CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Brakel-West, toelichting

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Brakel-West24.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Getoetst is of de beoogde woningbouw een belemmering vormt voor het bedrijf aan de Engsteeg 2-2a én of ter plaatse van de beoogde woningbouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het kader van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de indirecte hinder binnen het gehele plangebied blijkt dat wordt voldaan aan de richt- en grenswaarden uit het Activiteitenbesluit én de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Uit de berekeningen blijkt dat niet overal aan de richt- en grenswaarden voor de maximale geluidsniveaus uit het Activiteitenbesluit én de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering kan worden voldaan. In het onderzoek zijn zones bepaald waar woningbouw onder blad 58 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

voorwaarden kan worden gerealiseerd. Deze zones zijn weergegeven op de onderstaande afbeelding. In de oranje zone is aanvullende gevelwering noodzakelijk. Woningbouw in de rode zone kan worden gerealiseerd met dove gevels. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de planregels. De beoogde ontwikkeling zorgt dan niet voor een belemmering van het bedrijf aan de Engsteeg 2-2a te Brakel en ter plaatse van de beoogde woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Afbeelding 4.16: Zones Engsteeg 2a Voor het las- en constructiebedrijf (10), aannemersbedrijf (11) en groenten- en fruithandel (12) is op de verbeelding bij dit bestemmingsplan, voor zover deze contour reikt tot de milieugevoelige functies, een milieucontour opgenomen. In deze zone mag alleen bebouwing worden gerealiseerd, mits aangetoond is dat de milieubelastende bedrijvigheid geen belemmering vormt voor de milieugevoelige functies of technische voorzieningen worden getroffen (aan de bron, overdrachtsgebied of ontvanger) dat de milieubelasting van de belendende bedrijvigheid voldoende is afgenomen en de bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt door de realisatie van milieugevoelige functies. Activiteitenbesluit In de omgeving van het plangebied is een aantal (glas)tuinbouwbedrijven en een paardenhouderij aanwezig. Op grond van het Activiteitenbesluit moeten afstanden worden gehanteerd tussen het bedrijf en bepaalde geurgevoelige objecten (zoals woningen). In het Activiteitenbesluit zijn voor de opslag van meer dan 3 m³ aan agrarische bedrijfsstoffen (zoals vast mest, afgedragen gewas, restmateriaal van de teelt) de volgende afstandseisen gehanteerd in verband met geur: 50 meter afstand tot een geurgevoelig object.

In tegenstelling tot de richtafstanden uit de VNG-Brochure bedrijven en milieuzonering, zijn de afstanden en normen uit het Activiteitenbesluit harde wetgeving. Hier moet tenminste aan worden voldaan. Het hobbymatig houden van paarden valt niet onder het activiteitensbesluit. De paardenhouderij is in paragraaf 4.7 onderzocht. De paardenhouderij vormt geen belemmering. Eventuele locaties van de opslag van agrarische bedrijfsstoffen zijn in dit onderzoek niet beschouwd. Om deze eventuele locaties aan te duiden is vervolgonderzoek nodig.

blad 59 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.10.3

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt met het opnemen van de milieuzones geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1

Algemeen De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit.

Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels en horeca.

4.11.2

Toetsing In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen. De volgende risicobronnen zijn relevant in relatie tot het plangebied: Vaarweg de Waal; Rijksweg A15; Spoorlijn de Betuweroute. De ligging van deze risicobronnen is weergegeven in figuur 4.17.

blad 60 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.17: Ligging risicobronnen ten opzichte van plangebied Vaarweg de Waal (Corridor Rotterdam – Duitsland) Ten noorden van het plangebied ligt de vaarweg de Waal. Over deze transportroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De vaarweg lig op circa 440 meter afstand van het plangebied. Het invloedsgebied van de vaarweg bedraagt 1070 meter (stofcategorie GT3). Het plangebied ligt dus binnen het invloedsgebied van de vaarweg, maar buiten de 200 meter zone. Ingevolge artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet het groepsrisico verantwoord worden. Rijksweg A15 Ten noorden van het plangebied ligt de Rijksweg de A15. Over deze transportroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De weg lig op circa 2 kilometer afstand van het plangebied. Het invloedsgebied van de weg bedraagt 4000 meter (stofcategorie GT4). Het plangebied ligt dus binnen het invloedsgebied van de weg, maar buiten de 200 meter zone. Ingevolge artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet het groepsrisico verantwoord worden. Spoorlijn de Betuweroute (route 202) Ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn de Betuweroute. Over deze transportroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De spoorlijn lig op circa 2 kilometer afstand van het plangebied. Het invloedsgebied van de spoorlijn bedraagt 4000 meter (stofcategorie D4).

Het plangebied ligt dus binnen het invloedsgebied van de spoorlijn, maar buiten de 200 meter zone. Ingevolge artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet het groepsrisico verantwoord worden. Verantwoording groepsrisico Een verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in de bovenstaande alinea's, verplicht ten aanzien van de drie transportroutes. Daarom wordt aan de hand van diverse kwalitatieve aspecten nadere duiding gegeven aan het risiconiveau en de optimalisatie van de veiligheidssituatie aan de hand van mogelijke maatregelen. Deze blad 61 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

elementen kunnen betrokken worden bij het invullen van de verantwoordingsplicht. Scenario's Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie transportroutes. Bij deze risicobron kan een plasbrand, een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), of een toxisch scenario optreden. De gevolgen van deze scenario's zijn verschillend. Gezien de afstand tot de risicobronnen is enkel het toxisch scenario relevant. Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tank (weg-, water of spoorvervoer) lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een deel van de aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Bronmaatregelen De meest effectieve veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen aan de risicobron zelf. In het kader van het Basisnet zijn diverse veiligheidsmaatregelen aan het spoor en de weg getroffen. Deze maatregelen gelden ook als uitgangspunt voor de risicobeschouwing.

De gemeente is niet bevoegd om aanvullende bronmaatregelen te eisen (voor zover dit technisch gezien al mogelijk is). Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid staan onder 'Gevaarlijke stoffen' (link) instructies over wat te doen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het is aanbevelingswaardig om in instructies voor de gebruikers op te hangen die betrekking hebben op het handelingsperspectief bij een incident met gevaarlijke stoffen. Deze maatregel kan door de exploitant (en eventuele samenwerking met de Veiligheidsregio) worden uitgewerkt. Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen.

Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op de weg, vaarweg of spoorlijn is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). blad 62 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Binnen het plangebied worden woningen en zorgwoningen mogelijk gemaakt. In de zorgwoningen kunnen mogelijk beperkt zelfredzame personen verblijven. Vanwege de relatief grote afstand van de risicobronnen is er meer tijd om te handelen, waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot. Daarnaast is voor het enige relevante scenario (toxisch scenario) het beste handelingsperspectief schuilen. Zelfstandig de bebouwing verlaten is dan dus niet aan de orde. Bestrijdbaarheid Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) heeft aparte protocollen voor het bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen op de weg. Bereikbaarheid Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een brand, ramp of zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden. Een goede bereikbaarheid van het gebied is hierbij van essentieel belang. In de voorgenomen opzet wordt het plangebied door diverse erftoegangswegen ontsloten. Het plangebied is daarmee goed bereikbaar voor hulpdiensten. Bluswatervoorzieningen De brandweer dient snel te kunnen beschikken over voldoende bluswater om een incident adequaat te kunnen bestrijden. In het te ontwikkelen gebied zijn nog geen bluswatervoorzieningen aanwezig.

Met de inrichting van het plangebied wordt conform Bouwbesluit rekening gehouden met de eisen voor bluswatervoorzieningen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid Op 17 juli 2023 heeft de VRGZ een reactie gegeven. Deze reactie is bijgevoegd als bijlage 3 van de Nota van inspraak en ambtshalve wijzigingen zoals opgenomen als Bijlage 18 bij deze toelichting. Deze reactie heeft niet tot aanpassingen geleid.

4.11.3

Conclusie Verantwoording van het groepsrisico van de Waal, de A15 en de Betuweroute is conform artikel 7 van het Bevt verplicht. Elementen van de verantwoording zijn aangedragen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.12

Natuur

4.12.1

Algemeen Bij ruimtelijke planvorming moet aandacht worden besteed aan de natuurwetgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vormt het belangrijkste juridische kader voor natuurbescherming en regelt de bescherming van flora en fauna, gebieden en bossen. Ook geeft de wet invulling aan de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn via de aanwijzing van Natura 2000-gebieden. In de nieuwe Wet Natuurbescherming zijn drie bestaande wetten samengevoegd, te weten de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Er kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming.

blad 63 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

4.12.2

Toetsing Door Antea Group is een natuurtoets uitgevoerd. Dit rapport is als Bijlage 12 bijgevoegd. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Loevestein, Pompveld en Kornsche Boezem en ligt op circa 300 meter afstand ten noorden van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Binnen een straal van 15 kilometer liggen nog twee andere Natura 2000-gebieden. Het betreft het Lingegebied & Diefdijk-Zuid en de Rijntakken, zie afbeelding 4.18.

Afbeelding 4.18: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en de gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is door Antea Group een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 14 bijgevoegd. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2023 zijn de effecten met betrekking tot stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. Er zijn twee verschilberekeningen uitgevoerd, waarin de emissies van de realisatiefase en de gebruiksfase zijn vergeleken met de emissies van de referentiesituatie. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator voor de realisatiefase en de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie nergens een verschil groter dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekening van de realisatiefase en de gebruiksfase vergeleken met de referentiesituatie blijkt dat het voornemen niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van enig Natura 2000-gebied.

Op basis van bovenstaande rekenresultaat worden significante negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Gezien de afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in blad 64 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

combinatie met het planvoornemen is de kans op andere significant negatieve effecten niet uit te sluiten. Het opstellen van een voortoets is de eerste stap om de kans op significant negatieve effecten te beoordelen. Door Antea Group is een voortoets uitgevoerd. Deze is bijgevoegd als Bijlage 13. Op basis van de analyse in de voortoets kan worden geconcludeerd dat belemmering – door het planvoornemen – van realisatie van de instandhoudingsdoelen voor habitattypen en habitatrichtlijnsoorten bij voorbaat uit te sluiten is. NNN In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 300 meter ten noorden van het plangebied, zie afbeelding 4.19. Aangezien er geen sprake is van externe werking in de provincie Gelderland zijn vervolgstappen niet aan de orde.

Afbeelding 4.19: Ligging NNN-gebieden ten opzichte van het plangebied Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Daarom is een natuurtoets uitgevoerd, welke als Bijlage 12 is bijgevoegd. De bevindingen zijn hieronder beschreven. Huismus en gierzwaluw De huismus en gierzwaluw zijn soorten die voornamelijk in gebouwen broeden. De nesten van de huismus worden meestal onder dakpannen of daklijsten (BIJ12, 2022) aangetroffen. De gierzwaluw nestelt in (hoge) bebouwing in holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens (BIJ12, 2017a). Eén van de schuren heeft zwarte, golfplaten daken zonder kantpannen en heeft dus een ongeschikt klimaat voor de gierzwaluw en huismus om te broeden. Bij twee andere schuren zijn wel mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor huismus en gierzwaluw gevonden omdat deze dakpannen, kantpannen of holtes in de gevels bevatten. De huismus en gierzwaluw vallen onder de bescherming van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), die is verwerkt in de Wnb. Indien er nestplaatsen van de huismus en/of gierzwaluw aanwezig zijn, kunnen deze verloren gaan als gevolg van de voorgenomen sloop van de schuren. Dit is een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus is in overtreding met de Wnb.

Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dient blad 65 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

allereerst de aan- of afwezigheid van beide soorten te worden vastgesteld middels nader onderzoek. Kerkuil De kerkuil komt voor in halfopen tot open cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen (houtwallen, heggen of bosjes) die voor afwisseling zorgen. In Nederland broedt hij voornamelijk in speciale nestkasten en slechts heel incidenteel in boomholten. Geschikte boomholten zijn afwezig binnen en in de directe omgeving van het plangebied, maar het voorkomen van geschikte nestkasten voor kerkuil kan niet worden uitgesloten omdat delen van het terrein ontoegankelijk waren. Hierom dient er nog minimaal één terreinbezoek plaats te vinden waarbij het volledige terrein toegankelijk is en het mogelijk is om gericht te zoeken naar nestkasten en sporen van de kerkuil. Steenuil Steenuilen komen voor in halfopen tot open cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen (houtwallen, heggen of bosjes) die voor afwisseling zorgen. In Nederland broeden ze voornamelijk in speciale nestkasten en slechts heel incidenteel in boomholten. Nestkasten en bomen met geschikte holten zijn binnen en in de directe omgeving van het plangebied afwezig. Wel zijn er een aantal schuren aanwezig waar deze soorten misschien in zouden kunnen broeden/rusten/roesten.

Omdat het terrein en de gebouwen tijdens het veldbezoek niet konden worden betreden, vallen verblijfplaatsen van de steenuil in de te slopen gebouwen van het plangebied niet uit te sluiten. Hierdoor is nader onderzoek naar steenuil benodigd. Vleermuizen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het plangebied zijn geen grote bomen met scheuren of holtes aanwezig, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten (o.a. rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis) kan worden uitgesloten. Twee van de te slopen schuren in het plangebied bevatten diverse openingen in de buitenmuur. Tevens is er ruimte aanwezig tussen de muur en de kant- en nokpannen. Deze openingen geven vleermuizen toegang tot de spouwmuur van de woningen, de ruimtes binnen de bebouwing en/of het dak waar ze naar toe weg kunnen kruipen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) kan niet worden uitgesloten.

Om het gebruik van de woningen als verblijfplaats door vleermuizen al dan niet vast te kunnen stellen, is nader onderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. De enige lijnvormige elementen binnen het plangebied zijn de kassen. Omdat deze vaak 's avonds en 's nachts verlicht zijn lijkt het onwaarschijnlijk dat deze kassen een essentiële vliegroute vormen. Echter vormen de bomenrijen langs het plangebied bij de Appelweg en de Groenesteeg mogelijk wel een (essentiële) vliegroute voor vleermuizen. Deze straten zijn een van de weinige lijnvormige elementen voor vleermuizen om van oost naar west en andersom te vliegen. Geadviseerd wordt om extra lichtuitstraling op de bomenrijen bij de Appelweg en de Groeneweg tijdens zowel de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen te voorkomen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dient er ook nader onderzoek naar essentiële vliegroutes te worden gedaan. blad 66 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Bunzing, hermelijn en wezel De bunzing, hermelijn en wezel zijn de laatste jaren enkele malen waargenomen in de omgeving van het plangebied. Binnen het plangebied is vanwege de relatief kort onderhouden agrarische vegetatie weinig beschutting voor kleine marterachtigen te vinden. Echter kunnen de te slopen schuren en heggen wel als verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen dienen. Omdat delen van het terrein waaronder de te slopen schuren niet toegankelijk waren tijdens het terreinbezoek, valt de aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen binnen het plangebied niet uit te sluiten. Om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van de wezel, bunzing en hermelijn aan te kunnen tonen, is nader onderzoek noodzakelijk. Grote modderkruiper De grote modderkruiper is veelvuldig gevonden in gelijksoortige slootjes ten zuidwesten van het plangebied. Omdat deze slootjes in verbinding lijken te staan met de te dempen sloten in het plangebied, kan het voorkomen van de grote modderkruiper hier niet worden uitgesloten. Omdat het dempen van deze sloten negatieve effecten op de grote modderkruiper kan hebben, is nader onderzoek naar de grote modderkruiper nodig.

Nader onderzoek De natuurtoets geeft aanleiding om nader ecologisch onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van de huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, vleermuizen, kleine marterachtigen en grote modderkruiper in het plangebied te onderzoeken. Dit onderzoek is reeds deels uitgevoerd door Antea Group en is bijgevoegd als Bijlage 15. Hieronder worden de resultaten beschreven. Huismus Tijdens het onderzoek zijn meerdere roepende mannetjes in en in de directe omgeving van het plangebied waargenomen, zie figuur 4.20. Ook is er één vrouwtje waargenomen die herhaaldelijk onder een zonnepaneel verdween. Dit duidt op de aanwezigheid van nestlocaties van de huismus. De nestlocaties worden met het planvoornemen niet aangetast, maar kunnen mogelijk in de kwetsbare periode voor de huismus (maart tot en met augustus; BIJ12, 2023) wel verstoord worden door de werkzaamheden. Ook kunnen essentiële onderdelen van het leefgebied door het planvoornemen verloren gaan. In het onderzoek zijn zowel binnen als buiten het plangebied meerdere zogenaamde 'kwetterplekken' gesignaleerd (figuur 4.20), waar huismussen slapen, foerageren en/of schuilen. Zeker de plekken binnen het plangebied kunnen (tijdelijk) hun functie verliezen door de herinrichting.

blad 67 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.20: Waarnemingen van essentieel leefgebied voor huismussen. Bron: Antea Group, 2024. Voor de werkzaamheden in de broedperiode kan gekeken worden naar de planning van de werkzaamheden, waarbij de meest verstorende werkzaamheden buiten de broedperiode worden gepland. Indien dit niet mogelijk is kunnen mogelijk broedvogelschermen worden ingezet om optische verstoring te verminderen. De schermen moeten de toegankelijkheid van essentiële onderdelen van het leefgebied niet belemmeren. Voor elk nest dat zijn functie niet meer kan vervullen, wordt gezorgd dat er minimaal twee nieuwe alternatieve nestplaatsen in een functionele omgeving aanwezig zijn volgens het BIJ12 Kennisdocument huismus (2023). In het stedenbouwkundig plan zijn elementen toegevoegd om het plangebied minstens even geschikt te houden voor huismussen. Zo wordt er veel ingezet op groen middels de 3-30-300 regel waarin bomen en openbaar groen gewaarborgd worden. Ook is in het beeldkwaliteitsplan bepaald dat de erfafscheidingen, tenzij anders aangegeven, uit groene heggen bestaan. Op deze manier wordt uitvoerig gecompenseerd voor de enkele slaap-, foerageer- en schuilplekken die met het planvoornemen mogelijk verloren gaan. Binnen de nieuwe wijk is het streven om inheemse en streekeigen soorten aan te planten in overleg met een ecoloog en beplantingsexpert.

Op deze manier kunnen ook doornige, groenblijvende en insectaantrekkende beplanting toegepast worden. Ook wordt er een wadi ingepast die in de drinkwatervoorziening van huismussen kan voorzien. Kerkuil De kerkuil is tijdens het onderzoek niet waargenomen. Wel dient er nog een inpandige inspectie van de te slopen gebouwen en schuren in het plangebied plaats te vinden om verblijfplaatsen van de kerkuil in het plangebied met zekerheid uit te sluiten. Dit kan pas worden gedaan als terreinbetreding mogelijk is en wordt in de vervolgfase uitgevoerd. Steenuil Met het onderzoek zijn minstens twee paren steenuilen waargenomen die van het blad 68 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

plangebied gebruik maken als territorium. Deze paren zitten vermoedelijk in de fruitgaard ten westen van het plangebied, in de twee nestkasten in de boomgaard aan de Engsteeg, zie figuur 4.21. Voor steenuilen geldt dat zij veelal binnen 300 meter van hun nestlocatie foerageren bij geschikt habitat. De aangetroffen steenuilen zijn (deels) van het plangebied afhankelijk om te foerageren, waardoor met de planvoornemens een deel van hun essentiële leefgebied verloren gaat. De kassen in het plangebied bieden geen geschikt foerageergebied, maar de weilanden en akkers wel.

Afbeelding 4.21: Nestlocaties van de steenuil in de directe omgeving van het plangebied. De groene buffers van 300 meter om de nestlocaties representeren het essentiële leefgebied van de steenuilen. De lokale steenuilenwerkgroep heeft bevestigd dat ook naar hun weten de aanwezige nestkasten in Groenesteeg 11 en Appelweg 4 ongebruikt zijn (figuur 4.22).

blad 69 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Afbeelding 4.22: Steenuilverblijfplaatsen als bekend bij de lokale steenuilenwerkgroep. Bron data: Natuurwacht Bommelerwaard, 2024. Uit de grote hoeveelheid steenuilen in het gebied blijkt dat de omgeving van het plangebied erg geschikt is voor steenuilen. In het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan zijn elementen toegevoegd om het verlies van het essentiële leefgebied voor steenuilen te compenseren. Zo wordt er veel groen aangelegd, waarin de voorkeur uitgaat naar fruit-, noot- en zaaddragende bomen en kruidenrijke graslanden, wat ten goede komt aan de lokale muizenpopulatie. Grote modderkruiper Middels eDNA is de grote modderkruiper in de watergangen aangetoond. Met het dempen van de watergangen in het midden van het plangebied, wordt essentieel leefgebied van de grote modderkruiper (tijdelijk) ongeschikt gemaakt. Met de grote modderkruiper zal rekening gehouden moeten worden door de (demp)werkzaamheden aan de watergangen buiten de kwetsbare periode voor de grote modderkuiper (september en oktober, mits de watergang niet drooggevallen is; BIJ12, 2021) uit te voeren volgens een gedegen activiteitenplan en onder ecologische begeleiding.

Daarnaast dient het omliggende habitat (bijvoorbeeld de omliggende watergangen) waar mogelijk geschikter gemaakt te worden als leefgebied voor de grote modderkruiper en dient nieuw leefgebied gerealiseerd te worden om te compenseren voor het verloren habitat. Vleermuizen en bunzing, hermelijn en wezel Het nader onderzoek naar vleermuizen, bunzing, hermelijn en wezel heeft nog niet plaatsgevonden. De resultaten worden later verwerkt. Uit het nader onderzoek zal blijken of de beschermde soorten aanwezig zijn. Dit zou kunnen betekenen dat in de omgeving van het plangebied mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en een ontheffing Wet natuurbescherming dient te worden aangevraagd. De verwachting is dat als er een ontheffing zou moeten worden aangevraagd, deze ontheffing op basis van het van blad 70 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

toepassing zijnde provinciale beleid ook verleend kan worden. De Wet natuurbescherming staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg. Natuurinclusief bouwen Bij stedelijke ontwikkelingen zoals Brakel-West wordt rekening gehouden met natuurinclusief bouwen. In januari 2024 stelde de gemeenteraad het Biodiversiteitsplan Zaltbommel vast. Het doel van het biodiversiteitsplan is het behoud, herstel en de vergroting van de biodiversiteit in de gemeente. Het thema natuurinclusief bouwen is ook meegenomen in het beeldkwaliteitsplan voor Brakel West.

4.12.3

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.13

Verkeer en parkeren

4.13.1

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

4.13.2

Toetsing Verkeer Om voor de voorgenomen ontwikkeling een verkeersveilige situatie en aansluiting op de omgeving te waarborgen, is door Goudappel B.V. in 2024 een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 16 bijgevoegd. De resultaten uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Door de ontwikkeling neemt het aantal motorvoertuigen per etmaal op de omliggende wegen toe. Hierdoor zijn maatregelen nodig om de verkeerstoename op deze wegen op te kunnen vangen. Een groot deel van de wegen rond de ontwikkeling in Brakel-West heeft in de huidige situatie een maximaal toegestane snelheid van 80 km/uur. Door de ontwikkeling van Brakel-West krijgen al deze wegen een binnen de bebouwde kom karakter. Een inrichting als erftoegangsweg met een maximale snelheid van 30 km/uur past goed bij het karakter en het aantal motorvoertuigen per etmaal op de Weitjesweg, Engsteeg, Groenesteeg, Appelweg en Molensteeg. De Weitjesweg bestaat in de huidige situatie uit een deel binnen de bebouwde kom en een deel buiten de bebouwde kom. Het deel buiten de bebouwde krijgt met de nieuwe woningen hetzelfde karakter als het deel dat binnen de bebouwde kom ligt. De Weitjesweg krijgt in de toekomst het meeste verkeer te verwerken. Daarnaast komt het door de hoeveelheid vrachtvoertuigen regelmatig voor dat deze voertuigen elkaar moeten passeren.

Op de Groenesteeg, Engsteeg en Appelweg wegen rijdt een beperkte hoeveelheid vrachtverkeer. De kans dat twee vrachtvoertuigen elkaar daar moeten passeren is klein. In de interne verkeersstructuur van de nieuwe woonwijk gaan twee straten parallel lopen aan de Appelweg en Groenesteeg. Hierdoor is het mogelijk om op de Appelweg en Groenesteeg gemotoriseerd verkeer enkel in één richting te laten rijden. Wel wordt het hierdoor drukker binnen de nieuwe woonwijk en op de Engsteeg. Daarnaast kunnen woningen met de oprit direct aan de Appelweg en Groenesteeg geen gebruik maken van de interne verkeerstructuur in de nieuwe woonwijk. Langzaam verkeer krijgt vanuit de nieuwe woonwijk een aparte ontsluiting op de Molensteeg.

blad 71 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de Parkeernota Zaltbommel 2018. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de gebieden 'matig stedelijk' (kern Zaltbommel) en 'weinig stedelijk' (overige kernen en buitengebied). Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is uitgegaan dat het plangebied zich in de categorie 'weinig stedelijk' bevindt. Hiervoor wordt een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per grondgebonden woning gehanteerd. In de Structuurvisie Brakel-West is ook vastgelegd dat per woning twee parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De totale parkeerbehoefte komt daarmee op 540 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte zal op eigen terrein naast de woningen en in de openbare ruimte in parkeerkoffers worden opgelost. De parkeerkoffers worden zoveel mogelijk uit het zicht van het straatbeeld tussen de woningen in de bebouwingsvelden geïntegreerd en langs de groene wiggen groen ingepast. Er worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd.

4.13.3

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

blad 72 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de verschillende regels die van toepassing zijn op de aanwezige bestemmingen.

5.1

Verantwoording planvorm Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Wat betreft systematiek van de integrale herziening is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Er is sprake van een specifiek bestemmingsplan voor meerdere aaneengesloten kadastrale percelen, een postzegelplan. Het plangebied ligt in het provinciale inpassingsplan 'Tuinbouw Bommelerwaard', vastgesteld op 28 september 2016 en de beheersverordening 'Brakel, Gameren (ged.), Zaltbommel (ged.) en Kerkwijk (ged.), vastgesteld op 1 oktober 2015.

5.2

Systematiek bestemmingen De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. 1. 2.

3. 4.

5.2.1

Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 van de regels - 'Bestemmingsregels'- wordt een regeling gegeven voor de bestaande functies in het plangebied die positief zijn bestemd. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging of afwijking) zijn toegestaan. Indien een bepaalde vorm van bebouwing past binnen de doeleinden van de bestemming en voldaan is aan de bouwregels, dan kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven. In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Begrippen In dit artikel is omschreven wat in onderhavig plan onder een aantal van de in de regels gebruikte begrippen wordt verstaan. Wijze van meten In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de bouwregels van onderhavig plan moet worden gemeten.

5.2.2

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent de bestemmingen Bedrijf, Groen, Wonen, Woongebied, Waarde Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3. Hierna volgt een korte toelichting op deze bestemmingen. Bedrijf De gronden met de bestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor een aannemersbedrijf, één bedrijfswoning, toegangswegen, -paden en overig verblijfsgebied, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waaronder landschappelijke inpassing en waterhuishoudkundige

blad 73 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

voorzieningen, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden van water, bergen, aan- en afvoeren van water en natuurvriendelijke oeverzones langs watergangen. Deze bestemming is opgenomen voor de gronden van het aannemersbedrijf aan de Molensteeg 18. Groen Het openbare groen heeft deze bestemming. Behalve groen kunnen hier ook andere voorzieningen worden aangelegd, te weten paden, sport- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bergbezinkbassins, waterhuishoudkundige voorzieningen en kunstobjecten. Wonen De te behouden voormalige bedrijfswoningen zijn bestemd als 'Wonen'. Deze gronden zijn bestemd voor woningen met de bijbehorende voorzieningen, tuinen, erven, groenvoorziening, parkeervoorzieningen, paden e.d en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Woongebied De bestemming 'Woongebied' betreft de binnen het plangebied voorkomende woningen en zorgwoningen, tuinen en erven, verkeers- en verblijfsgebied in de vorm van ontsluitingswegen, toegangswegen, voet- en fietspaden en pleinen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, speel- en wandelgelegenheid, waterpartijen en watergangen, inclusief waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken zoals bruggen, sport- en speelvoorzieningen, beeldende kunstwerken en nutsvoorzieningen. Aan het bouwen zijn voorwaardelijke verplichtingen gekoppeld.

De bodem dient geschikt te zijn voor de functie Woongebied en de noodzakelijke waterhuishoudkundige voorzieningen nader zijn uitgewerkt in een waterhuishoudkundig plan (op basis van gemeentelijk beleid en beleid van het Waterschap). Leiding - Riool De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor een rioolwatertransportleiding. Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 De gronden met de bestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

5.2.3

Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Algemene bouwregels In dit artikel is opgenomen dat ten aanzien van het bouwen een overschrijding van de bouwhoogte is toegestaan voor ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de

blad 74 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt. Algemene gebruiksregels In dit artikel is de verbodsbepaling opgenomen voor het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied. Daarnaast is in dit artikel bepaald dat voldaan moet worden aan de eisen ten aanzien van parkeren en laden en lossen. Algemene aanduidingsregels In dit artikel is opgenomen dat aan de gronden met de aanduiding Milieuzone - zone Wet milieubeheer alleen woningen mogen worden gebouwd als aangetoond is dat de milieubelastende bedrijvigheid op het belendende perceel geen belemmering vormt voor de milieugevoelige functies, of zodanige technische voorzieningen worden getroffen (aan de bron, overdrachtsgebied of ontvanger) dat de milieubelasting van de belendende bedrijvigheid voldoende is afgenomen. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen te wijzigen.

5.2.4

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.

blad 75 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

blad 76 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 onder 1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in het kader van de bestemmingsplanprocedure de economische uitvoerbaarheid van het plan te worden onderzocht. Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de gemeenteraad voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, bij het in procedure brengen van het ontwerp bestemmingsplan, een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, tweede lid Wro kan de gemeenteraad hiervan afwijken als het kostenverhaal “anderszins verzekerd” is en het stellen van aanvullende eisen en regels niet nodig is. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan Brakel-West is het kostenverhaal niet anderszins verzekerd. De gronden zijn niet verworven zodat de kosten niet gedekt kunnen worden uit de grondverkoop. Ook zijn er geen anterieure overeenkomsten gesloten. Daarom wordt bij dit bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld . De exploitatie-opzet van dit exploitatieplan sluit op een negatief eindresultaat. De maximaal te verhalen kosten zijn wettelijk begrensd (artikel 6.16 Wro).

Als de totale netto contante waarde van de kosten, na aftrek van bijdragen van derden en bijdragen van andere grondexploitaties, hoger is dan de geraamde netto contante waarde van de opbrengsten uit gronduitgifte, dan kunnen slechts kosten worden verhaald tot maximaal het niveau van de netto contante waarde van de opbrengsten uit gronduitgifte. Dit wordt de macro aftopping genoemd. Voor de ontwikkeling van Brakel-West is sprake van macro aftopping. Daardoor kunnen niet alle kosten worden verhaald. Dat tekort zal de gemeente uit eigen middelen dekken.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie Tijdens het proces van totstandkoming van het stedenbouwkundige visie zijn omwonenden en overige (toekomstige) inwoners van Brakel betrokken bij het opstellen er van. In vier informatiebijeenkomsten (twee fysiek en twee online) is input opgehaald aan de hand van verschillende thema's zoals architectuur en openbare ruimte. Er zijn twee modellen besproken. Uit de informatiebijeenkomsten is gebleken dat de variant waarbij aansluiting is gezocht met de stedenbouwkundige context van Brakel de voorkeur heeft. Deze variant is gebruikt voor dit bestemmingsplan. Het verslag van deze bijeenkomsten is bijgevoegd als Bijlage 17. In de periode waarin het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen is op 10 januari 2024 een inloopbijeenkomst in Huis Brakel gehouden. Tijdens deze inloopbijeenkomst zijn door omwonenden vooral vragen gesteld over de infrastructuur, verkeer, waterberging, levensloopbestendige woningen en zorgwoningen in het plangebied.

blad 77 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Brakel-West Gemeente Zaltbommel Projectnummer 485570.100

6.2.2

Voorontwerpbestemmingsplan Het voorontwerpbestemmingsplan Brakel-West heeft van 22 september 2023 tot en met 19 oktober 2023 ter inzage gelegen. In deze periode bestond de mogelijkheid om schriftelijk inspraakreacties naar de gemeente Zaltbommel te sturen. In de Nota van inspraak en ambtshalve wijzigingen wordt ingegaan op de ingediende inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan. In de nota is een samenvatting gegeven van de ingekomen reacties en de gemeentelijke reactie hierop. Deze nota is bijgevoegd als Bijlage 18. Naar aanleiding van de ingediende inspraakreacties is het voorontwerpbestemmingsplan op de volgende onderdelen aangepast: het verkeerskundig rapport is als bijlage toegevoegd; de waterparagraaf en watertoets zijn aangepast en aangevuld; in de planregels wordt geborgd dat voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning aanvullend onderzoek op het gebied van het thema water uitgevoerd moet worden; de paragraaf Bedrijven en milieuzonering is aangepast en aangevuld; op de verbeelding is de goot- en bouwhoogte ter plaatste van Engsteeg en Weitjesweg aangepast; er is onderzoek gedaan naar de effecten van deze ontwikkeling op Natura 2000-gebieden (Voortoets). De plantoelichting is hierop aangepast en aangevuld en de Voortoets is als bijlage aan de plantoelichting toegevoegd; de Natuurtoets (bijlage bij de toelichting) is aangepast en aangevuld.

De plantoelichting is hierop aangepast en aangevuld; de plantoelichting is aangevuld met een verwijzing naar de regionale Woondeal Rivierenland; er is een paragraaf Klimaatadaptatie toegevoegd aan de plantoelichting waarin wordt verwezen naar de omgevingsverordening Gelderland.

6.2.3

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan Brakel-West heeft ter inzage gelegen van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024. Van de gelegenheid tot het indienen van zienswijzen is door 12 personen/organisaties gebruik gemaakt. Voor de zienswijzen en de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de zienswijzennotitie die als Bijlage 19 aan dit bestemmingsplan is toegevoegd. In deze notitie is aangegeven welke aanpassingen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn gedaan en ook zijn hierin de ambtshalve wijzigingen benoemd. De gemeenteraad heeft op XX 2024 het bestemmingsplan vastgesteld. Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan staat direct beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.

blad 78 van 78

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272970/1