CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Transitievisie Warmte Zaltbommel 2021

Raadsvergadering 16 december 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Transitievisie warmte35.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

27

Van belang is om inwoners van begin af aan te betrekken. Participatie is belangrijk omdat mensen willen weten wat er om hen heen gebeurt. Als het gaat om het zoeken naar oplossingen in een kern/wijk, zijn de bewoners mededeskundigen. Zij kennen hun eigen kern/wijk het beste, weten wat er speelt en wat er beter kan. Het is belangrijk van meet af aan duidelijk te maken waarover inwoners wel en niet kunnen meepraten. In de termen van de participatieladder kiest de gemeente in principe voor de trede ‘adviseren’ (zie Bijlage 13 >). De trede kan tijdens het traject worden aangepast of per kern/wijk verschillend zijn. In 2022 start de gemeente met een raadpleging onder (een deel van) de inwoners. Hiermee wordt het draagvlak voor de warmtetransitie en de verschillende maatregelen gepeild. Zoals in paragraaf 3.3 >. is weergegeven zijn inwoners in Zaltbommel onder te verdelen in voorlopers, sociale volgers, afwegers en achterblijvers. De Energiekring Warmte is een voorbeeld van inwoners die voorlopers zijn. De aanpak met Energiekringen gaat de gemeente doorvoeren. Daarnaast wordt in 2022 een participatiestrategie opgesteld voor de groepen voorlopers, sociale volgers en afwegers. Dit zijn de groepen die mee kunnen gaan in de warmtetransitie. Op basis van de inzichten uit de Energiekringen, de raadpleging en de participatiestrategie wordt in 2023 een vervolgaanpak opgesteld.

Deze lijn loopt tot het einde van de warmtetransitie (2050).

6.2

Lijn isoleren en besparen

De gemeente erkent dat isoleren een vorm van besparen is, maar toch wordt onderscheid gemaakt tussen isoleren en andere vormen van besparen. Deze lijn is wijkoverstijgend. Een proactieve aanpak is essentieel en is gericht op individuele particuliere eigenaren en bewoners. De gemeente komt naar de mensen toe en doet hen een voorstel. Deze lijn wordt uitgevoerd in samenwerking met het Energieloket.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Deze lijn gaat nadrukkelijk niet uitsluitend over isoleren. De gemeente gaat de inwoners ook stimuleren om te besparen en goed te adviseren over bijvoorbeeld hybride warmtepompen. Belangrijk is dat altijd wordt overwogen of een maatregel zonder spijt en zonder dat in een later stadium opnieuw kosten moeten worden gemaakt, kan worden uitgevoerd. In deze lijn worden inwoners actief geïnformeerd over alle financieringsmogelijkheden, zoals de subsidies voor isolatiemaatregelen, de diverse stimuleringsmaatregelen en duurzaamheidsleningen. Wat betreft isoleren is het doel dat de energielabels van de woningen in de gemeente gemiddeld één categorie beter zijn geworden (peiljaar 2021). Dit onderdeel richt zich op de woningeigenaren. Deze aanpak begint met een Plan van Aanpak isolatie-acties. Daarna volgen er acties die ieder voorjaar terugkomen. Deze acties worden uitgevoerd door het Energieloket Zaltbommel. Het onderdeel besparen richt zich op alle bewoners (het maakt daarbij niet uit of zij eigenaar zijn of niet). Het doel is dat de inwoners besparingsbewust zijn, door de aanschaf van energiezuinige apparaten en door het bewust beheren van de woning. Hiervoor wordt een doelgroepgerichte communicatie opgezet, waaronder acties, informatie en campagnes kunnen vallen. Deze acties vinden ieder najaar plaats. Deze lijn gaat tot het einde van de warmtetransitie (2050) lopen.

6.3

Lijn technische haalbaarheidsstudies

Er wordt per wijk verder in beeld gebracht welke alternatieven voor aardgas haalbaar zijn. Hiervoor wordt het volgende gedaan: a. Uit alle alternatieven de opties die het meest haalbaar zijn in beeld brengen. Zo ontstaat een shortlist (eventueel per wijk) van mogelijke opties. b. Er zijn verschillende kansen voor (grootschaliger) collectieve oplossingen. Voor onze gemeente zijn dat aquathermie, zonnethermie en geothermie. Enkele onderzoeken (zoals geothermie) worden door externe partijen uitgevoerd, waarbij de gemeente is aangehaakt voor de gebouwde omgeving. Voor andere oplossingen gaat de gemeente zelf onderzoeken laten uitvoeren en leren van ervaringen die elders zijn opgedaan. Hiervoor is budget op de begroting beschikbaar.

28

Het resultaat uit deze lijn is dat per wijk duidelijk is welke technische mogelijkheden er zijn. Als duidelijk is dat er in een wijk een hoge-temperatuurwarmtenet komt, hoeven woningeigenaren minder vergaand te isoleren. Tegelijkertijd is het ook zo dat een warmtenet mogelijk pas haalbaar is als (bijna) de hele kern/wijk meedoet. Als veel van de kern-/wijkbewoners of andere gebouweigenaren dan zelf al zijn overgestapt op een warmtepomp, kan de aanleg van een warmtenet voor de hele kern/wijk duurder uitvallen aangezien er garanties nodig zijn voor warmteafname om te komen tot realisatie. Het is dus wenselijk om tijdig helderheid te bieden over de komst van een warmtenet. De mogelijkheden worden in de komende vijf jaar onderzocht. Op dit moment wordt de haalbaarheid voor geothermie onderzocht, in Bijlage 16 > staan de stappen die worden gezet toegelicht. Aquathermie en zonnethermie volgen later. Hiervoor wil de gemeente in 2023/2024 de potentie hebben onderzocht inclusief de opties voor het vervolg. In zijn algemeenheid geldt dat ervoor dient te worden gewaakt dat er geen drievoudige infrastructuur wordt aangelegd: een aardgasnet voor hybride, een elektriciteitsnet voor full electric én een warmtenet.

6.4 Lijn wijkuitvoeringsplannen Wanneer duidelijk is welke alternatieven er kansrijk zijn in een wijk en wanneer deze alternatieven kunnen worden doorgevoerd wordt een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Uiteindelijk komt er voor iedere wijk (27 in totaal) een dergelijk plan. Per kern/wijk wordt maatwerk geleverd. Daarbij is betrokkenheid van particuliere woningeigenaren en overige gebouweigenaren nodig. Zij hebben er recht op om te weten wat de voor- en nadelen van de diverse oplossingen zijn. Want uiteindelijk zijn zij het die hun woning of gebouw moeten aanpassen en die de nieuwe warmtevoorziening dagelijks ervaren. Verder vindt gedurende dit proces steeds nauw overleg plaats met de belangrijkste stakeholders zoals de dorps- en wijkraden, de netbeheerder en de woningbouwcorporaties.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Indien er wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden (o.a. voldoende warmteafzet, sub-surface-eigenschappen15, vergunningen, subsidies) is het mogelijk dat al vóór 2030 warmtenetten (gebaseerd op geothermie) kunnen worden gerealiseerd in Brakel en/of Zuilichem. Als dat het geval is dienen hier de wijkuitvoeringsplannen te worden opgesteld zodra de haalbaarheid van geothermie in deze wijken duidelijk is. Mits haalbaar wordt ervan uitgegaan dat de wijkuitvoeringsplannen voor deze wijken vanaf 2023 worden opgesteld. De gemeente wil graag dat er voorbeeldprojecten worden uitgevoerd. Dit zijn grote of kleine projecten waarbij enkele huizen, een straat of een buurt op een andere warmtebron overgaan. Deze projecten kunnen worden geïnitieerd door inwoners of door de gemeente. De gemeente faciliteert, bijvoorbeeld door op zoek te gaan naar subsidiemogelijkheden. In 2022 worden er plannen opgesteld voor minimaal twee pilots. Deze zijn in 2024 uitgevoerd en geëvalueerd. Deze voorbeeldprojecten kunnen, naast de analyse van de technische mogelijkheden, verder in de wijk worden uitgerold. Als dat het geval is dan wordt hiervoor ook een wijkuitvoeringsplan opgesteld. Dit zal vanaf 2024 het geval kunnen zijn. De gemeente bepaalt daarbij in samenspraak met de betrokken stakeholders op welke datum daadwerkelijk de toelevering van het gas wordt beëindigd en legt dit vast in het uitvoeringsplan.

Een wijkuitvoeringsplan moet uiterlijk acht jaar voor de einddatum van het aardgasverbruik gereed zijn.

6.5

Informeren en communiceren

De gemeente informeert de inwoners regelmatig over het proces op een proactieve wijze. De Energiekringen kunnen hierin ook een rol spelen. Voor iedere lijn en ieder wijkuitvoeringsplan wordt een communicatieplan gemaakt. Hiervoor geldt dat de gemeente: • een duidelijk standpunt inneemt; • gebruik maakt van één duidelijke wijze van vormgeving en communicatie voor herkenbaarheid; • er rekening mee houdt dat de bewoners drempels zien; • laat zien dat het menens is; • zichtbaar maakt en laat ervaren. In Bijlage 14 > is een uitwerking van deze uitgangspunten opgenomen.

29

6.6

Gemeentelijke organisatie

De enorme omvang van de opgave om Zaltbommel aardgasvrij te maken, zal voor de gemeente als geheel tot nieuwe verantwoordelijkheden en tot een groot aantal organisatorische consequenties leiden. De gemeente wil in dit proces nadrukkelijk gezamenlijk met de belangrijkste stakeholders blijven optrekken, zowel op bestuurlijk als op uitvoeringsniveau. Bij de tweejaarlijkse duurzaamheidsmonitor wordt ook ingegaan op de warmtetransitie. Het programma moet in de praktijk worden gebracht en de eerste wijkuitvoeringsplannen moeten worden opgesteld. Dit vergt een programmaorganisatie gericht op de ontwikkeling van grootschalige projecten met grote budgetten. Hiervoor zijn naast technische deskundigheid ook vaardigheden nodig op vlakken als participatie, wijkgericht werken, (ruimtelijke) uitvoeringscoördinatie, financial controlling en (massa)communicatie. Sowieso vraagt een (wijkgerichte) warmtetransitie inzet van meerdere gemeentelijke afdelingen. Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur heeft onlangs becijferd dat voor de regie op de warmtetransitie de personele formatie van gemeenten aanzienlijk moet toenemen. Het is duidelijk dat de uitvoeringslasten voor de gemeente hierdoor aanzienlijk zullen stijgen. Voor het programma Duurzaamheid kan de gemeente tot en met 2022 gebruik maken van de IBP-gelden. Vooruitkijkend zullen hier er structureel substantiële (personele) middelen nodig zijn.

In Nederland geldt dat voor elke gemeente. De verwachting is dan ook dat het Rijk met passende middelen komt. Zaltbommel wil haar proactieve benadering blijven voortzetten. Dit betekent dat de gemeente haar eigen plan trekt om die dingen te doen die passen bij de situatie en maat van de gemeente. Dit kan soms betekenen dat de gemeente moet ‘voorfinancieren’, dat wil zeggen geld eerder uitgeven dan het Rijk en ook de provincie ter beschikking stelt. Dit wordt van jaar tot jaar bekeken en waar nodig bijgestuurd.

15

Sub-surface-eigenschappen: de technische staat van de bron (op voorhand worden hier voorspellingen over gedaan).

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Een andere randvoorwaarde is dat de gemeente, om de regierol waar te kunnen maken, moet beschikken over de juiste bevoegdheden. Enkele wettelijke instrumenten om de warmtetransitie te reguleren zijn nog niet beschikbaar. Momenteel kan de gemeente inwoners nog niet dwingen hun gasaansluiting op te zeggen. Om bestaande woningen sneller te kunnen isoleren is er op termijn ook een wettelijk kader nodig voor de nieuwe Standaard voor Toekomstvaste Woningisolatie16. Het inrichten van de organisatie op de opgaven die de gemeente heeft gaat ook deel uitmaken van het programmaplan.

6.7

Verdere planning

De realisatie van deze visie wordt programmatisch aangepakt. Binnen deze programmatische aanpak zijn er verschillende projecten en activiteiten. Geheel in lijn zoals de gemeente sinds enkele jaren al werkt met de hele energietransitie in het kader van duurzaamheid. De huidige inzichten leiden tot de volgende (voorlopige) planning (zie volgende pagina).

16

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de overheid een Standaard voor Toekomstvaste Woningisolatie ontwikkelt om bewoners te ondersteunen bij de verduurzaming van hun huis. De standaard geeft aan hoeveel warmte (kWh), per m2 gebruiksoppervlak, per jaar nodig is nadat er isolatie, kierdichting en ventilatie is toegepast (eengezinswoningen gebouwd tot en met 1945: 60 kWh/m2; meergezinswoningen gebouwd tot en met 1945: 95 kWh/m2; eengezinswoningen gebouwd na 1945: 43 kWh/m2; meergezinswoningen gebouwd na 1945: 45 kWh/m2 (1 m3 aardgas = bijna 10 kWh)).

30

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Jan ’22

Feb ’22

Mrt ’22

Q2 ’22

H2 ’22

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Doel: actuele visie en voortgangsrapportage

Geactualiseerde visie

Bestuurlijk

2030

Monitor als onderdeel van duurzaamheidsmonitor 2* per jaar

Energiekringen aanpak

Draagvlak en mindset

Vervolgaanpak op basis van inzichten

Participatie strategie voorlopers, volgers, afwegers Raadpleging

Isoleren en besparen

Haalbaar heidsstudies

PvA Isolatie-acties

Actie Communicatiestrategie besparen

Actie Actie

Doel: houding en gedrag inwoners in lijn warmtetransitie

Actie Actie

Actie Actie

Actie Actie

Actie

Actie

Actie

Actie

Haalbaarheid geothermie

Doel: besparingsbewuste inwoners

Potentie haalbaarheid zonnethermie inclusief vervolg

Uitvoering voorbeeldprojecten

Twee wijkuitvoeringsplannen na haalbaarheid geothermie

Gegevens actualiseren

Doel: minimaal twee voorbeeldprojecten uitgevoerd en geëvalueerd

Evalueren voorbeeldprojecten

Proces: Draagvlak Inhoud Businesscase

Eén wijkuitvoeringsplan na uitvoering voorbeeldprojecten

31

Doel: woningen gemiddeld 1 energielabel beter

Doel: duidelijkheid over haalbaarheid warmtenetten

Potentie haalbaarheid aquathermie inclusief vervolg

Plannen voor – door de gemeente – gefaciliteerde of geïnitieerde voorbeeldprojecten

Wijk uitvoeringsplannen

Actie

Actie

Gegevens actualiseren

Project in fasen Proces: Draagvlak Inhoud Businesscase

Doel: Alle 27 wijken van het gas af

Project in fasen

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlagen

32

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 1: Het Programma Duurzaamheid In februari 2019 is door de gemeenteraad van Zaltbommel het Programma Duurzaamheid vastgesteld. De ambitie van de gemeente is dezelfde als die van het Gelders Energie Akkoord (GEA), namelijk om in 2030 de CO₂-uitstoot met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. De slogan van het programma luidt: ‘Iedereen doet mee, Iedereen wint, Duurzaam Zaltbommel.’ Monitoring en actualisatie vindt tweemaal per jaar plaats. Voor een toelichting op de actualisatie van het Programma voor de energietransitie van februari 2021 zie link > (https://zaltbommel.raadsinformatie.nl/

• Land- en tuinbouw : -

• Bedrijven: -

-

Informeren van bewoners De warmtetransitie, met alle vragen en mogelijkheden, moet worden gedeeld met zoveel mogelijk inwoners, bedrijven en partijen. De eerste vraag van al deze stakeholders is doorgaans: wat betekent dit financieel? Maar bewoners vragen ook: wat betekent dit voor mijn dagelijkse routines, bijvoorbeeld koken en stoken, voor mijn woning en voor mijn woonomgeving? Het doel is dus vooral bewustwording te kweken over de komende warmtetransitie waarbij er geen al te alarmistische toon wordt aangeslagen. Want de opgave mag fors zijn, hij is ook kansrijk.

-

Energieloket Zaltbommel Onder de overkoepelende naam ‘Energieloket Zaltbommel’ loopt er in de gemeente reeds een uitgebreid programma waarin huiseigenaren op allerlei manieren worden opgeroepen tot, en worden bijgestaan bij het isoleren van hun woningen. Naast een lokaal informatieloket, energiecoaches aan huis, collectieve inkoopacties en nog veel meer worden er in het kader van dit programma onder de noemer ‘Energiecafés’ ook informatieavonden voor inwoners georganiseerd. Bij het Energieloket Zaltbommel en tijdens de Energiecafés worden inwoners opgeroepen zich tevens te gaan verdiepen in deze transitievisie.

-

Toekomstbestendig-wonenlening voor particulieren Met deze lening kunnen bewoners tegen een aantrekkelijke rente geld lenen voor (onder meer) energiemaatregelen zoals plaatsing van zonnepanelen en isolatie.

In deze bijlage staat een toelichting op het duurzame energie deel van het programma, met de focus op de warmtetransitie. Dit langs twee lijnen: • Aanpak per doelgroep. • Aanpak door onderzoeken.

In het Programma Duurzaamheid worden de volgende doelgroepen onderscheiden.

• Gemeente: -

Voorbeeldgedrag: de gemeente brengt eigen gebouwen gemiddeld op label A. Bij elk college- en raadsvoorstel wordt de vraag beantwoord: ‘Wat is de bijdrage aan duurzaamheid?’ Inspireren en ontzorgen: voorbeelden: 1) Het Groene Huis, een verzamelkantoor voor kleinschalige ondernemers met een duurzame ‘state of mind’, en 2) de Toekomstbestendig-wonenlening (zie verder hieronder).

33

De Coöperatie Duurzame Bedrijventerreinen Zaltbommel richt zich op het verduurzamen van het energiegebruik.

• Bewoners:

bijeenkomst/756627/Carrouselvergadering%2025-02-2021).

Aanpak per doelgroep

Deal voor Duurzaamheid met land- en tuinbouw en apart met glastuinbouw. Een deal voor duurzaamheid is een intentieverklaring waarbij de gemeenschappelijke doelen staan beschreven en de manier waarop de partijen samen de energietransitie oppakken.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

-

Oprichting van Energiekringen: Een groep bewoners die mee wil denken in de energietransitie.

-

Woningcorporaties Ook met de woningcorporaties zijn Deals voor Duurzaamheid afgesloten. Einddoelen zijn onder meer bewoners bewust te maken van hun energieverbruik met gedragsverandering tot gevolg en de CO₂-uitstoot uiteindelijk tot nul te reduceren.

-

Coöperatie Bommelerwaar Deal voor Duurzaamheid mee afgesloten (niet specifiek over warmte).

Aanpak door onderzoeken

1. Haalbaarheidsonderzoek na opsporingsvergunningen Het ministerie van EZK heeft in de gemeente Zaltbommel twee opsporingsvergunningen verleend voor het zoeken naar geothermie (aardwarmte). De aanvragers van de vergunningen zijn aan een haalbaarheidsstudie begonnen. Hierin kijken ze onder andere welke potentiële afnemers er zijn voor de warmte. 2. Onderzoek naar aardwarmte Uit een studie17 komen locaties in de gemeente Zaltbommel naar voren als kansrijk voor geothermie.

17

‘Warm in Rivierenland, Detailstudie naar de potentie van aardwarmte als duurzame warmtebron voor de gebouwde omgeving, glastuinbouw en industrie’ in opdracht van Energie Beheer Nederland uitgevoerd door Berenschot en Panterra (sep. 2020).

18

‘Kijk op Warmte Bommelerwaard’ door CE Delft (dec 2019).

34

3. Warmtevraag en aanbodonderzoek18 In deze studie is gekeken naar hoe de gebouwde omgeving van de Bommelerwaard kan voldoen aan de afspraken van het Gelders Energieakkoord in 2030 en in 2050 energieneutraal kan worden. Specifiek is ook gekeken naar de glastuinbouwsector. De studie geeft verschillende eindbeelden waarmee de doelstellingen te bereiken zouden zijn, maar maakt hierin geen keuzes. 4. Beknopt onderzoek naar de haalbaarheid van waterstoftoepassing in m.n. Zaltbommel Binnenstad door de Energiekring Waterstof De conclusie van dit onderzoek is om nu niet te beginnen met het verder onderzoeken naar waterstof als alternatief voor aardgas in de binnenstad. Deze optie wordt wel open gehouden voor de toekomst. Daarnaast dient aardgasvrij denken te worden gestimuleerd. Dat kan door het promoten van isoleren, het vervangen van de bestaande cv-ketel door een hybride cv-systeem, de verwarming voor te bereiden op lage temperaturen en het vervangen van gaskooktoestellen door inductiekookplaten. 5. Onderzoek naar kansen/mogelijkheden lokaal energiebedrijf Het uitzoeken van financieringsconstructies en technische oplossingen kan behoorlijk ingewikkeld zijn voor bewoners en bedrijven. Waar de markt geen antwoord biedt zou een lokaal energiebedrijf dat mogelijk wel kunnen. Met een ‘Energiebedrijf Zaltbommel’ zou de gemeente de distributie en levering van warmte kunnen verzorgen.

De gemeente (onderzoekt wat ervoor nodig is om zo’n maatschappelijk gedreven energiebedrijf op te zetten (eventueel samen met andere gemeenten in de regio). Een belangrijke doelstelling van een lokaal energiebedrijf is om een betaalbare energietransitie voor iedereen te realiseren. Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met een voorlopig ontwerp voor een lokaal energiebedrijf, met daarbij een voorstel om te komen tot een definitief ontwerp. Zie Bijlage 15 > voor een kort theoretisch overzicht van vormen van beheer en organisatie van warmtenetten.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 2: Kosten van de warmtetransitie in Zaltbommel (door ESR) De kosten voor de warmtetransitie bestaan voor woningen uit de volgende onderdelen: • Kosten voor aanpassingen om een woning transitiegereed te maken. Denk aan isoleren, ventileren, kierdichting, elektrisch koken en/of het vervangen van radiatoren. • Kosten voor aanpassingen in de energie-infrastructuur. • Kosten voor vervanging van de aardgasketel door een alternatieve warmtevoorziening. Dit lijkt een overzichtelijk geheel, echter dat is schijn. Er zijn namelijk drie redenen waarom de hoogte van al deze kosten nog uitermate onzeker is: 1. De kosten voor het aanpassen van een woning zijn in zeer sterke mate afhankelijk van de (bestaande) isolatiegraad van de woning. 2. De kosten voor veel technologieën (zoals warmtenetten, warmtepompen, isolatie en ventilatie) zullen naar verwachting als gevolg van schaalvergroting en innovatie dalen. 3. Alle kosten zijn sterk afhankelijk zijn van enerzijds marktontwikkelingen en anderzijds de schaalgrootte waarmee wordt aanbesteed (zo zijn bijvoorbeeld voor een individuele huiseigenaar de kosten per woning hoger dan voor een woningcorporatie). Hieronder gaan we in op de genoemde drie typen kosten. De kosten zijn steeds berekend als een gemiddelde per woning, gebaseerd op de totale kosten voor alle woningen in Zaltbommel. Deze kosten zeggen dus niets over specifieke woningen.

Alle bedragen zijn inclusief BTW en liggen op het prijspeil 2021.

Kosten voor het transitiegereed maken van een woning

De investeringskosten voor een basisniveau isolatie (minimaal energielabel B), waarbij vloer, gevel en dak worden geïsoleerd, kieren worden gedicht, mechanische ventilatie wordt toegevoegd en een inductiekookplaat wordt geïnstalleerd,

35

bedragen gemiddeld € 8.000 tot € 14.000 per woning. De woningen kunnen dan verwarmd worden met een temperatuur tussen de 55 en 70°C en hebben een gemiddelde warmtevraag voor ruimteverwarming van tussen de 50 en 60 kWh/m². De investering in vergaande isolatie en lage-temperatuurverwarming (35 tot 55°C), is veel hoger. Vaak moeten dan de bestaande kozijnen en radiatoren vervangen worden. Of er moet ook een zeer energiezuinig ventilatiesysteem met balansventilatie geïnstalleerd worden. In een aantal gevallen moet zelfs een compleet nieuw dak en/of buitengevel worden gemaakt. De kosten bedragen dan gemiddeld € 20.000 tot € 33.000 per woning. De woningen hebben dan een lagere warmtevraag voor ruimteverwarming van gemiddeld tussen de 30 en 40 kWh/m². Welk deel is terug te verdienen? Isoleren kan voor woningeigenaren een slimme investering zijn. Het leidt tot een lagere energierekening en een hoger comfort. Maar niet alle isolatiemaatregelen verdienen zich terug. Hoe meer een huis al geïsoleerd is en hoe lager dus de gasrekening, hoe lastiger het wordt om rendabele maatregelen te treffen. Het deel van de investering dat niet wordt terugverdiend heet de ‘onrendabele top’. Voor de basisniveaumaatregelen ligt deze onrendabele top gemiddeld tussen € 4.000 en € 7.000 per woning als we de baten ten gevolge van de lagere energierekening meenemen.

Als uitgangspunt is daarbij genomen een (gebouwgebonden) financiering over een looptijd van 30 jaar met 1,5% netto rente. Als de maatregelen, zoals wordt verwacht, resulteren in een hogere woningwaarde en als zonnepanelen worden meegenomen in het maatregelenpakket zijn de basisniveaumaatregelen gemiddeld voor de eigenaar-bewoner in Zaltbommel mogelijk kosten-neutraal. Voor verhuurders geldt dit vaak niet omdat de huur meestal niet of maar heel beperkt verhoogd kan worden na de genomen maatregelen. De onrendabele top bij vergaand isoleren is veel hoger. Deze ligt in Zaltbommel tussen de € 12.000 tot € 20.000 per woning. Omdat vergaand isoleren nu nog niet beter wordt gewaardeerd in de woningwaarde leidt dit voor het grootste deel van de woningvoorraad tot ongewenste kosten (zoals gezegd: verwacht wordt dat dit gaat veranderen). Zowel voor basisniveaumaatregelen als voor vergaande isolatie geldt dat de onrendabele top kleiner wordt op het moment dat de aardgasprijs stijgt (wat ook gebeurt als er meer energiebelasting op aardgas wordt geheven). Overigens is het de verwachting dat isoleren wél veel meer invloed gaat krijgen op de woningwaarde.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Kosten

Rendabele deel (terug te verdienen)

Onrendabele top

Maximale isolatie binnen de bestaande schil

€ 8.000 tot € 14.000

€ 4.000 tot € 7.000

€ 4.000 tot € 7.000

Vergaande isolatie

€ 20.000 tot € 33.000

€ 8.000 tot € 13.000

€ 12.000 tot € 20.000

Maatregel

Onrendabele top bij verschillende niveaus van woningisolatie in Zaltbommel (gemiddeld per woning)

Kosten voor het aanpassen van de energie-infrastructuur

De kosten voor het aanpassen van de infrastructuur zijn afhankelijk van het gekozen scenario. Om een beeld te krijgen, werken we in het onderstaande twee extreme scenario’s uit. De praktijk zal altijd een combinatie van beide scenario’s worden.

• Scenario 1. Alleen individuele oplossingen (all-electric) In het geval van een verzwaard elektriciteitsnet worden de kosten voor het verzwaren van het net nu nog betaald door alle gebruikers in Nederland, omdat deze kosten zijn gesocialiseerd. In de toekomst zal dit wellicht veranderen zodat deze kosten meer verhaald kunnen worden bij de specifieke gebruikers in een wijk met een verzwaard net. Dit kan door een aansluitbijdrage op het moment dat het net wordt verzwaard en door het verhogen van het jaarlijks vastrecht, afhankelijk van het extra elektrisch vermogen dat een woning vraagt door de overstap naar elektrisch verwarmen met bijvoorbeeld een warmtepomp in combinatie met elektrisch koken en elektrische auto’s. Hoe deze kosten op woningniveau gaan uitpakken voor Zaltbommel is daarom zeer lastig te bepalen.

• Scenario 2. Alleen collectieve oplossingen (warmtenet) De kosten voor de infrastructuur van een warmtenet bestaan uit de aanleg van de warmteleidingen door de wijk, de aansluiting op de warmtebron en het aansluiten van de woning inclusief het plaatsen van een afleverset. Aangezien ook de kosten voor het vervangen van gasnetten zijn gesocialiseerd, is het maatschappelijk van belang om de voor een warmtenet benodigde grondwerkzaamheden af te stemmen met vervanging van riolering of waterleidingen of andere ondergrondse infra. Al deze kosten gezamenlijk kunnen sterk per wijk verschillen en zijn voor een groot deel afhankelijk van het type bebouwing en de dichtheid van de bebouwing. Gemiddeld liggen deze investeringen tussen de € 8.000 en € 15.000 euro per woning. Scenario

Kosten

Alleen individuele oplossingen (all-electric)

PM

Alleen collectieve oplossingen (warmtenet)

€ 8.000 tot € 15.000

Kosten voor aanpassen van infra bij individuele versus collectieve oplossingen (gemiddeld per woning)

Om enigszins een vergelijking tussen beide scenario’s mogelijk te maken, hebben we in de volgende paragraaf de kosten voor het aanpassen van de infrastructuur voor beide scenario’s op € 8.000 tot € 15.000 euro per woning gezet, met de kanttekening dat dit bedrag met name voor het individuele scenario (all-electric), waarvoor aanpassing van het elektriciteitsnet is benodigd, in feite nog niet valt vast te stellen.

Kosten voor het vervangen van de aardgasketel door een alternatieve warmtevoorziening Ook dit type kosten presenteren we in de gekozen scenario’s.

• Scenario 1. Alleen individuele oplossingen (all-electric) De kosten voor de benodigde installaties voor overstap naar all-electric verwarmen liggen gemiddeld tussen de € 8.000 tot € 16.000 per woning.

36

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

• Scenario 2. Alleen collectieve oplossingen (warmtenet)

• Scenario 1. Alleen individuele oplossingen (all-electric)

In het geval van een warmtenet worden de kosten voor de aanleg van de infrastructuur gefinancierd door: • Het langjarig verkopen van warmte aan de gebruiker middels het te betalen vastrecht en een bijdrage per gebruikte Gigajoule warmte, waarbij uitgegaan wordt van gelijkblijvende tarieven ten opzichte van aardgas (conform de huidige wetgeving in de Warmtewet (het ‘Niet-meer-dan-anders-principe’)); • De bijdrage in aansluitkosten (BAK) die vastgoedeigenaren betalen op het moment dat een gebouw of woning wordt aangesloten op het warmtenet.

Als in Zaltbommel alle bestaande woningen met een individuele oplossing aardgasvrij worden verwarmd (all-electric), worden de totale kosten van de warmtetransitie geraamd op € 24.000 tot € 45.000 per woning, hiervan is € 12.000 tot € 22.000 onrendabel. Dit zijn dus kosten voor het aanpassen van de woning (het pakket aan basisniveau-maatregelen), het verzwaren van het elektriciteitsnet en het geheel vernieuwen van de verwarmingsinstallatie. In totaal komt dit neer op een bedrag van tussen de € 273 en € 513 miljoen voor alle woningen (11.401) in Zaltbommel samen.

Om bestaande woningen in Zaltbommel op een warmtenet aan te sluiten, zal de BAK gemiddeld tussen de € 6.000 tot € 11.000 per woning liggen. Voor nieuwbouw ligt de BAK vaak lager op circa € 5.000.

• Scenario 2. Alleen collectieve oplossingen (warmtenet)

Totale kosten van de warmtetransitie

Hieronder is globaal uitgerekend wat het kost om Zaltbommel aardgasvrij te maken, waar we naar alle drie de type kosten kijken: kosten voor het transitiegereed maken van de woning, het installeren van het alternatief voor aardgas en de aanleg van een nieuwe energie-infrastructuur. Dit is voor beide scenario’s gedaan.

Kosten

Rendabele deel (terug te verdienen)

Onrendabele top

Alleen individuele oplossingen (all-electric)

€ 24.000 tot € 45.000

€ 12.000 tot € 23.000

€ 12.000 tot € 22.000

Alleen collectieve oplossingen (warmtenet)

€ 21.000 tot € 37.000

€ 11.000 tot € 19.000

€ 10.000 tot € 18.000

Scenario

De totale kosten voor de warmtetransitie als alle woningen in Zaltbommel op een collectieve warmtevoorziening zouden kunnen worden aangesloten, inclusief basisniveau-maatregelen, ramen we op gemiddeld € 21.000 tot € 37.000 per woning, hiervan is € 10.000 tot € 18.000 onrendabel. Ook als een hogere woningwaarde en zonnepanelen worden meegenomen is deze investering voor de eigenaar-gebruiker in Zaltbommel niet rendabel te maken. In totaal komt dit neer op een bedrag van tussen de € 239 en € 422 miljoen voor alle woningen (11.401) in Zaltbommel samen. De bandbreedte van totale kosten voor woningaanpassing ligt als we beide scenario’s in ogenschouw nemen dus tussen de € 21.000 en € 45.000 per woning. Dat komt aardig overeen met het onlangs door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) becijferde gemiddelde van € 40.000 per (Nederlandse) woning. Voor beide scenario’s geldt dat het niet de verwachting is dat vastgoedeigenaren in staat zijn en/of bereid zijn om zoveel geld te investeren in de woningen, omdat een groot deel van deze investering nu nog niet rendabel is.

Totale kosten van warmtetransitie bij individuele versus collectieve oplossingen (gemiddeld per woning)

37

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 3: Financiering van de warmtetransitie De warmtetransitie vraagt investeringen voor woningisolatie, energie-infrastructuur en de aanleg van nieuwe warmtebronnen. De totale financieringsopgave nu nog niet te maken, want die is afhankelijk van de daadwerkelijk te treffen maatregelen en de staat van de woningen. Zeker is in ieder geval dat het gaat om grote bedragen. Deze investeringen zullen moeten worden verdeeld over publieke partijen, private partijen en bewoners.

Financiering door publieke partijen

De gemeente Zaltbommel zal zelf kosten gaan maken en moeten investeren om de transitie mogelijk te maken. Er zal een (jaarlijkse) begroting voor de warmtetransitie moeten komen waarin geld wordt gereserveerd en budget wordt vrijgemaakt. In een breder kader (gehele programma duurzaamheid) wordt onderzocht wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Eén ding is evenwel duidelijk: de gemeente Zaltbommel zal de last van de warmtetransitie niet alleen kunnen dragen. De Rijks- en provinciale overheid zullen mee moeten gaan investeren. Mogelijk dat de Rijksoverheid iets wil gaan doen aan de scheve verhouding in energiebelastingheffing tussen huishoudens en industriële grootverbruikers. Die laatste categorie betaalt per kWh maar liefst 168 keer minder energiebelasting, nog los van allerlei andere vrijstellingen. Als de overheid besluit de energiebelasting voor industrieën te verhogen zou ze de extra belastingopbrengsten kunnen aanwenden voor het verduurzamen van woningen. Uiteindelijk is dat natuurlijk een politiek besluit. Vermeldenswaard in dit verband is ook dat de provincie Gelderland onlangs het Perspectieffonds heeft opgericht dat onder andere is gericht op projecten om de energietransitie te realiseren. In dit fonds komt € 200 miljoen beschikbaar.

38

Financiering door private partijen

Het Rijk biedt private partijen verschillende subsidies om de onrendabele top af te dekken. Ondernemers kunnen bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) of bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) een stimuleringslening respectievelijk een duurzaamheidslening aangaan. Voor woningcorporaties, institutionele beleggers en particuliere verhuurders zijn er de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) en de Renovatieversneller om corporatiebezit innovatief te verduurzamen. En voor bedrijven en (non-)profitinstellingen die hernieuwbare energie (gaan) produceren of CO₂-reducerende technieken toepassen is er de SDE++-regeling.

Financiering door bewoners

Om draagvlak voor de warmtetransitie te krijgen is betaalbaarheid voor bewoners het belangrijkste criterium. De gemeente staat voor een inclusieve energietransitie, het moet voor alle bewoners (met een grote en kleine portemonnee) mogelijk zijn om de investeringen naar aardgasvrij te maken. Dat houdt in dat bewoners geen (meer)kosten zouden moeten maken, maar dat ze investeren in de waarde van hun woning. De volgende instrumenten staan hiervoor momenteel ter beschikking.

• Bewoners kunnen meedoen in het kiezen voor de warmteoplossing met de laagste integrale kosten, die oplossing kan collectief of individueel zijn. • Subsidies voor isolatiemaatregelen of de aanschaf van installaties (ISDE, SEEH). • Lening van het Nationaal Warmtefonds om energiezuinige maatregelen te treffen.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

• Gemeentelijke toekomstbestendig wonen lening. Hiermee kunnen inwoners met gunstige voorwaarden geld lenen om hun woning te verduurzamen. Voor non-profit organisaties hebben we ook een duurzaamheidslening. Meer informatie hierover is hier te vinden zie link > https://www.zaltbommel.nl/inwoner-en-ondernemer/duurzaamheid/ energietransitie-duurzame-energie-energiebesparing#leningen.

• Gebouwgebonden financiering19. Dit is een bijzondere lening die gekoppeld is aan een woning. Het voordeel is dat bij de verkoop van de woning deze lening overgaat naar de nieuwe bewoner. Op deze manier worden de kosten voor de aanpassingen niet alleen over de tijd verdeeld, maar worden kosten en baten evenredig overgedragen naar de nieuwe eigenaren van de woning bij verhuizing. Het principe van gebouwgebonden financiering is dat een woningeigenaar een bedrag kan lenen dat gekoppeld is aan de verwachte daling van de energielasten van de woning. Deze constructie pakt woonlastenneutraal20 uit als de jaarlijkse kosten van de lening (rente en aflossing) gelijk zijn aan de daling van de energielasten. Geschat wordt dat ruwweg de helft van alle koopwoningeigenaren in aanmerking komt voor deze vorm van financiering. Voor hen is de investering in duurzame warmte namelijk woonlastenneutraal. Gebouwgebonden financiering is een maatregel uit het Klimaatakkoord. De wetgeving die hiervoor nodig is in onderzoek.

• Groene hypotheek(verlenging) (GHV). Dit instrument is gericht op woningeigenaren voor wie de warmtetransitie niet woonlastenneutraal uitpakt, maar die voldoende ruimte tussen hun maximale hypotheek (85% van het maximum) en hun huidige hypotheekschuld hebben om de verduurzaming van hun woning mee te financieren. Door verlenging van de looptijd van de hypotheek wordt het ‘vermogen in stenen’ ontsloten en worden de woonlasten verlaagd. Deze financieringsoptie is een optie voor ruwweg een derde van de koopwoningen. 19

Gebouwgebonden financiering, GHV, woningcomfortregeling en publieke verduurzamingsregeling zijn overgenomen uit ‘De financiële gevolgen van de warmtetransitie’, Ecorys, februari 2019.

20

Het kabinet ziet ‘woonlastenneutraliteit’ als het gelijk blijven of lager worden van de maandelijkse lasten die een huishouden betaalt aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur.

39

• De woningcomfortregeling. Na een investering in duurzaamheidsmaatregelen is de woning verbeterd en dus meer waard. Deze stijging in waarde kan worden voorgeschoten door de overheid/externe financiers. Bij verkoop van de woning draagt de verkoper een afgesproken percentage van de verkoopprijs af (gemaximaliseerd op de investeringskosten). In de periode dat de woning niet verkocht wordt, betaalt de woningeigenaar rente over de financiering. De verwachting is dat weinig woningeneigenaren van deze optie gebruik maken, omdat het merendeel (schatting: 85%) al van de voornoemde regelingen gebruik kan maken.

• Publieke verduurzamingslening. Er resteert een groep woningeigenaren die nog steeds geen gebruik kunnen maken van voornoemde regelingen. Daarvoor is dit laatste instrument in ontwikkeling. De publieke verduurzamingslening is te vergelijken met de studiefinanciering. De overheid biedt een lening ter hoogte van de kosten van de verduurzaming van de woning. De aflossing van deze lening is alleen van toepassing als het inkomen dit toelaat. Als het inkomen van de woningeigenaar onvoldoende toeneemt, wordt de lening omgezet in een gift

• Nationaal Isolatie Programma. Dit programma is door de minister aangekondigd. Momenteel wordt hier door het Rijk op gestudeerd. Op de volgende pagina is het overzicht overgenomen uit de brief van de minister van BZK d.d. 12-01-2021. Het geeft de bestaande regelingen voor het verduurzamen van woningen weer.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Naam

Type

Doelgroep

Maatregelen

Budget

Begroting

Uitvoering

Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE)

Subsidie

Eigenaar-bewoners, VvE’s, zakelijke gebruikers

(Kleine) warmtepompen, zonneboilers, isolatie (vanaf 2021). +/- 20% van totale kosten.

1.100 mln. t/m 2030

EZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/isde

Stimulering Aardgasvrije koopwoningen

Subsidie

Eigenaar-bewoners, VvE’s

Tegemoetkoming kosten aansluiting warmtenet bestaande woningen.

25 mln. in 2021

BZK/EZK

RVO

Salderingsregeling zonnepanelen

FiscaalI

Eigenaar-bewoners, VvE’s en (ver) huurders

Zonnepanelen

2.600 mln. t/m 2030

EZK

Energie-leveranciers en Belastingdienst https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2019/04/26/ salderingsregeling-verlengd-tot-2023

Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH)

Subsidie

Eigenaar-bewoners, VvE’s

Isolatie. +/- 20% van totale kosten.

138,7 mln. t/m 2023

BZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/seeh

Nationaal energiebesparingsfonds (NEF) / Warmtefonds

Financiering

Eigenaar-bewoners, VvE’s

Isolatie en warmte-opties (100%); zonnepanelen (max 75%). Max. EUR 25.000 per woning; 15/30 jaar.

900 mln. tot 2030

BZK

NEF en SVn https://www.rvo.nl/onderwerpen/innovatief-ondernemen/ innovatiefinanciering/toolbox-financieringsconstructies/zoekop-constructies/fondsen/nationaal-warmtefonds

Regeling Reductie Energieverbruik (RRE)

Diversen (vouchers, etc.)

Eigenaar-bewoners, (ver)huurders (2021)

Kleine maatregelen, zoals inregelen van de cv-installatie, radiatorfolie, tochtstrips, ledlampen; isolatieadvies.

243 mln. in 2020-2021

BZK

Gemeenten, via specifieke uitkering https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/rre

Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)

Subsidie

Verhuurders

Aansluiting bestaande huurwoningen op warmtenetten.

200 mln. in 2020-2023

BZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/ stimuleringsregeling-aardgasvrije-huurwoningen-sah-voorverhuurders

Stimuleringsregeling Energieprestatie Huursector (STEP)

Subsidie

Verhuurders, onder de liberalisatiegrens

Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van energieprestatieII. EUR 1.500-9.500 per woning.

156,4 mln. 2020-2022 (plafond al bereikt).

BZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/ stimuleringsregeling-energieprestatie-huursector-step

Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV)

Fiscaal

Verhuurders, onder de liberalisatiegrens.

Diverse maatregelen gericht op het verbeteren van energieprestatie. EUR 2.50010.000 per woning.

Ca. 1.000 mln. t/m 2030

BZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/rvv

Subsidieregeling Rennovatieversneller

Subsidie

Verhuurders, eigenaar-bewoners (gespikkeld bezit), VvE’s

Projecten die zorgen voor opschaling van en continue vraag naar integrale energierenovaties. Innovatieve methoden worden gestimuleerd.

130 mln.III t/m 2025

BZK

RVO https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/ renovatieversneller

Overzicht regelingen voor het verduurzamen van woningen I II III

Het tegen elkaar wegstrepen van op het net ingevoede elektriciteit en de eigen afname op dezelfde kleinverbruik aansluiting. Voor invoeding meer dan het jaarverbruik is wettelijk verplicht dat de leverancier een redelijke terugleververgoeding betaalt. De hoogte van de STEP-subsidie en RVV-heffingsvermindering is gebaseerd op de verbetering in de energieprestaties van een huurwoning. Dit gebeurt door het vergelijken van het niveau vóór de renovatie en ná de renovatie. In de meeste gevallen zijn minimaal 3 stappen verbetering in de Energie-Index vereist. In bepaalde gevallen zijn twee stappen ook voldoende. Waarvan 30 miljoen voor het ondersteuningsprogramma om verhuurders en marktpartijen te helpen bij het bundelen van vraag en aanbod.

40

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 4: Wijze van aardgasgebruik Aardgas wordt sinds de jaren ‘50 in Nederland gebruikt voor verschillende (ook industriële) toepassingen. Voor particulier (en zakelijk) gebruik worden drie toepassingen onderscheiden:

• Verwarming Het verwarmen van ruimtes en huizen omvat zo’n 75% van het aardgasverbruik. Dit gebeurt door in een verbrandingsketel water te verwarmen door aardgas te verbranden. Dit warme water wordt vervolgens rondgepompt door de verblijven naar afgiftesystemen. Typische bedrijfstemperaturen van verwarmingssystemen zijn 75 tot 85°C. Voor vloerverwarming en convectiesystemen kan dit ook lager zijn, 25 tot 35°C. In Nederland wordt afhankelijk van de isolatiegraad gemiddeld tussen 4 tot 8 maanden per jaar verwarming gevraagd. Meestal wordt er een deellast gevraagd, wat resulteert in slechts 1.200 vollasturen van een installatie. Dit betekent dat het maximum (piek)vermogen maar een enkele dag per 10 jaar wordt gevraagd en dat de installatie dus eigenlijk erg groot wordt uitgevoerd. Dit alles is conform de eisen van het bouwbesluit.

41

• Koken Hierbij wordt aardgas verbrand om eten te koken of bakken op of in een fornuis. Dit omvat circa 5% van het aardgasverbruik. In het vervolg wordt verder niet stilgestaan bij deze vorm van gasverbruik. Aardgasloze oplossingen zijn elektrische fornuizen en ovens of systemen met andere beschikbare warmtebronnen. Gezien de omvang zou ook een gastank een (tijdelijke) oplossing kunnen zijn.

• Warm tapwater Hierbij wordt aardgas verbrand om warm water te maken voor huishoudelijk gebruik. Dit omvat, afhankelijk van isolatie en type verwarming, zo’n 10 tot 25% van het aardgasverbruik. Dit gebeurt meestal in een deel van het verwarmingssysteem. We gaan niet uitgebreid in op vervanging van systemen om warm tapwater te leveren. In de praktijk zal er nog steeds een koppeling met het verwarmingssysteem gemaakt worden, vaak in combinatie met een klein extra warmtepompje of een elektrische verwarming. Van belang is wel dat het systeem legionellabesmettingen voorkomt.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 5: Systeemschalen We onderscheiden drie systeemschalen: 1. Collectieve systemen 2. Semi-collectieve systemen 3. Individuele systemen

1.

Collectieve systemen

Collectieve warmte bestaat uit een verbonden keten van een duurzame warmtebron, een warmtenet en een huisaansluiting met een afleverset. Een warmtenet is een netwerk van ondergrondse leidingen waardoor warm water naar woningen en andere gebouwen wordt gebracht. Deze gebouwen krijgen een afleverset, de installatie die nodig is om het warme water vanuit het warmtenet veilig naar de binneninstallatie te brengen voor ruimteverwarming en eventueel warmtapwaterbereiding. Nadat het water z’n warmte heeft afgegeven, stroomt het afgekoelde water via een retourleiding weer terug naar de warmtebron om daar opnieuw opgewarmd te worden. Een warmtenet kan worden uitgevoerd in drie opties; met een hoge-, een midden- of een lage-temperatuurbron. Het warme water dat het warmtenet instroomt kan afkomstig zijn van diverse warmtebronnen. Afvalcentrales en energiecentrales leveren water op hoge temperatuur, net als een geothermiebron of een biomassacentrale. Restwarmte die overblijft van andere industriële processen heeft meestal een lagere temperatuur. Dat geldt ook voor water dat via een warmte- en koude-opslaginstallatie (WKO) uit de bodem wordt gehaald of restwarmte die uit oppervlaktewater wordt gehaald. Er zijn meerdere opties om lage-temperatuurbronwarmte geschikt te maken voor een hoge-temperatuur verwarmingssysteem.

Zo is de temperatuur omhoog te brengen met een grote elektrische buurtwarmtepomp of met individuele elektrische warmtepompen. Op die manier stroomt er toch water van minimaal 70°C de woningen binnen. Een dergelijk systeem is dan geschikt voor woningen met een redelijke isolatie. Een andere optie is om de woning zeer goed te isoleren en de radiatoren zodanig aan te passen dat water op een lage temperatuur (rond 50°C) volstaat. De temperatuur van het water is dus bepalend voor de eisen aan een woning. Als het om een warmtenet op basis van lage temperatuur gaat, is er voor het water om te douchen een aanvullende oplossing nodig.

42

Voor een warmtenet is het belangrijk dat de bron in de buurt van het gebouw aanwezig is. Wanneer de afstand te groot is, zijn er te lange leidingen nodig met hoge kosten en grote warmteverliezen. Ook dienen voldoende afnemers te worden aangesloten op het netwerk. Voor gebieden met een lage bebouwingsdichtheid zijn warmtenetten relatief duur en daarom minder geschikt. Een aandachtspunt is dat het overstappen van gas naar warmte tijdelijk tot een dubbele infrastructuur leidt, omdat het warmtenet er moet liggen voordat de ketel kan worden verwijderd en de woning op warmte aangesloten.

2. Semi-collectieve systemen

Semi-collectieve systemen zijn systemen die een halfproduct naar de afnemer brengen. Dit kan bijvoorbeeld een bronwaternet zijn (koud of lauw). De afnemer moet daar zelf met een eigen individuele warmtepomp warmte op de gewenste temperatuur van maken. Voordeel hierbij is dat makkelijker aan individuele eisen kan worden voldaan en dat bijvoorbeeld hoge investeringen in bodem of grondwaterbronnen of aquathermiesystemen toch gedeeld kunnen worden.

3.

Individuele systemen

Individuele systemen zijn systemen die voor één of twee woningen worden toegepast. Dit kan een individuele warmtepomp zijn met een eigen lucht- of bodembron. Hiervoor moet het elektriciteitsnet geschikt zijn. Het kan ook een ketel of gaswarmtepomp op hernieuwbaar gas zijn. Hiervoor dient het gasnet instandgehouden te worden en moet er een leverancier van groen gas zijn.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

Bijlage 6: Overzicht van technieken Zonnethermie

Bij zonnethermie wordt zonlicht en/of zonnewarmte opgenomen in collectoren (panelen met water) of buizensystemen. De systemen bevatten meestal buffervaten om een voorraad warmte op te slaan, omdat er ook behoefte is aan warmte als de zon niet schijnt. Een voordeel is dat deze techniek al flink is doorontwikkeld en dat er al veel ervaring mee is opgedaan. Hierdoor zijn de kosten bij individuele toepassing vaak relatief gunstig. De aanpassingen binnen de woning aan de afgiftesystemen zijn verschillend en moeten individueel bekeken worden. Een nadeel is dat het systeem veel meer ruimte vraagt dan een cv-ketel.

Aquathermie

Aquathermie is thermische energie die aan water onttrokken kan worden en warmtenetten kan voorzien van warmte. Er zijn drie varianten: • Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO); • Thermische energie uit afvalwater (TEA) van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI); • Thermische energie uit drinkwater (TED). TED, TEO en TEA zijn vooral een optie voor geïsoleerde gebouwen die met lage(50°C) of midden- (70°C) temperatuursystemen verwarmd worden. Het is een alternatief dat met name interessant is voor nieuwbouw en (grondige) renovaties in de nabijheid van open wateroppervlaktes zoals kanalen, meren en rivieren of een RWZI, een gemaal of drinkwaterstation. Een groot voordeel van aquathermiesystemen is dat de ruimtelijke impact beperkt blijft. Daarnaast heeft TEO als extra voordeel dat het vaak een positieve invloed heeft op de omgeving. Door warmte te winnen en koude terug te brengen in het oppervlaktewater, kan TEO bijdragen aan verkoeling en het verminderen van hittestress21. 21

Hittestress ontstaat doordat wegen en gebouwen in hoge dichtheden veel zonnewarmte absorberen en deze warmte weer afstaan aan de lucht. Als er geen open water of groen is, waar verdamping plaatsvindt, stijgt op warme dagen de temperatuur in de gebouwde omgeving tot een niveau dat schadelijk is voor mens en dier.

43

Koeler oppervlaktewater kan ook zorgen voor een betere waterkwaliteit omdat (blauw)algen minder snel tot ontwikkeling komen. Ook zorgen TEO-systemen voor extra doorstroming en beluchting van het oppervlaktewater. Dat is direct van invloed op de flora en fauna in het water. Oppervlaktewater kan in de zomer te warm worden terwijl die warmte juist in de winter nodig is. Die warmte kan worden opgeslagen in een WKO-bron. Een nadeel van aquathermie is dat er een relatief grote installatie in de woning of buurtwarmtecentrale nodig is en dat er mogelijk milieubeïnvloeding kan plaatsvinden. Dit laatste zal altijd eerst onderzocht moeten worden.

TEO, TEA en TED (Bron: districtheatingantwerpen.be)

Geothermie

Deze techniek maakt gebruik van diepe warmtelagen in de aarde. Tussen de 500 meter en 6 km diepte kan door een boorgat warm water opgepompt worden dat na het onttrekken van warmte weer op een andere plek in de grond wordt geïnjecteerd. Afhankelijk van de diepte kunnen verschillende temperaturen bereikt worden. Bij temperaturen waarbij ook stoom gemaakt kan worden kan ook elektriciteit opgewekt worden. In Nederland is dit nog niet haalbaar gebleken. Het voordeel van dit systeem is dat temperaturen van boven de 75°C mogelijk zijn en dat er dus binnen de woning weinig behoeft te worden aangepast. Grootste nadeel zijn de hoge kosten van een boring en het hoge risico dat een boring niet in één keer goed gaat. Hierdoor is het vaak alleen maar mogelijk om deze techniek voor grotere collectieve systemen te gebruiken.

WKO-bron

WKO staat voor warmte- en koudeopslag en is gebaseerd op het idee om ’s winters koude op te slaan om in de zomer te gebruiken en ’s zomers warmte op te slaan om in de winter te gebruiken. Het is dus een seizoensbuffer waarin warmte en koude in een ondergrondse aquifer22 worden opgeslagen. Het systeem bestaat uit twee

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

grondwaterbronnen die zo’n 30 tot 250 meter diep kunnen zijn. In de zomer wordt de koude bron van ongeveer 8°C opgewarmd tot ongeveer 15°C, bijvoorbeeld door warmte te onttrekken aan het oppervlaktewater of door het koelen van gebouwen. Deze warmte is in de winter te gebruiken als basis voor verwarming, waarna het afgekoeld tot zo’n 8°C in de koude bron wordt geïnjecteerd. WKO’s worden efficiënter en beter toepasbaar door ze te combineren met een warmtepomp. Temperaturen van het water zijn dan beter te garanderen en kunnen ook hoger zijn. Het is dan ook mogelijk om temperaturen tot 70°C te bereiken. Deze systemen kunnen ook geschikt zijn voor het leveren van warm tapwater. De warmtepomp en -bronnen zijn samen een flinke investering. Er wordt echter flink minder energie gebruikt; tot 75% ten opzichte van een cv-ketel. Voordeel is ook dat er niet alleen warmte, maar ook zeer goedkope en duurzame koude geleverd kan worden (tot 90% goedkoper dan traditionele airconditioning). Bijkomend voordeel van het koudeverbruik is dat er dan extra warmte wordt geladen.

All-electric

In een all-electricwoning geschiedt zowel de ruimteverwarming als de bereiding van warm tap-water én het koken elektrisch. Koken vindt plaats met een keramische kookplaat of een inductiekookplaat. Verwarming gebeurt met een individuele elektrische warmtepomp of infra-roodpanelen. All-electric is vaak geschikt voor individuele en semi-collectieve systemen. Ook zijn all-electrictechnieken vaak in aanvulling op collectieve systemen te gebruiken. Door de sterke groei zijn deze technieken soms al betaalbaar en toepasbaar en zullen andere dat binnen enkele jaren zijn. Overigens moet de woning wel al een zeer goede isolatie hebben.

• Elektrische warmtepomp Een warmtepomp is een warmtebron met een zeer hoge efficiëntie. Er komt 3 tot 5 keer zoveel warmte uit als er aan elektriciteit ingaat. De installatie haalt de warmte uit lucht, bodem of grondwater om daarmee een woning te verwarmen en van warm tap-water te voorzien. Warmtepompen die gebruik maken van lucht als warmtebron heten lucht-waterwarmtepompen. Dit type warmtepompen heeft een soort airco die warmte uit de lucht van buiten opneemt en deze afgeeft aan de verwarming. Een bodem-waterwarmtepomp haalt warmte uit de bodem van 50 tot 150 meter diepte. De aanleg van zo’n warmtepomp is ingrijpender en duurder dan bij een luchtwaterwarmtepomp, omdat hier voor de aanleg grondboringen nodig zijn. Bodemwaterwarmtepompen hebben echter een hogere efficiëntie (gebruiken minder elektriciteit) en maken minder geluid. Warmtepompen gebruiken elektriciteit. Grootschalige toepassing van individuele elektrische warmtepompen kan ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn in het elektriciteitsnetwerk, zoals extra transformatorhuisjes en verzwaringen van de leidingen. Het kan ook zijn dat het net toch al verzwaard moet worden voor zonnepanelen. Een nadeel van grootschalige toepassing van luchtwaterwarmtepompen in een wijk vormt de mogelijke geluidsoverlast van de apparaten.

WKO-bron (Bron: Wageningen University & Research)

22

Een aquifer is een watervoerende laag in de ondergrond (bijvoorbeeld zand).

44

Warmtepompsystemen hebben ook de mogelijkheid om te koelen. De laatste jaren neemt de vraag naar koeling in woningen toe. Met de koelmogelijkheid van de warmtepomp kan aan deze vraag worden voldaan (de vraag zou zelfs versneld kunnen toenemen). Als je een bodemwarmtesysteem hebt waarmee je koelt verlaagt dat systeem de hittestress in de gebouwde omgeving.

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

• Infraroodpanelen

Voor hoofdverwarming zijn individuele elektrische warmtepompen in de meeste gevallen meer geschikt dan infrarood(IR)-panelen, omdat ze minder elektriciteit gebruiken. Voor specifieke situaties zoals incidentele verwarming van woningen die zeer goed zijn geïsoleerd (passiefbouw), kunnen infraroodpanelen een goede oplossing zijn. Een IR-paneel als bijverwarming kan het energieverbruik van de hoofdverwarming verminderen. IR-panelen werken anders dan ‘gewone’ verwarming die de lucht in de hele ruimte verwarmt (convectieverwarming). IR-panelen geven stralingswarmte af naar een bepaalde plek in de kamer. Zit men in de stralingswarmte dan voelt dat comfortabel, ook al is de luchttemperatuur eromheen lager. Maar als je bij het warmtepaneel wegloopt, is de warmte ook weg. IR-panelen werken op stroom en doen dat slimmer dan vroeger. Een ouderwets elektrisch straalkacheltje in de badkamer had een spiraal die roodgloeiend heet werd. IRpanelen worden minder heet, tussen de 60 en 200°C. Ze hebben geen spiraal, maar een vlakke plaat die warm wordt. Daardoor heb je een groter stralingsoppervlak aan de voorkant. De achterkant van het paneel is geïsoleerd en verliest daardoor weinig warmte.

Restwarmte

Restwarmte behelst het zeer efficiënt en nuttig gebruiken van bestaande warmtestromen. Deze kunnen uit verschillende bronnen uit de industrie of industriële processen komen. Ook laagwaardige warmte kan succesvol gebruikt worden. In combinatie met een warmtepomp kan uit die stroom hoogwaardige warmte worden gewonnen. Er zijn vier belangrijke criteria die afgewogen moeten voor het gebruik van restwarmte. • • • •

 et moet een relevante bijdrage leveren; er moet voldoende restwarmte zijn, H met name in de winter. Er moet een leveringsgarantie zijn; wat gebeurt er als de restwarmte wegvalt en waardoor kan dat gebeuren? De restwarmte moet van voldoende en continue kwaliteit zijn. De restwarmtebron en de warmtevragers moeten dicht bij elkaar gesitueerd zijn waarbij de woningdichtheid (of andere gebruikers) relatief hoog is.

Hernieuwbaar gas

Hernieuwbaar gas kan zijn: biogas, groen gas (dat is biogas opgewerkt naar aardgaskwaliteit) of waterstof. Groen gas en waterstof kunnen (eventueel na

45

aanpassingen) via het bestaande aardgasnet gedistribueerd worden. Waterstof is zoals het er nu naar uitziet tot 2030 niet inzetbaar in de gebouwde omgeving (uitgezonderd enkele pilots). Momenteel is hernieuwbaar gas beperkt beschikbaar. Naast de verwarming in de gebouwde omgeving zullen er ook andere sectoren hernieuwbaar gas willen hebben (transport, industrie). Hierdoor lijkt deze warmteoplossing op dit moment alleen geschikt voor kernen/wijken waar andere mogelijkheden niet zijn toe te passen of erg duur zijn. Vanwege de schaarste van hernieuwbaar gas dient in deze oplossing de warmtevraag eerst te worden beperkt door isolatiemaatregelen.

• Biogas en groen gas Biogas wordt geproduceerd uit onder meer slib, afval van stortplaatsen, tuinafval, resten groente en fruit, en dierlijke restproducten zoals koeienmest. Biogas kan worden gezuiverd en gedroogd en op dezelfde kwaliteit als aardgas worden gebracht. Na deze bewerkingen heet het dan groen gas en mogen netbeheerders het vervoeren (biogas mag niet op het net). Er is hiervoor dus geen nieuwe (gas) infrastructuur nodig. Daarmee is het een duurzaam alternatief voor fossiel aardgas geworden. Omdat dit groene gas dezelfde eigenschappen heeft als aardgas, is het ook niet nodig apparaten aan te passen. De terminologie wordt vertroebeld doordat gas ook ‘groen’ wordt genoemd als het gecompenseerd gas betreft. Dit zou beter ‘vergroend’ gas kunnen heten. ‘Vergroend’ gas is niet circulair. Met ‘vergroend’ gas compenseert de gebruiker de CO₂-uitstoot door bij te dragen aan de opzet van klimaatvriendelijke projecten in het buitenland. Wie kiest voor dit ‘vergroend’ gas krijgt dus geen biogas in huis, maar draagt eraan bij dat ergens anders in de wereld minder CO₂ wordt uitgestoten.

• Waterstofgas Waterstof is geen energiebron, zoals zon, wind of aardgas, maar een energiedrager. Het is mogelijk waterstof te halen uit aardgas, maar daarbij komt CO₂ vrij. Door middel van een techniek die elektrolyse heet, is het ook mogelijk om (blauwe of groene) waterstof te winnen uit water. Elektrolyse splitst het water in waterstof en zuurstof. Dat levert geen schadelijke uitstoot op, maar er is wel veel elektriciteit voor nodig. Alleen als dit hernieuwbare stroom is, bijvoorbeeld uit wind of zon, is het een duurzaam alternatief voor aardgas. Het belangrijkste voordeel van waterstof is dat er waarschijnlijk slechts kleine aanpassingen voldoende zijn om het aardgasnet te gebruiken voor het transport. Omdat er een andere brander nodig is,

Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte

hoeft in de meeste gevallen slechts de cv-ketel vervangen te worden. De bestaande leidingen en radiatoren kunnen blijven worden gebruikt. En omdat waterstof een hoge warmtetemperatuur kan genereren, is redelijke isolatie van de woning voldoende. Een groot nadeel van waterstof is dat de keten niet erg efficiënt is. Levert een warmtepomp vier keer zoveel warmte als er elektriciteit ingaat (en dus aan zonnepanelen nodig is), bij waterstof in een ketel is dat (op dit moment) maar 0,5 keer. Het grootste nadeel van waterstof is echter dat op dit moment niet valt te zeggen of waterstof überhaupt beschikbaar komt om woningen mee te verwarmen. Dit vanwege de grote vraag vanuit de industrie naar een vervanging voor aardgas. Om deze reden worden ook de kosten vooralsnog als blijvend hoog beoordeeld. Al met al lijkt waterstof voor verwarming voorlopig geen gunstig alternatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10827827/1