Verslag raad 27 mei 2021
Tekst van het document
enorm onvoldoende beeld opwekt. Voorzitter. Ja, ook dat er geen verantwoording wordt afgelegd over hoe wij in deze, in onze, ja, in de Zaanse samenleving omgaan met dieren, om zijn gegaan met dieren het afgelopen jaar. Dat vinden wij ook zeer teleurstellend en een enorme deceptie. Maar dat zou voor de collegepartijen ook een, ja, toch wel iets moeten zijn wat ze aanspreekt, is dat het aantal sociale huurwoningen in onze stad met negentig is afgenomen, en niet met driehonderd is toegenomen. Dat is een ware schande. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat (GroenLinks): Ja. Dank u, voorzitter, en dank aan de heer Brekelmans om ons nog de mogelijkheid te geven om via dit initiatief de complimenten te geven aan het college dat ze in deze tijden van corona de stad draaiende weten te houden. En via hen de complimenten aan de inzet van alle ambtenaren. We laten het niet altijd blijken, maar we zijn u dankbaar dat u zo zich hard inzet voor de publieke zaak. En in die kantlijn ook de complimenten aan de opstellers van deze rekening. Het is een heldere rekening. Dan over dat initiatief van de POV. De voorzitter: Interruptie van de heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Ja, ik zou bepaalde woorden willen uiten, maar die zal ik niet uiten. Maar jeetje, het is alsof je bij het college op schoot zit man. Doe even normaal.
De voorzitter: De heer De Laat maakt zijn … De heer De Laat maakt zijn bijdrage af. En ook hier geldt weer dat we met respect naar elkaar spreken. De heer De Laat (GroenLinks): Ja, de heer Zoomermeijer, was het maar waar, want dan zou de 1,5 metermaatregel opgeheven zijn en dan zouden we allemaal weer kunnen knuffelen. Dus ik hoop … Ik hoop het voor u hopen. Dan even over dit voorstel van de POV. Ja, wat ons betreft is de gemeentebegroting het document op basis waarvan de raad het college machtigt om geld uit te geven. En de jaarrekening is het moment dat we terugkijken of de begroting werkelijkheid is geworden. We zullen daarom tegen uw motie stemmen, omdat we pas bij de voorjaarsnota een integrale afweging maken, waar wij de prioriteiten voor de toekomst vastleggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja. Dank u wel, voorzitter. Ook wij zullen tegen het amendement stemmen, omdat we niet zo goed inzien waarom we het nu opeens anders zouden moeten doen dan eerdere jaren. Maar ik wilde wel meteen ook van de gelegenheid gebruik maken om een compliment uit te delen. Wij hebben eerder een motie ingediend om te zorgen dat we in onze eigen stukken consequenter zouden omgaan met het verschil tussen jeugdzorg en jeugdhulp.
En we hebben geconstateerd dat het in deze jaarstukken volledig correct is toegepast, en daar wilden we graag een compliment voor geven. De voorzitter: Interruptie van de heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Ja, naar mevrouw Onclin toe. Mevrouw Onclin, omdat dat al jaren fout gaat. Daarom moeten we een keer de goede weg hanteren. En ik heb aan de besluitvorming an sich niets veranderd. Alleen ik haal het naar voren.
De voorzitter: Mevrouw Onclin. De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, ook nog maar even de complimenten herhalen ten aanzien van de opgestelde jaarrekening. En ook nog met in herinnering brengen dat de accountant zich daar ook over heeft uitgesproken dat we over een zeer wendbare organisatie beschikken, gegeven de COVIDsituatie. Dat is prima. Waar ik me wel over verbaasd heb, is het amendement van de heer Brekelmans. Omdat hij kent volgens mij de P&C-cyclus als geen ander. En ik adviseer hem om die nog eens even door te lezen. Want dit wat nu wordt voorgelegd is volstrekt conform diezelfde afspraken. Dus ik zie geen enkele aanleiding waarom we daar nu van zouden afwijken. Dat was het voorzitter. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, even reagerend, voorzitter, op het amendement. Natuurlijk kunnen we het zo doen zoals de heer Brekelmans voorstelt, maar dat lijkt me niet verstandig. Zowel voor de coalitie als de oppositie niet. Want als je zegt van, ik schuif het door dit bedrag naar de voorjaarsnota, lijkt me dat een stuk ingewikkelder bij … Een stuk eenvoudiger bij de voorjaarsnota om te kijken, nou, waar iedere partij graag geld aan uit wil geven, dan dat je het bij de voorjaarsnota eerst weer probeert los te weken uit de algemene reserve.
Dat lijkt me een ingewikkelde klus, omdat die algemene reserve, daar weten we ook van, die zit op dit moment te laag. En het is jarenlang gebruikelijk geweest om die naar een ratio van 1,4 te brengen. Maar ik heb ook aan de accountant gevraagd van, waar is die algemene reserve nou precies voor? Is die voor de afdekking van alle risico's? Sec en alleen daarvoor? Of kunnen we die algemene reserve ook gebruiken in tijden dat we gewoon het geld hard kunnen gebruiken in de stad? En de accountant die zei toen van, dat moet u allemaal zelf bepalen als raad natuurlijk. Dus beide dingen kunnen. Dus als wij bij de voorjaarsnota een bedrag te besteden hebben wat iedereen wenst te kunnen besteden, dan lijkt me dat heel verstandig om dat te doen, in plaats van dat we het weer in de algemene reserve stoppen en met een dikke gevulde algemene reserve zitten, maar wel moeten constateren dat we een aantal dingen niet kunnen doen het komende jaar. Dus voor wat betreft zullen wij dit amendement afraden. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Ja, voorzitter, nog even op mijnheer Pauw. Wat is nou het verschil als ik het nu in de algemene reserve stop, of ik stop het straks over een pakweg een week of vier, vijf in de algemene reserve? Dat blijft hetzelfde.
Waarschijnlijk doelt u erop dat u straks dat doel wil gaan veranderen, die algemene reserve, dat u ergens anders voor wil gebruiken. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, ik hoop dat dat ook een beetje doorgeklonken heeft in mijn woorden. Dat ik vind dat we voorlopig met een lagere algemene reserve toe kunnen, omdat wij gewoon op dit moment financieel er niet zo goed voor staan, en het dus belangrijk is om dat geld in de stad te investeren. Waar dan ook in. Ik bedoel, dat is de discussie bij de voorjaarsnota. De heer Brekelmans (POV): In het clubhuis. De voorzitter: De heer Brekelmans, via de voorzitter. De heer Pauw (ROSA): Wij zouden graag nog een clubhuis willen hebben, mijnheer Brekelmans.
De voorzitter: Beste mensen, graag … De heer …: Voorzitter, u heeft er al twee, dus … De voorzitter: Graag via de voorzitter spreken en anders heeft u niet het woord, de heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Sorry? De voorzitter: Via de voorzitter spreken of anders heeft u niet het woord. De heer Brekelmans (POV): Neem me niet kwalijk, voorzitter. De voorzitter: Dat geldt voor beiden. De heer Pauw (ROSA): Excuus. De heer …: Nou, nou. De heer Pauw (ROSA): Maar volgens mij zijn we het niet met elkaar eens. De voorzitter: Nee, dat is duidelijk. Argumenten zijn al gewisseld. Dan gaan we over naar de wethouder, wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Ja, voorzitter, dank u wel. In de eerste plaats, de complimenten die breng ik graag over aan de mensen die in dit huis echt dag en nacht bezig zijn met de totstandkoming van deze jaarrekening. En ik hoop, mijnheer Zoomermeijer en mijnheer Mattens, dat u dat ook enigszins los van elkaar kunt zien. Wellicht de vreugde of de teleurstelling over de beleidsmatige uitkomsten, maar aan de andere kant de inspanningen die gedaan zijn om tot een getrouw beeld te komen.
En ik heb ook in het Zaanstad Beraad al gezegd, dat is in gemeenteland bepaald geen vanzelfsprekendheid dat een organisatie zo financieel in control is, dat we goed inzage hebben in de cijfers en dat ook wij voortdurend met elkaar het gesprek hebben om het nog verder te verbeteren. Enige concrete onderdeel, voorzitter, is het amendement van POV. Daar kan ik betrekkelijk kort over zijn. Ik heb niet zoveel toe te voegen aan datgene wat mevrouw Onclin, mijnheer Pauw en mijnheer Pietersma hierover gezegd hebben. De heer Brekelmans, vorig jaar bij de vaststelling van de begroting hebben wij ook gesprekken gevoerd over de hoogte van de algemene reserve en de weerstandsratio. En we hebben ook met elkaar gezegd dat het op zich natuurlijk heel voor de hand liggend is dat je daar discussie over hebt op het moment dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en uitzonderlijke tijden. Daar heeft uw raad vorig jaar het besluit in genomen. Ik ben het er mee eens, op het moment dat je dit onder ogen krijgt bij de vaststelling van de voorjaarsnota, dat je ook veel beter zicht en beeld hebt op, ja, waar de knelpunten komen te liggen. Dus vanuit de afspraken die u als raad daar zelf over gemaakt heeft, vindt ons college ook de voorjaarsnota een beter moment om het jaarresultaat te bestemmen. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Even naar de wethouder.
Dan begrijp ik niet dat het voorstel wat in de voorjaarsnota staat, uw voorstel aan de raad, dat dat hier van afwijkt. Want het wijkt er niet van af. Ik stel hetzelfde voor. Alleen ik stel het voor om het naar voren te halen. Maar u zegt van, nee, we moeten het gaan bekijken hoe we het straks in gaan delen, dan zijn er meer cijfers bekend. Maar die cijfers zijn al bekend, want de voorjaarsnota ligt er al.
De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Ja, die voorjaarsnota ligt er al, daar gaan we toch het gesprek over hebben met elkaar? Ja, dat is het moment om dat te kunnen afwegen. Het glas is half vol of half leeg, mijnheer Brekelmans. De voorzitter: Interruptie van de heer De Vries. De heer De Vries (D66): Ja, even ook in de richting van de heer Brekelmans en misschien ook anderen. Ik bedoel … De heer Brekelmans (POV): [buiten microfoon]. De heer De Vries (D66): Dat zal ik zeker proberen te doen, mijnheer Brekelmans, als dat zo beter is. Maar er komt ook nog zoiets als een meicirculaire is er in aantocht. En ook in de meicirculaire die in aantocht is, daar zullen bedragen in staan waar wij als Zaanstad misschien wel beter van worden. Als we het hebben over jeugdzorg en er wordt ruim 600 miljoen voor jeugdzorg uitgetrokken door de regering en wij krijgen 1%, dan is dat 6 miljoen ongeveer. En terwijl er iets van 3 miljoen in de voorjaarsnota staat. Ik vind het heel logisch, het voorstel wat er nu ligt. Dus dat wilde ik graag gezegd hebben, mijnheer de voorzitter. En wat ik ook nog wel graag gezegd wil hebben, als u het mij toestaat, dat ik was niet van plan om hier het woord te voeren, omdat we een uitgebreid debat in het Zaanstad Beraad hebben gehad, en ook daar heb ik mijn complimenten geuit.
En de wethouder heeft gezegd dat hij de complimenten gaat overbrengen vandaag. Maar ik hoop ook dat hij de complimenten van het afgelopen Zaanstad Beraad daarin mee wil nemen, want anders zou ik een beetje in mijn hemd staan als ik ze vandaag niet gegeven zou hebben. De voorzitter: Wethouder Krieger, nog behoefte aan reactie? Kunnen we dan overgaan tot stemming? De heer Mattens, stemverklaring. De heer Mattens (PvdD): Voorzitter, gedane zaken nemen geen keer. Wel complimenten voor de ambtenaren voor het samenstellen van de jaarrekening, maar belabberd beleid worden de collegepartijen volgend jaar wel op afgerekend. De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? Dan brengen we in stemming amendement A jaarstukken 2020 van POV en LZ. Wie is daar voor? Voor zijn DZ, LZ, POV. Daarmee is amendement A verworpen. Dan gaan we naar raadsbesluit jaarstukken 2020. Wie is daar tegen? Tegen zijn de fracties van LZ, PVV, POV en SP. En daarmee is het raadsbesluit genomen. Motie vreemd aan de orde: Directe compensatie slachtoffers Toeslagenaffaire De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde directe compensatie slachtoffers toeslagenaffaire van de Partij voor de Dieren. De heer Mattens heeft het woord. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U heeft één minuut. De heer Mattens (PvdD): Oh, ja. Dank u wel, voorzitter.
Ja, het gaat natuurlijk over een extreem ernstige casus. En we zien dat de rijksoverheid keer op keer veel te traag is in het afhandelen van alle steunverzoeken die er komen vanuit de ouders. We hebben afgelopen week weer twee insprekers gehad die naar voren brengen hoe
ernstig de casussen nog steeds zijn. En we hebben ondertussen twee andere gemeenten in Nederland die zeggen van, zo tot hier en niet verder, wij moeten ingrijpen. Want er zijn nog steeds gezinnen die slachtoffer zijn geworden waarvoor het moratorium, de pauzeknop, dus niet geldt. Als je in een minnelijke regeling zit of in een wettelijke regeling via een juridisch traject, dan leef je vaak nog steeds onder de armoedegrens. En op het moment dat wij daar niet tussen springen door voor die ouders de schulden over te nemen, dan kan het best zo zijn dat het schuldenloket, wat de staatssecretaris nu heeft aangekondigd, pas opluchting … Of ja, opluchting gaat brengen voor die ouders na de zomer. Mogelijk pas tegen het eind van het jaar. En dan denken wij, dat kan sneller. Zaanstad moet hier ingrijpen. Net als Rotterdam hebben wij de morele plicht om dat te doen. Als mensen … Als we zien dat er nog steeds kinderen het slachtoffer hiervan zijn dan hebben wij de morele plicht om in te grijpen. En daar laat ik het bij, voorzitter. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? De heer Eid, dan mevrouw Mathkor. De heer Eid heeft het woord. De heer Eid (DENK): Dank u wel, voorzitter. De afgelopen maanden hebben wij allen verbijsterd kennis genomen van de omvang van de inmiddels beruchte toeslagenaffaire. De gevolgen voor de slachtoffers hiervan zijn schrijnend.
De psychologische en fysieke schade die ermee gepaard gaan zijn moeilijk te compenseren. En daar kunnen we slechts oprechte aandacht en begrip voor tonen en de mensen naar de juiste zorg begeleiden. En wat wij wel kunnen doen is er zorg voor dragen dat de slachtoffers van de toeslagenaffaire uit de financiële malaise worden geholpen. Alleen maar een compensatie van €30.000 aan deze mensen is daarbij onvoldoende. Ook het principe van de pauzeknop biedt niet in alle gevallen voldoende basis voor de maatschappelijke wederopbouw van deze groep mensen. En voor velen van hen is de nood zodanig hoog dat dit louter een druppel op een gloeiende plaat zou zijn. Daar bovenop komen nog allerlei eisen en beperkingen die door de belastingdienst worden opgelegd waardoor het überhaupt de vraag is of men wel voor de volledige compensatie in aanmerking komt. Het is bijzonder kwalijk dat veel van deze mensen nu al enkele maanden langer moeten wachten op de beloofde hulp. Om nog iets van deze … Om nog hier iets van te maken, is deze motie een passende oplossing. Hiermee zal niet al het leed gecompenseerd kunnen worden, maar de strekking van de motie geeft deze mensen wel voor het eerst sinds lange tijd de mogelijkheid om weer grip op hun leven te krijgen. Daarom hopen wij ook op harde steun van de gemeenteraad en het college. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Mathkor.
Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja. Dank u, voorzitter. We hebben het al veel over taal gehad vanavond. En ik vind langzamerhand het woord affaire wel een beetje verhullend voor dit schandaal. Waar wij natuurlijk naar streven is de gedupeerden recht te doen. Op een zo snel mogelijke manier, maar ook op een manier die we kunnen waarmaken. En dat ga ik over naar de motie. Want ik denk dat bullet twee op zich geen probleem is, vooral ook als we maatwerk toepassen. Bullet drie helemaal geen probleem. Maar die bullet één, dat vinden we toch iets lastiger, omdat de wethouder heeft toegezegd om te kijken hoe ze dat in andere gemeenten, waaronder Rotterdam, doen. Want wat we in elk geval niet moeten doen, is iets beloven en iets tegen deze mensen zeggen, ja, wij gaan dat doen en het dan thans niet waarmaken. Dus ik denk dat het heel goed dat de wethouder heel gauw gaat dat onderzoek voltooien wat nu nog niet voltooid is. Daar bij ons terugkomt met een raadsinformatiebrief. En dat we daarop alsnog een keer weer die discussie aan kunnen gaan, wat kan de gemeente nu wel of niet doen. Tot zover, dank u. De voorzitter: De heer De Haas.
De heer De Haas (ROSA): Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, de overwegingen en de constateringen die kunnen we natuurlijk alleen maar delen. Het is een hele schrijnende zaak en dat hebben we vorige week natuurlijk ook weer kunnen horen door twee van de insprekers, waarvan ik zeg dat ik ontzettend veel respect heb dat deze dames de moed hadden om dit onder onze aandacht te brengen op deze manier. Wat heel goed inzichtelijk maakt hoe ingrijpend het is in de levens van deze mensen. Ik kan me voor een deel groot deel aansluiten bij de woorden van mevrouw Mathkor. Punt één, volgens mij is die iets scherper gesteld dan dat die eerst was. Maar dat is een lastig punt. We weten nog niet waar we aan toe zijn. Ik heb de toezegging van de wethouder vorige week ook gehoord. En ik zou dat graag, ROSA zou dat graag rustig afwachten. Punt twee en drie doen we voor een deel volgens mij zelfs al. Vanuit de eenmalige specifieke uitkering voor de eerste 135 geïdentificeerde slachtoffers is er ook geld beschikbaar gekomen vanuit het Rijk. Ik dacht ook dat het was juist voor die zaken als zorg, huisvesting, om de eerste nood te ledigen. Ik weet niet of dat bij die 135 blijft, misschien kan de wethouder dat nog toelichten.
Mochten er meer zijn dan die eerste tranche van 135 gedupeerden, geldt zo'n dergelijke regeling ook voor de tweede? Want dan hebben we ook het geld van het Rijk in ieder geval om die kosten die mensen daarin tegemoet te kunnen komen. Om reden één, de eerste bullet, zullen we deze motie niet steunen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hartog. De heer Hartog (SP): Ja. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij politici zijn schuldig aan dit schandaal. Van de PVV tot en met de Partij van de Arbeid en alles wat daar tussen zit hebben we dit toegestaan. En daarna zijn die mensen in de bijstand gekomen in de participatiewet, een hardvochtig neoliberaal project. Nu hebben we de kans om onze verantwoordelijkheid te nemen om aan de kant van die gedupeerden te gaan staan, en dat is nodig. Want als de staatssecretaris een toezegging doet en je hoort tegelijk van de ombudsman dat de Belastingdienst het absoluut niet aankan, dan gaat het nog heel lang duren voordat die toezegging waar kan worden gemaakt. Dus neem dat over, leg die dossiers bij het Rijk. Accepteer een risico wat je dan neemt. Want nu ligt het risico bij mensen die het absoluut niet kunnen dragen. En wij kunnen dat wel. Bovendien zijn wij politici hier schuldig aan. Steun deze motie. De voorzitter: De heer De Vries.
De heer De Vries (D66): Mijnheer de voorzitter, het is natuurlijk afschuwelijk als je vermalen wordt tussen de tandwielen van de overheid. En daar schaam je je voor als je bij de overheid hoort, laat ik daar helder over zijn. Er zijn verschillende partijen in deze raad die niet landelijk vertegenwoordigd zijn, die meerdere malen bij ons, maar ook politieke partijen die landelijk vertegenwoordigd zijn, hebben gevraagd om dat aan te kaarten. En dat hebben we natuurlijk ook gedaan. En ik vind het wel heel erg plezierig dat de regering, bij monde van mevrouw Van Nuffelen, nu gezegd heeft dat de schulden worden overgenomen. En dat betekent dat zo snel mogelijk een einde komt aan deze ellende. Daarom twijfel ik over deze motie, en ik hoor graag hoe de wethouder er tegenaan kijkt. Want als deze motie die activiteiten in de wielen rijdt, dan doen we eerder verkeerd dan goed. De voorzitter: Nog andere bijdragen? Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik zal kort op de drie besluiten die voorliggen in de motie ingaan. Allereerst heb ik u inderdaad een raadsinformatiebrief toegezegd, dus die komt. Die is in de maak en die komt naar u toe. Maar over punt één. Zoals mijnheer De Vries zegt, het Rijk heeft een besluit genomen om de private schulden over te nemen. Die zijn nu die regeling aan het uitwerken.
En het college kan niet inschatten, op het moment dat wij vanavond zouden besluiten om die schulden over te nemen als
gemeente, wat dat voor effect heeft op die afspraken landelijk en of we dan niet de landelijke afspraken in de wielen rijden. Daar is gewoon tijd voor nodig om dat te onderzoeken. En bovendien is het nog maar de vraag of hoe wij dan juridisch en technisch dit goed kunnen regelen. En zo ja, op welke termijn. Dus we hebben tijd nodig om dat uit te zoeken. En de vraag is of het niet beter is dat het Rijk zich houdt aan die taak van het afhandelen van de schulden en de compensatie, zoals nu die taakverdeling is en de gemeente verantwoordelijk is of helpt bij het aanbieden van hulp aan de gedupeerden. Dan kom ik op punt twee. Dat heb ik in het Zaanstad Beraad toegezegd dat dat inderdaad we voor de getroffenen we deze maatregelen gewoon kunnen nemen. Daar is al een voorziening voor getroffen, dus dat doen wij al. Over de kosten. Ook de staatssecretaris en het Rijk heeft uitgesproken dat de gemeentes gecompenseerd zullen worden voor de kosten die wij maken bij het helpen van deze mensen. En ik ga ervan uit dat het Rijk zich aan die afspraak houdt. Dus ook punt drie lijkt me dat dat inmiddels geregeld is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter, toch kort. Het Rijk legt bij ons als gemeente de verantwoordelijkheid neer om de schuldenlijsten samen te gaan stellen.
Daarmee hebben we al een primaire verantwoordelijkheid dadelijk om die slachtoffers te helpen. Die leveren we in bij het Rijk. Dat is zoals het er nu naar uitziet hoe het gaat werken. En wanneer het Rijk dat schuldenloket gaat openen, dat is ongewis. Dat zou december kunnen zijn. En dan laten we die gezinnen, we weten nu dat het er vijf zijn in ieder geval. Dat gaat echt niet over bijzonder veel gezinnen waarvoor die pauzeknop niet geldt, die laten we misschien wel tot december hangen. Ik kan het niet verkopen. De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Mijnheer Mattens, u treft hier een college wat hier bovenop zit, niets zal nalaten om het Rijk goed kritisch te volgen op afspraken die zij maken. Maar ik ben het ook van harte eens met mevrouw Mathkor die zegt, als we iets doen dan moeten we wel weten dat hoe we dat doen en dat we het goed kunnen en dat we dat zorgvuldig kunnen doen. Zorgvuldigheid staat voorop bij mensen die het vertrouwen kwijt zijn. De voorzitter: Kunnen we daarmee overgaan tot stemming van deze motie vreemd over de compensatie slachtoffers toeslagenaffaire van de Partij voor de Dieren? Wie is daar voor? Voor zijn de Partij voor de Dieren, DENK en de SP. Daarmee is deze motie verworpen. Motie vreemd aan de orde: Mogelijkheden bekijken nascheiding i.p.v.
bronscheiding De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde mogelijkheden bekijken nascheiding in plaats van bronscheiding van LZ en anderen. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja. Dank u wel, voorzitter. Voor een aantal wijken zoals Oud-West in Zaandam, die erg krap zijn en eigenlijk geen ruimte is voor vier kliko's, vragen veel inwoners ons dringend om een oplossing. Een oplossing die we eigenlijk nu niet kunnen bieden. Want een ondergrondse container is geen ruimte voor en een bovengronds gaat ten koste van openbare ruimte en parkeerplaatsen. Nascheiding zou een oplossing kunnen zijn voor onze krappe wijken in navolging van Amsterdam. Maar omdat we geen zicht hebben op de kosten, mogelijkheden en kwaliteit, zouden we dat heel graag in navolging van vele gemeenten een onderzoek willen doen, en daarbij gebruik maken van het onderzoek in andere gemeenten. Dit gaat dus niet om te kiezen tussen het een of het ander, maar om straks de oplossing te kunnen wegen.
De voorzitter: De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Dank u, voorzitter. Voorzitter, het is inmiddels duidelijk dat de verschillende wijken en buurten in Zaandam helemaal niet geschikt zijn voor bronscheiding. Inderdaad zoals mevrouw De Boer al zei, Oud-West daar zitten 125 woningen die niet eens een achterom hebben. En toch gaan we daar omdat we daar dan geen ondergrondse containers in kunnen graven, gaan we daar kliko's voor de deur zetten. Wat betekent dat die mensen die kliko's op de stoep moeten hebben waardoor de trottoirs niet meer toegankelijk zijn. Ik begrijp dat dit ook nog een conflict geeft met andere portefeuilles. Want ons Zaans mobiliteitsplan zet zich in voor fietsers en voetgangers. Dat geldt niet in deze wijken, want er wordt door deze wethouder worden de stoepen gebruikt om daar kliko's op te stallen, waardoor de mensen er niet meer gebruik van kunnen maken. En zeker mensen met een beperking of met een rollator kunnen die trottoirs niet meer gebruiken. En dan vraag ik me toch af, we kunnen daar geen … De wethouder zegt, we hebben daar geen plek voor ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainers. Eigenlijk is er ook geen plek om kliko's neer te zetten, en toch doen we het.
Dan moeten we toch gaan kijken of we naar nascheiding over kunnen stappen, in ieder geval voor die buurten waar dit niet mogelijk is? Want wat is nou belangrijker? Gaan we nou echt tegen de mensen zeggen met een beperking, u kan de trottoirs niet gebruiken want daar staan kliko's op? Of gaan we zeggen van, ja weet je, voetgangers hebben hier toch … We moeten toch voor onze burger opkomen. Voetgangers moeten een doorgang hebben. Zeker ook voetgangers met een beperking of met een fysieke beperking of een rolstoel of wat dan ook. Dit kan niet, hier moet iets anders voor verzonnen worden. En deze wethouder heeft een half jaar geleden aangegeven van ik ga dus zelf een rondgang in de buurt zodat ik het kan bekijken. Nou we zijn nu verschillende keren door de mensen gevraagd wanneer de wethouder komt. En dan is corona natuurlijk een prachtig haakje waar je alles aan kan hangen. En dat doet deze wethouder dan ook. En die zegt van, ja weet je, door corona heb ik nog geen rondgang kunnen doen. Nou ik vind dat een beetje een lame excuus. Ik vind gewoon dat voor deze buurten moet een andere oplossing gezocht worden. En dan moet er maar gekeken worden … En dat het dan duurder is, nou ja, dat is vervelend, maar dat is maar zo. Het is niet anders. De voorzitter: De heer Kerkhoven en dan de heer Hoedemaeker. De heer Kerkhoven (DZ): Ja. Dank u wel, voorzitter.
Ja, wij zijn inderdaad … Wij hebben mede ingediend. We vinden het belangrijk dat het college dat onderzoek doet. Maar ook dat … Er werd altijd een argument gebruikt van, het is erg duur nascheiding. Er zijn vele gemeentes in Nederland die inmiddels succesvol en kosteneffectief nascheiden. Dus ik zou de wethouder ook eens willen verzoeken om daar eens te kijken, er zijn genoeg voorbeelden. En als de wethouder die gemeentes niet weet, zal ik ze haar geven. Maar er zijn hele goede voorbeelden om kosteneffectief nascheiding te doen. Tot zover. De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u wel. Ja, om dan maar meteen op het laatste in te haken. Ik denk dat als wij een goede overweging willen maken tussen in het algemeen in Zaanstad bronscheiding versus nascheiding, dan past dat volgens mij uitstekend in de evaluatie van het grondstoffenplan die hier binnen na komt. Dan dat gezegd hebbende, er zijn natuurlijk plekken al sowieso in Zaanstad waar nascheiding gebeurt. Omdat we … Bijvoorbeeld bij de hoogbouw, waar je dus ook niet gescheiden op kan halen. En dat gaat dan inderdaad in ondergrondse containers. En ik vraag wel aan de indieners van, de mensen in Oud-West moeten toch op een of andere manier, zelfs als ze niet scheiden moeten ze hun afval aan kunnen bieden.
En dat betekent dat in … Als u zegt van, we willen gaan nascheiden, dat ze toch een kliko voor hun deur moeten zetten met al die dingen door elkaar heen op de stoep. En dat is dus denk ik het dilemma waar we mee zitten.
We moeten op een of andere manier een oplossing vinden hoe die mensen op een fatsoenlijke manier hun afval kunnen aanbieden. En ik denk dat dat het belangrijke dilemma is waar we hier voor staan. En misschien moeten we dan inderdaad kijken naar toch op een of andere manier bovengrondse containers of hoe dan ook. Maar ik denk dat op deze manier dat dat niet zinvol is. De voorzitter: Interruptie van de heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel. Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, mijnheer Hoedemaker, dan wil je toch dat je dit onderzoek toch hebben en dat te betrekken bij het grondstoffenplan? Dat is juist belangrijk denk ik om dan het hele plaatje te zien. De voorzitter: En de heer Keijser. De heer Keijser (POV): Als we de mensen in Oud-West moeten laten wachten op de evaluatie dan … Dat kan niet, want nogmaals, de voetgangers is wel een issue daar al. De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, maar dat probleem van die voetgangers lossen we niet op, is mijn punt. Want die kliko met die ongescheiden afval die ze moeten aanbieden, gaat dan nog steeds op de stoep staan. De heer Keijser (POV): Maar je, of er één … De voorzitter: De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Sorry. Of er één of drie kliko's of vier kliko's bij sommige mensen voor de deur staat. Op 125 huizen zijn dat 500 kliko's op de stoep hè. De voorzitter: De heer Van Haasen.
De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt voorzitter. Ja, wij zijn ook mede-indiener van deze motie. Ik wou nog even toevoegen, de heer Kerkhoven die noemde het al, dat het kosteneffectief goedkoper ken om na te scheiden. Wat ik nog wil benadrukken is dat het ook, dat nascheiding kwalitatief betere grondstoffen oplevert. Dus het is een win-winsituatie om na te scheiden. En dan roepen wij niet op tot nascheiding, maar een onderzoek daarvoor, dus … Maar ik wil dat nog wel even benadrukt hebben. Dank u. De voorzitter: Interruptie van mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Nou, het was eigenlijk een interruptie op het antwoord wat ik niet gekregen heb van mijnheer Hoedemaeker. Ik had hem een vraag gesteld over het grondstoffenplan en het betrekken bij dit vraagstuk. De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Nou voor zover ik kan zien, ik heb een aantal gemeentes bekeken wat betreft hun voorscheidings- of nascheidingsregime en daar de bijbehorende afvalstoffenheffing, zitten de gemeenten die ook met nascheiding werken gemiddeld 60 tot 80 euro per jaar hoger in afvalstoffenheffing. Bijvoorbeeld Amsterdam.
De voorzitter: Mevrouw De Boer, binnen tien seconden geloof ik. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, super kort. Maar de heer Hoedemaeker is geen wetenschapper. Andere gemeente werken met andere aanbieders. Dus onderzoek doen hier is heel nuttig, want we weten het nu niet. De voorzitter: Wethouder Baerveldt. Mevrouw Baerveldt (wethouder): Nou, interessant debat. Je ziet maar dat afvalscheiding altijd weer goed is voor een discussie. Maar ik denk wel dat hier een paar dingen een beetje door elkaar heen lopen. Oud-West is natuurlijk een apart geval, wat we overigens niet een half jaar geleden hebben aangegeven dat ik langs zou komen, maar korter. Maar dat maakt niet uit. Er wordt inderdaad nu wel naar gekeken naar dat probleem. En daar wordt ook gekeken naar van, wat is daar de beste oplossing. Want ik ben helemaal met u eens, het is helemaal niet wenselijk dat wij de hele stoep volstapelen met kliko's, zodat de toegankelijkheid in gevaar komt. Dus … Maar dat blijven we dus wel houden ook met een andere manier van inzamelen. Dus we moeten daar gewoon zoeken naar een goede oplossing. En daar zijn we op dit moment ook mee bezig. En mocht het zo zijn dat nascheiding daar een … Of dat we zeggen van nou, in dat stukje gaan we nascheiden, dat heb ik de vorige keer dacht ik ook al tegen mevrouw De Boer destijds gezegd, dan is dat gewoon een oplossing die wij ook gewoon meenemen.
En daarvoor hoeven we niet te wachten op de evaluatie van het grondstoffenplan. Dus … En dan nu naar deze motie. Want die gaat niet zo zeer over Oud-West denk ik, maar wel over zijn algemeenheid. Kijk, we gaan dat grondstoffenplan evalueren. Daarin nemen wij ook mee van waar is nascheiding een oplossing? Overigens is het echt niet zo dat bij nascheiding de boel schoner is. Dat is ook wel in die zin logisch dat als je alles bij elkaar gooit dan krijg je natuurlijk wel vervuilde stromen. Gft-afval bij plastic krijg je niet schoner plastic van. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Kunt u me ook cijfers geven van de zuiverheid van de gescheiden afvalstromen? De voorzitter: Wethouder Baerveldt. Mevrouw Baerveldt (wethouder): Nou, het is precies wat ik zeg, het is gewoon de logica. Als je gft in je plastic gooit, dan is het plastic vervuilder dan als je plastic apart houdt. Maar we nemen dit soort aspecten mee bij de evaluatie. HVC zegt zelf ook, en eigenlijk zegt iedereen dat, bronscheiding als het kan, nascheiding als het moet. En dat is ook een adagium wat gewoon goed werkt. Over de motie denk ik, wacht nou even tot we het grondstoffenplan gaan evalueren. Daar nemen we nascheiding ook gewoon in mee. En ik wil er u ook op wijzen dat we wel een contract hebben met HVC, dus dat we niet zomaar naar een andere afvalverwerker kunnen.
Maar we moeten nu niet nu alvast iets naar voren trekken, bij een wijk een onderzoek doen, dan maken we de boel wel heel erg diffuus en wordt het ook wel heel erg veel werk. Dus laten we ons fixeren op de evaluatie van het grondstoffenplan en daar nascheiding en bronscheiding meenemen. En laten we ook kijken, als corona over is, dat heb ik ook al eerder gezegd, laten we dan bij HVC eens gaan kijken hoe dat dan werkt. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja, het is een beetje of ik af en toe een déjà vu krijg. In het debat vorige week met de wethouder, wordt naar gekeken, zoeken naar een goede oplossing. Ja, ik hoor niet concreet nou de zaken die ik graag als SP wil horen. Ik zou graag willen horen van de wethouder een oplossing, en op welk moment we
die dan kunnen verwachten. Want het is natuurlijk niet de eerste keer dat we de problematiek in Oud-West bespreken. Dit is al eerder op de agenda geweest, meerdere keren zelfs. Dus ik zou weleens van de wethouder gewoon nou eens een tijdspad horen van, nou oké, dan kunnen we met iets komen waar een concrete oplossing ligt voor de bewoners. De voorzitter: Wethouder Baerveldt. Mevrouw Baerveldt (wethouder): Ik snap dat u een heel concreet tijdspad wilt hebben. Ik heb wel gezegd, er komt … Dit heeft prioriteit wat mij betreft. Er zijn wat personele problemen geweest. Maar er wordt gewerkt aan concrete oplossingen, en dat moeten wat mij betreft ook gewoon hele goede oplossingen zijn. We kunnen heel snel morgen een oplossing doen waarvan ze dan later zeggen, hoe hebben we het kunnen bedenken. Maar ik verwacht zeker voor de zomer een oplossing. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Daar hou ik u aan, voor de zomer. De voorzitter: Goed, dan hebben we ook de constatering dat er nog acht agendapunten zijn. En dat het college nog zeven minuten heeft. Dus ik zou ook het college willen vragen om de tijd in de gaten te houden.
Dan kunnen wij … Is er nog behoefte aan een inbreng vanuit de raad? Kunnen we dan overgaan tot stemming over de motie vreemd aan de orde mogelijkheden bekijken nascheiding in plaats van bronscheiding van LZ en anderen? Wie is daar voor? Voor zijn de fracties van DZ, LZ, PVV en de POV. Daarmee is deze motie verworpen. Motie vreemd aan de orde: Aannamebeleid basisonderwijs gemeente Zaanstad De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde aannamebeleid basisonderwijs gemeente Zaanstad van Partij van de Arbeid en GroenLinks. Mevrouw Köseoglu heeft het woord. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Ja. Dank u wel, voorzitter. Naast goed onderwijs staat voor de Partij van de Arbeid toegankelijkheid ook voorop. Is er iets? De voorzitter: De wethouder staat nog niet in de gang. Nu wel. Ja, ze staat nu klaar en ze moet even wachten totdat hier de boel is schoongemaakt. Maar ze hoort u nu, dus ga uw gang. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Nou, dan begin ik weer opnieuw. Naast goed onderwijs staat voor de Partij van de Arbeid toegankelijkheid ook voorop. Onderwijs dat alle kinderen gelijke kansen biedt om te leren en zich te ontwikkelen. En de toelating tot een basisschool is daarom ook cruciaal. Landelijke wetgeving bepaalt dat een kind vanaf het moment dat het de leeftijd van drie jaar bereikt ingeschreven mag worden op een basisschool.
Maar we zien tegenwoordig ook wel dat het zelfs eerder dan drie jaar al ouders zich noodgedwongen voelen om een kind in te schrijven, want wellicht heb je geen plek. Daarnaast is het ook zo dat scholen niet een eenduidig aanmeld- of aannamebeleid hebben, en ook niet daarover altijd even transparant over communiceren. Nou, dit zorgt ook voor onduidelijkheid en ook onzekerheid bij ouders. Vandaar dat we deze motie hebben ingediend samen met GroenLinks, om in ieder geval samen met schoolbesturen te kijken naar het huidige aannamebeleid in Zaanstad. En te kijken van, hoe gaat dat per school? Is er een eenduidig aanmeldbeleid, en ja, hoe zou het er idealiter uit moeten zien? En om dan vervolgens met een voorstel te
komen richting de raad. En dat wil ik even hier nog benoemen, nadrukkelijk, is het voorstel ... Ja, het is de bedoeling dat de gemeente en de schoolbesturen het gezamenlijk oppakken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Laat. De heer De Laat (GroenLinks): Ja. Dank u, voorzitter. Ja, samen met de PvdA dienen we deze motie in, omdat eenduidig beleid ouders helpt begrijpen hoe en waarom kinderen ergens geplaatst worden. En dat kan er ook zo voor zorgen dat meer kinderen in de buurt naar school gaan. Er is heel veel ervaring, zoals in steden zoals Deventer, Nijmegen, Amsterdam, Den Haag en Utrecht. Dus kennis is er genoeg. Ook over welke criteria werken en welke niet. Maar dat is alleen maar werkbaar als het vanuit de scholen zelf komt. Daarom ook dit verzoek om het samen met hen dit traject aan te gaan. De voorzitter: Mevrouw Van Nieuwamerongen. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Dank u, voorzitter. Dank ook aan de indieners, dat zij de motie aangepast hebben qua deadline. Zodat het in ieder geval een stuk realisti… Nou zeg. Realistischer is geworden voor de scholen ook om hieraan mee te werken. En we hebben nog wel een laatste vraag bij het allerlaatste punt. Daar staat bij dat alle vierjarigen dan een gelijke kans op aanname op een school hebben. En heel vaak hebben de scholen nu ook al een bepaalde voorkeur.
Waarbij ze dan kijken van als je al een kind hebt, een oudere broer of zus die daar op school zit, dat dan het jongere kind voorrang krijgt, zodat ouders niet kinderen over twee of drie scholen moeten plaatsen en, nou ja, met alle problematiek en logistiek van dien. Dus of die helemaal altijd 100% gelijke kansen krijgt, dat weet ik niet. Maar ik denk niet dat dat uw insteek ook is. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Nou, mijn insteek is altijd natuurlijk absoluut gelijke kansen voor elk kind. Maar ja, inderdaad, scholen hebben ook natuurlijk als het gaat om bepaalde criteria, dus broertjes, zusjes die hebben dan voorrang. Dat is natuurlijk ook begrijpelijk. Maar het zou fijn zijn als daar transparant over gecommuniceerd wordt en dat is ook niet altijd even duidelijk. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, de motie vraagt aan het college om met een voorstel te komen. En ik heb ook begrepen dat … Of, wij zouden hem heel graag lezen als dat het college zal aandringen op de schoolbesturen om in samenspraak tot een voorstel te komen om dit veel beter te regelen. En daarom zullen wij, als we hem zo mogen lezen in ieder geval, de motie steunen. Maar we horen nog wel even de wethouder. De voorzitter: Mevrouw Köseoglu, nog een reactie. Mevrouw Köseoglu (PvdA): U mag het inderdaad zo lezen.
De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (ROSA): Als we het zo mogen lezen, dan heb ik dit al toegezegd op het vragenuurtje. Dus het lijkt me goed om dit volgend schooljaar met de schoolbesturen op te pakken. De voorzitter: Nog behoefte aan een reactie? De heer Van Braam.
De heer Van Braam (SP): Dan is de motie toch overbodig, als het al toegezegd is? De voorzitter: Dat is aan de indiener. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Nu wordt het leuk. Allereerst, ik vind het eigenlijk ook best wel vervelend, dus dat wil ik hier ook even kenbaar maken. En ik hoop dat ook andere raadsleden mij ook begrijpen. Kijk, dit is een motie die niet zomaar uit de lucht komt vallen. We hebben samen met GroenLinks hier ook goed over nagedacht, gesproken met schoolbesturen, ouders en ook met u. En u heeft zelf aangegeven dat we deze motie dan maar moeten indienen, omdat het u ook versterkt om dit dan samen met schoolbesturen op te pakken. Dan dienen we uiteindelijk een motie in, en dan vraag ik me af, met wie heb ik dan de afgelopen tijd gesproken. Want ja, en dan zegt u in een keer, ja, ik heb het toegezegd en de motie is overbodig. Dus ik vind dit … Ik bedoel, kijk, uiteindelijk gaat het natuurlijk om het doel. En het doel is voor een transparant aannamebeleid, en als het overbodig is dan is het overbodig. Maar ik wil wel die dat punt maken dat ik het proces hier naartoe dan wel vervelend vind. Dus dat punt wil ik even gemaakt hebben. De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (ROSA): Mevrouw Köseoglu, ik heb niet gezegd dat de motie overbodig is.
Ik heb gezegd dat ik in een vragenuurtje een toezegging heb gedaan dat is dit met de schoolbesturen zou bespreken en oppakken. De voorzitter: Goed. De heer Jongbloed (griffier): Blijft hij staan? De voorzitter: Blijft de motie staan? De heer De Laat. De heer De Laat (GroenLinks): Kunnen we even één minuut schorsen voorzitter? De voorzitter: Een minuut schorsing. Schorsing De voorzitter: De minuut is voorbij. De heer …: Er zijn wel wat mensen weg. De voorzitter: Betekent dat we … Er zijn een paar mensen de zaal verlaten. Misschien kunnen we vragen of die weer terug kunnen komen. De schorsing was aangevraagd door de heer De Laat, die heeft het woord. Mevrouw Köseoglu. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Nou, weet u voorzitter, ik … Nogmaals, ik … Het doel is uiteindelijk het aannamebeleid. Maar ik vind ook het proces vind ik ook net zo belangrijk, en de weg er naartoe ook. Ik bedoel, ik weet dat u het heeft toegezegd. Wij hebben de gesprekken met elkaar gevoerd. Dus daarom vind ik het ver... U weet welke gesprekken wij hebben gevoerd. Maar maakt niet uit. Ik wil hem toch indienen en laten stemmen. En als dat ... Het is aan de raad.
De voorzitter: Oké dan brengen we hem nu in stemming. De motie … Oké, Lokaal Zaans is niet aanwezig. Wie zijn er nog meer niet? Mevrouw Köseoglu (PvdA): Echt super vervelend. De voorzitter: Ja, dan gaan we … Stel ik voor toch te gaan stemmen. De heer De Haas, stemverklaring. De heer De Haas (ROSA): We zijn heel erg blij dat het resultaat behaald is in het voortraject. Dat heeft iedereen kunnen volgen in het Zaanstad Beraad. En daarmee … Ik zal de woorden overbodig niet meer gebruiken, maar is de motie feitelijk … Of de inhoud van de motie feitelijk al in uitvoering en zullen we tegen deze motie stemmen. De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? De heer De Vries. De heer De Vries (D66): ja voorzitter, natuurlijk is het gebruikelijk dat als er een toezegging is, dat je dan je motie intrekt. Dat is gebruikelijk, dat moet niet. De wethouder heeft net ruiterlijk toegezegd wat ze ging doen. En ja, weet je, dan kan je natuurlijk tegen zo'n motie stemmen, maar dat vind ik dan wel weer een brug te ver. Dus wij zullen voor de motie stemmen. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, wij vinden het belangrijk dat dit gewoon ook in de raad vastgelegd wordt dat we dit graag willen vanuit de raad ook. En dat zal de wethouder helpen in haar gesprekken met de besturen. Dus vandaar zullen wij voor deze motie stemmen. De voorzitter: Stemverklaring van de heer Van Braam.
De heer Van Braam (SP): Ja, zoals de heer … Mijn college de heer De Haas al zei, er is min of meer al een toezegging gedaan, dus hij is overbodig. En ja, voor de rest de voor stemmers vind ik het een beetje poppenkast worden nu. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat (GroenLinks): Ik dank het college voor de toezegging. Maar vanwege de symboliek voor van deze motie willen we hem toch handhaven, en daarom stemmen we voor. De voorzitter: Fractie van LZ neemt ook deel aan de beraadslagingen. Dan kunnen we nu overgaan tot stemming van de motie vreemd aan de orde, aannamebeleid basisonderwijs gemeente Zaanstad van Partij van de Arbeid en GroenLinks. Wie is daar tegen? Tegen zijn de fracties van de SP, ROSA, POV, PVV en D.. LZ. Excuus, LZ. Daarmee is de motie aanvaard. Motie vreemd aan de orde: Brief naar jongeren over de gevaren van snel-varen De voorzitter: En gaan we naar de motie vreemd aan de orde, brief aan jongeren over gevaren snel varen van de POV. De heer Van der Laan heeft het woord. Portefeuillehouder is onderweg. Nou goed, de heer Van der Laan... De heer van der laan (POV) Het gaat over handhaving hè
De voorzitter: Ja, de heer Van der Laan heeft het woord. Ik probeer hem wel te beantwoorden. De heer van der Laan: Maar wie is de portefeuillehouder. De voorzitter: Ik vrees dat ik het ben. Maar het college spreekt met een mond. Dus de heer Van der Laan heeft nu het woord. De heer van der Laan: Ik ben benieuwd naar de … De voorzitter: Nee, u verwijst naar de brief die de burgemeester van Wormerland heeft gestuurd. Op zich een heel mooi initiatief en waardevol, dus als wij ook zoiets kunnen doen dan doen we dat graag. Dus we gaan kijken of we daarin kunnen voorzien. De voorzitter: De heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, wij vinden dit toch een beetje een vreemde motie. Met alle respect voor de burgemeester dat hij een brief zou willen schrijven naar de jeugd om niet snel te varen. Ik denk dat het niet alleen over de jeugd gaat als het over snel varen gaat, maar het gaat over alle gebruikers op het water. En laat ik voorop stellen dat wij ook tegen snel varen zijn, daar gaat het helemaal niet om. Maar één, het gaat hier allen over de jeugd, dat vind ik vreemd. En het andere is, wat zijn dan de succesfactoren waar de POV naar refereert? Ik denk dat snel varen, de enige manier om dat tegen te gaan is handhaven, en goed en scherp. En daar zou je moeten inzetten.
Zo’n brief, ik kan me niet voorstellen dat de jeugd, met alle respect gesproken, nu een brief van de burgemeester krijgen en dan gaan denken, nou we gaan niet meer snel varen. Dat blijft gebeuren. Dat is ergerlijk en het moet anders aangepakt worden dan een briefje schrijven door de burgemeester. Tot zover. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Mijnheer de voorzitter, in 2010, toen wij het genoegen als politieke partij om weer terug te keren in deze politieke arena, toen hebben we al de aandacht gevraagd voor de snelle bootjes. En daarvoor heeft een geachte afgevaardigde van het CDA het er jaren over gehad. Ik ben de goede man zijn naam kwijt, maar misschien kan iemand me helpen. De heer De Vries (D66): Nee, was het maar waar. Maar toen ben ik op visite geweest bij Wormerland. En daar hebben we toen naar dat systeem wat hun hanteren gekeken, en gevraagd of hier aandacht voor was. En dat is gewoon jarenlang is daarover gesoebat en gedaan. En er wordt van alles bedacht. Maar u heeft zelf een toezegging gedaan, burgemeester. Want we hebben het indertijd gehad over de APV, en daar zou het in opgenomen worden. Maar toen was het allemaal te snel. En u hebt toegezegd dat u, zodra er tijd voor was, dat in de APV op zou willen nemen. En dat is natuurlijk prima. En vanuit dit huis zijn er al reeds brieven gestuurd naar scholen.
Er is al gepubliceerd in het Zaanstad Journaal over hoe om te gaan met snelle bootjes. Dus als het goed is weet iedereen dat. Maar het kan natuurlijk nooit kwaad, en wat dat aangaat siert het de Partij voor de Ouderen en Veiligheid dat ze dat weer opnieuw op de agenda zetten. Het kan nooit kwaad om daar aandacht voor te vragen. Want gelukkig zijn er in onze stad zelden ernstige ongevallen gebeurd. Maar u weet, u heeft van mij weleens een filmpje gekregen over een ongeval wat er gebeurd is. En dat is op het nippertje goed afgelopen. Dus hoe meer aandacht voor dit onderwerp er is, hoe liever of het mij is. En samen met de co… Collega Kuyper … Samen met … Ja, dat krijg je als je oud wordt, dat is heel vervelend. Maar ik hoop dat jullie me dat niet kwalijk nemen. Met collega Kuyper hebben we daar heel hard aan getrokken, zijn
we op verzoek geweest bij haven en vaarwegen. Er is heel hard aan getrokken, er wordt heel hard nagedacht over wat systeem nou het beste is. En ik hoop dat er zo snel mogelijk een ei over gelegd kan worden, zodat dit probleem voor eens en altijd tot het verleden gaat behoren. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja. Dank u, voorzitter. Het is inderdaad een heel lang lopend of een lang varend probleem. Wij zien niet zo zeer het idee van brieven gaan schrijven. Wij vragen of dat wel voldoende effect heeft. Ik heb bij een collega in Wormerland geïnformeerd. Die brief is eigenlijk net verstuurd, dus de resultaten daarvan die zijn nog niet duidelijk. Wat wij wel inderdaad aan de portefeuillehouder willen vragen, want in december vorig jaar, zoals mijnheer De Vries zei, stond het op de APV. En dat ging dan over het vignet. Dat is er vanaf gehaald met de belofte dat er beleid over zou komen. Dat missen we nog steeds. En ik zou heel graag van de portefeuillehouder willen horen wanneer dat komt. Dank u. De voorzitter: De heer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Ja. Dank u wel, voorzitter. In aanvulling op wat de heer De Vries al heeft betoogd, want een deel verteld van wat ik wilde vertellen. Wij hebben op 8 mei vragen gesteld ook naar aanleiding van de berichtgeving.
We hebben binnen twee dagen daar antwoord op gekregen dat er inderdaad vorig jaar 10.000 brieven zijn verstuurd, dat er ook wordt gehandhaafd. De inspanning van de heer De Vries en mijzelf. Ik kan niet zeggen dat het meteen op ons konto komt, maar heeft er wel toe geleid dat er nu ook een bootje is dat in de kleinste slootjes terecht kan. Er wordt gehandhaafd, er wordt bekeurd, er worden waarschuwingen uitgedeeld. En als de scholen weer volledig open gaan, dan gaan al die campagnes op de scholen ook weer van start. Dus uw vrolijke toezegging aan het begin van dit debatje, mijnheer de burgemeester, heeft mij een beetje verbaasd moet ik zeggen. Ik denk niet dat het nodig is. Ik denk dat we heel veel doen. Er kan altijd meer. Maar deze brieven, daar zie ik niet zoveel in. Dat kunnen ze in Wormerland heel goed denk ik. En ieder heeft zijn eigen methodes, en wij doen veel. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja, we kunnen ons grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer Kuyper en mevrouw Mathkor. Het is zonde van de portokosten. Ik zou het niet doen en voor andere dingen gebruiken, niet voor dit. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Ik ben het met mijnheer Kerkhoven eens dat het niet alleen jongeren zijn.
Dus wij zouden als VVD graag zien dat de burgemeester de toezegging uitvoert, maar dat we wel kijken of we dat breder kunnen doen dan alleen gericht aan jongeren. De voorzitter: Verder nog woordmeldingen? De heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Dank u wel, voorzitter. Ja, ik had de POV een vraag gesteld, waar dan die succesfactoren waar zijn die dan? Want waar is het op gebaseerd? U refereert ernaar in uw motie dat … Er staat dus, het project bleek volgens de gemeente succesvol en wordt ook dit jaar voortgezet. Wat is dan, wat zijn dan die succesfactoren? Dat zou ik graag willen weten.
De voorzitter: Dat is een vraag aan de heer Van der Laan? Ja, de heer Van der Laan. Nee. Dan zal ik in ieder geval nog even antwoorden namens het college. Wij hebben inderdaad vorig jaar met elkaar uitbundig ... De heer Jongbloed (griffier): POV heeft nog 1,5 minuut. De voorzitter: POV heeft nog 1,5 minuut. Maar, ja. De heer … (POV): Ja, maar dat wil ik ergens anders voor gebruiken. Ik moet kiezen. De voorzitter: Zal ik mijn bijdrage dan leveren als portefeuillehouder rondom dit dossier? Wij hebben vorig jaar uitgebreid gesproken over het snel varen en de aanpak daarvan, handhaven. Dat hoort bij een communicatiecampagne, die hebben we ook afgesproken. We hebben vorig jaar een brief gestuurd. Ik ben ook van zins om dit jaar ook weer in die communicatie wat te doen. Dat kan ook via social media, wat volgens mij effectiever is om jongeren te bereiken. Maar we kijken ook goed naar wat de buren doen, want daar kunnen we altijd van leren. Daarnaast hebben we natuurlijk ook borden geplaatst op het water om … En we handhaven extra. Daar hebben we ook geld voor beschikbaar gekregen dankzij uw besluit bij de begroting. Dus het is een heel pakket van maatregelen wat we van harte uitvoeren. Als het gaat om het vignet. Dat is zoals toegezegd wordt dat uitgevoerd door portefeuillehouder Slegers die van varen en water is.
En dat komt binnenkort hier terug en dan wordt het ook vastgelegd in de APV. Maar eerst hebben we ook afgesproken dat u daar nog over komt te spreken. Dat is onder het portefeuillehouderschap van de heer Slegers. Als u wilt weten wanneer dat komt, zal ik zorgen dat u daar nog in de beantwoording later een antwoord op krijgt. En daarmee denk ik dat we … De heer Wit heeft een hele korte opmerking, maar die is buiten de tijd. De heer Wit (CDA): U heeft de toezegging gedaan om actie te ondernemen. Nou dat maakt de motie overbodig. Maar wij zouden graag ook horen dat u dat contact ook legt met Oostzaan. Want die waterwegen en die jongeren die zijn heel vlug van de ene naar de andere gemeente. En Oostzaan hoort daar ook bij. De voorzitter: Daar is ook contact over met de collega's. Sterker nog, we zijn ook in gesprek om te kijken of we de boa's gezamenlijk helemaal kunnen laten optrekken. Dus daar wordt nog meer aan gewerkt. Maar die samenhang is er. Kunnen we daarmee deze discussie afronden? De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, blij met de toezegging. Ik trek hem in. De voorzitter: Dan is deze geen onderdeel meer van de besprekingen, de besluitvorming. Motie vreemd aan de orde: Provinciale omgevingsverordening De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde provinciale omgevingsvergunning van de VVD en anderen. Mevrouw Schenk heeft het woord.
Mevrouw Schenk (VVD Zaanstad): Ja. Dank u, voorzitter. Nou in de vorige zienswijzeperiode voor de omgevingsverordening heeft het college ook een zienswijze ingediend. Helaas is daar geen gehoor aan gegeven. De afgelopen maanden hebben wij gemerkt dat we tegen echt wel een aantal zaken aanlopen dat we onze visie op linten, dijken en paden niet kunnen uitvoeren. Vandaar dat de VVD samen met de POV het voortouw heeft genomen om een eigen zienswijze te schrijven die gelukkig breed gesteund wordt in de raad. Waarvoor dank. Die zullen we dus ook indienen. En dus ook bij deze de oproep aan het college om, ja, om ook weer een zienswijze in te dienen in de hoop dat we daarmee wel resultaat boeken.
De voorzitter: Wie wil daar ook nog het woord over voeren? De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Ja de SP die is van mening dat deze motie overbodig is. In de eerste plaats omdat het in de raadsinformatiebrief die B&W van Zaanstad op 16 februari 2021 naar de gemeenteraad stuurde, staat dat de gemeente in gesprek gaat met de provincie om te kijken wat de mogelijkheden zijn om kleinschalige woningbouwontwikkelingen te creëren binnen de provinciale regelgeving. In de tweede plaats, omdat er blijkbaar nog geen notitie lintbebouwing is. De SP-fractie in de Provinciale Staten heeft inmiddels statenvragen gesteld over het uitblijven van de gesprekken en notities over het Jacob Visterrein. Ook zonder onze instemming zal de motie worden ingediend en er overeenkomstige zienswijze bij de provincie worden ingediend. Ten gevolgen van onze eerdere inbreng over het Jacob Visterrein, waar mogelijk natuur zal worden ingewisseld voor peperdure woningen, zullen wij voor deze motie stemmen. Echter met de aantekening dat wij liever eerst de antwoorden op de statenvragen hadden afgewacht. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen over dit onderwerp? Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Ja, dank u wel. Wat het college betreft een uitstekende motie. Dank ook voor het initiatief van de partijen.
En volgens mij een prima en krachtig geluid naar de provincie om opening te bieden in het beleid en ook op een aantal plekken woningbouw toe te staan. Dus dank daarvoor. De voorzitter: Kunnen we overgaan tot stemming. Wie is tegen de motie vreemd aan de orde provinciale omgevingsverordening van de VVD en anderen? Wie is daar tegen? Dan is die unaniem aanvaard. Motie vreemd aan de orde: Motie van wantrouwen tegen Evert Hartog (SP) De voorzitter: Dan gaan we naar de motie vreemd aan de orde, de motie van wantrouwen Evert Hartog van PVV en POV. Wie wil daarover het woord? De heer Van Haasen, dan de heer Pauw. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt voorzitter. Wij zitten met zes vertegenwoordigers en een wethouder, portefeuillehouder, in de vervoersregio. Wij maken daarover afspraken met de gemeenteraad hoe wij daar optreden in de voorbereidende sessies. Wij doen toezeggingen, wij dienen … Wij stellen moties samen. En die worden dan mede ondertekend of niet. En wat tot onze grootste verbazing blijkt dat een motie die hier unaniem is ingediend door de Zaanse vertegenwoordiging in de vervoersregio niet gedeeld wordt als we in de vervoersregio zijn. En dan haakt er een van de vertegenwoordigers die haakt dus af, dat is dus de heer Hartog in dit geval. En dat doet hij eigenlijk een beetje achter de rug van de Amsterdamse vertegenwoordiger van de SP.
Als … Wij vinden dat als de heer Hartog zich terug wil trekken van zijn motie, dat hij dat ook kan doen door een schorsing aan te vragen in de vervoersregio, overleggen met zijn regioraadsleden, en dat hij ze dan van de motie af zou kunnen schrijven. Dat doet hij dus niet. Hij verschuilt zich achter de Amsterdamse vertegenwoordiger en die laat hij dus melden dat de hele SP-fractie tegen een unaniem ingediende motie van de Zaanse raad stemt. Als er dus later om gevraagd wordt in het debat dan, ja, ja, het is wel zo, maar we zijn tegen de MRA. Nou wij zijn ook tegen de MRA, maar daar ging dit helemaal niet over. En in het voorbereidende debat had de heer Hartog gezegd, had hij ook al aangegeven dat hij tegen de MRA was. En hij vond dat hij die motie wel kon steunen, omdat dit een vertraging was voor de optuigen van de MRA. En dat was dus in Amsterdam in ene niet meer het geval. En vandaar dat wij in overleg met een eerdere indiener van een motie van wantrouwen tegen de heer Hartog en tegen mevrouw Mathkor van GroenLinks contact hebben opgenomen wat hiermee te doen. En ons enige mogelijkheid leek om alsnog weer een motie van wantrouwen in te dienen. Bij dezen.
De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, ik kan me wel voorstellen dat er een motie van wantrouwen ligt. Maar wij zullen hem niet gaan steunen, omdat de kern van het probleem ligt natuurlijk niet in het afwijkende stemgedrag van de heer Hartog, maar veel meer in de manier waarop de vervoersregio en de vertegenwoordiging van de diverse gemeentes is vormgegeven in die stadsregio. En dan kom je op een gegeven moment gewoon in een conflictsituatie. En deze motie van wantrouwen is niet de enigste die ik al voor mijn neus krijg. Want volgens hebben er in de afgelopen jaar meerdere de revue gepasseerd, waarin iemand afweek van het standpunt wat hier ingenomen was. En ik kan me dat weleens voorstellen dat je zulke principiële bezwaren er tegen hebt, dat je stelt van, nou hier kan ik niet mee instemmen. Maar de oorzaak ligt veel dieper, en de oorzaak is gewoon dat die vertegenwoordiging gewoon niet goed is. En daar hebben we al constant voor gewaarschuwd. Als je ons in de vervoersregio laat vertegenwoordigen door alleen een wethouder, dan moet die wethouder verantwoording afleggen aan de hele raad. En dan ontstaan er geen conflicten, want die wethouder hoort te handelen zoals de raad in meerderheid heeft beslist. Dat is zoals het in vertegenwoordigde organen hoort toe te gaan. En niet zoals het nu is met de vertegenwoordiging van vier of vijf mensen vanuit Zaanstad.