CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Voorstel oprichting stichting t.b.v. Stedelijk jeugdteam Zaanstad19.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De koepel van huisartsen zal binnenkort met de gemeente nader verkennen of het afsprakenkader voor de aansluiting van de jeugdhulp op het onderwijs ook vertaald kan worden naar de aansluiting op de huisartsen. De koepel van huisartsen heeft in een aantal gesprekken aangegeven naar een meer structurelere vorm van samenwerking met de jeugdhulp te willen zoeken. Huisartsen weten de jeugdteams beter te vinden en de samenwerking komt op gang. De huisartsen geven aan liever niet te willen dat het systeem te veel verandert en de samenwerking weer opnieuw moet worden opgebouwd met jeugdprofessionals. De inzet van jeugdhulp via een Jeugdteam dat niet per wijk maar gemeente breed is georiënteerd is interessant doordat huisartsen dan niet langer met verschillende jeugdteams te maken krijgen en specifieke jeugd deskundigheid overal in de stad geleverd kan worden. Bij preventie en demedicaliseren kan de inzet vanuit Centra Jong (GGD) veel beter benut worden dan nu gebeurd. Huisartsen willen de samenwerking met de jeugdhulp graag verbeteren. Bijvoorbeeld door jaarlijks per postcodegebied de behoefte aan jeugdhulp met GGD, huisartsen, gemeente en aanbieders jeugdhulp in kaart te brengen (0e en 1e lijn) en de samenwerking op gezette tijden te evalueren. Ook dient een betere afspraak te worden gemaakt over terugkoppeling over cliënten tussen huisarts en de jeugdhulp professional.

Huisartsen vinden het doorsturen patiënten naar jeugdteams voor de toegang tot meer specialistische jeugdhulp nu lastig vanwege de toenemende wachtlijsten. Zij verwachten dat het aansluiten bij vindplaatsen en een meer preventieve aanpak de wachtlijsten kan verkleinen.

17

2021/985 origineel 2019/4944

3.4

Vormgeven aan opdrachtgeverschap door gemeente

Keuze 4: vorm geven aan opdrachtgeverschap door gemeente Naast sturing op de inhoudelijke uitgangspunten van dit advies, wil de gemeente Zaanstad kunnen sturen op een financieel duurzaam en houdbaar stelsel van (de toegang) op de jeugdhulp. Daarbij hanteert de gemeente Zaanstad de volgende doelen:  Eenduidige opdracht met helderheid over verantwoordelijkheid (prestaties en verplichtingen, ook rondom financiën);  Kosten passen binnen de vastgestelde financiële kaders.  Kostenbewustzijn bij professionals en partners.  Monitoren en sturen op de uitvoering In de voorgaande hoofdstukken is een advies gegeven over de breedte van de opdracht/taakuitvoering, de wijze waarop we de organisatie van de jeugdhulp wensen in te vullen in relatie tot de andere organisaties en hoe we de jeugdhulp wensen aan te sluiten op de vindplekken van de leefwereld van de jeugd. Voor de beantwoording van de vraag hoe we willen vormgeven aan het opdrachtgeverschap door de gemeente, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Op welke wijze wil je uitvoering geven aan de taken? 2. Hoeveel partijen geven invulling aan de taken? 3. Hoe kunnen we sturen op de partijen zodat we binnen de financiële kaders blijven?

3.4.1 Uitvoeren van jeugdhulp Een gemeente kan de toegang tot de jeugdhulp op verschillende manieren laten uitvoeren. Bij het opstellen van het advies hebben we in eerste instantie gebruik gemaakt van een aantal scenario’s, waar we ook kort met elkaar hebben verkend of (quasi) inbesteden, zelf doen of publiek private samenwerking opties zijn voor het organiseren van de Jeugdhulp. Zouden we gaan inbesteden, quasi inbesteden of zelf doen dan zijn we als gemeente beter in staat om grip te houden op de organisatie en werkwijze en daarmee de kosten. Echter, de implementatiekosten van deze vromen van organiseren zijn zeer hoog en zullen we als gemeentelijke werkgever minder aanbod hebben voor scholing of doorontwikkeling van specifieke expertises personeel. Zie voor een verder overzicht van voor- en nadelen van de vormen bijlage 4. Verder zijn uit de evaluaties geen aanknopingspunten af te leiden om de organisatie van de jeugdhulp binnen de huidige kaders anders vorm te geven door dit bijvoorbeeld door de gemeente zelf te gaan doen, of in te gaan besteden. Het doen laten uitvoeren van (de toegang tot) jeugdhulp is nog steeds een taak die wij wensen uit te laten voeren door professionele marktpartijen, en derhalve besteden wij deze taken dus uit.

Bij het aflopen van de verlenging van het contract per 1 juli 2021 (bij aansluiting op de cyclus van het schooljaar) of 1 januari 2022, kunnen we opnieuw de keuze maken voor inbesteden of uitbesteden. Deze keuze zal in 2020 worden voorbereid.

3.4.2. Aantal uitvoerende partijen Uit de evaluatie van AEF bleek dat de sturing op de uitvoering van de opdracht sterk wordt bemoeilijkt door het werken met 4 uitvoerende partijen voor de jeugdteams. Het blijkt in de praktijk lastig om met vier partijen een herkenbaar, dekkend en coherent ondersteuningsaanbod te bieden. Daarnaast gaven samenwerkingspartners als huisartsen en scholen de vaak wisselende werkwijzen tussen verschillende teams van verschillende organisaties niet bevorderlijk te vinden voor samenwerking. Samenwerken aan een eenduidige werkwijze, leren van elkaar en innovaties overnemen is lastig. De gemeente moet hier extra op sturen, het gaat niet vanzelf. Eenduidigheid in werkwijze is gebaat bij één uitvoerende partijen voor het stedelijke jeugdteam. Het advies is om dit met één aannemende partij te doen om dit effect te bereiken bij een nieuwe opdracht na aanbesteding. Binnen de huidige contracten is het forceren naar één uitvoerende partij niet afdwingbaar. Het komen tot eenduidige werkwijze is afhankelijk van de overeenstemming die partijen daarin bereiken. Zie voor een overzicht van voor- en nadelen van uitvoering door 1 partij onderstaande tabel.

18

2021/985 origineel 2019/4944

Functie

Voordeel

Nadeel

Visie - ambitie

Één visie op organisatie van de jeugdhulp.

Elke organisatie kent eigen denkpatronen en visies. Samenwerken met meerdere organisaties zorgt ervoor dat buiten de bekende paden wordt gekeken.

Sturing en uitvoering

Één aansturende en uitvoerende organisatie, één uitvoeringslijn.

Risico op discontinuïteit bij slecht bestuur en management.

Minder coördinatieproblemen.

Tussentijdse wijziging van uitvoerende organisatie kost tijd en geld terwijl de doelstelling is om kosten te reduceren.

Makkelijker te positioneren t.o.v. 2e lijn, stedelijke/regionale partijen zoals de GI of de Raad voor de Kinderbescherming.

Organisatie

Duidelijke en gelijke behandeling voor inwoners Flexibiliteit binnen één organisatie bij inzetten in pieken in de wachttijden/belasting/ opvang bij ziekte Een herkenbaar profiel in samenwerking met andere partners als onderwijs, huisartsen.

Kwaliteit en expertise personeel

Kans op lerend vermogen en uitwisseling tussen personeel binnen één moederorganisatie groter. 1 (grotere) organisatie biedt kans tot inzet specifieke specialisten en specifieke aanpakken voor doelgroepen te ontwikkelen waar nodig. (18+/18- of 0- 4 jaar) Medewerkers uit alle ‘bloedgroepen’ vanuit de jeugdhulp vinden in één organisatie, van JOH tot GGZ en JMB, bevordert een meer integrale cultuur van werken.

Informatiedeling

Financiën

Eenduidige en effectieve werving in stad en regio. één organisatie is beter in staat om zelfstandig management informatie te genereren

Makkelijker afspraken maken over prestaties.

19

Vergt veel van flexibiliteit van 1 organisatie om stedelijk aanbod met maatwerk in de wijk en op vindplaatsen te kunnen bieden. 1 grotere organisatie heeft risico van meer bureaucratie en grotere afstand tussen management en medewerker. Risico bij uniformiteit in personele expertise. Moet wel een organisatie zijn die breed scala aan expertise in huis heeft of in huis kan halen. Extra lasten voor het verwerven van intellectueel kapitaal voor expertises die deze ene partij niet in huis heeft. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt en werkdruk binnen de bestaande organisaties is het de vraag of extra capaciteit beschikbaar is. Geen benchmark om prestaties te beoordelen binnen verschillende teams. Geen marktwerking op terrein van innovatie. Afhankelijkheid van het financiële beleid van één organisatie. Geen concurrentie met andere organisaties, dit heeft wellicht consequenties voor de tarieven.

2021/985 origineel 2019/4944

3.4.3. Sturen op de financiële beheersing Inmiddels wordt het financiële beeld over de uitgaven binnen het sociaal domein steeds duidelijker. Er is sprake van een stijgende trend in de uitgaven. Voor de beheersing van de instroom is de inrichting van de toegang tot de specialistische jeugdhulp via de 0e en 1e lijn jeugdhulp in Zaanstad van essentieel belang. Op lange termijn heeft de beheersing van de instroom in de 2e lijn specialistische jeugdhulp de meeste invloed op de financiën. Daarnaast is het wenselijk dat er afgeschaald gaat worden wanneer dit mogelijk is. Hoe zorg je voor een inperking van de instroom naar specialistisch jeugdhulp en dat er geen onnodige dure zorg wordt verleend? . We willen de kosten van de jeugdhulp beheersen door:  de primaire en secundaire preventieve hulp te versterken door scherper te sturen op de opdracht aan Centra Jong en sociale wijkteams en deze hulp beter onder de aandacht van de inwoners brengen.  Demedicalisering te versterken door betere aansluiting van jeugdhulp op huisartsen en onderwijs op basis van structurele samenwerkingsafspraken.  De kostenbewustzijn van het Jeugdteam te vergroten door bijvoorbeeld beter te sturen op regievoering en op de kwaliteit van het perspectiefplan.  De taak van poortwachter van het stedelijk Jeugdteam te versterken.  Versterken en verduidelijken van de regierol.

 Inzetten op hoogwaardige kwaliteit van de perspectiefplannen zodat het Jeugdteam als regisseur tijdig kan afschalen wanneer dit mogelijk is.

3.5 Samenvatting advies De doorontwikkeling van de eerstelijns jeugdhulp richt zich op aanscherping van de opdracht van het Jeugdteam, een efficiëntere organisatie en het aansluiten bij vindplaatsen. Met de aanpassingen verwachten we meer resultaat te zien op onze beoogde doelen. We behouden wat goed is en ontwikkelen door zodat een goede jeugdhulp is voor ouders en kinderen die dat nodig hebben. In hoofdstuk 2.1 zijn de doelen geschetst, hier volgt samenvattend welke verwachte resultaten de aanscherpingen van het systeem brengen. Wat betekent dit advies voor de inwoner, op de verschillende onderdelen? Doel: Brede preventieve aanpak Voor preventief aanbod kunnen ouders en kinderen goed terecht bij het Centrum Jong en wijkteam. Cursusaanbod, opvoedadvies, voorzieningen zoals voorlezen en (sport)activiteiten, worden georganiseerd in de wijk. Je kunt terecht met al je vragen over opvoeden en opgroeien bij het Centrum Jong, maar ook op school. Het maakt niet uit waar je je vraag stelt, je wordt altijd naar het juiste aanbod geleid.

Consequenties voor inwoner: 

 Doel: Demedicaliseren en normaliseren Vragen of problemen bij het opgroeien en opvoeden kan iedere ouder of kind hebben. Het Centrum Jong kan goed helpen bij handvatten om eerste problemen het hoofd te bieden. Om hulp en ondersteuning te krijgen, al is het van het wijkteam, jeugdteam of binnen het onderwijs, is het niet nodig om een diagnose te hebben. Er wordt altijd gekeken naar je mogelijkheden en wat je kunt doen om om te gaan met je vragen/problemen. Doel: Versterken zelfregie en redzaamheid Er wordt uitgegaan van de eigen kracht van ouders en kinderen. Met een ervaringsdeskundige kunnen ervaringen uitgewisseld worden en krijg je net even dat steuntje in de rug om een stap te zetten. Bij het Centrum Jong, Wijkteam en Jeugdteam werken we samen aan jouw plan om je vragen te tackelen. 20

Vraag kan zowel bij wijkteam als Centra Jong gesteld worden. Geen doorverwijzing en nieuwe aanmelding nodig voor Jeugdteam. Niet meer direct bij Jeugdteam terecht. Geen verschil meer in preventief aanbod van Jeugdteams per wijk.

Consequenties voor inwoner: 

Hulp wordt daar ingezet waar je vraag gesteld is.

Consequenties voor inwoner: 

Het verhaal hoeft niet meerdere keren verteld te worden, omdat hulp

2021/985 origineel 2019/4944

Doel: Juiste ondersteuning en zorg waar nodig Waar het probleem zich voordoet kun je hulp krijgen. Is het vooral moeilijk om je te concentreren in de klas, dan gaan we daar kijken wat er kan helpen. Of als er problemen thuis, bijvoorbeeld door armoede, dan komt het wijkteam bij je thuis, met iemand van het Jeugdteam, mocht dat nodig zijn. De medewerkers van het Centrum Jong, Wijkteam of Jeugdteam komen daar naartoe waar je het beste geholpen bent. Daarnaast is er veel verschillende expertise in het Jeugdteam aanwezig waardoor je met veel verschillende vragen terecht kunt bij het Jeugdteam. Doel: Veiligheid waarborgen Er wordt altijd ingeschat of een situatie risicovol is wat betreft veiligheid. Binnen het Jeugdteam werken medewerkers met expertise op het gebied van veiligheid, een eenduidige escalatiesystematiek en er is nauwe samenwerking met de gecertificeerde instellingen. Doel: Eenduidigheid in taken tussen jeugdhulp en partners Het maakt niet uit waar je binnen komt met je vraag, je wordt altijd naar het juiste aanbod geleid. Het Centrum Jong, Wijkteam en Jeugdteam hebben wel expertise op verschillend gebied, dus het kan zijn dat je met meerdere medewerkers te maken krijgt bij je vraag. Zij stemmen met elkaar af wie waarbij helpt. Ook op school kun je je vraag stellen of de school kan problemen signaleren. Iemand met jeugdexpertise kan dan op school mee kijken.

Samen met de school zal er dan gekeken worden wie zal helpen bij de oplossing; bijvoorbeeld de schoolmaatschappelijk werker of het Jeugdteam.

aansluit en je je niet hoeft aan te melden. Ouders kunnen kiezen waar zij hun vraag willen stellen, op school, bij de huisarts, het Centrum Jong of het wijkteam.

Consequenties voor inwoner: 

Ondersteuning en zorg kunnen meer binnen de vindplaatsen ingezet worden, door betere aansluiting. Geen verschil in aanbod van Jeugdteams per wijk; in alle wijken kan van dezelfde expertise gebruik worden gemaakt

Consequenties voor inwoner: 

Ouders worden langer begeleid door dezelfde medewerker binnen het Jeugdteam.

Consequenties voor inwoner: 

Vraag kan zowel bij wijkteam als Centrum Jong gesteld worden. Geen doorverwijzing en nieuwe aanmelding nodig voor Jeugdteam. Niet meer direct bij Jeugdteam terecht.  Bij het Wijkteam kun je ook terecht vragen rondom opgroeien en opvoeden. Je wordt door de juiste medewerker geholpen. Doel: Eenduidigheid in taken tussen jeugdhulp en gecertificeerde instellingen Consequenties voor inwoner: Het Jeugdteam heeft expertise op het gebied van drang en de gecertificeerde instelling voor dwang. Ouders worden zo lang mogelijk begeleid door het Jeugdteam.  Ouders worden langer begeleid door dezelfde medewerker binnen het Jeugdteam.  Geen verschil tussen wijken hoe drang wordt toegepast. Doel: Kwaliteit en professionaliteit van medewerkers Consequenties voor inwoner: Door de grote diversiteit aan expertises in het Jeugdteam kan je met heel veel vragen terecht bij het Jeugdteam. Jeugdteammedewerkers 21

2021/985 origineel 2019/4944

zijn allemaal adequaat geschoold en op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen de jeugdhulp. Samen met ouders en kinderen kunnen ze goed inschatten wat er nodig is. Medewerkers kunnen expertise hebben op problematiek die zich vooral in bepaalde wijken voordoen en hun expertise wordt daar ingezet waar dat het beste aansluit.

Doel: Toegankelijkheid en bereikbaarheid voor inwoner In de wijk zitten het Centrum Jong, het Wijkteam en de huisarts waar je terecht kunt met vragen. Ook op school kun je je vraag stellen of kan de school aangeven dat ze zich zorgen maken. Er wordt op deze plekken gekeken of het Jeugdteam erbij gehaald moet worden. Je kunt niet meer zelf binnen lopen bij het Jeugdteam in de wijk. Ook kun je je niet meer direct aanmelden bij het Jeugdteam. Het Jeugdteam sluit aan op partners in de wijk. Als je eenmaal bij het Jeugdteam geholpen wordt, heb je direct contact met het Jeugdteam.

Door de vele expertise binnen het Jeugdteam hoeven ouders en kinderen minder snel doorverwezen te worden en kunnen dichtbij huis/op school geholpen worden. Ouders en kinderen hoeven hun verhaal niet op meerdere plekken te doen.

Consequenties voor inwoner: 

Geen directe ingang van het Jeugdteam; vragen kunnen op andere plekken gesteld worden.  Minder wachtlijsten, doordat het Jeugdteam stedelijk georganiseerd is (geen verschil in wachtlijsten tussen wijken).  Er wordt gekeken of voorliggende voorzieningen of collectief aanbod ook aan je vraag kan voldoen.  Duidelijkheid in wie de regie heeft; sociaal wijkteam bij complexe zaken. Doel: Hulp en ondersteuning sluit aan op vindplaatsen in tweede opvoedmilieu Consequenties voor inwoner: Vragen binnen het onderwijs of kinderopvang kunnen daar worden opgelost. Binnen het speciaal onderwijs kunnen er integrale plannen gemaakt worden voor ondersteuning vanuit het onderwijs en  Jeugdhulp kan binnen de jeugdhulp. Ouders en kinderen hoeven hun verhaal niet op meerdere school ingezet worden. plekken te doen, maar er wordt op school gekeken wat er nodig is.  Vroegsignalering en vroegtijdig inzetten Op sommige scholen is er intensieve samenwerking, zoals op het voorkomt verergering van speciaal onderwijs, waar jeugdhulp ook binnen de school ingezet kan problemen. worden. Op andere plaatsen is de school verbonden met het  Hulp en ondersteuning Jeugdteam, op het moment dat er een vraag is. Ouders kunnen altijd binnen onderwijs en hun vraag stellen op school. Zo kunnen problemen bij de eerste jeugdhulp sluiten beter op signalen preventief aangepakt worden. elkaar aan.

Doel: Aansluiten op huisartsen Consequenties voor inwoner: Bij de huisarts kun je terecht met je vragen over opvoeden en opgroeien. Bij sommige huisartsen kun je terecht voor meerdere gesprekken met iemand uit het Jeugdteam, die in de praktijk werkt.  Ouders en kinderen hoeven hun verhaal niet op meerdere plekken te doen.  Ouders en kinderen kunnen dichtbij huis geholpen worden en hoeven niet gelijk door verwezen te worden. Doel: Hulp en ondersteuning zijn in samenhang en opereert als netwerk 22

2021/985 origineel 2019/4944

Er zijn vaak meerdere professionals betrokken bij de hulp en ondersteuning binnen een gezin. Het Centrum Jong, Wijkteam, Jeugdteam, huisarts en onderwijs werken ieder vanuit hun eigen expertise, maar altijd in samenhang. Het Wijkteam is je eerste aanspreekpunt als er problemen op veel verschillende vlakken spelen, het Jeugdteam als je alleen ondersteuning op opvoeden en opgroeien krijgt. Er zal nooit voorkomen kunnen worden dat er meerdere professionals betrokken zijn bij je gezin, ze stemmen met elkaar af.

Consequenties voor inwoner:  

Bij complexe casussen is het Wijkteam regisseur. Inwoners moeten goed meegenomen door de verschillende professionals, vanwege privacy en het goed kunnen samenwerken.

3.6 Input cliënten en partners bij advies Cliënten en ervaringsdeskundigen De uitgenodigde cliënten en ervaringsdeskundigen ervaren de jeugdteams vanaf 2016 als een verbetering. Het meer aansluiten van jeugdhulp bij de vindplaatsen school en huisartsen maakt de stap naar ondersteuning laagdrempeliger. Vertrouwen is nodig om aan problemen te kunnen werken en dit ontstaat in situaties waarbij begeleiders tijd en ruimte hebben om te luisteren en cliënten zelf meer keuze hebben in de begeleider waar zij een klik mee hebben. Daarna is continuïteit van ondersteuning en ondersteuner essentieel. Jeugd en verzorgers vragen aandacht voor heldere communicatie van het aanbod aan jeugdhulp, wie doet wat en waar. Zet daarbij communicatiemiddelen in die aansluiten bij de leefwereld van jeugd nu. Bij aanpassingen in het aanbod aan jeugdhulp, vragen cliënten zoveel mogelijk de continuïteit van hulpverlening en hulpverlener te borgen en op tijd goed vanuit de gemeente te communiceren over wijzigingen voor cliënten. Er is meer aandacht nodig voor het aanbod van onafhankelijke cliëntondersteuning en ervaringsdeskundigen als onderdeel van (collectieve en individuele) preventieve jeugdhulp. Deze wordt nu onderbenut. Informele hulp vergemakkelijkt het vinden van de juiste jeugdhulp voor mensen die daar moeite mee hebben.

Het sociale wijkteam en de centra Jong zijn voor jongeren op dit moment minder zichtbare plekken. Jongerenwerkers en jongerenloket zijn laagdrempelig. Huisartsen De gesproken huisartsen zijn positief over de brede opdracht van de Jeugdteams (incl. preventie). Huisartsen weten de jeugdteams beter te vinden en de samenwerking komt op gang. De huisartsen geven aan liever niet te willen dat het systeem te veel verandert en de samenwerking weer opnieuw moet worden opgebouwd met jeugdprofessionals. De inzet van jeugdhulp via een Jeugdteam dat niet per wijk maar gemeente breed is georiënteerd is interessant doordat huisartsen dan niet langer met 2 `a 3 jeugdteams te maken krijgen en specifieke jeugd deskundigheid overal in de stad geleverd kan worden. Bij preventie en demedicaliseren kan de inzet vanuit Centra Jong (GGD) veel beter benut worden dan nu. Huisartsen van de koepel van huisartsen willen de samenwerking met de jeugdhulp graag verbeteren. Bijvoorbeeld door jaarlijks per postcodegebied de behoefte aan jeugdhulp met e e GGD, huisartsen, gemeente en aanbieders jeugdhulp in kaart te brengen (0 en 1 lijn) en de samenwerking op gezette tijden te evalueren. Huisartsen willen graag dat het Jeugdteam beter terugkoppelt over de voortgang van de hulp aan cliënten.

Huisartsen vinden het doorsturen patiënten naar jeugdteams voor de toegang tot meer specialistische jeugdhulp nu lastig vanwege de toenemende wachtlijsten. Zij verwachten dat het aansluiten bij vindplaatsen en een meer preventieve aanpak de wachtlijsten kan verkleinen. Aanbieders Jeugdteams De vier huidige hoofdaannemers (JBRA, Lucertis, GGD en Spirit) kunnen zich vinden in dit advies en willen graag na 2020 gezamenlijk verder met een stedelijk Jeugdteam. Het streven is te behouden wat goed is, ook in het kader van opgebouwde kennis, ervaring en lokale netwerk met partijen in het voor veld: scholen, Centra Jong, Sociale Wijkteams, huisartsen en specialistische zorgaanbieders. Zij geven aan dat een betere triage aan de voorkant gewenst is, dat zij zelf zoveel mogelijk jeugdhulp willen uitvoeren en zo min mogelijk willen doorverwijzen naar specialistische hulp. Waar nodig zien zijn nut en noodzaak in van een gezamenlijk gremium waarin de doorverwijzingen naar hoog specialistische jeugdhulp wordt getoetst op alternatieven die kunnen demedicaliseren en normaliseren. Aanbieders Sociale Wijkteams 23

2021/985 origineel 2019/4944

Duidelijke afspraken zijn nodig rondom de opdracht van de verschillende partijen en daarbij horende samenwerking, taakverdeling en onderlinge communicatie. Jongerenwerkers zijn belangrijk om jongeren te bewegen tot hulp, hier mag intensiever op worden ingezet. Het verstevigen van de samenwerking en afspraken hierover met scholen en huisartsen is een goede stap voorwaarts. Onderwijs Vertegenwoordigers vanuit het PO, VO en SO geven aan van jeugdhulp te verwachten dat sneller met hen wordt geschakeld en op tijd wordt doorgepakt bij complexe of zware problematiek. Zij zouden graag meer continuïteit in hulp willen zien en meer vinger aan de pols houden bij de jeugd met jeugdhulp. Een meer integrale aanpak in een vroegtijdig stadium tussen professionals aan de voorkant, eventueel op school, is een punt voor doorontwikkeling. Daarbij hoort ook een betere omgang van jeugdhulp professionals met signalen vanuit het onderwijs en aandacht voor evaluatie. De samenwerking tussen jeugdhulp en het voortgezet onderwijs is een belangrijk aandachtspunt. Centra Jong / GGD De Centra Jong richten zich op de primaire en secundaire preventie en hanteren een andere minder op hulpverlening gerichte definitie op jeugdhulp dan de aanbieders van de Jeugdteams en de specialistische zorgaanbieders.

In het huidige model is de regie op preventie bij de Jeugdteams geplaatst, terwijl de Centra Jong hiervoor beter benut zouden kunnen worden in het kader van demedicalisering en problematiek klein houden waar mogelijk. De GGD heeft een belangrijke signaalfunctie en wil beter samenwerken met- en zichtbaar zijn op vindplaatsen in de wijk, het onderwijs en huisartsen. Kennis en kunde van de GGD kan benut worden bij het in kaart brengen van trends en hulpbehoeften per wijk. De samenwerking tussen Centrum Jong en SWT op het terrein van preventie kan verder worden doorontwikkeld. Specialistische zorgaanbieders en gecertificeerde instellingen Behoud wat goed is: multidisciplinariteit jeugdhulp in de wijk. Goede triage aan de voorkant leidt tot minder wachtlijsten. Meer casemanagement bij jeugdteams werkt kostenverlagend bij de specialisten. Er zijn meer evaluatie afspraken nodig tussen gespecialiseerde jeugdaanbieders en jeugdhulpaanbieders in de 1e lijn. Nu zijn er te veel doorverwijzingen zonder noodzaak terwijl de Jeugdteams hulp in het B segment zelf zouden kunnen bieden. Benut beter de kansen voor informatie- en deskundigheidsuitwisseling tussen van specialistische jeugdzorg en jeugdhulp professionals. De regie zou meer bij de Jeugdteams moeten blijven liggen zodat een betere prikkel tot afschaling van jeugdhulp van 2e naar 1e lijn kan plaatsvinden.

3.7 Vervolgstappen doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020 Uitgangspunt is dat de doorontwikkeling plaatsvindt binnen de bestaande financiële kaders. Het budget voor de Sociaal Wijkteams en Jeugdteams valt onder programma 1 Jeugd en zorg. Met de voorgestelde doorontwikkeling verandert op een aantal gebieden de opdracht aan de Jeugden Wijkteams. Ook zal er nogmaals gekeken moeten worden naar de preventie opdracht van de Centra Jong. Om inzicht te krijgen in de benodigde budgetten wordt extern advies gevraagd. Dit leidt mogelijk tot aanpassing van het budget aan de Jeugd- en Wijkteams. Vanaf 2020 wordt binnen de verlengde en aangescherpte opdracht aan de vier huidige contractpartijen van de Jeugdteams zoveel mogelijk gewerkt vanuit één stedelijk jeugdteam met een eenduidige werkwijze. Vanaf 2022 worden de werkzaamheden van het stedelijk jeugdteam uitgevoerd door één partij. In het schooljaar 2019/2020 wordt gestart met drie proeftuinen in PO, VO en (V)SO voor de nieuwe werkwijze van aansluiting van jeugdhulp en onderwijs. Bij het slagen hiervan, kan de nieuwe werkwijze in het schooljaar 2020/2021 worden ingevoerd. In 2019/2020 zal een proeftuin starten rondom onderwijszorgarrangementen en een proeftuin rondom het wijkgericht samenwerken tussen de sociale wijkteams, centra Jong/ GGD en het stedelijke Jeugdteam.

24

2021/985 origineel 2019/4944

4

Bijlagen

4.1 Bijlage 1: Aansluiting jeugdhulp op vindplaatsen Een gezamenlijke verantwoordelijkheid Het onderwijs – de schoolbesturen – zijn samen met de gemeente verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen in Zaanstad. Zij nemen dan ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid met de gemeente voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. De gemeente is (wettelijk) de opdrachtgever voor de vormgeving van de jeugdhulp. Het onderwijs zit vaak als signaleerder ook in de positie van belangrijke samenwerkingspartner richting jeugdhulp. Bovendien is het onderwijs verantwoordelijk voor het bieden van (passend) onderwijs aan alle kinderen in Zaanstad. Door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdhulp, committeren gemeente en schoolbesturen zich aan het effectief en efficiënt vormgeven van de aansluiting van hulp rondom jeugdigen op het onderwijs. Ieder binnen de eigen verantwoordelijkheden en taken. In dit advies richten we ons op de vraag hoe we de aansluiting van preventieve hulp en jeugdhulp op het onderwijs kunnen vormgeven. Het advies is in gezamenlijkheid tot stand gekomen tussen gemeente, po, vo en (v)so. Dit advies betreft een onderdeel van het gehele advies gericht aan B&W, OOGO en de gemeenteraad van Zaanstad in het kader van het besluit over de doorontwikkeling en inrichting van de jeugdhulp vanaf 2020.

In 2019 vindt de voorbereiding plaats van de doorontwikkeling en kunnen de gesprekken hierover met de Jeugdteams, met de GGD en sociale wijkteams gestart worden. Ook kan in 2019 een werkwijze ontwikkeld worden voor de inventarisatie van de behoefte aan aansluiting van jeugdhulp op scholen. De manier waarop we deze vorm geven, zal binnen de financiële kaders van de gemeente moeten blijven. Gemeente en schoolbesturen zijn van plan om op regelmatige basis het functioneren van de jeugdhulp en de aansluiting van het onderwijs te bespreken en monitoren. Hier kunnen ook andere relevante partijen op aansluiten.

4.1.1

Onderwijs

Onderwijs en kinderopvang zijn belangrijke plekken voor kinderen, waar zij dagelijks veel tijd doorbrengen. Het is het tweede opvoedmilieu. Soms is er iets extra’s nodig voor een optimale ontwikkeling van het kind. Niet alleen op school en op het kinderdagverblijf, maar ook in de gezinssituatie. De onderwijsprofessionals en professionals op het kinderdagverblijf signaleren veel, vangen veel af en zijn er ook vaak bij als het escaleert. Aansluiting bij het onderwijs is dan ook van belang om goede jeugdhulp te bieden aan ouders en kinderen en om ervoor te zorgen dat het onderwijs zich kan richten op de kerntaken. Aansluiten op deze vindplaatsen kan op verschillende manieren. Er zijn verschillen tussen kinderdagverblijven, po, vo, (v)so en MBO. Aansluiting kan intensief, structureel of op afroep zijn. In dit advies geven we antwoord op de volgende vragen: 1) hoe ziet de ondersteuning vanuit het onderwijs eruit en waar sluit de jeugdhulp op aan? 2) wat verwachten we van de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs? 3) hoe organiseren we de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs? En 4) welke afspraken zijn nodig tussen onderwijs en gemeente om de aansluiting vorm te geven? In dit stuk focussen we op afspraken om de aansluiting vorm te geven.

Hierover zijn tot nu toe nooit afspraken gemaakt en ook in de contracten van de Jeugdteams is niet aangegeven hoe de gemeente en het onderwijs verwachten dat de samenwerking wordt vormgegeven. Echter, naast het maken van (proces)afspraken is er meer nodig om de twee bloedgroepen – onderwijs en jeugdhulp – bij elkaar te brengen. Er zal aandacht besteed moeten worden aan het begrijpen van elkaars praktijk, elkaars cultuur en elkaars taal. In dit advies richten wij ons op een kader dat het mogelijk moet maken om zowel praktisch als vanuit gedeelde normen, waarden en taal binnen afspraken set met elkaar samen te werken. Bij de implementatie zal daarom geïnvesteerd worden in het samenbrengen van de twee domeinen.

25

2021/985 origineel 2019/4944

We gebruiken in dit advies een brede definitie van jeugdhulp. Het gaat om alle hulp en ondersteuning voor de jeugd waarvoor de gemeente verantwoordelijk is: jeugd- en opvoedhulp, geestelijke gezondheidszorg, hulp voor jongeren met een beperking en de toegang tot specialistische jeugdhulp. Onder de jeugdprofessionals verstaan we alle professionals die ingezet worden bij deze breed gedefinieerde jeugdhulp, inclusief de schoolmaatschappelijke werker. Jeugdgezondheidszorg wordt niet gezien als jeugdhulp, maar is wel in nauwe relatie met jeugdhulp. Onder jeugdgezondheidszorg verstaan we alle (preventieve en medische) activiteiten en inzet vanuit de GGD die bijdragen aan een gezonde en veilige opgroeisituatie van jeugdigen, zowel voor de groep als het individu. Scholen kunnen ook zien dat gezinnen ondersteuning nodig hebben op andere vlakken, zoals ondersteuning van ouders bij het vinden van de juiste hulp bij armoede, taal of huisvestingsproblematiek. Dit noemen we gezinshulp, wat vooral vanuit het sociaal wijkteam wordt geboden. 1) Hoe ziet de ondersteuning vanuit het onderwijs eruit en waar sluit de jeugdhulp op aan? Binnen het onderwijs worden eerste tekenen van problematiek gesignaleerd en al besproken met ouders en/of kind. Hiervoor hebben scholen een bepaalde structuur ingericht, ook om onderwijs gerelateerde vragen op te pakken.

Binnen het po, vo en (v)so kan het verschillen hoe de ondersteuning eruit ziet. Aansluiten op scholen kan dus verschillend worden geïnterpreteerd en ingericht per school. Primair onderwijs: Binnen het primair onderwijs spelen de onderstaande functies een belangrijke rol bij het signaleren en bespreken van problemen. Hoe deze functies precies ingevuld worden, kan verschillen per school en de mate en frequentie waarin er regelmatig problematiek voordoet.  Directeur: De directeur is eindverantwoordelijk voor de leerlingen en de school. Hij/zij heeft een helikopter view op de inzet van hulp rondom enkele leerlingen en zorgt ervoor dat er een goed werkende structuur is binnen de school die aansluit op partners; Centrum Jong, Jeugdteam, Wijkteam, etc. De directeur kan soms ook diegene zijn die gesprekken voert met ouders bij grote zorgen.  Leerkracht: De leerkracht ziet de leerling dagelijks en ziet de eerste signalen (in gedrag, maar bijvoorbeeld ook thuissituatie). De leerkracht heeft het eerste gesprek met ouders bij zorgen, eventueel samen met de interne begeleider.  Zorgcoördinator/intern begeleider1: De interne begeleider is de onderwijskundige leider binnen de school.

Als kinderen binnen de klas extra begeleiding hebben, of de leerkracht onderwijskundige ondersteuning nodig heeft in de klas, is de interne begeleider verantwoordelijk voor het vorm geven van de ondersteuning, het maken van het plan en het bespreken met ouders. De interne begeleider ziet veel en de eerste tekenen van problematiek worden vaak bij de interne belegeider belegd. De interne begeleider kan zelf handelen als zich een onderwijskundig probleem voordoet, maar is niet gericht op andere problematiek, bijvoorbeeld op het gebied van gedrag of de thuissituatie.  Schoolmaatschappelijk werk: de schoolmaatschappelijke werker wordt ingeschakeld als onafhankelijke ondersteuning voor het gezin. Wanneer school problematiek signaleert in de thuissituatie of er een conflict tussen school en ouders is, kan het schoolmaatschappelijk werk gesprekken met ouders voeren, bij het gezin thuis komen en kortdurende hulp bieden. Schoolmaatschappelijk werk heeft een belangrijke rol als verbinder. Het kan ouders helpen over de drempel te stappen voor het vragen van hulp en hen toe leiden naar het Jeugdteam of Sociaal Wijkteam en het is een spilfunctie en verbinder tussen verschillende (zorg)partners in de stad en de scholen. Voortgezet onderwijs: Binnen het voortgezet onderwijs is er een aantal verschillen ten opzichte van het primair onderwijs wat betreft de ondersteuning binnen de school.

Iedere school heeft een ondersteuningsstructuur binnen de school met afspraken over het proces. De belangrijkste functies zijn de volgende:  Mentor: binnen het vo is er een belangrijke rol weggelegd bij de mentor voor het signaleren van het problematiek en het eerste gesprek met de leerling en/of ouders. Daarnaast is de teamleider/afdelingsleider betrokken, dan wel geïnformeerd over wat er binnen de eigen afdeling speelt. 1

Binnen Zaan Primair wordt de term zorgcoördinator gebruikt en binnen Agora intern begeleider. We gebruiken hier intern begeleider om verwarring met de zorgcoördinator in het voortgezet onderwijs te voorkomen.

26

2021/985 origineel 2019/4944

 

Coördinator ondersteuning en begeleiding (cob), voorheen zorgcoördinator: de cob is verantwoordelijk voor de uitvoering van de ondersteuning binnen het onderwijs, voor het maken van plannen, de inzet van onderwijsarrangementen op school of door externen en het agenderen van signalen bij partners (Centrum Jong, Jeugdteam, SWT). De cob zorgt voor het bijeen brengen van de externe partners die nodig zijn om problematiek met jongere en/of ouders op te pakken, zoals leerplicht, de jeugdarts of het Jeugdteam. Schoolmaatschappelijk werk: wordt ingezet voor lichte hulp, als preventief middel. Ze kunnen zelf gesprekken voeren met de jongere en/of ouders of na de lichte hulp toch doorverwijzen naar het Jeugdteam of Sociaal Wijkteam. In het vo wordt ondersteuning veelal geboden in de vorm van arrangementen. Trajectgroepen of de Time-outvoorziening zijn hier voorbeelden van. De medewerkers in de school die de arrangementen uitvoeren zoeken afstemming en samenwerking met de hulpverlening.

(Voorgezet) speciaal (basis)onderwijs: Op het speciaal onderwijs heeft een groot gedeelte van de kinderen te maken met problematiek, op kindniveau of in het gezin. De scholen zijn nauw betrokken bij ouders en organiseren veel ondersteuning. Binnen de scholen is expertise aanwezig, boven op de zorgstructuur zoals in het regulier onderwijs.  Orthopedagoog: naast een intern begeleider/zorgcoördinator die bij een groot gedeelte van de kinderen met een ondersteuningsplan binnen de school betrokken is, is er binnen het speciaal onderwijs (Dynamica XL) ook een orthopedagoog aanwezig. De orthopedagoog kan op kindniveau ingezet kan worden voor begeleiding en onderzoek. De orthopedagoog ziet daardoor veel signalen en kan goed inschatten of er meer nodig is, bijvoorbeeld binnen de specialistische jeugdhulp. Leerplichtambtenaar en jeugdarts: vooral in het voortgezet onderwijs hebben de leerplichtambtenaar en jeugdarts een speciale rol. Uitval op school is een belangrijk signaal voor problemen bij en rondom de leerling. Vroeg signalering en laagdrempelig oppakken van schooluitval wordt gerealiseerd door spreekuren door de leerplichtambtenaar. Het verzuim van leerlingen wordt door de scholen bijgehouden en op de school wordt door medewerkers (meestal de mentor of een verzuimcoördinator) daarover één of meerdere gesprekken gevoerd met de leerling en/of ouders.

Bij zorgelijk ziekteverzuim wordt de jeugdarts ingezet. Ondersteuningsteam2: Binnen veel scholen wordt gebruik gemaakt van een ondersteuningsteam waar in verschillende partners zitting hebben. Denk dan aan mensen uit de ondersteuningsstructuur binnen de school en externe partners zoals het Jeugdteam en Centrum Jong. In het ondersteuningsteam wordt een plan gemaakt voor leerlingen die meer nodig hebben. Het ondersteuningsteam is een belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van het aansluiten van jeugdhulp op de vindplaatsen, omdat hier onderwijs en jeugdhulp bij elkaar komen. Daarnaast is de Thuiszitterstafel een goed voorbeeld van integraal met verschillende partijen complexe problematiek oppakken. Aan de Thuiszitterstafel zijn onderwijs, leerplicht, jeugdarts en Jeugdteam vertegenwoordigd. Verbinder tussen onderwijs en jeugdhulp: Binnen alle scholen is er een verantwoordelijke voor het maken van de verbinding tussen het Jeugdteam en de school. Dit kan binnen het po, vo en (v)so verschillend ingevuld worden, maar is wel een belangrijke taak in het goed aansluiten van de jeugdhulp op school. Signalen vanuit de school komen bij deze persoon terecht en worden verbonden aan het Jeugdteam.

2

Er zijn verschillende benamingen voor dit overleg; ook wel Extern Advies Team, Breed Ondersteuningsteam, Zorg Advies Team.

27

2021/985 origineel 2019/4944

4.1.2

Wat verwachten we van de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs?

Kinderen en jongeren komen vijf dagen per week op school, waar problematiek vaak zichtbaar wordt. Bij de eerste signalen van problematiek moet het onderwijs een aanspreekpunt binnen het Jeugdteam hebben om de zorgen te beleggen, zodat de juiste hulp aan ouders en kind aan wordt geboden. Dit is in de huidige situatie vaak het School Maatschappelijk Werk. Het School Maatschappelijk Werk heeft nu de belangrijke rol van verbinder. In de ontwikkeling van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp wordt het SMW gepositioneerd als belangrijke partner van de jeugdhulpprofessional in de 1e lijn. Zo verwachten we minder dubbeling in uitvoering van taken en een snellere schakel naar de specialisten. Ook andersom is het voor een betere aansluiting van jeugdhulp op onderwijs van belang dat de 1e en 2e lijns jeugdhulp afstemt met het tweede opvoedmilieu. Deze afstemming vindt plaats indien vanuit het plan van aanpak hier aanleiding voor is, doordat een resultaat is geformuleerd voor het kind in het tweede opvoedmilieu. Dit zal vaak van toepassing zijn voor het speciaal onderwijs, maar ook in het regulier onderwijs en op het MBO voor studenten onder de 18 jaar voorkomen. Inzet     

4.1.3

Na signalering in de klas/groep, kan na aangeven van school – in veel gevallen de school maatschappelijk werker - hulp vroegtijdig worden ingezet. Onderwijs maakt altijd als ‘leefgebied school’ onderdeel uit van het plan van aanpak rondom een kind. School is op de hoogte van de jeugdhulp die wordt ingezet, met in achtneming van de AVG. Zorg sluit aan op onderwijs, (onderwijs-zorgarrangementen) en andersom (school kan ook een werkplaats zijn). Regie rondom de toegang tot de 2e lijn ligt bij een vast contactpersoon vanuit de jeugdhulp verbonden aan de school.

Hoe organiseren we de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs?

Schoolbesturen en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het organiseren van de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp. Dit doen we binnen onze wettelijke en budgettaire kaders, en we differentiëren om maatwerk te bieden daar waar nodig is. Voor het regulier onderwijs kan de samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdhulp er anders uitzien dan op scholen met veel problematiek of het speciaal onderwijs. We willen maatwerk bieden en in gezamenlijkheid met iedere school vaststellen op welke manier en met welke intensiteit de jeugdhulp op het onderwijs aansluit en er samen wordt gewerkt. Om hier een goede analyse van te maken gebruiken we (gemeentelijke) gegevens over de wijk, gezondheidsgegevens GGD, etc. Het voorstel biedt een variëteit aan keuzes rondom de invulling van de rol van de jeugdhulpprofessional op school, de inzet op collectieve ondersteuning en individuele ondersteuning. Daarbij geven we wel een minimum aan. Voorwaarde is dat deze ondersteuning geboden kan worden binnen het bestaande budgettaire kaders. De verwachting is dat er grofweg een onderscheid zal komen tussen minimale intensiteit bij regulier onderwijs, midden intensiteit bij reguliere scholen met grotere problematiek en maximale intensiteit bij het speciaal onderwijs. We kijken naar het brede pallet van ondersteuning voor de school, naar jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp en gezinshulp.

Gemeente en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het scheppen van dit kader. De scholen en de uitvoering van de jeugdhulp zijn verantwoordelijk voor de invulling van dit kader per locatie. Hierbij worden de taken en rollen binnen de school goed belegd, de taken van de jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en gezinshulp sluiten hierop aan. Minimale intensiteit Rol jeugdhulpprofessional in onderwijs - Maandelijks sluit een jeugdhulpprofessional en preventiemedewerker aan bij de (het ondersteuningsteam van de) school om te inventariseren wat er nodig is op de school, zowel in het collectieve aanbod als het individuele aanbod. - Jeugdhulpprofessional en/of preventiemedewerker is op afroep beschikbaar om aan te sluiten bij casuïstiek overleggen of kind besprekingen met ouders/kind. Hiermee worden jeugdhulpprofessionals vroegtijdig meegenomen in de signalering vanuit het onderwijs. 28

2021/985 origineel 2019/4944

-

Op verzoek van het onderwijs kan dit een vast persoon of personen met een specifieke expertise zijn. Onderwijs en jeugdteams maken afspraken over welke soort medewerkers er aangesloten zijn bij de school en in welke frequentie zij (fysiek) aanwezig zijn. Te denken valt aan orthopedagogen, GGZ’ers, JOH’ers, de leerplichtambtenaar etc. De inzet van jeugdhulpprofessionals in het onderwijs wordt jaarlijks geëvalueerd.

Rol jeugdhulpprofessional op collectieve ondersteuning (voorlichting, cursussen, training voor de gehele school en risicogroepen) Het onderwijs, jeugdhulpprofessionals en jgz-medewerker inventariseren voorafgaand aan het nieuwe schooljaar (mei) wat er nodig is om de school voldoende te ondersteunen met collectieve voorzieningen en de benodigde inzet van de jgz en jeugdhulp. Dit gebeurt op basis van gemeentelijke gegevens over de wijk, gezondheidsgegevens vanuit de GGD en andere signalen. Hierbij wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij het jaarplan van het sociale wijkteam. Dit gesprek vindt plaats met de directeur van de school. Rol jeugdhulpprofessional op individuele ondersteuning - Het onderwijs en jeugdhulpprofessionals inventariseren aan het begin van het schooljaar wat er nodig is om de school voldoende te ondersteunen en de benodigde inzet van jeugdhulpprofessionals. Dit gesprek vindt plaats met de directeur van de school. - Jeugdhulpprofessionals betrekken het onderwijs bij het maken van een plan van aanpak (gebaseerd op het perspectiefplan) met ouders/kind. Hierin worden gezamenlijk de doelen voor thuis en op school beschreven, op ingezet en geëvalueerd.

o Onderwijs-zorgarrangementen: Onderwijs- en jeugdhulpprofessionals besluiten samen op welke manier jeugdhulpprofessionals ingezet worden voor een individu, bijvoorbeeld voor behandeling tijdens lestijd, een behandelklas of dagbehandeling/besteding gekoppeld aan de school. Midden intensiteit Rol jeugdhulpprofessional in onderwijs - Tweewekelijks komt het ondersteuningsteam op school bij elkaar om te inventariseren wat er nodig is op de school in het collectieve en individuele aanbod. In het ondersteuningsteam zitten een jeugdarts of –verpleegkundige, een jeugdhulpprofessional, leerplicht wanneer nodig en zorgcoördinator/school maatschappelijk werker. - De jeugdhulpprofessional is een afgesproken aantal uur beschikbaar op een school voor consultatie en expertise op een vast moment. - Op verzoek van het onderwijs kan dit een vast persoon of personen met een specifieke expertise zijn. - Onderwijs en jeugdteams maken afspraken over welke soort medewerkers er aangesloten zijn bij de school en in welke frequentie zij (fysiek) aanwezig zijn. Te denken valt aan orthopedagogen, GGZ’ers, JOH’ers etc. De inzet van jeugdhulpprofessionals in het onderwijs wordt halfjaarlijks geëvalueerd.

Rol jeugdhulpprofessional op collectieve ondersteuning (voorlichting, cursussen, training voor de gehele school en risicogroepen) - Het ondersteuningsteam inventariseert voorafgaand aan het nieuwe schooljaar (mei) wat er nodig is om de school voldoende te ondersteunen met collectieve voorzieningen en de benodigde inzet van jeugdhulpprofessionals daarbij. Dit gebeurt op basis van gemeentelijke gegevens over de wijk, gezondheidsgegevens vanuit de GGD en andere signalen. Hierbij wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht bij het jaarplan van het sociale wijkteam. Dit gesprek vindt plaats met de directeur van de school. Rol jeugdhulpprofessional op individuele ondersteuning - Het ondersteuningsteam inventariseert aan het begin van het schooljaar wat er nodig is om de school voldoende te ondersteunen en de benodigde inzet van jeugdhulpprofessionals op individuele ondersteuning. Dit gesprek vindt plaats met de directeur van de school. -

Jeugdhulpprofessionals en onderwijs maken samen een plan van aanpak (gebaseerd op het perspectiefplan) met ouders/kind. Hierin worden gezamenlijke doelen en acties voor thuis en op school beschreven, ingezet en geëvalueerd. Jeugdhulp kan ook op school worden ingezet. 29

2021/985 origineel 2019/4944

Maximale intensiteit Rol jeugdhulpprofessional in onderwijs - Jeugdhulpprofessional heeft een vaste plek binnen het onderwijs en is beschikbaar voor consultatie en inzet. Dit geldt zowel voor preventieve hulp als specialistische vrij toegankelijke jeugdhulp. - De jeugdhulpprofessional heeft een vast spreekuur/contactmoment per school. - Onderwijs en jeugdhulp zitten in één team, bij het onderwijs onder gebracht. - Er is geen indicatie meer nodig voor de inzet van jeugdhulp op de schoollocatie omdat op schoollocaties deze expertise aanwezig is. Te denken valt aan het oprichten van een behandelklas, dagbesteding in samenwerking met het speciaal onderwijs of GGZ inzet binnen school. Rol jeugdhulpprofessional op collectieve ondersteuning - Het team van professionals binnen het onderwijs stemt af wat er ingezet kan worden aan collectieve ondersteuning en wat er nodig is binnen de school aan collectieve preventie. Er wordt aansluiting gezocht bij het jaarplan van het sociale wijkteam. Rol jeugdhulpprofessional op individuele ondersteuning - Onderwijs- en jeugdhulpprofessionals maken samen het plan van aanpak met ouders/kind. Er is geen onderscheidt meer tussen het ontwikkelplan van onderwijs en dit plan van aanpak. o Scholen en kinderdagverblijven worden een vaste werkplaats voor jeugdhulpprofessionals. o Onderwijs-zorgarrangementen kunnen binnen de school opgezet worden.

Aan de hand van een pilot wordt er gekeken of budgetten bij elkaar gelegd kunnen worden om een integraal aanbod te creëren. Bij de implementatie van deze afspraken over de inzet van jeugdhulp op de vindplaatsen zal goed gekeken moeten worden naar de bestaande functies binnen het onderwijs en hoe deze aansluiten op de nieuwe manier van werken. Een belangrijke functie is die van de schoolmaatschappelijke werker. De juiste positionering van deze functionaris ten opzichte van de jeugdhulpprofessionals die aansluit op school is belangrijk in het vormgeven van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp.

4.1.4

Welke afspraken zijn nodig tussen onderwijs en gemeente om de aansluiting vorm te geven?

Deze afspraken worden gemaakt tussen het onderwijs en gemeente en worden vervolgens vertaald in de opdracht aan de jeugdhulpaanbieders door de gemeente. Hierbij geldt dat voor iedere school in ieder geval afspraken worden gemaakt rondom de minimale intensiteit. Minimale intensiteit - Afspraak over het in kaart brengen van de behoefte per school, welke vorm van aansluiting daar gewenst is en afspraken over het evalueren van deze samenwerking. - Een werkproces, met daarin de minimale stappen die school en jeugdhulp met elkaar moeten zetten voor het inzetten van hulp. Daarin is ook beschreven wat de jeugdhulpprofessionals doen en wat de professionals van de school doen. - Werkafspraken, jaarlijks te evalueren tussen school, jeugdhulp en/of preventie aanbieders en gemeente. - Een algemeen geldende escalatie afspraak, waarmee onderwijs en jeugdhulp casussen of samenwerkingsafspraken waar zij niet uitkomen kunnen escaleren. Midden intensiteit - Zie minimale intensiteit. - Samenwerkingsovereenkomst met afspraken over verantwoordelijkheden van beide professionals, evaluatie en doorontwikkeling. Hierin komt bovenstaande minimale intensiteit ook aan de orde. Maximale intensiteit - Zie minimale intensiteit. - Samenwerkingsovereenkomst met afspraken over verantwoordelijkheden, evaluatie, doorontwikkeling en resultaatafspraken door beide partijen. Er wordt gezamenlijk gestuurd op 30

2021/985 origineel 2019/4944

het behalen van de resultaatafspraken en men is aanspreekbaar op zijn aandeel in het behalen van de resultaten. Deze afspraken gaan over de inzet van zowel de onderwijs- als jeugdhulpprofessionals. De schoolbesturen en gemeente sturen hier gezamenlijk op en houden zicht op de samenwerking tussen de scholen en de jeugdhulp. In de stuurgroep wordt gestuurd en gereflecteerd op de samenwerking, ontwikkelingen en kansen voor doorontwikkeling.

Aandachtspunten voor vervolg: - Kinderopvang betrekken en de aansluiting daar vorm geven. Speciale aandacht voor het Medisch Kinder Dagverblijf. Binnen IKC’s kunnen samenwerkingsafspraken voor zowel de school binnen het IKC als de kinderopvang gelden. - MBO betrekken en aansluiting daar vorm geven. Een gedeelte van de leerlingen op het MBO komt nog in aanmerking voor jeugdhulp. Vooral de samenwerking met het sociaal wijkteam moet goed vorm gegeven worden. - In 2019 worden proeftuinen vormgegeven waar met de nieuwe werkwijze geoefend kan worden. Binnen de proeftuinen wordt onderandere uitgezocht hoe de functies, rollen en bevoegdheden binnen de ondersteuningsstructuur van het onderwijs, zoals het schoolmaatschappelijkwerk, zich verhouden tot de (nieuwe) taken van de jeugdhulp, jgz en wijkteam. Hierbij worden praktijkvoorbeelden zoals de aanpak in de wijk Poelenburg als uitgangspunt genomen. - Pilot onderwijs-zorgarrangementen: door het bij elkaar leggen van onderwijs- en zorgbudget onderwijs-zorgarrangementen vorm geven. Besluit tot het starten van deze pilot wordt genomen in het OOGO. - Het eerder genoemde cultuurverschil tussen onderwijs en jeugdhulp wordt onderzocht. Er wordt geïnvesteerd in het leren kennen van elkaar, elkaars waarden en normen en taal om zo het cultuurverschil tussen onderwijsprofessionals en jeugdhulpprofessionals op een school te overbruggen.

31

2021/985 origineel 2019/4944

Intensiteit

Rol jeugdhulp in onderwijs

Rol jeugdhulp op collectieve voorzieningen

Minimaal

• •

• •

•

Rol jeugdhulp op individuele ondersteuning

• •

Type afspraken

•

•

• •

Midden

Maandelijks overleg Op afroep beschikbaar

• •

Inventarisatie in mei voorafgaand aan nieuwe schooljaar Afspraken over aansluiting soort jeugdhulp / frequentie Halfjaarlijkse evaluatie samenwerking

•

Plan van aanpak met ouders/kind en school. Onderwijszorgarrangementen.

•

In kaart brengen behoefte school, aansluitende hulp, evaluatie samenwerking Werkproces met minimale stappen rondom inzet jeugdhulp Werkafspraken met jaarlijkse evaluatie Escalatieafspraak rondom casuïstiek en samenwerking

• •

•

Maximaal

Ondersteuningsteam op school Op afroep beschikbaar bij gesprek met kind / overleg met school

• •

Inventarisatie per half jaar Afspraken over aansluiting soort jeugdhulp / frequentie Halfjaarlijkse evaluatie samenwerking

•

Team professionals stemt af over inzet collectieve preventie

Plan van aanpak met ouders/kind en school Jeugdhulp kan op school worden ingezet

•

Gezamenlijk plan van aanpak Vaste werkplaats school / KO Onderwijszorgarrangementen binnen school.

• •

• •

+ samenwerkingsovereenkomst

32

Vaste plek op school Vast spreekuur/ contactmoment op school In één team Geen indicaties nodig, behandelklas, dagbesteding + SO, GGZ inzet

+ resultaat afspraken rondom inzet van onderwijs- en jeugdhulpprofessionals

2021/985 origineel 2019/4944

4.2

Bijlage 2: Beschrijving klantreizen

Sociaal wijkteam aan zet: inzet van voorliggende voorzieningen, ervaringsdeskundige en professional JT Eva (38) is na het plotseling overlijden van haar man alleenstaande moeder van Sarah (6), Guus (9) en Emma (13). Eva’s hoofd zit vol met zorgen en verdriet. Ze komt daardoor niet aan het huishouden toen en heeft een achterstand met de huur. Ze deelt haar zorgen met haar broer Piet, die eigenlijk ook niet goed weet hoe hij haar kan helpen. Hij weet niet genoeg af van betaalregelingen en ondersteuning. Hij spoort haar aan om bij het Sociaal Wijkteam om hulp te vragen. Eva maakt een afspraak zodat iemand met haar mee kan denken hoe ze alles weer wat op de rit kan krijgen. Er volgt een kennismaking tussen de medewerker van het Sociaal Wijkteam en Eva. Hij vraagt hoe het nu gaat met het huishouden, hoe het zit met haar inkomen en hij vraagt ook naar haar kinderen. Eva vertelt dat ze zich zorgen maakt om Guus, de middelste, die sinds het overlijden van zijn vader veel nachtmerries heeft en weer in zijn bed plast. De medewerker van het Sociaal Wijkteam zegt dat hij een collega heeft die veel weet van rouwverwerking bij jonge kinderen en biedt aan dat zijn collega een keer met Eva en Guus kan praten. Eva gaat graag in op dit aanbod en ze plannen gelijk een afspraak met deze collega, Eva en Guus in.

Ook kan Guus mee doen met de knutselclub op zaterdagen in het Sociaal wijkteam, om even met andere dingen bezig te zijn. Daarnaast gaat Eva wekelijks afspreken met een ervaringsdeskundige, bij wie ze terecht kan als ze het even niet meer weet en steuntje in de rug nodig heeft. Centrum Jong aan zet: inzet van collectief preventief aanbod Tom (15) zit niet lekker in zijn vel. Hij is veel alleen op zijn kamer en wordt soms overvallen door paniek. Op een dergelijk moment lukt het hem niet om zichzelf weer rustig te krijgen. Zijn ouders weten niet goed hoe ze hier mee om moeten gaan. Het is extra lastig dat zijn ouders net gescheiden zijn. Het was geen makkelijk proces, ze hebben veel ruzie gehad. Tom’s vader vindt het lastig dat hij zijn zoon niet goed kan helpen en heeft het gevoel dat hij het contact met hem verliest. Na een nieuwe paniekaanval besluit Tom’s vader op internet te zoeken naar paniekaanvallen en contact maken met een puber. Hij komt uit bij het opvoedspreekuur van Centrum Jong. Hij gaat daar heen en spreekt tijdens het inloopspreekuur met een medewerker van Centrum Jong. Deze medewerker geeft hem opvoedtips, het aanbod om mee te doen aan de cursus Omgaan met pubers en een training vanuit het Centrum Jong voor Tom die moet helpen bij de paniekaanvallen.

Sociaal wijkteam bij complexe casuïstiek: wijkteam in de regie, inzet professional JT Danillo (10) komt uit een gezin met 5 kinderen. Het is vaak gezellig, maar ook erg druk thuis. Het gezin is bekend bij het Sociaal Wijkteam omdat de moeder van Danillo wel eens gebruik maakt van het cursusaanbod en met haar kinderen naar de peutersoos gaat om andere ouders te ontmoeten. Ook helpt het SWT de vader van Danillo met de belastingaangifte. In het verleden is er veel overlast geweest bij de buren omdat de vader van Danillo opvliegend van aard is en een alcoholverslaving had. Hij stond geregeld buiten in de tuin te schreeuwen, ook wel eens bedreigingen naar zijn vrouw en kinderen. Het SWT is langere tijd intensief betrokken geweest, ook omdat er zorgen waren over de veiligheid van moeder en de kinderen. Vader drinkt niet langer, maar is nog wel opvliegend. De medewerkers van het SWT zien dat Danillo vaak mee loopt met zijn moeder, maar buiten blijft hangen. Hij is verlegen en ze krijgen weinig contact met hem. Hij reageert angstig op vreemden. Op een dag ziet de medewerker van het SWT bij Danillo een grote blauwe plek op zijn arm. De moeder van Danillo heeft een schram op haar gezicht. Een van de medewerkers vraagt aan de moeder van Danillo of zij en haar zoon een keer samen met haar willen praten.

De moeder kent het SWT al en voelt zich vertrouwd genoeg om met hen in gesprek te gaan. In het gesprek komt naar voren dat de vader van Danillo zijn opvliegende karakter niet in toom kan houden. Hij heeft veel stress van een schuldeiser die aan de deur is geweest in verband met een achterstand op het terugbetalen van een lening die hij heeft afgesloten voor een nieuwe tv. Danillo heeft van de periode dat vader nog dronk een trauma overgehouden en herleeft dit nu de problematiek opspeelt. De medewerker van het SWT schat in dat het een gesprek met een specialist nodig is voor Danillo en koppelt hem aan een medewerker van het Jeugdteam die met hem zoekt naar een traumabehandeling. Met dezelfde medewerker bespreekt hij zijn zorgen over de veiligheid. Samen maken ze een plan om regie op de veiligheid. 33

2021/985 origineel 2019/4944

Inzet Centrum Jong op school: inzet collectief preventief aanbod en voorliggende voorziening Alexandra (6) is erg verlegen, in de klas en op het schoolplein heeft ze weinig contact met leeftijdsgenoten. De juf van Alexandra heeft dit met de ouders van Alexandra besproken en maakt zich zorgen. De ouders van Alexandra vinden het ook jammer dat Alexandra nooit uitgenodigd wordt voor verjaardagsfeestjes of een vriendje mee naar huis neemt. De juf stelt voor om een keer een gesprek te hebben met iemand die hier meer verstand van heeft en weet wat mogelijkheden zouden zijn voor Alexandra. Ze vraagt of ze de situatie van Alexandra met collega’s van het Centrum Jong en Jeugdteam mag bespreken en haar ouders vinden dat goed. De zorgen rondom Alexandra worden gedeeld en de jeugdverpleegkundige van het Centrum Jong biedt aan om een gesprek te hebben met ouders en de juf. Ze weet dat veel kinderen in die leeftijd een poosje erg verlegen kunnen zijn. Met wat tools voor ouders, de juf en Alexandra is er een grote kans dat ze meer contact krijgt met leeftijdsgenoten. Er is ook nog een plek vrij in de training sociale vaardigheden en bij de toneelles die in het buurthuis wordt aangeboden. Bij het gesprek met ouders wordt afgesproken over een half jaar weer een gesprek te hebben met de jeugdverpleegkundige om te kijken hoe het dan gaat.

School signaleert, wijkteam en jeugdteam samen aan de slag: inzet ervaringsdeskundige en professional JT en SWT Bart (13) kan soms zo driftig worden dat de stoelen door de kamer gaan. Zijn moeder kan hem niet meer goed in bedwang houden, hij is te sterk geworden voor haar 1.55m. Op school is het ook al een paar keer gebeurd dat hij de les uit is gestormd en weg gelopen, zijn moeder werd dan gebeld, maar die kon niet zo maar weg van haar baantje met 0-uren contract waar ze al een paar waarschuwingen heeft gehad. Maar thuis kunnen de spanningen pas echt hoog oplopen. Het helpt ook niet mee dat Barts oudere zus van 21 met haar zoontje van 8 maanden ook in het kleine 3 kamerappartement woont. Bart kan soms heus leuk spelen met zijn neefje, maar als hij ’s nachts wakker wordt gehouden en met weinig slaap er iets mis gaat de volgende dag, dan lijkt het wel alsof er iets bij hem knapt. Als Bart na een standje in de klas weer ontploft en wegrent, wordt zijn moeder weer gebeld en uitgenodigd op gesprek met de zorgcoördinator. Huilend zit ze in het kantoortje. De zorgcoördinator heeft een paar weken terug de driftbuien van Bart al anoniem besproken in het zorgenoverleg en de jeugdhulpverlener denkt dat zij wel soelaas kan bieden. De zoco biedt dus aan moeder aan om een keer wat uitgebreider met iemand te praten die verstand heeft van driftbuien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9682726/1