CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan29.750 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

47

2021/4385

d. het dakterras binnen 4 m van de achtergevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw ligt; e. het dakterras 1 m of meer achter de voorgevel ligt; en f. het dakterras niet zichtbaar is op de zichtbaarheidslijn.

Relatie nota woonbebouwing 2020 In de nota woonbebouwing 2020 is bepaald in welke gevallen een dakterras wenselijk kan zijn. Omdat benadrukt wordt dat er steeds een afweging moet plaatsvinden, is ervoor gekozen om het gebruiken van het dak als dakterras met een vergunningplicht in het omgevingsplan op te nemen.

Niet alleen woningen De paragraaf heeft niet alleen betrekking op dakterrassen bij een woning. Omdat ook dakterrassen op niet-woningen gereguleerd moeten worden is deze regeling verbreed. De beoordelingsregels laten voldoende afwegingsruimte om de aard van de activiteit waarvoor het dakterras wordt aangevraagd bij de afweging te betrekken. Zo is het bijvoorbeeld de verwachting dat een dakterras voor een horecazaak (mits dit niet elders is uitgesloten) strenger getoetst wordt op het omgevingsaspect geluid onder verwijzing naar de beoordelingsregel in sub a. Daarnaast is de aanhef van de beoordelingsregels zo geformuleerd dat het college nadrukkelijk beleidsvrijheid toekomt in het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning, ook als aan alle beoordelingsregels is voldaan.

Gebruik versus bouwen In deze paragraaf is het gebruik van een dak als dakterras geregeld. De regels voor het bouwen van een dakterrasafscheiding (hek) zijn opgenomen in paragraaf PM.

Beoordelingsregel 4 m van de achtergevel De beoordelingsregel dat het dakterras binnen 4 m van de achtergevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw moet liggen geldt ‘in beide richtingen’. Daarmee wordt bedoeld dat het dakterras zowel tot 4 m achter de achtergevel, als tot 4 m voor de achtergevel gerealiseerd mag worden.

Overgangsrecht dakterras In de huidige bestemmingsplannen is het niet altijd duidelijk of het gebruiken van een dak als dakterras is toegestaan. Vaak is een dakterras niet nadrukkelijk genoemd en is het antwoord op de voorgaande vraag daarom afhankelijk van de overige bestemmingsomschrijving. Bij de vaststelling van het omgevingsplan kan daar aandacht aan worden besteed, bijvoorbeeld door hier rekening mee te houden in het vormgeven van het overgangsrecht.

48

2021/4385

Afdeling 6.4

Het aanleggen en gebruiken van de buitenruimte

Aanleggen Met aanleggen wordt zowel de aanleg van nieuwe gronden bedoeld, als het herinrichten van bestaande gronden.

Paragraaf 6.4.1 Het aanleggen en gebruiken van de openbare buitenruimte

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor het aanleggen en gebruiken van openbare buitenruimte. 2. Deze paragraaf geldt niet voor het aanleggen en gebruiken van: a. een erf; b. een weg als bedoeld in afdeling 6.X; en c. vaarwater. 3. Onder openbare buitenruimte wordt verstaan een plek die voor een ieder toegankelijk is.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het zorgen voor een openbare buitenruimte die op verschillende manieren kan worden gebruikt; b. het bevorderen van ontmoetingen in de openbare buitenruimte; c. het aangenaam bewegen door en (kortdurend) verblijven in de openbare buitenruimte; d. een gebalanceerde de verhouding tussen groen en verharding in de openbare buitenruimte; e. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking; en f. het voldoende bereikbaar houden van gronden en panden.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. De openbare buitenruimte wordt gebruikt voor meerdere doelen, waaronder in ieder geval begrepen: a. groen; b. water; c. verblijfsgebied; d. fietspaden; e. voetpaden; f. haltes voor het openbaar vervoer; en g. openbare sport- en speelvoorzieningen op kleinschalig niveau. 2. Bij het aanleggen van openbare buitenruimte wordt rekening gehouden met de oogmerken in artikel 6.X.

49

2021/4385

Openbare buitenruimte Er is in de wetgeving geen uniform begrip van openbare buitenruimte of openbaar toegankelijk gebied om bij aan te sluiten. Meestal is de definitie toegeschreven naar een specifieke regeling of doel waarvoor de wet is opgesteld. Ook in de definitiebepaling van ‘openbare plaats’ in de APV wordt verwezen naar het begrip in de Wet openbare manifestaties, wat weer (deels) doorverwijst naar de Grondwet. Daarom is het nodig gebleken om in het omgevingsplan een eigen, nieuwe definitie op te nemen van deze gronden. Het gaat om gronden die nu vaak zijn ingericht als stoep, wandelpad, parkje, kleine speeltuintjes. Veelal zijn deze gronden in eigendom en in beheer door de gemeente, maar soms zien wij ook dat zulke gronden in eigendom en beheer blijven van een particulier (in Nederland gebeurt dit steeds vaker voor bedrijventerreinen). Onder openbare buitenruimte wordt in ieder geval niet verstaan een gebouw of besloten plaats.

Ontmoetingen Eén van de belangrijke doelen van de buitenruimte is het bevorderen van ontmoetingen. In de oogmerken is dit nadrukkelijk benoemd zodat er bij het inrichten van de openbare buitenruimte rekening mee wordt gehouden. Onder het bevorderen van ontmoetingen wordt in ieder geval begrepen het aanleggen van een jongeren ontmoetingsplek (JOP).

Geen erf, weg of vaarwater Voor erven, wegen en vaarwater gelden andere regels. Daarom zijn deze gronden/is dit water uitgesloten in deze paragraaf. Bovendien is een erf vaak niet toegankelijk voor een ieder, waardoor het niet binnen de definitie van openbare buitenruimte valt. Maar ook als iemand zijn of haar erf voor een ieder open stelt, is het niet wenselijk dat daardoor andere regels gaan gelden. Vandaar dat erven zijn uitgesloten van de regeling voor openbare buitenruimte.

Waarom stellen we hier regels voor? Wanneer we de systematiek van het omgevingsplan strak toepassen dan hoeven we niet te benoemen dat de buitenruimte voor groen mag worden gebruikt, dat volgt impliciet omdat het inrichten als groen niet verboden is. Toch vonden we het beter om het hier expliciet te regelen, zodat er duidelijkheid is over de inrichting en het gebruik van de buitenruimte.

Excessen

Excessen worden al voorkomen door toepassing van onze wegwijzer inrichting openbare ruimte Zaanstad (wiorz) en tussen particulieren is het al in het Burgerlijk Wetboek geregeld. Met andere woorden, hier hoeft niet geregeld te worden dat de buitenruimte niet zo mag worden ingericht dat een bewoner niet meer bij zijn of haar voordeur kan komen, dat is al elders geregeld.

50

2021/4385

Toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking In artikel 5.162 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is een instructieregel opgenomen die verplicht tot het rekening houden met de toegankelijkheid van het openbare gebied voor mensen met een functiebeperking bij nieuwe ontwikkelingen. Hoewel niet strikt noodzakelijk, is dit oogmerk hier wel opgenomen zodat het doel ook richtinggevend kan zijn voor de herinrichting van bestaand openbaar gebied.

PM: Uitritten, kabels en leidingen

De openbare buitenruimte wordt ook gebruikt voor uitritten en (ondergrondse) kabels en leidingen. Deze regels worden echter pas uitgewerkt wanneer de Verordening Fysieke Leefomgeving Zaanstad wordt omgezet naar het omgevingsplan. Om die reden zijn hiervoor nu nog geen regels opgenomen in de voorliggende versie.

Openbare sport- en speelvoorzieningen op kleinschalig niveau Hiermee worden kleine speeltuinen en voetbalveldjes op wijk- of buurtniveau bedoeld. Het is in ieder geval niet de bedoeling dat hiermee een sportveld wordt aangelegd met een zodanige verkeersaantrekkende werking dat deze met de auto wordt bezocht, zoals bij sportclubs of grote voetbalvelden. Zulke sportvoorzieningen worden geregeld in afdeling 6.11. Paragraaf 6.4.2 Het aanleggen en dempen van water (verplichting)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het aanleggen en dempen van water.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het beperken van wateroverlast; b. het voorkomen van vissterfte door overstroming; c. voldoende waterberging; d. het ontlasten van de hemelwaterafvoer bij veel neerslag; en e. het beschermen van de identiteit van Zaanstad zoals deze terug te vinden is in het patroon van sloten en dwarssloten.

Artikel 6.X

Gebod In het werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van water’ zijn de gronden ingericht voor water.

Verplichting Met de regels in deze paragraaf kunnen bepaalde waterlichamen worden beschermd, deze mogen dan niet meer worden gedempt. Veel waterlichamen zijn aangelegd als compensatie voor het verharden van gronden op een andere plek. Deze waterlichamen dienen dan ook een belangrijke functie binnen de fysieke leefomgeving omdat zij wateroverlast en overstromingen voorkomen.

51

2021/4385

Het bergen van water Het werkingsgebied kan ook worden toegepast op waterbergingsgebieden. Deze gebieden zijn niet altijd gevuld met water, maar het zijn wel gronden die ‘ingericht zijn voor water’. Het is belangrijk dat ook deze gebieden ter beschikking blijven voor water.

De identiteit van Zaanstad In de beleidsregel ‘De identiteit van Zaanstad: Linten, dijken en paden’ en de cultuurhistorische verkenning hieraan voorafgaand is beschreven dat het patroon van sloten en dwarssloten kenmerkend zijn voor de Zaanse identiteit. Ook vanuit dat oogpunt is het wenselijk bepaalde waterlichamen te beschermen.

Groen- en waterplan Zaanstad 2018 In het Groen- en waterplan Zaanstad 2018 heeft Zaanstad ambities opgesteld over het versterken van de kernwaarden van het groen en water. De beleidsdoelstellingen kunnen aanleiding vormen om bepaalde water(structuren) in Zaanstad te beschermen met de regels in deze paragraaf.

Paragraaf 6.4.3 Het aanleggen en verwijderen van groen (verplichting)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor aanleggen en verwijderen van groen. 2. Onder het verwijderen van groen wordt verstaan het in zijn geheel verwijderen van groen zonder dat daar nieuw groen voor in de plaats komt, anders dan het snoeien en ander onderhoud van groen.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het zorgen voor een groene omgeving voor de dierenwereld; b. het zorgen voor een gezonde leefomgeving voor de mens; en c. het behouden en versterken van het groen.

Artikel 6.X

Gebod In het werkingsgebied ‘Verplichte aanleg van groen’ zijn de gronden ingericht voor groen.

Verplichting Met de regels in deze paragraaf kan groen worden beschermd. Het is niet de bedoeling dat elk stukje groen in Zaanstad deze beschermde status krijgt, maar alleen wanneer daarvoor een inhoudelijke reden is. Zo is het denkbaar dat een groen parkje in het centrumgebied met deze regels wordt beschermd, omdat groen in het centrumgebied schaars is, maar dat een groen parkje in het landelijk gebied niet beschermd wordt omdat daar meer dan voldoende groen aanwezig is. De regels in deze paragraaf zijn een middel om te sturen op het behoud van groen in gebieden waar dat noodzakelijk is. Deze paragraaf is niet bedoeld om al het groen in Zaanstad ‘aan te wijzen’.

52

2021/4385

Wat is groen? In bestemmingsplannen werd vaak het vakjargon ‘groenvoorzieningen’ gebruikt om groen te omschrijven. Om de regeling leesbaarder te maken is dat begrip vervangen door ‘groen’. Onder groen wordt in ieder geval verstaan: verkeersgroen, plantsoenen, parken, bomen, struiken, hagen en (bloemrijke) grasvelden.

Groen- en waterplan Zaanstad 2018 In het Groen- en waterplan Zaanstad 2018 heeft Zaanstad ambities opgesteld over het versterken van de kernwaarden van het groen en water. De beleidsdoelstellingen kunnen aanleiding vormen om bepaalde groen(structuren) in Zaanstad te beschermen met de regels in deze paragraaf.

Paragraaf 6.4.4 Het aanleggen en gebruiken van een erf

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het aanleggen en gebruiken van een erf.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het behoud van de ruimtelijke eenheid tussen het erf en het hoofdgebouw.

Artikel 6.X

Algemene regels 5. Het erf is aangelegd en in gebruik ter ondersteuning van de hoofdactiviteit op het erf. 6. Het erf op een afstand van meer dan 4 m tot het oorspronkelijke hoofdgebouw is aangelegd en wordt gebruikt als functioneel ondergeschikt aan de activiteiten in het hoofdgebouw.

Artikel 6.X

Gebod parkeervoorzieningen In het werkingsgebied ‘parkeervoorzieningen verplicht’ is het erf aangelegd en wordt in stand gehouden als parkeervoorzieningen voor de activiteiten in het hoofdgebouw.

Ondersteuning van de hoofdactiviteit Onder ondersteuning van de hoofdactiviteit wordt mede verstaan parkeren, mits dat plaatsvindt voor de hoofdactiviteit. Aan parkeren op het erf kunnen aanvullende regels verbonden zijn, zoals bijvoorbeeld in paragraaf 6.4.5.

Functioneel ondergeschikt aan de hoofdactiviteit Lid 2 bevat een verzwaring van de hoofdregel in lid 1. Het hele erf mag alleen gebruikt worden ter ondersteuning van de hoofdactiviteit, maar voor het erf op een afstand van meer dan 4 m tot het oorspronkelijk hoofdgebouw geldt aanvullend dat het alleen functioneel ondergeschikt gebruikt mag worden aan de hoofdactiviteit.

53

2021/4385

Gebod parkeervoorzieningen Lid 2 bevat een verzwaring van de hoofdregel in lid 1. Het hele erf mag alleen gebruikt worden ter ondersteuning van de hoofdactiviteit, maar voor het erf op een afstand van meer dan 4 m tot het oorspronkelijk hoofdgebouw geldt aanvullend dat het alleen functioneel ondergeschikt gebruikt mag worden aan de hoofdactiviteit.

Bruidsschat Lid 2 van de algemene regels is een gedeeltelijke omzetting van artikel 22.36 sub a lid 2 onder ii van de Bruidsschat. Het ‘functioneel ondergeschikt’ zijn van het erf aan het hoofdgebouw is hier geregeld. Het deel dat gaat over het gebruik van de bouwwerken op het erf is geregeld in paragraaf 6.3.1.

Paragraaf 6.4.5 Het gebruiken van het voorerfgebied als parkeervoorziening voor een auto of een groter voertuig

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor het gebruiken van het voorerfgebied als parkeervoorziening voor een auto of een groter voertuig. 2. Deze paragraaf geldt niet voor: a. parkeervoorzieningen in een gebouw (zoals een garage); en b. parkeervoorzieningen en stalplaatsen voor een caravan.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het waarborgen van een open straatbeeld.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. In het voorerfgebied is niet meer dan 1 parkeervoorziening als bedoeld in artikel 6.X toegestaan. 2. Een parkeervoorziening als bedoeld in artikel 6.X mag niet in de zone tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de openbare ruimte liggen.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling Artikel 6.X geldt niet in het werkingsgebied ‘parkeervoorzieningen toegestaan’.

Wat regelen we? In veel woonwijken is het uit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk om auto’s (en bussen, caravans, etc.) te parkeren voor de voorgevel van de woning. In het verleden werd dit geregeld met een bestemming ‘Tuin’, maar die systematiek bestaat niet meer in het omgevingsplan. Daarom is ervoor gekozen om parkeervoorzieningen voor de voorgevel nadrukkelijk te regelen in deze paragraaf.

54

2021/4385

Auto’s of groter De regels gelden voor parkeervoorzieningen voor auto’s of grotere voertuigen, zoals bussen, campers, vrachtwagens, bestelwagens, etc. Voor kleinere voertuigen zoals scooters en fietsen is het niet noodzakelijk het parkeren voor de voorgevel te verbieden, omdat deze gelet op hun beperkte omvang minder effect hebben op het straatbeeld.

De zone tussen de voorgevel van een hoofdgebouw en de openbare ruimte Het gaat om de zone direct voor de voorgevel van een hoofdgebouw. Als de voorgevel stopt (en dus waar de zijgevel begint), dan houdt de zone op. In de onderstaande afbeelding is de zone in het rood weergegeven.

Bij een vrijstaand huis of een 2-onder-1-kapwoning kan het mogelijk zijn om 1 parkeerplaats te realiseren omdat daar de voorgevel vaak niet de hele breedte van het erf heeft.

Bestaande situaties en lokaal maatwerk Voor bestaande, legale parkeervoorzieningen in de bovenstaande rode zone en op locaties waar het (bijvoorbeeld om stedenbouwkundige redenen) niet nodig is te sturen op parkeervoorzieningen voor de voorgevel is een werkingsgebied gemaakt. Het aanzetten van het werkingsgebied ‘parkeervoorzieningen toegestaan’ zorgt dat de algemene regels in deze paragraaf niet van toepassing zijn.

Caravans Het stallen van caravans is geregeld in paragraaf 6.15.1 en is daarom uitgesloten in het toepassingsbereik van deze paragraaf.

55

2021/4385

Niet alleen woningen De regeling is opgesteld voor woonwijken en geldt in eerste instantie alleen in de gebiedstypes voor woongebieden. Doordat de regeling algemeen is geschreven kan deze ook worden toegepast voor niet-woongebieden, mits het stedenbouwkundig wenselijk is ook in die gebieden het parkeren voor de voorgevel te regelen.

Afdeling 6.5

Wonen

Paragraaf 6.5.1 Algemene bepalingen over wonen

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor wonen.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. 2. 3. 4.

Wonen mag alleen in een woning. Wonen mag alleen in een hoofdgebouw. In een woning mag niet meer dan 1 huishouden wonen. Wonen in een woonwagen mag alleen in het werkingsgebied ‘woonwagenstandplaats’. 5. Wonen in een woonark mag alleen in het werkingsgebied ‘ligplaats woonark’. 6. Wonen in een woonschip mag alleen in het werkingsgebied ‘ligplaats woonschip’.

Artikel 6.X

Maximaal aantal woningen In het werkingsgebied ‘X woning(en)’ zijn niet meer woningen toegestaan dan het aangegeven aantal.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling mantelzorg Artikel 6.X lid 2 en 3 gelden niet voor wonen in de vorm van huisvesting voor mantelzorg.

Artikel 6.X

Verbod wonen begane grond In het werkingsgebied ‘wonen niet toegestaan op de begane grond’ is het verboden te wonen op de begane grond.

Verschillende woonvormen Bij de vraag of een verblijfsvorm past binnen het hoofdgebruik wonen zijn een aantal aspecten van belang: duurzaam en langdurig verblijven, gehuisvest zijn en het houden van één huishouden. Ter verduidelijking zijn een aantal verblijfsvormen getoetst aan deze aspecten. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het mogelijk is om in de regels uitzonderingen op te nemen over onderstaande verblijfsvormen. Indien deze uitzonderingen niet zijn opgenomen, dan is het bovenstaande van toepassing.

56

2021/4385

Met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband De definitie van één huishouden is niet beperkt tot een gezinsverband. Er zijn ook woonvormen denkbaar waarbij sprake is van een 'met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband'. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer meerdere vrienden als huisgenoten gezamenlijk een huis huren/kopen (en niet individuele kamers huren van een verhuurder) of wanneer twee alleenstaande moeders besluiten om een gezamenlijk huishouden in te richten om elkaar te ondersteunen. Er wordt dan een gezamenlijke huishoudpot bijhouden voor de gedeelde (woon)kosten. Zij hebben dan ook een verbondenheid die verder gaat dan enkel het gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte.

Tijdelijk verblijf (Short Stay) Tijdelijk verblijf, ook wel short stay genoemd, is een bijzondere vorm van logies. Het verblijf duurt langer dan een gebruikelijk hotelverblijf (tijdelijk verblijf hoeft niet per se in een hotel plaats te vinden), maar niet dermate lang dat er sprake is van een duurzaam verblijf. Omdat er geen sprake is van duurzaam verblijf, past deze verblijfsvorm niet binnen de definitie van wonen. Dit betekent niet dat tijdelijk verblijf binnen de gemeente onwenselijk is, in paragraaf PM is uitgewerkt onder welke regels en op welke locaties tijdelijk verblijf is toegestaan.

Kamerverhuur Bij kamerverhuur is er geen sprake van één gezamenlijk huishouden en past daarom niet binnen de algemene regels van deze paragraaf. Bij kamerverhuur bestaat er geen onderlinge verbondenheid; normaliter bestaat er geen band die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat. De kosten van het huishouden worden hoofdzakelijk individueel aan de verhuurder betaald, wellicht met uitzondering van schoonmaakartikelen en andere kleine uitgaven. Van een gezamenlijk huishouden is daarom geen sprake. Voor kamerverhuur zijn bijzondere regels opgenomen in paragraaf 6.5.3 (onzelfstandige woonruimte).

57

2021/4385

Studentenhuisvesting Studentenhuisvesting past niet binnen de algemene regels in deze paragraaf. Veelal wordt studentenhuisvesting geregeld via kamerverhuur/onzelfstandige woonruimte, waarover bovenstaand reeds is aangegeven waarom het niet geacht wordt te passen binnen de algemene regels in deze paragraaf. Ten aanzien van studentenhuisvesting weegt het tevens mee dat de Raad van State heeft bepaald dat 'alleenstaande studenten niet de intentie hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. Zij hebben slechts de wens om gedurende de studietijd over huisvesting te beschikken en hebben normaliter geen band die het enkel gezamenlijk bewonen van een bepaalde woonruimte te boven gaat. Gelet hierop kan deze vorm van samenwonen, zoals de rechtbank met juistheid heeft overwogen, niet op één lijn worden gesteld met bewoning van het pand door een gezin. […] Het betoog van [appellant sub 2] dat geen ruimtelijk relevant verschil bestaat tussen bewoning van het pand door een groep studenten en bewoning door een gezin, wordt evenmin gevolgd. De ruimtelijke uitstraling verschilt, reeds gelet op de leeftijdssamenstelling en het levensritme van de onderscheiden groepen bewoners. (ECLI:NL:RVS:2012:BV3229 r.o.

2.5.1.)' Gelet op het bovenstaande is het niet wenselijk om studentenhuisvesting als hoofdregel toe te staan binnen alle woongebieden. Als studentenhuisvesting, al dan niet in combinatie met algemene kamerverhuur, aanvaardbaar wordt geacht in een woongebied, dan wordt voor dat gebied in de regels een uitzondering opgenomen in paragraaf 6.5.3 (onzelfstandige woonruimte).

Woonschip en woonark Omdat de gangbare uitleg van de begrippen woonschip en woonark voldoende duidelijk zijn is er geen begripsbepaling opgenomen. Bij onduidelijkheid valt de rechter terug op de Dikke van Dale. Regels ten aanzien van een woonboot zijn niet nodig, omdat een woonboot een verzamelnaam is voor woonschepen en woonarken.

Tijdelijke regeling woonschip en woonark Naar verwachting worden in 2021 in de Verordening Fysieke Leefomgeving Zaanstad regels opgenomen over woonschepen en woonarken. Uiteindelijk worden deze regels opgenomen in het omgevingsplan.

Bijzondere regeling mantelzorg Dit artikel is een omzetting van artikel 22.36 sub c van de Bruidsschat en artikel 2 lid 22 Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Met de omzetting is geen inhoudelijke aanpassing van de mogelijkheden beoogd.

58

2021/4385

Verbod wonen op de begane grond Deze regeling wordt voornamelijk toegepast op plekken waar op de begane grond economische functies gevestigd zijn. Het kan dan onwenselijk zijn om tussen economische functies een woning te hebben, omdat een woning geen klanten aantrekt. In die gevallen kan met deze regeling worden voorkomen dat er gewoond wordt tussen (bijvoorbeeld) winkels of praktijkruimtes.

Paragraaf 6.5.2 Wonen (verbod)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor wonen.

Artikel 6.X

Algemene regel Wonen is alleen toegestaan als paragraaf 6.5.1 van toepassing is verklaard in hoofdstuk 5.

Algemene regel Wonen is een kwetsbare activiteit. Op de plekken waar wonen is toegestaan, moet sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wonen kan dus niet zomaar overal worden toegestaan. Daarom geldt deze algemene regel voor heel Zaanstad. Hiermee is geregeld dat wonen in Zaanstad alleen is toegestaan op de plekken waar paragraaf 6.5.1 geldt. Op de plekken waar alleen paragraaf 6.5.2 geldt en niet 6.5.1 is wonen niet toegestaan.

Paragraaf 6.5.3 Het wonen in een onzelfstandige woonruimte

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor het wonen in een onzelfstandige woonruimte. 2. Onder een onzelfstandige woonruimte wordt verstaan een woonruimte die geen eigen toegang heeft (geen eigen voordeur) of die niet op zichzelf kan functioneren als woning.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het beschermen van een gezonde en veilige woonsituatie; b. het tegengaan van overbewoning; c. het voorkomen van een overbelasting van de parkeervoorzieningen d. het voorkomen van een overbelasting van de wijkvoorzieningen; en e. het voorkomen van een overbelasting van de openbare ruimte.

Artikel 6.X

Algemene regel Wonen in een onzelfstandige woonruimte is alleen toegestaan in het werkingsgebied ‘onzelfstandige woonruimte’.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling In het werkingsgebied ‘onzelfstandige woonruimte’ geldt artikel 6.X lid 3 niet.

59

2021/4385

Onzelfstandige woonruimte Het toestaan van wonen in onzelfstandige woonruimte betekent dat het aantal bewoners van een bestaande woning aanzienlijk kan toenemen. De druk op het openbare gebied, de wijkvoorzieningen, de infrastructuur en de parkeervoorzieningen in een wijk nemen daardoor toe. Om die reden wordt het wonen in onzelfstandige woonruimte alleen toegestaan voor bestaande situaties of op plekken waarvoor bij de vaststelling van het omgevingsplan is afgewogen dat de voorzieningen de toename in druk aan kunnen. In zulke gevallen wordt het wonen in onzelfstandige woonruimte toegestaan door het werkingsgebied toe te kennen aan de locatie.

Niet op zichzelf kan functioneren als woning In de begripsbepaling is de volgende zinsnede opgenomen: ‘of die niet op zichzelf kan functioneren als woning’. Met dit laatste wordt bedoeld dat een of meerdere belangrijke voorzieningen ontbreken, zoals een keuken of toilet.

Bijzondere regeling Voor het wonen in een onzelfstandige woonruimte geldt vaak dat er geen gezamenlijk huishouden wordt gevoerd met de andere bewoners (denk aan kamerverhuur, studentenhuisvesting). Deze woonvormen passen daarom niet binnen de algemene regels voor wonen als bedoeld in paragraaf 6.5.2. Daarom is de algemene regel dat in een woning slechts 1 huishouden mag wonen uitgeschakeld voor de plekken waar wonen in een onzelfstandige woonruimte nadrukkelijk is toegestaan.

Toekomstig beleid Momenteel wordt onderzocht of beleid op onzelfstandige woonruimte wenselijk is. De regels in deze paragraaf zijn geschreven naar de huidige systematiek, dat wonen in een onzelfstandige woonruimte (zoals kamergewijze verhuur) alleen is toegestaan op plekken waar de aanvaardbaarheid nadrukkelijk is afgewogen. De regels kunnen worden aangepast wanneer nieuw beleid wordt vastgesteld.

Paragraaf 6.5.4 Woningsplitsing

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor woningsplitsing. 2. Onder woningsplitsing wordt verstaan het veranderen van een bestaande woning tot twee of meer woningen.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het beschermen van een gezonde en veilige woonsituatie; b. het tegengaan van overbewoning; c. het voorkomen van een overbelasting van de parkeervoorzieningen d. het voorkomen van een overbelasting van de wijkvoorzieningen; en e. het voorkomen van een overbelasting van de openbare ruimte.

Artikel 6.X

Vergunningplicht Woningsplitsing zonder omgevingsvergunning is verboden. 60

2021/4385

Artikel 6.X

Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor woningsplitsing worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: b. een situatieschets van de bestaande woning met daarop aangegeven de oppervlakte; c. een situatieschets van de nieuwe woningen met daarop aangegeven de oppervlakte per woning; en d. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende van de laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Artikel 6.X

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor woningsplitsing kan alleen worden verleend als naar het oordeel van B&W: a. sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; b. de te splitsen woning is groter dan 140 m2; c. de woningen niet kleiner zijn dan 50 m2; en d. voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Woningsplitsing In veel gevallen is het onwenselijk om een woning te splitsen tot meerdere woningen, omdat daardoor het woonkarakter van een gebied ingrijpend kan veranderen. Aspecten zoals een toename van de parkeerdruk, verandering van de sociale dynamiek of een te grote belasting van het openbaar gebied spelen hierbij een rol. Woningsplitsing regelen met algemene regels is daarom niet aanvaardbaar, maar het is wel denkbaar dat in bepaalde omstandigheden een woningsplitsing wel aanvaardbaar kan zijn. Om die reden is gekozen voor een vergunningplicht, zodat het college kan afwegen of een woningsplitsing in een bepaald geval aanvaardbaar is. De beoordelingsregels zijn een ondergrens, het college heeft de beleidsvrijheid om ook andere aspecten te betrekken in de afweging. De vergunningplicht heeft betrekking op elke verandering, omzetting en vergroting van een woning die tot gevolg heeft dat er twee of meer woningen gerealiseerd worden. Onder 'veranderen’ moet tevens de sloop en nieuwbouw van een woning worden gelezen, zodat ook in het geval van sloop-nieuwbouw het aantal woningen niet mag toenemen.

Beoordelingsregel woon- en leefklimaat De toetsing van het woon- en leefklimaat ziet niet alleen op een toetsing van de milieunormen van de nieuwe woning. Het gaat nadrukkelijk ook om het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen en de wijk in het geheel. Zo is het denkbaar dat, gelet op de oogmerken, in sommige wijken al zoveel drukte op de leefomgeving bestaat dat een verdere toename niet wenselijk is. De vergunning kan dan geweigerd worden.

61

2021/4385

Toekomstig beleid Momenteel wordt onderzocht of beleid op woningsplitsing wenselijk is. De regels in deze paragraaf zijn geschreven naar de huidige systematiek. De regels kunnen worden aangepast wanneer nieuw beleid wordt vastgesteld.

Beleidsregel parkeren In de beleidsregel ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’ is uitgewerkt hoe de juridische norm ‘voldoende parkeervoorzieningen’ wordt beoordeeld. De beleidsregel is geen onderdeel van het omgevingsplan, maar is een beleidsregel op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor wordt deze niet expliciet genoemd in de regels van het omgevingsplan.

Overgangsrecht Er is geen overgangsrecht voor beleidsregels. Het is daarom nodig om de beleidsregels voor parkeren opnieuw vast te stellen met een nadrukkelijke aan de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

Paragraaf 6.5.5 Beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis Subparagraaf 6.5.5.1 Algemene bepalingen over beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf geldt voor beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis. 2. Onder beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis wordt verstaan het uitvoeren van beroeps- of bedrijfsactiviteiten in een woning, in een bijbehorend bouwwerk bij een woning of op de bij een woning behorende gronden. 3. Onder ambachtelijke bedrijvigheid wordt verstaan een kleinschalig bedrijf waar met spierkracht en slechts eenvoudige hulpmiddelen wordt gewerkt, waarbij het productieproces grotendeels wordt uitgevoerd met de hand of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd, geautomatiseerd of met behulp van werktuigen, die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven. Voorzover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met oog op: a. ruimte bieden aan kleinschalige economische activiteiten; b. het waarborgen van een gezonde en veilige woonsituatie; c. het voorkomen van onaanvaardbare geluid-, geur- en trillinghinder; d. het voorkomen van een overbelasting van de parkeervoorzieningen; en e. het waarborgen van een aanvaardbare verkeersdrukte in woongebieden.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling De regeling voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in afdeling 6.6 geldt niet voor beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis.

62

2021/4385

Artikel 6.X

Algemene regels 1. Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan: a. het verlenen van diensten; of b. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid; waarbij in ieder geval de volgende gerelateerde activiteiten niet zijn toegestaan: c. detailhandel; d. horeca; of e. het buiten opslaan van goederen. 2. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner van de woning. 3. Niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de activiteit. 4. Niet meer dan 65m2 van de totale oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de activiteit. 5. De activiteit veroorzaakt geen waarneembare trilling, geur of geluid buiten de woning en de bijbehorende bouwwerken.

Artikel 6.X

Zorgplicht De beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis mag geen onaanvaardbare verkeerhinder tot gevolg hebben.

Artikel 6.X

Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning kan een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis worden toegestaan in afwijking van: a. artikel 6.X lid 3 en 4 om meer oppervlakte te gebruiken voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; of b. artikel 6.X lid 5 om vrijstaande bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis.

Artikel 6.X

Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een situatieschets met daarop aangegeven: 1. de ruimtes die gebruikt worden voor de activiteit; 2. de ruimtes die gebruikt worden voor wonen; en 3. de oppervlaktes van de bovengenoemde ruimtes; en b. een beschrijving van: 1. het dagelijks aantal te verwachten klanten en eventuele verwachte piekmomenten; 2. de buiten de woning of de bijbehorende bouwwerken waarneembare effecten van de activiteit; en 3. de maatregelen die genomen worden om het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen te beschermen; en c. een beschrijving van de beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis waar uit op te maken is of de activiteit is toegestaan volgens de regels van artikel 6.X; en d. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende van de laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Artikel 6.X

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis kan alleen worden verleend als naar het oordeel van B&W: 63

2021/4385

a. de beroeps- of bedrijfsactiviteit voldoet aan de regels in artikel 6.X tenzij wordt afgeweken van die regels op grond van artikel 6.X; b. er geen sprake is van onevenredige verkeersoverlast; c. de ruimtelijke uitstraling van de activiteit past bij een woonfunctie; d. meer dan de helft van het oppervlak van de woning wordt gebruikt voor wonen; en e. voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Algemene regels In de bestemmingsplannen waren regels opgenomen voor beroep- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis. Naast de regels in de bestemmingen, waren er ook in de begripsbepaling van ‘beroep- en bedrijf aan huis’ inhoudelijke normen opgenomen. In het omgevingsplan zijn de normen uit de begripsbepalingen gehaald en nadrukkelijk in de regels opgenomen. Ook is het begrip ‘bedrijfsmatige activiteiten’ vervangen door ‘bedrijfsactiviteiten’, omdat er inhoudelijk geen onderscheid is en de tweede variant duidelijker is.

Ambachtelijke bedrijvigheid In de oude regelingen was ‘ambachtelijke bedrijvigheid’ niet nader gespecificeerd, hetgeen tot onduidelijkheid kan leiden omdat het woord ‘ambachtelijk’ steeds breder wordt ingezet. In de huidige regeling is daarom een begripsbepaling opgenomen. De begripsbepaling is geïnspireerd door de begripsbepaling uit een beleidsregel van de gemeente Gilze en Rijen.

64

2021/4385

Zorgplicht verkeersaantrekkende werking De algemene regels bieden een kader voor beroeps- en bedrijfsactiviteiten waarbinnen er, normaal gesproken, geen onaanvaardbare verkeershinder zal optreden. Dat wordt bereikt door het type activiteit (ambachtelijk, diensten, maar geen detailhandel en horeca) en de maximale oppervlakte van de activiteit te beperken. De regeling is zo opgesteld dat door het dubbelgebruik van de bestaande parkeerplaatsen geen problemen zullen optreden. Met andere woorden: klanten die overdag het bedrijf bezoeken parkeren op de openbare parkeerplaatsen die overdag vaak leeg staan omdat de omwonenden met de auto naar het werk zijn vertrokken. Toch is het niet uit te sluiten dat in bijzondere gevallen onaanvaardbare verkeershinder kan optreden. Bijvoorbeeld omdat er teveel verkeer door de wijk rijdt of omdat er te weinig parkeerplaatsen zijn. In die gevallen kan op grond van de zorgplicht worden ingegrepen. De bewoner met het overlast-veroorzakende beroepof bedrijf kan dan een maatwerkvoorschrift krijgen opgelegd waarin de norm uit de zorgplicht is vertaald naar concreet te nemen maatregelen. Mogelijke maatregelen zijn (onder meer) het beperken van de openingstijden tot momenten waarop er wel voldoende parkeerplaatsen in de wijk beschikbaar zijn, het beperken van het maximaal te ontvangen klanten of het niet meer uitvoeren van bepaalde activiteiten.

Overigens komt de zorgplicht ook rechtstreekse werking toe: het is aan de uitvoerder van het bedrijf- of beroep om te zorgen dat de situatie niet zo ver komt dat er een strijdigheid met de zorgplicht ontstaat. Voor meer informatie over de werking van een zorgplicht wordt verwezen naar de memorie van toelichting op de Omgevingswet.

Vergunningplicht en algemene regels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van een aantal van de algemene regels. De algemene regels waarvan niet nadrukkelijk wordt afgeweken (in de omgevingsvergunning) gelden ook voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor is verleend.

Beleidsregel parkeren In de beleidsregel ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’ is uitgewerkt hoe de juridische norm ‘voldoende parkeervoorzieningen’ wordt beoordeeld. De beleidsregel is geen onderdeel van het omgevingsplan, maar is een beleidsregel op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor wordt deze niet expliciet genoemd in de regels van het omgevingsplan.

Overgangsrecht Er is geen overgangsrecht voor beleidsregels. Het is daarom nodig om de beleidsregels voor parkeren opnieuw vast te stellen met een nadrukkelijke aan de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

65

2021/4385

Subparagraaf 6.5.5.2 Het aanbieden van bed & breakfast

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf geldt voor het aanbieden van bed & breakfast. 2. Onder het aanbieden van bed & breakfast wordt verstaand het aanbieden van bed & breakfast in een woning of de bijbehorende gronden en bouwwerken.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. ruimte bieden aan kleinschalige economische activiteiten; b. het waarborgen van een gezonde en veilige woonsituatie; c. het bieden van ruimte aan het bevorderen van kleinschalig toerisme; d. het voorkomen van onaanvaardbare geluidsoverlast; e. het voorkomen van een overbelasting van de parkeervoorzieningen; en f. het waarborgen van een aanvaardbare verkeersdrukte in woongebieden.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling 1. De regeling voor beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis als bedoeld in subparagraaf 6.5.5.1 geldt niet voor het aanbieden van bed & breakfast. 2. De regeling voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in afdeling 6.6 geldt niet voor het aanbieden van bed & breakfast.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. In een woning is 1 bed & breakfast toegestaan. 2. De bed & breakfast mag alleen worden aangeboden in het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken die aan het hoofdgebouw zijn gebouwd. 3. De bed & breakfast wordt aangeboden door de bewoner. 4. De bewoner is in ieder geval ’s nachts bij de bed & breakfast aanwezig. 5. Niet meer dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning wordt gebruikt voor de bed & breakfast. 6. Niet meer dan 2 kamers zijn beschikbaar als slaapvertrekken voor de bed & breakfast. 7. Niet meer dan 4 mensen maken tegelijkertijd gebruik van de bed & breakfast. 8. De bed & breakfast is niet toegestaan op de begane grond.

Artikel 6.X

Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning kan het aanbieden van een bed & breakfast worden toegestaan in afwijking van: a. artikel 6.X lid 2 om een bed & breakfast aan te bieden in een bijbehorend bouwwerk; b. artikel 6.X lid 6 om meer slaapvertrekken beschikbaar te hebben voor de bed & breakfast; of c. artikel 6.X lid 7 om meer mensen toe te staan in de bed & breakfast.

Artikel 6.X

Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het aanbieden van bed & breakfast worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een situatieschets met daarop aangegeven: 1. de ruimtes die gebruikt worden ten behoeve van de activiteit; 2. de ruimtes die gebruikt worden voor wonen; 3. de oppervlaktes van de bovengenoemde ruimtes; en b. een beschrijving van: 1. het dagelijks aantal verwachte gasten; 66

2021/4385

2. de buiten de woning waarneembare effecten van de activiteit; en 3. de maatregelen om geluidhinder bij de omliggende woningen te voorkomen; en c. een beschrijving van bed & breakfast waar uit op te maken is of de activiteit mag volgens de regels van artikel 6.X; en d. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende van de laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Artikel 6.X

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het aanbieden van bed & breakfast kan alleen worden verleend als naar het oordeel van B&W: a. de bed & breakfast voldoet aan de regels in artikel 6.X tenzij wordt afgeweken van die regels op grond van artikel 6.X; b. er geen sprake is van onevenredige verkeersoverlast; c. de ruimtelijke uitstraling van de activiteit past bij een woonfunctie; d. meer dan de helft van het oppervlak van de woning wordt gebruikt voor wonen; e. het voldoende is gewaarborgd dat er geen onaanvaardbare geluidshinder is; en f. voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Algemene regels Het gebruiken van een woning als bed & breakfast is alleen toegestaan in vormen waarin geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking optreedt en het woonkarakter van de woning behouden blijft. Concreet betekent dit dat er een maximum aan gasten en slaapvertrekken is opgenomen ter voorkoming van een verkeersaantrekkende werking. Daarnaast staan de regels niet toe om op de begane grond de bed & breakfast uit te voeren, is een maximum vloeroppervlak opgenomen en moet de bewoner de uitvoerder van de bed & breakfast zijn. Deze laatste eisen waarborgen dat het pand primair een woonkarakter behoudt.

Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van een aantal van de algemene regels. De algemene regels waarvan niet nadrukkelijk wordt afgeweken (in de omgevingsvergunning) gelden ook voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor is verleend. Indien een bed & breakfast meer dan 4 gasten tegelijkertijd ontvangt of wanneer er meer dan 2 slaapkamers verhuurd worden, dan moet tevens een exploitatievergunning voor bedrijfsmatige activiteiten worden aangevraagd.

Toekomstig beleid Deze regels zijn een vertaling en specificering van de regels zoals die nu in bestemmingsplannen worden vastgesteld. Er wordt onderzocht of aanvullend beleid op toeristische verhuur nodig is. De regeling in het omgevingsplan kan worden aangepast aan het nieuwe beleid wanneer dat beleid is vastgesteld.

67

2021/4385

Beleidsregel parkeren In de beleidsregel ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’ is uitgewerkt hoe de juridische norm ‘voldoende parkeervoorzieningen’ wordt beoordeeld. De beleidsregel is geen onderdeel van het omgevingsplan, maar is een beleidsregel op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor wordt deze niet expliciet genoemd in de regels van het omgevingsplan.

Overgangsrecht Er is geen overgangsrecht voor beleidsregels. Het is daarom nodig om de beleidsregels voor parkeren opnieuw vast te stellen met een nadrukkelijke aan de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

Subparagraaf 6.5.5.3 Het aanbieden van gastouderopvang aan huis

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze subparagraaf geldt voor het aanbieden van gastouderopvang aan huis. 2. Onder gastouderopvang aan huis wordt verstaan een vorm van kinderopvang zoals bedoeld in de zin van artikel 1.1 lid 1 van de Wet kinderopvang.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op: a. ruimte bieden aan kleinschalige economische activiteiten; b. het waarborgen van een gezonde en veilige woonsituatie; c. het voorkomen van onaanvaardbare geluidsoverlast; d. het voorkomen van een overbelasting van de parkeervoorzieningen; en e. het waarborgen van een aanvaardbare verkeersdrukte in woongebieden.

Artikel 6.X

Bijzondere regeling 1. De algemene regeling voor beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis als bedoeld in subparagraaf 6.5.5.1 geldt niet voor het aanbieden van gastouderopvang aan huis. 2. De regeling voor bedrijfsactiviteiten als bedoeld in afdeling 6.6 geldt niet voor het aanbieden van gastouderopvang aan huis.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. De gastouderopvang aan huis vindt plaats in: a. de woning van de gastouder; of b. de woning van de vraagouders. 2. Niet meer dan 6 kinderen worden tegelijk opgevangen, waaronder ook begrepen de kinderen van de gastouder onder de 13 jaar. 3. Niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de gastouderopvang aan huis. 4. Niet meer dan 65m2 van de totale oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor de gastouderopvang aan huis.

Artikel 6.X

Vergunningplicht Met een omgevingsvergunning kan het aanbieden van gastouderopvang aan huis worden toegestaan in afwijking van artikel 6.X lid 3 en 4 om meer oppervlakte te gebruiken voor de gastouderopvang aan huis. 68

2021/4385

Artikel 6.X

Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het aanbieden van gastouderopvang aan huis worden de volgende documenten en gegevens verstrekt: a. een situatieschets met daarop aangegeven: 1. de ruimtes en oppervlaktes die gebruikt worden ten behoeve van de activiteit; en 2. de ruimtes en oppervlaktes die gebruikt worden voor wonen. b. een beschrijving van: 1. een beschrijving van de gastouderopvang waar uit op te maken is of de activiteit mag volgens de regels van artikel 6.X; 2. het dagelijks maximum aantal kinderen op te vangen kinderen; 3. de piek- en daluren van de activiteit; 4. de maatregelen om geluidhinder bij de omliggende woningen te voorkomen; en 5. een beschrijving waar uit op te maken is of voldoende van de laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Artikel 6.X

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor het aanbieden van gastouderopvang aan huis kan alleen worden verleend als er naar het oordeel van B&W: a. de gastouderopvang aan huis voldoet aan de regels in artikel 6.X tenzij wordt afgeweken van die regels op grond van artikel 6.X; b. het voldoende is gewaarborgd dat er geen onaanvaardbare geluidshinder is; c. de ruimtelijke uitstraling van de activiteit past bij een woonfunctie; d. meer dan de helft van het oppervlak van de woning wordt gebruikt voor wonen; en e. voldoende laad-, los- en parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op deze locatie of in de directe omgeving daarvan.

Gastouderopvang Tegenwoordig brengen ouders hun kinderen vaak naar een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang (BSO) of gastouder. Gastouderopvang aan huis is als andere vormen van kinderopvang opgenomen in de wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wko). Gastouderopvang aan huis is rechtstreeks toegestaan, mits voldaan wordt aan de voorwaarden. De voorwaarden waarborgen dat het woonkarakter van de woning behouden blijft. Met andere woorden, de woning blijft op de eerste plaats om in te wonen. Het maximum van 6 kinderen zorgt ervoor dat de geluidsbelasting in overeenstemming blijft met die van een woonomgeving. De Raad van State heeft eerder overwogen (ECLI:NL:RVS:2018:950) dat er geen harde geluidsnormen zijn wat betreft gastouderopvang, maar dat met een maximum van 6 kinderen in redelijkheid aansluiting kan worden gezocht bij de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door een gezin van 6 kinderen. Tot slot blijft gelden dat een houder dient te voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de kwaliteitseisen van hoofdstuk 1, afdeling 3 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.

69

2021/4385

Woning gastouder en woning vraagouders Gastouderopvang kan uitgevoerd worden in de woning van de gastouder maar ook in de woning van de vraagouders én met de aanwezigheid van andere kinderen dan die van de vraagouders zelf.

Beleidsregel parkeren In de beleidsregel ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’ is uitgewerkt hoe de juridische norm ‘voldoende parkeervoorzieningen’ wordt beoordeeld. De beleidsregel is geen onderdeel van het omgevingsplan, maar is een beleidsregel op grond van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht. Daardoor wordt deze niet expliciet genoemd in de regels van het omgevingsplan.

Overgangsrecht Er is geen overgangsrecht voor beleidsregels. Het is daarom nodig om de beleidsregels voor parkeren opnieuw vast te stellen met een nadrukkelijke aan de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.

Afdeling 6.6

Bedrijfsactiviteiten

Paragraaf 6.6.1 Algemene bepalingen over bedrijfsactiviteiten

PM De regels voor bedrijfsactiviteiten zijn nog niet uitgewerkt en volgen later pas. Voor de eerste set aan regels is alleen een algeheel verbod geregeld, zodat bedrijven niet ongelimiteerd zijn toegestaan in de bestaande woongebieden. De regeling in ieder geval moeten worden uitgebreid met de regels voor bedrijfsactiviteiten die plaatsvinden in de bestaande woongebieden.

Paragraaf 6.6.2 Bedrijfsactiviteiten (verbod)

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze afdeling geldt voor bedrijfsactiviteiten.

Artikel 6.X

Algemene regel Bedrijfsactiviteiten zijn alleen toegestaan als paragraaf 6.6.2 van toepassing is verklaard in hoofdstuk 5.

70

2021/4385

Algemene regel Bedrijfsactiviteiten gaan in veel gevallen samen met enige milieuhinder. Voor sommige bedrijfsactiviteiten blijft dit beperkt tot een ruimte of een pand, maar er zijn ook veel bedrijfsactiviteiten die milieuhinder veroorzaken buiten het eigen perceel. Bedrijfsactiviteiten kunnen dus niet zomaar overal worden toegestaan. Daarom geldt deze algemene regel voor heel Zaanstad. Hiermee is geregeld dat bedrijfsactiviteiten in Zaanstad alleen zijn toegestaan op de plekken waar paragraaf 6.6.1 geldt. Op de plekken waar alleen paragraaf 6.6.2 geldt en niet 6.6.1 zijn bedrijfsactiviteiten niet toegestaan.

Relatie met milieubelastende activiteiten Het omgevingsplan bevat in afdeling 6.X ook regels voor milieubelastende activiteiten. Dit zijn milieuregels die voor de Omgevingswet waren opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Wet milieubeheer. Een bedrijfsactiviteit kan ook een of meerdere milieubelastende activiteiten zijn. Aan de andere kant hoeft een milieubelastende activiteit niet altijd een bedrijfsactiviteit te zijn. De regels werken altijd aanvullend op elkaar, tenzij dat nadrukkelijk anders is bepaald.

Paragraaf 6.6.3 Bedrijfsactiviteiten in en op vaartuigen die voor lange tijd zijn afgemeerd

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor bedrijfsactiviteiten in en op vaartuigen die voor lange tijd zijn afgemeerd.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. de veiligheid en bruikbaarheid van de infrastructuur van het openbaar water; b. de bescherming van het milieu; c. het voorkomen van risicovolle bedrijfsactiviteiten; d. het uiterlijk aanzien van de omgeving.

Artikel 6.X

Verbod Bedrijfsactiviteiten in en op vaartuigen die voor lange tijd zijn afgemeerd zijn verboden.

PM: VFL Fase 2 Deze regels worden nog aangevuld met onder andere een vergunningplicht wanneer Fase 2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zaanstad wordt omgezet. Voor nu is alleen de regeling uit bestemmingsplannen opgenomen.

Paragraaf 6.6.4 Het exploiteren van een seksinrichting

Artikel 6.X

Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor het exploiteren van een seksinrichting. 2. Onder seksinrichting wordt verstaan een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot het verrichten van seksuele 71

2021/4385

handelingen met of voor een ander (al dan niet tegen vergoeding). Binnen een seksbedrijf kunnen één of meerder seksinrichtingen zijn.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het beperken van overlast; en b. het waarborgen van een gezonde en veilige woonsituatie.

Artikel 6.X

Algemene regels 1. Het exploiteren van een seksinrichting is alleen toegestaan in het werkingsgebied ‘seksinrichting type X’. 2. Een seksinrichting is van het type aangegeven in het werkingsgebied ‘seksinrichting type X’.

Seksinrichting Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf waaronder begrepen een erotische massagesalon, sekssauna, raambordeel, seksclub, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater/peepshow, of parenclub/swingersclub, thuisprostitutie (prostitutie vanuit woningen) al dan niet in combinatie met elkaar.

Bestaande seksinrichtingen In Zaanstad zijn een beperkt aantal seksinrichtingen toegestaan. Deze seksinrichtingen kunnen in het omgevingsplan worden toegestaan met een werkingsgebied. In het werkingsgebied en de algemene regels is tevens een specificatie opgenomen, zodat alleen de al bestaande toegestane activiteiten worden toegestaan. Bijvoorbeeld: op een locatie waar een parenclub is toegestaan kan het werkingsgebied ‘seksinrichting type parenclub’ worden toegekend zodat op die locatie niet ook een raambordeel is toegestaan.

PM: APV beleid schaarse vergunningen voor seksbedrijven en –inrichtingen Deze regels worden nog aangevuld wanneer de APV regels voor seksbedrijven en – inrichtingen worden omgezet naar het omgevingsplan. Voor nu is alleen de regeling uit bestemmingsplannen opgenomen. Niet alle regels zullen worden omgezet. Regels omtrent de exploitatie van zulke bedrijfsactiviteiten is hoofdzakelijk een burgemeestersbevoegdheid, deze regels mogen niet opgenomen worden in het omgevingsplan. Alleen regels vanuit het oogpunt van de fysieke leefomgeving mogen opgenomen worden in het omgevingsplan.

Paragraaf 6.6.5 Het produceren, opslaan en verkopen van vuurwerk

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het produceren, opslaan en verkopen van vuurwerk.

Artikel 6.X

Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving. 72

2021/4385

Artikel 6.X

Verbod Het is verboden vuurwerk te produceren, op te slaan of te verkopen.

Artikel 6.X

Consumentenvuurwerk 1. In afwijking van artikel 6.X is in het werkingsgebied ‘consumentenvuurwerk’ is het opslaan en verkopen van consumentenvuurwerk toegestaan. 2. Onder consumentenvuurwerk wordt verstaan consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1A.1.1 van het Vuurwerkbesluit.

Relatie Bal en Bkl Vuurwerk is een onderwerp dat nu op verschillende plekken is gereguleerd: APV, bestemmingsplan, vuurwerkbesluit, Activiteitenbesluit. Onder de Omgevingswet is het onderwerp geregeld op rijksniveau in het Besluit activiteiten leefomgeving, en staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels voor het op een locatie toelaten van het opslaan, herverpakken of bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.

Vuurwerk in het Besluit activiteiten leefomgeving In paragraaf 3.2.10, artikel 3.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aangewezen als een milieubelastende activiteit. Er is een drempel opgenomen in lid 2 van dit artikel afhankelijk van de hoeveelheid en de categorie vuurwerk. Boven een bepaald gewicht en afhankelijk van de categorie geldt een vergunningplicht. De nadelige effecten die deze activiteiten kunnen veroorzaken zijn vooral de gevolgen voor externe veiligheid vanwege de aanwezigheid van ontplofbare stoffen. De algemene regels uit paragraaf 4.102 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn van toepassing, waarin de meldplicht / vergunningplicht is geregeld. Er gelden met name eisen voor externe veiligheid, waaronder afstandseisen.

73

2021/4385

Vuurwerk in het Besluit kwaliteit leefomgeving Er gelden instructieregels voor het stellen van regels in het omgevingsplan op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Paragraaf 5.1.2.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving gaat over de veiligheid rond het opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik. De afstandseisen worden voor het omgevingsplan relevant als de vereiste afstand uit het Besluit activiteiten leefomgeving buiten de begrenzing van de activiteit valt. De afstandseisen moeten verder in acht worden genomen ten opzichte van de al aanwezige gebouwen of locaties, als ten opzichte van de gebouwen of locaties die nog niet aanwezig zijn, maar op grond van het omgevingsplan mogen worden gerealiseerd. Artikel 5.23 tot en met artikel 5.25 van het Besluit kwaliteit gaan over explosieaandachtsgebieden. Het omgevingsplan laat binnen het explosieaandachtsgebied vuurwerk geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toe. Onder bepaalde voorwaarden kan dat vervolgens wel weer worden toegelaten.

Bestaande consumentenvuurwerkverkoop In Zaanstad zijn een beperkt aantal verkooppunten voor consumentenvuurwerk toegestaan. Deze locaties kunnen in het omgevingsplan worden toegestaan met een werkingsgebied.

PM: APV beleid schaarse vergunningen voor consumentenvuurwerk Deze regels worden nog aangevuld wanneer de APV regels voor consumentenvuurwerk worden omgezet naar het omgevingsplan. Voor nu is alleen de regeling uit bestemmingsplannen opgenomen. Niet alle regels zullen worden omgezet. Regels omtrent de exploitatie van zulke bedrijfsactiviteiten is hoofdzakelijk een burgemeestersbevoegdheid, deze regels mogen niet opgenomen worden in het omgevingsplan. Alleen regels vanuit het oogpunt van de fysieke leefomgeving mogen opgenomen worden in het omgevingsplan.

PM: verdere uitwerking bedrijfsregels Het is denkbaar dat op bedrijventerreinen wel de opslag of productie van vuurwerk kan worden toegestaan. Bij de uitwerking van de omgevingsplanregels voor bedrijven en bedrijventerreinen kan het dus zo zijn dat het verbod hier verandert in een andere regeling. Voor de uitwerking van de regels voor bestaande woonwijken is het echter voldoende om een verbod op te nemen.

74

2021/4385

Afdeling 6.7

Milieubelastende activiteiten

PM Bruidsschat De milieubelastende activiteiten zijn nu nog geregeld in de bruidsschat. Daarnaast gelden er regels voor milieubelastende activiteiten op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving. Paragraaf 6.7.1 Het storten van puin en afvalstoffen

Artikel 6.X

Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het storten van puin en afvalstoffen.

Artikel 6.X

Algemene regel Het storten van puin en afvalstoffen is alleen toegestaan in de daarvoor bedoelde voorzieningen, als bedoeld in de Afvalstoffenverordening Zaanstad.

Algemene regel In bestemmingsplannen was dit een algeheel verbod. De realiteit is echter anders, want het storten van puin en afvalstoffen is wel degelijk toegestaan als dat maar op de juiste plekken gebeurt. Daarom is ervoor gekozen in een algemene regel te verwijzen naar de Afvalstoffenverordening, zodat het storten van puin en afvalstoffen alleen is toegestaan op de plekken waar dat bedoeld is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9891833/1