CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Procesnota omgevingsvisie Bommelerwaard (zienswijzen en ambtshalve aanpassingen) OPENBARE VERSIE

Raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen omgevingsvisie Bommelerwaard22.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wij gaan wel uit van een tijdelijke situatie of een situatie waarbij elders en (overtollige) woning wordt gesaneerd. Wij vullen de tekst op p. 48 van de omgevingsvisie hierop aan. Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. Voor kennisgeving aangenomen. 2. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 4 en zienswijze 9 bij punt 6. 3. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 6. 4. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 7. 5. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 8. 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 9. 7. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 10. 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 11. 9. Masterplan Maas gaat over het grondgebied van de gemeente Maasdriel. In het masterplan zijn ambities weergegeven die richtinggevend zijn en nadere uitwerking behoeven. Bij de nadere uitwerking zal ook afstemming plaatsvinden met betrokken partijen, waaronder Rijkswaterstaat. Het is ons bekend dat deze sectoren het zwaar hebben gehad vanwege de lockdowns. Wij vinden het dan ook van belang dat zij de kans krijgen om te kunnen herstellen daarvan. 10. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 12. 11.

Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 13. 12. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 14. 13. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 3. 14. (Extensief) recreatief medegebruik van natuurgebieden is mogelijk als

9

n.v.t.

n.v.t.

De tekst in kernopgave 4 op p. 48 wordt aangevuld: ‘In de gemeente Zaltbommel is in de basis bij elk agrarisch bedrijf één bedrijfswoning toegestaan. In bijzondere situaties kan een tweede bedrijfswoning noodzakelijk zijn voor de bedrijfsvoering. Bijvoorbeeld bij een aanzienlijke schaalvergroting van een grondgebonden agrarisch bedrijf of bij het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een biologische bedrijfsvoering of een lokaal grondgebonden bedrijfsvoering. Om deze transitie naar een meer kringloopgerichte landbouw te faciliteren en hierbij sprake is van een aanzienlijk arbeidsintensievere bedrijfsvoering, is een tweede bedrijfswoning mogelijk. De initiatiefnemer dient de noodzaak wel aan te tonen. Het uitgangspunt is een tijdelijke situatie of een situatie waarbij op een andere locatie een (overtollige) bedrijfswoning wordt gesloopt’.

Zie zienswijzen 9 en 20.

7. 8. 9.

10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 16

271927

02-02-2022 (aanvulling 10-03-2022)

1. 2.

3. 4. 5.

6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.

langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek. Indiener verzoekt de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden te herzien, omdat dit in de praktijk niet gebeurt; Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; Masterplan Maas richt zich op watertoerisme. Buitendijks is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag en niet de gemeente. Voor welke activiteiten wordt toestemming van Rijkswaterstaat verwacht. Vergeet niet dat de horeca en de recreatie- en cultuursector te lijden gehad heeft onder de lockdowns. Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd.

Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; Indiener wijst op de op p.38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; Verstoring van natuur (door recreatie en toerisme) in natuurgebieden lijkt voor de ambities geen probleem. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof; Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht.

Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel; Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten; Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking. Indiener verzoekt gemeente om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie; Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek.

Indiener verzoekt de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden te herzien, omdat dit in de praktijk niet gebeurt; Ten onrechte wordt op p. 28 de indruk gewekt dat de uiterwaarden veel en jaarlijks overstromen. Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; Indiener verzoekt gemeente om de actuele kaart van het Gelders Natuur Netwerk met duiding voor Natura 2000 gebieden en Gelders Natuur Netwerk op te nemen in de omgevingsvisie; Indiener wijst op de op p.38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof; Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard

15. 16. 17. 18. 19.

dat niet leidt tot een te grote verstoring of druk op deze gebieden. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 4. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 18. Voor kennisgeving aangenomen. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 7.

Conclusie de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

Voor kennisgeving aangenomen. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 4 en zienswijze 9 bij punt 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 7. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 9. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 10. Op p. 28 (‘Bommelerwaard: Eiland tussen Maas & Waal’) passen wij de 2de zin in de 4de alinea als volgt aan: ‘Regelmatig ondergelopen uiterwaarden met de stromende rivier als statig overheersende achtergrond’ (het woord ‘frequent’ vervangen wij door ‘regelmatig’). Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 13. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 14. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 8. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 3. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 4. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 6. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 7. Het is naar onze mening te vroeg om een afdoende beeld te hebben van de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor de lange termijn zoals gevolgen voor de landbouw(productie). Wij vinden het geen aanleiding om de omgevingsvisie hierop aan te passen.

Daarbij merken wij op dat het belang van (voldoende) landbouwgrond voor de voedselproductie op verschillende plekken in de omgevingsvisie wordt benadrukt, zoals in kernopgave 3 (p. 43) en kernopgave 4 (p. 47).

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.

10

In hoofdstuk 7 passen wij op p. 28 (‘Bommelerwaard: Eiland tussen Maas & Waal’) de 2de zin in de 4de alinea als volgt aan: ‘Regelmatig ondergelopen uiterwaarden met de stromende rivier als statig overheersende achtergrond’ (het woord ‘frequent’ vervangen wij door ‘regelmatig’). Zie verder zienswijzen 9 en 20.

17

271942

02-02-2022

18

272012

02-02-2022 (ingekomen 03-02-2022) (aanvulling 08-03-2022, ingekomen 09-03-2022)

19

272016/244700

01-02-2022 (ingekomen 03-02-2022) (aanvulling 09-03-2022, ingekomen 09-03-2022; aanvulling 09-03-2022, ingekomen 11-03-2022)

voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; 14. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel; 15. Indiener vraagt de gemeente om, gezien de oorlog in Oekraïne, in te zetten op het behoud van landbouwgrond en zet in op natuur in bestaande natuurgebieden. Als schaarste in brandstoffen en kunstmest ontstaat, volgt een natuurlijke extensivering van de grondgebonden landbouw. Dan is meer grond voor voedsel nodig. 1. Indiener wijst op dat het opgenomen bedrijfsterrein-vlak voor de steenfabriek De Rijswaard niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. 2. Indiener verzoekt een deel van Arkenswaard (Nederhemert) niet op te nemen als gebied waar windenergie mogelijk zou zijn.

1.

Indiener geeft aan dat ten onrechte een vrij negatief beeld wordt geschetst over veehouderijen en in het bijzonder intensieve veehouderij, het beoogde beleid gaat fors ten koste van de schaarse beschikbare ruimte aan landbouwgrond. 2. Indiener wijst op de op p. 38 gemaakte opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie. Aanvulling 3. Indiener vraagt gemeente om beleid bij te stellen aan de nieuwe realiteit (de oorlog in Oekraïne) door de omgevingsvisie hiermee te herijken. 4. Indiener stelt vraagtekens bij de claim dat de biodiversiteit achteruit gaat, gelet op de toename in het areaal natuur. 5. Indiener stelt vraagtekens bij de noodzakelijkheid om tot grondgebondenheid te komen ten einde de nitraatnormen van de KRW te behalen. Daarbij verwijst indiener naar voorgestelde maatregelen uit het regeerakkoord en het onlangs gepresenteerde 7e actieprogramma nitraat. 6. Indiener geeft aan dat vervanging van kunstmest door organische mest een grote bijdrage kan leveren in de oplossing van het stikstofprobleem. 1. Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten. 2. Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond.

Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); 3. Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; 4. Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking. 5. Indiener vraagt aandacht voor de ontwikkeling van landelijk en Europees mestbeleid qua taakverdeling tussen rundveehouderij, varkenshouderij en pluimveehouderij, gelet op wijzigingen in het beleid waardoor de omgevingsvisie mogelijk niet meer actueel is. 6. Gelet op de alinea op p. 40 dat landbouw een van de functies is, wenst indiener erkenning van behoud van gebruik van landbouwgrond. En dat andere functies in overleg met de grondgebruiker tot stand komen met een redelijke tegemoetkoming. 7. Indiener vraagt tevens de gemeenten een speculatiebeding toe te passen op verworven landbouwgrond om te voorkomen dat er een warmere bestemming dan beoogd volgt of er delfstoffen worden gewonnen. 8. Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie. 9. Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen.

Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks’ land’ ten onrechte op de laagste plek. 10. Indiener geeft aan dat de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden in de praktijk niet gebeurt; 11. Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint

1. 2.

Het bedrijfsterrein van de steenfabriek De Rijswaard in Aalst brengen wij in overeenstemming met het bestemmingsvlak van het geldende bestemmingsplan. In de bijlage van de omgevingsvisie is de energiekansenkaart windenergie opgenomen. De kaart is afkomstig uit het op 18 maart 2021 vastgestelde zon- en windbeleid. In de omgevingsvisie verwijzen wij naar dat beleid en maken wij niet nogmaals een afweging in gebieden die wel of niet kansrijk zijn voor windenergie.

Conclusie de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. Zie beantwoording zienswijze 7, punt 1 en beantwoording zienswijze 9 punt 6. 2. Zie beantwoording zienswijze 9 onder punt 3. 3. Zie beantwoording zienswijze 16 onder punt 15. 4. Wij hebben geen twijfels bij de achteruitgang van de biodiversiteit. Voor wat betreft de verbetering van de biodiversiteit is ons doel dat juist ook buiten natuurgebieden de biodiversiteit wordt verbeterd. Wij zien ook juist kansen voor een omslag naar een meer natuurinclusieve landbouw. Dat is in lijn met landelijk en provinciaal beleid. Wij zijn hierin niet strenger dan dat beleid. 5. Het kabinetsbeleid kunnen we via de omgevingsvisie niet beïnvloeden. Wij volgen hierin de landelijke besluiten. 6. Voor kennisgeving aangenomen. Ten aanzien van de aanpak stikstof volgen wij landelijke regelgeving. Conclusie de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. Voor kennisgeving aangenomen. 2. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 4. 3. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 6. 4. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 7. 5. Wij volgen vanzelfsprekend de beleidsontwikkelingen op rijks- en provinciaal niveau. Mocht nieuw beleid aanleiding geven voor herijking van de omgevingsvisie dan zullen we dit oppakken.

Conform de beleidscyclus van de Omgevingswet zullen we de omgevingsvisie herijken waar er daartoe aanleiding is. 6. Zie beantwoording zienswijze 9 onder 6. Aanvullend daarop zijn we ons ervan bewust dat bijdragen aan maatschappelijke doelen terugverdient moeten worden en dat verdienmodellen daarvoor van belang zijn. 7. In de Bommelerwaard worden landbouwgronden bijna altijd verworven met het doel de bouw van woningen of bedrijventerreinen. Bij de onderhandelingen met betreffende eigenaren ligt de beoogde (toekomstige) situatie op tafel en vormt daarmee een onderdeel voor prijsvorming. Van een doorverkoop van gronden door de gemeente is vrijwel nooit sprake. De situatie in de Bommelerwaard maakt een anti-speculatiebeding zodoende niet noodzakelijk. Van delfstoffenwinning in agrarische grond is in de Bommelerwaard verder geen sprake. 8. Zie beantwoording zienswijze 20 onder 8. 9. Zie beantwoording zienswijze 20 onder 9. 10. Zie beantwoording zienswijze 20 onder 10. 11. Zie beantwoording zienswijze 20 onder 11. 12. Zie beantwoording zienswijze 15 onder 9. 13. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 12 14. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 13. 15. Zie beantwoording zienswijze 20 onder punt 14. 16. De kaart op p. 122 hebben we overgenomen uit de landelijke atlas voor de leefomgeving, zoals in de bronvermelding is aangegeven.

We zien niet in waarom deze niet correct zou zijn. 17. Zie beantwoording zienswijze 9 onder 3. 18. Zie beantwoording zienswijze 9 onder 4. 19. Zie beantwoording zienswijze 20 onder 18. 20. In bijlage 2 worden de kernkwaliteiten beschreven. Bij “open kommen” staat onder bestaande waarden “vochtige

11

Op de visiekaart en de waardenkaart passen we het bedrijfsterrein De Rijswaard zo aan dat het aansluit bij het geldende bestemmingsplan. Zie verder in figuur IV onder de tabel.

Zie zienswijze 9.

 

Zie zienswijzen 9 en 20. Bij de procesnota wordt in bijlage I een lijst opgenomen van de partijen die zijn benaderd tijdens het communicatieparticipatietraject. Bij de procesnota wordt in bijlage II een lijst opgenomen van de partijen die zijn geïnformeerd bij de ter inzage legging van de ontwerp-omgevingsvisie voor het wettelijk vooroverleg.

het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; 12. Masterplan Maas richt zich op watertoerisme. Buitendijks is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag en niet de gemeente. Voor welke activiteiten wordt toestemming van Rijkswaterstaat verwacht? Vergeet niet dat de horeca en de recreatie- en cultuursector te lijden gehad heeft onder de lockdowns. 13. Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd. 14. Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; 15. Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; 16. Indiener geeft aan dat de gebieden Hurwenen, Alem en het gebied bij de Afgedamde Maas ten onrechte een natuur historie wordt toegewezen op de kaart archeologische landschappen en dat het echter hooggelegen gebieden waren. 17. Indiener wijst op de op p. 38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; 18. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof. 19.

Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); 20. Indiener vindt het geen goed idee om de grauwe gans of andere gravende dieren verder te stimuleren op landbouwgrond. 21. Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; 22. Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; 23. Indiener verzoekt om grondbeleid te voeren dat grondgebondenheid stimuleert. Alle woningen buiten de kernen moeten aangemerkt worden als ‘plattelandswoning’. 24. Bij het aantrekken van grote bedrijven op industrieterreinen moet voortaan ook gekeken worden naar of zon op dak of groen op dak en de impact die nieuwe arbeidsmigranten die het bedrijf aantrekt op de regio en de schaarse grond heeft. 25. Indiener stelt een koppeling voor tussen de ruimtebehoefte voor bedrijven, de behoefte aan hernieuwbare energie, de netwerkproblematiek en de VAB. Als energie-intensieve MKB-bedrijven kunnen vestigen in VAB, kunnen zij voor hun energie (elektriciteit en groen gas) door omliggende boeren bediend worden, is een win-win-win situatie. 26.

De landbouwsector biedt grote mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit, waarbij zonnevelden op landbouwgrond niet nodig is. 27. Indiener verzoekt snelfietsroutes alleen langs hoofdinfrastructuur te realiseren gelet op de verkeersveiligheid. 28. Het belang van het behoud van de veerpont ontbreekt. 29. Wandelommetjes moeten in overleg met grondeigenaren tot stand komen. 30. Indiener vraagt aandacht voor belangen van grondeigenaren en toegankelijkheid voor hulpdiensten bij het autoluw maken van dijken. 31. De gemeente kan anticiperen op bestaande en nieuwe bedrijven die zich met gevaarlijke stoffen bezig houden. 32. Indiener verzoekt de gemeente vinger aan de pols te houden over de toepassing van vervuilde grond in KRW en hoogwaterprojecten. 33. Indiener verzoekt terughoudend te zijn bij het stellen aan voorwaarden voor onderzoek naar explosieven, omdat deze voornamelijk een arbobelang dienen bij projecten waar gebiedsvreemde partijen werken en dienen de veiligheid van zelfstandige boeren/ ondernemers in de praktijk niet. 34. Indiener verzoekt de gemeente zich niet te laten beheersen door modellen voor stikstof, maar te kijken naar de feitelijke waarneming, of door de Omgevingsdienst metingen naar stikstof uit te laten voeren. 35.

Indiener verzoekt niet door te slaan met regelgeving over strenge eisen voor noodvoorzieningen bij evenementen, maar rekening te houden met duur, seizoen en mogelijke voorwaarden voor het af lassen of verzetten bij bepaalde weersomstandigheden. 36. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel. 37. Indiener verzoekt om de integriteit van de omgevingsvisie te waarborgen door een lijst van nevenactiviteiten op te stellen voor personen die iets in willen brengen over de eigendommen van anderen via de omgevingsvisie; 38. Indiener ziet graag een lijst met maatschappelijke organisaties en alle bestuursorganen die betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie toegevoegd worden. Aanvulling I

21. 22. 23.

24.

25.

26.

27.

28.

29. 30.

omstandigheden maken het aantrekkelijk voor weidevogels en ganzen”. Dat wij dit als waarde benoemen betekent niet dat wij dit verder stimuleren. In grote delen van het buitengebied, waaronder de open kommen, heeft de landbouw het primaat of is nadrukkelijk aanwezig als een van de functies. Het aanwijzen van landbouwgronden voor weidevogels of ganzenfoerageergebied gebeurt door hogere overheden. Wij hebben niet de intentie om bij hogere overheden aan te geven deze gebieden te vergroten. Voor kennisgeving aangenomen. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 6. Wij zien geen reden tot het voeren van een actief grondbeleid om de grondgebondenheid te stimuleren. Wij zien dit als een verantwoordelijkheid van de sector zelf. Wij zien niet in waarom alle woningen buiten de kernen aangemerkt moeten worden als plattelandswoning. Die kwalificatie heeft alleen meerwaarde als (voormalige) bedrijfswoningen, gelegen bij agrarische bedrijven die nog in werking zijn, niet meer als zodanig in gebruik zijn. Nieuwe ontwikkelingen die niet passen in het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) worden getoetst aan de omgevingsvisie, zoals te lezen is in hoofdstuk 4. Nieuwe initiatieven moeten niet alleen de bestaande waarden versterken, ook moeten ze aansluiten bij een of meer kernopgaven. Wij zijn een groot voorstander voor ‘zon op dak’ of ‘groen op dak’.

In de visie staat dat we streven naar duurzame bedrijventerreinen (onder meer in hoofdstuk 9 en de actielijst bij kernopgave 5) wordt dit benoemd. In kernopgave 4 (p. 48) staat ‘Bedrijven maken zoveel mogelijk gebruik van lokale arbeidskrachten’. Dat heeft betrekking op zowel agrarische als nietagrarische bedrijven. De huidige tekst sluit niet-agrarische bedrijven niet uit. Onder kernopgave 9 hebben we aangegeven dat we regionaal willen samenwerken om de problematiek van het huisvesten van internationale werknemers gezamenlijk op te pakken. In kernopgave 5 geven we aan dat ons uitgangspunt is dat ruimte voor meer bovenlokale bedrijvigheid langs de A2 niet ten koste mag gaan van ruimte in dit gebied voor lokale ondernemers. Deze aspecten zullen nadrukkelijk meegenomen worden in de toetsing van nieuwe initiatieven, voor zover de jurisprudentie daar de ruimte voor biedt. Het functieveranderingsbeleid (VAB-beleid) is een ruimtelijke regeling. Het VAB-beleid biedt ruimte voor omschakeling van agrarische bedrijven naar niet-agrarische bedrijven. Het gaat hier wel om bedrijven die in de basis thuishoren in het buitengebied. Ook biedt het VAB-beleid de mogelijkheid voor een veldopstelling van zonnepanelen op de plek waar agrarische bebouwing is gesloopt (dus binnen het voormalige bouwvlak).

In de basis zijn wij positief als koppeling voor wat betreft energie-uitwisseling tussen de agrarische sector en niet-agrarische sector. Dat moet echter niet leiden tot het vestigen van energie-intensieve bedrijven in het buitengebied. Wij zijn het eens met de indiener dat zoveel mogelijk landbouwgrond beschikbaar moet blijven voor de voedselproductie. In de gemeente Zaltbommel worden zonnevelden in principe niet op landbouwgrond geplaatst. In de gemeente Maasdriel wil dat slechts zeer beperkt toestaan, ook om zoveel mogelijk landbouwgrond beschikbaar te houden voor de voedselproductie en gezien de overige ruimtelijke claims op landbouwgrond. Dit verwoorden wij in de visie op p. 43. Snelfietsroutes worden in regionale samenwerking aangelegd. Bij het bepalen van de routes is verkeersveiligheid een belangrijk onderdeel van de afweging. De paden voor snelfietsroutes worden zo min mogelijk gecombineerd met andere vervoerstypen. Bij knooppunten en, in sommige gevallen, op beperkte delen van de routes komen verschillende vervoersmiddelen elkaar tegen. Hier dragen een heldere weginrichting en voorrangssituatie bij aan de verkeersveiligheid. De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Het belang van het behoud van de veerpont(en) onderschrijven wij. In regionaal verband zetten wij in op het behoud van de veerpont(en).

Wij vinden het echter niet noodzakelijk dit specifiek in deze visie op hoofdlijnen te benoemen. Wij onderschrijven deze stelling. Wandelommetjes kunnen nooit zonder overleg en redelijke afspraken met de grondeigenaren tot stand gebracht worden. Het autoluw maken van de dijken is geen beleidsuitgangspunt van ons. Wel is de verkeersveiligheid op de dijken een aandachtspunt, zoals te lezen is op p 56. We werken hieraan door middel van het fietsbeleid van de beide gemeenten en (in Zaltbommel) een afwaardering van de snelheid van 80 km/u naar 60 km/u met de

12

39. Indiener vraagt gemeente om beleid bij te stellen aan de nieuwe realiteit (de oorlog in Oekraïne) door de omgevingsvisie hiermee te herijken. Aanvulling II 40. Indiener benadrukt zijn eerder bekend gemaakte standpunt over de Gelderse Maatregelen Stikstof.

20

272018

02-02-2022 (ingekomen 03-02-2022)

1. 2. 3. 4.

5. 6. 7. 8. 9.

10. 11. 12. 13.

Indiener complimenteert gemeente met zorgvuldigheid waarmee de situatie in de sector is onderzocht voordat beleid is gevormd. Met de visie toont de gemeente het wederzijdse belang in te zien. Wel zijn er aandachtspunten; Indiener verzoekt gemeente om de indicatie “natte land” van de percelen in het tussengebied van de Waalbandijk(en) binnendijks in Gameren te verwijderen; Indiener verzoekt gemeente om de indicatie “natte land” van de percelen die aan het huiskavel grenzen in Bern en het zogenaamde eiland van Nederhemert te verwijderen; Indiener vraagt om geen ruimtelijke begrenzing te verbinden aan het areaal beschikbare landbouwgrond. Die zijn nodig om te kunnen blijven spreken van grondgebonden landbouw (beschikbaarheid is nodig op basis van eisen Meststoffenwet); Bioboeren werken vaak onder de kostprijs. Er is nauwelijks afzet die een kostendekkende melkprijs vergoedt; Indiener vraagt erkenning van de bestaande landschapskwaliteiten, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten die in voorgaande visies van groot belang waren; Indiener waarschuwt voor meer stikstofgevoelige natuur buiten de bestaande Natura 2000 gebieden. Dat gaat leiden tot een externe werking.

Het verzoek aan de gemeente is om de kaart met Natura 2000 gebieden en de overige in de verordening vastgestelde natuur vast te leggen als bijlage van de omgevingsvisie; Ten onrechte wordt vermeld dat honderden ha aan uiterwaard in GNN liggen. Als behoefte aan betere biodiversiteit is, richt dan op de percelen in provinciaal eigendom en die van terrein beherende organisaties. Ook is in uiterwaard sprake van akkerbouw en fruitteelt (en niet alleen grasland, dat op p. 120 als enige agrarisch gebruik wordt genoemd). De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas, Alem en Bergsche Maas zijn overwegend niet als natuur in gebruik. Op p. 92 (hoofdstuk 9) staat ‘agrarisch gebruik’ bij ‘buitendijks land’ ten onrechte op de laagste plek. Indiener verzoekt de op p.120 gemelde twee jaarlijkse overstroming van de Maasuiterwaarden te herzien, omdat dit in de praktijk niet gebeurt; Indiener verzoekt gemeente om de rol van uiterwaarden voor de regenwater/klimaatopgaven te herzien. In de ogen van de indiener begint het met het vasthouden van water in en nabij de wijk; Het mag niet zo zijn dat bestaande natuurwaarden vernietigd worden doordat met een wijziging van strategie naar niet aanwezige waarden een beter subsidiedoel wordt nagestreefd. Indiener verzoekt de gemeente om de agrarische functie van landbouwgrond buitendijks de hoofdfunctie te laten blijven en andere

bijbehorende weginrichtingsmaatregelen. Bij daadwerkelijke plannen voor herinrichting maken toegankelijkheid en bereikbaarheid voor grondeigenaren en hulpdiensten nadrukkelijk deel uit van de afwegingen. 31. Vanzelfsprekend moeten bestaande en nieuwe bedrijven voldoen aan de regelgeving op het gebied van veiligheid. 32. Deze aanbeveling nemen wij ter harte. 33. Wij willen onveilige en ongezonde situaties voorkomen en zetten ons in voor de bescherming van personen (p. 82). Tegelijkertijd willen we burgers en ondernemers niet onnodig op kosten jagen. 34. Het stikstofbeleid is primair een verantwoordelijkheid van het rijk en de provincie. De gemeenten zijn hierin volgend. 35. Wij willen onveilige en ongezonde situaties voorkomen en zetten ons in voor de bescherming van personen (p 82). Tegelijkertijd willen we burgers en ondernemers niet onnodig op kosten jagen. Per evenement beogen we een redelijke en zorgvuldige afweging te maken ten aanzien van de te nemen maatregelen. 36. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 7 37. Indiener lijkt hier vraagtekens te plaatsen bij de integriteit van (onder meer) medewerkers die betrokken zijn bij de omgevingsvisie. Wij herkennen ons hier in geen enkel opzicht in en distantiëren ons met klem daarvan. 38.

Wij voegen bij deze procesnota een overzicht toe met alle partijen die wij hebben benaderd tijdens het communicatie- en participatietraject voor de omgevingsvisie. Ook voegen wij bij deze procesnota een overzicht toe van partijen (overlegpartners) die wij hebben geïnformeerd op het moment dat wij de ontwerpomgevingsvisie ter inzage legden (wettelijk vooroverleg). Aanvulling I 39. Zie beantwoording zienswijze 16 onder 15. Aanvulling II 40. Zie beantwoording zienswijze 9 onder 3. Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. Voor kennisgeving aangenomen. 2. Op de visiekaart maakt het door indiener genoemde gebied deel uit van ‘droge land’. Daarnaast is een aanduiding ‘het natte land’ (stippels) opgenomen. De laatstgenoemde aanduiding wordt geschrapt. Het gaat immers om een binnendijks gelegen locatie. 3. We hebben als grens van de aanduiding voor ‘natte land’ op de visiekaart de primaire waterkering aangehouden. Dat hebben wij ook in het gebied rondom Bern en het Eiland Nederhemert gedaan. 4. De omgevingsvisie doet geen uitspraak over een begrenzing van het areaal beschikbare landbouwgrond. Aanvullend verwijzen wij naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 6. 5. Voor kennisgeving aangenomen. 6. Wij onderkennen de landschappelijke, geomorfologische en aardkundige kwaliteiten in onze gemeente.

De waarden en kwaliteiten die wij in de omgevingsvisie beschrijven zijn mede gebaseerd op bestaande beleidsstukken, zoals het Landschapsplan Bommelerwaard (2003), de Archeologische en Cultuurhistorische Inventarisatie van Zaltbommel (2011) en de structuurvisie Buitengebied van Zaltbommel (2012) en de structuurvisie Maasdriel (2011); 7. De gemeente heeft niet het voornemen om (andere overheden te verzoeken om) de bestaande Natura 2000 gebieden of het GNN uit te breiden dan wel de natuurdoelstellingen binnen deze gebieden ook daarbuiten van toepassing te verklaren. Zie verder ons antwoord bij punt 13. 8. Wij gaan in de visie terughoudend om met het opnemen van beleid en bijbehorend kaartmateriaal van andere overheden. De begrenzing van de Natura 2000 gebieden is geregeld in de Omgevingsverordening Gelderland. Wel zullen wij ter verduidelijking ste in de tekst van kernopgave 1 op p. 36 de 1 zin bij het kopje ‘waar willen we dat bereiken’ als volgt aanvullen: ‘Een deel van de Waal, evenals de Kil van Hurwenen en het gebied rond Slot Loevestein, Het Munnikenland en de Boezem van Brakel, is Natura 2000 gebied’. 9. Wij merken hier op (kernopgave 1, p. 36) dat grote delen van de Waal en Maas deel uitmaken van de GNN. Wij koppelen dit niet aan een omvang.

Voor wat betreft de verbetering van de biodiversiteit is ons doel, aangezien de biodiversiteit sterk onder druk staat, dat ook buiten natuurgebieden de biodiversiteit wordt verbeterd. Dat is in lijn met landelijk en provinciaal beleid. Wij zijn hierin niet strenger dan dat beleid. Overigens doet dat niets af aan het belang dat wij zien dat de (grondgebonden) landbouw voldoende ruimte moet blijven houden

13

In de tekst van kernopgave 1 wordt op p. 36 de 1ste zin bij het kopje ‘waar willen we dat bereiken’ als volgt aangevuld: ‘Een deel van de Waal, evenals de Kil van Hurwenen en het gebied rond Slot Loevestein, Het Munnikenland en de Boezem van Brakel, is Natura 2000 gebied’. In bijlage 2 ‘Bommelerwaarden per deelgebied’, passen wij op p. 120 (‘het buitendijks land’) bij kopje ‘bestaande waarden’ de tekst als volgt aan: ‘overwegend agrarisch (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt) langs de Waal’ en ‘overwegend agrarisch – onder voorwaarden (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt), natuur en toerisme, langs de Maas. In bijlage 2 ‘Bommelerwaarden per deelgebied’ passen wij de zin bij deelgebied ‘buitendijks land’ (p. 120) ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen één a tweemaal per jaar’ volgt aan ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen regelmatig’. Dat sluit aan bij de functie van de uiterwaarden. Het is het winterbed van de rivier. Als gevolg van klimaatverandering valt het te verwachten dat de uiterwaarden vaker overstromen (ook in de zomerperiode). In bijlage 2 ‘Bommelerwaarden per deelgebied’ nemen wij op p. 144 bij ‘kernkwaliteit: dijken’, onder kopje ‘bestaande waarde’ de volgende zin op: ‘dijken hebben dikwijls ook een agrarische functie (grasland)’. Zie verder zienswijze 9.

biodiversiteitsdoelen secundair hieraan te laten zijn; 14. Indiener verzoekt de gemeente om zich bij het voornemen om meer biodiversiteit, natuur inclusief en natuur te beogen zich te beperken tot het provinciaal beleid rond GNN en Groen Ontwikkelzone; 15. Verstoring van natuurdoelen lijkt voor gemeenten die recreatie en toerisme promoten geen probleem te zijn. 16. Indiener wijst op de op p. 38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie; 17. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie en grote ongekende uitgaven omtrent stikstof; 18. Indiener meldt dat bij de kernkwaliteiten van de dijken de agrarische functie ontbreekt (p.144); 19. Indiener wijst gemeente op een onderzoek van Louis Blok waaruit blijkt dat gangbare landbouw beter scoort op de doelen water- en biodiversiteit; 20. Indiener stelt dat de bestaande landbouwgebieden in de Bommelerwaard voor de productie van voedsel van nationaal belang zijn en bescherming behoeven in plaats van reduceren van de landbouwfunctie; 21. Indiener vindt dat er op basis van een brede omgevingsvisie af moet worden gezien van het voorkeursrecht. Dit is in de ogen van de indiener een onredelijke dwangmaatregel;

10.

11.

12. 13.

14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21.

21

272019

02-02-2022 (ingekomen 03-02-2022)

1.

2.

3.

4.

Indiener stelt voor dat de raad de omgevingsvisie pas vast stelt als burgers opnieuw gelegenheid hebben gekregen om te reageren op de ingebrachte zienswijzen en daarbij kennis hebben kunnen nemen van de standpunten van de fracties naar aanleiding van de zienswijzen. Indiener maakt zich zorgen over de verspreiding van desinformatie en onbetrouwbare informatie via sociale media platforms. Indiener geeft aan dat het van belang is om goede voorlichting te geven en te luisteren naar de wensen en problemen van burgers m.b.t. internet. Indiener stelt voor dat de gemeente een speciaal meldpunt instelt om een luisterend oor te bieden voor inwoners in plaats van alleen door te verwijzen naar andere instanties. Indiener geeft aan dat het lang duurt voordat de website van de omgevingsvisie was geladen. Indiener stelt voor dat de gemeente haar eigen website verder uitbouwt, werkt aan de continue verbetering van de kwaliteit van de informatie en de toegankelijkheid, en onderzoekt hierbij hoe zij democratische processen en besluitvorming binnen de gemeente nog beter kan faciliteren. Indiener stelt voor dat de gemeente geen gebruik meer maakt van facebook, maar nieuwe sociale platforms, met openheid en waarborgen voor respectvolle communicatie heeft, stimuleert en faciliteert.

om te kunnen ontwikkelen. Op p. 120 (‘het buitendijks land’) passen wij bij kopje ‘bestaande waarden’ de tekst als volgt aan: ‘overwegend agrarisch (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt) langs de Waal’ en ‘overwegend agrarisch – onder voorwaarden (grasland, maar ook akkerbouw en fruitteelt), natuur en toerisme, langs de Maas. De tekst waarop indiener doelt, beoogt te stellen dat de uiterwaarden overwegend in gebruik is voor de functies natuur, toerisme en landbouw. Er is geen onderscheid aangebracht welke van deze drie functies qua gebruiksfunctie overheerst. De opsomming van functies bij de toelichting van het gebied ‘buitendijks land’ op p. 92 in hoofdstuk 9 is geen rangorde. Bepaalde functies zijn niet op voorhand meer of minder belangrijk dan anderen. De zin bij deelgebied ‘buitendijks land’ (p. 120) ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen één a tweemaal per jaar’ passen wij als volgt aan ‘de uiterwaarden van de Maas zijn minder vergraven en overstromen regelmatig’. Dat sluit aan bij de functie van de uiterwaarden. Het is het winterbed van de rivier. Als gevolg van klimaatverandering valt het te verwachten dat de uiterwaarden vaker overstromen (ook in de zomerperiode). Het gaat hier om twee verschillende zaken.

Met het ‘vasthouden van water in en nabij de wijk’ lijkt waterberging binnendijks als gevolg van het toevoegen van verharding bedoeld te worden. Dan dient (hemel)water in beginsel te worden opgevangen (op de plek waar het valt), te worden geborgen en vertraagd te worden afgevoerd. Dat benadrukken wij in kernopgave 1, p. 36. De waterhuishoudkundige functie van de uiterwaarden ziet op de afvoer en berging van rivierwater (smelt- en regenwater). Voor beiden geldt dat we het water zo veel mogelijk willen vasthouden om wateroverlast te voorkomen. Indiener schetst hier een tamelijk theoretische situatie. Wij zijn het in een dergelijk geval eens met indiener. Wij zien het agrarische gebruik als een van de functies in het buitendijks gelegen land, maar willen het niet als de (hoofd)functie bestempelen. Dat heeft te maken dat de uiterwaarden ook nadrukkelijk een waterafvoer- en bergingsfunctie, een natuur- en een recreatiefunctie hebben. Als de agrarische functie als ‘hoofdfunctie’ bestempeld zou worden, kan dat afbreuk doen aan de belangen die de uiterwaarden hebben voor deze andere functies. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van punt 9. Wij vinden (extensief) recreatief medegebruik van natuurgebieden niet bezwaarlijk. Dergelijk gebruik dient niet tot een te grote verstoring of druk op deze gebieden te leiden.

Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 3. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 4. Wij nemen op p. 144 bij ‘kernkwaliteit: dijken’, onder kopje ‘bestaande waarde’ op: ‘dijken hebben dikwijls ook een agrarische functie (grasland)’. Voor kennisgeving aangenomen. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 6. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 7.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie. Op de eerste plaats complimenteren wij indiener voor de zeer originele en prachtig vorm gegeven zienswijze. 1. 2.

3. 4.

Zie beantwoording zienswijze 22 onder 10. Burgers zijn zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar juiste informatiebronnen en te controleren of de verstrekte informatie wordt gegeven door een bron die de bijbehorende deskundigheid bezit. Wij verwijzen u hiervoor door naar de checklist ‘is die informatie echt’ van de rijksoverheid. De gemeente heeft geen rol, verantwoordelijkheid of budget om alle wellicht foutieve informatie die burgers via sociale media te zien krijgen te factchecken of informatie hierover te verstrekken. Wij hebben als doel dat onze informatie zo toegankelijk en begrijpelijk mogelijk is en goed is ontsloten voor inwoners en bedrijven. Wij zijn van mening dat wij onze inwoners en ondernemers voorzien van informatie via verschillende bronnen om een zo groot mogelijk bereik te krijgen, waaronder ook social media zoals facebook. Daarnaast informeren wij via onze eigen website, het platform www.toekomstbommelerwaard.nl (specifiek voor de omgevingsvisie)

14

n.v.t.

5.

Indiener stelt voor dat de gemeente terughoudend is met cameratoezicht, waakzaam is voor ontwikkelingen waarbij burgers continu gevolgd worden en belang hecht aan zeer zorgvuldige omgang met privégegevens van burgers. 6. Indiener stelt voor dat de gemeente meehelpt met het faciliteren van de uitrol van een digitaal servicepunt over alle dorpskernen. 7. Indiener stelt voor dat de gemeente Zaltbommel haar visie verder gaat uitwerken met leidende principes, waaronder het stimuleren en belonen van duurzaam wonen en duurzame bedrijvigheid, het bevorderen van een gezonde leefstijl en het respectvol omgaan met elkaar en onze omgeving. 8. Indiener verzoekt geen hoogbouw te realiseren in Zaltbommel. Laagbouw is, gezien ook de behoefte aan kleine woningen, eveneens snel te realiseren. 9. Indiener verzoekt de gemeente de mogelijkheden voor (ondertunnelde) goedervervoer buiten Waardenburg en Zaltbommel om te onderzoeken. 10. Indiener geeft aan dat onduidelijk is welke plek er in de gemeente is voor glastuinbouw en intensieve veeteelt en verzoekt de gemeente concreet werk te maken van het faciliteren van tuinders en veehouders een kleinschaliger en milieu-, gezondheid-, en diervriendelijker perspectief te realiseren.

22

272105

01-02-2022

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

In de omgevingsvisie hoort ook een planologische visie, waarin veiligheid en duurzaam gezond leven voor de bevolking is gewaarborgd. Hierbij doelen we met name op de huidige situering van het chemische bedrijf in de hoogste gevarencategorie (BRZO+-bedrijven), namelijk Sachem Europese B.V., en het andere BRZO+-bedrijf: Mainfreight. Indiener geeft aan dat het nieuwe sport- en zwemcomplex en drie scholencomplexen tegen de A2 en binnen de invloedssfeer van Sachem Europe B.V. zijn gebouwd en verzoekt in de omgevingsvisie op te nemen dat bij uitbreidingsplannen van het bedrijf Sachem bij het bevoegd gezag wordt gekeken of deze plannen geen nadelige gevolgen hebben voor de veiligheid en gezondheid van inwoners van de Bommelerwaard. Qua planologische besluiten dienen nieuw te vestigen BRZO-bedrijven geweerd te worden uit de gemeente Zaltbommel. In de omgevingsvisie dient de gemeente Zaltbommel concrete voornemens op te nemen gericht op het uitvoeren van onafhankelijke metingen van emissies van schadelijke stoffen naar lucht, water en bodem, waar dit een potentieel risico kan vormen voor de veiligheid en gezondheid van mens en milieu. Indiener dringt erop aan nu al na te gaan in hoeverre de wettelijke normen worden overschreden, inclusief het effect door cumulatie op de gezondheid.

Zaltbommel hoort ook concreet beleid te formuleren in geval van overschrijding van de wettelijke normen, waarin wordt aangegeven welke consequenties overschrijding heeft. In de werkversie Omgevingsvisie van 6 mei 2021 stond op pg 72, punt 5: “We onderzoeken en treffen zinvolle maatregelen om de externe veiligheidsrisico’s in bepaalde bestaande situaties te reduceren. In samenwerking met de veiligheidsregio en omgevingsdienst draagt de gemeente zorg voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin veiligheidsrisico’s vroegtijdig worden onderkend en meegewogen. We stellen extra voorwaarden bij het toelaten van specifieke risicovolle activiteiten of de uitbreiding daarvan.” Indiener verzoekt deze tekst terug te plaatsen in de omgevingsvisie, in plaats van de vervangende tekst in de laatste versie op p 84, punt 6. Indiener verzoekt ook beleid te voeren op het sterk terugbrengen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw, tuinbouw en met name de bloementeelt.

Indiener stelt de volgende aanpassing voor van punt 7, p 84: “Zowel in de privé (te weten de land- en tuinbouwbedrijven alsmede de bloementeelt) als in de publieke ruimte maken we …” Indiener verzoekt de raad in kernopgave 13 actiepunten op te nemen waaruit blijkt dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt om giftige stoffen vanuit industrie en land- en tuinbouw en bloementeelt te monitoren door onafhankelijke metingen en waar nodig actief terug te dringen. Indiener verzoekt kernopgave 12 aan te vullen met betrekking tot veiligheid in relatie tot calamiteiten, waaronder beschikbare vluchtroutes in geval van een ramp, rampoefeningen, maar ook bouwtechnische aanpassingen van openbare ruimtes.

en via nieuwberichten in de lokale krant, zodat u zelf uw informatiebron kan kiezen. Wij zien het niet als onze rol, taak of verantwoordelijkheid om nieuwe sociale platforms te faciliteren. 5. Wanneer wij cameratoezicht vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk achten, zullen wij zoals gebruikelijk de digitale veiligheid en privacy van inwoners daarin meenemen. 6. Wij zijn ook positief over de komst van het Informatiepunt Digitale Overheid. Dat is een samenwerkingsverband tussen uitvoeringsinstanties van de (rijks)overheid en de bibliotheken. Als gemeenten zijn wij hier niet direct bij betrokken. Als er in de Bommelerwaard meer van dergelijke informatiepunten komen, zien wij dat als een positieve ontwikkeling. Een dergelijke opgave ligt echter niet bij de gemeenten. 7. De gemeenteraad van Zaltbommel heeft ervoor gekozen geen leidende principes op te nemen. De kernopgaven geven voldoende richting en sturing aan ons beleid. 8. Gelet op de grote woningopgave sluiten we hoogbouw in de stad Zaltbommel niet uit. Dat doen wij op een passende locatie, passend bij de schaal van de stad Zaltbommel de kernwaarden. Inzetten op alleen laagbouw gaat te veel ten koste van ruimte voor andere functies, zoals kostbare landbouwgronden. 9. Wij hebben begrip voor uw opmerking. Wij verwachten echter dat een dergelijke ingreep dusdanig grote kosten met zich meebrengen.

Dat wij niet verwachten dat dit haalbaar is. 10. Zie hiervoor onze beantwoording bij zienswijze 7 punt 2, bij zienswijze 8, punt 3 en bij zienswijze 11 punt 2. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. 1. De omgevingsvisie gaat niet over individuele gevallen. Voor wat betreft de vestiging van nieuwe BRZO-bedrijven merken wij op dat dit op het overgrote deel van de bedrijventerreinen in de gemeente niet is toegestaan. Slechts op een zeer beperkt aantal bedrijventerreinen is dat onder strikte voorwaarden eventueel mogelijk. Daarbij hanteert de gemeente een ‘nee tenzij’ benadering. Sprake moet zijn van een zwaarwegend belang en er moet voldaan worden aan strikte voorwaarden op het gebied van onder meer veiligheid en milieu. Zodoende is altijd sprake van een zorgvuldige, integrale afweging. 2. We zien niet in op basis van welke wettelijke eis deze verplichting er zou zijn. De gemeenten volgen hierin de landelijke (en provinciale) regels op het gebied van emissies van schadelijke stoffen. Wij zien geen noodzaak in het uitvoeren van de verzochte onafhankelijke metingen. 3. Wij hebben geen aanleiding om aan te nemen dat in algemene zin sprake is van overschrijding van wettelijke normen. Als wettelijke normen worden overschreden, kan de daartoe bevoegde overheid op treden tegen de overtreder.

Het formuleren van specifiek beleid hiervoor is in het kader van deze visie niet aan de orde. Wij merken overigens op dat wij in deze visie uitgaan van de standaardwaarden (de milieukwaliteitsnormen uit het Bkl) als uitgangspunt voor de na te streven milieukwaliteit. In de volgende versie van de visie bekijken wij of wij in bepaalde gebieden van deze waarden willen afwijken en strengere of soepelere waarden willen vaststellen. 4. We gaan nog beleid op het gebied van externe veiligheid opstellen, zodat wij hier in de omgevingsvisie niet op vooruit kunnen lopen. In de volgende versie van de omgevingsvisie wordt het nieuwe beleid verwerkt. 5. De toepassing en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt geregeld op nationaal niveau, via de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Wij gaan geen lokaal gemeentelijk beleid voeren in aanvulling hierop. 6. Kernopgave 13 betreft de bevordering van gezondheid en een gezonde leefstijl. Wij zien niet hoe de zienswijze daarin verwerkt zou moeten worden. Overigens volgen wij de rijksregels waar het gaat om giftige stoffen. We zien geen rol voor de gemeente om hierin een eigen monitoringsprogramma te ontwikkelen. 7. Deze punten betrekken we bij de uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan. 8. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 8, bij punt 2. 9.

Wij nemen uw suggestie ter overweging mee bij het opstellen van het hitteprotocol. 10. Wij zijn van mening dat de omgevingsvisie zorgvuldig tot stand is gekomen, met voldoende betrokkenheid van inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. De verslagen zijn als bijlagen

15

n.v.t.

8.

23

24

272225

308769 (betreft overlegreactie, geen zienswijze)

01-02-2022 (ingekomen 04-02-2022)

01-02-2022

Indiener verzoekt de raad het aspect verkeersveiligheid (p 84, punt 10) in de omgevingsvisie aan te vullen met betrekking tot activiteiten die een veiliger situatie creëren voor treingebruikers en weggebruikers ten aanzien van onveilige gelijkvloerse spoorwegovergangen. 9. Indiener verzoekt de raad bij het opstellen van het hitteprotocol (zie p 84, punt 13) aandacht te besteden aan een eerlijk, gelijkwaardig beleid ten aanzien van restricties op het gebied van watergebruik tijdens droogte, waarbij voor alle doelgroepen dezelfde beperkingen gelden, ook voor de industrie. 10. Indiener dringt met klem aan de bijgestelde omgevingsvisie nog eenmaal voor te leggen aan de burgers en te bespreken in een hoorzitting. 11. Indiener bepleit het instellen van een burgercomités die betrokken wordt bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. 1. Indiener heeft een groot hart voor dierenwelzijn en in het bijzonder voor niet-agrarisch gehouden graasdieren. In de Bommelerwaard wordt natuurvee onder erbarmelijk omstandigheden gehouden, waarbij volgens NVWA er ook gevaarlijke stoffen in het vlees zouden zitten. 2. Indiener verzoekt gemeente om de actuele kaart van het Gelders Natuurnetwerk met duiding voor Natura 2000 en Gelders Natuur Netwerk op te nemen in de omgevingsvisie; 3.

Indiener ziet aan de hand van ruimtelijkeplannen.nl dat er in de omgevingsvisie veel te veel landbouwgrond die niet in het Gelders Natuur Netwerk ligt kan worden onttrokken aan de landbouw. Dit leidt volgens de indiener tot intensivering; 4. Indiener wijst op de op p.38 gemeente opmerking over stikstof en wil dat de GMS niet blindelings wordt geïmporteerd in de omgevingsvisie. Indiener waarschuwt voor een tunnelvisie voor wat betreft stikstof; 5. Indiener roept op om boeren gewoon te laten boeren op boerenland en heeft grote waardering voer het huidige landschapsbeheer door boeren. Zij zorgen voor voldoende voedsel, landschapskwaliteit en werkgelegenheid; 6. Inwoners worden bang gemaakt voor gezondheid i.v.m. boerderijdieren. Sinds de pandemie zijn ziekten die men koppelt aan dieren verdwenen en worden VGO onderzoeken niet doorgezet. 7. Indiener verzoekt om de integriteit van de omgevingsvisie te waarborgen door een lijst van nevenactiviteiten op te stellen voor personen die iets in willen brengen over de eigendommen van anderen via de omgevingsvisie; 8. Indiener ziet graag een lijst met maatschappelijke organisaties en alle bestuursorganen die betrokken zijn geweest bij de omgevingsvisie toegevoegd worden 1. Indiener constateert dat de visie zorgvuldig tot stand is gekomen met oog en oor voor inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden.

Indiener wordt graag betrokken waar provinciale belangen en ambities spelen en is benieuwd naar mogelijke nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied en welke keuzes daarin worden gemaakt. 2. Indiener verzoekt gebruik te maken van de Streekgids Bommelerwaard als inspiratie – omdat het nog niet in de verordening is opgenomen – bij de actualisatie van het landschapsplan; 3. Naar aanleiding van de opmerking op p. 99 dat er t.a.v. bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen nog de nodige terughoudendheid is, vraagt indiener dit toch te onderzoeken en eventueel toe te passen; 4. Indiener wijst op de eventuele strijdigheid van de begrenzing van open gebied tussen Bruchem-Gameren en Aalst met de provinciale verordening 5. Indiener verzoekt het begrip ‘leisure-activiteiten’ op p. 59 beter te definiëren; 6. Indiener wijst op dat de indicatieve uitbreidingsrichting van het bedrijventerrein van Zaltbommel op p. 93 in een gebied met de aanduiding ‘te behouden open gebied’ lijkt te liggen en ook de ontwikkeling A2 zone lijkt hiermee op gespannen voet te staan. Het verzoek is om hier nader naar te kijken; 7. Op p. 30 staat t.a.v. de visie dat ‘een verdere intensivering van de glastuinbouw en intensieve veehouderij heeft niet plaatsgevonden’, terwijl in de verordening twee glastuinbouwontwikkelingsgebieden zijn aangewezen. 8.

Indiener geeft aan dat de Visie Tuinbouw 2030 en de Visie op de paddenstoelenteelt, waar indiener met de gemeenten aan werkt, in de omgevingsvisie opgenomen kunnen worden. 9. Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente over de kernopgave “heroriëntatie herstructurering tuinbouw”. Een belangrijk uitgangspunt voor indiener is dat de totale oppervlakte die beschikbaar blijft voor de tuinbouw gelijk blijft. 10. Indiener verzoekt om de opmerking over teeltondersteunende voorzieningen op p. 48 van de omgevingsvisie te herzien; 11. Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente Zaltbommel over het verschuiven of uit te ruilen van de huidige intensiveringsgebieden naar meer geschikte gebieden; 12. Indiener gaat graag in gesprek met de gemeente Maasdriel over het mee

opgenomen in de omgevingsvisie. Bij uitwerking van onderdelen van de omgevingsvisie bekijken we waar mogelijkheden liggen om opnieuw mee te praten. 11. Zie beantwoording punt 10. Conclusie: de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie.

1. 2. 3.

4. 5. 6. 7. 8.

Voor kennisgeving aangenomen. Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 20 bij punt 8. Indiener maakt de opmerking niet concreet. Daarnaast herkennen wij het beeld dat indiener schetst niet. In grote delen van het buitengebied heeft de landbouw het primaat (in de gebieden ‘open kom’) en in veel overige gebieden is het agrarisch gebruik ook nadrukkelijk aanwezig als één van de functies (‘droge land’ en ‘natte land’). Wij verwijzen naar onze beantwoording van zienswijze 9 bij punt 3. Het belang van een vitale agrarische sector wordt in de omgevingsvisie door ons onderkend. Wij volgen hieromtrent het VGO-onderzoekstraject. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 19, bij punt 37. Wij verwijzen hiervoor naar onze beantwoording van zienswijze 19, bij punt 38.

Zie zienswijze 9.

De zin in hoofdstuk 7, p. 30 wordt als volgt aangepast: ‘een verdere uitbreiding van zowel de intensiveringsgebieden voor de glastuinbouw als de intensieve veehouderij heeft niet plaatsgevonden’. In de tekst in kernopgave 3, bij kopje ‘waar willen we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden bij initiatieven voor duurzame energie voorzieningen rekening met eventuele beperkingen binnen waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden’. In de tekst in kernopgave 12, bij kopje hoe gaan we dit bereiken’ nemen we de zin op ‘Wij houden hierbij rekening met de regels in grondwaterbeschermingsgebieden’.

Conclusie: de zienswijze leidt wel tot aanpassing van de omgevingsvisie.

1.

2.

3. 4.

5. 6.

7.

Wij betrekken indiener bij situaties waar specifieke provinciale belangen en ambities spelen, en, breder als zich relevante ruimtelijke (beleids)ontwikkelingen voordoen waarvoor breed draagvlak of brede afstemming wenselijk en/of noodzakelijk is. De Streekgidsen Bommelerwaard waren bedoeld als inspiratie(bron). Dat is door indiener ook altijd zo gecommuniceerd. Wij zien de meerwaarde van de streekgidsen als inspiratiebron. Wij zien echter geen aanleiding dat indiener de streekgidsen in de verordening opneemt. Het zou voor gemeenten een inperking van de flexibiliteit en afwegingsruimte kunnen betekenen. In de omgevingsvisie zetten wij op dit onderdeel de huidige werkwijze voort. Wij nemen de suggestie van indiener mee bij de evaluatie en een 2.0 versie van de omgevingsvisie. Hiervan zijn wij ons bewust. Wij zijn met indiener in gesprek over de aanduiding ‘waardevol open gebied’ nabij de Molenstraat in Bruchem en ten zuidoosten (ten westen van de Maas-Waalweg) in Aalst. De aanduiding ‘waardevol open gebied’ vinden wij hier niet passen bij onze eigen beleidsambities, die ook een provinciaal belang hebben (woningbouwopgave en huisvesting internationale werknemers), en de aanwezige landschappelijke waarden ter plekke. Wij willen dat de aanduiding ‘waardevol open gebied’ hier wordt geschrapt.

De begrenzing in onze omgevingsvisie wijkt daarom af van de verordening en sluit aan op onze eigen beleidsambities. Een verdere definiëring van dit begrip vindt plaats bij een eventuele verdere uitwerking van de betreffende plannen. Dat spanningsveld herkennen wij ook. In het gebied komen zaken als het openhouden van het landschap (niet aan elkaar groeien van de bedrijventerreinen bij Zaltbommel en Hedel) evenals de opgaven voor bedrijvigheid, woningbouw, infrastructuur en duurzame energie bij elkaar. Dat kan schuren. Daarom geven wij in de omgevingsvisie aan dat we voor dit gebied een aparte visie gaan uitwerken (actiepunt 3 bij kernopgave 5). We hebben deze opgave ook op de visiekaart (p. 93) gevisualiseerd. De formulering is op meerdere wijzen uitlegbaar. Daarom passen wij de tekst als volgt aan: ‘een verdere uitbreiding van zowel de intensiveringsgebieden voor de glastuinbouw als de intensieve

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11931185/1