Verslag raad 17-12-2020
Tekst van het document
Ik wil toch ook een compliment maken, omdat, ja, bewustwording is net zo belangrijk en de
afgelopen periode heeft Zaanstad met de Orange the World-campagne wel heel duidelijk laten merken door bepaalde gebouwen oranje te laten verlichten ook een goed signaal afgegeven, dus daarvoor dank. Als het gaat om het schrappen van artikel 544, ja, in eerste instantie konden we ons wel vinden om het behouden van dat artikel, maar als we het hebben over de procedure, dan verdient het helaas niet echt een schoonheidsprijsje. Dus daarom snappen we ook dat er tegemoet moet worden gekomen aan de wensen van de raad om een zorgvuldige besluitvorming te maken en het dus eerst over het beleid te hebben en dan vervolgens op te nemen in de APV. Maar ik zou wel graag van de portefeuillehouder willen weten: hoelang duurt het dan voordat we het op gaan nemen in de APV? Want onzes inziens is het wel goed om het in ieder geval voor de zomer wel opgenomen te hebben in de APV. Wat betreft lachgas, nou, we zijn net er volgens mij met zijn allen over eens dat lachgas een van de grootste problemen is vooral onder jongeren, met alle nadelige gevolgen van dien, zowel voor de jongeren als voor de samenleving. Maar het is ook wel ingewikkeld, want het is een legaal product, het is niet verboden. Hopelijk komt er dus landelijk wetgeving waarin het op een gegeven moment wel verboden wordt.
Het is net als bij het gebruik van alcohol, het is toegestaan, het is legaal, maar op het moment dat er overlast plaatsvindt, dan moet je ook natuurlijk als gemeente kunnen optreden. We vinden het in ieder geval wel goed om dit op te nemen in de APV om duidelijk een signaal af te geven. En wat betreft carbidschieten, we zullen niet voor het amendement stemmen en het lijkt ons goed dat het in ieder geval opgenomen wordt in de APV, zodat we in ieder geval kunnen handhaven als er ook daadwerkelijk sprake is van carbidschieten tijdens Oud en Nieuw. Dat gezegd hebbende, wil ik het hierbij laten, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Ik wou nog even reageren op het carbidschieten. Het vuurwerkverbod wat met Oud en Nieuw geldt, dat is voor eenmalig en dat carbidschieten wat opgenomen wordt, dat is gewoon permanent. Er is in Zaanstad een Zaans carbidteam dat in de zomermaanden evenementen houdt en die zouden dan opgedoekt kunnen worden. Ik bedoel, die wordt hun hobby dus ontnomen. Die doen dat op een zeer veilige en recreatieve manier, overdag, dat niemand er last van heeft, in gebieden waar niemand er last van heeft. Dus met dit verbod wordt dat gewoon de nek omgedraaid.
We hebben contact gehad met die organisatie en … De plaatsvervangend voorzitter: Nee, maar was dit een interruptie op mevrouw Köseoglu, of niet? De heer Van Haasen (PVV): Ja. De plaatsvervangend voorzitter: Want dit staat ook in uw amendement. De heer Van Haasen (PVV): Maar dit wou ik dus even toevoegen, dus. De plaatsvervangend voorzitter: Oké. De heer De Vries, D66. De heer De Vries (D66): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, wat carbidschieten betreft is mijn fractie ingenomen met dat dat nu opgenomen is in de APV. Ik heb eerder gezegd: ik moet er niet aan denken als dat op de Dam of in de Zuiderhoofdstraat in Krommenie bijvoorbeeld staat te gebeuren, wat dat voor ellende oplevert. Dus daar zijn we tevreden over. Wat de snelle bootjes aangaat, mijnheer de voorzitter, is mij dat uit het hart gegrepen dat er wat aan gedaan wordt. Maar ik hoop ook dat de amendementen daarop ingetrokken worden vanwege de toezegging die de burgemeester in het Zaanstad Beraad heeft gedaan, om goed naar de Wormerlandsituatie te kijken en te kijken of die in Zaanstad ingevlochten kan worden. Ik wil hem alleen wel
heel graag vragen of ik een toezegging zou kunnen krijgen of dat uiterlijk in februari op de agenda zou kunnen komen om er even in alle rust met elkaar over te praten, want er is nog wel wat over te zeggen. En wat het tarief betreft inderdaad, er zijn bedragen genoemd van vijftig en zestig euro kostendekkend, maar in Wormerland is het inderdaad maar zes euro en voor vier jaar, en daar werkt het. Om het helemaal af te ronden, de heer Van Tellingen – sommigen kennen hem nog wel – jaren geleden heeft hij het al gehad over de snelle bootjes. Ikzelf een jaar of tien geleden erover begonnen en de ellende van de afgelopen jaren is echt fenomenaal, dus ik ben blij dat daar wat aan gedaan zou kunnen worden, maar het liefst dan zo snel mogelijk in het nieuwe jaar. De plaatsvervangend voorzitter: Dan heb ik nog de heer Mattens, Partij voor de Dieren. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ik ga proberen een warm verhaal voort te zetten. Als het inderdaad gaat over lachgas, vinden we een goed amendement. Goed om dat toe te voegen aan de lijst, al was het alleen al, buiten alle overlast en schade aan de gezondheid die het berokkent, maar ook omdat het 265 keer schadelijker is voor het klimaat dan CO2. Dus wat dat betreft een hele goede toevoeging. Ja, carbidschieten, de heer Van Haasen zegt: mensen hebben er geen last van op de plekken waar het gebeurt.
Maar aan de randen van de stad waar het gebeurt, carbidschieten, als het al gebeurt, hebben ongetwijfeld dieren er last van. Dus wat dat betreft steunen wij dat amendement niet. Over de bootjes kunnen wij de meerderheid in de raad wel volgen dat het goed is om daar nog een keer over te praten in het Zaanstad Beraad. Wel merk ik daarbij op dat de invoering van zo’n vignet waarschijnlijk voor het komend broedseizoen toch waarschijnlijk nog niet voldoende uitwerking kan hebben technisch, ondanks dat ik dat natuurlijk wel graag zou willen en ik snap ook de oproep van mevrouw Schuttevaer daarom. Maar de wens om het beter uit te werken en ook om te kijken naar hoe het nou optimaal, zowel qua tarief als de manier waarop we het inzetten, kan worden ingevoerd om de overlast zoveel mogelijk terug te dringen, is wat ons betreft ook goed om dat nog een keer in een Zaanstad Beraad te bespreken. Dus tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik zag de heer Van Haasen weer een interruptie. Ik wil wel wijzen dat het uw vijfde al is. De heer Van Haasen (PVV): Ja, ik wou er ook van afzien, dus. De plaatsvervangend voorzitter: Oké. De heer Van Braam, SP. De heer Van Braam (SP): Dank u wel, voorzitter. Het verbod op lachgas, dat kunnen wij steunen.
Wij zien inderdaad daar de problemen ook van die door de heer Mattens net is geschetst – sorry, hoor – van de Partij voor de Dieren. Dus daar kunnen wij helemaal in meegaan. Wij denken wel dat het hand in hand gaat met goede voorlichting, dus voorlichting daarbij is een belangrijke zaak om dat erbij te betrekken. Wat betreft het carbidschieten, ik hoorde de heer Van Haasen net zeggen: dat gebeurt allemaal veilig en dat gebeurt dan in gebieden waar niemand er last van heeft. Ik kan me niet voorstellen welke gebieden dat dan zijn in Zaanstad, dus daar ben ik dan wel benieuwd naar. Maar dat gaan wij niet steunen. Betreft die registratie, die pleziervaartuigen. Dat is net al gezegd, dat gaat uitgebreid nog terugkomen in het Zaanstad Beraad, dus die amendementen gaan wij niet steunen en wij wachten af dat het daarin besproken gaat worden. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor-van Bennekom (GL): Dank u, voorzitter. Nou, ik zal het heel kort doen. Wij zijn natuurlijk niet voor het carbidschieten. Wat betreft lachgas, natuurlijk, dat heeft erge gezondheidsrisico’s waar wij ons
ook zorgen over maken, maar wij wachten met smart op het landelijk beleid, want wij vinden in dit amendement bijvoorbeeld een beetje vreemd dat het gecombineerd wordt met gedragingen die de openbare orde verstoren. Dat lijkt ons een hele subjectieve maatstaf, dus wij wachten inderdaad op het landelijk beleid en inderdaad pleiten voor hele goede voorlichting op dit moment. Wat betreft de bootjes, want ik snap ROSA wel en wij zouden ook graag weten: stel voor dat het nu wel ingevoerd zou kunnen worden, het vignet, wanneer zou het dan zover zijn dat inderdaad die bootjes voorzien zijn van een vignet en dat het inderdaad tegengaat die overlast en ook inderdaad het broedseizoen en alle andere waterplanten en oeverplanten aantast, wanneer zou dat voor het eerst mogelijk zijn? Dat zouden wij graag van de portefeuillehouder willen horen. Dank u. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pancar, DENK. Mevrouw Pancar (DENK): Dank u wel, voorzitter. O, de heer Van Haasen heeft een interruptie, maar ik weet niet of hij mag. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Pancar, DENK. Mevrouw Pancar (DENK): Wat betreft lachgas is het een probleem van tegenwoordig voornamelijk onder jongeren, dus wij zullen deze amendementen ook van harte steunen.
Wel sluit ik me aan bij de woorden van de heer Van Braam op het gebied van voorlichting, omdat dat gewoon heel erg belangrijk is wat het doet met onze gezondheid en wat dit betekent voor de jongeren op een latere leeftijd. Dus misschien kunnen we de Sociale Wijkteams hier ook een beroep op doen wat meer voorlichting te kunnen geven. De overige amendementen zullen we tegenstemmen. De plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Haasen, nummer zes interruptie. De heer Van Haasen (PVV): Dank u, voorzitter, voor de zesde keer. Ik wou er nog even aan wijzen, een van de hoofdoorzaken dat wij dit amendement van die bootjes eruit willen hebben is gewoon omdat het naar onze mening niet goed onderbouwd is. Van die aluminium platbodempjes met een motortje van drie pk erachter, die gewoon met twintig door de polder scheuren en de vogels verstoren tijdens het broeden waar iedereen zich druk om maakt, ik ook, die vang je niet met dit vignet, want die … De plaatsvervangend voorzitter: Maar mijnheer Van Haasen, dat staat allemaal in uw amendement. De heer Van Haasen (PVV): Ja, maar die mensen lezen dit amendement dan schijnbaar niet, want die gaan hier niet op in. Dus ik denk, ik zal ze nog een keertje uitleggen. De plaatsvervangend voorzitter: Nou, heel kort dan. De portefeuillehouder.
De heer Hamming (burgemeester): Dames en heren, toen ik als kind De Kameleon las, had ik natuurlijk al kunnen weten dat bootjes in deze regio van Zaanstreek-Waterland een heel indringend en belangrijk onderwerp is en dat er vele deskundigen zijn, veel meer deskundig dan de portefeuillehouder van de APV. Dus toen we dit aan de orde hadden, toen hadden we gedacht om eerst het beleid, of althans, het besluit in de APV op te nemen, zodat straks mogelijk wordt om het beleid wat daaronder wordt voorbereid – en dat is het eerste halfjaar van 2021 – dat het dan gelijk in werking kan treden. Maar gehoord hebbende het Zaanstad Beraad en ook de reactie vanuit de organisatie, leek het ons verstandig in het college om eerst het beleid te maken, vervolgens het direct in de APV op te nemen. Dat is volgens mij de goede weg, ook omdat er natuurlijk
veel deskundigen hier in de raad zitten die we daar ook bij kunnen betrekken en ook de besluitvorming kunnen helpen verbeteren. Dus dat punt, ik kan u toezeggen dat we het eerste halfjaar dat voorbereiden, maar ik wil een uiterste poging doen dat naar voren te halen. Maar ik wil aan de andere kant ook waken voor onnodige druk op de ambtelijke organisatie waar we middenin de coronacrisis zitten, waar we enorm een dijk aan werk hebben te verrichten op vele fronten tegelijk en ik wil ook niet het onmogelijke van onze mensen vragen. Dus ik begrijp uw wens, maar ik denk dat het realistisch is als ik zeg: de eerste helft van 2021 en zoveel sneller als mogelijk, maar ik wil niet het onmogelijke van onze organisatie vragen. Kan ik ook niet, dus dat is de reden dat we het zo doen. Dan nog, als het nu wel wordt opgenomen in de APV betekent dat dus pas als het beleid eronder ligt, het pas geëffectueerd kan worden. Want zolang er geen beleid is, kunnen we toch niet handhaven, hè? Dus wat dat betreft is het denk ik zinvol om gewoon eerst de discussie met elkaar te voeren, beleid vast te stellen en dan in de APV op te nemen. Dat kan dan ook snel. Als het gaat om bijvoorbeeld het lachgas, grote steun.
Ik denk dat elke manier waarop we dit fenomeen in onze samenleving aanpakken welkom is, ook omdat wij zien – en dat heb ik u ook gemeld in het Zaanstad Beraad – dat wij signalen vanuit de gezondheidssector krijgen dat onze jongeren vaak na lachgas gebruikt te hebben veelvuldig in het ziekenhuis terechtkomen en verlamd in een rolstoel eruit gaan en voor het leven lang verlamd zijn. Dat is iets wat we niet moeten willen en ik denk dat we dus op alle manieren inderdaad ook straks aan voorlichting daarmee aan de slag moeten gaan. Daar gaat het Rijk ook mee aan de slag, want de eerste helft van 2021 wordt dit als het goed is ook landelijk verboden, maar ik denk dat het erg behulpzaam zou zijn om op dit punt te zeggen: wij verbieden dit ook speciaal – want het is inderdaad zo dat in zijn algemeenheid er een ventverbod is in onze stad, dus dat ventverbod geldt eigenlijk voor al die andere dingen die de heer Hoedemaeker ook noemt – maar in dit geval zeg je ook specifiek: gebruik, het nuttigen van het spul en het verbod ook op verkoop voeren wij apart in de APV in. Dan tenslotte carbidschieten.
Ja, dat is echt op verzoek van de voorzitter van de veiligheidsregio en daar – ik kan natuurlijk niet om de voorzitter van de veiligheidsregio heen – zou ik toch echt zeggen: in dit geval moeten we dat dringende advies volgen om het op te nemen in de APV vanwege het vuurwerkverbod ook dit jaar wat is opgenomen vanwege de coronacrisis, we zouden dit echt gelijk moeten trekken. Dan kunt u natuurlijk volgend jaar, als de situatie anders is, nog eens een keer met elkaar bekijken: willen we dit nou echt? Want in deze stad is het op zich een beperkt fenomeen, maar we zien wel dat nu heel veel mensen denken in plaats van vuurwerk carbid te gaan gebruiken. Carbid is ook op een aantal plekken uitverkocht, we zien ook bewegingen van import van carbid uit het buitenland. Dat is de reden dat we hebben gezegd: in deze tijd waarin we met elkaar oproepen om zoveel mogelijk thuis te blijven, niet onnodig naar buiten te gaan, ook niet met vuurwerk of carbid, willen we dit nu verbieden. Als u dan volgend jaar zegt: we denken er dan anders over, omdat er een bepaalde groep is die daar toch gebruik van maakt en dat heel beperkt doet. Dan kunnen we dat dan weer bespreken, maar voor nu warm aanbevolen om het wel op te nemen. De plaatsvervangend voorzitter: Kunnen we overgaan tot stemming? Mevrouw Schuttevaer. Mevrouw Schuttevaer (ROSA): Wij trekken het amendement in.
We hebben de portefeuillehouder gehoord en de voornaamste reden voor het amendement was juist om te proberen om het voor het broedseizoen in maart voor elkaar te krijgen. We hebben gehoord dat dat absoluut niet gaat lukken, want het sowieso een half jaar gaat duren helaas. We willen wel aandringen op goede handhaving en wellicht een goede voorlichtingscampagne, maar we trekken het amendement in. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Daarmee is amendement D ingetrokken. Ik moet richting de POV en de PVV melden dat amendement E een subamendement is van amendement D en daarmee vervalt amendement E ook. Dus dan blijft er over amendement B, ‘Verbod lachgas’, en er blijft over het amendement C,
‘Carbidschieten’. We gaan nu stemmen over amendement B, ‘Verbod lachgas’ en ik vraag: wie is daartegen? Dat is D66, GroenLinks … Het gaat allemaal niet van harte, die handen omhoog, zie ik wel. Daarmee is het amendement ‘Lachgas’ aangenomen. Gaan we naar het amendement C, ‘Carbidschieten’. Wie is daarvoor? Dat is Democratisch Zaanstad, GroenLinks één? Nee, dat gaat niet door. PVV, POV, en meer niet. Daarmee is het amendement ‘Carbidschieten’ verworpen. Gaan we over naar de verordening in zijn geheel. Wie is daartegen? Dat is niemand, daarmee is de verordening aangenomen. Dan geef ik graag weer het woord aan de burgemeester en we gaan verder met ‘Voorkeursscenario Oliehandel van Megen’. Voorkeursscenario Oliehandel van Megen De voorzitter: Dames en heren, we hebben nog vijf raadsvoorstellen en nog een paar moties vreemd en we hebben dus maximaal tien minuten per besluit, en anders dan gaan we ver over de tijd. Dus ik wil u vragen om met die kennis ook het debat in te gaan. We hebben nu aan de orde raadsbesluit ‘Voorkeursscenario Oliehandel van Megen’. Daar staan drie amendementen op de agenda. Wie wil daarover het woord? De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): De SP heeft zich vaak laten zien in de havenbuurt en daarbij kwam de Oliehandel van Megen heel vaak aan de orde bij de bewoners, de overlast van de vrachtauto’s die langs de huizen denderden.
En behalve de overlast door het lawaai en de uitlaatgassen, waren ze ook heel bezorgd over de fundering van hun woningen en de slechte toestand van de weg. Het is dus nog steeds een probleem na al die tijd en terecht wordt de gemeenteraad gevraagd daar iets aan te doen. Er is geen makkelijke oplossing voor, een verplaatsing naar de Wim Thomassenhaven is niet een oplossing voor alle problemen, en laten zitten, nietsdoen is eigenlijk ook geen optie. Dus dan zouden we zeggen als SP: voorkeursscenario 2. Maar het probleem daarbij is dat dan alles nog steeds wordt uitgebreid en dat er dan nog steeds nadelen zijn. Want het bunkerstation zal nog steeds vanaf het water moeten worden bijgevuld en dat zal ook overlast veroorzaken. De tankbewegingen voor brandstof voor pleziervaart blijven ook komen en daarmee is het eigenlijk dus ook niet helemaal opgelost. En ja, wij zijn eigenlijk amateurs op het gebied van oliehandel en wij hebben niet de waarheid in pacht of de wijsheid in pacht, maar we zouden wel willen dat de omwonenden zoveel mogelijk geen, of zo min mogelijk overlast meer ondervinden van die oliehandel.
Wat kunnen we doen om dat te bereiken, en wanneer zijn de bewoners dan tevreden? Volgens ons is daar één oplossing voor en dat is dus ons voorstel in amendement B, dat we de omwonenden dus inderdaad minder overlast laten ondervinden en dat we dus willen dat het aanmerkelijk rustiger wordt met ook de andere vervoersbewegingen. Dat het doel is dat de bewoners geen overlast meer ondervinden van schepen en dat Oliehandel van Megen dat als taak heeft om dat zelf op te lossen om die overlast te beperken. Dat is namelijk hun eigen zaak, dat hoort bij het ondernemerschap en het college moet hierop gaan handhaven. De omwonenden geven dan aan of zij inderdaad daadwerkelijk minder overlast ondervinden, en dat is uiteindelijk het doel. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Even een vraag aan de heer Zoomermeijer, want ik begrijp de strekking van uw amendement heel goed en ook het stukje over de beleefbare kade en de toegankelijkheid, dat is volgens ons ook een belangrijke toevoeging op de buurt. Maar u zegt ook: minder last van die vervoersbewegingen. Nu ligt er ook een amendement wat zegt: probeer die vervoersbewegingen in ieder geval van die vrachtwagens te handhaven op het niveau wat nu vergund is, zodat je niet, zoals het geluidsrapport laat zien, doorgroeit naar misschien wel tien bewegingen in de toekomst.
Maar is dat ook wat u bedoelt, of bedoelt u hier eigenlijk mee: ik wil naar één vrachtwagen per dag?
De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Wat ons betreft ligt dat uiteindelijk bij de omwonenden, maar liever minder dan meer of stabiel. Maar we willen vooral dat de bewoners hier een stem in krijgen en dat het dus aan hen ligt om aan te geven of zij die overlast nog ervaren, of niet. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Oké, maar dan zegt u dus eigenlijk dat de rechten van de ondernemer zelf op dat moment niet gelden? De voorzitter: De heer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (SP): Wat uiteindelijk vooropgaat bij alles is de leefbaarheid. We zitten in een situatie die geen makkelijke oplossing heeft, maar één ding moet gegarandeerd worden, dat geldt ook voor verkeersbewegingen en milieuvervuiling en alle andere overlast, zeker die gevaarlijk is voor mensen of funderingen. Dat moet opgelost worden, mensen moeten veilig en prettig kunnen wonen. De voorzitter: De heer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Nee, dat begrijp ik dat u dat zegt. Maar het gaat natuurlijk om de leefbaarheid, daar kan je gradaties aan hangen. Maar qua veiligheid is dat volgens mij hier voldoende afgedekt in het geheel. Dus u moet het wat dat betreft niet heel veel groter maken dan dat is. De voorzitter: Anderen die nog het woord willen voeren over amendementen? Ja, mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Dank u wel.
Nou, misschien niet zozeer over amendementen, omdat we die niet zo heel interessant vinden, omdat de wethouder in feite al heeft toegezegd dat hij alle mogelijke dingen gaat doen om juist die overlast van vrachtauto’s die nog zullen blijven komen, te gaan beperken, ook onder andere door te kijken naar die keerlus en dergelijke. Maar even over het raadsvoorstel zelf, hè? Wij voelen ons eigenlijk best wel klemgezet, omdat de mooie oplossing is er niet en wij hadden heel graag meer tijd gehad om te kijken: wat zou het bijvoorbeeld ook echt kosten om het hele bedrijf te verplaatsen? Omdat wij het Hembrugterrein zo’n mooi gebied vinden voor de toekomst voor woningbouw. Dus ja, wij blijven erg met een wat vervelend gevoel hierover zitten, omdat ook de oplossing die nu voorligt, dat is misschien inderdaad een verbetering wat betreft het aantal tankwagens dat in de buurt komt. Maar ja, in feite gaat dit bedrijf alleen nog maar groeien, dus wil je het ooit nog echt verplaatsen, wordt het alleen maar duurder. We hebben geen inzicht gekregen in wat het ongeveer zou kosten als je het nu zou verplaatsen, we hebben geen tijd meer om te kijken naar alternatieven, die blijken er ook niet makkelijk te zijn. Ja, wij voelen ons een beetje klemgezet. Tot zover. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter.
Ik denk dat de heer Zoomermeijer over de bewoners eigenlijk al een heel goed punt maakte. Wat voor ons heel erg lastig is – en ik denk dat mevrouw Neefjes inderdaad terecht zegt: we worden klemgezet – dat is wat er in dit voorstel samen wordt genomen is dat er vooruit wordt gelopen op een vergunning om uit te breiden. Daarop hebben wij een extra amendement ingediend dat wij dat niet samen willen doen gaan met dit voorstel. Waarom niet? Omdat op het moment dat wij nu eigenlijk al
daarop vooruitlopen en die vergunning komt er dan, dan gaat zo’n bedrijf investeren in een bunkerstation wat er de komende twintig, dertig jaar blijft liggen. Die diesel die daar verkocht gaat worden de komende twintig, dertig jaar, die draagt natuurlijk niet bij aan de doelstellingen die wij hier als gemeente hebben. Wij hebben een coalitieakkoord, we hebben een klimaatakkoord van Parijs, we hebben een Urgenda-uitspraak en daar behoren wij ook als overheid op te sturen, daar waar wij dat kunnen. Op het moment dat wij nu al in zo’n voorstel vooruit gaan lopen op het vergunnen en dan uitsluitend kijken naar het aantal tankwagens wat langs gaat komen, dan slaan we daarin volledig de plank mis. Ik hoop dat de wethouder ook eventueel kan meedenken over wat daarin eventueel de alternatieven zijn om die uitbreiding niet te vergunnen, want die uitbreiding, dat is echt iets waar wij over vallen, wat echt niet past in ons beleid. Tot die tijd hopen we dat dit amendement in ieder geval een basis legt om dit in ieder geval voor nu uit dit raadsvoorstel te halen. De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Dank u wel. Even een interruptie op mijnheer Mattens. Ik begrijp heel goed zijn doelstellingen en wij zijn natuurlijk samen eens dat we zo snel mogelijk van de fossiele brandstoffen af willen.
Maar dan begrijp ik het amendement van de heer Mattens niet, of ik begrijp het misschien verkeerd, want het enige wat hij doet door beslispunt 3 te schrappen is de extra eisen die we op voorhand aan die vergunningverlening aan de oliehandel vragen, dat we die schrappen. Dan is zij dus zonder enige belemmering in staat vooraf om een uitbreidingsvergunning aan te vragen. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Nou, ik heb dat aan de ambtelijke organisatie voorgelegd: kunnen wij nu niet als extra eis opnemen dat je bijvoorbeeld een uitfaseringstermijn in dit voorstel opneemt? Daarover waren zij duidelijk dat dat niet mogelijk is. Dus in die zin was er ook betrekkelijk weinig keuze. Wat moet je nu doen? Je wil niet dat ze gaan uitbreiden, en heb je daar überhaupt dan de technische middelen voor? Dus dat was … De voorzitter: De heer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dus dan zou ik dit amendement niet indienen en dan zou ik op andere manieren kijken hoe we fossiele brandstoffen in Zaanstad gaan uitfaseren. De voorzitter: De heer Keijser. De heer Keijser (POV): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik denk dat we aan een paar dingen voorbijgaan. Dit bedrijf gaat uitbreiden, omdat er problemen waren met het aantal vrachtwagens, tankwagens, over de Havenstraat.
Toen daar de bewoners tegen in opstand kwamen, toen zei mijnheer Van Megen: nou ja, weet je, ik kan me wel over het water laten bevoorraden, maar dan heb ik een bunkeropslag nodig van 1200 ton. Dat is de uitbreiding. Die uitbreiding is niet nodig als mijnheer in de Wim Thomassenhaven ligt, want nu krijgen we dan het bericht: ja, maar dat gaat zulke hoge kosten met zich meebrengen. Dat hoeft helemaal niet, want als hij wil uitbreiden, zal hij dat zelf moeten betalen. Maar daar hoeft hij niet uit te breiden, want daar kan hij wel gewoon over de weg bevoorraad worden, dus dan heb je die 1200 ton helemaal niet nodig. Kijk, als mijnheer wil uitbreiden, ja, dat kost geld en dan is er een veel zwaardere kademuur nodig. Hij heeft nu ook niet zo’n hele zware kademuur, de grootte van het bedrijf zoals die nu is kan het gewoon blijven in de Wim Thomassenhaven. Alleen, als hij op de Havenstraat wil blijven liggen, ja, dan zal hij inderdaad moeten gaan uitbreiden en dat geeft minder tankwagens. Maar dan kunnen wij het amendement C steunen, want dat is het enige amendement wat gaat over de belasting van die havenbuurt. Het draagvlak op de Havenstraat is
eigenlijk helemaal niet meegenomen. Er is op de Delftse Rij … En daar komen die wagens eigenlijk helemaal niet, die rijden over de Havenstraat en dus bij de keerlus gaan ze keren en dan gaan ze weer terug over de Havenstraat. Dus dat is het verhaal een beetje en dat heeft de uitbreiding van dit station te maken. In de Wim Thomassenhaven hoeft het niet zoveel te kosten als door het college gezegd wordt. Hij kan zo groot blijven als hij is en dan kan hij gewoon over de weg bevoorraad worden, zonder daar een wijk mee lastig te vallen. De voorzitter: Kunnen we na deze bijdrages de wethouder het woord geven? De wethouder. De heer Breunesse (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we in het Zaanstad Beraad alle dilemma’s rondom dit voorstel wel goed met elkaar besproken hebben. Ligt hier dé ideale oplossing? Ik denk dat we allemaal wel met elkaar zeggen: nou, het had heel mooi geweest als er een heel goed alternatief op een goede locatie had gelegen, waar alle problemen zouden zijn opgelost. Maar dat is niet het geval en daarom is het college ook teruggekomen met de scenario’s die nu voorliggen.
Die scenario’s zijn echt bedoeld als vooruitlopen op een nieuw bestemmingsplan waar we natuurlijk alle aspecten die horen bij een goede ruimtelijke ordening en ook de participatie die daarbij hoort ook weer oppakken, dus ook inclusief de zorgen die onder andere de heer Zoomermeijer ook uit rondom de overlast. Dus het is, in de basis neemt u nu een principebesluit. Als ik dan kijk naar de amendementen die er liggen, dan denk ik inderdaad dat het onverstandig is om alle eisen te schrappen, want het zijn juist die eisen en voorwaarden die ervoor zorgen dat het scenario wat hier gekozen wordt ook tot de minste overlast leidt in de omgeving. Daarbij kijk ik wel ook naar de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van datgene wat we als voorwaarde stellen. De oliehandel heeft nu een vergunning van zeg maar de drie plus drie, die ook in het amendement van onder andere Democratisch Zaanstad genoemd wordt. Nou, dat is een heel duidelijk handhaafbaar criterium waarvan wij kunnen zeggen: daar kunnen we inderdaad op sturen, ook straks in het nieuwe bestemmingsplan. Dus daar zie ik zeker brood in. Datgene wat de SP daaraan toevoegt, dat vind ik ingewikkelder, want wij kunnen nu niet afdwingen dat zij minder dan hun vergunning qua vrachtbewegingen gaan hebben.
U neemt overlast nog wel wat breder mee in uw betoog, maar dat zijn dan denk ik aspecten die we ook in het kader van het bestemmingsplan en de participatie met de buurt en de hele onderbouwing, de hele goede ruimtelijke onderbouwing die daar ook bij hoort, mee moeten nemen, want daar komen natuurlijk ook weer de aspecten van geluid, geur, noem maar op aan bod. Ik hoor ook de oproep, zowel in het Zaanstad Beraad als nu ook wel tussen de regels door: blijf met de bewoners daarover in goed overleg. Dat willen we zeker ook oppakken. De voorzitter: Dank u wel. Kunnen we dan overgaan tot stemming? De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Voorzitter, uiteindelijk gaat het ons ook om het punt dat ze op het punt staan – en ik snap inderdaad wat de heer Keijser zegt heel goed wat de achterliggende gedachte is – maar we staan op het punt zo direct ook een enorme uitbreiding van dat tankstation te gaan vergunnen. Maar ik hoor de wethouder niks concreets zeggen over hoe we dat nou gaan voorkomen, dat we die groei gaan faciliteren daarin. Kan de wethouder daar nog iets over zeggen? De voorzitter: De wethouder. De heer Breunesse (wethouder): Nou, kijk, we hebben natuurlijk op allerlei punten voeren wij beleid om tot een CO2-neutrale gemeente te worden, hè, om energieneutraal te worden.
Binnenkort praten we ook met u over het klimaatakkoord waar alle acties die wij uitvoeren op dat punt aan de orde zijn. Het bestemmingsplan is inderdaad niet hét middel om te sturen op die bepaalde bedrijfsactiviteiten. Kijk, natuurlijk is het zo dat we bijvoorbeeld als het gaat om het stimuleren van walstroomvoorzieningen we kijken naar hoe de scheepvaart ook schoner kan worden. Ik denk dat dat de middelen zijn om deze markt – waarvan u zegt: die willen wij niet,
en daar kan ik voor een eind in meegaan – hoe we deze markt verkleinen. Ik denk dat dat veel belangrijker is dan dat wij via het bestemmingsplan op bedrijfsactiviteiten van verschillende bedrijven gaan sturen. De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Nee, ik vraag ook niet per se om het via het bestemmingsplan te doen, maar dit raadsbesluit koppelt gelijk eisen die wij aan een vergunning stellen. Waar ik naar zoek is: zijn er nou in die eisen, is daar nog ruimte te vinden? Kan de wethouder daar misschien iets over toezeggen dat er daarin gezocht wordt naar hoe we voorkomen dat we een uitbreiding gaan faciliteren die ervoor zorgt dat wij in 2040 nog steeds diesel verkopen op dit punt? De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Ja, een hele grote vraag met allerlei vergunningtechnische aspecten. Ik begrijp uw vraag goed, dus laat ik u dit erover toezeggen dat wij nog nader zullen kijken welke andere eisen dan wat wij hier stellen, die met name gaan over de omgeving, wij eventueel zouden kunnen stellen om ook tegemoet te komen aan uw wens. Want ik heb dat nu ook niet allemaal in beeld van wat we wel en niet daaraan zouden kunnen verbinden, maar laat ik toezeggen dat we daar serieus naar kijken en daar ook op terugkomen. De voorzitter: De heer Keijser als laatste.
De heer Keijser (POV): Dan heb ik nog één vraag aan de portefeuillehouder. Die hoge kosten van die Wim Thomassenhaven, is dat nou berekend op dat 1200 ton bunkerschip, of op het huidige station, als ze dat gaan verplaatsen? De voorzitter: Wethouder Breunesse. De heer Breunesse (wethouder): Een behoorlijk technische vraag die volgens mij eerder aan de orde had kunnen zijn, maar volgens mij is dat op basis van de huidige verplaatsing. De voorzitter: Goed. Beste mensen, we zijn al 150 procent over de tijd die we hadden gedacht te besteden, dus ik wil u erop wijzen dat we nu gaan naar besluitvorming. Besluitvorming begint met amendement A, ‘Oliehandel van Megen, schrappen lid 3’, Partij voor de Dieren. De heer Mattens, stemverklaring. De heer Mattens (PvdD): Gegeven de toezegging trek ik dat amendement in. De voorzitter: Ingetrokken. Amendement B, ‘Oliehandel van Megen, toevoegen uitgangspunt bij punt 3’ van de SP. Wie is daarvoor? Voor zijn de SP en de Partij voor de Dieren. Daarmee is die verworpen. Dan zijn we bij amendement C, ‘Oliehandel van Megen, wijzigen besluit 3 sub B’. Wie is daartegen? Wie is daartegen? De ChristenUnie is tegen. Daarmee is die aanvaard. Dan zijn we bij het raadsbesluit zelve, ‘Voorkeursscenario Oliehandel van Megen’. Stemverklaring van mevrouw Rot. Mevrouw Rot (DZ): Dank u wel.
Wij gaan tegen het voorstel stemmen, ook al is het amendement in orde, om reden dat wij, zoals we ook al hebben aangegeven in het Zaanstad Beraad, van mening zijn dat de variant Thomassenhaven onvoldoende is uitgewerkt. We hebben meermaals gevraagd waarom de visie op het gebied is losgelaten, maar dat is ons nog steeds niet duidelijk geworden. Daarbij komt dat de huidige tijdelijke
vergunning nog acht jaar mee kan, dus er is geen enkele reden om zo overhaast met eigenlijk gebrek aan feiten en kennis vandaag deze beslissing te nemen. Dus dat is de reden waarom wij tegen zullen stemmen. De voorzitter: Wie is tegen het raadsbesluit ‘Voorkeursscenario Oliehandel van Megen’? De heer …: Voorzitter? De voorzitter: Nog een stemverklaring van de heer … Och jee, nou, we gaan eerst naar de heer Van Haasen, stemverklaring. En een stemverklaring heeft ook het karakter kort te zijn. De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Wij zullen voor het amendement stemmen van DZ en omdat dat aangenomen is, kunnen wij ook voor het raadsvoorstel stemmen. Wij vinden dat de buurt hiermee tegemoetgekomen wordt, dus wij zullen voor het raadsvoorstel stemmen. De voorzitter: De heer Van der Sluis. De heer Van der Sluis (GL): Dank u, voorzitter. Op verder uitstel van een keuze en inpassing in de visies van het Hembrugterrein en Achtersluispolder is de portefeuillehouder zowel nu als tijdens het Zaanstad Beraad afdoende ingegaan, daarom kan er nu een keuze gemaakt worden. In de afweging komt het voorkeursscenario als beste uit de bus en we zullen dus voor dit voorstel stemmen. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Wij zullen met, nou ja, met moeite voor dit voorstel stemmen, omdat we dan toch enigszins een oplossing vinden voor de buurt.
De voorzitter: De heer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Precies wat mevrouw Neefjes zegt, en met de toezegging van de wethouder kunnen wij dit voorstel toch steunen. De voorzitter: Wie is tegen het raadsbesluit ‘Voorkeursscenario Oliehandel van Megen’? Tegen zijn DZ, POV. Daarmee is het aanvaard. Subsidie Zaans Toneelhuis Theatermijn De voorzitter: Dan gaan we naar de motie ‘Monitoring Toneelhuis Theatermijn’, rondom het raadsbesluit ‘Subsidie Zaans Toneelhuis Theatermijn’. Wie wil daarover het woord? De heer Zoomermeijer, dan de heer Pietersma en de heer De Laat. De heer Zoomermeijer (SP): Om het kort te houden, we vinden het jammer dat het zo is gegaan, dat nu De Hellema en de Theatermijn zelfstandig van elkaar verder gaan, dat ze niet tot een overeenkomst zijn gekomen. We gunnen de Theatermijn het allerbeste, dus we zullen voor gaan stemmen. Maar we zijn ons wel een beetje zorgen aan het maken over De Hellema, voor hen is het een stuk moeilijker om door te gaan zonder inkomsten van de Theatermijn. Omdat wij hier in deze zaal in het verleden hebben uitgesproken dat wij broedplaatsen een warm hart toedragen en De Hellema een grote, interessante, dynamische broedplaats is met veel potentie en dus onze steun verdient, hoop ik dat als vervolgens De Hellema op dezelfde manier als de Theatermijn om steun komt vragen, dat we dan hier als raad net zo voortvarend zullen zijn.
De voorzitter: De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van de culturele doelstelling van Theatermijn hoef ik niet veel toe te voegen, dat is niet veel veranderd ten opzichte van ons standpunt in 2019. Een goede organisatie, breed verspreid in de Zaanstreek, goede linken met diverse instellingen, FluXus, onderwijsinstellingen enzovoort. Net als de heer Zoomermeijer waren wij wel teleurgesteld over het feit dat uiteindelijk die relatie met De Hellema niet tot stand is gebracht en daarna is er wel een nieuwe situatie ontstaan met betrekking tot hun exploitatie en investeringsbegroting. Daar hebben wij ons wel wat zorgen over gemaakt, vandaar dat er de afgelopen weken ook heel erg intensief contact is geweest met mijnheer Nanne. Daar zijn ook wat afspraken gemaakt en nadat we die informatie uiteindelijk hebben getoetst en besproken, zijn wij uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat het op deze manier kan. Het amendement heeft te maken met het feit dat we constateren dat Theatermijn wel een aantal stevige ambities neerzet in de richting van de toekomst en dan gaat het met name om groeiambities. Het tweede punt is dat we zeggen: ja, men zegt dat men zichzelf in de toekomst sterker in de markt kan zetten – lees: eigen verdienvermogen kan bewerkstelligen.
En drie, niet onbelangrijk, die relatie met de omgeving, de wijk, de scholen, Sociaal Wijkteam en dergelijke, dat staat ook in de plannen wel opgenomen, maar daarvan vinden wij wel dat ze zich op dat vlak ook wel moeten en mogen bewijzen, zeker – en dan sluit ik nog even aan bij de heer Zoomermeijer – dat wij straks nog een ander dossier hebben, namelijk De Hellema, wat mogelijk een extra investering vraagt. Dus vandaar de motie om daar, naast de vijf prestatiegebieden die al in de uitvoeringsovereenkomst staan die meer op culturele resultaten duiden, om deze motie in ieder geval aan te nemen om de Theatermijn daar de komende twee jaar in ieder geval nadrukkelijk in te volgen. De voorzitter: De heer De Laat en dan de heer Kuyper. De heer De Laat (GL): Dank u, voorzitter. Wij zijn voor het toekennen van de subsidie aan het Zaans Toneelhuis, omdat we graag zien dat er meer toneel gespeeld kan worden in Zaanstad. Door een aantal partijen is diep gegraven in de achtergronden, dank voor dat spitwerk van deze partijen. Het intensief contact met deze partijen heeft voor licht in de duisternis gezorgd. We zullen echter om die reden de motie niet steunen van de PvdA en anderen, omdat we vermoeden dat deze het doel voorbijschiet.
Natuurlijk zijn we voor duidelijke subsidievoorwaarden en transparant verantwoorden, maar we willen ook een gelijk speelveld met andere subsidieontvangers en voor proportionaliteit. Als we doen wat u vraagt, dan is de Theatermijn vooral bezig met administreren en niet met amateurtoneel. De voorzitter: De heer Kuyper. De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ik heb misschien even één aanvullende vraag aan de heer Van der Laat, omdat kijk, Theatermijn heeft aangegeven een investeringsaanvraag te doen voor 300.000 euro. Men heeft zelf ook aangegeven dat daar nog geen bestek dan wel financiële onderbouwing, althans concreet, onder ligt en men heeft zelf ook aangegeven dat men nog met aanvullende financiering, of met aanvullende plannen richting de wethouder zal komen. Dat is ook opgenomen in de motie. Dus ik proef nu eigenlijk dat GroenLinks zegt: geef een organisatie drie ton, zonder dat wij daar als raad eigenlijk inzage op hebben wat daar nou precies mee gebeurt. Dat bevreemdt mij, dus misschien dat u dat nog even nader kan toelichten. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat (GL): Nee, wij zijn voor duidelijke subsidievoorwaarden en ook duidelijke monitoring, maar u vraagt best wel veel in die gedachtestreepjes. Dus wij willen ook niet overvragen en we willen ook niet op de
stoel van het bestuur gaan zitten. Dus vanwege die gedachtestreepjes zullen wij niet voor deze motie stemmen. De voorzitter: De heer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Ik zal het kort houden, voorzitter, gezien de tijd en gezien het feit dat we al veel gesproken hebben over deze zaak. Niet alleen hier in dit huis, maar in de hele stad en er was ook veel commotie over. Wij zijn in ieder geval blij dat we handen en voeten gaan geven aan de cultuurvisie die we met elkaar hebben opgesteld en dat er een mooie speelplek in het midden van de stad bij komt. Wat betreft de motie van de PvdA, die snappen we inhoudelijk wel. We vragen ons alleen af in hoeverre het overlapt met wat Theatermijn toch al in het kader van de prestatieafspraken deelt met het college. Als het een oproep is aan het college om dat ook te delen met ons, dan snappen we die, maar dat horen we graag van de portefeuillehouder voordat wij kijken of we dat zullen steunen of niet. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, wanneer er … Pardon? De voorzitter: Niks pardon, gaat u door. De heer Brekelmans (POV): Wanneer de raad met beslispunt 1 akkoord gaat, betekent dit het terugdraaien van een eerder genomen besluit dat door de hierin genoemde voorwaarden niet uitvoerbaar is. Beslispunt 2 en 3 zijn helemaal geen beslispunten.
De gemeenteraad heeft middels delegatiebesluiten de bevoegdheid om hierover te beslissen aan het college afgestaan. Wij hebben er dus niets over te vertellen en kunnen alleen kennisnemen van deze collegebesluiten. Maar voorzitter, wij wensen hiervan geen kennis te nemen, wij zijn hier pertinent tegen. In de plannen van Theatermijn komen verschillende zaken aan de orde. Wij zien in de eerste presentatie een groei van het personeelsbestand naar 1,3 naar 3,5 fte, met een loonkostenpost van 167.500 euro. Op mijn vraag hoe dit bedrag is samengesteld, kreeg ik nimmer een antwoord. Later werd in de nieuwe plannen het aantal toekomstige fte’s bijgesteld tot 2,8. Tijdens de inspraak in het Zaanstad Beraad op 19 november stelde ik aan de heer Nanne de vraag wat er van die personeelsuitbreiding was gerealiseerd, waarop hij het antwoord gaf: weinig. Er is geen vast commitment aangegaan met nieuwe medewerkers en dat was maar goed ook, want de centen waren hard nodig om te overleven in deze coronatijd. Het was een soort coronavangnet geworden, aldus de heer Nanne. In een eerdere reportage schrijft de heer Nanne dat 1,3 fte als volgt is verdeeld: 1 fte-positie voor de heer Nanne zelf, en 0,3 fte voor de publiciteitsmedewerker. Wat dan opvalt is de loonkostenpost van 131.422 euro over 2020, voor 1,3 fte en een plotseling opgevoerde zzp’er. In eerdere kostenoverzichten kwam deze niet voor.
Het aandeel van de zzp’er is in dit bedrag 52.062 euro en het bedrag voor 1,3 fte is 78.460 euro, aldus de heer Nanne. Naast een flink salaris van de heer Nanne, was dus tevens het vangnet voor de zzp’er. Trek zelf uw conclusie. Voorzitter, ik heb het al eerder genoemd, we hebben hier te maken met een beleid waarbij de ene hand de andere wast. Een beleid van ons kent ons. Een beleid dat nodig op de schop moet. Een beleid van een wethouder die smijt met geld, een wethouder die geen dubbelrol speelt, maar een triplerol, namelijk van Sinterklaas, Kerstman en de Paashaas. Voorzitter, u zult zelf begrijpen dat wij hiertegen zullen stemmen. Overigens zullen wij de motie van de Partij van de Arbeid wel steunen. De voorzitter: De heer Van Haasen.
De heer Van Haasen (PVV): Bedankt, voorzitter. Wij vinden niet dat wij voor de scheiding van deze twee organisaties op moeten draaien voor zoveel geld. We vinden de locatie helemaal verkeerd, omdat dit een toekomstige woningbouwlocatie is waarmee de Hofwijk en de Slachthuiswijk aan elkaar gebreeën moeten worden. Wij zullen wel voor het amendement stemmen, omdat dat misschien wat wisselgeld oplevert. Dat hopen we althans, dus bedankt voor de moeite aan de PvdA. De voorzitter: Mevrouw Neefjes, dan de heer Westerhof, dan de heer De Vries. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Voorzitter, ik vind het erg jammer zoals de wethouder nu neergezet wordt, dat past niet. Wij zijn vanwege de tijd sluiten we ons aan bij de uitleg die mijnheer Pietersma van de PvdA heeft gegeven over het amendement. Wij willen nog benadrukken dat het derde punt, welke sociaalmaatschappelijke activiteiten zijn uitgevoerd in de wijk, dat wij daar graag wat extra zicht op hebben, omdat wij nu gaan investeren in huisvesting in de wijk. Wij denken dat het een mooie kans is om deze wijk wat leven te brengen. Er komen veel woningen, veel jonge mensen zijn daar al en daarom vinden wij dat een mooi plan en wij willen daar ook dan Theatermijn in steunen. Maar wij willen wel graag zien wat er van deze toezeggingen dan, deze belofte ook uitkomt. Vandaar dit amendement en ja, ik hoop dat dit op steun kan rekenen.
De voorzitter: De heer Westerhof, dan de heer De Vries en de heer Kerkhoven. De heer Westerhof (CDA): Wij blijven het ook jammer vinden dat Theatermijn en Hellema niet succesvol konden samenwerken in één gebouw. Maar aan de andere kant geeft het ook wel weer nieuwe kansen, juist in een nieuwe buurt die daar komt. Maar dat kost helaas dan wel extra geld, vooral de investeringssubsidie moet natuurlijk wel goed onderbouwd zijn. Daarom, we steunen het plan, maar we steunen ook van harte de motie van de PvdA om dit te blijven monitoren. Want het gaat juist om de besteding van geld en ook omdat het monitoren een instelling juist kan helpen in het nadenken over de eigen mogelijkheden, want ook de toekomst is natuurlijk altijd onzeker. De voorzitter: De heer De Vries. De heer De Vries (D66): Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Mijnheer de voorzitter, de voorwaarde voor steun aan dit plan is dat het levensvatbaar zou moeten zijn en daar hebben we vertrouwen in. Wat De Hellema betreft, als die dat ook gaan doen, dan voelen wij dat wel als een soort – ja, hoe zal ik dat noemen – inspanningsverplichting om dat ook tot een goed einde te brengen. Maar goed, we zien dan de voorstellen graag tegemoet. De voorzitter: De heer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Dank u wel, voorzitter. Wij zullen tegen het raadsbesluit stemmen, omdat wij toch moeite hebben met de hele gang van zaken.
We hebben ons daar in het Zaanstad Beraad ook al eerder over uitgelaten. We vinden het jammer dat ondanks mediation en bemiddeling dus niet tot overeenstemming is gekomen tussen De Hellema en Theatermijn. We vinden dat een gemiste kans en we vinden het jammer. Daar komt bij dat wij straks waarschijnlijk ook nog voor onze kiezen krijgen extra kosten die De Hellema moet gaan maken en daar moeten we dan ook weer ja tegen zeggen. Dus wij zullen tegen het raadsbesluit stemmen, maar we zullen voor het amendement van de Partij van de Arbeid en anderen stemmen. De voorzitter: Wethouder Baerveldt.
Mevrouw Baerveldt (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Ja, natuurlijk, ik snap uw teleurstelling dat de combinatie Hellema en Theatermijn toch niet bleek te werken. Die teleurstelling had ik ook, dus ik kan daar alles in begrijpen. Ik heb ook zeer waardering voor de manier waarop u zich toch heeft verdiept in de gang van zaken en de gesprekken die gevoerd zijn en de discussie die we gehad hebben in het Zaanstad Beraad. Ik merk ook dat er heel diep in is gegaan op de materie, ik merk dat ook weer aan de heer Brekelmans die tot op de cent nauwkeurig de bedragen heeft nagekeken. Als ik dan kijk naar de motie, want een aantal van … Het is een motie, het is geen amendement. Als we dan kijken naar de uitvoeringsovereenkomst, ja, daarvan is het gebruikelijk dat we bij dit soort subsidies een uitvoeringsovereenkomst opstellen en in het najaarsgesprek dan ook nog eens een keer met de instelling monitoren of het lukt om de geformuleerde doelen te bereiken. Dat doen we hier dus ook. De in de motie genoemde aspecten gaan ietsje verder, maar die zouden we best op kunnen nemen in de uitvoeringsovereenkomst en als u dat wil, dan kunnen we dat tussentijds af en toe aan u informeren met een raadsinformatiebrief. Dan over de investeringssubsidie. Ja, de motie lijkt te suggereren dat we dat geld zomaar vrijgeven. Nou, als ik even mag uitleggen hoe dat gaat in Zaanstad.
Op cultuurinvesteringen zit een gemeentelijke projectleider die de plannen ook bespreekt met in dit geval dus Theatermijn. Die beoordeelt dat ook en die kijkt ook of dat past binnen het plan en begroting. Dus in die zin wordt het goed gemonitord en er wordt ook pas betaald als er echt onderliggende facturen van leveranciers beschikbaar zijn. Dus ja, dat. Maar we kunnen u daar uiteraard goed van op de hoogte houden. En het is aan u, want er leek hier de suggestie gewekt te worden dat ik de Sinterklaas, de Kerstman en … Of nee, nou ja, en de Paashaas in één was, geloof ik. Nou, ik ben nou rood, dus ik ben een beetje de Kerstman, maar eigenlijk bent u allemaal de Kerstman, want u beslist en u bent het bestuur en wij voeren uit. Dank u wel. De voorzitter: De heer Brekelmans. De heer Brekelmans (POV): Nee, voorzitter, ik ben zeker geen Kerstman en ook geen Sinterklaas en ook geen Paashaas. Want u deelt dat geld uit, ik niet. Wij hebben in de vorige, toen dit eerdere raadsbesluit werd aangenomen in de raad, hebben wij tegengestemd. Dus u moet het mij niet verwijten dat ik geld weggeef. De voorzitter: Maar volgens mij hoeven we hier nu niet meer over te discussiëren, we hebben volgens mij alle argumenten gehoord, dus we kunnen overgaan tot stemming.
De stemming gaat over de motie ‘Monitoring Toneelhuis Theatermijn’ en de heer Pauw neemt geen deel aan de stemmingen vanwege betrokkenheid bij dit onderwerp van volgens mij familie, dus hij is weg. Dan kunnen we overgaan tot stemming over de motie van ‘Monitoring Toneelhuis Theatermijn’. Wie is daartegen? Tegen is GroenLinks en daarmee is de motie aanvaard. Daar gaan we naar het raadsbesluit ‘Subsidie Zaans Toneelhuis Theatermijn’. Wie is daartegen? Tegen zijn de fracties van DZ, de POV en de PVV. Daarmee is het aanvaard. Afwegingssystematiek Coronareserve 2021 De voorzitter: Dan gaan we naar het raadsbesluit ‘Afwegingssystematiek Coronareserve 2021’. De heer Krieger komt als het goed is daarbij. Ik moet even weer een changement doen. De heer Krieger is in de zaal, dus hij kan horen wat er wordt gezegd, dus ik stel voor dat we nu al doorgaan met de bespreking van het ‘Afwegingssystematiek Coronareserve’ en de twee amendementen die daarbij zijn ingediend. Wie wil daarover het woord? De heer Van der Laan en dan de heer Pietersma. De heer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Voorzitter, niet zozeer over het stuk, want daar zullen we tegenstemmen, maar meer over de wijze waarop dit is aangeboden.
Gisteravond vijf voor elf komt dit nog eventjes – dus niet vijf voor twaalf, dat had zelfs nog symbolischer kunnen zijn – komt dit bij ons binnen en ik hoorde een collega er al over spreken dat die zegt: ik heb het niet eens kunnen lezen en niet kunnen voorbereiden. Ik moet eerlijk
zeggen, wethouder, dat u zich eigenlijk een beetje moet schamen dat het op deze manier gaat. Dan komt er nog een excuus bij: dat moet voor 31 december allemaal geregeld zijn. Dan denk ik toch dat u uw zaken iets beter op orde moet hebben en dat u de raad niet hier op het laatste moment mee overvalt. Ik heb zelfs serieus overwogen met onze fractie om daar een motie van treurnis over in te dienen, maar het is eigenlijk te treurig om dat te doen. Ik hoop dat u dat meeneemt en dat u dit niet nog een keer doet, want ik vind het eigenlijk gewoon een schande. Voorzitter, en ik hoop dat u daar als voorzitter van onze gemeenteraad in het college de nodige woorden over zult vertellen, want dit is een schandalige vertoning. De voorzitter: De heer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Nou ja, ik kan in ieder geval aangeven dat ik ook niet gelukkig ben met het proces en zeker niet omdat we natuurlijk in het laatste Zaanstad Beraad de NARAP uitvoerig hebben besproken, daar een aantal zaken in aan de orde zijn geweest, waaronder ook het afwegingskader. Ik had ook verwacht dat daar een adequate beantwoording op zou zijn gekomen. Dat heeft er bij mij in ieder geval toe geleid dat ik afgelopen week daarover contact hebt gezocht. Klaarblijkelijk was er meer tijd in het college nodig, waardoor het stuk ons op deze manier heeft bereikt.
Dat vind ik jammer, omdat als ik naar de inhoud van dit stuk kijk, biedt het wel een aantal zaken waar wij als raad volgens mij ons voordeel mee kunnen doen. Want ik hecht er wel aan, en dat is even op … Eigenlijk is dat in het verlengde van de technische vragen die de heer Brekelmans eerder heeft gesteld, namelijk van onze Nota Reserves en – nou, ben ik hem even kwijt, de Nota Reserves, noem ik hem maar even – dat daar in ieder geval in staat dat er een afwegingskader moet zijn het moment dat je een bestemmingsreserve instelt. Daar staat ook genoemd de datum van 31-12 in. Dus in dat opzicht denk ik: oké, daaraan appellerend en nog een paar keer herhaald de vraag neergelegd bij het college, vond ik het ook belangrijk dat dat stuk vanavond hier in de raad zou liggen. Nogmaals, naar de inhoud ben ik er tevreden over, want het zet de raad in positie als het gaat om duidelijk mee te kijken, mee te spreken, mee te beslissen over de besteding en aanwending van die 4,2 miljoen die wordt vrijgemaakt. Daartoe hebben we in ieder geval nog twee amendementen toegevoegd. De ene heeft te maken met het feit dat wij vinden en van mening zijn dat het resterende bedrag van die 600.000 euro die wij bij amendement D bij de voorjaarsnota hebben vrijgespeeld, dat die ook moet worden toegevoegd aan categorie 3 van die 4,2 miljoen die nu in dit afwegingskader zit.
En ik vind ook dat we daar als raad, maar ook dat de inwoners daar recht op hebben, omdat wij namelijk de laatste rapportage die wij hebben gekregen over dat amendement van de voorjaarsnota was in september. Ook daarover heb ik bij de behandeling van de NARAP nog extra informatie opgevraagd en niet gekregen. Dan lijkt het mij een beetje vreemd dat wij dan die resterende gelden pas bij de bespreking van de jaarrekening gaan behandelen. Dus kortom, leg het daar neer waar het hoort, dat is niet anders als die 4,2 miljoen en ik vind dat wij als raad ook recht hebben op adequate rapportages. Er komt een adviesgroep, die rapporteert maandelijks aan het college over alle op handen zijnde projecten, de financiële consequenties daarvan en datgene wat in de pijplijn zit. Dan lijkt het me een kleine moeite om die rapportage ook rechtstreeks aan de raad te doen toekomen en dat geeft ons de positie om daar waar er dingen afwijken dan wel dingen vreemd gebeuren of onvoldoende aandacht krijgen, om daar als raad op te acteren. Tot zover, voorzitter. Ik denk dat het voor de rest wel duidelijk is. Zo niet, dan hoor ik dat wel van mijn collega’s. De voorzitter: De heer Pauw, dan de heer De Laat. De heer Pauw (ROSA): Ja, de twee opmerkingen die gemaakt zijn door mijn voorgangers, die onderschrijf ik als het gaat om de manier van aanbieden.
Ik zou graag ook een verklaring van de wethouder willen weten waarom dat ons te elfder ure – zoals de heer Van der Laan ook al meldde – is toegezonden. Wat betreft de
inhoud, wij begrijpen dat het nog voor 31 december allemaal geregeld moet worden conform de verordening. Als het gaat om de twee amendementen van de Partij van de Arbeid. De eerste vraagt feitelijk om een maandelijkse rapportage van wat er allemaal gebeurt op dat terrein. Nou, dat vinden wij een ontzettend goed amendement. Wij houden graag ook de vinger aan de pols en zullen ook zeker in de gaten houden dat als die verdeling van die gelden plaatsvindt, dat die dan niet alleen naar de harde sector gaat, maar dat de zachte sector zeker niet vergeten wordt. Het tweede amendement, om de gelden die in de vitale stad zijn gestopt van 0,6 miljoen. Ik denk dat die twee zaken prima bij elkaar samengevoegd kunnen worden, dus het voorstel wat in het amendement van de Partij van de Arbeid wordt gedaan, dat zullen wij ook zeker steunen. De voorzitter: De heer De Laat. De heer De Laat (GL): Dank u, voorzitter. In tijden van crisis moet er door de overheid gehandeld worden en de middelen die beschikbaar worden gesteld moeten besteed kunnen worden. In dat licht kunnen we voor dit voorstel zijn. De notitie spreekt dan over het ondersteunen van de Zaankanters en het bereiken van de maatschappelijke doelen. We zien dan ook dat de middelen een impuls geven aan die verandering.
Ik zou graag van het college een toezegging krijgen om bij de P&C-momenten vooral die aspecten, namelijk de maatschappelijke effecten van de gelden, om daarop te rapporteren. Dan even over de amendementen van de PvdA. Ik was – maar dat is technisch meer – in de veronderstelling dat over dotaties aan reserves alleen bij P&C-momenten kan worden besloten, dus dat hoor ik nog even graag, voordat we over dat amendement kunnen stemmen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dan wil ik wethouder Krieger vragen om te beantwoorden. Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes-IJfs (CU): Ik had ook nog wel een vraag, of een opmerking aan de wethouder. Ergens in het stuk zegt u dat u wilt voorkomen ook door dat kader, of die afwegingssystematiek, dat de middelen van het Rijk niet zo zijn toegedeeld dat het niet verlammend werkt. Maar dan denk ik: u gaat misschien wat schuiven hier en daar – en mijnheer Pauw zei het ook al – heb vooral ook oog voor zeg maar de zachte kant. Omdat soms gaat toch de economische kant voor als een bedrijf iets nodig heeft, dan ben je gauwer geneigd om het daarin te steken, terwijl het ook heel vaak gaat om misschien wat kleinere bedragen, maar die wel een hele hoge opbrengst hebben op het gebied van sociaal welzijn.
En ja, hoe weeg je dan dat af, hè? Ik heb het stuk natuurlijk ook nog maar net, ik heb het ook nog niet heel goed kunnen lezen, maar ik wil wel enige zekerheid dat ook als een welzijnsorganisatie, of een buurthuis, of een vereniging iets nodig heeft, dat dat geld er dan nog wel is en dat het niet al op is. Hoe kunt u dat zekerstellen? Daarom denk ik ook, daarom hebben wij ook het amendement gesteund om dat goed te monitoren, liefst maandelijks, omdat we daar wel grip, wel zicht op willen houden. De voorzitter: Mevrouw Onclin, Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Voorzitter, toen mijnheer Pauw het zei, dacht ik nog: ik ga niet reageren. Nu begint mevrouw Neefjes er ook over. Ik wil toch echt het beeld corrigeren dat we in Zaanstad niks doen voor de zachte kant. Even ter herinnering, we hebben net drie ton investering goedgekeurd in de cultuursector, 100.000 euro structureel extra. Terwijl we hier regelmatig discussies voeren dat de horecaondernemers, die het echt moeilijk hebben, financieel niet gesteund kunnen worden, gaan we nu nogmaals beroepen om aandacht te hebben voor de zachte kant. Laten we nou eens beginnen met juist aandacht te hebben voor de ondernemers. De heer Pauw (ROSA): Voorzitter?
De voorzitter: De heer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ik heb niet gezegd dat de zachte sector – om die maar even zo te noemen, want daar zijn we toch mee bezig – dat die benadeeld wordt. Absoluut niet. Maar ik waarschuw er wel voor dat die niet in de toekomst benadeeld gaat worden. En wat mevrouw Onclin zegt, dat opkomen voor de ondernemers, dat snap ik, dat schijnt een stokpaardje te wezen van de Partij van de Arbeid, ook al wens ik te betwijfelen dat alle ondernemers hier … De heer …: VVD. De heer Pauw (ROSA): Sorry? De heer …: VVD. De heer Pauw (ROSA): O, van VVD. De voorzitter: Ik wil u met zachte hand en straks met harde hand op wijzen dat dit helemaal uit de hand gaat lopen. De heer Pietersma (PvdA): Mag ik dat nog even overdoen dan met harde hand, voorzitter? De heer Pauw (ROSA): Ik wil het even afmaken. De voorzitter: Ik stel voor dat u uw interruptie afmaakt en dat we dan het woord geven aan de wethouder. De heer Pauw (ROSA): Heel graag. Maar ik bedoel, het is geenszins de bedoeling om, hoe heet het, de ondernemers dat geld niet te gunnen, maar ik pleit wel voor een eerlijke verdeling. Wat dat betreft ga ik er niet zo met gestrekt been in als mevrouw Onclin, die zegt gelijk: je hebt net 300.000 euro aan de zachte sector gegeven. Dat is onzin, dat is ook een heel ander onderwerp waar we het hier helemaal niet over hebben.