CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat De Meander

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat, De Meander34.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander’

Datum: Planstatus:

4 oktober 2019 Voorontwerp

Toelichting Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander’ NL.IMRO.0297.NHNBP20200002-VS01 Vast te stellen, 2 augustus 2021 Gemeente Zaltbommel Urban Jazz B.V. in opdracht van Boveneind Projectontwikkeling B.V. Bijlagen 1 Quickscan ecologie, 19 februari 2020 met ecologisch veldonderzoek, 13 november 2020 en projectplan, 11 februari 2021 met aanvullende beantwoording 2 juli 2021 2 Archeologisch onderzoek, 22 januari 2020 met selectiebesluit, 10 maart 2020 3 Bodemonderzoeken, 13 september 2012, 9 september 2019, 13 september 2019, 28 december 2019, 6 januari 2020 4 Akoestisch onderzoek, 22 februari 2021 5 Geurrapportages, 6 en 7 februari 2020 6 Watertoets, 6 mei 2020 7 Memo verkeer, 13 februari 2020 8 Rapport industrielawaai, 21 januari 2021 9 Rapport munitie, 10 december 2019 10 Beeldkwaliteitplan, 2 augustus 2021 11 Verslag omgevingsdialoog, 2 juli 2019, Samenvatting tipstopsformulier, 2 juli 2019, Tussentijdse update bewoners, 9 januari 2020, StaVaZabrief bewoners, april 2020 12 Rapportage stikstof, 13 april 2021, Aanlegfase Aerius berekening 12 april 2021, Gebruiksfase Aerius berekening, 12 april 2021 13 Vooroverleg- en inspraakreacties met inspraaknota 14 Zienswijzenota 15 Onderzoek spuitzone, 6 november 2020 16 Schaduwstudie, november 2020 17 Akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking, 22 februari 2021 Separate bijlagen Regels Verbeelding

Pagina 1 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding ................................................................................................................ 4

1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied .............................................................................. 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan..................................................................................................... 6

1.4

Leeswijzer ................................................................................................................................ 8

Hoofdstuk 2 Beleidskaders ......................................................................................................... 9 2.1

Rijksbeleid................................................................................................................................ 9

2.2

Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................. 13

2.3

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 19

2.4

Toetsing beleidskaders .......................................................................................................... 24

Hoofdstuk 3 Huidige en beoogde situatie ................................................................................. 25 3.1

Zaltbommel - Nederhemert .................................................................................................. 25

3.2

Plangebied – bestaande situatie ........................................................................................... 27

3.3

Beoogde situatie.................................................................................................................... 29

Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving................................................ 37 4.1

Bodem ................................................................................................................................... 37

4.2

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 39

4.3

Water ..................................................................................................................................... 43

4.4

Geluidhinder .......................................................................................................................... 49

4.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 50

4.6

Externe veiligheid .................................................................................................................. 52

4.7

Ecologie / flora en fauna ....................................................................................................... 54

4.8

Milieuzonering....................................................................................................................... 59

4.9

Geurhinder ............................................................................................................................ 61

4.10

Overige belemmeringen, kabels en leidingen ....................................................................... 63

4.11

Spuitzone boomgaarden ....................................................................................................... 63

4.12

Explosieven ............................................................................................................................ 64

4.13

Vormvrije MER-beoordeling. ................................................................................................. 65

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten .............................................................................................. 68 5.1

Planvorm ............................................................................................................................... 68

5.2

Toelichting op de bestemmingen .......................................................................................... 68

1

INLEIDENDE REGELS .............................................................................................................. 68

2

BESTEMMINGSREGELS .......................................................................................................... 68

3

ALGEMENE REGELS................................................................................................................ 69

Pagina 2 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS .............................................................................................. 70

5.3

Handhaving............................................................................................................................ 70

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid ................................................................................................... 72 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 72

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................... 72

Pagina 3 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Transportbedrijf Gebr. Vos is in 2009 vertrokken uit Nederhemert, hierdoor bestaat de mogelijkheid de locatie te herontwikkelen voor woningbouw. In het verleden heeft woonstichting De Vijf Gemeenten (inmiddels opgegaan in Woonstichting De Kernen) voor de nieuwbouw de betreffend gronden aangekocht. In 2012 en 2013 heeft Waalwaardwonen gewerkt aan een Programma van Eisen en een anterieure overeenkomst op deze locatie. Het is echter niet verder gekomen dan concepten. In 2017 heeft de huidige ontwikkelaar het voormalige Vos-terrein aangekocht. Daarnaast heeft hij nog andere omliggende percelen aangekocht Aangelegen akkerbouwpercelen en weilanden worden hierbij betrokken. De herontwikkeling voorziet in 120 nieuwbouwwoningen, in diverse typen, gefaseerd te realiseren binnen het plangebied van circa 5,2 ha. In eerste instantie 108 woningen met een uitbreiding met 12. In het plan wordt ook een vrijgekomen agrarische woning Kapelstraat 24 betrokken, alsmede de vrijkomende bedrijfswoning Kapelstraat 6. Tot slot is het aangrenzende agrarisch bedrijf Maasdijk 2a meegenomen, in relatie tot milieuzonering, waarover in paragraaf 4.8 meer. De gemeente Zaltbommel heeft in 2019 haar principemedewerking aan de ontwikkeling toegezegd en een Programma van Eisen opgesteld. Met het Programma van Eisen start de voorbereidingsfase.

Het Programma van Eisen betreft een functionele lijst met uitgangspunten. Dit Programma van Eisen is een algemeen kader voor de ontwikkeling van het gebied. In het programma worden uitgangspunten en wensen van de partijen vastgesteld voordat de concretere ontwerpfase kan starten. In het Programma van Eisen is zo concreet mogelijk vastgelegd waar het toekomstig ontwerp aan getoetst wordt. Het ruimtelijk ontwerp en het bestemmingsplan zijn uitwerkingen van het programma. Logischerwijs dienen de uitwerkingen daarna te voldoen aan het vigerend beleid (gemeentelijk en regionaal) en gemeentelijke beleidsvisies, zoals op het terrein van volkshuisvesting en de openbare ruimte. Op basis van een goede motivatie en met wederzijdse instemming kan van het programma van eisen afgeweken worden. Het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken én planologisch vast te leggen.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

In figuur 1 en 2 zijn respectievelijk de ligging van het plangebied en een straatnamenkaart weergegeven. De percelen zijn kadastraal bekend als sectie T 918, 920, 1485, 1486, 1819, 1820, 158, 159.

Pagina 4 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 1: Ligging plangebied (topografische kaart 2018)

Figuur 2: Straatnamenkaart (bron: Google 2020)

Pagina 5 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan (figuur 3) ‘Nederhemert’ vastgesteld door de gemeenteraad van Zaltbommel op 15 april 2010. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied, ter plaatse van Kapelstraat 24 en Maasdijk 2a is het bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel van kracht, vastgesteld 27 juni 2013 en onherroepelijk op 17 september 2014 (figuur 4). Ook geldt er het Parapluplan Parkeren van 14 juni 2018 en Parapluherziening verkamering woningen van 5 november 2020. Het middengedeelte is bestemd als Bedrijfsdoeleinden voor bedrijven in categorie A uit een bedrijvenlijst met tevens aanduiding Transportbedrijf. Tevens is één dienstwoning (Kapelstraat 6) van 600m3 toelaatbaar. Het bebouwingspercentage is 60% waarbij bedrijfsbebouwing tot 6 meter hoog kan worden gerealiseerd. Aangrenzend liggen gronden met de bestemming Landelijk groen, bestemd voor grasvelden, weilanden met voorzieningen zoals paardenbakken, sport- en spelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. De waterloop is als Water bestemd met bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden en beschoeiingen.

De gronden nabij de Afgedamde Maas hebben de dubbelbestemming Waterstaatkundige doeleinden voor het treffen van voorzieningen ten behoeve van het kwantitatieve waterbeheer én het behoud, bescherming en het vervullen van een waterkerende functie, onder meer door middel van de aanleg en instandhouding van een dijklichaam. Kapelstraat 24 en Maasdijk 2a zijn beide agrarisch bestemd voor een grondgebonden agrarisch bedrijf én voorzien van een bouwvlak van 5575 m2 resp. 1170 m2. Ter plaatse is bedrijfsbebouwing toelaatbaar en een bedrijfswoning. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 en 3 is opgenomen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor het realiseren van een bouwwerk groter dan 30 m2 resp. 2500 m2 en dieper dan 30 cm. is vooraf een onderzoek vereist. De dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering is bedoeld voor de aanleg, het beheer en de bescherming van de waterkering. De vrijwaringszone voor de dijk is voor de bescherming, onderhoud en de instandhouding van de primaire waterkering. Beide bestemmingsplannen hebben vooral een beheersmatig karakter. De beoogde ontwikkeling, die verder in hoofdstuk 3 wordt beschreven en gemotiveerd, past qua bouw- en gebruiksmogelijkheden daarmee niet binnen het vigerende bestemmingsplan.

Aangezien er tevens geen passende afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, dient er - om de ontwikkeling mogelijk te maken - een bestemmingsplan te worden opgesteld, waarbij de bedrijfs- en agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Het voorliggende bestemmingsplan biedt dus het juridisch planologische kader om de voorgestelde ontwikkeling ter plaatse mogelijk te maken.

Pagina 6 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 3: Vigerend bestemmingsplan Nederhemert

Pagina 7 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 4: Vigerend bestemmingsplan Buitengebied (Kapelstraat 24 en Maasdijk 2a)

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en verbeelding. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de onderhavige toelichting worden de uitgangspunten voor de planherziening weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid dat op de beoogde ontwikkeling van toepassing is. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en beoogde situatie. De milieu- en duurzaamheidaspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. De uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde.

Pagina 8 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. In de structuurvisie van 13 maart 2012, schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn terughoudender. Hierdoor vertragen projecten, worden deze heroverwogen of zelfs gestopt. Daarnaast werkt de huidige wijze van financiering van gebiedsontwikkeling niet meer.

Nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers zijn nodig om gebiedsontwikkeling weer van de grond te krijgen. Tegelijkertijd vragen grote opgaven op het gebied van concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid om rijksbetrokkenheid. Het initiatief heeft geen betrekking op één van de 13 rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR: 1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 9.

ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten en 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten Het initiatief past dan ook binnen de beleidskader van de SVIR. 2.1.2 Barro Omtrent het ontwerp van de structuurvisie vond inspraak plaats in 2011. Gelijktijdig is een eerste wijziging ter inzage gelegd van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro bevestigt de beleidsuitspraken uit de structuurvisie. Het gewijzigde Barro trad op 10 oktober 2012 in werking, ook wel genoemd Ontwerp Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte.

Pagina 9 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk de juridische kaders die nodig zijn voor het beleidsmatig borgen van het ruimtelijk rijksbeleid. De meest recente wijziging heeft op 18 mei 2016 plaatsgevonden. Het Rijk heeft in het Barro opgenomen: 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament; 3. grote Rivieren; 4. Waddenzee en waddengebied; 5. Defensie; 6. erfgoederen van uitzonderlijke waarde; 7. rijksvaarwegen; 8. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 9. Natuurnetwerk Nederland; 10. primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 11. IJsselmeergebied; 12. Elektriciteitsvoorziening; 13. buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en 14. ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Voor de gemeente Zaltbommel is binnen het Barro het rijksbeleid voor Grote Rivieren van belang. Dit beleid is uiteengezet in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze Beleidslijn omvat het gehele kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid, vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt, van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De Beleidslijn is van toepassing op onder andere het stroomgebied van de Waal. In de Beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt in een stroomvoerend regime en een bergend regime.

Een stroomvoerend regime geldt voor delen van het rivierbed waar, op grond van rivierkundige overwegingen, specifiek omschreven riviergebonden activiteiten zijn toegestaan. Riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld waterstaatkundige werken, de uitbreiding van steenfabrieken en de realisatie van natuur. Niet-riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld woningbouwontwikkeling en de realisatie van niet-watergebonden bedrijventerreinen. Niet-riviergebonden activiteiten zijn niet toegestaan. Uitzonderingen zijn alleen toegestaan in situaties waarin sprake is van een groot openbaar belang en de activiteit niet buiten het rivierbed gerealiseerd kan worden, een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijvigheid, functieverandering binnen bestaande bebouwing en per saldo meer ruimte voor de rivier. Binnen de gemeente Zaltbommel vallen het Munnikenland (inclusief Slot Loevestein) ten westen van de Nieuwe Dijk, de Waal en de uiterwaarden langs de Waal onder het stroomvoerend regime. Een bergend regime geldt voor delen van het rivierbed waar alle activiteiten zijn toegestaan als voldaan wordt aan de gestelde rivierkundige voorwaarden. De Afgedamde Maas inclusief uiterwaarden en het buitendijks gelegen deel van Eiland Nederhemert vallen onder het bergend regime. Ten westen van de kern Brakel is een ruimtelijke reservering opgenomen.

Deze reservering heeft als doel te zorgen dat op deze locatie in de toekomst rivierverruimende maatregelen mogelijk te maken. In dit gebied moeten nieuwe grootschalige en kapitaalintensieve ontwikkelingen afgestemd worden op de toekomstige rivierverruimingsmaatregelen. Het bestaand gebruik mag worden voortgezet. De reservering bij Brakel is bedoeld om de toekomst een dijkteruglegging mogelijk te maken. De regels uit het Barro hebben geen betrekking op het initiatief, omdat het initiatief niet ligt binnen de gronden, waarop het regime van de beleidslijn Grote Rivieren (figuur 5), van toepassing is en/of binnen de ruimtelijke reservering ten westen van de kern Brakel.

Pagina 10 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 5: Beleidslijn Grote Rivieren 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Uit het gewijzigde Barro blijkt dat artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangevuld is. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe ruimtevraag en een zorgvuldige inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De term SER-ladder is verder geïntroduceerd. Drie stappen moeten worden doorlopen met een motivatie in de toelichting bij het betreffende ruimtelijke plan: 1. beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijven- en haventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Naast de kwantitatieve beoordeling gaat het ook om kwalitatieve vraag op regionale schaal; 2. beoordeling of de ontwikkeling kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten en 3. beoordeling door betrokken overheden of er sprake is van een passende ontsluiting.

Pagina 11 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn gelegen in het vervallen van de begrippen ‘actuele regionale’ bij de behoeftebepaling. Aangezien de huidige jurisprudentie van toepassing blijft op de nieuwe ladder, leidt dit niet tot een wijziging in de toepassingspraktijk van de ladder. Daarnaast zijn treden 1 en 2 samengevoegd en is trede 3 komen te vervallen. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt nu: “De toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.” De ladder moet worden doorlopen als het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang (meer dan 11 woningen). In de regio zijn ook afspraken gemaakt over toepassing van de ladder. Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag worden niet gekwalificeerd als een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de zogenaamde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State over de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het plan De Meander wordt daarom gezien als stedelijke ontwikkeling. In de paragrafen 2.2.5 en 3.3.6 is de woningbehoefte nader kwantitatief en kwalitatief onderbouwd en getoetst. Naar deze paragrafen als ook naar de inspraaknota wordt dan ook uitdrukkelijk verwezen. Het is vanuit een duurzaam ruimtegebruik zeer wenselijk om gebruik te maken van inbreidingslocaties en/of herstructureringslocaties. Een groot deel van het plangebied is als herstructurering te beschouwen. Om het plan financieel mogelijk te maken, is het noodzakelijk deels ook tot uitbreiding over te gaan. De gemeente heeft bij de vaststelling van het Programma van Eisen al bepaald dat het plan, gelet op de omvang, vóórgaat op andere plannen in Nederhemert. Andere plannen in Nederhemert worden in programma en tijd hierop afgestemd.

De woningbehoefte voor het type en aantal woningen dat met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, is te bepalen aan de hand van het Woningbehoefteonderzoek Bommelerwaard en de Regionale Woonagenda, die ook in dit bestemmingsplan worden besproken. Er is in Nederhemert een basisbehoefte van circa 130 woningen tot 2028. In Nederhemert is vanaf 2018 tot 2028 een harde capaciteit van 36 woningen. Hieruit blijkt dat er in kwantitatieve zin voor de komende jaren tot 2028 een woningbehoefte is aan voldoende woningen in Nederhemert. Het plan De Meander voorziet in 120 woningen in totaal. Voor 2028 worden er circa 50 woningen gerealiseerd. De eerste fase past goed bij de behoefte tot 2028. Fase 2 en 3 worden gefaseerd geprogrammeerd vanaf circa 2027/2028. Er zijn in het huidige woningbouwprogramma (2015-2024) 883 woningen gepland met een capaciteit van 1115. De woningen van De Meander (108) passen dus binnen het huidige woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma wordt momenteel geactualiseerd. Er is een gemeentelijke woningbouwopgave tussen de 900 en 1450 woningen geraamd voor de komende 10 jaar (2020-2030). Vanaf 2020 zijn er circa 450 woningen gepland. Ook in het nieuwe woningbouwprogramma is De Meander dus passend. Uit bovenstaande blijkt dat er in kwantitatieve zin, inclusief de woningen uit de eerste fase, voldoende woningbehoefte is.

Het woningbouwprogramma voor De Meander wordt afgestemd op de behoefte en op de invulling van andere woningbouwlocaties in Nederhemert. Er wordt gedacht aan een mix van eengezins, starters, nultredenwoningen (onder andere voor senioren), eenpersoonshuishoudens, bouwkavels

Pagina 12 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

voor Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Particulier Opdrachtgeverschap (PO). 60% is voor de vrije sector bedoeld en 40% voor de sociale sector. Het soort woningen dat gerealiseerd gaat worden, wordt niet op korte tot middellange termijn in dusdanige aantallen in Nederhemert gerealiseerd, dat voorzien kan worden in de vraaq naar dit soort woningen in Nederhemert. 2.1.4 Radarverstoringsgebied Herwijnen Het plangebied is gelegen in een radarverstoringsgebied (figuur 6) van defensie en het radarstation Herwijnen. In artikel 2.6.2 van het Barro wordt gesteld dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond in een radarverstoringsgebied in overeenstemming moet zijn met de regeling als opgenomen in het Rarro. De maximale toegestane hoogte is 113 meter +NAP. De locatie ligt op circa 2 meter +NAP. Onderhavig plan biedt ruimte voor woningbouw met een bouwhoogte tot maximaal 11 meter. Deze hoogte past ruimschoots binnen de gestelde maximale bouwhoogtes uit het Rarro. Ten aanzien van het onderhavige plangebied zijn er verder geen regels uit het Barro van toepassing.

Figuur 6: Radarverstoringsgebied

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

Met de komst van de Wro in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van de provincie gewijzigd. Structuurvisies geven voortaan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid aan en stellen de provinciale belangen die met dat beleid worden behartigd veilig. Ter verwezenlijking daarvan heeft de provincie de beschikking over nieuwe juridisch mogelijkheden, te weten het provinciale bestemmingsplan ofwel inpassingsplan, de verordening en het opleggen van aanwijzingen. Met de inwerkingtreding van de Wro is de goedkeuringstaak van Gedeputeerde Staten ten aanzien van ruimtelijke plannen komen te vervallen. Dit betekent dat de provincie dient te handelen vanuit het provinciaal belang. Enkel op die basis kan de provincie gebruik maken van het instrumentarium dat op grond van de Wro beschikbaar is.

Pagina 13 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

2.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland, vastgesteld op 19 december 2018, geeft de richtlijnen voor de ruimtelijke, fysieke en economische inrichting van de provincie. Gemeentelijke plannen en initiatieven van ondernemers, burgers en instellingen kunnen aan dit beleid getoetst worden. De nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent een aantal nieuwe beleidsthema's (ambities) en een aantal aanpassingen van het beleid op bestaande thema's. Het beleid is meer strategisch van karakter. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gelderland bevindt zich op een cruciaal punt in de tijd. De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt gedaan door het nastreven van zeven met elkaar samenhangende ambities: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit; 5. bereikbaarheid; 6. vestigingsklimaat en 7. woon- en leefomgeving.

Ad 7) Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Het benutten van bestaande gebouwen heeft de voorkeur. Gestreefd wordt naar concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, is uitbreiding aan de randen van de steden of dorpen in beeld. Bij de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop. Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut. In 2050 zijn alle woningen klimaatneutraal. Het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie van 2014 en de actualisatie wordt voortgezet. Dit zelfde geldt voor het waterbeleid, milieubeleid, natuur en landschapsbeleid en verkeers- en vervoersbeleid. Uit het kaartbeeld bij de visie (figuur 7 en 8) blijkt voor het plangebied geen relevante informatie. Het is een aandachtsgebied voor windenergie, zonneparken zijn mogelijk en het ligt nabij een natuurnetwerk, waarover in paragraaf 4.7 meer.

Pagina 14 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Figuur 7: Themakaart Ruimtelijk beleid

Figuur 8: Themakaart Natuur- en landschapsbeleid, Gelders natuurnetwerk

Pagina 15 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en bevat regels voor de gehele provincie en per gebiedsgericht thema. De nieuwe Omgevingsverordening van 19 december 2018 bouwt voort op de geldende Omgevingsverordening en wordt opgeschoond, aangepast en aangevuld. Hierbij wordt uitdrukkelijk gekozen voor een verordening die past binnen de kaders van de Omgevingswet. Naast redactionele wijzigingen zijn er ook enkele beleidsinhoudelijke wijzigingen (actualisatie). De aanleiding daarvoor ligt in maatschappelijke of wettelijke ontwikkelingen. Ter borging van de beleidsdoelen en werkwijze uit het provinciale woonbeleid in de 'Koers Wonen' (januari 2018) worden de regels in de verordening verduidelijkt zodat de verordening in lijn blijft met de 'Koers Wonen'. Uitgangspunt is dat elke regio altijd beschikt over een actuele regionale woonagenda. Hierbij worden netwerken van verschillende publieke en private partijen gecreëerd die capaciteit, kennis en middelen bundelen om gezamenlijk de opgaven op de regionale woningmarkt aan te pakken. Binnen de kwantitatieve opgave 'wonen' kunnen gemeenten en andere relevante partijen in de regio gezamenlijk nagaan wat nodig is voor een goed functionerende regionale woningmarkt. De bestaande gebouwde voorraad staat daarbij centraal.

Afspraken worden gemaakt over aanpassing van bestaande woningen, sloop met vervangende nieuwbouw, verdunning, het benutten van kansen van functieverandering en tenslotte de nieuwbouw. Bij de provinciale programmering is aangegeven dat flexibiliteit is gewenst. Tijdelijke overcapaciteit kan gewenst zijn, bijvoorbeeld wanneer een gemeente een bepaald plan wil wisselen voor een plan dat beter tegemoet komt aan de woningbehoefte of aan het (locatiekeuze)beleid van de Omgevingsvisie. De provincie biedt daarvoor onder voorwaarden een mogelijkheid. Zij neemt hierin een regierol. Een goede plek om te wonen voor iedereen, nu en in de toekomst, daar draait het om. Daar willen de provincie samen met alle partijen mee aan de slag. Wat er nodig is om dit doel te bereiken, de opgave, stellen we centraal. Deze opgave verschilt per regio en is deels regionaal. De provincie borgt dat elke regio hiervoor een regionale woonagenda opstelt. Hiermee zorgen zij voor een structuur waarbinnen partijen afspraken kunnen maken om de regionale opgave verder te brengen. Artikel 2.1 (regionale woonagenda): Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid.

Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: • er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; • de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid en • er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda): Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: • er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; • de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid en • er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling en • Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Pagina 16 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

De locatie is opgenomen in de regionale woonagenda. Op basis van artikel 2.1 is de realisatie mogelijk. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het provinciale beleid. Verder is in de verordening binnen het plangebied een aantal regels opgenomen over landbouw en glastuinbouw, in dit kader niet belemmerend of relevant. De locatie grenst aan een gebied met aanduiding landschap. 2.2.3 Regionale Woonagenda De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio's wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een 'regionale woonagenda'. Hierin zijn de belangrijkste thema's omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. Het is feitelijk een regionaal actieprogramma. In de regionale woonagenda zijn de volgende thema's opgenomen: • regionaal woningbouwprogramma; • bestaande woningvoorraad; • wonen en zorg; • doorstroming; • arbeidsmigranten; • verblijfsgerechtigden; • woonlasten en betaalbaarheid en • flexibele tijdelijke woonvormen. Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen.

De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.1 en 2.2 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema's worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties. De provincie Gelderland geeft aan dat het plan voorziet in de lokale woningbehoefte, dat het past in de regionale woonagenda. 2.2.4 Regionaal Woningbouwprogramma Regio Rivierenland De gemeenten in de Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Zaltbommel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en jaarlijks actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma. Op 30 mei 2016 hebben de provincie en de regio(gemeenten) afspraken gemaakt over de Kwantitatieve Opgave Wonen voor de periode 2015 - 2024. Gedeputeerde Staten hebben deze afspraken op 12 juli 2016 vastgesteld. Op basis van de Regionale woningbouwprogrammering, die binnenkort overigens wordt herzien, heeft de gemeente Zaltbommel een beschikbare capaciteit van ongeveer 1.115 woningen tot 2025 (op basis van Primos2016). Het woningbouwprogramma met bijbehorende kwantitatieve behoefte is herzien. Hiervoor is een regionaal woningbehoefte-onderzoek (WBO) uitgevoerd in december 2018.

2.2.5 Woningbehoefteonderzoek Het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018 (WBO 2018) van bureau Companen beslaat de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. In Nederhemert wordt een behoefte gezien die nog niet is ingevuld. Er is een basis- en groeiscenario. Starters, arbeidsmigranten en statushouders zorgen voor een toenemende vraag. De kwantitatieve woningbehoefte voor de komende jaren ligt op 80 tot 130 woningen, waarvan ruim 30% in de huur- en sociale koopsector. De vraag richt zich sterk op koopwoningen; in eerste instantie in de klasse tussen €170.000-€250.000, maar ook in de klasse daarboven tot €350.000. Het aantal oudere huishoudens neemt de komende jaren toe, maar er valt ook nog een groei van het aantal jonge 1+2 persoonshuishoudens en gezinnen te verwachten. De markt voor sociale huur lijkt -ondanks een lange actieve zoektijd- relatief ontspannen. Pagina 17 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

De provincie eist een regionale woningbouwprogrammering die onderdeel uitmaakt van de regionale woonagenda. Deze is in 2016 tot stand gekomen én onlangs (vierde kwartaal 2020) opnieuw vastgesteld. De gemeentelijke woningbouwopgave ligt tussen de 900 en 1450 woningen voor de komende 10 jaar (2020-2030). Dit betekent dat de gemeente intensief met de regio in overleg blijft over zowel het regionale kwalitatieve als kwantitatieve woningbouwprogramma. Het lokale Zaltbommelse woningbouwprogramma (zie paragraaf 2.2.4) is hierop afgestemd. Binnenkort zal het regionaal woningbouwprogramma als onderdeel van de regionale agenda ook opnieuw worden vastgesteld. Het WBO dateert dus van 2018. Hoewel dit enerzijds een goede indicatie geeft van de behoefte per kern is de woningmarkt de afgelopen jaren snel veranderd. Over de gehele gemeente is het groeiscenario gewenst en is een tekort aan betaalbare (starters) woningen. De ontwikkelaar geeft aan dat er ook al veel interesse is in het plan, met name van starters en doorstromers. Het betreft het een zogenaamd flexibel bestemmingsplan. In de bouwvlakken is aangegeven hoeveel en welk type woningen -aaneengesloten, twee-aan-een, vrijstaand of gestapeld - is toegestaan. Hierdoor kan ingespeeld worden op de actuele marktvraag naar woningen voor starters, gezinnen, senioren etc.

Daarbij wordt nog opgemerkt dat seniorenwoningen niet per definitie gestapelde woningen hoeven te betreffen. Dit kunnen ook levensloopbestendige grondgebonden woningen zijn. 2.2.6 Toetsing van projecten Alle in het Regionaal Woningbouwprogramma opgenomen projecten zijn getoetst op drie punten: • planstatus (harde of zachte plancapaciteit); • urgentie (noodzaak voor prioriteit: verbetering door bijvoorbeeld herstructurering dan wel bedrijfssanering of woningen voor urgente doelgroepen) en • woonmilieu, prijs en woningtype (projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het regionale woningbehoefteonderzoek). 2.2.7 Indeling projecten De projecten zijn – na op de die punten getoetst te zijn – ingedeeld in categorieën, te weten: 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar): Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2. 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar). Dit kunnen bijvoorbeeld aandachtspunten op het gebied van milieu zijn. Ook zijn kansrijke plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld opgenomen in categorie 2. 3.

Plannen voor de lange(re) termijn (realisatie tien jaar of verder): Dit zijn plannen die pas na 2024 zijn voorzien of deel uitmaken van een groter project. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Het voorliggende plan is deels (zijnde fase 1) opgenomen in het woningbouwprogramma als categorie 2 plan en past daarmee binnen de regionale woningbouwprogrammering, gelet op woonmilieu, prijs en woningtype. Zie hiervoor ook paragraaf 3.3.6. Fase 2 en 3 zijn nog niet in het woningbouwprogramma 2015 t/m 2024 opgenomen, omdat de woningen later ontwikkeld worden. Dit is vooralsnog een categorie 3-project. Momenteel wordt het regionaal woningbouwprogramma geactualiseerd. De nieuwe ontwikkelingen ten opzichte van het programma 2015-2024, inclusief voorliggend plan, zijn meegenomen in de nieuwe woningbouwprogrammering. Het recent uitgevoerde woningbehoefte-onderzoek laat zien dat er voldoende vraag is naar dit plan en de overige meegenomen plannen. Voor wat betreft het programma scoort de ontwikkeling daarnaast goed, omdat dit voorziet in de sanering van een bedrijf. Dit plan past vanwege de fasering bij deze behoefte. De 108 + 12 woningen worden toegevoegd aan het woningbouwprogramma. Na het doorlopen van de procedure voor het bestemmingsplan wordt het plan opgenomen als categorie 1.

Pagina 18 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Structuurvisie Buitengebied Op 31 januari 2012 en 19 september 2019 is een structuurvisie (figuur 9) voor het buitengebied van Zaltbommel vastgesteld waarmee het Regionaal Plan Bommelerwaard is vervallen. De structuurvisie geeft het beeld voor de langere termijn en dient als toetsingskader voor ontwikkelingen, waar het bestemmingsplan niet in voorziet. Alleen het perceel Kapelstraat 24 Nederhemert valt met de aanduiding gemengd landelijk gebied binnen dit plangebied. Dit betreft in grote lijnen de kleinschalige oeverwallen en bebouwingsconcentraties. Hier is sprake van een grote afwisseling van fruitteelt, glastuinbouw, bedrijvigheid en wonen, in contrast met het open agrarisch gebied. Door de kleinschaligheid van dit gebied is het geschikt voor een grotere diversiteit aan plattelandsfuncties. Binnen het Gemengd landelijk gebied wordt ruimhartig omgegaan met de mogelijkheden voor functieverandering, gelet op de kernkwaliteiten van dit landschappelijk deelgebied. Dit geldt tevens voor de extensiveringsgebieden glastuinbouw. Hierdoor is het in deze gebieden mogelijk om maximaal te zoeken naar mogelijkheden om bedrijven te saneren. Het VAB-beleid is hierbij een van de instrumenten om het gewenste beleid vorm te geven.

Figuur 9: Uitsnede Structuurvisie 2.3.2 Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 De gemeente Zaltbommel heeft samen met de gemeente Maasdriel de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 opgesteld. De visie is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen. De beide gemeenten willen samen met de woningcorporaties, partners en burgers werken aan: • de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: hierbij gaat het om het behoud en versterken van de kwaliteit van de woningen. Duurzaamheid, flexibiliteit en diversiteit zijn hierbij belangrijk; • passende woningvoorraad: de gemeenten willen dat heel gericht woningen worden toegevoegd die passen bij de lokale vraag. Dit betekent maatwerk in de kernen en gefaseerde woningbouw zodat bijsturen mogelijk is; • voldoende betaalbare woningen: er is vraag naar betaalbare woningen in de Bommelerwaard. Hier willen de gemeenten in voorzien met bijzondere aandacht voor starters en de lage- en middeninkomens; • wonen, welzijn en zorg: uitgangspunt is het langer zelfstandig wonen van mensen met een ondersteuningsbehoefte. De geschiktheid van de woningen en woonomgeving, match tussen Pagina 19 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

vraag en aanbod van wonen met zorg en de bereikbaarheid van voorzieningen zijn van groot belang. Dit vraagt om samenwerking tussen veel verschillende partijen. • kwaliteit van de woonomgeving: Uitgangspunt is de identiteit en de kracht van de dorpen en kernen zelf. De gemeenten faciliteren initiatieven vanuit de lokale gemeenschappen en bieden waar nodig professionele ondersteuning. Ontmoeten en verbinden zijn een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de woonomgeving. De ambities en woonthema’s zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Het initiatief past binnen de woonvisie, omdat de kwaliteit van de woonomgeving met het verdwijnen van een bedrijfsbestemming in het dorp verbetert. Het perceel houdt echter niettemin wel haar groene uitstraling maar zal niet meer voor bedrijfsmatige en/of agrarische doeleinden worden gebruikt. In 2021 is een nieuwe woonvisie voorbereid. In de Woonvisie Bommelerwaard, vastgesteld op 8 juli 2021, is voor de kern Nederhemert een opgave van 140 woningen opgenomen. Ook komt hieruit naar voren dat we de woningbouw willen versnellen. 2.3.3 Uitwerking woningbouwlocaties gemeente Zaltbommel In de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 is aangegeven dat de lokale woningbouwbehoefte verder uitgewerkt zou gaan worden met maatwerk per kern. Met het opstellen van dit document wordt hier uitvoering aan gegeven.

De resultaten van dit WBO zijn verwerkt in voorliggend document. Met de uitkomsten van dit WBO, waarin reeds per kern is aangegeven wat de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte is, is ook het doel van dit document iets gewijzigd. In deze uitwerking is op het niveau van de afzonderlijke kernen in Zaltbommel beschreven welke woningbouwprojecten op dit moment in uitvoering en voorbereiding zijn vanaf 1 januari 2018. Dit is voor het overzicht ook weergegeven op een kaart van de kern. Per kern wordt inzichtelijk in hoeverre de huidige projecten voorzien in de verwachte woningbehoefte in periode 2018-2028 zoals in het nieuwe WBO is voorspeld. Het plan De Meander is in de uitwerking meegenomen als zachte plancapaciteit. Met dit plan kan in het basis- en groeiscenario (80 tot 130 woningen) worden voorzien, samen met het plan De Ormeling II (harde capaciteit) en Maastuinen (zacht). Het bestemmingsplan “Nederhemert, De Ormeling” heeft in het woningbouwprogramma nog een restcapaciteit van 6 woningen. Bestemmingsplan “Nederhemert-Het Boveneind” heeft nog een restcapaciteit van 1 woning. Samen bieden de plannen dus nog ruimte voor 7 woningen. Het project De Maastuinen betreft een plan wat is opgedeeld in twee fases. De eerste fase voor de periode tot 2028 bestaat uit 27 seniorenappartementen, 10 starterswoningen en 2 tweekappers. In totaal dus maximaal 39 woningen.

In de nieuwe woonvisie is voor de kern Nederhemert een opgave van 140 woningen opgenomen voor de periode 2021-2030. Zeven van deze woningen liggen vast in harde plancapaciteit. Blijft over een opgave in nieuwe woningbouwplannen van circa 133 woningen. Het plan Nederhemert, Kapelstraat De Meander en het plan Nederhemert, Maastuinen vormen de zogenaamde zachte capaciteit. In totaal betreffen dit respectievelijk 108 en 39 woningen. In totaal dus 147 woningen. De 12 woningen in de wijzigingsbevoegdheid worden hierbij niet meegerekend aangezien dit pas onder voorwaarden na realisatie van fase 1 en 2 en bij aantoning van de woningbehoefte aan de orde is. Voor het plan Nederhemert, Kapelstraat De Meander betekent dit dat fase 1 en een fors deel van fase 2 binnen de periode t/m 2030 kan worden gerealiseerd. Dit komt neer op ca 94 woningen t/m 2030. Alternatieve inbreidingslocaties in Nederhemert zijn er op dit moment niet. Het is gezien de ruimtelijke kwaliteitsverbetering en de woningbehoefte daarom zeer goed te motiveren om op deze locatie woningbouw te realiseren. 2.3.4 Groenbeleidsplan Op 26 januari 2017 heeft de raad het Groenbeleidsplan vastgesteld: ‘Groen dicht bij de burger’ Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026. Dit groenbeleidsplan (figuur 10) heeft uitsluitend betrekking op het openbaar toegankelijke groen binnen de bebouwde kom.

Pagina 20 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

De kern Nederhemert met 53 m2 gemeentelijk groen per woning is slecht bedeeld. Dit is ook duidelijk zichtbaar in de overzichtskaart. Ook dit dorp is vanuit de lintbebouwing langs de Maasdijk (bedrijven aan huis), de Molenstraat en de Nederhemertsekade dichtgegroeid. Vanuit de Maasdijk is het slagenlandschap nauwelijks zichtbaar. Langs de Nieuwstraat staan de bredere slagen gedraaid op die van de Maasdijk. Ook zijn de agrarische percelen hier breder en vanuit de Nieuwstraat is fraai zicht op het open landschap. De bedrijventerreinen aan de Nijverheidstraat en aan de Kapelstraat zijn niet landschappelijk ingepakt. Er is slechts één combi-speelplek inclusief basketbalmogelijkheid aanwezig midden in de kern. Bij bedrijventerrein aan de Nijverheidstraat is een groene enclave voorzien. Die is ruim genoeg voor een trapveld annex ontmoetingsplek, maar deze plek is niet goed bereikbaar voor de achterliggende woonwijkjes. Toch heeft Nederhemert-noord prachtige kansen voor interessante ommetjes door de prachtige groene enclaves zoals het Sterrebos (in eigendom en beheer bij Maatschappij van Welstand) en de oude kleigaten (zowel van Staatsbosbeheer als van Maatschappij van Welstand) - vanuit de Nieuwstraat langs de kavelsloot richting Sterrebos, oversteken naar het natuurgebied van de kleigaten, een stukje Maasdijk en via het Molenpad naar de molen.

Het weinige aanwezige openbare groen langs de woonstraten heeft een hoge kwaliteit. Het overige openbare groen bestaat uit bermgras. In dit kader kan opgemerkt worden dat met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de kwaliteit van de groene omgeving. Door het hele plangebied heen wordt zoveel mogelijk groen toegepast. Voornamelijk de brede groene meander die van noord naar zuid door het plan loopt, draagt hier aan bij. Het is een bruikbare natuurlijke zone met verspreid bomen en heesters en verlagingen in de vorm van wadi’s. Kortom: onderhavig plan sluit aan op de doelstellingen van het Groenbeleidsplan. Per woning wordt in het plan 75m2 groen gerealiseerd, waarvan 30m2 gebruiksgroen.

Figuur 10: Uitsnede groenbeleidsplan 2.3.5 Landschapsplan Bommelerwaard De gemeente Zaltbommel heeft in 2004 het Landschapsplan Bommelerwaard vastgesteld. Het doel van het landschapsplan is 'het vastleggen van een beleidskader voor het behouden en versterken van bestaande landschaps-, natuur-, cultuurhistorische en recreatieve waarden en voor een goede inpassing van ruimtelijke en functionele ontwikkelingen, alsmede het initiëren van nieuwe initiatieven en maatregelen gericht op het versterken van de cultuurhistorische identiteit en de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteit van de Bommelerwaard. Het Landschapsplan onderscheidt in de Bommelerwaard drie landschappelijke hoofdeenheden, namelijk de rivieren met de uiterwaarden, de oeverwallen en de komgronden. De hoofdeenheden zijn onder te verdelen in deelgebieden. Voor elk deelgebied beschrijft het Landschapsplan de kenmerkende landschappelijke, cultuurhistorische en Pagina 21 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

ecologische waarden. Verder brengt het plan in beeld welke ontwikkelingen zich in het buitengebied voordoen (glastuinbouw, fruitteelt, landbouw, infrastructuur, water etc.) en tot welke knelpunten en kansen deze ontwikkelingen voor het landschap leiden. Op het schaalniveau van de Bommelerwaard is het algemeen streven om de kernkwaliteiten te behouden, de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te verstreken, nieuwe functies in te passen in het landschap en nieuwe landschappelijke structuren te ontwikkelen. Vanuit de landschappelijke hoofdstructuur formuleert het Landschapsplan specifieke beleidsuitgangspunten voor de rivieren en uiterwaarden, de oeverwallen en de komgebieden met als doel de gewenste ontwikkelingsrichting voor het landschap te beschrijven. De stroomrug van Bruchem-Kerkwijk-Delwijnen ligt midden in de Bommelerwaard tussen twee grote komgebieden in. Het maaiveld ligt circa een halve meter hoger dan de omgeving. De stroomrug kenmerkt zich door een kleinschalig mozaïek van bebouwing, boomgaarden, kassen en weilanden. In het plan ligt Nederhemert-Noord strikt genomen op de centrale stroomrug (oeverwal zone) op de overgang naar het komgebied. Het is een typisch dijkdorp. De hier aanwezige doorgaande noordoostzuidwest georiënteerde wegen accentueren de langgerekte vorm van de oeverwal en vormen een dicht netwerk.

Langs veel van deze wegen zijn wegbeplantingen aanwezig. Zeer bijzonder is de sterke ruimtelijke relatie van de bebouwing met de omringende komgebieden. De landschappelijke waarden zijn: • de sterke ruimtelijke structuur en samenhang van de karakteristieke oeverwaldorpen Bruchem en Kerkwijk en in mindere mate Delwijnen en de ruimtelijk gedifferentieerde overgang naar de komgebieden zijn zeer waardevol; • op een aantal plaatsen zijn zeer karakteristieke bebouwingslinten aanwezig; • de dijkdorpen Nederhemert-Noord en Wellseind hebben een karakteristieke bebouwingscontour, met waardevolle open ruimten; • in Bruchem, Kerkwijk en Delwijnen zijn opgehoogde bewoningsplaatsen, dellen, vluchtheuvels en restanten van dorpskades aanwezig; • de nog resterende oude hoogstamboomgaarden worden gezien als zeer karakteristiek en waardevol.

Voor de oeverwal zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld: • versterken karakterverschillen oeverwallen Waal, Maas en Afgedamde Maas (…); • landschappelijke structuurversterking, met name in dichtbebouwde delen, door inpassing, zonering en versterken structuurlijnen en routes; • behoud/terugbrengen ‘doorzichten’ vanaf de oeverwallen naar komgebieden en uiterwaarden; • stimuleren duurzaam behoud open gebieden op de oeverwallen; • zorgvuldige landschappelijke inpassing woningen, glastuinbouw, champignonkwekerijen en bedrijven en • veiligstellen waardevolle dorpskernen en randen door beschermde status. Voor deze planlocatie is de ligging op de rand van de oeverwal naar de noordelijk gelegen komgronden waardevol. Hier de zichtlijnen richting open komgrond zoveel mogelijk behouden dan wel benadrukken. De historische verkaveling is al naar de komgronden gericht. Ook bijzonder is de ligging aan de dijk. Het plan sluit hierop aan. Het verdwijnen van het bedrijf is vanuit landschappelijk oogpunt een verbetering. Een afronding van de kern wordt nagestreefd met een dorps beeld. 2.3.6 Welstandsnota 2017 De nota bevat het welstandsbeleid van de gemeente, teneinde burgers inzicht te geven in de gemeentelijke regels omtrent welstand. Het uitgangspunt is dat de gemeente het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen.

Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt immers de leefkwaliteit, de waarde van onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat.

Pagina 22 Bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander‘

Nederhemert-Noord is te typeren als een es- en een dijkdorp. De bebouwing bevindt zich voornamelijk langs de Molenstraat. Deze straat is dan ook de hoofdas van het dorp. Hier zijn de oude boerderijen nog een verwijzing naar het agrarische karakter van het dorp. Het straatbeeld is nu heel divers, de ruimtes tussen de boerderijen zijn opgevuld met woningen en bedrijfjes van verschillende aard. De molen en haven bij de rivier is een beeldbepalende plek die samen met de bebouwing langs de dijk en de doorzichten over de weides heen naar de rest van het dorp het karakter van dijkdorp eer aandoet. De nieuwe uitbreidingen van Nederhemert-Noord zijn gesitueerd op de hoek van de Nederhemertsekade en de Kapelstraat met de Molenstraat. Deze uitbreidingen bestaan uit enkele straten met eenvormige twee-onder-een kap- en rijtjeswoningen uit de jaren 50/60 van de vorige eeuw en enkele straten met gevarieerde vrijstaande bebouwing met een meer dorps karakter. In de nota is het plangebied grotendeels getypeerd als ‘keuze’ en deels langs de Kapelstraat en Maasdijk, strikter, als ‘respect’. In ‘keuze’gebieden is verandering en handhaving van het (bebouwings)beeld beide mogelijk, zowel naar structuur als naar architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden.

Het uitgangspunt is: intact houden van de omgevingskwaliteit en geen uitschieters in de hoofdopzet van de omgeving. Het middel: voegen in bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving. In ‘respect’-gebieden worden de essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur gerespecteerd. Het uitgangspunt: passen bij de omgeving en vloeiende overgangen in de hoofdopzet van de omgeving Het middel: afstemmen op bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over. Voor het buitengebied geldt: De waarde en kernkwaliteiten betreffen de specifieke gebiedskenmerken, waaronder de landschapskenmerken, de samenhangende bebouwingsclusters, de positionering op het kavel, de eenvoudige hoofd- en kapvormen, de traditionele bouwstijlen van de woningen, en de ingetogen, gedekte kleuren. Het transportbedrijf dat verdwenen is, werd gezien als ‘kantoren- en bedrijventerreinen’. Zoals in paragraaf 3.3.4 is vermeld is er aanvullend op de welstandsnota een beeldkwaliteitplan (bijlage 10) opgesteld, dat ook door de gemeenteraad vastgesteld zal worden.

2.3.7 Overig gemeentelijk beleid De gemeente Zaltbommel beschikt verder over het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 20172021 (vastgesteld op 20 april 2017), de Visie Externe Veiligheid (vastgesteld op 28 november 2013) en de Geurverordening (vastgesteld op 14 januari 2010, wijziging 13 september 2012). In hoofdstuk 4 wordt ook op deze beleidsstukken ingegaan. En op 20 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel het 'Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019' vastgesteld. Dit beleid geldt als een actualisatie van hetzelfde beleid uit 2017. In het beleid regelt de gemeente Zaltbommel de huisvesting van arbeidsmigranten op twee verschillende manieren: Kleinschalige huisvesting in de bestaande woonomgeving en geconcentreerde huisvesting aan de rand van de kernen. De opgave om een goed huisvestingsbeleid te ontwikkelen, gericht op het huisvesten van ten minste 1.500 personen, is voor de gemeente een gegeven. De behoefte aan nieuwe huisvestingslocaties neemt als gevolg van nieuwe (bedrijfs)ontwikkelingen alleen maar toe. De gemeente wil dat iedere inwoner gedegen en verantwoord wordt gehuisvest. Dat geldt zodoende ook voor (tijdelijke) arbeidsmigranten. Tegelijkertijd wil de gemeente ook dat de omgeving zo min mogelijk hinder ondervindt van het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten.

Met dit beleid wil de gemeente Zaltbommel een helder kader bieden waarbinnen de huisvesting van arbeidsmigranten mag plaatsvinden. Het gemeentelijke beleid richt zich op het huisvesten van arbeidsmigranten die in de eerste instantie in de gemeente Zaltbommel werkzaam zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10507150/1