1. Bestemmingsplan Gameren, Hendrikstraat Molendel Gameren
Tekst van het document
2.3.5 Welstandsnota 2017 De nota bevat het welstandsbeleid van de gemeente, teneinde burgers inzicht te geven in de gemeentelijke regels omtrent welstand. Het uitgangspunt is dat de gemeente het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt immers de leefkwaliteit, de waarde van onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het historische karakter van de oude kern van Gameren is in belangrijke mate bewaard en herkenbaar gebleven. De oudste bebouwing concentreerde zich op de oeverwal, die zich globaal beschouwd uitstrekte langs de Nieuwstraat-Ridderstraat-Ouwelsestraat. De Grote Del met de daaromheen gelegen bebouwing en gedeelten van de Ridderstraat, Waaldijk en Beemstraat met de daaraan staande bebouwing zijn aangewezen als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. De oude kern heeft nog een zeer aantrekkelijke dorpse sfeer dankzij de relatief open structuur met daarbinnen vele historische dorpspanden, waaronder fabrikantenvilla’s, boerderijen, dijkwoningen, een school en een kerk. De Waalbandijk heeft een gevarieerd bebouwingsbeeld, de panden vertonen onderling grote verschillen in grootte, kapvorm en nokrichting. Ook de Beemstraat heeft haar historische karakter nog grotendeels weten te behouden. Aan deze straat zijn diverse waardevolle panden te vinden, waaronder enkele voormalige boerderijen.
Het verzorgingshuis aan de Ridderstraat valt op door het grootschalige karakter van het gebouw. Nieuwe ontwikkelingen ten zuiden van de Ridderstraat zoals de woningbouwlocatie De Heuven en het bedrijventerrein aan de Middelkampseweg wijken af van de lintvormige structuur die het dorp van oudsher bepaald heeft. In de nota is het plangebied getypeerd als ‘keuze’. Verandering en handhaving van het (bebouwings)beeld zijn beide mogelijk, zowel naar structuur als naar architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden. Het uitgangspunt is intact houden van de omgevingskwaliteit, zonder uitschieters in de hoofdopzet van de omgeving. Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving. Pagina 22
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Voor het plan is een aanvullend beeldkwaliteitplan (bijlage 19) opgesteld. In paragraaf 4.2.3 wordt hier verder op ingegaan. 2.3.6 Overig gemeentelijk beleid De gemeente Zaltbommel beschikt verder over het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 (vastgesteld op 16 december 2021), de Visie Externe Veiligheid (vastgesteld op 28 november 2013) en de Geurverordening (vastgesteld op 14 januari 2010, wijziging 13 september 2012 en 30 september 2021). In hoofdstuk 5 wordt ook op deze beleidsstukken ingegaan. Op 20 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel het 'Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019' vastgesteld. Dit beleid geldt als een actualisatie van hetzelfde beleid uit 2017. In het beleid regelt de gemeente Zaltbommel de huisvesting van arbeidsmigranten op twee verschillende manieren: Kleinschalige huisvesting in de bestaande woonomgeving en geconcentreerde huisvesting aan de rand van de kernen. Met dit beleid wil de gemeente Zaltbommel een helder kader bieden waarbinnen de huisvesting van arbeidsmigranten mag plaatsvinden. Het gemeentelijke beleid richt zich op het huisvesten van arbeidsmigranten die in de eerste instantie in de gemeente Zaltbommel werkzaam zijn. In 2020 is een bestemmingsplan vastgesteld, om dit beleid in ruimtelijke zin te vertalen.
2.4
Toetsing beleidskaders
Een en ander is derhalve passend binnen het rijks- en provinciaal en gemeentelijk beleid, met uitzondering van het bestemmingsplan. Het rijksbeleid wordt niet aangetast. Het provinciaal beleid wordt in acht genomen. Om deze reden is er dan ook planologisch gezien geen probleem om de ontwikkeling door te zetten.
Pagina 23
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
HOOFDSTUK 3 HISTORIE 3.1
Zaltbommel - Gameren
De Gemeente Zaltbommel ligt in de noordwestelijke helft van de Bommelerwaard, in het Gelders Rivierengebied. In het noorden grenst Zaltbommel aan de Waal, in het zuiden aan de Maas en in het westen aan de Afgedamde Maas. De rivieren hebben door afzetting van zand en klei stroomruggen gevormd die bepalend zijn voor de woongeschiedenis van het gebied. Zaltbommel telt 29.967 inwoners. De gemeente bestaat naast de stad Zaltbommel, uit twaalf kernen te weten: Aalst, Bern, Brakel, Bruchem, Delwijnen, Gameren, Kerkwijk, Nederhemert (Noord en Zuid), Nieuwaal, Poederoijen en Zuilichem. Gameren werd in 1813 een zelfstandige gemeente tot 1955, toen het bij Kerkwijk werd gevoegd (tot 1999). Het dorp telt 2.636 inwoners (op 1 januari 2022) en wordt voor het eerst in 1031 genoemd ('Gamberen'). Gamberen is wellicht een afleiding van het Germaanse gambron, dat 'de sterke' betekent. Het zou wellicht een naam zijn voor een oude aftakking van de Waal. Of de naam hangt samen met aa, of ammer, woorden die naar de ligging van Gameren aan het water verwijzen. Het ligt in het noorden van de gemeente. Gameren ligt aan de Waal op een hoogte van ongeveer 2 meter boven NAP en ligt vlak bij de stad Zaltbommel. In 1031 werd de plaats voor het eerst vermeld. Er ontstond een langgerekt esdorp. In de 14e eeuw werd de Waalbandijk aangelegd.
Gameren ontwikkelde zich sindsdien ook noordwaarts in de richting van deze dijk. Tussen rivier en dorp liggen de Gamerense Waarden, met plassen. Ten zuiden vindt men het natuurgebied De Lieskampen en de Capreton. Verder wordt de omgeving, behorende tot het rivierkleigebied van de Bommelerwaard, gekenmerkt door grootschalige tuinbouwbedrijven. Het lineaire karakter van de belangrijkste ontsluitingswegen is nog duidelijk aanwezig en herkenbaar. De bebouwing aan de Waalbandijk en Ridderstraat vormt het oudste deel van Gameren. De verschillende planmatige uitbreidingen van Gameren zijn beperkt en hebben zich geschikt naar de bestaande landschappelijke en dorpsstructuur, waarvan de oorspronkelijke bebouwingslinten nog steeds de belangrijkste verkeersverbindingen met de omgeving zijn.
3.2
Cultuurhistorie Gameren
Gameren ligt aan de Waalbandijk westelijk van Zaltbommel. De historische dorpskern bestaat uit de bebouwing langs de doorgaande oostwest georiënteerde structuren Waalbandijk, Nieuwstraat–Ridderstraat– Ouwelsestraat, Burgerstraat en de daar haaks op gelegen Prins Willem‐Alexanderstraat alsmede de tussengelegen verbindingsstraten. De na‐oorlogse uitbreiding van Gameren heeft naast een enkele inbreidingslocatie, vooral in zuidelijke richting plaatsgevonden. Hier liggen enkele planmatige woonbuurten alsmede een sportterrein en twee bedrijventerreinen aan de Middelkampseweg. Aan weerszijden van het dorp liggen glastuinbouwgebieden. Ondanks de nodige na‐oorlogse ontwikkelingen is het historische karakter van de oude dorpskern in belangrijke mate bewaard en herkenbaar gebleven. De historische dorpskern heeft nog een aantrekkelijke dorpse sfeer dankzij de relatief open structuur met daarbinnen vele historische dorpspanden, waaronder fabrikantenvilla’s, voormalige (T‐)boerderijen, dijkwoningen, een school en kerkgebouw. Van belang zijn tevens de diverse onbebouwde ruimten, die bijdragen aan het groene en open karakter van Gameren. Het welstandsbeleid is er dan ook specifiek op gericht het cultuurhistorisch zeer waardevolle karakter van het hele gebied te behouden en waar nodig te versterken.
De relatie met de openheid van het beschermde dorpsgezicht is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast is er tevens extra welstandsaandacht voor karakteristieke dijkwoningen en (T‐ )boerderijen in de vorm van objectgerichte beoordelingskaders. In de omschrijving van de beeldkwaliteit van het plan wordt hier nader op ingegaan. Gameren kent door zijn gunstige ligging nabij Zaltbommel een grote woningbehoefte. In de kern staan relatief veel goedkope huurwoningen en eengezinsrijwoningen. Het oudste gedeelte van Gameren is aangewezen als beschermd dorpsgezicht door deze goed bewaarde groene en cultuurhistorische waarden. Een klein deel van het plangebied maakt deel uit van het beschermd dorpsgezicht, namelijk het noordelijke gedeelte langs (een aftakking van) de Beemstraat. De Beemstraat is een weg parallel aan de Waalbandijk met boerderijen op ruime percelen. Nieuwe bebouwing in dit deel van het plangebied dient de historische structuur op een logische wijze aan te vullen en te versterken. De Grote Del met de omringende bebouwing is het meest beeldbepalend. Het dorp heeft een groen en open karakter. Naast het vele groen van de grote Del wordt het groene karakter van Gameren mede bepaald door de agrarische nederzettingen die door de uitbreiding van het dorp binnen de bebouwde kom zijn komen te liggen.
Ook de vrijstaande woningen op ruime percelen en veelal groene voortuinen dragen bij aan het groene karakter. De woningen staan wisselend geordend en gepositioneerd op de kavel. Vanaf de Waalbandijk is er redelijk zicht op de lagergelegen dorpskern met het ‘dakenlandschap’. In de dorpskern staan, met uitzondering op de dijk, voornamelijk vrijstaande woningen. Pagina 24
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
In figuur 8 zijn historische kaarten opgenomen die de ontwikkeling van Gameren tonen die de gelaagde geschiedenis van Gameren laten zien.
1920
1975
Pagina 25
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
1995
Figuur 8 : His torisc he kaar ten, 2021
3.3
Het ontwerp in relatie tot de aanwezige cultuurhistorie
Het plangebied wordt ingeklemd door enkele historische linten, namelijk de Waalbandijk, de Hendrikstraat en de Ridderstraat. Door de nieuwe woningbouwontwikkeling kunnen de oude linten versterkt en verbeterd worden. Verder is dit plan een inbreiding van de noordrand van het dorp. Het biedt woningen en groenblauwe voorzieningen aan de dorpsrand en de Waal.
Pagina 26
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
HOOFDSTUK 4 RUIMTELIJKE KARAKTERISTIEK 4.1
Bestaande situatie plangebied Hendrikstraat Molendel en directe omgeving
De panden in het dorp hebben overwegend een individuele uitstraling en bestaan voornamelijk uit één of twee bouwlagen. De bouwhoogte is sterk afwisselend en de bebouwing kent hoofdzakelijk een zadeldak, met of zonder wolfeinden, schilddak of mansardekap. Over het algemeen is er sprake van een baksteenarchitectuur en een eenvoudige agrarische vormgeving. Aan de uitvalsweg Ridderstraat zijn veelal grote bedrijfswoningen gelegen. De woningen staan over het algemeen wisselend geordend op grote kavels, niet allemaal op gelijke afstand van de weg en niet in dezelfde rooilijn. Het plangebied is ingeklemd tussen de Hendrikstraat aan de westzijde, de Ridderstaat aan de zuidzijde, de Peperstraat aan de oostzijde en de Waalbandijk in het noorden. Deze straat bevindt zich aan de rand van de kern van Gameren in een gebied met een overwegend agrarische achtergrond. Aan beiden zijde van de Hendrikstraat is een bebouwingslint aanwezig. Het lint aan de oostzijde van de straat is behoorlijk open. Hier achter bevindt zich een groen agrarisch binnengebied in het dorp. Aan de westzijde is het lint nagenoeg geheel bebouwd met hoofdzakelijk woningen. Daarachter bevindt zich een ondiep open gebied waarvan de openheid deels doorbroken wordt door een kas en enkele bedrijfspanden. Circa 100 meter achter de woningen begint het intensiveringsgebied glastuinbouw.
De woningen in de directe omgeving bestaan voornamelijk uit één bouwlaag met kap. De kapvorm is eenduidig; overwegend zadeldaken. De kaprichting is wisselend haaks op en parallel aan de straat. Een groot deel van de bebouwing bestaat uit voormalige boerderijen die haaks op de weg zijn gepositioneerd. De kappen van deze panden worden veelal beëindigd met een wolfseind. Voor alle woningen geldt dat de goot- en nokhoogte maximaal 4, en 9 meter bedragen. De hoofdvorm en detaillering is telkens eenvoudig. Gameren heeft een groen en open karakter. Het groen is beleefbaar tot in de kern, onder andere dankzij de aanwezigheid van de Del. Het plangebied ligt aan de rand van de kern Gameren. Het is nu een hoofdzakelijk groene overgangszone op de oeverwal tussen de huidige kern en het kassengebied richting Nieuwaal. Vooral vanaf de Waalbandijk is deze openheid maar ook de kleinschaligheid van de oeverwal goed beleefbaar. Hier versterkt de openheid de beleving van de overgang tussen Gameren en Nieuwaal. Deze landschappelijke kwaliteit is kwetsbaar en dient behouden te blijven. Met name de Ridderstraat en de Waalbandijk zijn van oudsher de doorgaande structuurdragers van de dorpskern. Uitbreidingen van recentere datum zijn met name geconcentreerd aan de zuidzijde van de Ridderstraat. Hier bevinden zich in een gebied van ca. 18 hectare iets meer dan 300 woningen van verschillende typen.
Met een dichtheid van 17 woningen per hectare is dit gebied daarmee een stuk dichter bebouwd dat de oorspronkelijke linten. Dit verschil is met name te verklaren vanuit het onderscheid in woningtypologiëen (overwegend rijen en tweekappers versus vrijstaand) en de beperkt aanwezige openbare ruimte (deze bestaat nagenoeg volledig uit infrastructuur en enkele watergangen). Om recht te doen aan de kwaliteiten van het gebied en de functie als overgangszone tussen kern en kassengebied, is hier in de stedenbouwkundige opzet, zie paragraaf 3.3, expliciet rekening mee gehouden en is het gebied niet eenvoudigweg ‘dichtverkaveld’. Het is vanuit stedenbouwkundig oogpunt wenselijk dat de kern van het plan gevormd wordt door een of meerdere groene (openbare) wig(gen) van formaat die zowel van binnenuit als vanaf de dijk goed beleefbaar zijn. Deze ruimte kan bovendien van grote meerwaarde zijn voor het te realiseren woongebied als deze een goede verblijfskwaliteit heeft. Door de ligging van het plan nabij de dijk en ingeklemd tussen historische linten, heeft het plangebied een gelaagde geschiedenis. Dit geeft kaders voor de planontwikkeling en aanknopingspunten geven voor een gebiedseigen plan. Gebiedskenmerken Op het perceel van circa 4,5 ha aan de Hendrikstraat in Gameren staan twee kascomplexen van circa 1,2 ha. De gronden zijn in gebruik (geweest) als weide en akkerland.
De gronden liggen tussen de zuidoostelijk liggende Hendrikstraat, de noordelijk gelegen Waalbandijk, de oostelijk gelegen Peperstraat en de zuidelijk liggende Ridderstraat. Noordelijk van de Waalbandijk liggen de Gamerensche Waarden. Het plangebied ligt tussen twee historisch linten (Waalbandijk en Ridderstraat). Deze historisch-geografische patronen zijn duidelijk waarneembaar in het landschap. Afwisselend bevinden zich hier woningen en bedrijfswoningen. De bedrijfswoningen bevinden zich doorgaans in de eerstelijns bebouwing direct aan de straat, Pagina 27
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
daarachter staan grootschaligere bouwmassa’s in de vorm van loodsen, schuren en/of kassencomplexen. Daar weer achter liggen de tuinbouwbedrijven en kassen met grote volumes. Het plangebied (figuur 9 en 10) is in gebruik (geweest) door een aantal glastuinbouwbedrijven. Inmiddels is een aantal kassen al gesloopt. Enkele bedrijven zijn nog actief, totdat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Aan de rand, aan de Peperstraat, zijn wat strookjes grond verkocht aan aanliggende bewoners. Het noordelijk deel van het plangebied is een weiland.
Figuur 9 a: Luc htfoto Gameren (br on: bing.com/m aps 2022)
Figuur 9 b: Luc htfoto plangebie d (bron: bing.com/m aps 2022) Pagina 28
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Figuur 1 0a: P lange bied v anaf de Waalbandij k
Figuur 1 0b: Bes taande kasse n zichtbaar in plange bied vanaf de W aalbandijk
Figuur 1 0c: Plangebie d vanaf de Hendr ikstr aat
Figuur 1 0d: A anz icht op de He ndr iks tr aat
Figuur 1 0e: A-watergang in p langebied zichtbaar vanaf de He ndr ikstr aat
Pagina 29
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
4.2
Ruimtelijke Ontwikkeling
Door de gemeente is op 29 september 2020 het ruimtelijk kader en programma van eisen vastgesteld, waarvan hieronder de grote lijnen zijn beschreven. Aan de hand daarvan is het plan verder uitgewerkt. • Behoud van groene dorpse uitstraling met aandacht voor de ligging van het plan aan de rand van het dorp. • Realisatie openbare ruimte van formaat met voldoende verblijfskwaliteit in de kern van het plan, beleefbaar vanaf de dijk. • Cultuurhistorische analyse als onderlegger voor de structuur van het plan. • De inrichting van het plan volgt de landschappelijke onderlegger (slotenpatroon). Deze richting is verschillend bij ieder van de drie deelgebieden. • De hoofdontsluiting volgt grotendeels de centrale watergang. • Realisatie van een of meerdere robuuste groene wiggen garandeert een open en groen zicht vanaf de dijk tot diep in het gebied. • Ieder deelgebied heeft een centrale groene ruimte met verblijfskwaliteit. • De hoofdentrees van het plan worden versterkt met begeleidende bebouwing. • Het gebied krijgt een primaire ontsluiting op de Hendrikstaat. • Toegangen voor langzaam verkeer naar de Waalbandijk en de Peperstraat zorgen voor een betere inbedding van het plan in de omgeving. • Inrichting randen laten aansluiten op omliggende straten (o.a. geen achterkanten naar buiten toe).
• Bij voorkeur geen afschermende beplanting tussen bestaande percelen met enkel als doel af te schermen. • Het binnengebied krijgt een eigen samenhangend (dorps)karakter. • In principe geen ruimte voor nieuwe bebouwing binnen 50 meter van de dijk. • Aan de Ridderstraat; behoud straatbeeld (bestaande korrelgrootte2 en afstanden ten opzichte van woningen en openbaar gebied). • Aan de Hendrikstraat; idem, mogelijk wat meer variatie binnen bandbreedte mogelijk (niet in hoogte!). • Bouwhoogte (1 of 2 laag met kap) moet in lijn zijn met de karakteristiek van het gebied en de landschappelijke waarden bezien vanaf de dijk. Deze hoogte wijkt nagenoeg niet af van de te slopen kassen. • Kapvormen sluiten aan op de omgeving (uitgangspunt: zadeldak, geen samengestelde kapvormen). • Eigenheid door subtiele afwijkingen in hoofdvorm, detaillering en materiaal- en kleurgebruik ten opzichte van de omgeving. • Erfafscheidingen zijn onderdeel van stedenbouwkundig ontwerp. Bij voorkeur in de vorm van beplanting (inheemse hagen). Bijzondere aandacht voor zij-erven langs wegen. Bij zijtuinen die grenzen aan wegen is het toepassen van schuttingen onwenselijk omdat dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. • Bijzondere aandacht voor centrale groene ruimte (bij voorkeur is hier ook ruimte voor een speelvoorziening). • Eenvoudige, dorpse inrichting. • Voorkomen grote parkeervelden in het zicht.
• Uitgangspunt: geen haaks parkeren in woonstraten (langsparkeren kan wel). Indien toch noodzakelijk, dan afwisselen met plantvakken. • Parkeerkoffers op logische plek in routes. • Ondergrondse containers en opstelplekken kliko’s onderdeel van ontwerp. • 75 m2 openbaar groen per woning. Hiervan moet 30 m2 gebruiksgroen zijn. • Meest recente Handboek Inrichting Openbare Ruimte is van toepassing. • Parkeernota Zaltbommel 2018 is van toepassing: 2 parkeerplaatsen per woning. • Toename verharding dient gecompenseerd te worden. • Vroegtijdig overleg met Waterschap door ontwikkelaar is noodzakelijk. • Stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten zijn leidend voor woningbouwinvulling. • Maximum woningen bedraagt 90 a 100 woningen. • Het woningbouwprogramma is geschikt voor diverse doelgroepen, gebaseerd op de actuele kwalitatieve vraag. • Verhouding sociaal/niet-sociaal is in de basis 40/60. Waarbij onder sociaal in dit geval ook woningen tot 215.000 euro(prijspeil 2020) wordt verstaan. • Sociaal en niet sociaal zal verspreid door het plangebied gerealiseerd moeten worden. Pagina 30
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
4.2.1 Stedenbouwkundig plan Doordat het plangebied ingeklemd is door historische linten en nabij de Waal ligt, dient er zorgvuldig te worden omgegaan met de verbinding van het plangebied (figuur 11-1) naar de omliggende woningen en de natuur. Daarom zijn groen(blauwe) voorzieningen belangrijke elementen in dit plan en is er een opdeling van verschillende woonsferen gemaakt om de overgang van bestaande dorp naar het plangebied te benadrukken. Op basis van de ruimtelijke en functionele analyse van de plek en de omgeving is een aantal structuren zichtbaar in de planopzet: • Twee aansluitingen voor alle verkeer op de Hendrikstraat. • Een lusstructuur voor de ontsluiting. • Twee groene wiggen. • Een 50 meter brede groene zone langs de Waalbandijk.
Figuur 1 1-1: Stede nbouw kundige visie
Groene wiggen De groene wiggen zijn de hoofdstructuren van het plan. Ze zorgen voor de zichtlijnen vanaf de Hendrikstraat en vanaf de Waalbandijk naar het plangebied en andersom. Een deel van de groene wiggen bevat de bestaande Awatergang en nieuwe B-watergang. Samen met de wadi’s functioneert de waterpartij in de groene wiggen als waterafvoerende voorziening. In de groene wiggen zorgen de bomenrijen, in combinatie met een bloemrijke berm van inheemse soorten, voor kwalitatief groen. In de groene wiggen ligt een speelplek, in combinatie met wadi, met natuurlijke speelvoorzieningen voor kleinere kinderen. Groenstrook langs de dijk Langs de dijk blijft een zone van ongeveer 50 meter breed grotendeels onbebouwd en worden zichtlijnen behouden. Deze zone langs de dijk behoudt de huidige openheid en de groene kwaliteit. In deze zone wordt een informeel trapveld opgenomen in de open groene plek, zodat deze zone een gemeenschappelijke functie krijgt.
Pagina 31
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Woningen De bebouwingsstructuur bestaat uit drie verschillende woonsferen: De Linten, De Buurtschap en Het Tuindorp. 1.
2.
3.
De Linten liggen het dichtst bij de historische linten van de Hendriksstraat en de Ridderstraat. Voor de woningen in dit deelgebied is een variatie in bouwhoogte gewenst van 1 à 1,5 laag met kap. De woningen hebben een landelijke bouwstijl met een Gamerens karakter. Er zijn meer variaties in materialen mogelijk om een coherentie met de omliggende woningen te vormen. De Buurtschap heeft een directe visuele verbinding met de Waalbandijk. Voor de woningen in dit deelgebied is een variatie in bouwhoogte gewenst van 1 à 1,5 laag met kap. De woningen hebben compactere landelijke bouwstijl met een Gamerens karakter. Er is meer variatie in materialen en woontypen mogelijk om een coherentie met de omliggende woningen te vormen. Hier worden duurzame materialen en elementen gebruikt, zoals toepassingen met hout en groene erfafscheidingen. In deelgebied Het Tuindorp is de relatie tussen de groene wiggen en de woningen een belangrijk aandachtpunt en bepalend voor het karakter. Voor de woningen in Het Tuindorp is een grote mate van samenhang en eigenheid in de architectuur, waarbij bijvoorbeeld de hoeken van bouwblokken bijzondere aandacht krijgen. De woningen hebben een eigentijdse en onderscheidende stijl. Hier wordt een bouwhoogte voorgesteld van maximaal 2 lagen met kap. Binnen dit deelgebied liggen twee clusters die compacter zijn qua opzet.
In de belangrijke zichtlijnen vanaf de groene wiggen en de historische linten staan enkele woningen met een accent (zie de gebouwen met * in het stedenbouwkundig plan). Dit houdt in dat deze woningen tweezijdig georiënteerd zijn en er gebruik gemaakt wordt van bijzondere en onderscheidende kleuren of materialen. Woningbouwprogramma De regels van dit bestemmingsplan maken de bouw van maximaal 103 nieuwbouwwoningen mogelijk. Het hierin opgenomen verkavelingsplan voorziet 103 woningen. Deze woningen worden vooral ontwikkeld voor de woningzoekenden in Gameren. Er wordt gedacht aan het realiseren van een brede mix met eengezinswoningen, starterswoningen, levensloopbestendige woning, eenpersoonshuishoudens, bouwkavels. Hiervan is circa 60 % voor de vrije sector bedoeld en circa 40 % voor de sociale sector. 4.2.2 Verkeer en Parkeren Ontsluitingsstructuur Het plangebied zal bereikbaar worden gemaakt door twee hoofdontsluitingen op de Hendrikstraat voor het gemotoriseerde verkeer en fietsers. Erlangs lopen twee onderscheidende voetpaden. Verkeer De voetpaden lopen op formele en informele wijze door het plan heen en volgen de groene verbindingen tussen de Hendrikstraat en Waalbandijk. Voor autoverkeer wordt het gebied op twee punten ontsloten op de Hendrikstraat. In de woonbuurt zal een maximale snelheid van 30 km/u gelden.
Voor een uitvoerige verkeerskundige onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 21, waarin een memo d.d. 12 augustus 2022 is opgenomen. Deze gaat in op de verkeersgeneratie, parkeren, ontsluiting, bereikbaarheid, profielen en de bestaande infrastructuur. Uit hoofdstuk 7 van de memo blijkt of en welke maatregelen nodig en gewenst zijn om de Hendrikstraat niet onevenredig zwaar te belasten en de verkeersveiligheid te borgen. Het plan is qua veiligheid ook getoetst door brandweer c.q. veiligheidsregio, zodat er bij onverhoopte calamiteiten een vluchtroute is c.q. het plan bereikbaar is. De reactie van de brandweer luidt: “Ten aanzien van de bereikbaarheid van de te bouwen woningen hebben wij geen op- en/of aanmerkingen. Voor zover wij hebben kunnen vaststellen voldoen de wegen aan de minimale afmetingen zoals gesteld in artikel 6.37 van het Bouwbesluit 2012. Daarnaast zijn alle woningen te bereiken binnen 40 meter vanaf een opstelplaats voor een brandweervoertuig. De doodlopende weg met keermogelijkheid, die parallel ligt aan de Hendrikstraat is ongeveer 90 meter lang. Dit is een lichte overschrijding van de 80 meter die wij hanteren. Gelet op het risico vinden wij dit een acceptabele overschrijding.”
Pagina 32
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Figuur 1 1-2: Routing gem otoriseerd ver keer
Figuur 11-3: Routing langzaam ve rkeer
Parkeren Het parkeren is berekend op basis van de parkeernormering, zoals deze is beschreven in de ‘Parkeernota Zaltbommel 2018’. Het parkeren vindt bij voorkeur zoveel mogelijk plaats op eigen terrein of in de parkeerkoffer. Daarnaast is rekening gehouden met voldoende parkeercapaciteit in de openbare ruimte. De parkeernorm die is gehanteerd is 2 parkeerplekken per woning, ongeacht de woningtypologie. Met het totaal van maximaal 103 woningen dienen er zodoende tenminste 206 parkeerplekken voorzien te worden. Minimaal 31 parkeerplaatsen hiervan (0,3 parkeerplek per woning) dienen daarvan openbaar toegankelijk te zijn. In de afbeelding in het separate beeldkwaliteitplan wordt inzicht gegeven wat de parkeercapaciteit binnen het plan is en hoe deze verdeeld wordt over de buurt. De conclusie is dat er met 208 parkeerplekken ruimschoots aan de vereiste 206 parkeerplekken voldaan kan worden.
Pagina 33
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Figuur 1 1-4: parke erbalans
4.2.3 Openbare ruimte De openbare ruimte en infrastructuur dient conform het dan van toepassing zijnde Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel ontworpen en uitgevoerd te worden. Daarbij zal specifieke aandacht worden besteed aan de speelvoorzieningen in het plangebied. Conform het handboek dient in het plangebied een speelgelegenheid met speeltoestellen te worden gerealiseerd met een oppervlakte van minimaal ca. 3% van het uitgeefbare oppervlak. De parkeerplaatsen worden bij voorkeur uitgevoerd in groenbestrating. Bij het inrichten van de buitenruimte dient aandacht besteed te worden aan de wijze waarop het parkeren zich voegt in het groene karakter van de buurt en de omgeving, waarbij geparkeerde auto’s zo min mogelijk het beeld bepalen. Vandaar ook de aandacht voor de groene inpassing van het parkeren. Met betrekking tot de beplanting in de openbare ruimte wordt speciaal rekening gehouden met het vergroten van de biodiversiteit en het implementeren van voorstellen uit de Bee Deal (bijvriendelijke plantsoenen, heesters en kruiden- en bloemenrijk grasland). In paragraaf 5.13 is in figuur 31 inzichtelijk gemaakt waar de richtlijnen van 75 m2 openbaar groen per woning waarvan 30 m2 gebruiksgroen wordt gehaald.
Pagina 34
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Figuur 1 1-5: Stede nbouw kundig plan
4.2.4 Beeldkwaliteitplan Aanvullend op het welstandsbeleid is voor deze locatie een beeldkwaliteitplan opgesteld. Gelijktijdig met het bestemmingsplan, zal dit beeldkwaliteitplan worden vastgesteld zodat het juridische rechtskracht heeft bij aanvragen om omgevingsvergunning. Hierin is aandacht besteed aan de vormgeving en uitstraling van de woningen, de erfafscheidingen en de inrichting van de buitenruimte (beplanting, verharding en straatmeubilair). Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar bijlage 19. In dit plan wordt ook ingegaan op groene erfafscheidingen op hoekpercelen; ook privaatrechtelijk wordt dit waar mogelijk geborgd. Te allen tijde geldt overigens dat vergunningvrije regels door een beeldkwaliteitplan of privaatrechtelijke afspraken niet zonder meer opzij kunnen worden gezet. 4.2.5 Duurzaamheid De Wet Voortgang Energietransitie (VET) is aangenomen. Hierdoor hoeft nieuwbouw vanaf 1 juli 2018 niet meer verplicht aangesloten te worden op aardgas. De initiatiefnemer en de gemeente Zaltbommel hebben afgesproken om de ontwikkeling gasloos te realiseren. Daarnaast dient er uiteraard voldaan te worden aan de technische eisen van het bouwbesluit (BENG-norm, isolatie, e.d.). Op het gebied van duurzaamheid is er geen vastgesteld gemeentelijk beleid. Het woningbouwprogramma bestaat uit een mix van projectmatig te realiseren woningen en woningen in de vrije sector.
Voor de projectmatige woningen zal een flexibel en duurzaam woningconcept worden toegepast. Dit bouwconcept is 48 tot 60% circulair en levert een energieprestatie van EPC 0,4/BENG. Het kan zelfs gerealiseerd worden als energie-neutrale woningen en ‘nul op de meter’ woningen. Duurzaamheid gaat echter niet enkel over de energieprestatie van de gebouwen. Ook de inrichting van de buitenruimte speelt hierbij een belangrijke rol. Zo dient in de nieuwe woonbuurt ernstige wateroverlast door hoosbuien of verdroging door langdurige hitte voorkomen te worden. Het plan voorziet in een overmaat aan capaciteit om regenwater (tijdelijk) te bergen, zie paragraaf ‘5.3 Water’ en ‘5.13 Klimaatadaptatie en duurzaamheid’. De openbare ruimte krijgt daarbij een natuurlijke inrichting die de biodiversiteit sterk zal vergroten. Dit mede naar aanleiding van de inrichtingsmaatregelen die genomen dienen te worden om het gebied beter geschikt te Pagina 35
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
maken als foerageergebied voor de aanwezige steenuilenpopulatie. Veel van deze maatregelen overlappen met de adviezen voor natuurinclusief bouwen: het toepassen van natuurlijke oevers en het aanplanten van geschikte bomen, hagen, heesters, bloemen en kruiden. Daarmee zal dit plan voorzien in een hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid, passend bij de huidige tijd en de duurzaamheid-en klimaatdoelstellingen die Nederland heeft.
Pagina 36
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
HOOFDSTUK 5 SECTORALE ASPECTEN, KWALITEIT VAN DE LEEFOMGEVING 5.1
Bodem
Regelgeving Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Wettelijk is bepaald dat een omgevingsvergunningplichtig bouwwerk niet mag worden gebouwd op een zodanig verontreinigd terrein, dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of afwijkingsbesluit. Bij grond afvoer en grondverzet vanaf het plangebied naar elders treden de regels van het Besluit bodemkwaliteit in werking. Deze regels wijken af van de voor het rapport gehanteerde regels van de Wet Bodembescherming. De uiteindelijke beslissing met betrekking tot de functionele geschiktheid van de bodem voor de beoogde doelstelling is strikt voorbehouden aan het bevoegd gezag. De onderzoeken richten zich vooral op de percelen waar de nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd. Maar ook wordt aandacht besteed aan bestaande achtertuinen bij de Peperstraat, waar de bestemming zal wijzigen.
Bodemonderzoek Er is een historisch onderzoek uitgevoerd 9 maart 2021 (bijlage 11) waaruit blijkt dat diverse onderzoeken nodig zijn, gevolgd door (water)bodemonderzoeken d.d. 6 mei 2021 (12) en een nader grond- en asbestonderzoek d.d. 12 oktober 2021 (bijlage 13). De conclusies uit bijlage 12 luiden: Met de uitgevoerde onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, vooralsnog, in onvoldoende mate onderzocht voor wat betreft de sterke zinkverontreiniging in de ondergrond (perceel P1654) en de ernstige asbestverontreiniging in de bovengrond (perceel P268). Vooralsnog bestaan er derhalve bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of toekomstige herontwikkeling in verband met de aangetroffen sterke zinkverontreiniging in de ondergrond en de ernstige asbestverontreiniging in de bovengrond. In de ondergrond (0,5-1,5 m-mv) ter plaatse van de boringen G03 t/m G04 op perceel P1654 zijn sterk verhoogde gehalten voor zink aangetoond, waarvan de ernst en omvang nog niet volledig in beeld is. Er wordt geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de sterk zinkverontreiniging in de ondergrond conform de NTA 5755:2010.
Naar verwachting is de zinkverontreiniging veroorzaakt door de voormalige (bedrijfs-)activiteiten die op de onderzoekslocatie aanwezig zijn geweest, waaronder de voormalige watergang, en wordt aangenomen dat de verontreiniging voor 1987 ontstaan, waardoor geen sprake is van zorgplicht. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. Momenteel kan voor de sterke zinkverontreiniging in de grond niet worden uitgesloten of er op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het nadere onderzoek naar asbest ter plaatse van de proefgaten B39 en AB40 op perceel P268 dient te worden uitgevoerd met proefsleuven om de ernstige asbestverontreiniging zowel horizontaal als verticaal af te perken. De aangetroffen asbestverontreiniging wordt gerelateerd aan de schuur met asbestverdachte dakbedekking, gevelbekleding en het aangetroffen asbesthoudend (plaat)materiaal. Aangezien deze activiteit historisch van aard is (bebouwing voor zover bekend voor 1993 gebouwd) is er geen sprake van zorgplicht. Echter zijn er reeds respirabele asbestvezels (> 10 mg/kg d.s.) aangetoond, waardoor sprake is van “onaanvaardbare risico’s, buiten”.
Hierdoor dient de locatie gesaneerd te worden voor wat betreft het voorkomen van respirabele asbestvezels. Op basis van de resultaten van de nadere onderzoeken wordt bepaald in welke mate sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Voor wat betreft de overige onderzochte grond, grondwater en asbest in grond, is de milieuhygiënische kwaliteit in voldoende mate onderzocht. Tevens is de eindsituatie in voldoende mate vastgelegd. Wel dient rekening te worden gehouden met de aangetoonde gehalten voor de NEN- en OCB-parameters (indicatieve BBK klasse industrie en niet toepasbaar), aangezien mogelijk aanvullende werkzaamheden gewenst (afvoeren) zijn doordat de voorgenomen herontwikkeling woningbouw betreft.
Pagina 37
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NENOCB- als de PFAS-parameters. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Nader onderzoek In het nader onderzoek, bijlage 13, is de grondverontreiniging met zink onderzocht en in voldoende mate afgeperkt. Er zijn zowel voor het huidige als toekomstige gebruik geen humane, ecologische en verspreidingsrisico’s en derhalve behoeft de grondverontreiniging met zink in de ondergrond niet met spoed te worden gesaneerd. Voor wat betreft asbest is wel een spoedige sanering nodig. Gelijktijdig kan dan ook de zinkverontreiniging worden weggenomen. Dit is in lijn met de visie van de ODR. In september en december 2021 heeft ODR met de conclusies uit de rapportages ingestemd. Op 12 mei 2022 is het vervolgadvies ontvangen. Conform het advies van de ODR wordt de ernstige bodemverontreiniging met zink ter plaatse van een gedempte watergang in het westelijk deel van perceel KWK P 1654, ter hoogte van Hendrikstraat 22, voorafgaand aan het bouwrijp maken van de locatie gesaneerd.
Ter plaatse van deze gedempte watergang, kan de geldende bestemming Water vervallen. Ook de ernstige bodemverontreiniging met asbest bij de schuur op perceel KWK P 268 in de afwaterings- of druppelzone wordt zo snel mogelijk gesaneerd (vóór verwijdering van asbest op de daken). Ook wordt het advies overgenomen om met grondverbetering te werken om zo te voorkomen dat te hoge concentraties aan lood worden aangetroffen in toekomstige (achter)tuinen en/of speeltuinen. Dit in verband met de aanwezigheid van verhoogde gehalten aan lood (boven 100 mg/kg ds.). In bijlage 14 is nog een verkennend bodemonderzoek uit november 2019 opgenomen voor perceel P280 waarin ook tot een nader onderzoek wordt geadviseerd. Voor hergebruik van de vrijkomende grond van het overig terrein (licht verhoogde gehalten) buiten de onderzoekslocatie dient, indien van toepassing, voor de afvoer van de grond een keuring conform het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd, alvorens een toepassingslocatie kan worden geselecteerd. Er zal sprake zijn van een gesloten grondbalans. Bij het bouwrijp maken van het plangebied zal worden gelet op eventuele toevalsvondsten aan bodemvreemd materiaal op het maaiveld en/of in de bodem. In overleg met de omgevingsdienst worden, indien nodig, maatregelen getroffen.
Achtertuinen Peperstraat De bestemming van enkele bestaande achtertuinen aan de Peperstraat zal met dit plan ook worden herzien. Echter zonder dat voor deze percelen een bouwvlak wordt toegekend. Het is een woonbestemming, zonder bouwmogelijkheden voor hoofd- of bijgebouwen. Enkel de vergunningvrije regels gelden. Voor deze percelen is in 2006 al een historisch, verkennend, aanvullend en nader onderzoek verricht, d.d. 22 maart 2006 en 15 mei 2006 (bijlage 15). Het nader bodemonderzoek richtte zich op de matig tot sterke verontreinigingen met koper, lood en zink in de bovengrond ter plaatse van de voormalige smederij en de matig tot sterke verontreinigingen voor lood en PCB’s in de ondergrond van de gedempte sloot. Om de omvang en daarmee de urgentie van de bodemverontreiniging te kunnen bepalen, is vervolgens in dat nader onderzoek geadviseerd om een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren. De omvang van de grondverontreiniging met sterk verhoogde gehalten voor zware metalen is ingeschat op circa 50 m3 bodemvolume. Derhalve is voor een klein deel van de locatie sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Het aanvullend bodemonderzoek richt zich op de horizontale afperking van de grondverontreinigingen met zware metalen ter plaatse van de onderzoekslocatie (ten oosten en westen van de voormalige smederij) en het aangrenzende perceel ten zuiden van de onderzoekslocatie. In bijlage 16 van 21 september 2015 is een actualiserend bovengrondonderzoek opgenomen voor de genoemde achtertuinen. Hierin is geconcludeerd dat er geen bezwaren bestaan tegen het voorgenomen gebruik als tuin. In bijlage 17 is nog een aanvullende rapportage d.d. 28 november 2022 opgenomen met betrekking tot deze gronden. Dit naar aanleiding van een advies van de ODR van 3 oktober 2022. Ten aanzien van de bodemkwaliteit is er geen belemmering voor de bestemmingswijziging van deze percelen naar de bestemming Wonen-2. Middels eerdere onderzoeken (2006 en 2015) zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters (NEN en OCB) aangetoond. Sindsdien hebben er voor zover bekend geen bijzonderheden plaatsgevonden op de Pagina 38
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
onderzoekslocatie. De aangetoonde sterke verontreinigingen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie betreffen immobiele verontreinigingen en zijn in de richting van onderhavige onderzoekslocatie in voldoende mate afgeperkt. De onderzoekslocatie is daarnaast onverdacht op het voorkomen van een verontreiniging met PFAS en asbest. Een waterbodemonderzoek conform de NEN 5720 is tevens niet noodzakelijk. De watergang gelegen op het westelijke deel van de onderzoekslocatie is recent (2021) in voldoende mate onderzocht. De watergang op het noordelijke deel van de onderzoekslocatie is aaneengesloten met de reeds onderzochte watergang en beperkt van lengte (circa 30 m). Derhalve kan de betreffende watergang representatief worden gesteld aan het reeds onderzochte deel van de aaneengesloten watergang. Nabij Peperstraat 15, aanliggend aan het plangebied, is tot slot ook in januari 2023 onderzoek gedaan (bijlage 18), om de grondverontreiniging met zware metalen in de bovengrond horizontaal te kunnen afperken en perceelsoverschrijdende verontreiniging te kunnen uitsluiten. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van perceelsoverschrijdende verontreiniging. Er zijn geen sterk verhoogde gehalten aangetoond voor zware metalen op perceel P799. De ODR heeft op 23 januari 2023 met de rapportage ingestemd.
Conclusie De aandachtspunten uit de diverse onderzoeken met betrekking tot sanering worden in acht genomen. Voor de sanering dient goedkeuring van het bevoegd gezag te worden verkregen. De bodemgesteldheid staat de planontwikkeling niet in de weg, mits de voorgeschreven sanering is voltooid. De bodem is, alsdan, voor het beoogde gebruik geschikt.
5.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Regelgeving In Europees verband is het zogenaamde ‘Verdrag van Malta’ tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, dus de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 januari 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta worden hiermee in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Sinds 2007 zijn gemeenten wettelijk belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dat wil zeggen dat men rekening dient te houden met de in de bodem aanwezige, dan wel te verwachten archeologische resten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Monumentenwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn. Is de verwachting dat er archeologisch waardevolle zaken aanwezig kunnen zijn , dan is vooronderzoek nodig.
Gemeentelijk beleid Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen. Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden. De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is vertaald in dit bestemmingsplan. Op de archeologische vindplaatsenen verwachtingskaart zijn alle archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt. Verder is deze kaart op bureauonderzoek gebaseerd. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt.
De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De Pagina 39
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten. Als een initiatiefnemer kan aantonen dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting.
Figuur 1 2: Bele ids kaar t
Op de beleidskaart (figuur 12) is de planlocatie grotendeels geduid met waarde archeologie 1. Op de verwachtingenkaart (figuur 13) is het gebied geduid als vroege middeleeuwen en oeverzone. Onderzoek In bijlage 5 en 6 zijn archeologische onderzoeken toegevoegd uit 2006 en 2009. Hieruit blijkt dat voor een groot deel van het gebied (noordelijk en zuidelijk deel) met die onderzoeken zou kunnen worden volstaan. Er zijn boringen vericht, waaruit geen belemmeringen zijn gebleken. Voor een deel van het zuidelijk gebied, zijn deze boringen wel noodzakelijk en inmiddels verricht. Er is in de rapportage van 2 augustus 2022 geconcludeerd dat er geen archeologisch onderzoek meer nodig is en dat er geen belemmeringen zijn. Daarmee hoeft de archeologische dubbelbestemming niet te worden gehandhaafd. Dit geldt sowieso voor de plandelen waar slechts het gebruik wordt gewijzigd, zonder bouwmogelijkheden. In bijlage 8 zijn de resultaten gevoegd van het archeologisch bureauonderzoek en inventariserend verkennend veldonderzoek uit augustus 2020 voor een klein deel van het plangebied, gelegen aan de Hendrikstraat. Vanwege een lage verwachting kan dit plandeel voor de ontwikkeling worden vrijgegeven. In bijlage 9 is een onderzoek van 16 maart 2021 opgenomen voor de rest van het plangebied, het middendeel.
Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat in het plangebied de natuurlijke afzettingen vooral zijn gevormd in een komgebied van de stroomgordel van Brakel en/of Gameren. Hierboven op is een pakket van oever- en/of crevasseafzettingen afgezet. In het zuiden van het plangebied worden deze afzettingen afgedekt door dijkdoorbraakafzettingen. De top van de bodem wordt gevormd door een antropogeen opgebracht pakket. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen dat er archeologische Pagina 40
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
waarden in het plangebied aanwezig zijn. Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Hierbij dient wel in acht te worden genomen dat deze uitspraak geen betrekking heeft op het aanzienlijk dieper (buiten het bereik van de ontwikkeling) liggende paleolithische niveau. Selectiebesluit Op 17 oktober 2022 is door de gemeente op basis van de onderzoeken een Selectiebesluit Archeologische Monumentenzorg opgesteld. Dit besluit is aan bijlage 10 toegevoegd. Omdat niet aannemelijk is gemaakt dat er daadwerkelijk archeologische indicatoren aanwezig zijn, is het terrein vrijgegeven. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij Onze Minister c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, namens deze de gemeente Zaltbommel, verplicht.
Figuur 1 3: Arche ologisc he v indplaatse n en verwac htinge n
Cultuurhistorie Regelgeving Sinds 1 januari 2012 is artikel 3.1.6 Bro gewijzigd en verdient cultuurhistorie nadrukkelijk aandacht in een bestemmingsplan. De wet- en regelgeving op rijksniveau rondom cultureel erfgoed is vastgelegd in de Erfgoedwet uit 2016. Het is het belangrijkste sectorale instrument voor de bescherming van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet is geregeld hoe monumenten aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke
Pagina 41
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: • de aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • de wetering Capreton; • de Nieuwe Hollandse Waterlinie; • rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Zaltbommel en Bruchem-Zuid); zie figuur 15 • gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Gameren); • gemeentelijke en rijksmonumenten en • historische buitenplaatsen (Huis Brakel). De planlocatie is een oude ontginning op afwisselend nat-droge stroomruggen. Onderstaand een uitsnede van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Het versterken van de regionale identiteit en eigenheid van Gelderland is een ambitie uit het uitvoeringsprogramma Cultuur & Erfgoed. Het kaartbeeld geeft geen totaalbeeld van al het erfgoed dat Gelderland rijk is, maar is een weergave van de identiteiten waarmee Gelderland zich onderscheidt van andere provincies. Het erfgoed is weergegeven in objecten, lijnelementen en landschappen (figuur 14). Er zijn voor wat betreft het plangebied geen bijzonderheden te vermelden.
Figuur 1 4: Prov inc iale c ultuur historische waarde nkaart
Pagina 42
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Gemeentelijk beleid Ook op de gemeentelijke cultuurhistorische kaart (figuur 15) zijn er voor de locatie geen belemmerende aandachtspunten. Bestaande infrastructuur en bebouwing wordt gerespecteerd. De woningen worden gerealiseerd na sanering van een glastuinbouwbedrijf. Het gebied is ook geduid als genomineerde bufferzone van de Hollandse Waterlinie (figuur 16), onderdeel van het Werelderfgoed. Een bufferzone maakt officieel geen deel uit van het werelderfgoed gebied, maar dient als aanvullende bescherming op het gebied rondom het werelderfgoed. In de meest actuele UNESCO-richtlijnen zijn bufferzones niet verplicht, maar worden ze wel sterk aanbevolen. De Werelderfgoed Commissie heeft in de zomer van 2021 het besluit genomen de Nieuwe Hollandse Waterlinie als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam Werelderfgoed toe te voegen. Samen vormen ze nu het UNESCO Werelderfgoed de Hollandse Waterlinies.
Figuur 1 5: C ultuur his torisc he inventar is atiekaart gemee nte
Pagina 43
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Figuur 1 6: H ollands e Waterlinie
Conclusie Uit het archeologisch onderzoek zijn geen belemmeringen gebleken om het plan te ontwikkelen. De dubbelbestemming blijft op enkele perceelsdelen rusten, totdat onderzoek is verricht. De cultuurhistorische waarden zijn niet binnen het plangebied aanwezig.
5.3
Water
Regelgeving Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging te voorkomen. Volgens het Bro is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van de beoogde ontwikkeling wordt overlegd gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief).
Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het waterschapsbeleid en het gemeentelijk beleid nader worden behandeld. Kaderrichtlijn Water (KRW) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een ‘goede ecologische toestand’ (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag Pagina 44
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in stand houden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Nationaal Waterplan (NWP) Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. Het bevat: • Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; • Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). De Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het Programma Noordzee (inclusief het programma Kaderrichtlijn Mariene Strategie) zijn een bijlage bij het NWP.
In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. In het NWP worden de voor het waterbeleid relevante nationale belangen uit de NOVI en de toepassing van de afwegingsprincipes hierbij, verder uitgewerkt. Verder geeft het NWP uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en overstromingsrisico’s. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In de aard en omvang van de nationale waterproblematiek doen zich structurele veranderingen voor. Klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking maken een nieuwe aanpak in het waterbeleid noodzakelijk. In februari 2001 sloten daarom Rijk, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Vereniging van Nederlandse Gemeenten de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw. Daarmee werd de eerste stap gezet in het tot stand brengen van de noodzakelijke gemeenschappelijke aanpak. Twee jaar later worden de resultaten van die samenwerking en van voortschrijdende kennis en inzicht neergelegd in dit Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Het NBW-actueel 2008 is een actualisatie van het NBB uit 2003. Met dit NBW akkoord leggen de overheden vast op welke wijze, met welke middelen en langs welk tijdspad zij gezamenlijk de grote wateropgave voor Nederland in de 21e eeuw willen aanpakken.
Het akkoord benadrukt de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het op orde krijgen en houden van het totale watersysteem. Het geeft aan welke instrumenten ingezet worden om de opgave te realiseren, welke taken en verantwoordelijkheden iedere partij daarbij heeft en hoe partijen elkaar in staat willen stellen hun taken uit te voeren. Waterwet De Waterwet van 22 december 2009 vervangt een aantal bestaande wetten, zoals het Waterbeleid 21e eeuw en de Kaderrichtlijn Water, op het gebied van waterbeheer. De Waterwet is gericht op integraal waterbeheer, met de doelstelling voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies van watersystemen. Regionaal Waterprogramma 2021-2027 Gelderland De provincie is vanuit diverse invalshoeken betrokken bij het thema water: vanuit de provinciale rol op het gebied van water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties. In dit plan wordt dat nader uitgewerkt. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, is in de geest van de nieuwe Omgevingswet ingevuld. In het verlengde daarvan wordt deze visie op hoofdlijnen aangevuld met een detaillering van het beleid in dit waterprogramma.
De visie en het waterprogramma vormen samen ‘het beleid’. De ambitie is de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken in het provinciale beleid, bijvoorbeeld vanuit urgenties op gebiedsniveau, is ingevuld. Naar analogie van wat gezegd wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: het gaat om het vinden van synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden, om Gelderland ook in de toekomst gaaf te houden. Pagina 45
Bestemmingsplan ‘Gameren, Hendrikstraat Molendel’
Raakvlakken worden in elk geval voorzien tussen water en de beleidsterreinen van bodembeheer, natuur-/ soortenbescherming, Natura 2000, klimaatadaptatie en met de programma’s van gebiedsontwikkeling Waar en hoe, wordt de komende jaren onderzocht, met de ambitie dit concreet te maken in programma(‘s) onder de nieuwe Omgevingswet. Zo staat Gelderland gesteld voor de toekomst. Dit waterprogramma is daarvoor een begin. Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid. Het programma 2021-2027 is vastgesteld 15 december 2021. Watervisie 2050 In de watervisie neemt het Waterschap Rivierenland je mee richting het jaar 2050. Hoe ziet het rivierengebied er dan uit? En hoe verschilt dat van nu? Het waterschap schetst trends en ontwikkelingen en beschrijft ze daar mee om wil gaan. Onze omgeving verandert. Welk effect die verandering heeft op onze toekomst is vaak onzeker. Die onzekerheid is er altijd, net als het water in het rivierengebied. Het speelt een rol bij thema’s als klimaatverandering en extreem weer, circulaire economie, energietransitie, waterkwaliteit en de toenemende druk op de ruimte. Water helpt om koers te bepalen. Hoe? Dat wordt beschreven in deze watervisie. De Watervisie 2050 geeft richting aan het waterschapswerk en de ambities voor de lange termijn. Zij geeft houvast bij het maken van keuzes en afwegen van belangen.