande wijken. Hier is de hefboom in de bestaande voorraad groot. Samen met de woningbouwcorporaties geven we de naoorlogse woonwijken meer prioriteit en gaan we aan de slag om onze buurten aantrekkelijk, duurzaam en vitaal te houden. Dit doen we om het woningaanbod te differentiëren,

de sociaal-economische structuren te versterken en een hefboom te zijn voor

systeemsprong in stedelijkheid en een klimaatadaptieve stad. Blauw-groene

opgaven als klimaatadaptatie, energie, mobiliteit, inclusiviteit en leefbaarheid (met

dooradering tot diep in stad en dorp draagt ook bij aan een gezonde regio. We

een kwaliteitsslag in de buitenruimte).

versterken de relatie tussen het buitengebied en de steden en de dorpen en bouwen op plekken die verantwoord zijn vanuit een duurzaam watersysteem. We

Dorpenstrategieën

zetten in op ruimte voor landschappelijke verbindingen (groene scheggen) als

In de dorpen in het zuiden, het midden en het noorden van de regio zetten we in op

geleding van het bebouwd gebied, groene buffers tussen de dorpen en steden

het opgang brengen van doorstroming in de woningmarkt door het toevoegen van

en de ontwikkeling van stadsregionale landschapsparken tussen, Etten-Leur

woonmilieus in die aansluiten bij veranderende behoefte (met name de groei van

en Breda, Breda – Gilze en Rijen en Oosterhout, Gilze en Rijen en Tilburg en

het aantal één en twee persoonshuishouden) en de leefbaarheid. We onderzoeken

tussen Waalwijk, Drunen en ’s-Hertogenbosch die de steden en dorpen beter

strategieën voor verdichten, transformeren, mixen en kleinschalig uitbreiden met

verbinden met de omliggende natuurgebieden. Deze parken zorgen bovendien

koppelkansen ter versterking van de leefbaarheid en het dorpse karakter .

voor een betere ecologische verbinding tussen de zandgronden ten zuiden van

In de centrumdorpen zetten we in op het in stand houden van de voorzieningen

de stedenband en de kleigebieden ten noorden daarvan. De landbouw zien we

en (nieuwe vormen van) OV bereikbaarheid en/of nieuwe vormen van gedeelde

daarbij als belangrijke drager en beheerder van het landschap, gericht op een

mobiliteit. In de dorpen in het kleigebied vraagt waterveiligheid aandacht in relatie

doorontwikkeling van agrarische gebieden naar natuurinclusieve en duurzame

tot nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de dorpen op het zand zetten we in op

voedselproductielandschappen, grondstoffenproductielandschappen en

verstedelijking in combinatie met het langer vasthouden van water (versterken

natuurlandschappen.

sponsfunctie). Samenwerken als 1 overheid Powerport Moerdijk

We werken als negentien regio-gemeenten en vier waterschappen de komende

De opgave om te komen tot energietransitie heeft grote impact op Moerdijk.

periode samen met Rijk en Provincie aan uitvoeringsafspraken voor duurzame

Het betreft de ontwikkeling van Powerport Moerdijk (o.a. aanlandingspunt voor

verstedelijking in de SRBT. Richting het BO MIRT 2023 werken we o.a.

windenergie van zee op land) in combinatie met de transitie naar een meer

verder aan concrete afspraken met het Rijk over de systeemsprong, over het

circulaire economie (o.a. Deltacorridor). De regio zet met rijk en provincie in op een

regionale multimodale mobiliteitssysteem, over het water-, bodem- natuur- en

gebiedsgerichte aanpak voor de nationale opgave van Powerport Moerdijk, waarbij

energiesysteem en de economische innovatie van de regio. Als BZK-pilot RIA willen

de kansen, opgaven en impact van de energietransitie en grondstoffentransitie

we in 2023 ook de publiek-private samenwerking, (co)financieringstrategieën,

(circulariteit) op de verstedelijkingsstrategie in beeld worden gebracht.

regionale fondsvorming verder onderzoeken en vormgeven.

Landschap, natuur en landbouw in de stedelijke regio SRBT Het investeren in de kwaliteit van het landschap, in combinatie met een klimaatrobuust watersysteem, zien we als belangrijke randvoorwaarde voor de

69

5.4

STEDELIJKE REGIO WEST-BRABANT WEST

Versterken steden Bergen op Zoom en Roosendaal en omliggende middelgrote kernen Uitgangspunt is het versterken van de twee complementaire middelgrote

Zie voor totale kaart en legenda

steden Bergen op Zoom en Roosendaal in samenhang met de omliggende

pagina 20 en 21

middelgrote kernen. De woningbouw wordt ingezet als hefboom voor de opgaven van wijken en dorpen (denk daarbij aan energietransitie, mobiliteitstransitie, klimaatadaptatie, vergroening en sociale opgaven, waaronder het afnemende draagvlak voor voorzieningen en versterking van zwakkere wijken). Het accent voor de woningbouw ligt op het verdichten in de steden. Met verdichting in de spoorzones van Bergen op Zoom en Roosendaal worden nieuwe stedelijke woningtypes en stedelijke interactiemilieus toegevoegd. In Zevenbergen en Oudenbosch wordt de ontwikkelen van meer stedelijke milieus gekoppeld aan de stationslocaties. De realisatie van huisvesting voor internationale werknemers (shortstay en midstay) is belangrijk in het kader van het beter afstemmen van de woningbouw op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Het gaat hierbij zowel om productiemedewerkers als kenniswerkers. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met flexibele bouw- en woonvormen om daarmee een bijdrage te leveren aan de acute woningnood. Woningbouw voor vitale dorpen Woningbouw in de kleinere kernen wordt ingezet om kleinere kernen vitaal te houden. Dat betekent o.a. aandacht voor huisvesting voor internationale

De stedelijke regio West-Brabant-West kent een lagere ruimtedruk dan de

werknemers (shortstay en midstay) en flexibele woningbouw. Het betreft bij

omliggende stedelijke regio’s. Dat biedt meer mogelijkheid dan elders om

voorkeur ontwikkelingen die helpen binnendorpse opgaven aan te pakken.

ruimtevragers een plek te geven. Dat maakt een goede afweging in het kader van

Uitleglocaties voor woningbouw passen we slechts toe, als er binnendorps geen

zorgvuldig ruimtegebruik des te belangrijker. De regio bouwt voort op de kansen die

ruimte of opgave ligt en de woningbouw bijdraagt aan het realiseren van groen-

dat geeft in combinatie met de goede bereikbaarheid, maar dan wel op een manier

blauwe opgaven.

die inspeelt op de opgaven voor de komende decennia op gebied van klimaat,

70

energie, arbeidsmarkt en woon- en leefkwaliteit. De versterking van het karakter

Specialiseren en verduurzamen economische clusters

van West-Brabant West als regio op het snijvlak van “zand”, “klei” en “water” staat

Belangrijk voor deze regio is de specialisatie van de bestaande economische

daarbij centraal

clusters en focus op Human Capital. Dit betekent dat de bestaande

Het spoornetwerk is drager van het totale vervoersnetwerk waar de belangrijke woon- en werklocaties op aangesloten worden. Soms via (bestaande) treinstations of HOV-haltes, soms door mobiliteitshubs of lokaal maatwerk. Er is een belangrijke rol voor de fiets voor verplaatsingen tussen de kernen en naar de werklocaties. Belangrijke gebieden die multimodaal goed ontsloten moeten worden zijn: het regionaal ziekenhuis in Roosendaal, de economische hotspots in Bergen op Zoom, cluster Moerdijk, Aviolanda Woensdrecht in combinatie met de vliegbasis en AFC Nieuw-Prinsenland als ook de toeristische stadjes Klundert, Oudenbosch, Steenbergen, Willemstad, Zevenbergen en de toeristische gebieden op de Brabantse Wal rond Woensdrecht en Rucphen. Landschap West-Brabant-West groeit mee De ontwikkeling van natuur en landschap groeit mee met groei van woningbouw en economie, met het versterken van het omliggende landschappen (o.a. NLDelta landschap, Zuiderwaterlinie, Grenspark Kalmthoutse Heide, Geopark) en het topsectorbedrijfslocaties (Green Chemistry/Logistiek in Moerdijk, Aircraft maintenance in Woensdrecht, Agrifood/ Green Chemistry /Biobased Materials in Bergen op Zoom, Outlet/Leisure in Roosendaal, Agrifood in Steenbergen) verder uitgebouwd worden. Specialisatie in het onderwijs moet nauw aansluiten bij behoeften in het regionale bedrijfsleven.

Deze regio zet in op het stimuleren van de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen en het hergebruik van warmte uit de industrie. Mobiliteitstransitie voor personen en goederenvervoer Uitgangspunt voor deze regio is een mobiliteitstransitie in personen- en goederenvervoer met focus op lopen en fietsen, verblijfskwaliteit, slimme (deel) mobiliteit en openbaar vervoer voor de brede stedelijke regio, inclusief het landelijke gebied en de kleinere kernen.

realiseren nieuwe zones die de verbinding leggen tussen bestaande landschappen en de woon- en werkgebieden voor recreatie, klimaatadaptatie (o.a. goede waterbalans en hittestress voorkomen), natuurversterking (o.a. buffer stikstofdepositie) en natuurinclusieve landbouw. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met interventies in het kader van de stikstofaanpak en de transitie van de landbouw.

Bijlage. Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2; signaleringskaart Water en ambitieladder. Signaleringskaart watersysteem - Om te komen tot een goede afweging van uitleglocaties, kijken we integraal naar de kansen en belemmeringen in een regio. Rijk, Provincie en stedelijke regio’s hebben met elkaar een signaleringskaart water ontwikkeld. De kaart is bedoeld om het gesprek te starten over nieuwe stedelijke ontwikkelingen in relatie tot klimaatrobuust ontwikkelen. Voor de uiteindelijke afweging ten aanzien van klimaatrobuust ontwikkelen zijn de onderliggende kaartlagen belangrijk. Voor ontwerpprincipes op locatieniveau kan geput worden uit de Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ‘ als uitgangspunt. De signaleringskaart brengt de geschiktheid van een gebied voor stedelijke uitleg in relatie tot een klimaatbestendig en waterrobuust systeem op hoofdlijnen in beeld. De kaart is opgebouwd uit drie indicatoren:

ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie hemelwater,

•

Waterveiligheid

circulaire huishoudwatersystemen etc.) waarbij het waterschap een

•

Wateroverlast

adviserende rol heeft vanuit de weging van het waterbelang.

•

Ruimte voor robuust watersysteem.

•

Groen zijn de gebieden die vanuit het watersysteem bekeken, en met

De komende periode lopen er verschillende processen die kunnen bijdragen

klimaatverandering in acht genomen, afweegbaar zijn voor nieuwe stedelijk

aan verfijning van de signaleringskaart (zoals stresstesten van gemeenten

woon-en werkmilieus. Klimaatrisico’s zijn hier relatief beperkt en toekomstige

en waterschappen, een nadere uitwerking principe ‘Water en bodem sturend’

kosten voor klimaatmaatregelen overzichtelijk. Uiteraard vraagt ieder ontwerp

in het kader van het Rijksprogramma/ nadere richtinggevende uitspraken

specifieke ingrepen voor de waterhuishouding en klimaatadaptatie (infiltratie

NPLG, Waterdoelen provincie en waterschappen, Brabant Advies etc). Nieuwe

hemelwater, circulaire huishoudwatersystemen etc.

inzichten of concrete informatie uit deze trajecten verwerken we periodiek in de signaleringskaart

•

Oranje zijn de gebieden die vanuit het watersysteem, en met klimaatverandering in acht genomen, beperkt geschikt zijn voor nieuwe stedelijke woon-en werkmilieus. Elke stedelijke ontwikkeling vraagt een goede integrale afweging

De kaart kent 4 kleuren:

op regionaalniveau: zijn er binnen de regio alternatieve locaties die geschikter

•

Zwart zijn de bestaande steden, dorpen, kernen, bedrijventerreinen. Op deze

zijn? In de oranje gebieden zijn forse investeringen nodig om duurzame

gebieden is de signaleringskaart niet van toepassing. Hier kan inbreiding

verstedelijking technisch mogelijk te maken. Deze meerkosten moeten in

of herontwikkeling aan de orde zijn, dan passen we de ambitieladder voor

een vroeg stadium in kaart worden gebracht want de haalbaarheid van

binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding en de Maatlat Klimaatadaptief

klimaatrobuust- en veilig bouwen in oranje gebied is kostbaar. Om afwentelen

bouwen toe. Iedere binnenstedelijke ontwikkeling vraagt om specifieke

in tijd en ruimte te voorkomen moet het al dan niet stedelijk ontwikkelen van

•

oranje gebied onderdeel zijn van een regiobrede afweging.

en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en

Rood zijn de gebieden die vanuit het bodem- en watersysteem, en met

het tegengaan van hittestress. Om de binnenstedelijke en binnendorpse opgave

klimaatverandering in acht genomen, in principe ongeschikt zijn voor

inzichtelijk te maken stellen we de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse

nieuwe duurzame stedelijke woon-en werkmilieus. Deze gebieden zijn zeer

inbreiding voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen

kwetsbaar, onveilig en/of niet gewenst als uitleglocatie vanuit het streven

voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in

naar een klimaatbestendig en waterrobuust systeem met voldoende

buurten uit verschillende tijdslagen).

ruimte voor water nu en in de toekomst. Deze gebieden zijn grotendeels al beschermd via de provinciale omgevingsverordening (namelijk. de

De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat

reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen

komt voor

(ecologische verbindingszones en beekherstel) en de primaire dijken met hun

groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor

beschermingszones). De Rijkskanalen zijn wettelijk beschermd.

versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa

Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe opgave te

15-20% extra groen en blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.

realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen in stedelijk gebied

Ambitie 0

Ambitie 1

Ambitie 2

Ambitie 3

Ambitie 4

Ambitie 5

- groen/blauw

+ 0-5% groen/blauw

+ 5-15% groen/blauw

+ 15-30% groen/blauw

+ 30-70% groen/blauw

+ >70% groen/blauw

Denk aan: Ruimte voor groen en blauw neemt

Denk aan: Vergroening en verblauwing van

Denk aan: In hele buurt minimaal een vijfde van

Denk aan: In hele buurt transformatie naar groen-

Denk aan: In hele buurt alle daken vergroenen,

Denk aan: Stad te gast in de natuur. ‘Horizontale

af als gevolg van nieuwe

individuele straten,

alle straatverharding

blauwe leefstraten en

inclusief een deel van de

stadsdelen’ komen ten

ontwikkelingen.

gebouwen en tuinen

vergroenen (nieuwe

verspreid over de buurt

gevels en een vijfde van

goede aan groen en

(hier en daar tegels

bomen, watervertragende

individuele vergroening

het straatprofiel.

blauw. Verticaal ruimte

eruit en groen erin).

groenstroken, waterdoorlatende

van tuin en gebouw (groene gevels en daken,

verharding, geveltuinen en

waterdaken, waterpleinen,

groene hagen).

geveltuinen, waterlopen, groenstroken en wadi’s).

voor groene gevels.

Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040 Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant 28 maart 2023

De Stichting Drugsbeleid (opgericht 1996) zet zich in voor een drugsbeleid met minder gezondheidsrisico’s en minder criminaliteit. Het bestuur bestaat uit onafhankelijke deskundigen. In de Raad van Advies hebben oud-ministers en prominente personen uit medische en juridische kring zitting. Website: www.drugsbeleid.nl mr Raimond Dufour, voorzitter;

__________________________________________________________________________________ Aan: Het College van Burgemeester & Wethouders en: De leden van de Gemeenteraad. Dames en Heren, Zoals U maar al te bekend is gaat ons land gebukt onder drugscriminaliteit en drugsgebruik. Gemeenten en haar inwoners worden geconfronteerd met grimmige problemen op het gebied van openbare orde en veiligheid. De enorme illegale bedragen die met productie van en handel in drugs worden verdiend leiden tot ondermijning en corruptie, bedreigingen en aanslagen. Het probleem neemt al zo’n 40 jaar gestaag toe en de politiek komt niet tot een oplossing. Voorstanders van toestaan en voorstanders van repressie staan lijnrecht tegenover elkaar. Het huidige Kabinet zet het cannabis-experiment voort. De resultaten daarvan komen echter pas over enkele jaren. Voor xtc komt een commissie die therapeutisch gebruik gaat onderzoeken. Voor de overige drugs zijn geen plannen. Daarnaast wordt stevig geïnvesteerd in het voorkomen dat jongeren de drugshandel in worden gezogen, en in het bestrijden van zware ondermijnende misdaad. Die laatste bestaat voor een overgroot deel uit drugscriminaliteit. Zoals de voorzitter van het College van Procureurs-Generaal onlangs verklaarde kan bestrijding echter, hoewel nodig, nooit de oplossing zijn. Voor de komende jaren is die dan ook niet in zicht.

Maar het drugsprobleem blijft urgent. Daarom stellen wij een uitweg voor: het organiseren van een nationaal Burgerberaad over het drugsbeleid. Het burgerberaad is een nog relatief nieuw democratisch middel. Het onderscheidt zich op 3 essentiële punten van de gebruikelijke inspraak, referenda en petities. Het eerste is dat het beraad niet wordt samengesteld uit deskundigen of belanghebbenden, maar door middel van loting. Net zoals in het oude Athene waar de democratie is ontstaan! Het tweede is dat de deelnemers zich eerst terdege laten informeren over alle facetten van het probleem en dan pas tot een oordeel komen. Het derde verschil is dat bij een goed georganiseerd beraad de politiek zich vooraf in zekere mate committeert aan de uitkomsten. De vraagstelling zou kunnen luiden: “Is een drugsbeleid mogelijk met minder criminaliteit en minder gezondheidsrisico’s? ”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12783022/1