CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

17.b UenH strategie regio Utrecht 2026 definitieve versie 15 juli 2025.pdf

Raadscommissie 13 januari 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken29.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vergunning eenvoudig Technisch-inhoudelijk noch sociaal-maatschappelijk complex: stel een vergunning op die vooral bestaat uit standaardvoorschriften. Voorbeeld: een betonmortelbedrijf wil de grondstoffenopslag verplaatsen en de productiecapaciteit niet verhogen. Het bedrijf ligt op een gezoneerd bedrijventerrein. Er zijn geen locatie specifieke problemen te verwachten. Technisch-inhoudelijk noch sociaalmaatschappelijk complex. Toepassing van o.a. het geluidbeleid van het bevoegd gezag.

2.

Vergunning specifiek Technisch-inhoudelijk complex, sociaal-maatschappelijke complexiteit klein: de vergunning bestaat voor het technisch-inhoudelijk complexe deel uit specifieke voorschriften. Voorbeeld: een laboratoriumbedrijf wil een aantal experimenten uitvoeren. Bij de experimenten worden genetisch gemodificeerde organismes (ggo’s) gebruikt (aangewezen EU-categorie, waarvoor vergunningplicht geldt). Het bedrijf is gevestigd op een bedrijventerrein, sociaalmaatschappelijk gezien zijn er geen problemen te verwachten. Technisch-inhoudelijk is het een

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

53

lastige aanvraag waarmee bevoegd gezag en omgevingsdienst geen ervaring hebben voor wat betreft risico’s en bepaling van de specifieke vergunningvoorschriften. Via de landelijke kennisen infrastructuur komen casemanager en vergunningverlener in contact met een soortgelijke aanvraag. 3.

Vergunning eenvoudig+ Technisch-inhoudelijk gezien niet complex, sociaal-maatschappelijke complexiteit groot: de vergunning bestaat hoofdzakelijk uit standaardvoorschriften. De sociaal-maatschappelijke complexiteit leidt tot extra aandacht voor zorgvuldige communicatie, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de uitvoerende dienst, het bedrijf of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

4.

Vergunning specifiek+ Zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk complex: de vergunning bestaat voor het technisch-inhoudelijk complexe deel uit specifieke voorschriften; de sociaal-maatschappelijke complexiteit leidt tot extra aandacht voor zorgvuldige communicatie, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de uitvoerende dienst, het bedrijf of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. Voorbeeld: een groot agrarisch bedrijf dat valt onder de IPPC-richtlijn (preventie en bestrijding verontreiniging) wil uitbreiden met een co-vergistingsinstallatie. Er is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig en daarnaast een meervoudige omgevingsvergunning. Omwonenden hebben eerder bezwaar gemaakt tegen het bedrijf i.v.m. geuroverlast. Technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk een complexe aanvraag, waarin casemanagement een belangrijke rol vervult. Toepassing van o.a. het geurbeleid van het bevoegd gezag.

Meldingen Er zijn vier typen meldingen: 1. Melding eenvoudig 2. Melding specifiek 3. Melding eenvoudig+ 4. Melding specifiek+ Toelichting op de vier typen meldingen: 1.

Melding eenvoudig Melding beoordelen en in beginsel geen actieve opvolging geven. Voorbeeld: een bedrijf meldt het plaatsen van een propaantank. Het bedrijf is gevestigd in het buitengebied, de tank wordt volgens de bijgeleverde tekening geplaatst op een afstand van 20 meter van enig bouwwerk. Een erkende installateur plaatst de tank. De melding wordt beoordeeld op indieningsvereisten, gepubliceerd en overgedragen aan toezicht.

2.

Melding specifiek Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid. Voorbeeld: een meldingsplichtig bedrijf (type B) met een opslag voor gevaarlijke stoffen (< 10 ton) is van plan gevaarlijke stoffen af te tappen uit verpakkingen in de opslag en meer gevaarlijke stoffen als werkvoorraad buiten de opslag aan te houden dan de wet toestaat. Er is een melding Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vereist die moet worden beoordeeld op indieningsvereisten en specifieke omschrijving van aard en omvang van de nieuwe activiteiten. Voor deze activiteiten is een maatwerkbesluit vereist en afstemming nodig met de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (medebevoegd gezag) en eventueel advies van de veiligheidsregio (brandveiligheid werkvloer, doorvoeringen in brandcompartiment).

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

54

3.

Melding eenvoudig+ Melding beoordelen en actief opvolgen met extra aandacht voor het informeren van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden). Voorbeeld: naar aanleiding van een melding dat in een horecagebouw een sekswinkel wordt gevestigd informeert het bevoegd gezag omwonenden voordat de melding in de krant wordt gepubliceerd.

4.

Melding specifiek+ Melding beoordelen en actief opvolgen door het stellen van maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid met extra aandacht voor het informeren en betrekken van belanghebbenden (bevoegd gezag ambtelijk/bestuurlijk, belanghebbende derden). Voorbeeld 1: een groot bouwwerk staat op de nominatie om te worden gesloopt. In verband met asbest in het bouwwerk is een melding Besluit bouwwerken leefomgeving vereist voor de sloop (> 10m3 bouw- en sloopafval) en de aanwezigheid van asbest. Voor de verwerking van het steenachtig bouw- en sloopafval wordt een mobiele puinbreker ingezet. Daarvoor is een melding nodig voor de relevante wetgeving. De helft van een rijbaan wordt tijdelijk gestremd inclusief een parkeerstrook. De omwonenden worden in een bijeenkomst geïnformeerd over de plannen en de voorgestelde maatregelen ter voorkoming van overlast (stof, geluid) en ter voorkoming van onrust vanwege de verwijdering van asbest (mannen in witte pakken…). Voorbeeld 2: een Seveso-bedrijf is van plan een meldingsplichtige wijziging (Bal) doorvoeren. Het betreft het vernieuwen van de uitpandige opslagtanks voor afvalolie. De oude constructie wordt gesloopt en er wordt een nieuwe (uitpandige) opslag gerealiseerd. De capaciteit gaat van 80 naar 120 m3. De wijziging heeft impact op het (geconsolideerd) Seveso-dossier en het inspectieplan.

Bij een meervoudig dossier borgt het bevoegd gezag dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), het bedrijf of initiatiefnemer in kwestie, de omgevingsdienst, andere betrokken overheden en belanghebbende derden.

Basiswerkwijze voor vergunningverlening en a andeling van meldingen Er is een basiswerkwijze voor vergunningverlening en de a andeling van meldingen. Bij de toedeling van taken is het uitgangspunt dat de frontoffice is ondergebracht bij de bevoegde gezagen. Het ‘gemeenteloket’ is hiermee voor inwoners en bedrijven dé ingang ten aanzien van het omgevingsrecht. In de backoffice bevinden zich de afzonderlijke gemeentelijke of provinciale disciplines en de omgevingsdiensten voor de taken ten aanzien van milieu, bodem en asbest. Het bevoegde gezag verzorgt van iedere aanvraag en melding:  De registratie en intake van de klantvraag;  Het bepalen van bevoegd gezag;  Het onderzoek welke toestemmingen nodig zijn voor een bepaalde activiteit;  Het digitaliseren (met ontvangstbevestiging);  het casemanagement van de aanvraag;  Het uitzetten bij de ODU en overige interne- en externe adviseurs, evenals bepalen van overlegvorm, zoals omgevingstafel;  Het publiceren van aanvragen en (ontwerp)beschikkingen;  Het bewaken van termijnen van lopende procedures en de voortgang;  Het aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager;  De besluitvorming op aanvragen en na zienswijzen;  Het archiveren van de melding, beschikking (analoog en digitaal) en alle relevante stukken;  Het bijwerken van de gegevens om het bedrijvenbestand volledig te houden.

De ODU kan op verzoek van het bevoegd gezag een of meerdere van bovenstaande activiteiten uitvoeren.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

55

Voor het basistaakgedeelte verzorgt de ODU in ieder geval:  Het toetsen van volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en opstellen advies richting bevoegd gezag bij buiten behandeling laten;  Het (vak)inhoudelijke toetsen aan alle relevante beoordelingskaders;  Het uitvoeren van een handhaa aarheidstoets;  Het bewaken van de afgesproken (advies)termijnen aan het bevoegd gezag;  Het opstellen van de (ontwerp)beschikking of het advies aan het bevoegd gezag. De volgende procedures zijn mogelijk:  Meldingen;  Reguliere aanvraagprocedure;  Uitgebreide aanvraagprocedure; Bij het besluiten op een vergunningaanvraag en het beoordelen van een melding volgen wij de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Omgevingswet. Op meldingen volgt geen besluit. Bij de behandeling wordt inhoudelijk getoetst én beoordeeld of aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn. Indien op de algemeen geldende voorschriften aanvullende of concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaa aarheid, worden nadere voorwaarden (in geval van sloop) of maatwerkvoorschriften (in geval van milieu) opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Na beoordeling ontvangt de melder een bevestigingsbrief.

De basiswerkwijze voor het behandelen van een aanvraag/melding is vastgelegd in het registratiesysteem van de ODU, waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. Voor de meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn standaarden beschikbaar. Voor voorschriften wordt gebruik gemaakt van een standaard voorschriftenpakket. Meldingen en besluiten worden ter kennisname aan het bevoegd gezag beschikbaar gesteld. Ontvankelijkheid Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. De indieningsvereisten zijn landelijk geüniformeerd en toegeschreven op de verschillende categorieën van activiteiten. Het consequent toetsen op ontvankelijkheid voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. Als detailuitwerkingen ontbreken wordt wel alvast een inhoudelijke beoordeling van de overige stukken gemaakt. De ODU verricht een volledige ontvankelijkheidstoets bij alle aanvragen en meldingen. Als de ontbrekende stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten.

Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag buiten behandeling blijft, waartegen bezwaar kan worden ingediend. Bij een melding kan de melder erop gewezen worden dat, als de gegevens niet aangeleverd worden of onvolledig blijven, deze de activiteit niet kan uitvoeren. Tegen het niet óf onvolledig indienen van een melding of vergunningaanvraag kan handhavend worden opgetreden. Indien met de verlening van een vergunning het gevaar bestaat dat daarmee stra are feiten gepleegd zullen worden of dat uit stra are feiten verkregen geld benut zal worden, wordt in het voortraject of na ontvangst van de aanvraag door de deelnemer een Bibob-toets uitgevoerd. De

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

56

situaties waarbij een Bibob-toets wordt uitgevoerd, zijn vastgelegd in het Bibob-beleid van het bevoegd gezag. Participatie In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven of de aanvrager aan participatie heeft gedaan. Zo ja, hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Dit aanvraagvereiste omvat geen verplichting voor de aanvrager om aan participatie te doen. Participatie door de initiatiefnemer bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning is vrijwillig. Het antwoord op de eerste vraag hierboven mag dus ook 'nee' zijn. Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen (buiten behandeling laten) of weigeren de vergunning te verlenen, omdat er geen participatie is geweest. De bedoeling van artikel 7.4 is namelijk alleen om de initiatiefnemer te stimuleren om na te denken over participatie. Als hij aan participatie doet, moet het bevoegd gezag weten wat de resultaten zijn. Meer dan dat houdt de plicht niet in. Indien een aanvrager aangeeft aan participatie te hebben gedaan worden de resultaten van de participatie in het dossier gevoegd. De resultaten van de participatie vormen geen grond tot weigering. Bij activiteiten waarvoor er geen vergunningplicht is of waarvoor slechts een meldplicht geldt, is participatie niet noodzakelijk.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

57

H. Toezichtstrategie Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een het bevoegd gezag worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Het doel van toezicht is risicobeheersing, dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels verbetert en de kans op het ontstaan van (milieu)risico’s kleiner wordt. Deze toezichtstrategie bevat:  vormen van toezicht en de basisprincipes daarbij;  programmatisch toezicht;  op welke wijze verschillende toezichthouders voor en met elkaar toezien;  ontwikkelingen en ambitie – nalevingsgedrag en toezicht- en handhavingsstijl. De strategie gaat over het proces tot het al dan niet constateren van een overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd geldt de sanctiestrategie, en in uitzonderlijke gevallen de gedoogstrategie. Risicogericht toezicht Toezicht en handhaving gebeurt volgens een risicogerichte aanpak, de toezichthouders kunnen niet overal en altijd aanwezig zijn. Het risicogericht toezicht wordt ondersteund door data gedreven risicoanalyses. Op deze wijze prioriteert ODU de inzet en vergroot daarmee de maatschappelijke impact.

Op deze wijze wordt informatiegestuurd en risicogericht bepaald hoe en waar toezicht wordt ingezet in het komende jaar. Dit wordt ook wel programmatisch toezicht genoemd. Bij het a andelen van klachten en overlastmeldingen wordt ook informatiegestuurd en risicogericht beoordeeld of, hoe en wanneer er een controle plaats moet vinden. Vormen van toezicht De ODU werkt met verschillende toezichtproducten. Dit zijn:  Klachtena andeling  Administratief toezicht  Fysiek toezicht  Toezicht op thema's  Ketentoezicht Hieronder is uitgeschreven welke dat zijn en hoe zij eruitzien. Klachtena andeling Een klacht c.q. overlastmelding wordt in ontvangst genomen en behandeld. Klachten kunnen betrekking hebben op alle thema’s uit de PDC. Klachten komen binnen via telefoon, e-mail of brief. Telefonische klachten worden direct beoordeeld en behandeld door de dienstdoende klachtenbehandelaar. Klachten via e-mail of brief worden binnen één werkdag verwerkt in het zaaksysteem en toebedeeld aan een klachtenbehandelaar. Bij de behandeling van een klacht voert de ODU de volgende activiteiten uit:  Klachten die niet onder het mandaat van de ODU vallen dragen worden overgedragen aan de juiste instantie.  Registreren van klachten binnen mandaat die telefonisch, per mail of via een webformulier worden ingediend.  Telefonisch contact met klager over de behandeling van de klacht.

 Zo nodig bezoeken van de locatie.  Inschakelen van een specialist bij complexe situaties.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

58

 

Een gegronde klacht (de wettelijke normen zijn overschreden) wordt behandeld conform de U&H-strategie en zo nodig wordt een handhavingstraject opgestart conform de LHSO. De klacht wordt verder opgepakt onder het product ‘toezicht en handhaving milieu’ en de klager wordt hiervan op de hoogte gesteld. Bij een ongegronde klacht wordt de klager hiervan op de hoogte gebracht. Schriftelijke vastlegging van behandeling en bevindingen.

Het behandelen van een ongewoon voorvalmelding kan omvatten:  Nagaan wie het bevoegd gezag is voor het gemelde ongewone voorval.  Bepalen van de procedure voor a andeling, eventueel met ondersteuning van bijvoorbeeld specialisten.  Volgen en bewaken van de a andeling; als een controlebezoek of handhavingsactie nodig is, dan wordt dit een apart product.  Communiceren met de melder en zo nodig met de omgeving.  Schriftelijke vastlegging van behandeling en bevindingen. Administratief toezicht Administratief toezicht is het inspecteren van administratieve processen en meet- en registratieplicht op basis van wet- en regelgeving. Het uitvoeren van administratief toezicht kan bestaan uit de volgende stappen:  voorbereiding;  binnen halen of ontvangen van rapportage;  inwinnen van advies intern en extern;  beoordelen van rapportages/informatie;  afstemmen met (handhaving)partners;  opstellen van de controlerapportage;  verzenden van een bevestigingsbrief of –rapportage. Toezicht fysiek Fysieke controles omvatten het fysiek aanwezig zijn op de locatie om de regelnaleving te controleren. De controle vindt zowel planmatig plaats, op basis van een vooraf opgesteld toezicht programma (bijvoorbeeld periodieke controles), alsook incidenteel indien daar een andere aanleiding is (bijvoorbeeld controle n.a.v. klachten/verzoek handhaving/calamiteit.

Tot slot worden er opleveringscontroles uitgevoerd naar aanleiding van een melding/vergunning). Projectmatig toezicht is een specifieke vorm van fysieke controles. Het uitvoeren van fysieke controles kan de volgende stappen bevatten:  dossier voorbereiding;  uitvoeren van een fysiek controlebezoek;  inwinnen van advies (bodem, geluid, juridisch, archeologie enz.);  inwinnen van een legalisatie onderzoek;  beoordelen van rapportages;  afstemmen met (handhaving)partners (eventueel);  opstellen van de controlerapportage;  verzenden van een bezoekbevestigingsbrief of –rapportage. De controles vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. Naast handhavers zijn er buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst van de ODU. Zij kunnen boetes opleggen of een proces-verbaal opmaken. Handhaving kan bij zowel burgers, bedrijven als overheden plaatsvinden.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

59

Controlefrequentie Hoe vaak controles plaatsvinden wordt risicogericht bepaald, conform de regionale risicoanalyse in combinatie met naleefgedrag (indien bekend). Maar ook naar aanleiding van aard en omvang van problematiek of thema. Voor IPPC-installaties geldt de minimale (jaarlijkse) controlefrequentie overeenkomstig artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit. Installaties met een hoger risico op milieuimpact worden vaker gecontroleerd dan installaties met een lager risico. Als het naleefgedrag onvoldoende blijkt of er in samenspraak met samenwerkende partners aanleiding is tot meer toezicht kan er in overeenstemming met de bevoegde gezagen een verscherpt toezichtsregime worden toegepast op een IPPC installatie/ locatie. Hierdoor wordt de toezichtsfrequentie verder verhoogd tot meerdere keren per jaar en wordt er toezicht uitgevoerd conform een toezichtsplan. Termijnen van rapportage De ODU rapporteert driemaal per jaar (1x per vier maanden) per deelnemer op de voortgang van de realisatie c.q. output. In twee rapportages rapporteert de dienst aanvullend over de outcome van het werk, denk hierbij aan verschillende KPI's, zoals het spontaan naleefgedrag , het toezichtseffect en de meest voorkomende overtredingen. Alle rapportages vallen onder de Wet open overheid (Woo), en zijn daarmee openbaar. De rapportages publiceert de dienst zelf niet actief.

De jaarrapportage wordt in veel gevallen als bijlage gepubliceerd door de individuele bevoegde gezagen in combinatie met het eigen jaarverslag. In geval van veel of zwaarwegende bevindingen dan wel complexe problematiek bij installaties of MBA’s, hanteert de ODU de term aandachtslocatie. In overleg met de opdrachtgever krijgt een bedrijf dit label, de vorderingen in aandachtslocaties worden doorlopend besproken met de opdrachtgever. Toezicht houden voor en met elkaar In de regio Utrecht wordt het toezicht op de omgevingsvergunning en meld- en informatieplichten gecoördineerd uitgevoerd, volgens de eis van het Omgevingsbesluit. Dit is vooral het geval voor omgevingsvergunningen waarin sprake is van samenloop en waarbij het zinvol is om tussen toezichthoudende partijen af te stemmen (bijvoorbeeld niet bij een dakkapel, maar wel bij een omgevingsvergunning voor zowel slopen, kappen, bouwen, milieu als brandveiligheid). Er zijn vier modellen: 1. met elkaar controleren 2. na elkaar controleren 3. voor elkaar controleren 4. voor elkaar signaleren 1.

Met elkaar controleren Vanuit diverse aandachtspunten gezamenlijk uit te voeren controle; vooral van belang in complexere situaties waar milieu, bouw én andere relevante (bestuurlijke) aandachtspunten meerdere specialismen vragen voor een goede beoordeling van de situatie.

2.

Na elkaar controleren Verschillende toezichthouders voeren, a ankelijk van de fase van het project (sloop, realisatie, oplevering, ingebruikname, exploitatie) een inspectie uit. Het zijn dus hoofdzakelijk geen gezamenlijke controles (behalve bij exploitatie). Daar waar mogelijk wordt ‘over de grenzen van de fasen heen’ gekeken, zoals in het kader van een ketenaanpak het tijdens de sloopinspectie ook alvast een milieutoezichthouder meenemen, of die tenminste op de hoogte te stellen met betrekking tot de verplichting om afvalstoffen te scheiden en af te geven aan een inzamelaar.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

60

3.

Voor elkaar controleren Brede controle voor bouw, milieu en andere aandachtspunten door één toezichthouder; vooral in relatief eenvoudige situaties waar geen bijzondere of specialistische kennis van bouwen, milieu of andere facetten wordt gevraagd.

4.

Voor elkaar signaleren (signaaltoezicht) Controle door één toezichthouder, waarbij deze op hoofdpunten ook kijkt naar andere aspecten en bijzonderheden meldt aan collega’s; vooral in situaties die specialistische kennis vragen en waar de overige aspecten op basis van meer generieke kennis en vaardigheden kunnen worden gecontroleerd.

A ankelijk van de te controleren activiteit, object of gebied wordt beoordeeld welke vorm passend is. Ketentoezicht Ketenaanpak is een belangrijke aanvulling op de hierboven beschreven toezichtsvormen. Binnen een ketenaanpak wordt er gekeken naar “de aaneenschakeling van handelingen en activiteiten waarin meerdere actoren een rol hebben”. Het doel van ketentoezicht is om milieucriminaliteit effectiever op te sporen en aan te pakken, maar ook om barrières op te werpen voor malafide bedrijven. Het komt vaker voor dat meerdere van een bepaald type bedrijven of sectoren de gelegenheid hebben om te kiezen voor illegaliteit of ondermijning. Meestal ingegeven door een verdien- of besparingsmodel. Het negatieve effect daarvan werkt door in een keten. Dit vraagt om een brede inzet van beschikbare instrumenten en om samenwerking met partners die in de betreffende keten over interventiemogelijkheden beschikken. De belangrijkste voorbeelden:  asbestketen  afvalketen  bodemketen Binnen deze ketens komen vergelijkbare activiteiten ten aanzien van stoffen voor; verwijderen, inzamelen, verwerken, vervoeren, opslaan, hergebruiken en verbranden. Sommige bedrijven beheersen meerdere onderdelen in de keten, dit heet ketenintegratie.

Hierdoor bestaat de gelegenheid tot milieucriminaliteit door (afval)stoffen te vermengen, om te katten, de samenstelling te verhullen en/of het bevoegd gezag het zicht op de (stoffen)stromen te ontnemen. Dit kan schade aan het milieu veroorzaken, waarvan de consequenties vaak pas op langere termijn zichtbaar zijn, zoals een verslechterde luchtkwaliteit, een verslechterde bodemkwaliteit en een verslechterde kwaliteit van drink- en oppervlaktewater. Centrale activiteiten binnen de ketenaanpak zijn het samen met de ketenpartners delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie. De ambitie is om dit in de komende periode actief in te richten voor de thema’s omgevingsveiligheid en afval. Bij omgevingsveiligheid door de juiste ketenpartners bij vergunningaanvragen met risico’s op dit thema te betrekken en in een werkinstructie te duiden ‘wie wanneer waar’ bij moet zijn. Zo kan elk van de partners op het juiste moment ingeschakeld worden. Voor het thema afval zijn goede landelijke voorbeelden, die de ODU op de eigen manier wil volgen. Een kwartiermaker kan hierin betekenisvol zijn. Is eenmaal een (regionaal) team actief, dan vraagt ketentoezicht om een evaluerende manier van werken, om actief in te spelen op wat werkt en wat niet. Het gaat erom elkaars informatiebehoefte te kennen en te weten wanneer elke partij meerwaarde kan bieden.

Dit vraagt een analyserende, organische aanpak, waarbij de ODU leert van landelijke voorbeelden en in elk geval optrekt met het OM.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

61

I. Sanctiestrategie Inleiding Deze sanctiestrategie omschrijft de aanpak voor het sanctionerend optreden bij overtredingen en omvat:  een passende reactie op geconstateerde overtredingen;  een stringente reactie bij voortduring van de overtreding;  een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie;  een beschrijving van mogelijke sancties. De sanctiestrategie beschrijft voornamelijk de inzet van bestuursrechtelijke sancties (de manieren van sanctioneren die door de bevoegde bestuurlijke overheid, zelf of namens, wordt uitgevoerd) met als doel, het herstel van de (milieu)overtreding dan wel het straffen van de overtreder. Onderdeel van een passende reactie kan het strafrechtelijk sanctioneren zijn. Over de situaties waarbij dat aan de orde kan zijn wordt overeengekomen met het Openbaar Ministerie (OM) en het Functioneel Parket (FP). Dit kan met name aan de orde zijn als herstel is niet meer mogelijk en een strafrechtelijke sanctie passend is. De betrokken gemeenten, provincie en omgevingsdiensten onderschrijven daarbij de ‘Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)’ en passen deze als zodanig toe, voor zover er in deze strategie niet van is afgeweken.

Interventiematrix en sancties Uitgangspunt in deze sanctiestrategie is een matrix met op de horizontale as een rangschikking naar het soort overtreder (oplopend van goedwillend tot bewust en notoir/ crimineel) en op de verticale as een rangschikking naar de ernst van het effect van de overtreding (van vrijwel nihil naar aanzienlijk). Aan de hand van de matrix worden de volgende stappen doorlopen: Stap 1: Positionering van de bevindingen in de basisinterventiematrix door: a. Beoordelen effecten van de overtreding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie. b. Typeren van het soort overtreder op basis van gedrag en handhavingshistorie. c. Bepalen verzachtende of verzwarende argumenten. Als de handhaver niet in staat is om de overtreder te typeren, dan is typering A het uitgangspunt bij overtredingen waarvan de gevolgen vrijwel nihil zijn (categorie 1) en typering B het uitgangspunt bij overtredingen met beperkte gevolgen, gevolgen van belang of aanzienlijke/onomkeerbare gevolgen (categorie 2, 3 en 4). Stap 2: Bepalen soort sanctie (bestuursrechtelijk of strafrechtelijk). Nadat de bevinding/overtreding gepositioneerd is binnen de matrix, wordt bekeken of op deze bevinding/overtreding naast of in plaats van bestuursrechtelijke maatregelen ook strafrechtelijke sancties moeten worden toegepast.

Dit hangt af van het feit of er sprake is van verzwarende aspecten zoals opgenomen in de LHSO. Stap 3: Bepalen of overleg met politie en OM/FP over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht aan de orde is. Stap 4: Optreden met de interventiematrix. De activiteiten van de toezichthouder zijn in de eerste plaats gericht op herstel. Als naleving uitblijft, wordt vervolgens snel ingezet op zwaardere interventies.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

62

Het toezicht- en handhavingsproces bestaat standaard uit twee stappen (uitwerking volgt in de volgende paragraaf): 1. waarschuwen, 2. sanctioneren. De LHSO heeft als uitgangspunt om de meest effectieve interventie in te zetten. Dat betekent in veel gevallen dat kan worden volstaan met een lichte interventie. In andere gevallen brengt de situatie mee dat zo’n lichte interventie geen recht doet, en moet een zwaardere, meer ingrijpende interventie worden gekozen. Per situatie wordt deze ‘interventieladder’ beoordeeld met de vraag wat de meest effectieve interventie is in het concrete geval. Daarbij speelt ook het maatschappelijk draagvlak voor handhaving een belangrijke rol. Zo zal bij een goedwillende overtreder die een lichte overtreding zonder nadelige gevolgen heeft gepleegd (positionering in segment A1) in eerste instantie kunnen worden volstaan met aanspreken, informeren of waarschuwen. Moet die overtreder (beperkte) maatregelen treffen om de overtreding op te heffen en laat hij dat na of gaat hij anderszins weer in de fout, dan wordt opgeschaald naar bijvoorbeeld het opleggen van een herstelsanctie of een bestuurlijke boete. Wanneer er tijdens een controle meerdere overtredingen zijn geconstateerd, dan wordt de bestuursrechtelijke interventie bepaald aan de hand van de zwaarste overtreding.

Stel dat er twee overtredingen in het lichte segment vallen en een in het middensegment, dan wordt er voor drie overtredingen een voornemen last onder dwangsom opgesteld. Stap 5: Vastleggen stappen en beslissingen De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens in de geldende administratieprocedures en –systemen. Rapportage over de bevindingen van de naleving gebeurt per brief. Per type controle in het proces horen verschillende, waar mogelijk gestandaardiseerde, brievensets. Het opsporen van overtredingen en de inzet van sancties is geen doel op zich. Het doel is om schade aan de fysieke leefomgeving en negatieve gezondheidseffecten zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. Dit betekent dat de ODU zich in eerste instantie richt op spontane naleving, door te informeren, te stimuleren en te verleiden. Toezichthouders hebben daar ook een rol in. Deze manier van werken is niet van toepassing op alle activiteiten. Op activiteiten met een hoog risico zal er strenger regime gelden dan die met een laag risico. In het geval er een overtreding wordt geconstateerd past de ODU de landelijke handhavingsstrategie (LHSO) toe. Daarbij handelt de ODU proportioneel.

Het kan, bij goed naleefgedrag en in het geval van kleine overtredingen met een laag risico, voorkomen dat de toezichthouder niet direct de LHSO toepast, maar met de ondernemer afspreekt welke maatregelen deze treft. Communicatie in het toezicht- en handhavingsproces Communicatie in het toezicht- en handhavingsproces kan verschillende doelen hebben, zoals voorlichting, informatieverstrekking (bijvoorbeeld over de voor- en nadelen van gedrag) of gedragsbeïnvloeding, Het kan een educatief karakter hebben of juist meer dreigend, over de sancties bij niet naleven. Bij iedere communicatie uiting in het kader van deze strategie wordt goed uitgedacht wat de effecten (kunnen) zijn van de boodschap, of deze uitvoerbaar en handhaa aar is. Maar ook of het alternatief (de eis) uitvoerbaar is. Wij communiceren helder en concreet, ter bevordering van de naleving van wet- en regelgeving en met de focus op effectiviteit voor de leefomgeving. We doen wat we zeggen, anders verliezen we onze geloofwaardigheid.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

63

Stappen in het proces Het kader hieronder geeft een korte beschrijving van de verschillende stappen in het toezicht-en handhavingsproces. Voorbereiden controle – maken van de afspraak, verwachtingen ten aanzien van inhoud controle (bijvoorbeeld integraal of alleen thematisch), alvast administratie opvragen, historie bekijken. Controle – bij de controle constateren toezichthouders in hoeverre men voldoet aan de wet- en regelgeving bij de activiteit die aanleiding is voor de controle. Resultaten van de controle worden zoveel als mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk met de onder toezicht staande gedeeld. Hercontrole – als er overtredingen zijn, volgt na een bepaalde termijn een hercontrole om te zien of inmiddels wordt voldaan aan wet- en regelgeving. De begunstigingstermijn varieert meestal van 2-6 weken, a ankelijk van de soort overtreding, de termijn die reëel nodig is om die te beëindigen en of eventueel sprake is van calculerend gedrag. De termijn wordt met een vaste tabel bepaald. Vooraankondiging (niet in alle gevallen) – hierin staat welke maatregel het bevoegde bestuursorgaan van plan is om te nemen. De mogelijkheid is er om hierop met een zienswijze te reageren. Meestal gaat het om een Last onder Dwangsom. Handhavingsbesluit - als de zienswijze niet tot andere inzichten leidt, wordt het handhavingsbesluit definitief bekend gemaakt.

Soms kan een zienswijze tot een ander besluit leiden. Bijzonderheden Er geldt een aantal bijzonderheden:  Voor energiecontroles geldt dat meerdere hercontroles mogelijk zijn. Energiecontroles hebben als doel om de energievraag te beperken en toe te werken naar een klimaat neutrale situatie. Als een goed plan waarbij uiteindelijk een klimaat neutrale situatie ontstaat aanwezig is, terwijl daarmee nog niet aan alle erkende maatregelen voldaan wordt uit het Bal, zijn meerdere hercontroles mogelijk.  Voor overlastcontroles geldt dat de stap van het uitvoeren van een hercontrole niet van toepassing is wanneer daadwerkelijk een overtreding wordt geconstateerd in combinatie met onverschillig of bewust belemmerend/ risicovol gedrag. Er volgt dan direct een vooraankondiging, zodat een bedrijf snel maatregelen moet nemen om de overlast tegen te gaan. Communicatie met Politie en OM / FP Onder facilitering van de provincie Utrecht vindt er over de inzet van de strafrechtelijke handhaving een afstemmingsoverleg plaats met Politie en OM / FP. Dit overleg vindt elke 6 weken plaats. Deelnemers van dit overleg zijn:  Coördinator OM / FP  Coördinator Politie  Coördinator Toezicht en Handhaving ODU  Beleidsmedewerker Cluster VTH provincie Utrecht Door de provincie wordt de agenda voor het overleg opgemaakt die vooraf met de stukken behorende bij de agenda met de deelnemers wordt gedeeld.

Op de agenda staat de voorbereiding van toezicht- en handhavingsprojecten. Dit om tijdige afstemming over de inzet van bestuurs- en strafrecht in een project te bewerkstelligen. Gemeenten worden betrokken indien nodig.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

64

Overzicht bestuursrechtelijke instrumentarium Ter bevordering van het naleven van het omgevingsrecht zijn bestuursrechtelijke, strafrechtelijke, privaatrechtelijke en overige instrumenten beschikbaar. Alle instrumenten zijn bedoeld om naleving van het omgevingsrecht op lange termijn te bevorderen.  Bestuursrechtelijke instrumenten zijn daarnaast primair gericht op het herstellen van de onwenselijke situatie die is ontstaan met het overtreden van een voorschrift.  Strafrechtelijke instrumenten zijn ook gericht op genoegdoening aan de maatschappij na verontwaardiging over het overtreden.  De privaatrechtelijke instrumenten hebben het vergroten van het draagvlak tot naleven als nevendoel. Een overzicht van de handhavingsinstrumenten is opgenomen in onderstaande tabellen. Tabel bestuursrecht herstellend Instrument Omschrijving Aanspreken/ informeren

Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de overtreder naleeft of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende overtreder die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.

Waarschuwingsbrief

De overtreder ontvangt naar aanleiding van een controle een waarschuwingsbrief waarin de geconstateerde overtreding is vastgelegd. Hierbij wordt beschreven wat de overtreder moet doen om de overtreding te beëindigen (of in de toekomst te voorkomen), en binnen welke termijn de overtreding moet zijn beëindigd.

Bestuurlijk gesprek

Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de overtreder in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.

Verscherpt toezicht

Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de overtreder.

Voornemen last onder dwangsom (VLOD)

Een brief waarin wordt aangekondigd dat het bevoegd gezag van plan is om een last onder dwangsom op te leggen. Hierbij wordt als hoofdregel aan de overtreder een redelijke termijn gegeven voor het indienen van een zienswijze. Deze zienswijze wordt meegewogen bij de beslissing om wel of geen last onder dwangsom op te leggen.

Last onder bestuursdwang (LOB)

Een last onder bestuursdwang is feitelijk handelend optreden tegen dat wat in strijd is (wordt gedaan, gehouden of nagelaten) met het omgevingsrecht. Als de overtreder de overtreding niet binnen een gestelde termijn beëindigt of de schade herstelt, kan het bestuursorgaan dit -zonder tussenkomst van de rechter -zelf doen op kosten van de overtreder. Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. In het algemeen worden de volgende stappen onderscheiden.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

65

1. Controlebrief; →indien niet tijdig hersteld: 2. Bestuurlijke waarschuwing; →indien niet tijdig hersteld: 3. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het aankondigen van bestuursdwang met een begunstigingstermijn. Na afloop van de begunstigingstermijn volgt een hercontrole. Indien de overtreding voortduurt, wordt de bestuursdwang uitgevoerd. Het is mogelijk, afhankelijk van de positionering in de interventiematrix, de eerste en eventueel ook de tweede stap over te slaan. In dat laatste geval kan de overtreder, voorafgaand aan de oplegging van de beschikking zo nodig mondeling gevraagd worden een zienswijze te geven. In spoedeisende situaties is het ook mogelijk de sanctiebeschikking op te leggen zonder begunstigingstermijn of zelfs de bestuursdwang uit te voeren zonder dat de beschikking vooraf op schrift is gesteld. Tijdelijk stilleggen

Tijdelijk stilleggen is een ‘(zeer) spoedeisende last onder bestuursdwang’. Bij het tijdelijk stilleggen hoeven, gezien de spoedeisende aard van de maatregel, de ‘bijzondere omstandigheden’ minder uitvoerig meegewogen te worden. Het tijdelijk stilleggen kan worden opgelegd als voldoende aannemelijk is gemaakt dat de activiteiten zonder vergunning uitgevoerd worden, los van de mogelijkheden tot legalisatie met een beperkte toets aan het evenredigheidsbeginsel.

Tabel bestuursrecht bestraffend Instrument

Omschrijving

Bestuurlijke boete

Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door de handhavingsinstantie zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBo (Bestuurlijke strafbeschikking milieu, zie onderdeel strafrecht) is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de overtreder tegen de BSBo in verzet kan komen bij het OM.

Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning.

Als de overtreder houder is van een vergunning of ontheffing, dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de overtreder niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

66

een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid.

Exploitatie-verbod, sluiting

Tabel strafrecht Instrument

Voor niet vergunningsplichtige overtreders bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.

Omschrijving

Bestuurlijke strafbeschikking (BSB)

De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieuen Keurfeiten’ wordt een combi-bon uitgeschreven (geldboete)die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSB kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst...dan...) op herstel gerichte interventies worden ingezet. De BSB is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid fysieke leefomgevingsfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSB. Als geen BSB kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.

Proces verbaal

Bij het constateren van een overtreding kan een buitengewoon opsporingsambtenaar of de politie proces verbaal opmaken. Het is aan de officier van justitie om te bepalen hoe de zaak zal worden afgedaan. Dat kan zijn met een schikkingsvoorstel, een dagvaarding of een (voorwaardelijk) sepot. Voorlopige maatregel: Als onmiddellijk ingrijpen nodig is kan de officier van justitie of de rechter bij economische delicten een voorlopige maatregel opleggen. De voorlopige maatregel kan zijn (1) het onthouden van bepaalde handelingen of (2) zorgen dat bepaalde voorwerpen, die vatbaar zijn voor inbeslagneming, opgeslagen en bewaard worden.

Tabel overig Instrument Subsidie

Omschrijving Met inzet van subsidie kan voor doelgroepen op projectbasis nalevingondersteuning plaatsvinden. De subsidie kan bijvoorbeeld worden gebruikt om zelfcontroles door de branche uit te (laten) voeren of andere gezamenlijke investeringen.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

67

Mediation

Mediation is een alternatieve wijze van geschillenbeslechting om conflicten te voorkomen of op te lossen door het inzetten van een onafhankelijke derde (de mediator). Randvoorwaarden bij mediation zijn vrijwilligheid, vertrouwelijkheid, beslotenheid en onderhandelingsruimte. Niet de formeel-juridische standpunten van partijen, maar de onderliggende belangen die partijen verdeeld houden, spelen een rol. Het op deze wijze oplossen van het conflict kan tot een groter draagvlak leiden.

Privaatrechtelijke handhaving In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft het bestuurlijke bevoegde gezag ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De overheid mag in principe alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg wanneer geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of als een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de overheid als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van: 1. het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk- of rechtspersoon jegens het bestuurlijke bevoegde gezag; 2. het niet-nakomen van een overeenkomst met het bestuurlijke bevoegde gezag door een natuurlijk- of rechtspersoon; 3. de eigenaarsbevoegdheid van het bestuurlijke bevoegde gezag zoals ingebruikneming van gronden. Tabel basis werkwijze Omschrijving actie

Toelichting

Constateren overtreding tijdens toezichtsanctie Waarschuwen en afspreken

Constateringsbrief of afspreekbrief met beschrijving geconstateerde overtredingen, eventuele legaliseringsmogelijkheden en afgesproken begunstigingstermijn(en). De brief wordt gericht aan het betreffende diensthoofd met een cc aan de beheerder en het betreffende afdelingshoofd.

Uitvoeren hercontrole Opnieuw afspreken

De conceptbrief wordt gericht aan het betreffende diensthoofd met cc naar beheerder, het hoofd van de betreffende afdeling en wethouder, maar gaat eerst langs de algemeen directeur met verzoek er een flankerende brief aan toe te voegen. Het diensthoofd wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken een zienswijze te geven. Bij milieuovertredingen wordt ook een afschrift van de brief naar de Politiemilieudienst gestuurd.

Zienswijze horen Opstellen definitieve brief

Betreft definitief gemaakte tweede afspreekbrief.

Uitvoeren hercontrole

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

68

Rapporteren bevindingen aan directeur

Waar nodig vindt met de algemeen directeur overleg plaats over een vervolgtraject. In bepaalde gevallen wordt er ook overleg gevoerd met het bevoegd gezag.

Informeren college bevoegd gezag

De algemeen directeur informeert het college bij voortduren overtreding(en).

LHSO eenduidig toepassen Om ervoor te zorgen dat er regionaal een gelijker speelveld voor bedrijven ontstaat, is het essentieel dat er in vergelijkbare gevallen vergelijkbaar wordt gehandeld door het bevoegd gezag. De ODU monitort de inzet van sancties, waarbij wordt vergeleken welke sancties om welke reden worden ingezet. De ODU wil bereiken dat toezichthouders zowel de mogelijke impact van een overtreding als het gedrag van de overtreder in vergelijkbare gevallen in dezelfde categorie van de interventiematrix plaatsen. De ODU wil dit landelijk benchmarken, zodat het gelijkere speelveld verder vergroot wordt. Dit werkt wederkerig. Handhaving tegen bestuursorganen De ODU voert haar taken uit in mandaat van de deelnemende bestuursorganen. In deze rol is het essentieel dat ona ankelijkheid, objectiviteit en integriteit gewaarborgd zijn – ook wanneer het gaat om toezicht en handhaving richting de eigen opdrachtgevers. Dit betreft situaties waarin bestuursorganen zelf verantwoordelijk zijn voor activiteiten die onder toezicht of handhaving vallen, bijvoorbeeld bij vergunningsplichtige werkzaamheden of naleving van milieuregels. De ODU handelt in dergelijke gevallen op basis van dezelfde uitgangspunten als bij andere partijen: risicogericht, feitelijk onderbouwd en transparant. De aanpak is gericht op het herstellen van naleving, met oog voor proportionaliteit en effectiviteit.

In deze specifieke gevallen is er extra aandacht voor tijdige communicatie en afstemming met de opdrachtgever, zonder de objectiviteit te verliezen. Het is gewenst om een specifieke strategie of werkproces te ontwikkelen voor de gevallen dat een overheid tegen zichzelf optreedt. Deze werkwijze draagt bij aan een gelijk speelveld voor alle betrokkenen en versterkt het vertrouwen in de ona ankelijke rol van de ODU.

J. Strategie advisering Adviseren is wat anders dan informeren. Adviseren vindt enkel plaats in de richting van overheden. Advisering door de ODU over de fysieke leefomgeving is een essentiële schakel tussen de opgaven waar gemeenten en provincie voor staan, en de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van natuur en milieu die hieruit voortvloeien. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belang van advisering door de omgevingsdiensten nog groter geworden. De ODU heeft kennis van milieuthema’s, kent het werkgebied, de gemeentelijke en provinciale organisaties en de lokale en regionale opgaven. Daarnaast heeft de ODU een sterke positie in het netwerk van overige partners en omgevingsdiensten. Door goed gebruik te maken van deze positie en door deze kennis structureel als adviseur in te zetten, worden gemeenten en provincie deskundig en effectief ondersteund bij het maken van keuzes over milieuaspecten, maatschappelijke transities en de kwaliteit van de leefomgeving. De ODU is inhoudelijk adviseur voor gemeenten en provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen, omgevingsvergunningen en beleid. Daarnaast ondersteunt de ODU bij het opstellen van regels in het omgevingsplan en neemt als adviseur deel aan de omgevingstafel.

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

69

Het belang van integraal advies Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belang van advisering door de omgevingsdiensten groter geworden. Milieu moet integraal worden verwerkt in beleid en integraal worden afgewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door directe betrokkenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen kan milieu in samenhang met andere gemeentelijke opgaven en ambities worden beoordeeld. Op deze manier kunnen lokale kansen worden benut en de kwaliteit van de leefomgeving worden beschermd. Naast integrale adviezen geeft de ODU ook thematisch advies. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om advies bij metingen, geluids- of luchtklachten en bodemadvies bij verkoop van gemeentelijke gronden. Meerwaarde van de ODU De ODU heeft kennis van milieuthema’s, kent het werkgebied, de gemeentelijke en provinciale organisaties en de lokale en regionale opgaven. Daarnaast is de ODU actief in het netwerk van regionale partners (zoals de waterschappen, GGD en veiligheidsregio) en omgevingsdiensten. Door goed gebruik te maken van deze positie en door deze kennis structureel als adviseur in te zetten, worden gemeenten en provincie deskundig en effectief ondersteund bij het maken van keuzes over milieuaspecten, maatschappelijke transities en de kwaliteit van de leefomgeving. Daarmee draagt de ODU zorg voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving.

De invulling en prioritering van de werkzaamheden bepaalt de ODU in overleg met de deelnemers. Ook signaleert de ODU welke onderwerpen extra aandacht vragen. De adviseur kan gedeeltelijk op locatie bij de gemeente of provincie werken. Door de rol die de ODU heeft ontstaat een goed beeld van wat er zowel ambtelijk als bestuurlijk speelt rondom de leefomgeving. Belangrijk is dat de ODU dit altijd samen doet met een counterpartner bij de deelnemer, zoals een beleidsadviseur milieu van de gemeente. Ruimtelijke ontwikkelingen Om bij te dragen aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving is de integrale afweging van milieu bij ruimtelijke ontwikkelingen noodzakelijk. Voor de invulling hiervan is een tijdige betrokkenheid en inbreng van milieukennis essentieel. Dit leidt tot inzicht in haalbaarheid, meer handelingsperspectief en betere, integrale borging van milieu in de planuitwerking. Hierdoor wordt een kwalitatief betere leefomgeving bereikt en het biedt kansen om kosten te besparen. De ODU adviseert in alle fasen van ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld door het opstellen van quickscans, deelname aan intake- en omgevingstafels en advies bij planologische procedures (wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunningen). In de integrale advisering nemen wij alle milieuthema’s mee. Deze thema’s zijn o.a.

geluid (van verkeer, industrie en activiteiten), bodem, milieuzonering, ecologie, stikstof, archeologie, geur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, licht, trillingen, duurzaamheid, mer, ontplo are oorlogsresten. Omgevingsvergunningen Wanneer een (concept) omgevingsvergunning is aangevraagd en de gemeente een advies vraagt aan de ODU worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: Activiteit bouwen (vanuit adviesrol)  Specialistisch milieuadvies op de relevante vakgebieden;  Beoordeling milieurapportages;  Opstellen van concept voorwaarden of voorschriften voor de omgevingsvergunning;  Adviseren over de beantwoording van zienswijzen, bezwaar, voorlopige voorziening, (hoger) beroep. Activiteit milieu (MBA)  Onderzoek van dossier (vigerende vergunning(en), omgevingsplan en archiefstukken);

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

70

     

Specialistisch milieuadvies op de relevante vakgebieden; Beoordeling milieurapportages; Toetsing handhaa aarheid; Opstellen tekstvoorstellen voor milieudeel van de (ontwerp)beschikking; Registratie in landelijke systemen. Adviseren over de beantwoording van zienswijzen, bezwaar, voorlopige voorziening, (hoger) beroep.

Activiteit afwijken omgevingsplan (OPA en BOPA)  Specialistisch milieuadvies op de relevante vakgebieden;  Beoordeling milieurapportages;  Integraal advies over ruimtelijke motivatie (ETFAL);  Opstellen van concept voorwaarden of voorschriften voor de omgevingsvergunning;  Adviseren over de beantwoording van zienswijzen, bezwaar, voorlopige voorziening, (hoger) beroep. Ontwikkeling van beleid De ODU ondersteunt de deelnemers als vraagbaak en adviseur voor de verschillende beleidsmatige opgaven in de fysieke leefomgeving. Op basis van kennis en expertise levert de ODU een waardevolle bijdrage aan beleidsvraagstukken en beleidsontwikkeling. Dit kunnen brede beleidsvragen zijn op het gebied van bijvoorbeeld wonen, gezondheid en duurzaamheid. Ook ondersteunt de ODU bij thematische beleidsvragen op het gebied van bijvoorbeeld geluid, bodem en omgevingsveiligheid. Het omgevingsplan Gemeenten hebben tot 2032 om het nieuwe omgevingsplan op te stellen. De gemeenten hebben hierbij meer beleidsvrijheid dan onder de oude wetgeving. Door decentralisatie zijn de gemeenten verantwoordelijk geworden om lokaal regels te stellen aan milieuthema’s. Daarmee moet bij het omzetten van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel rekening worden gehouden. Door de gewijzigde regelgeving is een beleidsneutrale overgang niet altijd mogelijk.

De ODU ondersteunt gemeenten bij het maken van beleidskeuzes en het opstellen van het nieuwe omgevingsplan. Thematische advisering Naast integrale adviezen geeft de ODU ook thematisch advies. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om advies bij metingen, geluids- of luchtklachten en bodemadvies bij verkoop van gemeentelijke gronden.

K. Samenwerkingstrategie Algemeen Op 16 januari 2025 zijn er door het Rijk samenwerkingsafspraken voor de versterking van het VTHstelsel overeengekomen en ondertekend. Deze afspraken vormen de basis voor de verdere versterking van een landelijk VTH-stelsel. De landelijke samenwerkingsafspraken hebben hun doorwerking in onze provincie. Binnen de provincie Utrecht wordt er al goed samengewerkt. Zo zijn er samenwerkingsafspraken op verschillende niveaus en vinden de verschillende partners elkaar steeds beter. Onderdeel van deze samenwerkingsafspraken is de zogeheten “kruisjeslijst”. Dat is een overzicht waarin te vinden is welke partner op welk onderwerp in ieder geval betrokken wordt bij initiatieven. De samenwerking vanuit (Regionale hulp bij Omgevingswet) RHBO en het ambtelijk- en bestuurlijk provinciaal

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

71

samenwerkingsoverleg (PSO-VTH) zijn hier voorbeelden van. De ODU staat centraal in een netwerk van samenwerkingspartners die samen werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. Dit zijn onze opdrachtgevers en diverse regionale- en landelijke partners. De samenwerking met de 27 opdrachtgevers is heel nauw. De ODU heeft hierin ook een verbindende rol, die bijdraagt aan een effectievere aanpak van diverse regionale opgaven. Daarnaast wordt veel met regionale partners samengewerkt, denk aan ODNZKG, de waterschappen, de veiligheidsregio Utrecht (VRU) en de GGD regio Utrecht (GGDrU). Deze regionale partners hebben daarom ook actief bijgedragen aan het tot stand komen van deze U&H-strategie. Ten slotte wordt er ook veel met landelijke partners samen gewerkt. Het OM (en in het verlengde ook functioneel parket en politie) en Rijkswaterstaat zijn partners die ook actief heeft bijgedragen aan deze U&H-strategie. Andere landelijke partners worden meer op ad hoc- en casus niveau betrokken en ten behoeve van het delen van kennis. Een aantal voorbeelden zijn de drinkwaterbedrijven, ISZW, ODNL en andere omgevingsdiensten, rijksdienst voor vastgoed en de Inspectie leefomgeving- en transport. Samenwerken in de regio In Utrecht werken de overheden samen aan uitvoeringstaken op basis van een “Intentieovereenkomst regionale samenwerkingsafspraken VTH- Omgevingswet”.

Op basis van deze overeenkomst gelden samenwerkingsafspraken op diverse onderdelen zoals het a andelen van meervoudige vergunningaanvragen, het uitvoeren van ketentoezicht, het omgaan met de omgevingstafel etc. Deze samenwerkingsafspraken zijn ook van toepassing op de uitvoering van de taken door de ODU, en dus ook op de uitvoering van deze U&H- strategie. Deze intentieovereenkomst is in 2025 geëvalueerd en aangepast. Samenwerken aan de regionale beleidscyclus De 5 belangrijke opgaven uit deze U&H-strategie staan centraal, waarbij de samenwerkende overheden onder meer extra inzetten op waterkwaliteit en milieucriminaliteit. Het doel is om de verschillende beleidslijnen en uitvoeringsagenda’s van diverse overheden zó op elkaar af te stemmen, dat er per opgave één regionale beleidscyclus ontstaat. Zo’n cyclus bestaat uit een gezamenlijke meerjarenstrategie, een jaarlijks UVP, een jaarlijkse evaluatie en een evaluatie van de meerjarenstrategie, enzovoort. Deze manier van werken geeft de meeste maatschappelijke impact, omdat de overheden niet naast, maar met elkaar werken. Dubbelingen worden (ernstig) beperkt en de inzet van schaarse middelen (zowel geld als mens) gebeurt zo efficiënt mogelijk. Deze U&Hstrategie kan als centrale basis dienen om de gezamenlijke, regionale aanpak van deze opgaven verder vorm te geven en zo tot een goed werkende regionale beleidscyclus te komen.

Afstemming strafrecht/ bestuursrecht In verschillende overlegstructuren treffen o.a. gemeenten, veiligheidsregio's, waterkwaliteitsbeheerders, Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T), ISZW, het OM, de politie, de Koninklijke Marechaussee, Rijkswaterstaat en verschillende collega-omgevingsdiensten elkaar. In samenwerking met deze partijen wordt vormgegeven aan landelijk en regionaal geprioriteerde thema’s en activiteiten. Landelijke en regionale dreigingsbeelden (milieu)criminaliteit worden vertaald naar uitvoeringsniveau via het Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC), milieuinformatie-overleggen, landelijke thematafels en het selectie-overleg. Individueel stemmen de omgevingsdiensten af met politie en het OM over de inzet van strafrechtelijke handhaving bij specifieke casussen. Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuursén strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Informatiegestuurd werken, met oog voor onzekerheden en nieuwe ontwikkelingen, stelt

Gemeenschappelijk uitvoeringskader regio Utrecht 2026

72

omgevingsdiensten in staat om effectief en efficiënt inzet te plegen. De ODU ontwikkelt het informatiegestuurd werken verder door het vergaren, toetsen en uitwisselen van data – onderling en met samenwerkingspartners. Dit gebeurt binnen de grenzen van de wet, in het bijzonder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet Politiegegevens (Wpg), en met aandacht voor de vertrouwelijkheid van informatie. Risico- en aandacht dossiers worden niet zomaar gedeeld dan wel verspreid met bestuursorganen of andere partijen.

L. Gedoogstrategie Het actief gedogen van een overtreding komt in uitzonderlijke gevallen voor. De ODU hanteert hiervoor de richtlijn in de nota Gedogen in Nederland. Gedogen is “het niet handhavend optreden tegen een overtreding door een bevoegd bestuursorgaan – of gemandateerd handhavende partij zoals een Omgevingsdienst”. Bij actief gedogen beslist een bestuursorgaan expliciet om de overtreding toe te staan, meestal onder voorwaarden. Actief gedogen kan plaatsvinden in de volgende situaties: 1. In overgangssituaties: - Bij concreet zicht op legalisatie. - Bedrijfsverplaatsingen. - Experimenten en andere tijdelijke overtredingen. 2. Bij overmachtssituaties; 3. Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is. Actief gedogen is altijd tijdelijk. In een besluit om te gedogen wordt daarom altijd een termijn of einddatum vastgelegd. In deze situaties kan na een zorgvuldige afweging het besluit zijn om af te zien van handhaving en dus actief te gedogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4253/documents/71997