Bijlage 1. Transitievisie Warmte Zaltbommel 2021
Tekst van het document
Biomassa
Warmte kan ook worden gegenereerd door de thermische energie die vrijkomt door de verbranding van pellets of houtchips of -snippers. Gezamenlijk wordt dit biomassa genoemd. Pellets zijn gecertificeerde staafjes geperst hout. Ze zijn specifiek voor verbranding vervaardigd en hebben een laag vochtgehalte en een hoge en constante calorische waarde. Bij houtchips en -snippers gaat het om verse reststromen. Het vochtgehalte is hoger, de calorische waarde is lager en beide kunnen sterk variëren. Kortom, een brandstof met een lagere kwaliteit en wat minder duurzaam in rendement. Met een pelletkachel of biomassaketel kan een individueel huis worden verwarmd. Een losse pelletkachel verwarmt meestal een enkele kamer. Een pelletkachel-cv kan het hele huis verwarmen. Met een biomassaketel – dat is een houtgestookte cv-ketel – kan er verwarming én warm water worden geproduceerd. Biomassa kan ook als brandstof voor een biomassacentrale van een warmtenet worden ingezet. Het verwarmingssysteem van zo’n warmtenet is dan een grote ‘pelletkachel’ die geen individuele woningen, maar een collectief van gebouwen (huizenblok, buurt) verwarmt. Een voordeel is dat dit systeem weer kan worden gekoppeld aan een groter warmtenet op de schaal van bijvoorbeeld een hele wijk.
46
Biomassa als brandstof kent echter ook flinke nadelen. Bij het verstoken ontstaan er fijnstof en andere schadelijke emissies (o.a. vluchtige organische stoffen). Als er één pelletkachel in een wijk staat, zal de overlast nog niet significant zijn. Maar wanneer in een wijk een groter aantal pelletkachels en/of biomassaketels dicht bij elkaar staan die dagelijks worden gebruikt, nemen de concentraties schadelijke stoffen in de buitenlucht toe. Zeker in periodes van windstil en/of mistig weer. Met name mensen met longklachten of die astmatisch zijn, ontwikkelen dan klachten. In landelijk gebied, waar woningen veel verder uit elkaar staan, is er minder van dergelijke overlast. Andere nadelen van biomassa zijn: • Het is in een internationale markt niet circulair (de as gaat niet terug naar het bos). • Er is een vertraging van tientallen jaren tussen de houtkap en de aangroei. • Zonder sluitend wereldwijd registratiesysteem kan grootschalig gebruik van biomassa direct of indirect (door verschuivingen in de houtmarkt) bijdragen aan de kap van regenwouden. • In de bossen en de woonwijken vinden houttransporten plaats. Hieruit kan worden afgeleid dat biomassa alleen ‘duurzaam’ is als het lokaal vrijgekomen reststoffen (niet bruikbare fractie van afvalhout, snoeiafval en agrarisch afval) betreft.
En dan liefst gebruikt in een grotere (buurt/wijk) goed gestookte en onderhouden ketel met rookgasreiniging. Zo kan biomassa als een (tijdelijke) transitieoplossing fungeren.
Hybride technieken
Op dit moment wordt de term ‘hybride’ vooral vaak gebezigd voor de combinatie van een gasgestookte cv-ketel met een warmtepomp. Een hybride warmtepomp is een elektrische warmtepomp die de basislast levert van de warmtevraag. Bij een grote warmtevraag (bijvoorbeeld in een koude winter of voor tapwater) springt de cvketel dan bij. De warmtebron voor de warmtepomp is buitenlucht of ventilatielucht. Als er alleen warmte uit de ventilatielucht wordt gehaald, is de besparing minder, maar is er geen buitenunit nodig. Door de inzet van de cv-ketel kan de warmtepomp klein blijven en is er soms geen verzwaring van het elektriciteitsnet nodig. Deze variant heeft als voordeel dat ze vaak direct toepasbaar is (zonder radiatoren aan te passen) en er minimaal 50% aardgas mee kan worden bespaard. Anno 2021 zou dit een goede tussenoplossing kunnen zijn. Vóór 2050 zou er dan nog een tweede stap moeten worden gemaakt om volledig van het aardgas af te gaan. De combinatie van warmtepomp en cv-ketel kan op verschillende manieren geëffectueerd worden. Dit kan op korte termijn door gebruik te maken van een buitentemperatuurafhankelijke
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
stooklijn (aanvoertemperatuur) of door op termijn een aanpassing van leidingen en afgiftesystemen. Hiermee wordt het systeem dan stap voor stap ‘aardgasvrij-ready’ (woningen zijn gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energie-infrastructuur).
Afgiftetemperatuur
In gasgestookte woningen werkt de verwarming vaak op 85°C. Na isolatie van de woning kan de ketelwatertemperatuur vaak wel wat lager worden ingesteld. Wie een all-electricwarmtepomp wil toepassen zal én goed moeten isoleren én de warmteafgiftesystemen groter moeten maken. Het wordt dan een lagetemperatuurverwarming (LTV) genoemd. Vloerverwarming is daar een voorbeeld van. Indien in een woning een lage-temperatuursysteem kan worden toegepast is dat voordelig omdat er dan meer duurzame warmtebronnen in aanmerking komen. Goed geïsoleerde woningen behoeven minder verwarming.
Combinatie van technieken met systeemschalen
Theoretisch is er een veelheid van combinaties van technieken met systeemschalen te bedenken. Bij iedere keuze zal er een optimalisatie moeten worden gevonden tussen de netwerkomvang en de isolatiegraad van een woning. Zie onderstaande overzichten (welke niet statisch zijn) waarin biomassa gezien het inmiddels omstreden karakter niet is meegenomen. Toepasbaarheid
Collectieve systemen
Semi-collectieve systemen
Individuele systemen
Warm tapwater
Zonnethermie
+
++
+++
++
Aquathermie
+++
+++
-
-
Geothermie
+++
-
-
+++
WKO
+++
++
+
-
All-electric
-
+++
+++
+
Restwarmte
+++
+
-
+
Groen gas
+++
+
+
+++
+++
+++
+++
+++
+++
+
+++
++
Energielabel
Isolatieniveau
Afgiftetemperatuur
Afgiftesysteem
A en hoger
goed
<55°C
lage-temperatuursysteem
Waterstof
B t/m E
gemiddeld
55 tot 70°C
midden-temperatuursysteem
Hybride
G en F
matig
>70°C
hoge-temperatuursysteem Relatie tussen energielabel en afgiftetemperatuur
Duurzaamheid en toekomstbestendigheid van warmtebronnen
Vanzelfsprekend dienen warmtebronnen en de gebruikte technieken om ze te ontsluiten uiteindelijk zelf ook duurzaam te zijn. Geothermie en aquathermie zijn over het algemeen voorbeelden van duurzame bronnen. Maar kunnen ze ook voldoende duurzaam worden geëxploiteerd? En is bijvoorbeeld het industriële proces waarvan restwarmte kan worden betrokken zelf wel duurzaam? Met name bij all-electricoplossingen is het van belang te borgen dat de benodigde elektriciteit ook duurzaam wordt opgewekt. Op dezelfde wijze dient kritisch te worden nagegaan of potentiële warmtebronnen voldoende toekomstbestendig zijn. Dit speelt vooral bij gebruik van biomassa en restwarmte als bron.
47
Toepasbaarheid van technieken en systemen Kostenefficiëntie
Collectieve systemen
Semi-collectieve systemen
Individuele systemen
Warm tapwater
Zonnethermie
+
++
++
-
Aquathermie
+++
+++
++
-
Geothermie
-
n.v.t.
n.v.t.
+++
WKO
+++
+++
++
-
All-electric
n.v.t.
+
+
+
Restwarmte
-
-
n.v.t.
+
Groen gas
-
-
-
+++
Waterstof
-
-
-
+++
Hybride
+
+
+
++
Kostenefficiëntie van technieken en systemen
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
-1991
-2005
-2019
Totaal
Aandeel
Aandeel
Gemiddeld
Verspreide huizen in de polder Brakel
1
4
7
13
18
41
43
127
4%
1%
1993
15
Verspreide huizen in het Munnikenland
1
0
0
0
0
0
0
1
0%
0%
1915
16
Verspreide huizen in de polder Zuilichem
16
1
10
13
7
8
57
112
4%
1%
1985
Wijk 02 Kerkwijk en omgeving
296
102
232
340
416
265
406 2.057 100%
19%
1973
17
Kerkwijk
26
2
22
24
20
16
35
145
7%
1%
1972
18
Bruchem
46
17
56
103
148
86
51
507
25%
5%
1975
Gemiddeld
-1945
Aandeel 50%
1978
64
56
863
16%
8%
1944
19
Beneden-Delwijnen
24
7
14
3
24
3
3
78
4%
1%
1954
88
108
375 1.986
38%
19%
1974
20
Gameren
121
51
71
120
152
97
192
804
39%
8%
1974
0
970
473
0
1.443
27%
13%
1988
21
Nieuwaal
34
12
27
26
44
23
16
182
9%
2%
1966
6
4
1
442
441
900
17%
8%
2004
22
Verspreide huizen polders Delwijnen en Bruchem
8
4
7
16
12
5
7
59
3%
1%
1968
2
13
7
15
9
0
48
1%
0%
1972
23
Verspreide huizen Kerkwijk en Bruchem
18
8
28
15
5
17
18
109
5%
1%
1967
1
0
4
4
22
3
21
55
1%
1%
1991
24
19
1
7
33
11
18
84
173
8%
2%
1987
Wijk 01 Brakel en omgeving
Verspreide huizen polders Gameren en Nieuwaal
404
97
415
507
583
373
458 2.837 100%
27%
1972
90
23
104
58
92
46
92
505 100%
5%
1968
7
Brakel
150
18
143
266
185
85
113
960
34%
9%
1968
Wijk 03 Nederhemert en omgeving
8
Poederoijen
30
8
51
15
44
39
2
189
7%
2%
1965
25
Nederhemert-Noordzijde
73
18
87
55
88
39
21
381
75%
4%
1963
9
Aalst
60
25
105
83
194
94
31
592
21%
6%
1971
26
Nederhemert-Zuidzijde
11
1
6
1
0
0
0
19
4%
0%
1932
10
Zuilichem
51
24
83
92
107
74
39
470
17%
4%
1971
27
Verspreide huizen Nederhemert
6
4
11
2
4
7
71
105
21%
1%
1995
11
De Rietschoof
28
2
1
1
2
5
10
49
2%
0%
1949
1.331
415
1.150 1.820 2.346
1.783 1.849 10.694 100% 100%
1975
12
Verspreide huizen in de polder Aalst
43
8
11
15
17
9
117
220
8%
2%
1982
12%
4%
11%
17%
13
Verspreide huizen in de polder Poederoijen
24
7
4
9
9
18
46
117
4%
1%
1978
-1945
-1964
-1974
-1991
-2019
-1930
Wijk 00 Zaltbommel en omgeving
541
193
399
915
1.255 1.099
1
Zaltbommel Binnenstad
496
33
41
14
159
2
Zaltbommel Vergt en omgeving
40
154
335
886
3
Zaltbommel Spellewaard
0
0
0
4
Verspreide huizen Hoeven (De Waluwe)
2
4
5
Verspreide huizen Oostzijde
2
6
Verspreide huizen Westzijde
48
Totaal
893 5.295 100%
Woningen naar bouwjaar
-2005
Aandeel
Omwille van nauwkeurigheid wordt hier de officiële wijkbenaming van CBS gehanteerd. De blauw gearceerde vakjes geven de potentiële geschiktheid voor een warmtenet aan (hoe donkerder hoe geschikter).
-1964
14
Woningen naar bouwjaar
-1930
-1974
Bijlage 7: Overzicht woningen op bouwjaar
Eindtotaal
17%
22%
17%
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 8: Overzicht woningen naar energielabel Omwille van nauwkeurigheid wordt hier de officiële wijkbenaming van CBS gehanteerd. De blauw gearceerde vakjes geven de potentiële geschiktheid voor een warmtenet aan (hoe donkerder hoe geschikter). Energielabels woningen
G
F
Wijk 00 Zaltbommel en omgeving
346
382
1
Zaltbommel Binnenstad
233
2
Zaltbommel Vergt en omgeving
3
Gem.
G
D
C
B
Wijk 02 Kerkwijk en omgeving
346
193
46
235
435
343
459
C
17
Kerkwijk
27
17
3
17
20
21
40
C
18
Bruchem
56
45
11
56
160
108
71
C
19
Beneden-Delwijnen
29
11
4
5
19
7
3
D
20 Gameren
151
58
13
75
159
136
212
C
21
36
20
8
20
51
26
21
C
Nieuwaal
F
E
A >>
Gem.
D
C
B
A >>
150
422
1562
1264
1169
B
huizen polders 22 Verspreide Delwijnen en Bruchem
9
7
0
19
10
7
7
C
246
56
28
141
66
93
D
huizen Kerkwijk en 23 Verspreide Bruchem
19
25
5
16
5
18
21
D
104
113
92
357
494
355
471
B
Zaltbommel Spellewaard
0
0
0
23
882
489
49
B
huizen polders 24 Verspreide Gameren en Nieuwaal
19
10
2
27
11
20
84
B
4
Verspreide huizen Hoeven (De Waluwe)
5
8
0
2
14
339
532
A
Wijk 03 Nederhemert en omgeving
105
80
19
44
92
63
102
C
5
Verspreide huizen Oostzijde
3
10
2
10
14
7
2
C
25 Nederhemert-Noordzijde
83
68
14
41
91
53
31
D
6
Verspreide huizen Westzijde
1
5
0
2
17
8
22
B
26 Nederhemert-Zuidzijde
12
3
3
1
0
0
0
F
Wijk 01 Brakel en omgeving
470
338
54
361
675
407
532
C
27 Verspreide huizen Nederhemert
10
9
2
2
1
10
71
B
7
Brakel
160
108
21
174
223
124
150
C
1.267
993
269
1.062
2.764
2.077
2.262
C
8
Poederoijen
36
41
6
16
45
38
7
D
Wijk 00 Zaltbommel
7%
7%
3%
8%
29%
24%
22%
9
Aalst
82
78
12
63
231
86
40
C
Wijk 01 Brakel
17%
12%
2%
13%
24%
14%
19%
10
Zuilichem
69
72
7
60
134
73
55
C
Wijk 02 Kerkwijk
17%
9%
2%
11%
21%
17%
22%
11
De Rietschoof
27
2
0
3
2
5
10
D
Wijk 03 Nederhemert
21%
16%
4%
9%
18%
12%
20%
12
Verspreide huizen in de polder Aalst
46
16
4
15
13
8
118
C
12%
9%
3%
10%
26%
19%
21%
13
Verspreide huizen in de polder Poederoijen
28
4
2
9
7
20
47
C
14
Verspreide huizen in de polder Brakel
6
7
2
9
16
40
47
B
15
Verspreide huizen in het Munnikenland
1
0
0
0
0
0
0
G
16
Verspreide huizen in de polder Zuilichem en omgeving
15
10
0
12
4
13
58
B
49
E
Energielabels woningen
Eindtotaal
G
F
E
D
C
B
A >>
totaal
Aantal woningen
1.267
993
269
1.062
2.764
2.077
2.262
8.432
Verbruik
95 TJ
92 TJ
90 TJ
86 TJ
82 TJ
79 TJ
72 TJ
525 TJ
Besparing
17 TJ
31 TJ
41 TJ
35 TJ
14 TJ
14 TJ
0 TJ
153 TJ
18%
34%
45%
41%
17%
18%
0%
29%
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 9: Potentiële besparing van de warmtevraag in Zaltbommel (door ESR) De eerste stap in de warmtetransitie is om minder energie te gaan gebruiken. Het isoleren van woningen is daarbij cruciaal. Echter niet elke woning heeft dezelfde isolatiemogelijkheden.
• Woningen gebouwd vóór 1930 en monumenten Over het algemeen is dit type woningen slecht geïsoleerd. Als de woning een monument is of in een beschermd stadsgezicht staat, zijn de mogelijkheden om goed te isoleren vaak beperkter. Dit kan leiden tot hogere kosten of tot een lagere isolatiegraad.
• Woningen van na 2005 Dit type woningen is over het algemeen behoorlijk goed geïsoleerd. Bij een goede isolatie van een woning moet men denken aan isolatie van vloer, gevel en dak, maar ook aan kierdichting en driedubbel glas. Daarbij moet gelet worden op de luchtverversing in de woning. Hiervoor zijn systemen met warmteterugwinning beschikbaar.
• Naoorlogse woningen Het isolatieniveau van dit type woningen kan vaak op twee niveaus worden verbeterd: • De meest economische isolatie zoals spouwmuurisolatie. • Hoge mate van isolatie door een extra isolatielaag aan de woningschil toe te voegen, wat tot hoge kosten leidt.
• Woningen gebouwd vanaf de jaren ’80 De woningen hebben al een matige isolatie (label D of C). Als extra isolatie nodig is, zal dat aan de woningschil kunnen, met de bijbehorende hoge kosten. Het financiële rendement van deze maatregel is extra laag omdat ook de besparingen (vanwege de al aanwezige isolatie) beperkt zijn.
Vormen van woningisolatie
50
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Wij hebben ingeschat welke besparing in warmtevraag er in Zaltbommel potentieel mogelijk is door per type woning (op bouwjaar) de mogelijke, economisch rendabele, verbetering in energielabel te inventariseren. In eenvoudige bewoordingen: wat is de besparing in warmtevraag als je iedere bestaande woning één energielabel omhoog zou weten te brengen? Het is een gedachte-experiment om zichtbaar te maken wat in theorie het besparingspotentieel in Zaltbommel is. De mogelijke besparing verschilt overigens per ‘stapje omhoog’23.
Energielabel
Zo kunnen we de mogelijke warmtevraagbesparing berekenen door de huidige energielabels24 te vergelijken met de verbeterde toekomstige. Dat leidt in dit model tot een totale gemiddelde besparingspotentie van 31% van de warmtevraag in de bestaande bouw. Voor Zaltbommel betekent dit onder verder gelijkblijvende omstandigheden een verwachte totale warmtevraag in 2050 van circa 388 TJ/jaar in 2050 (tegenover ruim 563 TJ/jaar in 201825) voor de circa 11.401 gebouwen. Grofweg kan worden geconcludeerd dat het met één stapje omhoog brengen van het energielabel in bestaande woningen al ongeveer een derde van de totaal te realiseren warmtevraagbesparing in Zaltbommel per 2050 zou kunnen zijn.
23
De mogelijke besparing is niet gelijkmatig gespreid. Voorbeeld: een ‘stap’ van een F- naar een E-label levert meer energiebesparing op dan de stap van een B- naar een A-label.
24
Van de huidige woningvoorraad in Zaltbommel is van 57% het energielabel bekend. Voor het deel van de woningvoorraad waarvan het energielabel niet bekend is (43%) is een inschatting gemaakt op basis van bouwjaar.
25
In 2019 werd voor het verwarmen van woningen, koken en douchen in Zaltbommel ca. 16 miljoen m3 aardgas per jaar verbruikt. Dat komt overeen met ruim 525 TJ/jaar.
51
G
F
E
D
C
B
A
Totaal
Bouwjaar
<1930
19301945
19451974
19751991
19912005
19912005
2006-
Voorspeld energielabel (2050)
D/C
C/B
B/A
B/A
B/A
A
A
Besparing warmtevraag
18%
34%
45%
41%
17%
18%
0%
Verbruik
98 TJ
95 TJ
91 TJ
86 TJ
80 TJ
75 TJ
68 TJ
525 TJ
Besparing
18 TJ
32 TJ
41 TJ
35 TJ
14 TJ
14 TJ
0 TJ
153 TJ
Aantal woningen
1.267
993
269
1.062
2.764
2.077
8.432
Potentiële besparing warmtevraag van gebouwen in Zaltbommel
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 10: Overzicht van gebruikte bronnen, tools en onderzoeken 1. Startanalysetool Planbureau voor de Leefomgeving. Zie Bijlage 12 > voor het onderzoeksverslag van Energie Samen Rivierenland (ESR). 2. Dataset per kern/wijk: De gemeente heeft een uitgebreide dataset per kern/wijk aangelegd (Bijlage 17 >). Per CBS-wijk bevat de dataset naast sociale informatie gegevens over bebouwing, energetische kwaliteit, beschikbare bronnen, infrastructuur en ontwikkelingen/strategieën. Bij het vergaren van alle data is gebruik gemaakt van gemeentelijke gegevens en bronnen bij Liander26, Vitens en woningcorporaties De Kernen en Bazalt Wonen. Per kern/wijk zijn alle detailgegevens beoordeeld. Hierbij vormde het afwegingskader uit hoofdstuk 4 > steeds de leidraad, met alle aldaar al genoemde beperkingen.
26
3. Warm in Rivierenland, Detailstudie naar de potentie van aardwarmte als duurzame warmtebron voor de gebouwde omgeving, glastuinbouw en industrie - in opdracht van Energie Beheer Nederland uitgevoerd door Berenschot en Panterra (sep 2020). 4. Kijk op Warmte Bommelerwaard - door CE Delft (dec 2019). 5. T echnisch rapport Potentie Bodemenergie Bommelerwaard - door IF Technology (nov 2019). 6. Beknopt onderzoek naar de haalbaarheid van waterstoftoepassing in m.n. Zaltbommel Binnenstad door Energiekring Waterstof.
Gebruikt is de zogeheten Buurtanalysetool van Liander.
52
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 11: Analyses per kern/wijk (door ESR) Omwille van nauwkeurigheid wordt hier de officiële wijkbenaming van CBS gehanteerd. De afzonderlijke wijken worden in algemene termen gekarakteriseerd.
Zaltbommel en omgeving • Zaltbommel Binnenstad Algemeen: Het merendeel van de huizen is van voor 1930. Graafwerk in de Binnenstad zal lastig worden door reeds aanwezig kabels en leidingen, monumenten en historische verontreinigingen. Isolatie en afgifte: In de oude binnenstad is het gemiddeld label D, maar zijn er veel woningen met een F of G label. Duurzame warmte: Behoudens individuele oplossingen kan een warmtenet alleen op HT een oplossing bieden. Het zal echter lastig zijn om een warmtenet hier aan te leggen. Als alternatieve bron kan (op de lange termijn) gedacht worden aan waterstof. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Zaltbommel Vergt en omgeving Algemeen: In deze wijk zijn vooral jaren ’60en nieuwbouwwoningen te vinden. Het gasnet is voor 89% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Gemiddelde label B. Duurzame warmte: Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) is mogelijk een optie om in eerste instantie de Buitenstad
53
te verwarmen. Misschien kunnen (delen van) de buurten Spellewaard en De Vergt in het verlengde daarvan eveneens aansluiten. Er is nog geen onderzoek verricht naar de potentie van TEO uit de Waal. Mogelijke aanpak: Omdat er nog geen onderzoek is uitgevoerd naar aquathermie wordt eerst ingezet op besparing van gasverbruik door isolatie. Eventueel kan in een latere fase aangesloten worden op TEO.
• Zaltbommel Spellewaard Algemeen: Dit is een nieuwe wijk met huizen van na 1980. Een kwart van de woningen is huurwoningen. Isolatie en afgifte: De meeste woningen hebben energielabel C of B. Duurzame warmte: Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) is mogelijk een optie om in eerste instantie de Buitenstad te verwarmen. Misschien kunnen (delen van) de buurten Spellewaard en De Vergt in het verlengde daarvan eveneens aansluiten. Er is nog geen onderzoek verricht naar de potentie van TEO uit de Waal. Mogelijke aanpak: Deze wijk leent zich om een onderzoek te starten naar een collectieve LToplossing op basis van TEO uit de Waal.
• Zaltbommel De Waluwe Algemeen: De nieuwbouwwoningen in De Waluwe zijn al deels aardgasloos. Voor de overige woningen lijkt all electric een logische oplossing, maar de gasinfrastructuur is nog niet afgeschreven. Deze op korte termijn verwijderen betekent kapitaalsvernietiging. Bovendien zal er dan verzwaring van het elektriciteitsnet nodig zijn. Isolatie en afgifte: Een label van B of beter. Duurzame warmte: Deze woningen lijken al geschikt voor LT-oplossingen met WKO of TEO. Mogelijke aanpak: Ofschoon er hier kansen liggen voor (collectieve) LT oplossingen lijkt het beter deze wijk later van het gas te halen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Brakel en omgeving • Verspreide huizen Oostzijde
• Brakel
Algemeen: In deze wijk zijn weinig woningen, maar er zijn veel utiliteitsgebouwen. De gebouwen staan echter erg verspreid in het gebied. Isolatie en afgifte: Labels van de woningen zijn in meerderheid D en C. Duurzame warmte: Voor de utiliteit is WKO een mogelijkheid, zeker als er ook koude gewenst is. Anders is zonnethermie een optie. Meestal zal het gaan om individuele projecten, mogelijk dat buren met elkaar bronnen kunnen delen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: Een gemiddeld wat oudere huizenvoorraad, wel compact, toch veel diversiteit. Het gasnet is voor 89% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Gemiddeld label C. Een redelijk aantal huizen heeft een label A of B. Duurzame warmte: Een LT-warmtenet lijkt hier alleen een mogelijkheid met extra investeringen in de isolatie van de woningen. De riolering zal worden vervangen wat gecombineerd kan worden met de aanleg van een warmtenet, mogelijk loopt de beslissing hierop niet synchroon. De wijk is geschikt voor individuele hybride oplossingen. Een andere optie is om een warmtenet te koppelen aan het nabij gelegen kassencomplex in combinatie met geothermie. Mogelijke aanpak: In eerste instantie zou de koppeling met geothermie moeten worden onderzocht.
• Verspreide huizen Westzijde Algemeen: In deze wijk zijn relatief weinig woningen. Uitbreiding met 300 nieuwbouwwoningen Buitenstad biedt kansen voor koppeling. Isolatie en afgifte: De woningen hebben vaak een label C of beter. Duurzame warmte: Kleine warmtenetten op basis van een WKO zouden een optie kunnen zijn. Het meest waarschijnlijk echter zijn individuele hybride oplossingen. Als warmtebron is TEO hier een belangrijke optie. Mogelijke aanpak: Eerst inzetten op besparing van gasverbruik door isolatie. De nieuwbouw van Buitenstad heeft een mogelijkheid voor aquathermie of WKO. Spellewaard-West zou ook kunnen aansluiten op de mogelijkheden van aquathermie.
54
• Poederoijen Algemeen: Weinig en vooral verspreide woningen. Isolatie en afgifte: gemiddeld label D, veel diversiteit. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
• Aalst
• De Rietschoof
Algemeen: Een gemiddeld wat oudere huizenvoorraad. Veel diversiteit en weinig compact gebouwd. Isolatie en afgifte: Een gemiddeld label C. Duurzame warmte: Een LT-warmtenet lijkt hier alleen een mogelijkheid met extra investeringen in de isolatie van de woningen. Conclusie is dat deze kern het meest geschikt is voor individuele hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: Deze wijk (dus niet de gelijknamige camping) heeft een beperkt aantal woningen. Isolatie en afgifte: De helft heeft een label G, de andere helft een label B of beter. Conclusie is dat deze wijk het meest geschikt is voor individuele hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Zuilichem Algemeen: Een gemiddeld wat oudere huizenvoorraad met veel diversiteit. Het gasnet is voor 89% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Gemiddeld label C maar ook veel diversiteit. Duurzame warmte: Een LT-warmtenet lijkt hier alleen een mogelijkheid met extra investeringen in de isolatie van de woningen. De riolering zal worden vervangen wat gecombineerd kan worden met de aanleg van een warmtenet, mogelijk loopt de beslissing hierop niet synchroon. De wijk is geschikt voor individuele hybride oplossingen. Een andere optie is om een warmtenet te koppelen aan het nabij gelegen kassencomplex in combinatie met geothermie. Mogelijke aanpak: In eerste instantie zou de koppeling met geothermie moeten worden onderzocht.
55
• Verspreide huizen in de polder Aalst Algemeen: Er zijn een beperkt aantal verspreide huizen, maar een deel van de wijk is nieuw. Isolatie en afgifte: Bij de oudere huizen is er veel diversiteit, maar de nieuwbouw kent een label A of beter. Duurzame warmte: Hier zou een LT-warmtenet met als bron de Afgedamde Maas mogelijk zijn. Voor de overige huizen is aanvullende isolatie nodig, op termijn zouden deze dan ook kunnen aansluiten. Als tussenoplossing zou aldaar voor individuele hybride oplossingen kunnen worden gekozen. Mogelijke aanpak: Deze wijk leent zich om een onderzoek te starten naar collectieve LToplossingen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
• Verspreide huizen in de polder Poederoijen
• Verspreide huizen in het Munnikenland
Algemeen: Er zijn hier weinig huizen. Deze zijn verspreid gelegen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Er is veel kassenbouw. Mogelijk dat hier TEO kan worden toegepast in combinatie met de kassen, al lijken er hiervoor te weinig huizen te veel verspreid te zijn. Het altenatief voor de woningen is een individuele hybride oplossing. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: Hier is één woning, hetgeen vraagt om een individuele oplossing. Isolatie en afgifte: Label G. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend is een individuele en/of hybride oplossing. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Verspreide huizen in de polder Brakel Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele oplossingen. Het kassengebied biedt eventueel mogelijkheden voor een warmtenet voor een deel van de woningen. Mogelijke aanpak: Een individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen is de meest realistische optie.
56
• Verspreide huizen in de polder Zuilichem Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele oplossingen. Het kassengebied biedt mogelijkheden voor een warmtenet dat ook op de kern van Zuilichem aangesloten kan worden. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Kerkwijk en omgeving • Kerkwijk
• Beneden-Delwijnen
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid en divers van aard en leeftijd. Het gasnet is voor 87% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Ze zijn ook wat ouder. Het gasnet is voor 97% afgeschreven en er is een zeer hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Bruchem Algemeen: Bruchem kent een geconcentreerde kern met een diversiteit aan huizen in aard en bouwjaar Isolatie en afgifte: Met een label C of beter. Duurzame warmte: Mogelijk dat een collectief WKO-systeem of zonnethermie hier een oplossing is. Anders individuele hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Hier kan een studie worden opgepakt om zonnethermie als oplossing te introduceren, eventueel gelijktijdig met isoleren.
57
• Gameren Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Ze zijn ook wat ouder. Het gasnet is voor 84% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele oplossingen. Er is echter een flink kassengebied dus mogelijk zijn er koppelkansen met geothermie in Zuilichem. Gezien de ouderdom van de woningvoorraad lijkt een TEO uit de naastgelegen Waal minder kansrijk. Wel kan zonnethermie een optie zijn. Mogelijke aanpak: Hier kan een studie worden opgepakt om zonnethermie als oplossing te introduceren.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
• Nieuwaal
• Verspreide huizen Kerkwijk en Bruchem
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid en erg divers in leeftijd en label. Het gasnet is voor 91% afgeschreven en er is een hoog percentage grondroeringgevoelige leidingen. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Ze zijn ook wat ouder Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld D. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Verspreide huizen polders Delwijnen en Bruchem
• Verspreide huizen polders Gameren en Nieuwaal
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide woningen Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld C. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Ze zijn ook wat ouder. Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
58
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Nederhemert en omgeving • Nederhemert-Noordzijde
• Verspreide huizen Nederhemert
Algemeen: De huizen hier zijn verspreid. Ze zijn ook wat ouder. Isolatie en afgifte: Gemiddeld een label D. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide en vrij nieuwe woningen Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld B. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
• Nederhemert-Zuidzijde Algemeen: Hier zijn slechts enkele verspreide woningen Isolatie en afgifte: Er is een diversiteit aan labels, gemiddeld F. Duurzame warmte: Meest voor de hand liggend zijn individuele en/of hybride oplossingen. Mogelijke aanpak: Individuele aanpak op beperking van warmtevraag door isolatie en stapsgewijze overstap naar hybride en/of elektrische systemen.
59
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 12: Startanalysetool PBL (door ESR) Voor de eerste technische benadering hebben wij de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt. Deze tool geeft informatie over vijf strategieën (S1 tot en met S5) om gebouwen zonder aardgas te verwarmen. Vier van deze strategieën dekken de thans realistische combinaties van technieken en bronnen. In een vijfde strategie wordt waterstof beschouwd als mogelijke toekomstige oplossing (al wordt voor waterstof tot 2030 geen grootschalige toepassing in de gebouwde omgeving verwacht en is de beschikbaarheid daarna onbekend). Elke strategie bestaat uit een combinatie van technische maatregelen, te weten: isolatiemaatregelen die zorgen voor energiebesparing en warmtetechnieken die voorzien in de resterende energiebehoefte.
We hebben alle woningen van Zaltbommel op basis van bouwtypering, bouwjaar (zie Bijlage 7 >) en kern-/wijkkenmerken beoordeeld op deze vijf strategieën (en daarnaast ook nog gerelateerd aan een viertal economische scenario’s met veel of weinig kostenreductie en met hoge of lage energieprijzen27). De uitkomst van dit onderzoek wordt weergegeven in de volgende afbeelding.
Verspreide huizen in de het Munnikenkand
Verspreide huizen in de polder Brakel
Brakel
Verspreide huizen in de polder Poederoijen
Verspreide huizen in de polder Zuilichem en omgeving
Verspreide huizen in de polder Aalst
Poederoijen Aalst
De Rietschoof
Strategie
Energiebron en temperatuur
S1
Individuele elektrische warmtepomp
Buitenlucht 5 °C of bodem 15 °C
Elektriciteitsnet
50 °C
Combiwarmtepomp en LT- radiatoren
S2
Warmtenet met HT/MTbronnen
Restwarmte en/of geothermie
Warmtecentrale, restwarmtebron, MT-warmtenet, hulpketels
70 °C
Aansluiting op warmtenet en HT/MTradiatoren
S3
Warmtenet met LTbronnen
Restwarmte 30°C of WKO op 15°C en/of aquathermie op 10-20°C
MT of LT-net, Collectieve warmtepomp
30 - 70 °C
Aansluiting op MTof LT-warmtenet, combi- of boosterwarmtepomp, LTV of HT-radiatoren
S4
Groengas
Groengas
Gasnet
70 °C
HR-ketel met evt. hybride lucht-WP, HTradiatoren
S5
Waterstof
Waterstof
Gasnet
70 °C
HR-ketel met evt. hybride lucht-WP, HTradiatoren
Collectieve installatie
Temp. bij afgiftesysteem
Individuele installatie
Strategieën uit de Startanalyse van Planbureau voor de Leefomgeving
60
Zaltbommel Binnenstad Verspreide Zaltbommel huizen Zaltbommel Vergt en Oostzijde Spellewaard omgeving
Nieuwaal
Zuilichem
Verspreide huizen in de polder Gameren en Nieuwaal
Gameren
Verspreide huizen in de polder Delwijnen en Bruchem
Verspreide huizen Westzijde
Bruchem Kerkwijk
Verspreide huizen Hoeven
Verspreide huizen Kerkwijk en Bruchem
Overige verspreide huizen
BenedenDelwijnen NederhemertNoordzijde
NederhemertZuidzijde
Verspreide huizen Nederhemert
Mogelijke strategieën (PBL) in Zaltbommel
De verschillende hoofdkleuren in de afbeelding geven de voorkeursstrategieën weer (de paarstinten staan voor S1 ‘Individueel’, de blauwtinten staan voor S2 ‘aquathermie’, de groentinten staan voor S4 ‘Groengas’), de kleurschakeringen komen overeen met de relatieve mate van kosten en opbrengsten. In één oogopslag blijkt dat voor de meeste kernen/wijken van Zaltbommel als meest gunstige scenario’s de volgende strategieën uit de bus komen: • Strategie 1: Individuele elektrische warmtepomp • Strategie 4: Groengas Hierop is slechts de volgende uitzondering: • Strategie 3: Warmtenet met LT-bronnen Verspreide huizen Munnikenland (15), Verspreide huizen polder Poederoijen (13), Zaltbommel Spellewaard (3), Zaltbommel Vergt (2)
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
De conclusie van de Startanalysetool van PBL lijkt op het eerste gezicht onbevredigend. Voor veel gebieden worden individuele oplossingen dan wel groengas aanbevolen. Terwijl collectieve oplossingen waar mogelijk omwille van betaalbaarheid de voorkeur verdienen en het onwaarschijnlijk is dat er voldoende groen gas op tijd beschikbaar zal komen. Kans collectief
Label (gem)
Bouwjaar (gem)
PBL
Eerste alternatief
Tweede alternatief
Kans collectief
Verspreide huizen in de polder Zuilichem
112
B
1985
Individueel
hybride
individueel
klein
Wijk 02 Kerkwijk en omgeving
2.057
C
1973
17
Kerkwijk
145
C
1972
Groen gas
hybride
individueel
klein
18
Bruchem
507
C
1975
Groen gas
Zonnethermie
hybride
klein
19
Beneden-Delwijnen
78
D
1954
Groen gas
hybride
individueel
klein
20 Gameren
804
C
1974
Groen gas
Zonnethermie
hybride
klein
21
182
C
1966
Groen gas
hybride
individueel
klein
16
Aantal
Label (gem)
Bouwjaar (gem)
Wijk 00 Zaltbommel en omgeving
5.295
B
1978
1
Zaltbommel Binnenstad
863
D
1944
Warmtenet HT
hybride
individueel
klein
2
Zaltbommel Vergt en omgeving
1.986
B
1974
Warmtenet LT
hybride
individueel
klein
huizen polders 22 Verspreide Delwijnen en Bruchem
59
C
1968
Individueel
hybride
individueel
klein
3
Zaltbommel Spellewaard
1.443
B
1988
Warmtenet LT
Warmtenet LT
hybride
redelijk
huizen Kerkwijk 23 Verspreide en Bruchem
109
D
1967
Groen gas
hybride
individueel
klein
4
Verspreide huizen Hoeven (De Waluwe)
900
A
2004
Individueel Warmtenet LT
individueel
goed
huizen polders 24 Verspreide Gameren en Nieuwaal
173
B
1987
Individueel
hybride
individueel
klein
5
Verspreide huizen Oostzijde
48
C
1972
Individueel
hybride
individueel
klein
Wijk 03 Nederhemert en omgeving
505
C
1968
6
Verspreide huizen Westzijde
55
B
1991
Groen gas
hybride
individueel
klein
25 Nederhemert-Noordzijde
381
D
1963
Groen gas
hybride
individueel
klein
Wijk 01 Brakel en omgeving
2.837
C
1972
26 Nederhemert-Zuidzijde
19
F
1932
Groen gas
hybride
individueel
klein
7
Brakel
960
C
1968
Groen gas
hybride
individueel
klein
huizen 27 Verspreide Nederhemert
105
B
1995
Individueel
hybride
individueel
klein
8
Poederoijen
189
D
1965
Groen gas
hybride
individueel
klein
Eindtotaal
10.694
C
1975
9
Aalst
592
C
1971
Groen gas
hybride
individueel
klein
10
Zuilichem
470
C
1971
Groen gas
Zonnethermie
hybride
klein
11
De Rietschoof
49
D
1949
Groen gas
hybride
individueel
klein
12
Verspreide huizen in de polder Aalst
220
C
1982
Groen gas
Warmtenet LT
individueel
klein
13
Verspreide huizen in de polder Poederoijen
117
C
1978
Warmtenet LT
hybride
individueel
klein
14
Verspreide huizen in de polder Brakel
127
B
1993
Individueel
hybride
individueel
klein
15
Verspreide huizen in het Munnikenland
1
G
1915
Warmtenet LT
individueel
n.v.t.
klein
61
Tweede alternatief
Aantal
Alternatieve verwarmingstechnieken
PBL
Eerste alternatief
Alternatieve verwarmingstechnieken
Nieuwaal
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 13: Participatie
• Adviseren
Participatiemodellen
Op een rijtje zijn de voornaamste redenen voor burgerparticipatie: • Verbeteren van de relatie tussen inwoner en bestuur: het beleid sluit beter aan bij de ervaren problemen en realiteit, en wint daardoor aan legitimiteit. • Gezamenlijk product: het draagvlak bij, en de betrokkenheid van inwoners neemt toe. Het beleid wordt daardoor meer gezien als een gezamenlijk product. • Verbeteren van de kwaliteit van beleid: het benutten van beschikbare kennis, ervaring en creativiteit van inwoners. Twee weten meer dan een. • Betere communicatie en wederzijds begrip tussen betrokken partijen waarbij de tevredenheid over het proces en het resultaat toe kan nemen. • Soepelere uitvoering/verkorten van de tijdsduur van het proces: hoewel de voorbereiding van interactief beleid meer tijd kan kosten, wordt dat ruimschoots goedgemaakt door een soepeler verloop van vervolgfases en de uitvoering. De volgende vormen van participatie kunnen schematisch worden onderkend. Ze staan bekend onder de ook in Zaltbommel gebruikte term ‘participatieladder’.
• Coproductie De gemeente en inwoners benoemen samen een probleem, waarna ze gezamenlijk naar oplossingen zoeken. De overeengekomen oplossing is voor de gemeente bindend in de uiteindelijke besluitvorming. Bijvoorbeeld het opstellen van een ontwerp of inrichtingsplan in de openbare ruimte.
• Meebeslissen De gemeente laat de ontwikkeling van en de besluitvorming over aan de inwoners, waarbij de ambtelijke organisatie een adviserende rol heeft. Resultaten uit het proces hebben een bindende werking: de gemeente neemt de resultaten over.
• Zelf organiseren Ten slotte kan de gemeente beslissingsbevoegdheid neerleggen bij de inwoners zelf. Dit beleidsontwikkelingsmodel wordt in de regel vooral ingezet bij zaken die betrekking hebben op de directe woon- en leefomgeving van de inwoners, zoals (wijk)beheer, burgerbudgetten en geleidelijke (wijk)ontwikkeling (inrichting buurtpark, speelplaats) en sociale aspecten hiervan.
• Raadplegen Raadplegen gaat verder dan informeren. De gemeente bepaalt bij raadplegen grotendeels zelf de agenda, maar ziet inwoners als gesprekspartners bij de ontwikkeling van beleid. De gemeente is niet verplicht iets te doen met de uitkomsten van deze gesprekken.
De participatieladder
62
De gemeente stelt zelf de agenda samen, maar inwoners kunnen problemen en oplossingen aanbieden. Deze ideeën spelen een grote rol in de ontwikkeling van beleid. De gemeente verbindt zich in principe aan de resultaten en als zij hiervan afwijkt, moet dit goed worden gemotiveerd.
Er kunnen ook kanttekeningen bij de participatieladder worden gezet. Participatie is geen wondermiddel, waarbij de neuzen na verloop van tijd vanzelf wel dezelfde kant op staan. Het vraagt tijd, capaciteit en middelen. Een interactief proces als participatie is bovendien niet zinvol als het geen bijdrage kan leveren aan een oplossing die aansluit bij de belangen van alle betrokkenen. Zo kunnen er situaties ontstaan waarin de gemeente in een kern/wijk moet kiezen voor het algemeen belang boven het individuele of groepsbelang. Ook zijn de bovenste treden van de participatieladder (met de hoogste inzet van participatie) niet altijd de beste. Het gaat om de reële ruimte voor invloed van inwoners op de transitieplannen. En die kan beperkt zijn door allerlei randvoorwaarden of omstandigheden (tijd, wetgeving, etc.) Dan kan alleen adviseren of raadplegen een betere keuze zijn dan bijvoorbeeld (mee)beslissen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 14: Uitgangspunten van de gemeente Zaltbommel bij de communicatie met inwoners • We nemen een duidelijk standpunt in
• We houden er rekening mee dat bewoners soms drempels zien
Het is essentieel voor het begrip, houding en gedrag (participatie) van bewoners dat in de communicatie duidelijk is wat het standpunt van de gemeente is. De gemeente wordt gezien als eindverantwoordelijke in het hele transitieproces. We zorgen ervoor dat duidelijk is wat de gemeente wil, kan en nog van plan is. Dat vraagt ook helderheid over de randvoorwaarden, mogelijkheden en de garanties die de gemeente kan geven. En dan is het van belang om daar consequent in te zijn. Als zaken tijdelijke oplossingen zijn, of bepaalde stappen nog onduidelijk zijn, zijn we daar open en helder over. Als er al een bepaalde keuze is gemaakt en daarover geen inspraak mogelijk is, communiceren we dat duidelijk en laten we ook weten waar bewoners eventueel nog wél over mee mogen denken. Als er besluiten zijn genomen, geven we aan wie die besluiten hebben genomen en waarom.
De meeste bewoners van de kern/wijk zijn bij de start van het traject nog niet goed geïnformeerd. Daar komt bij dat de meeste mensen niet zo houden van veranderingen. Soms nemen bewoners in eerste instantie een afwachtende en zelfs terughoudende houding aan. De drempels (verwachte kosten; geen keuzevrijheid, bijvoorbeeld wat warmteleverancier betreft; overlast in en om het huis; indirecte consequenties als het vervangen van het fornuis; onzekerheid over de voortgang) roepen veel vragen op waar men antwoord op wil hebben. We zorgen ervoor dat we daarop zijn voorbereid.
• We gebruiken één wijze van vormgeving en communicatie voor herkenbaarheid Door voor communicatie- en vormgevingswijze te kiezen en hier consequent gebruik van te maken, investeren we in een boodschap die langzaam ‘inslijt’ bij de ontvanger. Als er telkens informatie komt vanuit hetzelfde raamwerk, dan ervaren mensen de boodschappen als steeds herkenbaarder.
63
• We laten zien dat het menens is Aan bewoners die een afwachtende of terughoudende houding aannemen laten we zien dat er wel degelijk iets gebeurt. Dit kan bijvoorbeeld door een concrete planning af te geven, belangrijke keuzes te communiceren (bijvoorbeeld het alternatief voor aardgas) en vorderingen in het proces te tonen.
• We maken zichtbaar en laten ervaren Veel bewoners hebben geen duidelijk beeld over wat het aardgasvrij maken van de woning inhoudt. Vaak zijn ze bang dat het een negatieve impact gaat hebben op het woongenot of dat het veel gedoe met zich meebrengt. In zulke gevallen helpt het om bewoners te laten zien en ervaren wat het aardgasvrij maken van een woning voor hen kan betekenen. Dat kan door verhalen en ervaringen uit de eigen gemeenschap te delen. Diverse gemeenten hebben ook goede ervaringen met het inrichten van leegstaande woningen als voorbeeldwoning in de kern/wijk. Andere gemeenten vragen bewoners van aardgasvrije woningen om tegen een kleine onkostenvergoeding hun woning af en toe open te stellen voor buurtbewoners en andere geïnteresseerden.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 15: Vormen van beheer en organisatie van warmtenetten Bij warmte is er sprake van een ‘natuurlijk monopolie’. De afnemers zijn verbonden met een kostbaar lokaal- of regionaal warmtenetwerk met vaak maar één of twee warmtecentrales. Er is daardoor een fundamenteel verschil met bijvoorbeeld de elektriciteitsmarkt, waarbij de netwerkkosten lager zijn en alle bronnen en afnemers met hetzelfde netwerk verbonden zijn. Bij warmtenetten wordt er nog wel eens onderscheid gemaakt tussen open- en gesloten warmtenetten. Er zijn twee manieren om dit onderscheid te maken, gebaseerd op bronnen en gebaseerd op rollen.
Gebaseerd op rollen •
•
Gebaseerd op bronnen • •
Een warmtenet wordt ‘open’ genoemd als meerdere warmteleveranciers met warmtebronnen ‘invoeden’, oftewel hun warmte leveren, in hetzelfde systeem. Wij noemen dit liever een warmtenet met meerdere bronnen. Bij een open net voor meerdere bronnen staat het warmtenet open voor het invoeden met nieuwe bronnen. Bij meerdere bronnen koopt de warmteleverancier de warmte in op basis van prijs, kwaliteit, beschikbaarheid en duurzaamheid. Dit voorkomt dat de warmteleverancier haar eigen bron bevoordeelt ten opzichte van andere, meer geschikte bronnen. Aandachtspunten hierbij zijn: - Verschillende leveranciers laten concurreren voor een zo gunstig mogelijke prijs/kwaliteitverhouding. - De zekerheid van levering van warmte voor zowel de korte termijn (vier seizoenen) als de lange termijn (25 jaar). Die is er niet altijd bij een bron (bijvoorbeeld restwarmte). - De duurzaamheid van de bronnen. Vaak zijn ze niet allemaal even duurzaam. - Door het beperkt aantal warmtebronnen en de doorgaans hoge beheerskosten daarvan zijn de risico’s voor de investeerders hoger,
64
•
Een open warmtenet is iets anders dan een gesplitst net, waarbij de ene partij de rol van netbeheerder op zich neemt, en een andere partij de rol van warmteleverancier. Dit wordt vaak gedaan om een net voor meerdere bronnen te realiseren, maar dit is geen voorwaarde. Voor de eindgebruiker is het wel belangrijk dat er één partij is die aangesproken kan worden op de integrale verantwoordelijkheid van het leveren van warmte. Dit is geregeld in de Warmtewet. Bij een ‘gesloten’ (of een traditioneel) warmtenet wordt het warmtenet in zijn geheel beheerd door één warmtebedrijf. Deze partij neemt alle rollen in het warmtenet op zich. De warmteleverancier hoeft hierbij niet de eigenaar van de bron te zijn, maar is wel verantwoordelijk voor de leveringsbetrouwbaarheid. De warmteleverancier werkt dan vaak met langjarige contracten met de bron en bedrijft zelf een back-upinstallatie. In deze constructie kan ook een open net en een warmtenet met open bronnen worden gerealiseerd. Een derde optie is een coöperatief warmtenet waarbij leveranciers, netbeheerder en afnemers samen eigenaar zijn.
Gebaseerd op bronnen en rollen •
Op een nog opener warmtenet, het open net met leverancierskeuze, voeden meerdere warmtebronnen in, is er ruimte voor nieuwe bronnen en heeft een afnemer(scollectief) de keuzevrijheid om van een bepaalde bron of een zelfgekozen leverancier zijn warmte te krijgen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 16: Geothermie in Zaltbommel
Veiligheid
Het Ministerie van Economische Zaken en het Staatstoezicht op de Mijnen stellen hoge eisen aan veiligheid. Ze werken bij iedere aanvraag nauw samen met de desbetreffende gemeente, de provincie en waterschappen.
In de gemeente Zaltbommel wordt vanaf 2020 onderzocht of geothermie een veilig, haalbaar en betaalbaar alternatief kan zijn voor verwarming op aardgas, met name voor de glastuinbouw. Dat kan niet zomaar; hiervoor is eerst een zogenaamde Opsporingsvergunning nodig. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is de vergunningverlener. Pas daarna start een verder onderzoek naar kansen en mogelijkheden om geothermiebronnen te ontwikkelen. In de gemeente Zaltbommel hebben Hydreco Geomec (HG) en ENGIE een opsporingsvergunning aangevraagd, die inmiddels is verleend. Deze bedrijven werken nauw samen met de gemeente Zaltbommel en de glastuinbouw in het gebied. Met geothermie kan de tuinbouw in het gebied in eerste instantie hier een grote slag maken richting duurzaamheid. De partijen kijken ook of en hoe levering van geothermie op termijn mogelijk is aan woningen.
65
Er vindt een zorgvuldig proces plaats voordat geothermiewinning werkelijk gerealiseerd is. Van plan tot realisatie kan wel enkele jaren duren (5-7 jaar). Wethouder Posthouwer: “Geothermie is beloftevol, we weten dat het ten opzichte van andere technieken veilig is. Maar we kijken niet weg van eventuele risico’s, we willen dat het goed geregeld is.”
Stappen die nodig zijn voor geothermie
1. Het ministerie van EZK verleent, na overleg met gemeente, provincie, waterschap en Staatstoezicht op de Mijnen een Opsporingsvergunning. 2. Het bedrijf dat de opsporingsvergunning heeft verkregen doet verder onderzoek naar de ondergrond: is die geschikt om warmte uit te winnen? Dit zijn geologische studies, geen boringen. Met dit onderzoek worden de potentie en mogelijkheden van geothermie nauwkeurig in kaart gebracht. 3. Met gemeente worden deze resultaten besproken. 4. Vervolgens wordt onderzocht welke plekken geschikt kunnen zijn voor winning en het gebruik van geothermie. Met betrekking tot deze plekken vindt nader overleg plaats met de gemeente en de omgeving (bewoners en bedrijven). 5. Bepaald wordt of het project geen nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. 6. Indien nodig wordt het bestemmingsplan van de gemeente gewijzigd. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, kunnen eventueel een zienswijze indienen. Geothermie (de exacte diepte is locatieafhankelijk)
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
7. Omgevingsvergunning: voor de boven- en ondergrondse aspecten zoals de aanleg van de locatie, het uitvoeren van de boringen en de realisatie van de productiefaciliteiten is een omgevingsvergunning nodig. Hierover beslist het ministerie van Economische Zaken, die het Staatstoezicht op de Mijnen, gemeente, provincie en waterschap om advies vraagt. Belanghebbenden, waaronder omwonenden, kunnen eventueel een zienswijze indienen. 8. Er worden (rijks-)overheidssubsidies aangevraagd, zoals de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie SDE++. 9. Op de gekozen locatie(s) bouwt de warmteproducent (in dit geval Hydreco Geomec/ENGIE) een geothermie installatie. Eerst worden de boringen uitgevoerd. Pas daarna weten we of de warmte ook daadwerkelijk winbaar is.
66
10. Om de geothermie te winnen, zijn verschillende vergunningen nodig. Meer informatie hierover is het vinden op: https://allesoveraardwarmte.nl/wetgeving/. Het gaat onder andere om een winningsvergunning en een winningsplan. Hierover beslist het ministerie van EZK. Het ministerie vraagt advies aan deskundigen, zoals het Staatstoezicht op de Mijnen, TNO, de Mijnraad, de provincie, de Technische Commissie bodembeweging, gemeentes en waterschappen. Bij het ontwerpbesluit voor een winningsplan kunnen belanghebbenden, bijvoorbeeld omwonenden, een zienswijze indienen. Het is de uitdrukkelijke wens van de gemeente om vanaf de start bewoners te informeren over de voortgang. Op de website van de gemeente Zaltbommel komt informatie over de voortgang.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Bijlage 17: Detailgegevens per kern/wijk Gegevensverzameling tbv wijkanalyses gemeente Zaltbommel Versie februari 2021 Wijk /Buurt Buurt CBS code en naam
Beschikbare bronnen (bron: buurtanalysetool Liander)
BU02970000 Binnenstad, Zaltbommel
2020 - scenario maatschappelijk laagste kosten Eveneens uit 2020 en plausibeler (welke restwarmte?)
S2d: D+, MT restwarmte S4d en S5d, D+, groen gas en waterstof met HR ketel
Bron 1 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid
Buurtanalysetool Liander (HT - LT - AE - hWP)
LT Warmtenet (TEO Waal - koppelkans Buitenstad?), 33 - 40 - 25 - 8
Mate van Duurzaamheid
PBL Startanalyse & Buurtanalysetool Liander
Opmerking
Sociaal Leeftijdsopbouw
0/15-205,15/25-205,25/45-455,45/65-575,65+/420, tot.1860
Welvarendheid p/inwoner Sociale structuur/betrokkenheid in de wijk Zelfredzaamheid Bewonersorganisaties in de wijk Aanwezigheid bewonersinitiatief mbt warmtekeuze Bewoners met positieve attitude t.a.v. Verduurzaming
Net onder modaal (€33.400), bron: allecijfers.nl Bovengemiddeld, bron:Lemon 2018 Bovengemiddeld. Noot: 16% bevolking allochtoon Wijkraad Binnenstad mogelijk via Energiekring Warmte en Energiekring Waterstof zie Energiekringen
TEO Waal (Buitenstad en Singel?) LT nog geen onderzoek naar gedaan onbekend
In de bodem graven in Binnenstad is geen sinecure
Bron 2 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid Mate van Duurzaamheid Opmerking
Bebouwing
Aantal woningen Aantal koopwoningen
1001 611
Aantal sociale huurwoningen Bazalt (Woonlinie)
110
Rioolvervanging (jaar)
niets gepland
Aantal particuliere huurwoningen/overige, zorgwoningen
280
Economische afschrijving gasnet (in %)
80%
Gemengde blokken koop/huur
Woningen Bazalt niet veel, overige wel veel gespikkeld bezit
Grondroeringsgevoelige leidingen (in %)
32%
Overige bebouwing
Utiliteit 213 , 1358 woningequivalenten
Waterleiding
niets gepland tot in ieder geval 2025
Verdeling hoogbouw/laagbouw
HB
Bebouwingsdichtheid tbv warmtenet
Hoog
Elektriciteitsverbruik alle woningen MWh 2019 Gasverbruik alle woningen (temp.gecorrigeerd) x1000 m3 2019
2.560 1.430
61%
=
19
%
LB
81
Infrastructuur
%
Capaciteit E-netwerk Planningstechnische bijzonderheden
Ontwikkelingen en strategieën
Energetische kwaliteit
A
B
C
D
E
F
Energetische kwaliteit alle woningen (%)
11%
8%
16%
3%
6%
29%
27% 100%
Energetische kwaliteit huurwoningen Bazalt (%) 31-12-2020
25%
30%
29%
3%
7%
4%
2% 100%
Aantal woningen Bazalt met energielabel A/B Warmtenet aanwezig?
67
59 Nee
Impact AE (all-electric)fors. Impact LT/HT (alleen E-koken) laag tot medium. Ook impact PV en EV in de wijk in kaart te brengen. Geen bijzonderheden voor ZaltbommelBinnenstad
G
Sloop- en bouwplannen
Voor de Binnenstad zijn er anno begin 2021 geen sloop en nieuwbouwplannen
Complex-/gebiedsstrategie woningcorporatie Bazalt gaat de energetische en technische kwaliteit van de woningen in de Binnenstad tot 2030 naar een energielabel A brengen, sommige zullen beter worden, sommige <5% iets slechter. Bazalt Alle woningen zijn of worden energetisch aangepakt de komende 10 jaar
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Gegevensverzameling tbv wijkanalyses gemeente Zaltbommel Versie 0.2 Wijk /Buurt Buurt CBS code en naam
PBL Startanalyse & Buurtanalysetool Liander 2020 - scenario maatschappelijk laagste kosten 2019 - scenario maatschappelijk laagste kosten Buurtanalysetool Liander (HT - LT - AE - hWP)
Beschikbare bronnen (bron: buurtanalysetool Liander)
BU02970001 De Vergt en omgeving, Zaltbommel
Bron 1 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid Mate van Duurzaamheid
S3b: B+, LT warmtebron, levering 70 graden S5a: B+, Waterstof hybride warmtepomp LT Warmtenet (TEO Waal - Buitenstad?- WKO), 27 - 33 - 17 - 17
Opmerking
Sociaal Leeftijdsopbouw
0/15-795,15/25-575,25/45-995,45/65-1255,65+ -1200 tot.4820
Welvarendheid p/inwoner Sociale structuur/betrokkenheid in de wijk Zelfredzaamheid Bewonersorganisaties in de wijk Aanwezigheid bewonersinitiatief mbt warmtekeuze Bewoners met positieve attitude t.a.v. Verduurzaming
Ruim onder modaal (€23.200), bron: allecijfers.nl Laag/gemiddeld bron:Lemon/Leefbaarometer Laag/gemiddeld. Noot: 30% bevolking allochtoon Wijkplatform De Vergt mogelijk via Energiekring Warmte en Energiekring Waterstof zie Energiekringen
Bebouwing
Bron 2 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid Mate van Duurzaamheid Opmerking
Aantal woningen Aantal koopwoningen
2061 886
Aantal sociale huurwoningen Woonlinie
972
Rioolvervanging (jaar)
Aantal particuliere huurwoningen/overige zorgwoningen Gemengde blokken koop/huur
203 Ja, veel
Economische afschrijving gasnet (in %) Grondroeringsgevoelige leidingen (in %)
Overige bebouwing
Utiliteit 335, 2742 woningequivalenten
Waterleiding
Verdeling hoogbouw/laagbouw
HB
14
%
LB
Bebouwingsdichtheid tbv warmtenet
Hoog
Elektriciteitsverbruik alle woningen MWh Gasverbruik alle woningen (temp.gecorrigeerd) x1000 m3
5.200 2.720
Energetische kwaliteit Energetische kwaliteit koopwoningen (%) ALLE WONINGEN
A 24%
B 17%
C 24%
D 19%
Energetische kwaliteit huurwoningen Bazalt (%) 31-12-2020
36%
20%
23%
14%
Aantal woningen met energielabel A/B Bazalt Warmtenet aanwezig?
68
539 Nee
43%
=
Capaciteit E-netwerk Planningstechnische bijzonderheden
E
F
open WKO's ten zuiden van de buurt (Waluwe) TEA RWZI, Singel om Binnenstad voor TEO LT 1 TJ equivalent 33 huishoudens
Infrastructuur
%
86
WKO LT onbekend onbekend
G
5%
6%
5% 100%
5%
1%
1% 100%
Gepland 2024-2026, Staatsliedenbuurt (zuidoosten) 4 jaar geleden nieuw riool gelegd 89% 48%, groot verschil Oost en West (=hoog!) Indicatief: in westelijk deel stukjes tussen nu en 2028 Impact AE fors. Impact LT/HT (alleen E-koken) medium. Ook impact PV en EV in de wijk in kaart te brengen. I.v.m. hoog % GROGEL in westelijk deel als het kan later plannen i.g.v. warmtenet.
Ontwikkelingen en strategieën
in de Vergt zijn geen sloop en nieuwbouwplannen (meer) Sloop- en bouwplannen Complex-/gebiedsstrategie woningcorporatie Bazalt gaat de energetische en technische kwaliteit van de woningen in de Vergt tot 2030 naar een energielabel A brengen, sommige zullen beter worden sommige <5% iets Woonlinie Alle woningen zijn of worden engetisch aangepakt de komende 10 jaar
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Gegevensverzameling tbv wijkanalyses gemeente Zaltbommel Versie februari 2021 Wijk /Buurt Buurt CBS code en naam
PBL Startanalyse & Buurtanalysetool Liander
Beschikbare bronnen (bron: buurtanalysetool Liander)
BU02970002 Spellewaard, Zaltbommel
Bron 1 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid
2020 - scenario maatschappelijk laagste kosten
S3h:D+, LT warmtenet levering 70 graden, TEO/WKO
Buurtanalysetool Liander (HT - LT - AE - hWP)
LT Warmtenet (TEO Waal - koppelkans Buitenstad?), 27 - 33 - 25 17
TEO Waal (Buitenstad en Singel?) LT nog geen onderzoek naar gedaan onbekend
Mate van Duurzaamheid Opmerking
Sociaal
Leeftijdsopbouw Welvarendheid p/inwoner Sociale structuur/betrokkenheid in de wijk Zelfredzaamheid Bewonersorganisaties in de wijk Aanwezigheid bewonersinitiatief mbt warmtekeuze Bewoners met positieve attitude t.a.v. Verduurzaming
0/15-530,15/25-445,25/45-690,45/65-1135,65+/695, tot.3495 Onder modaal, (€26.700) bron: allecijfers.nl Gemiddeld, bron:Lemon 2018 Gemiddeld. Noot: 13% bevolking allochtoon Wijkplatform De Spellewaard mogelijk via Energiekring Warmte en Energiekring Waterstof zie Energiekringen
Bron 2 Temperatuur regime Capaciteit bron (in GJ) Capaciteit (in woningequivalenten) Back-up Betrouwbaarheid/leveringszekerheid Mate van Duurzaamheid Opmerking
Bebouwing
Aantal woningen Aantal koopwoningen
1472 1047
Aantal sociale huurwoningen Bazalt (Woonlinie)
369
Rioolvervanging (jaar)
niets gepland
Aantal particuliere huurwoningen/overige, zorgwoningen Gemengde blokken koop/huur
56
Economische afschrijving gasnet (in %) Grondroeringsgevoelige leidingen (in %)
76% 0%
Overige bebouwing
Utiliteit 48 , 1727 woningequivalenten
Waterleiding
niets gepland tot in ieder geval 2025
Capaciteit E-netwerk
Impact AE fors. Impact LT/HT (alleen E-koken) laag tot medium. Ook impact PV en EV in de wijk in kaart te brengen.
Planningstechnische bijzonderheden
Geen bijzonderheden voor Spellewaard
HB 12
Verdeling hoogbouw/laagbouw Bebouwingsdichtheid tbv warmtenet
Hoog
Elektriciteitsverbruik alle woningen MWh 2019 Gasverbruik alle woningen (temp.gecorrigeerd) x1000 m3 2019
3.880 1.740