Advies doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020
Tekst van het document
2021/985 origineel 2019/4944
Eindversie 19-03-2019
Advies doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020
2021/985 origineel 2019/4944
Inhoudsopgave 1
2
Ambitie 2018-2022: Doorontwikkeling jeugdhulp...........................................................................3 1.1
Inleiding...............................................................................................................................3
1.2
Evaluaties............................................................................................................................3
1.3
Doorontwikkeling op basis van evaluaties ............................................................................4
1.4
Doorontwikkeling jeugdhulp blijft binnen huidige kader en opzet systeem.............................4
Toekomst.....................................................................................................................................6 2.1
Beoogde doelen en te maken keuzes ..................................................................................6
2.2
Welke hulp en ondersteuning is er voor de jeugd in Zaanstad? ............................................7
2.2.1 Welke verschillende soorten hulp en ondersteuning zijn er vanuit de gemeente voor jeugd? ........................................................................................................................................7
2.3 3
Totstandkoming advies: werken met scenario’s....................................................................8
Het advies: keuzes voor doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020 ................................................10 3.1
De breedte van de opdracht voor jeugdhulp.......................................................................10
3.1.1
Scherper onderscheid in verschillende typen preventieve hulp .......................................10
3.1.2
Focus van opdracht Jeugdteam op eerste lijn hulpverlening ...........................................11
3.2
Organisatie van de jeugdhulp.............................................................................................12
3.2.1
Hulp en ondersteuning voor jeugd in Zaanstad...............................................................12
3.2.2
Stedelijk Jeugdteam.......................................................................................................13
3.2.3
Onafhankelijke cliëntondersteuners en ervaringsdeskundigen........................................14
3.2.4
Inzet 0e en 1e lijn ............................................................................................................14
3.2.5
Toegang 2e lijn...............................................................................................................15
3.2.6
Taakverdeling binnen het stedelijk Jeugdteam ...............................................................15
3.2.7
Taakverdeling en regie tussen Centra Jong, Sociale wijkteams en Jeugdteam ...............16
3.3
Vormgeving aansluiting op vindplaats onderwijs.................................................................17
3.4
Vormgeven aan opdrachtgeverschap door gemeente ........................................................18
3.4.1 Uitvoeren van jeugdhulp .......................................................................................................18 3.4.2. Aantal uitvoerende partijen...................................................................................................18 3.4.3. Sturen op de financiële beheersing ......................................................................................20 3.5 Samenvatting advies ...............................................................................................................20 3.6 Input cliënten en partners bij advies .........................................................................................23 3.7 Vervolgstappen doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020...........................................................24 4
Bijlagen......................................................................................................................................25 4.1 Bijlage 1: Aansluiting jeugdhulp op vindplaatsen ......................................................................25 4.1.1
Onderwijs ......................................................................................................................25
4.1.2
Wat verwachten we van de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs?..............................28
4.1.3
Hoe organiseren we de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs? ...................................28
4.1.4 Welke afspraken zijn nodig tussen onderwijs en gemeente om de aansluiting vorm te geven? ......................................................................................................................................30
4.2
Bijlage 2: Beschrijving klantreizen ......................................................................................33
4.3
Bijlage 3: Begrippenlijst......................................................................................................36
2021/985 origineel 2019/4944
1
Ambitie 2018-2022: Doorontwikkeling jeugdhulp
1.1
Inleiding
In de kaderbrief 2019 is de ambitie vastgelegd om een aantal stappen te gaan zetten in de doorontwikkeling van de jeugdhulp in Zaanstad. In 2015 vond de decentralisatie van de verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp van het Rijk naar gemeenten plaats, opdat het systeem doelmatiger en eenvoudiger zou worden door de hulp dichterbij de burger te organiseren. Hiermee zou de hulp preventiever kunnen worden ingezet gericht op zo spoedig en volledig mogelijk herstel van zelfredzaamheid. De gemeente Zaanstad startte met deze nieuwe taak en richtte het systeem van de Jeugdhulp in met 6 wijkgerichte jeugdteams uitgevoerd door 4 aanbieders van de jeugdhulp. De doorontwikkeling van de Jeugdhulp is (vanaf 2015) gericht op de vier pijlers van de overkoepelende visie van de gemeente Zaanstad op de drie decentralisaties: 1. Preventie: voorkomen dat (zwaardere) ondersteuning nodig is door te zorgen voor een goed ingericht maatschappelijk middenveld. 2. Eigen verantwoordelijkheid, op weg naar het einddoel zelfredzaamheid: mensen zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor het oplossen van hun eigen problemen in een samenleving die open staat, uitnodigt en uitdaagt en participatie van iedereen stimuleert. 3. Integrale benadering en effectieve voorzieningen: één gezin, één plan, één regisseur: er wordt een goed ingerichte en eenduidige ingang en toegang tot voorzieningen vormgegeven.
De huidige versnippering van het aanbod wordt tegengegaan. Een integrale benadering is (kosten) effectiever. 4. Een goed georganiseerd vangnet: keuze maken voor ondersteuning richting de meest kwetsbare huishoudens, om vervolgens het vangnet zo goed en slim mogelijk te organiseren. Met aandacht voor escalatie en (bestuurlijke) opschaling, daar waar ruimte in regels en reflectie voor professionals nodig is. In 2017 en 2018 hebben gemeente, samenwerkingspartners, cliënten en ervaringsdeskundigen de huidige werking van de jeugdhulp geëvalueerd. Behalve de pijlers is ook deze evaluatie vertrekpunt om opnieuw te bepalen welke stappen Zaanstad kan zetten in de doorontwikkeling van de jeugdhulp vanaf 2020.
1.2
Evaluaties
In 2017 en 2018 hebben gemeente, samenwerkingspartners en cliënten en ervaringsdeskundigen de huidige werking van de jeugdhulp besproken in de evaluatie doorontwikkeling wijk- en jeugdteams (2017) en de aparte evaluatie van de jeugdteams, uitgevoerd door AEF in april 2018. Uit de evaluaties bleek dat: De jeugdteams binnen de opdracht op een creatieve, voortvarende wijze aan de slag zijn gegaan met de opdracht en daarin verschillende werkwijzen hebben ontwikkeld. Dit heeft geleid tot een grote variatie in effectieve werkvormen. Er is echter geen eenduidig beeld van een dekkend en coherent aanbod vanuit de jeugdteams, dat voor alle partijen om de teams heen herkenbaar is. Aandachtspunt is de onderlinge samenwerking tussen de Jeugdteams om een beter herkenbaar, dekkend en coherent ondersteuningsaanbod te kunnen leveren. De samenwerking tussen jeugdteams en andere partners in het netwerk van de jeugdhulp komt nog onvoldoende tot stand. Deze moet versterkt worden, niet alleen tussen individuele hulpverleners maar ook in basis samenwerkingsafspraken tussen organisaties. Bijvoorbeeld de samenwerking met het onderwijsveld en centra Jong komt nog te weinig van de grond. De gemeente heeft een te brede opdracht gegeven aan de aanbieders van de Jeugdteams. De Jeugdteams kregen de opdracht ‘te doen wat nodig was’.
Bij de start van de huidige Jeugdteams in 2016 wist de gemeente onvoldoende wat zij kon verwachten en stelde te weinig concrete eisen aan de uitvoering van de opdracht. Jeugdteams verschillen van elkaar, onder meer in de keuzes die zij hebben gemaakt ten aanzien van de prioriteiten in de teams. De vraag hoe de gemeente deze verschillen zou moeten waarderen – met andere woorden: 3
2021/985 origineel 2019/4944
welke teams presteren beter dan andere teams –is niet te beantwoorden. De gemeente heeft namelijk wel aangegeven dat er bepaalde taken moeten worden uitgeoefend maar heeft geen inhoudelijke kaders en eisen gesteld aan de uitvoering van de opdracht. Het feit dat kaders en eisen aan de jeugdteams ontbreken, is problematisch. De constructie met een concurrerende werking van de verschillende hoofdaannemers helpt niet mee om de teams te organiseren vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid: het is volgens AEF maar zeer de vraag of een constructie met vier aannemende partijen met een zeer verschillende achtergrond wel kan leiden tot een eenduidig dekkend basisaanbod. Er is een toename zichtbaar in het aantal indicaties per huishouden, zowel in de 1e lijn hulp als in doorverwijzing naar specialistische jeugdzorg. Dit wijkt af van de doelstelling van de gemeente Zaanstad om te de-medicaliseren en dus minder ondersteuning vanuit de 2e lijn te bieden. Er wordt nog steeds veel doorverwezen naar deze specialistische hulp door zowel de huisartsen als de jeugdteams.
Na de evaluatie doorontwikkeling wijk- en jeugdteams (2017) is bestuurlijk besloten (10-10-2017 B&W besluit(nr. 2017/31068) (zienswijze behandeld in raad op 16-11-2017; 2017/52531) doorontwikkeling sociale wijkteams en jeugdteams) tot het aanscherpen van de opdracht aan de jeugdteams, het opstellen van een agenda voor doorontwikkeling van de jeugdteams en het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met de hoofdaannemers van de jeugdteams met gezamenlijke ontwikkelopgaven en afspraken rondom het uitvoeren van de opdracht door de hoofdaannemers van de jeugdteams. Uitgangspunten waren: kwaliteit voorop, er blijft ruimte voor maatwerk en het moet betaalbaar blijven. Het contract met de jeugdteams is vervolgens verlengd tot 2020. Per 1 januari 2020 (opzegtermijn 1 juli 2019) doet deze keuze zich opnieuw voor, wel of niet verlengen van het contract met de huidige aanbieders of zoeken naar nieuwe aanbieders middels een nieuwe aanbestedingsprocedure. Wij zijn voornemens het contract te verlengen en tegelijk na te gaan welk instrument het meest effectief, efficiënt en doelmatig is voor het inkopen van de jeugdhulp vanaf 2022. Vanaf 2020 wordt binnen de verlengde en aangescherpte opdracht aan de vier huidige contractpartijen van de Jeugdteams zoveel mogelijk gewerkt vanuit 1 stedelijk jeugdteam, met een eenduidige werkwijze.
Vanaf 2022 worden de werkzaamheden van het stedelijk jeugdteam uitgevoerd door één partij. Vóór 2022 wordt de keuze voor inbesteden of uitbesteden van de opdracht opnieuw gemaakt.
1.3
Doorontwikkeling op basis van evaluaties
De evaluatie hebben we vertaald in een aantal uitgangspunten voor de volgende stappen in de doorontwikkeling: Van specialistische naar meer preventieve hulp. Beter toegankelijke hulp- en ondersteuning op vindplekken. Versterking samenwerking en rolinvulling partners en gemeente. Organisatorische vormen voor inrichten van de keten Jeugd. Financiële sturing binnen begroting van de gemeente. De doorontwikkeling van de Jeugdteams zal moeten bijdragen aan deze uitgangspunten. De voorgestelde wijzigingen in dit advies dragen bij aan de beweging die we al sinds de transformatie beogen met jeugdhulp in Zaanstad. De pijlers staan nog steeds en deze uitgangspunten moeten helpen bij het bieden van hulp aan kinderen, jongeren en ouders in een vroegtijdig stadium om zo te voorkomen dat problemen rondom opgroeien en opvoeden erger worden.
1.4
Doorontwikkeling jeugdhulp blijft binnen huidige kader en opzet systeem
Aan de hand van een aantal scenario’s zijn verschillende modellen voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp in Zaanstad vanaf 2020 verkend en besproken met de betrokken partijen. Het scenario denken (bijvoorbeeld een scenario met helemaal geen jeugdteam meer, doorgaan binnen het huidige systeem of alleen op vindplaatsen hulp) heeft geholpen bij het nadenken over het huidige systeem en de toekomst. We zijn op de goede weg maar kunnen het huidige systeem beter inrichten en aansturen. Doorontwikkeling van de jeugdhulp per 2020 houdt in dat we ons instrumentarium beter 4
2021/985 origineel 2019/4944
gaan richten, focus aanbrengen in de opdracht en een aantal reparaties en aanscherpingen doen. Zodat we stappen zetten om de doelen van de transformatie meer te benaderen. De doorontwikkeling is een leerproces van jaren met alle betrokken partijen. Deze partijen zijn bij dit advies betrokken en hebben de voorgestelde aanpassingen van het huidige stelsel mede vormgegeven. De aanpassingen zijn geen grote wijzigingen in de kaderstelling van de jeugdhulp in Zaanstad. Ze zijn conform de eerder geformuleerde doelstellingen in het Perspectief op de Jeugdteams (2014) en dienen binnen de afspraken van het huidige financiële kader te blijven. Het zijn aanscherpingen op het huidige systeem van operationele aard en de meeste aanpassingen kunnen op korte termijn worden ingezet met de huidige aanbieders van de jeugdhulp indien zij daarmee instemmen. Zie voor de vervolgstappen hoofdstuk 3.7.
5
2021/985 origineel 2019/4944
2
Toekomst
In dit hoofdstuk gaan we in op te maken bestuurlijke keuzes in het licht van de benodigde doorontwikkeling vanaf 2020. Het advies leidt tot het voorleggen van een aantal besluiten tot aanpassing van de inrichting van het huidige systeem aan het college B&W van Zaanstad. Draagvlak hiervoor bij de gemeenteraad is van groot belang vanwege de mogelijke ‘ingrijpende gevolgen’ ervan (cfm art 169; lid 4 Gemeentewet) en derhalve zal de raad om een zienswijze worden gevraagd vanuit haar kader stellende rol.
2.1
Beoogde doelen en te maken keuzes
Bij de doorontwikkeling van de jeugdhulp vanaf 2020 liggen grofweg vier keuzes voor. Dit advies richt zich op het beantwoorden van deze vragen.
De opdracht aan de jeugdhulp: hoe breed is de opdracht? Geeft de gemeente de jeugdteams de opdracht ‘doen wat nodig is’ waarbij ze zowel taken op gebied van preventie als hulpverlening en het doorverwijzen naar specialistische hulp krijgen, of scherpt de gemeente deze opdracht aan? Deze keuze heeft consequenties voor het beleggen van taken bij andere spelers als de Centra Jong (GGD) en sociale wijkteams, die ook op het terrein van preventie werkzaam zijn. De keuze bepaalt ook welke inzet van expertise er wordt verwacht van de jeugdhulp.
De volgende doelstellingen wensen we te bereiken met de te maken keuze: Brede preventieve aanpak De medicalisering en normaliseren (beweging naar de voorkant). Versterken Zelfregie en zelfredzaamheid van jeugdigen en ouders. Juiste ondersteuning en zorg waar en wanneer nodig Veiligheid waarborgen
Organisatie van de jeugdhulp: welke delen van de opdracht beleggen we bij welke organisatie? Hoe is de toegang tot 0e, 1e en 2 lijn geregeld? Hoe zijn de verschillende organisaties t.o.v. elkaar gepositioneerd?
Deze volgende aanvullende doelstellingen wensen we te bereiken met de te maken keuze: Eenduidigheid in taken, verantwoordelijkheden, werkwijzen en samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp, gezinshulp, onderwijs én kinderopvang (IKC). Eenduidigheid in taken, verantwoordelijkheden, werkwijzen en samenwerking tussen jeugdhulp en gecertificeerde instellingen. Kwaliteit en professionaliteit van medewerkers.
Hoe sluiten we aan bij de vindplekken van de leefwereld van de jeugd? In het bijzonder bij het tweede opvoedmilieu, bestaande uit onderwijs en kinderopvang, bij de huisarts of andere plekken? Daarbij liggen keuzes voor o Fysiek of niet-fysiek op vindplekken jeugdprofessionals inzetten? o Welke rollen en bevoegdheden hebben de betrokken onderwijs- en medische professionals hierbij en hoe vindt integrale afstemming plaats? o Welke afspraken horen hierbij? Lossere samenwerkingsafspraken of minder vrijblijvende afspraken met een escalatiemechanisme wanneer zich problemen voordoen?
De volgende doelen liggen ten grondslag aan deze keuze: Toegankelijkheid en bereikbaarheid ondersteuning en hulp voor cliënt Hulp en ondersteuning in 0e en 1e lijn is aangesloten op vindplaatsen binnen het tweede opvoedmilieu (onderwijs, kinderopvang) Aansluiten op huisartsen Hulp en ondersteuning zijn in samenhang en opereren als netwerk.
Welke vorm van opdrachtgeverschap kiezen we: hoe sturen we op de opdracht? Kiezen we ervoor de benodigde expertise in de gemeente zelf te organiseren door inbesteden of hoort de expertise thuis in de markt en kunnen we beter uitbesteden? Te kiezen vormen zijn a) één of meerdere (maatschappelijke) overheidspartners, b) één of meerdere marktpartijen.
6
2021/985 origineel 2019/4944
De volgende doelen liggen ten grondslag aan deze keuze: Kosten passen binnen de vastgestelde financiële kaders. Kostenbewustzijn bij professionals en partners. Eenduidige opdracht met helderheid over verantwoordelijkheid (ook rondom financiën).
2.2
Welke hulp en ondersteuning is er voor de jeugd in Zaanstad?
Voordat het advies gegeven wordt voor de inhoud en de organisatie van de jeugdhulp, beschrijven we eerst inhoudelijk welke hulp en ondersteuning er nu voor de jeugd in Zaanstad is. In het advies verderop wordt beschreven wat er al dan niet verandert en welke partijen de hulp uitvoeren vanaf 2020. Goede preventie kan zorgen voor een gezonde, veilige en kansrijke opvoed- en opgroei omgeving van jeugdige: Het bevorderen van het normale leven en de positieve ontwikkeling van kinderen Het gericht nemen van beschermende maatregelen Belemmerende of risicovolle factoren voorkomen, signaleren, verkleinen en waar nodig bestrijden. Voorheen heeft de gemeente in de opdracht aan de jeugdteams niet gespecificeerd uit welke onderdelen de verschillende preventieve taken bestonden. . Dit was destijds een bewuste keuze. Het was een nieuwe verantwoordelijkheid van de gemeente en de gemeente was er van overtuigd dat dit het beste aan de invulling door de professionals kon worden overgelaten. Uit de ervaringen met jeugdhulp heeft de gemeente het voortschrijdend inzicht opgedaan dat zij rondom preventie haar opdracht aan moet scherpen. We maken vanaf nu een duidelijk onderscheid tussen primaire, secundaire en tertiaire preventie. Wat is preventie? 1. Primaire preventie is gericht op inzet voor iedereen, het voorkomen dat er problemen ontstaan.
Een voorbeeld hiervan is de inzet van de jeugdgezondheidszorg bij pasgeboren kinderen met voorlichting en onderzoek. Ook voorlichtingscampagnes zijn een vorm van primaire preventie. Primaire preventie is gericht op alle inwoners. 2. Secundaire preventie is gericht op risicogroepen en individuele risicogezinnen. Er is dan al wel een risico gesignaleerd. De inzet van voorschoolse educatie is hier een voorbeeld van, deze kinderen hebben een verhoogd risico op een taalachterstand. Ook de inzet van bijvoorbeeld een sociale vaardigheidscursus wordt gezien als secundaire preventie. Secundaire preventie is gericht op een selecte groep inwoners, die risico’s hebben/zelf zien op problemen in de toekomst. Secundaire preventie kan vaak collectief ingezet worden. 3. Tertiaire preventie is vooral gericht op het voorkomen dat problemen groter worden. Er doet zich dan al wel een probleem voor, bijvoorbeeld een gedragsstoornis, maar door de inzet van tertiaire preventie wordt voorkomen dat dit erger wordt of dat er mee omgegaan kan worden. Vroeghulp bij eerste signalen van problemen is hier een voorbeeld van. Tertiaire preventie is gericht op het individu en zijn omgeving. Tertiaire preventie wordt vaak gezien als behandeling. Een netwerk van partijen levert hier een bijdrage aan preventie, naast de belangrijke rol van ouders hierin; van kinderopvang, scholen tot sportclubs.
Echter het gericht organiseren van programma’s en interventies op de primaire en secundaire preventie binnen het jeugdbeleid is een verantwoordelijkheid van de gemeente en kan belegd worden bij verschillende bestaande partijen zoals Centra Jong, SWT, bij jongerenwerk en straathoekwerk. Een goed preventief jeugdbeleid richt zich zowel op aanbod voor alle inwoners, als specifiek (collectief) aanbod voor risicogroepen en vroeghulp bij de eerste signalen.
2.2.1
Welke verschillende soorten hulp en ondersteuning zijn er vanuit de gemeente voor jeugd?
JGZ: de Jeugdgezondheidszorg draagt bij aan een gezonde en veilige opgroeisituatie van jeugdigen, zowel voor de groep als het individu. De JGZ bestaat grotendeels uit primaire preventie. Dit doet de JGZ door voorlichting te geven, vroegtijdig te signaleren en waar nodig aanvullende hulp te bieden. Vanaf de geboorte ziet de JGZ alle kinderen en heeft zo goed zicht op de ontwikkeling van de kinderen in Zaanstad. De JGZ doet epidemiologisch onderzoek en kan 7
2021/985 origineel 2019/4944
2.3
over de jaren heen zien wat er nodig is in de stad en in bepaalde wijken. De JGZ bestaat uit professionals zoals jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en specialisten zoals gedragswetenschappers en logopedisten. Naast dat de JGZ een goed beeld heeft van de ontwikkeling van het kind en vroegtijdig problemen kan signaleren, komen zij ook geregeld bij ouders thuis, kunnen zij hier extra ondersteuning bieden of schatten, dat er meer nodig is op andere leefgebieden. De JGZ wordt in Zaanstad uitgevoerd door het Centrum Jong. Gezinsondersteuning/hulp in de wijk vanuit de Sociaal wijkteams: om het normale leven te bevorderen en ervoor te zorgen dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen is er ook ondersteuning voor gezinnen waarbij de randvoorwaarden niet optimaal zijn. De Gezinsondersteuning/hulp in de wijk bestaat grotendeels uit primaire en secundaire preventie. Denk dan aan ondersteuning gericht op het voorkomen van armoede, oplossen van schulden, het vinden van werk, het verwerven van de Nederlandse taal, voorkomen van eenzaamheid, etc. Wanneer een Sociaal Wijkteam signalen ziet die wijzen op problemen bij kinderen wordt er altijd naar de gehele gezinssituatie gekeken en ingezet wat nodig is om de condities binnen het gezin te verbeteren. Jeugdhulp op kind eigen problematiek hoeft niet altijd de beste oplossing te zijn, als er veel stress in het gezin is.
Gezinsondersteuning in de wijk kan een sterk preventief karakter hebben en in samenwerking met (vrijwilligers)partijen in de wijk worden vormgegeven. Gezinsondersteuning is laagdrempelig, wijkgericht en wordt integraal benaderd omdat het Sociaal Wijkteam de ondersteuningsbehoefte op alle leefgebieden in kaart brengt. Jeugdhulp: jeugdhulp is gericht op hulp en ondersteuning aan ouders en jongeren met problematiek bij het opvoeden of opgroeien. Jeugdhulp kan gericht zijn op secundaire preventie, door hulp vroegtijdig in te zetten om erger te voorkomen. Er zijn verschillende soorten jeugdhulp, bijvoorbeeld hulp gericht op opvoedondersteuning, op psychische problematiek, kinderen met een beperking of veiligheidsvraagstukken. Jeugdhulp wordt gericht ingezet nadat een integraal plan is opgesteld. We maken onderscheid in vrij toegankelijke jeugdhulp (eerstelijnshulp) en jeugdhulp waarvoor een indicatie nodig is (tweedelijnshulp). Doel van de hulp is dat ouders en jeugdige weer zelf verder kunnen en daarna weer de regie terug te pakken op het eigen leven. Jongerenwerk: jongerenwerk richt zich op het stimuleren van persoonlijke en sociale ontwikkeling van jongeren in de wijk. Jongerenwerk is hoofdzakelijk gericht op secundaire preventie.
Jongerenwerkers kennen de wijk en de problematiek en proberen met gerichte activiteiten of aansluiting bij jongerengroepen de kansen te vergroten van deze jongeren. Jongerenwerk is gericht op het stimuleren van talentontwikkeling, het helpen opbouwen van een sociaal netwerk of het helpen aanpakken van persoonlijke problemen, ze bevorderen actieve participatie in de samenleving en het vinden van een toekomstperspectief. Jongerenwerkers komen veel op straat, kennen de wijk en kunnen goed vroegtijdig signaleren wat er nodig is voor de wijk als geheel en voor individuen in het bijzonder. Ze werken samen met partijen zoals Jongerenloket, Straathoekwerk, sportverenigingen en buurtbewoners. Cliëntondersteuning vanuit de Sociaal wijkteams en jeugdteams en inzet van ervaringsdeskundigen: de gemeente Zaanstad werkt samen met een aantal partijen die cliëntondersteuning bieden aan jeugdigen en hun ouders die ondersteuning ontvangen van het Sociaal Wijkteam of het Jeugdteam. Ook zijn er ervaringsdeskundigen die jongeren en ouders kunnen bijstaan. Deze informele hulp is een vorm van primaire preventie en vergemakkelijkt het vinden van de juiste jeugdhulp voor mensen die daar moeite mee hebben. Op dit moment wordt de inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning en ervaringsdeskundigen onderbenut.
Totstandkoming advies: werken met scenario’s
Bij het opstellen van het advies is gebruik gemaakt van scenario’s. Meerdere aspecten voor de vier te maken keuzes (pagina 7) zijn in scenario’s uitgewerkt: verschillende invullingen van opdracht en organisatie, verschillende vormgeving van toegang tot 1e lijn jeugdhulp en verschillende typen uitvoerende partijen voor de opdracht (publiek / privaat). De scenario’s zijn een vehikel gebleken om consequenties van keuzes scherper in kaart te brengen en een goed gesprek met partners te voeren. De uitgewerkte scenario’s hebben gemeente en partners geïnspireerd om zich een mogelijk ander systeem van de jeugdhulp in de toekomst te kunnen inbeelden. Het kiezen van een scenario is geen doel op zich; het structureringsinstrument heeft geholpen om de logica achter dit ambtelijk advies vorm te geven. Aspecten uit de scenario’s zijn benut voor het opstellen van dit advies aan het college en de raad. Het advies is opgesteld door een werkgroep en stuurgroep samengesteld uit vertegenwoordigers vanuit verschillende disciplines binnen de gemeente en het onderwijs (primair, voortgezet en speciaal onderwijs). De leden vanuit het onderwijs hebben als gelijkwaardig partner en opdrachtgever voor het 8
2021/985 origineel 2019/4944
tweede opvoedmilieu geadviseerd over de aansluiting bij de vindplaatsen van de leefwereld van de jeugd. Door met elkaar hierover overeenstemming aan de voorkant te vinden, zijn stappen gezet in wederzijdse inspanning en samenspel tussen het tweede opvoedmilieu en de jeugdhulp. De koepel van huisartsen heeft aangegeven de komende tijd met de gemeente nadere samenwerkingsafspraken te willen maken. Andere partners zoals de aanbieders van de Jeugdteams, de Sociale Wijkteams, Centra Jong (GGD), gecertificeerde instellingen, huisartsen, cliënten en ervaringsdeskundigen hebben aan de hand van gesprekken rondom de scenario’s hun ideeën over de doorontwikkeling van de jeugdhulp in Zaanstad ingebracht en zo bijgedragen aan de totstandkoming van dit advies.
9
2021/985 origineel 2019/4944
3
Het advies: keuzes voor doorontwikkeling jeugdhulp vanaf 2020
3.1
De breedte van de opdracht voor jeugdhulp
Uit de evaluaties van de jeugdhulp in 2017 en 2018 blijkt behoefte aan een scherpere formulering van de opdracht vanaf 2020 aan het Jeugdteam, Sociaal Wijkteam en Centrum Jong. De opdrachten aan de verschillende partijen die hulp en ondersteuning bieden aan ouders en gezinnen moet in samenhang zijn en kunnen verduidelijkt worden. De opdracht van de jeugdhulp aan de Jeugdteams betreft nu het bieden van preventieve hulp, jeugdhulp in de 1e lijn en doorverwijzing naar de jeugdhulp in de 2e lijn. Daarbij is een overlap ontstaan met de opdracht van de Centra Jong en de sociale wijkteams die ook een deel van de preventie in hun opdracht hebben zitten.
3.1.1
Scherper onderscheid in verschillende typen preventieve hulp
Op dit moment is preventie belegd bij verschillende organisaties en wordt het per wijk verschillend vormgegeven. Dit komt onder andere doordat preventie nooit goed gedefinieerd is en in de opdracht aan de jeugdteams in 2016 te breed is omschreven. Er zijn verschillende vormen van preventie (zie 2.5) en er kan dan ook verschillend op ingezet worden door meerdere partijen. Het advies is om de preventieve jeugdhulp te versterken door: Primaire preventie te behouden bij de Centra Jong en de Sociale wijkteams gezamenlijk; hieronder worden de interventies verstaan die voor alle inwoners gelden, en de inzet op risicogroepen, zoals het organiseren van collectief aanbod of cursussen. o Onderdeel hiervan is preventie beter aan te sluiten op vindplaatsen om zo eerder de risicogroepen en behoefte aan preventie te signaleren. Via vindplaatsen kan bovendien laagdrempelige informatie en hulp worden geboden. Zo kan vroeghulp ingezet worden en voorkomen worden dat problemen groter worden. Secundaire preventie te beleggen bij de Centra Jong en het betreffende Sociaal wijkteam, vooral als het gaat om preventieve inzet bij (risico) individuen. Te denken valt hierbij aan het cursusaanbod, echtscheidingsspreekuur en bijvoorbeeld Voorzorg.
Bij het ontwikkelen van secundair aanbod kan wel gebruik worden gemaakt van expertise vanuit de jeugdhulp, maar de verantwoordelijkheid voor het organiseren van secundair preventief aanbod is belegd bij de Centra Jong en het Sociale Wijkteam. Tertiaire preventie te beleggen bij het Jeugdteam. Zij kennen de situatie van het gezin en de jeugdige en kunnen zo risicofactoren identificeren en hierop gerichte preventie uitvoeren. Als we meer op preventie willen inzetten en hier een grotere rol zien voor de Centra Jong en Sociale wijkteams, betekent dit dat de opdracht voor de Jeugdteams smaller wordt. Dat betekent dat de professionals uit de Jeugdteams zich richten op het bieden van (preventieve) hulp op het moment dat er eerste tekenen zijn van een probleem (tertiaire preventie). Dit betekent geen wijziging in de huidige opdracht van de GGD en daarmee het Centrum Jong op het gebied van preventie. Wel is hun rol hierin nog belangrijker, in het signaleren van problematiek, het opzetten van (preventief) collectief aanbod. De toegespitste gerichte (kleinere) opdracht aan de Jeugdteams wordt helderder beschreven. De opdracht aan de Sociale wijkteams blijft hetzelfde, net als nu kijken zij breed naar alle leefgebieden, dus ook naar problematiek rondom opgroeien en opvoeden, waarvoor ze nu ook het Jeugdteam moeten inzetten.
Ook het organiseren van preventief (wijkgericht) aanbod is de huidige opdracht van de Sociale wijkteams. Zij zullen wel goed moeten blijven signaleren en tijdig de expertise van het Jeugdteam moeten inzetten en hun preventieve aanbod ook meer toespitsen op jongeren. Het jongerenwerk binnen het wijkteam heeft hier al een belangrijke taak in. Argumentatie voor scherper onderscheid in verschillende typen preventieve hulp Een sterk preventief aanbod heeft er baat bij als dit goed georganiseerd wordt voor de hele stad en de verantwoordelijkheid hiervoor duidelijker belegd wordt dan nu. De primaire en secundaire preventie zijn belegd bij het Centrum Jong en wijkteam die hier sterk in zijn en veel aanbod hebben. Bestaande voorliggende en collectieve voorzieningen kunnen zo beter gepositioneerd worden. Door de dubbele rol van de jeugdteams op dit moment op preventie en behandeling, gaat de aandacht veelal naar de meest urgente zaken, waardoor preventie ondersneeuwt. Verschillende partijen zoals huisartsen, GGD en onderwijs geven aan dat zij de preventietaak meer weggelegd zien voor de Centrum Jong vanuit hun opdracht, Jongerenwerk en het sociaal 10
2021/985 origineel 2019/4944
wijkteam met de wijkgerichte aanpak. Het collectief aanbod is op dit moment minder zichtbaar en wordt nog onvoldoende ingezet op vindplaatsen, door dit te verstevigen en meer aan te laten sluiten op vindplaatsen kan het meer benut en op maat ontwikkeld worden. Door de opdracht inzake preventie te verduidelijken voor zowel het Jeugdteam, het sociaal wijkteam als het Centra Jong wordt de brede preventieve aanpak voor de stad versterkt. Door de opdrachten beter te omschrijven is duidelijk wie voor welk deel van de uitvoering van preventie verantwoordelijk is. Ervaringsdeskundigen leggen de nadruk op preventieve activiteiten. Laagdrempelig aanbod, zoals het organiseren van voorlichtingen op scholen, wordt als nuttig en prettig ervaren.
3.1.2
Focus van opdracht Jeugdteam op eerste lijn hulpverlening
Het tweede advies is om in de opdracht van de jeugdhulp de verantwoordelijkheid te beperken tot de uitvoering van eerstelijns taken. Dit betekent dat de Jeugdteams zelf behandelen in segment B en doorverwijzing en regie voeren op inzet vanuit de tweede lijn (segment B en vooral C). Het aanbod in segment A (primaire en secundaire preventie) wordt georganiseerd door de Centra Jongen SWT’s. Het Jeugdteam blijft zich toespitsen op inzet van specifieke jeugdhulpdeskundigheid rondom enkelvoudige hulpvragen (segment B) – zoals (ggz-)behandeling, zwaardere opvoedondersteuning, begeleiding en (systeem)therapie – en toegang tot specialistische jeugdzorg. Het Jeugdteam richt zich hoofdzakelijk op individueel aanbod voor kinderen en gezinnen, waar het Centrum Jong en de wijkteams de verantwoordelijkheid hebben voor het organiseren van collectief aanbod. Het blijft de opdracht aan de Jeugdteams om breed te kijken en problematiek op andere leefgebieden te signaleren, maar het wijkteam is verantwoordelijk voor het organiseren van ondersteuning en aanbod op de andere leefgebieden, zoals armoede, gezondheid en taal. Daarnaast blijft het Jeugdteam verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid.
Het Jeugdteam houdt de verantwoordelijkheid om ‘drang’ te voeren, het verlenen van hulp bij gezinnen die niet geheel vrijwillig ondersteuning krijgen, maar waarvoor geen rechterlijke uitspraak is, zoals wel bij dwang het geval is. Ook het voorkomen van crisis en het handelen bij calamiteiten blijft onderdeel van de opdracht aan de Jeugdteams. Goede samenwerking met het onderwijs en Sociale wijkteams is daarbij van groot belang, We beschrijven helder welke taken het Jeugdteam uitvoert, zodat het ook voor externe partijen, zoals de tweedelijns aanbieders, duidelijk is wat het Jeugdteam uitvoert. Op dit moment is er nog een verschil tussen de teams in welke taken zij doen, waardoor het ook moeilijk is voor tweedelijns aanbieders om het Jeugdteam in te zetten voor nazorg, omdat het per team verschilt wat ze daarin doen. Door helderheid in de opdracht en het preventieve aanbod te creëren moet het makkelijker zijn om te weten waarvoor afgeschaald kan worden. Dit betekent geen wijziging in de uitvoering van de eerstelijns taken voor het Jeugdteam. Wel wordt de omschrijving van de opdracht aan de Jeugdteams verhelderd en smaller toegespitst op het volgende: 1. Uitvoering van tertiaire preventie en samenwerken en expertise leveren bij secundaire preventie. 2. Eerstelijns jeugdhulp zoveel als mogelijk zelf bieden in samenwerking/ op afroep van onderwijs/ huisarts, Centra Jong en SWT. 3.
Toegang tot de tweedelijns specialistische jeugdhulp bieden en regie voeren op deze inzet. 4. Drang bij gezinnen waarbij een doorbraak geforceerd moet worden in het belang van de veiligheid. Argumentatie voor focus van opdracht op eerstelijns hulpverlening Het Jeugdteam blijft behandelen in de eerste lijn, aangezien dit past binnen de visie van de Jeugdteams, namelijk hulp dichtbij en in samenhang met de leefwereld van de inwoner. Door het Jeugdteam in te zetten op eerstelijns hulp kan veel hulp snel ingezet worden daar waar nodig. De jeugdhulp kan flexibel ingezet worden, op verschillende locaties en bij de inwoner thuis. Dit is een van de uitgangspunten van de jeugdhulp. Daarnaast is er veel diversiteit aan expertises binnen het Jeugdteam. Doordat het Jeugdteam veel zelf doet zullen de specialistische aanbieders zich dan alleen nog moeten richten op de zwaardere segment C zorg en hoog specialisme in segment B. Het Jeugdteam heeft de afgelopen jaren veel expertise en ervaring opgedaan en netwerken opgebouwd met verschillende partijen. Dit gaat niet verloren, we zetten dit voort, maar brengen 11
2021/985 origineel 2019/4944
meer focus aan in de opdracht om te voorkomen dat er verschillen blijven bestaan tussen de werkwijze van de teams. Verschillende aanpakken die passen bij de wijk en opgezet is met de partners in de wijk moeten blijven bestaan, niet iedere wijk heeft dezelfde behoefte. De opdracht om tot meer samenwerking tussen Centrum Jong en Jeugdteams op het gebied van preventie te komen verschilt nog te veel per wijk. Dat komt mede ook doordat op dit moment de opdrachten voor het Centrum Jong en Jeugdteam overlappen. Door meer scherpte aan te brengen in de taken, verwachten we ook dat de samenwerking beter vorm krijgt.
3.2
Organisatie van de jeugdhulp
Bovenstaand advies rond de breedte van de opdracht aan het Jeugdteam heeft consequenties voor de organisatie van de jeugdhulp. Uit de evaluaties van de jeugdhulp blijkt de wens van de gemeente Zaanstad tot een meer eenduidige werkwijze en uitvoering van taken. Er zouden niet te grote verschillen mogen bestaan tussen hoe de jeugdhulp wordt uitgevoerd in verschillende wijken, afgezien van het te leveren maatwerk per wijk op basis van de behoefte van de inwoners. Daarnaast is het belangrijk dat de juiste expertise op de juiste plek aanwezig is en ontwikkeld kan worden. In aansluiting op de leefwereld van de cliënt.
3.2.1
Hulp en ondersteuning voor jeugd in Zaanstad
Ouders, kinderen en jongeren lopen geregeld tegen dingen aan bij het opgroeien en opvoeden. Vragen, kortdurend ongemak en langdurige problemen, op allemaal verschillend gebied, van borstvoeding, niet kunnen concentreren in de klas, tot een langslepende nare scheiding of levenslange beperking. Deze vragen komen op verschillende plekken boven. De eerste tekenen van een achterstand in het opgroeien komen aan het licht bij het Centrum Jong, waar alle jonge ouders geregeld langs komen. Maar ook (on)vermogen in het opvoeden komt daar aan de orde. Op school wordt vaak al snel duidelijk als een kind niet goed kan meedoen in de klas vanwege gedrag of leer gerelateerde problematiek. De eerste gesprekken over deze signalen vinden ook plaats op school. Daarnaast stappen veel ouders, maar ook jongeren, naar de huisarts als zijzelf of hun kind kampt met depressieve klachten of fysieke klachten. En een groot gedeelte van de mensen die bij het wijkteam komen met vragen over bijvoorbeeld schulden en huisvesting, hebben ook kinderen waarop de gezinsproblematiek geregeld ook effect heeft. Oftewel vragen en problemen rondom gezinnen en kinderen komen op veel verschillende plekken aan het licht en inwoners zoeken op verschillende plekken antwoord op hun vragen of ondersteuning bij problemen.
Op dit moment is de toegang tot jeugdhulp via een aparte ingang (Jeugdteam) voor inwoners georganiseerd, terwijl hun vraag vaak op verschillende plekken al eerder opkomt. Goed aansluiten op de plekken waar de vragen spelen is dan ook het devies voor de doorontwikkeling van het Jeugdteam. De inzet van ervaringsdeskundigen en cliëntondersteuners bij de eerste vindplaatsen heeft daarnaast een preventieve werking. Bijvoorbeeld door presentaties en voorlichtingen te organiseren over eigen ervaringen en hoe laagdrempelige hulp je kunt helpen bij kleine problemen. Deze inzet speelt een grote rol bij het normaliseren van problemen. Het advies is om de preventieve jeugdhulp te versterken door het Sociale wijkteam en de Centra Jong en vindplaatsen meer in positie te brengen als toegang voor ouders, kinderen en jongeren. De Sociale wijkteams en Centra Jong richten zich op preventief en collectief aanbod en zijn als toegang dicht bij de inwoners, in hun eigen wijk, georganiseerd. Inwoners komen daar binnen met hun vraag. Vervolgens wordt breed gekeken naar hun hulpvraag en alle voorliggende voorzieningen die mogelijk ingezet kan worden zoals cursussen, trainingen, activiteiten in de wijk of de koppeling met een ervaringsdeskundige of vrijwilliger. Jeugdhulp wordt ingezet wanneer dat nodig is.
Jeugdhulp is nauw verbonden aan de Sociale Wijkteams en de Centra Jong, maar bevindt zich organisatorisch achter de wijkteams en de Centra Jong. Daarnaast wordt er gezorgd voor een goede verbinding op de vindplaatsen, waar de nodige expertise vanuit het Centrum Jong, wijkteam of Jeugdteam goed kan worden aangesloten. Als inwoners zelf met een vraag komen, zullen ze in dit nieuwe model in eerste instantie terecht komen bij het Centrum Jong of het Sociaal wijkteam. Daar wordt een integraal gesprek gevoerd en gekeken of het Jeugdteam erbij gehaald moet worden. De jeugdhulpprofessional onderzoekt of er ondersteuning vanuit het jeugdteam ingezet moet worden of een gespecialiseerde aanbieder beter in
12
2021/985 origineel 2019/4944
staat is om de problematiek op te pakken in de 2e lijn. Zie bijlage 2 voor beschrijvingen van klantreizen.
3.2.2
Stedelijk Jeugdteam
Het advies is om het Jeugdteam stedelijk te laten werken. Op dit moment is er een verschil van manier van werken tussen de teams. Het kan zijn dat er in het ene team een wachtlijst is en in het andere niet, onderwijs en huisartsen hebben te maken met meerdere teams en is het lastig om specifieke expertise te verbinden aan de teams. Door dit stedelijk te organiseren zorgen we enerzijds voor meer eenduidigheid in de werkwijze van de professionals in alle wijken en anderzijds voor een efficiëntere inzet van het brede pallet aan expertises binnen het jeugdteam. De expertise kan flexibeler ingezet worden, daar waar de druk hoog is geïntensiveerd worden en kan mogelijk later weer worden afgeschaald. Door een veelheid aan expertise in het Stedelijk Jeugdteam wordt er minder doorverwezen naar de tweede lijn. Bovendien is sturing makkelijker en samenwerking met andere partijen beter vorm te geven. Het stedelijke Jeugdteam heeft geen publieksingang meer in de stad, maar wordt geplaatst daar waar nodig: op school, de huisarts, Centra Jong of Sociale Wijkteam. Problemen worden in de 0e lijn gesignaleerd en opgepakt. Dit draagt bij aan zelfredzaamheid, het demedicaliseren en klein houden van de problematiek. Waar meer hulp nodig is wordt snel opgeschaald naar het stedelijke jeugdteam of naar specialistische hulp via het stedelijk jeugdteam, de huisarts of GI zoals nu ook het geval is.
De grootste wijziging is het verplaatsen van de toegang tot het Jeugdteam en de jeugdhulp. Inwoners kunnen niet meer direct bij het Jeugdteam als aparte locatie binnenstappen maar komen in contact met de professionals van het stedelijk jeugdteam op andere locaties in de stad: op school, bij de huisarts, Centra Jong en sociale wijkteams. Deze wijziging vergt een andere communicatiestrategie waarbij de andere toegangen beter onder de aandacht moeten worden gebracht. Waarbij tevens verzekerd wordt dat het aanbod aan jeugdhulp in feite niet wijzigt maar dat meer maatwerk wordt geboden dichter bij de leefwereld van de jeugd, die bijdraagt aan de doelstellingen van de transformatie. Hoewel het Sociale Wijkteam op dit moment de opdracht heeft om breed te kijken en het Jeugdteam te betrekken als dat nodig is, zal het in de praktijk betekenen dat de Sociale Wijkteams vaker de jeugdexpertise vroegtijdig moeten inschakelen bij eerste vermoedens van problematiek op het gebied van opgroeien en opvoeden. Dit zal een aandachtspunt zijn bij de uitwerking en vervolgstappen van dit advies richting implementatie. De organisatie, met jeugdhulp op de plaatsen waar de vraag gesteld wordt en stedelijk georganiseerd, ziet er dan als volgt uit:
13
2021/985 origineel 2019/4944
3.2.3
Onafhankelijke cliëntondersteuners en ervaringsdeskundigen
Informele steun heeft een zelfstandige toegevoegde waarde in ondersteuning van jeugdigen en gezin. Het blijkt een effectieve manier om mensen te ondersteunen en er gaat een preventieve werking van uit. Uit de ervaringen van ervaringsdeskundigen (JEZ, ZOED, MOE), MEE, Buurtgezinnen blijkt dat het nog te vaak een plek is als aanvulling op professionele hulp. Of dat het onvoldoende benut wordt, zoals het plan om gezinnen te ondersteunen die op een wachtlijst staan. Daarmee wordt de inzet en de kracht van deze partijen om preventief te werken en in het versterken van de eigen kracht op dit moment onvoldoende benut. De verschillende organisaties maken nu een ontwikkeling door waarin zij hun krachten bundelen in SOOZ (Samenwerken Onafhankelijke Ondersteuners Zaanstad). Door te bouwen aan een groter netwerk om vanuit die verbinding inwoners te kunnen ondersteunen sluit SOOZ aan op de vraag naar laagdrempelige ondersteuning, preventie, ondersteuning in gesprekken met professionals en versterken van de eigen regie. Bij dit model hoort ook het faciliteren van SOOZ om zich verder te kunnen ontwikkelen tot een ‘merk’, waar inwoners de weg naar toe weten te vinden.
Er zal op ingezet moeten worden dat bij het Sociale Wijkteam, Jeugdteam en Centrum Jong actieve bewustwording ontstaat dat SOOZ beschikbaar is voor inwoners en samenwerking plaatsvindt zodat ze optimaal profiteren van elkaars kwaliteiten. Daarnaast kunnen ook vrijwilligers een rol spelen bij ondersteuning of het opzetten van collectief aanbod. Het wijkteam heeft als opdracht om het inzetten van vrijwilligers te faciliteren en stimuleren.
3.2.4
Inzet 0e en 1e lijn
Het Centrum Jong ziet alle kinderen in Zaanstad. Ouders kunnen met vragen naar het Centrum Jong. Zij kunnen vroegtijdig signaleren of er meer aan de hand is en een jeugdhulpprofessional uit het jeugdteam inzetten. Jeugdartsen en –verpleegkundigen signaleren veel. Het Centrum Jong is voor ouders en jeugdigen tot 23 jaar beschikbaar voor vragen advies. Het Sociaal Wijkteam zal vooral bij complexe casuïstiek betrokken zijn en de inschatting maken of er ook jeugdhulp ingezet moet worden in het gezin. Het Sociale Wijkteam kijkt integraal naar het gezin en kan het Jeugdteam dan gericht inzetten en tegelijkertijd aan de andere problematiek binnen het gezin werken. De sociale wijkteams en Centra Jong werken in de wijken, kennen de wijk en de partners in de wijk en zien wat nodig is. Zij zijn verantwoordelijk voor het organiseren van preventief (collectief) aanbod in de wijk, het opbouwen van netwerken met voorliggende voorzieningen en het invliegen van jeugdhulpprofessionals als dat nodig bij de activiteiten en inzet in de wijk. Het Jeugdteam werkt stedelijk maar wel wijkgericht en kan dus ingezet worden vanuit de verschillende wijken. Hierbij kan wel rekening gehouden worden met een bepaald profiel voor een bepaalde wijk en het behouden van binding met een wijk.
Echter door de expertises meer stedelijk bij elkaar te organiseren wordt er enerzijds gezorgd voor meer eenduidigheid in de werkwijze van de professionals en anderzijds voor een efficiencyslag als het gaat om de inzet van specifieke expertise. De expertise kan flexibeler ingezet worden, daar waar de druk hoog is worden geïntensiveerd en mogelijk later weer worden afgeschaald. Argumentatie voor de toegang 0e en 1e lijn; verplaatsing van Jeugdteam naar achter en stedelijk organiseren Door het Jeugdteam stedelijk te organiseren en aan te sturen komt er meer focus en eenduidigheid in de werking van het team en kunnen expertises flexibeler ingezet worden daar waar nodig en meer expertises benut worden door de hele stad. Dit helpt om wachtlijsten te verminderen en de inzet van specifiekere expertise rendabel te maken. Door het Jeugdteam stedelijk te organiseren hoeft er niet meer van hulpverlener te worden gewisseld wanneer een inwoner verhuist naar een andere wijk. Continuïteit in het hulpverleningsproces is een belangrijke factor in de effectiviteit er van. Centrum Jong is goed in staat om vragen te normaliseren en vanuit de positieve gezondheid vragen af te vangen. Jeugdhulpverleners zijn getraind om te kijken naar problematiek en zullen mogelijk te snel zwaardere hulp inzetten. Normaliseren is moeilijker als je getraind bent om te problematiseren.
Door het wijkteam in die regie te zetten bij complexe problematiek is hier helderheid in. Op dit moment is het nog vaak onduidelijk of het Jeugdteam of het wijkteam de regie heeft bij complexe 14
2021/985 origineel 2019/4944
casuïstiek. In de aanbevolen situatie kan het wijkteam het gezin op alle leefgebieden ondersteunen en jeugdhulp inzetten als dat nodig is.
3.2.5
Toegang 2e lijn
Voor hulp van door Zaanstad regionaal ingekochte gespecialiseerde jeugdhulp instellingen, de toegang tot de tweede lijn, kunnen zorgvragers bij het Jeugdteam terecht: zij verwijzen door naar de specialistische hulp in de 2e lijn die door andere aanbieders wordt geleverd. Het Jeugdteam heeft dan ook regie op de inzet van de 2e lijn. We behouden de huidige werkwijze die is afgesproken rondom verwijzing naar de tweede lijn, bijvoorbeeld met gebruik van een perspectiefplan. Naast de jeugdhulpprofessionals blijven ook medisch specialisten het wettelijke recht hebben om door te verwijzen naar de 2e lijn. Dit gebeurt ook volgens de afspraken over de regionale inkoop en in nauwe samenwerking met het Jeugdteam in Segment C. Voor toegang naar hoog specialistische jeugdhulp in de tweede lijn (segment C) is er een indicatie nodig van het Jeugdteam. Deze taak vergt speciale competenties, zoals het voeren van het (zakelijker) gesprek met en het regievoeren op een tweedelijns aanbieder. Dit vergt wezenlijk andere competenties dan hulpverlening, naast het gezin staan. Daarom wordt deze taak specifiek benoemd als taak van het Jeugdteam, die extra aandacht behoeft. Dit om deze zware en ook dure zorg hoofdzakelijk in te zetten daar waar het echt nodig is en de jongere er ook daadwerkelijk gebaat bij zal zijn.
Het Jeugdteam is daarmee ook verantwoordelijk voor gelijktijdig afspraken maken over evaluatiemomenten en mogelijk afschalen naar het stedelijk Jeugdteam als de 2e lijn bepaalde resultaten heeft behaald. Argumentatie voor de toegang 2e lijn De Jeugdteams hebben het afgelopen jaar gewerkt met de nieuwe werkwijze rondom de inzet van specialistische hulp. Deze ervaring moet verder benut en aangescherpt worden. Het is een vak apart om goed door te verwijzen en regie te voeren, daarom blijft het Jeugdteam dit doen. De Jeugdtafel C, het overleg waarin de afweging over de inzet van Segment C met verschillende professionals en gemeente wordt gemaakt, lijkt goed te werken. De eerste voorzichtige resultaten laten zien dat er minder doorverwezen wordt naar Segment C en wat doorverwezen wordt beter voorbereid terecht komt bij de specialistische aanbieders. Met de taak van toegang verlenen tot de tweedelijn houdt het stedelijk Jeugdteam deze werkwijze in stand.
3.2.6
Taakverdeling binnen het stedelijk Jeugdteam
Binnen het stedelijke Jeugdteam zijn professionals vanuit verschillende expertises werkzaam, zoals dit nu ook het geval is. Door het Jeugdteam stedelijk te organiseren kan deze expertise doelgerichter en flexibeler ingezet worden bij gezinnen en op vindplaatsen. In de huidige opdracht aan de Jeugdteams staat geen specificering qua taakverdeling. Het advies is om in een vervolg opdracht hier wel aandacht aan te besteden, enerzijds zodat er minder verschillen zitten tussen hoe de jeugdhulp wordt uitgevoerd en anderzijds omdat de afgelopen jaren ons hebben geleerd dat er verschillende taken te definiëren zijn binnen een team. Dit kan zorgen voor een strakkere sturing op de inzet van 2e lijn hulp. Ook worden professionals daar ingezet waar zij het beste tot hun recht komen. Het advies is om ook in de opdracht aan het stedelijk Jeugdteam een scherper onderscheid te maken in de volgende taken: Behandelen op verschillende expertises, zoals op het gebied van Geestelijke gezondheidszorg, Jeugd en opvoedhulp en Jeugd met beperking. Door in de 1e lijn te behandelen kunnen problemen dicht bij huis en klein worden opgelost. Behandeling met expertise op veiligheidsissues voor drangzaken. Drangexpertise kan worden ingezet als bij gezinnen waar het moeilijk is om een voet tussen de deur te krijgen of de veiligheid in het geding is.
Deze veiligheidsissues kunnen op deze manier in het lokale veld worden opgelost, gebruikmakend van een goede structuur voor escalatie bij calamiteiten. De jeugdbescherming is in te zetten voor consult en advies en heeft de verantwoordelijkheid bij cases waar vanuit het dwangkader gewerkt wordt. Bij mogelijke afschaling naar het vrijwillige kader kan desgewenst de medewerker vanuit het sociale wijkteam de regie hebben of een medewerker uit het Jeugdteam. Verwijsbevoegdheid naar tweedelijns hulp. Het stedelijk Jeugdteam heeft zowel de opdracht om ouders en jeugdige dichtbij huis en laagdrempelige ondersteuning te bieden, als het afgeven van het recht voor hulp in de tweede lijn. Belangrijk bij deze verwijstaak is de zorgvuldige afweging
15
2021/985 origineel 2019/4944
welke hulp nodig is, het opstellen van het perspectiefplan met heldere en uitvoerbare resultaten en afspraken, het regievoeren op het plan en op de tweedelijns aanbieder. Regie op het jeugdhulptraject. Hiervan verwachten we dat de voortgang op het jeugdhulptraject bewaakt wordt en ouders hierbij worden ondersteund. Dit houdt in dat er regelmatig evaluaties plaatsvinden en wordt (bij)gestuurd op de voortgang op de beoogde doelen. De regisseur kijkt naar de mogelijkheid tot afschalen en de samenhang van de jeugdhulp met de ondersteuningsbehoeften op andere leefdomeinen. Dit vraagt specifieke vaardigheden en kennis. Het advies is om de regisseursrol te beleggen bij het Sociaal Wijkteam op het moment dat er meer problemen spelen binnen het gezin, zoals schulden of huisvesting. De medewerker van het Sociale Wijkteam blijft dan regievoerder op het gehele plan voor het gezin. De jeugdhulpprofessional doet dit voor de inzet van de jeugdhulp.
Deze taken zijn nu ook onderdeel van het werk van de Jeugdteams, al worden de taken per team soms anders geïnterpreteerd. Binnen het stedelijk Jeugdteam wordt er gestreefd naar een uniforme werkwijze en kan er gekozen worden om deze taken bij verschillende professionals te beleggen. Iedere taak behoeft bepaalde competenties, professionals zullen goed zijn in bepaalde taken. Door het verhelderen van deze taken wordt aandacht gevraagd voor de verschillende competenties die er binnen het team nodig zijn en ontwikkeld moeten blijven worden. Argumentatie voor taakverdeling binnen het Stedelijk Jeugdteam Binnen de Jeugdteams wordt op dit moment steeds meer gewerkt met een taakverdeling, vooral tussen behandelen en regievoering op tweedelijns inzet. De ervaringen zijn goed, ook met de inzet van de Jeugdtafel C. Regie op jeugdhulptrajecten is duidelijk belegd en wordt versterkt. Verwijzen en behandelen vergen verschillende competenties, elk met een eigen blik op het invullen van ondersteuningsbehoeften. Door de twee taken apart te benoemen en mogelijk ook apart te beleggen kan de verwijzer als ‘zakelijke’ toegang dienen en de behandelaar ook echt als behandelaar.
3.2.7
Taakverdeling en regie tussen Centra Jong, Sociale wijkteams en Jeugdteam
Het streven is om meer eenduidigheid te creëren in de uitvoering van de taken door de jeugdhulp en de aansluiting op andere ondersteuning rondom het gezin en jeugdige, vooral als het gaat om regievoering op het plan. Dit betekent dat er heldere afspraken gemaakt worden over hoe de jeugdhulp dient aan te sluiten op de jeugdgezondheidszorg en gezinshulp. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van preventieve en collectieve ondersteuning (primair en secundair) wordt belegd bij de Centra Jong. Het wijkteam is verantwoordelijk voor integrale ondersteuning in de wijk met de nadruk op (primaire en secundaire) preventieve en collectieve voorzieningen. Dit betekent geen gewijzigde opdracht aan de Centra Jong en de wijkteams, maar een hernieuwde nadruk op deze taken in de volle breedte. Het afvangen van vragen in het voorveld is een nadrukkelijke taak voor de Centra Jong en Sociale wijkteams, die in de wijk de opdracht hebben om collectief aanbod voor kinderen en jongeren te organiseren om zo in een vroeg stadium eerste signalen van problematiek op te pakken. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van krachten in de wijk, bijvoorbeeld partijen op het gebied van sport en activiteiten, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en aanbod in de wijk. Te denken valt aan het organiseren van trainingen en cursussen, (wijk)activiteiten en het opzetten van ‘maatjes’ initiatieven.
Dat is op dit moment ook de opdracht, maar wordt nog sterker benut. Het Jeugdteam heeft geen verantwoordelijkheid in het organiseren hiervan, wel in het inzetten van hun expertise bij collectief aanbod, mocht dit nodig zijn, bijvoorbeeld bij cursussen en trainingen. Het Centrum Jong heeft de regie op het proces rondom jeugdgezondheidszorg. Wanneer jeugdhulp ingezet moet worden door het Jeugdteam, heeft het Jeugdteam de regie in de periode waarin zij betrokken zijn bij het gezin of als er doorverwezen moet worden naar de 2e lijn. Bij afschaling vanuit het Jeugdteam kan het Centrum Jong vanuit de dossierverantwoordelijkheid betrokken blijven. Het wijkteam heeft de regie bij complexe gezinsproblematiek waarbij het Jeugdteam ingezet kan worden op een specifieke jeugdhulpvraag. Het Jeugdteam heeft dan wel de regie op de inzet van 2e lijn hulp mocht dat nodig zijn. Bij drangcasussen heeft het Jeugdteam de regie, in samenspraak met het sociaal wijkteam. De Gecertificeerde Instellingen hebben de regie binnen het dwangkader. Er wordt gebruik gemaakt van een eenduidige escalatiesystematiek.
16
2021/985 origineel 2019/4944
3.3
Vormgeving aansluiting op vindplaats onderwijs
Hoe sluiten we aan bij de vindplekken van de leefwereld van de jeugd? In het bijzonder bij het tweede opvoedmilieu, bestaande uit onderwijs en kinderopvang, bij de huisarts of andere plekken? Daarbij liggen keuzes voor: a. Fysiek of niet-fysiek op vindplekken jeugdprofessionals inzetten? b. Welke rollen en bevoegdheden hebben de betrokken onderwijs- en medische professionals hierbij en hoe vindt integrale afstemming plaats? c. Welke afspraken horen hierbij? Lossere samenwerkingsafspraken of minder vrijblijvende afspraken met een escalatiemechanisme wanneer zich problemen voordoen? Het onderwijs – de schoolbesturen – zijn gezamenlijk met de gemeente verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen in Zaanstad. Zij nemen dan ook de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Vertegenwoordigers vanuit het PO, VO en SO geven aan van jeugdhulp te verwachten dat sneller met hen wordt geschakeld en op tijd wordt doorgepakt bij complexe of zware problematiek. Zij zouden graag meer continuïteit in hulp willen zien en meer vinger aan de pols houden bij de jeugd met jeugdhulp. Een meer integrale aanpak in een vroegtijdig stadium tussen professionals aan de voorkant, eventueel op school, is een punt voor doorontwikkeling.
De samenwerking tussen jeugdhulp en het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal (basis) onderwijs is een belangrijk aandachtspunt. Dit bestuurlijk advies geeft antwoord op de volgende vragen: 1) hoe ziet de ondersteuning vanuit het onderwijs eruit en waar sluit de jeugdhulp op aan? 2) wat verwachten we van de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs? 3) hoe organiseren we de aansluiting van jeugdhulp op onderwijs? en 4) welke afspraken zijn nodig tussen onderwijs en gemeente om de aansluiting vorm te geven? Er wordt een nieuwe werkwijze voor samenwerking voorgesteld met bijbehorend afsprakenkader tussen het onderwijs en de gemeente. Hierbinnen kan per school(type) in intensiteit gevarieerd worden (minimum, midden en maximaal) afhankelijk van de problematiek die op school speelt. Daarbij is er wel een minimum dat voor alle scholen geldt. De lat van deze minimumvariant ligt hoger dan het huidige samenwerkingsniveau tussen onderwijs en jeugdhulp. Fysieke aanwezigheid van jeugdhulp professionals in het onderwijs als onderdeel van een team op school behoort tot de maximale variant van aansluiting. De aansluiting van jeugdhulp zal binnen de financiële kaders van de gemeente moeten blijven. Het gezamenlijk advies van onderwijs en gemeente rondom de aansluiting van onderwijs en jeugdhulp en de benodigde nieuwe werkwijze is te vinden in bijlage 1.