CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Financiele scan provincie Utrecht.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 4: Kaderbrief 2022-202535.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor de benodigde verhoging van het onderhoudsbudget wegen is dus nog geen structurele dekking in de begroting opgenomen. Voor groot onderhoud van de wegen is er een onderhoudsreserve. Naast het dekken van de verhoging van exploitatiebudget worden uit deze reserve de kosten van groot onderhoud gedekt. Vervanging en renovatie (herinrichting) van wegen worden geactiveerd en als investering in de begroting opgenomen. In verband met doorgevoerde bezuinigingen wordt deze reserve niet meer gevoed met een jaarlijkse toevoeging en zal dus op termijn uitgeput raken. Openbare verlichting De openbare verlichting is bijna allemaal uitgevoerd in LED en voorzien van communicatie en dimsysteem. In 2020 is het verlichtingsareaal met circa 50 lichtmasten uitgebreid. De onderhoudskosten van deze areaaluitbreiding kunnen gedekt worden binnen de huidige budgetten. Als areaal uitbreiding voor fase 1 Hoevelaar en fase 2 Nijverheidsweg wordt gerekend op ongeveer 100 stuks. Dit resulteert in een geleidelijke stijging van de onderhoudskosten van € 2.500 in 2021 en € 5.000 in 2022 en verder. Deze stijging is in de begroting 2021-2024 geraamd. Er is geen onderhoudsvoorziening en er geen reserve voor onderhoud van openbare verlichting.

45

Civiele kunstwerken In 2018 is er een nieuw inspectieplan opgesteld van de civiele kunstwerken voor de periode van vijf jaar (2019-2023). Op basis van dit inspectieplan en het vorige inspectieplan is een doorrekening gemaakt van het regulier onderhoud, groot onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de periode 2019-2033. Uit de doorrekening komt naar voren dat alle verwachte kosten voor de periode 2019-2033 bekostigd kunnen worden uit het reguliere budget van jaarlijks € 16.000, de jaarlijkse toevoeging aan de reserve kunstwerken van € 32.000 en de huidige stand van de reserve kunstwerken. Jaarlijks fluctueert het onderhoud van de civiele kunstwerken. In de jaren dat het onderhoud het onderhoudsbudget overschrijdt, wordt deze bijgevuld door de reserve kunstwerken en in de jaren dat het onderhoud minder is dan het onderhoudsbudget wordt dit toegevoegd aan de reserve kunstwerken. Openbaar groen De kosten voor regulier onderhoud van het openbaar groen worden jaarlijks opgenomen in de begroting. De reserve IBOR wordt ingezet om de kosten van omvorming van wijken te kunnen dekken. Deze reserve wordt vooral gevoed door de opbrengsten van de verkoop van groenstroken.

Speelgelegenheden Via het actieplan “Samenspel” (door de raad vastgesteld in 2016) wordt een beleids- en financieel kader geboden met inrichtingsvoorstellen op wijkniveau om te komen tot een kwaliteitsimpuls voor de inrichting van de speelplekken in de openbare ruimte van Woudenberg. Dit gaat gepaard met investeringen, waardoor vooral de kapitaallasten zullen toenemen. De toenemende kapitaallasten zijn verwerkt in de begroting 2021-2024. De onderhoudskosten zullen te zijner tijd afnemen. De gemeente verwacht, dat de structurele kosten in de begroting per saldo op termijn (2029) stijgen met € 33.000 ten opzichte van de begroting in 2017. In het actieplan “Samenspel” is opgenomen, dat de reserve speelvoorzieningen wordt afgebouwd. De kapitaallasten van investeringen met betrekking tot de omvorming van speelvoorzieningen volgens het actieplan (te denken valt aan het weghalen van speelplekken/toestellen, verbeteren van ondergrond bij nieuwe speelplekken en overige aanlegkosten) worden gedekt uit de “reserve speelvoorzieningen”. Riolering In oktober 2019 heeft de raad het Waterplan 2020-2024 vastgesteld. In het Waterplan zijn de visie en de ambities voor de komende jaren op het gebied van water en riolering bepaald. Vooral de klimaatontwikkelingen en de invoering van de Omgevingswet krijgen hierin extra aandacht. Daarnaast is aan duurzaamheid extra aandacht gegeven.

In het waterplan 2020-2024 is aangegeven dat voor de periode van 2020 t/m 2079 een bedrag benodigd is van € 59,5 miljoen voor vervanging van vrijvervalriolen, drukriolering, gemalen, klimaatmaatregelen en grondwatermaatregelen. Naast deze kosten dient rekening gehouden te worden in de periode 2020 t/m 2079 met kosten voor verbetering, onderzoek, beheer, onderhoud en herstelmaatregelen. Hiervoor is een bedrag van € 47,0 miljoen geraamd. Voor gedane investeringen uit het verleden is nog een bedrag van € 1,5 miljoen benodigd voor kapitaalslasten. Totaal is voor de periode van 2020 t/m 2079 een bedrag van € 108 miljoen gereserveerd. Dit is een bedrag van ruim € 1,8 miljoen per jaar (exclusief btw). De gemeente heeft een voorziening riolering (stand begin 2021 € 4,9 miljoen). Doel van deze voorziening is jaarlijks schommelende uitgaven van het gemeentelijk waterplan te egaliseren, en hiermee te voorkomen dat het rioolrecht steeds fluctueert. Deze voorziening zal in de toekomst ook worden gebruikt om uitgaven voor toekomstig groot onderhoud en vernieuwing van het rioolstelsel te kunnen dekken. Gebouwen Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is gebaseerd op het Meerjarenonderhoudsplan gebouwen 2015.

Naast het gemeentehuis en de gemeentewerf heeft de gemeente de volgende gebouwen in eigendom en onderhoud: Gebouwen in eigendom van de gemeente Woudenberg welke in gebruik zijn door anderen dan de gemeentelijke organisatie:  Het Cultuurhuis (openbare bibliotheek, de Stichting Kunst en Cultuur, de Stichting

46

    

Oud Woudenberg en de Rabobank). Brandweerkazerne. Peuteropvang Eigenwijs Uitvaartcentrum Henschoten. Enkele woonhuizen in het buitengebied die tegelijkertijd met grondaankopen in handen van de gemeente zijn overgegaan (op tijdelijke basis verhuurd). Complex De Schans (samen met de woningbouwvereniging).

De onderwijsgebouwen zijn (juridisch) wel eigendom van de gemeente, echter de schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het onderhoud. De gemeente heeft een redelijk beeld van het onderhoud van de scholen. Een paar jaar geleden zijn vier scholen samengevoegd tot twee scholen inclusief verbouwing van deze scholen. Daarnaast heeft er nog een uitbreiding plaatsgevonden bij de grootste school in Woudenberg. In 2020 is het Integraal Huisvestingsplan (IHP) vastgesteld en momenteel worden er voorbereidingen getroffen voor de uitbreiding van de twee grootste scholen in Woudenberg wegens toename van het aantal leerlingen conform de leerlingenprognoses oktober 2020. De meerjarenonderhoudsplanning geeft aan, dat over de periode 2015-2039 in totaal € 1,7 miljoen nodig is om het groot onderhoud te bekostigen (exclusief De Schans, hiervoor wordt via de VVE gereserveerd voor groot onderhoud). Het groot onderhoud wordt bekostigd uit de reserve onderhoud gebouwen. De reserve onderhoud gebouwen wordt jaarlijks gevoed met € 50.000. Met de huidige jaarlijkse toevoeging is de reserve toereikend om het totaal benodigde budget van € 1,7 tot en met 2039 te realiseren. De gemeente geeft aan, dat er bij het gemeentehuis sprake is van achterstallig onderhoud.

Als sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties moet de gemeente hiervoor een voorziening achterstallig onderhoud vormen (zie tekst in gekleurd kader). Er kan ook sprake zijn van achterstallig onderhoud zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Daar is sprake van wanneer de onderhoudstoestand van een kapitaalgoed lager is dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau. Wanneer dit veroorzaakt wordt door onvoldoende beschikbaar gesteld budget door de raad is het noodzakelijk dat de raad een besluit neemt om óf meer budget beschikbaar te stellen óf het gewenste kwaliteitsniveau naar beneden bij te stellen zonder dat dit leidt tot kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties. Buitensport (sportvelden) Via de gebruikersovereenkomst met Stichting Beheer Sportpark De Grift is het onderhoud en de renovatie van sportterreinen geregeld. Voor het onderhoud ontvangt de stichting een jaarlijkse bijdrage en voor renovatie is door de gemeente een voorziening gevormd (voorziening renovatie sportpark De Grift). De gemeente voegt € 49.000 aan de voorziening renovatie Sportpark De Grift toe om de geplande renovaties tot en met het jaar 2030 te kunnen bekostigen.

In tabel 1.5.1 is een overzicht van de beheerplannen, onderhoudsniveaus, realiteit ramingen, eventueel achterstallig onderhoud en aanwezigheid van reserves of onderhoudsvoorzieningen opgenomen.

47

Tabel 1.5.1 Overzicht beheerplannen Woudenberg Plan OnderhoudsRamingen aanwezig? niveau? reëel? (begroting 20212024) Straten, WegenBeeldkwaliteit Ja wegen, beheersplan B/C (sober en pleinen 2019-2023 Doelmatig) Openbare Nee Openbare Ja Verlichting verlichting in 2017 in z’n geheel verduurzaamd CivielOnderhoudsB/C Ja technische planning Kunst-werken 2019-2023 Openbaar Groenbeleids- B/C Ja groen Plan (raad juli 2020) Speelgelegenheden Riolering

Gebouwen Buitensport (sportvelden)

Actieplan Spelen (raad mei 2016) Waterplan 2020-2024 (raad okt. 2019) Meerjarenonderhoudsplan 2015 Meerjarenonderhoudsplan

Gemiddeld

Bovengemiddeld

Achterstallig onderhoud?

Onderhoudsvoorziening?

Onderhoudsreserve?

Beperkt

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Ja

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja/nee

Ja, bij gemeentehuis

Nee

Ja

Ja

Nee

Ja

Nee

Conclusies -

Algemeen Voor de kapitaalgoederen geldt dat de door de raad vastgestelde (beleids)plannen actueel zijn. De nota IBOR dateert echter wel uit 2014. De gemeente werkt voor de meeste kapitaalgoederen met een onderhoudsvoorziening of onderhoudsreserve (met uitzondering van openbare verlichting en openbaar groen) en spaart daarmee dus voor toekomstig onderhoud. De gemeente geeft aan, dat er bij het gemeentehuis sprake is van achterstallig onderhoud. Welke risico’s zijn er? Voor de, op basis van het wegenbeheerplan 2019-2023, benodigde verhoging van het onderhoudsbudget wegen is nog geen structurele dekking in de begroting opgenomen.

Aanbevelingen -

Neem voor structurele onderhoudslasten ook structurele dekking op in de begroting.

-

Stel vast of er maatregelen nodig zijn om het tot en met 2039 totaal benodigde budget voor onderhoud van gebouwen ook daadwerkelijk beschikbaar te hebben.

-

Stel vast of er bij het gemeentehuis inderdaad sprake is van achterstallig onderhoud (of van achterstanden in de uitvoering van het geplande onderhoud, zonder dat dit leidt tot onveilige situaties).

48

2

De eigen inkomsten vergeleken

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de volgende vraag beantwoord: Doen zich tussen de gemeente Woudenberg en de selectiegroep verschillen voor ten aanzien van de belastingen en rechten in 2021 en zo ja, in welke mate zijn deze verschillen te verklaren? Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste eigen inkomstenbronnen van de gemeente en de woonlasten in 2021. Deze worden vergeleken met de selectiegroep. Ook wordt aandacht besteed aan de heffingen in relatie tot de selectiegroep.

2.2

De opbrengsten van de belangrijkste heffingen vergeleken met de normen artikel 12 van de Fvw

Het gemeentelijk belastingpakket bestaat uit: a) Onroerende zaakbelasting b) Rioolheffing (bestemmingsheffing) c) Afvalstoffenheffing (bestemmingsheffing) d) Hondenbelasting e) Toeristenbelasting f) Forensenbelasting g) Leges (bouwen, burgerzaken) (retributies) h) Marktgelden (retributies) i) Begraafrechten (retributies) j) Rioolaansluitrecht (retributies) Om als gemeente toegelaten te worden tot de artikel 12-procedure moet er sprake zijn van een aanmerkelijk en structureel tekort12 en dienen de eigen heffingen van de gemeente te voldoen aan het redelijk peil. In deze financiële scan is het verschil tussen de werkelijke opbrengst van de gemeente vergeleken met het redelijk peil op basis van het artikel 12-beleid. Niet omdat een artikel 12 aanvraag voor de gemeente aan de orde is. Maar wel om te berekenen wat de “onbenutte belastingcapaciteit” van de gemeente is. De omvang van de onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijke opbrengst uit het totaal van de OZB, de rioolrechten en de afvalstoffenheffing enerzijds en de opbrengst die de gemeente maximaal (op basis van het redelijk peil op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet) zou moeten vragen. Voor 2021 geldt voor Woudenberg een percentage voor de WOZ-waarde van eigenaren van woningen van 0,1112, voor de niet-woningen gebruikers 0,1427 en voor niet-woningen eigenaren 0,1778.

Voor het berekenen van de belastingcapaciteit wordt bij het onderdeel OZB het door het Rijk vastgesteld percentage van de WOZ-waarde (redelijk peil OZB) gehanteerd. Voor 2021 bedraagt dat 0,180913. Dit is 120% van het gewogen landelijk gemiddelde OZB-percentage van de WOZ-waarde 2020. Het gemiddelde tarief OZB als percentage van de WOZ waarde bedraagt voor Woudenberg 0,1213 (zie D in tabel 2.2.1).

12

De term aanmerkelijk én structureel tekort heeft zowel betrekking op de hoogte van het tekort alsook op de duur. Voor wat betreft de hoogte is hiervan sprake wanneer het tekort hoger is dan 2% van de som van de algemene uitkering en de OZB-capaciteit. Voor wat betreft de duur geldt dat het tekort tenminste voor de duur van de meerjarenraming wordt verwacht. 13 Dit “redelijk peil” is weergegeven in de meicirculaire 2020 op bladzijde 115.

49

Tabel 2.2.1 Onbenutte belastingcapaciteit OZB t.o.v. “redelijk peil artikel 12” Woudenberg A. Waarde onroerende zaken B. Tarief 2021 gemeente als percentage van de WOZ-waarde C. Opbrengst op basis van waarde en tarief gemeente (A x B)

Woningen

Nietwoningen gebruikers

Nietwoningen eigenaren

1.635.900.000 0,1112 1.819.121

175.556.000 0,1427 250.518

225.580.000 2.037.036.000 0,1778 401.081 2.470.720

Totaal

D. Gemiddeld tarief OZB gemeente als percentage van de WOZ-waarde E. Redelijk peil OZB 2021 voor toelating tot artikel 12 van de Fvw als percentage van de WOZ-waarde (meicirculaire 2020) F. Correctie redelijk peil voor onderdekking reiniging G. Correctie redelijk peil voor onderdekking riolering H. Gecorrigeerd redelijk peil OZB voor toelating tot artikel 12 van de Fvw I. Opbrengst OZB op basis van gecorrigeerd redelijk peil OZB voor toelating tot artikel 12 van de Fvw J. Opbrengst OZB volgens begroting 2021 gemeente Lagere opbrengst ten opzichte van redelijk peil (J-I)

0,1213 0,1809 0,0000 0,0000 0,1809 3.684.998 2.697.000 -987.998

Uit tabel 2.2.1 komt naar voren, dat Woudenberg voor wat betreft de OZB in 2021 een lagere opbrengst van € 1,0 miljoen heeft ten opzichte van de artikel 12-norm van het redelijk peil. De geraamde opbrengst ad € 2.697.000 is inclusief de extra verhoging van de OZB die is vastgestelde bij de begroting 2021-2024. Bij het berekenen van de belastingcapaciteit wordt ervan uitgegaan dat het rioolrecht en de afvalstoffenheffing kostendekkend zijn. Als dat niet zo is, moet de gemeente ingeval van een artikel 12 aanvraag deze heffingen kostendekkend maken.

2.3

Gemeentelijke woonlastendruk

De gemeente is vrij om de hoogte van de onroerende zaakbelasting (OZB) vast te stellen. Dat valt onder de lokale beleidsvrijheid. Wel is op landelijk niveau door het Rijk een plafond vastgesteld voor de hoogte van de opbrengsten OZB (de zgn. macronorm)14. Voor retributies (zoals rioolheffing en afvalstoffenheffing) en voor leges (zoals paspoort en rijbewijs) geldt dat deze hooguit kostendekkend mogen zijn. De begrote baten mogen de begrote lasten niet overtreffen. In het kader van de Atlas van de lokale lasten verzamelt het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) jaarlijks per gemeente de gegevens met betrekking tot de totale opbrengst van de OZB, op basis van de gemiddelde waarde van een woning, reinigingsrecht/afvalstoffenheffing en rioolrecht. Dit wordt uitgedrukt in een bedrag per huishouden. De gemeenten worden vervolgens gerangschikt naar woonlasten (eigenaar-bewoner). De in de Atlas Lokale heffingen 2021 opgenomen woonlasten voor afvalstoffenheffing kunnen afwijken van wat gemeenten daar daadwerkelijk voor berekenen. De afvalstoffenheffing bestaat in diverse gemeenten uit het vastrecht en een bedrag dat wordt betaald voor het aantal keren dat restafval wordt aangeboden. Wat een huishouden uiteindelijk betaalt hangt af van hoe vaak de afvalcontainer wordt aangeboden. Dit kan anders zijn dan waar COELO vanuit gaat.

14

Bij de macronorm kijkt het Rijk naar de stijging van de totale landelijke OZB-opbrengsten. Voor individuele gemeenten geldt geen opbrengstlimiet, maar gemeenten houden bij het bepalen van de opbrengst wel rekening met de macronorm.

50

Tabel 2.3.1 Gemeentelijke lastendruk meerpersoonshuishoudens (eigenaar-bewoner) vergeleken met de selectiegroep 2021

Gemeenten Hattem Kapelle Lopik Montfoort Reusel-de Mierden Gemiddelde selectiegroep

Verschil Gemiddelde woonlasten Landelijke OZB Woonlasten meerpersoons rangorde Reinigingsrecht Rioolheffing OZB-tarief Gemiddelde opbrengst meerpersoons huishouden meerpersoons meerpersoons meerpersoons eigenaren OZB-waarde woningen huishouden t.o.v. huishouden huishouden (1) huishouden (2) woningen (3) woningen (4) (3x4=5) (1+2+5) Woudenberg in 2021 245 186 0,1412 327.972 463 894 -4,0% 278 265 274 0,1052 266.364 280 819 -12,1% 171 310 302 0,1362 345.474 471 1.083 16,2% 359 335 255 0,1254 336.788 422 1.012 8,6% 344 139 252 0,1103 317.538 350 741 -20,4% 60 259 254 0,1237 318.827 397 910 -2,3%

Woudenberg

295

233

0,1112

363.107

404

932

314

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2021, maart 2021 Landelijke rangorde: nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 370 de hoogste

Uit bovenstaande gegevens komt naar voren, dat de woonlastendruk (gemeten aan een optelling van de OZB, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht) in Woudenberg in 2021 € 22 per meerpersoonshuishouden boven het gemiddelde van de selectiegroep ligt. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere afvalstoffenheffing. Het rioolrecht is lager dan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Bij de afvalstoffenheffing valt vooral het relatief lage tarief bij Reusel-de Mierden op, dat het gemiddelde van de selectiegroep sterk positief beïnvloedt. Zonder Reusel-de Mierden zou het gemiddelde van de selectiegroep € 289 bedragen, wat niet ver van het gemiddelde van Woudenberg af ligt. De lasten voor het inzamelen en verwerken van afval bedragen in Reusel-De Mierden € 63 per inwoner, terwijl dat bij de overige vier gemeenten in de selectiegroep € 107 per inwoner is. Dit is nagenoeg gelijk aan de lasten per inwoner in Woudenberg voor deze taak (€ 106). Het OZB-tarief woningen is lager dan het gemiddelde tarief van de gemeenten in de selectiegroep. Echter door de hogere gemiddelde woningwaarde in Woudenberg (€ 363.107 tegenover € 318.827 gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep) is de belastingaanslag voor de inwoners van deze gemeente wel (gering) hoger. Voor de volledigheid zijn ook de woonlasten voor eenpersoonshuishoudens 2021 inzichtelijk gemaakt.

Tabel 2.3.2 Gemeentelijke lastendruk eenpersoonshuishoudens (eigenaar-bewoner) vergeleken met de selectiegroep 2021

Gemeenten Hattem Kapelle Lopik Montfoort Reusel-de Mierden Gemiddelde selectiegroep Woudenberg

Gemiddelde Rioolheffing OZB Woonlasten Reinigingsrecht eenpersoons OZB-tarief Gemiddelde opbrengst eenpersoons eenpersoons huishouden* eigenaren OZB-waarde woningen huishouden huishouden* (1) (2) woningen (3) woningen (4) (3x4=5) (1+2+5) 221 186 0,1412 327.972 463 870 209 205 0,1052 266.364 280 694 260 178 0,1362 345.474 471 909 205 255 0,1254 336.788 422 882 119 86 0,1103 317.538 350 555 203 182 0,1237 318.827 397 782 265

233

0,1112

363.107

404

902

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten 2021, maart 2021

Bij de eenpersoonshuishoudens ligt de woonlastendruk 2021 (gemeten aan een optelling van de OZB, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht) in Woudenberg € 120 boven het gemiddelde van de selectiegroep. Ook hier is de afvalstoffenheffing hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep, maar daarnaast ook de rioolheffing. Het verschil met de tarieven voor meerpersoonshuishoudens is relatief groot. Bij de rioolheffing is de invloed van het (relatief) lage tarief bij Reusel-de Mierden groot. Zonder Reusel-de Mierden zou het gemiddelde rioolrecht bij de eenpersoonshuishoudens € 206 zijn. De rioolheffing is in Woudenberg voor meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens gelijk, net als overigens bij Hattem en Montfoort. De gemeenten Kapelle, Lopik en Reusel-de Mierden kiezen voor differentiatie in deze tarieven. Er is dus ook sprake van een beleidsmatige eigen keuze van de gemeenten over hoe de lasten over

51

meer- en eenpersoonshuishoudens worden verdeeld. Ontwikkeling belastingdruk na 2021 Onderdeel van het dekkingsplan van de begroting 2021-2024 was een extra verhoging van de opbrengst onroerende zaakbelasting met 7,1% per jaar in de periode 2020 tot en met 2023. De gemeente voert een bezuinigingsdialoog om de begrotingen voor de komende jaren structureel sluitend te maken en te houden. Het is in dat kader niet uitgesloten dat een verdere structurele verhoging van de OZB-opbrengst (met als gevolg een hogere aanslag onroerende zaakbelasting voor de inwoners) noodzakelijk blijkt.

2.4

Overige heffingen

Naast de heffingen behorend tot het belastingpakket kunnen ook andere heffingen worden genoemd die ten gunste van de algemene middelen komen. Bijvoorbeeld de opbrengsten van hondenbelasting, forensenbelasting en toeristenbelasting. De overige heffingen zijn bestemmingsheffingen of retributies. Vergelijking van de heffingen met het gemiddelde van de selectiegroep werd altijd gedaan op basis van gegevens van het CBS (IV-3). Echter, door de invoering van taakvelden zijn lasten en baten van enkele belastingen niet meer één op één uit deze gegevens te herleiden.

2.5

Conclusies

Op de vraag ‘Doen zich tussen de gemeente Woudenberg en de selectiegroep verschillen voor ten aanzien van de belastingen en rechten in 2021 en zo ja, in welke mate zijn deze verschillen te verklaren? kan het volgende worden geantwoord. Redelijk peil artikel 12 Fvw voor 2021 en omvang onbenutte belastingcapaciteit De feitelijke belastingopbrengst 2021 van de gemeente Woudenberg is vergeleken met die van het zogenaamde belastingpakket zoals dat wordt gehanteerd bij de toelating tot artikel 12 van de Fvw voor 2021. Uit deze vergelijking blijkt dat de gemeente een opbrengst aan OZB genereert die circa € 1,0 miljoen lager is dan het normbedrag dat bij toelating voor art. 12 wordt gehanteerd. Woonlasten 2021 voor meerpersoonshuishoudens Bij de vergelijking van de gemeentelijke woonlastendruk voor burgers blijkt dat het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, afvalstoffenheffing en rioolrecht) van een meerpersoonshuishouden in Woudenberg in 2021 € 22 hoger is dan de gemiddelde woonlastendruk in 2021 in de selectiegroep. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere afvalstoffenheffing. Het rioolrecht is lager dan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Bij de afvalstoffenheffing valt vooral het relatief lage tarief bij Reusel-de Mierden op, dat het gemiddelde van de selectiegroep sterk positief beïnvloedt.

Het OZB-tarief woningen is lager dan het gemiddelde tarief van de gemeenten in de selectiegroep. Echter door de hogere gemiddelde woningwaarde in Woudenberg (€ 363.107 tegenover € 318.827 gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep) is de belastingaanslag voor de inwoners van deze gemeente wel (gering) hoger. Woonlasten 2021 voor eenpersoonshuishoudens Het totaal van de gemeentelijke woonlasten (OZB-woningen, afvalstoffenheffing en rioolrecht) van een eenpersoonshuishouden in Woudenberg is in 2021 € 120 hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. Ook hier is de afvalstoffenheffing hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep, maar daarnaast ook de rioolheffing. Het verschil met de tarieven voor meerpersoonshuishoudens is relatief groot. Bij de rioolheffing is de invloed van het (relatief) lage tarief bij Reusel-de Mierden groot. De rioolheffing is in Woudenberg voor meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens gelijk, net als overigens bij Hattem en Montfoort. De gemeenten Kapelle, Lopik en Reusel-de Mierden kiezen voor differentiatie in deze

52

tarieven. Er is dus ook sprake van een beleidsmatige eigen keuze van de gemeenten over hoe de lasten over meer- en eenpersoonshuishoudens worden verdeeld

53

3

De nettolasten vergeleken

In dit hoofdstuk geven we antwoord op de vraag: Hoe verhouden de eigen inkomsten (OZB en overige heffingen) en de structurele nettolasten van de gemeente zich in 2021 ten opzichte van de clusters van de algemene uitkering en hoe is dat beeld ten opzichte van de (gemeenten in de) selectiegroep?

3.1

Inleiding

Vergelijking met gemeentefonds De gemeente is voor de inkomsten voor een belangrijk deel aangewezen op de algemene uitkering die van het Rijk wordt ontvangen. In de begroting 2021 betreft de algemene uitkering (inclusief sociaal domein) circa 60% van de totale baten (inclusief onttrekkingen aan de reserves, maar exclusief de baten grondexploitatie) van de gemeente. In hoofdstuk 1.6 is al ingegaan op de systematiek van de algemene uitkering: deze wordt volgens een objectief verdeelstelsel verdeeld, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke kenmerken van de gemeente. In dit deel van het onderzoek is onderzocht hoe de eigen nettolasten (is lasten minus de direct daaraan te relateren baten) zich verhouden ten opzichte van de gemeentefondsuitkering. Deze vergelijking tussen nettolasten en gemeentefondsverdeling sluit het best aan bij de specifieke kenmerken van een gemeente en is daardoor het belangrijkst. De algemene uitkering wordt verdeeld naar clusters. Elke cluster verdeelt de middelen voor de daaraan gekoppelde beleidsvelden op basis van een set van maatstaven. De omvang van een cluster is overigens niet maatgevend voor de lasten die gemeenten op een beleidsveld maken. Die lasten kunnen vanwege politieke keuzes en maatschappelijke ontwikkelingen hoger of lager liggen en de algemene uitkering is immers vrij besteedbaar.

Desondanks kan het interessant zijn om te zien hoe de lasten van de gemeente op de diverse beleidsvelden zich ontwikkelen ten opzichte van de gelden die daarvoor specifiek voor de gemeente in de diverse clusters van de algemene uitkering zijn opgenomen. In een begrotingsscan wordt de vergelijking met zichzelf (eigen begroting versus algemene uitkering naar clusters) als een belangrijke indicatie gezien voor de te nemen maatregelen om de financiële problemen te verminderen. Grote verschillen ten opzichte van de algemene uitkering en de selectiegroep kunnen bij een begrotingsscan dienen als input voor bezuinigingsdiscussies. De afwijkingen kunnen dan een zoekrichting geven bij het formuleren van noodzakelijke bezuinigingen. De financiële scan15 heeft deze insteek niet, maar kan er uiteraard wel voor worden gebruikt. Voor de gemeente kunnen hogere nettolasten (en ook lagere nettolasten) aanleiding zijn om na te gaan wat hieraan ten grondslag ligt. In de meeste gevallen zijn de lasten te relateren aan bewuste politieke beleidskeuzen, wat bijvoorbeeld heeft geleid tot een hoger voorzieningenniveau dan waarvan het gemeentefonds uitgaat. Ook keuzes in het financiële beleid van de gemeente (inzet reserves, mate van activeren, lange afschrijvingstermijnen etc.) kunnen verschillen ten opzichte van de gemeentefondsuitkering veroorzaken.

In sommige gevallen is de verklaring minder snel te geven. Dat zou voor de gemeente aanleiding kunnen zijn nader onderzoek te doen naar de reden van de hogere en/of lagere nettolasten. Kosten van overhead Sinds 2017 moeten kosten van overhead als totaalbedrag op een aparte begrotingspost worden geraamd. In de systematiek van de algemene uitkering wordt deze werkwijze echter (nog) niet gevolgd: de overhead zit in alle clusters van de algemene uitkering. Om een goede vergelijking van de nettolasten van de gemeente Woudenberg met de clusters 15

In de inleiding is het verschil tussen begrotingsscan en financiële scan toegelicht.

54

van het gemeentefonds mogelijk te maken moet de overhead die de gemeente (conform de regels) op een centrale post heeft geraamd ook worden verdeeld over alle taakvelden. De beheerders van het gemeentefonds hanteren hiervoor de volgende systematiek: de overhead wordt op basis van de door de gemeente geraamde salarislasten verdeeld over de lasten van de taakvelden van de gemeente. De verdeling van de overhead over de taakvelden ten behoeve van deze scan heeft ook op deze wijze plaatsgevonden. In overleg met de gemeente is bij de verdeling van overhead op basis van salarislasten bij onderstaand taakveld 50% van de salariskosten meegenomen als basis voor het doorbelasten van overhead.  Openbaar groen en (openlucht) recreatie, taakveld 5.716. Vergelijking met nettolasten selectiegroep Voor de gemeente is het in eerste instantie vooral interessant om inzicht te hebben in hoe de eigen nettolasten zich verhouden ten opzichte van de gemeentefondsuitkering. Vervolgens kan de vergelijking van de nettolasten van de gemeente met de nettolasten van de selectiegroep Woudenberg helpen om de eigen nettolasten nader te duiden. Ook andere gemeenten geven namelijk meer of minder uit dan het gemeentefonds veronderstelt. In bijlage 2 is de clustervergelijking op taakveldenniveau tussen de structurele nettolasten van Woudenberg en van de selectiegroep opgenomen.

Waar nodig wordt in de toelichtende tekst ingegaan op de verschillen bij de inkomsten- en uitgavenclusters. In de in bijlage 2 opgenomen nettolasten op taakveldenniveau, ten behoeve van de vergelijking van de nettolasten met de gemeenten uit de selectiegroep, is de overhead niet “terugverdeeld” over de taakvelden. De overhead staat op één taakveld (taakveld 0.4 ondersteuning organisatie). Op de overige taakvelden worden alleen de direct toe te rekenen kosten vergeleken, waardoor de cijfers tussen de gemeenten beter vergelijkbaar zijn. Alleen structurele baten en lasten Op diverse taakvelden is sprake van incidentele lasten en baten, wat de vergelijking met de (structurele) gemeentefondsverdeling bemoeilijkt. Daarom zijn, voor een goede vergelijking met de algemene uitkering, de incidentele lasten en baten uit het totaal van de begrotingscijfers geëlimineerd. Dat geldt ook voor de incidentele toevoegingen aan- en onttrekkingen uit de reserves. Uit doelmatigheidsoogpunt zijn alleen de incidentele baten en lasten van meer dan € 15.000 gecorrigeerd op de totalen van de taakvelden.

Voor een goede vergelijkbaarheid met de selectiegroep zijn ook de incidentele lasten en baten bij deze gemeenten uit de cijfers van deze gemeenten geëlimineerd.17 In het vervolg van dit hoofdstuk worden dus voor zowel Woudenberg als de gemeenten uit de selectiegroep de structurele nettolasten gepresenteerd. De nettolasten worden op taakveldniveau vergeleken en gebundeld op clusterniveau conform de clusterindeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Gegevensbron De vergelijkingen met referentiegemeenten en met de algemene uitkering vinden plaats op basis van de begroting 2021. Normaal gesproken vindt dit plaats aan de hand van een door het Rijk vervaardigd bestand op basis van de door alle Nederlandse gemeenten aangeleverde IV-3 (informatieverstrekking derden) informatie over de begroting 2021. Dit is de zgn. begrotingsanalyse 2021. Dit bestand is naar verwachting echter pas medio mei/juni 2021 beschikbaar, wat voor een tijdige oplevering van de financiële scan te laat is. Voor deze scan is daarom gebruik gemaakt van de gegevens van de site www.findo.nl18. De daarop gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op de door de gemeenten aan het CBS aangeleverde gegevens van de begroting 2021. Op basis daarvan zijn de begrotingscijfers vergeleken.

Voor de algemene uitkering is als basis de meicirculaire 2020 (jaar 2021) genomen, omdat die circulaire ook de basis was voor het ramen van de algemene uitkering in de begroting 2021 van Woudenberg.

16

Zij maken in mindere mate gebruik van het gemeentehuis, ICT etc. De correcties hebben plaatsgevonden aan de hand van het in de begroting 2021-2024 van de desbetreffende gemeente opgenomen overzicht van incidentele baten en lasten (jaarschijf 2021). 18 Findo: Data Financiën Decentrale Overheden. 17

55

3.2

Nettolasten begroting 2021 ten opzichte van de clusters algemene uitkering 2021

Tabel 3.2.1 Structurele nettolasten begroting 2021 in vergelijking met gemeentefondsuitkering 202119 Verschil per inwoner Woudenberg 2021 (=C/13.471)

Nettolasten GemeenteWoudenberg fonds 2021 begroting (meicirculaire 2021 (A) 2020) (B)

Verschil 2021 (C=B-A)

(bedrag x 1.000)

€

(bedrag x € 1.000)

1.933 1.933

1.804 1.804

-129 -129

-10 -10

Voorzieningen bevolking Educatie Cultuur en ontspanning Inkomen en participatie

1.219 2.241 1.276

1.156 2.553 1.314

-63 312 38

-5 23 3

Clusters sociaal domein: Samenkracht en burgerparticipatie Jeugd Maatschappelijke ondersteuning Volksgezondheid Totaal clusters sociaal domein

2.693 4.008 2.125 656 9.482

312 3.991 4.363 109 8.775

-707

-53

Totaal Voorzieningen bevolking

14.218

13.797

-421

-31

Bebouwing en omgeving Openbare orde en veiligheid Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Riolering en reiniging Totaal Bebouwing en omgeving

1.258 3.773 -48 4.983

967 3.043 -497 3.513

-291 -730 -449 -1.470

-22 -54 -33 -109

Overige -1 -24 -23 Totaal uitgavenclusters 21.133 19.090 -2.043 + betekent lagere nettolasten dan gemeentefonds aangeeft en - hogere nettolasten

-2 -152

Uitgavenclusters algemene uitkering Bestuur Bestuur en algemene ondersteuning Totaal Bestuur

€

(bedrag x 1.000)

Cluster Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd In tabel 3.2.1 is te zien, dat de onderdelen Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd, Maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid zijn samengenomen in één cluster: sociaal domein. De aanleiding hiervoor het is volgende. In de begrotingsstukken 2020 van het Rijk met betrekking tot het gemeentefonds (onderdeel samenvatting en conclusies Periodiek Onderhoud Rapport 2020 blz. 20) schrijft het Rijk onder meer het volgende. “Voor een meerjarig beeld van de netto lasten voor het sociaal domein is alleen een analyse mogelijk op het totaal van de vier clusters voor Maatschappelijke ondersteuning en Jeugd. (MO & J). Een analyse op het niveau van deze vier afzonderlijke clusters is niet mogelijk omdat in 2016 gewerkt werd met een andere clusterindeling voor het sociaal domein dan vanaf 2017. Daarnaast zijn bij de overheveling van de integratie-uitkering Sociaal domein de verdeelmodellen Wmo 2015, Wmo hulp bij het huishouden en Jeugdhulp in 2019 enkel toegerekend aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning (verdeelmodellen Wmo) en het cluster Jeugd (verdeelmodel Jeugdhulp). Hierdoor bevatten deze twee clusters vanaf 2019 ook middelen die voorheen onder de clusters Samenkracht en Burgerparticipatie en Volksgezondheid vielen. Gemeenten begroten in 2019 bij MO & J minder dan waarmee in het gemeentefonds rekening wordt gehouden.

Een belangrijke kanttekening bij deze conclusie is dat het in 19

Algemene uitkering 2021 op basis van de meicirculaire 2020. De weergegeven tabel 3.2.1 is anders dan de opzet in bijlage 1. Bijlage 1 geeft een totaaloverzicht van alle clusters. In tabel 3.2.1 vindt clustering naar hoofdclusters plaats.

56

deze clusters niet alleen gaat om taken die in 2015 zijn gedecentraliseerd maar ook om taken die al veel langer tot het gemeentelijk takenpakket behoren”. Daarom worden in deze financiële scan, in hoofdstuk 3.4, de clusters ‘Samenkracht en burgerparticipatie’, ‘Jeugd’, ‘Maatschappelijk ondersteuning’ en ook ‘Volksgezondheid” in samenhang bezien. Netto lasten algemeen Eerste duiding verschillen structurele nettolasten gemeente en gemeentefondsuitkering In totaliteit is sprake van circa € 2,0 miljoen aan hogere structurele nettolasten dan de gelden die de gemeente via het gemeentefonds ontvangt. Tussen de clusters zijn echter wel verschillen te zien. Deze worden hieronder in hoofdlijnen benoemd. Op de hier genoemde afwijkingen ten opzichte van het gemeentefonds wordt ingegaan in hoofdstuk 3.3 en 3.4. Daarbij worden de nettolasten ook vergeleken met de nettolasten van de gemeenten in de selectiegroep (zoals terug te vinden in bijlage 2). Bestuur De lasten bij Bestuur en algemene ondersteuning zijn circa € 0,1 miljoen (€ 10 per inwoner) hoger dan de algemene uitkering veronderstelt. Voorzieningen bevolking Bij voorzieningen bevolking is er per saldo sprake van een bedrag van ruim € 0,4 miljoen (€ 31 per inwoner) aan hogere structurele lasten ten opzichte van de algemene uitkering.

Er is sprake van diverse clusters, waarbij de verschillen van de nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering divers zijn. Bebouwing en omgeving Bij bebouwing en omgeving is per saldo sprake van € 1,5 miljoen hogere structurele lasten (€ 109 per inwoner). Overige Het geraamde (negatieve) bedrag onder “overige” betreft een geraamde stelpost BTW compensatiefonds. Nettobaten algemeen Hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering doen zich bij alle gemeenten voor. Gemeenten dekken de hogere lasten door het genereren van eigen inkomsten (waaronder belastingen) en soms ook door onttrekkingen uit de reserves. Onttrekkingen uit reserves zijn echter in principe incidenteel van aard. De gemeente heeft meer inkomsten (te weten € 1,2 miljoen) dan het gemeentefonds veronderstelt. In onderstaande tabel wordt dit zichtbaar. Tabel 3.2.2 structurele nettobaten begroting 2021 in vergelijking met gemeentefondsuitkering 2021 Nettobaten GemeenteWoudenberg fonds 2021 begroting (meicirculaire 2021 (A) 2020) (B)

Verschil 2021 (C=B-A)

Verschil per inwoner Woudenberg 2021 (=C/13.471)

(bedrag x € (bedrag x € (bedrag x Inkomstenclusters algemene uitkering 1.000) 1.000) € 1.000) Onroerende zaakbelastingen 2.467 1.795 672 Overige eigen middelen 314 0 314 Inzet van de reserves 232 0 232 Algemene uitkering 17.296 17.296 0 Totaal inkomstenclusters 20.309 19.090 1.219 + betekent hogere baten dan gemeentefonds aangeeft en - lagere baten

50 23 17 0 90

Te zien is dat de gemeente de hogere structurele nettolasten vooral door de onroerende zaakbelastingen bekostigt. Per saldo is het positieve verschil op de structurele baten lager dan het negatieve verschil bij de structurele lasten. Er is dan ook sprake van een structureel nadelig begrotingssaldo van € 0,8 miljoen (dus exclusief de incidentele baten en lasten). In de begroting 20212024 van de gemeente is de berekening daarvan terug te vinden op bladzijde FB02. Dit is aangevuld met de maatregelen uit die de raad heeft vastgesteld bij de behandeling van de

57

begroting op 29 oktober 2020 (zoals verhogen OZB en eenmalige uitname uit de reserve dorpsvoorzieningen). Het overzicht van de structurele baten en lasten in bijlage 1 van deze financiële scan sluit ook aan op dit structurele saldo.

58

3.3

Toelichting inkomstenclusters

In dit hoofdstuk worden de inkomstenclusters toegelicht, zoals opgenomen in tabel 3.2.2. Daarbij worden de nettolasten/-baten ook vergeleken met die van de gemeenten in de selectiegroep (zoals terug te vinden in bijlage 2). Cluster Onroerende zaakbelastingen (OZB) In het gemeentefonds wordt de OZB verevend op basis van rekentarieven in procenten van de WOZ-waarde voor woningen en niet-woningen. Ook de baten en lasten voor de uitvoering van de wet WOZ en de lasten voor de heffing en invordering van de OZB zijn onderdeel van dit cluster. De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hangt mede af van de belastingcapaciteit van een gemeente. Het idee daarachter is: hoe meer geld een gemeente aan onroerende zaakbelastingen kan genereren, des te minder geld uit het gemeentefonds nodig is. De belastingcapaciteit is afhankelijk van de waarde van de onroerende zaken in een gemeente. Hoe hoger de waarde, hoe hoger de belastingcapaciteit, hoe hoger de ‘OZBaftrekpost’ in de algemene uitkering. Bij de berekening van deze aftrekpost wordt een voor alle gemeenten gelijk rekentarief gebruikt. Het rekentarief wordt bepaald op basis van een uniform percentage van de WOZ-waarde. Door de tarieven van Woudenberg in 2021 af te zetten tegen het rekentarief kan worden bepaald in hoeverre de gemeente meer of minder inkomsten genereert.

Tabel 3.3.1 OZB tarieven 2021 Woudenberg versus rekentarieven gemeentefonds

Woudenberg Tarief 2021 gemeente als percentage van de WOZ-waarde Rekentarieven gemeentefonds als percentage van de WOZ-waarde*

NietNietwoningen woningen Woningen gebruikers eigenaren 0,1112 0,1427 0,1778 0,0894 0,1281 0,1590

*Zie bladzijde 17 meicirculaire 2020 Gemeentefonds.

Bij zowel de woningen als de niet-woningen hanteert de gemeente een hoger percentage dan het tarief dat wordt gehanteerd als rekentarief bij de berekening van de algemene uitkering. Woudenberg raamt in 2021 per saldo € 0,7 miljoen (€ 50 per inwoner) meer baten op dit onderdeel dan het bedrag aan belastingcapaciteit dat op de gemeentefondsuitkering in mindering wordt gebracht. Om tot een zuivere vergelijking van de OZB-opbrengst te komen zijn niet de netto baten (dus opbrengst OZB minus de op taakveld 0.61 en 0.62 geraamde lasten van waardering, heffing en invordering) weergegeven, maar zijn de geraamde baten en lasten in aparte matrixen zichtbaar gemaakt.

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen

Kapelle

Taakvelden cluster Onroerende zaakbelasting (OZB)

Hattem

Tabel 3.3.2 Opbrengst OZB vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

193 59 252

120 79 199

175 51 226

167 108 275

139 78 217

159 75 234

180 20 200

21 -55 -34

OZB woningen In vergelijking met het gemiddelde van de selectiegroep is de opbrengst OZB woningen per saldo circa € 21 per inwoner (circa € 0,28 miljoen) hoger. Dit bevestigt het beeld van Hoofdstuk 2, waarin naar voren kwam dat het OZB tarief voor woningen lager is dan het gemiddelde van de selectiegroep, maar dat sprake is van een de hogere gemiddelde woningwaarde in de gemeente Woudenberg ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep.

59

OZB niet-woningen De opbrengst OZB van niet-woningen per inwoner is echter (aanzienlijk) lager dan het gemiddelde in de selectiegroep (circa € 55 per inwoner ofwel € 0,74 miljoen). De gemiddelde totaalwaarde van de niet-woningen in Woudenberg is min of meer gelijk aan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. De lagere opbrengst wordt dus vooral veroorzaakt door een lager OZB tarief niet-woningen en dan voornamelijk het tarief voor de eigenaren van niet-woningen. Het OZB tarief niet-woningen eigenaren 2021 is in Woudenberg 0,1778 en het gemiddelde van de selectiegroep is 0,2649. Bij de niet-woningen gebruikers is dat 0,1472 (Woudenberg) en 0,2047 (selectiegroep). In onderstaande tabel zijn de lasten per inwoner weergegeven van de waardering (taxatie waarde woningen en niet-woningen), heffing en invordering van de OZB. Te zien is dat de lasten bij Woudenberg hoger zijn dan het gemiddelde van de selectiegroep. Gemeenten gaan echter niet allemaal eenduidig om met het ramen van de lasten die met de gemeentelijke belastingen zijn gemoeid. Zo ramen Woudenberg, Lopik, Montfoort en Reusel-de Mierden geen of nauwelijks lasten op taakveld 0.64 (overige heffingen). Hattem en Kapelle doen dat wel. Woudenberg verantwoordt ook alle lasten voor het heffen en invorderen van de overige belastingen op het taakveld OZB.

Om die reden kunnen uit onderstaande tabel niet direct conclusies worden getrokken.

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen

Kapelle

Taakvelden cluster Onroerende zaakbelasting (OZB)

Hattem

Tabel 3.3.3 Lasten OZB (taxatie, heffing, invordering) vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

-9 0 -9

-1 0 -1

-13 0 -13

-7 -6 -13

-10 -3 -13

-8 -2 -10

-17 0 -17

-9 2 -7

Cluster Overige eigen middelen (OEM) Tot het cluster OEM behoort een groot aantal taakvelden. Deze taakvelden hebben veelal betrekking op baten. Het gaat bijvoorbeeld om de overige gemeentelijke belastingen, maar ook om ontvangen dividenden en mutaties grondexploitaties. Voor wat betreft de OEM is het van belang om rekening te houden met het gegeven dat de feitelijke bedragen niet afgezet worden tegen een ijkpunt. Het gemeentefonds gaat dus uit van een niveau nihil, ondanks het feit dat bij de totstandkoming van de verdeling van het gemeentefonds in 1997 ervan uit is gegaan dat gemeenten een zeker bedrag aan OEM genereren. Deze OEM bedroeg circa 5,4% van de uitgavenmaatstaven. Deze OEM is indertijd, via een verlaging van de bedragen per eenheid van de verdeelmaatstaven, betrokken bij de verdeling. Dit betekent dat het totaal van de genormeerde nettolasten afgerond 5% lager werd geschat dan dat zij in feite zijn. Dit verklaart deels al de hogere nettolasten van de gemeente ten opzichte van de gemeentefondsuitkering. Bij de herijking van het gemeentefonds (doorwerking met ingang van 2023) zal ook nader worden ingezoomd op de OEM. Door het toevoegen van de gelden uit de integratieuitkering sociaal domein, wordt ook het percentage van 5,4% herijkt. Het volume van de uitgavenmaatstaven is daardoor namelijk fors toegenomen.

De feitelijke OEM komt in de gemeente Woudenberg uit op een bedrag van circa € 0,4 miljoen. Inclusief overhead is er sprake van een bedrag van € 0,3.20

20

In tabel 3.2.2 is een bedrag van € 0,3 miljoen aan OEM opgenomen (€ 23 x 13.471 inwoners). Dit is echter inclusief € 0,1 miljoen overhead. Dit bedrag verlaagt het totaal van de overige eigen middelen. De bedragen in tabel 3.3.2 zijn, voor een betere vergelijkbaarheid met de selectiegroep, exclusief de overhead.

60

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.5 Treasury 0.64 Belastingen Overig 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Kapelle

Taakvelden cluster Overige eigen middelen (OEM)

Hattem

Tabel 3.3.4 Overige eigen middelen (OEM) exclusief overhead (bedragen per inwoner) vergeleken met de selectiegroep

-6 8 41 0 -3 0 0 3 0 43

12 13 7 0 -2 -2 -3 9 -1 34

2 5 6 0 0 0 -3 3 0 13

9 8 0 0 0 0 -25 -2 0 -10

1 17 -2 0 -10 6 1 7 -4 16

4 10 10 0 -3 1 -6 4 -1 19

0 9 4 0 0 11 -6 16 -1 32

-4 -2 -6 0 3 11 0 12 0 13

Bedragen met een –teken zijn lasten

In tabel 3.3.2 is te zien, dat de Overige Eigen Middelen in totaliteit hoger zijn dan het gemiddelde van de selectiegroep (€ 13 per inwoner ofwel € 175.000). De hogere baten zijn vooral zichtbaar bij de taakvelden 3.2 (fysieke bedrijfsinfrastructuur) en 3.4 (economische promotie). Bij fysieke bedrijfsinfrastructuur betreffen de baten bij Woudenberg vooral de post “overige verrekeningen”. Dit betreft afschrijvingslasten Centrumplan fase 2. Bij economische promotie betreffen de baten vooral de opbrengst toeristenbelasting. Mutaties reserves Het cluster Reserves is niet geijkt, omdat uiteindelijk onttrekkingen en toevoegingen aan reserves elkaar in evenwicht houden (een gemeente kan niet meer uit reserves onttrekken dan er ooit aan is toegevoegd). Reserves worden voornamelijk ingezet ter dekking van incidentele lasten. Woudenberg voegt in 2021 per saldo € 51.000 aan de reserves toe, maar dit betreft voornamelijk incidentele toevoegingen van de incidentele baten uit grondexploitaties. Als de incidentele toevoegingen en onttrekkingen worden geëlimineerd, blijkt dat de gemeente in 2021 per saldo structureel € 232.000 aan de reserves onttrekt.

Dit betreft vooral de onttrekkingen met betrekking tot:  Kapitaallasten Cultuurhuis  Kapitaallasten huisvesting basisonderwijs  Kapitaallasten machinepark openbare werken  Kapitaallasten Centrumplan De gemeenten in de selectiegroep ramen gemiddeld € 7 per inwoner aan structurele onttrekkingen. Uit hoofdstuk 1 kwam al naar voren dat vooral Kapelle een redelijk groot volume aan de reserves ter dekking van kapitaallasten heeft. Bij Lopik en Montfoort is sprake van structurele toevoegingen aan reserves. Dit betreft vooral toevoegingen aan reserves voor onderhoud van de openbare ruimte.

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.10 Mutaties reserves

Kapelle

Taakvelden cluster Mutaties reserves

Hattem

Tabel 3.3.5 Mutaties reserves vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

18 18

36 36

-13 -13

-21 -21

13 13

7 7

17 17

11 11

61

Cluster Uitkering gemeentefonds Dit cluster omvat uitsluitend het begrotingstaakveld algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds. Met ingang van 2019 is de integratie-uitkering sociaal domein grotendeels overgeheveld naar de algemene uitkering. Met uitzondering van de integratie-uitkeringen voogdij/18+, beschermd wonen en participatie. Op taakveldniveau is zichtbaar dat de door Woudenberg geraamde algemene uitkering circa € 75 per inwoner21 lager is dan het gemiddelde van de door de selectiegroep geraamde algemene uitkering.

Verschil

Gemiddelde selectiegroep

Reusel-de Mierden

Montfoort

Lopik

-75 -75

Kapelle

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 1.359 1.393 1.333 1.193 1.515 1.359 1.284 Totaal 1.359 1.393 1.333 1.193 1.515 1.359 1.284

Taakvelden cluster Uitkering gemeentefonds

Hattem

Woudenberg

Tabel 3.3.6 Algemene uitkering vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

Woudenberg ontvangt op de volgende clusters minder dan (het gemiddelde van) de gemeenten in de selectiegroep:   

Inkomen en participatie Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Openbare orde en veiligheid

Uit de overzichten in bijlage 2 komt naar voren dat Woudenberg op de taakvelden die bij deze clusters horen ook lagere nettolasten heeft. Bij inkomen en participatie ontvangt vooral de gemeente Reusel-de Mierden een relatief hoog bedrag uit het gemeentefonds maar heeft daar ook hogere lasten tegenover staan. Dit betreft vooral het onderdeel “begeleide participatie”. Op het cluster Jeugd ontvangt de gemeente Woudenberg een hoger bedrag uit de algemene uitkering ten opzichte van het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Ook hier blijkt uit bijlage 2 dat Woudenberg op dit taakveld hogere nettolasten heeft ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep.

21

Naar de stand van de meicirculaire 2020 omdat de raming van de algemene uitkering in de begroting 20212024 daar ook op is gebaseerd.

62

3.4

Toelichting uitgavenclusters

De nettolasten van de gemeente worden in dit hoofdstuk behandeld aan de hand van de clusterindeling zoals deze vanaf 2017 ook voor de opbouw van de algemene uitkering plaats vindt. Zo worden de taakvelden die raakvlakken met elkaar hebben gezamenlijk behandeld. Zoals in hoofdstuk 3.2 is aangegeven (zie ook tabel 3.2.1), zijn de nettolasten van de gemeente en de gemeentefondsuitkering in deze financiële scan geclusterd naar drie hoofdclusters:  Bestuur  Voorzieningen bevolking  Bebouwing en omgeving Naast vergelijking met de gemeentefondsuitkering, vindt in dit hoofdstuk ook vergelijking plaats met de nettolasten van de gemeenten in de selectiegroep (zie ook bijlage 2). Bestuur Hieronder valt het cluster Bestuur en algemene ondersteuning Cluster Bestuur en algemene ondersteuning Het gaat bij dit cluster om de nettolasten van bestuur (de raad en het college, de griffie, regionale, landelijke en internationale bestuurlijke samenwerking, de lokale rekenkamer, lokale ombudsfunctie en de accountantscontrole), burgerzaken (inclusief verkiezingen), ondersteuning organisatie en overige baten en lasten. De overige baten en lasten betreffen stelposten, taakstellende bezuinigingen, begrotingsruimte en de post onvoorzien. Woudenberg heeft € 10 per inwoner hogere nettolasten (€ 0,13 miljoen) dan waar het gemeentefonds vanuit gaat. Dit is een relatief gering verschil.

Als wordt gekeken naar de nettolasten in vergelijking met de selectiegroep is te zien, dat Woudenberg ten opzichte van het gemiddelde van deze groep € 89 lagere nettolasten per inwoners heeft. Vooral de structurele nettolasten bij taakveld 0.4, ondersteuning organisatie (overhead) zijn lager dan het gemiddelde van de selectiegroep. Dit bevestigt het beeld dat ook in hoofdstuk 1.4 naar voren kwam, dat Woudenberg relatief lage lasten voor overhead heeft. Bij taakveld 0.8 (overige baten en lasten) raamt Woudenberg geen baten en lasten. De gemeente heeft dan ook geen post voor onvoorziene uitgaven in de begroting opgenomen.

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Montfoort

Bestuur Burgerzaken Ondersteuning organisatie Overige baten en lasten

Lopik

0.1 0.2 0.4 0.8

Kapelle

Taakvelden cluster Bestuur en algemene ondersteuning*

Hattem

Tabel 3.4.1 Cluster Bestuur en algemene ondersteuning vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

-109 -9 -341 -12 -471

-66 -18 -318 0 -402

-64 7 -392 -34 -482

-86 -11 -315 -8 -420

-79 -11 -345 -19 -454

-81 -8 -342 -15 -446

-70 -6 -280 0 -357

10 2 62 15 89

* Overhead (taakveld 0.4) is onderdeel van dit cluster

63

Voorzieningen Bevolking Hieronder vallen diverse clusters, waaronder ook de clusters met betrekking tot het sociaal domein. Cluster Educatie Het cluster Educatie heeft betrekking op de taakvelden openbaar basisonderwijs, onderwijshuisvesting en onderwijsbeleid en leerlingenzaken. Onder laatstgenoemd taakveld vallen ook lasten en baten van volwasseneneducatie, peuterspeelzalen, leerlingenvervoer en leerplicht. De gemeente geeft € 63.000 meer uit dan waar het gemeentefonds van uitgaat. Dit is dus een zeer gering verschil (€ 5 per inwoner). Ten opzichte van het netto lastenniveau van het gemiddelde van de selectiegroep zijn de nettolasten van Woudenberg € 11 per inwoner hoger (€ 0,15 miljoen). Ook dit is geen groot verschil. Hogere nettolasten doen zich vooral voor bij taakveld 4.3 (onderwijsbeleid en leerlingzaken). Daar is bij Woudenberg sprake van hogere lasten “sociale uitkeringen in natura”. Dit zijn lasten van schoolvervoer. Bij onderwijshuisvesting (taakveld 4.2) is sprake van lagere lasten ten opzichte van het gemiddelde van de selectiegroep. Echter dat gemiddelde wordt vooral bepaald door de hoge nettolasten voor onderhuisvesting bij de gemeente Kapelle. Dit betreft vooral hogere afschrijvingslasten en hogere bijdragen aan andere overheden. Binnen de gemeentegrenzen van Kapelle bevinden zich twee scholen voor voortgezet onderwijs.

Dit is bij deze gemeente overigens ook terug te zien in een hoger bedrag in het cluster Educatie in de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Montfoort

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

Lopik

4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting

Kapelle

Taakvelden cluster Educatie

Hattem

Tabel 3.4.2 Cluster Educatie vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

-2 -22

-1 -74

0 -29

0 -27

-7 -19

-2 -34

-8 -23

-6 11

-40 -64

-32 -107

-42 -71

-32 -59

-30 -56

-35 -71

-51 -82

-15 -11

Cluster Cultuur en ontspanning De lasten voor dit cluster worden in het algemeen voornamelijk bepaald door lasten voor schouwburgen en theaters, subsidies aan betreffende personen en instellingen, bibliotheken, muziek- en vormingsonderwijs, sportaccommodaties (binnensport en buitensport), zwembaden en openbaar groen. De hoogte van deze nettolasten hangt mede samen met de omvang/ligging van een gemeente ten opzichte van andere gemeenten. Kleine gemeenten geven in het algemeen relatief minder uit op dit cluster, grote gemeenten (met centrumfunctie) relatief meer. Dit aspect wordt in de verdeelmaatstaven gehonoreerd. De omvang van dit cluster wordt in belangrijke mate ook bepaald door het eigen beleid en ambities van de gemeente. Op dit cluster is sprake van € 23 lagere nettolasten per inwoner ten opzichte van het gemeentefonds, wat neerkomt op circa € 0,3 miljoen. Ook ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep is er sprake van lagere nettolasten van circa € 0,2 miljoen ofwel € 14 per inwoner.

64

Hattem

Kapelle

Lopik

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Tabel 3.4.3 Cluster Cultuur en ontspanning vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

Recreatieve havens 0 Sportbeleid en activering -14 Sportaccommodaties -57 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -26 Musea -4 Media -18 Openbaar groen en (openlucht) recreatie -65 Begraafplaatsen 0 Totaal -185

4 -12 -51 -11 -8 -28 -62 -3 -171

0 -15 -23 -2 -5 -7 -55 0 -108

0 -13 -22 -13 -6 -15 -77 -7 -153

0 -3 -51 -11 -5 -15 -59 0 -144

1 -11 -41 -13 -6 -17 -64 -2 -152

0 -12 -9 -19 -3 -19 -77 0 -138

-1 0 32 -7 3 -2 -13 2 14

Taakvelden cluster Cultuur en ontspanning 2.3 5.1 5.2 5.3 5.4 5.6 5.7 7.5

Het verschil doet zich vooral voor op taakveld 5.2 (sportaccommodaties). Vooral de post “overige goederen en diensten” (dus de inkoop van derden) is bij Woudenberg lager. Daarnaast is sprake van lagere inkomensoverdrachten (waaronder subsidies) en lagere afschrijvingslasten. Bij taakveld 5.7 (openbaar groen en openluchtrecreatie) zijn de lasten niet veel hoger dan het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep. Echter bij drie gemeenten in de selectiegroep is ook sprake van baten op dit taakveld. Cluster Inkomen en participatie Onder het taakveld inkomensregelingen vallen alle inkomens- en bijstandsvoorzieningen, zoals IOAW (Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers), IOAZ (Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen), besluit bijstandsverlening zelfstandigen, minima en gemeentelijk armoedebeleid. Begeleide participatie betreft voorzieningen ter bevordering van maatschappelijke participatie die niet zijn gericht op doorstromen naar arbeid, zoals beschut werken, sociale werkvoorzieningen en dagbesteding. Arbeidsparticipatie betreft alle op arbeid gerichte participatie- en re-integratievoorzieningen. Op dit cluster zijn de nettolasten nagenoeg gelijk aan het bedrag dat in de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt ontvangen.

Het verschil bedraagt € 3 per inwoner lagere lasten, ofwel € 38.000. Ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep is sprake van € 1,1 miljoen lagere nettolasten ofwel € 79 per inwoner. In hoofdstuk 3.3 kwam bij het onderdeel “algemene uitkering” al naar voren dat Woudenberg ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep een lager bedrag in dit cluster uit het gemeentefonds ontvangt. Dit betreft vooral de integratie-uitkering participatie (WSW, ofwel uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening). Dit bedraagt bij de gemeenten in de selectiegroep gemiddeld € 1 miljoen tegenover € 0,37 miljoen Woudenberg. Vooral Reusel-de Mierden ontvangt hier een groot bedrag voor (€ 2,5 miljoen). Uit tabel 3.4.4 komt ook naar voren dat de nettolasten bij Reusel-de Mierden op dit taakveld fors hoger zijn dan die van Woudenberg en de overige gemeenten in de selectiegroep.

65

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie

Kapelle

Taakvelden cluster Inkomen en participatie

Hattem

Tabel 3.4.4 Cluster Inkomen en participatie vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

-50 -79 -26 -155

-37 -10 -19 -66

-92 -54 -15 -161

-63 -49 -26 -138

-78 -212 0 -290

-64 -81 -17 -162

-37 -30 -17 -83

27 51 1 79

Ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep is ook bij taakveld 6.3 (inkomensregelingen) sprake van lagere nettolasten (dus na aftrek van de direct daaraan te relateren baten zoals de BUIG vergoeding). Dit betreft vooral lagere lasten voor uitkeringen. De uitvoering voor inkomensregelingen wordt voor Woudenberg verzorgd door de gemeente Barneveld.

Overige clusters Voorzieningen Bevolking (Sociaal domein in samenhang) In hoofdstuk 3.2 is al aangegeven dat de clusters ‘Samenkracht en burgerparticipatie’, ‘Jeugd’, ‘Maatschappelijk ondersteuning’ en ook ‘Volksgezondheid” in samenhang moeten worden bezien. Het deel algemene uitkering in deze clusters bevat meer dan alleen de vergoedingen die voorheen in de integratie-uitkering sociaal domein zaten voor Jeugd en Wmo. In deze clusters zitten ook andere lasten en baten met betrekking tot het brede terrein van het sociaal domein. Zoals buurt- en clubhuizen, kinderopvang en gemeentelijk armoedebeleid. Cluster Samenkracht en burgerparticipatie Tot het taakveld wijkteams behoren alle loketvoorzieningen gericht op het identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning, zoals voorlichting, advisering, cliëntondersteuning, toegang tot 1e en 2e lijnsvoorzieningen, preventie en vroegsignalering. Cluster Jeugd Tot taakveld Maatwerkdienstverlening 18- behoren begeleiding 18-, jeugd- en opvoedhulp, jeugd-GGZ, jeugdzorg aan verstandelijk beperkten, vervoer (18-), PGB Jeugd, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf voor de doelgroep 18- en jeugdzorg-plus (gesloten jeugdhulp).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1222/documents/30862