Verslag raad 18-02-2021
Tekst van het document
Dat proberen wij te voorkomen door deze fietsbrug voorlopig on hold te zetten tot wij duidelijk inzicht hebben hoe de kosten lopen. En aangezien wij voor de volle 100 procent hierin zitten en Oostzaan maar marginaal meedoet in dit verhaal, hebben wij deze motie ingediend. Ik had nog een tweede motie in willen dienen om te vragen of we de onderhandelaar van Oostzaan bij ons in dienst kunnen nemen, want die zijn er met het risico van 15.000 euro op het hele project heel goed vanaf gekomen. Wij hadden die graag voor ons aan tafel willen zien zitten. Dank u, voorzitter. De voorzitter: De heer Wit en dan de heer De Vries. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Wij zijn blij dat wij vanavond het AVANT-project weer een klein duwtje kunnen geven, dat het weer een stap verder komt, want uiteindelijk gaat het natuurlijk om de oplossing en niet om al die papieren rompslomp daartussendoor. Maar ja, die hobbel moeten we nemen. Wij zullen het steunen. Wij hebben wel een vraag nog aan het college, half technisch, half politiek. Wij zouden heel graag – en dat haakt in op het verhaal van de heer Van Haasen – expliciet willen zien dat het bestuur van Oostzaan
behoefte heeft aan deze fietsbrug. Want het gaat over Oostzaan en dat zij niet veel bijdragen, nou, dat is ze gegund, heb ik al eerder gezegd. Je ziet ook wel dat we echt goed bij elkaar horen op die manier, maar wij willen graag de toezegging van de wethouder dat zijn collega-wethouder, mevrouw Dral volgens mij, expliciet namens Oostzaan te kennen geeft dat zij behoefte hebben aan deze brug. Want als ze dat niet doen, ja, dan bouwen we een brug voor niemand. Dus wilt u dat zo op reageren en het liefst toezeggen. En wij blijven aandacht vragen voor de tunnel onder de Verlengde Stellingweg. Het is uitgelegd dat dat goedkomt met die blinde hoeken, maar wij willen daar wel nog een keer op wijzen, omdat we bang zijn dat die er straks ligt, die tunnel, en dat die blinde hoeken voor heel veel ongelukken en oponthoud gaan zorgen. Dus dat is onze blijvende opmerking. Dus graag een reactie op mijn vraag over het bestuur van Oostzaan. Dank u. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de voorzitter, we hebben een mooi project, we hebben er uitgebreid over gesproken. Althans, uitgebreid, we hebben er twee Zaanstad Beraden aan gewijd en het is een project van 83 miljoen, dus dat is nogal wat. We maken ons wel eens drukker om kleinere bedragen en daar kunnen we het langer over volhouden.
Maar goed, nogmaals, een mooi project, staan we vierkant achter. Hoe meer fietsverbindingen er ontstaan voor fietsers, hoe liever het ons is. Dan worden we misschien ooit nog een keer de meest fietsvriendelijke stad van ons land, dus wat dat aangaat blij met de fietsmogelijkheden. Blij ook met de toezegging van de wethouder die hij gedaan heeft op de uitvoering, want ik maakte me zorgen over de uitvoering, omdat die fietsbrug zich ertoe leent dat je heel snel of stenen of sneeuwballen of wat dan ook op de weg kunt gooien. Ik heb daarbij gewezen op de uitvoering zoals die van Assendelft naar Beverwijk is vormgegeven over de A9. Ik heb wel gelezen dat de provincie het eigenlijk niet nodig vindt, maar goed, als wij het wel nodig vinden op ons grondgebied, dan denk ik dat we dat wel moeten kunnen realiseren. En er zit genoeg risicokapitaal in dit project om dat te kunnen bekostigen, om de 5000 euro of 80.000 euro, dat moet toch mogelijk zijn. Dus wat ons betreft, mijnheer de voorzitter, gaan we volle kracht vooruit met dit project. De voorzitter: Zo direct mevrouw Neefjes, daarna de heer Rienstra, De Laat, de heer Keijser en de heer Kuyper, en dan nog de heer Mattens. Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Dank u wel. AVANT is een groot project. Het is ook een mooi project voor Zaanstad, een goede verbetering van de verkeerssituatie in Zaandam Zuid en voor de doorstroming.
Zaanstad neemt ook de regie op de uitvoering op zich en dat maakt dat wij een grote verantwoordelijkheid daarin hebben. We weten uit ervaring dat grote projecten nogal eens kunnen uitlopen in tijd en in kosten. En we hebben weliswaar een grote, een flinke risicobuffer opgenomen en die nog weer extra aangevuld, maar toch zit er uiteindelijk een stukje open einde voor Zaanstad in. Dus wij willen het college hierbij op het hart drukken om gewoon gedurende het proces alle partners en ook ons als raad goed op de hoogte te houden van de voortgang en ook van risico’s die optreden en waar er veranderingen nog zijn. Dat wil ik vragen hierbij of de wethouder dat kan toezeggen. De voorzitter: De heer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Ja, wij namens de VVD ook heel blij met dit project en dat er nu eindelijk de schop in de grond gaat, als we het maar zo mogen zeggen. Een langgekoesterde wens van ons, ik meen dat ik al in 2013 toen ik voor het eerst met ons verkiezingsprogramma begon mee te schrijven, dat dit er al in stond, dit gaan we aanpakken. Ik vind het ook een heel goed voorbeeld van hoe we straks het ZMP, het Zaans Mobiliteitsplan moeten gaan invullen. Dit is de onderste sport van de ladder waar
het autoverkeer afgevoerd kan worden. Een tweede sport zal ongetwijfeld zijn – en ik neem aan dat het college daar volledig in meegaat – is dat we Westerwatering gaan ontsluiten met een soortgelijke ladder. Dan gaan we nog even naar boven en dan krijg je nog een sport van de ladder, dat is de Ned Benedictweg die waarschijnlijk zoals in het ZMP staat nog wel Plan Willis gaat helpen door een brug over de vaart. Kortom, het is een hartstikke goed begin van het Zaans Mobiliteitsplan en daar wil ik de wethouder hartelijk voor complimenteren. We krijgen een heel groot bedrag van andere partijen, dus nogmaals, ook daar de complimenten voor en ik zou zeggen en de ambtenaren hartelijk dank en voortvarend verder. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat (GL): Dank u wel, voorzitter. We zijn heel verwachtingsvol rond dit project, omdat dit een verbetering betekent voor de wandelaar en de fietser en ook een investering betekent in het omliggende groen. Als GroenLinks zien we fietsen niet als luxe. Het schijnt tegenwoordig meer te kosten als je met auto gaat. Daarnaast vind ik het dapper van de PVV om te zeggen dat ze nooit meer een brug gebruiken die ze zelf niet hebben betaald. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Dank u wel, voorzitter. Wij vinden, het ziet er prachtig uit.
We hebben wel een paar punten waar we ons serieus zorgen over maken en dat zijn de ontwikkelingen in de Achtersluispolder en het aantal woningen wat daar het komen. De beantwoording van de technische vragen heeft ons toch niet helemaal gerust kunnen stellen, want de ontwikkeling van dat gebied gaat een toename van verkeer met zich meebrengen die wij niet goed zien afgewikkeld worden op de Thorbeckeweg. Dus dat gezegd hebbende. En de fietsbrug naar de Ambacht, daar gebeurt niet zo heel veel op die Ambacht. Daar zitten een paar bedrijven en dat is eigenlijk een hele dure brug naar de Febo. Dus vooralsnog lijkt ons het handig om die eventjes op de lange baan te schuiven. Tweehonderd meter verder ligt De Vlinder, kun je ook overheen fietsen. Dus om dat geld even te reserveren. We zullen voor het plan stemmen en voor de motie van de PVV. Dank u wel. De voorzitter: De heer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Voorzitter, dank u wel. Wij zijn ook enthousiast. We zijn over het algemeen als fractie kritisch als het gaat om nieuw asfalt, maar dit is niet zozeer nieuw als wel verbeterd asfalt. En vooral ook omdat hier heel goed gekeken is naar langzaam verkeer, voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, heeft deze ingreep onze volle instemming en zullen we ook zeker niet voor de motie van de PVV stemmen, want die breekt juist af wat wij in het plan zo mooi vinden. De voorzitter: De heer Mattens.
De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Ja, ondanks ook de goede positieve punten voor de fietsers aan het plan, zien we in het plan voornamelijk facilitering van extra verkeer. De groei van extra verkeer leidt tot meer uitstoot en economische groei is niet de oplossing, maar het probleem. Daarom een negatief advies van ons. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ik heb die vragen in een ander onderwerp al eens vaker gesteld, maar hoeveel auto’s gaan mensen kopen als dit AVANT-project is afgelopen? Dus hoezo toename van het autoverkeer?
De voorzitter: De heer Mattens, kort. De heer Mattens (PvdD): Nou, wij faciliteren de uitbreiding van een bedrijf dat hiernaast zit wat volgens mij afgelopen jaar 80 procent meer omzet heeft geboekt. Dat faciliteren wij. Extra verkeer, extra vrachtverkeer op die weg. Als wij dat willen faciliteren, dan is dat een keuze, maar dat leidt wel tot meer uitstoot. De voorzitter: Goed, de tijd is nu echt op, dus we kunnen daar niet meer op doorgaan. Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. De uitvoeringsovereenkomst AVANT is onderdeel van de verbetering van de infrastructuur in Zaanstad. Het belang van de verbindingsfunctie van de Thorbeckeweg is hierbij evident. Het is alleen wel van belang om te blijven monitoren wat de veranderingen voor gevolgen hebben voor de reeds bestaande woongebieden van Zaandam Zuid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog andere woordmeldingen? Nee? Dan heeft … O, de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Nou, ik wou nog even reageren op de heer De Laat over de opmerking dat wij geen fietsbrug gebruiken die we niet betaald hebben. Dat wil ik dus beamen, want wij kopen lokaal. Wij gaan naar onze eigen Febo en naar onze eigen snackbar. Dank u. De voorzitter: Het woord is aan wethouder Slegers. De heer Slegers (wethouder): Hoeveel minuten heb ik nog, voorzitter? De voorzitter: Nog minder dan drie, want ...
De heer Slegers (wethouder): Nou, ik ben zo klaar. Ik wil iedereen die het vertrouwen heeft geschonken in het project AVANT ontzettend bedanken, maar ik wil daar zeker onze ambtelijke organisatie, maar ook onze stakeholders, de bestuurlijke partners die het hebben bewerkstelligd dat we uiteindelijk een schop in de grond kunnen doen, wat een zeer gekoesterde wens was van ons allemaal, denk ik. En mijnheer Rienstra, ik denk dat dit het begin is van een mooie invulling van het Zaans Mobiliteitsplan. Een begin, en nog niet het einde, want het Zaans Mobiliteitsplan loopt natuurlijk nog een aantal jaren door, heel wat jaren door met een mooie visie waar we met deze mooie stad naartoe gaan. Om iedereen de kans te geven om in en uit Zaanstad te komen, maar ook de leefbaarheid daarbij in acht te nemen. Daar wil ik mee aftrappen. Ten aanzien van de motie van de PVV. Ja, ik snap dat u zegt: ja op basis van Oostzaan, die betalen bijna niet mee in dit hele project. Ik heb u toen ook in het Zaanstad Beraad uitgelegd waarom dat dat is. Oostzaan is natuurlijk geen Zaanstad en heeft op basis van hun financiële middelen hebben ze daar gewoon niet de mogelijkheden van en door. Maar alle dertien bestuurlijke partners daarin hebben wel ingestemd om het hele project, wat uit een aantal deelprojecten bestaat natuurlijk, maar het hele project ook vandaaruit te financieren.
Dus als wij daar als Zaanstad een wijziging zouden willen brengen, dan zouden alle dertien bestuurlijke partners daarmee in moeten stemmen. Dan zou eigenlijk het project stopgezet worden en weer van schets af aan opgebouwd moeten worden. Dus ik zal dan ook vanuit het college de motie ten strengste ontraden omwille van het project en omwille van de bestuurlijke betrouwbaarheid die wij ook als Zaanstad moeten hebben, ook naar onze andere partners, waarin wij van een project van 83 miljoen maar zegge en schrijve 9 miljoen hoeven bij te dragen. Dus ik denk dat dat vooropstaat. Ja, en ten aanzien van de andere opmerkingen, ik zal in ieder geval de complimenten ook aan de ambtenaren overbrengen. En ten aanzien van de monitoring, ik heb u ook gezegd in het Zaanstad Beraad: wij zullen één keer – dan moeten we even kijken of we dat één keer per half jaar doen, of één keer per drie maanden – maar op het moment dat er wat te melden is, zullen wij dat zeer
zeker doen ook naar de raad toe, of dat nou op financieel gebied is of de voortgang van het hele project. Dus daar kunt u van uit gaan dat wij als college daar u van op de hoogte zullen houden. De voorzitter: Mooi, dank u wel. De heer De Vries en de heer Wit. De heer De Vries (D66): Voorzitter, ik wilde wel graag een winstwaarschuwing afgeven, want er wordt nogal lovend gedaan over het Zaans Verkeers- en Vervoers-, of Mobiliteitsplan en de heer Rienstra heeft het ook al gehad over de aansluiting van de Ned Benedictweg op de Rosariumlaan dan in Krommenie. Daar wil ik wel een winstwaarschuwing voor afgeven dat ik daar met alles wat ik in me heb dwars voor ga liggen. Dat doe ik omdat ik geen enkele behoefte heb aan een snelweg dwars door het dorp heen en ik heb dus beslist geen behoefte aan Badhoevedorp 2, om het maar even duidelijk te zeggen. Dus dat zal nog wel besproken moeten worden, dat Zaans Verkeer- en Vervoersplan, of Mobiliteitsplan, of hoe het dan ook heten mag, maar bij voorbaat geef ik deze winstwaarschuwing alvast af. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter. Ik had nog de portefeuillehouder gevraagd of hij een toezegging wilde halen bij Oostzaan, bij zijn collega Dral. De voorzitter: Korte reactie.
De heer Slegers (wethouder): Wat ik u net al zei eigenlijk een beetje als inleiding, alle bestuurlijke partners hebben met het voorstel zoals het er nu ligt ook ingestemd, dus ook voor de fietsbrug. Maar als u van mij expliciet vraagt dat ik aan mevrouw Dral vraag of die een schriftelijke beantwoording geeft dat zij ook instemt en dat ook Oostzaan ook wat aan die fietsbrug heeft, dan ga ik dat aan mevrouw Dral vragen, en ik moet even afwachten of ze daarmee instemt. De voorzitter: Goed, het college heeft nu geen tijd meer over, dus dat is heel prettig straks bij de beantwoording van de moties vreemd. Wie wil nu nog reageren? Is dit voor nu voldoende? Dan stel ik voor dat we overgaan tot stemming over de motie ‘Fietsbrug de Ambacht’ van de PVV. Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van de POV en de PVV. Daarmee is die verworpen. Dan gaan we naar het raadsbesluit ‘Uitvoeringsovereenkomst AVANT Thorbeckeweg’. Wie is daartegen? Tegen is de Partij voor de Dieren en de PVV. Daarmee is die aanvaard. Stemverklaring? Stemverklaring van de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Wij kunnen gewoon niet voor dit project stemmen. Dit plan is gewoon te auto-onvriendelijk, dit project is alleen maar bedoeld voor het openbaar vervoer en fietsverkeer. Dit gaat ten koste van het autoverkeer.
De ontwikkeling van de Achtersluispolder wordt voor 1000 woningen meegenomen in de visie, terwijl er plannen zijn voor 9200 woningen. Vervolgens krijgen we daardoor 64.000 autobewegingen bij de afslag bij De Vlinder. Deze zijn niet meegenomen in die visie, vandaar dat wij tegen deze plannen stemmen. Dank u. De voorzitter: Dan hebben we al gestemd, dus gaan we door naar het volgende onderwerp. Motie vreemd aan de orde: Beeldbepalende panden De voorzitter: Dat is de ‘Motie vreemd aan de orde: Beeldbepalende panden’ van ROSA en anderen. Wie wil daarover het woord? De heer Kuyper.
De heer Kuyper (ROSA): Voorzitter, dank u wel. Met het oog op onze tijd zal ik het kort houden. Motie behoeft ook niet veel inleiding, we hebben erover gesproken in december in een speciaal Zaanstad Beraad in een agenda-initiatief van mijn partij en een aantal partijen hebben aangesloten. Helaas ook vanavond zijn een aantal mede-indieners niet aanwezig, waaronder Lokaal Zaans. De SP is er wel, maar de heer Hartog wiens naam eronder staat namens de SP is er ook niet. Ik weet wel dat ze meekijken, dus ik wil ze bij deze wel hartelijk danken voor de steun voor deze motie. Ik denk dat de motie verder voor zich spreekt. We hebben hem ten opzichte van de eerste keer dat hij op de agenda stond wel iets aangepast, omdat we van verschillende kanten hadden gehoord dat hij heel stellig overkwam. Zo hadden we hem eigenlijk niet bedoeld, maar als andere mensen hem zo lezen, dan zijn wij weer niet te beroerd om hem wat af te zwakken zodat hij misschien beter verteerbaar is, vandaar. Maar de intentie blijft om te kijken naar die nieuwe categorie beeldbepalende panden om een aantal redenen. De belangrijkste daarvan is wel om de druk op de organisatie te verminderen, zoals ook in het vragenuur van 14 januari door zowel wethouder Krieger als wethouder Groothuismink duidelijk is gemaakt. Ik denk dat ik het hierbij laat, voorzitter. De voorzitter: De heer Rienstra.
De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Wij vinden industriële panden vaak hartstikke mooi en we vinden ook dat je die niet moet afbreken als het niet echt hoeft. Je moet kijken, grondig onderzoek doen: kunnen wij die nog herbestemmen, kunnen we het bewaren? Fantastisch idee, staat ook in ons verkiezingsprogramma. Maar de VVD is van mening dat bij nieuwe ontwikkelingen het goed is om met dat bepalend beeld rekening te houden en dat zou je in ieder geval zeggen, dat wordt ook met deze motie bedoeld. Maar daar heb je echt geen extra regels voor nodig. Daar heb je gewoon gezond verstand voor nodig, vinden wij. De afdeling erfgoed en monumenten lopen nu al over van het werk en nog weer een nieuwe categorie erbij zetten, dat zal alleen die druk maar verhogen. Een nieuwe categorie naast monumenten inbrengen zal meer werk, meer personeel en ook meer kosten met zich meebrengen. In de motie en in het agenda-initiatief staat: “Die term is overigens niet ideaal, aangezien ook cultuurhistorisch erfgoed dat niet direct als pand zal worden herkend, zoals openbaar groen, parken, infrastructuur als bruggen en sluizen, of archeologische en aardkundige objecten, die gaan hieronder vallen.” Dus eigenlijk zeggen ze: alles wat wij – straks de commissie die dit gaat bepalen – beeldbepalend vindt, gaat bepalen of we wel of niet hier iets mee gaan doen.
Die gaan dus in feite bepalen: gaan we de stad wel of niet ontwikkelen? Die gaan bijvoorbeeld bepalen: mag MAAK.Zaanstad Oost, mag dat ontwikkeld worden, moet die Beatrixflat daar blijven staan? Mag straks de A8-A9 wel aangelegd worden? Want ja, je gaat het beeld van Assendelft als je op de Reint Laanbrug gaat staan, dat beeld pas je aan. Dus die commissie gaat dat straks bepalen met deze motie. Dus, en de motie roept op om beleid te ontwikkelen. Oké, begrijp ik nog, maar ik kan echt niet begrijpen dat de indieners, of sommige van de indieners van deze motie nou hebben bedoeld dat we straks door een commissie gaan laten bepalen hoe wij onze stad verder gaan laten ontwikkelen. Dus u zult begrijpen, wij als VVD zullen echt tegen deze motie stemmen. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? De heer Kuyper, een reactie. De heer Kuyper (ROSA): Ja, een korte reactie, voorzitter, voor de heer Rienstra. Nee, dat is natuurlijk niet de bedoeling, want zo gaat het nu ook niet met het toewijzen van de monumentenstatus en zo zal het ook niet gaan met het toewijzen van de status beeldbepalend pand. Dat gaat via de commissie, commissie gaat naar het college en uiteindelijk is het een collegebesluit. En als wij daar als raad iets van vinden, als u daar als fractie iets van vindt, dan kunt u dat in de raad alsnog aan de orde stellen.
Dus het is niet zo dat een commissie gaat besluiten wat er in de stad gebeurt. Dat is nooit zo geweest, dat zal met dit voorstel ook niet
zo zijn. En u zegt: het zal de werkdruk verhogen. Het tegendeel is waar. We hebben nu ongeveer tachtig panden op de wachtlijst staan. Het zal ongeveer vijf jaar duren om die in te lopen als daar allemaal redengevende beschrijvingen voor moeten worden gemaakt. Maar een deel van die panden is misschien beter geschikt als beeldbepalend pand waarvoor die redengevende omschrijving veel rudimentairder kan, omdat het dan maar om een deel gaat wat je wil bewaren. En het is dus ook nadrukkelijk bedoeld om de werkdruk juist bij monumenten en archeologie te verlichten. De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, wij zullen tegen de motie stemmen, omdat wij het idee hebben dat dit een achterdeurtje is richting beeldbepalend voor de Beatrixtoren. Wij denken dat de ontwikkeling op dat gebied veel belangrijker is en het risico dat dat project daardoor niet doorgaat, dat willen wij niet nemen. Dus wij zullen ertegen stemmen. De voorzitter: De heer Kuyper en dan de heer Wit en de heer Heida. De heer Kuyper (ROSA): Ja, blij dat de heer Van der Laan dit nog even benadrukt, burgemeester, want het is ons absoluut niet te doen om de Beatrixtoren. Dat denkt iedereen, of tenminste, dat denken de heren ter rechterzijde van mij, maar die wordt wat ons betreft een monument. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter.
Er wordt gesproken over een commissie. Wij gaan er wel van uit dat zo’n commissie wel multidisciplinair is en niet heel erg met een eenzijdige bril op alles beoordeelt, maar zeker ook meeneemt de ontwikkelrichting van Zaanstad. De voorzitter: Ik zag de heer Heida en dan de heer Hoedemaeker. De heer Heida. De heer Heida (PVV): Ja, ik wilde mijn bijdrage leveren, kan dat nu? De voorzitter: Ja, u heeft het woord. De heer Heida (PVV): Dan graag. Dank u, voorzitter. Ik wilde iets nieuws in het debat gooien wat, althans door de raad, nog niet gehoord is, wel door ambtenaren en door het college, die hebben het namelijk ook in de mail gehad. Dat is een notitie van de bekende en we mogen zeggen beroemde stadsarchitect Sjoerd Soeters en hij heeft hem ook naar mij gestuurd en hij zegt daarin: “Geachte heer Heida – dat ben ik – kortgeleden schreef ik bijgevoegde notitie over de ramkoers waarop cultuurhistorische nota’s en de doelstelling om de stad te verdichten en te vernieuwen zich bevinden.” Nou, mooier kun je het niet samenvatten, dus dat ga ik ook niet proberen. Ik wil alleen daaraan toevoegen dat wat hierachter zit, en ik probeer dan de woorden van de heer Soeters niet onnodig of verkeerd te vergroten, dat er verschillende afdelingen zijn die er met elkaar, nou, overhoopliggen.
Een bel voor de laatste ronde, begrijp ik, maar ik heb nog een minuutje, dus ik ga nog even door … De voorzitter: Nee, u heeft min acht seconden. De heer Heida (PVV): Pardon? De voorzitter: U heeft min acht seconden.
De heer Heida (PVV): Nou ja, dan vat ik de laatste alinea samen. De PVV heeft geen belang bij strijd op het gemeentehuis tussen afdelingen die ook nog eens een keer gevoed worden door de erfgoedridders die tachtig panden willen vastleggen waardoor eigenlijk ook de omgeving daar op slot gaat. Dat heb ik al vorige keer in het Beraad ook gezegd, dit is niet wat we willen. En dat is dan het laatste wat ik erover zeg, voorzitter, het gaat er ook om dat de erfgoedridders willen hun macht vergroten, ze willen subsidiestromen op gang brengen. Dit is gewoon een absolute lobbyclub die hier in de raad probeert te slijten dat we tachtig panden hier op een lijst moeten zetten. Hoe durven ze? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Dank u, voorzitter. Ja, ik hoor van alles voorbijkomen: erfgoedridders, de A8-A9, Beatrixtoren. Ik vind het allemaal erg interessant. Ik overweeg eigenlijk gewoon alleen de tekst van de motie en daar staat in dat we gaan onderzoeken of er een categorie beeldbepalende panden moet komen en zo ja, hoe die dan moet toegevoegd worden aan de erfgoedverordening. Ik neem aan dat dan de gewijzigde erfgoedverordening of een voorstel voor de wijziging van de erfgoedverordening dan weer aan de raad wordt voorgelegd. En ik neem aan dat, ik zie de indieners knikken, dat ik dat juist geïnterpreteerd heb.
Met die interpretatie kunnen wij de motie steunen. De voorzitter: De heer Rienstra. De heer Rienstra (VVD Zaanstad): Ja, ik wil graag interrumperen op de heer Hoedemaeker, want dan heeft u de motie niet goed gelezen. Daar staat in namelijk dat het niet alleen beeldbepalende panden betreft, maar ook infrastructuur, bruggen, stukken groen et cetera. Gewoon eigenlijk alles wat jij beeldbepalend vindt, gaat dus bepaald worden door dat beleid. Dat staat in de motie. U heeft de motie niet goed gelezen, ik zou het nog een keer doen. De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, ik heb het nogmaals gelezen. Volgens mij komt er dan aan de hand van dit onderzoek een voorstel om de erfgoedverordening aan te passen of te wijzigen vanuit het college en dan gaan we die vervolgens weer in de raad bespreken, en dan kunnen al uw zorgen volgens mij weggenomen worden. De voorzitter: De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Voorzitter, ik wil alleen nog maar even onderschrijven dat wij een van degenen zijn geweest die ook bij ROSA wel hebben aangedrongen op die wijziging van die tekst. Omdat het begrip beeldbepalend kennen we al, kenden we ook al veel langer in Zaanstad in de verschillende verordeningen.
En naar ik heb begrepen uit het ambtelijk advies wordt dat straks ook onderdeel van de erfgoedverordening, noem het maar zo, als die wordt opgenomen in de fysieke leefomgeving. Dan vinden we het juist wel prettig om precies te weten welke definities we erop na gaan houden zodat het niet straks wereld en omstreken betreft. Dus wat dat betreft, dat onderzoek komt ons buitenmate welgevallig uit. De voorzitter: Goed, ik denk dat we daarmee het woord kunnen geven aan de wethouder die nog heel kort kan antwoorden. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Ja, dit is een sympathieke motie die het college ziet als een aanmoediging, want in de erfgoedstrategie staat deze optie ook al genoemd. En het is zo wat
mijnheer Pietersma zegt, dat het goed is dat je daar dan ook kaders en beleid achter maakt. Daar is wel capaciteit voor nodig. Mijnheer Rienstra, op dit moment kennen we de categorie monumenten. Dat zijn ook niet alleen panden, dat zijn ook aardkundige objecten zoals bijvoorbeeld de Kreekrug in Assendelft die u tot monument heeft verklaard als raad. Dus ook binnen de categorie monumenten zitten er zaken wat niet per se een pand is. Dit is een lichtere vorm van bescherming waardoor er meer mogelijk is en je juist meer mogelijkheden hebt om juist de stad te ontwikkelen zonder dat je het op slot zet, want wat je met een monumentenstatus, is een zwaardere categorie en ook een zwaardere bescherming. Dus dit zou juist wat meer maatwerk kunnen bieden, maar het behoeft wel beleid en dat moeten we dan gaan maken. De voorzitter: Dank. De heer Heida. De heer Heida (PVV): Dank u wel. De voorzitter: Kort, want u heeft eigenlijk geen tijd meer. De heer Heida (PVV): Maar voor vragen in het debat mag je toch nog wel stellen? Ik bedoel, echt, word ik hier stilgelegd? Terwijl het er juist om gaat dat ik een harde vraag heb gesteld, een duidelijke vraag over: zijn er afdelingen bij de gemeente die elkaar gewoon keihard tegenwerken op dit front? Daar ging het mij om … De voorzitter: Wethouder … De heer Heida (PVV): … en dan niet over een … De voorzitter: Wethouder Groothuismink.
De heer Heida (PVV): … erfgoedbeleid of zo. De voorzitter: Dank u. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Zoals bij elk beleid heb je verschillende belangen en afwegingen. Die belangen en afwegingen weegt het college af en daar op basis van alle belangen nemen ze uiteindelijk een besluit, net zoals u dat doet. De voorzitter: Kunnen we daarmee overgaan tot stemming? De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ik hoor steeds een bel, misschien staat mevrouw Visscher voor de deur? De voorzitter: Nee, de bel gaat als de tijd om is. De bel gaat als de tijd om is. De heer Van der Laan (POV): Wethouder Noordzij, sorry. De voorzitter: Ja, we hebben nu de stemming over, even kijken, de ‘Motie vreemd aan de orde: Beeldbepalende panden’ van ROSA en anderen. Wie is daarvoor? Voor zijn de fracties van het CDA, de SP, ROSA, DENK, GroenLinks, D66, Partij voor de Dieren, ChristenUnie en Partij van de Arbeid. Daarmee is die aanvaard.
Motie vreemd aan de orde: Aandacht voor politie vrijwilligers De voorzitter: Dan gaan we naar de ‘Motie vreemd aan de orde: Aandacht voor politie vrijwilligers’ van de VVD en anderen. Ik stel voor dat ik gewoon voorzitter blijf, dan hoeven we niet te changeren. Het woord is aan mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wij zijn als raad geïnformeerd door de politie, in de eerste instantie middels een notitie en daarna ook tijdens een carré bijgepraat over de druk die zij de komende jaren ervaren op hun personeelsbestand. Na het carré heb ik nog contact gehad met de politie en gevraagd: wat zouden wij als raad kunnen doen? Dat was ook al tijdens het carré gevraagd en toen was het antwoord: eigenlijk niet zo heel erg veel. Maar terwijl we aan het doorpraten waren, kwamen we op de vrijwilligers die eigenlijk in de notitie niet waren benoemd. En zo kwam ik samen met de politie op het idee om de vrijwilligers meer onder de aandacht te brengen, omdat dat iets is waar wij als gemeenteraad en als gemeente wel degelijk de politie mee zouden kunnen helpen. Omdat vrijwilligers niet alleen op straat kunnen helpen, maar ook inmiddels verschillende speciale functies hebben waarbij je dus bijvoorbeeld in de opsporing zou kunnen helpen, waardoor er weer andere mensen worden vrijgespeeld.
Nou, ik ben blij om te constateren dat met ons vele andere partijen het belangrijk vinden om de politie hiermee te helpen. Dus ik hoop dat u dat ook zo ziet, voorzitter. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Wij steunen de motie, zoals dat te zien is. Wij willen eigenlijk, bij de overwegingen staat een laatste bullet met het breder trekken van deze actie naar brandweervrijwilligers, maar wij zouden hem nog breder willen trekken. Dat gaat ook naar de zorg. Als gemeente kunnen we daar misschien ook een duit in het zakje doen om op alle hulpverlenende programma’s meer vrijwilligers zoeken. Dus wij steunen, maar die laatste bullet is wat ons betreft nog breder als de gemeente actie gaat voeren. De voorzitter: De heer Van Braam. De heer Van Braam (SP): Dank u wel, voorzitter. De Nationale Politie is ziek, zwak en misselijk, zo schreef de Nederlandse Politiebond eerder op zijn site. Volgens een andere bron, de ACP, heeft 90 procent van de politiemensen geen enkel vertrouwen in de politiek. Een getal dat akelig veel lijkt op de 87 procent van de militairen die geen vertrouwen meer hebben in een politieke stop. Door de VVD is onder Rutte 1, 2 en 3 afgelopen jaren fors bezuinigd op de politie terwijl ze er alleen maar meer taken bij hebben gekregen en met een onderbezetting de roosters rond moeten draaien.
Op het gebied van veiligheid heeft de VVD een behoorlijke puinhoop achtergelaten. Politie, krijgsmacht, AIVD, ik hoorde de zorg ook net genoemd, ieder op hun eigen manier, flinke schade. Wie een sterk leger wil en een krachtig optredende politie moet niet op de VVD stemmen. En om dan maar met meer vrijwilligers te komen is een zwaktebod van de VVD, een doekje voor het bloeden, niet meer of niet minder. Het is onverantwoord dat vrijwilligers steeds meer politietaken op zich nemen. Er zijn gewoon te weinig agenten en het is gewoon te gek voor woorden om op deze manier gaten te vullen met vrijwilligers en biedt de burgers niet meer dan schijnveiligheid. Dank u. De voorzitter: De heer Mattens, heel kort. De heer Mattens (PvdD): Voorzitter, dank. We hebben lang erover nagedacht, alleen waar wij ons ernstig zorgen maken waar deze motie toe oproept is bij het gebruik van vrijwilligers op straat, dat het niet gaat lijken op een burgerwacht. Dat is echt iets wat je niet moet willen hebben, omdat je dan eigenlijk het risico neemt
dat mensen de wet in eigen hand kunnen gaan nemen. Daar gaat het ook over het kader opleiding. Kun je die mensen wel van adequate opleiding voorzien? Waar breiden we nou die boa-bestand … Want in feite is het een verdere uitbreiding van het boa-bestand. Ja, waar gaat dat dan overlappen, en is dat iets wat we moeten willen? De voorzitter: Goed. De heer Mattens (PvdD): En tot slot, over de vrijwilligers – en de heer Van Braam zei het al – het is toch een vorm van arbeidsmarktverdringing. Eigenlijk werk wat goed betaald zou moeten worden, gaan we nu steeds meer aan vrijwilligers overlaten. De voorzitter: De heer Van der Laan zag ik nog een interruptie en de heer Wit, dacht ik. Of … De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ja, bijzonder als je door je spreektijd heen bent met acht amendementen en twee moties evengoed nog het woord krijgt hier, ik vind het mooi. De voorzitter: Wilt u u beperken tot een reactie op … De heer Van der Laan (POV): Ik wilde reageren op mijnheer Mattens. Er wordt niet opgeroepen om mensen in dienst te nemen of een burgerwacht. Er staat, er wordt gevraagd aandacht te besteden aan het feit dat die politievrijwilligers bestaan. Die kunnen helpen met allerlei acties zoals bijvoorbeeld alcoholcontroles en al die andere zaken. Daar hoef je dan geen mensen in te zetten die dan in die noodhulpdienst rijden en andere bevoegdheden hebben.
Deze jongens worden zelfs heel goed getraind en het is voor de politie goed om dat op deze manier in te vullen. En dat er zoals de SP zegt een groot tekort is aan agenten, ja, dat is zo, maar daar gaan wij niet over. Het enige wat wij vragen hier is gewoon aandacht te besteden aan het feit dat je als vrijwilliger ook bij de politie kan ondersteunen, net als bij de brandweer. Bij de brandweer bestaat het allergrootste deel uit vrijwilligers en daar hebben we ook veel te veel … Nou ja, bestond, laat ik het zo zeggen, mijnheer De Vries, bestond en daar hebben we ook veel waardering voor. Dus ik zie niet dat het hier niet kan en dat het meteen uit zijn verband wordt getrokken met burgerwacht en andere dingen, dat gaat wel heel ver. De heer Van der Laan (POV): Uw punt is duidelijk. Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ik sluit me eigenlijk voor een groot deel aan bij wat de heer Van der Laan zegt en ik denk dat de bijdrage van de heer Mattens eigenlijk deze motie onderschrijft, want blijkbaar heeft u zich niet verdiept in wat een politievrijwilliger doet. Ik denk dat mijnheer Van der Laan het net heel goed heeft uitgelegd. Net zoals dat wij hier als een soort hobby meer dan zestien uur per week zitten, kun je, als je meer dan zestien uur per week tijd over hebt naast je normale baan, je ook aanmelden als politievrijwilliger.
Dat is geen burgerwacht, dat zijn mensen die dat hebben naast hun baan, omdat ze dat leuk vinden, omdat ze graag een bijdrage willen leveren aan de veiligheid van deze stad. Die worden daar goed voor getraind, het zijn uitgebreide selecties. Het is niet zo dat iedereen die zijn vinger opsteekt automatisch vrijwilliger wordt. Maar deze motie is precies om dit punt aan te kaarten. Er is te weinig aandacht voor en te weinig bekendheid met het vak politievrijwilliger, terwijl we het wel ook kennen van de brandweer. En dat is precies waar deze hele motie voor bedoeld is. De voorzitter: De heer Van Braam.
De heer Van Braam (SP): Het woordje politievrijwilliger is al zo oud als de weg naar Rome, het bestaat al inderdaad heel erg lang en er is niks nieuws onder de zon. Ik begrijp gewoon niet waarom de politie dat zelf niet onder de aandacht kan brengen en hun eigen kanalen daarvoor kunnen aanboren. Waarom specifiek de gemeente daar een campagne voor moet opvoeren, daar begrijp ik helemaal niks van. Net al wat ik heb gezegd, het is gewoon eigenlijk door een structureel tekort aan politieagenten komen we met zoiets uit de koker en daar is het structurele politietekort niet mee opgelost. Integendeel, ik denk dat het zelfs meer werkdruk op gaat leveren, want de mensen moeten ook begeleid worden door de politieagenten op straat. Dus daar gaat ook weer tijd in zitten. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, ik vind het niet erg als we politiek van mening verschillen, maar vind het wel vervelend als we hier zaken gaan noemen die gewoon feitelijk onjuist zijn. Het is helemaal niet zo dat de vrijwilligers daar alleen maar zijn omdat er een tekort is aan agenten.
Sterker nog, het is eigenlijk jammer dat het in de notitie van de politie niet zelf was meegenomen, want in de toelichting die ik daarna heb gekregen – dat krijg je, mijnheer Van Braam, als je je verdiept in een onderwerp – blijkt dat dit ook gewoon een beleidsspoor is van de politie zelf en dat het eigenlijk jammer is dat het niet in de notitie stond. Dus wat mijnheer Van Braam nu zegt klopt feitelijk niet. De voorzitter: De heer De Haas en dan de heer Van Braam. De heer De Haas (ROSA): Dank u, voorzitter. Ik wil gelijk even op beide reageren, want ik sluit me, ik zou me misschien iets milder hebben uitgedrukt, maar ik sluit me aan bij de woorden over hoe dit tekort is ontstaan. Ik heb me wel verdiept in de politievrijwilliger en ik weet dat dat iets is wat al heel lang bestaat. Maar ik weet ook dat er eerst vacatures voor moeten worden gesteld, dat het korps dat zelf moet doen binnen de regio en dat vervolgens een sollicitatietraject in gang wordt gezet. Ik heb de afgelopen weken met regelmaat even gekeken of er inmiddels vacatures op staan voor onze regio en die staan er niet. Dus het bevreemdt me wel dat het korps, wat zelf aangeeft dat ze daar behoefte aan hebben, nog geen enkele vacature heeft gesteld of enige campagne heeft opgestart, lokaal. Het moge duidelijk zijn, ROSA zal niet voor deze motie stemmen. De voorzitter: Mevrouw Onclin en dan mevrouw Mathkor.
Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Dan kunt u mijn gedachten lezen, want volgens mij had ik nog niet mijn vinger opgestoken, maar ik wil er inderdaad wel graag op reageren. Ik vind het wonderlijk dat wij in deze raad af en toe denken dat we het beter weten dan de mensen die er zelf over gaan. Ik heb hierover gesproken met de politie. Zij hebben aangegeven dat dit juist een van de dingen is waar wij wel als gemeente een bijdrage in kunnen leveren. Het feit dat zij zelf niet toekomen aan het uitvoeren van deze campagne zegt al iets over druk, dus ik snap gewoon niet waarom je hiertegen zou zijn. Dan hebben we nu een mogelijkheid om op onze manier een bijdrage te leveren aan het tekort bij de politie, helpen om het vak van politievrijwilliger breder onder de aandacht te brengen, ik snap niet dat je daartegen kan zijn. De voorzitter: De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): U gaat voorbij aan het feit de politie daar zelf een procedure voor heeft opgezet en dat het korps die vacatures moet stellen. Dus een campagne voeren terwijl er geen vacatures worden gesteld lijkt me niet erg zinnig.
De voorzitter: De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ik denk dat ook het beeld even weg moet dat het niet alleen maar gaat om mensen met een uniform, maar dat het ook gaat om ondersteuning bij onderzoek in zedenzaken, al die andere dingen. Iemand moet echt toch die wethouder binnenlaten, hoor, dit duurt echt te lang. Die staat in de regen, dat kan niet. De voorzitter: Wilt u het afronden? De heer Van der Laan (POV): Die wordt ziek. De voorzitter: Mevrouw Mathkor heeft nog één seconde, dus die krijgt … De heer Van der Laan (POV): De recherche doet dit ook, dus het is echt wel belangrijk, voorzitter. Laten we lekker stemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mathkor, nog één seconde. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Wij zullen ook niet voor stemmen, want wij vinden dat de politie dit heel goed zelf kan, dat ze er ook mee bezig zijn volgens mij. Wij weten niet wat wij kan bijdragen daarvoor als gemeente en het is inderdaad wel een teer punt, de politie moet gewoon structureel meer menskracht krijgen en vrijwilligers heeft altijd een kantje van werkverdringing. De voorzitter/de heer Hamming (burgemeester): Goed, zal ik nog even een kleine reactie geven als portefeuillehouder. Ik denk dat het, … Heel kort, ja, maar dit vind ik wel belangrijk, het is een sympathieke motie.
De politie zal pas in 2021-2022 beginnen met werving voor nieuwe kandidaten voor vrijwilligers. Dat is wel goed om dat te weten, want even het management van verwachtingen, dat is dus niet eerder. Daarna kunnen wij aansluiten en daarna is er ook de vraag wat voor vacatures er zijn bij de politie, want die zijn er nu ook nog niet. Dus het is wel in het management van verwachtingen sympathiek, goed, gaan we doen, maar het zal wel even nog een tijdje duren. Wat we ook kunnen doen dan is een combinatie maken met Werkom en het Werkgevers Servicepunt om goede matches te maken, dat gaan we ook zeker dan oppakken. Dus in die zin sympathiek, het wordt uitgevoerd, maar verwacht niet dat het gelijk volgende keer … Want anders zit ik hier de volgende keer en dan zegt u: ja, u heeft de motie nog niet uitgevoerd. Nee, dat heb ik dus nu gezegd dat dat niet zo snel kan. Dus met dat management van verwachtingen kunnen we nu overgaan tot stemming over de ‘Motie vreemd aan de orde: Aandacht voor politie vrijwilligers’ van VVD en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de fracties van de SP, ROSA, GroenLinks, Partij voor de Dieren. Daarmee is die aanvaard. Motie vreemd aan de orde: Zaanse jeugdhulp aanpak De voorzitter: Dan gaan we over tot de laatste ‘Motie vreemd aan de orde: Zaanse jeugdhulp aanpak’ van DENK en anderen. Mevrouw Pancar heeft het woord.
Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Tijdens het debat over jeugdhulp en cliëntenstop gaf de wethouder aan dat er geen enkel kind zonder zorg zou blijven. Wij krijgen meerdere signalen dat er kinderen al lange tijd wachten op specialistische jeugdhulp. Hoe kan dat, voorzitter? Ook op de vraag wat de wachtlijsten zijn en hoeveel mensen er meer dan zes weken wachten komt geen antwoord, omdat volgens het college het een complex vraagstuk is. Wij moeten zicht hebben op de cijfers en hoelang kinderen wachten op
zorg. Wachten op zorg betekent meer kosten in de jeugdzorg. De problemen worden erger en er is meer hulp nodig. Daardoor lopen de kosten op, wat volgens het college, de raad en vanuit het landelijk beleid ongewenst is. De tijd van wachten is voorbij. We moeten echt meer zicht hebben op de wachtlijstproblematiek. Daar zijn ze nu ook mee bezig in Amsterdam. Ja, we weten dat het een landelijk probleem is, maar de gemeente dient zicht te hebben op de cijfers. We hebben als raad een controlerende taak. Wij kunnen niet controleren als wij niet weten wat er aan de hand is. Met deze motie vragen wij u om ons inzicht te geven in de omvang. Het is simpel, laten we het niet groter maken dan dat het is. Hoeveel mensen staan er op die wachtlijst, hoelang staan zij al op de wachtlijst, en hoe gaan wij dit oplossen met elkaar? Graag ontvang ik hier vandaag wel een duidelijk antwoord op. Dank u. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Voorzitter, kort, want ik vraag me bijna af of we bij verschillende bijeenkomsten hebben gezeten. Als ik de punten bekijk, dan heb ik volgens mij op bijna alle punten toezeggingen gehoord over de rapportage en de aanpassingen in de komende rapportages, en ook de onmogelijkheden gehoord. Ik geloof niet dat deze motie daar stante pede een verandering in gaat brengen. We zullen niet voor deze motie zijn.
De voorzitter: De heer De Vries, dan de heer Zoomermeijer. De heer De Vries (D66): Voorzitter, wie gisteravond de uitzending van Jinek heeft gekeken, die heeft kunnen constateren dat er misschien wel een tsunami van jeugdhulp op ons afkomt naar aanleiding van de coronaproblematiek. Ik heb dat zelf indertijd eerlijk onderschat. Maar degenen die zich daarmee bezighouden, ik heb verschillende mensen gesproken ook hier uit Zaanstad, die zich met de jeugd en jeugdhulp bezighouden en die maken zich grote zorgen over wat er op ons afkomt, omdat de scholen met name voor het voortgezet onderwijs nog steeds gesloten zijn. In dat licht gezien steunen wij deze motie, omdat dat eigenlijk, wij lezen hem ook als een soort voorbereiding op de tijd die gaat komen. Dus, en wat dat aangaat kunnen we hem ook wel van harte aanbevelen en zien we het ook als een handreiking in de richting van degenen die deze motie hebben opgesteld. De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Nou, wat ben ik dat blij om te horen van mijnheer de Vries en D66, waarvoor dank voor deze steun. Want ik wilde in eerste instantie reageren, ik had eigenlijk besloten om niks te zeggen, want ik denk: deze motie is een inkoppertje en mijn bijdrage van de vorige keer is duidelijk geweest. Maar ik verbaas me over de bijdrage nu net van ROSA.
Een partij die ik een socialer hart toedichtte met deelname in dit college en die volgens mij in het verleden zich heel erg zorgen maakte om deze problematiek. Ik heb ze geen argument horen noemen net waarom ze tegen zouden zijn, anders dan vage toezeggingen die dus juist – dat was mijn kritiek – nogal vaag waren en weinig concreet. Omdat er daadwerkelijk mensen zijn – en wij kennen die gevallen als SP en de andere partijen ook – dat mensen echt op die wachtlijst staan en in zeer dramatische situaties terechtkomen als gevolg daarvan. Dan denk ik: hoe kunnen jullie de intentie van deze motie niet willen steunen? Hij is in geen enkele manier ondermijnend aan het collegebeleid, aan de toezeggingen van de wethouder. Als je deze intentie deelt, en je kunt me niet wijsmaken dat jullie dat niet doen, dan steun je hem gewoon. De voorzitter: Goed, ik denk dat we over kunnen gaan … Ja, mijnheer De Haas, echt door de tijd heen, hè? Dus ik wil eigenlijk voorstellen om … Mevrouw Neefjes.
Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Nou ja, kijk, wat er in die motie staat, dat is natuurlijk iets wat de hele raad wel wil weten. Maar omdat we, we hebben een aantal ontwikkelingen op het gebied van jeugdhulp en jeugdzorg en volgens mij was iedereen daar lovend over dat we de goede kant op gaan, ook al zijn we er nog niet. Dus voor mij was deze motie eigenlijk gewoon weer opnieuw dingen weer hetzelfde vragen wat je al toegezegd hebt gekregen. Dus in die zin vind ik hem gewoon overbodig. Dan lijkt het opeens alsof een paar partijen in deze raad de jeugdzorg heel ontzettend belangrijk vinden dat ze daar alles op alles voor willen, maar wat willen wij allemaal. Wij vinden allemaal … De heer Zoomermeijer (SP): (buiten microfoon). Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ja, maar het is overbodig, mijnheer Zoomermeijer. De wethouder is hier ontzettend goed mee bezig en het college, dus wij hebben geen behoefte aan deze motie. De voorzitter: En de heer Zoomermeijer spreekt natuurlijk altijd via de voorzitter. De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Ik heb een interruptie op mevrouw Neefjes. Wat is er dan mis als wij, als er een motie vraagt om goed geïnformeerd te worden dat we nu dus duidelijke cijfers krijgen: hoe groot is het probleem nu daadwerkelijk? Dan kunt u zeggen: de wethouder is er goed mee bezig. Daar zijn we het allemaal mee eens, dat de wethouder er heel goed mee bezig is.
Maar we willen graag meegenomen in het hele proces en meer meegenomen worden. De voorzitter: Goed, dan geven we de wethouder het woord. Die is ook door de tijd heen, dus die gaat proberen heel kort te beantwoorden. Mevrouw Mutluer (wethouder): Ja, het is gewoon wel een heel serieus onderwerp en ik weet dat u als raad hier echt wel bovenop zit en dat de wethouder u daarin wil blijven meenemen. We zijn bezig met een aantal verbeteringen, heeft u ook gezien, met de aanbesteding, de stichting, aanbeveling, opvolgen van de Rekenkamer, het AEF-rapport. Ik ga even puntsgewijs in op uw motie. Misschien helpt dat, want dan kan ik ook een aantal toezeggingen doen en ook een aantal antwoorden al geven op een aantal vragen die u stelt. Want voor wat betreft de zicht op de wachtlijsten, dat komt op dit moment, daar hebben we zicht op, mevrouw Pancar, op die wachtlijsten. Want het komt terug in elke gesprekken die we met de aanbieders hebben. En wat u mij met name vraagt is: breng met name die oorzaken en die gemiddelden in beeld. Maar alleen die platte cijfers per individu, daar heeft u niks aan, want uiteindelijk willen we een oplossingsrichting aandragen. We zien nu al dat die wachtlijsten – en daar refereert u ook aan, de technische antwoorden op uw vragen – we zien dat er toch best wel complex is, die wachtlijsten, en ze variëren per specialisme.
Soms heeft het te maken met gekwalificeerd personeel, soms heeft het te maken met de passende groep voor een kind vinden. Het hangt dus af van heel veel variabelen. Ik zou voor wat betreft de eerste punt in uw motie willen stellen van hoeveel hulpaanbieders met de cliëntenstop. We zien nu in februari al dat de helft van onze Caanbieders richting die normbudget aanzitten. Ik heb u aangegeven dat wij met Zaanstreek-Waterland met acht gemeenten nu nadenken hoe we daarmee omgaan. Ik heb u al vorig keer aangegeven dat we voor de aanbesteding van de specialistische jeugdhulp die normbudgetten los willen laten en meer gericht financiële afspraken willen maken. Dus daar kom ik absoluut op terug bij de volgende voortgangsrapportage: waar staan we nu? Voor wat betreft uw punt met de jeugdigen en de wachttijden, daarvan had ik u al toegezegd: ik wil in de eerstvolgende voortgangsrapportage de gemiddelden en met name de oorzaken veel meer met u delen. Dus die pak ik op. En als laatste zegt u: indien nodig, meer ambulante begeleiders te zetten. Ja, dat is een oplossing die u al aandraagt, terwijl we eerst even naar de oorzaken moeten kijken. Want mijn concrete vraag zou dan zijn: hoe dan? Vanuit een gecertificeerde instelling, vanuit een Jeugdteam, wilt u
gezinsondersteuning, wilt u gezinsmanagement, wilt u GGZ-hulp? Met andere woorden, die oplossingsrichting die u aandraagt, die ga ik meenemen in de voortgangsrapportage, dus daarmee deel ik uw zorgen. De wachttijden, dat willen we niet, maar we hebben gewoon een tekort, we hebben gewoon financiële problemen. We lobbyen met het Rijk en ik zeg u toe dat ik deze informatie iets uitgebreider in de voortgangsrapportage die u over, nou, ik denk een paar maanden weer gaat krijgen, kwartaal hé, dat hebben we afgesproken, met u gaan delen. En indien nodig, ga ik u eerder informeren. Ik hoop dat dat voldoende is, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. Fijn dat de wethouder in ieder geval onze zorgen ook deelt. Ik weet dat de wethouder hiermee bezig is. Dit is echt een steun om meer zicht te kunnen krijgen op de cijfers. Wij krijgen echt meerdere signalen, daar maken we ons ernstige zorgen om. Waar ik nog nieuwsgierig naar ben is: wanneer is het voortgangsrapportage en wanneer krijgen we daar meer zicht op? Zodat we ook onze controlerende taak als raad beter kunnen uitvoeren. De voorzitter: Mevrouw Mutluer. Mevrouw Mutluer (wethouder): Nou ja, volgens mij geef ik aan dat ik uw zorgen en uw vraag om u iets meer en dieper mee te nemen in die wachtlijstenproblematiek, de oorzaken, de gemiddelden, dat ik dat oppak.
We hebben net, afgelopen donderdag, de eerste voortgangsrapportage gehad. Daar heeft u een zienswijze op gegeven. Ik heb toen al gezegd: we gaan hem wat verdiepender maken. Over drie maanden heeft u hem eigenlijk weer en dan kan ik u ook meenemen in die normbudgetten wat wij nu bespreken met ZaanstreekWaterland en mocht dat nodig zijn … De voorzitter: Over drie maanden … Mevrouw Mutluer (wethouder): … doe ik dat eerder. De voorzitter: De vraag was wanneer? Over drie maanden. Ja? Dus mevrouw Pancar, is dat voldoende antwoord op uw vraag? De heer Van Haasen heeft een interruptie daarop. De heer Van Haasen (PVV): Ik heb nog een vraag aan de wethouder. Die zegt dat ze over drie maanden weer met een rapportage komt. Mijn vraag is: is ze er dan nog wel? En wordt dat niet vertraagd als er een andere wethouder geïnstalleerd moet worden die zich weer in moet lezen en in moet werken in deze … De voorzitter: Deze is oneindig en gaat altijd door, dus dat is onafhankelijk van wethouders die er zitten. Dus dat is buiten de discussie, lijkt me. Volgens mij moeten we nu dit antwoord, eerst mevrouw Pancar nog de gelegenheid geven om te reageren en dan kunnen we denk ik deze discussie afronden, want iedereen is ook door de tijd heen, behalve mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel. Nou ja, ik snap hem. Alleen, ik vind drie maanden echt te lang.
Als we zien in wat voor situatie we momenteel zitten ook met corona en we zien hoeveel jongeren hulp nodig hebben en echt weken, maanden wachten op hulp, dat baart mij echt zorgen. Ik snap dat de wethouder hierop terug wil komen, maar ik zou dan liever de wethouder willen vragen om eigenlijk binnen een maand al ons meer zicht te kunnen geven op de cijfers.
De voorzitter: Nog de heer Rijken. De heer Rijken (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ik heb dan toch een vraag aan mevrouw Pancar, want we hebben, natuurlijk delen we al de zorgen, daar denk ik is iedereen het over eens. We hebben de afgelopen periode heel veel over de jeugdhulp gesproken, daar is duidelijk vastgesteld: we krijgen per kwartaal een rapportage. En nu gaat u daar in één keer weer van afwijken. Ik snap niet zo goed waarom dat nu zo is, dus kunt u dat nog nader uitleggen alstublieft? De voorzitter: Mevrouw Van Nieuwamerongen. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Dank u, voorzitter. Eigenlijk hetzelfde als de heer Rijken zegt, afgelopen maanden hebben wij vaak gevraagd om per maand een rapportage te krijgen. Zoals mevrouw Pancar die zei zelf ook net: per drie maanden is goed. Dus toen is dat ook afgesproken dat we dus per kwartaal een rapportage gaan krijgen. Dus u kunt nu weer vragen naar per maand, maar volgens mij hebben we als raad gewoon besloten om dat per kwartaal te gaan doen. De voorzitter: Goed, maar iedereen gaat nu, die door de tijd is, toch nog weer woordmeldingen doen en dat vind ik jammer, want … Nee, de heer Rijken niet, maar ik zie nog een aantal anderen. Dus mevrouw Songül Mutluer kan nog heel kort reageren en dan zou ik zeggen dat we overgaan tot stemming.
Mevrouw Mutluer (wethouder): Volgens mij is het sowieso goed om in de coronamonitor in te gaan op de jeugdigen die nu last hebben van corona en daardoor ook meer hulp en ondersteuningen nodig hebben. Waar we overigens ook een plan voor gaan bedenken samen met het onderwijs, dat hebben we ook afgesproken. En we gaan kijken of we de Vitale Stadgelden eventueel kunnen inzetten om die groep te ondersteunen. Misschien is het, mevrouw Pancar, dan een idee om in ieder geval bij de coronamonitor daar op terug te komen en bij de voortgangsrapportage iets uitgebreider u mee te nemen in de wachtlijstenproblematiek. Dan hoop ik dat we in de tussentijd ook iets meer vanuit het Rijk weten. Dus het lijkt mij denk ik een goede handreiking ook richting uw kant. De voorzitter: Het laatste woord is aan mevrouw Pancar. Mevrouw Pancar (DENK): Ik denk dat het goed is om in ieder geval even daarmee aan de slag te gaan. Even om antwoord te geven op de VVD en Partij van de Arbeid, we weten dat het moeilijke tijden zijn en we weten ook dat een kind die specialistische jeugdhulp nodig heeft niet drie maanden kan wachten. Dat is feitelijk kan dat gewoon niet. Dus vandaar mijn oproep ook: laat alsjeblieft ons eerder weten en neem ons alsjeblieft hier ook meer in mee. De voorzitter: Wat betekent dat voor de motie? Mevrouw Pancar (DENK): Ja die, ik kijk even de partijen aan die mee ingediend hebben.
Aanhouden? Oké. De voorzitter: We brengen hem gewoon in stemming dus? Mevrouw Pancar (DENK): Ja. De voorzitter: Ja? Dan brengen we nu de ‘Motie vreemd aan de orde: Zaanse jeugdhulp aanpak’ van DENK en anderen in stemming. De heer De Vries.
De heer De Vries (D66): Ik had nog een interruptie aangegeven. Ik wilde nog één ding vragen aan de wethouder, als dat mag. De voorzitter: En uw vraag is tien seconden. De heer De Vries (D66): De vraag is of de wethouder deze motie niet ziet als een ondersteuning van haar beleid. Gehoord alle antwoorden, vind ik dat het een ondersteuning van haar beleid is. De voorzitter: Wethouder Mutluer, ja of nee? Mevrouw Mutluer (wethouder): Hij gaat veel verder dan dat en ik heb een toezegging gedaan. De voorzitter: Dan brengen we nu de motie in stemming, ‘Motie vreemd aan de orde: Zaanse jeugdhulp aanpak’ van DENK en anderen. Stemverklaring van de heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, ik vind het jammer dat de wethouder weer zo niet antwoord geeft exact op de vragen die gesteld worden. Het lijkt mij ook heel goed dat we een duidelijk overzicht krijgen, zoals mevrouw Pancar zegt, wat de stand van zaken nu is. Er wordt niet om gevraagd omdat het duidelijk was in de vorige rapportage, dus wij zullen daarom voor de motie stemmen. De voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Wij zullen ook voor deze motie stemmen, al vinden we dat het groot deel technische vragen zijn die er gesteld worden. Maar wij zijn het ook met DENK eens dat kinderen geen drie maanden op zorg kunnen wachten en daarom zullen we deze motie steunen.
De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Dank u, voorzitter. Ja, ondanks dat we weten dat de wethouder hier heel goed mee bezig is, onderkennen wij ook de ernst van dit probleem waar wij ook bijna dagelijks signalen van krijgen. Wij sluiten ons aan bij mijnheer De Vries die dan zegt: ja, maar dit moet de wethouder toch zien als ondersteuning van het beleid. De voorzitter: De heer Wit. De heer Wit (CDA): Dank, voorzitter, stemverklaring. Alsof deze motie, als die aangenomen wordt, direct hulp gaat bezorgen en als die niet aangenomen wordt, dat kinderen drie maanden moeten wachten. Nou, dat is natuurlijk een tegenstelling die helemaal niet klopt. De voorzitter: Geen discussie, dit is een stemverklaring alleen nog. De heer Mattens, korte stemverklaringen, want die hebben dat karakter. De heer Mattens (PvdD): Het gaat om de kinderen die niet drie maanden kunnen wachten. De rapportage komt daarna en daarom deze oproep. De voorzitter: De heer Rijken.
De heer Rijken (PvdA): Ja, een stemverklaring. Het gaat om wanneer de kwartaalrapportage komt, die is drie maanden, en niet of kinderen drie maanden moeten wachten. Wij zijn het eens met de argumentatie van de wethouder, dus wij zullen deze motie dan ook niet steunen. De voorzitter: De heer De Haas. De heer De Haas (ROSA): Wij zullen deze motie niet ondersteunen en de redenen zijn volgens mij al meerdere malen herhaald. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de garantiebudgetten zoals die ook al toegezegd zijn voor de meest nijpende gevallen, dat die ook gewoon gehanteerd worden. En dat we het stage van onderzoeken van dit voorbij zijn, maar dat er gekeken wordt naar hoe we het moeten oplossen. De voorzitter: Goed, dan kunnen wij overgaan tot stemming over de ‘Motie vreemd aan de orde: Zaanse jeugdhulp aanpak’ van DENK en anderen. Wie is daartegen? Tegen zijn de fracties van de VVD, het CDA, ROSA en de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie. Daarmee is die aanvaard en gaan we over naar de stemmingen die we nog hebben staan. Visie vernieuwde aanpak samenhangend jongerenwerk & werken met jongeren Zaanstad De voorzitter: De ‘Visie vernieuwde aanpak samenhangend jongerenwerk & werken met jongeren Zaanstad’. Wie is daartegen? Tegen is de fractie van de PVV, of is dat een … ‘Visie vernieuwde aanpak samenhangend jongerenwerk & werken met jongeren Zaanstad’, stemagenda.
Wie is daartegen? Dan is die unaniem aanvaard. Voorstel oprichting stichting t.b.v. Stedelijk jeugdteam Zaanstad De voorzitter: Dan gaan we naar het ‘Voorstel oprichting stichting t.b.v. Stedelijk jeugdteam Zaanstad’. Wie is daartegen? Stemverklaring van de heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Wij geven een positieve zienswijze met een kanttekening. Er wordt gesproken over een soepele overgang. Wij vinden dit belangrijk en vragen een duidelijke vinger aan de pols van de wethouder of haar eventuele opvolger om de opstart en de overgang goed te begeleiden, zodat we niet in diezelfde draaikolk van grote tekorten terechtkomen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Wie is er tegen het ‘Voorstel oprichting stichting t.b.v. Stedelijk jeugdteam Zaanstad’? Dan is die ook unaniem aanvaard. Wijziging statuten OVO Zaanstad De voorzitter: Dan gaan we tenslotte naar de ‘Wijziging statuten OVO Zaanstad’. Wie is daartegen? Mevrouw Van Nieuwamerongen een stemverklaring. Mevrouw Van Nieuwamerongen (VVD Zaanstad): Ja, een stemverklaring inderdaad, om juist niet tegen te zijn. Want we vinden het jammer dat deze ingreep op het laatste moment bij ons binnen is gekomen, dat riep ook veel vragen op, waarvoor dank voor de technische antwoorden. We hopen op een goede monitoring van het college zodat we deze situatie binnenkort niet nog een keer krijgen. Dank u wel.