Bijlage 1. Transitievisie Warmte Zaltbommel 2021
Tekst van het document
Ver van mijn bed,
dichtbij huis Transitievisie Warmte gemeente Zaltbommel
Ver van mijn bed,
dichtbij huis Transitievisie Warmte gemeente Zaltbommel
De Transitievisie Warmte Zaltbommel werd in opdracht van de gemeente Zaltbommel mede opgesteld door Energie Samen Rivierenland (ESR). 16 december 2021
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Voorwoord
Voor een beter klimaat stapt ook de gemeente Zaltbommel over van aardgas naar duurzame energie. Dit plan gaat over het warmtedeel van de energietransitie. We willen de opwarming van de aarde tegengaan en de Groningse gaskraan kunnen dichtdraaien en minder afhankelijk zijn van bronnen in bijvoorbeeld Rusland en het Midden Oosten. De afspraak is dat we uiterlijk in 2050 CO₂-neutraal zijn. In 2030 moeten we daarom al goed op weg zijn. We zijn ambitieus en blijven tegelijkertijd met beide benen op de grond. Voor volledig aardgas vrij hebben we in Nederland 30 jaar uitgetrokken. Ergens in die periode zijn de meeste van de verwarmingsinstallaties wel aan vervanging toe. Dus als je de situatie van vandaag goed kunt overzien en gepland aan de gang gaat kunnen we op logische momenten stappen zetten. In dit plan staat langs welke weg we die stappen zetten om de CO₂-uitstoot van woningen en gebouwen te verminderen. Met als uiteindelijk doel helemaal van het aardgas af te zijn. De detailaanpak per wijk volgt daarna met wijkuitvoeringsplannen. Er zijn veel partijen nodig voor de overgang naar een aardgasvrije gemeente. Samen met alle inwoners en vele andere partijen zoals de woningbouwcorporaties en ondernemers bereiden we ons voor op een leven zonder aardgas. Op enkele plekken zien we nader te onderzoeken kansen voor warmtenetten.
Verder willen we ruimte bieden aan de ontwikkeling van kleinschalige autonome alternatieven voor aardgas, zogenaamde micro-warmtenetten. Ook zetten we in op innovatie, bijvoorbeeld geothermie. En voor welke technische oplossing je uiteindelijk ook kiest; de eerste logische stap is om in te zetten op isoleren en besparen. Want warmte die je niet nodig hebt hoef je niet op te wekken. En voor veel technieken heb je ook een zeker niveau van isolatie nodig wil je die technieken kunnen toepassen. Willem Posthouwer Wethouder Duurzaamheid
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Leeswijzer
Welkom bij de Transitievisie Warmte. Fijn dat u hiervoor belangstelling heeft! Hoofdstuk 1 > en hoofdstuk 2 > beschrijven aanleiding, doel en achtergronden van de warmtetransitie in het algemeen en deze visie in het bijzonder. De huidige fysieke inrichting en de sociaaleconomische situatie van Zaltbommel staan centraal in hoofdstuk 3 >. Hierna wordt in hoofdstuk 4 > het afwegingskader gepresenteerd aan de hand waarvan we de warmtekeuzes voor de wijken van Zaltbommel maken. Als u benieuwd bent naar de onderzoeksresultaten en conclusies voor onze gemeente dan kunt u direct naar hoofdstuk 5 > gaan. Lees hoofdstuk 6 > als u wilt weten hoe we het gaan aanpakken. In deze visie staan veel gegevens. Deze komen van verschillende bronnen die door ons zijn samengevat en verzameld. De meeste cijfers in deze Transitievisie Warmte zijn gebaseerd op CBS-gegevens. Het CBS past regelmatig cijfers en gegevenscategorieën aan. Daardoor verspringen in enkele gevallen cijfers iets ten opzichte van elkaar. Dit heeft geen invloed op de algemene conclusies.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Inhoudsopgave 6
Bijlagen
32
6
1 - Het programma duurzaamheid
33
1.2 Wat staat er in de transitievisie?
7
2 - Kosten van de warmtetransitie in Zaltbommel (door ESR)
35
1.3 Uitgangspunten van de visie
8
3 - Financiering van de warmtetransitie
38
9
4 - Wijze van aardgasgebruik
41
9
5 - Systeemschalen
42
2.2 Hoe betalen we de warmtetransitie?
10
6 - Overzicht van technieken
43
2.3 Welke mogelijke warmteoplossingen zijn er?
11
7 - Overzicht woningen op bouwjaar
48
12
8 - Overzicht woningen naar energielabel
49
12
9 - Potentiële besparing van de warmtevraag in Zaltbommel (door ESR)
50
3.2 Woningen
14
10 - Overzicht van gebruikte bronnen, tools en onderzoeken
52
3.3 Sociale en sociaaleconomische kenmerken
15
11 - Analyses per kern/wijk (door ESR)
53
17 20
12 - Startanalysetool PBL (door ESR)
60
13 - Participatie
62
1 Over deze visie
1.1 Achtergronden en aanleidingen
2 Over de warmtetransitie
2.1 Wie zijn de belanghebbenden in de warmtetransitie?
3 Huidige situatie in Zaltbommel 3.1 De gebouwde omgeving
4 Afwegingskader 5 Warmteoplossingen voor Zaltbommel 5.1 Het belang van isolatie
20
14 - Uitgangspunten van de gemeente Zaltbommel
5.2 Technische analyse
21
5.3 Draagvlakanalyse
25
15 - Vormen van beheer en organisatie van warmtenetten
64
6 Hoe willen we dit aanpakken?
27
16 - Geothermie in Zaltbommel
65
17 - Detailgegevens per kern/wijk
67
6.2 Lijn isoleren en besparen
27
6.3 Lijn technische haalbaarheidsstudies
28
6.4 Lijn wijkuitvoeringsplannen, implementatie.
28
6.5 Informeren en communiceren
29
6.6 Gemeentelijke organisatie
29
6.7 Verdere planning
30
6.1 Lijn draagvlak en mindset voor voorbereiding
5
27
bij de communicatie met inwoners
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
63
1 Over deze visie 1.1
Achtergronden en aanleidingen
Aardgas is een fossiele brandstof die bij verbranding het broeikasgas CO₂ uitstoot. Broeikasgassen veroorzaken opwarming van de aarde. Internationaal is afgesproken dat we dat willen stoppen. Door op weg te gaan naar aardgasvrij worden we op den duur bovendien minder afhankelijk van aardgasleveringen uit Rusland en het Midden-Oosten én kunnen we de Groningse gaskraan dichtdraaien. In de energietransitie is warmte een belangrijk onderdeel. Warmte vormt ruwweg twee derde van de energievraag van ieder huishouden. Met deze Transitievisie Warmte wil de gemeente haar inwoners en alle belanghebbenden op tijd informeren en meenemen in de grote veranderingen die voor ons liggen. Deze transitievisie komt voort uit afspraken op zowel internationaal, nationaal, provinciaal, regionaal als lokaal niveau.
• Internationaal: Klimaatakkoord van Parijs In december 2015 heeft Nederland ingestemd met het internationale Klimaatakkoord van Parijs. Het akkoord heeft als doel de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2°C. Om de afspraken van het akkoord van Parijs te realiseren is een forse inspanning op energiebesparing en het gebruik van alternatieve energiebronnen nodig. Inmiddels zijn de EU-landen aanvullend overeengekomen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 moet zijn teruggebracht tot 55% ten opzichte van 1990.
6
• Nationaal: Nationaal Klimaatakkoord
Nederland heeft de internationale afspraken vertaald naar een nationaal Klimaatakkoord. Daarin heeft het kabinet aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49% wil verminderen ten opzichte van 1990. Als onderdeel daarvan is de opgave geformuleerd dat een kwart van de woningen in 2030 van het aardgas af moet zijn om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. Gemeenten dienen hiervoor een Transitievisie Warmte op te stellen waarin ze onder meer het tijdspad vastleggen waarin wijken van het aardgas afgaan.
• Provinciaal: Gelders Energieakkoord De gemeente Zaltbommel is ook partner in het Gelders Energieakkoord (GEA). In dit akkoord spreken alle Gelderse gemeenten, vele regionale partners en de provincie Gelderland de ambitie uit om in 2050 energieneutraal te zijn. De ambitie is om in 2030 de CO₂-uitstoot in alle sectoren met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990.
• Regionaal: Regionale Energiestrategie (RES) Rivierenland Een van de afspraken uit het Nationaal Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. In een Regionale Energiestrategie (RES) dient elke energieregio zijn eigen keuzes te beschrijven. In Regio Rivierenland is hiervoor een samenwerking opgezet met overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen en ondernemende inwoners. De acht betrokken regiogemeenten (Zaltbommel, Culemborg, Maasdriel, Buren, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Neder-Betuwe), het Waterschap Rivierenland en de Provincie Gelderland nemen uiteindelijk een besluit over de RES Rivierenland.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Het verband tussen de RES en deze transitievisie is ‘hoe meer duurzame warmtebronnen we weten te benutten, hoe lager de vraag naar hernieuwbare elektriciteit zal zijn’. In de RES 1.0 staat ook de Regionale Structuur Warmte (RSW). Deze beschrijft de (regionaal) beschikbare warmtebronnen en hoe deze benut kunnen worden. Warmtebronnen, zoals geothermie, kunnen relevant zijn voor meerdere gemeenten, inclusief eventuele grensoverschrijdende warmte-infrastructuur. Dit alles vraagt om regionale afstemming.
• Lokaal: Programma Duurzaamheid In februari 2019 is door de gemeenteraad van Zaltbommel het Programma Duurzaamheid (Bijlage 1 >) vastgesteld. De ambitie van de gemeente is dezelfde als die van het Gelders Energie Akkoord, namelijk om in 2030 de CO₂-uitstoot met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. De slogan van het programma luidt: ‘Iedereen doet mee, Iedereen wint, Duurzaam Zaltbommel’.
1.2
Wat staat er in de transitievisie?
In de transitievisie beschrijft de gemeente het kader, de wijze en het tijdspad waarin wijken van het aardgas af gaan. Voor de totale transitie hebben we 30 jaar de tijd (tot 2050). Het is een omvangrijke en complexe opgave die om een verandering achter vrijwel elke voordeur vraagt. De opgave ligt voor het overgrote deel bij de bestaande bebouwing, want circa 80 tot 90% van alle woningen en gebouwen die er nu zijn, zal er ook in 2050 nog zijn. De transitievisie gaat over de gebouwde omgeving: kernen en wijken (woningen en andere voorzieningen die in wijken staan)1. Het is een visie op hoofdlijnen, vanuit dit document komen er haalbaarheidsonderzoeken en vervolgens per kern/wijk een wijkuitvoeringsplan. In zo’n plan moet staan op welke datum daadwerkelijk de toelevering van aardgas wordt beëindigd. Uiterlijk acht jaar voor de einddatum van het aardgasverbruik moet een wijkuitvoeringsplan gereed zijn.
7
Verspreide huizen in de het Munnikenkand
Verspreide huizen in de polder Brakel
Brakel
Verspreide huizen in de polder Poederoijen
Verspreide huizen in de polder Zuilichem en omgeving
Verspreide huizen in de polder Aalst
Poederoijen
Zaltbommel Binnenstad Verspreide Zaltbommel huizen Zaltbommel Vergt en Oostzijde Spellewaard omgeving
Nieuwaal
Zuilichem
Aalst De Rietschoof
Verspreide huizen in de polder Gameren en Nieuwaal
Gameren
Verspreide huizen in de polder Delwijnen en Bruchem
Verspreide huizen Westzijde
Bruchem Kerkwijk
Verspreide huizen Hoeven
Verspreide huizen Kerkwijk en Bruchem
BenedenDelwijnen NederhemertNoordzijde
NederhemertZuidzijde
Verspreide huizen Nederhemert
Zaltbommel, indeling in CBS-wijken (bron: CBS)
De transitievisie is gebaseerd op de kennis van nu; nieuwe ontwikkelingen zullen tot aanpassingen leiden. Gemeenten moeten de transitievisie elke vijf jaar actualiseren. Indien daar aanleiding toe is, kan dat natuurlijk ook eerder. De gemeente stelt de transitievisie op en heeft daarbij de regierol. Dat houdt in dat ze ook vervolgplannen zal opstellen, overzicht op het proces houdt en de voortgang ervan zal monitoren. Ze zal collectieve kansen (bijv. warmtenetten) of meekoppelkansen (bijv. geothermie) benoemen en zo nodig alternatieve oplossingen aandragen of deze (laten) onderzoeken. Bij de totstandkoming van de visie zijn de inhoud op hoofdlijnen en de voornaamste conclusies afgestemd met de belangrijkste belanghebbenden.
1 Dus niet over opwek, mobiliteit, landbouw of industrie, de andere ‘tafels’ van het Nationaal Klimaatakkoord.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
1.3
Uitgangspunten van de visie
De gemeente vervult de regierol in de omschakeling naar aardgasvrij wonen en werken. Daarbij hanteert ze de volgende uitgangspunten.
• Betaalbaarheid voor de eindgebruiker De warmtetransitie brengt hoge kosten met zich mee. De gemeente zoekt naar de oplossing met de laagste (maatschappelijke) kosten. Zoveel mogelijk moet voorkomen worden dat de warmtetransitie leidt tot een grotere sociale ongelijkheid. Er moet rekening worden gehouden met lagere inkomens.
• Betrouwbaarheid voor de eindgebruiker De gemeente bewaakt dat de toekomstige warmtevoorziening betrouwbaar is en houdt de afhankelijkheid van gebruikers van één of enkele warmteleveranciers in het oog. Het risico op haperingen in de warmtelevering moet klein zijn (dat wil zeggen: niet vaker dan nu).
• Samenwerking met belanghebbenden en andere gemeenten De warmtetransitie is een enorme opgave, samenwerking met alle belanghebbenden is van groot belang. Meerdere visies en meningen dienen te worden gehoord en afgewogen. De gemeente zal daarbij zorg dragen voor goede communicatie en voorlichting. Ook zoekt de gemeente de samenwerking en deelt zij kennis met andere gemeenten in de regio.
• Participatie met bewoners en ondernemers De gemeente informeert inwoners en ondernemers actief en betrekt hen bij het proces. Zeker in kernen/wijken waar vooral particuliere woningen staan, is het wenselijk dat de betrokkenheid van bewoners verder gaat dan meedenken. De gemeente zal stimuleren dat particuliere woningeigenaren zelf met het warmtevraagstuk aan de gang gaan. Ze neemt inwonersinitiatieven serieus en ondersteunt ze waar mogelijk. Participatie is overigens niet hetzelfde als keuzevrijheid. Indien een individuele keuze een oplossing in de weg staat die maatschappelijk gezien de voorkeur verdient dan staat die keuzevrijheid ter discussie.
8
• Nu beginnen, maar flexibel zijn
De warmtetransitie is nog maar net begonnen, veel is nog onzeker en onbekend. De komende jaren zal er meer bekend worden over nieuwe regels, beleid en financieringsmogelijkheden. Vanuit de wetenschap komen technologische innovaties en ook marktpartijen zullen niet stilzitten en met verbeterde en nieuwe technieken komen. De gemeente moet daarom flexibel zijn in de uitvoering. Dat betekent dat ze ruimte zal geven aan experimenteren en dat er tussenstappen worden gezet. Dat kunnen maatregelen zijn waar we geen spijt van krijgen (‘noregret’), maar het kan ook betekenen: afwachten tot er betere kansen komen (‘bezint eer ge begint’).
• Faciliteren van ontwikkelingen De gemeente faciliteert de warmtetransitie waar mogelijk. Middels (al bestaande) subsidies en bijdragen, maar bijvoorbeeld ook door de warmtetransitie mee te nemen in de Omgevingsvisie of door vereenvoudiging van bepaalde vergunningaanvragen.
• De gemeente heeft een voorbeeldrol De gemeente is zelf ook eigenaar van een aantal gebouwen. Ze geeft het goede voorbeeld door te streven naar aardgasvrij bij nieuwe gebouwen en bij bestaande gebouwen naar gemiddeld energielabel A.
De Energiekring Warmte (zie bij ‘Inwoners’, hoofdstuk 2 >). heeft ook een viertal uitgangspunten geformuleerd voor de transitie: • • • •
keuzevrijheid en autonomie kostenneutraliteit betaalbaarheid voor iedereen geen afhankelijkheid van één bedrijf.
De gemeente streeft ernaar deze uitgangspunten te honoreren.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
2 Over de warmtetransitie 2.1 Wie zijn de belanghebbenden in de warmtetransitie? Naast de gemeente zijn de belanghebbenden in de warmtetransitie:
• Inwoners De impact van de warmtetransitie voor inwoners (zowel woningeigenaren als huurders) is groot. Vaak moeten er aanpassingen aan woningen en gebouwen worden gedaan. Dit vergt financiële investeringen en gedragsverandering in de manier waarop mensen hun woning verwarmen en hoe zij koken. De bereidheid van inwoners om mee te doen in de transitie is daarom van groot belang. Tijdens het opstellen van de transitievisie heeft de Energiekring Warmte (nu bestaande uit circa 20 inwoners) meegedacht. Ze helpt ook mee andere inwoners te bereiken. In kernen/wijken waar er kans op een warmtenet is zou de Energiekring Warmte zich in de toekomst kunnen omvormen tot meerdere afzonderlijke kringen. Onder het kopje ‘inwoners’ vallen ook de bestaande dorps- en wijkraden (als klankbordgroep).
• Ondernemers Coöperatie Duurzame Bedrijventerreinen Zaltbommel (CDBZ) richt zich op het verminderen en verduurzamen van het energieverbruik op de Zaltbommelse bedrijventerreinen. Het doel is dat in 2025 de bedrijventerreinen energiepositief zijn.
• Woningcorporaties Het belang van de woningcorporaties (De Kernen en Bazalt Wonen) is om te voorzien in voldoende goede en betaalbare woningen. De corporaties zetten zich vooral in voor mensen met een laag inkomen. Betaalbaarheid en leefbaarheid staan voorop. Duurzaamheid is een middel om dat te bewerkstelligen. Beide corporaties hebben dan ook duurzaamheidsprogramma’s die de transitie mede kunnen helpen
9
aanjagen. Woningcorporaties hebben afgelopen jaren al geïnvesteerd en isolatie in hun meerjarige strategische onderhoudsplannen staan. Het belang van een woningcorporatie is vergelijkbaar aan dat van een particuliere woningeigenaar: de transitie naar een aardgasloze toekomst zodanig vorm te geven dat met beperkte investeringen comfortabele woningen ontstaan en de woonlasten niet of zo min mogelijk stijgen. Corporaties zijn voorts gehouden aan het Convenant Energiebesparing Huursector. Hierin heeft de vereniging van woningcorporaties Aedes zich gecommitteerd aan de afspraak dat de corporatiesector huurwoningen probeert te verduurzamen naar gemiddeld energielabel B in 2021, naar energielabel A in 2030 en naar CO₂-neutraal in 2050.
• Liander netwerkbeheerder (gas en elektriciteit) Tijdens de warmtetransitie houdt Liander in het oog dat de maatschappelijke kosten2 niet te hoog gaan oplopen, bijvoorbeeld door onnodig dure ingrepen op het gas- of elektriciteitsnet of onnodige werkzaamheden in de straat. Daarnaast biedt Liander een integrale blik op het energiesysteem (o.a. de netwerkcapaciteit) in connectie met andere ontwikkelingen binnen de energietransitie. Zoals zonnepanelen op daken en de laad-infrastructuur voor elektrisch vervoer.
• Lokale Coöperatie Bommelerwaar In de warmtetransitie kan en wil Coöperatie Bommelerwaar graag een rol van betekenis spelen. Nu reeds begeleidt de coöperatie, in opdracht van de gemeente Zaltbommel, de Energiekring Warmte. Coöperatie Bommelerwaar is vertegenwoordigd in de meeste Zaltbommelse kernen en kan zowel deskundigheid als uitvoeringskracht leveren.
2
De maatschappelijke kosten zijn alle opgeofferde waarden (geld, maar ook tijd, moeite, energie of milieuwaarden) die de maatschappij moet opbrengen.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
• Het Energieloket
Het Energieloket geeft in opdracht van de gemeente onafhankelijk advies aan woningeigenaren over maatregelen, subsidiemogelijkheden en collectieve inkoopacties.
• Overige partijen Er zijn ook nog andere belanghebbenden te benoemen zoals de glastuinders (in de rol van mogelijke restwarmteleveranciers), het Waterschap (bij warmteonttrekking van oppervlaktewater in de polders), Rijkswaterstaat (bij warmteonttrekking van oppervlaktewater uit de rivier), de provincie en de Energiekring Waterstof (groep inwoners die de mogelijkheden van waterstof in met name de binnenstad heeft onderzocht).
2.2
Hoe betalen we de warmtetransitie?
2.2.1
Uitgaven
Hoe hoog de benodigde uitgaven zijn om van het aardgas af te gaan, is afhankelijk van het type woning, de huidige manier van verwarmen en de huidige isolatie. Ook de toekomstige alternatieve manier van verwarmen is van invloed. Daarnaast zijn er aanpassingskosten aan (ondergrondse) infrastructuur waarvan de hoogte afhankelijk is van de gekozen technische oplossingen. In ieder geval is nu al duidelijk dat het aanpassen van woningen en het overstappen op een andere manier van verwarmen tot tienduizenden euro’s per woning kan oplopen. In maart van dit jaar kwam in het nieuws dat een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoeksbureau3 heeft becijferd dat de warmtetransitie in Nederland gemiddeld € 40.000 per woning zal gaan kosten. Manieren om de benodigde uitgaven omlaag te brengen zijn gezamenlijke inkoop, het combineren van maatregelen met een verbouwing of verhuizing, of het uitsmeren van maatregelen over een langere periode. In Bijlage 2 > worden de totale benodigde uitgaven van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving in de gemeente Zaltbommel grofweg in kaart gebracht. Deze uitgaven zijn om diverse redenen nog uiterst onzeker. Ze worden geschat tussen € 239 en € 513 miljoen4.
10
2.2.2
Financiering
Het Rijk blijft vasthouden aan het principe van een woonlastenneutrale transitie. Echter de minister erkent dat dit nu nog niet in alle gevallen haalbaar is. Momenteel wordt er op veel fronten op het financieringsvraagstuk gestudeerd. Zo wordt onder meer gekeken naar een laagdrempelig en toegankelijk Nationaal Isolatieprogramma. Ook laat de minister de mogelijkheden van gebouwgebonden financiering verder onderzoeken5. Een deel van de uitgaven zal uiteindelijk ook door eigenaren moeten worden gedaan. Deze resterende uitgaven dienen eerlijk te worden verdeeld en te worden gecombineerd met natuurlijke investeringsmomenten. Niet elke woningbezitter heeft nu voldoende geld om te investeren in duurzaamheidsmaatregelen. Al bestaan er relatief goedkope duurzaamheidsleningen, dan nog is het afsluiten van een persoonlijke lening niet altijd mogelijk. In Bijlage 3 > wordt een beeld gegeven van de mogelijkheden die ter beschikking staan om de transitieopgave te financieren. 3
Economisch Instituut voor de Bouw (EIB)
4
Opbrengsten, die er ook zijn, zijn in deze bedragen niet meegenomen omdat bij de berekening terugverdientijden buiten beschouwing zijn gehouden.
5
Brief van de minister van BZK d.d. 12-01-2021.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
De particuliere financieringsmogelijkheden zijn natuurlijk bepalend voor de uiteindelijke keuzes hoe van het aardgas af te gaan. Om draagvlak voor alle (collectieve) plannen te krijgen is betaalbaarheid voor inwoners een essentiële voorwaarde.
2.2.3
een cluster van meerdere woningen. Alle verschillende technieken kunnen worden verdeeld over drie systeemschalen waarop in Bijlage 5 > nader wordt ingegaan. In Bijlage 6 > is een overzicht opgenomen waarin de verschillende beschikbare technieken op hoofdlijnen worden besproken. Het gaat om de volgende technieken.
Opbrengsten
Er zijn ook opbrengsten, denk aan een lagere maandelijkse energierekening, verhoging van het wooncomfort, de mogelijkheid dat sommige warmteoplossingen voor hetzelfde geld ook koeling kunnen leveren en natuurlijk een schoner milieu. Door te investeren in isolatie neemt de (verkoop)waarde van een woning bovendien toe. Zo’n investering zal zich ook (deels) gaan terugverdienen. Als in de toekomst de energieprijzen gaan stijgen, levert isoleren immers steeds meer op. Verder is het vernieuwen van installaties na verloop van tijd ook gewoon nodig, dat zijn op zich geen ‘extra kosten’. Oudere woningen kunnen op ‘natuurlijke momenten’, zoals bij aankoop of bij een verbouwing, aan hedendaagse standaarden worden aangepast. In 30 jaar (tot 2050) doet zich dat bij bijna elke woning wel een keer voor.
•
Zonnethermie
•
Geothermie
•
Aquathermie - TEO: Thermische Energie uit Oppervlaktewater
•
Restwarmte
•
WKO-bron
•
TEA: Thermische Energie uit Afvalwater
All-electric - Elektrische warmtepomp - Infraroodpanelen
•
TED: Thermische Energie uit Drinkwater
Hernieuwbaar gas - Biogas en groen gas - Waterstofgas
•
Biomassa
-
-
2.3 Welke mogelijke warmteoplossingen zijn er? Voor particulier (en zakelijk) gebruik onderscheidt men drie toepassingen van aardgas: verwarming, koken en warm tapwater. In Bijlage 4 > wordt nader ingegaan op deze gebruikswijzen van aardgas. Er zijn veel alternatieven voor aardgas. Er bestaat niet één algemeen toepasbare ‘warmteoplossing’ als alternatief. Aspecten die een rol spelen zijn het bouwjaar en het isolatieniveau van de woning, de opbouw van de wijk, de spreiding van woningen, de beschikbaarheid van warmtebronnen en het potentieel van bruikbare bestaande infrastructuur.
Een techniek die hier afzonderlijk dient te worden genoemd is de hybride warmtepomp die aan de bestaande aardgas-cv-ketel kan worden gekoppeld. De hybride warmtepomp werkt op stroom en haalt warmte uit bodem, lucht of grondwater. Daarmee zorgt de warmtepomp voor een groot deel van de warmte in huis. De hybride warmtepomp werkt samen met de cv-ketel, deze zorgt voor het warme water en springt alleen bij als het buiten heel koud is. Een hybride warmtepomp is vaak direct toepasbaar en er kan meestal meer dan 50% aardgas mee worden bespaard. Anno 2021 kan dit een goede tussenoplossing zijn. Vóór 2050 moet er dan nog een tweede stap worden gemaakt om volledig van het aardgas af te gaan.
Er zijn veel technische oplossingen ontwikkeld om verwarming te realiseren. Vandaag de dag worden daar nog steeds nieuwe aan toegevoegd en zijn er ook variaties op bestaande systemen. Ook relevant is de schaal waarop de techniek wordt toegepast. De ene techniek kan functioneren op kleine schaal voor een individuele woning, terwijl de andere alleen geschikt is voor een hele wijk of voor
11
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
3 Huidige situatie in Zaltbommel In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie van de gebouwde omgeving geïnventariseerd, inclusief de warmtevraag, en gekeken naar de sociaaleconomische kenmerken van Zaltbommel. Bijlage 17 > bevat detailgegevens per kern/wijk.
3.1
De gebouwde omgeving
De gemeente bestaat naast de stad Zaltbommel, uit twaalf kernen te weten: Aalst, Bern, Brakel, Bruchem, Delwijnen, Gameren, Kerkwijk, Nederhemert (Noord en Zuid), Nieuwaal, Poederoijen en Zuilichem. In de buitengebieden liggen buurtschappen. In totaal zijn er in 2021 zo’n 29.500 mensen woonachtig in de gemeente. Zaltbommel valt te typeren als een landelijke gemeente, met kleinere, landelijke kernen en een omvangrijk dunbevolkt buitengebied met vooral land- en tuinbouw- en enkele natuurgebieden. De gemeente kent behalve de stad Zaltbommel weinig verstedelijking. Nabij de stad Zaltbommel liggen 5 bedrijventerreinen. Voorts liggen er bij de kernen Nederhemert-Noord, Gameren en Brakel elk 2 bedrijventerreinen De woningdichtheid is in de stad Zaltbommel en enkele kernen vanzelfsprekend het hoogst. In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat de gebouwen in de kernen een divers karakter hebben. De historische binnenstad van Zaltbommel en Nederhemert-Zuid zijn aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet. Verder zijn er op dit moment verspreid over de gemeente 540 monumenten (rijks- en gemeentelijke monumenten). De meeste daarvan, circa 300, liggen in de historische binnenstad van Zaltbommel.
Het overstappen naar alternatieve vormen van warmtevoorziening heeft betrekking op nagenoeg de gehele gebouwde omgeving van de gemeente Zaltbommel, omdat vrijwel alle woningen en gebouwen nu nog op aardgas zijn aangesloten. Binnen het totale energieverbruik van Zaltbommel vormt de warmtevraag een groot deel van de energievraag. Voor het verwarmen van woningen en gebouwen, koken en douchen wordt in de gemeente jaarlijks circa 15 miljoen m³ aardgas verbruikt (peiljaar 2019). Per woning is het gemiddelde aardgasverbruik op jaarbasis 1.590 m³ (niet temperatuurgecorrigeerd6, peiljaar 2019). Overigens krijgen nieuwe woningen geen aansluiting meer op het aardgasnetwerk als de omgevingsvergunning voor de bouw na juli 2018 is verleend. Kerngegevens aardgasgebruik Zaltbommel 2019 11.401
Gemiddeld gasgebruik alle woningen (m3)
1.408
Totaal gasgebruik alle woningen (miljoen m³)
15
Kerngegevens aardgasverbruik woningen Zaltbommel 2019 (bron: Klimaarmonitor)
Naast woningen gebruiken ook de landbouw, bedrijven en instellingen op grote schaal aardgas. Jaarlijks verbruiken deze overige sectoren in de gebouwde omgeving van Zaltbommel circa 182,4 miljoen m³ aardgas. De glastuinbouwsector kan worden aangemerkt als een grootverbruiker van aardgas.
6
12
Aantal woningen per 1 januari (aantal)
In warme jaren wordt minder aardgas verbruikt voor ruimteverwarming dan in koude jaren, onafhankelijk van overige effecten. Om een eventueel besparingseffect te kunnen meten is het dus noodzakelijk het aardgasverbruik te corrigeren voor klimaatfactoren. Hiervoor wordt door het CBS een bepaalde methode toegepast.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Sector
Aardgasverbruik (TJ)
Land- en (glas)tuinbouw
4.929
Industrie, energie, afval en water Commerciële dienstverlening Publieke dienstverlening
1.029
Particulieren
525
Totaal
6.483 Aardgasverbruik Zaltbommel Overige sectoren peiljaar 2019 (bron: Klimaatmonitor)
Landbouw is in Zaltbommel verantwoordelijk voor 76% van het aardgasverbruik (hiervan is 98% voor rekening van de glastuinbouwsector). In Zaltbommel zijn de huishoudens de laatste jaren verantwoordelijk voor circa 10% van het aardgasverbruik. Natuurlijk moet de glastuinbouw ook voldoen aan het Klimaatakkoord. Echter: deze transitievisie gaat uitsluitend over de gebouwde omgeving. De landbouw valt dus onder een andere opgave, net zoals industrie en dienstverlening. Er zijn wel koppelkansen voor wat betreft warmte. Op dit moment heeft de gemeente nog geen plannen voor grootschalige vernieuwingen in wijkinrichting of maatregelen in het kader van klimaatadaptatie.
3.1.1
Ondergrondse infrastructuur
Voor de warmtetransitie is het van belang de staat van de infrastructuur van Zaltbommel te kennen. Denk hierbij aan de afschrijving en geplande onderhoudsen vervangingsopgaven van de (ondergrondse) netwerken voor gas, elektriciteit, riool en water. Voor het gasnetwerk van Liander is bovendien de eventuele aanwezigheid van grondroeringsgevoelige leidingen7 relevant. Het al dan niet aanwezig zijn van grondroeringsgevoelige gasleidingen kan een hoge kostenimpact hebben bij de keuze voor een warmtenet.
• Gas- en elektriciteitsnetwerken (Liander)
Liander heeft voor het gasnetwerk geen actieve planning voor verwijdering of vervanging van leidingen. Ook voor het elektriciteitsnetwerk heeft Liander op de lange termijn geen planningen voor de aanpak van het netwerk. Daar verwacht Liander juist dat deze transitievisie, tezamen met plannen voor elektrisch rijden, leidend zal zijn om dergelijke planningen te kunnen maken. Liander is in overleg met de gemeente over hoe deze opgave opgelost kan worden. Het is voor Liander vooral van belang dat het elektriciteitsnet in één keer wordt uitgebreid.
• Waterleidingnetwerk (Vitens) Vitens heeft in de gemeente Zaltbommel wel leidingen liggen die in aanmerking komen voor vervanging. Vervanging geschiedt echter alleen bij veel storingen of indien een derde partij werkzaamheden in de nabijheid van waterleidingen uitvoert. Van het tweede geval zou sprake kunnen zijn bij de aanleg van een warmtenet. Behalve enkele kleinere vervangingen in Bruchem heeft Vitens vóór 2025 geen vervangingsplannen, na 2025 is dit nog onduidelijk. Overigens dienen leidingen van een warmtenet op minimaal 1 meter van de waterleidingen te liggen in verband met mogelijke warmteoverdracht.
• Rioleringsnetwerk (gemeente) De gemeente Zaltbommel beschikt over een meerjarig rioleringsplan, echter de feitelijke werkzaamheden worden voor een belangrijk deel één dan wel twee jaar van tevoren bepaald. De planning is aldus flexibel voor zover deze niet door mogelijke andere projecten alsnog beperkt wordt. Vóór 2030 staan er nu vervangingen gepland in Oost Gameren (2023), De Vergt (2022/26), Aalst (2024/25), Zuilichem (2025) en Nederhemert-Noord (2027).
• Overige infrastructuur Een aandachtspunt is dat toepassing van een WKO of aardwarmtebron eventueel aanwezige drinkwatervoorraad in de bodem niet mag aantasten. 7
13
Gasleidingen kunnen gemaakt zijn van verschillende materialen. Tegenwoordig zijn ze onder andere van staal en kunststof. Vroeger werd voor het aanleggen van gasleidingen in de bodem vaak gebruikt gemaakt van leidingen van grijs gietijzer, asbestcement of wit-PVC. Dit zijn zogenaamde grondroeringsgevoelige leidingen. Bij ‘grondroering’, dus bijvoorbeeld graafwerkzaamheden in de straat t.b.v. de aanleg van een warmtenet, moet dit type gasleiding uit veiligheidsoverwegingen eerst worden vervangen. Het type materiaal maakt dat er een kleine kans bestaat op lekkage als gevolg van deze grondroering.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
3.2
Woningen 1500
In totaal staan er in 2019 in de gemeente Zaltbommel 11.401 woningen (2021: 11.852). Het aandeel koopwoningen hiervan is 67% en het aandeel huurwoningen in corporatiebezit is circa 25%. De overige 8% zijn particuliere huurwoningen (of onbekend).
1200
0
5.000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0
4.000 3.000
2.775
2.000 1.000
934 Woning overige huur
Sociale huur
Koopwoningen
Woningen in Zaltbommel naar eigendom in 2019 (bron: Klimaatmonitor)
25%
17,0
15% 12,5
16,7
17,3
10,8
5% 3,9 -1930
1931 tot 1946 tot 1965 tot 1975 tot 1992 tot 2006 tot 1945 1964 1974 1991 2005 2019
Bouwperiodes woningen Zaltbommel in 2019 in procenten (bron: CBS)
14
A
B
C
218
192
180
D E Definitief
F
G
3.100 2.369 1.723 1.262
1.113
1.423
251
A
B
C
D E Voorlopig
F
G
Energielabels van woningen in Zaltbommel in 2020 (bron: Wijkpaspoort)8
21,9
20%
418
300
7.683
6.000
0%
860
600
7.000
10%
1.072
900
8.000
0
1.390
Ruim de helft van de uitgegeven (‘definitieve’) energielabels is B of beter. De woningen van vóór 1990 hebben vaak een energielabel C of lager en hebben een hogere warmtevraag. Ze zijn meestal lastig te isoleren. Om dit type woningen geschikt te maken voor een andere warmtebron zullen er waarschijnlijk forse investeringen nodig zijn.
8
Vanaf 2015 hebben woningen in Nederland een voorlopig energielabel toegewezen gekregen. Het energielabel geeft een indicatie hoe energiezuinig een huis is. Een voorlopig energielabel is het energielabel dat de woning door de overheid heeft toegewezen gekregen op basis van het bouwjaar. Het definitief maken van dit label moet de huiseigenaar zelf doen. Een definitief energielabel is nodig bij het verhuren of verkopen van de woning.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
35%
34
30%
27
25% 20% 15% 10%
In Bijlage 7 > en Bijlage 8 > zijn gedetailleerde overzichten opgenomen van de woningvoorraad in Zaltbommel, naar spreiding, type, bouwjaar en energielabel.
16 13 10
5% 0%
Appartement
Tussenwoning
Hoekwoning
2-onder1-kap
Vrijstaand
Verdeling woningen per woningtype in procenten Zaltbommel (bron: slimmewijkentool)
2.500 2.000
2.045
1.500
1.482
1.000 500 in m3 0
1.127
Tussenwoning
Hoekwoning
Woningcorporaties
3.2.2
Nieuwbouwplannen
In Zaltbommel zijn twee sociale woningcorporaties actief: De Kernen heeft in Zaltbommel circa 950 woningen en Bazalt Wonen 1.640 (2020). Hiermee bezitten zij zo’n 25% van het aantal woningen in Zaltbommel.
Nieuwbouw wordt sinds medio 2018 standaard aardgasloos opgeleverd. Nieuwbouw valt daarmee niet binnen de scope van deze transitievisie. Echter, als het gaat om grotere aantallen nieuwbouwwoningen, dan zou de warmtevraag van zo’n project het verschil kunnen maken tussen het al dan niet rendabel toepassen van een warmtenet in aangrenzende buurten, met name bij toepassing van geo- of aquathermie. Nieuwbouwplannen aangrenzend aan bestaande buurten waar een warmtenet mogelijk lijkt, dienen dus te worden meegewogen.
3.3 Sociale en sociaaleconomische kenmerken
2-onder1-kap
Vrijstaand
Gemiddeld
Gemiddeld gasverbruik naar woningtype Zaltbommel (bron: Klimaatmonitor)
15
3.2.1
1.408
1.291
745
Appartement
Als gevolg van het landelijke karakter kent de gemeente Zaltbommel relatief veel vrijstaande woningen. Het gemiddelde gasverbruik in dit type woningen is hoog. Bovendien is de spreiding van woningen hoog, waardoor collectieve warmteoplossingen zoals warmtenetten op het eerste gezicht minder voor de hand liggen.
Om per kern/wijk een uitvoeringsaanpak met passende participatie en communicatie te kunnen ontwikkelen, zijn ook sociale en sociaaleconomische kenmerken van belang. Geen enkele wijk of bewoner is immers hetzelfde. Een begrip dat in dit verband wordt gehanteerd is ‘verwachte adoptiegraad’. De verwachte adoptiegraad geeft de potentie van de adoptie van verduurzamingsmaatregelen door huishoudens weer. De adoptiegraad geeft hiermee een indicatie voor kernen/wijken waar een collectieve verduurzaming van woningen kansrijk is.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
In de navolgende overzichten zijn de bewoners van Zaltbommel in kaart gebracht op inkomensverdeling, bewonerssegmentatie en verwachte adoptiegraad.
45% 40%
60% 50% Gemiddeld percentage
Naast de bepaling van de verwachte adoptiegraad is het ook van belang te weten welke bewonerssegmenten er zijn. Deze bewonerssegmenten geven een beeld van het type bewoners in een kern/wijk. Aan de hand van deze segmentatie kan een indicatie worden gegeven over de mate waarin bewoners verduurzamingsmaatregelen zullen accepteren en hiermee aan de slag willen gaan. Deze segmentatie is ook van belang om in acht te nemen bij het effectief benaderen en activeren van bewoners9.
40% 30% 20% 10% 0%
30% 20% 15%
70%
10%
60%
5% 0%
Achterblijvers
Afwegers
Sociale volgers
Voorlopers
Verdeling inwoners in dominante segmenten in Zaltbommel (bron: slimmewijkentool)
25%
50% Laag
Midden
Hoog
Onclassificeerbaar
Inkomensverdeling in procenten in Zaltbommel (bron: slimmewijkentool)
Gemiddeld percentage
Gemiddeld percentage
35%
40% 30% 20% 10% 0%
0 - 20%
20 - 40%
40 - 60%
60 - 80%
80 - 100%
Verwachte adoptiegraad in Zaltbommel (bron: slimmewijkentool) 9
Bron van ‘verwachte adoptiegraad’ en ‘bewonerssegmentatie’: slimmewijkentool.
16
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
4 Afwegingskader De belangrijkste criteria om de geschiktheid van een (of meerdere) warmteoplossing(en) voor een kern/wijk mee te bepalen, worden in het navolgende benoemd per categorie. Alle detailgegevens die nodig zijn om deze criteria te kunnen hanteren, zijn, voor zover bekend, in hoofdstuk 3 > al geïntroduceerd en met name in Bijlage 17 > opgenomen. Per categorie wordt toegelicht in hoeverre deze criteria uiteindelijk kunnen meewegen in de keuze van warmteoplossing. Immers in niet alle gevallen zijn de benodigde onderliggende gegevens voldoende bruikbaar en/of beschikbaar. Mede hierdoor is het uitermate lastig een objectief afwegingskader vast te stellen, al is dit natuurlijk wel voortdurend het streven. Ook is het gewicht dat aan een criterium wordt toegekend uiteindelijk arbitrair. De criteria laten zich onderverdelen in de volgende categorieën.
• • • •
Deze categorie criteria betreft voornamelijk harde data. Wel kunnen de gegevens in de toekomst veranderen door sloop, nieuwbouw en individuele isolatieacties. Veel van de hier genoemde criteria bepalen of er überhaupt een bepaalde warmteoplossing mogelijk is. In die zin telt de weging van deze criteria dus zwaar mee.
Bewoners •
Ligging • •
Is er in de nabijheid een geschikte warmtebron? Wat is de bruikbaarheid van die bron?
Deze criteria zijn natuurlijk zwaarwegend. De aanwezigheid en bruikbaarheid van een mogelijke warmtebron bepalen in hoge mate de richting waarin een warmteoplossing kan worden gezocht.
Huizen en gebouwen • •
17
Opbouw van de kern/wijk; laagbouw, hoogbouw, dichtheid van woningen etc.; Type woningen; geschakeld, vrijstaand, hoogbouw/ laagbouw, monumentaal;
Eigendomssituatie; koop of huur (particulier of woningcorporatie); Isolatieniveau van woningen; energielabel; Huidige warmtevraag en CO₂-uitstoot; Sloop- en nieuwbouwplannen van de woningcorporaties.
•
Draagvlak gebaseerd op argumenten is belangrijk voor bewoners. Denk hierbij aan: - betaalbaarheid - sociale gelijkheid - keuzevrijheid - flexibiliteit - medezeggenschap - gebruikersgemak - niet te veel overlast - handelingsperspectief: zie ik wat ik zelf kan doen? - ziet de nieuwe warmteoplossing er netjes uit en neemt hij niet te veel plaats in? - worden er beproefde technieken gebruikt? - levert de verandering comfort op? - zijn de keuzes transparant en uitlegbaar? - kan ik onafhankelijk en betrouwbaar advies krijgen? Sociale kenmerken van de wijk; inkomensniveau, leeftijdsopbouw, achtergrond.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
•
Reeds bestaande vormen van bewonersparticipatie/ burgerinitiatief.
Het eerste criterium in deze categorie is natuurlijk het meest zwaarwegend, draagvlak onder bewoners voor alle keuzes is essentieel. Sociale en sociaaleconomische gegevens (tweede criterium) kunnen tot een inschatting leiden van de mate waarin bewoners in de wijk de (financiële) mogelijkheden hebben om van het aardgas af te gaan (de verwachte adoptiegraad) en in hoeverre zij mogelijke extra eindgebruikerskosten zouden kunnen dragen. Ook de weging van dit criterium telt vanzelfsprekend zwaar mee. Bestaande burgerinitiatieven in bepaalde wijken zijn ook van belang. Deze kunnen immers heel goed als vliegwiel dienen voor de warmtetransitie in de gehele gemeente of althans de eigen wijk.
Nutsvoorzieningen • • • •
Impact op het elektriciteitsnet; Staat en ouderdom van de huidige gasleidingen; Komende riolerings- en/of waternetaanpassingen. Leveringszekerheid
Ook voor deze criteria geldt weer dat ze zwaarwegend zijn. Immers de maatschappelijke kosten gemoeid met grootschalige water-, riolerings-, gas- en elektriciteitsnetaanpassingen zijn te allen tijde hoog. Vanuit gemeentelijk en bewonersperspectief is de leveringszekerheid van een warmteoplossing ook een voornaam criterium.
Meekoppelkansen • • • •
18
Komende vernieuwingen van wijkinrichting, waaronder ondergrondse infrastructuur; Komende of huidige sociale programma’s; Komende maatregelen in het kader van klimaatadaptatie; Koeling als bijproduct.
Mogelijk zijn maatregelen op het gebied van het aardgasvrij maken te combineren met andere opgaven. Dit noemen we meekoppelkansen. Denk aan het verbeteren van de woonomgeving (groen, verkeer, spelen, veiligheid, etc.) of de ondersteuning van inwoners (armoede, eenzaamheid, gezondheid, etc.). Hierdoor neemt de kans op breder draagvlak toe. Ook de opgave uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust) kan meekoppelkansen bieden. Tot slot kan bij een WKO die warmte in de winter levert, voor bewoners de dan bijkomende mogelijkheid van koeling in de zomer een aantrekkelijke bijkomstigheid zijn. De wegingsfactor van dit type criteria is doorgaans gemiddeld.
Bestaand beleid
Warmteoplossingen dienen te passen in ander bestaand beleid. Een voorbeeld: Zaltbommel heeft in haar zon- en windbeleid bepaald dat zonnepanelen niet op landbouwgrond mogen worden aangelegd, daarmee is deze optie (panelen op landbouwgrond) voor zonnethermie dus ook niet mogelijk.
Financiële afwegingen • • • • • •
Inschatting van financiële gevolgen voor alle stakeholders. zijn de investeringen te spreiden? woonlastenneutraliteit worden de lasten eerlijk verdeeld? wat gebeurt er met de woningwaarde? geen desinvesteringen.
Zeer bepalend in de uiteindelijke afweging zijn vanzelfsprekend de kosten. Er wordt gezocht naar de oplossing met de laagst mogelijke woonlasten en de laagste maatschappelijke kosten – dan gaat het om het totaal over alle belanghebbenden. Dat betekent niet automatisch dat deze oplossing ook voor élke stakeholder tot de laagste kosten leidt.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Dat maakt de afwegingen zo complex. Alhoewel de kosten een (wegings)factor van groot belang vormen, valt een inschatting ervan nog slechts indicatief te maken. De cijfers zijn voor een groot deel nog onbekend en waar ze al wel bekend zijn, zijn ze nog verre van robuust. De onbetrouwbaarheid van dit criterium is op dit moment dus nog erg hoog. In een volgend stadium van de warmtetransitie dienen financiële haalbaarheidsonderzoeken de eerste prioriteit te krijgen.. Aan de criteria uit dit afwegingskader wordt door de verschillende stakeholders (zoals gemeente, woningeigenaar, woningcorporatie, netbeheerder) in meer of mindere mate een verschillend belang toegekend. En om het nog complexer te maken: de belangen kunnen per wijk of buurt óók nog eens verschillen. Hiernaast een voorbeeld van (mogelijke) afwegingscriteria weergegeven vanuit het perspectief van de diverse stakeholders.
19
Stakeholder
Afwegingen stakeholder
Gemeente Zaltbommel
Draagvlak, Leveringszekerheid, Uitlegbaarheid, Betaalbaarheid, Energiearmoede, ‘Iedereen doet mee en iedereen wint’, Omgevingsimpact, Meekoppelkansen (riool e.d.), Duurzaamheid (CO₂-reductie), Geen politiek beladen warmteoplossing (geen weerstand), Streven naar woonlastenneutraal (niet-meer-dan-anders-principe)
Particuliere woningeigenaar
Woningwaarde, Investering, Wooncomfort, Gemak, Keuzevrijheid, Betaalbare woonlasten, Niet-meer-dananders-principe, Overlast, Gedwongen winkelnering, Esthetiek, Duidelijkheid, Handelingsperspectief
Netbeheerder Liander
Resterende economische levensduur gasnet, Geen drievoudige infrastructuur, Laag effect indien grondroeringsgevoelige leidingen, Meekoppelkansen (riool, water, etc.), Impact elektriciteitsnet (ruimtebeslag, planbaarheid, in 1x goed samen met PV en EV)
Woningcorporaties
Kosteneffectief, Toekomstwaarde, Waardeontwikkeling, Betaalbare woonlasten/energielasten, Duidelijkheid, Duurzame oplossing (bron), Gespreide investeringen, Meekoppelkansen, Leveringszekerheid, Comfort, Overlast, Gebruikersgemak, Tijd om te handelen, Schaalgrootte, Beproefde technieken (beperkte risico's m.b.t. innovaties), Geen desinvesteringen (robuuste keuze)
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
5 Warmteoplossingen voor Zaltbommel In dit hoofdstuk volgt een keuze voor de best mogelijke warmteoplossingen voor Zaltbommel. Dit hoofdstuk begint evenwel met een bespreking van wat er nu al kan worden gedaan, namelijk isoleren.
5.1
Het belang van isolatie
In de warmtetransitie wordt overgeschakeld van aardgasgestookte verwarming naar verwarming op basis van duurzame bronnen. Of dit nu warmtepompen met stroom van zon en wind is, of groen gas of warmte op basis van geothermie of aquathermie, het zijn allemaal schaarse bronnen. Daarom is een belangrijk onderdeel van de warmtetransitie het verlagen van de warmtevraag in de woningen door isolatie10. Energie Samen Rivierenland heeft onderzocht in hoeverre de warmtevraag van Zaltbommel wordt verminderd als elke woning de komende 30 jaar één energielabel omhoog zou worden gebracht. Het blijkt dat daarmee al een derde van de warmtevraag (in de gebouwde omgeving) kan worden bespaard. Zie Bijlage 9 > voor het onderzoek. Bij isoleren is het ook van belang om rekening te houden met de planning voor de kern/wijk. Een woning isoleren is in alle gevallen een goede oplossing want het betekent immers direct besparen en meer comfort. En ook al komen er betere warmtepompen of komt er waterstof voor (historische) woningen, dan nog zorgt isolatie voor een lagere energierekening. 10
De warmtevraag kan verder ook worden verminderd door warmteterugwinning en lokale duurzame energietoepassingen (bijv. zonneboilers).
20
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
5.2
Technische analyse
Oplossingsscenario’s
De hier gepresenteerde oplossingsscenario’s moeten worden gezien als eerste stappen waarmee direct kan worden begonnen.
De verschillende Zaltbommelse kernen/wijken hebben elk eigen kenmerken. Voor elke kern/wijk is aan de hand van het in het vorige hoofdstuk gepresenteerde afwegingskader apart gekeken naar wat de meest geschikte denkrichting of mix van beste denkrichtingen is voor de oplossing van het warmtevraagstuk. Daarbij is gebruik gemaakt van een variëteit aan bronnen, tools en bestaande onderzoeken, zie Bijlage 10 >. De technische analyses per kern/wijk zijn opgenomen als Bijlage 11 >.
Gemeentebreed robuust inzetten op het beperken van de warmtevraag, door: • Isoleren en besparen De eerste stap is om vooral in te zetten op de isolatie van woningen, waardoor de warmvraag daalt. De stimulering van isoleren en besparen zal langjarig moeten plaatsvinden. Het Energieloket kan hier een rol van belang bij spelen.
5.2.1 Conclusies van de technische analyse per kern/wijk
Met zijn vele kernen en verspreide huizen in het landelijk gebied heeft de gemeente Zaltbommel naar de huidige stand der techniek slechts beperkte kansen om op korte termijn het aardgasverbruik voor de gebouwde omgeving grootschalig terug te dringen. Dit vraagt om maatwerkoplossingen voor kernen of delen daarvan.
•
Het benutten van ‘natuurlijke momenten’ en koersen op ‘aardgasvrij-ready’ Belangrijk is om in stappen te denken. Uiteindelijk zullen er voor de meeste gebouwen in Zaltbommel individuele oplossingen komen. Bewoners dienen nu vooral te worden aangezet om bij isolatie en vervanging van ketels e.d. ‘natuurlijke momenten’ zoals verhuizing, renovatie en vervanging (levensduur van een cv-ketel is circa 20 jaar) aan te wenden en om dan vooral zogenaamde ‘no-regretmaatregelen’ te nemen. Dat houdt in investeren in technieken die met zekerheid ook kunnen worden aangewend in een latere fase van de transitie, zoals (individuele) hybride warmtepompen. Dit heet: koersen op ‘aardgasvrij-ready12.
De opgave voor 2030 is de CO₂-uitstoot met 55% te reduceren ten opzichte van het verbruik in 1990. Dat komt neer op een geschatte reductie van circa 320 tot 360 TJ/jaar11 ten opzichte van een huidig gebruik (2018) van 563 TJ/jaar. Het lukt nu nog niet om in één keer de doelen te halen. Bovendien zijn er meerdere energiefactoren die op de CO₂-uitstoot invloed hebben. Er is een grote verspreiding van huizen in de gemeente Zaltbommel en er is veel diversiteit in bouwjaar en energielabel. Hierdoor zijn er slechts beperkt collectieve oplossingen te vinden. Als gevolg van de grote diversiteit zullen individuele oplossingen bovendien bijna altijd maatwerk zijn. Het wachten is op innovatieve oplossingen voor buitengebieden en kleine dorpskernen zonder (beschikbare) warmtebronnen. Alles bij elkaar genomen worden de volgende oplossingsscenario’s gezien:
11
Het gasverbruik voor woningen van Zaltbommel anno 1990 bleek niet te achterhalen. Het oudst bekende cijfer is dat van 2006. In dat jaar was het verbruik 592 TJ/jaar. Voorts is bekend dat landelijk het verbruik tussen 1990 en 2018 met 6% is gedaald. Beide gegevens combinerend blijkt een geschatte reductieopgave voor Zaltbommel van tussen de 320 en 360 TJ/jaar.
21
12
Aardgasvrij-ready betekent dat woningen qua bouwkundige en installatietechnische voorzieningen voor verwarming, warm tapwater en koken gereed zijn voor afkoppeling van het aardgasnet en aansluiting op een alternatieve energie-infrastructuur.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Collectieve kansen onderzoeken op de volgende locaties: •
22
Verder onderzoek van alle genoemde locaties is nodig. Tegelijkertijd moeten bewoners worden gepeild en geïnformeerd. Vervolgens kan er een stappenplan worden gemaakt. Dit kan beginnen bij het isoleren van de woningen, maar zou ook eerst een hoge-temperatuur warmtenet met een gasbron kunnen zijn dat in een latere fase naar een aardgasloze oplossing wordt gebracht. Als tussenstap wordt dan met een hoge-temperatuurbron (bijvoorbeeld (groen)gas) een exploitabel warmtenet mogelijk gemaakt. In een later stadium kan dan op een duurzame techniek worden overgestapt.
Aquathermie in: - Verspreide Huizen Westzijde13: koppelkans met nieuwbouw Buitenstad; - Zaltbommel Spellewaard: bestaande bouw compact; - Eventueel: Verspreide huizen in de polder Aalst: bestaande bouw verspreid. - Later: Waluwe; deze nieuwe wijk heeft al een stap gemaakt. Een deel van deze investering zal verloren gaan als hier nu een nieuw traject wordt gestart. Dit kan beter na 2030 opgepakt worden.
•
Zonnethermie in: - Bruchem; - Gameren.
•
Geothermie in Brakel en Zuilichem: - Vooronderzoek leert dat er in deze kernen/wijken potentie is voor geothermie. Haalbaarheidsstudies door Hydreco Geomec (HG is sinds 2020 onderdeel van ENGIE) moeten die potentie bevestigen. Er lijken koppelkansen te bestaan tussen glastuinbouw en woningen in Zuilichem (en directe omgeving). Uit de bodem ‘geoogste’ warmte zou dan in cascade eerst worden gebruikt door de woningbouw en vervolgens worden gebruikt voor het verwarmen van de glastuinbouw of vice versa. De aanleg van een warmtenet is hiervoor noodzakelijk. Haalbaarheidsstudies dienen gedaan te worden voor warmtenetten voor woningen Brakel en Zuilichem. De opsporingsvergunningen zijn inmiddels verleend. - Gameren en Verspreide Huizen Westzijde zijn nu geen onderdeel van het Geothermieplan. Mogelijk kunnen deze daar later nog wel bij aansluiten.
Voorbeeldprojecten
Lokaal kan het optimaal zijn om aan de slag te gaan met voorbeeldprojecten van enkele huizen, een straat of een buurt. Bijvoorbeeld door micro-warmtenetten te ontwikkelen. Dit zijn ‘stand-alone-oplossingen’ die voor 5 tot 10 woningen een gezamenlijke bron of energiecentrale gebruiken. Vaak zal dit neerkomen op een WKO14 met als bijkomend voordeel dat naast warmte in de winter ‘voor hetzelfde geld’ koelte in de zomer wordt geleverd. Voor de ontwikkeling van voorbeeldprojecten kunnen particuliere initiatieven een aanjagende rol spelen. Deze partijen zijn al intrinsiek gemotiveerd. Met stimulerende maatregelen zoals ondersteuning in proces en kennis kunnen het Energieloket of Coöperatie Bommelerwaar deze strategie mede helpen aanjagen. Een goede aanjager is het ook als de gemeente zélf een pilotproject zou starten (bijvoorbeeld met een lokaal energiebedrijf) waarbij zij kijkt wat de mogelijkheden zijn om de eventueel onrendabele top te financieren. In tabel op de volgende pagina zijn de kernen/wijken waar kansen worden gezien voor collectieve oplossingen en de daarbij toepasbare technieken op een rij gezet (zie ook Bijlage 11 >). 13
Onder Verspreide huizen westzijde vallen ook de nieuwbouwplannen Buitenstad en Spellewaard West. Zie ook Bijlage 11 >. Omdat voor Spellewaard West andere kansen worden gezien dan voor het overige deel van het gebied is Spellewaard West in dit overzicht en in de navolgende tabel afzonderlijk benoemd.
14
WKO is warmte- en koudeopslag: ’s winters ondergronds koude opslaan om in de zomer te gebruiken en ’s zomers ondergronds warmte opslaan om in de winter te gebruiken.
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Aantal huizen
Label
Gem. bouwjaar
Uitkomst PBL tool
Dataset Gemeente Eerste alternatief
Dataset Gemeente Tweede alternatief
Kans op collectieve oplossing
TEO
TEA
WKO
Geothermie
Zonnethermie
Zaltbommel Spellewaard
1.443
B
1988
Warmtenet LT
Warmtenet LT
hybride
redelijk
++
+
+
-
-
Zaltbommel De Waluwe
900
A
2004
Individueel
Warmtenet LT
individueel
goed
+++
+++
+++
-
-
Verspreide huizen Westzijde (Waaronder Buitenstad)
55
B
1991
Groen gas
Warmtenet LT
individueel
goed
+++
+
+++
-
-
Spellewaard West
-
-
-
-
Warmtenet LT
individueel
goed
+
-
++
-
-
Brakel
960
C
1968
Groen gas
Geothermie
hybride
redelijk
-
-
-
++
Zuilichem
470
C
1971
Groen gas
Geothermie
hybride
redelijk
-
-
-
++
-
Verspreide huizen in de polder Aalst
220
C
1982
Groen gas
Warmtenet LT
individueel
klein
+
+
-
-
-
Bruchem
507
C
1975
Groen gas
Zonnethermie
hybride
klein
-
-
-
-
+
Gameren
804
C
1974
Groen gas
Zonnethermie
hybride
klein
-
-
-
-
+
Wijk 00 Zaltbommel
Wijk 01 Brakel
Wijk 02 Kerkwijk
Matrix toepasbare technieken per wijk (anders dan individuele oplossingen). Gegevens geothermie o.b.v. input ENGIE.
23
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Mogelijk vormt waterstof op termijn een oplossing voor de verwarming van de monumentale binnenstad van Zaltbommel. In z’n algemeenheid kan worden gesteld dat op dit moment nog niet valt te zeggen of waterstof überhaupt beschikbaar komt om woningen mee te verwarmen. Dit vanwege de grote vraag vanuit de industrie naar een vervanging voor aardgas. Om deze reden worden ook de kosten vooralsnog als blijvend hoog beoordeeld. Dit is tevens de uitkomst van de Energiekring Waterstof die een beknopt onderzoek naar de haalbaarheid van waterstoftoepassing in met name Zaltbommel Binnenstad heeft uitgevoerd. Voor de volledigheid wordt hier ook opgemerkt dat naast waterstof, ook de beschikbaarheid van kernenergie en groen gas als warmteoplossing voor de gebouwde omgeving vóór 2030 niet reëel wordt geacht. De technologische ontwikkelingen worden vanzelfsprekend wel gevolgd. Opgemerkt dient te worden dat voor geothermie de aanwezigheid van een grootverbruiker een noodzakelijke voorwaarde is. In Zaltbommel is dat de glastuinbouw. Geothermie is waarschijnlijk niet rendabel als warmteoplossing voor alleen woningen. Tegelijkertijd is het ook zo dat waar er in Zaltbommel geothermie voor de glastuinbouw wordt overwogen, er direct meekoppelkansen voor nabij liggende wijken ontstaan. Dit wordt meegenomen in de haalbaarheidsstudies voor geothermie.
Buiten geothermie zijn er in de toekomst wellicht ook andere mogelijkheden voor uitwisseling van warmte tussen glastuinbouw en woningen.
Volgens Engie kunnen er bij een succesvolle haalbaarheidsfase (ruim) vóór 2030 al warmtenetten (gebaseerd op geothermie) worden gerealiseerd in Brakel en/of Zuilichem. Voor de overige kernen/wijken is het nu nog niet mogelijk een beeld te geven van de fasering van de aardgasreductie. Onderstaande grafiek geeft een beeld van mogelijke doelstellingen per 2030, 2040 en 2050. 100%
Nog te gaan Nieuwbouw/renovatie Geothermie/waterstof/groengas
80%
Kleine warmtenetten Warmtepompen Hybride WP
60%
Isolatie en besparen
Grafiek 0
40%
20%
0% Nu
2030
2040
2050
Mogelijke fasering van aardgasreductie Zaltbommel in procenten
24
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
5.3
Draagvlakanalyse
Zeker zo belangrijk als kijken naar wat technisch haalbaar is, is kijken naar wat in sociaal-maatschappelijk opzicht kansrijk is. Het lastige is dat de technische kansen zich maar matig lijken te verhouden met de draagvlakkansen (bron: slimmewijkentool). Terwijl natuurlijk moet worden gezocht naar scenario’s die elkaar versterken. Alleen in Gameren lijkt er enige synergie te zijn. Hier is de combinatie van warmtenet- en draagvlakkansen het gunstigst. Per kern/ wijk (indeling volgens CBS) zijn hieronder de verwachte adoptiegraden in kaart gebracht.
Verwachte adoptiegraad Brakel e.o. bron: slimmewijkentool.
Verwachte adoptiegraad Zaltbommel e.o. bron: slimmewijkentool.
Verwachte adoptiegraad Kerkwijk e.o. bron: slimmewijkentool.
25
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
Zoals al werd beschreven in hoofdstuk 3 > is de verwachte adoptatiegraad in Zaltbommel niet heel hoog te noemen. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat er een actieve coöperatie en Energiekring(en) functioneren. Het is van belang goed te monitoren welke initiatieven er mogelijk uit deze inwonerscollectieven voortkomen. Indien dat gebeurt, dan zullen dat vaak buurt- of wijkgebonden initiatieven zijn, meestal in de vorm van planvorming voor een warmtenet. Het is voor de gemeente zaak dergelijke initiatieven zo goed mogelijk te ondersteunen. Het zou kunnen dat een sterk bewonersinitiatief de in de vorige paragraaf voorgestelde aanpak beïnvloedt. Daar zal de gemeente voor open staan. Ook dát is flexibel met kansen omgaan.
Verwachte adoptiegraad Nederhemert e.o. bron: slimmewijkentool.
26
Ver van mijn bed, dichtbij huis • Transitievisie Warmte
6 Hoe willen we dit aanpakken? In hoofdstuk 5 > zijn de oplossingsscenario’s geschetst. Ook is aangegeven dat de adoptiegraad over het algemeen laag is, maar dat er inwoners of groepen (zoals de Coöperatie Bommelerwaar of de Energiekring Warmte) zijn waaruit inwonersinitiatieven naar voren kunnen komen. In de aanpak wordt ervan uitgegaan dat de gemeente de regie heeft en houdt bij de verdere uitwerking. Waar initiatieven van bewoners komen gaat de gemeente dit volop faciliteren. Om de warmtetransitie verder uit te werken wordt een programma ‘Warmtetransitie’ ingesteld, dat valt onder het duurzame energiedeel van het programma Duurzaamheid (zie Bijlage 1 >). Het doel van het programma Warmtetransitie is om CO₂ te reduceren in de gebouwde omgeving en uiteindelijk met een wijkgerichte aanpak de gebouwen niet meer met aardgas te verwarmen. In dit programma zijn initiatieven (projecten en activiteiten die bijdragen aan dit doel) ondergebracht in lijnen. Deze lijnen kunnen variëren, net wat er op een bepaald moment nodig is. Op dit moment worden de volgende lijnen onderscheiden.
6.1 Lijn draagvlak en mindset voor voorbereiding Of de transitie goed verloopt hangt veel af van de (sociale) kenmerken van de kern/ wijk en van haar bewoners, de bestaande relatie tussen de bewoners, de gemeente en andere belanghebbenden zoals bijvoorbeeld de woningbouwcorporatie(s), en de beoogde maatregelen. Tevens is de samenwerking met eventuele bewonersinitiatieven in de kern/wijk belangrijk. Een deel van de transitie gaat over een andere mindset. We moeten met ons allen minder CO₂ uitstoten; iedereen heeft hierin een rol. Ons doel in deze lijn is dat de houding en het gedrag van inwoners in lijn is met de warmtetransitie; dit wil zeggen dat zij actief bijdragen aan de aardgasreductie.