CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Nieuwaal, Jacob Ekelmansstraat 19

Raadsvergadering 18 maart 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nieuwaal, Jacob Ekelmanstraat 1921.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebieden niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen. Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal.

Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid.”

4.2.7 Luchtkwaliteit Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk vijf (luchtkwaliteitseisen) van de Wet milieubeheer (Wm). Het doel is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De implementatie van de kaderrichtlijn en dochterrichtlijnen is primair gericht op het voorkomen van effecten op de gezondheid van mensen. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan, dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt. Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna te noemen: Wet luchtkwaliteit), het Besluit niet in betekenende mate en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen grenzen aan de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De meest kritische stoffen ten gevolge van het verkeer zijn stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).

De Wet luchtkwaliteit en het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) stellen dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien: • de luchtkwaliteit ten gevolge van de plannen per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; • de plannen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% verstaan; • de plannen niet leiden tot het overschrijden van een grenswaarde; • gevoelige bestemmingen (waaronder woningen, scholen en zorginstellingen) niet binnen 300 meter van een rijksweg en 50 meter van een provinciale weg worden gerealiseerd (of indien binnen deze zones geen sprake is van een (dreigende) overschrijding). Het Besluit NIBM heeft een aantal NIBM-grenzen vastgesteld, waarvan met zekerheid kan worden gesteld dat de 3%-grens niet wordt overschreden, te weten: 1. Woningbouw: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling; 2. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

In alle overige gevallen of combinaties van bovenstaande grenzen moet middels een berekening worden aangetoond of de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden. Tevens is in het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het projectgebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Planspecifiek Het initiatief betreft de bouw van twee woningen en het verplaatsen van een loonwerk- en minikraanbedrijf naar een nieuwe behuizing. Op basis van de NIBM-tool kan berekend worden of er sprake is van niet in betekenende mate. In dit geval gaat het om extra verkeer in verband met de woningen. Deze is gesteld op 16 extra voertuigbewegingen per dag. Het verkeer t.b.v. het bedrijf neemt niet toe, dit betreft een verplaatsing. Uit de NIBM-toolberekening kwam een maximale toename van NO2 van NO2 in μg/m3 0,01 en PM10 in μg/m3 0,00. De grens voor NIBM is 1,2.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

4.2.8 Besluit milieueffectrapportage Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op grond van het Besluit milieueffectrapportage moeten de milieueffecten van activiteiten die worden genoemd in de bijlage C of D van dat besluit beoordeeld worden, voordat het bevoegd gezag een besluit neemt of een plan vaststelt. Ook als de richtwaarden uit onderdeel D van het besluit niet worden overschreden moet het bevoegd gag zich ervan vergewissen of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De toetsing is vormvrij, maar aan de inhoud worden wel eisen gesteld. De toetsing vindt plaats aan de hand van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Getoetst moet worden op: - De kenmerken van het project; - De plaats van het project; - De kenmerken van mogelijke gevolgen. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk en het plan kan worden vastgesteld; 2. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn niet uitgesloten. Er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. Het plan is daarmee m.e.r.plichtig.

M.e.r.-plicht op grond van de Wet natuurbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen in de Natuurbeschermingswet 1998. Met het opstellen van een plan mogen de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen en de soortenhabitats niet verslechteren. Het plan mag geen verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Indien dat niet kan worden uitgesloten, is een plan m.e.r.-plichtig. Planspecifiek Het bestemmingsplan maakt de bouw van twee woningen en het realiseren van een loonwerk- en minikraanbedrijf mogelijk. Deze ontwikkeling valt onder een activiteit opgenomen in bijlage II van het Besluit m.e.r. In deze bijlage zijn ook drempelwaarden opgenomen. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Ook gelet op de ligging van het plangebied worden geen nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. De noodzaak om een m.e.r.-aanmeldnotitie op te stellen is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die uitspraak is dat altijd een m.e.r.

noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. De beoordeling dient daarom aandacht te geven aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Om die reden is een zgn. m.e.r.- aanmeldnotitie opgesteld. In de notitie zijn de belangrijkste milieugevolgen voor de omgeving qua plaats en kenmerken van het project in samenhang beoordeeld. Conclusie De conclusie is dat in de aanmeldnotitie aannemelijk gemaakt dat er geen negatieve gevolgen zijn qua plaats en kenmerken van het project voor de directe omgeving en kwetsbare natuurgebieden in de nabije omgeving. De integrale milieu-impact van het project is dermate gering dat daaruit geen belemmering voortkomt voor het project.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

4.3 Wet Natuurbescherming Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vormt het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming en regelt de bescherming van flora en fauna, gebieden en bossen. Ook geeft de wet invulling aan de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn via de aanwijzing van Natura 2000gebieden. In de nieuwe Wet Natuurbescherming zijn drie bestaande wetten samengevoegd, te weten de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Natura 2000-gebieden Binnen de gemeente Zaltbommel liggen de Natura 2000-gebieden 'Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem en 'Uiterwaarden Waal'. Het natuurgebied Munnikenland en Loevestein dat onderdeel is van het Natura 2000-gebied 'Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem' ligt in het westen van de gemeente Zaltbommel. Het Natura 2000-gebied 'Kil van Hurwenen', dat deel uitmaakt van het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden Waal' ligt in het oosten van de gemeente Zaltbommel en, voor het overgrote deel, op het grondgebied van de gemeente Maasdriel. Voor Natura 2000-gebieden kan sprake zijn van externe werking. Dat betekent dat ontwikkelingen buiten deze gebieden van invloed kunnen zijn op de instandhoudingsdoelen binnen de Natura 2000-gebieden.

Gebiedsbescherming Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient te worden onderzocht of het plangebied in of bij een speciale beschermingszone (sbz) als bedoeld in de Wet Natuurbescherming ligt. Hierbij wordt uitvoering gegeven aan de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. De kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten mogen niet worden aangetast. Er is nagegaan of het plangebied zich in, of in directe omgeving van, beschermd natuurgebied bevindt. Door recente uitspraken van de Raad van State is de noodzaak van onderzoek naar mogelijke depositie op Natura 2000 gebieden in de omgeving noodzakelijk. De firma SoundforceOne heeft onderzoek gedaan naar de depositie van zowel het bedrijf (verplaatsing), alsook de twee woningen (zie bijlage onderzoek stikstofdepositie v 1.2) Daarbij is geconcludeerd dat; - Uit de berekeningen is gebleken dat de maximale stikstofdepositie van de beoogde gebruiksfase en de aanlegfase (incl. heien) voor de zowel woningen alsmede het bedrijfsgebouw in de omliggende Natura 2000-gebieden gelijk is aan 0.00 mol/ha/jaar. - Dit houdt in dat er voor de realisatie en het gebruik van de woningen en het bedrijfsgebouw geen vergunningplicht is vanuit de wet Natuurbescherming. Een ecologische voortoets is in dit geval niet nodig.

Soortbescherming Een ander doel van de Wet Natuurbescherming is het in stand houden van in het wild voorkomende plant- en diersoorten. Beschermde diersoorten zijn onder andere bijna alle zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen die van nature in het wild in Nederland voorkomen. De bescherming wordt geregeld op drie manieren. Ten eerste via het verbieden van handelingen die de instandhouding van soorten direct in gevaar kunnen brengen. Ten tweede kunnen kleine objecten (bijv. grot, fort) of terreinen worden aangewezen als beschermd gebied als het gebied van groot belang is voor het voortbestaan van een soort. En ten derde moet voor ingrepen, waarbij soorten of objecten zijn betrokken die vallen onder de Wet Natuurbescherming, een ontheffing worden aangevraagd. Bescherming houtopstanden De oude Boswet kende twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Wie (een deel van) een houtopstand velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Dit instrumentarium blijft behouden. Provincies gaan bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel. Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Planspecifiek Het initiatief bevindt zich niet in of in de directe omgeving van een beschermd natuurgebied. Gezien de huidige inrichting van het perceel is wel een quick-scan flora en fauna uitgevoerd. Daarin is geconstateerd dat; in het plangebied of de directe omgeving hiervan komen beschermde diersoorten van de Wet natuurbescherming voor. De te slopen bebouwing, terreinverharding en waterbassin hebben aannemelijk geen essentiële functie voor beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Gedurende de ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en de vestiging van de rugstreeppad. Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor beschermde diersoorten en geen nadelige invloed op beschermde natuurgebieden in de (verre) omgeving. Met de inachtneming van een aantal voorzorgsmaatregelen tijdens de werkzaamheden kan schade aan bepaalde soorten op de locatie worden voorkomen. 4.4. Niet-gesprongen Conventionele Explosieven Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Tot op heden worden bij grond- en waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks niet-gesprongen conventionele explosieven gevonden.

Ook in en boven de Bommelerwaard hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog allerlei oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij niet tot ontploffing gekomen explosieven en munitie is achtergebleven. Onder Conventionele Explosieven (CE) wordt verstaan: elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. CE worden ook wel aangeduid als Niet-Gesprongen Explosieven (NGE). Volgens een mondiale, militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) verschoten of afgeworpen is, ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de werknemers en de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Werkgevers zijn volgens ARBOwetgeving verantwoordelijk voor het veilig kunnen uitvoeren van werkzaamheden door werknemers binnen onze gemeente. Daarom zijn zij verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen historisch vooronderzoek te doen om de kans op de aanwezigheid van niet gesprongen CE met zekerheid te kunnen uitsluiten. In 2016 heeft de gemeente Zaltbommel een historisch vooronderzoek en explosievenkansenkaart voor de gehele gemeente laten opstellen.

Op deze kaart zijn alle risicogebieden of wel ‘verdachte’ gebieden op het gebied van niet gesprongen CE aangegeven.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Planspecifiek:

Uitsnede explosievenkansenkaart

Op basis van de Explosievenkansenkaart Bommelerwaard van 10 juni 2016 bevindt de projectlocatie zich in ‘onverdacht’ gebied. Er zijn geen feitelijk aanwijzingen voor de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven in (en in de directe omgeving van ) de projectlocatie. Het projectgebied kan als zodanig worden beschouwd als onverdacht op de aanwezigheid van CE. De voorgenomen werkzaamheden kunnen zonder extra maatregelen met betrekking tot explosieven worden uitgevoerd. Wel dient in alle gevallen het Protocol Toevalsvondst te worden nageleefd.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

4.5 Water en riolering 4.5.1. Water Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), vormt het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving in het bestemmingsplan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf gaat daar nader op in. Via de ‘De Digitale Watertoets’ (www.dewatertoets.nl) kan een automatisch gegenereerd advies worden opgevraagd waaruit blijkt of overleg met het waterschap noodzakelijk is. Wanneer het plan uit deze toets het advies 'geen belang' krijgt, hoeft het plan niet meer aan het waterschap voorgelegd te worden. Onderzoek Onderstaand zijn de consequenties van de herontwikkeling vanuit het aspect water beschreven. Dit op basis van de opgestelde waterparagraaf (bijlage ‘waterparagraaf’) voor het plangebied. Verharding Voor plannen met meer dan 500 m2 extra verharding in stedelijk gebied en meer dan 1.500 m2 verharding in landelijk gebied is compenserende waterberging nodig.

Om te voorkomen dat particulieren voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes een enkele woning, moeten compenseren geldt voor particulieren een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor landelijk gebied. In het plangebied wordt ongeveer 1000 m2 verharding toegevoegd (twee woningen). Het oppervlak verharding voor de toekomstige loods en de directe omgeving is niet meer/of minder dan het oppervlak van de te slopen kas (2600 m2). Per saldo behoeft er op de locatie niet geïnvesteerd te worden in extra waterberging. Daarvoor is mogelijk een eenmalige vrijstelling benodigd.

De conclusie is dat de oppervlakte aan verharding in dit landelijke gebied niet toeneemt. Voor dit gebied dient dus geen compensatie van verharding te worden aangelegd. Dit betekent dat geen sprake is van een wateropgave. Watergangen en status watergangen Parallel aan de Jacob Ekelmansstraat lopen twee watergangen aan weerszijden van het perceel (oostelijk en westelijk). Deze watergangen worden als gevolg van de planvorming niet gewijzigd. De westelijke watergang is een C-watergang. Nieuwe ontsluitingswegen moeten voorzien worden door een dam met een duiker rond 500 mm. Daarvoor is t.z.t. een watervergunning nodig.

Drooglegging De maaiveldhoogte ligt op circa NAP 5 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. In gebieden waar grondwateroverlast of kwel bekend is, is nader onderzoek nodig. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Dit betekent dat de twee woningen een vloerpeil krijgen dat 30 centimeter boven het straatpeil van de Jacob Ekelmanstraat uitkomt. Deze aspecten komen bij de omgevingsvergunning nader aan de orde. Afvalwater Het afvalwater wordt geloosd/aangesloten op het riool dat aanwezig is in de Jacob Ekelmansstraat. Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Hemelwater Het uitgangspunt is dat: het hemelwater zoveel mogelijk in het gebied wordt vastgehouden, alvorens het wordt geloosd op de watergangen (zie kopje watergangen)

Conclusie De waterparagraaf is ter goedkeuring aangeboden aan het Waterschap Rivierenland. Het waterschap heeft een positief wateradvies afgegeven (bijlage watertoets met kenmerk 20200303-9-22629), waardoor het bestemmingsplan op dit punt uitvoerbaar is. 4.6 Leidingen Planspecifiek Binnen het plangebied bevinden zich geen leidingen die planologisch relevant zijn. Conclusie Binnen dit bestemmingsplan zijn geen relevante leidingen met bijbehorende beschermingszones opgenomen.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

HOOFDSTUK 5: JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Vormgeving Het bestemmingsplan voorziet in een aantal inleidende regels. In deze paragraaf volgt een korte toelichting op deze regels. Het bestemmingsplan bestaat uit: • een toelichting; • regels; • een digitale verbeelding, die ook een analoge versie heeft. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de gronden weergegeven. Naast een bestemming worden er ook aanduidingen en dubbelbestemmingen op de verbeelding weergegeven. Deze bestemmingen, aanduidingen en dubbelbestemmingen zijn nader uitgewerkt in de regels. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. In de toelichting wordt gemotiveerd hoe de keuze van de bestemmingen tot stand is gekomen en waarom de regels zijn opgenomen. De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Niet alle begrippen worden verklaard. Slechts die begrippen waarover interpretatiekwesties kunnen ontstaan en die daardoor een eenduidige toepassing van de regels kunnen verhinderen worden toegelicht. Ook is de wijze van meten in dit hoofdstuk bepaald (artikel 2). 2. Bestemmingsregels. In het tweede hoofdstuk zijn de bestemmingsregels opgenomen.

Per bestemming is aangegeven welke functies tot de bestemming worden gerekend en wat de specifieke bouw- en gebruiksregels van de gronden zijn. 3. Algemene regels. Het derde hoofdstuk bevat bepalingen met een algemeen karakter. Hierin is de anti-dubbeltelbepaling opgenomen, alsmede de algemene bouw- en gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels en algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en de slotbepaling opgenomen. Hoewel het hier ook algemene bepalingen betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen. Hieronder worden de regels, voor zover dat nodig is voor een juiste interpretatie van de juridische regeling in het plan, nader toegelicht. Het bestemmingsplan voorziet in een aantal inleidende regels. In deze paragraaf volgt een toelichting op deze regels. Begrippen Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Het begrip bestaand is in een aantal regelingen opgenomen en verklaard in de begripsomschrijving.

Bij de bepaling van de bestaande situatie kan worden teruggevallen op de (veld)inventarisatiegegevens, alsmede de gemeentelijke bouw- en milieudossiers, de luchtfoto's, de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ-gegevens), zoals deze bij de gemeente bekend waren bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Specifiek voor de woonschepen, aanlegsteigers, recreatiewoningen en stacaravans zijn rapportages en/of inventarisaties beschikbaar. Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van onder meer de in de regels aangegeven oppervlakte, gooten bouwhoogten en inhoud van bouwwerken, is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Ook is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreffen ondergeschikte bouwdelen zoals schoorstenen en masten en dergelijke. 5.2 Bestemmingen De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken. Enkel bestemmingen: Wonen De twee in dit plan opgenomen nieuwe woningen hebben de bestemming wonen gekregen. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de bestemmingsvlakken, zoals deze in de omliggende en daar geldende bestemmingsplannen zijn opgenomen. De woningen mogen een inhoud hebben van 750 m3 met goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 en 9 m, tenzij anders is aangegeven. Het hoofdgebouw mag uitsluitend in het daarvoor opgenomen bouwvlak worden gebouwd. Bijgebouwen ('bijbehorende bouwwerken') zijn tot maximaal 100 m² toegestaan met een maximale goot- en bouwhoogte van 3 m, respectievelijk 6 m. Voor aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten is een regeling opgenomen. Aan huis gebonden beroepen en aan huis gebonden bedrijfsactiviteiten worden door middel van een specifieke gebruiksregel in woningen toegestaan, mits de vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan maximaal 30 m².

Bedrijf Het in deze ontwikkeling voorziene (loonwerk- en minikraan) bedrijf en de huidige bedrijfswoning is opgenomen in de bestemming 'Bedrijf'. Voor de toegestane oppervlakte aan bebouwing zijn in de regels in artikel 3.1 onder c oppervlaktematen opgenomen per bedrijf (inclusief bedrijfswoning). Per bedrijfsbestemming is slecht één bedrijfswoning toegestaan (in overeenstemming met agrarische bedrijven). Dubbelbestemmingen: In dit plan zijn geen dubbelbestemmingen opgenomen. Voorwaardelijke verplichting: -

De twee woningen en de te bouwen loods moeten voorzien zijn van een goede landschappelijke inpassing. Een tweetal elementen uit die inpassing hangen samen met de realisatie van de woningen en de loods. De omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen voor resp. de loods en de woningen worden pas verstrekt nadat deze elementen met goedvinden van de gemeente zijn gerealiseerd. Om die reden is er een ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing, voorwaardelijke verplichting 1’ opgenomen.

Parkeren: In de algemene bouwregels wordt verwezen naar de parkeernormen welke zijn vastgelegd in het parapluplan parkeren. Deze zijn van toepassing op het gehele plangebied van deze herziening.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

5.3 Verbeelding De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond met de schaal 1:1000.

5.4 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving houdt in elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.

Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatie- en uitvoeringsproblemen zo veel mogelijk worden voorkomen, en, dat zodoende handhavingssituaties worden voorkomen.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

HOOFDSTUK 6: UITVOERBAARHEID 6.1 Economisch uitvoerbaarheid De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen bij: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² brutovloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Hiervoor dient een exploitatieplan vastgesteld te worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal is anderszins geregeld als de gemeente Zaltbommel met ontwikkelaar een anterieure overeenkomst heeft gesloten. De gemeente Zaltbommel en de initiatiefnemer hebben in het kader van dit plan een anterieure overeenkomst gesloten met betrekking tot de financiële afhandeling van het plan.

In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt aangaande de realisatie van de plannen en het verhalen van ambtelijke kosten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet meer nodig; het kostenverhaal is namelijk anderszins verzekerd. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft deze ontwikkeling besproken met direct aanwonenden. Daarvan heeft hij verslag gedaan (is in bezit gemeente). Daaruit is gebleken dat de ontwikkeling steun vindt in de omgeving. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende de periode 29 oktober tot en met 9 december 2020 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Herzieningsplan Jacob Ekelmansstraat 19, Nieuwaal NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Plan

:

Nieuwaal, Jacob Ekelmansstraat 19

Status

:

Vastgesteld

Plantype :

Bestemmingsplan

IMRO-idn :

NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen •

1.1 plan:

•

1.2 bestemmingsplan:

•

1.3 aan het buitengebied gebonden bedrijven:

•

1.4 aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten:

•

1.5 aan huis verbonden beroepen:

•

1.6 aanduiding:

•

1.7 aanduidingsgrens:

•

1.8 achtergevel:

•

1.9 achtergrens bouwvlak:

•

1.10 agrarisch bedrijf:

•

1.11 agrarisch medegebruik:

•

1.12 agrarisch verwant bedrijf:

•

1.13 arbeidsmigrant

•

1.14 bebouwing:

•

1.15 bed and breakfast:

•

1.16 bedrijfswoning:

•

1.17 beschermd dorpsgezicht:

•

1.18 bestaand:

•

1.19 bestemmingsgrens:

•

1.20 bestemmingsvlak:

•

1.21 bijbehorend bouwwerk:

•

1.22 bouwen:

•

1.23 bouwgrens:

•

1.24 bouwperceel:

•

1.25 bouwperceelgrens:

•

1.26 bouwvlak:

•

1.27 bouwwerk:

•

1.28 bouwwijze:

•

1.29 dagrecreatie:

•

1.30 dak:

•

1.31 detailhandel:

•

1.32 dienstverlening:

•

1.33 dijkwoning:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

•

1.34 dove gevel:

•

1.35 duurzame energievoorziening:

•

1.36 eendenkooi:

•

1.37 EHS (ecologische hoofdstructuur):

•

1.38 evenemententerrein:

•

1.39 extensieve dagrecreatie:

•

1.40 extensieve recreatiepunten:

•

1.41 extensieve verblijfsrecreatie:

•

1.42 familiebungalow:

•

1.43 geluidsgevoelig gebouw:

•

1.434 gebouw:

•

1.45 geluidzoneringsplichtige inrichtingen:

•

1.46 grondgebonden agrarisch bedrijf:

•

1.47 hoofdgebouw:

•

1.48 horecabedrijf:

•

1.49 huishouden

•

1.50 infiltratie:

•

1.51 intensieve veehouderij:

•

1.52 jaargemiddelde magneetveld:

•

1.53 kantine:

•

1.54 kunstwerken:

•

1.55 landschappelijke inpassing:

•

1.56 loonwerkbedrijf:

•

1.57 maatschappelijke voorzieningen:

•

1.58 magneetgevoelig object:

•

1.59 magneetveldbeoordelingsplichtig object:

•

1.60 magneetveldongevoelig object:

•

1.61 magneetveldzone:

•

1.62 manege:

•

1.63 mobiel kampeermiddel:

•

1.64 nevenactiviteit:

•

1.65 ondersteunende horeca:

•

1.66 open erf:

•

1.67 overkapping:

•

1.68 paardenbak:

•

1.69 paardenhouderij:

•

1.70 paramedische functies:

•

1.71 parkeervoorziening:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

•

1.72 peil:

•

1.73 permanente bewoning:

•

1.74 plaatsgebonden kampeermiddel:

•

1.75 plat dak:

•

1.76 prostitutie:

•

1.77 recreatiewoning:

•

1.78 relatie:

•

1.79 risicovolle inrichting:

•

1.80 seksinrichting:

•

1.81 sportvoorzieningen:

•

1.82 teeltondersteunende voorzieningen:

•

1.83 verdiepingen:

•

1.84 verkooppunt motorbrandstoffen:

•

1.85 vloeroppervlak:

•

1.86 voldoende laad- en losgelegenheid

•

1.87 voldoende parkeergelegenheid

•

1.88 volwaardig agrarisch bedrijf:

•

1.89 voorgevel:

•

1.90 voormalig agrarische bedrijfswoning:

•

1.91 voorzieningen van openbaar nut:

•

1.92 waterhuishoudkundige voorzieningen:

•

1.93 wegrestaurant:

•

1.94 wettelijke regelingen:

•

1.95 wonen

•

1.96 woning:

•

1.97 woonark:

•

1.98 woonboot:

•

1.99 woonschip:

•

2.00 zorg- en begeleidingsafhankelijke bewoning

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan: het bestemmingsplan Nieuwaal, Jacob Ekelmansstraat 19

1.2 bestemmingsplan: de

geometrisch

bepaalde

planobjecten

als

vervat

in

het

GML-bestand

NL.IMRO.0297.BGBBP20200010-VS01 met de bijbehorende regels en bijlagen;

1.3 aan het buitengebied gebonden bedrijven: bedrijven die door hun aard of activiteiten functioneel aan het buitengebied gebonden zijn. Voorbeelden

van aan het

buitengebied gebonden

bedrijven zijn een

hoveniersbedrijf,

paardenpension/ -stalling, kennel/ dierenasiel en hondensportaccommodatie;

1.4 aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de (bedrijfs)woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend. Detailhandel, niet zijnde ondergeschikte detailhandel, behoort niet tot een aan huis verbonden (bedrijfs)activiteit;

1.5 aan huis verbonden beroepen: het in een (bedrijfs)woning met bijbehorende gebouwen beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie als hoofdfunctie van de betreffende woning;

1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.8 achtergevel: een van de openbare weg en/of fiets- en voetpad afgekeerde gevel van een hoofdmassa;

1.9 achtergrens bouwvlak: een van de openbare weg en/of fiets- en voetpad afgekeerde grens van het bouwvlak;

1.10 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

1.11 agrarisch medegebruik: een gebruik voor kleinschalige agrarische activiteiten, al dan niet met een hobbymatig karakter;

1.12 agrarisch verwant bedrijf: bedrijven die gericht zijn op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven zoals het bewerken, vervoeren en/of verhandelen van agrarische producten en bedrijven die zich richten op een combinatie van agrarische- en zorgfuncties. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn (loon)werkbedrijven,

veehandelsbedrijven,

dierenklinieken

voor

grootvee,

groothandels

in

agrarische gewassen en zorgboerderijen;

1.13 arbeidsmigrant personen die hun vaste woon-, of verblijfplaats in een ander Europees land dan Nederland hebben en op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal in Nederland werkzaam zijn;

1.14 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.15 bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed & breakfast ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;

1.16 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die bedoeld is voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is;

1.17 beschermd dorpsgezicht: beschermd dorpsgezicht Nederhemert-Zuid in de zin van artikel 1, onder g van de Monumentenwet 1988, zoals middels aanwijzingsbesluit en bijbehorende toelichting door de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is aangewezen;

1.18 bestaand: •

ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning;

•

ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;

1.19 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

1.21 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.22 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.23 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.24 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.25 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.28 bouwwijze: de wijze van bouwen van een hoofdmassa, te weten vrijstaand, twee-aaneen, aaneengebouwd of gestapeld, waarbij:

•

onder 'vrijstaand' wordt verstaan dat de hoofdmassa van een woning niet begrensd is door scheidingsmuren van andere hoofdmassa's, tenzij in de regels anders is bepaald;

•

onder 'twee-aaneen' wordt verstaan dat de hoofdmassa van een woning naar één zijde door een scheidingsmuur van een naastgelegen hoofdmassa is begrensd;

•

onder 'aaneengebouwd' wordt verstaan dat de hoofdmassa deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdmassa's die naar twee zijden door scheidingsmuren van naastgelegen hoofdmassa's zijn begrensd, met uitzondering van de hoofdmassa's die de aldus gevormde rij beëindigen;

•

onder 'gestapeld' wordt verstaan een hoofdmassa van een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een hoofdmassa van een andere woning is gelegen;

1.29 dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen;

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

1.30 dak: een gesloten bovenbeëindiging van een bouwwerk;

1.31 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending, alsmede webshops, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt;

1.32 dienstverlening: dienstverlening met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksaantrekkende functie zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, hypotheekverstrekker, postkantoor, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, alsmede door naar aard en uitstraling overeenkomstige activiteiten;

1.33 dijkwoning: woning gelegen op of in de directe nabijheid van een dijktalud;

1.34 dove gevel: een gevel zonder te openen delen met uitzondering van die delen van de gevel die niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte;

1.35 duurzame energievoorziening: voorziening ten behoeve van het opwekken van energie uit duurzame energiebronnen zoals windkracht, waterkracht en zonlichten en mest en biomassa. Onder duurzame energievoorziening wordt onder meer verstaan windmolens, -turbines en -wokkels, zonnecollectoren en –panelen;

1.36 eendenkooi: een plaats waar diverse soorten in het wild levende eenden worden gevangen voor consumptie of onderzoek;

1.37 EHS (ecologische hoofdstructuur): samenhangend netwerk van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden;

1.38 evenemententerrein: een terrein dat geschikt is voor periodieke en/of incidentele manifestaties zoals buurtfeesten, sportmanifestaties, bijeenkomsten en (straat)voorstellingen. Ook kan het terrein dienst doen als trapveldje;

1.39 extensieve dagrecreatie: recreatief medegebruik van gronden, zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen, onder extensieve dagrecreatie vallen geen gemotoriseerde sporten;

1.40 extensieve recreatiepunten:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

voorzieningen of bedrijfsmatige activiteiten ten behoeve van extensieve dagrecreatie, zoals het gebruik van bedrijfsruimten voor natuureducatie, visvijver, fietsen- en kanoverhuur, boerengolf en het proeven van streekproducten op de boerderij;

1.41 extensieve verblijfsrecreatie: die vormen van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf en waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn kampeerboerderijen, pensions en bed and breakfast;

1.42 familiebungalow: een plaatsgebonden kampeermiddel bestaande uit maximaal één bouwlaag die naar afmetingen en inrichting specifiek bedoeld is voor een grotere groep van maximaal 12 personen, tot uitdrukking komend in bijvoorbeeld gezamenlijke faciliteiten voor logies, dagverblijf en maaltijdbereiding;

1.43 geluidsgevoelig gebouw: geluidsgevoelige gebouwen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder;

1.44 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.45 geluidzoneringsplichtige inrichtingen: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidszone moet worden vastgesteld;

1.46 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, waarvan de productie geheel of overwegend afhankelijk is van het voortbrengingsvermogen van de grond waarover het bedrijf beschikt bij de bedrijfsvoering;

1.47 hoofdgebouw: gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.48 horecabedrijf: de horecabedrijven zijn in drie categorieën te onderscheiden: 1.

categorie 1: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt: café, bars, dancings, discotheken en nachtclubs;

2.

categorie 2: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak logies en/of maaltijden worden aangeboden en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt: restaurants, hotels, pensions;

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

3.

categorie 3: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar mogelijk kleinere etenswaren worden verstrekt, zoals broodjeszaken, cafetaria's, ijssalons, eethuisjes, lunchrooms, automatiek, internetcafés;

1.49 huishouden een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;

1.50 infiltratie: een fijnmazige structuur voor waterinfiltratie met een zuiverende werking;

1.51 intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf, waarbij de bedrijfsuitoefening geheel of nagenoeg geheel in gebouwen plaatsvindt of rechtens mag plaatsvinden, dat gericht is op het houden van dieren alsmede naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen en dat beschikt over onvoldoende cultuurgrond om de dieren op het bedrijf grotendeels zelf te kunnen voeren, omvattende in ieder geval het houden van mestvarkens, mestkalveren, geiten, pelsdieren, konijnen, slachtkuikens, leghennen, parelhoenders, eenden en overig (slacht)pluimvee;

1.52 jaargemiddelde magneetveld: het jaargemiddelde magneetveld berekend op 1 meter boven het maaiveld, conform de “Handreiking voor het berekenen van de specifieke 0,4 microtesla zone in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen” van het RIVM, juni 2009, versie 3.0;

1.53 kantine: een gebouw of ruimte in een gebouw ten dienst van de op het perceel gelegen bestemming voor het nuttigen van maaltijden en overige comsumpties door de gebruikers van de bestemming;

1.54 kunstwerken: bouwwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden, zoals viaducten, alsmede bouwwerken ten behoeve

van

de

waterhuishouding,

zoals

dammen,

duikers,

sluizen,

beschoeiingen,

remmingswerken, niet zijnde steigers;

1.55 landschappelijke inpassing: inpassing van (agrarische) bebouwing door middel van (hoog)opgaande beplanting met een schaal en een type vegetatie die eigen zijn aan het gebied waarin zij is gelegen;

1.56 loonwerkbedrijf: een binnen de agrarische sector werkzaam bedrijf dat beschikt over gespecialiseerde machines en vakmensen die tegen betaling ter beschikking worden gesteld;

1.57 maatschappelijke voorzieningen: een voorziening ten behoeve van sociale, religieuze of culturele aard dan wel een voorziening ten dienste van onderwijs, sport en gymnastieklokaal alsmede een overheidsdienst met een openbaar karakter;

1.58 magneetgevoelig object:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

woningen (daaronder begrepen dienstwoningen), woonwagenstandplaatsen, scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs, crèches, kinderopvangplaatsen;

1.59 magneetveldbeoordelingsplichtig object: a.

bij magneetveldgevoelige objecten behorende erven, schoolpleinen en speelplaatsen; en

b.

inrichtingen en bijbehorende terreinen voor cultuur, horeca, sport, entertainment, educatie, verblijfs- en dagrecreatie, logiesverstrekking, kerkgebouwen, buurt- en clubhuizen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, klinieken, dagverblijven;

1.60 magneetveldongevoelig object: overige niet-magneetgevoelige of niet-magneetongevoelige objecten;

1.61 magneetveldzone: het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla;

1.62 manege: een bedrijf gericht op het geven, dan wel faciliteren van paardensportinstructie, alsmede het geven van gelegenheid tot het (recreatief) houden en/of berijden van paarden, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horeca-activiteiten;

1.63 mobiel kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan (niet zijnde stacaravan);

1.64 nevenactiviteit: een bedrijfsmatige activiteit die voorziet in een aanvulling van het inkomen van de agrariër, waarbij de activiteit in ruimtelijk, functioneel en economisch opzicht ondergeschikt blijft aan het aanwezige agrarische bedrijf;

1.65 ondersteunende horeca: een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte heeft ingericht voor het verstrekken en consumeren van drank en etenswaren;

1.66 open erf: het onbebouwde deel van een bouwperceel na realisering van de bestemming;

1.67 overkapping: een voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal 2 wanden - die al dan niet deel uitmaken van de constructie - omsloten ruimte. De overkapping wordt aangemerkt als een bouwwerk, geen gebouw zijnde;

1.68 paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;

1.68 paardenhouderij:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

bedrijf dat is gericht op het africhten en trainen van paarden, het bieden van stalruimte voor paarden, het geven van instructie aan derden, het trainen van paarden en uitbrengen in de sport, verhuur van diensten met behulp van paarden en in- en verkoop van paarden, niet zijnde een manege;

1.70 paramedische functies: het uitoefenen van een beroepsactiviteit, die samenhangt met geneeskunde, zonder daadwerkelijk te behoren tot het beroep van arts of tandarts. Hieronder worden o.a. begrepen fysiotherapeut, mondhygiënist, verloskundige en diëtisten;

1.71 parkeervoorziening: gelegenheid tot parkeren ten behoeve van motorvoertuigen, met uitzondering van garages;

1.72 peil: •

voor gebouwen grenzend aan een weg, de kruin van de weg ter plaatse van het gebouw;

•

voor dijkwoningen: de bestaande gemiddelde hoogte van het maaiveld op het punt waar deze grenst aan de gevel die is gericht naar de weg;

•

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein;

•

indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse;

1.73 permanente bewoning: bewoning van een ruimte als hoofdverblijf;

1.74 plaatsgebonden kampeermiddel: kampeermiddelen, zijnde bouwwerken ten behoeve van recreatief verblijf, die met het doel worden geplaatst op een plek te blijven staan of langer dan acht maanden op een kampeerterrein zijn geplaatst of niet langer te verplaatsen zijn. Onder plaatsgebonden wordt in ieder geval verstaan een chalet, stacaravan, tenthuisje en trekkershut;

1.75 plat dak: een dak met een dakhelling van minder dan 20°;

1.76 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.77 recreatiewoning: een gebouw, geen woonkeet, geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd voor gebruik ten behoeve van verblijfsrecreatie en waarvan de gebruikers hun eerste woning/hoofdverblijf elders hebben;

1.78 relatie: ter plaatse van de aanduiding 'relatie' wordt de verbinding aangegeven tussen twee of meer afzonderlijk begrensde bouwvlakken of bestemmingsvlakken, inclusief de daaraan toegekende aanduidingen waarmee die bouwvlakken of bestemmingsvlakken één vlak vormen;

1.79 risicovolle inrichting:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

een inrichting waarvoor op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.80 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.81 sportvoorzieningen: het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbanen, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis/verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d;

1.82 teeltondersteunende voorzieningen: gebouwde of aangelegde voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven:

•

verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;

•

verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;

•

bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water).

Daarbij kan een onderscheid gemaakt worden in:

•

Lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen tot en met 1,5 meter hoogte ter voldoening aan een tijdelijke teeltbehoefte met een maximum van 6 maanden. Waaronder in ieder geval folies en lage tunnels zijn begrepen;

•

Lage permanente teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen tot en met 1,5 meter hoogte ter voldoening aan een jaarrond behoefte. Waaronder in ieder geval containerteelt is begrepen;

•

Hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen tot een hoogte van maximaal 6 meter ter voldoening aan een tijdelijke teeltbehoefte met een maximum van 6 maanden. Hieronder zijn in ieder geval begrepen: wandel- en regenkappen, menstoegankelijke tunnels en hagelnetten;

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

•

Hoge permanente teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen tot een hoogte van maximaal 6 meter ter voldoening aan een jaarrond behoefte. Hieronder zijn in ieder geval begrepen: ondersteunende kassen, stellingen;

•

Overige teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen tot een hoogte van 6 meter als vraatnetten en boomteelthekken bestaande uit een permanente constructie waar tijdelijk netten overheen geplaatst kunnen worden;

1.83 verdiepingen: de bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag;

1.84 verkooppunt motorbrandstoffen: detailhandel in motorbrandstoffen en de daarbij behorende dienstverlening;

1.85 vloeroppervlak: totale oppervlakte, binnenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de bijbehorende aan- en uitbouwen;

1.86 voldoende laad- en losgelegenheid Van voldoende laad- en losgelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot laden en lossen op eigen terrein zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende laad- en losgelegenheid.

1.87 voldoende parkeergelegenheid Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de parkeernormering (en maatvoering van de parkeergelegenheid) zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

1.88 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van het aantal dieren, aard van de gewassen, de hoeveelheid grond en inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is;

1.89 voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad en/of groenvoorziening toegekeerde gevel of gevels van een hoofdmassa;

1.90 voormalig agrarische bedrijfswoning:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

een bedrijfswoning zoals bedoeld in artikel 1.1a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.91 voorzieningen van openbaar nut: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals tranformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en waterhuishoudkundige voorzieningen;

1.92 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie, en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.;

1.93 wegrestaurant: een aan een weg gelegen bedrijf dat zich richt op weggebruikers dat tot doel heeft het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken;

1.94 wettelijke regelingen: indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan;

1.95 wonen het huisvesten van een huishouden in een woning/wooneenheid;

1.96 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;

1.97 woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip;

1.98 woonboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf van één huishouden, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet;

1.99 woonschip: een woonboot die herkenbaar is als een van origine varend schip en dat naargelang het type schip, in elk geval voorzien is van originele kenmerken zoals een stuurhut, een roer, gangboorden, een luikenkap, een mast en zwaarden.

2.00 zorg- en begeleidingsafhankelijke bewoning twee of meerdere personen, die geen huishouden vormen, maar in een situatie of traject afhankelijk van zorg- en begeleiding, zoals bedoeld in de Woonzorgvisie, voor een bepaalde periode of regulier gezamenlijk in een woning of woonvorm wonen, waarbij iedereen minimaal beschikt over een eigen onzelfstandige wooneenheid (kamer) en er sprake is van een aantal gemeenschappelijke voorzieningen.

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

Artikel 2 Wijze van meten •

2.1 afstand tot de bouwperceelgrens:

•

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

Jacob Ekelmansstraat 19

bu/RO- Betuwe

•

2.3 de dakhelling:

•

2.4 de goothoogte van een bouwwerk:

•

2.5 de inhoud van een bouwwerk:

•

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk:

•

2.7 lengte, breedte en diepte bouwwerk:

•

2.8 het bebouwingspercentage:

•

2.9 verticale diepte:

•

2.10 de bouwhoogte van een windturbine / -molen:

•

2.11 de bouwhoogte van een kraan:

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9751556/1