Lijst ingekomen stukken 25 mei 2023 (mei)
Tekst van het document
Toelichting kaartbeelden In dit document zijn de volgende kaarten opgenomen: •
hiernaast). Deze vormt de samenvatting van de thematische kaarten uit
en de beoogde schaalsprong in het OV-systeem. Hierin worden de uitgangspunten van nabijheid en duurzame mobiliteit vertaald in concrete doelstellingen en maatregelen en worden onder andere de volgende aspecten meegenomen: bereikbaarheid van werklocaties, een sturende parkeeraanpak, een passende OV-exploitatie, mobiliteit voor iedereen, stadslogistiek, herinrichting/herroutering stedelijke hoofdstructuur auto en de relatie met goederennetwerken. Provincie en betrokken gemeenten werken de genoemde mobiliteitspakketten in 2023 verder uit, waarbij het Rijk regelmatig wordt bijgepraat over de vorderingen. Tijdens het BOMIRT van 2023 worden de pakketten geagendeerd. Als in de pakketten onderdelen zitten die betrekking hebben op de nationale infrastructuur, die de financiële draagkracht van de regio’s overstijgen of onderdeel (kunnen) uitmaken van andere afspraken met het Rijk, wordt overleg gevoerd met het Rijk. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie We zetten in op verdichten en verduurzamen van werklocaties via revitalisering en intensivering van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we bestaande werklocaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo de beschikbare ruimte beter te benutten.
We stellen een ontwikkelkader op waarin we op basis van een economische strategiebepaling en een ruimtelijke integrale afweging (inclusief de mogelijkheden voor aansluiting op het energienetwerk) komen tot een integratie van programmering van (nieuwe en bestaande) bedrijfslocaties.
Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes voor heel Brabant (zie pagina hoofdstuk 4.
•
Voor alle vijf de ontwikkelprincipes is in de betreffende paragraaf in hoofdstuk 4 een thematische kaart opgenomen.
•
Voor iedere stedelijke regio is in hoofdstuk 5 een uitsnede uit de integrale kaart van heel Brabant opgenomen. Voor het Stedelijk Gebied Eindhoven is de kaart uit het in het BO-MIRT 2022 vastgestelde verstedelijkingsakkoord opgenomen.
De legenda van kaarten is opgebouwd uit de kernbegrippen die centraal staan in dit document in de vorm van eerste uitvoeringsafspraken. De legenda van de thematische kaarten in hoofdstuk 4 geeft voor iedere legendaeenheid een beknopte beschrijving van de betekenis van de legendaeenheid en gebruikte databron. Bij de integrale kaartbeelden is per legendaeenheid alleen de titel weergegeven. De kaarten in dit document zijn een ruimtelijke weergave van het ontwikkelperspectief, opgebouwd langs de vijf principes, dat in dit document in eerste aanleg neergelegd wordt. Net als de afspraken in dit document betreffen de kaarten een tussenstand met een weergave van ‘waar partijen het over eens zijn’. Zo’n voorbeeld waar partijen het over eens zijn is de globale ligging van de hoogstedelijke transformatiegebieden. Terwijl bijvoorbeeld keuzes voor nieuwe werklocaties nog gemaakt moeten worden, deze zijn dus ook niet ingetekend. In de verdere uitwerking worden de hoofdkeuzes verder ingevuld en ruimtelijk bepaald. Daarmee zullen ook de kaarten zich verder vullen en specifieker worden over welke interventies waar gepleegd worden. De meeste procesafspraken uit dit document zijn bijvoorbeeld nog niet op kaart geland. Daartoe moet dan eerst het proces doorlopen zijn en komt het inhoudelijk resultaat van de afweging t.z.t. op kaart.
19
KAART. Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes
Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen
Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp
Transformatie naar hoogstedelijk milieu
(hoog)stedelijke mobiliteitstransitie
Transformatie naar stedelijk milieu
Hoogwaardig Openbaar Vervoer en/of Bus Rapid Transit
Versterken van de centrumdorpen
Frequentie spoor groeit mee met verstedelijking
Inzet op duurzame leefbaarheid van de kernen
Ontwikkeling snelfietspadennetwerk
Revitalisering van naoorlogse wijken
Opwaardering/verbetering stations
Afmaken uitleglocaties
Afmaken verbetering bestaande hoofd- en regionaal autowegennet Ontwikkeling/ verbetering internationale verbindingen
Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking Te versterken groene buffer tussen de steden
Bedrijven met bijzondere knoopwaarde doorontwikkelen
Te ontwikkelen landschapsparken
Reeds geprogrammeerde regionale bedrijventerreinen
Te ontwikkelen groene scheggen
Bestaande werklocaties
Natuurnetwerk Brabant
20
Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwarde voor circulaire economie
21
4.
AFSPRAKEN PER ONTWIKKELPRINCIPE
Om ruimte te bieden aan de integrale aanpak van woningbouw, ruimte voor
uitleg van steden en dorpen (zie bijlage).
economie, groen/blauw, mobiliteit, duurzaamheid, klimaat en energie hebben
Op basis van de indicatoren uit de ‘Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040’
Rijk, provincie en gemeenten samen een verstedelijkingsstrategie voor Stedelijk
(wateroverlast, waterveiligheid en ruimte voor en robuust watersysteem) is een
Brabant opgesteld die vertaald is in een integraal ontwikkelperspectief. Per
signaleringskaart voor het watersysteem opgesteld. Deze signaleringskaart heeft
ontwikkelprincipe lichten we toe wat de belangrijkste afspraken zijn die we met
een signalerende werking voor de geschiktheid van gebieden voor stedelijke
elkaar willen maken in het kader van dit ontwikkelperspectief.
uitleg. De wijze waarop de signaleringskaart is opgebouwd wordt toegelicht in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040. De signaleringskaart vervangt uitdrukkelijk
4.1
BODEM EN WATERSYSTEEM ALS BASIS VOOR DE VERSTEDELIJKING
niet de integrale afweging die nodig is om te komen tot goede locatiekeuzes. Het is een bouwsteen voor die integrale afweging. Voor de signaleringskaart met
Het eerste principe ‘Water en bodem sturend’ is het vertrekpunt. Voor een robuuste
betrekking tot de bodem spelen andere indicatoren dan voor het water een rol. Het
en klimaatadaptieve inrichting van Brabant is het belangrijk om de water- en
gaat daarbij onder meer over indicatoren als bodemdaling, breuklijnen, aardkundige
bodemstructuur goed mee te nemen in de afweging van nieuwe ontwikkelingen.
waarden en archeologie. De signaleringskaart voor een duurzaam watersysteem
Daarom zetten we de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar
bij uitleg en het hanteren van de ambitieladder bij stedelijke inbreiding levert een
klimaatbestendige en waterrobuuste verstedelijking. Dat betekent een andere
goede bijdrage aan het principe water sturend voor ruimtelijke ontwikkeling zoals
manier van werken en goede afspraken over hoe we invulling geven aan een
beschreven in de ‘Ruimtelijk Ordeningsbrief van de minister van V.R.O. van 17 mei
klimaatbestendige en waterrobuuste verstedelijking en daarmee water en bodem
2022 aan de Tweede Kamer.
sturend maken. Dat betekent dat we streven naar verstedelijking die netto bijdraagt aan de aanvulling van de grondwatervoorraad vanuit het principe de ‘Stad als
Het ontwerpprincipe ‘water en bodemsysteem als basis voor de verstedelijking’
spons’. Dit kan door het afkoppelen van hemelwater, het verminderen van de
omvat meer dan het vinden van een klimaatrobuuste locatie. Het gaat ook over
bestaande verharding, via circulair en verminderen van het watergebruik. Dit is ook
klimaat robuust bouwen aan de hand van bouwcriteria en ontwerpprincipes. Ook
de inzet van de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en
daarvoor maken we afspraken in navolging van en in aanvulling op de landelijke
de ambitieladder voor binnenstedelijke en dorpse inbreiding (zie bijlage). Hiermee
afspraken die daarvoor in ontwikkeling zijn zoals de ‘Landelijke maatlat Groene
sluiten we aan bij de ‘Ruimtelijke Ordeningsbrief’ van 17 mei 2022 waarin de
klimaatadaptieve gebouwde
herwaardering van het nationaal ruimtelijk beleid met betrekking tot het sturend zijn
Omgeving’.
van water en bodem voor alle ruimtelijke plannen is geagendeerd. Klimaatrobuust verstedelijken willen we op de volgende manier handen en voeten geven:
Signaleringskaart watersysteem
•
Het hanteren van de ambitieladder in combinatie met de Landelijke maatlat
De signaleringskaart watersysteem heeft een signalerende functie: de kaart helpt in
voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving bij stedelijke
het gesprek over de geschiktheid van uitleglocaties voor wonen en werken in relatie
verdichting (zie 3.2 en bijlage)
tot een duurzaam watersysteem. Het is geen toets- of verordeningskaart. Het
Het hanteren van een signaleringskaart voor het water- en bodemsysteem bij
brengt de mogelijke geschiktheid van een gebied voor verstedelijking in beeld. Met
•
22
INSPIRATIE. Nieuwe haven draagt bij aan stedelijke kwaliteit (Nieuwe Mark, Breda) Nadat eind jaren ‘1930 rivier de Mark binnen de singels gedempt was, had de
Sinds 2007 is de haven weer open. Ze vormt weer een belangrijke identiteitsdrager
Bredase haven geen doorstroming meer. De haven werd een bron van stankoverlast
in de binnenstad. Met een kade waar boten kunnen aanmeren, daarboven bomen,
en een onderwaterstort voor heel wat fietsen en bedden. Demping van de haven in
horeca met terrassen. Onder de naam Nieuwe Mark wordt de haven de komende tijd
1965 paste in de filosofie van de jaren zestig die er van uitging dat autoverkeer de
uitgebreid richting de zuidelijke singels.
binnenstad vlot moest kunnen binnendringen. Bovengronds vormde de gedempte haven een brede autoweg; ondergronds bevond zich de eerste ondergrondse parkeergarage van Nederland. 2000
2020
23
de signaleringskaart in de hand wordt sneller duidelijk wat mogelijke risicofactoren vanuit het watersysteem zijn waar mee rekening gehouden moet worden. Zo kan vertraging in de planvorming worden voorkomen. In de bijlage wordt de signaleringskaart en de wijze waarop die gebruikt kan worden toegelicht.
Eerste uitvoeringsafspraken Gemeenten, provincie en waterschappen gebruiken het instrument signaleringskaart bij de afweging van uitleglocaties voor wonen en werken van steden en dorpen. De kaart signaleert de mogelijkheden, belemmering/grenzen en ontwerpopgaven op locatieniveau van een stedelijke ontwikkeling in relatie tot waterveiligheid, wateroverlast en ruimte voor een robuust watersysteem. Hierbij worden ook de financiële consequenties in beeld gebracht. Het gebruik van de signaleringskaart verankeren deze partijen in hun eigen planologisch instrumentarium. 1.
Eerste botsproeven met het gebruik de signaleringskaart laten zien dat
kaart geschikt is om gesprek over het toepassen van het principe ‘water en bodem als basis voor verstedelijking ‘als onderdeel van de integrale afweging te starten. De komende periode wordt de relatie van de signaleringskaart met de onderliggende kaartlagen nog verduidelijkt door waterschappen, gemeenten en provincie. 2.
Met de huidige versnelling in klimaatverandering (zeespiegelstijging &
weersextremen) moet de planvorming hoog adaptief blijven. De provincie houdt daarom, in samenspraak met de waterschappen en de stedelijke regio’s, de signaleringskaart actueel en actualiseren de kaart elke twee jaar. 3.
Waterschappen, provincie en stedelijke regio onderzoeken waar in de
stedelijke regio de grootste risicogebieden liggen, nu en over 50 jaar, en maken afspraken over het ruimtegebruik op deze plekken. Dit kan gaan over actieve (her)
24
inrichting of reservering voor waterberging). De resultaten hiervan worden, waar
•
relevant, meegenomen bij de actualisatie van de signaleringskaart.
Het Rijk doet via de praktijktoepassingen van gemeenten, waterschappen en provincie ervaringen op met de toepassing van de maatlat en brengt zo in beeld hoe toepassing door medeoverheden en bouwende partijen verder verbeterd
4.
Waterschappen, provincie en stedelijke regio onderzoeken waar in de
stedelijke regio de grootste kansen liggen om water in de stedelijke regio langer vast te houden (vergroten sponswerking).
kan worden. •
Het Rijk betrekt de gemeenten, waterschappen en de provincie bij de volgende trajecten: •
5.
De provincie brengt in 2023 samen met de bodem-bevoegde gezagen
(o.m. waterschappen, gemeenten) de randvoorwaarden die bodem en ondergrond
klimaatadaptief bouwen en inrichten minder vrijblijvend te maken; •
stellen aan de verstedelijkingsopgave in beeld en vertaalt dit samen met betrokken partijen naar een hanteerbare en eenduidige signaleringskaart voor het bodemsysteem voor stedelijke ontwikkelingen.
de verkenning om de juridische borging van de maatlat om de financiële verkenning om de kosten en baten van een brede toepassing van de maatlat en de verdeling ervan op een rij te zetten;
•
het onderzoek hoe de maatlat gebruikt kan worden bij het klimaatbestendig maken van de bestaande gebouwde omgeving;
Zodra deze trajecten zijn afgerond, vertalen de gemeenten, waterschappen en 6.
Gemeenten hanteren de ambitieladder binnenstedelijke en dorpse
inbreiding bij stedelijke ontwikkelingen (zie bijlage). Met de vaststelling van de
provincie de uitkomsten hiervan door in de herijking van de uitvoeringsafspraken voor NOVEX gebied Stedelijk Brabant en in de ambitieladder groen blauw.
Landelijke maatlat (voorjaar 2023) komen er concretere inrichtingsdoelen en – eisen voor inbreiding. Op basis van deze maatlat zorgen we, indien nodig, voor een
(*) Kamerbrief aanbieding provinciaal startpakket fysieke leefomgeving | Kamerstuk |
doorontwikkeling van de ambitieladder.
Rijksoverheid.nl. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/12/12/ kamerbrief-aanbieding-provinciaal-startpakket-fysieke-leefomgeving
7.
Vooruitlopend op de juridische borging van de Landelijk maatlat voor een
groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, passen gemeenten, provincie en waterschappen samen met bouwende partijen de landelijke maatlat al zoveel mogelijk toe. Dit is ook opgenomen in de brief Water en Bodem Sturend en in de aanbiedingsbrief provinciaal startpakket fysieke leefomgeving (*). Het Rijk is met de medeoverheden en de bouwsector in gesprek over het maken van bestuurlijke afspraken. De Landelijke maatlat geeft aan hoe er klimaatbestendig ingericht en gebouwd kan worden - het richtinggevend kader geeft antwoord op de vraag waar het beste gebouwd kan worden.
25
KAART. Watersysteem als basis voor de verstedelijking
We hanteren een signaleringskaart voor het watersysteem bij uitleg van steden en dorpen. Deze signaleringskaart heeft een signalerende werking voor de geschiktheid van gebieden voor stedelijke uitleg.
•
•
26
GROEN. Vanuit watersysteem afweegbaar voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score matig kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) • Indicator 2b. Grondwateroverlast (score zeer geschikt en matig geschikt) ORANJE. Beperkte geschiktheid vanuit watersysteem voor verstedelijking • Op basis van score in 1 of meerdere van de volgende indicatoren • Indicator 1a. Waterveiligheid extreem kleine kans (score kwetsbaar en zeer kwetsbaar) • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score kwetsbaar) • Indicator 2a. Grondwateroverlast (score minder geschikt) • Indicator 2b. Grondwaterstand (score minder geschikt)
•
ROOD. Niet geschikt voor verstedelijking vanuit het watersysteem • Op basis van score in 1 of meerde van de volgende indicatoren. Via de provinciale omgevingsverordening zijn nu al wettelijk beschermd: de reserveringsgebieden waterberging, de waterbergingsgebieden, de beekdalen (ecologische verbindingszones en beekherstel), de primaire dijken met hun beschermingszones en de Rijkskanalen. • Indicator 1b. Waterveiligheid middelgrote kans (score zeer kwetsbaar) • Indicator Ruimte voor robuust watersysteem (opgebouwd uit waterbergings- en waterreserveringsgebieden, beekdalen, dijktrajecten, rijkswateren en wijstgronden)
•
Bestaand stedelijk gebied • Op basis van satellietkaart (in ontwikkeling)
27
4.2.
LANDSCHAP EN NATUUR GROEIEN MEE MET VERSTEDELIJKING
De verstedelijkingsopgave benutten we voor de verbetering van de leefomgeving en de leefbaarheid in Brabant door het groen in en om de steden en dorpen mee te laten groeien. Nabij en in het stedelijk gebied wordt actief landschap en natuur ontwikkeld als integraal onderdeel van het intensievere gebruik en de groei van het stedelijk gebied voor wonen en werken. Hierbij wordt ingezet op het toevoegen van groen/blauw voor het vergroten van de kwaliteit van de stad (klimaat, biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid, vestigingsklimaat) en aanpakken van wateroverlast, hittestress, ecologie, stikstof in het stedelijk gebied. Dit speelt op meerdere niveaus die met elkaar in verbinding staan; van de relatie
Ambitie vraagt aandacht op 3 schaalniveaus
tussen landschap en verstedelijking op het hoogste niveau, tot interventies die de steden en dorpen beter verbinden met het omliggende landschap en natuurgebieden tot vergroening op buurt en straatniveau. Dit betekent dat we het in en rond de steden niet als contramal van de verstedelijking zien, maar als onderdeel van een integrale ontwikkeling, en dat plannen voor verstedelijking altijd inclusief de groenontwikkeling zijn. Op het schaalniveau van Brabant gaat het om de ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk dat zorgt voor de groene geleding tussen de stedelijke gebieden van de Brabantse stedenrij, een betere verbinding met de grote samenhangende natuurgebieden en landschappen van Brabant zoals het Van Gogh Nationaal Park, de Biesbosch, het Maasheggenlandschap (UNESCO), het Krekenlandschap in het zeekleigebied en het rivierenlandschap rond de Maas en het beschermen van belangrijke groene gebieden met cultuurhistorische, landschappelijke of landbouwkundige waarden en potenties. Binnen dat landschappelijk raamwerk benoemen we gebieden waar we gezien de verstedelijkingsopgave de kwaliteit van natuur en landschap verder willen ontwikkelen en de verbinding tussen stad/dorp en landschap willen verbeteren. Dit
28
zijn de (stadsregionale) landschapsparken en de groene scheggen die doorlopen tot in de stad. Hier zetten we in op de ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige landschappen die de schakel vormen tussen stad en natuurgebieden. De opgaven in deze gebieden zijn landschappelijke herontwikkeling, een duurzaam perspectief voor de landbouw, het slechten van barrières van bijvoorbeeld infrastructuur of bebouwing, het samenvoegen van snippergroen en het doortrekken van waterlopen, ecologische en/of recreatieve verbindingen. Ook betrekken we de opgave om te komen tot meer bos in Brabant (de bossenstrategie), bij de deze opgaven. Afspraken zijn gericht op definitie, programmering, planvorming en een financieringsstrategie om de komende jaren stapsgewijs tot daadwerkelijke realisatie te komen.
aanpak van het landelijk gebied op elkaar af te stemmen. Op het schaalniveau van wijken en buurten wordt meer groen en blauw toegevoegd bij transformaties en herstructurering. Hiertoe wordt het instrument van de Ambitieladder ingezet. Afspraken zijn gericht op toepassing, doorontwikkeling en verankering van de Ambitieladder binnenstedelijk groenblauw, de verbinding met de systematiek van de signaleringskaart en de ontwikkeling van een financieringsstrategie. Bij de doorontwikkeling van de Ambitieladder wordt gebruik gemaakt van de uitkomsten van de Verkenning Gezonde verstedelijking van Het PON & Telos in opdracht van BrabantStad.
3.
Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten gaan samen met natuur-
en landschapsbeheerders en ZLTO een verkennend onderzoek uitvoeren om de landschapsparken tot stand te brengen. Hierbij stemmen zij af met relevante strategie en planvorming in het landelijk gebied waaronder de stikstofaanpak, provinciale bossenstrategie en wateropgave, zodanig dat groen/blauwe structuren doorlopen in de steden, dorpen en kernen. 4.
De stedelijke regio’s stellen samen met de provincie en waterschappen een
aanpak op voor de groen/blauw ontwikkeling van de betreffende regio. Die bestaat uit:
Eerste uitvoeringsafspraken 1.
•
met het landelijk gebied als input voor locatiekeuzes en uitwerking van de
Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s spreken af om
ontwikkeling van landschap en natuur gelijk op te laten lopen met verstedelijking. Bij het maken van de ruimtelijke plannen voor ontwikkeling van wonen en werken
ontwikkelperspectieven voor de stedelijke regio’s. •
schaalniveaus. Dit betekent de ontwikkeling van een robuust landschappelijk raamwerk op het schaalniveau van Brabant en uitwerking daarvan in de ontwikkelperspectieven voor de stedelijke regio’s. Belangrijk onderdeel daarvan is
biodiversiteit en gezonde groene leefomgeving. •
Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s constateren dat
de versterking van groene en blauwe kwaliteiten van Brabant (het zand/ beekdalenlandschap en het zeekleilandschap en rivierkleilandschap) noodzakelijk is voor verdere verstedelijking. In het kader van de aanpak van het landelijk gebied onderzoeken de Provincie en stedelijke regio’s wat er op het schaalniveau van Stedelijk Brabant nodig is voor versterking van groene en blauwe kwaliteiten van het zand/beekdalenlandschap en het zeekleilandschap en rivierkleilandschap. Vanuit verstedelijking zal een koppeling gelegd worden met het NPLG/BPLG en de provinciale bossenstrategie om de uitwerking van het ontwikkelperspectief en de
Projecten die nodig zijn om bestaande gebieden en verbindingen te versterken en nieuwe gebieden en verbindingen te realiseren.
•
Een fasering en prioritering van deze projecten. Om de prioritering te onderbouwen wordt een data-gedreven aanpak ontwikkeld en vervolgens
een goede aansluiting op het stedelijk groene netwerk. 2.
eisen ten aanzien van klimaatadaptatie, mede aan de hand van de Landelijke maatlat voor een groene en klimaatadaptieve gebouwde omgeving, versterking
– zowel verdichting als nieuwe locaties – zal parallel en integraal worden gewerkt aan het concretiseren van de uitwerking van de groen/blauwe principes op alle
Een systeemanalyse op landschap en ecologie in de stad en in verbinding
toegepast. •
Een financieringsstrategie (incl verkenning mogelijkheden voor verevening).
Als onderdeel van de financieringsstrategie verkennen de provincie en het Rijk (LNV, BZK) hoe zij middelen voor landschapsontwikkeling, natuur, klimaatadaptiviteit en stikstof gebundeld in kunnen zetten voor de groene stad-land verbindingen, gekoppeld aan de voortgang van de stedelijke ontwikkeling op het gebied van wonen en werken. In Beleidskader Natuur en de bijbehorende Uitvoeringsagenda geeft de provincie aan welke mogelijkheden en verwachtingen er zijn over bijdragen
29
INSPIRATIE. Inspiratie voor beleefbaar groen en blauw in en nabij stad en dorp
30
Stads-Aa (Helmond) Terugbrengen van het water in Helmond centrum - Burgemeester Geukerspark.
Philips fruittuin (Eindhoven) Boomgaard, pannenkoekenhuis, bijeenkomsthuis en landwinkel - in Brainport Park.
Waterplein (Oudenbosch) Oud basketbalplein omgevormd tot klimaatadaptief waterplein. Combinatie van waterberging met groen, spelen en ontmoeten.
Park Overbos (Breda) Groene verbinding over de A16 bij Prinsenbeek.
Tiny Forests (’s-Hertogenbosch) Inheems bos midden in de stad, ter grootte van tennisbaan. Voor natuureducatie, luchtzuivering, wateropvang en verkoeling.
Groene Corridor (Oirschot-Eindhoven) Groene verbinding tussen de centra van Eindhoven, Oirschot en Het Groene Woud
Beekherstel (Oude Strijper Aa) Meanderende beek houdt meer water vast en fungeert als buffer. Voor drogere en nattere periodes.
Genneper Hoeve (Eindhoven) Biologisch-dynamische landbouw in Genneperk Parken.
Ecologische verbindingszone (Ekkersrijt) Ecologische verbindingszone van de beek Ekkersrijt op Brainport Industries Campus.
Speelpark Zilvermeeuw (Fijnaart) Wadi als speelelement. Aanpak wateroverlast gecombineerd met verbetering speelplek.
Vergroening Flight Forum (Eindhoven) Verwijderen van verharding om (commercieel) meer aantrekkelijke en koelere werkomgeving te creëren.
Stadsbos013 (Tilburg) Natuurgebied aan de rand van Tilburg, op fietsafstand van het centrum.
aan de opgaven van burgers, bedrijven en andere partijen (niet-overheden) aan
•
groen in de directe leefomgeving. 5. •
het versterken van het groen in en om de stad ondersteunt en het verkennen van de mogelijkheden hiertoe (naar verwachting eind 2023
Biodiversiteit stedelijk gebied: a.
In 2023 heeft de provincie verder verkend op welke wijze de
verstedelijkingsopgave zowel binnen- als buitenstedelijk samen kan gaan met
gereed). •
b.
soortenmanagementplannen (SMP’s). •
c.
In 2023 heeft de provincie een subsidieregeling opengesteld op het gebied
van soortenbescherming. Provincie Noord-Brabant heeft de acties uit pijler 3 van het Beleidskader Natuur uitgevoerd gericht op het verder vergroenen van de directe leefomgeving en het versterken van de beweging van vergroening (doelen pijler 3 Beleidskader Natuur). 6.
Groen in de directe leefomgeving: in 2024 is het Actieplan Vergroening
opgeleverd in samenwerking met de partners van de provincie. In 2027 zijn de provinciale activiteiten uit het Actieplan Vergroening uitgevoerd. 7.
verkenning van de Nationale Aanpak Klimaatadaptieve Gebouwde
In 2023 is op het gebied van soortenbescherming binnen de bebouwde
kom een gebiedsgerichte aanpak doorontwikkeld: in het bijzonder
het in beeld brengen van de financiële consequen¬ties van een grotere inzet op groen in en om de stad in afstemming met de financiële
een noodzakelijke impuls voor groenblauwe versterking. •
het formuleren van een juridisch kader dat een goede inzet op
Omgeving; •
het overleg met de EU over het EU-voorstel voor een EU-verordening Natuurherstel.
•
het nader informeren van de Tweede Kamer in oktober 2023 over de stand van zaken van de ontwikkeling samen met betrokken partijen van de inhoudelijke en juridische kaders voor een grotere inzet op groen in en om de stad en van de andere acties die in dit verband worden opgepakt.
Zodra deze trajecten zijn afgerond, vertalen de gemeenten, waterschappen en provincie de uitkomsten hiervan in de herijking van de uitvoeringsafspraken voor NOVEX gebied Stedelijk Brabant.
Rijk (LNV, BZK), provincie en gemeenten spreken af om binnen het
bestaand bebouwd gebied de doelstellingen voor groenblauw te expliciteren en realisatiekracht te vergroten. Provincie en gemeenten bekijken hoe programma’s en instrumenten binnen de gebiedsontwikkelingen gestroomlijnd kunnen worden en planningen en budgetten zo slim mogelijk te bundelen en in de uitvoering werk met werk te maken. Hierbij worden ook de uitkomsten van de PBL-studie naar een set criteria voor groen in en om de stad meegenomen. 8.
Het Rijk betrekt de gemeenten, waterschappen en de provincie bij de
volgende trajecten: •
het opstellen van een Handreiking Groen in en om de stad (naar verwachting eind 2023 gereed).
31
KAART. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking
32
•
Ruimte maken voor groen in de stad • Op de transformatieplekken richting stedelijk en hoogstedelijk ligt een vergroeningsopgave in het kader van wateroverlast en hittestress
•
Te ontwikkelen landschapsparken • Ontwikkeling van kwalitatief hoogwaardige landschappen als schakel tussen stad en natuurgebieden door landschapsverbtering, duurzaam perspectief voor landbouw, het slechten van barrières van infrastructuur of bebouwing, verbeteren groene dooradering.
•
Te ontwikkelen groene scheggen • Groenblauwe dooradering voor mens, plant en dier tot in de haarvaten van het stedelijk systeem (mede op basis van ‘De casussen van BrabantStad – het volgende landschap’).
•
Te versterken groene buffer tussen de steden • Verbinden van landschappen tussen de stedelijke gebieden om zo aaneengroeien van stedelijk gebied te voorkomen en groen uitloopgebied te behouden.
•
Ontwikkelen icoonprojecten (in kader ambitie proeftuin groenblauwe verstedelijking Van Gogh Nationaal Park) • Projecten: Nieuwe Mark Breda, Verbinding drie groene wiggen Eindhoven, Stads-Aa Helmond, Zuid-Willemspark ’s-Hertogenbosch, vergroening centrum Tilburg en vergroening Veghel Natura 2000 gebieden
Natuur Netwerk Brabant
33
4.3
NIEUWE WONINGEN VERSTERKEN BESTAANDE STEDEN EN DORPEN
mobiliteitstransitie (zie ook 4.4. mobiliteitsstransitie maatwerk voor stad en dorp).
De grote woningbouwopgave zetten we in om de kwaliteit van de steden en
Stedelijke zones (o.a. spoorzones, binnensteden, leer-, werkomgevingen) waar nu
dorpen van Brabant te versterken en de bestaande verouderde woningvoorraad
nog weinig gewoond wordt, worden leuker en aantrekkelijker door het toevoegen
te vernieuwen en te verduurzamen. Dat betekent bouwen waar de mensen zijn,
van woningen en het meer mengen van functies. Het mengen van functies
het werk is, waar de voorzieningen in stand gehouden moeten worden en waar
reduceert mobiliteit en daarmee neemt de druk op alle mobiliteitsnetwerken af.
het bijdraagt aan mobiliteitstransitie en het aantrekkelijker en klimaatbestendiger
Om de bijbehorende stedelijke nabijheid en voedingsbodem voor een hoogstedelijk
maken van de openbare ruimten van onze steden en dorpen. Het is belangrijk
gemengd milieu te creëren, vraagt dit om grote aantallen woningen per stad (tot
om nieuwbouw zo veel mogelijk in te zetten voor de sterk veranderende
2040 20.000 tot 40.000 per stad), stedelijke woonvormen, om het mengen van
bevolkingssamenstelling: we hebben andere en nieuwe woonvormen nodig voor de
stedelijk functies en het herinrichten van de openbare ruimte: meer ruimte voor
sterk vergrijzende bevolking, een- en twee persoonshuishoudens en de opvang van
stedelijk groen, voetganger, fiets en OV, minder ruimte voor de auto.
Verdichten is een drijfveer om te vergroenen en te verduurzamen in de steden.
migranten. Dat vraagt om een andere manier van bouwen en om nieuwe ruimtelijke concepten.
Transformatie naar stedelijk milieu
De strategie is er op gericht om de passende woningen te bouwen op de plekken
In de middelgrote steden is er de kans om een schaalsprong te maken
waar het de meeste meerwaarde oplevert en de dorpen en steden van Brabant
naar een stedelijk milieu en daarmee draagvlak te bieden voor een stedelijk
versterkt.
voorzieningenaanbod en een sterke OV-knoop (treinstation of HOV-knooppunt).
Er is Brabantbreed binnen de bestaande steden en dorpen voldoende ruimte
Ook dit vraagt om een substantiële toevoeging van woningen (2.000 tot 10.000
om meer woningen toe te voegen. De afspraken zijn erop gericht om vanuit het
per stad) in hogere dichtheden en om de realisatie van een gevarieerder
generieke ontwerpprincipe ‘nieuwe woningen versterken bestaande steden en
woningbouwaanbod (het toevoegen van woningen voor een- en twee
dorpen’ tot een concrete en uitvoeringsgerichte aanpak te komen. Deze aanpak
persoonhuishoudens). De grootschalige werkgebieden van de middelgrote steden
richt zich op de grote spoorzone-ontwikkelingen, centrumgebieden en HOV-
willen we beter verbinden met de andere stadsdelen, zodat er interessante nieuwe
knopen van steden en dorpen, nieuwe stedelijke interactie milieus voor wonen,
stedelijke interactie-milieus ontstaan en het draagvlak van de voorzieningen en de
werken en voorzieningen en organische transformaties in naoorlogse wijken en
OV-knoop wordt versterkt.
de dorpen. De inventarisatie die in het kader van de woondeals door de stedelijke regio’s wordt gedaan op het gebied van transformatiemogelijkheden tot 2030
Versterken centrum dorpen
betrekken we hierbij.
Brabant kent een sterrenhemel aan dorpen. Niet in alle kernen zijn alle voorzieningen te handhaven. Voor de leefbaarheid van het landelijk gebied en de
34
Transformatie naar hoogstedelijk milieu
dorpen is het belangrijk om te kiezen voor centrumdorpen zodat er altijd, op korte
In Breda, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven liggen kansen voor een
afstand voldoende voorzieningen aanwezig zijn. In de centrumdorpen zetten we
hoogstedelijk woon-, werk- en leefmilieu en de stap naar een hoog-stedelijke
de woningbouwopgave in als hefboom voor het versterken van het draagvlak
•
Om alle meekoppelkansen te verzilveren zouden ongeveer twee keer zoveel woningen gerealiseerd moeten worden als de prognose tot 2040 als behoefte aangeeft.
•
De vraag is daarmee niet ‘waar laten we de woningen?’ maar ‘waar zetten we ze met voorrang in?’.
35
van de voorzieningen, de leefbaarheid van die dorpen en de veranderende
Revitalisering naoorlogse wijken
bevolkingssamenstelling. Ook de dorpen hebben te maken met een sterke
Het grootste gedeelte van de woningvoorraad (ca 90 %) is in de periode na
vergrijzing, voorzieningen die onder druk staan en met arbeidsmigratie. Het is
de oorlog (periode 1950-1990) gebouwd. De kwaliteit van deze wijken is dus
belangrijk om de nieuwbouw zoveel als mogelijk in het hart van de kern in te
essentieel om in zijn totaliteit in 2040 een passende en kwalitatief goede voorraad
zetten, aantrekkelijk voor de eigen (vergrijzende) bevolking, betaalbaar en compact,
te hebben. Deze wijken zijn in de loop der jaren weinig mee veranderd met groei
ook voor de jongeren en arbeidsmigranten in het dorpen. Het vasthouden van
en veranderende woonwensen. In deze wijken moet flink geïnvesteerd worden om
jongeren en het bouwen voor arbeidsmigranten draagt bij aan de vitaliteit en is
vitaal, duurzaam en passend bij de toekomstige demografie te blijven.
goed voor het ondernemersklimaat. Daarnaast is het belangrijk om te investeren
Het inwoneraantal van deze wijken is in de loop der decennia sterk afgenomen
in de verblijfskwaliteit van de dorpen. Dit vraagt om een dorpenstrategie:
(gezinsverdunning), waardoor het draagvlak voor de voorzieningen en het beheer
gebiedsgerichte integrale aanpak om de kwaliteit van de dorpen te versterken.
van de openbare ruime onder druk is komen te staan. In deze wijken liggen grote
Een ontwikkelprogramma waarin gemeenten de kansen voor woningbouw in
opgaven en kansen om te komen tot een gevarieerder woonmilieu, klimaatadaptatie
het bestaand stedelijk gebied van de dorpen in beeld brengen met aandacht
en energietransitie. De opgave is om de naoorlogse wijken (niet alleen in de steden,
voor de lokale identiteit in relatie tot versterking van de voorzieningenstructuur
maar ook in de dorpen) een nieuwe ontwikkeldynamiek te geven met behulp van
en ondernemersklimaat, het verblijfsklimaat, een mobiliteitsstrategie en de
verdichting, transformatie en revitalisering. Hier liggen kansen voor het realiseren
energietransitie en klimaatbestendig maken van de dorpen.
van een groot aantal woningen in groenstedelijke/dorps milieus op korte afstand van voorzieningen en OV (max ca 90.000 woningen in heel Brabant).
Inzetten op duurzame leefbaarheid kernen Brabant kent een groot aantal kleinere kernen met een aantrekkelijk landelijk
Versnellen woningbouw
en groen woonmilieu, maar vaak met een beperkt aanbod aan dagelijkse
Op korte termijn is het belangrijk de woningbouw te versnellen en daarmee
voorzieningen. Kenmerkend voor deze kernen is veelal een grote onderlinge
het woningtekort te verminderen. Brabant heeft voldoende planaanbod voor
verbondenheid (veel bewoners-initiatieven gericht op vergroten leefbaarheid en
woningbouw in de komende 5-10 jaar. Voor het inlopen van de woningtekorten
zorg voor elkaar), maar er kan ook sprake zijn van vereenzaming, bijvoorbeeld bij
is het dus zaak om bestaande plannen daadwerkelijk en snel(ler) tot uitvoering te
het vergrijzende deel van de inwoners. Een goede en veilige (fiets) bereikbaarheid
brengen. Voor elke stedelijke regio hebben gemeenten, provincie en rijk afspraken
van de voorzieningen in het naburige centrumdorpen of stad is belangrijk, evenals
gemaakt over de minimale woningbouwprogrammering en wat er nodig is om de
alternatieven voor OV (maatwerk, deelmobiliteit en gedeelde mobiliteit) en het
woningen te realiseren (ondertekening woondeals 9 maart 2023). In het kader van
behoud en versterken van de identiteit van groen en landelijk woonmilieu. De
dit ontwikkelperspectief maken we afspraken over de wijze waarop de woningbouw
woningbouwopgave in deze kernen willen we inzetten voor kwaliteitsverbetering
kan bijdragen aan de bestaande steden en dorpen. We brengen in kaart welke
van het dorp, meer betaalbare woningen voor starters en levensloopbestendige
opgaven er liggen in bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen en hoe
woningen voor ouderen.
groot de opgave is voor uitleg in nieuwe, duurzame woongebieden. We komen tot afweging van nieuwe locaties voor de langere termijn op basis van een integrale ruimtelijke strategie voor de stedelijke regio’.
36
INSPIRATIE. Meer ruimte voor groen, fietsers en voetgangers (Vestdijk, Eindhoven) Na twee jaar van werkzaamheden is de Vestdijk stapsgewijs veranderd in een
toch goed bereikbaar blijft. Voor de aanpak van de wateroverlast op de Vestdijk en
groene en aantrekkelijke stadsboulevard. Met meer ruimte voor voetgangers en
directe omgeving is een klimaatadaptieve waterberging aangelegd. Het regenwater
fietsers. En nog maar één rijstrook voor auto’s en één voor bussen. De nieuwe
stroomt nu vertraagd via een grote, ondergrondse berging naar de Dommel. Fietsers
Vestdijk is een belangrijke stap naar een gezond, aantrekkelijk en klimaatbestendig
kunnen over het hele heringerichte traject (Vestdijk-Hertogstraat-Kanaalstraat)
stadscentrum. Om de luchtkwaliteit te verbeteren, is er meer ruimte voor fietsers,
gebruikmaken van het nieuwe, vrijliggende tweerichtingenfietspad. Voor
voetgangers en groen, minder ruimte voor autoverkeer en geldt er een 30km-zone. De
voetgangers is aan beide zijden volop ruimte.
herinrichting draagt zo bij aan de gewenste verkeersreductie, waarbij de binnenstad 2010
2020
Foto’s: Nanda Sluijsmans
37
INSPIRATIE. Groei naar een gevarieerder woningaanbod (Kruiskamp, ‘s-Hertogenbosch) In de Bossche wijk de Kruiskamp wordt gewerkt aan een behoudende aanpassing
de buurt, gebaseerd op chirurgisch ingrijpen. Dat resulteert onder andere in
van binnenuit. De wijk bestaat voor grote delen uit buurten met laagbouw (veelal
onderstaande transformatie. Op de plek van 102 eengezinswoningen is een nieuw
gedateerde systeemwoningen) in een ruime groenstructuur. Er zijn in de buurt
blok verrezen met 58 eengezinswoningen, 17 zorgappartementen (afgenomen door
veel situaties met ‘blinde kopgevels’, die de kwaliteit en sociale veiligheid van
zorgaanbieder Vivent), 72 sociale huurappartementen en een ontmoetingsruimte.
de openbare ruimte onder druk zetten. Daarnaast is er toenemende vraag naar
Dit komt neer op 45% meer programma op dezelfde plot. Maar het zorgt vooral voor
betaalbare woonruimte, onder andere voor mensen die ouder worden en met
een kwaliteitstoevoeging aan de openbare ruimte en aan een woningaanbod dat
zorg thuis willen wonen. Corporatie Zayaz werkt aan een herstructurering van
veel beter past bij de actuele vraag.
2005
Foto’s: KAW 2020
38
INSPIRATIE. Verdichtingsverhalen: ‘het recente verleden bewijst dat het kan’ Sint-Oedenrode 2000
Sint-Oedenrode 2020
Het College van Rijksadviseurs heeft
af. Zwaartepunt heeft tot nu gelegen bij enkele
onderzoek gedaan naar Nederlands recente
stads- en dorpscentra en bij de naoorlogse wijken
verdichtingsverleden. Het onderzoek laat zien dat
in de schil daar direct omheen (uit jaren ‘50 en ‘60).
het inzetten op kwaliteitsverbetering van bestaande
Diverse casussen laten zien dat er zelfs in de plekken
buurten leidt tot meer woningaanbod. Daar profiteren
waar nu al veel bijgebouwd is nog volop ruimte ligt
zowel nieuwe en bestaande inwoners van. Het
voor kwaliteitsverbetering. Tegelijkertijd zijn er veel
permanent aanpassen en vernieuwen van gebouwde
gebieden waar tot nu zeer beperkt tot geen aandacht
buurten, dorpen en steden is een succesvol middel
voor is geweest.
om ze levendig en bij de tijd te houden.
•
Verdichting in stads- en dorpscentra tussen 2005 en 2020: Bergen op Zoom (+25%), Steenbergen (+20%),
Het verhaal van Sint-Oedenrode centrum
Oudenbosch (+30%), Etten-Leur (+70%), Breda (+50%),
In het dorpshart van Sint-Oedenrode zijn tussen 2005
Dongen (+20%), Loon op Zand (+30%), Waalwijk (+25%), Oisterwijk (+50%), Drunen (+120%), Best (+25%), Asten
en 2020 bijna 350 nieuwe woningen toegevoegd
(+40%), Valkenswaard (+25%), Bladel (+60%), Hapert
(+55%). De inbreidingslocaties verschillen sterk
(+30%), Eindhoven (+90%), Geldrop (+30%), Vlijmen (+40%),
van elkaar maar zijn allen op een vanzelfsprekende
Oss (+30%), Berlicum (+25%), Schijndel (+100%), Veghel
manier in de bestaande dorpse sfeer ingepast. Ze sluiten qua functie, maat, oriëntatie en architectuur aan bij het bestaande. Ze voegen naast woningen ook
(+30%), Uden (+35%) en Bernheze (+60%)
•
Verdichting in naoorlogse wijken tussen 2005 en 2020: Kalsdonk Roosendaal (+15%), Ypelaar Breda (+15%),
voorzieningen toe en hebben het mogelijk gemaakt
Heuvel Breda (+20%), Tuinzigt Breda (+35%), Doornbos-
openbare ruimte te verbeteren, onder meer door
Linie Breda (+15%), Schrijversbuurt Loon op Zand (+55%),
het maken van nieuwe voetgangersverbindingen
Naastenbest Best (+17%), Geenhoven Valkenswaard
en het behoud van doorzichten richting het Dommellandschap. Alles bij elkaar opgeteld is met de inbreidingsprojecten een substantiële bijdrage geleverd aan het versterken van de kwaliteit van het dorp.
(+20%), Molenakkers Eersel (+10%), Hapert Noord (+60%), D’Ekker Veldhoven (+35%), Hemelrijken Eindhoven (+35%), Barrier Eindhoven (+20%), Philipsdorp Eindhoven (+75%), Bennekel-Oost Eindhoven (+30%), Tuindorp Eindhoven (+20%), Sintenbuurt Eindhoven (+15%), Gerardusplein Eindhoven (+15%), Vossenberg Helmond (+40%), De Reit
Foto’s: Inbo
Het verhaal van Sint Oedenrode staat niet op zichzelf.
’s-Hertogenbosch (+30%), Molenhoek ’s-Hertogenbosch
In de vijftien jaar tussen 2005 en 2020 zijn op veel
(+20%), Kortfoort Oss (+30%), Oorlogsheldenbuurt Oss
plekken in Brabant woningen bijgebouwd om meer
(+25%) en Hoogeinde Veghel (+35%)
kwaliteit te maken. Deze opgave is nog lang niet
39
Eerste uitvoeringsafspraken 1.
Gemeenten, provincie en Rijk spreken af de woningbouw zoveel als
mogelijk wordt ingezet om bestaand stedelijk gebied van dorpen en steden te 2.
Steden, provincie en Rijk zetten in op het toevoegen van gemengde,
duurzame en aantrekkelijke (hoog)stedelijke en stedelijke woonmilieus in de Brabantse steden in samenhang met mobiliteitstransitie. Dit doen deze partijen door voor deze gebieden gebiedsuitwerkingen te maken in samenhang met het multimodale mobiliteitspakket dat voor de stedelijke regio’s wordt opgesteld. Op basis van deze gebiedsuitwerkingen worden afspraken gemaakt m.b.t. de ontwikkelstrategie voor deze gebieden en de inzet, rol en bijdrage die Rijk en provincie leveren aan de opgaven van deze steden om te komen tot een schaalsprong in stedelijkheid. In een aantal stedelijke zones is al sprake van een samenwerking gericht op deze schaalsprong, namelijk de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties zoals Eindhoven XL, Spoorzones Breda, Tilburg en ’s-Hertogenbosch en Helmond Centrum inclusief stationskwartier. En er bestaat samenwerking tussen provincie en middelgrote gemeenten als Waalwijk, Roosendaal, Oosterhout, Maashorsten Bergen op Zoom gericht op inzet van het provinciaal (financieel) instrumentarium t.b.v. binnenstedelijke transformatie. 3.
Naast het werken aan grote en complexe binnenstedelijke transformatie
en herontwikkelingsopgaven brengen gemeenten de mogelijkheden voor het realiseren van flexwoningen en woningen op (kleinere) inbreidingsplannen in beeld. Realisering van hiervan draagt bij aan de versnellingsopgave tot 2030. Conform de afspraken in de woondeals inventariseren de stedelijke regio’s hiertoe in 2023 de mogelijkheden en obstakels. 4.
De Brabantse steden erkennen de opgave voor de revitalisering
van verouderde naoorlogse wijken en gaan hier aan werken. De gemeenten brengen de kansen voor het toevoegen van nieuwe woningen in deze gebieden in beeld, in combinatie met het toekomstbestendig en duurzaam maken van
40
deze wijken. Woningbouw wordt hier strategisch ingezet om de opgaven voor water/klimaatadaptatie/vergroening/natuur in de stad/natuurinclusief bouwen, energie, leefbaarheid, verduurzaming, vitaliteit, draagvlak voor voorzieningen, functiemenging en tal van andere opgaven in de bestaande woningvoorraad aan te pakken. De provincie ondersteunt hierbij met capaciteit en kennisdeling in de vorm van best-practices. Parallel hieraan wordt per stedelijke regio gestart met een aantal prioritaire wijken waarvoor een transformatieaanpak ontwikkeld wordt samen met de provincie. Resultaten van de inventarisatie c.q. ontwerpstudie en de ervaringen in de prioritaire wijken vertaald in een Brabantbrede aanpak die de gemeenten in staat stelt de herstructurering op grote schaal ter hand te nemen. Vervolgens wordt bekeken welke wederkerige afspraken vastgelegd kunnen worden in een actualisatie van de woondeals. 5.
Provincie en stedelijke regio’s gaan samen de dorpenstrategie verder
ontwikkelen. Aan de hand van een aantal pilots onderzoeken we hoe we verdichting in de dorpen kunnen inzetten voor versterking van het dorpskarakter, de leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en beter kunnen inspelen op de veranderende bevolkingssamenstelling met een meer gevarieerd woonmilieu. Best practices die in andere provincies worden opgedaan betrekken we hierbij. Het gaat daarbij niet alleen over het in beeld krijgen van de ruimtelijke kansen. We willen ook onderzoeken welke middelen (planologisch, financieel) of governance er nodig is om de kansen in het bestaand bebouwd gebied van de dorpen beter in beeld te krijgen en te benuttenIn 2023 starten we met pilot-projecten (onder andere in de stedelijke regio Breda-Tilburg en ’s-Hertogenbosch-Oss) waarna de opgedane ervaring ook wordt ingezet voor de andere regio’s. 6.
Nieuwe uitlegplannen komen aan de orde als transformatie en
inbreiding onvoldoende mogelijkheden bieden en er sprake van is essentiële meekoppelopgaven voor de betreffende ontwikkeling. Deze locaties worden op regionaal niveau en integraal afgewogen).
7.
De provincie en gemeenten zorgen voor kwalitatief hoogwaardige
9.
Rijk, provincie en gemeenten zetten in op duurzaam en toekomstbestendig
woonmilieus met:
bouwen. De uitgangspunten hiervoor zijn randvoorwaardelijk en worden
•
meegenomen bij het begin van iedere (plan) ontwikkeling:
a.
Voldoende betaalbare en passende woningen. Afspraken hierover worden
gemaakt in de woondeals; •
b.
Locaties van nieuwe ontwikkelingen zo veel mogelijk langs (Hoogwaardig)
•
OV-assen met parkeerbeleid passend bij de mobiliteitstransitie (lagere normen, meer dubbel- en deelgebruik); •
c.
reductie op gebruik van primaire grondstoffen en uitstoot van CO2 ) •
Voldoende en kwalitatief goede werklocaties voor bedrijven met
d.
Klimaat- en energieneutrale nieuwbouwwoningen;
•
e.
Energietransitie bestaande stedelijke omgeving en programma
•
Het stimuleren van duurzame en toekomstbestendige bouw via het manifest ‘Brabantse aanpak circulaire bouw’, kennisdeling en actief stimuleren van de
toegevoegde waarde; •
Dit betreft de uitgangspunten van het Grondstoffenakkoord (voor 2030 t 50%
toepassing van biobased materialen in nieuw te realiseren projecten. •
De inspanning om in 2030 het gebruik van hernieuwbare (biobased) bouwmaterialen en/of het hergebruik van bouwmaterialen te verhogen
aardgasvrije wijken;
naar 25% in 2025 en 50% en om minimaal de helft van het aantal woningen
f.
circulair en industrieel te laten bouwen, zoals ook benoemd in het Programma
Kwalitatief aantrekkelijke groen-blauwe openbare ruimte met integratie van
de groenblauwe opgave in de stedelijke omgeving inclusief toepassing van een
Woningbouw van BZK.
regionale groennorm; •
g.
Beperken van milieugezondheidsbelasting en bevorderen gezonde
leefomgeving. 8.
De provincie verkent waar zij een extra ondersteunende en actieve rol
voor gemeenten kan vervullen bij stedelijke transformaties. Op dit moment is de provincie betrokken bij transformatieopgaven in de spoorzones en de binnensteden van de 5 grote steden in Brabant. Samen stellen we voor die gebieden ontwikkelvisies op en bepalen we hoe die worden gerealiseerd. In lijn met dit Ontwikkelperspectief kan bij de uitwerking van de afspraken daarvan samen met de Brabantse gemeenten worden bepaald waar het accent voor de komende jaren komt te liggen voor deze actieve ondersteunende rol. De uitkomsten van het onderzoek naar de revitaliseringopgaven van de naoorlogse wijken en de dorpenstrategieën leveren daarvoor input.
Energietransitie als randvoorwaarde voor verstedelijking Goede energievoorziening is een randvoorwaarde voor duurzame verstedelijking. Door de groei in wonen, werken en mobiliteit, maar ook door veranderend gebruik (o.a. digitalisering, koeling, meer OV) stijgt de energiebehoefte flink de komende jaren. Parallel hieraan speelt de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie (o.a. aardgasloos verwarmen, elektrisch rijden en produceren). Hierdoor loopt het huidige energiesysteem tegen haar grenzen aan met als gevolg een groot vraagstuk rond de warmtevoorziening van de (bestaande) gebouwde omgeving en een jarenlange schaarste in het stroomnet voor heel Brabant. Alleen door de verstedelijkingsstrategie en energietransitie hand in hand te laten verlopen kan worden gezorgd dat zij elkaar versterken in plaats van blokkeren. Dit helpt ons ook om de urgente energie- en klimaatambities te behalen. De belangrijkste ambities voor 2030 zijn om 50% van de energie duurzaam op te
41
wekken (Omgevingsvisie) en een broeikasgasreductie van 55%-60% ten opzichte
koude/energiedragers)
van 1990 (Regeerakkoord). Zeker zo belangrijk in relatie tot verstedelijking is het
•
Draag bij aan een robuust en flexibel energiesysteem: slimme infra voor
nationale doel voor 2050 (Nederlandse Klimaatwet), dat van 95% reductie wordt
opwek, afname, transport, opslag en conversie én slim stedelijk ontwerp
aangescherpt tot de verplichting om de netto-uitstoot van broeikasgassen tot nul te
(oriëntatie en functies daken/gevels/openbare ruimte/ondergrond)
reduceren (Regeerakkoord, Europese Klimaatwet).
•
Denk en acteer meerschalig, zodat gebieden en ontwikkelingen elkaar versterken
Vanuit dit ontwikkelperspectief wordt daarom de stap gezet de energietransitie via
•
Voor de verstedelijking geldt aanvullend nog:
twee lijnen te verbinden met de brede verstedelijkingsopgave. In de eerste plaats
•
Verstedelijk zoveel mogelijk nabij het regionale hoofdenergienetwerk;
door op lokaal en regionaal niveau vraag en aanbod van energie op elkaar af te
•
Maak het energiesysteem boven- en ondergronds onderdeel van het
stemmen, de energievraag zo laag mogelijk te maken en slimme oplossingen en ruimtelijke keuzes te maken die het bestaande energienetwerk ontzien. Hiervoor
ontwerp; •
is het nodig dat duurzame energie, inclusief het (extra) ruimtebeslag, een integraal onderdeel gaat vormen van de diverse verstedelijkingsopgaven. In de tweede
Ontwerp stedelijk gebied met minimale energievraag en maximale energieopwekking;
•
Realiseer energieopwekking zoveel mogelijk nabij stedelijke gebieden.
plaats is het belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen tijdig worden voorzien van een
42
aansluiting op een energienetwerk of – bron. Hiervoor is afstemming nodig tussen
Het is belangrijk dat de verstedelijkingsstrategie en de energietransitie elkaar
onder andere stedelijke ontwikkelingen en investeringen in het energienetwerk: het
tijdens de strategiebepaling en planvorming blijven vasthouden. Op gemeentelijk
programmeren en prioriteren. Een instrument voor het programmeren en prioriteren
en regionaal niveau maken partners bijvoorbeeld keuzes in het kader van de
van uitbreidingen van het energienetwerk is het provinciaal Meerjarenprogramma
warmtetransitie (Transitievisies warmte), grootschalige opwek (Regionale
Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). PMIEK is een nieuw instrument
Energiestrategieën en gemeentelijke omgevingsvisies), de verduurzaming van de
waarmee netuitbreidingen worden geprioriteerd op basis van de mate waarin zij
industrie (Cluster Energiestrategieën) en de uitrol van laadinfra (RAL Zuidwest
van provinciaal belang zijn. Voor het PMIEK ligt een belangrijke regiefunctie bij de
NL). Keuzes die niet los te zien zijn van de ontwikkelruimte voor wonen/werken/
provincie.
mobiliteit/verstedelijking.
Om de verstedelijkingsstrategie en energietransitie elkaar te laten versterken zijn
Om te oefenen met het samenwerken aan een toekomstbestendig energiesysteem
op niveau van een ontwikkeling en op het niveau van de verstedelijking de volgende
tegen de complexe achtergrond van verstedelijking en verduurzaming zijn diverse
principes opgesteld.
pilots gestart. In Noord-Brabant zijn in 2022 twee pilots gestart: De pilot Integraal
•
Voor iedere ontwikkeling geldt:
programmeren West-Brabant (PNB, focus op ontwikkeling van vraag naar en
•
Minimaliseer de energievraag
aanbod van energie en de strategische keuzes die daarin gemaakt moeten worden
•
Maximaliseer duurzame energieproductie door middel van een optimale
in West-Brabant) en de pilot MIEK regio Moerdijk (PNB, Havenbedrijf, gemeente
mix van de (potentieel) beschikbare bronnen (zon/wind/(rest)warmte/
en ministerie van EZK, focus op complexe energie-infrastructuuropgave in het
gebied Moerdijk-Drimmelen-Geertruidenberg). De pilot Integraal programmeren
4.
In het volledige energiesysteem van Stedelijk Brabant zijn keuzes
West-Brabant is begin 2023 afgerond met lessons learned voor het opstellen van
nodig op zowel systeemniveau als op verstedelijkingsniveau. Op het moment
provinciale MIEK’s voor alle 4 de RES-regio’s. Deze pMIEK’s moeten in het voorjaar
van schrijven is het nog onduidelijk hoe het energiesysteem zich op deze twee
van 2023 in concept zijn opgeleverd. De pilot MIEK regio Moerdijk heeft een langere
niveaus zal ontwikkelen. Daarom moeten overheden, in samenspraak met
doorlooptijd en onderzoekt de integrale energie-infrastructuuropgave in relatie tot
netbeheerders, duidelijkheid scheppen over het energiesysteem van de toekomst
de industrie in dit gebied, de beperkt beschikbare ruimte (die eveneens nodig is
voor de verschillende gebieden binnen Brabant. Dit betreft keuzes maken over
voor de grondstoffentransitie) én meerwaardecreatie voor de lokale en regionale
energiedragers, het elektriciteitsnetwerk, de warmtevoorziening, en eventuele
energietransitie.
andere oplossingen in relatie tot de beschikbare ruimte. Hiermee creëren wij duidelijkheid richting netbeheerders, woningeigenaren, en industrie. Zodat deze
Eerste uitvoeringsafspraken 1.
De uitkomsten van de pilot Integraal Programmeren in West-Brabant
partijen op hun beurt kunnen bepalen wat zij moeten doen om hun opgaven te realiseren, denk hierbij aan nieuwe ontwikkelingen en verduurzaming van bestaande activiteiten. Om de eerdergenoemde duidelijkheid te kunnen verschaffen zullen
en pilot MIEK-regio Moerdijk zullen, tezamen met de hierboven geformuleerde
de provincie en gemeenten in de verdere uitwerking van het ontwikkelperspectief
principes voor energie door de provincie en gemeenten meegenomen worden in
onderzoeken op welke wijze de netcongestieproblematiek verminderd kan
de verdere uitwerking van dit ontwikkelperspectief richting concrete afspraken en
worden door naast het programmeren en prioriteren (in ruimte en tijd) te kijken
ruimtelijke (principe)keuzes in 2023. Om te komen tot ruimtelijke principe keuzes
naar technische oplossingen (zoals waterstof en electrolysers, energieopslag,
is een integrale gebiedsgerichte aanpak voor de Powerport Moerdijk nodig, waarbij
decentraal/lokaal energiemanagement en het beter inpassen van duurzame
de kansen, opgaven en impact van de energietransitie en grondstoffentransitie op
energieproductie projecten) en niet-technische oplossingen die zorgen dat het
de verstedelijkingsstrategie Stedelijk Brabant en Zuid-Nederland in beeld wordt
energieverbruik wordt teruggedrongen (zoals gedragsverandering, preventie van
gebracht (lopend traject).
energieverbruik, energiebesparing en het slimmer gebruiken van energie in de
2.
Om de informatie-uitwisseling tussen netbeheerders enerzijds en provincie
en gemeenten anderzijds te verbeteren zal BZK in 2023 komen met een standaard vragenlijst om de uitwisseling van informatie te standaardiseren. 3.
Om de informatie-uitwisseling tussen netbeheerders enerzijds en provincie
en gemeenten anderzijds te verbeteren werkt de Provincie met de netbeheerder, gemeenten, en het Rijk (BZK, EZK) via het provinciaal MIEK het eerste beeld uit van effecten van de verstedelijking op de energieopgave richting 2040. Dit eerste beeld zal in 2023 besproken worden met Rijk en regio in het BOL, MIEK of BO-MIRT.”
totale keten). Hierbij worden ook de nog op te stellen transitievisies warmte van de gemeenten meegenomen. 5.
Rijk en regio beseffen zich dat ook andere nutsvoorzieningen zoals de
beschikbaarheid van drinkwater (mede in relatie tot opgaven om te komen tot een meer circulair watergebruik, het te scheiden van watersystemen) belangrijke randvoordwaarden zijn voor een duurzame verstedelijking. Bij de verdere uitwerking van dit Ontwikkelperspectief onderzoeken partijen op welke wijze dit effecten heeft op de verstedelijkingsopgave.
43
KAART. Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen
44
•
Transformatie naar hoogstedelijk milieu • Op basis van uitkomsten nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking, grootschalige woningbouwlocaties en afspraken SGE
•
Revitalisering van naoorlogse wijken • ‘Ruimte zat’ verdichtingsaanpak. Selectie grote aaneengesloten stedelijke buurten uit jaren 1960-1985 (op basis van BAG bouwjarenkaart)
•
Transformatie naar stedelijk milieu • Op basis van nabijheidsindex Dashboard Verstedelijking en potentie vanuit Bike Train Accessibility Level (BTAL)
•
Afmaken van uitleglocaties • Op basis van afspraken Verstedelijkingsakkoord SGE
•
Bestaand stedelijk gebied • Vooralsnog geen afspraken
•
Versterken van de centrumdorpen • Kernen met een toekomstbestendige centrumpositie voorzieningen (op basis van expert judgement)
•
Inzet op duurzame leefbaarheid van de kernen • Behoud van leefbaarheid en basisvoorzieningen (op basis van expert judgement)
•
Revitalisering aandachtswijken (in kader Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid) • Langjarige inzet om leefbaarheid en veiligheid op orde te brengen en bewoners perspectief te bieden (Breda Noord, Tilburg-Noordwest, Eindhoven Woensel-Zuid, Roosendaal-stad)
*
Voor de regio Zuidoost Brabant de ruimtelijke strategie nog niet is vastgesteld en dat uit dat proces nog voorstellen voor aanpassing kaart naar voren kunnen komen.
45
Nabijheid
Nabijheidsindex 2018 Bron: Dashboard Verstedelijking Hoogstedelijk Stedelijk Semi-stedelijk Suburbaan Dorps Landelijk
Relatie tussen nabijheid en generatie van mobiliteitstrips en reizigerskilometers. Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. In Brabant zijn de verschillen tussen stad en land nu relatief klein als we kijken naar dichtheden en nabijheid. Het ontwerpend onderzoek leert echter dat de B5 en M7 in veel gevallen een sprong in stedelijke nabijheid kunnen maken. Zeker voor de B5 (en daarbinnen Eindhoven en Tilburg) is er dus ruimtelijke voedingsmodem voor een mobiliteitstransitie gekoppeld aan de stedelijke tranformatie en verdichting.
46
4.4
MOBILITEITSTRANSITIE MAATWERK VOOR STAD EN DORP
•
Het creëren van een grotere nabijheid van wonen, werken en voorzieningen
In Stedelijk Brabant wordt ingezet op een mobiliteitstransitie voor personen- en
zodat zo veel mogelijk verplaatsingen lopend of fietsend kunnen worden
goederenvervoer die ervoor zorgt dat de toenemende behoefte aan uitwisseling en
afgelegd.
verplaatsing samen kan gaan met veiligheid, duurzaam ontwikkelen en schaarste
•
Het voorrang geven aan binnenstedelijke ontwikkeling en aan het concentreren
aan ruimte. Een samenhangende ontwikkeling van verstedelijking en mobiliteit
van verstedelijking rond openbaar vervoer knooppunten, zodat voor langere
met maatwerk voor stad en dorp biedt daarvoor de basis. Dit leidt tot de volgende
verplaatsingen zoveel mogelijk van het openbaar vervoer gebruik kan worden
strategische keuzes om de mobiliteitstransitie voor stad en dorp te doen slagen:
gemaakt. •
Het inzetten op een mobiliteitstransitie in het stedelijk gebied (met name in de B5 en grotere kernen met stedelijke nabijheid en sterke OV-knopen). Hierbij wordt voor de groei van stedelijke mobiliteit vooral ingezet op schoner en
De figuur geeft voor de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch het verschil tussen een compact stedelijk ontwikkelperspectief en een gespreid ontwikkelperspectief. Compact stedelijk neemt het autoverkeer af ten opzichte van de 2040 basisprognose. Bij gespreid ontwikkelen neemt het autoverkeer juist toe. Op de A59 en A50 is dit het verschil tussen wel of niet een extra rijstrook nodig.