CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst ingekomen stukken 25 mei 2023 (mei)

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen28.864 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ingekomen stukken Nummer

23-38

Hoofddocument

230522 aanbiedingsbrief jaarverslag Monumentencommissie MaasdrielZaltbommel 2022

Onderwerp

Aanbiedingsbrief jaarverslag Monumentencommissie Maasdriel-Zaltbommel 2022

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Datum publicatie

23-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-37

Hoofddocument

Brief VNG 17mei2023 lbr 23 050 voorjaarsnota 2023 0

Afzender

VNG

Onderwerp

Brief VNG voorjaarsnota 2023

Zaakcode

747279

Datum publicatie

19-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-36

Hoofddocument

Brief NVVK mbt 'financiële hulpverlening, wat doet uw gemeente'

Afzender

NVKK

Onderwerp

Financiële hulpverlening

Zaakcode

744359

Datum publicatie

16-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-25

Hoofddocument

Ontwikkelperspectief stedelijk brabant versie 28-03-23

Afzender

Stedelijke Regio 's-Hertogenbosch-Oss

Onderwerp

Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant

Datum publicatie

16-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-35

Hoofddocument

Stichting drugbeleid - zonder NAW-gegevens

Afzender

Stichting Drugsbeleid

Onderwerp

Stichting drugsbeleid

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Datum publicatie

15-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-34

Hoofddocument

Petitie Zaltbommel voor Soedan - zonder NAW-gegevens

Afzender

Werkgroep help burgerslachtoffers Soedan (De Soedanese Gemeenschap in Nederland)

Onderwerp

Petitie Zaltbommel voor Soedan

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Zaakcode

743318

Datum publicatie

15-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-33

Hoofddocument

Inleidende bericht - vraag en antwoord luchtruimherziening provincies en OV en Gelderland

Afzender

Provincie Gelderland

Onderwerp

Vraag en antwoord luchtruimherziening provincies en OV en Gelderland

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Zaakcode

739938

Datum publicatie

10-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-32

Hoofddocument

Brief Provincie Gelderland Begrotingscirculaire

Afzender

Provincie Gelderland

Onderwerp

Brief Provincie Gelderland Begrotingscirculaire

Zaakcode

737184

Datum publicatie

09-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Nummer

23-31

Hoofddocument

OVAL-input wijziging re-integratieverordening Participatiewet - Breed Offensief

Afzender

Brancheorganisatie OVAL

Onderwerp

OVAL-input wijziging re-integratieverordening Participatiewet - Breed Offensief

Advies

Voor kennisgeving aannemen

Zaakcode

731307

Datum publicatie

04-05-2023

Datum vergadering

25-05-2023

Aan de gemeenteraden van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel

datum: onderwerp:

23-05-2023 Aanbieding jaarverslag Monumentencommissie Maasdriel-Zaltbommel 2022

Geachte dames en heren, Hierbij heb ik het genoegen u, namens de commissie, het jaarverslag van uw Monumentencommissie over het jaar 2022 aan te bieden. Eerder, op 22 mei 2023, is dit persoonlijk aan de portefeuillehouders overhandigd. Speciale aandacht vraag ik van u voor de aanbevelingen op pagina 11 van het jaarverslag. Dit zeker in het licht van de komende inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. De basis en de werkzaamheden van de commissie veranderen dan immers aanzienlijk. Helaas is daar nog weinig procedureel over vastgelegd. Ook heeft ons de door de raad van Zaltbommel gevraagde evaluatie van het welstandstoezicht, nog niet bereikt. Wij maken ons enige zorgen over de continuïteit van de kwaliteitszorg van de fysieke leefomgeving in beide gemeenten. Uiteraard zijn wij bereid u individueel of in een ander verband mee te nemen in onze gedachten over de meerwaarden van die kwaliteitszorg en het culturele erfgoed in uw gemeenten. We zien er naar uit u te ontmoeten.

Met vriendelijke groet, Jan Vellekoop, voorzitter.

Aan de leden

Datum

17 mei 2023 Ons kenmerk

U202300364 Lbr. 23.020

Onderwerp

Voorjaarsnota 2023

Geachte leden van college en gemeenteraad,

Op 28 april publiceerde het kabinet de Voorjaarsnota 2023. Velen van u zullen met enige spanning hebben uitgekeken naar dat moment. Sinds de eerste verschijning van het coalitieakkoord in december 2021 leeft ongetwijfeld ook in uw gemeente de vraag: hoe ziet onze financiële toekomst er vanaf 2026 uit? Het korte antwoord is: vanaf 2026 is er nog steeds sprake van een grote terugval van middelen in het gemeentefonds. Op 2 mei heeft de VNG in een eerste reactie daarom al laten weten dat er op korte termijn overleg nodig is met het kabinet over de gevolgen voor gemeenten van deze Voorjaarsnota. Samenvatting Vanaf 2026 is er voor gemeenten structureel zo’n €3 miljard minder beschikbaar voor het uitvoeren van gemeentelijke taken en biedt het accres vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken. Het is goed dat er nu een aanzet is voor een nieuwe normeringssystematiek, maar alles bij elkaar geeft deze voorjaarsnota niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten. Deze brief geeft een nadere duiding van de Voorjaarsnota en geeft aan welke acties vanuit de VNG naar aanleiding hiervan in gang zijn gezet. Aanloop In aanloop naar de formatie van het huidige kabinet is door de VNG ingezet op het verbeteren van de interbestuurlijke en financiële verhoudingen. Er was toen aanleiding voor voorzichtig optimisme.

Op 18 mei 2021 presenteerde de Commissie van Wijzen haar uitspraak 1 over het geschil tussen rijk

1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/05/18/jeugdzorg-een-onderwerp-van-

aanhoudende-zorg

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

vng.nl

en gemeenten over de structurele financiering van de jeugdzorg. Het toenmalige kabinet nam deze uitspraak over, al liet het de structurele vertaling aan een volgend kabinet. Ook werd ten behoeve van de formatie door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, VNG, Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen (UvW) gezamenlijk een notitie opgesteld met aanbevelingen voor verbeteringen in bestuur en financiën van de medeoverheden2. In deze notitie stond onder meer dat de opschalingskorting moest worden teruggedraaid en dat de financiële problemen in het sociaal domein, met name de jeugdzorg, moeten worden opgelost. Ook stond er dat er meer stabiliteit moest komen in de financiële verhoudingen. Op het punt van de normeringssystematiek van het gemeentefonds (de wijze waarop de jaarlijkse groei van het fonds om stijgingen voor loon, prijs en volume op te kunnen vangen) werd in de gebruikelijke vierjaarlijkse en gezamenlijke evaluatie geconstateerd dat de huidige systematiek (trap op, trap af), aangevuld met een afspraak om het volume-accres aan het begin van de periode vast te zetten, voldoende stabiliteit en zekerheid zou bieden. De uitkomsten van de coalitiebesprekingen stonden in scherp contrast met deze aanloop en leidde tot het oordeel van de VNG dat er sprake was van een ‘valse start’ in de samenwerking tussen kabinet en gemeenten.

Met name de voornemens van het kabinet op het gebied van jeugdzorg, maar vooral voor het gemeentefonds zorgden voor grote onzekerheid bij gemeenten. In het coalitieakkoord werd een nieuwe systematiek voor het gemeentefonds aangekondigd, die autonomie en stabiliteit zou moeten bevorderen en waarbij verruiming van het belastinggebied zou worden betrokken. Vooruitlopend op deze nieuwe systematiek werd het gemeentefonds vanaf 2026 op een (fors) lager niveau vastgesteld en de trap op, trap af-systematiek buiten werking gesteld. Voor de ontwikkelingen rondom de jeugdzorg verwijs ik graag naar onze ledenbrief van 21 april 20223. Als VNG hechten we eraan te benadrukken dat over deze passages nooit overleg is geweest met de VNG. Niet in aanloop naar het coalitieakkoord – wat op grond van art. 7 van de Code Interbestuurlijke Verhoudingen verwacht mocht worden – en ook niet daarna in een Overhedenoverleg – wat op grond van art. 8 van diezelfde Code ‘zo spoedig mogelijk’ na de totstandkoming van een nieuw kabinet plaats had moeten vinden. Hierdoor was deze passage ook voor ons een verrassing en tastten we lang in het duister over de aanleiding en onderbouwing ervan. Wel duidelijk was dat de financiële vertaling ervan spijkerhard werd opgenomen in de rijksbegroting. Door de VNG is vanaf dat moment consequent ingezet op helderheid van het kabinet over structurele financiën voor gemeenten.

Het was immers onduidelijk of door de nieuwe systematiek het ontstane financiële gat weer opgevuld zou worden, of dat er sprake was van een bezuiniging. Het rapport ‘Samenwerkingsvermogen’4, dat onder leiding van onafhankelijk procesbegeleider José Lazeroms werd opgesteld, onderstreepte precies deze vragen. Deze onduidelijkheid heeft echter ook na het verschijnen van dat rapport nog aangehouden en duurt in essentie nog steeds voort. Pas sinds maart van dit jaar is er echt inhoudelijk met het rijk gesproken over een eventuele uitwerking van deze passage in het regeerakkoord. Dit waren vooral ambtelijke gesprekken en 2https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2021Z12406&did=2021D26

693 3 https://vng.nl/brieven/principeakkoord-kabinet-hervormingsagenda-jeugd 4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/01/samenwerkingsvermogen-samenwerken-aan-maatschappelijke-opgaven-met-financien-in-balans

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/9

informele bestuurlijke bijpraatmomenten. Op het punt van de normering is daarin de variant die nu in de Voorjaarsnota wordt genoemd door het rijk naar voren gebracht: het mee laten groeien van het gemeentefonds met de nominale ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Vanuit de VNG zijn daarop aandachtspunten meegegeven voor de verdere uitwerking daarvan. De belangrijkste daarvan is dat er binnen de nieuwe systematiek gekeken moet worden naar onderdelen waarvan de uitgaven sneller groeien dan het BBP, zoals bijvoorbeeld bij de zorg het geval is. Er heeft daarna geen expliciete interbestuurlijke besluitvorming plaatsgevonden over deze nieuwe normeringssystematiek. Hieronder ga ik uitgebreider in op de voornemens rondom deze nieuwe aanpak. Op het punt van de verruiming van het belastinggebied is door de VNG in een heel vroeg stadium al aangegeven onder welke voorwaarden invoering door ons verantwoord wordt geacht. U bent hierover in het kader van de Algemene Ledenvergadering (ALV) in juni 2022 geïnformeerd 5. Vanuit het kabinet is nog geen duidelijk standpunt ingenomen over hoe een eventuele verruiming er uit zou moeten zien. Vast staat dat een verruiming binnen de financiële kaders van het coalitieakkoord in alle omstandigheden tot lastenverzwaring zou leiden zonder dat daar een hoger voorzieningenniveau tegenover staat.

Daarmee wordt in ieder geval niet voldaan aan onze voorwaarden. Financiële gevolgen Voorjaarsnota Vorig jaar heeft het kabinet als gebaar een eenmalige rijksbijdrage beschikbaar gesteld voor het gedeeltelijk opvullen van het financieel gat in 2026. Deze eenmalig rijksbijdrage van € 924 miljoen voor 2026 wordt met de Voorjaarsnota 2023 structureel doorgetrokken en daarnaast kondigt het kabinet aan dat de ze vanaf 2027 een nieuwe normeringssystematiek wil hanteren. Ook met deze twee ingrepen is de problematiek van het financiële gat vanaf 2026 echter bij lange na niet opgelost. Grafiek 1 geeft een overzicht van de ombuigingen op het gemeentefonds vanaf 2026 exclusief de middelen jeugd. Ondanks dat in de Voorjaarsnota wordt gesproken over ‘extra’ of ‘additionele’ middelen voor gemeenten, is het saldo voor het gemeentefonds nog steeds negatief: vanaf 2026 ontvangen gemeenten onder andere door het lager vastgestelde accres en de terugkeer van de opschalingskorting structureel zo’n € 3 miljard minder.

5 https://vng.nl/sites/default/files/2022-06/07-uitwerking-regeerakkoord-en-gevolgen-voor-

gemeenten.pdf

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/9

Grafiek 1. Ombuigingen op het gemeentefonds vanaf 2026

Nieuwe methode van indexeren gemeentefonds Het gemeentefonds moet elk jaar worden geïndexeerd om loon-, prijs- en volumeontwikkelingen op te kunnen vangen. Lonen en prijzen van bestaande taken stijgen elk jaar als gevolg van inflatie en hogere welvaart. Daarnaast stijgen de kosten van voorzieningen door bevolkingsgroei, maar ook binnen de bevolkingen door bijvoorbeeld de groei van het aantal ouderen. Daardoor zijn er meer voorzieningen nodig. Ook stijgen de kosten van voorzieningen, omdat door hogere welvaart de standaarden ervoor hoger worden. Dat alles noemen we de volumeontwikkeling. Ook de gevolgen van asielmigratie vallen onder deze volumeontwikkeling. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft berekend dat de bevolking de komende jaren fors groeit, vooral door toegenomen migratie en een stijgende levensverwachting. De komende jaren stijgt het aantal inwoners in Nederland elk jaar met een aantal dat vergelijkbaar is met het aantal inwoners van de gemeente Zoetermeer. Al die mensen hebben ook recht op gemeentelijke voorzieningen. Tot nu toe worden gemeenten voor deze ontwikkelingen gecompenseerd met de ‘trap op, trap af’-systematiek: het gemeentefonds groeit mee met de rijksuitgaven. Het kabinet heeft deze systematiek zoals hierboven toegelicht vanaf 2026 eenzijdig afgeschaft.

In de Voorjaarsnota 2023 zegt het kabinet te hebben besloten dat het gemeentefonds vanaf 2027 geïndexeerd wordt aan de hand van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (BBP). Daarvoor wordt deze index gesplitst in twee delen: - Een component volumeontwikkeling bbp door het reëel-accres te baseren op het gemiddelde van de gerealiseerde volumegroei van het BBP in de achterliggende 8 jaren (t9 t/m t-2). Met het reëel accres moet naast volumeontwikkelingen ook de reële loonontwikkeling worden opgevangen. - Een component prijspeil bbp. Het accres voor prijsontwikkelingen in een jaar wordt met de nieuwe methodiek gebaseerd op de raming van het prijspeil bbp uit het Centraal Economisch Plan (CEP) in datzelfde jaar. Dit deel van het accres bevat daardoor niet een component voor reële loonontwikkeling. Dat moet worden opgevangen met het reëelaccres. In de Voorjaarsnota 2023 zijn de ramingen die volgen uit deze nieuwe methode nog niet opgenomen. Er is in aanvulling op de tranche LPO-accres 2027 een bedrag van structureel € 150 miljoen voor het volume-accres gereserveerd. Voor het jaar 2028 geldt hetzelfde. Tabel 1 geeft de

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/9

ramingen weer van accressen 2027 en 2028 die op grond van onze eigen berekeningen volgen uit de voorgestelde nieuwe systematiek. Tabel 1: Accres 2027 en 2028 bij indexering ontwikkeling nominaal bbp nieuwe methode Jaar

2027

2028

Reëel-accres in %

1,59%

1,48%

600.941

577.292

2,5%

2,5%

944.876

975.155

Reëel accres (x 1.000 euro) Accres prijsontwikkeling bbp in % Accres prijsontwikkeling bbp (x 1.000 euro)

Zoals eerder in deze brief al is aangegeven heeft er geen bestuurlijke besluitvorming tussen de VNG en het kabinet over deze nieuwe methode plaatsgevonden. Door de VNG zijn in de gevoerde informele gesprekken wel twee kritische kanttekeningen geplaatst: -

Er zijn gemeentelijke kosten die harder stijgen dan het BBP Een flink deel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is bedoeld voor de bekostiging van zorgtaken. Een onafhankelijke raming van de autonome groei van deze zorgkosten uit het CEP 2022 laat zien dat deze kosten veel sneller groeien dan het bbp. Het Centraal Planbureau (CPB) schat de potentiële economische (volume-)groei van het bbp de komende jaren op 1,2%. De reële groei van de zorgkosten wordt door het CPB geschat op 3,4%. Dat is dus meer dan 2% hoger. Daarvan komt 1,5% door demografie (vergrijzing) en 1,1% door de stijging van de reële lonen. Een indexering van het gemeentefonds alleen op basis van de ontwikkeling van het nominale bbp schiet tekort om deze autonome stijging van de gemeentelijke zorgkosten op te vangen en leidt daarmee tot verdringing van andere noodzakelijke publieke voorzieningen die door gemeenten in de lucht worden gehouden.

-

De wijziging in de LPO-compensatie leidt tot ongewenste schommelingen Volgens het regeerakkoord is de ingreep vanaf 2026 bedoeld om de bekostiging van gemeenten stabieler te maken. Vanaf 2026 worden echter door een gewijzigde methodiek schommelende accrestranches voor de indexering voor prijsontwikkelingen ingevoerd. Wij zien graag plat doorgetrokken accrestranches voor de indexering voor prijsontwikkelingen. Daarbij sluit de index prijspeil bbp veel slechter aan bij de loon- en prijsontwikkeling van de gemeentelijke kosten dan de huidige methodiek van LPO-accressen. Die afwijkingen moeten gemeenten opvangen met het volume-accres. Het daadwerkelijk overblijvende volume-accres voor beleid wordt daardoor flink instabieler. De winst aan stabiliteit door uit te gaan van het gemiddelde van 8 jaar volumegroei bbp gaat daarmee geheel verloren. Per saldo is de nieuwe systematiek daardoor even stabiel als de huidige koppeling van de ontwikkeling van het gemeentefonds aan de ontwikkeling van de netto rijksuitgaven.

De huidige koppeling aan de netto rijksuitgaven als normering van het gemeentefonds (trap op, trap af) kent deze problemen niet. Een koppeling aan de ontwikkeling van het BBP is voorstelbaar, maar alleen als de hiervoor genoemde kritiekpunten door aanpassingen van de voorgestelde systematiek worden opgelost. In mei is hierover bestuurlijk overleg voorzien tussen gemeenten, provincies en het rijk.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/9

Actualisatie raming accressen en extra bijstelling over 2022 In de Voorjaarsnota 2023 wordt ook de nieuwste raming van de accressen gemeentefonds toegelicht. Voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de accressen voor het opvangen van volumeontwikkelingen bevroren. Deze zijn dan ook ongewijzigd. De accressen voor de ontwikkeling van de loon- en prijsontwikkeling worden wel jaarlijks aan de hand van de laatste ramingen voor de ontwikkeling loonvoet overheid, prijspeil materiele consumptie overheid en prijspeil bruto investeringen overheid uit het CEP bijgesteld. Daarnaast heeft het kabinet eind vorig jaar in de Najaarsnota 2022 aangegeven dat eenmalig een extra bijstelling voor de prijsontwikkelingen in 2022 plaatsvindt met het accres 2023. De oorspronkelijke ramingen daarvoor uit het CEP 2022 weken door de sterk oplopende inflatie erg veel af. In de Najaarsnota 2022 is voor de extra bijstelling van de tranche LPO-accres 2022 een structureel bedrag van € 300 miljoen vanaf 2023 voor het gemeentefonds geraamd en aangegeven dat deze hogere vergoeding voor gestegen prijzen het mogelijk maakt de bekostiging aan maatschappelijke organisaties te verhogen. Het kabinet heeft nu in de Voorjaarsnota 2023 besloten de bijstelling alleen te baseren op de nieuwe ramingen voor de ontwikkeling prijspeil materiële consumptie overheid en prijspeil bruto investeringen overheid.

Een bijstelling voor een nieuwe raming van de ontwikkeling loonvoet overheid in het jaar 2022 blijft achterwege. Daardoor is de bijstelling lager uitgekomen dan eerder geraamd en bedraagt nu € 127 miljoen structureel voor de jaren 2023 tot en met 2025. Vanaf 2026 daalt dit bedrag door een gewijzigde berekening van de oude tranche LPO-accres in latere jaren. Deze daling is daarmee onderdeel van de neerwaarts schommelende LPO-accresproblematiek vanaf 2026, waarover nog geen overstemming tussen rijk en VNG is. Tabel 2 Tranches LPO-accres (bedragen x miljoen euro), stand Voorjaarsnota 2023 Jaar

%

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Extra LPO-accres 22

0,36%

127

127

127

119

115

115

LPO-accres tranche 23

4,54%

1.598

1.598

1.598

1.497

1.455

1.455

LPO-accres tranche 24

4,22%

1.592

1.592

1.460

1.418

1.418

LPO-accres tranche 25

4,18%

1.620

1.507

1.464

1.464

LPO-accres tranche 26

3,58%

1.345

1.306

1.306

LPO-accres tranche 27

3,22%

1.217

1.217

LPO-accres tranche 28

3,22%

Totaal

1.256 1.725

3.317

4.937

5.926

6.976

8.233

Tabel 2 toont de tranches LPO-accres die volgen uit de bijstellingen in de Voorjaarsnota 2023. Bij elkaar is er ten opzichte van de vorige raming voor de periode 2023-2027 een bedrag van structureel € 1.147 miljoen aan extra LPO-accres bijgekomen ten opzichte van de septembercirculaire 2022. Overige punten Voorjaarsnota De Voorjaarsnota 2023 bevatte ook op een aantal inhoudelijke beleidsterreinen verrassingen. Zo werd aangekondigd dat het kabinet voornemens is het Wmo-abonnementstarief voor alle Wmo-

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/9

voorzieningen te schrappen. In een eerste reactie6 heeft de VNG laten weten blij te zijn met dit voornemen, maar nog wel veel vragen te hebben over de uitwerking en de financiële consequenties. We gaan hierover op korte termijn in overleg met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Ook wordt aangekondigd dat vanaf 2028 €20 mln. wordt bespaard op het reïntegratiebudget voor gemeenten. In de Voorjaarsnota is geen inhoudelijke onderbouwing voor dit voornemen terug te vinden. Verder wordt aangegeven dat de middelen voor ontwikkeling van de arbeidsmarktinfrastructuur niet structureel zijn. Dit is onwenselijk voor gemeenten omdat de voorziene extra taken voor arbeidsmarktregio’s wel structureel zijn. Over beide zaken hebben we opheldering gevraagd bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Aanvankelijk had het kabinet in de Voorjaarsnota geen financiering opgenomen voor de Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV). De VNG acht het verstandig dat het kabinet heeft besloten alsnog middelen te zoeken en gaat op korte termijn met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gesprek over de inhoudelijke uitwerking 7. Structurele financiering van een landelijk dekkend LVV-netwerk moet daarvoor het uitgangspunt blijven.

Hoe verder na deze Voorjaarsnota? Alles bij elkaar geeft deze voorjaarsnota niet de gewenste structurele financiële zekerheid voor gemeenten. Een echt goede uitwerking van en onderbouwing voor een nieuwe financieringssystematiek ontbreekt nog steeds. Het is goed dat er nu een aanzet is voor een nieuwe normeringssystematiek, maar helaas zorgt de Voorjaarsnota als geheel niet voor een stabiel en adequaat financieel beeld voor gemeenten. Met hetgeen in deze voorjaarsnota is opgenomen komt het kabinet wat de VNG betreft ook niet tegemoet aan hetgeen de Kamer heeft gevraagd in de motie Van Weyenberg/Van Dijk8, waarin wordt verzocht om een uitvoeringsplan en tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek. Ook mist een reactie op de motie Bromet/Mohandis 9, die het kabinet verzoekt te onderzoeken hoe de nieuwe financieringssystematiek wettelijk verankerd kan worden. Verder is het merkwaardig dat het kabinet de nieuwe systematiek pas per 2027 in laat gaan, terwijl het coalitieakkoord spreekt over 2026. Vanaf 2026 is er voor gemeenten structureel zo’n €3 miljard minder beschikbaar voor het uitvoeren van gemeentelijke taken en biedt het accres vanaf 2027 te weinig vergoeding voor het opvangen van de autonome groei van de zorgtaken. Door het kabinet is echter niet aangegeven op welke beleidsterreinen minder inzet wordt verwacht van gemeenten.

Het afgelopen jaar was eerder sprake van het tegenovergestelde: met regelmaat werd een beroep gedaan op de daadkracht en oplossingsgerichtheid van gemeenten om ingewikkelde maatschappelijke problemen aan te pakken. De opvang van vluchtelingen en Oekraïense ontheemden of het uitkeren van de energietoeslag is ook door uw bijdrage gelukt. Ook werd ons gevraagd om onze steun te geven aan maatschappelijke akkoorden op verschillende onderwerpen, zoals wonen, asiel, (jeugd)zorg en sport. Door de VNG is daarbij consequent aangetekend dat voldoende structurele middelen een randvoorwaarde zijn. Deze Voorjaarsnota dwingt ons om onszelf de vraag te stellen hoe we ons als VNG nu verhouden tot deze akkoorden en vraagt u om zich voor te bereiden op een situatie waarin

6 https://vng.nl/nieuws/herinvoering-inkomensafhankelijke-eigen-bijdrage-wmo-vng-reactie 7 https://vng.nl/nieuws/kabinet-vindt-alsnog-middelen-voor-opvang-ongedocumenteerden 8 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2022Z18847&did=2022D40297 9 https://www.parlementairemonitor.nl/9353000/1/j9vvij5epmj1ey0/vlx5hspuedxa

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/9

er minder geld is voor het uitvoeren van gemeentelijke taken. Vanuit de VNG zijn daarom de volgende acties in gang gezet. Webinars We organiseren twee webinars waarin (technische) toelichting wordt gegeven op deze brief en waarin u de mogelijkheid heeft om vragen te stellen. De webinars staan gepland op: - Dinsdag 23 mei van 16:00 tot 17:00 uur - Vrijdag 26 mei van 10:00 tot 11:30 uur Het webinar op vrijdag zal meer gericht zijn op raadsleden, maar beide webinars zijn toegankelijk voor alle geïnteresseerden. U kunt zich aanmelden voor deze webinars via deze links: aanmelden webinar 23 mei en aanmelden webinar 26 mei. Agendering Algemene Ledenvergadering (ALV) Het bestuur spreekt tijdens de komende Algemene Ledenvergadering op 14 juni graag met u over het punt ‘Meerjarig perspectief financiën gemeenten’. Deze ledenbrief kan worden betrokken bij de bespreking van dat punt. Als zich vóór de ALV relevante ontwikkelingen voordoen wordt u daarover uiteraard geïnformeerd. Extra overleg met de fondsbeheerders Op 22 mei is er een extra overleg met de fondsbeheerders over de gevolgen van de Voorjaarsnota 2023, waarin we de zorgen die spreken uit deze ledenbrief onder de aandacht brengen.

Instellen Taskforce Taken en Middelen Gemeenten Het VNG-bestuur heeft besloten tot het instellen van een Taskforce Taken en Middelen Gemeenten die in kaart moet brengen hoe bestaande en nieuwe taken zicht verhouden tot de structurele middelen. De Taskforce zal bestaan uit een mensen met enige afstand tot de dagelijkse politiek, maar met ruime politiek-bestuurlijke ervaring. Zij zullen ondersteund worden door een onderzoeksbureau. Alexander Rinnooy Kan is bereid gevonden het voorzitterschap op zich te nemen. Zodra meer informatie beschikbaar is over de samenstelling en werkzaamheden van de Taskforce zal dit op vng.nl worden gepubliceerd. Enquête gevolgen voorjaarsnota Vooruitlopend op en ter ondersteuning van het werk van de Taskforce Taken en Middelen Gemeenten willen we graag van u weten welke impact de Voorjaarsnota 2023 op (de voorzieningen in) uw gemeente heeft. U ontvangt daarom ook een enquête met vragen over de wijze waarop uw gemeente de structurele financiële situatie – zoals die uit de Voorjaarsnota 2023 duidelijk wordt – tegemoet gaat treden. Uw antwoorden maken de gevolgen van de keuzes van het kabinet inzichtelijk en dragen bij aan onze acties de komende tijd. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/9

Mr. L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/9

Brief NVVK mbt 'financiële hulpverlening, wat doet uw gemeente'

Het bestand Brief NVVK mbt 'financiële hulpverlening, wat doet uw gemeente' kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://zaltbommel.raadsinformatie.nl/document/12756726/1/Brief+NVVK+mbt+%27financie%CC%88le+hulpv erlening%2C+wat+doet+uw+gemeente%27

Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040

Een nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant

CEPT

N EINDCO

INHOUDSOPGAVE

1.

SAMENWERKEN AAN DUURZAME VERSTEDELIJKING

2.

AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING

3.

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX-GEBIED STEDELIJK BRABANT

4.

AFSPRAKEN PER ONTWIKKELPRINCIPE

-

4.1.

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

-

4.2.

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

-

4.3.

Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen

-

4.4.

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

-

4.5.

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

5.

EERSTE UITWERKING VOOR DE BRABANTSE REGIO’S

-

5.1.

Regio Zuidoost Brabant

-

5.2.

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch – Oss

-

5.3.

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

-

5.4.

Stedelijke Regio West Brabant West

BIJLAGE.

Instrumenten ontwikkelprincipe 1 en 2

Vooraf De dynamiek in stedelijk Brabant is groot, het is het tweede verstedelijkte gebied van Nederland. Er ligt een forse verstedelijkingsopgave, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. Die dynamiek willen we inzetten om slimmer en duurzamer te verstedelijken. We willen de vraag naar ruimte voor woningen en bedrijvigheid inzetten voor de doelen die we in onze omgevingsvisies hebben gesteld m.b.t klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, biodiversiteit, gezondheid, brede welvaart en circulaire economie. Rijk, provincie, waterschappen en stedelijke regio’s erkennen dat een gezamenlijke

Voor u ligt het Ontwikkelperspectief met eerste uitvoeringsafspraken. In dit Ontwikkelperspectief werken we de vijf ontwikkelprincipes die we in het kader van de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 (BO Leefomgeving 21 juni 2022) hebben opgesteld uit in concrete opgaven op het schaalniveau van heel Brabant én op het schaalniveau van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. De Brabantse stedenrij bestaat uit vier stedelijke regio’s die samen het stedelijk netwerk van Brabant vormen. Deze vier stedelijke regio’s verschillen van elkaar, vullen elkaar aan, maar zijn ook nauw verweven met elkaar. Er is sprake van sterke relaties met aangrenzende stedelijke netwerken in Nederland, Duitsland en België. De daily urbansystems zijn als uitgangspunt genomen bij het bepalen van de vier stedelijke regio’s.

inzet op de verstedelijkingsopgave cruciaal is en hebben daarom in het BO MIRT van 2020 afgesproken dat ze samen, als één overheid, werken aan een verstedelijkingsstrategie en die vertalen naar een ontwikkelperspectief met

Proces

uitvoeringsafspraken. Het proces om te komen tot een Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant heeft t plaatsgevonden op twee schaalniveaus: namelijk het schaalniveau van het hele Brabantse stedelijk netwerk en dat van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. Omdat het onderzoek, de analyse en het ontwerpproces tegelijkertijd op beide schaalniveaus heeft plaatsgevonden konden we schakelen tussen de schalen, waardoor we scherper inzicht kregen in de opgaven, oplossingsrichtingen en benodigde aanpak. We hebben dit vormgegeven door te werken met zowel een Brabantbrede stuurgroep (waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn) alsook met regionale stuurgroepen. De centrale steden hebben daarbij een schakelrol tussen het Brabantbrede proces en het proces in de stedelijke regio. Waterschappen en provincie zijn op beide schaalniveaus vertegenwoordigd. Het Rijk haakt aan bij de regionale processen zodra daar een opgave speelt die direct een nationaal belang/ opgave raakt.

5

In de eerste fase van het proces hebben de partijen gewerkt aan een

blijkt dat aanvullende uitvoeringsafspraken nodig zijn met het Rijk, bijvoorbeeld

verstedelijkingsstrategie voor het hele Brabantse netwerk en voor de afzonderlijke

op basis van de multimodale mobiliteitspakketten die per regio worden opgesteld,

stedelijke regio’s. In deze fase zijn verschillende verstedelijkingsmodellen voor

dan kunnen die, via de Brabantbrede stuurgroep, geagendeerd worden op de

de stedelijke regio’s onderzocht met behulp van het Dashboard Verstedelijking.

tafels met het Rijk (BO MIRT en BO Leefomgeving). De betrokken partijen werken

De resultaten daarvan zijn vertaald naar Brabantbrede ontwikkelprincipes.

de ontwikkelprincipes en uitvoeringsafspraken uit in hun eigen planologisch

In het BO-Leefomgeving van 21 juni 2022 zijn de ontwikkelprincipes uit de

instrumentarium zoals Omgevingsvisies, Omgevingsplannen en beleidskaders.

Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 voor een duurzame stedelijke ontwikkeling van Brabant met breed draagvlak en complimenten vastgesteld. In de tweede fase hebben partijen de ontwikkelprincipes uitgewerkt en vertaald naar een meer concreet Ontwikkelperspectief met eerste uitvoeringsafspraken. In het BO-MIRT van november 2022 hebben Rijk, provincie Noord-Brabant, Brabantse Waterschappen en de stedelijke regio’s het Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant op hoofdlijnen onderschreven en besloten de periode tot aan het BO Leefomgeving te gebruiken om draagvlak op te halen bij de betreffende colleges. Op basis van het verkregen draagvlak stellen deze partijen het Ontwikkelperspectief en de eerste uitvoeringsafspraken vast in het BO Leefomgeving van 2023. Proces na vaststelling in BO Leefomgeving 2023 Na vaststelling van het Ontwikkelperspectief vertalen partijen de afspraken naar beleid, naar een uitvoeringsagenda (Brabantbreed en per stedelijke regio) en naar het Ruimtelijk Voorstel voor de provincie Noord-Brabant. In het Ruimtelijk Voorstel

Van Verstedelijkingsstrategie naar Ontwikkelperspectief

komen de opgaven voor verstedelijking, landelijk gebied , energie en klimaat voor de hele provincie bij elkaar.

Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de

6

De ruimtelijke hoofdkeuzes voor de stedelijke regio’s (zie hoofdstuk 5) worden

verstedelijkingsopgave tot 2040:

uitgewerkt in uitvoeringsafspraken tussen stedelijke regio en provincie.

1.

Nieuw stedelijk Brabant

Voor die afspraken waar betrokkenheid van het Rijk aan de orde is zijn de

2.

Nieuwe relaties tussen stad en land

uitvoeringsafspraken opgenomen in hoofdstuk 4. Wanneer in de komende periode

3.

Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken.

Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem, de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstof, de wens om te komen tot een meer circulaire economie etc. Duidelijk is geworden dat op dezelfde manier doorgaan betekent dat we gaan vastlopen op de Brabantse wegen, we ons water -en bodemsysteem, alsmede landschap en natuur verder aantasten, onze voorzieningenstructuur onder druk zetten, de verduurzamingsslag in de bestaande steden, dorpen en bedrijventerreinen onvoldoende van de grond komt en we in kwalitatieve zin niet de woningen bouwen die aansluiten op de toekomstige behoefte. Vanuit drie kernwaarden voor Brabant hebben we 5 ontwikkelprincipes benoemd die ons gaan helpen bij het opstellen van een integrale verstedelijkingsstrategie waarin we deze opgaven bij de kop pakken. De kernwaarden voor Brabant zijn: 1.

Kwaliteit van leven staat voorop

2.

Klimaatpositief

3.

Meerwaarde maken

In de Verstedelijkingstrategie Brabant 2040 (zie bijlage) zijn deze kernwaarden en ontwikkelprincipes verder uitgewerkt en toegelicht. In het Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant zetten de gezamenlijke partners de nieuwe koers uit. Deze koers helpt ons de grote opgave te realiseren en daarbij rekening te houden met de draagkracht van ons milieu, ons water-, energie- en mobiliteitssysteem. Randvoorwaardelijk voor het realiseren van de verstedelijkingsopgave is het slagen van de transities die op het gebied van deze systemen nodig zijn. Die opgave komt vooral voort uit een sterk veranderende bevolkingssamenstelling (gezinsverdunning, vergrijzing, migratie) en de transitie naar een meer circulaire economie. De koers die we samen inslaan is dus geen belemmering voor de groei, maar maakt die juist op een duurzame manier mogelijk. Dit vraagt om een werkwijze waarin meer aandacht is voor integraliteit,

7

8

duurzaamheid en het oppakken van opgaven op het juiste schaalniveau. We zetten samen stappen met dit Ontwikkelperspectief door een aantal strategische

•

De hoofdkeuzes voor de vier Brabantse stedelijke regio’s: •

hoofdkeuzes en samenwerkings- en procesafspraken met elkaar te maken. Dit

1.

Regio Zuidoost-Brabant, met daarbinnen het Stedelijk

Gebied Eindhoven (zie Verstedelijkingsakkoord SGE juni 2022)

hebben we nodig om de koerswijziging nu te maken én vast te houden voor de

•

2.

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

langere termijn. Het Ontwikkelperspectief is nadrukkelijk een startpunt in dit proces.

•

3.

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

We formuleren nu de eerste uitvoeringsafspraken waar we mee aan de slag gaan.

•

4.

Stedelijke regio West-Brabant West

In het BO MIRT van 2023 maken we vervolgafspraken die betrekking hebben op de betrokkenheid van het Rijk, in de Brabantbrede stuurgroep en de bestuurlijke overleggen in de vier stedelijke regio’s maken we vervolgafspraken die betrekking hebben op de afspraken tussen provincie, waterschappen en stedelijke regio’s. De nieuwe koers voor een duurzame ontwikkeling van de stedelijke regio’s van Brabant bestaat uit; 1.

De Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 van maart 2022 zoals gepresenteerd bij het BO-Leefomgeving met daarin de ontwikkelprincipes voor duurzame verstedelijking van Brabant; (zie bijlage)

2.

Het Ontwikkelperspectief en eerste uitvoeringsafspraken Stedelijk Brabant 2040: vertaling van de ontwikkelprincipes uit de verstedelijkingstrategie in strategische hoofdkeuzes en uitvoeringsafspraken voor stedelijk Brabant en de vier Brabantse regio’s daarbinnen. Het Ontwikkelperspectief bestaat uit de volgende onderdelen: •

Samenwerken aan duurzame verstedelijking; de hoofdopgaven m.b.t. de samenwerking die nodig is t.b.v. het werken vanuit meer integraliteit en duurzaamheid

•

Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied stedelijk Brabant: de strategische hoofdkeuzes

•

Afspraken per ontwikkelprincipe;

9

1.

SAMENWERKEN AAN DUURZAME VERSTEDELIJKING

Onze gezamenlijke ambities zijn helder; we willen duurzame verstedelijking om voor

•

Via de concrete projectvoorstellen voor ingrepen en investeringen in de

langere termijn de provincie toegankelijk en leefbaar te houden én als tweede motor van

versnellingslocaties en grootschalige NOVEX woningbouwlocaties van Eindhoven

Nederland van nationaal belang te blijven. Daarbij willen we naast de vraag naar ruimte voor

Internationale Knoop XL en de Brabantse Stedenrij (te weten de spoorzones van

passende woningen bij een veranderende bevolkingssamenstelling en ruimte voor de groei,

’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg);

innovatie en transitie naar een circulaire economie ook andere opgaven oplossen m.b.t. mobiliteitstransitie, klimaatrobuustheid, energietransitie en biodiversiteit. We blikken daarin

•

En middels eerste uitvoeringsafspraken over de duurzame verstedelijking in Brabant en de vier Brabantse regio’s.

vooruit door te kijken naar sociaal-maatschappelijke trends, de digitalisering, duurzame mobiliteit en het nieuwe werken. Om deze opgaven voor elkaar te krijgen is echter meer

Tussen deze twee niveaus zit een belangrijk faseverschil. In de Brabantse stedenrij en

nodig dan we nu al doen. We gaan namelijk niet snel genoeg en vaak liggen oplossingen of

het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn de afgelopen 10 jaar al flinke stappen gezet richting

middelen buiten onze invloed en hebben daarvoor provincie of Rijk nodig.

duurzame verstedelijking en staat helder voor ogen waar ingrepen en investeringen

“Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg” zeggen we als Brabanders graag, echter dat

noodzakelijk zijn. Het proces in de stedelijke regio’s loopt nu twee en een half jaar en heeft

“normaal” is niet meer zo vanzelfsprekend. Op veel wegen sta je vast, de woningbouw kan de

geleid tot veel samenwerking, energie, integraliteit en ambities om de ontwikkelprincipes op

vraag niet bijbenen en sluit onvoldoende aan bij de veranderende vraag, onze economisch

alle schaalniveaus toe te passen en te verbinden. De concrete uitwerking richting ruimtelijke

kracht staat onder druk door de krapte op de arbeidsmarkt en ons buitengebied wordt

keuzes en afspraken heeft nog wel tijd nodig, juist om de energie die is losgemaakt goed te

eenzijdiger. De bestaande systemen dreigen vast te lopen, de ontwikkeling van onze wijken

benutten.

en dorpen stagneert en dat terwijl er als gevolg van de klimaatverandering Brabant een

Het samenwerken aan duurzame verstedelijking is ‘work in progress’. Dit

gigantische wateropgave kent. Ook de crisissituaties op landelijk en internationaal toneel

Ontwikkelperspectief is een tussenstand en tegelijkertijd een noodzakelijke stap om keuzes

hebben diepe impact op Brabant. Hoe nuchter de Brabanders ook zijn en niet snel om hulp

in beeld te brengen, eerste afspraken te maken en van start te kunnen gaan om door te

zullen vragen, toch kunnen we dit allemaal niet alleen oplossen.

pakken op onderdelen die we al scherp in beeld hebben en vervolgstappen te zetten op onderdelen die nog uitwerking vragen, voor zover dat niet in andere overleggen tussen Rijk

10

We zijn daarom als Rijk, provincie, waterschappen, B5-steden en gemeenten samen op weg

en regio danwel binnen de regio al plaatsvindt. We concluderen namelijk uit de bestuurlijke

om te ontdekken wat de juiste koers is voor de duurzame verstedelijking van Brabant en

besluitvorming in het BO Leefomgeving van juni 2022 dat de strategie en principes voor

welke ingrepen of koerswijzigingen daarvoor nodig zijn. Het Dashboard Verstedelijking heeft

de duurzame verstedelijking van Brabant in de stedelijke regio’s breed gedragen en

ons daarin een flink eind op weg geholpen en de intensieve samenwerking tussen partijen

onderschreven worden. Tegelijktijdig constateren we dat op verschillende vlakken een

heeft veel energie losgemaakt en kansen in beeld gebracht. We willen daarom verder bouwen

verandering van koers noodzakelijk is. Samenwerking is daarvoor een eerste vereiste en

op de “Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040” en de regionale Ontwikkelstrategieën van de

het maken van afspraken die perspectief bieden. Met deze eerste uitvoeringsafspraken die

Metropoolregio Eindhoven/Stedelijke Regio Eindhoven, Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch,

nu voorliggen gaan we samen aan de slag omdat we zien dat dit nodig is voor een gezonde

Stedelijke Regio Breda-Tilburg en stedelijke regio West-Brabant-west van medio 2022 door

duurzame toekomst van Brabant. Inclusief een zorgvuldig proces en organisatievorm die

als partners afspraken te maken over het realiseren van onze ambities.

daarbij passend is en op betrokkenheid en draagvlak kan rekenen van alle partijen. Met als

Dat doen we op twee niveaus;

basis ruimte en vertrouwen en elkaar te ondersteunen waar dat nodig is.

(*1) https://www.brabant.nl/actueel/nieuws/natuur-en-landschap/2023/ analyses-bevestigen-slechte-staat-natuur-brabant

Relatie met andere sporen

Ontwikkelperspectief voor stedelijk Brabant. In dit Ontwikkelperspectief zetten we de koers

Programma NOVEX - In het voorjaar van 2022 heeft het Rijk het programma NOVEX

uit voor de periode tot 2040. De woningbouwopgave voor de periode tussen 2030 en 2040

gelanceerd. Dat bestaat uit twee sporen: het Ruimtelijk Voorstel en de aanpak van de

is nog indicatief: elke 2-3 jaar stelt de provincie een nieuwe prognose op. De woondeals

NOVEX-gebieden.

worden periodiek bijgesteld. Het is belangrijk dat de woningbouwplanning adaptief is. De

Het Rijk vraagt de provincies om een Ruimtelijk Voorstel te ontwikkelen op basis van het

genoemde getallen in dit Ontwikkelperspectief met betrekking tot de woningbouwopgave

startpakket dat de provincies in het najaar van 2022 hebben ontvangen. Dat startpakket

tot aan 2040 zijn indicatief en hebben als doel grip te krijgen op de aard en omvang van de

bestaat uit alle ruimtelijke claims die voortkomen uit alle Rijksprogramma’s met een

verstedelijkingsopgave. Het is belangrijk om het spoor van het Ontwikkelperspectief en de

ruimtelijke component. Het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant is een belangrijke

woondeals goed met elkaar af te stemmen. De stuurgroep stedelijk Brabant is de logische

bouwsteen voor het Ruimtelijk Voorstel. Met het leggen van de puzzel op provinciaal niveau

tafel voor partijen om te zorgen voor een goede afstemming tussen Ontwikkelperspectief en

wordt duidelijk waar opgaven elkaar kunnen versterken en waar opgaven elkaar zo in de weg

de regionale woondeals.

zitten dat het niet lukt om een Ruimtelijk Voorstel l te maken. In dat geval wordt de opgave teruggelegd op Rijksniveau met de vraag om op dat niveau een knoop door te hakken

Stikstof en Natuurdoelanalyses - De Natuurdoelanalyses (NDA’s) die in februari 2023 zijn opgeleverd (*1) laten een verslechterd beeld van de natuur zien. Het gevolg van

Het tweede spoor is gebiedsgericht: het Rijk heeft 16 gebieden aangewezen waar een

de geconstateerde verslechtering is dat de vergunningverlening voor aanvragen met

complexe opgave ligt waarbij hulp van het Rijk nodig is. Een van die gebieden is het NOVEX-

stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden voorlopig stil komt te liggen. Deze ligt stil totdat

gebied stedelijk Brabant. Het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied stedelijk Brabant

de benodigde aanvullende maatregelen zijn geborgd en de effecten ervan voldoende zeker

is een van de drie perspectieven die samen moeten komen in het Ruimtelijk Voorstel. Samen

zijn. Dit betekent niet dat de hele verstedelijking daarmee per direct stil ligt. Momenteel staan

met perspectieven voor het landelijk gebied/water/bodem en klimaat/energie/circulaire

veel projecten in aanbouw (zo wordt er in 2023 een groei van de Brabantse woningvoorraad

economie kan de puzzel voor Brabant het komend jaar gelegd worden.

verwacht van tussen de 10.500 en 11.000 woningen, exclusief aantal flexwonenprojecten die in ontwikkeling zijn) en zijn de afgelopen tijd ook nog de nodige vergunningen verleend.

Woondeals - Het Rijk heeft in oktober bestuurlijke afspraken met de provincie gemaakt met

Projecten die al beschikken over een onherroepelijke vergunning in het kader van de Wet

een inspanningsverplichting voor de realisatie van 130.600 woningen tot en met 2030. Deze

natuurbescherming (Wnb) of een onherroepelijke omgevingsvergunning met daarin een

afspraken zijn uitgewerkt in vier regionale woondeals (ondertekening 9 maart 2023).

Verklaring van Geen Bedenkingen van Gedeputeerde Staten kunnen doorgaan. Ook projecten waarvan uit een berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie op een Natura

In de woondeals is de minimale woningbouwprogrammering tot en met 2030 vastgelegd.

2000-gebied plaatsvindt kunnen doorgaan. Veel (kleine) woningbouwprojecten zullen

Daarnaast zijn afspraken gemaakt over onder andere versnelling, betaalbaarheid,

hieronder vallen. Voor de wat langere termijn moeten met name voor de grotere projecten de

flexwoningen, herstructurering en diverse aandachtsgroepen en de uitwerking van de

consequenties nog duidelijker worden. Dit is o.a. afhankelijk van de omvang en ligging van

opgave in concrete locaties. De regionale woondeals zijn ondertekend door het Rijk,

het betreffende woningbouwplan ten opzichte van stikstofgevoelige Natura2000-gebieden en

provincie, gemeenten en andere partners (o.a. woningcorporaties). Met deze woondeals

van de methode van bouwen.

is een belangrijke stap gezet in de uitvoering voor de periode tot en met 2030 van het

11

2.

AFSPRAKEN OVER SAMENWERKING

Werken als 1 overheid Gedurende het traject is geconstateerd dat er niet alleen inhoudelijke opgaven zijn die een stap naar duurzame verstedelijking in de weg zitten. Oplossingen moeten ook gevonden worden in zaken als ambtelijke capaciteit bij gemeenten, waterschappen en provincie, opschaling van project- naar systeemniveau, nieuwe financieringsmodellen en uitbreiding instrumentaria. Als samenwerkende partners maken we daarom een aanvullende afspraak waarbij we elkaars kennis, kunde, capaciteiten en werkbudgetten efficiënt inzetten voor de uitvoering van deze afspraken. Stuurgroep Stedelijk Brabant De stuurgroep ‘Stedelijk Brabant’ (Rijk, provincie, de waterschappen en de 4 Brabantse stedelijke regio’s) is het voorportaal voor het BO Leefomgeving en het BO MIRT over de ontwikkeling van het NOVEX-gebied stedelijk Brabant. De stuurgroep bespreekt en bewaakt de integrale samenhangende ruimtelijke opgave m.b.t de verstedelijking en de voortgang van de uitvoeringsafspraken uit dit Ontwikkelperspectief. Wanneer er sprake is van een thematische uitwerking of verdieping kan thematisch overleg plaatsvinden in eigen overleggen. Zo zijn er overleggen over de woonagenda/woondeals die zich richten op de versnellingsopgave van de woningbouw.

Met betrekking tot mobiliteit betreft dat onder andere het bestuurlijk overleg Slimme en Duurzame Mobiliteit BrabantStad, de Programmaraad SmartwayZ.NL, BO-Goederenvervoercorridors, BO Brainport, de nationale en landsdelige OV- en spoortafel. Afspraken die daar gemaakt worden, zijn input voor de stuurgroep Stedelijk Brabant en passen in de integrale ruimtelijke koers die partijen met elkaar hebben afgesproken in de stuurgroep Stedelijk Brabant. Nadrukkelijk worden over die onderwerpen geen nieuwe afspraken gemaakt in de stuurgroep Stedelijk Brabant. Wel kan de stuurgroep ideeën, wensen en behoeften agenderen in de andere overleggen. In de stuurgroep Stedelijk Brabant zorgen partijen voor een goede Brabantbrede regie en ondersteuning van de afspraken die de partijen maken in dit

12

Ontwikkelperspectief ten behoeve van de uitvoering van de Brabantbrede

Aansluiting Land van Cuijk en subregio’s Zuidoost-Brabant

verstedelijkingsstrategie en de uitwerkingen daarvan op regionaal niveau.

Het Land van Cuijk is in het voorjaar van 2023 aangesloten bij het proces voor NOVEX stedelijk Brabant. De subregio’s De Kempen, De Peel en de A2-gemeenten

Deze afspraken zijn adaptief en de voortgang daarvan wordt besproken in het BO-

van de regio Zuidoost-Brabant sluiten in de loop van 2023 aan. Het Land van Cuijk

MIRT of het BO Leefomgeving. Ook kunnen we via de stuurgroep samenwerken

(met relaties met de regio Arnhem/Nijmegen en Noord-Limburg) is aangesloten bij

in het ontschotten van fondsen en ruimte creëren om naast het Mobiliteitsfonds

het proces voor de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch. De subregio’s van Zuidoost-

o.a. ook het Klimaatfonds, Groeifonds en Transitiefonds (NPLG) in te zetten op het

Brabant stellen gezamenlijk met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven (Het

schaalniveau van de Stedelijk Brabant en de regio’s.

SGE) een ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant op. Daarin worden de verbindingen gelegd met NOVEX stedelijk Brabant.

Stuurgroepen in de vier stedelijke regio’s Provincie, waterschappen en gemeenten spreken met elkaar af dat de stedelijke regio’s het bestuurlijk verband zijn waarbinnen partijen komen tot een integrale aanpak van de verstedelijkingsopgave. De hoofdopgaven zoals die geformuleerd zijn in hoofdstuk 5 zijn daarbij een gezamenlijk uitgangspunt evenals de Brabantbrede ontwikkelprincipes en uitvoeringsafspraken. Nadat afstemming en besluitvorming heeft plaatsgevonden binnen de stedelijke regio’s kan verdere programmering of uitwerking indien nodig plaatsvinden in de daartoe meest geëigende gremia (wanneer dat niet de stedelijke regio zelf is, betreft dat meestal de vier Brabantse regio’s Zuidoost-Brabant, Noordoost-Brabant, Midden- en WestBrabant (of de subregio’s voor het wonen). Strategisch overleg Stedelijke regio’s, waterschap en provincie spreken met elkaar af dat zij binnen de stedelijke regio een periodiek overleg ruimtelijke plannen organiseren waar zij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en plannen met een bovenlokale component integraal met elkaar bespreken en vroegtijdig richtinggevende adviezen geven of keuzes maken.

Partijen werken de benodigde werkstructuur voor het integrale overleg en voortgang van de ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de stedelijke regio’s in relatie tot de bestaande overlegstructuren uit en nemen daar over een besluit in de betreffende gremia, uiterlijk eind 2023.

13

3.

ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX-GEBIED STEDELIJK BRABANT

Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met

werken en leven. De ruimte is echter schaars doordat in het landelijk gebied grote

een forse bouw-, transformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor

veranderingen op stapel staan met bijbehorende ruimteclaims; energieopwekking,

stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende

omslag naar robuust en klimaatbestendig watersysteem en vernatting,

landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk

veranderingen in de landbouw en het vinden van een nieuwe balans tussen natuur

gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een

en bedrijvigheid (o.a. stikstof). Binnen het bebouwd gebied spelen daarbovenop ook

sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die

opgaven op mobiliteit (verduurzaming en een vol wegennetwerk), duurzaamheid,

bestaan uit een netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen.

vitaliteit van kernen, leefbaarheid van wijken, een veranderende demografie

Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en

(vergrijzing, gezinsverdunning), een mismatch op de woningmarkten de behoefte

verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij onze

aan meer gemengde stedelijke woon/werk milieus.

bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX. Schaalsprong Brabantse Stedenrij We kiezen voor een schaalsprong van de verstedelijking in de Brabantse stedenrij. Die schaalsprong is al ingezet in de centrumsteden. Daar is een nieuw stedelijk Brabant aan het ontstaan. De schaalsprong in stedelijkheid die Eindhoven, Helmond, Breda, Tilburg en ’s-Hertogenbosch maken is gestart in de spoorzones, maar komt pas echt van de grond als die wordt doorgezet in het omliggende stedelijk gebied en de middelgrote steden van Brabant. Dit is een belangrijke stap te zetten naar verduurzaming van het stedelijk netwerk, een gezond leefklimaat en de broodnodige mobiliteitstransitie: Brabant staat nog bekend als autoprovincie met veel files. We hebben een duurzamer mobiliteitssysteem nodig, waarin het aandeel lopen, fiets en OV substantieel groeit, om de groei te kunnen accommoderen. Zo blijft er bovendien ruimte op het wegennet voor die delen van Brabant die een minder goede aansluiting hebben op het OV-netwerk. Daarom gaan we ook in de middelgrote steden anders bouwen. De focus op grootschalige uitleglocaties verschuift ook hier naar het verstedelijken in de stad zelf. Hier ligt nog veel ruimte in en rond de centra, de spoorzones, rond OV-knooppunten en in verouderde De economie in Brabant groeit de komende decennia door, met name dankzij internationale bedrijven, het MKB en de logistiek.

Daarbij groeit de bevolking mee van ca. 2.5 miljoen tot bijna 3 miljoen inwoners in 2050, die samen willen wonen,

14

wijken en bedrijventerreinen. Uitleg kan nog steeds nodig zijn, maar dan altijd als onderdeel van een strategie gericht op het maken van een schaalsprong en verduurzamingsslag in het bestaand stedelijk gebied zelf en op plekken die vanuit een duurzaam bodem- watersysteem, het landschap, de energietransitie

15

de verbinding tussen het landschap en de steden. We investeren niet alleen in de groen/blauwe kwaliteit van de steden zelf, maar ook in de landschappen tussen de steden en het Brabantse natuurnetwerk, de groene buffers tussen stedelijke gebieden en groene scheggen waarmee het landschap de stad in prikt. Landschap en natuur groeien mee met de verstedelijking. Met dit Ontwikkelperspectief kiezen we voor leefbare en vitale dorpen, als essentieel onderdeel van het stedelijk netwerk. We zorgen voor meer betaalbare woningen die goed passen bij de vergrijzingsopgave en arbeidsmigratie. Een meer divers palet aan woonmilieus is goed voor de vitaliteit, leefbaarheid en de kwaliteit van voorzieningen in de dorpen. Met een beter OV- en (snel-)fietspadennetwerk worden ze sneller verbonden met de Brabantse stedenrij en met elkaar. Ook hier en bereikbaarheid goed scoren. Doel is versterking en verduurzaming van de hele Brabantse stedenrij.

uitgedachte strategie voor de ontwikkeling van de dorpen waarin alle opgaven en

Wonen en werken hebben zich altijd op korte afstand van elkaar ontwikkeld in

gaan samenwerken.

Brabant, maar zijn in de loop der tijd uit elkaar gegroeid. We kiezen daarom voor het creëren van nieuwe interactiemilieus tussen wonen en werken, niet alleen in de spoorzones van de grote steden, maar juist ook in de middelgrote steden (bijvoorbeeld Waalwijk, Oss, Veghel). Ook de komende decennia is er nog behoefte aan ruimte voor bedrijven in Brabant. Het wordt steeds lastiger om in het intensief

kansen voor de dorpen worden meegenomen. Hier willen we op een nieuwe manier

Vijf integrale ontwikkelprincipes De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak: 1.

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking

2.

Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking

3.

Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp

de beschikbare ruimte beter te benutten.

4.

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp

5.

Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

Kwaliteitsimpuls landelijk gebied en dorpen

De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant

gebruikte en waardevolle Brabantse landschap ruimte te vinden. Daarom zetten we in op verdichten, vergroenen en verduurzamen van bedrijventerreinen. Ook wordt gekeken hoe we bestaande locaties beter kunnen clusteren en specialiseren om zo

De kwaliteit van het landschap en de dorpen is een essentieel onderdeel van een goed functionerend stedelijk netwerk in Brabant. Dit Ontwikkelperspectief kiest daarom voor het versterken van het Brabantse landschap en het versterken van

16

kan uitleg nodig zijn, maar niet als automatisme. Het wordt onderdeel van een goed

(hst 4) en de stedelijke regio’s (hst 5).

Energietransitie als randvoorwaarde voor verstedelijking

verbinding met aantrekkelijke landschappen tussen de steden en het Brabantse

Een goede energievoorziening is een belangrijke randvoorwaarde voor duurzame

natuurnetwerk als onderdeel van een robuust landschappelijk raamwerk voor

verstedelijking. De energiebehoefte zal de komende jaren flink groeien en parallel

Brabant.

daaraan vindt de transitie naar duurzame vormen van energie plaats. Het is

De ontwikkeling van de grote groenstructuren buiten de stad wordt opgepakt in het

belangrijk dat de energieopgave integraal onderdeel uit gaat maken van de

programma landelijk gebied. Vanuit stedelijk Brabant zorgen we voor een goede

verstedelijkingsopgave (m.b.t. locatiekeuze, ruimtebeslag, opwek, besparing etc.).

aansluiting van deze gebieden op stedelijk Brabant.

In dit Ontwikkelperspectief zetten we hiervoor de eerste lijnen uit en benoemen we eerste uitvoeringsafspraken (als onderdeel van het ontwikkelprincipe ‘Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp’). Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking Het eerste principe ‘Water en bodem als basis voor de verstedelijking’ is het vertrekpunt in de locatiekeuze voor verstedelijking. We zetten de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar klimaatrobuuste verstedelijking. We ontzien plekken die minder geschikt zijn voor nieuwe woon- en werklocaties. Daarvoor hanteren we een signaleringskaart voor het water- en bodemsysteem bij uitleglocaties en een ambitieladder voor verdichtingslocaties. Dit wordt onderdeel van de integrale afweging van locaties. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking Groen in en om de stad is noodzakelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving, ecologie en klimaatadaptatie. We werken op drie schaalniveaus aan de ontwikkeling van natuur en landschap: •

Groen/blauw in de stad: Ontwikkeling groen/blauw loopt gelijk op met verdichting of herstructurering

•

Groen/blauwe stad-land verbindingen en scheggen: groen/blauwe structuren vanuit het landelijk gebied laten we zo veel mogelijk doorlopen in de steden. Daar waar nodig versterken of ontwikkelen we deze groen/blauwe structuren;

•

Groen/blauw om de stad: Inzetten op de ontwikkeling van groene buffers en landschapsparken die zorgen voor groene geleding in de stedelijke regio’s en

Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp Het zwaartepunt van de verstedelijking landt binnen bestaand bebouwd gebied in steden, kernen en op OV-knopen om de mobiliteitstransitie, de groei in werkgelegenheid, de sprong in leefomgevingskwaliteit en vorming van (hoog) stedelijk centra en vitale dorpen te dragen. Daarbij zetten we tot 2030 in op het versnellen en ontwikkelen van woningbouwlocaties (zie woondeals) en versneld realiseren van bestaande (harde en zachte) plannen. Tegelijkertijd onderzoeken we de kansen voor (kleinere) inbreidingsplannen in steden en dorpen (dorpenstrategie) tot 2040.

17

18

Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp Om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen per stedelijke regio te kunnen accommoderen wordt voor elke stedelijke regio een meerjarig en samenhangend pakket aan mobiliteitsmaatregelen opgesteld (inclusief kosten, financiering en fasering). Deze pakketten faciliteren de gewenste mobiliteitstransitie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12783022/1