Bijlage 1. Vast te stellen bestemmingsplan Brakel, Kommerstraat - Kooihoek 10
Tekst van het document
In gebieden waar grondwateroverlast bekend is of gebieden met hoge grondwaterstanden adviseert het waterschap om hier nader onderzoek naar te doen. Bij hoge rivierwaterstanden kunnen gebieden gelegen nabij de rivieren overlast ondervinden van kwel. Eventuele maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of kruipruimteloos bouwen. 33
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
Waterkeringen en watergangen In het plangebied is geen kern en beschermingszone van een waterkering gelegen. De primaire waterkering kent ook een buitenbeschermingszone, waarop de keur van Waterschap Rivierenland van toepassing is. Het aangegeven plangebied ligt in de buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. In deze buitenbeschermingszone zijn de volgende zaken niet toegestaan zonder vergunning; afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar en explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Onder de noemer afgravingen worden diepe ontgravingen verstaan en daaronder valt ook ondergronds bouwen. Uitgangspunt hierbij is dat de ontgrondingen geen nadelige invloed mogen hebben op de functie van de waterkering, alsmede de waterhuishouding.
Figuur 5.5: Categorie C-watergang aan de Kommerstraat met zonering
Figuur 5.6: Buitenbeschermingszone Waaldijk
Waterbergingsopgave De planlocatie heeft een totaal oppervlak van circa 5.190 m2 en wordt aan de westzijde begrensd door een categorie C waterloop. In de bestaande situatie is in totaal circa 1.940 m2 verhard. Hiervan is circa 720 m2 bebouwd en 1.220 m2 overige verharding (opritten, terras, voetpad). Met de beoogde ontwikkeling worden er nieuwe planologische mogelijkheden geregeld omtrent bebouwing en verharding. Om een totaalbeeld te krijgen over de toename aan verharding als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is een berekening van het toekomstig verharde oppervlak gemaakt. Bij deze berekening is voor de twee nieuwbouw woningen uitgegaan van de maximaal toegestane bebouwing (hoofd- en bijgebouwen) per perceel. Voor hoofdgebouwen is het maximaal toegestane oppervlak 130 m2, voor bijgebouwen maximaal 100 m2. De bebouwing zal daarmee in de nieuwe situatie maximaal toenemen met 460 m2. In de toekomstige situatie zal er bij de nieuwe woningen aan de Kommerstraat overige verhardingen (oprit, terras) worden gerealiseerd. Daarnaast zal er in de toekomstige situatie in het oostelijk deel van het plan, aan de Kooihoek, overige verharding (bestrating) afnemen. Deze toename en afname van overige verhardingen in het plan balanceren elkaar uit, waardoor de totale toename aan verharding 460 m2 bedraagt.
Conclusie Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen met circa 460 m2. Om te voorkomen dat individuele bewoners voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes, enkele woning, etc., moeten compenseren geldt er een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m2 voor ontwikkelingen in het stedelijk gebied. Na toepassing van deze eenmalige vrijstelling is er geen sprake van een bergingsopgave. Aangezien er in het plan en in de omgeving in algemene zin weinig verhard oppervlak aanwezig is, vormt de geringe toename aan verharding als gevolg van het plan geen probleem voor de afwatering in de directe omgeving. Overtollig hemelwater kan worden opgevangen en afgevoerd via de aangrenzende C- watergang. Deze aangrenzende C-watergang is aangesloten op een A- watergang aan de overzijde van de Kommerstraat. Waterkeringen en watergangen De buitenbeschermingszone van de primaire waterkering wordt aangeduid als ‘vrijwaringszone - dijk’. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - dijk’ zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
34
Watervergunning De twee nieuwe woningen zijn gelegen langs een C-watergang. Om deze woningen via de Kommerstraat te ontsluiten zijn toegangsdammen (dammen met duikers) nodig. Volgens de Keur van het waterschap Rivierenland is door de aanleg van toegangsdammen een watervergunning nodig. 5.3.4
Wegverkeerslawaai
Beleid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, ziekenhuizen, etc.), die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen liggen, een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In de Wet Geluidhinder (Wgh) worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde woningen langs een bestaande weg of spoor in stedelijk en buitenstedelijk gebied. Voor woningen binnen een onderzoekszone is een maximaal toelaatbare geluidsbelasting (Lden) op de gevel ten gevolge van verkeerslawaai vastgesteld op 48 dB (voorkeursgrenswaarde) en een maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 63 dB voor het binnenstedelijk gebied. Conclusie De woningen zijn gelegen aan een aantal rustige wegen, de Kommerstraat, met een 30-km-regime. Voor 30 km/u wegen geldt op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoeksplicht. Aan de oostzijde van de locatie ligt de Kooihoek. Ook hiervoor geldt, doordat het een 30 km/u weg betreft, op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoeksplicht. De Burgemeester Posweg is een 50 km/u weg, en is wel onderzoeksplichtig. Vanwege de grote afstand van de weg tot het perceel (ca. 700 meter) en het feit dat er (woon) bebouwing tussen de locatie en de weg bevindt, wordt onderzoek niet noodzakelijk geacht. De woningen zullen aan het binnenniveau van 33 dB moeten voldoen.
Daarmee is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.3.5
Bedrijven en milieuzonering
Beleid Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Bedrijven zijn hierin opgenomen in een tabel, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk of bij afwijkende bedrijven. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. Adres
Categorie
Burgemeester Posweg 32A 2
Richtafstand
Richtafstand bij toepassing Feitelijke afstand tot gemengd gebied plangebied
Voldoet
30m
10m
ja
ca 13m
Aan de oostzijde van het plangebied op locatie Burgemeester Posweg 32A is planologisch gezien een bedrijf mogelijk. Het betreft slagerij De Vries catering. Op deze locatie is specifiek een bedrijf mogelijk voor slagerswaren en catering. Dit type bedrijf is in de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG onder categorie 2 opgenomen. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
35
Ko oih oe k
Kommerstraat
ad
sp Krui
slagerij De Vries catering eester Burgem g Poswe
Figuur 5.7: Bedrijf in directe omgeving van het plangebied
Figuur 5.8: Bedrijf in directe omgeving van het plangebied
Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Classificatie omgevingstype plangebied Kommerstraat, Kooihoek 10 Het plangebied is gelegen aan de Kooihoek, een van de linten van de kern Brakel. Hier komen op een relatief korte afstand verschillende functies voor. Zo zijn in de omgeving van het plangebied onder meer een woongebied, detailhandel, bedrijven, maatschappelijke bestemmingen en horeca gelegen. Gelet op het gemengd voorkomen van deze functies kan het gebied worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’. De richtafstanden als opgenomen in de VNG-publicatie kunnen hierdoor met één afstandsstap worden teruggebracht, namelijk naar een richtafstand van 10 meter. Conclusie Omdat de directe omgeving van het plangebied verschillende functies heeft kan worden uitgegaan van een ‘gemengd gebied’. Gelet op het voorstaande kan geconcludeerd worden dat kan worden voldaan aan de richtafstand voor het bedrijf aan de Burgemeester Posweg 32A. Deze richtafstand kan nu een afstandsstap verkleind worden en bedraagt nu 10 meter. Darnaast liggen er op een kleinere afstand meerdere kwetsbare objecten (woningen) waardoor het bedrijf niet in de bedrijfsvoering beperkt wordt door de beoogde ontwikkeling.
Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect “milieuzonering bedrijven” er geen beperkingen zijn voor de geplande ontwikkeling ter plaatse van de planlocatie. 5.3.6 Volksgezondheid Veehouderijen in de buurt van het plangebied kunnen van invloed zijn op de volksgezondheid en daarmee op een acceptabel woon- en leefklimaat. Van het plan zelf gaan geen negatieve effecten voor de volksgezondheid uit naar de omgeving, omdat sprake is van een relatief klein plan voor uitsluitend woningbouw. Uit landelijk onderzoek “Veehouderij en gezondheid omwonenden”, afgekort VGO, blijkt dat binnen een zone van 1,5 tot 2 km rond pluimveehouderijen en geitenhouderijen vaker longontstekingen voorkomen. Bij pluimvee wordt dit waarschijnlijk veroorzaakt door fijnstof en endotoxinen. Bij geiten is de oorzaak niet bekend. Hier wordt vervolgonderzoek naar gedaan. Een wat positiever onderzoeksresultaat is dat bij mensen die dicht bij een veehouderij wonen astma en neusallergie minder voor komen. Geitenhouderij Een toetsingskader voor geitenhouderijen ontbreekt op dit moment. Eerst moet bovendien de exacte oorzaak nog in beeld komen. Daarvoor vindt nu (vervolg)onderzoek plaats. De vervolgonderzoeken hebben ernstige vertraging opgelopen door de coronapandemie. Sommige deelstudies zijn uitgesteld. Naar verwachting kunnen de resultaten in 2024 worden gepubliceerd.
Het plangebied ligt op circa 1.250 meter afstand van een geitenhouderij aan de Kooiweg 2 in Brakel. De planlocatie ligt dus binnen de zone van 1,5 tot 2 km van de geitenhouderij. Een woningbouwplan op deze afstand van de geitenhouderij is afgewogen tegen het belang van de volksgezondheid:
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
36
1. Het risico op longontsteking is groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Het risico op longontsteking is het hoogst binnen 500 meter . Dit plan is op ca 1.250 meter van de geitenhouderij gesitueerd en valt ruim buiten de zone waarbinnen het risico het hoogst is. 2. De betreffende geitenhouderij heeft slechts een bescheiden omvang van 1.140 melkgeiten en 244 opfokgeiten. Dit in tegenstelling tot geitenhouderijen van soms wel meer dan 5.000 geiten. 3. Het sociaal-maatschappelijk belang van de met het plan beoogde woningbouw in Brakel is groot. Er is een grote woningbehoefte in Brakel. Uit het Woningbehoefteonderzoek van Companen uit 2018 blijkt een behoefte voor de kern Brakel van 175 woningen. In de afgelopen jaren zijn er enkel wat kleine en particuliere plannen gerealiseerd. Het onderhavige initiatief met 2 á 3 woningen draagt bij aan het voorzien in deze grote maatschappelijke behoefte. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het maatschappelijk belang van de realisatie van de woningen groot is en in het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verzekerd is. Er doen zich geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid voor. 5.3.7 Luchtkwaliteit Een toetsing aan grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer is in dit project niet aan de orde.
De geringe omvang van het plan impliceert dat ‘in niet betekenende mate wordt bijgedragen’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met de realisatie van twee nieuwe woningen wordt de grens zoals gesteld in de Regeling- NIMB (gevallen zoals bedoeld in Artikel 4 lid 1 van AMvB-NIBM), de grens van 1500 woningen, niet overschreden. Een nader onderzoek wordt als niet relevant beschouwd. 5.4 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen.
Toetsingskaders zijn het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het “Besluit externe veiligheid transportroutes”(Bevt) en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen” (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.
Figuur 5.9: Uitsnede Risicokaart, locatie zwart omlijnd
37
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
Risicovolle bedrijven Binnen de bestemmingen “Wonen” en “Gemengd” passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. De vestiging van een Bevi-inrichting of een daarmee vergelijkbare inrichting binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal en de Betuweroute. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroutes, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: • de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroutes, • de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied.
Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 4 maart 2021 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) “zeer kwetsbaar gebouw”, bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NLalert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten.
In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal en de Betuweroute. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.” 5.5 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 5.6 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een 38
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan. De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’.
De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r.. Voor projecten groter dan 75 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. De resultaten van deze uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn weergegeven in de bijlage van dit bestemmingsplan. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie ook de voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wel is er een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.
39
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
6
Juridische aspecten
6.1. Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied van deze herziening. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Zo zijn de bestemmingen qua benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wro en het Bro. Daarnaast zijn de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. Ook de Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zeer gedetailleerd, maar wel gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan biedt nog enige flexibiliteit. Voor het plangebied is de planopzet primair gericht op ontwikkeling. Één en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. 6.2.
Beschrijving van de bestemmingen
6.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. 6.2.2
Bestemmingen
Gemengd Binnen de bestemming Gemengd zijn de functies bedrijven categorie 1, detailhandel geen supermarkt zijnde, daghoreca in categorie 3 en wonen toegestaan. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen als wegen, parkeerplaatsen en groen- en watervoorzieningen toegestaan en is mantelzorg toegestaan. Gebouwen moeten worden opgericht binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte zijn tevens op de verbeelding aangegeven en bedragen 4 meter en 8 meter. Wonen Op de gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn woningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd. Er mag maximaal 1 vrijstaande woning per bouwvlak worden gerealiseerd. Maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven en bedragen 4 meter en 8 meter. Er is binnen de bestemming ‘Wonen’ een aanduiding opgenomen om aan te geven waar bijgebouwen mogen worden gerealiseerd. Waarde-Archeologie-1 Voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische hoge (verwachtings) waarden is de dubbelbestemming ’Waarde – Archeologie – 1’ opgenomen. Voor gebouwen en bouwwerken groter dan 100 m2 en die dieper gaan dan 0,5 m geldt een omgevingsvergunningplicht.
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
40
6.2.3
Algemene regels en slotbepaling
Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat bestaande maten en hoeveelheden, die afwijken van het bepaalde in dit bestemmingsplan en legaal aanwezig zijn, mogen worden aangehouden. Tevens is een regeling opgenomen met betrekking tot herbouw van gebouwen en met betrekking tot overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen van ondergeschikte bouwdelen. Algemene aanduidingsregels Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – dijk’ zijn de gronden, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen en het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte. Overige regels In artikel 10 zijn regels ten aanzien van parkeervoorzieningen opgenomen waarbij, bij het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning, moet worden voldaan aan de gemeentelijk vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren.
Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/ Kooihoek 10”.
41
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
7
Uitvoerbaarheid
7.1. Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vast ligt. In de toelichting op elk bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan het exploitatieplan. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. In het voorliggende geval zijn de gronden niet in eigendom van de gemeente. De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemers. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor.
Indien er geen exploitatieplan opgesteld wordt en het kostenverhaal aldus via een anterieure overeenkomst ‘anderszins verzekerd is’, moet de gemeenteraad hierover een besluit nemen. Dit kan tegelijkertijd met de vaststelling van het bestemmingsplan geschieden. 7.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerp bestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, voor overleg gezonden naar de vooroverleginstanties. Daarnaast heeft het ontwerp bestemmingsplan overeenkomstig de procedure vanaf 4 februari 2022 zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Er is een zienswijze ingediend door het Waterschap Rivierenland. Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het stedenbouwkundig plan. In overleg met het Waterschap Rivierenland is de waterparagaaf zoals beschreven in hoofdstuk 5.3.3 opgenomen in dit bestemmingsplan. Het plan is daarmee op 16 juni 2022 gewijzigd vastgesteld.
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
42
Vastgesteld bestemmingsplan “Brakel, Kommerstraat/Kooihoek 10” - 16 juni 2022
43
Bijlage bij regels
Aan huis gebonden beroep Hieronder wordt een overzicht gegeven van activiteiten die als aan huis gebonden beroep worden aangemerkt (waarbij natuurlijk ook aan de voorwaarden uit de regels voldaan moet zijn).
Aan huis gebonden bedrijf Hieronder wordt een overzicht gegeven van activiteiten die als aan huis gebonden bedrijf worden aangemerkt (waarbij natuurlijk ook aan de voorwaarden uit de regels voldaan moet zijn).
Staat van bedrijfsactiviteiten Bedrijf
- loonslachterijen Visverwerkingsbedrijven: - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² Aardappelprodukten fabrieken: - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² Groente- en fruitconservenfabrieken: Zuivelprodukten fabrieken: - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
1584
10821
0 Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584 1584
10821 10821
3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
1592 1593 t/m 1595 17 17 172 174, 175 176, 177 18 18 181 183 20 20 2010.2 203, 204, 205 205 21 21 2112 2112
110102 1102 t/m 1104 13 13 132 139 139, 143 14 14 141 142, 151 16 16102 162 162902 17 17 1712 1712
0 Vervaardiging van ethylalcohol door gisting: Vervaardiging van wijn, cider e.d. - VERVAARDIGING VAN TEXTIEL 0 Weven van textiel: Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen - VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT Vervaardiging kleding van leer Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN 0 Papier- en kartonfabrieken: 1 - p.c. < 3 t/u
22 22
58 58
-
2222.6 2223 223 25
18129 1814 182 22
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen A Grafische afwerking Reproduktiebedrijven opgenomen media -
50 C 50
30 10
50 50
3.1 3.1
1 G 1 G
1 1
50
0
50
10
50
3.1
1 G
1
50
10
30
10
50
3.1
1 G
1
50
10
50
50 R
50
3.1
1 G
1
10
0
30
0
30
2
1 G
1
30
10
30 C
10
30
2
1 G
1
30 30
10 10
30 30
10 10
30 30
2 2
1 G 1 G
1 1
10
0
30 C
0
30
2
1 G
1
10 0
0 10
50 50
10 10
50 50
3.1 3.1
1 G 1 G
1 2
30 50
0 10
50 10
0 10
50 50
3.1 3.1
1 G 1 G
1 1
0 10
30 10
50 30
0 0
50 30
3.1 2
1 G 1 G
1 1
50
30
50 C
30 R
50
3.1
1 G
2
10 0 0
0 0 0
30 10 10
0 0 0
30 10 10
2 1 1
1 P 1 G 1 G
1 1 1
VISUEEL
0 0
VERKEER
50 30
LUCHT
7 0 6 0 2 0 0 2 0 1
CATEGORIE
101, 102 102 102 1031 1031 1032, 1039 1051 1052 1071 1071
GROOTSTE AFSTAND
151 152 152 1531 1531 1532, 1533 1551 1552 1581 1581
GEVAAR
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN Slachterijen en overige vleesverwerking: - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
GELUID
0 5 6
STOF
10, 11 10, 11 101, 102 101 101
INDICES
GEUR
15 15 151 151 151
AFSTANDEN IN METERS
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
B
L
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA B
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
10
30
30
50
3.1
1 G
1
10
30
50
10
50
3.1
1 G
1
10
10
30
10
30
2
1 G
1
10
30
50
0
50
3.1
1 G
1
30
30
50
10
50
3.1
1 G
1
30
30
50
10
50 D
3.1
1 G
2
B
10
30
50
10
50 D
3.1
1 G
2
B
30
30
50
10
50
3.1
1 G
2
B
30
10
30
10
30
2
1 G
1
30
10
30
10
30
2
1 G
1
50
10
50
30
50
3.1
1 G
2
30
0
30
0
30
2
1 G
1
0 30 0
10 10 30
10 10 30
0 10 0
10 30 30
1 2 2
1 P 1 G 1 P
1 1 1
B
0 0
0 0
30 C 50 C
10 30
30 50
2 3.1
1 P 1 P
1 1
B B
0 0 0
0 0 0
10 C 30 C 50 C
10 10 50 R
10 30 50
1 2 3.1
1 P 1 P 1 P
1 1 1
26
23
-
26 261 2615 262, 263 262, 263 267 267
23 231 231 232, 234 232, 234 237 237
28 281 281 2821 284 2851 2852 287 287 30 30 31 31 316 32 32 3210 33 33 33 36 36 361 362 3663.1 40 40
25, 31 251, 331 251, 331 2529, 3311 255, 331 2561, 3311 2562, 3311 259, 331 259, 331 26, 28, 33 26, 28, 33 26, 27, 33 26, 27, 33 293 26, 33 26, 33 2612 26, 32, 33 26, 32, 33 26, 32, 33 31 31 9524 321 32991 35 35
- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW 0 Natuursteenbewerkingsbedrijven: 2 - zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m² VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen 1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 0 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven: 2 Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. <200m2 A0 Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken: B Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. <200 m2 - VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH. Elektrotechnische industrie n.e.g. - VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Fabrieken voor gedrukte bedrading - VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Sociale werkvoorziening - PRODUKTIE EN DISTRIB. VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER
40 40 40 40 40 40 40 40
35 35 35 35 35 35 35 35
C0 Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen: C1 - < 10 MVA C2 - 10 - 100 MVA D0 Gasdistributiebedrijven: D3 - gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. Cat. A D4 - gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C D5 - gasontvang- en -verdeelstations, cat. D E0 Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:
BODEM
GEVAAR
50
22 221102 221102
VISUEEL
GELUID
- VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF 0 Loopvlakvernieuwingsbedrijven: 1 - vloeropp. < 100 m2
25 2512 2512
VERKEER
STOF
-
INDICES
GEUR
-
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
L
B
10
30
2
1 P
1
10
0
50 C
30
50
3.1
1 G
2
0
0
30 C
10
30
2
1 P
1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
B
0 50
0 30
10 30
10 30 R
10 50
1 3.1
1 G 1 G
1 1
B
0
0
10
0
10
1
1 P
1
0
10
30
10
30
2
1 G
1
0
10
30
0
30
2
1 G
1
0 30
0 30
30 30
0 30 R
30 30
2 2
1 G 1 G
1 1
495 64 53 61 61 61 61 64, 65, 66 64, 65, 66 64, 65, 66 41, 68 41, 68 41, 68 77
Pomp- en compressorstations van pijpleidingen - POST EN TELECOMMUNICATIE A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) - FINANCIELE INSTELLINGEN EN VERZEKERINGSWEZEN A Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen - VERHUUR VAN EN HANDEL IN ONROEREND GOED A Verhuur van en handel in onroerend goed -
0
0
30 C
10
30 D
2
1 P
1
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
0 0
0 0
0 C 0 C
10 10
10 10
1 1
1 P 1 P
2 2
0
0
10 C
0
10
1
1 P
1
0
0
10
0
10
1
1 P
1
62 62 62 58, 63 72 72 721 722
A B -
COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d. Datacentra
0 0
0 0
10 30 C
0 0
10 30
1 2
1 P 1 P
1 1
SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek
30 0
10 0
30 10
30 R 0
30 10
2 1
1 P 1 P
1 1
B
LUCHT
30 C
BODEM
0
VISUEEL
10
VERKEER
E2 - blokverwarming F0 windmolens: - WINNING EN DITRIBUTIE VAN WATER A0 Waterwinning-/ bereiding- bedrijven: A2 - bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling B0 Waterdistributiebedrijven met pompvermogen: B1 - < 1 MW - BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS B Autobeklederijen C Autospuitinrichtingen - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING Handelsbemiddeling (kantoren) 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 6 - algemeen: b.o. <= 200 m² 0 Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur: 2 - algemeen: b.o. < = 2.000 m² Grth in kunstmeststoffen - VERVOER OVER LAND
nummer
CATEGORIE
72 72 72 72 73 73 731 732
GROOTSTE AFSTAND
603 64 64 642 642 642 642 65, 66, 67 65, 66, 67 65, 66, 67 70 70 70 71
INDICES
GEVAAR
35 35 36 36 36 36 36 36 41, 42, 43 41, 42, 43 41, 42, 43 45, 47 45, 47 45204 45204 46 46 461 4673 4673 46735 46735 4674 4674 46752 49 49
AFSTANDEN IN METERS
GELUID
40 40 41 41 41 41 41 41 45 45 45 50 50 5020.4 5020.4 51 51 511 5153 5153 5153.4 5153.4 5154 5154 5155.2 60 60
OMSCHRIJVING
STOF
SBI-2008
GEUR
SBI-1993
L
BODEM
OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING Reinigingsbedrijven voor gebouwen
50
10
30
30
50 D
3.1
1 P
1
B
OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN Brandweerkazernes
0
0
50 C
0
50
3.1
1 G
1
30
0
10 C
0
30
2
1 P
1
50 10
10 10
30 30
10 30 R
50 30
3.1 2
1 G 1 G
2 1
0 0
0 0
10 50
0 0
10 50
1 3.1
1 P 1 P
1 1
0 0 0
0 0 0
30 10 10
0 0 0
30 10 10
2 1 1
1 G 1 P 1 P
1 1 1
10 0
0 0
30 C 10 C
0 0
30 10 D
2 1
1 P 1 P
1 1
LUCHT
VISUEEL
VERKEER
CATEGORIE
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
GELUID
74 747 75 75 7525 90 90 9001 9001 9002.2 9002.2 9002.2 9002.2 91 91 9111 9133.1 93 93 9301.3 9301.3 9302 9303 9304 9305
INDICES
STOF
74
63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 812 84 84 8425 37, 38, 39 37, 38, 39 3700 3700 382 382 382 382 94 94 941, 942 94991 93 96 96013 96013 9602 9603 9313, 9604 9609
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
OMSCHRIJVING
SBI-2008
nummer
SBI-1993
-
- MILIEUDIENSTVERLENING A0 RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks: B rioolgemalen A0 Afvalverwerkingsbedrijven: A4 - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen) A7 - verwerking fotochemisch en galvano-afval C0 Composteerbedrijven: - DIVERSE ORGANISATIES Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) B Hondendressuurterreinen - OVERIGE DIENSTVERLENING A Wasverzendinrichtingen B Wasserettes, wassalons Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten 0 Begrafenisondernemingen: Fitnesscentra, badhuizen en sauna-baden B Persoonlijke dienstverlening n.e.g.
B
L L