Bijlage Dynamisch handboek Zaans omgevingsplan
Tekst van het document
Relatie APV De APV regelt al een verbod op het storten van puin en afvalstoffen in de openbare ruimte. Omdat het ook onwenselijk is dat puin en afvalstoffen gestort worden op privéterrein is ervoor gekozen een regeling in het omgevingsplan op te nemen. Deze geldt dus ook voor privéterreinen, die maken immers ook deel uit van de fysieke leefomgeving.
Afdeling 6.8
Cultuur
PM Deze afdeling moet nog worden uitgewerkt.
Afdeling 6.9
Maatschappelijk
PM Deze afdeling moet nog worden uitgewerkt.
Afdeling 6.10
Recreatie
PM Deze afdeling moet nog worden uitgewerkt.
75
2021/4385
Afdeling 6.11
Sport
PM Deze afdeling moet nog worden uitgewerkt.
Afdeling 6.12
Wegen
PM Deze afdeling moet nog worden uitgewerkt.
Afdeling 6.13
Nutsvoorzieningen
Paragraaf 6.13.1 Het transporteren van gevaarlijke stoffen in een buisleiding
Artikel 6.X
Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het transporteren van gevaarlijke stoffen in een buisleiding.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het zoveel mogelijk beschermen van (zeer) kwetsbare gebouwen.
Artikel 6.X
Algemene regels 1. Het transporteren van gevaarlijke stoffen in een buisleiding is alleen toegestaan in het werkingsgebied ‘buisleiding voor gevaarlijke stoffen’. 2. De doorvoercapaciteit van een buisleiding voor gevaarlijke stoffen mag niet worden vergroot.
Bouwen, gebruiken en beschermen van een buisleiding voor gevaarlijke stoffen Er zijn 3 verschillende activiteiten geregeld ten aanzien van een buisleiding voor gevaarlijke stoffen: het bouwen van de buisleiding, het transporteren van de stoffen in de buisleiding en het beschermen van de buisleiding. Op deze plek is alleen het transporteren van de stoffen in de buisleiding geregeld. Paragraaf 6.13.2 Het transporteren van elektriciteit door een hoogspanningsverbinding
Artikel 6.X
Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het transporteren van elektriciteit door een hoogspanningsverbinding.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het zoveel mogelijk beschermen van woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen.
Artikel 6.X
Algemene regels 1. Het transporteren van elektriciteit door een hoogspanningsverbinding is alleen toegestaan in het werkingsgebied ‘hoogspanningsverbinding’. 2. De doorvoercapaciteit van een hoogspanningsverbinding mag niet worden vergroot.
76
2021/4385
Bouwen, gebruiken en beschermen van een hoogspanningsverbinding Er zijn 3 verschillende activiteiten geregeld ten aanzien van een hoogspanningsverbinding: het bouwen van de hoogspanningsverbinding, het transporteren van elektriciteit en het beschermen van de hoogspanningsverbinding. Op deze plek is alleen het transporteren van elektriciteit door een hoogspanningsverbinding geregeld.
Afdeling 6.14
Activiteiten in beperkingengebieden
Paragraaf 6.14.1 Activiteiten bij een buisleiding voor gevaarlijke stoffen
Artikel 6.X
Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor: a. het bouwen van een bouwwerk; b. het in stand houden van kwetsbare gebouwen; c. het in stand houden van zeer kwetsbare gebouwen; d. het aanbrengen of rooien van diep wortelende beplantingen en bomen; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; f. het indrijven van voorwerpen in de bodem; g. het uitvoeren van grondbewerkingen; h. het voor lange tijd opslaan van goederen; i. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van water; en j. andere activiteiten die een buisleiding voor gevaarlijke stoffen kunnen beschadigen of het onderhoud kunnen belemmeren. 2. Deze paragraaf geldt niet voor: a. normaal onderhoud; en b. graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het in standhouden en beschermen van buisleidingen voor gevaarlijke stoffen; b. het beschermen van (zeer) kwetsbare gebouwen; en c. artikel 5.18 en artikel 5.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Artikel 6.X
Verbod 1. Het is verboden een kwetsbaar gebouw in stand te houden, als het gebouw geen functionele binding heeft met de buisleiding voor gevaarlijke stoffen. 2. Het is verboden een zeer kwetsbaar gebouw in stand te houden.
Artikel 6.X
Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel 6.X uit te voeren.
Artikel 6.X
Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.X worden de volgende bescheiden en gegevens verstrekt: a. een situatieschets met daarop aangegeven de uit te voeren activiteiten en de afstand tot de buisleiding; en b. een omschrijving van de maatregelen die genomen worden en die zekerheid bieden over de veiligheid, structurele integriteit en werking van de buisleiding. 77
2021/4385
Artikel 6.X
Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.X kan alleen worden verleend als: a. naar het oordeel van B&W de veiligheid, structurele integriteit en werking van de buisleiding niet wordt geschaad; b. de leidingbeheerder schriftelijk advies heeft gegeven over de vergunningaanvraag; c. geen zeer kwetsbaar gebouw wordt gebouwd; en d. een kwetsbaar gebouw wordt gebouwd, dat deze een functionele binding heeft met de buisleiding.
Bescherming van de buisleiding en bescherming van (zeer) kwetsbare gebouwen Deze paragraaf heeft hoofdzakelijk twee doelen. Ten eerste wordt de buisleiding beschermd door regels te stellen aan activiteiten die de buisleiding in gevaar kunnen brengen. Ten tweede is het verboden om (zeer) kwetsbare gebouwen te bouwen en in stand te houden. Er is een uitzondering mogelijk wanneer een kwetsbaar gebouw een functionele binding heeft met de buisleiding.
Instructieregel Deze regels zijn gebaseerd op de instructieregel opgenomen in artikel 5.19 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
(Zeer) kwetsbaar gebouw De definities voor een zeer kwetsbaar gebouw en een kwetsbaar gebouw zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Oppervlakteverhardingen Onder het aanbrengen van oppervlakteverhardingen wordt in ieder geval begrepen het aanleggen van wegen en paden.
Normaal onderhoud Normaal onderhoud heeft zowel betrekking op onderhoud van de buisleiding als onderhoud van de gronden en beplanting.
Graafwerkzaamheden als bedoeld in … Deze uitzondering is opgenomen vanwege de instructieregel in artikel 5.19 sub b onder 2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hiermee worden niet alle graafwerkzaamheden bedoeld, maar alleen graafwerkzaamheden die plaatsvinden op grond van wet Informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten.
Indrijven van voorwerpen in de bodem Denk hierbij aan bijvoorbeeld: lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair
78
2021/4385
Het uitvoeren van grondbewerkingen Denk hierbij aan bijvoorbeeld: afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage.
Paragraaf 6.14.2 Activiteiten bij een hoogspanningsverbindingen
PM Deze regeling wordt pas uitgewerkt bij het omzetten van artikel 5.20 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Zaanstad.
Paragraaf 6.14.3 Activiteiten in een magneetveldzone
Artikel 6.X
Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor: a. wonen; b. het aanbieden van scholing; en c. het aanbieden van kinderopvang.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op het voorkomen dat jonge kinderen lange tijd verblijven binnen een magneetveldzone.
Artikel 6.X
Bijzondere regeling In afwijking van afdeling 6.5 (Wonen) en afdeling 6.9 (Maatschappelijk) zijn de volgende activiteiten verboden: a. wonen; b. het aanbieden van scholing; en c. het aanbieden van kinderopvang.
Waarom (alleen) dit verbod? Uit een advies van het Rijk op 2005 blijkt dat het niet wenselijk is dat kinderen langdurig verblijven binnen de magneetveldzone. Als conclusie van het onderzoek wordt geadviseerd om de genoemde activiteiten (destijds nog bestemmingen genoemd) niet meer nieuw mogelijk te maken in een magneetveldzone. Voor een verbod op andere activiteiten is geen aanleiding gebleken.
Het aanbieden van scholing en kinderopvang In de oude systematiek gold dit verbod voor scholen en kinderopvang. Omdat het omgevingsplan regels bevat over activiteiten is ervoor gekozen deze begrippen om te bouwen naar een activiteit.
Ook op het erf Het verbod op de activiteiten geldt ook voor het erf. Met andere woorden, het aanbieden van scholing en kinderopvang bevat niet alleen een verbod op een schoolgebouw of een kinderopvang maar ook op de buitenruimte die bij een school of kinderopvang hoort. 79
2021/4385
Kinderopvang Onder kinderopvang wordt in ieder geval een crèche begrepen
Paragraaf 6.14.4 Activiteiten bij een waterkering
Artikel 6.X
Toepassingsbereik 1. Deze paragraaf geldt voor: a. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 800 m²; c. het aanbrengen van bomen en opgaande beplanting; d. het graven, dempen, verbreden of verdiepen van waterlopen, waterpartijen en andere wateren; e. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- of communicatieleidingen; f. het verwijderen van bomen, houtgewas, bodemvegetatie, riet en andere oevervegetatie; en g. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen of aanleggelegenheden. 2. Deze paragraaf geldt niet voor: a. normaal onderhoud; en b. het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het in standhouden en beschermen van waterkeringen; en b. het bereikbaar houden van waterkeringen voor inspectie en onderhoud.
Artikel 6.X
Vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning een activiteit als bedoeld in artikel 6.X uit te voeren.
Artikel 6.X
Aanvraagvereisten Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.X worden de volgende bescheiden en gegevens verstrekt: a. een situatieschets met daarop aangegeven de uit te voeren activiteiten en de afstand tot de waterkering; en b. een omschrijving van de maatregelen die genomen worden en die zekerheid bieden over de veiligheid, structurele integriteit en werking van de waterkering.
Artikel 6.X
Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 6.X kan alleen worden verleend als: a. naar het oordeel van B&W de veiligheid, structurele integriteit en werking van de waterkering niet wordt geschaad; en b. de beheerder van de waterkering schriftelijk advies heeft gegeven over de vergunningaanvraag.
80
2021/4385
Afdeling 6.15
Andere activiteiten
Andere activiteiten Deze afdeling bevat activiteiten die niet passen in een van de andere afdelingen. Bijvoorbeeld de regels over het opslaan en stallen van goederen. Deze regels passen niet in de afdeling over het gebruik van bouwwerken, omdat de regels ook gaan over het gebruik van gronden. Om de hoofdstructuur van het omgevingsplan leesbaar te houden hebben we hier een restafdeling van gemaakt. Als in de verdere uitwerking van het omgevingsplan blijkt dat meerdere ‘andere activiteiten’ een verband met elkaar hebben dan kan alsnog gekozen worden om die activiteiten te bundelen in een nieuwe afdeling.
Paragraaf 6.15.1 Het opslaan en stallen van goederen
Artikel 6.X
Toepassingsbereik Deze paragraaf geldt voor het opslaan en stallen van goederen.
Artikel 6.X
Oogmerk De regels in deze paragraaf zijn gesteld met oog op: a. het voorkomen dat gronden of panden uitsluitend voor opslag worden gebruikt; en b. het tegengaan van een verrommeling van het straatbeeld.
Artikel 6.X
Algemene regels 1. Het is alleen toegestaan goederen op te slaan en te stallen als ondersteuning van een andere activiteit die op die plek is toegestaan. 2. Het opslaan van goederen als zelfstandige activiteit is alleen toegestaan in het werkingsgebied ‘opslag’.
Relatie milieubelastende activiteit Het opslaan van goederen kan tevens een milieubelastende activiteit zijn. Milieubelastende activiteiten zijn geregeld in afdeling 6.X en het Besluit activiteiten leefomgeving. De regels gelden altijd aanvullend, tenzij nadrukkelijk anders is bepaald.
Relatie APV In artikel 4:13 van de APV zijn regels opgenomen omtrent het opslaan en stallen van goederen. Het college is bevoegd een gebied aan te wijzen waarin deze strengere regels gelden. Omdat de regeling in de APV voldoende basis biedt om onwenselijke situatie tegen te gaan, en omdat op dit moment nog geen gebieden door het college zijn aangewezen, is ervoor gekozen om de regeling niet te vertalen naar het omgevingsplan. De APV blijft immers bestaan naast het omgevingsplan.
81
2021/4385
Kampeermiddelen & Aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen In bestemmingsplannen is een algemeen verbod opgenomen voor het stallen van kampeermiddelen en aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen. De regeling in artikel 4:13 van de APV voorziet hier reeds voldoende in. Bovendien kent de APV een mogelijkheid om gebiedsgericht in te grijpen waar dat nodig is. Een algeheel verbod opnemen voor heel Zaanstad (zoals dat in bestemmingsplannen gebeurde) staat die gebiedsgerichte aanpak in de weg. Om die redenen is ervoor gekozen geen algeheel verbod op te nemen voor deze goederen. Zij vallen uiteraard wel onder de algemene regels voor het stallen en opslaan van goederen.
82
2021/4385
Bijlage 1.1
Begripsbepalingen In dit omgevingsplan wordt verstaan onder: buisleiding voor gevaarlijke stoffen Een buisleidingen met gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 3.101 van het Besluit activiteiten leefomgeving. huishouden Een of meer personen met een onderlinge binding die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. mansarde kap Een kap met naar buiten geknikte dakvlakken.
Mansarde kap Zie de afbeelding voor een voorbeeld van een mansarde kap. De stippellijn laat zien hoe een dakvlak normaal zou lopen, maar de mansardekap heeft een naar buiten geknikt dakvlak waardoor er binnen meer ruimte ontstaat.
oorspronkelijk hoofdgebouw Het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
Hoofdgebouw Hoofdgebouw is niet gedefinieerd in het omgevingsplan omdat dit begrip al in het Besluit bouwwerken leefomgeving is opgenomen.
Oorspronkelijk hoofdgebouw Het begrip oorspronkelijk hoofdgebouw is een specificering van het begrip hoofdgebouw. In bepaalde omstandigheden kan een uit- of aanbouw aan een hoofdgebouw ook gaan gelden als het (nieuwe) hoofdgebouw. Omdat het dan mogelijk wordt om aanbouw op aanbouw te bouwen is het nodig om een ‘nullijn’ vast te leggen. Het begrip ‘oorspronkelijk hoofdgebouw’ vormt die ‘nullijn’. Het is dus het hoofdgebouw zoals dat in eerste instantie is gebouwd.
83