Verslag Raad 28.10.2021 AB
Tekst van het document
Even over een ander punt, want ik hoor mevrouw De Boer eigenlijk zeggen, statushouders, ja, die moeten we eigenlijk niet helpen. Ik weet niet of ik dat goed hoor, maar wat moet er dan met ze gebeuren eigenlijk? Want u weet ook dat daarvoor de azc’s op het ogenblik vreselijk verstopt zijn, dat kan ook toch niet de bedoeling zijn? De voorzitter: Mevrouw De Boer.
Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, dank. We raken wat dat betreft natuurlijk ook aan een landelijke discussie met opvang in eigen regio, maar volgens mij is dat niet de plek om dat hier te benoemen. Waar het mij om gaat is dat wij, en met ons steeds meer gemeenten, echt stikken in de taakstelling. Dat wil niet zeggen dat je niet deze mensen zou moeten helpen, maar de manier waarop we dat nu doen en de taakstelling voor gemeenten wordt opgelegd, dat is bizar. En dat gaat gewoon echt ten koste van al onze eigen inwoners, van die gescheiden vrouw die met kinderen echt op zoek is naar een woonruimte al zoveel jarenlang. En dat zijn allemaal zeer wanhopige berichten. Ja, en ik denk dan op een gegeven moment moeten we dan ook gewoon als gemeente durven zeggen, ja, deze taakstelling is te groot. Rijk, voorzie ons van een andere oplossing. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, richting mevrouw Mathkor, zou een hele goede oplossing kunnen zijn om ervoor te zorgen dat de voorrang op het verlenen van een sociale huurwoning aan deze mensen, dat we daar nou eens mee stoppen. In plaats van elke keer maar roepen, we halen zoveel mogelijk binnen. Op dit moment zien we gewoon dat niet alleen de wachtlijst verstopt raakt, maar ook de opvangplaatsen raken verstopt. Op welk moment ga je dan eens een keer zeggen, het is nu klaar.
Want nu wordt er elke keer hapsnap opvang geboden, op hapsnap moet de heer De Vries weer op zoek naar ruimte in Krommenie voor die mensen. Dat legt een enorme druk ook op de woningbouw, want als we dan even teruggaan naar wat de heer Zoomermeijer zegt, tien sociale huurwoningen en we vangen gewoon vierhonderd mensen op in de Achtersluispolder. Als die allemaal een huis moeten krijgen, dan met tien woningen, dan gaan we het gewoon niet redden. Dus komt u nou eens met een oplossing in plaats van te roepen, dus u wilt ze niet helpen. Dat hoor ik niemand zeggen, dat is de kaart die u altijd meteen uitspeelt. Gaat u ervoor zorgen dat we gewoon veel minder van deze mensen binnen gaan halen en ervoor gaan zorgen dat we op een normale manier huisvesting kunnen voeren. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, nou wat u zegt over het hapsnap-beleid van de regering, daar kan ik het helemaal mee eens zijn. Dat is inderdaad een hapsnap-beleid. Maar u weet ook drommels goed, en dat zeggen wij elke keer, vluchtelingen die hebben geen eigen huis, die hebben geen eigen haard, dat is toch heel wat anders dan bijvoorbeeld starters hier en die moeten we zeker helpen. De voorzitter: Mijnheer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Ja, dank u wel, voorzitter.
Ja, in aanvulling op wat mevrouw Mathkor zegt, de kaart die altijd getrokken wordt is dat de woningen die we moeten verlenen aan statushouders, dat die dit probleem zouden gaan oplossen als we dat niet meer doen, terwijl het in werkelijk een druppel op de gloeiende plaat is van het woningtekort in heel Nederland, ook in Zaanstad. Dus dat is één. Ten tweede, ik hoor allerlei taakstellingen die we terug zouden moeten geven aan het Rijk. Als dat de oplossing is dan zie ik, hoor ik graag van mevrouw De Boer hoe je dat teruggeeft aan het Rijk en wat we in die tussentijd gaan doen? Gaan we dan die jeugdzorg niet meer verlenen en zeggen we gewoon, alsjeblieft Rijk, hier heb je het? Ik hoor allemaal dingen die al genoemd zijn en die vanuit de raad ook op meerdere vormen ook richting Den Haag geuit zijn, dat onze taakstellingen te zwaar zijn, dat we er te weinig voor krijgen, maar ik hoor weinig reële voorstellen over hoe we dat op zouden kunnen lossen. De voorzitter: Van der Laan.
De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, nou, dit is er weer zo een, zo’n kaart van, ja, maar u doet nou net alsof het de schuld is allemaal van de asielzoekers. Dat zegt toch helemaal niemand. Het is de schuld van het grote aantal wat je binnenhaalt, waar vanuit het Rijk een enorme taakstelling op gezet wordt. Dus als je vierhonderd huizen hebt en je hebt een taakstelling van vierhonderd moet je die halen, en dan ga je een voorrang verlenen op de mensen die nu op die lijst staan. Dus het is niet dat het de schuld is van die mensen, het is de schuld van degenen die beleid maken in Den Haag. En hier in deze stad zouden we gewoon eens een keer het lef moeten hebben om te zeggen, nee, dat gaan we niet doen, maar die ballen heeft niemand hier. De voorzitter: Mevrouw De Boer tenslotte tot haar bijdrage. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, dat is ook precies wat ik beoog hè, lef. Durf nou eens te zeggen dat je dat niet aankan en dat je kiest voor echt die wanhopige inwoners die we hebben. Die ons ook steeds, dat denk ik terecht een beroep op ons doen van, gemeente, help ons, voorzie ons nou van een woning, want die zien het ook met lede ogen aan. En ik ben het met ze eens dat het heel erg erop lijkt dat we wel bereid zijn allemaal anderen te helpen maar niet onze eigen inwoners. En volgens mij hebben we daar met zijn allen een oplossing te doen.
En als ik mag, nog één kleine reactie naar mijnheer Haas, De Haas, die zegt, ja, weinig reële oplossingen. Daarom in het begin van mijn betoog, de jeugdzorg is zo groot, zo belangrijk en nee, daar kunnen we niet morgen mee stoppen, maar het belang ervan is dat we echt met elkaar, met experts in gesprek gaan, kunnen wij dit wel als gemeente aan of moeten we een traject voor een langere termijn uitzetten met stapjes daartussen om het weer over te dragen aan bijvoorbeeld de provincie of het Rijk. Want wij, we kunnen als gemeente niet alles maar doen met de beperkte middelen die we hebben, willen we de dingen goed doen. En volgens mij moeten we met elkaar de dingen goed willen doen. De voorzitter: Dank u wel. Het is vijf over negen. Om tien voor half tien gaan we verder met de tweede helft, te beginnen met D66 en DZ. Fijne pauze gewenst. De voorzitter: Goed, dames en heren, wilt u gaan zitten? Plaatsen weer innemen, zodat we met aandacht kunnen luisteren naar de bijdrage van D66. Daarna is DZ aan de beurt en daarna de POV. Maar we beginnen met mijnheer Hoedemaeker van D66. De heer Hoedemaeker (D66): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, voor ons ligt de laatste begroting van dit college voor 2022 en verder. Complimenten dat het college in deze moeilijke financiële tijden toch met een sluitende begroting komt.
Wie verder leest ziet echter dat hier eigenlijk harde bezuinigingen achter zitten. Harde bezuinigingen die niet direct zichtbaar zijn, omdat het vooral gaat over belangrijke investeringen en lastenverlichtingen die niet of nog niet mogelijk blijken. Het college noemt onder andere handhaving, onder andere op het gebied van woningsplitsing en verkamering, het inlopen van achterstanden in de openbare ruimte, de openbare toiletten, afschaffing van de hondenbelasting, verlagen van de leges grafrechten. Wij zouden daar graag als D66-fractie nog een aantal belangrijke investeringen aan willen toevoegen. Ten eerste investeren in het bestrijden van de energiearmoede, bijvoorbeeld via een structurele dotering aan de Stappensubsidie verduurzaming van Zaanse woningen. De huidige gasprijscrisis laat zien hoe belangrijk dit is. We moeten daarbij de slechtste huizen het eerst aanpakken samen met de corporaties, zodat minder Zaankanters letterlijk in de kou komen te zitten. Overigens worden de financieel zwakkere Zaankanters niet alleen getroffen door energiearmoede. Het college zegt in de begroting een onderzoek toe naar een Stadspas voor minima. Dat lijkt ons een goed idee, mits het niet stigmatiserend gaat werken. Ten tweede, het investeren in de eigen organisatie van de gemeente.
De zogenaamde commissie De Vries heeft goed werk geleverd met het boven water krijgen van de knelpunten die er zijn en aan de slag gaan met deze knelpunten zal volgens ons ook een financiële impact hebben. Dan cultuur. We hebben de cultuursector succesvol door de
coronacrisis geholpen en D66 is daar trots op. Een van de maatregelen was het verlagen van de leges voor kleine evenementen, wij willen die maatregel voor de komende jaren verlengen. Ten slotte moeten we ook investeren in inclusiviteit en toegankelijkheid. Als gemeente zijn we gehouden aan het VN-verdrag Handicap en dat gaat meer over dan alleen fysieke toegankelijkheid en het vraagt bij bijna alle beleidsterreinen om aandacht, ook in financiële zin. Verder overwegen wij een aantal amendementen voor wat kleinere bedragen. Voorzitter, wensen genoeg, maar de financiële situatie van de gemeente laat broodnodige extra investeringen niet toe behoudens de positieve septembercirculaire die vandaag met ons gedeeld is en die we nog eens moeten lezen. Een groot deel van het probleem ligt in de sterk schommelende en de structureel te lage rijksbijdrage vanuit het gemeentefonds. De unieke positie van Zaanstad als nabije buur van Amsterdam met alle grootstedelijke problematiek die daarbij hoort, wordt volgens ons onvoldoende onderkend in de verdeelsleutel. Bovendien is er iets mis met de trap-op trap-af systematiek. We gaan gemakkelijk trap af bij rijksbezuinigingen, maar we gaan niet trap op nu de Rijksoverheid weer veel meer geld uitgeeft. Geen taken zonder knaken is het motto van de VNG en wij blijven dit in Den Haag aan de orde brengen.
Voorzitter, aan het betrekken van de inwoners bij de gemeentelijke politiek en besluitvorming is veel aandacht besteed in de afgelopen periode. Bij projecten zoals de herinrichting Peperstraat en de Eilanden van Hain zien we dat dit nog lang niet altijd goed gaat. Op andere plekken in Zaanstad, zoals in Kogerveld, voelen de inwoners zich wel gehoord. We moeten leren van deze ervaringen en spoedig komen tot een duidelijk omschreven participatiebeleid. In de concept-Omgevingswet staat nu dat de ontwikkelaar verantwoordelijk is voor het participatietraject. Wij weten inmiddels dat dat niet werkt. Er komen nog moeilijke besluiten aan zoals de implementatie van de RES 1.0, waarbij de inwoners nadrukkelijk bij moeten worden betrokken op een goede manier. We maken ons zorgen over het gebrek van vertrouwen van onze inwoners in de politiek, maar volgens ons is het vertrouwen van de politiek in de inwoners nog veel belangrijker. Wij moeten hierbij ook oog hebben voor het vertrouwen van inwoners onderling. Sociale cohesie is een belangrijk speerpunt, zeker met het snelgroeiende inwonertal van Zaanstad. Buurtfuncties worden steeds belangrijker, er zijn gelukkig heel veel particuliere initiatieven in de samenleving en het is aan ons om deze initiatieven te faciliteren en tot bloei te laten komen. Een goede digitale informatievoorziening is daarbij cruciaal.
De zoekfunctie op de gemeentesite laat nog wel eens te wensen over. Voorzitter, de jeugdzorg blijft een ingewikkeld dossier. Wij moeten het komende jaar veel geld investeren in effectiviteit om uiteindelijk tot structureel lagere kosten te komen. Op het moment dat onze jeugd aanspraak maakt op jeugdzorg is hun situatie eigenlijk al te ver geëscaleerd. Zeker nu na corona moeten we extra aandacht besteden aan onze jeugd. Laten we samen met het onderwijs, de culturele sector en het Sportbedrijf kijken waar de krachten kunnen worden gebundeld om onze jongeren zoveel mogelijk uit de jeugdzorg te houden. Bij goed zorgen voor onze jeugd hoort ook goede huisvesting. De woningnood is hoog en D66 pleit al enige tijd voor onorthodoxe maatregelen ook voor tijdelijke woningen. We zijn trots dat we op korte termijn hebben kunnen zorgen voor vierhonderd tijdelijke opvangplekken voor asielzoekers en we hebben hiermee bewezen dat dat kan. Zet nu door. Laten we voor 16 maart 2022, dat is de dag van de verkiezingen, ten minste twintig tiny houses in Zaanstad plaatsen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Exact binnen de tijd en volgens ons ook de eerste keer dat u een bijdrage als in de Algemene Beschouwingen heeft geleverd. Wie wil erop reageren? Mijnheer Van Haasen en dan de heer Wit. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter, ik heb een vraag aan mijnheer Hoedemaeker.
Hij heeft het over dat de participatie niet werkt als een ontwikkelaar dat moet organiseren en dat dat via de Omgevingswet eigenlijk standaard gaat worden. Heeft hij een andere oplossing hiervoor om dit door de gemeente te laten organiseren en hoe wil u dat dan financieren? Dank u. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker.
De heer Hoedemaeker (D66): Ja, ik denk dat wij als gemeente heel duidelijk de regie moeten pakken op het participatietraject van dit soort grote ontwikkelingen. En zeker, zoals portefeuillehouder Krieger ook heeft gezegd in het debat over de Peperstraat, als het van dit soort ingrijpende gevallen betreft waarbij bewoners moeten verhuizen. En dat hoeft volgens ons niet heel vreselijk veel extra geld te kosten, maar het gaat er juist om dat je gewoon goede spelregels aan de voorkant implementeert, dat je ervoor zorgt dat mensen weten wat ze te wachten staat als ze aan een participatietraject meenemen, maar ook het verwachtingenmanagement goed geregeld is. En dan zul je zien dat bewoners nog lang niet altijd het eens zijn met de besluiten die uiteindelijk worden genomen, maar het gaat erom dat ze zich wel gehoord voelen. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank, voorzitter. Ook dank voor uw bijdrage. U heeft het eerder gehad over een weeffout in de Omgevingswet, en dat had te maken met inspraak participatie.
Maar gaat het niet mis omdat je als je iets uitbesteedt aan een private partij en je laat het daarna los, dat je dan zelf je regie niet meer kunt voeren? En is het dus ook niet normaal dat als je een private partij vraagt om te helpen om snelheid te maken, wat op zich ook goed is, dat je nog steeds de vinger aan de pols houdt? En dan hebben we het niet over een weeffout, of wel? Dus dat is vraag één. En u heeft het over onorthodoxe maatregelen en dat die niet genomen worden. Maar ik weet niet meer goed wat u heeft gestemd toen wij tot twee keer toe hebben gezegd, de eerste sociale, de huur van sociale woningbouw, nieuwe Zaanse sociale woningbouw, wijzen we toe aan Zaanse starters. Dat vond ik in ieder geval onorthodox. Weet u nog wat u toen gestemd heeft? De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Nou, uw eerste vraag was over de weeffout, en ik denk inderdaad dat er een weeffout zit in de concept-Omgevingswet zoals die nu besproken wordt. En die lobby voeren wij ook richting Den Haag van, daar moet gewoon echt wat aan gebeuren want je kan niet als ontwikkelaar en partij zijn in een ontwikkeling en dan ook nog de regie moeten houden op de participatie. Dus daar ligt een hele duidelijke taak van de overheid en dat moet gerepareerd worden in de Omgevingswet.
Uw tweede vraag, ik denk niet dat wij daarvoor hebben gestemd omdat wij op zich geen voorstander zijn van heel specifiek de gemeentegrenzen gesloten houden voor mensen van buitenaf door alleen Zaankanters voorrang te geven op de woningmarkt. Want dan krijg je dat Zaankanters die elders naartoe willen gaan en een sociale huurwoning willen hebben dan ook tegen worden gehouden door dezelfde soort restrictieve maatregelen. Dus daar zijn we geen voorstander van. Wat wel moet gebeuren is dat er in ieder geval op plekken in de stad, en die zijn er genoeg, waar gewoon de komende tien, vijftien jaar nog niet heel veel gebeurt qua permanente bewoning, dat we daar gewoon heel makkelijk off-grid allerlei tijdelijke dingen kunnen neerzetten zodat we in ieder geval de doorstroming van onze jeugd kunnen bevorderen richting een goede starterswoning. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank u. Dus het stimuleren van sociale woningbouw door die eerste bewoning aan te bieden aan eigen bewoners, dat vindt u al te onorthodox? De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Nou ja, dat heb, ik heb gezegd wat ik daarop gezegd heb. De voorzitter: Mijnheer Hartog.
De heer Hartog: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de, ik ben blijk met de woorden van de heer Hoedemaeker dat hij erkent dat er een weeffout zit in het participatieonderdeel van de Omgevingswet. Hij vergelijkt daarbij de participatie in de Kogerveld die wel gelukt is met een concreet project, dus die vergelijking gaat denk ik een beetje mank. Het probleem zat hem juist dat na de perspectiefnota hoort een strategienota te komen en dan kunnen de concrete projecten starten. En volgens het college was in die eerste fase van die concrete projecten alleen maar informatie nodig en geen participatie, dus daar zit ook een weeffout. Bent u het met mij eens dat die, dat invloed kunnen uitoefenen op concrete nieuwe projecten naar voren moet worden gehaald zodat mensen het gevoel hebben dat ze ook echt iets in te brengen hebben? Dat is één. Wat de onorthodoxe maatregelen betreft met tijdelijke woningen, ik ben blij dat de heer Hoedemaeker inziet dat een hek om Zaanstad zetten het probleem niet oplost. Want een grootstedelijk gebied opdelen in allerlei kleine gebiedjes lost geen enkel probleem op, dat maakt het alleen maar ingewikkelder. Maar ik heb wel een vraag over die tijdelijke woningen.
Zijn dat woningen waarbij je gewoon huurtoeslag kunt krijgen, dus vallen die in de sociale huur? Voor wie zijn ze precies bestemd? En wat gebeurt er dan als die tijdelijke huur opgezegd moet worden, hoe ziet u dan die doorstroming? De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker en daarna de heer Mattens. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, ik zit even, en dat is een lang verhaal, dus ik zit even te kijken. Eerst ging het over de participatie. Ja, alleen informatie verstrekken is inderdaad wat karig als dan vervolgens je medegedeeld wordt dat je in ieder geval op termijn je huis moet verlaten, dus daar ben ik het met de heer Hartog eens. Daar kan ruimhartiger informatie-uitwisseling zou daar moeten plaatsvinden, dus dat is inderdaad een gemiste kans geweest. Overigens is de kwestie Poelen… of Peperstraat bedoel ik, is een lastige omdat de herinrichting van de Peperstraat zo’n beetje randvoorwaardelijk is voor de financiering van de hele herinrichting van Centrum Oost. Dus die plannen waren wat, zijn wat versneld en wat eerder in de uitvoering terechtgekomen dan de rest van de ontwikkeling van Centrum Oost. Maar ik ben met de heer Hartog eens dat dat onvoldoende met de bewoners gecommuniceerd is en dat dat heel veel beter had gemogen. Dan, ja misschien laat ik eerst wat andere … Anders ben ik hem weer kwijt straks.
De heer Hartog: Nou, ik wil even nu op dit punt, want … De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog: Dank u wel, voorzitter. Want u dreigt nu weer dezelfde fout te maken door het alleen maar over communicatie te hebben, terwijl het juist zo belangrijk is om in die eerste fase werkelijk inspraak te kunnen hebben zodat die plannen nog gewijzigd kunnen worden. Bent u het daarmee eens? De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, waar ik zeg communicatie bedoel ik natuurlijk twee richtingen communicatie, dat sowieso. En dat er uiteindelijk een besluit valt wat voor heel Zaanstad een goed besluit is. En misschien niet per se voor de inwoners die het aangaat, dat is vers twee, dat is, het is ook niet zo dat als je participeert als inwoner dat je altijd gelijk moet krijgen, maar je moet wel inderdaad je ideeën hebben kunnen aandragen en je moet ook wel het gevoel kunnen hebben dat daar ook wat mee gedaan is. En als daar niets mee gedaan wordt, dan moet dat goed uitgelegd worden en goed beargumenteerd worden. Dus dat ben ik helemaal met de heer Hartog eens. Dan over de tiny houses zoals we die voorzien. De bouwkosten van dat soort dingen zijn niet heel erg vreselijk hoog, het zijn echt hele kleine modulaire units. Dus de huurprijzen, als het al verhuurd zou moeten worden, zullen navenant laag kunnen zijn, ook omdat je niet specifiek de grond in eigendom hoeft
te hebben voor om iets neer te zetten. Dat zou je ook kunnen verpachten eventjes op een bepaalde manier, en dat zijn geen grote oppervlakten. En zo’n tiny house kan dan inderdaad, als de persoon doorgestroomd is kan dan weer snel daar gebruikt worden of kan op een andere plek neergezet worden op moment dat er permanente woningbouw mogelijk gaat zijn. Dus het is een extra schil, een flexibele schil, voor onze woningmarkt die je gewoon op die manier in kan zetten. De voorzitter: Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Ja een korte vraag aan de heer Hoedemaeker. Ik hoor u over structurele dotering aan de Stappensubsidie. Nou is de teneur, er is geen geld dus dat zal wel moeilijk zijn. Maar ik vraag me af, is dit de wens van D66 of komt u hiermee ook met een amendement op de begroting? De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Nou, zoals ik in mijn bijdrage heb gezegd hebben we net een paar uur geleden de septembercirculaire gekregen en daar zit misschien wel wat ruimte, als ik dat eerst de lezing heb. Dus dat zou kunnen dat we daar met een amendement op komen ja. De voorzitter: Nog anderen? Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, als er dan toch niemand anders was nog een korte vraag aan mijnheer Hoedemaeker, want u pleitte voor het structureel laag houden van de leges voor kleine, vooral culturele evenementen.
Dan vraag ik mij af, eigenlijk zouden wij twee jaar geleden een bezuiniging doorvoeren op de cultuursubsidies door een paar jaar niet te indexeren. Zou u bereid zijn om die leges laag te houden door die niet-indexatie alsnog in te voeren, zodat de grote culturele instellingen eigenlijk de kleine instellingen daarmee zouden helpen? Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, daarmee insinueert u eigenlijk dat de grote cultuurinstellingen op dit moment ruim in hun budgetten zitten. En, nou, ze staan niet op omvallen maar dat ze het echt heel breed hebben dat is denk ik lastig. Dus dat zou ik even goed moeten narekenen en dan zou ik heel concreet moeten zien om hoeveel geld het dan gaat en of dat gedragen kan worden. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we door met DZ en daarna POV en CDA. Mevrouw Rot heeft het woord. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel. Voorzitter, de afgelopen negentien jaar heeft Democratisch Zaanstad zaken naar voren gebracht waarvan wij zagen dat die speelden en van belang waren in onze gemeente. Volgend jaar vieren we ons jubileum, dat zowel confronterende aspecten kent in positieve als in negatieve zin in. Positief is ons bestaansrecht, waarvoor wij elke supporter, ambassadeur, stille kracht, informant, flyerbezorger, et cetera, in de loop der jaren en ook nu ontzettend dankbaar zijn.
Kennis en expertise die zich niet uit laat drukken in geld en belang. Negatief omdat er zo weinig veranderd is. Niet omdat wij niet willen, nee, omdat politiek gaat over eten of gegeten worden. Over, jij bent aardig en jij niet. Je bent te principieel, je toon verkeerd. Ik ken jou niet en o ja, Aart Molenaar. De man die politiek niet als een spelletje zag streed in al zijn oprechtheid voor dat wat hij zag als rechtvaardig. Soms hoekig, tegen beter weten in en op het laatst met de verkeerde toon. Maar hemel, hij kan niet uitgewist worden en zijn daden eveneens niet. Mevrouw Boom, na de verkiezingen ingehuurd als verkenner, beeldde het destijds zo mooi uit. De gekke man die opstond om in
zijn eentje in een heel groot veld te dansen op muziek. Dat is Democratisch Zaanstad, hield zij u voor. U vindt hen moeilijk, ongrijpbaar, een beetje eng. Maar zij zijn u in sommige opzichten ver op voor. En als u niet volgt zult u worden ingehaald door hen, de tijd, uw inwoners, aldus oud-burgemeester van Amsterdam, Cohen. En om dat laatste gaat het, ook al vergeten de meeste mensen in deze zaal dat vaak. Volgens Ipsos heeft 61 procent van de mensen weinig of heel weinig vertrouwen in de landelijke politiek. Wij vragen ons af of dat hier in Zaanstad anders is. Ook in Zaanstad gaat het vaak niet om wat de inwoners willen dat wij met hun belastinggeld doen, maar om eigen agenda’s. Bij de laatste gesprekken over de nieuwe coalitie nadat de laatste gesneuveld was, ging het over, wie doet het met wie? Jos, Juliëtte, wie van jullie wordt er wethouder? We keken elkaar verbijsterd aan. Naïef verkerend in de veronderstelling dat het eerst zou gaan, excuses, over inhoud. Wat een beginnersfout en dat na negentien jaar. Volgend jaar is ons jubileum. Twintig jaar op een zelfgekozen pad. Verandering door daadkracht, voorstellen beoordelen op de inhoud, niet op hun herkomst. Geen Aart Molenaar, geen Jos Kerkhoven en geen Juliëtte Rot. De inhoud.
Want wat als de spelers en hun woorden verdwijnen uit het politieke spel en hun daden overblijven? Welke keuze maakt u dan als zittende macht? Valt er dan nog wat te kiezen of zult u uiteindelijk gedwongen worden om de keuzes van u en onze inwoners gestand te doen staan, uit te voeren, volksvertegenwoordiger te zijn in de letterlijke zin des woords? En hoe vallen verkiezingen dan uit? Is uw macht dan nog in beeld? Onze Algemene Beschouwingen richten zich dit keer niet als goed gebruik naar uw agenda die aan ons is voorgelegd. Democratisch Zaanstad kiest ervoor om twee voorstellen in te dienen waarvan wij denken dat deze bij kunnen dragen aan herstel van vertrouwen in de lokale overheid. Het eerste is een motie die vraagt om een raadsenquête naar de veiligheid ten aanzien van de stortplaats Nauerna. Het tweede is eveneens een objectief onderzoek naar het tot nu toe gevoerde beleid omtrent de omzetting van erfpacht naar vol eigendom. Voor beide onderzoeken hebben wij financiële dekking gevonden. Want zoals zo vaak worden voorstellen afgewezen op basis van het argument geld. Maar voor uw agenda is altijd geld. Aangezien het geld dat u uitgeeft geld is van onze inwoners van onze gemeente en ons land, moet niet uw agenda leidend zijn maar hun agenda. U en ik zijn ingehuurd door deze zelfde inwoners.
Om goed te doen met hun geld, om uit te voeren wat zij wensen, het is tenslotte hun belastinggeld. Zij hebben de leiding, zij kiezen ons. Wij hopen met de aankomende verkiezingen het credo, wij weten wat goed voor u is, letterlijk en figuurlijk uit te bannen. Daar gaan we voor, dat is onze agenda. En die van u? De voorzitter: Dank u wel. Wie wil daarop reageren? Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Nou, meteen maar even op die laatste vraag, wat is onze agenda? Daar hebben wij een heel uitgebreid ledenbestand voor in Zaanstad, en onze agenda wordt daardoor mede bepaald. En u lijkt een soort twijfel te trekken over het democratisch gehalte binnen ander partijen, of dat zij landelijk zijn en niet gemeentelijk georiënteerd. Dat zijn allemaal mensen die in Zaanstad wonen die daar bij ons over meedenken, en die ook hun wensen hebben en die aan ons kenbaar maken. En die schrijven wij dan op en daar gaan we mee aan de slag. Dus volgens mij is dat een heel mooi proces wat helemaal niet in de weg staat van wat u net zegt. En dat punt over die vraag van die wethouder, dat heb ik echt hele andere herinneringen aan. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank u. Ja, ik probeer eruit te halen, want als u, zegt u dat de politiek meer dienstbaar moet worden aan de samenleving? Want daar kan ik me honderd procent in vinden, ja.
De voorzitter: Mevrouw Rot, wilde u daarop reageren, op beide reacties? Mevrouw Rot (DZ): Ja, dat heeft mijnheer Wit goed, voorzitter.
De voorzitter: Nog andere reacties op de bijdrage van mevrouw Rot? Nee? Dan gaan wij door naar de POV, daarna het CDA en daarna GroenLinks. Mijnheer Van der Laan heeft het woord. De heer Van der Laan (POV): Ja, dank u wel, voorzitter. De laatste beschouwingen van een raadsperiode vanavond. Altijd wel een mijlpaal. Want volgend jaar, voorzitter, zit hier een nieuw college en dat is maar goed ook. Want als het aan dit college ligt rijden er behalve elektrisch geen auto’s meer in dorpen, kan je nergens meer parkeren, heeft iedereen een moestuin op zijn dak, fietsen we allemaal met een verlengsnoer in onze fietstas op een elektrische fiets naar het werk, het liefst buiten Zaanstad, want de florerende bedrijven zijn de stad uitgejaagd, en kan je niet meer normaal op de stoep lopen door de oplaadkabels, de laadpalen en rolcontainers. Er groeit prei en bloemkool op de zo geroemde geveltuinen en we knagen de hele dag op rabarber en selderijstengels omdat vlees zielig is. We wippen niet meer thuis met onze partner, maar we wippen alleen nog maar tegels, want dan kan daar een plantje in. Gezellig. Als het aan dit college ligt zijn alle ouderen en inwoners met een beperking vereenzaamd, kunnen en mogen ze niet meer meedoen aan de maatschappij omdat het openbaar vervoer is wegbezuinigd. Ze kunnen elkaar niet meer ontmoeten omdat alle voorzieningen in de wijken zijn verdwenen.
Lekker even winkelgebieden in gaan ze ook al niet meer, want stel dat je moet plassen, dan ben je de sjaak. De openbare toiletten zijn wegbezuinigd en voor rolstoelers en visueel beperkten is het winkelen bijna onmogelijk. Maar ja, die zijn lastig. Aanpassingen kosten geld, en dat kan te gek ook. Pinnen kunnen onze inwoners straks ook niet meer, want dat is zo 1980. En autorijden is met 2,10 euro voor een liter benzine zo goed als niet meer haalbaar. Als het aan dit college ligt zitten met de huidige gasprijzen onze gepensioneerden en Zaanse inwoners met een laag inkomen of uitkering met een dekentje voor het houtvuur dat ze in de kamer hebben aangestoken met de keukendeurtjes en de servieskast van tante Annie, omdat ze niet 40 tot 50.000 euro hebben om van het gas af te gaan en betalen ze zich blauw aan elektra omdat zonnepanelen de investering niet terugverdienen. Voor sommigen is de energierekening zelfs al verdubbeld en de tweedeling tussen arm en rijk is een nog groter feit, het is verbijsterend. Als het aan dit college ligt staat heel Zaanstad vol met windmolens en kunnen bedrijven zich hier niet meer vestigen omdat er geen mogelijkheid is om op stroom aangesloten te worden. Er worden geen panden meer vernieuwd en geen nieuwbouw meer gepleegd omdat alles beeldbepalend is geworden.
En Zaanstad heeft in plaats van de Omgevingswet een alomvattend voorbereidingsbesluit en is de wachtlijst voor een woning opgelopen naar dertig jaar, omdat we niet vierduizend woningen bouwen in vier jaar, maar zelfs nog geen duizend. Maar voorzitter, laat ik mijn bijdrage positief beginnen. De afgelopen vier jaar hebben we als Partij voor Ouderen en Veiligheid toch wel wat bereikt. Dank voor de steun en samenwerking aan, zoals we het al vaker gezegd hebben, toch wel coalitie als oppositie in alle onderwerpen. Want wat hebben we binnengehaald? Om te beginnen natuurlijk het niet doorgaan van het Cultuurcluster, het preventief fouilleren, visueel gehandicapten kunnen zelfstandig stemmen, de uitvoering van het verdrag voor de gehandicapte mens, een onderzoek naar een coffeeshop in de Noord, bestuurlijke boetes voor de ouders van een kind met een mes, de belbus in Westzaan, een taxiplaats voor de Dam en het station, twee extra invalideparkeerplaatsen bij het Zaantheater, een openbaar toilet bij de Hempont, een overdekte wachtruimte bij de Hempont, een betere begeleiding van ex-gedetineerden naar werk, een aanpak van Surant in het Veldpark, het breder trekken van Pact Poelenburg, Babbels Live heeft een plek gekregen in Groen Waterrijk, en de sportschool Westerkoog, wethouder, die blijft volgens mij in die wijk.
Maar we willen wel de Zaankanters attenderen dat stemmen op partijen in dit college ook consequenties heeft. Zo wordt even stiekem de gft-route afgeschaft, want die is te duur. Kosten, 160.000 euro. Krijgen Zaankanters dan een vermindering op deze belasting? Nee, voorzitter. Het geld wat hiermee vrijkomt wordt ingezet op het gebied van afvalinzameling in Poelenburg Peldersveld, de kosten zijn 173.000 euro. Nog meer geld naar Poelenburg, het is wederom een bodemloze put geworden. Heel Zaanstad moet de zomerroute inleveren omdat er extra inzet op afvalinzameling in Poelenburg Peldersveld komt. Het is toch niet uit te leggen. Daarom adviseren we met de verkiezingen in 2022 om op de Partij voor Ouderen en Veiligheid te
stemmen, want dan kan dit teruggedraaid worden. Dan gaan de gemeentebelastingen omlaag waar het kan en zal de hondenbelasting definitief verdwijnen, want ook dat is dit college na vier jaar opnieuw niet gelukt maar worden er wel miljoenen aan onzinnige subsidies verstrekt. Er is dit college veel niet gelukt en de volgende periode gaan we proberen dat wel te realiseren. Even wat op een rijtje, de voorrangsregeling voor statushouders op een sociale huurwoning afschaffen, de blauwe zones blijven en parkeren in Wormerveer op bijvoorbeeld het Marktplein blijft gratis, de vrouwen voelen zich veilig op straat omdat de openbare ruimte veilig is, en niet zoals nu veel donkere plekken, straatverlichting werkt. Ik ben bijna klaar, voorzitter. Er komen bewakingscamera’s bij alle NS-stations en de bestaande camera’s die we hebben worden vernieuwd, we bouwen voldoende woningen voor jongeren en ouderen, de ouderen stromen door naar knarrenhofjes of Thuishuis, en capaciteit voor handhaving en politie zodat ze veel meer zichtbaar worden op straat, Zaankanters met een beperking moeten zelf mee kunnen doen, die kunnen dat dan ook. En daarom 16 maart, Partij voor Ouderen en Veiligheid, want wij houden ons wel bezig met Zaankanters, wij zijn wel betrokken. Altijd, niet alleen als er verkiezingen zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Onclin en dan de heer Wit.
Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, ik heb wel een vraag voor mijnheer Van der Laan, want begrijp ik goed dat de POV dus ook bereid is om bestuursverantwoordelijkheid te nemen en deel te nemen aan een volgend college? De heer Van der Laan (POV): Nou, voorzitter … De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): … dat zijn we wel. Als het gaat over wat mevrouw Rot net zegt, als het gaat over de inhoud en als het niet gaat over de toon. Dus als we daar een compromis in kunnen vinden. Ik heb vorige keer met de onderhandelingen bijna vier uur met mijn broek op mijn enkels gezeten en dat ga ik niet meer doen. Dus ik kan u vertellen, als we er op een goede manier zaken in kunnen doen, nou, dan vindt u ons zeker aan uw zijde en we zullen zeker constructief zijn. Dus het antwoord is volmondig ja. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank, voorzitter. Nou, ik zou bijna benieuwd zijn hoe dat gaat worden. Maar u bent ook van de veiligheid en u praat over statushouders alsof het tweederangsburgers zijn, maar het zijn mensen die zijn gevlucht voor hun leven, was niet zeker. En wij zijn een beschaafd land waarin we dat soort mensen plaats bieden zolang het nodig is. Onveilige gebieden, die mensen zijn welkom. En u zegt, ja, die tellen eigenlijk niet mee.
Dus als u verantwoordelijkheid wil nemen, hoe ziet u dat in de volgende periode met statushouders? Wilt u dat nog een keer toelichten? De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, ik roep al twaalf jaar dat luisteren in deze zaal gewoon echt een expertise moet worden. Ik zal u de tekst van mijn betoog doorsturen en daar ziet u nergens dat ik zeg dat vluchtelingen tweederangsburgers zijn. U doet nu hetzelfde als wat er elke keer gebeurt, een soort van kaart opsteken. Het enige wat wij zeggen is dat we moeten stoppen met die voorrang. Wij vinden dat je op een andere manier daarmee om moet gaan. En dat is een mening die u misschien niet deelt, maar wij zitten daar wel zo in. En daar kan je volgens mij prima over overleggen, want volgens mij was de VVD samen met ons
voorstander van het afschaffen van de voorrangsregeling, en daar zit u keurig mee in een kabinet. Dus ik begrijp niet waarom u die vraag dan aan mij stelt en denkt dat ik dat niet zou kunnen. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, kijk het gaat, het probleem is niet de statushouder, het probleem is dat er geen huisvesting voor ze is. Want als er genoeg was, was uw hele verhaal ging niet op. Dus ik, daarom zeg ik ook, het zijn tweederangsburgers als wij het probleem in de schoenen schuiven van de statushouders. Het probleem ligt aan ons dat wij jarenlang geen woningen hebben gebouwd. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, ik ga nog een keer zeggen dat luisteren heel ingewikkeld is in deze zaal. Ik heb daarnet een hele sterke bijdrage over gedaan richting mevrouw Mathkor. Het zou hier gewoon sieren dat mensen een keer roepen dat we niet heel Zaanstad kunnen vullen met statushouders. En dat, je moet ook een verantwoordelijkheid nemen op een normale manier die mensen te kunnen huisvesten, maar je hebt ook een verantwoordelijkheid om je eigen inwoners te huisvesten. En daar gaat u nog wel eens aan voorbij. De voorzitter: Mijnheer … De heer Van der Laan (POV): Dat is jammer, want dat doet u in Den Haag ook. Dat zou u niet moeten doen.
De voorzitter: Op dit onderwerp nog reacties van mevrouw Neefjes, de heer Mattens en mevrouw De Boer denk ik op dit onderwerp. Klopt dat? Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, in ieder geval even in reactie op uw betoog. Eigenlijk twee dingen. Aan de ene kant zegt u dat het moeilijker, door dit college zegt u, het wordt moeilijker dat mensen elkaar gaan ontmoeten. Terwijl ik eigenlijk denk dat we juist in de afgelopen periode juist voor voorzieningen extra aandacht hebben gevraagd, vooral bij nieuwe projecten. Dus hoe ziet u dat dan? En het andere vind ik, als u ontmoeting juist zo belangrijk vindt, waarom wilt u dan heel veel onzinnige subsidies afschaffen? Want ik denk dat er heel veel subsidies, dat u dan denkt aan cultuursubsidies, maar dat zijn ook juist de plekken waar ook mensen en ook veel ouderen elkaar kunnen ontmoeten. Hoe ziet u dat dan? De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, wij roepen al vanaf het begin dat wij in deze gemeenteraad zijn gekomen in 2010, volgend jaar twaalf jaar zitten we hier, dat buurthuizen wat ons betreft niet particulier hadden moeten worden gezet. Die hadden gewoon door ons als gemeenteraad gefaciliteerd moeten worden. Dat heeft u samen met uw college in al die jaren wegbezuinigd.
U heeft niet alleen dat wegbezuinigd, we zien nu ook dat sport, een sportschool in Westerkoog door een besluit wat nu genomen wordt in die nieuwbouw waarschijnlijk niet terug gaat komen, ondanks een motie die is aangenomen. Dat heeft uw college gedaan. Dus ik heb, wij hebben daar diverse voorstellen over gedaan. Misschien is het collectieve geheugen wat minder. Wij zijn altijd voor die verbinding geweest en wij vinden dat we als gemeente een enorme verantwoordelijkheid daarin hebben. En die mening delen wij niet, want u heeft ze wegbezuinigd.
Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, u geeft geen antwoord op mijn vraag over die cultuursubsidies, dat vind ik jammer. En ik wil eigenlijk zeggen of het nou particuliere buurthuizen zijn of ze zijn gesubsidieerd, ze krijgen een ondersteuning vanuit de gemeente, en het is ons juist gelukt om al die buurthuizen juist overeind te houden. Dus ik zie uw bezwaar niet. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, terug in het verleden hadden we Welsaen en Welsaen die had al die buurthuizen. Wij hebben buurt… dat hebben wij altijd betaald. Miljoenen gingen erheen. Volgens mij zelfs tien miljoen per jaar ging er naar Welsaen, daar hebben ze dat van gekocht. En dat hebben we failliet laten gaan, Welsaen, een welzijnsorganisatie die alles deed, jongerenwerk, kinderwerk, de hele rataplan. En toen konden we als sigaar uit eigen doos konden we die dingen terugkopen, ja? U weet zelf wel, volgens mij heeft de kerk ook zo’n ding teruggekocht voor een appel en een ei. Dat is hoe we omgegaan zijn met al die faciliteiten. En de vraag op uw subsidies op cultuur, is het antwoord, ja, daar willen wij best nog eens een keer goed naar kijken, want er zitten enorm veel onzinnige en hoge subsidies bij.
En het is ook hoog tijd dat de cultuursector, een zachte sector, ook eens een keer veel meer bij gaat dragen om zijn eigen broek op te houden in plaats van de hele dag achterover zitten tot er geld in de ruif wordt gegooid. De voorzitter: Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ik hoor u het college een heel aantal groene pluimen in de kont steken en eigenlijk verbaast dat mij enigszins wel omdat het gros van die verduurzamingsmaatregelen waar u het over heeft, ja, daar is nog geen één procent van dit college helaas door uitgevoerd. Dat is één punt. Een tweede, en dat is eigenlijk een meer relevant punt, u noemt ouderen en mensen met een kleine beurs die de boekenkast van tante Annie moeten opstoken om nog warmte in huis te hebben. Bent u dan niet ook voorstander ervan dat wij als Zaanstad veel meer gaan kijken en gaan helpen, ook financieel, om deze mensen, die ouderen en die mensen met die kleine beurs, om van het gas af te gaan gegeven ook juist die enorme energiearmoede die nu ontstaat? De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, dat zou ik wel willen maar de meeste mensen met een kleine beurs wonen in een corporatiewoning. Dus die zijn afhankelijk van de investeringen die gedaan worden door hun woningcorporatie en niet door het geld wat ze er zelf in steken.
Ik zou ook wel gek zijn dat ik als ik in een corporatiewoning zit, dat ik de eigen, hoe heet het, isolatie van mijn woning ga betalen. Nee, daar zou dit college gewoon veel meer in moeten steken om te zorgen dat dat gebeurt. Want de mensen die nu zo meteen de dupe worden van die warmtearmoede, van de energiearmoede, die nu ondertussen al soms een rekening van 250 euro per maand op zien lopen naar 500, er zijn zelfs al gasbedrijven omgevallen, dat daar veel meer op ingestoken wordt. Dus uw vraag of we daar mee moeten helpen met inwoners is totaal irrelevant, want die wonen in een woning waar ze niets over te vertellen hebben. De voorzitter: Mevrouw De Boer en dan de heer Tuijn. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, dat eigenlijk nog weer even terugkomen op het debatje wat eerder even plaatsvond ook tussen de heet Wit en de heer Van der Laan over die vergunninghouders, statushouders. Want u draait het elke keer in het frame dat dat dan, dat wij dan zeggen, dat zijn tweederangsburgers. Maar wat u doet is dat u zegt, onze Zaankanter is een tweederangsburgers door
te ontkennen dat het wel degelijk een probleem is. Als er nu 1200 asielaanvragen per week zijn, 27.000 huishoudens zijn er nodig. Er staat op de druk op die vastgelopen woningmarkt brengt dit dus nog een extra druk op met zich mee. En wij hebben het eigenlijk altijd over onorthodoxe maatregelen, maar het enige wat we hier vragen, erken een keer dat het inderdaad een enorme druk is en dat onze eigen inwoners daar ook de dupe van zijn. Dus doe nou niet alsof het tweederangsburgers zijn, nee, je hebt ook voor je eigen inwoners te zorgen. En ik hoop dat in ieder geval het CDA dat dan ook in wil zien, want u legt nu een frame op waardoor u het probleem ontkent en dat vind ik heel erg jammer. En misschien heel even aanvullend op die energiearmoede, want ik ben het helemaal eens met wat de heer Van der Laan erover zegt, maar het wordt wel echt heel erg uit zijn verband getrokken. En als u zegt dat de overheid kan daar echt veel meer aan doen, want het is natuurlijk te gek voor woorden dat je een contract afgesloten hebt met een energieleverancier, maar dat is allemaal niks meer waard. De een valt om na de ander omdat wij, en dat erkennen allerlei onderzoekers, de enorme druk opleggen dat het van het gas af moet en het moet allemaal versneld moeten die klimaatdoelstellingen gerealiseerd worden. De voorzitter: Punt. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): En dat is echt de doelstelling daarvan.
De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Die vluchtelingen komen nu steeds terug, en als je kijkt naar 2018 en 2019 waren dat iets meer dan vijftig woningen die door Zaanstad ter beschikking zijn gesteld. Dat zijn woningen, daar ben ik het mee eens, maar er wordt hier echt gedaan alsof de hele wachtlijstproblematiek bij wijze van spreken door deze mensen komt en ik vind dat treurig. Maar ik had eerder mijn hand opgestoken omdat ik eigenlijk wilde zeggen, je moet een cabaretier nooit tegenspreken. En zo vond ik de heer Van der Laan zijn betoog eigenlijk wel, ik vond het erg vermakelijk. U werd daarna heel serieus bij de beantwoording, dus toen dacht ik, oe, dat … Ja. Maar het was ook wel een betoog waarvan ik dacht van, zoek een paar foutjes. De halte Hempont die was van die heer daar. Die was van Geert Rijken. Daar heeft u misschien aan meegedaan maar, en zo zaten er wel meer dingen aan die u niet alleen gerealiseerd heeft, dus dat vind ik wel jammer dat u dat allemaal naar u toe trekt. Dat was eigenlijk het enige kritiekpuntje, want verder vond ik het gewoon hilarisch en denk ik precies wat ik zei. Stem … De voorzitter: Het laatste woord is aan mijnheer Van der Laan. De heer Tuijn (PvdA): Stem op een cabaretier klinkt vreemd. De voorzitter: Het laatste woord is aan mijnheer Van der Laan als hij nog wil reageren.
De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, ik heb keurig in mijn zin gezegd, dank ook voor de steun en samenwerking met alle partijen. En ik heb er een aantal dingen uitgehaald die heel belangrijk waren voor ons, want ook de inzet op het Veldpark hebben we samen gedaan. Als u het prettig vindt dat ik volgende keer dat er allemaal bij noem, dan hoop ik dat we in het presidium kunnen bespreken dat ik tien minuten krijg in de volgende Algemene Beschouwingen. De voorzitter: Goed. Wij zijn door de tijd, dus we gaan door naar het CDA, daarna GroenLinks, ChristenUnie, PVV. CDA, mijnheer Wit heeft het woord.
De heer Wit (CDA): Ja, dank u, voorzitter. Voorzitter, de gemeenteraad, de accountant en de provincie NoordHolland keuren jaarlijks een Zaanse begroting goed. Een compliment waard, want een huishoudboekje van zeshonderd miljoen op orde houden is niet makkelijk. En willen jullie daar even stil zijn alsjeblieft? Dank je. Op papier functioneert de gemeente Zaanstad goed. Het is belangrijk om te kiezen voor zekerheid en stabiliteit, geeft het college aan. Klopt, maar 240 pagina’s tekst kunnen niet voorkomen dat menselijke drama’s en onlogische zaken kunnen voortduren. Want keuren wij als raad met deze en eerdere begrotingen ook goed dat de wachttijd voor Zaanse starters op de woningmarkt lange tijd al meer dan tien jaar is, overlast zoals in het Veldpark al dertien jaar mag voortwoekeren, nieuwbouwplannen zoals op het Zaaneiland zonder participatie in een buurt worden gedropt? Keuren wij ook goed dat zwaar bouwverkeer dwars door Krommenie wordt gepland, terwijl de bouwlocatie aan een provinciale weg ligt. En dat Westzaan zomaar haar ov-verbinding kwijt kon raken. Of dat een belasting wordt ingevoerd die Zaanse ondernemers een administratieve last en een concurrentienadeel bezorgt en bovendien meer kost dan het oplevert. Of dat wij Zaanse inwoners al decennialang wijsmaken dat hun verkeers-, gezondheids- en milieudrama in de buurt wordt opgelost door die A9 en die A8 te verbinden.
Of dat woningbouw op het Jacob Visterrein plotseling wordt geblokkeerd door de provincie Noord-Holland die daarmee ingrijpt in de autonomie van ons Zaans gemeentebestuur. En keuren wij goed dat de handhaving op verkamering nog steeds niet plaatsvindt, terwijl een inspreker uit Westerwatering ons bijna twee jaar geleden smeekte om in te grijpen. Natuurlijk keuren wij dat soort zaken niet goed met deze begroting, maar wij keuren ze ook niet af. Moeten we dan niet gewoon eerlijk zijn en zeggen, het spijt ons maar uw overlast gaan we de komende tien jaar niet oplossen. Of hadden we tegen jongeren moeten zeggen, wees maar heel lief voor je ouders want de komende twaalf jaar is er voor jou geen woning. Of, sorry, we doen niet meer aan participatie, ga maar naar de rechter als je het er niet mee eens bent. Nee, dat willen we ook niet. En toch lijkt het gemeentebestuur, waar ik deel van uitmaak, soms een eiland in de samenleving. Gevoel voor de leefwereld, logica en de menselijke maat lijken dan te ontbreken. Ik word regelmatig benaderd door Zaanse inwoners en ondernemers en dan kan ik tot mijn frustratie en ongemak het gebrek aan dienstbaarheid, daadkracht en logische keuzes van de gemeente niet altijd verklaren. Dan denk ik dat het geen wonder is dat de kloof tussen burgers en overheid zo groot is geworden.
Voorzitter, de leden van de CDA-fractie vinden het een eer om de Zaanse samenleving te mogen dienen. En als er één partij is die terechte lessen heeft moeten trekken uit de afgelopen periode zijn wij dat wel. En ja, soms moet er iets pijnlijks gebeuren om jezelf te verbeteren. En als de CDA-fractie zijn we daarom teruggegaan naar de basis van de politiek. En dan is onze conclusie dat wij als politici dienstbaar moeten zijn aan de samenleving. Politici, wij politici zijn er voor het welzijn van alle Zaanse inwoners en ondernemers, voor grote en kleine zaken. En naast dienstbaarheid horen bij goed politiek handwerk ook duidelijkheid, draagvlak en daadkracht. Vanavond noemen wij één voorbeeld van de probleemgerichte, daadkrachtige aanpak die het CDA Zaanstad voor ogen heeft, mochten wij in de volgende raad verder kunnen. Wij gaan de komende vier jaar alle actief zoekende Zaanse starters woonruimte aanbieden. Hierbij staat het CDA Zaanstad voor een betrouwbaar ja en een duidelijk nee. Wij gaan daarvoor. Voorzitter, terug naar de begroting. Tijdens de raadsvergadering van 9 november aanstaande vraagt het CDA aandacht voor handhaving op verkamering en voor een oplossing voor de overlast in het Veldpark, beide voor actie op korte termijn. Maar ook voor een passende oplossing voor de op drift geraakte Zaanse watersportvereniging Bruynzeel. Ook zij verdienen onze aandacht.
In feite zijn zij vergelijkbaar met een huurder die moet wijken voor sloop, daar hoort een sociaal plan bij. Dank voor de aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van der Laan, dan de heer Hartog. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, mooi dat je teruggaat naar je kern als partij om te kijken waar het eigenlijk begonnen is hè, dat zouden meer partijen moeten doen. Maar ik heb wel een vraag, want u volgt
natuurlijk ook de landelijke politiek hier in deze stad, daar gaat u achteraan. En wij waren eigenlijk wel blij dat er toch wel een beetje een principiële partij zat in Den Haag die zich ook druk maakt om onze boeren, niet uitkopen en geen gedoe. En vandaag komt het bericht naar buiten dat u toch terug bent gegaan naar de eigenlijke oorsprong, en dat noemde mijn collega in Wormerland altijd draaikonterij, dat u vandaag er helemaal niet tegenop kijkt om boeren verplicht te gaan onteigenen. Wat moeten de boeren hier in Zaanstad denken van een partij die zich zo opstelt die na een periode van twee jaar zegt, ja, dat gaan we toch maar wel doen want we willen zo graag regeren? De voorzitter: Mijnheer … De heer Van der Laan (POV): Kunnen die Zaanse boeren dat ook verwachten, dat u ze verplicht gaat onteigenen? De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, daar ziet u het verschil tussen een landelijke en een lokale partij, want wij hebben daar wel, ik trek daar een principiële lijn. Ik ben altijd tegen onteigenen geweest. Ik vind, dat hoort in andere landen thuis die wij eigenlijk niet graag willen zien, maar ik vind dat dat hier niet thuishoort. Dus wat mij betreft is daar het laatste woord niet over gesproken. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog: Ja, dank u wel, voorzitter. Wat een prachtig verhaal van het CDA, dat is bijna te mooi om waar te zijn.
En precies daar knelt het ook, want de heer Wit heeft het over het creëren van illusies die niet waargemaakt worden, zoals de A8-A9. Nu is de A8-A9 doortrekken zelf de grootste illusie die je maar kan bedenken, want dat is in strijd met allerlei milieuwetgeving. Dus door daaraan vast te houden blijf je een illusie creëren. Een andere illusie die de heer Wit creëert is om in de komende vier jaar voor alle starters een woning te bouwen. Ik zou dat graag willen, maar u hebt gezien en gehoord hoe het de afgelopen vier jaar is gegaan. De heer Pauw heeft daar voorbeelden van genoemd. Dat is een illusie, mijnheer Wit. U biedt de kiezers gebakken lucht. Dus u bent zelf degene die illusies creëert. De voorzitter: De heer Pauw wil daar ook op reageren en de heer Van der Laan, en dan krijgt de heer Wit weer het woord. Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, de heer Hartog die kaapte hem eigenlijk voor me weg, want ik had ook wel vragen aan de heer Wit hoe dat nou precies zit, voor iedere woningzoekende een huurwoning te gaan regelen? Dan ga… Ik kreeg de indruk dat hij dat persoonlijk allemaal gaat doen. Dus ik dacht van, nou, daar ga ik even nadere toelichting over vragen want het CDA, ja, er kan een Messias tussen zitten, je weet het nooit. Ik ben erg benieuwd.
De voorzitter: De heer Wit reageert op deze twee bijdrages, daarna zag ik in ieder geval nog handen van de heer Van der Laan, de heer Van Haasen en mevrouw De Boer en de heer Mattens. Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, kijk als de Messias is iemand die hulpeloze mensen hoop biedt en gaat voor degenen die vertrapt worden, nou dan voel ik me wel geroepen om die titel te nemen. Maar, dus bedankt, bedankt voor het compliment. En kijk, ik heb dit niet zomaar gezegd natuurlijk, die, en we hebben het over alle Zaanse actieve starters hè. En ik wist dat deze reacties zouden komen en dat vind ik het bizarre, want er komen
reacties, hoe ga je dat doen, je bent Jezus niet, of er is geen geld voor. Ik denk dat onze jongeren, die hebben meervoudige problematiek in de sociale, op psychosociale zorg, leen, ze moeten zicht kapot lenen om te kunnen studeren, ze moeten iedere dag op straat op hun hoede zijn om misschien geweld tegen te komen. Die generatie die verdient de komende vier jaar een woning, en ik ga me daar hard voor maken. En ik loop niet weg voor, dat kan niet en dat doen we niet, er is geen geld voor. Wij gaan dat eens doorbreken en we gaan eens die jongeren laten zien, en zo zijn er nog meer groepen, die wij gaan laten zien, jullie zorg is onze zorg en we lossen jullie problemen op. En ik ben er klaar mee om iedere keer tegen burgers te moeten zeggen, er is geen geld, zoek het maar uit met je overlast. Dat moeten we eens met elkaar doorbreken. En kom dan maar terug bij mij om te zeggen dat ik iets zeg wat niet klopt. Wij zijn er voor de samenleving, dat zeg ik. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, nou, ik zou zeggen, bescheidenheid siert de mens, Messias Wit. Maar in dit geval misschien niet. Ik wil even reageren op, nou ja die woningen, als u daar een oplossing voor heeft dan dienen we dat graag samen in. Even naar mijnheer Hartog van de groep Hartog volgens mij, die A8A9 is helemaal geen illusie.
Als mensen nu eindelijk gewoon eens een keer goed gaan stemmen, dan ligt dat ding er gewoon binnenkort. En ja, ja op u kunnen ze al niet meer stemmen dus dat scheelt ons natuurlijk in elk geval weer wat. Maar, ja, als het aan mij ligt en volgens mij aan de andere partijen komt er een hele snelle ontsluiting A8-A9 en ook nog voor die Westerwatering. Dus ja, ik zie het probleem niet, mijnheer Hartog. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, dank u. Ja, ook nog een reactie op oud-SP’er de heer Hartog over de A8-A9. Ook dat is zo’n ding. Wij zeggen al zestig jaar tegen mensen in Zaanstad, we gaan jullie helpen. We tonen aan dat het ongezond is. Het stroopt op qua verkeer en we jagen mensen twee haakse bochten in acht stoplichten verder en zeggen dat het een milieuprobleem is als wij een rechte weg zonder stoplichten van vijf kilometer, dus ook nog korter dan de huidige route, aanleggen. U creëert een illusie om ertegen te zijn. Het wordt tijd dat we gewoon de daad bij het woord voegen en niet alleen maar kletsen. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik denk dat, voorzitter, dat het juist van realisme getuigt om in te zien dat die A8-A9 er niet kan komen omdat het strijdig is met wetgeving.
En die tijd kunnen we dan beter besteden aan andere oplossingen om de huidige verbindingen beter te maken en bijvoorbeeld vervuilend verkeer daar tegen te gaan, daar een milieuzone van te maken. Dan maak je de omgeving ook gezonder. En je moet ook het nutteloze vervoer over de weg af gaan remmen. Dat hoort er ook bij, anders dan halen we de toekomst niet. Dat getuigt van visie. De voorzitter: We hadden nog drie reacties staan van de heer Van Haasen, de heer Mattens en mevrouw De Boer en die wil ik in ieder geval nog de gelegenheid geven. We hebben nog drie minuten, mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, ik wou nog wel even terugkomen op die woningen die de heer Wit beloofde, of eigenlijk, hij gaat iedere woningzoekende, actieve woningzoekende een woning aanbieden. Dan wil ik wel weten of die woningen dan ook echt bestaan, of is dat net zo’n luchtspiegeling als die brandende bush uit uw boek? Dank u.
De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja, ik vind u echt zielig … De voorzitter: Nee dit, we zouden … De heer Wit (CDA): … zoals u nu een grapje weer verder gaat brengen. Ik heb bij de … Wij … De voorzitter: Maar we zouden … We gaan niet tegen elkaar uitmaken voor wat we van elkaar vinden, we gaan het over de inhoud hebben. De heer Wit (CDA): Ja, maar dit zijn geen argumenten die ik dan hoor. Ik ga, ik probeer ze eruit te halen, hoe kom ik aan die woningen? Wij hebben geregeld, dat is toegezegd, dat er in sportpark Poelenburg komen 150 tijdelijke woningen, heeft het Rijk drie miljoen voor toegezegd. 2022 gaan die woningen open. Wij hebben het over, neem een gemeente Groningen, die hebben 50.000 studenten op een inwoneraantal van 200.000, een kwart. Die hebben allemaal huisvesting en daar zijn fantastische oplossingen bedacht met tijdelijke woonunits. Ga eens kijken, een mooie stad Groningen, maar kijk dan ook naar die oplossingen. Wij kunnen, als wij het als raad willen, kunnen wij het probleem oplossen. En nogmaals, ik heb het over starters. Ik heb het niet over alle zoekenden. Ik heb het over starters, de jeugd die nu verwaarloosd wordt door ons. De voorzitter: Mijnheer Mattens.
De heer Mattens (PvdD): Ja, voorzitter, ik hoor de heer Wit over woningbouw en het stikstofprobleem is natuurlijk een en met name een probleem wat de woningbouw getroffen heeft waardoor we niet kunnen leveren wat we zouden moeten doen naar onze bevolking. En u komt met ideeën over lintbebouwing en dat is allemaal prachtig, maar de belangrijkste bronnen van die stikstofuitstoot zijn de autosnelwegen, de industrie en de veeboeren in Zaanstad. En nu zegt u, nee, maar de veeboeren, dat gaan we niet, die uitkoopregelingen, die riante uitkoopregelingen die uw partij in Den Haag bedingt, daar gaan we het nog over hebben en dan gaan we moeilijk doen. Maar daarmee snijdt u zichzelf toch in de, of daarmee schiet u zichzelf toch in de voet als het aankomt op die woningbouw? Juist die woningbouw waar u zo radicaal de Messias wil uithangen. De voorzitter: Ook daar zou ik willen vragen om het steeds over de inhoud te hebben. Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Ja kijk, mijnheer Mattens, u wilt uw eigen wereldje creëren en dat gaat niet lukken. We hebben voorlopig nog behoefte aan melkproducten, we hebben behoefte aan doorstroming op wegen en we hebben vooral behoefte aan woningen. Dus als u nu uw wereldje wil creëren, nou prima, ik wil hulp bieden aan degenen die hulp nodig hebben.
En Zaanse starters moeten al jarenlang meer dan tien jaar wachten op een woning, dat kunt u niet wegpoetsen met allerlei idealen. Wij moeten gewoon bouwen voor een generatie die een huis nodig heeft. De heer Mattens (PvdD): Voorzitter? De voorzitter: Mijnheer Mattens ten slotte. De heer Mattens (PvdD): Mijn wereldje is dat we met een Natura 2000-gebied te maken hebben midden in onze gemeente waar Europese wetgeving op van toepassing is en waar we niet omheen kunnen. De voorzitter: Goed.