CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Toelichting

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Gameren, Hendrikstraat achter 2123.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huur, huis, sociale huur

Bakkerij (parkeren voor personeel)

Parkeernorm incl. 0,3 pp bezoekers

aantal woningen pp benodigd

2,0

20

40

n.v.t

20

In totaal worden er in het plan 40 parkeerplaatsen gerealiseerd in de openbare ruimte. De helft van deze parkeerplaatsen zijn gesitueerd aan de zuidzijde van het plan achter- en naast de rijwoningen. De overige 20 parkeerplaatsen worden gesitueerd in het noordelijk deel van de planlocatie. Aan de noordzijde van de woonontwikkeling worden tevens 20 parkeerplaatsen gerealiseerd voor het personeel van de aangrenzende bakkerij aan de Burgerstraat 7. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er aan de parkeerbehoefte van 40 parkeerplaatsen ruim wordt voldaan.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

23

20 parkeerplaatsen bij de bakkerij

20 parkeerplaatsen voor bewoners

20 parkeerplaatsen voor bewoners

Figuur 4.2: Overzicht parkeerplaatsen in het plan

4.3 Beeldkwaliteit Binnen de gemeente Zaltbommel geldt een welstandsnota zoals is omschreven in paragraaf 4.4. De kernen binnen de gemeente Zaltbommel zijn opgedeeld in verschillende deelgebieden met een eigen beleidsniveau op het gebied van welstand. Deze niveaus zijn Keuze, Respect en Behoud. De planlocatie wordt aangemerkt met het beleidsniveau ‘Respect’. Hierbij is het uitgangspunt dat het planvoornemen past bij de omgeving. Om de kwaliteit van het plan, mede in relatie tot de omgeving, vast te leggen is een beeldkwaliteitsplan voor deze locatie opgesteld. Voor het plan is een bijbehorend beeldkwaliteitsplan opgesteld. In dit beeldkwaliteitsplan worden kaders meegegeven voor de architectuur van de woningen, de inrichting van de openbare ruimte en de landschappelijke inrichting. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage toegevoegd bij dit bestemmingsplan.

24

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

5

Onderzoek en verantwoording

Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat en hun relevantie met deze herziening weerlegd. 5.1

Cultuurhistorie en Archeologie

Cultuurhistorie Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.

De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet is een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Gelderland In de provincie Gelderland dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De provincie Gelderland heeft een Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie kaart opgesteld.

Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. De locatie wordt aangegeven als ‘Rivierengebied’ en wordt beschreven als oude ontginningen op afwisselend natdroge stroomruggen. Daarnaast wordt de Hendrikstraat aangegeven als een historisch geografische eenheid.

Figuur 5.1: Uitsnede Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologiekaart provincie Gelderland, planlocatie rood omlijnd Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

25

Gemeente Zaltbommel Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld.

Figuur 5.2: Uitsnede Cultuurhistorische inventarisatiekaart gemeente Zaltbommel, locatie zwart omlijnd

26

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: Natuurlijke waarden: • de Drielsche wetering als restant van een rivierbocht uit de Romeinse tijd; • de wielen bij de Nieuwendijk, de Maasdijk, de Meidijk, de Kasteellaan bij Nederhemert-Zuid en bij de Gamersedijk bij Zaltbommel (Kloosterwiel); • de woerden in de verschillende dorpen Kerkwijk, Bruchem, Delwijnen en Nederhemert-Zuid; • de vluchtheuvels, daterend uit de tweede helft van de 19de eeuw (1861), bij Delwijnen, Kerkwijk en Bruchem; • de in het landschap nog aanwezige eendenkooien; • de aardkundige waarden van nationaal belang: Benedenwaarden, de Doornwaard en het gebied tussen Capreton en De Rampert en het noordelijk gebied rondom de Meidijk; • de aardkundige waarden van provinciaal belang: De Waarden. Nieuwe Hollandse waterlinie: Het belangrijkste cultuurhistorische element in het buitengebied wordt gevormd door de restanten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de westzijde van het plangebied. Deze linie moest het westen van Nederland verdedigen tegen indringers uit het oosten en zuiden. Door middel van inundatie van velden ten oosten van de linie en forten of batterijen op de niet te inunderen plaatsen (accessen), ontstond een aaneengesloten verdedigingslinie.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in de gemeente Zaltbommel vooral herkenbaar in: • de defensieve dijken - voorzien van batterijen en groepsschuilplaatsen - met daar tussenin, in het westelijke komgebied, het inundatiegebied; • een aantal plekken met bijzondere historische context, bijvoorbeeld de plek van de voormalige uitwateringssluis in de Maaskade. Overige historische waarden: • de aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • de wetering Capreton; • beschermde dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert Zuid); • gemeentelijke en rijksmonumenten; • historische buitenplaatsen (Huis Brakel). Toelichting te beschermen dorpsgezicht Gameren, Gemeente Zaltbommel De oude kern van het dorp Gameren is van grote stedenbouwkundige waarde door de duidelijk herkenbare ruimtelijke opbouw, waardoor het een sterk samenhangend gebied vormt.

Met betrekking tot de stedenbouwkundige structuur zijn van belang: • De historisch gegroeide dorpsstructuur met als hoofdelementen de Grote Del, Ridderstraat-Ouwelsestraat, Waalbandijk en Beemstraat; • De ligging en het open karakter van de Grote Del; • De Waaldijk; het karakteristieke hoogteverschil tussen de dijk en het aangrenzende gebied; • Het open (onbebouwde) karakter van de percelen achter de Stoutenhof, aan de Prins Willem Alexanderstraat Met betrekking tot de infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte zijn van belang: • De ligging en het licht gebogen beloop van de wegen; • De vorkvormige aansluitingen/vertakkingen van wegen • Het dorpse karakter van de wegen (smalle profielen, en voor zover nog van toepassing: groene bermen, het ontbreken van trottoirs); • De rondom/langs de Grote Del en andere percelen lopende grachten of sloten; • (Wijze van) beplanting langs de Grote Del • Type erfafscheidingen (bij voorkeur hagen) Met betrekking tot het bebouwingsbeeld zijn van belang: • Ruime opzet, open bebouwingsbeeld; • Relatief grote, compacte bouwmassa’s; • Het gevarieerde karakter van de dijkbebouwing; • Verhoogde ligging van diverse (voormalige) boerderijen. Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

27

Conclusie De planlocatie valt buiten de begrenzing van het beschermd dorpsgezicht Gameren. Echter haakt het plan aan op stedenbouwkundige waarden die volgens de Toelichting te beschermen dorpsgezicht, gemeente Zaltbommel typerend zijn voor het dorp Gameren. Enkele waarden die in het plan terug zijn te zien zijn de ruime opzet (waardoor er tevens visueel contact ontstaat met het achterliggende landschap), smalle wegen, groene bermen en aandacht voor groene erfafscheidingen (hagen). In het plan wordt zorgvuldig omgegaan met de inpassing van de nieuwe woningen in deze bestaande structuur. Dit wordt onder andere gedaan door bouwvolumes beperkt te houden, een kap toe te passen en aandacht te hebben voor de architectuur/beeldkwaliteit. Archeologie Landelijk beleid In het landelijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet.

De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Beleid gemeente Zaltbommel Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen. Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden. De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is één op één vertaald in dit wijzigingsplan. Voor het opstellen van de archeologische inventarisatie en beleidskaart zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) en de archeologische monumentenkaart; • (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); • Literatuur en historisch-topografische kaarten; • Gegevens uit ruim 120 eerdere archeologisch onderzoeken; • Gegevens van gebiedsspecialisten en amateurarcheologen.

De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart is grotendeels op bureauonderzoek gebaseerd. Wel zijn alle eerdere archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt in de vindplaatsen- en verwachtingskaart. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten.

Als een initiatiefnemer in concrete gevallen aantoont dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting. Onderzoek Transect heeft voor het terrein een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport ‘Transect-rapport 3740, Gameren, Hendrikstraat (ong.), Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, versie 1.1’.

28

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in een komgebied, omgeven door de Brakel, Gameren en Waal stroomruggen. Over het algemeen worden in het rivierengebied de oevers van de stroomruggen verkozen voor bewoning en landgebruik en zijn de komgebieden te nat hiervoor. Ook crevasse-afzettingen, die het resultaat waren van een natuurlijke doorbraak van de oever van een rivier, vormen geschikte plaatsen voor bewoning. Het is niet uitgesloten dat er bewoonbare crevasseafzettingen in het plangebied aanwezig zijn. Ten noorden van het plangebied zijn deze tijdens onderzoek wel aangetroffen, waarbij in de top van de afzettingen zelfs een cultuurlaag aanwezig was. Ten westen is een vegetatieniveau aangetroffen in deze afzettingen. Dit betrof hier een oud loopoppervlak uit de IJzertijd – Romeinse tijd. Gezien het mogelijk voorkomen van dergelijke crevasseafzettingen geldt een middelhoge verwachting voor de periode Mesolithicum – Late Middeleeuwen. Het plangebied is onderhavig geweest aan een omvangrijke dijkdoorbraak in de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd. Hierdoor is naar verwachting een pakket overslagafzettingen afgezet, die mogelijk onderliggende afzettingen heeft geërodeerd.

Op basis van topografische kaarten is het plangebied naderhand altijd in gebruik geweest als weiland en worden er geen resten van bewoning, maar wel sporen van landgebruik in het plangebied verwacht uit de Nieuwe tijd. Op basis van het veldonderzoek kan de archeologische verwachting naar beneden worden bijgesteld. In het plangebied zijn crevasseafzettingen aangetroffen, vermoedelijk van de Gameren stroomrug (tussen 95 en 125 cm-Mv; 1,2- 1,5 m +NAP). De top is geërodeerd als gevolg van een dijkdoorbraak. Exact hoeveel er is verdwenen van de crevasseafzettingen is niet geheel duidelijk, maar aangenomen kan worden dat het archeologisch relevante niveau niet meer als intact is te beschouwen. Op basis van de diepteligging) in vergelijking tot de diepte van de cultuurlaag ten noorden van het plangebied is circa 40 á 70 cm van de top verdwenen. De ondergelegen komafzettingen zijn tot stand gekomen onder relatief natte omstandigheden en worden daarom niet bewoonbaar geacht. De dijkdoorbraakafzettingen die de crevasseafzettingen afdekken, worden eveneens niet als archeologisch relevant beschouwd. Deze zijn gedurende de Late Middeleeuwen-Nieuwe Tijd ontstaan. Voor deze periode worden op basis van het bureauonderzoek geen resten verwacht in het plangebied. Conclusie & advies Op basis van het archeologisch vooronderzoek is geen bezwaar tegen de voorgenomen plannen.

Op grond van de resultaten van het rapport en het advies heeft het bevoegd gezag (de gemeente Zaltbommel) de planlocatie op 20 januari 2022 vrij gegeven voor wat betreft nader archeologisch onderzoek. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen dan wel redelijkerwijs kan worden vermoed dat het om archeologische resten handelt, is het wettelijk verplicht om dit zo spoedig mogelijk te melden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed én bij de gemeente Zaltbommel (artikel 5.10 Erfgoedwet). Opdrachtgever verplicht de betrokken aannemer daarom om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de (graaf-)werkzaamheden. Indien de vondst belangwekkend geacht wordt, dient de vondst ter beschikking gesteld te worden voor nader onderzoek (art. 5.10, lid 2 Erfgoedwet). 5.2 Bodem Tritium Advies B.V. heeft een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Verkennend bodemonderzoek, Hendrikstraat ong. te Gameren, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2108/140/NL-01, versie 0, 17 december 2021’. Aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen.

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) op de (deel)locaties die bij eerdere onderzoeken onderbelicht zijn gebleven en om te bepalen of sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen. Onderzoek Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende verdachte deellocaties onderscheiden: • deellocatie A : gehele onderzoekslocatie OCB (7.978 m2) • deellocatie B : gedempte watergang (1x) • deellocatie C : voormalige meststoffen- en bestrijdingsmiddelenopslag (<100 m2) • deellocatie D : voormalige aanmaak meststoffen en opslag bestrijdingsmiddelen (<100 m2)

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

29

Zintuiglijk zijn heterogeen verdeeld over de locatie in de bovengrond bijmengingen met kolen en plaatselijk met glas en puin waargenomen. In de ondergrond ter plaatse van de voormalige watergang zijn matige en uiterste bijmengingen met slib aangetroffen. Tevens is in de ondergrond een zeer dunne laag puin (5 cm) aangetroffen ter plaatse van boring B02. Dit was te weinig om een indicatief asbestmonster van samen te stellen. Bij het verzamelen van een asbestmonster werden twee indicatieve boringen geplaatst langs boring B02. De dunne puinlaag werd hierbij niet teruggevonden. Derhalve is bepaald dat het om een zeer kleine en plaatselijke puinlaag gaat waardoor asbestonderzoek hiernaar niet zinvol wordt geacht. Deellocatie A: gehele onderzoekslocatie (7.978 m2) Bij eerder onderzoek is reeds vastgesteld dat de puinhoudende lagen geen verontreiniging met asbest bevatten (< 100 mg/kg d.s.). Derhalve heeft geen aanvullend asbestonderzoek plaatsgevonden. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond heterogeen lichte verontreinigingen zijn aangetoond met OCB (gamma-HCH, DDE, DDD, en drins). De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor en komen overeen met de resultaten van voorgaand onderzoek. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht.

Deellocatie B: gedempte watergang Zintuiglijk werd tijdens uitvoeren in de slibhoudende laag een lichte oliegeur waargenomen. In het traject van 1,00 tot 1,05 m-mv van boring B02 werd een zeer plaatselijk puinlaag aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de slibhoudende laag lichte verontreinigingen zijn aangetoond met cadmium, koper, kwik, nikkel, zink en lood minerale olie. In het grondwater werden geen verontreinigingen aangetoond met de minerale olie en vluchtige aromaten). De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Voor de aangetoonde dunne puinlaag geldt dat deze afwijkt van de bijmengingen die bij eerdere onderzoeken zijn aangetoond. Echter omdat deze bij nader onderzoek niet meer is teruggevonden wordt aangenomen dat het om een “toevalstreffer’’ gaat. Deellocatie C: voormalige meststoffen- en bestrijdingsmiddelenopslag (<100 m2) Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond een lichte verontreiniging is aangetoond met lood. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond met barium en xylenen, er is geen gehalte aan fosfaat of stikstof gemeten. In het grondwater zijn geen OCB aangetoond.

De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Deellocatie D: voormalige aanmaak meststoffen en opslag bestrijdingsmiddelen (<100 m2) Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn aangetoond met zink, minerale olie, en OCB (gamma HCH en DDE). In het grondwater is een lichte verontreiniging aangetoond met barium. Tevens is een minimaal gehalte aan stikstof gemeten van 1,7 mg/l. In het grondwater zijn geen OCB aangetoond. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Voor het gehalte aan stikstof geldt dat de verhoging zo minimaal is, dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. Conclusie Bij eerder uitgevoerde onderzoeken zijn sterke verontreinigingen aangetoond met koper en minerale olie.

Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er bezwaren tegen de onroerend goed transactie en/of herontwikkeling in verband met de lichte tot sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond, de sterke verontreiniging met koper in de bovengrond en de sterke asbestverontreiniging in de volledig asbesthoudende laag (asbestnest) ter plaatse van de gedempte put. De aangetoonde lichte verontreinigingen uit de voorgaande onderzoeken zijn middels onderhavig onderzoek bevestigd. Op locatie is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, derhalve geldt geen saneringsplicht. Het is echter mogelijk dat binnen de grenzen van de locatie meerdere spots met (sterk) verontreinigde concentraties aanwezig zijn. De initiatiefnemer heeft aangegeven de verontreinigingen alsnog te willen saneren. Er bestaat een kleine kans dat er ter plaatse van de kleine spots verontreinigingen kinderen zullen spelen. Deze verontreinigingen bevinden zich aan de rand van de planlocatie waar in de toekomstige situatie parkeerplaatsen gerealiseerd zullen worden. Er is daarom geen sprake van onaanvaardbare risico’s. 30

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Om de werkzaamheden in de (sterk) verontreinigde grond veilig en op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze uit te voeren, wordt geadviseerd om de (sanerings)werkzaamheden uit te voeren conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Hiervoor is een plan van aanpak ingediend en goedgekeurd door het bevoegd gezag. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Aanvullend onderzoek perceel P0358 Omdat er op het naastliggende perceel P0358 een bestemmingswijziging plaats vindt is er voor dit perceel een aavullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bouwvlak over het Agrarische perceel komt te vervallen waardoor de mogelijkheden tot bouwen op het perceel worden beperkt. Daarnaast krijgt de bestaande woning aan de Burgerstraat 11 een woonbestemming. De agrarische bestemming wordt op een klein deel aan de Burgerstraat na gehandhaafd.

De resultaten van dit aanvullende onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Burgerstraat 11 te Gameren, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2210/213/MP-01, versie 0, 16 december 2022’. Onderzoek Zintuiglijk zijn voornamelijk op het noordelijke terreindeel in de boven- en ondergrond sporen tot matige bijmengingen puin aangetroffen en zijn sporen tot zwakke bijmengingen met kolengruis waargenomen. Tevens is plaatselijk in de bovengrond een zwakke bijmenging met ijzer aangetroffen (A06). Uit de zintuiglijke waarnemingen bleek tevens dat de grond van de gedempte watergangen niet afwijkend was van de rest van de locatie. Derhalve is de grond van de gedempte watergangen gecombineerd onderzocht met de rest van de onderzoekslocatie. Zintuiglijk is zowel op het maaiveld als in de grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Tijdens het verkennend asbestonderzoek werd de eerder plaatselijk aangetroffen matige bijmenging met puin in de bovengrond van de erfverharding niet meer teruggevonden. Aangenomen wordt dat het een toevalstreffer betrof. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond lichte verontreinigingen zijn aangetoond met cadmium, koper, kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB en DDE (OCB). Tevens blijkt de sporen puin/kolengruishoudende ondergrond licht verontreinigd te zijn met cadmium, kwik, lood, zink en PAK.

In zintuiglijk schone ondergrond werden geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, nikkel en naftaleen. De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. De aangetroffen gehaltes zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. In de puinhoudende grond (noordelijk terreindeel) is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetoond. Derhalve mag worden geconcludeerd dat de grond niet verontreinigd is met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het huidige en voorgenomen gebruik van de locatie en vormen geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en (mogelijk) toekomstige ontwikkeling. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Sanering Voor de sanering van de verontreinigde gronden is een plan van aanpak opgesteld.

Het plan van aanpak is goedgekeurd door het bevoegd gezag en de sanering heeft inmiddels plaats gevonden.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

31

5.3

Milieu

5.3.1 Flora en Fauna Tritium Advies B.V. heeft voor de planlocatie een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten van deze quickscan zijn vervat in het rapport ‘Quickscan flora en fauna Hendrikstraat te Gameren, Tritium Advies B.V., documentkenmerk 2108/058/EH-01, versie 0, 19 oktober 2021’. Een Quickscan flora en fauna is een verkennend onderzoek waarin de ecologische waarden van een plangebied worden nagegaan. Het doel ervan is te bepalen of de voorgenomen wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (BWBR0037552 – Nederland). Het is noodzakelijk om voorafgaand aan ruimtelijke inrichting en aan ruimtelijke ingrepen te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde leefgebieden, op beschermde planten en of op beschermde diersoorten. Dit onderzoek voorziet in deze toetsing. Onderstaande tabel bundelt de conclusies in verband met gebiedsbescherming en soortbescherming.

Figuur 5.3: Overzicht conclusies quickscan flora en fauna, Tritium Advies B.V

Aanvullend onderzoek inzake gebiedsbescherming bestaat uit een AERIUS-berekening. Hiermee wordt bepaald of de voorgenomen plannen bijdrage aan een toename in stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden. Er is voor de planlocatie een berekening stikstofdepositie uitgevoerd en wordt behandeld in paragraaf 5.3.2. Onderstaande tabel geeft per soort een overzicht van de periode waarin de aanvullende onderzoeken gespreid gepland moeten worden en van het aantal veldbezoeken en waarnemers (per bezoek) dat noodzakelijk is. De procedures voor deze onderzoeken liggen vast in soortinventarisatieprotocollen (Netwerk Groene Bureaus) en kennisdocumenten (BIJ12). Waar in de tabel donkergeel de optimale onderzoeksperiodes aanduidt, geeft lichtgeel de periodes aan waarin slechts een bepaald deel van het onderzoek kan gebeuren. Conclusie en advies Hieronder volgen de conclusies van de quickscan flora en fauna: • Om eventuele stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan te tonen of uit te sluiten dient een stikstofberekening te worden gemaakt. • Nader onderzoek naar de rugstreeppad is noodzakelijk. • Uit het aanvullend onderzoek moet blijken of een ontheffing en mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn.

• De omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen. • Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd. • Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.

32

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Zorgplicht Voor alle in het wild levende plant- en diersoorten en voor hun directe leefomgeving geldt een zorgplicht (Wet Natuurbescherming – artikel 1.11). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan planten, dieren en hun leefomgevingen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bij dieren bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. Het houdt bijvoorbeeld ook in dat een terrein in een welbepaalde richting wordt bewerkt zodat dieren kunnen vluchten of dat vluchtroutes voor vissen beschikbaar gehouden worden bij werken in het water. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle soortgroepen gelijk. In het algemeen geldt de periode van half oktober tot eind november als ‘veilige’ periode voor alle diergroepen. Dit is de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de jongen uit het laatste legsel van late broeders zoals de houtduif dan ook uitgevlogen (Vogelbescherming Nederland).

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van bepaalde niet-beschermde soorten is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Broedgevallen die tijdens de werken ontstaan zijn immers ook onderhevig aan de zorgplicht. Ter voorkoming kunnen bijvoorbeeld struiken gedurende het groeiseizoen kort gesnoeid worden zodat er geen vogels gaan broeden of kunnen goed geplaatste schermen ervoor zorgen dat amfibieën en reptielen zich niet kunnen vestigen in het plangebied. Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van de Checklist Groen Bouwen opgesteld door Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging (Checklist Groen Bouwen). Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over. Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente. Nader onderzoek Rugstreeppad en alpenwatersalamander Naar aanleiding van de ecologische quickscan heeft er in de periode tussen april en juli 2022 een nader onderzoek naar de aanwezigheid van de rugstreeppad en alpenwatersalamander plaatsgevonden.

Het aanvullend onderzoek is vervat in het rapport ‘Aanvullend ecologisch onderzoek rugstreeppad & alpenwatersalamander Hendrikstraat te Gameren, Tritium Advies b.v., documentkenmerk: 2110/166/BBE-01, verise 1, 10 oktober 2022’. Conclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: • het plangebied en de directe omgeving vormen geen onderdeel van het leefgebied van de rugstreeppad, waardoor geen verplichtingen bestaan vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort; • de aangrenzende watergang buiten het plangebied dient te worden ontzien van lichtverstrooiing om een negatief effect op foeragerende/verplaatsende vleermuizen te voorkomen en dit zowel in de aanleg- als de gebruikersfase; • in de omgeving van het plangebied is de steenuil aangetroffen, echter valt een negatief effect op deze soort uit te sluiten omdat het planvoornemen niet de functionele leefomgeving van deze beschermde soort aantast of verstoord; • in de zuidelijke watergang aangrenzend aan het plangebied is de alpenwatersalamander aangetroffen. Indien de watergang onaangetast blijft door het planvoornemen, zijn er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van de alpenwatersalamander. Indien de watergang wordt aangetast, is mitigatie en een ontheffing voor aantasting van alpenwatersalamander leefgebied noodzakelijk.

• de omschreven werkwijzen met betrekking tot de zorgplicht dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; • indien er aan de bovenstaande voorwaardes kan worden voldaan, is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (soortbescherming) niet noodzakelijk; • de aanbevelingen in de quickscan flora en fauna dienen te worden nageleefd.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

33

5.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Er zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Hiervan is 69% water; de rest is land. 133 gebieden kennen een te hoge stikstofdepositie. De stikstofdepositie mag er de draagkracht van de natuur niet te boven gaan. Voordat er woningen worden gebouwd dan wel wegen worden aangelegd of verbreed, wordt de te verwachten stikstofdepositie uitgerekend en getoetst of de depositie toeneemt. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. Welke gebieden onder Natura 2000 vallen, staat in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.

Voor ammoniak zijn emissiedoelstellingen geformuleerd in het kader van de Europese (NEC national emission ceiling)-richtlijn en in het Gotenborg protocol onder de Verenigde Naties -conventie over grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Nederland heeft zich hierbij verplicht om in 2020 niet meer dan 123 kiloton ammoniak per jaar uit te stoten. In 2010 bedroeg dit plafond nog 128 kiloton ammoniak. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) niet aan de orde. Hoewel plannen niet vergunningsplichtig zijn onder de Wnb (het opstellen van plannen is niet aan te merken als stikstof producerende activiteit) is het wel mogelijk het rekeninstrument AERIUS te gebruiken om het (bestemmings)plan op haalbaarheid te toetsen. Uit het rekeninstrument AERIUS blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van de aanleg van het plan en de gebruiksfase na oplevering van het plan.

Dit geeft een beeld over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft de Wnb. Onderzoek Tritium Advies B.V heeft voor de planlocatie een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn vervat in het rapport ´Berekening stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Hendrikstraat te Gameren, Tritium Advies B.V., documentkenmerk 2310/054/JK-01, 6 oktober 2023’. Vanwege het feit dat de AERIUS-software tijdens de bestemmingsplanprocedure meerdere malen is aangepast heeft de Omgevingsdienst Rivierenland de berekening geactualiseerd. De geactualiseerde rekenbladen zijn als losse bijlage opgenomen bij deze toelichting. In de nabije omgeving van het plangebied zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig. De meest nabij gelegen stikstofgevoelig habitat ligt in het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ op circa 4 kilometer afstand.

Figuur 5.4: Nabij liggende Natura-2000 gebieden, planlocatie zwart omcirkeld

Conclusie Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2023 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de gebruiksfase of aanlegfase. Een vergunning in het kader van de Wnb ten aanzien van het aspect stikstofdepositie 34

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

is derhalve niet aan de orde. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. De Omgevingsdienst Rivierenland heeft in een brief (bijlage 12) aangegeven met deze conclusie akkoord te gaan. 5.3.3

Waterparagraaf

Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Vanuit verschillende overheidsniveaus zijn beleid en uitgangspunten geformuleerd voor wat betreft de omgang met afstromend hemelwater. De belangrijkste uitgangpunten hierbij zijn het hydrologisch neutraal ontwikkelen en het doorlopen van de volgorde ‘benutten/vasthouden – bergen – afvoeren’. Het waterschapsbeleid is gericht op het handhaven van een voldoende voorraad grondwater en op het tegengaan van verdroging en het daar waar mogelijk bevorderen van vernatting. Voor de waterkwantiteit is het beheer gericht op voldoende afvoer om wateroverlast te voorkomen en om met peilbeheer een acceptabele grondwaterstand te houden en op waterconservering om verdroging te voorkomen. Tritium Advies B.V heeft voor de planlocatie een waterparagraaf opgesteld. De waterparagraaf is opgenomen in de bijlage ´Waterparagraaf Hendrikstraat in Gameren, gemeente Zaltbommel, Tritium Advies B.V., documentkenmerk 2108/058/EH-04, versie D, 1 december 2023’.

Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP) beschrijft wat het waterschap in de planperiode wil bereiken en hoe zij dat wil doen, het WBP is in werking getreden op 22 december 2021. In de Watervisie 2050 is de gewenste toekomst beschreven; een toekomstbestendig rivierengebied. Hieruit zijn de volgende principes naar voren gekomen: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk. 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied. 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen. 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus. 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af. 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes. 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied. In het WBP is per gebied een analyse gemaakt van wat er zoal speelt. Het plangebied ligt in de deelregio ‘Altena & Bommelerwaard’. Het gebiedsplan geeft op basis van de prioriteiten in de gebiedsagenda een goed overzicht van concrete maatregelen en projecten voor het komende jaar. Dit wordt elk jaar na afloop geëvalueerd.

De basistaak van het waterschap is het dagelijks beheer van water en dijken, dit bestaat onder andere uit: Vergunningen verlenen en toezichthouden en handhaven op de regels.’ Hierbij wordt getoetst of activiteiten in de leefomgeving aansluiten bij de doelen van het waterschap. Daarbij worden de belangen van de omgeving en de wettelijke taken van het waterschap waar mogelijk samengebracht. Waterberging Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging van belang. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het waterschap hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van en compenseren in open water als onderdeel van het watersysteem. Grondwater Het plangebied wordt gekenmerkt door een bepaalde grondwaterstand. Op basis van het verkennend bodemonderzoek wordt op de locatie een gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), verwacht van tussen de 0,70 en 1,00 m-mv. Voor een goede infiltratie van water op onverhard terrein is het van belang dat de grondwaterstanden niet te hoog zijn en dat de bodem het water goed doorlaat.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

35

Waterschap Rivierenland heeft voor haar beheergebied verschillende peilbesluiten opgesteld. Uit de toelichting van Peilbesluit Bommelerwaard blijkt dat de GLG in de lager gelegen gronden van de Bommelerwaard circa 50 tot 100 cm onder maaiveld ligt. De GHG ligt hier aan of boven maaiveld. Ter plaatse van de hogere oeverwallen, waar het plangebied is gelegen, ligt de GLG circa 2,0 m tot 3 m onder maaiveld en GHG circa 1,0 m onder maaiveld. Voor zover bekend vinden in de directe omgeving van de locatie geen grootschalige grondwateronttrekkingen plaats die een directe invloed hebben op de grondwaterstand en grondwaterstroming op de locatie. Waterkeringen en watergangen Aan de zuidzijde van de planlocatie is een categorie-A waterloop gelegen. A-wateren zijn van primair belang voor het waterbeheer en worden daarom door het waterschap onderhouden. Langs A-watergangen zijn de beschermingszones vier meter breed, gemeten vanuit de bovenzijde van de oever (insteek). Langs deze watergang is een doorgaande onderhoudsstrook aanwezig van minstens 4 meter breed. Deze 4 meter brede strook is vrij van obstakels. Aan de westzijde van de nieuw te bouwen woningen is een categorie C-waterloop gelegen. De categorie C-waterloop zal worden opgewaardeerd naar een categorie B-waterloop. Langs de categorie B-waterloop is tevens een onderhoudsstrook van 4 meter breed opgenomen.

In deze strook staan enkele knotwilgen. Het Waterschap en de gemeente Zaltbommel hebben aangegeven dat deze knotwilgen hier kunnen staan als er een minimale onderlinge plantafstand van 8 meter wordt gehanteerd. De knotwilgen hebben een onderlinge plantafstand van minimaal 8 meter.

Categorie C watergang Onderhoudsstrook C watergang

Onderhoudsstrook A watergang Categorie A watergang Figuur 5.5: Overzicht oppervlaktewateren, planlocatie rood omlijnd

Waterbergingsopgave Gebruik oppervlak Totaal plangebied Dakoppervlak (verhard, kassen)* Verhardingen (wegen, paden, parkeren, etc.) Groen en water (onverhard) Totaal onverhard (groen) Totaal verhard (terreinverharding, dakoppervlak)

Huidige situatie 7.980 m2 7.440 m2 0 m2 540 m2 540 m2 7.440 m2

Nieuwe situatie 7.980 m2 1.150 m2 2.790 m2 4.040 m2 4.040 m2 3.940 m2

De gegevens van het plangebied zijn gebaseerd op het stedenbouwkundig plan en weergegeven in de tabel hierboven. Voor de woningen is uitgegaan van een verhard oppervlak van 90% van het gehele woonperceel aangezien dit in de praktijk vaak het geval blijkt te zijn. De kassen zijn in 2019 gesloopt. Deze kassen kunnen worden ingebracht in de berekening voor de waterbergingsopgave aangezien de sloop niet langer dan 5 jaar geleden is en de kassen geen eigen watervoorziening hebben gehad. 36

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Uit de voorgaande tabel kan worden geconcludeerd dat de totale verharding afneemt met circa 3.398 m². Dit houdt in dat er vanuit de regels van het waterschap geen compensatie noodzakelijk is. Wel dient vanwege gemeentelijk beleid voor de totale oppervlakte aan daken en verharding (4.040 m2) het hemelwater apart te worden opgevangen en afgevoerd. Daarbij geldt 20 mm berging voor het totale verhard oppervlak. Dit komt neer op een berging van 80,8 m3. Voor het berekenen van de benodigde waterberging voor ruimtelijke ontwikkeling op basis van het waterschapsbeleid is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt dat er 436 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor waterberging in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of infiltratiekratten, geldt de bui T=100+10% met als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Indien wordt uitgegaan van een oplossingsrichting in de vorm van afvoer naar open water bedraagt de benodigde waterberging circa 176 m3. In het plan is circa 179 m3 aan waterberging aanwezig. Afvoer hemelwater De perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater en dient deze, voor zover mogelijk, zelf het afstromend hemelwater in de bodem of oppervlaktewater te brengen.

Er geldt vanuit de regels van het waterschap geen compensatie eis. In het plan zijn drie wadi’s aanwezig die gezamenlijk een waterbergend vermogen hebben van 70,5m³. Deze wadi’s hebben een diepte van 30 cm. De ledigingstijd van de wadi bedraagt tussen de 48 en 96 uur en de afvoernorm bedraagt 1,5 l/s/ha. Dit is hetzelfde als de landelijke afvoernorm. Uit vooroverleg met het waterschap is gebleken dat ook voor deze vorm van waterberging mag worden uitgegaan van 436 m3 per hectare, daarom is dit in dezelfde berekening meegenomen. In het plangebied ligt een C-watergang (sloot) met een lengte van circa 170 meter. Deze sloot zal in overleg met het waterschap worden opgewaardeerd tot een B-watergang. Dit water komt uit in een A-water aan de zuidzijde van het plangebied. Hier kan het opgevangen hemelwater eventueel naartoe worden afgevoerd. De C-watergang zal worden verbreed, en delen van de oostelijke oever zullen worden afgegraven en ingericht als flauwe, natuurvriendelijke oever. Door het verbreden van de sloot en het realiseren van de natuurvriendelijke oevers ontstaat er circa 109m3 aan waterberging langs de watergang. In totaal is er circa 109m3 (waterberging langs de watergang) en circa 70,5m3 (wadi) = circa 179,5m3 aan waterberging in het plan opgenomen.

Als men water wil lozen op een oppervlaktewaterlichaam door middel van het afgraven van watergangen is toestemming van het waterschap nodig. Vrijstelling kan worden verleend wanneer: • De werkzaamheden niet plaatsvinden langs een weg van het waterschap en/of in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone, en; • De verbreding in een oppervlaktewaterlichaam met een B-min en/of C-status plaatsvindt, en; • Door het graven: 1. Geen verbinding ontstaat tussen verschillende peilgebieden, en; 2. Geen nieuw doodlopend oppervlaktewaterlichaam wordt gecreëerd, en; 3. Het oppervlaktewaterlichaam in verbinding staat met het watersysteem. Indien bij het plan aan bovenstaande kan worden voldaan, kan worden volstaan met het doen van een schriftelijke melding aan het waterschap. Ook stelt het waterschap nog enkele voorwaarden bij deze vrijstelling, zoals het hanteren van een bepaalde helling van het talud en maatvoeringseisen. Gezien de slechte waterdoorlatendheid van de bodem in de Bommelerwaard en de kans op het voorkomen van kwel wordt het toepassen van infiltratiekratten niet geadviseerd. Aanvullende maatregelen om mogelijke overlast van water in het plangebied verkleinen kunnen zijn het toepassen van groene daken, het gebruik van regentonnen en het plaatsen van watervasthoudende plantenbakken.

Hiermee kan het hemelwater langer vastgehouden worden en stroomt er minder water naar het oppervlaktewater. Conclusie Een belangrijk uitgangspunt is dat de zorgplicht begint bij de burger. Bij het verzamelen van regenwater geldt Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

37

dat schone en vuile waterstromen van elkaar worden gescheiden. De voorkeursvolgorde van het waterschap en de gemeente Zaltbommel kan worden aangehouden: benutten/vasthouden – bergen – afvoeren. Op basis van de bekende gegevens blijkt dat ter plaatse van de onderzoekslocatie infiltratie in de huidige bodem niet of nauwelijks mogelijk is. Daarom worden ondergrondse infiltratievoorzieningen niet geadviseerd. Bij de ontwikkeling van het plan is sprake van een afname van het verhard oppervlak ten opzichte van de situatie in 2019 waarbij er een kassencomplex aanwezig was ter plaatse van het plangebied. Vanuit het waterschapsbeleid geldt er daarom geen compensatie-eis. Wel dient vanwege gemeentelijk beleid voor de totale oppervlakte aan daken en verharding (3.940 m2) het hemelwater apart te worden opgevangen en afgevoerd. Daarbij geldt 20 mm berging voor het totale verhard oppervlak. Dit komt neer op een berging van 78,8 m3. Op basis van het waterschapsbeleid is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt dat er 436 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Indien wordt uitgegaan van een oplossingsrichting in de vorm van afvoeren op open water bedraagt de benodigde waterberging 172 m3. Aan de westzijde van het plangebied ligt een C-watergang (sloot) met een lengte van circa 170 meter. Dit water komt uit in een A-water aan de zuidzijde van het plangebied.

Hier kan het opgevangen hemelwater naartoe worden afgevoerd. De C-watergang zal worden opgewaardeerd naar een B-watergang en worden verbreed. Daarnaast zullen in het plan een drietal wadi’s worden aangelegd. In totaal is er circa 185,5 m3 aan waterberging in het plan opgenomen. Daarmee wordt ruim voldaan aan de gemeentelijke bergingseis van 20 mm voor het totale verhard oppervlak en aan de bergingseis voor een bui T=10+10%. Geadviseerd wordt om het ontwerpen en het aanleggen van de berging door een op dit gebied ervaren specialist uit te laten voeren. De exacte locatie, dimensionering en uitwerking van de waterberging zal moeten worden uitgewerkt in het civieltechnisch ontwerp. Voor alle oplossingsrichtingen geldt dat het regenwater en afvalwater gescheiden zal worden ingezameld. Behalve de afhandeling van hemelwater dient ook rekening te worden gehouden met de droogleggingseisen en de grondwaterstand met de daarvoor geldende minimale ontwateringseisen. Wat inhoudt dat mogelijk gedeelten moeten worden opgehoogd, afhankelijk van de bestemming of type bouw. Voor nieuwbouwontwikkelingen hanteert het waterschap een droogleggingseis (t.o.v. zomerpeil) van 0,70 m voor het maaiveld, 1,00 m voor het wegpeil en 1,30 m voor het vloerpeil van woningen.

De ontwateringseisen vanuit de gemeente zijn als volgt: • 1,00 m bij bebouwing (met kruipruimte) • 0,30 m bij bebouwing (zonder kruipruimte) • 1,00 m bij ontsluitingswegen • 0,70 m bij erftoegangswegen • 0,50 m bij tuinen en groenvoorzieningen Vanuit het Waterschap gelden er droogleggingseisen van: • 0,7m voor het maaiveld • 1m voor het wegpeil • 1,3m voor vloer woningpeil Afvoer vuilwater Het water wordt geloosd op het bestaande gemengde riool in de Hendrikstraat, via het gemaal GA-02 Ridderstraat wordt het water afgevoerd naar het hoofdgemaal van het waterschap aan de Schoolstraat. Bij het ontwerp van het vuilwaterriool wordt gerekend met 2,5 inwoners per woning en een afvalwaterproductie van 12,5 l/uur/inwoner voor de berekening van de piekafvoer en 125 liter per inwoner per dag voor de totale productie. 5.3.4

Wegverkeerslawaai

Beleid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, ziekenhuizen, etc.), die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen liggen, een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In de Wet Geluidhinder (Wgh) worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde woningen langs een bestaande weg of spoor in stedelijk en buitenstedelijk gebied. Voor woningen binnen een onderzoekszone is een maximaal toelaatbare geluidsbelasting (Lden) op de gevel ten gevolge 38

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

van verkeerslawaai vastgesteld op 48 dB (voorkeursgrenswaarde) en een maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 63 dB voor het binnenstedelijk gebied. Conclusie De woningen zijn gelegen achter de lintbebouwing van twee rustige wegen, namelijk de Hendrikstraat en de Burgerstraat. Beide wegen hebben een 30-km-regime. Voor 30 km/u wegen geldt op grond van de Wet geluidhinder geen onderzoeksplicht. De nieuw te bouwen woningen zullen aan het binnenniveau van 33 dB moeten voldoen. Daarmee is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.3.5

Bedrijven en milieuzonering

Beleid Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Bedrijven zijn hierin opgenomen in een tabel, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk of bij afwijkende bedrijven. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. In de omgeving van de planlocatie aan de Hendrikstraat zijn planologisch gezien vier bedrijven mogelijk. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG zijn twee van deze bedrijven opgenomen als maximaal categorie 2. De richtafstand voor dit type bedrijf is 30 meter.

De overige twee bedrijven zijn opgenomen als maximaal categorie 1 en hebben een richtafstand van 10 meter. Gezien de afstand van de toekomstige bestemming ‘Wonen’ tot aan het categorie 2 bedrijf aan de Hendrikstraat 25a/27 (0 meter), wordt niet voldaan aan de richtafstand. De milieuzone van dit bedrijf reikt over het plangebied. Adres

Categorie

Richtafstand

Richtafstand bij toepassing gemengd gebied

Feitelijke afstand tot plangebied

Voldoet

Hendrikstraat 25a & 27

2

30 m

10 m

0m

nee

Burgerstraat 7

1

10 m

0m

ca. 30 m

ja

Burgerstraat 2

1

10 m

0m

ca. 130 m

ja

Onderlangs 2

2

30 m

10 m

ca. 150 m

ja

Onderlangs 2, max categorie 2 Burgerstraat 2, max categorie 1 Burgerstraat 7, max categorie 1 Hendrikstraat 25a/27, max categorie 2

Figuur 5.6: Bedrijven in directe omgeving van de planlocatie, planlocatie wit omlijnd

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

39

Gemengd gebied Soms is niet geheel duidelijk in welke categorie van de VNG-uitgave een bepaalde situatie valt. Ook kan een feitelijke situatie significant verschillen als gevolg van specifieke bedrijfsprocessen, hinderbeperkende maatregelen, de concrete inrichting van het bedrijf en/of de geldende milieuvergunning. De daadwerkelijke milieubelasting kan in dat geval aanzienlijk afwijken van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het bepalen van de standaard richtafstanden. Dit is de reden dat de Afdeling heeft bepaald dat de richtafstanden niet zondermeer overgenomen mogen worden: er dient te worden gemotiveerd waarom welke afstanden gelden (ofwel waarom een situatie in een bepaalde categorie valt) en waarom hier (eventueel) van kan worden afgeweken. In een intensief gebruikt gebied met veel functies en “bedrijvigheid” wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft onder andere te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting. De VNG-uitgave hanteert twee omgevingstypes: 1. ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” 2. ‘gemengd gebied’ “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Classificatie omgevingstype planlocatie Hendrikstraat Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Gameren, grenzend aan een bedrijfsfunctie (Hendrikstraat 25a/27 en Burgerstraat 7). Hier komen op een relatief korte afstand verschillende functies voor. In de hierboven omschrijving van een rustige woonwijk wordt aangegeven dat in een rustige woonwijk c.q. rustig buitengebied geen functies als bedrijven of kantoren voorkomen, en dat langs de randen in overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties weinig verstoring door verkeer plaatsvindt.

In onderhavige situatie is hier geen sprake van; het plangebied is grenzend aan twee bedrijfsfuncties (Hendrikstraat 25a/27 en Burgerstraat 7) en ondervindt hinder door aankomende, parkerende en/of vertrekkende (vracht)wagens. Rondom de bestaande bedrijfsfuncties aan de Hendrikstraat 25a/27 en Burgerstraat 7 zijn al reeds woningen gelegen die op een kortere afstand liggen tot de bedrijven. Er is in de huidige situatie sprake van een matige functiemenging, waar naast woonfuncties enkele bedrijfsfuncties voorkomen. Door het gemengde voorkomen van functies kan de omgeving van de planlocatie aangemerkt worden als gebiedstype ‘gemengd gebied’. Hierdoor kunnen de richtafstanden als opgenomen in de VNG-publicatie met één afstandsstap worden teruggebracht, namelijk naar een richtafstand van 10 meter voor bedrijven in categorie 2, en 0 meter voor bedrijven in categorie 1. Voor dit laatste geldt dat de functies bouwkundig gescheiden dienen te zijn. Aan de richtafstand voor het bedrijf aan de Hendrikstraat 25a/27 wordt na de toepassing van het gebiedstype ‘gemengd gebied’ niet voldaan. Akoestisch onderzoek industrielawaai Tritium Advies B.V. heeft voor de planlocatie een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13952164/1