Verslag raad 18-02-2021
Tekst van het document
De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb in mijn bijdrage dat eigenlijk nauwelijks aangestipt, realiseer ik me, maar het punt dat we zien met het Groen- en Waterplan is dat er komt een nota klimaatadaptatie aan. We hebben ook over biodiversiteit hebben we het en we hebben nu het bomenbeleidsplan. En we zien ook een aantal issues ontstaan over dat er bijvoorbeeld, ik hoorde de heer Hoedemaeker het zeggen, in bepaalde wijken wil je misschien meer met andersoortig groen werken dan met bomen, omdat het niet past. In dat kader is eigenlijk deze motie voortgekomen daaruit. Maar op het moment dat daar toch een idee over ontstaat dat er misschien in het Groen- en Waterplan dingen kunnen worden toegevoegd, al dan niet op termijn, dan volstaat dat natuurlijk ook. Maar ziet de wethouder dit probleem ook? Dat is eigenlijk een vraag. De voorzitter: Wethouder Slegers.
De heer Slegers (wethouder): Nee, dat probleem zie ik niet. Heel kort, ik denk dat het in Groen- en Waterplan alles is gedekt en dat vandaaruit ook wensen die er zijn ook vandaaruit verder uitgekristalliseerd kunnen worden en dat het niet specifiek in het bomenbeleidsplan thuishoort. Het bomenbeleidsplan is een onderdeel van het Groen- en Waterplan en zodra daar dingen in gebeuren, net wat ook door meerdere fracties is gezegd, laten we nou eerst eens beginnen met het bomenbeleidsplan. Het Groen- en Waterplan ligt er al en daar komen überhaupt, komen daar kruisbestuivingen uit, daar komen toevoegingen bij, dat gaat elkaar versterken op vele vlakken. Laten we dat nou eerst even doen, voordat we dit dan weer als extra er weer aan toe gaan voegen. Ik denk dat dat niet op dit moment nodig is, ik denk dat het alleen maar ruis gaat veroorzaken en dat we de focus kwijtraken. Dus het college zal deze motie dan ook ontraden. Dan de motie ‘Groen geld’, waarin verzocht wordt om het budget voor de openbare ruimte tenminste gelijke tred te laten houden met de groei van het inwonersaantal van de gemeente Zaanstad. Het budgetrecht is natuurlijk belegd bij deze raad, dat ligt niet bij het college. En de raad is hier en ook die besluit om de financiële middelen ergens voor beschikbaar te stellen en wij zitten daar als college natuurlijk naar te kijken hoe u uw wijze besluiten gaat nemen.
Wat het college kan doen is om het budget dat nodig is voor de groei van de stad jaarlijks te betrekken bij de voorjaarsnota. Dat is hetgeen nu waar wij als college aan zet zijn om dat aan u voor te stellen. Dat geldt niet alleen maar voor bomen, maar voor de gehele openbare ruimte en op basis van die integrale afweging dan op dat moment – want daar ben ik absolute voorstander van altijd, proberen om alles integraal af te wegen – om die afweging ook te maken bij die voorjaarsnota, waar dan ook besloten kan worden voor welke ontwikkelingen extra geld beschikbaar wordt gesteld. Daar zullen wij dan ook onze uiterste best voor doen om daarvoor aan uw raad een goed voorstel in te dienen. Deze motie legt dus een claim op de toekomst en beperkt daarmee ook de ruimte voor de raad daarin, want je zet meteen geld vast wat alleen maar daarvoor zou bestemd kunnen worden. Natuurlijk kan de raad besluiten deze motie in de toekomst ook naast zich neer te leggen, maar de vraag is dan wel wat de toegevoegde waarde is van die motie op dat moment. Dus wij zullen als college deze motie ontraden. Dan komen we bij de amendementen. ‘Alle ecosysteemdiensten zijn criteria bij herplantplicht’ ook van de Partij voor de Dieren. Ik kan daar heel kort in zijn.
Dit amendement is eigenlijk gewoon voor ons als college niet uitvoerbaar en het is nu ook nog niet mogelijk om al die ecosysteemdiensten van bestaande bomen objectief ook in beeld brengen. Er is op dit moment ook geen systematiek, een algemene systematiek om de onderlinge ecosysteemdiensten te wegen en op basis hiervan ook de herplant te bepalen. Er zijn zoveel systemen op de markt dat je daar wel een hele goede oriëntatie in moet gaan doen. Dan kom ik zo dadelijk ook even op het andere amendement van die toetsing en hoe dat we u gaan informeren over de stand van zaken. De kroonoppervlakte van een boom is meetbaar, maar daarbij is natuurlijk de meest objectief is die wel vastgesteld natuurlijk, objectief. Daarmee is het mogelijk om die kapvergunning te beoordelen natuurlijk op dat moment ook en op basis hiervan ook de herplantplicht ook vast te stellen. Dus wij zullen dan ook dit amendement ontraden. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Over het, u zegt het kroonvolume is objectief meetbaar. Op dit moment zijn daar inderdaad nog niet die tools voor beschikbaar, maar die zijn er binnen enkele jaren wel.
Is het dan de intentie van het college om daar dan alsnog mee aan de slag te gaan, of schieten we dat voor de komende dertig jaar dan af, bij deze? De heer Slegers (wethouder): Kan ik antwoord geven, mijnheer de voorzitter? De voorzitter: Wethouder Slegers.
De heer Slegers (wethouder): Dank u wel. Zoals u weet hebben wij altijd, sluiten we onze ogen niet voor de toekomst. Daarom zijn dit soort plannen ook objectief om een beeld te schetsen naar de toekomst toe. Dat doen we ook bijvoorbeeld met het Zaans Mobiliteitsplan waar het bomenbeleidsplan ook weer een onderdeel van is, waarin ook die kruisbestuiving zit. Dus de weg daar naartoe zal altijd getoetst worden en als er middelen zijn die ons daarin kunnen verrijken om dat allemaal nog beter te kunnen monitoren en u daarover te informeren, dan zullen wij dat altijd blijven doen en zullen we daar ook voorstellen voor u aan de raad doen om die middelen ook te gaan gebruiken. Dus het is niet zo dat het tot over dertig jaar vastzit en u kunt niks meer. Dus dit amendement kunt u misschien over twee, drie jaar nog eens een keer indienen, of als motie en dat we dan zeggen: nou, nu zijn de middelen er, wethouder – wie er dan ook zit – kunt u ons nu toezeggen dat u ook die middelen gaat gebruiken? Maar op dit moment zijn ze er niet, dus kan ik ze ook niet borgen in het bomenbeleidsplan, want dat is toekomst, dat weet ik niet. Dan, ‘Aandacht voor spreiding’. Het college houdt vast aan de ambities zoals die genoemd zijn in het bomenbeleidsplan. De ambitie van 20 procent kroonbedekking, dat is een realistische norm op basis van het CBS, wijkindeling is die ook gehanteerd.
Wat we ook in de Zaanstad Beraden een paar keer hebben gezegd: er zijn nou eenmaal schrale wijken, groenschrale wijken, die proberen we natuurlijk op te zetten, maar er zit daar ook een limiet aan dat je dat kunt doen. Dus ik kan in sommige wijken misschien niet die 20 procent volume kan ik daarin garanderen. Dus vandaaruit ook zijn we van mening dat het hanteren van een norm van 2030 van 15 procent voor groenarme buurten geen haalbare ambitie is. Ik kan dat niet beloven. Dat ligt gewoon aan de bestaande wijken en hoe dat we daarmee omgaan. Dan heb ik liever, zoals ook al een paar keer hier ook werd gezegd, dat we daar in plaats van bomen ook wat meer groen, wat struiken en andere soorten neer kunnen zetten, dat we toch op een of andere manier toch ook een leefbaarheidsfactor heeft die al onze inwoners van Zaanstad verdienen gewoon. Het college kiest er dus voor om een ambitie neer te leggen van 20 procent voor woonwijken en dat kan inhouden dat er ook groene gebieden nabij woongebieden zijn gelegen waar bewoners kunnen genieten van voldoende groen. Wat we ook zeggen is dat we misschien sportcomplexen ook een onderdeel van de openbare ruimte zouden kunnen maken waar we ook veel groen willen gaan creëren bij de sportvelden. Dus ook dat soort gebieden willen we daar zeker inzetten.
Dus wij kunnen ook dit amendement, ja sorry, kunnen wij helaas niet omarmen en zullen wij negatief moeten beantwoorden. Dan het amendement ‘Ambities worden afspraken’. Dan kom ik weer bij hetzelfde feit dat het budgetrecht ligt bij deze gemeenteraad, niet bij het college. Met dit amendement legt u ook weer uzelf vast om de ambities te halen. Het bomenbeleidsplan moet er nou juist voor zorgen dat het nog verder geconcretiseerd gaat worden en daarbij moet blijken ook binnen het bestaande financiële – en ik kom bij iedere keer weer op, want uiteindelijk is dat een groot onderdeel ervan natuurlijk – de financiële kaders om deze ambities ook te kunnen realiseren. En daar bent u voor als raad, niet wij. Wij kunnen alleen maar voorstellen daarvoor indienen. En met deze motie, of dit amendement bedoel ik, verplicht u zichzelf hiervoor te zijner tijd ook de financiële middelen voor beschikbaar te stellen, nu al. Dat laat ik aan u over. Wij als college vinden dat riskant, want dan heb je dus geen beweegruimte meer, en dat moet gewoon een afwegingskader zijn tijdens de kadernota. Dan, het amendement ‘Boomnorm bij het bomenbeleidsplan’. De voorzitter: U heeft nog één minuut. De heer Slegers (wethouder): Wat zegt u? De voorzitter: Nee, gaat u snel door. De heer Slegers (wethouder): Ja, ik ga snel door, maar dit is juist het onderwerp.
We hebben in het hele bomenbeleidsplan getracht om eens een keer een andere wending te brengen en alle tradities die we ook hier
in Zaanstad hebben om te kijken dat we eindelijk eens een keer met een plan komen waarin we kunnen zeggen dat we een aantal ambities die we hebben als hittestress en al die soort dingen meer, om die ook daadwerkelijk eens een keer goed in kaart te brengen en die voor tot dertig jaar lang ook vast te leggen dat we er ook aan kunnen werken. Ik snap van een aantal partijen dat zij allemaal met hun groene hart en de bomen lief zijn – dat ben ikzelf ook – en dat u vast zult houden aan die 0,4. Het lijkt me dan ook verstandig, en ik heb daar lang over nagedacht en ik wil daar toch een handreiking doen. Alleen, die handreiking houdt in dat u het amendement zal moeten aanpassen, zodat ik ook – en dat is mijn belangrijkste zorg – dat het ook financieel haalbaar wordt. Want dat is mijn belangrijkste zorg. Ik kan de 0,4 norm, zou ik kunnen blijven hanteren naast dat we ook nog eens een keer de ambitie hebben voor die 20 procent kroonbedekking, maar daar moeten ook financiële middelen tegenover staan. Want dan kom ik als college en als verantwoordelijk wethouder in de spagaat dat op het moment dat we dit doen en ik moet terug naar uw raad om dan op dat moment vast te stellen dat ik de financiële middelen er gewoon niet voor heb, dan kom ik echt een spagaat. En ik ben een man een man, is een woord een woord, een woord een woord, een man een man, en ik wil die afspraak ook nakomen.
En niet dat ik u daarvoor op een gegeven moment voor een dilemma stel: wat gaan we nou doen, want ik moet financiële middelen daarvoor hebben. Ik wil daar een handreiking in doen, dus voordat u allemaal uw hand opsteekt, wil ik hierna nog even misschien een kleine schorsing zodat we dat heel even met de indienende partijen om tafel kunnen zitten, met de aanvulling, die heb ik ook met de ambtenaren besproken, om die aanvullingen op het amendement, of we die toe kunnen voegen en dan zou er een mooi compromis uit kunnen komen. De voorzitter: Volgens mij kunnen alleen raadsleden vragen om een schorsing, maar dat weet ik nou niet zeker. De heer Slegers (wethouder): Ik doe een verzoek. De voorzitter: Oké. Ik zag een paar handen omhoog. Ik zag de heer Pietersma.
De heer Pietersma (PvdA): Voorzitter, misschien kan de portefeuillehouder misschien even toelichten als hij het heeft dat hij daar financiële middelen voor heeft, heeft dat dan te maken met bijvoorbeeld dat hij meer of minder bomen moet gaan planten, of heeft dat te maken met dat hij ze moet tellen? Want dat doen we al namelijk jaren volgens mij, tenzij we al die jaren met cijfers zijn geconfronteerd die niet op werkelijkheid berusten, maar … En twee, misschien ook de vraag in de richting van de wethouder: geldt het voor het college niet hetzelfde dat op het moment dat er straks financiële consequenties zijn, dat u dat gewoon netjes bij de voorjaarsnota aan de raad voorlegt? De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Ik schrik er wel enigszins van dat de wethouder het beeld schetst dat als wij deze ambities zouden willen halen, dat er grote risico’s aan kleven dat we te weinig geld hebben. Dan vraag ik me eigenlijk een beetje af: hebben we dan nu, moet er dan niet nu direct al meer geld gereserveerd worden? Of dat dan bij de kadernota moet of niet, daar kunnen we denk ik van mening over verschillen. Maar, er bekruipt me toch een vreemd gevoel en dat geldt ook over de bomennorm, maar goed. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. U heeft overigens nog één minuut over, mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, dank u.
Het bevreemdt mij ook een beetje wat de wethouder zegt, want zoals ik net al in mijn bijdrage heb gezegd, er is natuurlijk nu ook, er is een herplantplicht. Dus dat
herplanten gebeurt sowieso. Het lijkt me vreemd dat daar nu extra geld voor nodig is, dat is één. En ik weet ook niet of de wethouder nota heeft genomen van mijn opmerking dat er nu een nota wijkoverstijgende kosten is waar eventueel ook financiële middelen in te halen zijn. Ik sluit me ook aan bij de heer Mattens, als er nu al helemaal geen geld is, dan weet ik eigenlijk niet wat we hier doen. Maar goed, neem me niet kwalijk. En als er een schorsing, ja, ik ben zeker bereid om even een schorsing bij elkaar te roepen. Als de wethouder dat niet kan doen, dan doe ik dat dan bij deze. De voorzitter: Maar nadat u het antwoord van de wethouder heeft? Ja, dan heeft eerst de wethouder nog het woord. De heer Slegers (wethouder): Natuurlijk, we hebben nu ook al een herplantplicht, maar we hebben nu ook in het bomenbeleidsplan gezegd dat we ook naar een 30 procent kroonbedekking willen. Dat houdt dus in dat je op een gegeven moment kunt zeggen: luister goed, ik ga in plaats van drie bomen die ik kap, ga ik één hele grote terugzetten. Maar met die 0,4 norm moet ik ook aan die 0,4 norm blijven voldoen. Dus ik zal ergens anders toch nog, want anders duik ik misschien dadelijk onder de 0,4, kom ik op 0,3 of 0,2 uit. Dan gaat u tegen mij zeggen: u voldoet niet aan de norm. Dat is de tegenstrijdigheid op dat moment.
Het hoeft geen tegenstrijdigheid te zijn op het moment dat we ook de financiële middelen daarvoor hebben, de extra financiële middelen die we daar ook in kunnen zetten om dan ook die 0,4 te halen. Want ook op basis van bij gebiedsontwikkeling kan het zijn dat een ontwikkelaar die 0,4 niet kan halen. Nou, ik moet dan wel die 0,4 ergens anders gaan compenseren en dat kan misschien wel eens extra financiële middelen met zich meebrengen ook. En wat mevrouw Mathkor ook zei, er zou een kans zijn dat die kosten ook gedekt zouden kunnen worden, en dat wil ik ook dan voorstellen, uit het uit het fonds bovenwijkse voorzieningen. Dat je daar ook, als er een discrepantie komt tussen de financiële middelen die we hebben en we moeten toch aan die 0,4 norm voldoen, dat we vandaaruit dat ook daaruit kunnen bekostigen dan op dat moment. De voorzitter: Interruptie van de heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Voorzitter, eigenlijk hebben we er wel een beetje moeite mee met wat de wethouder nu doet. Die zegt nu eigenlijk: ik heb de gegevens nog niet, ik weet nog niet hoe het zich de komende jaren gaat ontwikkelen, het zou dit kunnen, het zou dat kunnen zijn, het zou zo kunnen zijn. En vervolgens moeten wij hier nu een besluit nemen of wij een beroep gaan doen op allerlei andere potjes.
Terwijl, als u zegt: de komende jaren – want nogmaals, dat kronendek gaat zich pas de komende tien, vijftien, twintig jaar ontwikkelen – dan hebben nog tijd genoeg om tussentijds op uw voorstel dat er wacht als blijkt dat er meer geld nodig is voor die 0,4 norm. Dus ik ben eigenlijk helemaal niet geneigd om op dit moment daar nu een besluit over te nemen. De voorzitter: De heer Slegers. De heer Slegers (wethouder): Dat ben ik helemaal met u eens, mijnheer Pietersma. Alleen, ik wil wel een borging hebben, dat ik er ook op een gegeven moment op terug kan komen dat als ik – en dat vermoeden heb ik, dat gevoel krijg ik – dat ik op een gegeven moment financiële middelen tekort ga komen, dat het hier in deze raad niet als een verrassing komt als deze wethouder terugkomt en zegt: jongens, ik krijg de financiële middelen niet bij elkaar. Ik probeer alleen maar mee te denken daarin om te kijken: hoe kunnen we dat dan borgen? Nou, als dat kan vanuit de toezegging die ik van uw raad krijg om daar t.z.t. als we bezig zijn met het bomenbeleidsplan en te kijken of we dan die 0,4 plus die 20 procent kroondekking hebben, dat ik daar dan tussentijds op terug kan komen met een compleet plaatje: dit zijn de kosten daarvan en die zullen we ergens uit moeten gaan dekken.
De voorzitter: Eerst de heer Pietersma, dan mevrouw Mathkor. De heer Pietersma (PvdA): Voorzitter, volgens mij kan ik de portefeuillehouder bij deze toezeggen namens deze hele raad dat hij bij elke voorjaarsnota met voorstellen kan komen om een dekking vragen. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ik hoorde heel goed wat de wethouder zei, die had het over te zijner tijd. Dat is nou juist het punt. Aangezien er toch voortdurend gemonitord wordt en met allerlei gegevens naar ons toegekomen wordt, als er dan op een gegeven moment tekort is, dan kunnen we nog zien. Het gaat om nu zoals we het nu willen. Want inderdaad, die kroonbedekking kan nog wel even duren. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Mag dan vragen aan de indieners van het amendement om dat op een of andere manier in dat amendement ook te verwoorden dat het een tijdelijke situatie is en dat op het moment dat die ondergrens bereikt wordt, dat we dan weer opnieuw met elkaar in gesprek gaan. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Ja, ik zit een beetje te aarzelen. Ik weet niet of er verder nog meer woordvoerders zijn, maar ik vind het prima om het even te schorsen om te … De voorzitter: Nee, ik stel voor dat de wethouder nu zijn betoog afmaakt en dat we dan … Kijk, ik wil eigenlijk proberen dingen te combineren als u het goed vindt.
Om kwart voor zeven is de koffie klaar en ik weet dat u eraan hecht om even een kopje koffie te drinken en andere dingen te doen. Dus als we het dan kunnen combineren en de stemming even uitstellen, dan kunnen we tot die tijd nog even een ander agendapunt behandelen. Is dat een goed idee? Dus dan geef ik eerst de wethouder het woord over zijn laatste woorden met betrekking tot dit debatonderwerp tot u te richten. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter. Ik heb nog een aantal amendementen. ‘Bomenbeleidsplan monitoring’, ik kan daar namens het college ook heel kort in zijn. We kunnen toezeggen dat we één keer per twee jaar aan de raad gaan rapporteren en wel over de ontwikkeling van de canopy op wijkniveau inclusief het kaartbeeld ervan. We gaan de voortgang over het versterken van de hoofdstructuur en de wijkstructuren zoals genoemd op de bomenstructuurkaart gaan we u rapporteren en we zorgen ervoor dat inzicht in de verleende kapvergunning, de herplant die is opgelegd en de realisatie ervan ook gerapporteerd wordt. De hittestresskaart wordt opgesteld in het kader van het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie, dus dat is even een andere soort rapportage. Dat is ook een wettelijke verplichting om die uitvoeringsplannen elke zes jaar te actualiseren.
Dus van daaruit dat het een beetje niet in het tweejarig proces loopt, maar we kijken of we daar een noemer in kunnen vinden, dus bij deze. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel dus … De heer Slegers (wethouder): We hebben nog meer amendementen. De voorzitter: Ik dacht dat u nu klaar was.
De heer Slegers (wethouder): Nou, ik heb nog een amendement ‘Bomen tegen global warming’. Daar kan ik heel duidelijk in zijn, die berekening van CO2-opname door bomen is wetenschappelijk nog volop in ontwikkeling. Ik kan daar totaal geen toezeggingen op doen hoe dat dat gaat uitpakken, dus ik zou ook ontraden om dat nu hier in het bomenbeleidsplan te amenderen en vast te stellen, want ik weet niet welke kant dat het opgaat. Dus laten we dat dan goed bijhouden, hetzelfde wat ik net al zei, dat we ook naar de toekomst kijken. Zodra dat ook bekend is, dan kunnen we daar nog een keer met elkaar over debatteren in welke vorm dat we dat ook gaan rapporteren aan u. Nou, ‘Dood hout’, ik zou dat niet in het bomenbeleidsplan neerzetten. Ik zou dat juist doen in de beheerplannen, want van daaruit kunnen we ook maatwerk leveren in plaats van dat we daar als een sausje over het bomenbeleidsplan heen gaan leggen. Die worden namelijk in de beheerplannen uitgewerkt waar we dan op dat moment het hout, of resten, of gras, of … Er komt ook een nieuw maaibeleid waarin dat ook duidelijk wordt gemaakt welke maaivelden dat we kunnen laten liggen, welke niet en dat komt allemaal in die beheersplannen terecht. Dus daar wordt dat uitvoerig in besproken. De voorzitter: Een interruptie van de heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Dank u, wethouder.
Ik wil toch even nog terugkomen op het amendement, want uiteindelijk heb ik volgens mij de portefeuillehouder geen conclusie horen trekken. Mag ik hieruit opmaken dat het amendement van de monitoring in de aangepaste vorm door u uitvoerbaar wordt geacht? De voorzitter: Er is ook nog een interruptie van de heer Hoedemaeker, klopt dat? De heer Hoedemaeker (D66): Ja, over amendement H. Er staat in de tekst van het voorstel: het toepassen hiervan wordt onderdeel van de uitvoering van het bomenbeleid. Volgens mij is daarmee ook de mogelijkheid opgenomen om het gewoon in de beheersplannen te doen. Is dat niet juist? De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Allereerst even over de global warming. In dat amendement staat toch heel duidelijk om dat te doen zodra het inderdaad die methodes daarvoor toepasbaar zijn. Dus dat staat er al heel uitdrukkelijk in. En over dood hout wil ik wel even toch in de herinnering roepen dat wij als raad ook biodiversiteit willen bevorderen en dit is juist een maatregel die de biodiversiteit bevordert. De voorzitter: Reactie van de wethouder op deze drie interrupties. De heer Slegers (wethouder): Mijnheer Hoedemaeker, het komt toch gewoon in de beheersplannen? Dus dat is heel duidelijk. CO2, ja, voorlopig kunnen we dat niet meten. Ik weet niet wat de toegevoegde waarde is om dat hier nu in een bomenbeleidsplan neer te zetten.
Ik vind gewoon dat op het moment dat het er is, dan komen daarop terug en dan kan het een onderdeel worden van de rapportage die we moeten doen. Alleen, ik vraag me dan wel af: wat weten we dan, als we die CO2 hebben gemeten? Dat is vraag nummer twee, wat weten we dan? En waar gaan we dan op sturen, wat zijn de indicatoren dan? Dus ik zou dat nu niet in dit plan gaan verankeren, omdat er zoveel vragen nog zijn: wat gaan we dan doen daarmee? Dus ik zou dat niet doen en wij ontraden dat dan ook. Ja, en dood hout, daar heb ik u al net al gezegd, dat zit gewoon in de beheersplannen dus. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van Nieuwamerongen.
Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Dank u, voorzitter. Ik hoorde de wethouder net zeggen over de bovenwijkse voorzieningen, dat hij daar eventueel die 0,4 norm nog uit zou kunnen betalen als dat nodig was. Bestaan er niet andere kosten en baten alvorens beslissingen genomen? Dit kan ik mij in ieder geval herinneren dus, maar misschien een ietwat technische vraag. De voorzitter: Wethouder Slegers. De heer Slegers (wethouder): Ja, die is mij iets te technisch, die kan ik zo niet beantwoorden, maar die zullen we dan even schriftelijk moeten beantwoorden. De voorzitter: Goed, kunnen we daarmee nu de beraadslaging afronden? Dan stel ik voor de stemmingen te doen na de pauze. Ja, mevrouw Van Nieuwamerongen, tenslotte. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Dank u. Ik hoor de wethouder nou zeggen dat hij dat technisch gaat beantwoorden, maar tegelijkertijd hoor ik hem net zeggen dat we die 0,4 norm daar dus uit die bovenwijkse voorziening kunnen betalen. Als dat niet klopt, dan heb ik weinig aan een schriftelijk antwoord over een paar weken. De voorzitter: De heer Slegers. De heer Slegers (wethouder): Nee, het voorstel is om te kijken waar we die dekking uit kunnen halen en het voorstel wat wij als college zouden doen is om die uit de bovenwijkse voorzieningen te halen.
Maar de heer Pietersma heeft natuurlijk wel gelijk, dat kan ook een voorstel zijn vanuit de kadernota natuurlijk en dat we eerst kijken: hoe gaat het nou vooruit en komen we ook aan tekorten, en in welk jaar komen we aan tekorten? Maar dat is ook voor mij de borging dan dat op het moment dat dit amendement ook aangenomen wordt, dat ik die borging ook heb dat ik er op terug kan komen in deze raad en dat we niet daarvoor aangekeken worden: ja, die dient u maar zelf ergens te gaan zoeken. Dan moeten we echt met elkaar de discussie aan waar we die middelen dan ook gaan halen met de ambities die we dan ook hebben. De voorzitter: Goed, ik denk dat we nu dit agendapunt kunnen beëindigen en de stemming opschorten tot na de pauze, ja? Zienswijzen kadernota’s 2022 RAUM en Twiske Zaanstreek Waterland De voorzitter: Dan gaan wij wat mij betreft nu door naar raadsbesluit ‘Zienswijzen kadernota’s 2022 RAUM en Twiske Zaanstreek Waterland’. Er zijn twee amendementen over. Wie kan die toelichten? De pauze begint om kwart voor zeven. Dus de pauze begint om kwart voor zeven, omdat dan de koffie voor u klaarstaat. De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, maar dan moeten we dit in tien minuten aftikken. Nou, ik denk dat ik nog wel iets langer aan het discussiëren ben met de wethouder, dus daar ben ik helemaal geen voorstander van.
De voorzitter: We gaan kijken hoever we komen en laten we wat mij betreft gewoon nu, zoals ik heb voorgesteld en daar werd toen ja op gezegd, dat we nu raadsbesluit ‘Zienswijzen kadernota’s RAUM en Twiske’ behandelen, want we hebben de tijd goed nodig. De heer Tuijn heeft het woord. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter: En we houden gewoon de tijd van kwart voor zeven aan om te pauzeren, hoe dan ook. En dan stoppen we even de discussie en dan gaan we daarna door. Ja? De heer Tuijn heeft het woord. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een interessante discussie gehad in het Zaanstad Beraad over de recreatieschappen en dan met name over: welke kant gaat dat nu de komende jaren op, wat mogen we er als gemeente Zaanstad van verwachten, welke doelstellingen streven we na? En de kadernota die we nu gekregen hebben van beide recreatieschappen, die biedt daar eigenlijk weinig houvast voor. Daar wordt gesproken op zeer grote hoofdlijnen, wollig taalgebruik en we zijn eigenlijk, nou, net als het college tot de conclusie gekomen: die kadernota’s voldoen gewoon niet om een goed gesprek met elkaar te voeren. Er is in de zienswijze een zeer globale zin geformuleerd in de zienswijze, daar waren we het eigenlijk in het Zaanstad Beraad allemaal over eens en dat die wat krachtiger mocht en wat meer nadruk gelegd mocht worden op een betere invulling van de volgende kadernota die echt concreet is, zodat we er ook in de Zaanse raad op een fatsoenlijke manier over kunnen praten. Vandaar deze amendementen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, er wordt aan ons gevraagd een zienswijze te geven.
In de zienswijze van enkele duizenden euro’s, zijnde de indexatie, waarom een structurele bijdrage aan het RAUM en het Twiske. Naast over de hoogte van de bijdrage, moet je je natuurlijk ook afvragen waarom Zaanstad moet meebetalen aan de kosten van het Alkmaardermeer, het Uitgeestermeer, of het Twiske. Natuurlijk wordt hiervan gebruikgemaakt door Zaankanters, maar als ik vraag hoeveel van de 155.000 inwoners van Zaanstad gebruikmaken van deze recreatiegebieden, of dat de bijdragen hiermee evenredig zijn, kan niemand een antwoord geven. Voorzitter, maar inwoners van Zaanstad maken ook gebruik van het IJsselmeer, van de Friese meren, van het strand in Castricum of Wijk aan Zee. Moet Zaanstad daar dan ook aan meebetalen? En hoe zit het met recreatieplekken in Zaanstad, het Jagersveld en de Jagersplas, de Zaanse Schans, de waterrecreatie et cetera. Betalen Alkmaar, Uitgeest of Oostzaan hier dan ook aan mee? Voorzitter, daarnaast natuurlijk ook de bijdrage zelf. Van 2020 tot 2022 praten we over bedragen van ruim 1.128.000 euro aan het RAUM en ruim 664.000 euro aan het Twiske, totaal dus 1,8 miljoen in drie jaar tijd.
En met de wetenschap dat Zaanstad zelf haar begroting nauwelijks rond kan krijgen, een gigantische schuldpositie heeft, de jeugd- en de ouderenzorg alsmede het onderhoud van de openbare ruimte constant onder druk staan, zien we dat de reserves en de eigen vermogens van deze recreatieschappen verder toenemen. Ze hebben zelfs samen voor een bedrag van 4,5 miljoen belegd in rijksschatkist. Voorzitter, we weten inmiddels dat het RAUM en Twiske alleen personeel in kunnen huren bij Recreatie Noord-Holland, dat de provincie Noord-Holland 100 procent aandeelhouder is van Recreatie Noord-Holland. Dat Recreatie Noord-Holland de inhuurtarieven aan de recreatieschappen zelf bepaalt, dat deze tarieven in 2020 lagen tussen de 67 euro en 162 euro per uur exclusief btw, dat wanneer we een toelichting vragen op deze tarieven we de mededeling krijgen dat dit geheim is. Maar de wethouder zegt gewoon in het Zaanstad Beraad: het is marktconform. Of is het zo dat de wethouder op de hoogte was van de geheimhouding, maar de raad hierover bewust niet wenste te informeren? En hoezo geheim? Ik vraag niet om NAW-gegevens, want dan neem ik wel contact op met de GGD.
We weten toch ook dat de directeur van het Recreatie Noord-Holland thuiskomt met 140.000 euro per jaar? Waarom mag het uurtarief van bijvoorbeeld een ingehuurde hovenier niet in de openbaarheid? Tot slot, we hebben te maken met twee recreatieschappen die over miljoenen eigen vermogen beschikken, die gezamenlijk 4,5 miljoen hebben belegd. We hebben te maken met een Recreatie Noord-Holland die middels haar monopolypositie zelf de tarieven voor inhuurpersoneel bepaalt. Een vennootschap met een banksaldo van ruim 4,5 miljoen euro ofwel 78 procent van haar balanstotaal. Voorzitter, op die manier zijn we gewoon een deel van de personeelskosten van de provincie Noord-Holland aan het betalen, zijn wij dus gewoon bezig
de provincie te financieren met onze jaarlijkse bijdrage. Het wordt tijd om hiermee te stoppen. Het wordt tijd om te stoppen met het meebetalen aan kosten die Zaanstad niet toebehoren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Voorzitter, ik wil toch wel een beetje een ander licht op de zaak laten schijnen dan de heer Brekelmans doet. Allereerst, dat betreft de amendementen van de Partij van de Arbeid, die zullen wij steunen. We zien dat als een verbetering dat er wat meer zicht komt over wat er precies gebeurt allemaal, dus dat mag wel wat duidelijker gesteld worden richting de beide recreatieschappen. Ja, wij vinden, het is natuurlijk moeilijk in geld uit te drukken en dat doet de heer Brekelmans de hele tijd en dat deed hij ook in het Zaanstad Beraad. Het is moeilijk om deze gebieden in geld uit te drukken, omdat je niet kan meten, bijna niet kan meten, hoeveel mensen hier gebruik van maken. Afgelopen zondag, toen reed ik nog langs het Alkmaarder- en Uitgeestermeer en het stond daar echt bomvol met allemaal auto’s van allemaal mensen die heerlijk aan het schaatsen waren op het Uitgeester- en Alkmaardermeer. Dat geeft al aan en dan op zo’n mooie winterse dag hoe belangrijk deze gebieden zijn voor niet alleen de gemeente Zaanstad, maar voor al die omringende gemeentes rond het Alkmaarder- en het Uitgeestermeer.
De voorzitter: Een interruptie van de heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, ik zou mijnheer Pauw willen vragen, hij gaat ‘s zomers ook wel eens naar het strand naar Castricum of naar Wijk aan Zee. En Wijk aan Zee is met name een strand waar veel Zaankanters komen. Dat weten we uit ervaring, dat kun je zo zien. Je kunt daar Jan en alleman herkennen in Wijk aan Zee. Betalen we toch ook niet aan mee? De voorzitter: De heer Pauw en dan de heer De Vries. De heer Pauw (ROSA): Nee, nou ja, ik bedoel, dat is gewoon een feit dat een heleboel mensen uit de Zaanstreek, die gaan ook op de fiets dan wel met de auto naar het strand op een mooie dag, natuurlijk. Ik ga er ook van uit dat de gemeentes, de kustgemeentes, dat die wel degelijk ook een bijdrage leveren aan die recreatie in hun gebieden. Net zo goed als dat ik vind dat wij dat in Zaanstad ook in onze gebieden moeten doen. Laten we wel wezen, wij hebben binnen onze gemeentegrenzen één recreatiegebied, dat is de Jagersplas. Daar kunnen mensen, weet ik het, recreëren, zwemmen, voetballen, sporten en noem maar op. En de grote recreatiegebieden, waarvan ik vind, waarvan mijn fractie vindt dat we daar wel degelijk een bijdrage moeten leveren, die bevinden zich buiten onze gemeentegrenzen. Voor het RAUM is dat niet helemaal waar, maar voor het grootste gedeelte wel. Nou, dat zijn het Twiske en het RAUM.
Dus ik weet ook uit ervaring dat er ontzettend veel gebruik van gemaakt wordt. Vier seizoenen lang wordt er gebruikt gemaakt van deze recreatieschappen. Let wel, de gemeente Zaanstad, behalve dan de Jagersplas, heeft niet veel recreatiemogelijkheden van zo’n grote omvang. Dat hebben we niet, we hebben gelukkig wel allemaal veenweidegebieden waarvan in ieder geval zo is dat daar de recreatiemogelijkheden gelukkig beperkt zijn, want die hebben weer andere kwaliteiten. Dus vind ik dat je mag investeren in deze gebieden en dus vind ik het ook waard dat deze bedragen die hiervoor gereserveerd worden voor deze gebieden bestemd worden. Neemt niet weg dat je altijd kritisch moet blijven kijken naar de bedragen en dat gaan we ook doen. De voorzitter: Nog een interruptie van de heer De Vries. De heer De Vries (D66): Nou, het was meer een reactie ook een interruptie op Brekelmans, als u mij toestaat, voorzitter. Want de heer Brekelmans is dan af en toe wil die exact weten hoeveel mensen er gebruik maken
van het Alkmaarder- en Uitgeestermeer, maar dan zegt hij ook dat er een heleboel Zaankanters naar Wijk aan Zee gaan. Dan kan ik eigenlijk net zo flauw zijn en aan hem vragen of hij ook weet hoeveel Zaankanters daarnaartoe gaan. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer De Vries (D66): Getallen. De heer Brekelmans (POV): Nee, ik weet niet hoeveel Zaankanters naar het strand gaan. Maar ik weet wel dat Zaanstad daar niet aan meebetaalt. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Dat klopt helemaal, maar ik weet wel dat er heel veel Zaankanters naar het RAUM gaan en naar het Twiske. Ik sluit me volledig aan vandaag, en dat gebeurt niet zo vaak, bij de heer Pauw. De voorzitter: Ik heb nog drie woordmeldingen van de heer Mattens, de heer Wit en mevrouw Neefjes. De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ja, we vinden het ook wel jammer dat RAUM en het Twiske allebei eigenlijk helemaal niks zeggen over natuurdoelstellingen, niet gedetailleerd. Dus wat dat betreft steunen we de amendementen van de PvdA. Verder zijn we wel blij te zien dat de gelden voor de campingplaatsen bij het Twiske daar eindelijk uit zijn gehaald uit de begroting en tot slot zijn wij van mening dat het woord recreatieschap met name voor het Twiske eigenlijk toch niet op zijn plek is en dat we het toch liever natuurgebieden willen noemen. De voorzitter: De heer Wit.
De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Wij hebben al een tijdje de vraag van hoe het zit met onze gemeenschappelijke regelingen, we hebben er veel, en verbonden partijen. Hoe zit dat nu met inspraak, met afdracht en de stemverhouding? Maar dat gaan wij niet over deze kadernota’s heen gieten. Maar wij vinden het wel symptomatisch en daarom vinden wij die twee amendementen ook heel goed, hoe wij zakelijker ons moeten opstellen in die gemeenschappelijke regelingen. Als je kijkt naar de tekst die wordt vervangen, dat is heel lief en prozaïsch. Terwijl de vervangende tekst is gewoon heel zakelijk, strak. En zo moeten we er ook in zitten. Dus dat symbolische steunen wij en daarom gaan wij die amendementen hebben we ook mee ingediend, maar wij gaan op een later moment. En tot slot, er is een raadsgroep, drie personen waar onder leiding … Of nou ja, misschien is dat te veel gezegd, maar in geval mevrouw Mathkor zit daarin, die buigt zich over de gemeenschappelijke regelingen waar wij bij betrokken zijn. Wij zijn heel benieuwd naar de uitkomst daarvan en zullen daar ook heel kritisch naar gaan kijken, want sommige stammen al uit ver vorige eeuw. Dus wij wachten op de uitkomst van het groepje, en punt. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Dank u wel. De ChristenUnie zal instemmen ook met de amendementen, vinden we een goede wijziging.
Wij vinden het wel belangrijk dat Zaankanters dicht bij huis kunnen recreëren, maar wij hebben wel aangegeven dat wij van mening zijn dat de bijdrage van Zaanstad aan het RAUM in verhouding tot de bijdrage van de andere omliggende gemeenten, die vinden wij wel hoog. Wij zijn ook erg benieuwd naar
meer concrete cijfers over het aantal bezoekers en over wat er dan met het geld gebeurt, omdat we ook weten dat heel veel boeren gewoon het onderhoud van die gebieden voor hun rekening nemen. Dus wij willen echt dat daar verder, dieper over gesproken wordt en we hebben begrepen dat dat ook gaat gebeuren. De voorzitter: Interruptie van de heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Mevrouw Neefjes, ik heb het net gezegd wat er met dat geld gebeurt. Dat wordt op spaarrekeningen gezet, het wordt belegd en er worden vette salarissen van betaald. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Geen behoefte. De voorzitter: De heer Van der Sluis. De heer Van der Sluis (GL): Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats wil ik mij aansluiten bij de heer Pauw wat betreft de waarde van deze gebieden voor Zaanstad. De zienswijze op de kadernota’s stippen terecht aan dat deze kadernota’s weinig richting geven wat betreft de beleidsplanning op lange termijn. Met de PvdA zijn we het dan ook eens dat dit in de tekst kan worden aangescherpt. Met betrekking tot het gebied Twiske Waterland is dit van bijzonder belang, omdat het beheer in het kader van Natura 2000 binnen deze begrotingen valt. Voor GroenLinks is het belangrijk dat daar prioriteit ligt. Met dat beheer in gedachten is veel recreatie mogelijk, het beheerplan laat veel toe.
Maar dit is een gebied waarin recreatie zich moet voegen naar de natuur. Wat doet significante schade en wat niet? Hoe die prioritering in de toekomst uitgewerkt zal worden zullen we met belangstelling volgen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? De heer Heida. De heer Heida (PVV): Dank u wel. Een algemeen verhaal, want ik had wel een kanttekening bij de amendementen. Daar wordt gezegd: een meer informatieve sturingsgerichte kadernota. Nou wat wil iemand dan weten? Of er meer recreatie mogelijk is? Wordt die camping groter? Of gaat het nou juist om de natuur? Wat mijnheer Mattens zegt, het is de Partij voor de Dieren, maar had eigenlijk moeten heten Partij tegen de Mensen, want u wil helemaal geen mensen meer hebben als het goed is, als ik het goed begrijp. Dus het kost geld, bovendien worden daar percentages bovenop gezet die volkomen arbitrair zijn en het wordt duurder en duurder en we zitten in een tijd waarin we het juist wel eens willen zien dat er een keer iemand zegt: het kan ook goedkoper. Dus als het sommetje van mijnheer Brekelmans klopt, dan is het werkelijk helemaal schandalig dat we hier de komende jaren nog een cent naartoe brengen. Laat ze die miljoenen van de bank halen. Daar ben ik dan eigenlijk helemaal met de POV eens. En een visie geven, ja, die wil ik ook. Maar dan niet vaag, informatief, sturingsgericht.
Nee, hoe bevorder je nou de recreatie in dat gebied waar zoveel geld in gestoken wordt? En hoe zorg je dat het omslagsysteem in werking treedt zodat per inwoner evenveel betaald wordt? Nu zie ik Uitgeest en Zaanstad, die betalen voor RAUM per inwoner ongeveer 1,40 euro en Alkmaar 60 cent, ruw berekend. Waar slaat dat op? Dat hebben we al eens eerder gezegd: waarom is het niet fair? Waarom Jagersvelden, Jagersplassen er niet in, en waarom een of andere vuilnisbelt Beverwijk er weer wel in zit? Dat wordt allemaal niet uitgelegd. Het is vaag, het kost geld, er is geld en waarom doen wij hieraan mee? Dank u wel. De voorzitter: De heer Zoomermeijer.
De heer Zoomermeijer (SP): Dank u wel, voorzitter. De SP kan zich vinden in deze zienswijze. Hooguit hadden ze wat krachtiger geformuleerd kunnen worden, of minder wollig zoals de PvdA net zei. Het moet ons wel van het hart dat in eerdere besprekingen in het Zaanstad Beraad wederom is gebleken dat sommige partijen hier een blinde vlek hebben wanneer het gaat over waaraan Zaanstad zijn geld uit moet geven. Sommige partijen hebben gewoon moeite om te investeren in natuur, of natuurontwikkeling, en tegelijkertijd gooien ze graag met geld naar asfalt. Maar goed, dat gezegd hebbende, kunnen we ons wel vinden in deze plannen en in de toekomst kijken wij uit naar een nadere bespreking van de visie over het RAUM. Bedankt. De voorzitter: Ik zag nog een interruptie van de heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, ik heb nog even een aanvulling op mijnheer Heida. Mijnheer Heida, ik kan u vertellen dat de cijfers die ik zeg kloppen. Ik ben altijd goed voorbereid en u kunt het allemaal teruglezen in de jaarverslagen van 2019 van het RAUM, van het Twiske en van Recreatie Noord-Holland. De voorzitter: Mevrouw Mathkor zag ik ook nog. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Dank u, voorzitter. Ja, ik ben geen woordvoerder op dit dossier, maar omdat de heer Wit uitdrukkelijk zo mijn naam noemde, en die commissie, dat wou ik even bevestigen dat die er inderdaad is.
Samen met mijnheer Mattens en mevrouw De Groot zit ik daarin. Het schiet behoorlijk op, we hebben alleen wat pech en wat vertraging door de coronacrisis. De voorzitter: Goed, ik stel voor dat we nu tot vijf over zeven pauzeren en dat dan de wethouder antwoord geeft in de eerste termijn. Hij zegt dat hij twee minuten nodig heeft nu. Ja, veel meer heeft u niet. Zullen we dat nu nog doen? Zullen we dat dan nog even afmaken? Dan maken we dit onderwerp af en gaan we na de pauze wel stemmen. Dus het woord is aan wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Dank voor de clementie, voorzitter. Ja, ik denk dat we een deel van het debat over de waarde van deze recreatieschappen en de natuur in onze omgeving al gevoerd hebben tijdens het Zaanstad Beraad. In ieder geval is het voor het college van belang – en dat wordt ook door een aantal partijen hier nadrukkelijk onderstreept – dat we daarin blijven investeren, in de natuur, in recreatie, in het landschap om ons heen. Als je kijkt naar onze totale begroting, dan is die investering helemaal niet zo hoog ten opzichte van heel veel andere zaken waar we ook belang aan hechten. En als je kijkt bijvoorbeeld naar onze groei van de stad, bijvoorbeeld Zaanstad Noord, daar willen we 5000 woningen bouwen. Prachtig dat we daar voor de bouwimpuls geld voor hebben gekregen.
Dan is het ook van belang dat juist in die gebieden rondom Zaanstad waar wij groeien ook ruimte is om naartoe te gaan en in te recreëren. Ik denk dat het heel goed is, wat u ook aangeeft, in breder verband wel: laten we wel goed kijken waar dat geld dan aan besteed wordt en wat we daarin willen realiseren. Voor een deel wordt u op uw wenken bediend, want volgende maand bespreken wij hier het visiedocument voor het RAUM waarin het juist gaat over de beleidsambities, welke kant willen we op. Wat mij betreft spreken we dan ook met elkaar over hoe we de verbinding met Zaanstad en het gebruik onder Zaankanters van dat soort gebieden kunnen versterken. Dat doen we in dat visiedocument en later natuurlijk ook bij de begroting en het uitvoeringsprogramma wat daar vervolgens weer bij hoort. Dus dat zijn ook de momenten om daar wat uitgebreider bij stil te staan. Tegelijkertijd hebben we ook gezegd en daar zijn we ook mee bezig met het RAUM, om te kijken of vanuit de reserves die zijn opgebouwd we ook projecten die wij hebben in het Groen- en Waterplan gefinancierd kunnen krijgen via het RAUM, juist om ook die verbinding tussen Zaanstad en de recreatieschappen verder te versterken. Dan nog even kort over de amendementen van de Partij van de Arbeid. Daar hebben we ook in het Zaanstad Beraad bij stilgestaan en volgens mij heb ik
toen ook gezegd: nou, als ik de zinnen nog eens lees, dan kan het inderdaad zakelijker, korter en krachtiger. Dus wat mij betreft ondersteuning van dergelijke amendementen. De voorzitter: De heer Heida. De heer Heida (PVV): Dank u wel. Kan de portefeuillehouder specifiek op dat voorbeeld wat ik noemde uitleggen waarom dat bestaat, dat verschil, dat per inwoner Alkmaar de helft betaalt van wat wij betalen. Voor RAUM dan, dat is mijn voorbeeld. De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Heida (PVV): Is dat een kwestie van onderhandelen, of wordt er helemaal niet over onderhandeld? Ik bedoel, hoe ziet u dat? Accepteert u gewoon alles wat er dan op u afkomt op het gebied van dat soort bedragen, percentages en noem maar op, of heeft u daar echt een stem in, kunt u daar iets aan doen? De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Nou kijk, we zijn met elkaar een gemeenschappelijke regeling, ook al heel lang. Dus daar kunnen we ook met elkaar praten over die participantenbijdrage die er is. Eerder zijn er ook zienswijzes geweest van Zaanstad om daar stappen in te nemen. Dus dat kunnen we met elkaar, daar gaan we met elkaar over in het bestuur, in het algemeen bestuur van het RAUM. Hoe die bedragen ooit tot stand zijn gekomen, nou, dan zou ik zelf ook de geschiedenisboeken in moeten, want dat is ook echt al ver voor mijn tijd, maar ik denk ook voor uw tijd.
En tegelijkertijd, en ik denk dat dat ook nog wel goed is om te melden, er is afgelopen jaar ook onderzoek gedaan naar de hele governancestructuur van de verschillende recreatieschappen, Twiske, RAUM maar ook andere recreatieschappen. Daarin is ook de discussie gevoerd enerzijds over datgene wat de heer Brekelmans ook al aangeeft, de dubbele pettenproblematiek van de provincie en hoe je dat kunt ontrafelen, maar anderzijds ook door Zaanstad wel ingebracht: kun je niet op een andere manier sturen op die participantenbijdrage waarin je ook meer kijkt naar bijvoorbeeld bezoekersaantallen et cetera? Dus die inbreng is ook geleverd bij het onderzoek naar die governancestructuur en dat onderzoek en het rapport daarover, dat wordt ook komend jaar verder afgerond en dat gaat uiteindelijk natuurlijk ook naar uw raad toe om daar ook weer een zienswijze op te geven. De voorzitter: Ik heb nog twee interrupties van de heer De Vries en de heer Brekelmans. De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Dan misschien een kleine toelichting op de geschiedenis, mijnheer de voorzitter. In de jaren 70, iets later, ‘74 misschien toen Zaanstad net ontstaan was, ja, misschien vindt u het vervelend maar … De voorzitter: Nee, ik vind het helemaal niet. De heer De Vries (D66): Toen is er heel lang gesproken over de aanleg van een jachthaven op dat terrein waar ongeveer nu Plan Willis is in Krommenie.
Daar is heel lang over gesproken, omdat op die manier de stad uit te breiden, omdat daar behoefte aan was. Alleen, omdat we graag woningen wilden bouwen, omdat we dat toen ook wel wisten, is er een jachthaven gemaakt en die heet Zwaansmeer. Daar zijn veel Zaanse zeilers hebben daar hun boot in de jachthaven neergelegd en daar zijn andere zaken aangelegd om veel Zaankanters daar naartoe te trekken om daar te kunnen recreëren, omdat we in onze stad niks hadden. Anderen hebben dat ook al gezegd. Dat is een beetje de geschiedenis waardoor het ooit ontstaan is en daar zullen ongetwijfeld de
bedragen vandaan gekomen zijn dat wij iets meer betalen dan Alkmaar, omdat die Alkmaarders in Akersloot en zo hun eigen jachthaven en dat soort zaken hebben. Zo is het ongeveer gegaan, een beetje geschiedkundig. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, het zal wel. Voorzitter, ik heb de wethouder bij het Zaanstad Beraad gevraagd of hij op de hoogte was van de tarieven en toen zei hij: die zijn marktconform. Maar ze zijn dus geheim en wist u dat op dat moment? De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Nee, net zoals u kende ik de marges die u ook net genoemd heeft. Nee, maar die kende ik en als ik naar de marges kijk, dan denk ik: nou, dat zijn marktconforme bedragen. U heeft vandaag ook de tarievenlijst zelf gezien en volgens mij kunt u daar uw oordeel uit vellen of dat al dan niet marktconform is. De heer Brekelmans (POV): Nee, maar dat vroeg ik niet. Ik vroeg of … De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Ik vroeg of u wist of ze geheim waren. De heer Breunesse (wethouder): Nee, ik was toen niet op de hoogte dat die cijfers geheim waren. Daar kwamen we achter toen u uw technische vraag daarover had gesteld en we die vervolgens wilden beantwoorden. Toen zijn we in contact getreden met de recreatieschappen en met Recreatie Noord-Holland.
Dus de specifieke bedragen waar u om heeft gevraagd, dat die geheim waren, dat wist ik niet op dat moment, maar de marges kende ik wel. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Maar u kende de tarieven wel? Want ze waren volgens u marktconform. De heer Breunesse (wethouder): Ja, dat was mijn beoordeling op basis van de marges die we wel kenden en die we ook met u eerder al gedeeld hebben. De voorzitter: Goed, ik stel voor dat we om tien over zeven hier weer terug zijn in deze zaal en dat u nu een kopje koffie nuttigt en andere dingen doet, en dat u wel de regels van anderhalve meter en het dragen van een mondkapje in acht neemt. Schorsing Afscheid mw. Yardimci-Hotaman en beëdiging tot raadslid: Hr. Melchior Mattens (PvdD), hr Ahmad Eid (DENK) en tot steunfractielid: mw. Esther Reijnders (PvdD) De voorzitter: Ja, goed. Dames en heren, als u mij allemaal op deze manier hoort, zou dat heel goed zijn, want we gaan afscheid nemen van Elif Hotaman en dat doen we via digitale weg. Ik hoop dat u mij kunt verstaan. Ja, als ik het knopje indruk, dan gaat het rondpiepen, dus we moeten het op deze manier doen en als het goed is hoort u mij via het scherm. Ja? Ik stel voor dat we het toch zo doen, want Elif Hotaman is nu hier digitaal bij
ons aanwezig en het is denk ik een goed moment om even stil te staan bij jouw afscheid, Elif. Na de verkiezingen in 2018 kwam jij in onze gemeenteraad. Je werd met voorkeursstemmen gekozen en als jong raadslid voor een nieuwe partij in onze gemeenteraad. We kennen je als een bevlogen raadslid met hart voor de zaak. Sociale rechtvaardigheid, inclusiviteit, armoede en kansengelijkheid zijn voor jou belangrijke thema’s waarvoor je je als raadslid hard voor hebt ingezet. Dat blijkt ook wel uit de moties die je daarover hebt ingediend, waarvan bijvoorbeeld de motie voor het jaarlijkse kinderdiner op het stadhuis en de motie over een betere informatievoorziening voor mantelzorgers zijn aangenomen door de gemeenteraad. We hebben gemerkt dat in contact staan met de stad en dan wel in het bijzonder met jongeren voor jou een belangrijk onderdeel is van raadslid zijn. Om dicht bij inwoners te staan en te weten wat mensen beweegt. Je bent volgens mij ook altijd een heel drukbezet raadslid geweest, want toen je startte als raadslid studeerde je nog International and European Law en je bent getrouwd, je hebt gewerkt als juridisch begeleider voor VluchtelingenWerk West en Midden-Nederland en je helpt tegenwoordig begeleiders die werken in de zorg. Daarnaast ben je ook druk bezig geweest met de opbouw van jouw eigen fractie.
Ik herinner me nog goed die bijzondere raadsvergadering, haast surrealistisch aan het begin van de coronatijd. Jij was toen het enige raadslid dat hier aanwezig was namens de raad om enkele besluiten te nemen. Een bijzonder moment wat volgens mij in de geschiedenisboekjes komt. Enige tijd geleden werd je gekozen als raadslid van de week door de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en werd je daar ook voor geïnterviewd. In dat interview werd je gevraagd wat jouw belangrijkste advies is voor nieuwe raadsleden. Jij gaf toen het antwoord: blijf in contact met je burgers, blijf dat onderhouden, wees jezelf en wees niet bang om fouten te maken. Ik vind dat een prachtig advies. Ik geef je ook nu graag nog even het podium om daar nog eventueel nog iets aan toe te voegen, maar niet nadat we allemaal jou hebben zeer hebben bedankt en met een mooi applaus jouw afscheid begeleiden. Dank je wel. Dan geef ik voor de laatste keer het woord aan Elif Hotaman in onze gemeenteraad. Mevrouw Yardimci-Hotaman (DOEN.): Dank u wel, voorzitter. Het was voor mij een zeer fijne samenwerking en in deze ruim drie jaar tijd heb ik enorm veel gedeeld en heel veel voor kunnen betekenen. Ik dank alle partijen, alle ambtenaren, alle wethouders, de griffie en natuurlijk u voor de goede samenwerking.
En natuurlijk raad ik alle partijen aan en natuurlijk de wethouders en natuurlijk nu ook als het college om in contact te blijven met de stad. Dat is hoe u en alle partijen Zaanstad kunnen maken. Dank u wel. De voorzitter: Dank je wel. Het gaat je goed en als het goed is, is er een bos bloemen bezorgd bij jullie thuis als dank voor het mooie werk en wie weet zien we elkaar op een ander moment weer. Veel geluk gewenst en goede gezondheid. Elif Hotaman, dank je wel. Mevrouw Yardimci-Hotaman (DOEN.): Dank je wel. De voorzitter: Tot ziens, dag. Debat Bomenbeleidsplan 2020-2050 – Bomen, de longen van Zaanstad De voorzitter: Goed, dan zie ik nu mevrouw Mathkor haar hand opsteken voor een ordevoorstel. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Nou, niet zozeer voor een ordevoorstel, maar over een wijziging in een amendement. Laat ik het goede zeggen, amendement F over de boomnorm, waar we met een kleine aanvulling mee komen. De griffiers zijn al mee bezig om die op te nemen in het RIS. Ik zal heel even in het kort
zeggen wat erbij komt. Achter het zinnetje: “daarbij wordt een boomnorm van 0,4 per inwoner als ondergrens gehanteerd”. Daarachter volgt: “bij de tweejaarlijkse rapportage van het bomenbeleidsplan, zoals verwoord in amendement E, wordt ook aan de raad gerapporteerd over de financiële effecten”. De voorzitter: Daarmee is amendement F gewijzigd en dat wordt dan ook op RIS geplaatst, of is dat al op RIS geplaatst? Dat staat al op RIS. Bent u daarmee dan ook in staat om de stemming nu aan te gaan? Ja? Dan gaan wij over tot stemming over de amendementen en de moties inzake het raadsbesluit ‘Bomenbeleidsplan 20202050’. We beginnen met amendement A, ‘Ecosysteemdiensten bij herplantplicht’ van de Partij voor de Dieren en de SP. Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van de SP en de Partij voor de Dieren. Daarmee is die verworpen. Dan gaan we naar amendement B, ‘Stellen van tussendoelen’ van de Partij voor de Dieren en de SP. Wie is daarvoor? De SP en de Partij voor de Dieren. Zelfde stemverhouding, daarmee verworpen. Dan gaan we naar amendement C, ‘Aandacht voor spreiding’ van de Partij voor de Dieren. Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van de Partij voor de Dieren, de fractie van ROSA en de fractie van de SP. Daarmee is die verworpen. We gaan naar amendement D, ‘Ambities worden afspraken’ van de Partij voor de Dieren en de SP.
Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van de SP, DENK, GroenLinks, Partij voor de Dieren en D66. Daarmee is die verworpen. Dan gaan we naar amendement E, ‘Monitoring’ van ROSA en GroenLinks. Wie is daarvoor? Voor zijn de SP, ROSA, CDA, DENK, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en de Partij van de Arbeid. Daarmee is die aanvaard. Dan gaan we naar amendement F, ‘Boomnorm, bij het bomenbeleidsplan, gewijzigd’ van GroenLinks en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de VVD, de POV en de PVV. Daarmee is die aanvaard. Amendement G, ‘Global warming’ van GroenLinks en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de VVD, CDA, ROSA, POV, PVV, D66 en ChristenUnie. Daarmee is die verworpen. Dan gaan we naar amendement H, ‘Dood hout’ van GroenLinks en de SP. Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van CDA, SP, ROSA, DENK, GroenLinks, de Partij voor de Dieren en D66. Die is aanvaard. Dan gaan we naar de motie ‘Bomenbeleidsplan Visie groen’ van de Partij voor de Dieren en anderen. Wie is daarvoor? Voor zijn de Partij voor de Dieren, de fractie van DENK en de fractie van de SP. Daarmee is die verworpen. Motie ‘Bomenbeleidsplan Groen Geld’ van Partij voor de Dieren en LZ. Wie is … Alleen Partij voor de Dieren, excuus, het staat hier verkeerd op mijn lijstje. Wie is ervoor? Partij voor de Dieren, DENK en de PVV. Daarmee is die verworpen.
Dan gaan we naar het raadsbesluit zelf, ‘Bomenbeleidsplan 2020-2050’. Wie is daartegen? Tegen zijn de POV, de PVV. Daarmee is die aanvaard. Zienswijzen kadernota’s 2022 RAUM en Twiske Zaanstreek Waterland De voorzitter: Dan gaan we naar de amendementen rondom het raadsbesluit ‘Zienswijzen kadernota’s 2022 RAUM en Twiske Zaanstreek Waterland’. Amendement A, een stemverklaring van de heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, wij vinden de wijziging te zwak. Wij hopen, of wij verzoeken, het blijft bij ons ongeveer hetzelfde. Het is overigens jammer dat de fractie van DO haar aangekondigde motie niet heeft ingediend. De voorzitter: Goed, dan gaan wij over tot stemming over amendement A, ‘Recreatieschap Twiske Waterland’, Partij van de Arbeid en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de SP, de POV en de PVV. Daarmee is die aanvaard. Amendement B, ‘Recreatieschap RAUM’, Partij van de Arbeid en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de SP, POV en PVV. Daarmee is ook amendement B aanvaard. Dan gaan we naar het raadsbesluit ‘Zienswijzen kadernota’s 2022 RAUM en Twiske Zaanstreek Waterland’. Wie is daartegen? De POV en de PVV. Daarmee is dat raadsbesluit aanvaard.
Nota risicomanagement en weerstandvermogen De voorzitter: Dan zijn we bij het volgende raadsvoorstel, raadsbesluit ‘Nota risicomanagement en weerstandvermogen’. Wie wil daarover het woord? Nee? Kunnen we dan gelijk overgaan tot stemming over amendement A? De heer Jongbloed (griffier): Ja, dat kan, behalve als het college nog iets wil doen. De voorzitter: Wil het college nog iets doen? Er wordt nee geschud, nee. Dus amendement A brengen wij in stemming, ‘Risico’s in beeld’ voor de Partij voor de Dieren. Wie is daarvoor? Voor zijn VVD, SP en Partij voor de Dieren en daarmee is het amendement … Wacht even, u verdeelt de stemmen ook nog? VVD-fractieleden mevrouw Onclin, mevrouw Schenk en mevrouw Van Nieuwamerongen zijn voor en de heer Rienstra ook. Oké, dus de hele fractie van de VVD. Wie zijn er nog meer voor dit amendement? Nou ben ik het kwijt. SP en Partij voor de Dieren. Daarmee is dit amendement verworpen. Dan zijn wij bij het raadsbesluit ‘Nota risicomanagement en weerstandvermogen’ zelf. Wie is daartegen? Dan is dat unaniem aanvaard. Uitvoeringsovereenkomst AVANT (Thorbeckeweg) De voorzitter: Dan gaan we naar het raadsbesluit ‘Uitvoeringsovereenkomst AVANT Thorbeckeweg’. Wie wil daarover het woord? De heer Van Haasen heeft het woord en daarna de heer Wit. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter.
AVANT, er is veel over gezegd en we hebben anderhalve week geleden, of vorige week hebben we een hevig debat erover gehad. Wij voelden bij meerdere partijen weerstand tegen de tweede fietsbrug die van de Achtersluispolder naar het bedrijventerrein loopt van Oostzaan, de Ambacht. Wij zien het nut niet in van die fietsbrug die 5 miljoen euro gaat kosten en met dien verstande dat de Vlinderbrug honderd meter verderop zit en die al jaren in gebruik is en dat dat ook een beetje de hoofdfietsroute is van Amsterdam via de Achtersluispolder naar Poelenburg. Dus die fietsbrug naar de Ambacht vinden we totaal overbodig. De Oostzaners kunnen zelf via de Kerkstraat op de Ambacht komen met de fiets, dus wij hebben voorgesteld, omdat er ons gevraagd wordt extra risicomanagement in te bouwen van 1,4 miljoen, om deze fietsbrug on hold te zetten, omdat dit project ons uit zoveel deelprojecten bestaat. Want het is niet één project dat AVANT, het is een tunnel in de Thorbeckeweg, het is de verplaatsing van het tankstation, het is een fietstunnel bij Oostzaan, het is een fietsbrug, het is een nieuwe indeling bij afslag bij de Vlinderbrug. Het zijn allemaal losstaande projecten bij elkaar en wij vrezen dat door al die losse projecten dat er een overschrijding gaat komen.