CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Toelichting

Raadsvergadering 18 april 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Gameren, Hendrikstraat achter 2123.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai Hendrikstraat te Gameren, Tritium Advies B.V., documentnr: 2108/058/EH-03, versie B, 27 februari 2024’. Het onderzoek heeft betrekking op de beoogde realisatie van twintig nieuwe woningen aan de Hendrikstraat in Gameren. De projectlocatie betreft het perceel bekend gemeente Kerkwijk, in sectie P met nummer 2120. Het perceel heeft een oppervlakte van 7.978 m2. De projectlocatie ligt in de gemeente Zaltbommel en bestaat momenteel uit braakliggend terrein waar ooit een kassencomplex was gevestigd.

40

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Als hulpmiddel voor de inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009 (verder: VNG-uitgave) uitgebracht. In deze VNG-uitgave is een indicatieve bedrijvenlijst opgesteld. Deze bedrijvenlijst geeft richtafstanden, gebaseerd op de omgevingskwaliteit. De omgeving van het plangebied kan aangemerkt worden als gebiedstype ‘gemengd gebied’. Het woningbouwinitiatief betreft een plan met twintig woningen (12 rijwoningen en 8 rug-aanrugwoningen). Aan de noordzijde van de nieuwe woningen is aan de Hendrikstraat 25a en 27 Royal Brinkman gevestigd. Conform opgave van de gemeente valt een gedeelte van het plangebied binnen de richtafstand van 10 meter voor geluid. Om af te wijken van de milieuzone is een uitgebreide procedure nodig. In deze uitgebreide procedure moet door de initiatiefnemer worden aangetoond dat door middel van een akoestisch onderzoek het bedrijf gelegen aan de Hendrikstraat 25a en 27 niet wordt beperkt in zijn bedrijfsvoering en voor de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Er zal worden getoetst aan de geluideisen conform deze VNG-uitgave. Binnen het nieuwe plangebied worden aan de noordzijde tevens nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bakkerij gelegen aan de Burgerstraat 7.

Er dient te worden onderzocht of voor de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Er zal hierbij worden getoetst aan de geluideisen conform de VNGuitgave. In onderhavig onderzoek is separaat de totale geluiduitstraling bepaald ten gevolge van de geluidrelevante activiteiten op de beide inrichtingsterreinen. Tevens is indirecte hinder vanwege het verkeer van en naar de beide inrichtingen beschouwd. Conclusie Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Tussen de parkeerplaats voor het personeel van Royal Brinkman en de kopwoning van de rijwoningen dient een geluidscherm te worden aangebracht. Dit scherm dient een hoogte te hebben van 2,0 meter, kierdicht te worden uitgevoerd en een massa van minimaal 10 kg/m2 te hebben. •

De beschouwde situatie voldoet aan het BBT-principe daar er redelijkerwijs geen aanvullende maatregelen te treffen zijn om de geluidbelasting in de omgeving verder terug te dringen.

•

Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat ten gevolge van Royal Brinkman op de nieuwe woningen voldaan wordt aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden bij stap 2 van 50 dB(A) etmaalwaarde behorende bij gebiedstypering “gemengd gebied” conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.

•

Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat op de bestaande woningen wordt voldaan aan de gestelde eisen conform het Activiteitenbesluit.

•

Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat ten gevolge van Royal Brinkman alleen op de oostelijke zijgevel van de rijwoningen aan de zijde van de parkeerplaatsen niet voldaan wordt aan stap 2 van de VNG-uitgave. De piekgeluiden op de begane grond worden in de dagperiode veroorzaakt door het (incidenteel) laden en lossen op de zuidelijke parkeerplaats van het bedrijf. Aangezien dit laden en lossen betreft en dus niet het aan- en afrijdende verkeer wordt eveneens niet voldaan aan stap 3 uit de VNG-uitgave. Indien echter gekeken wordt naar de toetsing aan het Activiteitenbesluit zijn deze geluiden uitgezonderd van toetsing. De piekgeluiden op de verdieping worden in de avondperiode veroorzaakt door een wegrijdende vrachtwagen ter plaatse van het laaddock. Hierbij wordt er dus wel voldaan aan stap 3 uit de VNG-uitgave. Voor de overige toetspunten wordt voldaan aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden bij stap 2 van 70 dB(A) etmaalwaarde behorende bij gebiedstypering “gemengd gebied” conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.

•

Om te kunnen voldoen aan alle eisen en om het bedrijf niet te belemmeren in de bedrijfsvoering (toetsing aan Activiteitenbesluit met maximaal 70 dB(A) etmaalwaarde) dientde gehele zijgevel van de hoekwoning (kopgevel

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

41

oostzijde) uitgevoerd te worden als dove gevel (zonder te openen ramen). Voor een goede ruimtelijke ordening wordt geadviseerd deze kopgevel uit te voeren met een minimale geluidwering van 25 dB. •

Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) kan worden gesteld dat ten gevolge van de parkeerplaats van de bakkerij op alle gevels van de nieuwe woningen en de bestaande woningen voldaan wordt aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden bij stap 2 van 50 dB(A) etmaalwaarde behorende bij gebiedstypering “gemengd gebied” conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.

•

Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) kan worden gesteld dat ten gevolge van de parkeerplaats van de bakkerij op alle gevels van de nieuwe woningen en de bestaande woningen wordt voldaan aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarde bij stap 2 van 70 dB(A) etmaalwaarde behorende bij onderhavige gebiedstypering “gemengd gebied” conform de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.

•

Met betrekking tot indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting kan worden gesteld dat te allen tijde ruimschoots wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.

In het onderzoek zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve bedrijfssituaties berekend, inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de gestelde geluideisen. Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de nieuwe woningen een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd is en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er derhalve geen bezwaren de bestemmingsplanwijziging door te voeren. 5.3.6

Gezondheid

Wet geurhinder en veehouderij Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van (individuele) veehouderijen. De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn. In artikel 3 van de Wgv zijn de geurnormen opgenomen. Voor bedrijven waarvoor een geuremssie is vastgesteld gelden de richtafstanden uit de VNG-brochure voor de afstand tot een geurgevoelige functie. Er zijn ook diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld. Hiervoor gelden minimaal aan te houden afstanden. Deze zijn opgenomen in artikel 4 van de Wgv. De minimale afstandseisen zijn van toepassing: • 100 meter bij ontwikkelingen gelegen binnen de bebouwde kom • 50 meter bij ontwikkelingen gelegen buiten de bebouwde kom Bij het onderscheid binnen de bebouwde kom/buiten de bebouwde kom gaat het om de ligging van het geurgevoelige object. De planlocatie aan de Hendrikstraat is gelegen binnen de bebouwde kom.

In de omgeving is op ca. 35 meter van de planlocatie een glastuinbouwbedrijf gelegen aan de Burgerstraat 13. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Hier wordt aan voldaan. Gelet op het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat kan wordt voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden tussen de agrarische bedrijven zonder geuremmissiefactor en de nieuwe woningen. Adres

Categorie

Richtafstand

Feitelijke afstand tot plangebied

Voldoet

Burgerstraat 13

2

30 m

ca. 35 m

ja

42

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Burgerstraat 13, max categorie 2

Figuur 5.7: Glastuinbouwbedrijven in directe omgeving van de planlocatie, planlocatie wit omlijnd

Conclusie Aan de richtafstand tot het nabij gelegen glastuinbouwbedrijf aan de Burgerstraat 13 kan worden voldaan. Daarmee kan geconcludeerd worden dat er ten aanzien van het aspect gezondheid geen beperkingen zijn voor de beoogde ontwikkeling, en worden bedrijven niet beperkt in de bedrijfsvoering. 5.3.7 Explosieven opsporing Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Tot op heden worden bij grond- en waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks nietgesprongen conventionele explosieven gevonden. Ook in en boven de Bommelerwaard hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog allerlei oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij niet tot ontploffing gekomen explosieven en munitie is achtergebleven. Onder Conventionele Explosieven (CE) wordt verstaan: elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. CE worden ook wel aangeduid als Niet-Gesprongen Explosieven (NGE). Volgens een mondiale, militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (19401945) verschoten of afgeworpen is, ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de werknemers en de publieke veiligheid.

Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Werkgevers zijn volgens ARBO-wetgeving verantwoordelijk voor het veilig kunnen uitvoeren van werkzaamheden door werknemers binnen de gemeente Zaltbommel. Daarom zijn zij verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen historisch vooronderzoek te doen om de kans op de aanwezigheid van niet gesprongen CE met zekerheid te kunnen uitsluiten.

Figuur 5.8: Explosievenkaart Zaltbommel 2016 & type explosieven Zaltbommel Verdacht op afwerpmunitie Kans op niet gesprongen explosieven Verdacht op infanteriemunitie Verdacht op geschutmunitie (verschoten) Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

43

Conclusie Op basis van de Explosievenkansenkaart Bommelerwaard van 10 juni 2016 bevindt de projectlocatie zich in ‘verdacht’ gebied op basis van verschoten geschutsmunitie. De voorgenomen werkzaamheden vinden echter plaats, in naoorlogs vergraven of verstoorde grond. Tot en met 2019 hebben ter plaatse van de planlocatie kassen gestaan. Deze kassen namen vrijwel het hele te ontwikkelen gebied in beslag. (perceel P2120) Het is daarom redelijkerwijs aan te nemen dat CE al zijn opgemerkt dan wel weggenomen ten tijde van het bouwen van de kassen. Het is daarom niet noodzakelijk nader onderzoek naar explosieven uit te voeren. Wel dient in alle gevallen het Protocol Toevalsvondst te worden nageleefd. 5.3.8 Luchtkwaliteit Een toetsing aan grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer is in dit project niet aan de orde. De geringe omvang van het plan impliceert dat ‘in niet betekenende mate wordt bijgedragen’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met de realisatie van twintig woningen wordt de grens zoals gesteld in de Regeling- NIMB (gevallen zoals bedoeld in Artikel 4 lid 1 van AMvB-NIBM), de grens van 1500 woningen, niet overschreden. Een nader onderzoek wordt als niet relevant beschouwd.

5.4 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het “Besluit externe veiligheid transportroutes”(Bevt) en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen” (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.

Risicovolle bedrijven Binnen de beoogde bestemming “Wonen-1 en ‘‘Wonen-2” passen geen risicovolle activiteiten, zoals Bevi-activiteiten. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheiden een specifieke beoordeling van Omgevingsdienst Rivierenland blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting of de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege risicovolle inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid wel relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Het plangebied ligt namelijk binnen het invloedsgebied van deze transportroute, waarbij personen kunnen overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen. Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: • de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en • de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied.

Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 16 juni 2022 aangegeven dat in dit geval sprake is van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) “bijzonder kwetsbare object”, bestemd voor verminderd zelfredzame personen.

44

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NLalert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen.

Figuur 5.8: Uitsnede risicokaart, planlocatie zwart omcirkeld

Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er gezien vanuit het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan hoeven te worden gesteld in het kader van het aspect externe veiligheid. 5.5

Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

Landelijk beleid Op 23 maart heeft de Rijksoverheid met de Kamerbrief ‘De Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ uitgebracht. De maatlat maakt duidelijk wat voor nieuwbouw klimaatadaptief inrichten en bouwen inhoudt. Dit is nodig om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. De Landelijke Maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving is momenteel nog niet wettelijk verplicht. In de loop van 2023 zal het Rijk met betrokken partijen de mogelijkheden voor juridische borging verkennen. Voor nu geeft de maatlat duidelijkheid over wat er van nieuwbouw verwacht wordt op het gebied van klimaat adaptief bouwen en inrichten. Biodiversiteit en Natuurinclusiviteit Er is momenteel weinig groene kwaliteit aanwezig op de planlocatie. De locatie bestaat uit onbebouwd grasland en heeft weinig natuurwaarden. Het stedenbouwkundig plan is er mede op geënt om de locatie te vergroenen. Per woning wordt er circa 125 m2 aan openbaar groen gerealiseerd in het plan. Het streven is om het toekomstige woonbuurtje te ontwikkelen tot een groene en prettige leefomgeving voor mens en dier.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

45

De meeste groenstroken in het plan worden ingericht als bloem- en kruidenrijk grasland. Een bloemrijk grasland vergt weinig onderhoud, levert een grotere bijdrage aan de biodiversiteit en zorgt voor een betere doorworteling van de bodem dan een gazon. Alleen de groene ruimten rondom de rug-aan-rug woningen zullen voor een groter deel worden onderhouden als gazon om te spelen, te ontmoeten en te verblijven. Ook zal er, in verband met verkeersveiligheid, een strook gras aan weerszijden van de toegang naar het woonbuurtje worden ingericht met gazon. In het plan zal een variatie aan boomsoorten worden toegepast. De bomen zorgen voor voldoende schaduw en zullen bijdragen aan het verminderen van hittestress in de openbare ruimte rondom de woningen. Een variatie aan boomsoorten draagt bij aan een betere biodiversiteit. Een overzicht van de beplantingssoorten is opgenomen in het bij dit bestemmingsplan gevoegde beeldkwaliteitsplan. Langs de c-watergang zal gedeeltelijk een natuurvriendelijke oever worden ontwikkeld. Voor een deel zal de oever worden afgegraven. Deze brede oevers hebben naast een waterafvoerende en waterbergende functie ook een ecologische functie. In de verschillende waterdieptes groeien en leven verschillende dieren en planten. De wortels van planten houden de oevergrond goed vast. Het riet reinigt het water, zodat bijvoorbeeld algen minder kans krijgen.

Droogte Grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting. Tritium Advies B.V. heeft voor de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (documentkenmerk: 2108/140/ NL, versie 0, 17 december 2021). In dit onderzoek zijn de gemiddelde hoogste (GHG) en laagste (GLG) grondwaterstanden gemeten. Ter plaatse van de hogere oeverwallen, waar de planlocatie is gelegen, ligt de GLG circa 2,0 m tot 3 m onder maaiveld en GHG circa 1,0 m onder maaiveld. De technische uitwerking van de bebouwing en infrastructuur zal worden afgestemd op de verwachte uitzakking van grondwater. Bodemdaling Het voorliggend plan betreft een extensief bebouwde woonbuurt met een groen karakter. De woningen in het plan staan in kleine clusters verspreid over de planlocatie. Het gewicht van de woningen is dus ook verspreid over de planlocatie. De bouwwijze van de woningen en infrastructuur zal bij de verdere technische uitwerking van het plan worden afgestemd op het bodemtype (klei) en de verwachte restzetting. De draagkracht van de bodem is momenteel nog niet bekend. Om (de gevolgen van) bodemdaling zoveel mogelijk te beperken zal de maatregel- en materiaalkeuze worden afgestemd op de draagkracht van de bodem. Volgens de kaart ‘Bodemdaling’ van de Atlas Leefomgeving is er ter plaatse van de planlocatie nauwelijks last van bodemdaling.

Er wordt aangegeven dat de bodem ter plaatse van de planlocatie en omgeving 0 tot 0,5 mm per jaar stijgt (zie figuur 5.9).

Figuur 5.9 Uitsnede kaart bodemdaling Atlas Leefomgeving

46

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Hitte Tijdens hitte moet de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden. De meest effectieve manier om de luchttemperatuur in de openbare ruimte te verlagen is door de openbare ruimte met zo min mogelijk verharding in te richten en voldoende bomen te planten. In het plan is hierop ingespeeld door alleen verharding toe te passen waar dit écht nodig is en in het hele plan een variatie aan bomen toe te passen. Deze bomen in het plan zorgen voor schaduwwerking. Op figuur 5.10 is de gevoelstemperatuur op een hete zomerdag in 2015 weergegeven. De gevoelstemperatuur geeft aan hoe de gemeten temperatuur aanvoelt. De gevoelstemperatuur hangt af van de luchttemperatuur en of er veel of weinig wolken zijn. Maar ook of en hoe hard het waait en hoe vochtig de lucht is. Ook is gekeken hoe de ruimte er uit ziet, dus bijvoorbeeld of er bomen zijn die verkoeling bieden. Op de kaart is te zien dat de gevoelstemperatuur in woonwijken al snel richting de 40°C gaat. Ter plaatse van de planlocatie wordt aangegeven dat de gevoelstemperatuur op een zomerse dag tussen de 37°C en 39°C is. Dit valt mee vergeleken met de gevoelstemperatuur op een zomerse dag in de kern van Gameren wat eerder tussen de 39°C en 43°C ligt.

Vanwege het groene karakter en de beperkte omvang van het plan (20 compacte woningen) wordt er niet verwacht dat de ontwikkeling de gevoelstemperatuur van de omgeving significant zal beïnvloeden.

Figuur 5.10 Uitsnede kaart ‘Gevoelstemperatuur op een zomerse dag’ Atlas Leefomgeving

Gevolgbeperking overstroming De planlocatie is gelegen in het rivierenlandschap van Gelderland en ligt dichtbij de Waal. Aangezien de planlocatie gelegen is in het binnendijks gebied is er sprake van een meerlaagse veiligheid tegen overstromingsrisico. Meerlaagse veiligheid houdt in dat overstromingsrisico’s worden bestreden door een combinatie van waterkeringen (laag 1), ruimtelijke ordening (laag 2) en crisisbeheersing (laag 3). Binnen de planlocatie zijn verder geen vitale of kwetsbare functies aanwezig. Wateroverlast In het plan is zo min mogelijk verharding toegepast in de openbare ruimte. Parkeerplaatsen in het plan worden uitgevoerd in waterdoorlatende verharding. Regenwater dat valt op openbaar verharde oppervlakten zoals rijbanen en trottoirs wordt afgekoppeld naar het groen. Om wateroverlast in het plan tegen te gaan worden er op meerdere plekken in het plan mogelijkheden voor waterberging gerealiseerd: • De watergang aan de westzijde van de woningen zal worden verbreed. • Langs de watergang zal op vier plekken de oever worden afgegraven en ingericht als een natuurvriendelijke oever. • Tenslotte zal er langs de entree van de woonbuurt een wadi worden aangelegd. In totaal wordt er circa 190 m3 aan waterberging gerealiseerd in het plan.

Daarmee wordt voldaan aan de eis, voortvloeiend uit het gemeentelijke Water en Rioleringsplan, om minimaal 185 m3 aan waterberging in het plan te realiseren.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

47

De waterbergingslocaties in het plan staan rechtstreeks in verbinding met de C-watergang aan de westzijde van de nieuwe woningen. De wadi zal, op advies van het waterschap, door middel van een drain en een noodoverlaatvoorziening in verbinding worden gebracht met de C-watergang. Deze watergang is verbonden met de A-watergang aan de zuidzijde van de planlocatie. Het opgevangen regenwater kan dus worden afgevoerd via het bestaande slotenstelsel. In de omgevingsvisie Gaaf Gelderland wordt aangegeven dat voor het gebiedstype ‘rivierenlandschap’ er van uit wordt gegaan dat waterberging plaatsvindt in oppervlaktewater. Het plan sluit hier op aan. Provinciaal beleid Sinds februari 2022 is in Omgevingsverordening Gelderland een regel opgenomen aangaande klimaatadaptatie. Voorheen was deze regel opgenomen als ambitie in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In deze paragraaf onder het kopje ‘landelijk beleid’ wordt per thema beschreven welke maatregelen er zijn genomen in het plan ten aanzien van het aspect klimaatadaptatie.

Gemeentelijk beleid Het klimaat verandert snel: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en meer kans op drogere zomers. Dit heeft gevolgen voor onze leefomgeving. Zo kan extreme hitte leiden tot gezondheidsproblemen, zorgen heftige buien voor (financiële) schades, en heeft langere droogte consequenties voor de landbouw en natuur. Dit vraagt om aanpassing van de leefomgeving aan het klimaat van de toekomst. Zodat de risico’s die verwacht worden beheersbaar blijven. Dat noemen we klimaatadaptatie. Om deze reden heeft de gemeente Zaltbommel in 2021 een Lokaal Adaptatie Programma (LAP) opgesteld. Dit LAP is in september 2021 vastgesteld. In dit Lokaal Adaptatieprogramma (LAP) worden regionale ambities en speerpunten op het gebied van klimaatadaptatie verder uitgewerkt specifiek voor de gemeente. Hierin worden beleidsuitgangspunten en ambities benoemd en wordt aangegeven waar de prioriteiten liggen. Voor ontwikkelingen binnen de gemeente Zaltbommel dient een klimaattoets plaats te vinden. In deze paragraaf onder het kopje ‘landelijk beleid’ wordt per thema beschreven welke maatregelen er zijn genomen in het plan ten aanzien van het aspect klimaatadaptatie. 5.6 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling.

5.7 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende Cen D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan.

De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. De voorgenomen ontwikkeling, behoort echter wel tot de D-lijst, namelijk onder nummer 11.2 ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterrein’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordeling is opgenomen in lijst D van het besluit m.e.r.. Voor projecten groter dan 75 hectare en meer dan 2000 woningen dient altijd een m.e.r.- beoordeling plaats te vinden. De omvang van 48

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

de woningbouw is zodanig beperkt dat er geen sprake is van overschrijding van de drempelwaarden. Voor de voorgenomen ontwikkeling dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. De resultaten van deze uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn weergegeven in de bijlage van dit bestemmingsplan. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, namelijk de ontwikkeling van maximaal 20 woningen, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie ook de voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.procedure noodzakelijk maken. Wel is er een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.

49

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

6

Juridische aspecten

6.1. Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied van deze herziening. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Zo zijn de bestemmingen qua benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wro en het Bro. Daarnaast zijn de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. Ook de Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zeer gedetailleerd, maar wel gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan biedt nog enige flexibiliteit. Voor het plangebied is de planopzet primair gericht op ontwikkeling. Één en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. 6.2.

Beschrijving van de bestemmingen

6.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. 6.2.2

Bestemmingen

Agrarisch De gronden ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor het uitoefenen van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Inclusief de daarbij behorende toegangswegen, paden, overige verblijfsgebieden en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden van water, bergen, aan- en afvoeren van water en natuurvriendelijke oeverzones langs watergangen. Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden is het toevoegen van gebouwen, en bouwwerken geen gebouwen zijnde niet toegestaan. Groen Binnen de bestemming ‘Groen’ mogen groenvoorzieningen, beplantingen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen worden gerealiseerd. Er mogen uitsluitend gebouwen ter dienste van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde gerealiseerd worden. Verkeer Binnen de bestemming ‘Verkeer’ mogen wegen, fiets-en voetpaden, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Er mogen uitsluitend bouwwerken die ten dienste staan van deze bestemming gerealiseerd worden. Wonen-1 Op de gronden met de bestemming ‘Wonen-1’ zijn woningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd. Maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven.

Er is binnen de bestemming ‘Wonen-1’ een aanduiding opgenomen om aan te geven waar bijgebouwen mogen worden gerealiseerd.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

50

Ter plaatse van de noordelijke rijwoningen zijn ter hoogte van de oostelijke kopgevel de specifieke bouwaanduiding dove gevel en de functieaanduiding - geluidscherm opgenomen. De gronden met de bestemming ‘Wonen-1’ mogen slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat een geluidsscherm is gerealiseerd ter plaatse van de functieaanduiding - geluidsscherm. Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - dove gevel dient, bij het realiseren van woningen, de gevel op de oostelijke bouwvlakgrens te worden uitgevoerd en uitgevoerd gehouden als dove gevel. Wonen-2 Op de gronden met de bestemming ‘Wonen-2’ is een woning met bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. Maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven. 6.2.3

Algemene regels en slotbepaling

Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is bepaald dat bestaande maten en hoeveelheden, die afwijken van het bepaalde in dit bestemmingsplan en legaal aanwezig zijn, mogen worden aangehouden. Tevens is een regeling opgenomen met betrekking tot herbouw van gebouwen en met betrekking tot overschrijding van bouw- en bestemmingsgrenzen van ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn een aantal alegemen gebruiksregels opgenomen voor zowel het gebruik van onbebouwde gronden als het gebruik van gebouwen. Tevens zijn er in dit artikel regels opgenomen omtrent parkeren en laden en lossen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen en het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde bouwhoogte. Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen waarin wordt bepaald dat de burgemeester en wethouders bevoegd zijn het plan te wijzigen.

Tevens zijn er in dit artikel regels opgenomen over het wijzigen van het plan ten behoeve van waterberging. Algemene procedureregels Algemene procedureregels waarin is bepaald welke procedure doorlopen wordt bij het stellen van nadere eisen. Overige regels In artikel 14 zijn regels ten aanzien van een geluidscherm, verkamering wonen en afwijking van de gebruiksregels opgenomen. Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig bij een omgevingsvergunning worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.

51

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21”.

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

52

7

Uitvoerbaarheid

7.1. Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vast ligt. In de toelichting op elk bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan het exploitatieplan. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. In het voorliggende geval zijn de gronden niet in eigendom van de gemeente. De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemers. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor.

Indien er geen exploitatieplan opgesteld wordt en het kostenverhaal aldus via een anterieure overeenkomst ‘anderszins verzekerd is’, moet de gemeenteraad hierover een besluit nemen. Dit kan tegelijkertijd met de vaststelling van het bestemmingsplan geschieden. 7.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerp bestemmingsplan is, conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, voor overleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast heeft het ontwerpbestemmingsplan in de periode tussen 17 augustus 2023 tot en met 27 september 2023 ter inzage liggen. Op het plan zijn 9 zienswijzen binnen gekomen. Enkele van deze zienswijzen gaven een aanleiding om het plan op bepaalde onderdelen aan te passen. De bijbehorende zienswijzennota is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. Omgevingsdialoog Het plan is in de periode juni-juli 2021 voorgelegd aan belanghebbenden in de omgeving. In deze periode heeft een vertegenwoordiger van de intitiatiefnemer, Woonstichting De Kernen, huisbezoeken afgelegd met omwonenden van de planlocatie. De doelstellingen van de huisbezoeken waren: • Aankondiging van de aanstaande procedure bestemmingsplanwijziging • Inventarisatie standpunten van omwonenden ten aanzien van het plan De huisbezoeken zijn samengevat in het omgevingsverslag dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd.

53

Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

            Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl Vastgesteld bestemmingsplan “Gameren, Hendrikstraat achter 21” - 27 februari 2024

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13952164/1