CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat De Meander

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat, De Meander34.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Pagina 23 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

In het beleid heeft de gemeente een aantal beleidsuitgangspunten opgesteld. Alle locaties voor huisvesting van arbeidsmigranten dienen aan deze uitgangspunten te voldoen. Deze uitgangspunten richten zich met name op de kwaliteit van wonen en de kwaliteit van de leefomgeving met betrekking tot arbeidsmigranten. In 2020 is een ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht, om dit beleid in ruimtelijke zin te vertalen.

2.4

Toetsing beleidskaders

Een en ander is derhalve passend binnen het rijks- en provinciaal en gemeentelijk beleid, met uitzondering van het bestemmingsplan. Het rijksbeleid wordt niet aangetast. Het provinciaal beleid wordt in acht genomen. Om deze reden is er dan ook planologisch gezien geen probleem om de ontwikkeling door te zetten.

Pagina 24 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Hoofdstuk 3 3.1

Huidige en beoogde situatie

Zaltbommel - Nederhemert

De Gemeente Zaltbommel ligt in de noordwestelijke helft van de Bommelerwaard, in het Gelders Rivierengebied. In het noorden grenst Zaltbommel aan de Waal, in het zuiden aan de Maas en in het westen aan de Afgedamde Maas. De rivieren hebben door afzetting van zand en klei stroomruggen gevormd die bepalend zijn voor de woongeschiedenis van het gebied. Zaltbommel telt 28.910 inwoners, waarvan 1730 in het zuidelijk gelegen Nederhemert (1 januari 2020). Sinds 1999 hoort Nederhemert bij deze gemeente. De gemeente bestaat naast de stad Zaltbommel, uit twaalf kernen te weten: Aalst, Bern, Brakel, Bruchem, Delwijnen, Gameren, Kerkwijk, Nederhemert (Noord en Zuid), Nieuwaal, Poederoijen en Zuilichem. Nederhemert-Noord is te typeren als een es- en een dijkdorp. Bebouwing bevindt zich voornamelijk langs de Molenstraat. Nederhemert-Noord is ontstaan langs de grotendeels parallel liggende Maasdijk en Molenstraat en enkele haaks daarop liggende structuren. Het lineaire karakter met de naastgelegen lintbebouwing is dan ook karakteristiek voor de dorpskern. Het historische deel van de dorpskern bestaat uit de bebouwing langs de Maasdijk, Molenstraat, Nieuwstraat, Kapelstraat en Nederhemertsekade. In de oksel van de aansluiting van de Kapelstraat op de Maasdijk is sprake van een kleinschalige dorpskern bij de Protestantse Kerk en het Kerkplein.

De lintbebouwing langs de Kapelstraat heeft ten opzichte van de Nederhemertsekade een meer besloten karakter. De bebouwing langs de Maasdijk is meer sporadisch en ligt op enkele uitzonderingen na binnendijks onder aan de dijk. Nederhemert, bestaande uit een noordelijk en een zuidelijk deel, wordt gescheiden door de Afgedamde Maas. Nederhemert-Zuid wordt aan de zuidkant begrensd door de Maas en wordt daarom ook wel ‘het eiland’ genoemd. Nederhemert wordt voor het eerst genoemd in een bron als 'Hamerthe' of 'Hamaritda'. De naam Hemert is mogelijk samengesteld uit '(H)a' (water) 'mer'(verlande stroombedding). Misschien dat de uitgang 'the' of 'itda' naar het Germaanse 'ithi' verwijst, dat verzamelplaats betekent. In figuur 11 zijn kadastrale en historische kaarten opgenomen.

Pagina 25 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 11a: 1900

Figuur 11b: 1945

Pagina 26 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 11c: 1985

3.2

Plangebied – bestaande situatie

De Meander is een uitbreiding aan de oostelijke rand van Nederhemert-Noord (figuur 12 en 13). Het plangebied ligt aan de achterzijde van een strook van lintbebouwing aan de Kapelstraat en kijkt uit over diverse akkers en weilanden richting de Maas-Waalweg. De huidige functies van het plangebied zijn divers: bedrijventerrein en landbouwgrond, waaronder een kwekerij, akkerland en weiland.

Figuur 12: Luchtfoto Nederhemert (bron: Google 2020) Pagina 27 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 13: Luchtfoto plangebied (bron: Google 2019)

Pagina 28 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

3.3

Beoogde situatie

3.3.1 Inleiding Het plangebied ‘De Meander’ (figuur 18) is gelegen ten oosten van de Kapelstraat en is de tweede uitbreidingslocatie van het dorp. De plannaam Meander refereert aan de slingerende groenstructuur die door het plan loopt. Deze groenstructuur verwijst op zijn beurt naar het meanderende karakter van de Afgedamde Maas en haar uiterwaarden die aan de zuidzijde van Nederhemert ligt. De Meander wordt een groene woonbuurt die een duidelijke en passende afronding van het dorp vormt. Het plangebied is, waar het direct aansluit op bestaande bebouwing, meer traditioneel en kleinschaliger qua uitstraling. De bebouwing aan de randen van het plangebied grenst aan het buitengebied dat vooral uit akkers bestaat. Wanneer er geen of lage gewassen op de akkers staan, is weids uitzicht over het landschap. Om het landschap vanuit het plangebied te laten ervaren, is de opzet van de bebouwing aan de randen groen met doorzichten op de omgeving. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Maasdijk. Op de Maasdijk is goed zicht op het plangebied, belangrijk is dan ook dat deze zichtlijn optimaal benut wordt. De groene meander is hierop het antwoord. Deze meander loopt dwars door het plangebied en biedt met zijn open karakter een groene zichtlijn.

De brede groenstrook, solitaire bomen en wadi’s geven het plangebied een eigen identiteit die toch nauw verbonden is met het omliggend landschap. De wadi’s hebben een waterbergende functie, maar zijn ook ingericht als speelplek. Op andere plekken in het plangebied is ruimte voor spelen voor verschillende leeftijdscategorieën. Twee locaties worden ingericht met speelvoorzieningen, beide in de groene meander. Eén ten zuiden van de bestaande boerderij Kapelstraat 24 en één in de meest zuidelijke wadi in het plan. Doordat de meeste openbare ruimte zal bestaan uit gras met enkele bomen kan vrijwel overal ongehinderd gespeeld worden. Rekening is gehouden met de eisen van de gemeente ten aanzien van het aantal m2 groen per woning, deels bruikbaar. Bij het ontwerp is voorts rekening gehouden met het Handboek Politiekeurmerk Veilig Wonen en het Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel. Door de ligging aan de dijk loopt het plangebied van zuid naar noord af met enkele meters. De eerste meters van de dijk zijn beschermd, hier mag niet worden gebouwd. Verder van de dijk vandaag mag gebouwd worden onder voorwaarden. Door de nabijheid van de Afgedamde Maas is in het gebied mogelijkheid op kwel dit wordt opgevangen door de wadi’s. Aan de oostzijde van het plan De Meander ligt een A-watergang.

Deze watergang heeft een onderhoudspad aan de overzijde van het plangebied, maar blijft ook vanaf het plangebied bereikbaar. In de groenstrook die hiervoor is gereserveerd is, wordt een uitgemaaid klompenpad gerealiseerd, dit klompenpad wordt verbonden met de voetpaden die door het plangebied heen lopen, tezamen kunnen zij een wandelroute vormen met routes buiten het plangebied, waardoor het plangebied verbonden wordt met zijn omgeving. Er is een schaduwstudie uitgevoerd, opgenomen in bijlage 16, waaruit blijkt dat er als gevolg van het plan geen extra schaduwhinder is te verwachten. Bij het planontwerp is ook rekening gehouden met enkele ecologische maatregelen vanwege de steenuil en huismus, waarover later in dit bestemmingsplan meer. 3.3.2 Stedenbouwkundige eenheden De ligging van de locatie op het snijvlak van het dorp en het landschap betekent dat er zorgvuldig omgesprongen dient te worden met de uitstraling van de toekomstige randen van het plangebied. Daarom is gekozen voor een opdeling van het plan in verschillende buurten die de overgang van het bestaande dorp naar het buitengebied benadrukken. Het plan bestaat uit vier delen: het lint, de buurt, de groene meander en de hoven.

Pagina 29 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 14: Stedenbouwkundige eenheden 1. Het Lint De Kapelstraat is een lint met veel vrij recente voornamelijk vrijstaande bebouwing. Om de uitstraling van het lint niet te onderbreken, worden drie vrijstaande woningen voorzien aan de Kapelstraat. Deze woningen sluiten aan op de bestaande lintbebouwing in massa en positie. Vanwege de grote diversiteit in architectuurstijlen wordt dit enigszins vrijgelaten, wel moet de nieuwe bebouwing passen in de straat. Traditionele architectuur met verwijzingen naar een boerderij of landelijke villa ligt voor de hand. 2. De buurt De buurt heeft een traditionele en kleinschalige verkaveling passend bij een dorp. Het vormt daarmee een duidelijke afronding van de kern Nederhemert. De bebouwing in De buurt is een eigentijdse vertaling van de dorpse karakteristiek, waarbij de sobere vormgeving het onderscheidt maakt ten opzichte van de meer gedetailleerde architectuur van De hoven. Tevens kan gedacht worden aan bijvoorbeeld incidenteel een (gekeimde) topgevel als stedenbouwkundig accent en versprongen gevels. De buurt heeft een verscheidenheid aan bebouwing, twee-onder-een kap, vrijstaand en rijwoningen. Goot-en nokhoogtes zijn variabel. De buurt heeft een breed straatprofiel met veel ruimte voor groen met hier en daar een boom, zodat het vriendelijk en informeel aandoet. 3.

De groene meander Het uitgangspunt is om De groene meander leidend te laten zijn voor de stedenbouwkundige opzet van het plan. Aan weerszijde van de groene meander staat bebouwing dat uitkijkt op of een relatie heeft met De meander. Het brede groene profiel zorgt voor lucht in het plan en een duidelijke overgang van de kleinschalige, dorpse verkaveling naar een vrijere opzet. In De groene meander liggen twee nieuwe bouwblokken en een bestaande terpboerderij. De twee bouwblokken refereren aan oude boerderijen in de directe omgeving. Het meest zuidelijke blok grenst aan de Maasdijk, in het blok zijn appartementen voorzien. Vanwege de ligging aan de Maasdijk is de architectuur van deze bebouwing geïnspireerd op de bestaande historische dijkwoningen aan de Maasdijk. Het noordelijke blok bevat appartementen in de kop en rug-aan-rugwoningen in de “schuur”. Dit blok sluit qua architectuur aan op het zuidelijk blok aan de Maasdijk. Beide liggen in het groen. De terpboerderij aan de noordzijde van het plangebied (Kapelstraat 24) blijft behouden in zijn originele staat.

Pagina 30 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

4. De hoven De oostelijke bebouwing, De hoven, is ruim opgezet met doorzichten naar het buitengebied. Het bestaat uit vijf afzonderlijke hofjes met een informeel karakter. De hoven zijn onderling alleen door voor langzaam verkeer bereikbaar. De stedenbouwkundige opzet vormt een bijzondere afronding van het dorp en de overgang naar het buitengebied. De architectuur die hier wordt toegepast is traditioneel landelijk, waardoor De hoven goed aansluit op de bestaande historische bebouwing in Nederhemert. Dit betekent onder andere houten geveldelen en luiken en rijke detaillering. 3.3.3 Verkeer en parkeren Verkeer De ontsluiting van de woonbuurt vindt plaats op vier punten. Er zijn twee ontsluitingen voor zowel gemotoriseerd als langzaamverkeer (figuur 15 en 16). Voor langzaamverkeer zijn daarnaast nog twee secundaire ontsluitingen die verbinding maken met belangrijke functies in de omgeving. De eerste ontsluiting van De Meander komt te liggen ten noorden van de Kapelstraat 24. Deze weg is tweerichtingen en heeft aan één zijde een voetpad. De tweede ontsluitingen van De Meander wordt aangelegd ter hoogte van de huidige entree aan het bedrijventerrein. Dit wordt gezien als de hoofdentree. De weg wordt aan weerszijde aangezet door een rij van bomen en komt uit op een breed groen plein.

Op dit plein splitst de weg in twee richtingen en loopt rond het centraal gelegen bouwblok en komt vervolgens uit op een lange afbuigende weg door de groene meander. De weg door de groene meander heeft vijf inprikkers, deze inprikkers komen uit op de hoven met woningen. De beleving van De Meander en de omgeving ervan wordt in belangrijke mate bepaald door de routes die om en door het plan lopen. Hierin kan onderscheid gemaakt worden in enerzijds recreatieve routes voor wandelaars en anderzijds de bereikbaarheid van de woningen en het parkeren voor bewoners. De groene rand van het plan langs de A-watergang maakt het mogelijk om een recreatieve langzaamverkeersroute langs de watergang aan te leggen in de vorm van een klompenpad. Deze route kan onderdeel uitmaken van een netwerk van wandelroutes die door het dorp en het omringende landschap heen liggen.

Figuur 15: Routing auto-en langzaamverkeer

Figuur 16: Wandelroutes langzaamverkeer

Een belangrijke route is het voetpad (Kerkpad) dat aan de overzijde van de Kapelstraat ligt. Dit wordt doorgezet in De Meander. Dit pad verbindt De Meander met het dorp. Op de Maasdijk is ter hoogte van het plangebied een bushalte aanwezig. Een wandelpad naar de dijk is daarom wenselijk. Richting de dijk wordt een informeel schelpenpad aangelegd dat het mogelijk maakt om de bushalte te bereiken. Het pad vormt samen met het klompenpad langs de A-watergang een route door De Meander en de directe omgeving.

Pagina 31 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Verkeerbewegingen Op basis van de kengetallen voor productie en attractie zoals deze door het CROW worden beschreven, is een berekening gemaakt van de aantallen verkeersbewegingen die als gevolg van het realiseren van het plan De Meander worden verwacht (de productie en attractie). Hierbij is gebruik gemaakt van de kengetallen zoals beschreven in publicatie 381 (‘Toekomstbestendig parkeren’). Deze publicatie maakt gebruik van onderverdelingen in verkeersgeneratie op basis van typen woningen. De tabel van aantallen woningtypen met bijbehorende verkeersbewegingen is opgenomen in bijlage 7. Het gaat hier om een overzicht van het aantal verkeersbewegingen per woning per gemiddelde weekdag en per gemiddelde werkdag (op basis van CROW 381). Een werkdag kent op basis van de kengetallen een ophogingsfactor van 1,11. De tabel resulteert in gemiddeld 1.064,9 verkeersbewegingen op een werkdag. Voor de bepaling van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad “weinig stedelijk” zoals deze ook in het parkeerbeleid van de gemeente Zaltbommel wordt gebruikt. Daarnaast is gebruik gemaakt van de gebiedstypering “rest bebouwde kom”. De verkeersproductie wordt door het CROW in een bandbreedte opgegeven. Omdat vooraf niet te bepalen is of juist sprake is van een verkeersproductie aan de hoge of lage kant van de bandbreedte, wordt uitgegaan van de maximale kencijfers.

Indien het plan passend is op basis van maximale kencijfers, is deze ook passend voor de minimale kencijfers. De huidige aantallen autobewegingen op de Kapelstraat (gebaseerd op telgegevens uit rapportage “Verkeerstoets Nederhemert, Accent adviseurs, 2013) bedragen in totaal 1.323 bewegingen per etmaal (702 in noordelijke richting en 630 in zuidelijke richting). In die rapportage is geen ophoging gebruikt voor werkdagen. Wanneer dat alsnog wordt gedaan op basis van de vermenigvuldigingsfactor van 1,11 ontstaat een huidige verkeersstroom over de Kapelstraat van (1323 x 1,11 = ) 1.469. De nieuwe woonwijk De Meander geeft op werkdagen extra 1065 bewegingen. Op basis van de huidige richtingsverdeling is de verwachting dat dit zich 50%: 50% over beide richtingen zal verdelen. Hoewel de toevoeging van De Meander naar verwachting een toename van 72% van het verkeer op de Kapelstraat oplevert, is de totale omvang van de verkeersstromen (1.469 + 1.065 =) 2.534 verkeersbewegingen per etmaal, nog altijd goed passend binnen een verblijfsgebied (30 km/u). Parkeren Het parkeren is berekend op basis van de parkeernormering, zoals deze is beschreven in de ‘Parkeernota Zaltbommel 2018’. Het parkeren vindt bij voorkeur zoveel mogelijk plaats op eigen terrein of in de hoven. Daarnaast is rekening gehouden met voldoende parkeercapaciteit in de openbare ruimte.

In fase 2 van De Meander wordt haaks geparkeerd aan de weg. Langs de groene meander (fase 1 en 3) wordt een enkele keer aan één zijde langs geparkeerd. In de hoven is per hof voldoende parkeergelegenheid voor het aantal woningen die daar staan. Dit geldt ook voor het aantal haaksparkeerplaatsen in fase 2. De parkeerplaatsen worden bij voorkeur uitgevoerd in groenbestrating. Bij het inrichten van de buitenruimte dient aandacht besteed te worden aan de wijze waarop het parkeren zich voegt in het groene karakter van de buurt en de omgeving, waarbij geparkeerde auto’s zo min mogelijk het beeld bepalen. Vandaar ook de aandacht voor de groene inpassing van het parkeren. De parkeernorm die is gehanteerd is 2 parkeerplekken per woning en 1,5 parkeerplekken bij sociale huur appartementen. Bij 120 woningen betekent dit 238 parkeerplekken, waarvan er 78,2 op eigen terrein worden gerealiseerd en 161 in de openbare ruimte. In totaal 239,2 en daarmee meer dan nodig wordt geacht. In de openbare ruimte wordt rekening gehouden met 0,3 parkeerplaats voor bezoekers. Op eigen terrein worden het aantal parkeerplekken berekend aan de hand van de aangegeven kengetallen in de ‘Parkeernota Zaltbommel 2018’. Voor de berekening van het aantal parkeerplekken op eigen terrein wordt verwezen naar bijlage 7.

Pagina 32 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 17: Verdeling parkeren in openbare ruimte De openbare parkeerplekken zijn zo verdeeld dat er per fase voldoende parkeren aanwezig is. Openbare parkeerplekken zijn daar neergelegd waar de hoogste parkeerdruk is. Bijvoorbeeld nabij rijwoningen en appartementen. In figuur 17 is een overzicht te vinden van de locatie van de geplande parkeerplekken in de openbare ruimte. Hierbij zijn ook de aantallen per locatie aangegeven. Zie bijlage 7 voor de uitgebreide onderbouwing en toets van het verkeer en parkeren. Pagina 33 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 18: Stedenbouwkundig plan

Pagina 34 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

3.3.4 Beeldkwaliteit Aanvullend op het welstandsbeleid is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Gelijktijdig met het bestemmingsplan, zal dit beeldkwaliteitplan als aanvulling op de welstandsnota door de gemeenteraad worden vastgesteld zodat het plan juridisch rechtskracht heeft. Hierin is aandacht besteed aan de verkaveling, de woningen, erfafscheidingen, buitenruimte, beheer, beplanting en verharding. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar bijlage 10. Het plan maakt integraal onderdeel uit van de planregels. 3.3.5 Fasering In de fase 1 en 2 (figuur 19) worden maximaal 108 woningen gerealiseerd. Om nog opbrengsten te genereren tot omstreeks 2027 wordt de bedrijfslocatie als fase 2 opgenomen. Fase 2 is pas te realiseren na volledige sloop van de bedrijfsbebouwing. In fase 3, vanaf 2030 maar mogelijk eerder, kunnen nog 12 woningen worden gebouwd. Met de gekozen bestemming (wonen zonder bouwvlak, maar met een wijzigingsbevoegdheid) voor fase 3 wordt geduid dat de locatie voor woningbouw is bedoeld, hoewel een directe bouwmogelijkheid niet wordt geboden, gelet op de gebruikelijke looptijd van een bestemmingsplan.

Figuur 19: Planfasering

Pagina 35 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

3.3.6 Woningbehoefte en -types De woningmarkt is een vraagmarkt. De woningen worden ontwikkeld vooral voor de woningzoekenden in Nederhemert. Ze worden bij het plan betrokken om zo draagvlak te creëren. Het woningbouwprogramma wordt in overleg afgestemd op de behoefte en op de invulling van andere woningbouwlocaties in Nederhemert. Er wordt gedacht aan een mix van eengezins, starters, nultredenwoningen (onder andere voor senioren), eenpersoonshuishoudens, bouwkavels voor CPO en PO. 60% is voor de vrije sector bedoeld en 40% voor de sociale sector. De woningentypes (vrijstaand, halfvrijstaand, aaneengesloten, appartementen) worden bepaald conform het WBO (zie paragraaf 2.2.5). Voor sociale huur wordt de huurtoeslaggrens gehanteerd. Bijzondere aandacht wordt gevraagd voor betaalbare koopwoningen (<€215.000,- v.o.n.) en middeldure huur (€711,- - €950,-). 3.3.7 Duurzaamheid In het PvE is aandacht gevraagd voor duurzaamheid, isolatie, EPCnorm, gasloos bouwen, zonnepanelen/boilers, zongericht verkavelen, herbruikbare materialen, natuurinclusief bouwen, energiezuinige dimbare LED-verlichting.

Het ontwerp houdt hiermee rekening door onder andere gasloos te bouwen, de bebouwing zoveel mogelijk noord-zuid te oriënteren en door de toepassing van zonnepanelen, warmtepompen et cetera toe te staan en te stimuleren door in het beeldkwaltiteitplan al een aanzet te geven voor architectuur waar dit makkelijk op in te passen is. Het ontwerp speelt ook in op klimaatverandering gerelateerde verschijnselen als wateroverlast door hoosbuien of langdurige hitte en droogte, door middel van brede groene profielen, halfverharde parkeerplekken in de openbare ruimte en meer als voldoende ruimte voor water in de vorm van wadi’s en watergangen. Daarnaast worden bomen en heesters aangeplant die goed tegen de klimaatverandering kunnen en passen in de omgeving van Nederhemert. 3.3.8 Overig Het perceel Maasdijk 2a wordt ook in het bestemmingsplan meegenomen zodat dit perceel qua milieuzonering geen belemmering voor de planvorming oplevert. De agrarische bestemming blijft behouden, maar het bouwvlak wordt verkleind, zodanig dat dit geen belemmering oplevert voor de nieuwbouw én in lijn met de bestaande naastgelegen woning Maasdijk 6. Hierover in paragraaf 4.8 milieuzonering meer. Het perceel Kapelstraat 24 ligt ook in het plangebied. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt vanzelfsprekend gesloopt, aangezien daar op termijn nieuwbouw is voorzien.

Hetzelfde geldt voor de voormalige bedrijfswoning Kapelstraat 6; deze woning krijgt een reguliere woonbestemming. Een ander wordt behalve publiekrechtelijk op de verbeelding en in de regels, ook privaatrechtelijk geborgd in een realisatieovereenkomst.

Pagina 36 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving

Bodem

Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt de minimaal vereiste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Wettelijk is bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of afwijkingsbesluit. Bij grond afvoer en grondverzet vanaf het plangebied naar elders treden de regels van het Besluit bodemkwaliteit in werking. De uiteindelijke beslissing met betrekking tot de functionele geschiktheid van de bodem voor de beoogde doelstelling is strikt voorbehouden aan het bevoegd gezag. Ten behoeve van de bodemtoets is als eerste het actualiserend, eindsituatie en nader bodemonderzoek van de Kapelstraat 6 van 13 september 2012 beschikbaar. Daarnaast is er ten behoeve van de planontwikkeling een aantal bodemonderzoeken recent uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 3.

Het bodemonderzoek van 13 september 2012 geeft aan dat met betrekking tot fase 2 van het plan er in de bodem geen asbest is aangetroffen. Tevens geeft het de stand weer van een viertal bij elkaar gelegen olieverontreinigingen aan de Kapelstraat 6. Er is een verkennend onderzoek uitgevoerd op de grondwal Kapelstraat 6 (bijlage 3) d.d. 9 september 2019. De grondwal is, in overleg met de Omgevingsdienst rivierenland (ODR), op basis van de vrijstellingsregeling volgens art 42 lid 8b Besluit bodemkwaliteit (BBK) over het naastliggende perceel geëgaliseerd. In bijlage 3 is ook het verkennend bodemonderzoek d.d. 13 september 2019 met betrekking tot (het overige deel van het plangebied) fase 1 van het plangebied gevoegd. Bij het veldwerk zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van verontreiniging. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is geen asbest aangetroffen. Van de verkregen bodemmonsters zijn drie mengmonsters toplaag (MM1, MM2 en MM3, traject tot 0,5 m-mv) en twee mengmonster onderlaag (MM4 en MM5, traject 0,5 tot 1,5 mmv) samengesteld voor de analyse op het NEN 5740analysepakket. Van de boringen 11 en 12 en de aanvullende boringen 30 t/m 34 is een mengmonsters (mm) toplaag van de laag tot 0,25/0,5 m-mv samengesteld voor de analyse op OCB’s.

Bodem In het toplaagmengmonster MM1 (bodemtrajekt 0-0,5 m-mv) ligt het cadmiumgehalte in zeer geringe mate boven de achtergrondwaarde. In het toplaagmengmonster MM3 (bodemtrajekt 0-0,5 m-mv) liggen de gemeten gehaltes van cadmium, kwik en zink in geringe mate boven de achtergrondwaarden. In het onderlaagmengmonster MM5 ligt het nikkelgehalte enigszins boven de achtergrondwaarde. Het nikkelgehalte is vaak van nature licht verhoogd in de onderlaag van het rivierengebied. In het mengmonster (mm) van de toplaag tot 0,25/0,5 m-mv van de deellocatie voormalige boomgaard liggen de gehaltes cadmium en kwik in zeer geringe mate boven de achtergrondwaarde. Van de gemeten OCB’s liggen de gehaltes van DDD en DDE in geringe mate boven de achtergrondwaarde. Grondwater In de grondwatermonsters van peilbuizen boring 5, 13 en 21 liggen de bariumgehaltes boven de streefwaarde. Een verhoogd bariumgehalte heeft vaak een natuurlijke oorsprong. In het grondwatermonster van peilbuis boring 13 ligt het nikkelgehalte boven de streefwaarde. De enkele aangetroffen overschrijdingen zijn licht verhoogde waarden of hebben een natuurlijke oorsprong. Verder onderzoek is hierbij niet noodzakelijk/zinvol. De kwaliteit van de bodem en het grondwater is Pagina 37 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

dusdanig dat milieuhygiënisch bodemkundig er geen enkele belemmering bestaat voor de ontwikkelingsplannen van het onderzochte gebied. Het bodemonderzoek met betrekking tot fase 2 van het plan is eveneens ingevoegd, d.d. 28 december 2019. Bij het veldwerk zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan welke wijzen op de aanwezigheid van verontreiniging. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is geen asbest aangetroffen. Van de verkregen bodemmonsters zijn vijf mengmonsters toplaag (MM1, MM2, MM3, MM4 en MM7, traject tot 0,5/1,0 m-mv) en drie mengmonsters onderlaag (MM5, MM6 en MM8, traject 0,5 tot 1,5 m-mv) samengesteld voor de analyse op het NEN 5740-analysepakket. Van de uitgevoerde boringen van het verkennend onderzoek, welke gelegen waren binnen het voormalige boomgaardgebied is een mengmonster toplaag (MM9) samengesteld voor de analyse op OCB’s. Bodem In de toplaagmengmonsters MM2, MM3 en MM7 ligt het kobaltgehalte in geringe mate boven de achtergrondwaarde. In het onderlaagmengmonster MM7 ligt het kobaltgehalte in geringe mate boven de achtergrondwaarde. In het onderlaagmengmonster MM6 (klei) ligt het kobalt- en zinkgehalte boven de achtergrondwaarde en het nikkelgehalte boven de tussenwaarde.

In het mengmonster MM9 van monsters van de ‘’toplaag’’ onder de verharding tot 0,5/1,0 mmv en van een klein deel weiland liggen de gehaltes van de gemeten OCB’s onder de achtergrondwaarde. Omdat in het onderlaagmengmonster MM6 (klei) het nikkelgehalte boven de tussenwaarde ligt, zijn de afzonderlijke deelmonsters van het mengmonster separaat geanalyseerd op nikkel. Uit de analyseresultaten van de nikkelgehaltes van de separate deelmonsters van MM6 blijkt dat bij de deelmonsters boring 4 en 30 het nikkelgehalte boven de (11) achtergrondwaarde ligt. De overige gemeten nikkelgehaltes liggen onder de achtergrondwaarde. In de kleiige ondergrond blijkt dus geen wezenlijke verontreiniging met nikkel aanwezig te zijn. Grondwater In het grondwatermonster van peilbuis boring 4 ligt het gehalte van barium en zink boven de streefwaarde. In het grondwatermonster van peilbuis boring 14 ligt het gehalte van barium, molybdeen, zink, Tetrachlooretheen en som-dichloorethenen boven de streefwaarde. In het grondwatermonster van peilbuis boring 19 ligt het gehalte van barium, molybdeen en zink boven de streefwaarde. Er is een aantal licht verhoogde gehaltes in de bodem en grondwater aangetroffen. Het betreft overschrijdingen boven de achtergrondwaarde/streefwaarde. Verder onderzoek is hierbij niet noodzakelijk/zinvol.

De kwaliteit van de bodem en het grondwater op het onverdachte deel van de onderzoeklocatie is dusdanig dat er voor dit deel milieuhygiënisch bodemkundig er geen enkele belemmering bestaat voor de ontwikkelingsplannen. De locatie Kapelstraat 24 te Nederhemert betreft een onderdeel van Fase 1 plan “De Meander”. Het bodemonderzoek voor Kapelstraat 24, d.d. 6 januari 2020, is eveneens in de bijlagen gevoegd. Er is een aantal licht verhoogde gehaltes in de bodem en grondwater aangetroffen. Het betreft overschrijdingen boven de achtergrondwaarde/streefwaarde. Verder onderzoek is hierbij niet noodzakelijk/zinvol. Bij dit bodemonderzoek is bij de oprit een puinlaag bij boring 2B aangetroffen. Ter plaatse van de oprit met puinverharding zal daarom nog een onderzoek naar asbest in grond en een onderzoek naar asbest in puin worden uitgevoerd. Worden bij dit asbestonderzoek verhoogde asbestgehaltes aangetroffen dan zal middels een saneringsplan de bodem ter plaatse geschikt worden gemaakt t.b.v. de woonfunctie. De kwaliteit van de bodem en het grondwater is dusdanig dat milieuhygiënisch bodemkundig er geen wezenlijke belemmering bestaat voor de verdere ontwikkeling van de locatie. Concluderend kan worden gesteld dat de bodem van fase 1 van het plan voldoet aan de bodemklasse wonen. De oprit van locatie Kapelstraat 24 vergt echter nog aandacht.

Deze conclusie geldt ook voor fase 2 van het plan met uitzondering van de vier genoemde olieverontreinigingen.

Pagina 38 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Ten behoeve van de sanering van de geconstateerde ernstige bodemverontreinigingen binnen fase 2 van het plan zal een saneringsplan (PM) worden opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag, de Provincie. Ten behoeve van de sanering van de geconstateerde bodemverontreiniging, welke valt onder de zorgplicht van de Wet bodembescherming, binnen fase 2 van het plan, zal een Plan van Aanpak worden opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag, de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). Bij de daadwerkelijke realisatie van de herontwikkeling zullen deze plannen in uitvoering worden gebracht waarbij de bodem ter plaatse geschikt wordt gemaakt voor de woonfunctie. Met uitzondering van de saneringslocaties wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een gesloten grondbalans. (PM: aanvullend bodem/asbestonderzoek t.b.v. oprit Kapelstraat 24)

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, dus de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 januari 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta worden hiermee in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Sinds 2007 zijn gemeenten wettelijk belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dat wil zeggen dat men rekening dient te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische resten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn. Is de verwachting dat er archeologisch waardevolle zaken aanwezig kunnen zijn , dan is vooronderzoek nodig.

Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen. Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden. De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is vertaald in dit bestemmingsplan. Op de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart zijn alle archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt. Verder is deze kaart op bureauonderzoek gebaseerd. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt.

De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten. Als een initiatiefnemer kan aantonen dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting. Pagina 39 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 20: Beleidskaart Op de beleidskaart (figuur 20) is de planlocatie geduid met waarde archeologie 1 en 3. Het gebied is tevens te scharen onder Vroege middeleeuwen en oeverzone, met middelhoge verwachten, aldus de verwachtingenkaart (figuur 21).

Figuur 21: Archeologische vindplaatsen en verwachtingen

Pagina 40 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 22: Uitgevoerde boringen Het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek naar een deel van het plangebied dat is uitgevoerd in 2009 geeft aan dat de verstoorde top van de mogelijk bewoonbare oeverafzetting op 100 tot 200 cm –MV is aangetroffen. Omdat deze top verstoord is zal het eventuele vondstenniveau verdwenen zijn waarbij op zijn best nog resten van diepere sporen te vinden zijn. Echter er blijft nog een groot deel over welke niet archeologisch zijn onderzocht. Op grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend verkennend veldonderzoek van 22 januari 2020 (bijlage 2 en figuur 22) adviseert het bureau om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen binnen onderhavig plangebied, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw wordt geconcludeerd dat archeologische resten daterend vanaf de Romeinse tijd niet meer worden verwacht of hooguit een ligging ex-situ zullen hebben. Op het voorkomen van archeologische resten ouder dan de Romeinse tijd was en blijft de verwachting laag, met tevens een eventueel voorkomen op grotere diepte, buiten de geplande bodemingreep (behalve een beperkte verstoring door heipalen).

Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen binnen het plangebied waarvoor het aanvullend verkennend booronderzoek is uitgevoerd. Op 10 maart 2020 is een ‘selectiebesluit archeologische monumentenzorg, aanvullend archeologisch verkennend bodemonderzoek’ genomen (bijlage 2). Met het rapport van 22 januari 2020 wordt Pagina 41 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

ingestemd. Het terrein wordt vrijgegeven. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij Onze Minister c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, namens deze de gemeente Zaltbommel, verplicht. Cultuurhistorie Sinds 1 januari 2012 is artikel 3.1.6 Bro gewijzigd en verdient cultuurhistorie nadrukkelijk aandacht in een bestemmingsplan. De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Erfgoedwet uit 2016. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen.

Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: • de aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • de wetering Capreton; • de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert-Zuid); • gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Gameren); • gemeentelijke en rijksmonumenten en • historische buitenplaatsen (Huis Brakel).

Figuur 23: Provinciale cultuurhistorische waardenkaart Pagina 42 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

De planlocatie is deels een oude ontginning in de kom, een waardevol open komgebied. Onderstaand (figuur 23) een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Het versterken van de regionale identiteit en eigenheid van Gelderland is een ambitie uit het uitvoeringsprogramma Cultuur & Erfgoed. Het kaartbeeld geeft geen totaalbeeld van al het erfgoed dat Gelderland rijk is, maar is een weergave van de identiteiten waarmee Gelderland zich onderscheidt van andere provincies. Het erfgoed is weergegeven in objecten, lijnelementen en landschappen. Op de kaart is het rivierengebied zichtbaar, de watergang en de ringdijk.

Figuur 24: Cultuurhistorische inventarisatiekaart gemeente Ook op de gemeentelijke cultuurhistorische kaart (figuur 24) zijn er voor de locatie geen belemmerende aandachtspunten. Kapelstraat 24 is als gemeentelijk monument aangewezen en blijft behouden. Het gebied ligt nabij de historische dorpskern Nederhemert-Zuid, maar is daarop niet van invloed.

4.3

Water

Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging te voorkomen. Volgens het Bro is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de beoogde ontwikkeling wordt overlegd gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Pagina 43 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het waterschapsbeleid en het gemeentelijk beleid nader worden behandeld. Kaderrichtlijn Water (KRW) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een ‘goede ecologische toestand’ (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd.

Nationaal Waterplan (NW) Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Dit nieuwe Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Met deze handelwijze is Nederland koploper en toonaangevend voorbeeld in de wereld. Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het kabinet streeft naar een integrale benadering, door natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie, cultureel erfgoed en economie (inclusief verdienvermogen) zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen.

De ambitie is dat overheden, bedrijven en burgers zich in 2021 meer bewust zijn van de kansen en bedreigingen van het water in hun omgeving. Iedereen neemt zijn eigen verantwoordelijkheid om samen te komen tot een waterrobuuste ruimtelijke inrichting, het beperken van overlast en rampen en verstandig handelen in extreme situaties. Het waterveiligheidsbeleid in het rivierengebied berust op twee pijlers: rivierverruiming en dijkversterking. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In de aard en omvang van de nationale waterproblematiek doen zich structurele veranderingen voor. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. In februari 2001 sloten daarom Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw. Daarmee werd de eerste stap gezet in het tot stand brengen van de noodzakelijke gemeenschappelijke aanpak. Twee jaar later worden de resultaten van die samenwerking en van voortschrijdende kennis en inzicht neergelegd in dit Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Het NBW-actueel 2008 is een actualisatie van het NBB uit 2003. Met dit NBW akkoord leggen de overheden vast op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdspad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken.

Pagina 44 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Het akkoord benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. Waterwet De Waterwet van 22 december 2009 vervangt een aantal bestaande wetten, zoals het Waterbeleid 21e eeuw en de Kaderrichtlijn Water, op het gebied van waterbeheer. De Waterwet is gericht op integraal waterbeheer, met de doelstelling voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies van watersystemen. Provinciaal Waterplan 2016-2021. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie.

Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Regionaal Waterprogramma Gelderland De provincie is vanuit diverse invalshoeken betrokken bij het thema water: vanuit de provinciale rol op het gebied van water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties. In dit plan wordt dat nader uitgewerkt. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, is in de geest van de nieuwe Omgevingswet ingevuld. In het verlengde daarvan wordt deze visie op hoofdlijnen aangevuld met een detaillering van het beleid in dit waterprogramma. De visie en het waterprogramma vormen samen ‘het beleid’. De ambitie is de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken in het provinciale beleid, bijvoorbeeld vanuit urgenties op gebiedsniveau, is ingevuld. Naar analogie van wat gezegd wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: het gaat om het vinden van synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden, om Gelderland ook in de toekomst gaaf te houden.

Raakvlakken worden in elk geval voorzien tussen water en de beleidsterreinen van bodembeheer, natuur-/ soortenbescherming, Natura 2000, klimaatadaptatie en met de programma’s van gebiedsontwikkeling Waar en hoe, wordt de komende jaren onderzocht, met de ambitie dit concreet te maken in programma(‘s) onder de nieuwe Omgevingswet. Zo staat Gelderland gesteld voor de toekomst. Dit waterprogramma is daarvoor een begin. Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid.

Pagina 45 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Waterschapsbeleid Met het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' blijft het waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent in de periode 2016-2021 onder meer op: • Gebiedsgericht werken; • Waterbewustzijn; • Innovatie. Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. Het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels Water- en rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021 Het WRP is hét overkoepelend beleidsplan waarin de gemeente de ambities rondom riolering en water verwoorden. De bekostiging van de maatregelen hiervoor wordt geborgd in het uitvoeringsprogramma. Bij dit WRP zet de gemeente de werkwijze van het WRP 2012-2016 voort. Een resultaatgerichte methodiek wordt gehanteerd waarbij op basis van beelden en keuzes beleid is vastgelegd. Het beleidskader richt zich op de kenmerken veilig, functioneel, heel en schoon. Het beleidskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen, stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. De eerste drie onderdelen corresponderen met de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente. Het vierde onderdeel is een gemeenschappelijke taak van gemeenten en waterschap voor schoon en voldoende water (in lijn met de Waterschapswet en Waterwet). Bij het bepalen van de ambitie, kunnen drie kwaliteitsniveaus worden gebruikt, met elk een eigen prijskaartje. Gekozen is voor de basis-ambitie ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.

Keur Waterschap Rivierenland 2014 Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en –kwaliteit) binnen het plangebied. Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo mag men bijvoorbeeld geen hemelwater, afkomstig van nieuw verhard oppervlak, op een oppervlaktewaterlichaam lozen. Als er veel extra verharding bijkomt, moet er waterneutraal worden gewerkt; er moet gecompenseerd worden door bijvoorbeeld extra bergingscapaciteit.

Pagina 46 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 25: Legger waterkeringen Er ligt een buitenbeschermingszone en kernzone Waterkering over het plangebied (figuur 25) en er is sprake van A-, B- en C-watergangen incl. onderhoud- en beschermingszones in of nabij het gebied. Gezien de omvang van het plan en daarbij verwachte toename in verhard oppervlak dient deze gecompenseerd te worden in de vorm van waterberging. Met name de ligging van het kernzonegebied (dijk) heeft consequenties voor de bouwmogelijkheden. Een kelder kan niet worden gerealiseerd. Watertoets Als bijlage 6 is de watertoets van 6 mei 2020 over dit plan opgenomen. Met het waterschap is al overleg gevoerd. Bij nieuwbouw is de aanleg van een gescheiden stelsel verplicht en bijkomende verharding op eigen terrein verwerkt wordt. Vanwege de kleiige ondergrond met hoge grondwaterstanden en de ligging Pagina 47 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

in het rivierengebied wordt meestal uitgegaan van bijkomende waterberging in oppervlaktewater om bijkomende verharding te compenseren. Tevens dient rekening gehouden te worden met bestaande knelpunten en overige waterstromen (zoals afvalwater). Het plangebied ligt oostelijk op de rand van de kern van Nederhemert-Noord in de oksel van de Maasdijk en de Kapelstraat. Het maaiveld is globaal aflopend vanaf de Maasdijk (ca. 2,9-3 meter +NAP) tot ca. 2,6 meter +NAP centraal en ca. 2-2,2 meter +NAP in noordelijke richting. Het oppervlaktewaterpeil in de Bommelerwaard wordt ter plaatse beheerd op een zomerpeil van 0,95 m +NAP en winterpeil van 0,80 m +NAP. Ter plaatse is geen kwel te verwachten aanwezig maar door de kleibodem zal er weinig infiltratie optreden. De onderzoekslocatie bevindt zich zover bekend niet binnen een attentie of beschermingsgebied behorend tot een waterwingebied. Zuidelijk van de onderzoekslocatie stroomt de Afgedamde Maas met tevens een primaire waterkering (de Maasdijk). De zuidelijke punt van het plangebied ligt binnen de kernzone van deze waterkering. Verder ligt het plangebied deels binnen de (buiten)beschermingszone. Nieuwbouw binnen de kern- en beschermingszone is vergunning plichtig. In de Kapelstraat is een gemengd rioolstelsel aanwezig.

Het afvalwater van de bestaande bedrijfsbebouwing en woningen nabij het plangebied wordt verzameld en naar de RWZI getransporteerd. Bij de herontwikkeling wordt een volledig gescheiden stelsel aangelegd waarbij het hemelwater binnen het plangebied verwerkt wordt. Door aan de milieuhygiënische voorwaarden te voldoen, zal door de aanvoer van de afgekoppelde neerslag de kwaliteit van het ontvangende grondof oppervlaktewater niet verslechteren. De beoogde activiteiten hebben een bijkomende afvalwaterhoeveelheid tot gevolg. Het is momenteel nog niet bekend of het bestaande stelsel dit kan verwerken. Binnen het plangebied zal in elk geval een nieuw DWA-stelsel aangelegd worden. Ter plaatse worden in fases ca. 120 woningen gerealiseerd. De bijhorende verwachte vuilvracht bedraagt ca. 300 equivalenten of een gemiddelde afvoer van ca. 3,64 m3/uur. Of dit afvalwater op het bestaande stelsel of via een nieuw transportgemaal verwerkt wordt, dient nog bepaald te worden bij de verder planontwikkeling in relatie tot de fasering van de nieuwbouw. Dit is afhankelijk van het bestaande rioolstelsel en de beschikbare capaciteit hierin. Bij de nadere planuitwerking zal dit aspect concreet met het bevoegd gezag afgestemd worden. Voor nieuwbouwwoningen wordt vanuit het waterschap een ontwateringsdiepte van 1 meter en bij voorkeur 1,3 meter geadviseerd.

Ter plaatse zullen geen kruipruimtes aangelegd worden. De bestaande bebouwing ligt reeds hoger als het bestaande maaiveld. Bij de toekomstige nieuwbouw wordt eenzelfde vloerpeil als de bestaande bebouwing of ca. 20-30 cm boven de kruin van de nabijgelegen weg geadviseerd. Hiervoor is plaatselijk een lichte ophoging benodigd. Geadviseerd wordt een weg- en bouwpeil van minimaal 2,25 m +NAP (bij voorkeur 2,5 m +NAP onderzijde vloerplaat) aan te houden. Hierdoor wordt voldaan aan de benodigde drooglegging en is geen grondwateroverlast te verwachten. Voor het uitgeefbaar gebied is uitgegaan van een gemiddelde verharding van 80%. Voor het parkeren wordt uitgegaan van een halfverhard oppervlak ter plaatse van de parkeerplaatsen behorende bij fase 1 en 3. Bij fase 2 kan dit aanvullend ook toegepast worden. Bij het definitief bouwplan zal het verhard oppervlak en de bijhorende watercompensatie hierop aangepast worden. De toename aan verharding bedraagt circa 11.978 m2. De benodigde watercompensatie voor een bui van T=10 bedraagt circa 522 m3 waarbij een bui van T=100 circa 795 m3 geen wateroverlast bij de bebouwing of derden mag veroorzaken. Het omliggende maaiveld dient zo ingericht te worden dat water van de panden wegstroomt naar een hemelwatervoorziening en/of het nabijgelegen oppervlaktewater.

Bij het planontwerp zijn enkele wijzigingen in het bestaand oppervlaktewatersysteem gepland. Enkele C-watergangen en de Bwatergang door het plangebied wil men dempen (in totaal ca. 212 m2). Ter compensatie wordt de Pagina 48 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

zuidelijke C-watergang verlengd en verbreedt. Mogelijk wordt deze watergang ingericht als Bwatergang. Hierover lopen nog gesprekken met de belendende eigenaar. De watergangen worden 1 op 1 gecompenseerd. Ter compensatie van de bijkomende verharding worden in het plangebied wadi’s ingepast. De inhoud van de nieuwe wadi’s bedraagt circa 837 m3 waardoor voldaan wordt aan de benodigde waterretentie van circa 795 m3. Door de wadi’s met elkaar te verbinden (bovengronds of met overloopkolken en duikers) en de aanleg van een uitstroomvoorziening met noodoverloop naar de noordelijke watergang wordt een robuust stelsel aangelegd. Zuidelijk binnen de beschermingszone van de primaire waterkering is bebouwing gepland. Ter plaatse is geen bouwlijn aanwezig. Naast de aanvraag van een vergunning mag het bestaande profiel van de kering door de nieuwbouw niet verstoord worden. De kern van de primaire waterkering ligt maximaal 5 meter binnen het plangebied. De nieuwbouw wordt op circa 7,7 meter uit de perceelsgrens gebouwd. Deze wordt boven het bestaande profiel gebouwd waardoor geen nadelige invloed op de kering te verwachten is. Voor de bouw van de woningen zal tijdig een vergunning aangevraagd te worden. Voor de bestemmingsplanfase zijn geen belemmerende wateraspecten aanwezig.

Door bij de verdere planuitwerking rekening te houden met de genoemde aandachtspunten is bij de planontwikkeling geen (grond)wateroverlast te verwachten. De uiteindelijke detaillering en bijhorende compensatie voor het planvoornemen wordt in een volgende fase uitgewerkt in een waterhuishoudkundig en rioleringsplan en zal overlegd te worden met het bevoegd gezag. Bij werkzaamheden binnen (de beschermingszone van) het oppervlaktewater kan een melding of watervergunning vereist zijn. Voor de aanleg van het bijkomend verhard oppervlak en de nieuwbouw nabij de primaire waterkering is een watervergunning benodigd. Deze vergunningen dienen middels het Omgevingsloket de benodigde vergunningen aangevraagd te worden en worden niet geregeld middels deze waterparagraaf en ruimtelijke onderbouwing. Voorafgaand wordt een vooroverleg met de afdeling Vergunningen van Waterschap Rivierenland geadviseerd.

4.4

Geluidhinder

Sinds 1 januari 2007 is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Geluidsgevoelige ontwikkelingen moeten aan deze wet worden getoetst. In de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en/of industrielawaai op de gevels van (andere) geluidsgevoelige gebouwen getoetst moet worden aan de in de Wgh opgenomen (voorkeurs)grenswaarden. In een 30 km/uur-gebied kan toetsing veelal achterwege blijven. De Kapelstraat en Maasdijk zijn als 50 km/uur aangewezen. Er is in 2012 een akoestisch onderzoek verricht voor een deel van het plangebied. Hieruit blijk dat de 48 dB(A)-geluidcontour het westelijk en zuidelijk deel van het plangebied marginaal overschrijdt. De 48 dB(A)-contour vanwege het wegverkeer op de Kapelstraat ligt op circa 20 meter - en de 48 dB(A)contour vanwege het wegverkeer op de Maasdijk ligt op circa 10 meter van de plangrens verwijderd. Dit onderzoek diende geactualiseerd te worden om te kijken of deze 48 dB(A) contour nog op deze afstanden is gesitueerd. Binnen de contouren is woningbouw niet zonder meer mogelijk. Indien woningen binnen deze contouren geprojecteerd worden zal een hogere grenswaarde procedure moeten worden doorlopen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10507150/1