CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Brakel-West, toelichting

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Brakel-West24.519 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afbeelding 4.5: Kaartgegevens m.b.t. NO2, PM10, PM2,5 en roet (Bron: cimlk.nl/kaart)

4.4.3

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Gezondheid

4.5.1

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dienen risico's voor de volksgezondheid onderzocht te worden. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.5.2

Toetsing Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart Kernregistratie Dierenverblijven Gelderland weergegeven. De veehouderijen in de omgeving houden rundvee en paarden. Hiervoor geldt een afstandseis van 50 meter. De beoogde geurgevoelige objecten worden buiten de afstandscontour geprojecteerd, zie paragraaf 4.7. Er is geen sprake van belemmerende endotoxinencontouren. Zowel agrarische bedrijven met endotoxinencontouren als geitenhouderijen zijn in de toekomstige situatie op voldoende afstand gelegen. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

blad 34 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.6: Veehouderijen in de omgeving van het plangebied

4.5.3

Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6

Bodem

4.6.1

Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet - als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening - worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt te zijn voor de beoogde functie, in dit geval voor woningbouw.

4.6.2

Toetsing Door Antea Group is in 2023 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. De resultaten worden hieronder kort samengevat. In eerder uitgevoerde bodemonderzoeken zijn geen verontreinigingen met asbest aangetoond. Wel zijn meermaals meerdere sloten gedempt binnen het onderzoeksgebied en zijn kassen aanwezig waar mogelijk asbesthoudend materiaal in is verwerkt. Op het terrein hebben meerdere (voormalige) activiteiten plaatsgevonden die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging. Het gaat om onder andere een glastuinbouwbedrijf met een daarbij horende bestrijdingsmiddelenopslagplaats, een vrachtwagenbedrijf met een dieselpompinstallatie en tanks en meerdere dammen en slootdempingen. De aanwezige landbouwgrond is verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCBs). De onderzoeksresultaten geven aanleiding om verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Voor watergangen waar ingrepen in de waterbodem plaatsvinden, dient voor uitvoering van de werkzaamheden een waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden.

4.6.3

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 35 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.7

Geur

4.7.1

Algemeen Veehouderijen Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De Wgv vormt het expliciete toetsingskader voor zover het de beoordeling betreft van geurhinder afkomstig van veehouderijen. In de Wgv is verankerd welke geurbelasting een voor geurgevoelig object mag ondervinden. De Wgv beschermt geurgevoelige objecten tot een maximaal toegestaan niveau (norm) van geurbelasting. De gemeente Zaltbommel heeft een geurverordening. Hierin is per deelgebied het maximaal toegestane niveau van geurbelasting vastgelegd. Voor een gedeelte van het plangebied is in de ‘Geurverordening gemeente Zaltbommel 2010’ een aangepaste geurnorm van 4 ouE/m3 opgenomen, zie afbeelding 4.7. Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden.

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstanden aan te passen middels een gemeentelijke verordening. In de ‘Geurverordening gemeente Zaltbommel 2010’ is voor het gehele grondgebied van de gemeente Zaltbommel een aangepaste afstandseis van 50 meter vastgesteld tussen emissiepunten van dierenverblijven en geurgevoelige objecten in een bebouwde kom.Daarnaast moet afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand).

blad 36 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.7: Aangepaste geurnorm Industrie Voor de geurbelasting van industriële inrichtingen (niet-veehouderijen) wordt aangesloten op het geurbeleid van de provincie Gelderland, beschreven in de “Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent geur bedrijven Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017”.

4.7.2

Toetsing Veehouderijen Door De Roever Omgevingsadvies is in 2023 een onderzoek naar geurhinder van veehouderijen uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8. De resultaten worden hieronder kort samengevat. Afstanden In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 4.8.

blad 37 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.8: Veehouderijen en geuremissies In de ‘Geurverordening gemeente Zaltbommel 2010’is voor het gehele grondgebied van de gemeente Zaltbommel een aangepaste afstandseis van 50 meter vastgesteld tussen emissiepunten van dierenverblijven en geurgevoelige objecten in een bebouwde kom. Binnen de afstand van 50 meter rondom het plangebied ligt alleen de paardenhouderij aan Leuvensveldseweg 1. Voor deze paardenhouderij is op 3 oktober 2018 een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend voor het houden van 20 paarden (K1.100). Voor paarden zijn in de Rgv geen geuremissiefactoren vastgesteld. Omdat de veehouderij in de richting van het plangebied niet overbelast is op bestaande geurgevoelige objecten, moet in het kader van de maximale planologische mogelijkheden worden uitgegaan van de rand van het bouwvlak. Op afbeelding 4.9 is de afstandscontour van 50 meter het bouwvlak van deze veehouderij en van andere veehouderijen weergegeven.

blad 38 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.9: Afstandscontour 50 meter De beoogde geurgevoelige objecten worden buiten de afstandscontour geprojecteerd. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de veehouderijen worden niet in de belangen geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen. Voorgrondbelasting Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied en gelet op resultaten van de berekening van de achtergrondbelasting is de veehouderij aan Kooiweg 2a maatgevend voor de voorgrondbelasting. Andere veehouderijen hebben een lagere totale geuremissie en zijn verder weg gelegen. Voor deze veehouderij is een geurberekening uitgevoerd. De emissiepunten en toetspunten zijn aangegeven op afbeelding 4.10.

Afbeelding 4.10 Emissiepunten en toetspunten De geurbelasting op de rand van het plangebied bedraagt op zijn hoogst 0,4 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de geurnorm van 2,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in een bebouwde kom (4,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten binnen het deel van het plangebied waarvoor deze afwijkende geurnorm is vastgesteld). De veehouderij wordt niet in haar belangen geschaad. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van KRD Gelderland zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De achtergrondbelasting bedraagt op zijn hoogst 0,4 ouE/m³. De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding blad 39 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.11. Gelet op het bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Afbeelding 4.11: Achtergrondbelasting Industrie Op ongeveer 1 kilometer van het plangebied (zie afbeelding 4.12) ligt het industrieel bedrijf Sonac Vuren aan Zeiving 35 in Vuren, waar beenderen en bloed van slachterijen worden verwerkt.

blad 40 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.12: Ligging Sonac Vuren ten opzichte van plangebied Door De Roever Omgevingsadvies is de geurbelasting vanwege Sonac Vuren op het plangebied beoordeeld. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 9. Hieronder worden de resultaten kort samengevat. De vergunde situatie van Sonac is vastgelegd in de omgevingsvergunning d.d. 3 augustus 2012 met het kenmerk 2011-016965. Onderdeel van deze vergunning is het ‘Geuronderzoek Sonac Vuren’ d.d. 5 augustus 2011 met het kenmerk 9T9976.01/R0005/Nijm (verder te noemen: het geuronderzoek). De geurbeoordeling is gebaseerd op dat onderzoek. In het geuronderzoek is rekening gehouden met een toetspunt aan de noordzijde van Brakel. Het plangebied ligt op grotere afstand van Sonac Vuren dan het toetspunt aan de noordzijde van Brakel. Uit de metingen blijkt dat, op basis van een gewogen hedonische waarde, de geur afkomstig van Sonac Vuren nog net als hinderlijk is aan te merken. De geur afkomstig van een aantal afzonderlijke bronnen kan als minder hinderlijk worden aangemerkt. Uit het geuronderzoek volgen de volgende geurbelastingen, zie afbeelding 4.13. Ter plaatse van het toetspunt aan de noordzijde van Brakel bedraagt de geurconcentratie 0,3 ouE/m3. Ter plaatse van het plangebied zal de geurconcentratie iets lager zijn. Er wordt voldaan aan de richtwaarde van 0,5 ouE/m3 uit het Gelders Geurbeleid.

Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omdat andere woningen (in dezelfde gebiedscategorie ‘wonen’) dichter bij Sonac Vuren liggen dan het plangebied, wordt Sonac Vuren niet in haar belangen geschaad.

Afbeelding 4.13: Geurbelasting Sonac Vuren

4.7.3

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 41 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.8

Water

4.8.1

Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan en het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft daar uitvoering aan.

4.8.2

Kader Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Kamerbrief 'Water en bodem sturend' In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 hebben minister Harbers en staatsecretaris Heijnen principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming. In de brief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd die de basis vormen voor een 33-tal structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt.

Niet afwentelen; Meer rekening houden met extremen; In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem; Meerlaagsveiligheid; Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen; Integrale aanpak in de leefomgeving; Comply or explain; Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. Structurerende keuzes Aan de hand van de bovenstaande principes zijn structurerende keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn geclusterd per thema of gebied. Als thema's en gebieden zijn daarbij onderscheiden: Water en bodem; 1. Voldoende en schoon (zoet)water; 2. Bodem; vitaal en efficiënt geordend;

blad 42 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Bebouwd gebied; Gebieden; 1. Laagveengebieden; 2. Verziltende kustgebieden; 3. Hoge zandgronden. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Regionaal waterprogramma 2021-2027 Het regionaal waterprogramma bevat de volgende drie uitgangspunten: "Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- en watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of compenseren.

Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken, vragen om een gebiedsgerichte aanpak. Denk aan het verminderen van stikstof en uitstoot van CO2, de aanpak van PFAS, medicijnresten en nieuwe stoffen, aanpassing aan het veranderende klimaat, vergroten van de biodiversiteit, de stijgende vraag naar grond- en drinkwater, en ruimte voor nieuwe woningen of natuur. Deze opgaven komen samen in gebieden. Daarom is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking." Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld, met als titel Versterken, verbinden en vergroenen. Met dit waterbeheerprogramma zijn de opgaves vastgesteld en is aangegeven hoe dit bereikt kan worden. Met dit waterbeheerplan wordt geen nieuw beleid geschreven maar wordt de gewenste uitvoering beschreven. Vanuit de Visie 2050 zijn principes opgesteld hoe dit toekomstbeeld bereikt kan worden. De principes bestaan uit het volgende: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk; Water is bepalend voor de inrichting van het gebied; We zijn zuinig op water en grondstoffen; Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus; We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af; Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes; Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied.

Waterschapsverordening In de waterschapsverordening zijn de regels opgenomen die het waterschap hanteert om te zorgen voor droge voeten en schoon water. De vigerende waterschapsverordening is in blad 43 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

werking getreden op 1 januari 2024. De waterkunstwerken en oppervlaktewateren waarvoor de waterschapsverordening geldt, zijn opgenomen in de legger. Naast de waterschapsverordening zijn er beleidsregels opgesteld. Hierin is geregeld dat voor zover wordt voldaan aan de in de beleidsregels gestelde voorwaarden, bepaalde activiteiten zijn vrijgesteld van de watervergunningplicht op grond van de waterschapsverordening. De waterschapsverordening verbiedt het verrichten van werkzaamheden zonder watervergunning van het bestuur in, op, over of onder een waterstaatswerk, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies. Ook is in de waterschapsverordening opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning van het bestuur een waterstaatswerk te wijzigen of aan te leggen. Afvoeren van hemelwater vanaf (nieuw) verhard oppervlak In artikel 3.22.3 van de Waterschapverordening is een vrijstelling op versnelde afvoer voor nieuw verhard oppervlak opgenomen, Indien het te verharden oppervlak niet meer dan 500 m2 in stedelijk gebied bedraagt, geldt hiervoor een vrijsteling. Stedelijk gebied ligt binnen de bebouwde kom en landelijk gebied daarbuiten. Voor nieuw verhard oppervlak groter dan 5.000 m² geldt een compensatieplicht. De lozing op zich is op grond van de Waterschapverordening wel vergunningplichtig.

Indien er geen andere vergunningplichtige activiteiten worden ondernomen dan het maken van nieuw verhard oppervlak, is er voor de van compensatieplicht vrijgestelde oppervlaktes een algemene regel (WT 5). Beleidsregel 16. Afvoeren van hemelwater vanaf (nieuw) verhard oppervlak in de Beleidsregels behorende bij de waterschapverordening, zijn de toetsingscriteria opgenomen. Het hanteren van de vuistregels is beperkt tot kleine ontwikkelingen (< 5 ha). De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm). Daarnaast moet er voldoende berging zijn bij extreme omstandigheden. Er wordt gerekend met 2 ontwerpbuien: De T=10 + 10% neerslag: Daarbij mag het peil niet meer dan 30 cm stijgen. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha nieuw verhard oppervlak. Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van het zomerpeil; De T=100 + 10% neerslag: Hierbij is een peilstijging toegestaan tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden.

Om de toename verhard oppervlak te compenseren moet de aanvrager voorzieningen treffen om de landelijke afvoer te realiseren door middel van: Hergebruik en/of vasthouden: Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht; Bergen: Onder bergen verstaan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater: 1. Het creëren van extra waterberging op het eigen terrein door middel van het graven of vergroten van een oppervlaktewaterlichaam, en/of; 2. Het creëren van extra retentie in het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd door vergroten van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam, en/of; 3. Het graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam binnen hetzelfde peilgebied en aangesloten op bestaande A- of B-wateren; Afvoeren: Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. Indien vegetatiedaken worden toegepast op de nieuwe verharding, moet dit voor 70% blad 44 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

worden gecompenseerd in open water. Dit geldt alleen voor een vegetatiedakoppervlak van minimaal 1.000 m2 . Waterhuishoudkundige eisen Waterschap Rivierenland Voor plannen met meer dan 5 hectare nieuwe verharding wordt een aanvullende modelberekening gevraagd. Hierbij worden, onder meer, de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/ha. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. Een afvoer van 1,5 l/s/ha komt overeen met 13 mm/dag; Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering mag er geen inundatie optreden (NBW-norm); Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil (norm Waterschap Rivierenland). Verder hanteert het waterschap de volgende droogleggingseisen: Vloerpeil begane grond = 1,30 m boven zomerpeil (streefpeil); Straatpeil = 1,00 m boven zomerpeil (streefpeil); Peil groenvoorzieningen = 0,70 m boven zomerpeil (streefpeil). Het (ver)graven van (nieuwe) oppervlaktewaterlichamen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen A-wateren, B-wateren en C-wateren.

Nieuwe oppervlaktewaterlichamen worden meestal gegraven om de volgende twee redenen: Ter compensatie voor de demping van oppervlaktewaterlichamen; Voor de (versnelde) afvoer van hemelwater ten gevolge van de uitbreiding van verhard oppervlak. Het doel van deze beleidsregel is de bescherming van het oppervlaktewatersysteem. Voor het (ver)graven van een (nieuw) oppervlaktewaterlichaam worden verschillende voorwaardes gesteld. Hieronder volgt een overzicht: De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam dient te worden gewaarborgd; Voor waterberging dient de nieuw te graven oppervlaktewatergang te zijn verbonden met het bestaande watersysteem en dient deze watergang te voldoen aan minimale afmetingen; Voor het onderhoud dient er rekening te worden gehouden met beschermingszones langs de watergang; De stabiliteit van het talud van de nieuw te graven watergang dient te worden gewaarborgd. Ook dient het opbarsten van de bodem te worden voorkomen. Doelmatig onderhoud van A- en B wateren A- en B wateren moeten zijn voorzien van een onderhoudsstrook. Dit betreft een obstakel vrije zone die als beschermingszone in de legger staat aangegeven. Deze zone heeft als doel om het water toegankelijk te houden voor – doorgaans machinaal – uit te voeren onderhoud. Zie toetsingscriteria 3.3.1 voor precieze randvoorwaarden.

Samen door één buis Begin 2019 is het rapport “Samen door één buis” opgesteld met hulp van Haskoning DHV Nederland B.V. in opdracht van waterschap Rivierenland. Om bij te dragen aan een goede blad 45 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

leefomgeving en waterkwaliteit is het rapport gericht op het samen, de gemeente en het waterschap, beheersen van lozingen uit de riolering. Het rapport biedt een handvat om in samenwerking tussen de gemeente en het waterschap het afvalwater en hemelwater te beheersen, met als doel dat de volgende doelen kunnen worden bereikt: “Adequate inzameling en transport van afvalwater dat gezuiverd dient te worden; Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het stedelijk water; Beperkte/ acceptabele schade door wateroverlast en watertekort in stedelijk gebied.” Met betrekking tot waterkwantiteit dient er rekening te worden gehouden met het volgende. Het watersysteem dient in staat te zijn het geloosde (hemel- en/of afval) water te verwerken. Er gelden beleidsregels met betrekking tot lozingen, ook gelden er algemene regels voor bijvoorbeeld uitstroomvoorzieningen. De hydraulische toetsing vindt plaats op basis van een Bui 09. Er dient hierbij gebruik te worden gemaakt van de “Beslisboom afkoppelen en compensatie” (zie bijlage 3). Als er een beperkte bergings- en of afvoercapaciteit is, wat leidt tot instroming op het oppervlaktewatersysteem dan dient hier tussen de gemeente en het waterschap afstemming over te zijn. Bij voorkeur dient afstromend hemelwater te worden hergebruikt. Dit vindt bij voorkeur plaats via de voorkeursvolgorde “Vasthouden – Bergen – Afvoeren”.

Ook dient afvalwater en hemelwater van elkaar te worden gescheiden. Voor afstromend hemelwater dient het “Afwegingskader omgang afstromend hemelwater” te worden gehanteerd (zie bijlage 3). Hydrologisch neutraal bouwen Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem.

Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. In het geval dat niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Het gaat hier dan om een voorziening die ervoor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.

blad 46 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 In het Water en Rioleringsplan Bommelerwaard (WRP) zijn de ambities rondom riolering en water van de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel verwoord. Visie & strategie Het WRP heeft als visie een minimale beïnvloeding van de natuurlijke waterkringloop, dit wordt nagestreefd in zowel de bebouwde kom als in het buitengebied. Voor nieuwbouwsituatie wordt vuil- en hemelwater zoveel mogelijk gescheiden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal in de bodem verwerkt. Met behulp van de aanleg van waterbergingen en het vasthouden van hemelwater wordt het watersysteem veerkrachtiger tegen droogte. Afvalwatersysteem Voor nieuwe ontwikkelingen wordt gewerkt conform de “Voorkeursvolgorde afvalwater”, zie onderstaande volgorde. Voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom betekent dit in principe een (verbeterd) gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan aansluiting op het bestaande (gemengde) systeem acceptabel zijn. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het ontstaan van afvalwater wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt; Als afvalwater toch ontstaat wordt het zo min mogelijk verontreinigd; Afvalwaterstromen worden daarom gescheiden gehouden; Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een RWZI getransporteerd; Ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron); Ander afvalwater dan bedoeld onder d. (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht zo nodig na zuivering aan de bron); Ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een RWZI getransporteerd.

Hemelwatersysteem Er zijn verschillende hemelwatervoorzieningen in het gebied zoals hemelwaterriolering, wadi's, greppels, vijvers, waterbergingen en infiltratievoorzieningen. Als dit niet mogelijk is, wordt hemelwater vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij nieuwe ontwikkelingen worden standaard hemelwatervoorzieningen gerealiseerd. Onderstaande volgorde geeft de voorkeursvolgorde voor hemelwater weer. 1. 2. 3. 4.

Vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen en nuttig gebruiken; Op maaiveld infiltreren; Ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening; Verwerken in het oppervlaktewater.

Woningen of panden dienen te voldoen aan de geldende bouwregelgeving; Verblijfsruimten zijn waterdicht; Hemelwaterafvoeren moet voorzien zijn van een ontlastconstructie; Lozingsvoorzieningen die lager dan 0,15 m onder de kruin van de openbare weg liggen dienen voorzien te zijn van een terugslagklep; Bouwpeil 0,30 m boven het niveau van de as van de weg. In aanvulling hierop geldt bij erftoegangswegen een ontwateringseis van 0,7 m en bij groenvoorzieningen een ontwateringseis van 0,5 m. blad 47 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Ook wordt verwacht dat in de toekomst de perceeleigenaar bij voorkeur 100%, minimaal 90% van zijn hemelwater bergt op eigen perceel. In de gemeente Zaltbommel dient de berging 20 mm te zijn over het totale verharde oppervlak. Diepe (>1,0 m -mv) ondergrondse infiltrerende voorzieningen worden niet. Bij voorkeur vindt de waterberging plaats in oppervlaktewater of oppervlakkige voorzieningen zoals wadi's. Ontwateringsdiepte Bij nieuwbouwlocaties geldt een ontwateringscriterium van 1,0 m bij RHG (Representatief Hoogste Grondwaterstand) ten opzichte van de kruin van de openbare weg. Hierbij geldt dat het verhogen van het maaiveldniveau of de aanleg van meer open water in combinatie met water robuust bouwen altijd de voorkeur heeft boven de aanleg van drainage. Grondwatersysteem Hoge waterstanden in de rivier de Waal veroorzaken af en toe hoge grondwaterstanden en kwel. Er is een grondwatermeetnet opgezet om inzicht te krijgen in het grondwatersysteem. Van de perceeleigenaar wordt verwacht dat hij het grondwater op zijn eigen terrein verwerkt en beheert. Oppervlaktewatersysteem Om het watersysteem veerkrachtiger te maken tegen extreme neerslag zijn verschillende waterbergingen aangelegd.

4.8.3

Toetsing Door Antea Group is een watertoets uitgevoerd. Dit rapport is als Bijlage 10 bijgevoegd. In deze watertoets staan de uitgangspunten en randvoorwaarden beschreven. Hieronder worden de resultaten van de watertoets samengevat. Huidige situatie Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogten in het plangebied te analyseren is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4-viewer) geraadpleegd. In het noordelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich tussen NAP +1,9 m en NAP +1,6 m. Ter plaatse van de woonerven is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,5 m. In het zuidelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich rond NAP +1,5 m. Ter plaatse van de bebouwing is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,0 m. Bodemopbouw Om de lokale bodemopbouw ter plaatse van de planlocatie te analyseren zijn grondboringen uit het DINOloket geraadpleegd. De maximale diepte in de grondboringen is 16 m -mv. De grondboringen laten een verschillend beeld zien. In grondboringen B38H0403 en B38H0194 is tot 8 m -mv klei met sporadisch veen aangetroffen. In grondboring B38H0198 is tot -1,5 m -mv klei aangetroffen, met daaronder tot 10,4 m -mv zand, gevolgd door klei tot 10,8 m -mv. Tot slot is er tot 16 m -mv zand aangetroffen. De zandbanenkaart laat zien dat ter plaatse van de ontwikkeling een ondiepe zandlaag verwacht kan worden. Watersysteem

blad 48 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Het oppervlaktewater in en nabij het plangebied is weergegeven in . Omdat het plangebied dicht bij de Waal ligt, is er een uitgebreid netwerk van sloten aanwezig om de aanwezige kwel af te voeren. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere duikers, een gemaal en een stuw aanwezig. Het plangebied ligt in twee peilgebieden: Peilgebied BOM207. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,55 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 30,4 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,05 m³/s afgevoerd. Peilgebied BOM200. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,20 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,00 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,25 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 937,1 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 1,41 m³/s afgevoerd door het gemaal. De watergangen in peilgebied BOM207 wateren af via gemaal de “Engsteeg” en stuw001004 op peilgebied BOM208. Dit peilgebied ligt benedenstrooms en ligt ten westen van het plangebied.

In peilgebied BOM208 is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,65 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,45 m. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 38,2 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,57 m³/s afgevoerd.

blad 49 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.14: Watersysteem in en nabij plangebied (bron: legger Waterschap Rivierenland) Op basis van de “Viewer KRW waterlichamen” van het waterschap Rivierenland zijn er geen watergangen in het plangebied aangemerkt als KRW-waterlichaam. Grondwater Op basis van de beschikbare peilbuizen in de nabije omgeving van het plangebied en het verloop van de isohypsenkaart en het maaiveldverloop en het peilbesluit is er een inschatting gemaakt van de grondwaterstand. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen het gebied ten noorden van de Groenesteeg en het gebied ten zuiden van de Groenesteeg. Grondwaterstand ten noorden van de Groenesteeg: tussen 0,4 á 0,7 m-mv (ca. NAP +1,20 m)

GHG

Grondwaterstand ten zuiden van de Groenesteeg: GHG 0,6 m-mv (ca. NAP +0,90 m) Op basis van de WKO-tool is in het plangebied een open bodemenergiesysteem aanwezig. Er staat aangegeven dat dit openbodemenergiesysteem (OBES) in gebruik is. Dit openbodemenergiesysteem wordt hoogst waarschijnlijk voor de aanwezige glastuinbouw gebruikt. Ook zijn er op een afstand van circa 110 à 160 ten noordoosten van het plangebied twee grondwateronttrekkingen (GWO) aanwezig. Deze grondwateronttrekkingen liggen ook op het terrein van de glastuinbouwbedrijven. Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen op basis van de “Drinkwater, beschermingsgebieden” kaart van de provincie Gelderland. Waterschap Rivierenland heeft een kwel kaart gemaakt voorkomend bij een T=10 blad 50 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

hoogwaterstand op de rivier en het polderpeil op (winter) streefpeil. Aan de hand hiervan is er geconcludeerd dat er in het noordelijk deel van het plangebied sprake is van kwel tussen de 1-3 mm/dag. Dit heeft het waterschap gecategoriseerd tot “gemiddelde kwel”. Aan de randen is de kwel >3 mm/dag. Dit categoriseert het waterschap als “veel kwel.”. In het zuidelijk deel van het plangebied is de kwel ingeschat tussen de 0 en 1 mm/dag. Het waterschap categoriseert dit als “weinig kwel”. Vuil- en hemelwater In het plangebied zelf is geen riolering aanwezig. In de nabijheid van het plangebied ligt een gemengd stelsel. Tevens is er een persleiding van het waterschap aanwezig, deze bevindt zich tussen het noordelijk en zuidelijk deelgebied. Rioolgemaal Brakel, in beheer bij het Waterschap, is nabij het plangebied gelegen aan de Groenesteeg. Ook ligt er op een afstand van circa 100 m ten oosten van het plangebied in de Wilhelminalaan een hemelwaterriool. Waterveiligheid Uit de leggerkaart waterkeringen van waterschap Rivierenland blijkt dat ten noorden van het plangebied een primaire waterkering ligt. De beschermingszone van deze kering ligt op afstand van circa 130 m. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden ter plaatse van het plangebied 270 nieuwbouwwoningen gerealiseerd.

Grondwater Om aan de eisen voor ontwateringsdiepte te voldoen moet het toekomstig peil van de vloeren begane grond minimaal op NAP+2,2 m komen te liggen. Voor de wegen is een minimaal niveau van NAP +1,9 m nodig. Ten zuiden van de Groenesteeg is de GHG circa 0,6 m -mv (maaiveldhoogte: NAP +1,50 m en GHG: NAP +0,9 m). Om aan de eisen voor ontwateringsdiepte te voldoen moet het toekomstig peil van de vloeren begane grond minimaal op NAP +1,9 m komen te liggen. Op basis van de beschikbare grondwater gegevens wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling Brakel-West met het huidige maaiveldniveau niet voldoet aan de vereiste ontwateringsdiepte. De voorgestelde aanleghoogtes komen over een met het wegniveau en benodigde drooglegging. In het kader van de randvoorwaarden, wensen en ambities van de gemeente is het raadzaam om het bestaande maaiveld gemiddeld minimaal 0,5 meter te verhogen. Het is mogelijk dat de voorgestelde verhoging per locatie verschilt, ook afhankelijk van de benodigde dekking op riolering. Geadviseerd wordt om tijdens de ontwerpfase de gekozen vloerpeilen te laten controleren door een deskundige. Het plangebied bevindt zich in kwelgevoelig gebied. Er is sprake van een huidige kwel-flux van meer dan 3 mm/dag. De initiatiefnemer dient een berekening uit de voeren voor de hoeveelheid kwel die in het plangebied wordt verwacht.

Er kan doorgaans worden gestart met een Mazure-berekening. Dit betreft een analytische, stationaire kwelberekening met een T=10 hoogwaterstand op de rivier en het polderpeil op (winter)streefpeil. De uitkomst van deze berekening wordt gebruikt om te bepalen of er een aanvullende modelberekening vereist is. Het waterschap heeft gedurende een overleg op 1 augustus 2023, met de gemeente en Antea Group, aangegeven, dat de Mazure-berekening bij het watertoetsproces valt. Dit is echter nog niet mogelijk, omdat er te weinig grondwaterstand- en bodemgegevens beschikbaar zijn. Hiervoor dient eerst een grondwater-/stijghoogtestandmonitoring uitgevoerd te worden. blad 51 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Grondwatermonitoring Opgemerkt dient te worden dat er ter plaatse van het plangebied zelf geen grondwaterstandsmetingen zijn uitgevoerd. Geadviseerd wordt om in een latere fase op verschillende locaties peilbuizen in het plangebied te plaatsen, om zo een betrouwbaarder en gedetailleerder beeld te krijgen over het grondwater. Dit is echter pas mogelijk als de gronden voor de gemeente en/of ontwikkelende partij toegankelijk zijn. Functionering watersysteem In de huidige situatie loopt langs de Appelweg één primaire watergang van oost naar west. Deze primaire watergang watert af richting het gemaal de “Engsteeg”. In de toekomstige situatie dient de afwaterende functie van deze watergang behouden te blijven. De watergang ligt in peilgebied BOM207. Het zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en het winterpeil (WP) van NAP +0,55 m mag niet worden gewijzigd. Om wateroverlast te voorkomen dient deze watergang opgenomen te worden in het stedenbouwkundig ontwerp (minimaal 1 op 1). In de huidige situatie ligt een C-watergang aan de zuidzijde langs de Groenesteeg. Uit een veldbezoek is gebleken dat de bodem van deze waterloop aanzienlijke verschillen vertoont, wat resulteert in verschillende waterstanden in de sloot. In deze watergang vindt in principe geen nieuwe waterberging plaats. De leggerstatus verandert daarom niet.

Aanbevolen wordt deze waterloop opnieuw in te richten en de aansluiting op de waterberging Rietsingel te verzekeren. Hoe dit eruit komt te zien is in deze fase niet uitgewerkt, maar er zijn in afstemming met gemeente en waterschap wel verschillende oplossingsopties benoemd: 1. 2.

Met gemaal water in berging pompen; Waterberging uitgraven tot 1,5 m-mv, zodat water onder vrij verval de berging in kan stromen. 3. Lange leiding van BOM207 naar waterberging; 4. Tijdelijk hoger peil toestaan in watergang naar waterberging bij extreme buien zodat de berging onder vrij verval kan volstromen. Om de doorstroming van de centrale waterbergingsgebied te garanderen dienen er duikers te worden toegevoegd aan het ontwerp. Gezien de B-leggerstatus van dit gebied en conform beleidsregel WT 7, dienen de benodigde duikers een minimale diameter van 0,80 m te hebben. Bovendien is een minimale afstand van 10 m tussen duikers nodig, en bedraagt de maximale lengte 12 m. Tussen het waterschap en de gemeente is afgestemd dat afstromend hemelwater van de ontwikkeling wordt verzameld en afgevoerd naar het zuidelijke deelgebied. Het is hierbij van belang dat het afstromend water hier ook daadwerkelijk kan komen. In afbeelding 4.15 is een overzicht van de wijze van functionering van het watersysteem en benodigde kunstwerken weergegeven. Om een vertraagde afvoer te realiseren worden 2 knijpconstructies toegevoegd (rode stippen). De richting van de hemelwaterafvoer is aangegeven met een pijl. Als scheiding tussen de verschillende peilgebieden is een stuw nodig, deze komt in de watergang ten zuiden van de Groenesteeg.

De locatie van de benodigde kunstwerken is indicatief weergegeven (oranje driehoek).

blad 52 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.15: Watersysteem Toetsing waterberging Met de voorgestelde maatregelen is het mogelijk ca. 2.693 m3 water tijdelijk te bergen bij een bui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag door klimaatverandering (T10+10%). Er wordt dus voldaan aan de benodigde wateropgave van 1.097 m³. Conform beleid kan bij een regenbui die eens in de 100 jaar voorkomt, met een toeslag van 10% als gevolg van klimaatverandering (T100+10%), het peil mag hier eveneens 0,3 m stijgen. Bij buien met een hoge intensiteit (T100%) streeft de gemeente ernaar: Te voorkomen dat hemelwater vanuit de openbare ruimte rechtstreeks woningen en gebouwen kan instromen, mits het vloerpeil van woningen en gebouwen minimaal 20 cm hoger ligt dan de aangrenzende openbare ruimte; Te voorkomen dat straten onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en overig verkeer. We accepteren dat verkeer stapvoets moet rijden. We streven ernaar dat wegen uiterlijk 3 uur na de bui weer gebruikt kunnen worden als waarvoor ze bedoeld zijn. Met de voorgestelde maatregelen is eveneens 2.693 m3 water te bergen voor T100+10%. Geconcludeerd wordt dat het voorgestelde watersysteem kan voldoen aan de door het waterschap en de gemeente opgestelde wateropgave. Er wordt dus voldaan aan de benodigde wateropgave van 1.671 m³. Een overzicht van de totaal bergingscapaciteit ten opzichte van de wateropgave is in onderstaande tabel weergegeven.

In bovenstaande tabel is per scenario de potentiële waterberging uiteengezet. Dit zijn blad 53 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

indicatieve waarden aangezien het ontwerp van de ontwikkeling Brakel-West nog niet voltooid is. De exacte werking van het watersysteem wordt nader uitgewerkt in volgende fasen. Voorkomen wateroverlast Het Waterschap Rivierenland en de gemeente Zaltbommel hanteren dat hemelwater binnen eigen perceel moet worden vasthouden. Tevens heeft het de voorkeur om hemelwater op percelen op eigen terrein te verwerken en anders volgens het principe bergen, vasthouden, en vertraagd afvoeren principe te verwerken in het openbaar gebied. Belangrijk is dat de ontwikkeling geen wateroverlast mag veroorzaken voor aangrenzende percelen. Door voldoende waterberging in het watersysteem te realiseren wordt voldaan aan de huidige regelgeving met een klimaatopslag van 10%. Omdat de klimaatscenario's voorspellen dat er meer hevige buien te verwachten zijn, zijn aanvullende maatregelen gewenst. Met de vasthoudmaatregelen van de gemeente, aanvullend op de opgave van het waterschap, wordt invulling gegeven aan het tegengaan van droogte en opvangen van piekbuien. Ook wordt het maaiveldniveau in het plangebied gelijkmatig aangelegd, zodat het noordelijke deel van het plangebied niet met extra water op straat te maken krijgt bij piekbuien.

Bij de realisatie van de waterhuishouding plan/technisch ontwerp en voor de aanvraag van de bijbehorende omgevingsvergunningen moet worden aangetoond dat dat de ontwikkeling aan deze eisen kan voldoen. Hiertoe dienen aan de planranden voorzieningen opgenomen te worden en ingepast waarmee afstroming van grond- en hemelwater naar omliggende percelen voorkomen moet worden. Klimaatadaptatie In aanvulling van de benodigde compensatie eis voor het verharde oppervlak is het tevens mogelijk om te inventariseren of er klimaatadaptieve mogelijkheden binnen het plangebied zijn. In het WRP staat dat ondergrondse infiltratievoorzieningen niet worden geaccepteerd. Oppervlaktewater heeft de voorkeur, de toepassing van wadi's is ook een mogelijkheid. Halfverharding heeft vanwege de slecht doorlatende ondergrond in het plangebied een nihil effect op de berging van overtollig hemelwater. Wel kunnen de toekomstige woningen worden voorzien van groene daken. De toepassing van groene daken levert verschillende voordelen op; Het vangt regenwater op, dit vermindert de belasting op het rioolstelsel; Het draagt bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. Het werkt isolerend waardoor stookkosten worden verminderd. Gedurende hoge temperaturen straalt het groene dak minder warmte uit. Dit heeft een gunstig effect op de omgevingstemperatuur, en verminderd daarmee de hittestress in het plangebied.

Hittestress binnen het plangebied kan verder worden verminderd door de aanleg van bomen en/of andere vegetatie. Dit heeft als voordeel dat het plangebied robuuster is gedurende langdurige periodes van droogte doordat het water beter wordt vastgehouden. Afvalwaterbelasting In het plangebied worden circa 270 nieuwbouwwoningen gerealiseerd bestaande uit 254 woningen en 16 zorgeenheden. Het is onbekend hoeveel inwoners er gemiddeld per huishouden gaan wonen. In de gemeente Zaltbommel, in de wijk Brakel wonen gemiddeld 2,5 personen per huishouden. Dit resulteert in een benodigde DWA afvoer voor 675 personen. Per dag zorgt één persoon gemiddeld voor 12 liter per inwoner per uur. Het toekomstige DWA-belasting is berekend op ca. 8,1 m3 per uur. Het DWA-stelsel moet hierop worden blad 54 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

gedimensioneerd. Er dient een gescheiden stelsel te worden aangelegd. De DWA-afvoer kan worden aangesloten op de riolering in de Groenesteeg/Molensteeg waarna het onder vrij verval afvoert naar het gemaal. In Brakel is grootschalig afgekoppeld in het centrum en noord-oosten van de kern zodat ruimte is ontstaan op het gemengde stelsel om de DWA-afvoer van de ontwikkeling Brakel West af te voeren richting het waterschapsgemaal. Vervolg Na de ruimtelijke procedure moet voor de realisatie te zijner tijd nog een Watervergunning aangevraagd worden. Bij de aanvraag voor de watervergunning moeten de definitieve ontwerptekeningen toegevoegd worden en is een nadere uitwerking van de waterhuishouding noodzakelijk. Onderdeel hiervan zijn ook de berekening van de kweltoename en de toetsing berekening. Hierin moet ook de fasering en aanpassing van de waterhuishouding meegenomen worden. De initiatiefnemer zal voor alle benodigde waterhuishoudkundige voorzieningen één watervergunning aanvragen. Hier zal te zijner tijd verder afstemming over plaatsvinden met het waterschap.

4.8.4

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Klimaatadaptatie

4.9.1

Algemeen Klimaatverandering zorgt dat er steeds langere perioden van droogte en hitte ontstaan. Het klimaat verandert merkbaar en Gelderland streeft ernaar om in 2050 goed voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Door aan de voorkant hierop te anticiperen, kunnen de effecten hiervan worden verminderd. In Artikel 2.65b (klimaatadaptatie) van de Omgevingsverordening Gelderland is opgenomen dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te worden opgenomen van maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken. Daarvoor wordt gekeken naar de thema's waterveiligheid, wateroverlast, hitte en droogte.

4.9.2

Toetsing Op basis van de Klimaateffectatlas ligt het plangebied in de omgeving van een gebied met een kans op overstroming. Bij de realisatie van dit plan wordt rekening gehouden met ruimtelijke (klimaat)adaptatie door geen woningen te realiseren in het gebied waarop de Beleidslijn Grote Rivieren van toepassing is. Met betrekking tot waterveiligheid en wateroverlast zijn normen vastgesteld in de waterverordening. Daarnaast wordt met de ontwikkeling voldoende waterberging en groen gerealiseerd. Met de realisatie van veel groen wordt getracht bij te dragen aan het verminderen van hittestress en droogte. Door te zorgen voor voldoende (opgaande) beplanting, wordt voor schaduw gezorgd, maar ook rond de beplanting is door waterverdamping uit de plant de lucht koeler. Daarnaast kan beplanting zorgen dat wateroverlast minder wordt, doordat het water opgenomen wordt door de plant, en het water in de bodem opgenomen wordt, waardoor de bodem minder snel uitdroogt. Dit heeft als voordeel dat het plangebied robuuster is gedurende langdurige periodes van droogte doordat het water beter wordt vastgehouden. Afstemming met het waterschap heeft reeds plaatsgevonden. Gemeente en waterschap gaan met elkaar in overleg over het vervolg en de te nemen stappen.

blad 55 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.9.3

Conclusie Het aspect klimaatadaptatie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Bedrijven en milieuzonering

4.10.1

Algemeen Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand heeft als doel bijvoorbeeld om ter plaatse van een 'gevoelig' object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. De VNG-brochure beschrijft de aan te houden afstanden vanwege geur, geluid, stof en gevaar. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen.

Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met één stap worden verminderd. Het Activiteitenbesluit geeft geen richtafstanden, maar harde wettelijke normen die nageleefd moeten worden. Waar bij de VNG-brochure de richtafstand vooral wordt bepaald ten opzichte van de functies die op een perceel zijn toegestaan, wordt bij het Activiteitenbesluit vooral uitgegaan van de fysiek aanwezige situatie. Dit laatste is echter geen regel. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet een bedrijf ook bewegingsruimte houden om de milieubelastende activiteiten te verschuiven. Randvoorwaarde is dat de milieubelasting ter plaatse van aanwezige gevoelige objecten blijft voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit.

4.10.2

Toetsing Het plangebied en haar omgeving maakt gezien de bedrijven aan de rand van het plangebied deel uit van een 'gemengd gebied'. Aan de randen van het gebied wisselen verschillende functies (wonen, verkeer agrarisch en bedrijf) elkaar namelijk af, waardoor het gebied conform de VNG-brochure bedrijven kan worden gekenmerkt als gemengd gebied. Hinderveroorzakende functies in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen kunnen worden aangemerkt als milieuhindergevoelig. Hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied In paragraaf 4.7 zijn de paardenhouderij aan de Leuvensveldseweg 1 en het industrieel

blad 56 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

bedrijf Sonac Vuren aan Zeiving 35 in Vuren getoetst aan geurhinder. Uit de onderzoeken blijkt dat geurhinder geen belemmering vormt. Op de verbeelding bij dit bestemmingsplan is een contour van 50 m rondom de Leuvenveldseweg 1 vastgelegd. In die zone mag alleen bebouwing worden gerealiseerd, mits aangetoond is dat de milieubelastende bedrijvigheid geen belemmering vormt voor de milieugevoelige functies of technische voorzieningen worden getroffen (aan de bron, overdrachtsgebied of ontvanger) dat de milieubelasting van de belendende bedrijvigheid voldoende is afgenomen en dat is aangetoond dat de nieuwe te realiseren woningen geen belemmering vormen voor de bedrijfsvoering van het bedrijf. Verder moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied en of de omliggende bedrijven niet gehinderd worden door de voorgenomen ontwikkeling. De volgende functies in de omgeving van het plangebied kunnen eventuele hinder veroorzaken of in hun bedrijfsvoering beperkt worden. 1. Glastuinbouwbedrijf orchideeën, Engsteeg 2; 2. Glastuinbouwbedrijf orchideeën, Engsteeg 2a; 3. Glastuinbouwbedrijf, Appelweg 4; 4. Agrarisch bedrijf, Appelweg 5; 5. Agrarisch bedrijf, Appelweg 6; 6. Agrarisch bedrijf, Appelweg 8; 7. Constructiebedrijf, Groenesteeg 2a; 8. Agrarisch bedrijf, Groenesteeg 7; 9.

Agrarisch bedrijf, Groenesteeg 11; 10. Las- en constructiebedrijf, Groenesteeg 13; 11. Aannemersbedrijf, Molensteeg 18; 12. Groenten- en fruithandel, Weitjesweg 54; 13. Poeliersbedrijf, Weitjesweg 52b, 52c, 52d; 14. Wegmarkeringsbedrijf, Weitjesweg 52a, 52e. De zand- en grindhandel aan de Weitjesweg 58 wordt met deze ontwikkeling wegbestemd. De volgende tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies voor een rustige woonwijk en voor in gemengd gebied: Functie

blad 57 van 78

Geur Stof Geluid Gevaar Grootste Grootste Afstand tot afstand afstand milieugevoelige rustige gemengd functies in het woonwijk gebied plangebied

1. Glastuinbouwbedrijf

10

10

30

10

30

10

150

2. Glastuinbouwbedrijf

10

10

30

10

30

n.v.t.

18

3. Glastuinbouwbedrijf

10

10

30

10

30

10

17

4. Agrarisch bedrijf

10

10

30

10

30

10

12

5. Agrarisch bedrijf

10

10

30

10

30

10

15

6. Agrarisch bedrijf

10

10

30

10

30

10

15

7. Constructiebedrijf

30

30

100

30

100

50

50

8. Agrarisch bedrijf

10

10

30

10

30

10

15

9. Agrarich bedrijf

10

10

30

10

10

10

14

10. Las- en constructiebedrijf

30

30

100

30

100

50

20

11. Aannemersbedrijf

10

30

50

10

50

30

0

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

12. Groenten- en fruithandel

30

10

30

50

50

n.v.t.

0

13. Poeliersbedrijf

50

0

50

10

50

n.v.t.

60

14. Wegmarkeringsbedrijf

10

30

50

10

50

30

70

Bij de bepaling van de richtafstanden is uitgegaan van een gemiddeld bedrijf. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een grotere of kleinere afstand uitgegaan kan of moet worden. Voor een aantal bedrijven (2, 9, 11 en 12) is bewust gekozen om de aan te houden afstand tussen milieugevoelige functies niet met een afstandsstap te verkleinen, ondanks dat deze bedrijven in gemengd gebied zijn gelegen. Voor bedrijf 2 heeft dit te maken met het feit dat het grootste deel van het laden en lossen (de meest milieubelastende activiteit) plaatsvindt aan de zijde van het plangebied. Door een afstand van 10 meter in plaats van 30 meter aan te houden bestaat de kans dat de milieubelasting wordt onderschat. In het nadere planproces zal de precieze milieuhinder van dit bedrijf nader worden onderzocht. Voor bedrijf 9 geldt dat de dichtstbijzijnde woning zich op circa 20 meter afstand van het bedrijf bevindt. In de huidige situatie moet er worden voldaan aan het Activiteitenbesluit. De grootste richtafstand van 50 meter is dus aanzienlijk groter dan de daadwerkelijke geluidsbelasting die mag optreden binnen de wettelijke kaders. Volledigheidshalve is toch een contour van 50 meter aangehouden. Voor bedrijf 11 geldt dat de maatgevende afstand wordt bepaald door een spuitcirkel. Uit jurisprudentie blijkt dat 50 m de meest representatieve afstand is om van uit te gaan.

Voor bedrijf 12 geldt dat het aspect geur maatgevend is en dat bij poeliersbedrijven in de regel is gebleken dat deze afstand niet zondermeer met een afstandsstap verkleind kan worden, omdat daarmee de milieuhinder mogelijk wordt onderschat. Overigens wordt opgemerkt dat binnen geruime afstand geen milieugevoelige functies zijn voorzien. Voor het glastuinbouwbedrijf (2), las- en constructiebedrijf (10), aannemersbedrijf (11) en groenten- en fruithandel (12) is de afstand tot milieugevoelige functies (bestemming Woongebied) niet voldoende groot. Voor het glastuinbouwbedrijf geldt dat het grootste deel van het laden en lossen (de meest milieubelastende activiteit) plaatsvindt aan de zijde van het plangebied. Daarom is een onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 11. In dit onderzoek industrielawaai zijn de te verwachten geluidsniveaus vanwege het bedrijf aan de Engsteef 2-2a te Brakel ter plaatse van het plangebied berekend. De geluidsniveaus zijn berekend op basis van input uit het milieudossier behorende bij het bedrijf aan de Engsteeg 2-2a, aangevuld met geluidbronnen welke uit openbaar toegankelijk informatie zijn gebleken. De geluidsniveaus ter plaatse van het plangebied zijn in beeld gebracht zonder het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272970/1