CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Vast te stellen bestemmingsplan Brakel, Kommerstraat - Kooihoek 10

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Brakel, Kommerstraat Kooihoek 1023.792 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het streven is om de concurrentiekracht van Gelderland te vergroten door een duurzame versterking van de ruimtelijk-economische structuur. 2. Borgen van de kwaliteit en de veiligheid van de leefomgeving Een aantrekkelijke leefomgeving vergt een goede kwaliteit en beleving van natuur, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodem- en watersysteem. De provincie zet daarom in op het waarborgen en op het verder ontwikkelen van die kwaliteiten van Gelderland. Doorwerking in het bestemmingsplan Met de realisatie van onderhavige ontwikkeling wordt een bestaande woonlocatie, detailhandelslocatie (fietsenwinkel) en bedrijfslocatie getransformeerd naar een kleinschalige woonontwikkeling. Hiermee wordt gevolg gegeven aan het vereiste van kwaliteitsborging van de leefomgeving en wordt bestaand gebied gerevitaliseerd. De geplande ontwikkelingen zijn gebaseerd op de wensen en behoeften vanuit de toekomstige bewoners blijkens de woonvisie. Het beoogde plan betreft dan ook een vraag gestuurde ontwikkeling waarbij wordt gebouwd naar actuele behoefte. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de Omgevingsvisie Gelderland.

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

13

2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Op 24 september 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening betreft de juridische vertaling van de provinciale Omgevingsvisie Gelderland waarmee de provincie regels (randvoorwaarden) stelt aan bestemmingsplannen van gemeenten. Doel van de verordening is om provinciale belangen op het gebied van de ruimtelijke ordening te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. Na de vaststelling van de verordening in 2014 hebben nog een aantal actualisatierondes plaatsgevonden wat geresulteerd heeft in een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018). De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvan de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Wat betreft woningbouw stelt de verordening dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio.

Figuur 2.1: Omgevingsverordening Gelderland, natuur en landschapsbeleid, locatie rood omcirkeld

Figuur 2.2: Omgevingsverordening Gelderland, Hollandse Waterlinie, locatie rood omcirkeld

14

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

Doorwerking in het bestemmingsplan In de Omgevingsverordening zijn bestaande stedelijke gebieden niet opgenomen in de aanduidingen ten aanzien van nationale landschappen en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHWL). De Omgevingsverordening kent in bestaande stedelijke gebieden geen regels ten aanzien van deze gebieden. Het plangebied is niet gelegen in, of grenst niet aan de EHS. Het voorgenomen bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten uit de Omgevingsverordening Gelderland. 2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Regionale Woonagenda 2020-2030 De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio’s wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een ‘regionale woonagenda’. Hierin zijn de belangrijkste thema’s omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. In de Regionale Woonagenda 2020 -2030 zijn vijf thema’s uitgewerkt waarop de acht regio gemeenten de komende jaren willen samenwerken. Deze thema’s zijn: 1. Continuïteit in productie 2. Betaalbaarheid van het wonen 3. Flexibiliteit op de woningmarkt 4. Wonen en zorg 5. Duurzaamheid Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.2.1 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema’s worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties. Doorwerking in het bestemmingsplan In de regionale woonagenda Rivierenland wordt er met de prognoses voor het te bouwen aantal woningen gewerkt met een bandbreedte.

Voor de gemeente Zaltbommel is aangegeven minimaal 900, en maximaal 1.450 nieuwbouwwoningen toe te willen voegen in de periode tussen 2020 en 2030. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling, met het mogelijk maken van 3 woningen binnen bestaand stedelijk gebied, in speelt op deze ambitie. De daadwerkelijke realisatie van nieuwbouwwoningen en de ontwikkeling van de plancapaciteit per gemeente worden jaarlijks gemonitord. Dit maakt het mogelijk ontwikkelingen nauwkeurig te volgen en indien nodig bij te sturen. Iedere twee jaar zal het regionaal woningbouwprogramma worden geëvalueerd. Het regionale woningbouwprogramma wordt in onderstaande paragraaf verder toegelicht. 2.3.2 Regionaal Woningbouwprogramma Regio Rivierenland De gemeenten van Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Zaltbommel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en jaarlijks actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma. Op 30 mei 2016 hebben de provincie en de regio(gemeenten) afspraken gemaakt over de Kwantitatieve Opgave Wonen voor de periode 2015-2024. Gedeputeerde Staten hebben deze afspraken op 12 juli 2016 vastgesteld.

Toetsing van projecten Alle in het Regionaal Woningbouwprogramma opgenomen projecten zijn getoetst op drie punten: • Planstatus (harde of zachte plancapaciteit); • Urgentie (noodzaak voor prioriteit: verbetering door bijvoorbeeld herstructurering dan wel bedrijfssanering of woningen voor urgente doelgroepen); • Woonmilieu, prijs en woningtype (projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het regionale woningbehoefteonderzoek).

15

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

Indeling projecten De projecten zijn – na op de drie punten getoetst te zijn – ingedeeld in drie categorieën, te weten: 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar). Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2; 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar). Dit kunnen bijvoorbeeld aandachtspunten op het gebied van milieu zijn. Ook zijn kansrijke plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld opgenomen in categorie 2; 3. Plannen voor de lange(re) termijn (realisatie tien jaar of verder). Dit zijn plannen die pas na 2024 zijn voorzien of deel uitmaken van een groter project. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Doorwerking in het bestemmingsplan Het initiatief is opgenomen in het Regionaal Woningbouwprogramma in de lijst projecten categorie 2. Voor wat betreft het programma scoort het initiatief goed, omdat er woningen gebouwd worden die voorzien in de woningbehoefte in Brakel. Na het doorlopen van de procedure voor het bestemmingsplan wordt het plan opgenomen in categorie 1. 2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1 Woonvisie Bommelerwaard De gemeente Zaltbommel heeft samen met de gemeente Maasdriel de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 opgesteld. De visie is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen. De centrale thema’s van de Woonvisie zijn: • Snel voldoende woningen: De woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Zaltbommel uit ca 1.450 woningen; • Meer variatie: voor woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen wordt een differentiatie gehanteerd, waarmee alle doelgroepen passend bediend kunnen worden. Woningen in verschillende typologieën, huur en koop, in verschillende prijsklassen. Er is aandacht voor de specifieke huisvestingsvragen van doelgroepen zoals arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners; • Duurzame woningvoorraad: verduurzaming van de bestaande voorraad, woningen en andere gebouwen aardgasvrij maken. En een klimaatadaptieve, circulaire en natuurinclusieve leefomgeving. • Wonen en zorg: de realisatie van een breed palet van woningen en woonvormen voor senioren wordt gestimuleerd. Woonvormen, waarbij een passende vorm van zorg geboden kan worden. Woonvormen waar ouderen zich comfortabel en veilig voelen in een vertrouwde omgeving.

• Leefbaarheid: Burgers worden ondersteund om de kracht uit de samenleving te benutten om de kernen aantrekkelijk te houden en mensen zich er thuis te laten voelen en verbonden te laten zijn met elkaar. Met nieuwbouw wordt hier aan bijgedragen door een goede differentiatie van woningen te realiseren. De ambities en woonthema’s zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Doorwerking in het bestemmingsplan De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande dorpskern. In de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 komt naar voren dat er een kwalitatieve woningbehoefte is aan vrijstaande, twee-aanéén en rijwoningen (zie figuur 2.1). De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in lijn. Daarnaast zullen de nieuwe woningen duurzaam, en zonder gasaansluiting worden gerealiseerd. Het plan met de ontwikkeling van twee vrijstaande woningen binnen bestaand stedelijk gebied is passend binnen het beleid van de verschillende overheden. 2.4.2 Groenbeleidsplan Op 26 januari 2017 heeft de raad het Groenbeleidsplan vastgesteld: ‘Groen dicht bij de burger’ Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026. Dit groenbeleidsplan heeft uitsluitend betrekking op het openbaar toegankelijke groen binnen de bebouwde kom. Het beleid gaat onder andere in op de betekenis van groen voor mensen, de verschillende soorten groenvoorzieningen, inrichting, beheer en de hoeveelheid te realiseren groen per woning bij 16

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

nieuwe ontwikkelingen. Zo is de richtlijn bij nieuw te realiseren woningen: 75 m2 groen per woning, waarvan 30 m2 wordt ingericht als gebruiksgroen. Op basis van het beleid moet bij de bouw van 2 woningen 150 m2 groen gerealiseerd worden. In het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met ca. 940m2 groen. In dit bestemmingsplan is dit terug te zien als de bestemming ‘Tuin’. Hiermee wordt voldaan aan de in het beleid gestelde normen voor groenvoorzieningen.

17

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

3

Analyse van de bestaande situatie

3.1 Historische ontwikkeling Brakel is van oorsprong een terp-esdorp en gelegen op de zogenoemde Gamerenstroomrug. Kenmerkend voor het dorp zijn de verhoogde woonerven of woerden uit de tijd van voor de bedijking. De structuur van het dorp is onregelmatig en bestaat uit een stelsel van brinken en verspreide bebouwing. Gaandeweg kreeg Brakel het karakter van een dijkdorp door haar langgerekte bebouwing aan weerszijden van de dijk. Brakel heeft een oude kern met karakteristieke bebouwing, zoals de bebouwing rondom het pleintje met de waterpomp en de bebouwing aan de Koningstraat. Op enkele plaatsen zijn langs de voorgevels van de overgebleven boerderijen nog stukken van het historische kerkepad zichtbaar. In het oosten van het dorp bevindt zich het landgoed Brakel, welke in zowel landschappelijk, ecologisch als cultuurhistorisch opzicht een waardevol gebied is. Dit complex vormt een afgeronde en fraaie overgang tussen de bebouwde kern en het buitengebied. Aan de zuidoostzijde van Brakel ligt de nieuwbouwwijk Molenkamp. Het bos van Brakel is een typisch kasteelbos, waar bomen zijn te vinden van 150 jaar oud. Het beheer van het bos valt – net als Huis Brakel - onder “Gelders Landschap”. Door de kwetsbaarheid van diverse beschermde planten, zoals de gevlekte Aronsklerk en flora, zijn sommige delen van het bos niet toegankelijk voor het publiek.

Het patroon van het landschap met haar verhogingen en kreken is af te lezen van de plattegrond, zoals de rondingen van de huidige Burgemeester Posweg.

Figuur 3.1: Historische kaart omstreeks 1900, locatie zwart omcirkeld

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

18

3.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt middenin de historische kern Brakel en is gelegen tussen de straten Kooihoek, Kruispad en Kommerstraat. Het gebied heeft een dorpse sfeer en uitstraling, met voornamelijk vrijstaande woningen en tweekappers, die bestaan uit één of anderhalve bouwlaag met kap. Momenteel bevindt zich op de locatie een fietsenmaker, een installatiebedrijf met bijbehorende bedrijfswoning en een deel van het plangebied is in gebruik als weiland/boomgaard.

Figuur 3.2: bestaande fietsenwinkel

Figuur 3.3: bestaande installatiebedrijf met bedrijfswoning

Figuur 3.4: deel gebied in gebruik als weiland/boomgaard

Figuur 3.5: Kommerstraat

Figuur 3.6: Kooihoek

Figuur 3.7: Kruispad

19

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

4

Planontwikkeling

4.1 Planontwikkeling Het planvoornemen voorziet in de realisatie van nieuwe woningen, maar ook in de herindeling van bestaande bebouwing. Hieronder wordt de planontwikkeling puntsgewijs toegelicht: • Er worden twee nieuwe vrijstaande woningen toegevoegd aan de Kommerstraat (1). • Aan de Kooihoek 10 wordt de huidige bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning met tevens de mogelijkheid tot het hebben van een bedrijf aan huis (maximaal milieucategorie 1), en de mogelijkheid tot mantelzorg (2). • Het huidige bedrijfsgebouw aan de Kooihoek 10 zal gaan functioneren als fietsenwinkel. De huidige fietsenwinkel aan het Kruispad 2 zal zich hier gaan vestigen (3). • Ten slotte zal de voormalige fietsenwinkel aan het Kruispad 2 plaats maken voor een woning met de mogelijkheid tot kleinschalige daghoreca (uitsluitend categorie 3 met een maximaal oppervlak van 75m2), een mogelijkheid tot het hebben van een bedrijf aan huis (maximaal milieucategorie 1), en de mogelijkheid tot mantelzorg (4). Daarmee worden er in totaal met dit bestemmingsplan 3 woningen planologisch mogelijk gemaakt. Ontwikkeling twee vrijstaande woningen Aan de Kommerstraat worden twee nieuwe vrijstaande woningen toegevoegd. Deze woningen hebben een maximale bouwhoogte van een bouwlaag met kap en staan ruim gepositioneerd in het groen.

Deze groene ruimte tussen de twee te ontwikkelen woningen is bepalend voor Brakel en dient onbebouwd te blijven. De twee nieuw toe te voegen woningen passen qua maat en uitstraling goed in het straatbeeld. In de regels van dit bestemmingplan zijn voorwaarden opgenomen betreft de maatvoering en situering van het hoofd- en de bijgebouwen. De goot- en nokhoogte van de hoofdgebouwen mogen respectievelijk maximaal 4 en 8 meter bedragen. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient niet minder dan 4 meter te bedragen.

(2) Huidige situatie: Bedrijfswoning Toekomstige situatie: Woning met tevens de mogelijkheid tot bedrijf aan huis (max. categorie 1), en de mogelijkheid tot mantelzorg (1) 2 vrijstaande woningen aan de Kommerstraat (nieuwbouw)

(3) Huidige situatie: Bedrijfsgebouw Toekomstige situatie: Fietsenwinkel (detailhandel) (4) Huidige situatie: Fietsenwinkel Toekomstige situatie: Woning, met de mogelijkheid tot kleinschalige daghoreca (uitsluitend milieucategorie 3 met een max. oppervlak van 75m2), mogelijkheid tot bedrijf aan huis (max. categorie 1), en de mogelijkheid tot mantelzorg

Waterloop behouden

lijke appe h c s d lan Open roenzone g

Figuur 4.1: Indicatieve planopzet, schaalloos Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

20

4.2 Verkeer en parkeren Uitgangspunt is dat er binnen het plangebied voldoende ruimte moet zijn voor het parkeren van auto’s. De ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen vindt plaats vanaf de Kommerstraat. Aan de Kooihoek worden de bestaande opritten behouden. Verkeer Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte van de verkeersgeneratie en parkeerkencijfers zoals opgenomen in de CROW (ASVV, publicatie 381). Daarbij is voor deze locatie het uitgangspunt ‘weinig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. In onderstaande tabel is het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woonontwikkeling berekend. Bij de berekening van de verkeersgeneratie worden de vrijstaande woning op Kooihoek 10 en de fietsenwinkel niet meegenomen omdat de situatie hier niet veranderd en hiermee geen bijdrage leveren aan de toename van de verkeersgeneratie. Verkeersgeneratie aantal woningen Verkeersgeneratie per eenheid totaal Woning, koop, vrijstaand

8,2

Totaal aantal verkeersbewegingen als gevolg van de realisatie van 2 nieuwbouw woningen en het omzetten van de fietsenwinkel naar een woning op perceel 197

3

24,6

3

24,6 (=25)

Als gevolg van de ontwikkeling van de woningen neemt het aantal verkeersbewegingen dus met circa 25 toe. Dit aantal is beperkt en kan via de bestaande straten goed worden afgewikkeld. Parkeren In onderstaande tabel is weergegeven met welke parkeeraantallen er voor de nieuwe woningen rekening gehouden dient te worden. Het parkeren is berekend op basis van de parkeernormering, zoals deze is beschreven in de Parkeernota Zaltbommel 2018. Om een totaalbeeld te geven van de parkeeropgave is in onderstaand tabel de bestaande woning op Kooihoek 10 en de fietsenwinkel opgenomen. Parkeernorm incl. 0,3 pp bezoekers 2 Koop, vrijstaand (nieuw) 2 Koop, vrijstaand (bestaand) Fietsenwinkel (met een oppervlak van ca. 200m2)* 2

aantal woningen pp benodigd 3

6

1

2

-

4

Totaal aantal parkeerplaatsen als gevolg van de 4 12 realisatie van 2 nieuwbouw woningen en het omzetten van de fietsenwinkel naar een woning op perceel 197 * (per 100m2 bvo), gebaseerd op functie ‘kringloopwinkel’. Omdat er geen specifieke kencijfers aanwezig zijn, is deze functie gehanteerd om het bezoekerspatroon hierbij het beste aansluit.

Vanwege de ruimte opzet van de kavels kan er aan de parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning worden voldaan. De bestaande woning aan de Kooihoek 10 en de nieuw te ontwikkelen woningen aan de Kommerstraat hebben brede en diepe opritten en daarmee voldoende ruimte op het perceel voor minstens 2 parkeerplaatsen. Door de ruime omvang van de percelen kan het parkeren voor bezoekers ook opgevangen worden op eigen terrein. De fietsenwinkel die wordt omgezet naar een woning op het Kruispad 2 heeft voldoende ruimte voor het realiseren van twee parkeerplaatsen naast elkaar op een brede oprit. Voor de fietsenwinkel worden 4 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd voor bezoekers. Voor het laden en lossen kan gebruik gemaakt worden van de zone ten noorden van de fietsenwinkel. In totaal worden er in het plan 12 parkeerplaatsen gerealiseerd. Vanwege de ruime omvang van de percelen kan geconcludeerd worden dat er aan de parkeerbehoefte wordt voldaan.

21

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

4.3 Beeldkwaliteit nieuwe vrijstaande woningen Ten behoeve van de ontwikkeling van de twee nieuwe woningen is het van belang dat deze aansluiten op het bestaande bebouwingsbeeld aan het dorpslint. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: • De woningen moeten voldoen aan een ‘gewoon dorps’ karakter. Dit manifesteert zich in een wat ingetogen architectuur • Belangrijk daarbij zijn de lage goten (op maximaal 4 meter hoogte), de toepassing van zadeldaken of mansardekappen, en materialisering die aansluit op bestaande bebouwing in de directe omgeving; • Er dient enige samenhang te zijn tussen de architectuur van de woningen onderling, zowel in opzet als in beeld; • Aandacht dient nadrukkelijk uit te gaan naar de erafscheidingen gericht naar het openbaar gebied. Voor de erfafscheidingen wordt aan de voorzijde van de woningen uitgegaan van lage, groene erfafscheidingen in de vorm van een circa 60 centimeter hoge haag. • Voor erfafscheidingen aan de achterzijde van de woningen, niet grenzend aan de openbare ruimte, wordt uitgegaan van hoge erafscheidingen in de vorm van een 1,80 meter hoge haag of begroeid hekwerk. Welstandsnota gemeente Zaltbommel 2017 De bouwplannen voor de te realiseren woningen zal worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. Deze zullen de bouwplannen toetsen aan het welstandsbeleid zoals opgenomen in de Welstandsnota gemeente Zaltbommel 2017, april 2017.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie beleidsniveaus - Keuze, Respect en Behoud. Deze beleidsniveaus zijn richtinggevend voor de te hanteren criteria. De niveaus geven uitdrukking aan de houding die van gemeentewege gewenst wordt bij de planontwikkeling en –beoordeling. De niveaus onderscheiden zich in de mate van vrijheid in de omgang met de bestaande stedenbouwkundige of landelijke structuur en architectuur. Bij de aanwijzing van een gebied wordt rekening gehouden met de volgende aspecten: - de mate van authenticiteit; - de mate van zeldzaamheid van een stedenbouwkundige typologie; - de mate waarin een gebied beeldbepalend is; - de mate waarin de stedenbouwkundige structuur en architectuur in een gebied samenhangend zijn. De planlocatie wordt aangemerkt met het beleidsniveau ‘Respect’. Dit beleidsniveau houd in dat essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd. Hierbij is een uitgangspunt dat het planvoornemen past bij de omgeving. Dit kan bereikt worden door middel van een ontwerp af te stemmen op de omgeving. Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over.

22

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

Fig. 4.2 Zadeldak, lage goot

Fig. 4.3 Toepassing mansardekap

Fig. 4.5 Lage goten van omliggende bebouwing

23

Fig. 4.4 Helder hoofdvolume met kap

Fig. 4.6 Topgavel met dwarskap

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

5

Onderzoek en verantwoording

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan Kooihoek te Brakel is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat en hun relevantie met deze herziening weerlegd. 5.1

Cultuurhistorie en Archeologie

Cultuurhistorie Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Gelderland In de provincie Gelderland dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

De provincie Gelderland heeft een Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie kaart opgesteld. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. De kaart spreekt zich niet nadrukkelijk uit over de ruimtelijke invulling van de locatie. De locatie wordt aangegeven als ‘Bebouwing’.

Figuur 5.1: Uitsnede Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologiekaart provincie Gelderland, locatie zwart omcirkeld Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

24

Gemeente Zaltbommel Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: Natuurlijke waarden: • de Drielsche wetering als restant van een rivierbocht uit de Romeinse tijd; • de wielen bij de Nieuwendijk, de Maasdijk, de Meidijk, de Kasteellaan bij Nederhemert-Zuid en bij de Gamersedijk bij Zaltbommel (Kloosterwiel); • de woerden in de verschillende dorpen Kerkwijk, Bruchem, Delwijnen en Nederhemert-Zuid; • de vluchtheuvels, daterend uit de tweede helft van de 19de eeuw (1861), bij Delwijnen, Kerkwijk en Bruchem; • de in het landschap nog aanwezige eendenkooien; • de aardkundige waarden van nationaal belang: Benedenwaarden, de Doornwaard en het gebied tussen Capreton en De Rampert en het noordelijk gebied rondom de Meidijk; • de aardkundige waarden van provinciaal belang: De Waarden.

Figuur 5.2: Uitsnede Cultuurhistorische inventarisatiekaart gemeente Zaltbommel, locatie zwart omcirkeld

25

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

Nieuwe Hollandse waterlinie Het belangrijkste cultuurhistorische element in het buitengebied wordt gevormd door de restanten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de westzijde van het plangebied. Deze linie moest het westen van Nederland verdedigen tegen indringers uit het oosten en zuiden. Door middel van inundatie van velden ten oosten van de linie en forten of batterijen op de niet te inunderen plaatsen (accessen), ontstond een aaneengesloten verdedigingslinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in de gemeente Zaltbommel vooral herkenbaar in: • de defensieve dijken - voorzien van batterijen en groepsschuilplaatsen - met daar tussenin, in het westelijke komgebied, het inundatiegebied; • een aantal plekken met bijzondere historische context, bijvoorbeeld de plek van de voormalige uitwateringssluis in de Maaskade. Overige historische waarden: • de aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • de wetering Capreton; • beschermde dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert Zuid); • gemeentelijke en rijksmonumenten; • historische buitenplaatsen (Huis Brakel). Potentiële Stads- en Dorpsgezichten in Brakel, Gemeente Zaltbommel Essentieel is dat Brakel nog herkenbaar is als een wat groter esdorp van het rivierengebied, met een complexe ruimtelijke structuur rond meerdere brinkachtige ruimten.

De historisch-stedenbouwkundige opzet van het oude dorp is nog goed herkenbaar. Samen met de aan oostzijde van het dorp gelegen historische buitenplaats Huis te Brakel vormt het voor de gemeente Zaltbommel een zeer waardevol ensemble. Hoewel door het afbreken van het merendeel van de buitendijkse woningen en boerderijen is in het dorp nog een groot aantal waardevolle historische panden bewaard gebleven. Met betrekking tot de stedenbouwkundige structuur zijn van belang: • het historisch stratenpatroon, bestaande uit de Waaldijk en de daarvan aftakkende zijstraten (Nieuwstraat, Koningstraat, Gortstraat, Kooihoek en Kommerstraat), de Burgemeester Posweg, Flegelstraat en Dwarssteeg, met diverse vorkvormige aansluitingen en enkele (driehoekige) brinkachtige plantsoenen en pleintjes; • het karakteristieke en beleefbare hoogteverschil tussen de dijk en het aangrenzende gebied; • de doorzichten vanaf de dijk naar de erachter gelegen dorpsdelen en de kerktoren; • de resterende open onbebouwde ruimten aan de Gortstraat, Kooihoek en Kommerstraat als herinnering aan het agrarische verleden; • de vluchtheuvel langs de Flegelstraat en de beleefbaarheid ervan; • de aan de oostzijde van de dorpskom gelegen historische buitenplaats Huis Brakel en het vrije zicht daarop vanaf de Waaldijk; • het vrije zicht vanaf de oprijlaan naar Het Spijker op de boerderij Flegelstraat 1.

Met betrekking tot het bebouwingsbeeld zijn van belang: • het gevarieerde, dorpse karakter van de dorpsbebouwing, merendeels opgetrokken in één of twee bouwlagen met kap, met zowel kleinere eenvoudige woningen als enkele grotere statige panden; • de compacte bebouwing van de Nieuwstraat en Koningstraat, met merendeels kleine witgepleisterde woningen; • het gebruik van ambachtelijke materialen: baksteen, hout en voor de kap gebakken pannen of riet. • de diverse van rijks- of gemeentewege beschermde monumenten, waaronder de dorpskerk, het Huis Brakel c.a. en diverse monumentale (voormalige) boerderijen en woonhuizen. Conclusie In het westelijke deel van het plangebied is een groene, onbebouwde ruimte aanwezig die karakteristiek is voor de agrarische, dorpse uitstraling van Brakel en doet herinneren aan het agrarische verleden. Het bestemmingsplan waarborgt een deel van deze open ruimte zodat dit deel van de Kommerstraat het open, groene karakter niet verliest en er respectvol wordt omgegaan met de bestaande stedenbouwkundige structuur. In het plan wordt zorgvuldig omgegaan met de inpassing van de nieuwe woningen in deze bestaande structuur. Dit wordt onder andere gedaan door bouwhoogtes beperkt te houden, een kap toe te passen en aandacht te hebben voor de architectuur/beeldkwaliteit. Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

26

Archeologie Landelijk beleid In het landelijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-72016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Beleid gemeente Zaltbommel Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen. Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden.

De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is één op één vertaald in dit wijzigingsplan. Voor het opstellen van de archeologische inventarisatie en beleidskaart zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) en de archeologische monumentenkaart; • (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); • Literatuur en historisch-topografische kaarten; • Gegevens uit ruim 120 eerdere archeologisch onderzoeken; • Gegevens van gebiedsspecialisten en amateurarcheologen. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart is grotendeels op bureauonderzoek gebaseerd. Wel zijn alle eerdere archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt in de vindplaatsen- en verwachtingskaart. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.

Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten. Als een initiatiefnemer in concrete gevallen aantoont dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting. Vanuit het bestemmingsplan ‘Brakel, Gameren (GED), Zaltbommel (GED) en Kerkwijk (GED; 2015)’ van de gemeente Zaltbommel heeft het plangebied een archeologische waarde (‘dubbelbestemming waarde-archeologie 1’). Met de herontwikkeling en de bijbehorende bodemingrepen kan deze archeologische waarde worden aangetast. Hierom is archeologisch vooronderzoek nodig om inzicht te krijgen of en in hoeverre de werkzaamheden van invloed zijn op de archeologische waarde in het plangebied.

Daarom is archeologisch onderzoek in de vorm van een gecombineerd bureau- en booronderzoek uitgevoerd. Onderzoek Transect heeft voor het terrein een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport ‘Transect-rapport 2397, Brakel, Kooihoek 10 en Kruispad 2, Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, concept versie 1.2’. Het plangebied ligt net buiten de historische kern van Brakel, die vanaf de Vroege-Middeleeuwen ontstaan is. In de omgeving zijn op verschillende plekken oude woongronden aangetroffen, waarin vondsten vanaf de VroegeMiddeleeuwen zijn gevonden. Direct ten westen van het plangebied is een vindplaats uit de 16e-18e eeuw aangetroffen. 27

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

De exacte locatie van de bewoning is nog onbekend en kan ook in het noordwestelijke gedeelte van onderhavig plangebied liggen. Op de Kadastrale Minuut uit 1811-1832 is het plangebied grotendeels onbebouwd. Ten tijde van het opstellen van deze kaart zijn in de noordoosthoek van het plangebied wel drie gebouwen aanwezig. Bebouwing uit deze tijd is vaak indicatief voor oudere bebouwing. Daarom geldt dat hier mogelijk nog funderingsresten van oudere bebouwing aanwezig kunnen zijn. Dergelijke resten kunnen bestaan uit muurresten, maar ook uit allerlei andere archeologische resten die te koppelen zijn aan de bewoning van de aangrenzende huizen, zoals waterputten en afvalkuilen. Het plangebied heeft dan ook een hoge archeologische verwachting op archeologische waarden uit de periode Vroege-Middeleeuwen-Nieuwe Tijd. Oeverwallen vormden een aantrekkelijke vestigingsplaats voor (pre)historische samenlevingen. In de ondergrond van het plangebied wordt de Brakel en Gameren stroomgordel verwacht. De Brakel stroomgordel heeft een theoretische middelhoge archeologische verwachting op archeologische waarden vanaf het Neolithicum en de Gameren vanaf de Late Bronstijd tot de Late IJzertijd. In de omgeving van het plangebied zijn op deze stroomgordels waarden vanaf de Vroege-Middeleeuwen bekend.

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het westelijk deel van het plangebied naar een lage verwachting bij te stellen. In het plangebied is namelijk sprake van een aantasting van de top van de oeverwalafzettingen van de Waal, die als archeologisch relevant niveau voor de periode IJzertijd en Romeinse tijd gelden. De aantasting is waarschijnlijk veroorzaakt door het gebruik van het plangebied als boomgaard. Deze verstoring heeft plaatsgevonden tot een diepte van 70-130 cm -Mv, getuige de aanwezigheid van plastic, puin en sintel in de afzettingen. In de dieper gelegen oeverafzettingen van de Waal is geen sprake van fosfaatvlekken of aanwijzingen voor de aanwezigheid van een “vuile laag” of anderszins archeologisch relevant niveau. Landschappelijk gezien is vastgesteld dat het onderzochte deel van het plangebied zich ter plaatse van een riviergeul van de Gameren stroomgordel bevindt, waarop kom- en oeverafzettingen van de Waal zijn aangetroffen. Er is voor zover zichtbaar aan de pakketten geen sprake van een kunstmatige verhoging van het terrein (woonheuvel, terp). In geen van de pakketten is sprake van een archeologisch relevant niveau uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd.

Omdat geen sprake is van intacte archeologisch relevante niveaus is sprake van een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten in dit deel van het plangebied. Deze lage verwachting betekent een bijstelling naar beneden van de oorspronkelijke hoge verwachting. In het oostelijk deel van het plangebied dat niet door middel van veldonderzoek onderzocht is, rondom de bestaande woningen aan de Kooihoek, is het voorkomen van een ophogingslaag uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd nog niet uit te sluiten. Gezien de relatief hogere ligging van het maaiveld lijkt het zelfs waarschijnlijker dat hier sprake is van dergelijke ophooglagen. Dit gebied behoudt daarom een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd. Conclusie Op basis van het bureauonderzoek bestond een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden in het plangebied. Er werd verwacht dat hier historische ophooglagen op oeverafzettingen van de Waal of de Gameren aanwezig zouden zijn. Bij het veldonderzoek is gebleken dat in het westelijk deel van het plangebied een riviergeul aanwezig was, waarschijnlijk van de Gameren. Hier bevonden zich kom- en oeverafzettingen van de Waal direct bovenop. De oeverwalafzettingen waren hier echter aangetast. Deze aantasting is waarschijnlijk veroorzaakt door het gebruik van het plangebied als boomgaard.

De verstoring heeft plaatsgevonden tot een diepte van 70-130 cm -Mv, getuige de aanwezigheid van plastic, puin en sintel in de afzettingen. Er is hier geen sprake van historische ophooglagen (woonheuvel, terp). Verder is geen archeologisch relevant niveau uit de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd waargenomen: hier deden zich geen fosfaatvlekken of andere aanwijzingen voor de aanwezigheid van een “vuile laag” voor. Zodoende is op basis van het veldonderzoek de hoge archeologische verwachting voor het westelijk deel van het plangebied bijgesteld naar laag. In het oostelijk deel van het plangebied is de verwachting uit het bureauonderzoek niet getoetst door middel van een veldonderzoek, aangezien hier geen ingrepen in de ondergrond voorgenomen zijn. Gezien de relatief hoge ligging van dit deel van het plangebied ten opzichte van het westelijk deel van het plangebied lijkt het waarschijnlijker dat hier ook daadwerkelijk sprake is van historische ophooglagen. Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

28

Dit gebied behoudt daarom een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd. Dit betekent dat hier de bestaande verwachting uit het bureauonderzoek kan worden gehandhaafd. In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van twee verwachtingen op het aantreffen van archeologische resten. Daarom worden ten aanzien van de bestemmingsplanwijzing twee verschillende zaken geadviseerd: • In het oostelijk deel van het plangebied – waar sprake is van een hoge verwachting – wordt geadviseerd om de bestaande dubbelbestemming archeologie te handhaven. Wanneer hier in de toekomst ingrepen in de ondergrond worden voorgenomen, wordt geadviseerd om aanvullend archeologisch veldonderzoek uit te voeren. Een dergelijk onderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O). Een dergelijk onderzoek moet dan specifiek gericht worden op het opsporen van historische ophooglagen. • In het westelijk deel van het plangebied – waar sprake is van een lage verwachting – wordt geadviseerd om geen nieuwe dubbelbestemming archeologie op te nemen in het bestemmingsplan. Eventuele toekomstige ingrepen, zoals de bouw van woningen (voorzien van kelder) in dit deel van het plangebied kunnen zodoende plaatsvinden zonder een aanvullend archeologisch onderzoek.

Wel wijzen wij de initiatiefnemer en de uitvoerder van de werkzaamheden op de wettelijke plicht eventuele archeologische toevalsvondsten direct te melden bij de bevoegde overheid, de gemeente Zaltbommel (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10). Het bovenstaande vormt een advies. De gemeente Zaltbommel, heeft op basis van de resultaten van dit rapport een selectiebesluit genomen over de daadwerkelijke omgang met eventuele archeologische waarden in het plangebied. Dit selectiebesluit wordt hieronder toegelicht en is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting. Selectiebesluit archeologische monumentenzorg gemeente Zaltbommel Op basis van het archeologisch vooronderzoek is ingestemd met de conclusies van het rapport en het onderzochte gebied, het westelijk deel van het plangebied, vrij te geven. Op het oostelijk deel van het plangebied dient de dubbelbestemming archeologie te worden gehandhaafd. Archeologische toevalsvondst Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen dan wel redelijkerwijs kan worden vermoed dat het om archeologische resten handelt, is het wettelijk verplicht om dit zo spoedig mogelijk te melden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en bij de gemeente Zaltbommel. (artikel 5.10 Erfgoedwet).

Opdrachtgever verplicht de betrokken aannemer(s) daarom om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de (graaf-)werkzaamheden. Indien de vondst belangwekkend geacht wordt, dient de vondst ter beschikking gesteld te worden voor nader onderzoek (art 5.10, lid 2 Erfgoedwet). 5.2 Bodem Verhoeven milieutechniek heeft een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Diverse (water)bodemonderzoeken, Kooihoek 10 te Brakel, Verhoeven milieutechniek, projectnr: B19.7439, versie 01, 5 juli 2019’. Doel van het onderzoek is een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief asbest) op de onderzoekslocatie en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en/of bestemmingsplanwijziging. Onderzoek Uit het historisch onderzoek en locatiebezoek blijkt het volgende: • In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn bij voorgaande bodemonderzoeken maximaal licht verhoogde gehalten voor PAK en/of zware metalen aangetoond in de grond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond voor tetrachlooretheen en EOX; • Op de onderzoekslocatie is één huidige watergang aanwezig; • Van de watergang op de onderzoekslocatie zijn geen waterbodemkwaliteitsgegevens bekend; 29

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

• • •

Daarnaast zijn nog vier slootdempingen aanwezig; Op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving zijn boomgaarden aanwezig (geweest); Op één van de woningen is asbestverdachte dakbedekking met goede afwatering aanwezig, daarnaast zijn er diverse verhardingen op het oostelijke gedeelte van de onderzoekslocatie en geeft de asbestkansenkaart een matige kans voor het voorkomen van asbest aan.

Op basis van de historische informatie wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarnaast vormen de gedempte sloten aandachtspunten en de (voormalige) boomgaarden, waarvoor aanvullende werkzaamheden worden uitgevoerd. Met betrekking tot asbest wordt eveneens uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Met betrekking tot de waterbodem uit de sloot wordt uitgegaan van verspreidbare waterbodem, wel vormen bestrijdingsmiddelen (OCB) hier een aandachtspunt. Algemene bodemkwaliteit Voor de algemene bodemkwaliteit is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien in de boven-en ondergrond alsmede in het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Daarnaast is in de (oorspronkelijke) teeltlaag maximaal een licht verhoogde gehalte voor een OCB parameter aangetoond. De verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en streefwaarde. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de index van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk.

Waterbodem Met betrekking tot de waterbodem is de hypothese gesteld van een verspreidbare waterbodem. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de waterbodem (slib) een sterk verhoogd gehalte voor PAK is aangetoond. De waterbodem is geclassificeerd als klasse ‘niet toepasbaar’ op de bodem (T1) en ‘nooit toepasbaar’ in zoet oppervlaktewater (T3). Tevens is het monster als ‘nooit verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest in de bodem is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch uiteindelijk geen asbest is aangetoond. Het aangetroffen plaatmateriaal op maaiveld betrof geen asbest. PFAS onderzoek Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA).

Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Conclusie Met het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek naar asbest is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Kooihoek 10 te Brakel in voldoende mate vastgesteld. De kwaliteit van de (water)bodem in de sloot is, volgens Verhoeven milieutechniek, in voldoende mate vastgesteld, rekening houdend met onderstaande aandachtspunt. Afhankelijk van de voorgenomen herontwikkeling dient rekening gehouden te worden met eventuele sanerende maatregelen ter plaatse van de sloot en het verrichten van de benodigde meldingen bij het bevoegd gezag, in verband met het sterk verhoogd gehalte voor PAK in de waterbodem (slib). Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

30

Voor wat betreft de landbodem (inclusief asbest, exclusief PFAS) bestaan vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen herontwikkeling en/of bestemmingsplanwijziging. In het kader van het PFAS zal bij de afvoer van grond nader onderzoek noodzakelijk zijn. Er wordt met een gesloten grondbalans gewerkt. Nader onderzoek wordt hierdoor niet noodzakelijk geacht. 5.3

Milieu

5.3.1 Flora en Fauna In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. Het plangebied ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het GNN (Gelders NatuurNetwerk, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur), wel ligt het terrein nabij een Natura-2000 gebied. EcoTierra Ecologisch Adviesbureau heeft voor het terrein een natuurscan uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport ‘Kooihoek te Brakel Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming, EcoTierra Ecologisch Adviesbureau, kenmerk rapport Q2019.067, 11 juni 2019’. Conclusie en advies Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het GNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of een ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is gelegen nabij het Natura 2000-gebied ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’. De verwachting is echter dat er geen rechtstreekse aantasting zal plaatsvinden op de soorten die voor dit Natura2000-gebied zijn aangewezen.

Om dit met zekerheid uit te sluiten wordt een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 5.3.2. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen mogelijk enkele bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is in onderhavige situatie echter niet van toepassing. Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde planten, jaarrond beschermde nesten van vogels of beschermde verblijfplaatsen van Habitatrichtlijnsoorten of niet vrijgestelde soorten waargenomen. Tevens zijn er geen exemplaren van dergelijke soorten waargenomen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied voor vleermuizen of vogels. Er wordt door algemeen voorkomende vogelsoorten gebroed binnen en nabij het plangebied. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat er in de onderzochte situatie geen procedurele gevolgen zijn ten gevolge van de voorgenomen ingrepen. • Nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; • Een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) is niet noodzakelijk; • Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; • De zorgplicht is altijd van toepassing. Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht.

Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

31

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van de nieuw te bouwen woningen wordt geadviseerd gebruik te maken van de checklist natuurvriendelijke maatregelen aan gebouwen van de Vogelbescherming. Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente. 5.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000 gebied is de Loonse- en Drunense duinen & Leemkuilen op een afstand van circa 150 meter.

Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Als gevolg van de werkzaamheden in het plangebied kunnen storingsfactoren optreden als geluid, optische verstoring, trillingen etc. Vanaf 1 juli aanstaande zijn alle tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten, voor wat betreft stikstofdepositie, vrijgesteld van de vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming op grond van artikel 2.7, tweede lid Wnb. Voor deze activiteiten hoeft dan ook geen onderzoek naar stikstofdepositie meer te worden uitgevoerd. Dit betekent dat de realisatiefase niet meer hoeft te worden meegenomen in de AERIUS stikstofberekening naar de depositiebijdrage van een project. De gebruiksfase van je project is níet vrijgesteld en blijft dus wél onderwerp van onderzoek. Ook andere mogelijke verstoringsfactoren zoals licht, geluid, trillingen etc. moeten in het kader van de Wet natuurbescherming getoetst blijven. Voorgaande is een resultaat van de wetswijziging Wet natuurbescherming en het Besluit natuurbescherming. Artikel 2.9a Wnb en 2.5 Bnb worden toegevoegd/gewijzigd om voorgaande te regelen. Beoordeling planvoornemen In de nabije omgeving van het plangebied zijn Natura 2000-gebieden aanwezig.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem op ca. 950 m. Voor het terrein zal een berekening stikstofdepositie worden uitgevoerd. De resultaten hiervan zullen worden vervat in een rapport en dit zal worden verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Onderzoek Tritium Advies b.v. heeft een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Berekening stikstofdepositie gebruiksfase woningbouwontwikkeling Kooihoek 10 in Brakel, Tritium Advies b.v., Projectnummer: 2201/208/EH-01, 25 januari 2022’. Conclusie Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2021 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Derhalve zijn ‘significante (negatieve) effecten’ op beschermde natuurgebieden ten aanzien van stikstofdepositie uit te sluiten. Een vergunning in het kader van de Wnb is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen.

Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022

32

Figuur 5.3 en 5.4: Nabij liggende Natura-2000 gebieden, planlocatie zwart omcirkeld

5.3.3

Waterparagraaf

Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Vanuit verschillende overheidsniveaus zijn beleid en uitgangspunten geformuleerd voor wat betreft de omgang met afstromend hemelwater. De belangrijkste uitgangpunten hierbij zijn het hydrologisch neutraal ontwikkelen en het doorlopen van de volgorde ‘her-gebruik-vasthouden-berging-afvoer’. Het waterschapsbeleid is gericht op het handhaven van een voldoende voorraad grondwater en op het tegengaan van verdroging en het daar waar mogelijk bevorderen van vernatting. Voor de waterkwantiteit is het beheer gericht op voldoende afvoer om wateroverlast te voorkomen en om met peilbeheer een acceptabele grondwaterstand te houden en op waterconservering om verdroging te voorkomen. Beleid Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen.

Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Waterberging Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het waterschap hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van en compenseren in open water als onderdeel van het watersysteem. Grondwater Het plangebied wordt gekenmerkt door een bepaalde grondwaterstand. De drooglegging van het gebied is hiervoor medebepalend. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11505684/1