CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Financiele scan provincie Utrecht.pdf

Raadscommissie 22 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 4: Kaderbrief 2022-202535.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Tot het taakveld Geëscaleerde zorg 18- behoren kinderbeschermingsmaatregelen, aanpak kindermishandeling, jeugdreclassering, opvang (18-), vrouwenopvang/huiselijk geweld (Veilig Thuis) (18-), beschermd wonen (18-), programma's rond verslaving (18-), PGB jeugd, individuele maatwerkdienstverlening voor jeugdigen 18- in opvangvoorziening en ouderbijdragen. Cluster Maatschappelijke ondersteuning Tot het taakveld Maatwerk-voorzieningen (WMO), horen materiële voorzieningen om zelfstandig te kunnen functioneren (WMO) voor mensen met fysieke beperkingen die op basis van een beschikking verstrekt worden: huisautomatisering, woningaanpassingen, hulpmiddelen, overige voorzieningen gehandicapten en eigen bijdragen. Tot het taakveld Maatwerkdienstverlening 18+ behoort dienstverlening aan individuele cliënten met een beperking (fysiek/psychisch) die zelfstandig wonen en die ondersteuning behoeven. Voorbeelden zijn individuele begeleiding, huishoudelijke verzorging, individueel vervoer, financiële tegemoetkoming voor personen met een fysieke beperking, schuldhulpverlening, PGB WMO en eigen bijdragen. Tot het taakveld geëscaleerde zorg 18+ behoren vrouwenopvang, aanpak huiselijk geweld (Veilig thuis), beschermd wonen voor personen met psychische of psychosociale problemen, inloopfunctie GGZ, maatschappelijke opvang voor cliënten met een

66

meervoudige problematiek, waaronder verslaving en WMO maatwerkdienstverlening en maatwerkvoorzieningen bij opvang. Cluster Volksgezondheid Hieronder valt onder meer uitvoering van preventieprogramma's, bestrijding van infectieziekten en aanbieden van vaccinaties, het geven van voorlichting, advies en begeleiding, Centra voor Jeugd en Gezin en ambulance en ziekenvervoer.

Tabel 3.4.5 Clusters Sociaal domein in samenhang (vergeleken met de algemene uitkering uit het gemeentefonds Woudenberg) (bedragen per inwoner) Verschil per Nettolasten GemeenteVerschil inwoner Woudenberg fonds 2021 2021 Woudenberg begroting (meicirculaire (C=B-A) 2021 2021 (A) 2020) (B) (=C/13.471) (bedrag x € (bedrag x € (bedrag x Uitgavenclusters algemene uitkering 1.000) 1.000) € 1.000) Samenkracht en burgerparticipatie Jeugd Maatschappelijke ondersteuning Volksgezondheid Totaal

2.693 4.008 2.125 656 9.482

312 3.991 4.363 109 8.775

-2.381 -17 2.238 -547 -707

-177 -1 166 -41 -53

Te zien is dat er in totaliteit sprake is van een hogere structurele last van € 0,7 miljoen ofwel € 53 per inwoner. Exclusief volksgezondheid is sprake van hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering van circa € 0,16 miljoen, ofwel € 12 per inwoner. Bij dit cluster komen de tekorten op het brede terrein van het sociaal domein in de begroting naar voren. In tabel 3.4.6 is een vergelijking opgenomen van de structurele nettolasten per inwoner (exclusief overhead) van de clusters sociaal domein (in samenhang) van Woudenberg met het gemiddelde van de selectiegroep. Tabel 3.4.6 Vergelijking clusters sociaal domein in samenhang Woudenberg en gemeenten in de selectiegroep (bedragen per inwoner) Gemiddelde Woudenberg selectiegroep Verschil per inwoner Bedrag per inwoner (exclusief overhead) per inwoner Samenkracht en burgerparticipatie -190 -102 -88 Jeugd -292 -197 -95 Maatschappelijke ondersteuning -152 -195 43 Volksgezondheid -44 -44 0 -678 -538 -140

De nettolasten op deze clusters zijn in Woudenberg hoger dan het gemiddelde van de selectiegroep. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere lasten op jeugdzorg. Woudenberg ontvangt in het cluster ook een hogere vergoeding uit de algemene uitkering (circa € 70 per inwoner hoger) dan de gemeenten in de selectiegroep. Dit is echter niet genoeg om de hogere lasten binnen het sociaal domein te dekken. In tabel 3.4.5 zijn bij volksgezondheid relatief hoge nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering zichtbaar. Ten opzichte van het gemiddelde van de gemeenten in de selectiegroep zijn de lasten voor volkgezondheid echter vergelijkbaar. De lasten van de referentiegemeenten betreffen voornamelijk bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Woudenberg raamt in de begroting de kosten voor de GGD niet op de kostensoort “gemeenschappelijke regelingen” maar raamt de lasten met betrekking tot volksgezondheid op de kostensoort “overige goederen en diensten”. Dit moet echter de kostensoort “gemeenschappelijke regelingen” zijn.

67

Bebouwing en omgeving Hieronder vallen de clusters Openbare orde, infrastructuur en gebiedsontwikkeling en veiligheid en riolering en reiniging. Tabel 3.4.7 Clusters bebouwing en omgeving (vergeleken met de algemene uitkering uit het gemeentefonds Woudenberg) (bedragen per inwoner) Verschil per Nettolasten GemeenteVerschil inwoner Woudenberg fonds 2021 2021 Woudenberg begroting (meicirculaire (C=B-A) 2021 2021 (A) 2020) (B) (=C/13.471) Uitgavenclusters algemene uitkering: (bedrag x € (bedrag x € (bedrag x bebouwing en omgeving 1.000) 1.000) € 1.000) Openbare orde en veiligheid 1.258 967 -291 -22 Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 3.773 3.043 -730 -54 Riolering en reiniging -48 -497 -449 -33 4.983 3.513 -1.470 -109

Openbare orde en veiligheid Bij het cluster openbare orde en veiligheid (de taakvelden crisisbeheersing en brandweer en openbare orde en veiligheid) zijn de nettolasten hoger dan het gemeentefonds deze veronderstelt. Ten opzichte van het gemiddelde van de selectiegroep (bijlage 2) zijn de nettolasten lager (€ 8 per inwoner lager). De lasten op deze taakvelden betreffen vooral de bijdrage aan de veiligheidregio (crisisbeheersing en brandweer) en daarnaast salarislasten (openbare orde en veiligheid). Het beeld uit de begrotingsanalyse 2020 van BZK22 is dat ook de gemeenten in de selectiegroep meer nettolasten op dit cluster hebben echter wel in iets mindere mate dan dit zich bij Woudenberg voordoet. Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Ook bij infrastructuur en gebiedsontwikkeling is sprake van hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds maar lagere lasten ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep. Dat laatste is deels verklaarbaar door het feit dat de gemeente ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep ook minder voor dit doel uit de algemene uitkering ontvangt (zie ook hoofdstuk 3.3). Echter de gemeente ontvangt circa € 55 per inwoner minder uit het gemeentefonds (onder meer als gevolg van de kleinere oppervlakte van de gemeente) en geeft circa € 11 minder uit ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep.

Er is op dit cluster dus sprake van relatief hoge nettolasten. Het bedrag in het cluster infrastructuur en gebiedsontwikkeling in de algemene uitkering is niet te herleiden naar de taakvelden die daaruit betaald worden. Uit de beschikbare cijfers is dus niet direct af te leiden waar de hogere nettolasten van Woudenberg in dit cluster door worden veroorzaakt. Wel is te zien dat Woudenberg meer nettolasten dan de gemeenten in de selectiegroep heeft op taakveld 8.1 (wonen en bouwen). Diverse gemeenten in de selectiegroep ramen daar lasten op die verband houden met de invoering van de omgevingswet, maar geven aan dat dit incidentele lasten zijn. Daarom zijn ze niet in onderstaand overzicht, waarin alleen de structurele nettolasten zijn opgenomen, terug te zien. Bij taakveld 2.1 is ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep vooral sprake van lagere afschrijvingslasten, minder doorbelaste salarislasten en minder lasten voor “overige goederen en diensten”.

22

https://kennisopenbaarbestuur.nl/thema/gemeentefonds/

68

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.63 Parkeerbelasting 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer 5.5 Cultureel erfgoed 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen

Kapelle

Taakvelden cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling

Hattem

Tabel 3.4.8 Cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling vergeleken met de selectiegroep (bedragen per inwoner)

0 -102 -5 0 0 -10 -49 -4 -35 -204

0 -144 0 0 0 -8 -25 -12 -26 -215

0 -132 0 -7 0 -2 -25 -6 -43 -214

0 -74 0 -6 0 -5 -11 -31 -72 -199

0 -127 0 0 0 -4 -34 -39 -7 -211

0 -116 -1 -3 0 -6 -29 -18 -37 -209

0 -85 0 0 0 0 -36 -34 -38 -193

0 31 1 3 0 6 -8 -15 -1 16

Riolering en reiniging Het onderdeel riolering en reiniging bevat de gemeentelijke taken ten aanzien van afvalwater en de waterhuishouding en de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. Voor dit cluster geldt binnen het gemeentefonds het uitgangspunt dat de lasten door taakgerelateerde baten moeten worden gedekt. Daarmee spelen deze lasten in het verdeelstelsel geen rol, met uitzondering van het aspect van de btw. Gemeenten mogen de btw bij de lasten tellen en op die wijze betrekken in de berekening van de tarieven. Bij riolering en reiniging is de afwijking ten opzichte van de algemene uitkering € 33 per inwoner nadelig ofwel € 0,45 miljoen. Dit duidt erop dat de gemeente wellicht meer kosten aan de afvalstoffenheffing en rioolheffing zou kunnen doorbelasten. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting is geen berekening van de kostendekkendheid van deze heffingen opgenomen, zodat daaruit niet is te achterhalen welke kosten en in welke mate (btw, overhead) hieraan worden toegerekend. In een bijlage bij de belastingvoorstellen voor de raad is de systematiek wel aan de raad uitgelegd. Ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep is er bij Woudenberg sprake van lagere nettobaten. Ook dit duidt er op de andere gemeenten meer kosten aan deze heffingen toerekenen dan dat Woudenberg doet.

3.5

Conclusie

Net als alle gemeenten, heeft Woudenberg meer nettolasten dan waar de vergoeding uit het gemeentefonds in voorziet. De structurele nettolasten zijn circa € 2,0 miljoen hoger dan waar het gemeentefonds van uit gaat. In de systematiek van de verdeling van het gemeentefonds wordt daar ook al rekening meegehouden. Het gemeentefonds gaat op voorhand ook al uit van hogere gemeentelijke lasten, omdat het rekening houdt met het feit dat gemeenten OZB heffen en ook overige eigen inkomsten (OEM) hebben. Structurele nettolasten begroting 2021 in vergelijking met uitkering gemeentefonds 2021

Bedragen per inwoner Bestuur en algemene ondersteuning Openbare orde en veiligheid Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Educatie Cultuur en ontspanning Inkomen en participatie Clusters sociaal domein Riolering en reiniging Overig (afrondingen) Totaal

Minder Meer nettolasten nettolasten 10 22 54 5 23 3 53 33 1 178 26

69

Met ingang van de begroting 2019 is vergelijking van de lasten met betrekking tot Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdzorg niet meer één op één mogelijk met de rijksvergoeding, omdat de integratie-uitkering sociaal domein met ingang van 2019 onderdeel is van de algemene uitkering. In verband daarmee adviseert het Rijk om de clusters in het gemeentefonds die betrekking hebben op het sociaal domein (te weten Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd, Maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid) in samenhang te bezien. Uit de vergelijking van de voor deze clusters ontvangen algemene uitkering uit het gemeentefonds en de nettolasten van de gemeente komt naar voren, dat de in de begroting 2021 geraamde nettolasten binnen de clusters sociaal domein in totaliteit hoger zijn dan de vergoeding die de gemeente hiervoor via de algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangt. Binnen het hoofdcluster Bebouwing en omgeving (infrastructuur en gebiedsontwikkeling, riolering en reiniging en openbare orde en veiligheid) doen zich de grootste verschillen met de algemene uitkering voor. De financiële omvang van de clusters ligt echter ver uit elkaar. Zo hebben de clusters sociaal domein in totaal een omvang van € 8,8 miljoen aan algemene uitkering (€ 651 per inwoner) en bijvoorbeeld het cluster bestuur en algemene ondersteuning een omvang van € 1,8 miljoen (€ 134 per inwoner).

Om de in bovenstaande tabel weergegeven verschillen meer in perspectief te kunnen plaatsen is onderstaande grafiek opgenomen.  De linker staven (blauw van kleur) betreffen de omvang van de algemene uitkering 2021 (bedragen per inwoner) in de betreffende clusters.  De rode (meer netto lasten ten opzichte van het cluster) of groene staven (minder netto lasten ten opzichte van het cluster) zijn de nettolasten 2021 van de gemeente gebaseerd op de ramingen in de begroting 2021-2024.

Hogere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering doen zich voor bij de clusters Bestuur en algemene ondersteuning, Openbare orde en veiligheid, Infrastructuur en gebiedsontwikkeling, Educatie, clusters sociaal domein en Riolering en Reiniging. Van lagere nettolasten ten opzichte van de algemene uitkering is sprake bij de clusters Cultuur en ontspanning en Inkomen en participatie.

70

Naast de uitkering uit het gemeentefonds genereren gemeenten ook eigen inkomsten, zoals opbrengsten uit het heffen van onroerende zaakbelastingen (OZB). Structurele nettobaten begroting 2021 in vergelijking met uitkering gemeentefonds 2021 Meer Minder Bedragen per inwoner nettobaten nettobaten Onroerendezaakbelastingen 50 Overige eigen middelen (OEM) 23 Mutaties reserves 17 Totaal 90 0

Te zien is dat de gemeente een deel van de hogere structurele nettolasten vooral door de onroerende zaakbelastingen bekostigt. Een deel, omdat de begroting 2021 met een tekort sluit en dus niet alle structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Het vergelijken van de structurele nettolasten van de gemeente met andere gemeenten geeft inzicht in het lastenniveau ten opzichte van de gemeenten in de selectiegroep. Het geeft echter geen oordeel over het feit of de gemeente “te veel” of “te weinig” uitgeeft aan de diverse taakvelden. De lasten die zichtbaar zijn, zijn het uitvloeisel van het door de raad vastgestelde beleid. Deels echter is ook sprake van taken die gemeenten hebben overgenomen van Rijk en Provincie (zoals Jeugdzorg). Ook op dat gebied maken gemeenten uiteraard hun eigen beleid, maar voor het beschikbare budget zijn gemeenten wel afhankelijk van de naar hen overgehevelde budgetten. Substantiële en niet verwachte verschillen die uit dit hoofdstuk naar voren komen kunnen voor de gemeente eventueel aanleiding zijn hierop een verdieping toe te passen. Dit is uiteraard aan de gemeente zelf.

71

Bijlagen

72

Bijlage 1 De vergelijking van Woudenberg met zichzelf (op basis van structurele lasten) Gemeente Jaar Inwoners

Woudenberg 2021 13.471

Netto lasten

Gemeente fonds Verschil Verschil uitkering per inw. ( x € 1.000 ) ( x € 1.000 ) ( x € 1.000 ) ( x € 1) Inkomstenclusters Onroerendezaakbelastingen Overige eigen middelen (OEM) Mutaties reserves Gemeentefondsuitkering

Uitgavenclusters Bestuur en algemene ondersteuning Openbare orde en veiligheid Infrastructuur en gebiedsontwikkeling Educatie Cultuur en ontspanning Inkomen en participatie Samenkracht en burgerparticipatie Jeugd Maatschappelijke ondersteuning Volksgezondheid Riolering en reiniging Overige Herindeling Suppletie OZB Diversen Resultaat na bestemming

20.309

-19.090

1.219

90

2.467 314 232 17.296

-1.795 0 0 -17.296

672 314 232 0

50 23 17 0

-21.133

19.090

-2.043

-152

-1.933 -1.258 -3.773 -1.219 -2.241 -1.276 -2.693 -4.008 -2.125 -656 48

1.804 967 3.043 1.156 2.553 1.314 312 3.991 4.363 109 -497

-129 -291 -730 -63 312 38 -2.381 -17 2.238 -547 -449

-10 -22 -54 -5 23 3 -177 -1 166 -41 -33

1 0 1

-24 0 -24

-23 0 -23 0

-2 0 -2 0

-824

0

-824

-61

73

Bijlage 2 Clustervergelijking op taakveldenniveau tussen de structurele nettolasten per inwoner van Woudenberg en van de selectiegroep

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Lopik

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden 0.5 Treasury 0.64 Belastingen Overig 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 3.4 Economische promotie 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Kapelle

Taakvelden cluster Overige eigen middelen (OEM)

Hattem

(overhead is centraal geraamd op taakveld 0.4)

-6 8 41 0 -14 -3 0 0 3 0 29

12 13 7 0 -8 -2 -2 -3 9 -1 26

2 5 6 0 35 0 0 -3 3 0 48

9 8 0 0 56 0 0 -25 -2 0 46

1 17 -2 0 24 -10 6 1 7 -4 40

4 10 10 0 19 -3 1 -6 4 -1 38

0 9 4 0 52 0 11 -6 16 -1 85

-4 -2 -6 0 34 3 11 0 12 0 47

139 78 217

Verschil

167 108 275

Woudenberg

175 51 226

Gemiddelde selectiegroep

Reusel-de Mierden

120 79 199

Montfoort

Totaal

193 59 252

Lopik

0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen

Kapelle

Taakvelden cluster Onroerende zaakbelasting (OZB)

Hattem

* 0.11 Resultaat baten en lasten is voor een goede vergelijkbaarheid niet opgenomen in tabel 3.3.2 (hoofdstuk 3) Baten

159 75 234

180 20 200

21 -55 -34

Hattem

Kapelle

Lopik

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

-9 0 -9

-1 0 -1

-13 0 -13

-7 -6 -13

-10 -3 -13

-8 -2 -10

-17 0 -17

-9 2 -7

Hattem

Kapelle

Lopik

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Lasten

Totaal

18 18

36 36

-13 -13

-21 -21

13 13

7 7

17 17

11 11

Taakvelden cluster Onroerende zaakbelasting (OZB) 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen

Taakvelden cluster Mutaties reserves 0.10 Mutaties reserves

74

Woudenberg

Verschil

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

-79 -11 -345 -19 -454

-81 -8 -342 -15 -446

-70 -6 -280 0 -357

10 2 62 15 89

Montfoort

Reusel-de Mierden

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Gemiddelde selectiegroep

Montfoort

-86 -11 -315 -8 -420

Lopik

Reusel-de Mierden

Lopik

-64 7 -392 -34 -482

Kapelle

Montfoort

Kapelle

-66 -18 -318 0 -402

Hattem

Lopik

Hattem

Totaal

-109 -9 -341 -12 -471

Totaal

-59 -23 -82

-64 -19 -83

-71 -17 -88

-67 -17 -84

-66 -25 -91

-65 -20 -86

-61 -17 -77

5 3 8

Taakvelden cluster Bestuur en algemene ondersteuning* 0.1 0.2 0.4 0.8

Kapelle

-75 -75

Hattem

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds 1.359 1.393 1.333 1.193 1.515 1.359 1.284 Totaal 1.359 1.393 1.333 1.193 1.515 1.359 1.284

Taakvelden cluster Uitkering gemeentefonds

Bestuur Burgerzaken Ondersteuning organisatie Overige baten en lasten

Gemiddelde selectiegroep

Woudenberg

Verschil

Totaal

Reusel-de Mierden

0.63 Parkeerbelasting 2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren 2.4 Economische havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer 5.5 Cultureel erfgoed 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen

Montfoort

Taakvelden cluster Infrastructuur en gebiedsontwikkeling

Lopik

1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid

Kapelle

Taakvelden cluster Openbare orde en veiligheid

Hattem

* Overhead (taakveld 0.4) is onderdeel van dit cluster

0 -102 -5 0 0 -10 -49 -4 -35 -204

0 -144 0 0 0 -8 -25 -12 -26 -215

0 -132 0 -7 0 -2 -25 -6 -43 -214

0 -74 0 -6 0 -5 -11 -31 -72 -199

0 -127 0 0 0 -4 -34 -39 -7 -211

0 -116 -1 -3 0 -6 -29 -18 -37 -209

0 -85 0 0 0 0 -36 -34 -38 -193

0 31 1 3 0 6 -8 -15 -1 16

75

Verschil

-40 -64

-32 -107

-42 -71

-32 -59

-30 -56

-35 -71

-51 -82

-15 -11

-37 -30 -17 -83

27 51 1 79

Verschil

-64 -81 -17 -162

Woudenberg

-78 -212 0 -290

Gemiddelde selectiegroep

Totaal

-63 -49 -26 -138

Reusel-de Mierden

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams

-92 -54 -15 -161

Montfoort

Taakvelden cluster Samenkracht en burgerparticipatie

-37 -10 -19 -66

Lopik

Totaal

-50 -79 -26 -155

Kapelle

6.3 Inkomensregelingen 6.4 Begeleide participatie 6.5 Arbeidsparticipatie

Hattem

Taakvelden cluster Inkomen en participatie

Verschil

-1 0 32 -7 3 -2 -13 2 14

Woudenberg

0 -12 -9 -19 -3 -19 -77 0 -138

Gemiddelde selectiegroep

1 -11 -41 -13 -6 -17 -64 -2 -152

Reusel-de Mierden

0 -3 -51 -11 -5 -15 -59 0 -144

Montfoort

0 -13 -22 -13 -6 -15 -77 -7 -153

Lopik

0 -15 -23 -2 -5 -7 -55 0 -108

Kapelle

4 -12 -51 -11 -8 -28 -62 -3 -171

Hattem

Verschil

Woudenberg

-6 11

Woudenberg

Gemiddelde selectiegroep

-8 -23

Gemiddelde selectiegroep

Reusel-de Mierden

-2 -34

Reusel-de Mierden

Montfoort

-7 -19

Montfoort

0 -27

Lopik

0 -29

Kapelle

-1 -74

Recreatieve havens 0 Sportbeleid en activering -14 Sportaccommodaties -57 Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie -26 Musea -4 Media -18 Openbaar groen en (openlucht) recreatie -65 Begraafplaatsen 0 Totaal -185

Taakvelden cluster Cultuur en ontspanning 2.3 5.1 5.2 5.3 5.4 5.6 5.7 7.5

-2 -22

Hattem

Totaal

Lopik

4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

Kapelle

4.1 Openbaar basisonderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting

Hattem

Taakvelden cluster Educatie

-52 -50 -102

-82 -45 -127

-46 0 -46

-31 -127 -158

-53 -26 -79

-53 -50 -102

-30 -160 -190

23 -110 -88

76

Verschil

Totaal

24 24 48

16 16 32

Taakvelden cluster Riolering en reiniging 7.2 Riolering 7.3 Afval

Verschil

-56 -56

-39 -39

-45 -45

-39 -39

-44 -44

-44 -44

0 0

Verschil

Verschil

Woudenberg

-42 -42

7.1 Volksgezondheid

Woudenberg

Totaal

Taakvelden cluster Volksgezondheid

Woudenberg

Woudenberg

Gemiddelde selectiegroep

19 23 2 43

Gemiddelde selectiegroep

-26 -125 -1 -152

Gemiddelde selectiegroep

Gemiddelde selectiegroep

Reusel-de Mierden

-45 -148 -2 -195

Reusel-de Mierden

-19 -173 -1 -193

Reusel-de Mierden

-21 -100 0 -121

Montfoort

-116 -112 -1 -228

Montfoort

-39 -180 -1 -220

6.6 Maatwerk-voorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Lopik

Totaal

-28 -177 -9 -214

Taakvelden cluster Maatschappelijke ondersteuning

Lopik

Reusel-de Mierden

Montfoort

15 -110 -95

Montfoort

Lopik

-164 -128 -292

Lopik

-178 -18 -197

Kapelle

-180 -29 -209

Kapelle

-118 -21 -139

Kapelle

-167 -32 -199

Hattem

-242 -3 -245

Hattem

-184 -7 -191

Hattem

Totaal

Kapelle

6.72 Maatwerkdienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18-

Hattem

Taakvelden cluster Jeugd

17 39 56

43 34 77

30 8 38

26 24 50

19 11 30

-7 -13 -20

77

Bijlage 3

Clusterindeling 2021 gemeentefonds23

Clusters

Taakveld

Naam

0.3

Beheer overige gebouwen en gronden

0.5

Treasury

0.64

Belastingen Overig

0.9

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0.11

Resultaat van rekening van baten en lasten

3.1

Economische ontwikkeling

3.2

Fysieke bedrijfsinfrastructuur

3.3

Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen

3.4 8.2

Economische promotie Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

Onroerende zaakbelasting (OZB)

0.61 0.62

OZB woningen OZB niet-woningen

Mutaties reserves

0.10

Mutaties reserves

Uitkering gemeentefonds

0.7

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

Inkomstenclusters Overige eigen middelen (OEM)

Uitgavenclusters Bestuur en algemene ondersteuning 0.1

Openbare orde en veiligheid

Bestuur

0.2

Burgerzaken

0.4 0.8

Ondersteuning organisatie Overige baten en lasten

1.1 1.2

Crisisbeheersing en brandweer Openbare orde en veiligheid

Infrastructuur en gebiedsontwikkeling 0.63

Parkeerbelasting

2.1

Verkeer en vervoer

2.2

Parkeren

2.4

Economische havens en waterwegen

2.5

Openbaar vervoer

5.5

Cultureel erfgoed

7.4

Milieubeheer

8.1 8.3

Ruimtelijke ordening Wonen en bouwen

4.1

Openbaar basisonderwijs

4.2 4.3

Onderwijshuisvesting Onderwijsbeleid en leerlingzaken

2.3

Recreatieve havens

5.1

Sportbeleid en activering

5.2

Sportaccommodaties

5.3

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

5.4

Musea

5.6

Media

5.7 7.5

Openbaar groen en (openlucht) recreatie Begraafplaatsen

6.3

Inkomensregelingen

6.4 6.5

Begeleide participatie Arbeidsparticipatie

Samenkracht en burgerparticipatie

6.1 6.2

Samenkracht en burgerparticipatie Wijkteams

Jeugd

6.72 6.82

Maatwerkdienstverlening 18Geëscaleerde zorg 18-

Maatschappelijke ondersteuning

6.6

Maatwerk-voorzieningen (WMO)

6.71

Maatwerkdienstverlening 18+

6.81

Geëscaleerde zorg 18+

Volksgezondheid

7.1

Volksgezondheid

Riolering en reiniging

7.2 7.3

Riolering Afval

Educatie

Cultuur en ontspanning

Inkomen en participatie

* Overhead wordt toegerekend aan de taakvelden op basis van salarislasten (economische categorie 1.1) 23

Bron: Periodiek onderhoudsrapport gemeentefonds 2021, bijlage 1. (https://www.rijksbegroting.nl/2021/voorbereiding/begroting,kst282725_17.html).

78

Bijlage 4

Financiële positie in historisch perspectief

In deze bijlage vindt u een uitgebreide beschrijving van de financiële positie in historisch perspectief. Deze wordt beschreven aan de hand van de (meerjaren)begrotingen 2017 tot en met 2021 en de jaarrekeningen 2017 tot en met 2019. Daarnaast wordt ingegaan op eventueel doorgevoerde of geplande bezuinigingen en de belangrijkste oorzaken van een afwijkend (ten opzichte van begroting) rekeningssaldo. Waar relevant worden ook bevindingen van de accountant naar aanleiding van de controle van de jaarrekeningen meegenomen en ook opmerkingen van de toezichthouder naar aanleiding van de financiële beleidsstukken. In hoofdstuk 1.1 is, ten behoeve van de leesbaarheid, een samenvatting van onderstaande beschouwing opgenomen. In tabel 1.1.1 is op basis van de begrotingen en de meerjarenramingen vanaf 2017 het begrotingsbeeld weergegeven. Tevens zijn de rekeningssaldi vanaf 2017 weergegeven. De begrotings- en rekeningssaldi zijn niet gecorrigeerd ten aanzien van eventuele incidentele componenten. Tabel 1.1.1 gepresenteerde begrotings- en rekeningssaldi vanaf 2017 Bedragen x € 1 miljoen (+ is positief saldo) 2017 2018 2019 2020 Gepresenteerd begrotingssaldo Begroting 2017-2020 0,1 0,1 0,1 0,2 Begroting 2018-2021 0,2 0,2 0,1 Begroting 2019-2022 0,1 0,2 Begroting 2020-2023 0,0 Begroting 2021-2024 Gepresenteerde jaarrekeningssaldi

0,5

-0,3

2021

2022 2023

2024

0,1 0,2

0,2

0,0

0,0

0,3

-0,7

-0,7

-0,7

-0,7

(Meerjaren)begroting 2017-2020/Jaarrekening 2017 Nadat de gemeente in de eerste jaren van de raadsperiode 2014-2018 nog genoodzaakt was om bezuinigingen door te voeren is er in 2017 weer enige ruimte voor nieuw beleid. Na een eerdere bezuinigingsronde over de periode 2008-2014 van in totaal € 1 miljoen (gerealiseerd) is er in 2013 een 2e bezuinigingsronde (Bezuinigingsdialoog) gestart. Deze bezuinigingsdialoog leverde een totale bezuiniging van op van € 0,6 miljoen. Van het totale bezuinigingsbedrag van € 0,6 miljoen moet vanaf 2017 nog circa € 0,2 miljoen worden gerealiseerd, waarvan het grootste deel op bedrijfsvoering. In de begroting 2016-2019 is besloten een stelpost op te nemen van € 0,1 miljoen voor verwachte niet te realiseren bezuinigingen. De kadernota 2017-2020 sluit in alle jaren met batige saldi, met uitzondering van 2018 waarin sprake is van een gering nadelig saldo. Ten opzichte van de begroting 2016-2020 is overigens wel sprake van een verslechtering van de saldi. Hoewel de algemene uitkering uit het gemeentefonds stijgt, staan daar ook hogere lasten tegenover van vooral werk en inkomen. Daarnaast is onder meer het financiële effect van het speelbeleidsplan in de kadernota meegenomen, wordt er meer toegevoegd aan de reserve onderhoud gebouwen en moet de toevoeging aan de voorziening pensioenen wethouders structureel worden verhoogd.

De (meerjaren)begroting 2017-2020 geeft een positiever beeld dan de kadernota. Het batig saldo loopt op van € 119.000 in 2017 naar € 182.000 in 2020. Dit wordt vooral veroorzaakt door de positieve uitkomst van de meicirculaire 2016. Op basis van de meicirculaire ontvangt de gemeente in 2017 extra rijksuitkeringen voor Wmo en Jeugdzorg. Door deze extra uitkeringen wordt aan het beleidsuitgangspunt, dat de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein budgettair neutraal zijn voldaan. Door de hogere rijksvergoeding voor jeugd kon de taakstelling op inkoop jeugdzorg (deels) worden teruggedraaid. De nog in te vullen bezuinigingen zijn in de begroting 2017 verwerkt in de reguliere budgetten en dus concreet ingevuld.

79

-0,8

De gemeente maakt in de begroting niet het structurele begrotingssaldo zichtbaar. Wel is dit te berekenen aan de hand van het in de begroting opgenomen overzicht van incidentele baten en lasten. De gemeente heeft bestemmingsreserves voor het dekken van afschrijvingslasten, onder meer voor het Cultuurhuis, machinepark, omvorming speelvoorzieningen, automatisering, Henschoterhof en onderwijshuisvesting. Totaal wordt in 2017 een bedrag van circa € 0,5 miljoen aan afschrijvingslasten ten laste van de reserves gedekt. In de begroting is geen overzicht investeringen opgenomen. Op basis van de begroting 2017-2020 komt Woudenberg in 2017 in aanmerking voor repressief toezicht. In de toezichtbrief heeft de toezichthouder geen specifieke opmerkingen over de financiële positie van de gemeente. De jaarrekening 2017 sluit met een voordelig resultaat van € 0,5 miljoen. Er is sprake van voordelen (onder meer algemene uitkering 2017, hogere opbrengst leges bouwvergunningen en vrijval deel reserve cultuurhuis) maar ook van nadelen. Het resultaat werd nadelig beïnvloed door een hoger tekort in het sociaal domein van circa € 0,9 miljoen. De gemeente dekt dit voor een bedrag van € 0,8 miljoen uit de reserve sociaal domein. De gemeente verwacht door beleidsmaatregelen het tekort binnen 3-4 jaar terug te kunnen brengen naar nihil.

In de overgangsperiode van 3-4 jaar worden de eventuele tekorten gedekt via deze reserve. De gemeente ziet het tekort dus vooralsnog als incidenteel. Doordat de onttrekking al heeft plaatsgevonden is het tekort op het sociaal domein niet zichtbaar in het rekeningsaldo 2017. Ook het batige exploitatieresultaat 2017 op grondexploitaties (€ 2,6 miljoen) is al toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf en de bestemmingsreserve dorpsvoorziening. Het lijkt er echter op dat het overzicht van incidentele baten en lasten in de jaarrekening niet volledig is, waardoor een structureel rekeningssaldo lastig is te berekenen. Zo is de opbrengst “verkoop buiten gebruik gestelde schoolgebouwen” (€ 1,5 miljoen) als buitengewone baat opgenomen, maar de ook al in de jaarrekening verwerkte toevoeging van deze opbrengst aan de reserve huisvesting basisonderwijs niet. Per saldo wordt in de jaarrekening 2017 € 1,6 miljoen ten laste van de jaarrekening aan de reserves toegevoegd (€ 3,6 miljoen onttrekking en € 5,2 miljoen toevoeging). De toevoegingen betreffen vooral winstneming grondexploitaties en de opbrengst van verkoop van schoolgebouwen. De accountant heeft over het jaar 2017 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt.

De accountant beoordeelt de financiële positie van de gemeente, zowel het saldo van baten en lasten, het gerealiseerde resultaat als de vermogenspositie en het weerstandsvermogen met de signalering “groen”. Dit is de meest positieve signalering die deze accountant geeft. (Meerjaren)begroting 2018-2021/Jaarrekening 2018 De kadernota 2018-2021 laat een verslechtering zien van de begrotingssaldi ten opzichte van de begroting 2017-2020, maar er is in alle begrotingsjaren nog wel sprake van een positief financieel resultaat. De gemeente wordt onder meer geconfronteerd met structurele lasten voor de uitvoering van de omgevingswet en de autonome stijging van salariskosten. De gemeente verlaagt de budgetten voor Wmo en Jeugd met een bedrag dat gelijk is aan de te verwachten lagere bijdrage van het rijk (€ 168.813 in 2018 aflopend naar € 120.848 vanaf 2021) en raamt deze dus budgettair neutraal. De begroting 2018-2021 laat in de jaren 2018 tot en met 2020 een positiever beeld zien ten opzichte van de kadernota. Het saldo in 2021 is nagenoeg gelijk aan dat in de kadernota. In alle jaren is dus sprake van positieve begrotingssaldi. De positieve ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door de uitkomt van de meicirculaire 2017. De lasten voor Wmo en Jeugd nemen met circa € 0,5 miljoen toe.

Hiervan wordt ongeveer de helft gedekt door een hogere vergoeding in de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De andere helft wordt in 2018 gedekt uit de bestemmingsreserve sociaal domein. Vanaf 2019 is er een taakstelling van € 234.000 in de begroting opgenomen. Dit is een stelpost die nog moet worden ingevuld met maatregelen om zo het tekort in het

80

sociaal domein terug te dringen. De gemeente verwacht vooral aanbestedingsvoordelen te kunnen realiseren. Bij de vaststelling van de Kadernota 2018-2021 heeft de raad via een motie aan het college gevraagd bij het opstellen van de begroting 2018-2021 te onderzoeken of het mogelijk en financieel verantwoord is de OZB voor woningen en niet-woningen met een nader te bepalen percentage te verlagen. Gezien de voordelige begrotingsresultaten 2018-2021 stijgt de OZB voor woningen en niet-woningen voor de jaren 2018 tot en met 2021 jaarlijks met 1% in plaats van 2% zoals voorgesteld in de Kadernota 2018-2021. Ook in deze begroting is geen overzicht investeringen opgenomen. Ook ontbreekt een berekening van het structurele begrotingsaldo. In 2018 verwacht de gemeente winstnemingen op grondexploitaties tot een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de algemene reserve, algemene reserve grondbedrijf en reserve dorpsvoorzieningen. Op basis van de begroting 2018-2021 komt Woudenberg in aanmerking voor repressief toezicht. In de toezichtbrief heeft de toezichthouder geen specifieke opmerkingen over de financiële positie van de gemeente. De jaarrekening 2018 sluit met een nadelig saldo van € 0,3 miljoen, grotendeels veroorzaakt door extra verplichte toevoegingen aan pensioen- en wachtgeldvoorzieningen van (oud-) wethoudershogere lasten en hogere lasten bedrijfsvoering.

Op het sociaal domein is ook sprake van en nadeel van € 0,4 miljoen, maar dit wordt in 2018 gecompenseerd door een eenmalige bijdrage van het rijk inzake knelpunten sociaal domein. In de zomernota 2018 is het budget sociaal domein al met € 0,7 miljoen bijgesteld. Het in de jaarrekening 2017 zichtbare tekort zet zich dus door naar 2018. De gemeente heeft het in de zomernota geraamde tekort deels gedekt door extra middelen uit de algemene uitkering en deels ten laste van de reserve sociaal domein. Het restant ad € 368.000 komt ten laste van de algemene middelen en is dus onderdeel van het nadelige saldo van de zomernota 2018 en daardoor ook van de jaarrekening. Het werkelijke tekort op het sociaal domein in 2018 kwam daarmee uit op € 1,2 miljoen, waarvan € 0,5 miljoen werd gedekt uit de reserve sociaal domein. Per saldo wordt in de jaarrekening 2018 € 2,0 miljoen ten gunste van de jaarrekening aan de reserves onttrokken (€ 4,6 miljoen onttrekking en € 2,6 miljoen toevoeging). Per saldo wordt er dus meer onttrokken. Dit betreft, naast de structurele onttrekkingen uit de reserves ter dekking van afschrijvingslasten, vooral de onttrekking aan de reserve sociaal domein (€ 0,6 miljoen), algemene reserve (€ 0,5 miljoen, vooral dekken lasten I&A samenwerking) en algemene reserve grondbedrijf (€ 0,7 miljoen, vooral vorming verliesvoorzieningen).

De accountant heeft over het jaar 2018 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. De score voor de financiële positie is wel minder dan bij de jaarrekening 2017. Zo is de score voor het saldo van baten en lasten gewijzigd van groen naar rood en het gerealiseerde resultaat naar oranje. Het feit dat er in 2018 sprake is van een tekort (in 2017 was er nog sprake van een batig saldo in de jaarrekening) is daar de oorzaak van. Ook de score voor vermogenspositie wijzigt van groen naar oranje. De stand van de reserves is lager ten opzichte van 2017. (Meerjaren)begroting 2019-2022/Jaarrekening 2019 In 2018 hebben er gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. De begroting 2019 is dus de eerste begroting die het nieuwe college aan de raad aanbiedt. In verband met de gemeenteraadsverkiezingen is er dit jaar geen kadernota, maar een kaderbrief 2019 – 2022 opgesteld. De kaderbrief is puur informatief waarbij aan de raad wordt gevraagd deze voor kennisgeving aan te nemen. De ontwikkelingen en actualisaties worden meegenomen in de begroting 2019-2022. In deze begroting wordt nieuw beleid en het Coalitieakkoord 2018-2022 inhoudelijk en financieel vertaald.

In de komende raadsperiode zet de gemeente in op onder meer betere verkeersveiligheid, de energietransitie, goede zorg voor inwoners, bouw van nieuwe woningen en de aanpak van georganiseerde criminaliteit.

81

In de kaderbrief zorgt vooral de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor een positief beeld. Daarnaast zijn de financiële effecten van het uitvoeringsplan dienstverlening 2017-2021 opgenomen en diverse autonome bijstellingen. De positieve ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt vooral veroorzaakt door de maartcirculaire 2019. Dit was een extra circulaire op basis van het Bestuursakkoord dat is gesloten tussen Rijk en gemeenten, met daarin een groot aantal gezamenlijke uitdagingen. De in de maartcirculaire opgenomen gelden zijn dus ook (deels) bedoeld om als gemeente bij te dragen in die doelstellingen, zoals klimaat, sociaal domein en toekomstbestendig wonen. Uit de maartcirculaire komt naar voren, dat het accres de komende jaren fors groeit als gevolg het hanteren van een bredere basis voor de berekening van het accres, beleidsintensiveringen en hogere loon- en prijscompensatie. Het geïntegreerde gedeelte van de integratie-uitkering Sociaal domein valt vanaf 2020 onder de accresontwikkeling. Vanaf 2020 zullen de gemeenten dan ook nominale ontwikkelingen (lonen en prijzen) van het geïntegreerde deel van het sociaal domein uit het accres moeten gaan betalen. In de begroting 2019-2022 raamt de gemeente het nadeel op sociaal domein op € 1,3 miljoen in 2019 oplopend naar € 1,5 miljoen in 2022.

Onderdeel van de hogere kosten in de begroting 2019-2022 is het laten vervallen van de in de begroting 2018 opgenomen taakstelling binnen het sociaal domein van € 263.000. Een deel wordt gedekt door toename van de algemene uitkering. Ook zet de gemeente een bedrag van € 0,3 miljoen oplopend naar € 0,6 miljoen uit het accres algemene uitkering in. Daarnaast is er een taakstelling ingeboekt van € 0,05 miljoen in 2019, oplopend naar € 0,4 miljoen in 2022. Het nadelig saldo dat dan nog overblijft, dekt de gemeente uit de reserve sociaal domein. Vanaf 2022 is de onttrekking niet meer nodig, ervan uitgaande dat de taakstelling van € 0,4 miljoen wordt gehaald. In de (meerjaren)begroting 2019-2022 is het sociaal domein dus ook budgettair neutraal geraamd. In de periode 2019 tot en met 2021 wordt totaal € 1,1 miljoen ten laste van de reserve sociaal domein gebracht. Omdat de stand van deze reserve daarvoor niet toereikend is, wordt deze reserve aangevuld vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. Ook in deze begroting is geen overzicht investeringen opgenomen. Ook ontbreekt een berekening van het structurele begrotingsaldo. Ook in 2019 verwacht de gemeente winstnemingen op grondexploitaties (€ 1,1 miljoen). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de algemene reservegrondbedrijf. Op basis van de begroting 2019-2022 komt Woudenberg in aanmerking voor repressief toezicht.

In de toezichtbrief heeft de toezichthouder geen specifieke opmerkingen over de financiële positie van de gemeente. De jaarrekening 2019 sluit met een nadelig saldo van € 0,7 miljoen. Het uiteindelijke resultaat is voor een belangrijk deel nadelig beïnvloed door een hoger tekort sociaal domein (vooral afrekening voorgaande jaren ad € 0,3 miljoen) en extra verplichte toevoegingen aan pensioen- en wachtgeldvoorzieningen van (oud-) wethouders als gevolg van de lage rentestand. Het saldo van de begroting 2019 is via de zomernota en najaarsrapportage bijgesteld naar € 434.550 negatief. Het resultaat van de jaarrekening is € 232.000 nadeliger dan geraamd. Belangrijkste nadeel in de zomernota is het aframen van de stelpost BCF-plafond (€ 0,24 miljoen). Bij sociaal domein (jeugd en Wmo) is per saldo (na aftrek van de compensatie via de algemene uitkering in de zomernota) sprake van een nadeel van € 73.000. In de najaarsnota was vooral sprake van een nadeel op leerlingenvervoer, lagere algemene uitkering, hogere kosten afval en hogere kosten van ICT/telefonie-dataverkeer. Per saldo wordt in de jaarrekening 2019 € 1,6 miljoen ten gunste van de jaarrekening aan de reserves onttrokken (€ 3,0 miljoen onttrekking en € 1,4 miljoen toevoeging). Per saldo wordt er dus meer onttrokken.

Dit betreft, naast de structurele onttrekkingen uit de reserves ter dekking van afschrijvingslasten (€ 0,6 miljoen), vooral de onttrekking aan de reserve sociaal domein

82

(€ 0,6 miljoen), algemene reserve (€ 0,5 miljoen, vooral dekken lasten samenwerking BAG/WOZ/Belastingen en op peil brengen voorziening afvalstoffenheffing) en algemene reserve grondbedrijf (€ 0,45 miljoen, vooral waardevermindering Laagerfseweg 45). De accountant heeft over het jaar 2019 een goedkeurende accountantsverklaring voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid verstrekt. De score voor de financiële positie is op de meeste punten gelijk aan die van de jaarrekening 2017. Alleen de vermogenspositie (reserves) krijgt in 2019 een mindere score (rood). Inclusief het nadelig jaarresultaat over 2019 zijn de reserves eind 2019 circa € 2,6 miljoen lager dan eind 2018. (Meerjaren)begroting 2020-2023 In de kadernota 2020-2023 komt naar voren dat er voor het begrotingsjaar een tekort van circa € 0,3 miljoen wordt verwacht. In de begroting 2019-2022 was er in de jaarschijf 2020 nog sprake van een voordelig resultaat van € 0,2 miljoen. Het verslechterde financieel perspectief wordt grotendeels veroorzaakt door de stijgende zorgkosten voor de Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdzorg. De hogere uitgaven voor stijgende zorgkosten Jeugdzorg en Wmo worden begroot op ruim € 0,5 miljoen (€ 563.152). De gemeente gaat ervan uit dat daarvan € 0,15 miljoen wordt gecompenseerd door een hogere algemene uitkering jeugd.

Daarnaast is ook sprake van hogere lasten op de overige programma’s, zoals bij Leefomgeving (onderhoud, kosten afval), Ruimte en Wonen (bijdrage RUD) en Dienstverlening (extra budget flexibele schil). Vooral bij afval is (naast sociaal domein) sprake van een relatief grote toename van de lasten (€ 250.000). In de kadernota wordt voorgesteld om de tarieven afvalstoffenheffing zodanig te verhogen dat dit bedrag daarin wordt verdisconteerd. De lastenstijgingen worden verder deels gecompenseerd door een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds. Overigens is in de kadernota een inschatting gedaan van de ontwikkeling uit de meicirculaire. Bij de totstandkoming van de kadernota was deze circulaire nog niet verschenen. Een grote inkomstenpost waarmee de gemeente al rekent in de kadernota is het effect van de groei van de gemeente met circa 100 woningen en 200 inwoners per jaar. De gemeente raamt hiervoor in 2020 € 0,2 miljoen, oplopend naar € 0,5 miljoen vanaf 2023. Eventuele verhoging van lasten (zoals onderhoud openbare ruimte) is bij de betreffende programma’s meegenomen. Geconcludeerd kan worden, en dat doet de gemeente overigens ook zelf al in de kadernota, dat de ramingen in de kadernota diverse onzekerheden bevatten. Deze zitten vooral aan de batenkant (definitief resultaat meicirculaire, verhogen inkomsten in verband met de groei van de gemeente).

-

Vanwege de financieel onzekerheden is in de kadernota een bezuinigingsopgave van € 0,25 miljoen structureel opgenomen. Deze moet nog worden uitgewerkt. De bezuinigingsopgave is als volgt verdeeld: Programma samenleving € 0,09 miljoen Overige beleidsprogramma’s € 0,16 miljoen. De aan de raad aangeboden begroting 2020-2023 sluit, inclusief de stelpost bezuinigingen, in alle jaren met een batig saldo. De ontwikkeling van het saldo in de jaarschijf 2020 is iets positiever dan in de kadernota was geprognosticeerd, in de jaren daarna is sprake van extra nadelen. Vooral door een lagere algemene uitkering vanaf 2022 dan in de kadernota was opgenomen. In de begroting is een stelpost bezuinigingen opgenomen van € 241.000 in 2020, oplopend naar € 284.000 in 2023. In de begroting is een voorstel opgenomen voor concrete invulling hiervan. Zo is onder meer sprake van taakstellingen voor gemeenschappelijke regelingen en subsidies, wordt er bezuinigd op onderhoud openbare ruimte en wil de gemeente de kostendekkendheid leges verhogen. Op basis van de begroting 2020-2023 komt Woudenberg in aanmerking voor repressief toezicht. De toezichthouder geeft aan, dat de programmabegroting in 2020 weliswaar financieel niet in evenwicht is, maar dit evenwicht (tijdig) in de meerjarenraming wordt hersteld. Als aandachtspunten noemt de toezichthouder de geraamde bezuinigingstaakstellingen en

83

de ontwikkelingen binnen het sociaal domein. De bezuinigingstaakstellingen vindt de toezichthouder voldoende concreet en onderbouwd. Voor wat betreft het sociaal domein, constateert de toezichthouder dat de nadelige effecten daarvan een impact hebben op de financiële positie van gemeenten. Vanuit financieel oogpunt heeft ook Woudenberg ervoor gekozen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het opnemen van een stelpost "Uitkomst onderzoek jeugdzorg" voor de jaren 2022 en 2023 (€ 233.000 per jaar). Op het moment dat deze financiële scan werd vervaardigd (eerste kwartaal 2021) kon er nog niet worden beschikt over de jaarrekening 2020. Uit de in juli 2020 door de raad behandelde “financiële tussenrapportage 2020” (voorloper van de zomernota) komt naar voren dat het begrotingssaldo 2020 met circa € 0,8 miljoen zal verslechteren en er dus een fors tekort over 2020 dreigt. Grootste nadeel komt naar voren bij de kosten Jeugdzorg en Wmo (€ 0,7 miljoen), waarvan een deel oude jaren betreft. In de zomernota (september 2020) is sprake van een verdere verslechtering van het rekeningssaldo, vooral door hogere uitvoeringskosten voor WOZ/belastingen. Het verwacht resultaat voor 2020 bedraagt bijna € 1,0 negatief. Het voorstel is om dit resultaat te dekken door middel van een uitname uit de algemene reserve.

In de najaarsrapportage kan dit in positieve zin worden bijgesteld, waardoor een nadelig jaarresultaat van circa € 0,37 miljoen wordt geprognotiseerd. Grote meevallers zijn de hogere algemene uitkering 2020 van het rijk, een hogere BUIG uitkering 2020 (bijstandskosten) en de hogere opbrengst leges omgevingsvergunning en bijzondere leges. Naast de grote meevallers verwacht de gemeente tot het einde van het jaar ook lagere kosten leerlingenvervoer, Coöperatie en RUD. Tegenvallers in de financiële najaarsrapportage zijn de hogere kosten jeugd en Wmo (€ 0,2 miljoen). (Meerjaren)begroting 2021-2024 Door toenemende onzekerheden en recente ontwikkelingen, zoals de Coronacrisis, de voorgenomen herijking van het gemeentefonds en de aanhoudende stijging van de kosten in het sociaal domein, staat het financieel meerjarenperspectief van de gemeente onder druk. Als gevolg van onduidelijkheid over eventuele ontwikkelingen hierover bij het Rijk heeft de gemeente besloten geen kadernota maar een, beknoptere, kaderbrief te maken. In de kaderbrief komt naar voren dat de in de begroting 2020-2023 opgenomen besparingsopgave voor 94% is gerealiseerd. In de kaderbrief worden tekorten voorzien van € 0,9 miljoen in 2021, oplopend naar € 1,2 miljoen in 2024.

Belangrijkste nadeel is de stijging van de kosten voor Jeugdzorg en Wmo met € 0,7 miljoen structureel, daarnaast nemen de kosten van ICT toe (€ 138.000). De gemeente houdt rekening met een toename van de algemene uitkering uit het gemeentefonds met € 0,65 miljoen structureel als gevolg van de toename van inwoners en woningen en loon- en prijsstijgingen. Daartegenover raamt de gemeente alvast een nadeel van € 0,22 miljoen in 2022, oplopend naar € 0,66 miljoen in 2024 als gevolg van het nadelig effect herijking gemeentefonds. Het financiële beeld in de begroting 2021-2024 is vrijwel onveranderd ten opzichte van de situatie zoals beschreven in de kaderbrief 2021-2024. De gemeente geeft aan, dat door toenemende onzekerheden en recente ontwikkelingen, zoals de coronacrisis, de voorgenomen herijking van het gemeentefonds en de aanhoudende stijging van de kosten in het sociaal domein, het financieel meerjarenperspectief onder grote druk staat. Er is in alle jaarschijven sprake van een tekort van circa € 1 miljoen. Overigens werd in de begroting 2020 nog een deel van het tekort sociaal domein gedekt door een onttrekking uit de reserve sociaal domein (€ 376.000). In 2021 is een onttrekking geraamd van € 146.000. De algemene uitkering die is berekend aan de hand van de meicirculaire is positiever dan in de kaderbrief.

In tegenstelling tot vorige begrotingen maakt de gemeente bij het ramen van de algemene uitkering geen onderscheid meer tussen sociaal domein en overig. De hogere lasten die zijn geraamd voor het sociaal domein (€ 0,7 miljoen), zoals loon- en prijsstijgingen, worden deels gecompenseerd via de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De salarisstijgingen in de cao’s Jeugdzorg en Sociaal Werk zijn de afgelopen jaren evenwel hoger gebleken dat de compensatie welke uit het gemeentefonds is ontvangen. Omdat zorgkosten een hoog looncomponent kennen, houdt de gemeente er in de begroting 2021-2024 zodoende rekening mee dat niet alles in dit kader

84

gecompenseerd wordt. Onderdeel van het begrotingssaldo is overigens de vanaf de begroting 2019-2022 opgenomen taakstelling (project maatregelen zorgkosten en zorggebruik) dat vanaf 2022 moet leiden tot een structurele besparing van € 0,4 miljoen) op de zorgkosten Jeugdzorg en Wmo. Met ingang van 2022 raamt de gemeente een opbrengst van € 0,72 miljoen die als resultaat uit de te starten bezuinigingsdialoog moet komen. De gemeente wil dit realiseren op programma 1 in zijn geheel (Samenleving). Jeugdzorg en Wmo zijn onderdeel van dat programma, maat het programma is breder dan dat. De gemeente anticipeert alvast op de verwachte verdere stijging van de lasten binnen het sociaal domein en wil de bezuinigingsopgave laten oplopen tot € 1,5 miljoen in 2024. Overigens wordt een deel van deze lastentoename veroorzaakt door loon- en prijsstijgingen. Aangenomen mag worden dat deze (deels) via de algemene uitkering uit het gemeentefonds worden gecompenseerd. De geraamde opbrengst uit de bezuinigingsdialoog is gelijk aan de geraamde stijging van de kosten voor Jeugdzorg en Wmo in de begroting. Overigens zet de gemeente eerst in op extra geld van het Rijk en als dat niet is te realiseren of onvoldoende is wordt de opbrengst van de bezuinigingsdialoog ingezet.

Omdat het weerstandsvermogen onder druk staat, is de gemeente voornemens de reserves te herschikken om zodoende de algemene reserve te kunnen verstevigen. Belangrijkste bestemmingsreserve (qua omvang) waarvan het saldo wordt overgeheveld naar de algemene reserve is de reserve kapitaallasten cultuurhuis. Ook in deze begroting is geen overzicht investeringen opgenomen. In de begroting 2021-2024 is een berekening van het structurele begrotingssaldo opgenomen. Op basis van de begroting 2021-2024 komt Woudenberg in aanmerking voor preventief toezicht. De toezichthouder geeft aan, dat de gemeente is geconfronteerd met fors hogere lasten in vooral het sociaal domein. De maatregelen die uit de op te starten bezuinigingsdialoog voortvloeien, zullen pas bekend worden in het voorjaar 2021. Daarnaast heeft de raad het college gevraagd om te komen met aanvullende bezuinigingsmaatregelen op de andere programma's. De uitwerking daarvan verwacht de raad terug te zien in de kadernota 2022. Dit heeft ertoe geleid dat naar de mening van de toezichthouder, in de begroting 2021 geen concrete maatregelen zijn opgenomen waardoor de in de begroting opgenomen structurele baten onvoldoende van omvang zijn om de structurele lasten te dekken. De begroting is met andere woorden niet structureel in evenwicht en dit evenwicht wordt in de meerjarenraming niet (tijdig) hersteld.

Vanwege het opschuivend perspectief bij eerdere begrotingen, had de gemeente de meerjarenraming vanaf 2022 sluitend moeten maken. De toezichthouder verwacht, dat de gemeente uiterlijk bij de kadernota 2022 (juli 2021) een herstelplan vaststelt.

85

Provincie Utrecht Postbus 80300, 3508 TH Utrecht T 030 25 89 111

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1222/documents/30862