CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

14.d fard-2025-ecocertified solar parks (TNO).pdf

Raadscommissie 12 mei 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken47.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

1/9

37

Het model is gevoelig voor ontwerpparameters, waardoor de CAPEX afhankelijk is van het aantal funderingen, de grootte, hoogte en hoek van de zonnetafels en de AC:DC-ratio. Landgebruik is ook meegenomen. Een zonnepark met een lage ground-coverage ratio (GCR), betekent niet alleen een hogere bijdrage van de land-lease-kosten (ofwel kosten voor de pacht; default is 8.000 euro per jaar per hectare) in de operationele kosten (OPEX, operational expenditure), maar ook bijvoorbeeld dat bij de installatie er een grotere afstand afgelegd moet worden waardoor de arbeidskosten toenemen. Een overzicht van alle parameters in de LCoE-berekening (variabele en niet-variabele) staat in tabel 8.1. Voor de verdisconteringsvoet nemen we de reële weighted average cost of capital (WACC). Tabel 8.1. Overzicht van alle parameters (variabel en niet-variabel) die zijn meegenomen in de LCoE-berekening (levelised cost of electricity).

Reële WACC

3.9%

Degradatie

0.5% / jaar

Projectduur

15 jaar

CAPEX

variabel, fig. 8.1 links

OPEX

Variabel

Stroomopbrengst

variabel, fig. 8.2 links

De effecten van GCR en hellingshoek op de CAPEX zijn weergegeven in de grafiek, hieronder links. In dit voorbeeld gaan we uit van zonnetafels met drie panelen in portrait-configuratie, meestal aangeduid met 3P. Een hogere hellingshoek van de tafels betekent ook dat de tafel hoger wordt. Hierdoor zijn er langere palen nodig, is het lastiger, en dus duurder, om te installeren, en neemt ook de windgevoeligheid toe waardoor de onderconstructie steviger, en dus duurder, wordt. Bij lagere GCR moet er o.a. meer land per paneel bouwrijp gemaakt worden, zijn er langere afstanden af te leggen met machines, arbeiders en stroomkabels.

Samenvatting

Richtlijnen & Economische evaluatie

Figuur 8.1. Links: CAPEX als functie van de ground coverage ratio en de hellingshoek van 3P-zonnetafels. Rechts: uitsplitsing van de CAPEX naar diverse componenten.

Dit kostenmodel is gekoppeld aan het stroomopbrengst-model BIGEYE van TNO waarmee bestaande en toekomstige (bifacial) systemen kunnen worden doorgerekend. De grafieken in figuur 8.2 geven de theoretische opbrengst per jaar, in kWh/kWp en in kWh/m2. De kWh/ kWp worden ook vaak de vollasturen genoemd.

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Figuur 8.2. Jaaropbrengst voor een 3P zuid-gericht zonnepark, uitgedrukt in (links) kWh/kWp en (rechts) kWh/m2 als functie van de ground coverage ratio (GCR) en de hellingshoek van 3P-zonnetafels.

De huidige SDE++-subsidieregeling staat toe om voor zonneparken met bifacial zonnepanelen meer subsidie te claimen. De verwachte meeropbrengst, in MWh, wordt gesubsidieerd door rekenkundig het nominale, DC, vermogen, in MWp, van de panelen te verhogen. Voor de 3P-zonneparken in figuur 8.2 hebben we ook de bifacial gain uitgerekend door de bifaciality factor van de gesimuleerde module op

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

2/9

38

0% te zetten. De bifacial gain neemt vooral toe met toenemende hellingshoek en in mindere mate met toenemende GCR. Vooral bij lage hellingshoeken is de bifacial gain niet afhankelijk van de GCR. De bifacial gain wordt door twee effecten verhoogd. Enerzijds neemt met afnemende GCR de belichting toe, waardoor er meer bodem-verstrooid licht naar, voornamelijk, de achterzijde van de zonnepanelen gaat. Daarnaast “ziet” de achterzijde meer diffuus licht van de hemelbol als de zonnetafels verder uit elkaar staan, maar vooral meer als de hellingshoek toeneemt.

vegetatieontwikkeling, totale inrichting, bereikbaarheid van het park, grootte van het park, onderhoudswijze (handwerk bosmaaier, robotmaaier). De genoemde getallen gaan uit van een gemiddelde situatie en geven daarmee de impact van de verschillende constructies in verhouding tot elkaar op de beheerkosten weer te geven.

1

Richtlijnen & Economische evaluatie

Tweezijdig (oost-west)

Met dit model is in een van de volgende paragrafen in dit hoofdstuk de economische evaluatie van de ecologische richtlijnen uitgevoerd (activiteit R6.3).

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

Kosten groenbeheer van PV-systeemconstructies Vegetatiebeheer op zonneparken vindt ook plaats rond en onder de zonnetafels. De constructie heeft effect op het gemak waarmee bepaalde vormen van vegetatiebeheer kunnen worden uitgevoerd, en welke hulpmiddelen hiervoor nodig zijn. Eelerwoude heeft het effect van PV-constructies op het vegetatiebeheer in kaart gebracht (zie hoofdstuk 3) en heeft daarbij tevens een overzicht van de kosten opgesteld die met het vegetatiebeheer gemoeid zijn (dit betreft activiteit R6.2). Kansen voor slimme kostenreducties zijn in kaart gebracht voor de huidige constructiesystemen maar ook voor systemen die in de nabije toekomst (<5 jaar) worden verwacht. Het kostenoverzicht is input voor het kostenmodel (zie 1ste paragraaf in dit hoofdstuk; betreft activiteit 6.1). Verder heeft Eelerwoude systeemtekeningen gemaakt van constructies die afwijken van de aanzichten van bestaande PV-systemen.

Deze opstelling levert aanzienlijke uitdagingen op voor het beheer, met name door de lage paneelhoogte en de beperkte bereikbaarheid onder de panelen. Zowel maaien als begrazen vergt extra inspanning. Bij alle beheervormen zijn de kosten relatief hoog vanwege de noodzaak tot intensief bijmaaien op moeilijk bereikbare plekken.

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Ervaringen beheer • Extra inspanning: door geringe hoogte groot deel slecht bereikbaar. • Door donkerte ook minder vegetatie. • Arbo-technisch ook onverantwoord • Hoe lager hoe hoger de kosten omtrent bijmaaien i.v.m. lastige bereikbaarheid ed. Panelen laagste punt tot 80 cm.

Groenbeheer van zonneparken wordt voor groot deel bepaald door de opstelling en constructie van de zonnetafels. Voor de verschillende voorkomende zonnetafelconstructies is aangegeven wat de beheerconsequentie is van de betreffende constructie. Per onderzochte beheeractiviteit is hieronder aangeven wat de impact is van dergelijke constructies op de beheerkosten. Beheerkosten is daarbij afhankelijk van vele factoren; denk bijvoorbeeld aan voedselrijkdom bodem,

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Consequenties beheer Onder panelen is extra inspanning nodig met robotmaaier dan wel met man met bosmaaier onder en rondom de constructie bijmaaien. Tussen panelen en er onder is het lastig komen; daarmee hoge kosten om bij te houden.

Richtlijnen

Over het project

3/9

39

Kostenconsequenties – Maaien & laten liggen Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 6,50 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Maaien & afvoeren Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 6,50 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Drukbegrazing Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 3,25 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen.

2

Eenzijdig (zuid-opstelling) zonder dwarsbalken

Consequenties beheer Onder panelen is extra inspanning nodig met robotmaaier dan wel met man met bosmaaier onder en rondom de constructie bijmaaien. Deel kan eenvoudig meegenomen worden met het onderhoud van de grasvegetatie tussen de panelen. Kostenconsequenties - Maaien laten liggen Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 2,75 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Maaien afvoeren Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 2,75 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Drukbegrazing Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 1,00 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen.

3

Indien de panelen voldoende hoog staan (minimaal 80 cm), is deze opstelling goed werkbaar. Door het ontbreken van dwarsbalken is de ruimte onder de panelen relatief goed bereikbaar. Het beheer is uitvoerbaar. De kosten blijven gemiddeld, mede afhankelijk van de werkhoogte en praktische bereikbaarheid onder de panelen. Ervaringen beheer Mits panelen voldoende hoog (laagste punt hoger dan 80 cm) kan groot deel eenvoudig meegemaaid worden.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen & Economische evaluatie

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Eenzijdig (zuid-opstelling) met dwarsbalken

Deze variant vergroot de moeilijkheidsgraad van het beheer. Door de aanwezigheid van dwarsbalken is de ruimte onder de panelen beperkt, wat bijmaaien en begrazen bemoeilijkt. Ook hier liggen de kosten voor alle beheervormen hoog, vanwege tijdsintensieve werkzaamheden en lagere efficiëntie.

Richtlijnen

Over het project

4/9

40

Ervaringen beheer • Moeilijk bereikbaar onder de panelen allemaal extra handwerk en/of robotmaaier • Rondom de palen en schoren grote delen die niet bereikbaar zijn. • Arbo-technisch ook onverantwoord

4

Verticaal

Richtlijnen & Economische evaluatie

Consequenties beheer Intensief extra bijmaaien, lastig onder de panelen te komen zeer intensief en lastig. Kostenconsequenties - Maaien laten liggen Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 8,50 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Maaien afvoeren Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 8,50 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Drukbegrazing Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 2,50 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen.

Met de verticale opstelling is in de praktijk nog weinig ervaring opgedaan binnen dit project. Op basis van de constructie is het terrein tussen de panelen vrij toegankelijk en hoeft er onder de panelen geen vegetatiebeheer plaats te vinden. Dit maakt de opstelling in potentie zeer beheervriendelijk. Er wordt geen bijmaaien of begrazen onder de panelen verwacht, wat de beheerkosten aanzienlijk kan verlagen.

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Ervaringen beheer Geen ervaring toekomstige opstellingen vanuit project EcoCertified. Consequenties beheer Goed bereikbaar van beide kanten. Ook de palen en onder de panelen moeten wel bijgemaaid worden met bosmaaier. Kostenconsequenties - Maaien laten liggen Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 0,15 per m per keer. (m lengte paneel). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Maaien afvoeren Geen. Kostenconsequenties - Drukbegrazing Geen.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

5/9

41

5

Vlinderopstelling (geen dwarsbalken)

6

Ook voor deze opstelling is de praktijkervaring nog beperkt. Bij voldoende brede paden is de bereikbaarheid goed. Wel blijft er onder de panelen begroeiing ontstaan die beheerd moet worden. Daardoor blijven de kosten relatief hoog vanwege de benodigde inzet voor bijmaaien en beperkte toegankelijkheid. Ervaringen beheer • Geen ervaring, toekomstige opstellingen vanuit project EcoCertified. • Vergelijkbaar aan eenzijdige opstelling mits tussenpad breed genoeg is. Consequenties beheer Goed bereikbaar van beide kanten mits pad breed genoeg is. Tussen het lage deel en onder de panelen moet worden bijgemaaid met robotmaaier of bosmaaier. Kostenconsequenties - Maaien laten liggen Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 2,75 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen. Kostenconsequenties - Maaien afvoeren Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 2,75 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen.

Zonvolgende systemen

Richtlijnen & Economische evaluatie

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

Door de centrale paal is de ondergrond vaak goed bereikbaar. Wisselende paneelstanden kunnen de toegankelijkheid beïnvloeden. Hoogte van de panelen en inrichting bepalen de beheermogelijkheden.

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Ervaringen beheer Geen ervaring, toekomstige opstellingen vanuit project EcoCertified Solar Parks. Consequenties beheer Goed bereikbaar van beide kanten. Rondom de palen dient bijgemaaid te worden. Kostenconsequenties - Maaien laten liggen Geen. Kostenconsequenties - Maaien afvoeren Geen. Kostenconsequenties - Drukbegrazing Geen.

Kostenconsequenties - Drukbegrazing Bijmaaien intensief en lastig bereikbaar; prijs per eenheid ca. 1,25 per are per keer. (are is paneeloppervlak). Uitgangspunt maaisel blijft liggen.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

6/9

42

Economische evaluatie ecologische richtlijnen en parkoptimalisatie De ecologische richtlijnen van de WUR uit Resultaat 5 (zie hoofdstuk 7), zijn vertaald naar ontwerprichtlijnen voor zonneparken en zonneparkbeheer (en betreft daarmee activiteit R6.3). Deze richtlijnen zijn verdeeld in drie groepen, te weten: 1 richtlijnen voor de hoeveelheid lichtinval op de bodem, ten bate van een gezonde bodem; 2 richtlijnen voor natuurlijke elementen, ten bate van zoogdieren, vogels en andere bovengrondse natuur; 3 richtlijnen voor natuurgericht vegetatiebeheer, ten bate van kruidenrijke vegetaties, arthropoden en andere bovengrondse natuur. Vanuit de leden van Holland Solar zijn de ontwerpparameters van tientallen al opgeleverde zonneparken gedeeld met WUR en TNO. TNO heeft daarmee de verdeling van het licht op de bodem onder en tussen de zonnetafels bepaald. Om voldoende licht op de bodem te krijgen voor behoud en zelfs herstel van de bodem, met name de hoeveelheid organische stof, blijken er twee ontwerpparameters die een grote rol spelen. Dat zijn de ground coverage ratio en de tafelgrootte. Een lagere GCR en een kleinere tafel zorgen voor meer licht dat tussen de tafels door naar de bodem gaat en deels ook onder de tafels komt. Twee voorbeelden staan in figuur 8.3.

Richtlijnen & Economische evaluatie

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

Figuur 8.3. Links: deel van een 3P-zonnepark met GCR van 80%. Rechts: deel van 4L-zonnepark met GCR van 60%. Beide afbeeldingen zijn het resultaat van de berekeningen van bodembelichting

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

en jaarlijkse stroomopbrengst met BIGEYE.

TNO heeft een aantal oplossingen gezocht met toenemende belichting van de bodem. Ook worden de panelen in ontwerpen met meer oog voor ecologie in landscape-oriëntatie geplaatst. Met behulp van het kostenmodel zijn voor deze ontwerpen de LCoE bepaald. In figuur 8.4 staan de meerkosten ten opzichte van een industriestandaard bestaand uit 3P-tafels met 10° hellingshoek en 80% GCR. De transparantie van de tafels is 2.3%, wat leidt tot een minimale bodembelichting van 3%. Figuur 8.4. Het verschil in kosten van opwek van zonnestroom voor vijf ontwerpen, ten opzichte van de huidige standaard in kolom 1. ‘4L’ staat voor vier panelen in landscape-configuratie.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

7/9

43

We zien dat de stap van zonnetafels met een 3P- naar smallere zonnetafels met een 4L-configuratie, met zo goed als gelijke GCR, een forse toename van de kosten om zonnestroom op te wekken oplevert. Dit komt vooral omdat, per MW geïnstalleerd vermogen, er 50% meer tafels nodig zijn in 4L-opstelling dan in 3P-opstelling. Tijdens het project is er, gevoed door andere onderzoeksprojecten, gekeken of nieuwe ontwerpparameters kunnen bijdragen aan het halen van 15% of 20% bodembelichting met 3P-zonnetafels. Er zijn twee alternatieve ontwerpen waarbij meer licht door de tafels heen op de bodem valt. Dit zijn allereerst de ruimte tussen twee naburige panelen. In bestaande zonneparken is dit vaak rond de 10-20 mm, zodat er met één klem twee module-frames op de onderconstructie vastgezet kunnen worden. In figuur 8.5 zien we links de spleet tussen twee panelen, deze is het best zichtbaar door de zoninval op de bodembegroeiing.

aan de belichtingsrichtlijn van 15% en 20% te voldoen met 3P-tafels. Omdat er per paneel meer ruimte nodig is, kan dit alleen door of de GCR te verlagen (met behoud van rij-afstand) of door de rij-afstand te verlagen (met behoud van GCR). Het eerste zal de kosten verhogen, het tweede zal de breedte van de gangpaden (belangrijk voor bovengrondse natuur) verlagen en ook de belichting in deze gangpaden verlagen. TNO heeft gekozen voor de tweede optie bij de uitwerking van een oplossing. Deze brede-spleet-oplossing is juist onderzocht omdat er vanuit de betrokken projectontwikkelaars het signaal kwam dat de toename van de kosten voor de 4L-oplossingen met 15% en 20% minimale belichting toch fors hoger is. Dit zou de realisatie van natuurinclusieve zonneparken juist tegengaan. Met de brede spleten, 3P-tafels en relatief hoge GCR wordt het verschil in kosten voor opwek van zonnestroom flink verlaagd ten opzichte van de 4L-tafels hierboven. Het verschil met de huidige stand van zaken voor deze twee opties zijn 0.5 en 0.7 cent/kWh, respectievelijk om 15% en 20% minimale bodembelichting te realiseren. Dit is gevisualiseerd in figuur 8.6 ten opzichte van de huidige industriestandaard en ten opzichte van een 3P-oplossing die voldoet aan de 2022-bodembelichtingstoets.

Richtlijnen & Economische evaluatie

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Figuur 8.5. Links: spleten tussen panelen. Midden: niet-transparant bifacial paneel met witte folie tussen zonnecellen. Rechts: deels-transparant bifacial paneel met transparante openingen tussen de zonnecellen.

De tweede parameter is de mogelijke transparantie van de zonnepanelen zelf. De eerste generatie bifacial modules hadden naast een transparante achterzijde, glas of polymeer, ook alleen transparante encapsulant-lagen (zie figuur 8.5 rechts). In de huidige generatie bifacial panelen wordt tussen of op de encapsulant-laag meestal een wit, verstrooiend rooster toegevoegd dat het licht dat tussen de zonnecellen valt verstrooit, in plaats van doorlaat naar de bodem (figuur 8.5 midden). Figuur 8.6. Het verschil in kosten van opwek van zonnestroom voor de twee nieuwe ontwerpen ten

Met het toepassen van, op dit moment in de industrie niet-gangbare brede spleten van meer dan 10 cm, is het inderdaad mogelijk om ook

Samenvatting

Het label

opzichte van de huidige standaard in kolom 1. De rechter drie kolommen komen overeen met de verschillende prestatieniveaus ten aanzien van bodemgezondheid van het label (indicator 4.1).

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

8/9

44

De maatregelen voor bovengrondse natuur zijn voornamelijk gericht op de randen van het zonnepark. Deze worden niet beïnvloed door de ontwerpparameters van het actieve deel van het zonnepark. In ons kostenmodel wordt 13% van het perceel ingezet voor landschappelijke inpassing en bovengrondse natuur. Voor de minimale eisen gaan wij uit van een verdubbeling van de kosten ten opzichte van wat nu gangbaar is. Echter deze kosten zijn verwaarloosbaar op de totale CAPEX. Voor de voorkeursmaatregelen, denk aan lineaire elementen door het zonnepark, gaan we uit van een 50% of 100% toename van het oppervlak voor natuurlijke elementen, leidend tot 19% en 24% natuur op het perceel. De kosten van zonnestroom gaan daarmee met 0.1 en 0.2 cent/kWh omhoog.

economische waarden in balans gebracht met de ecologische waarden? Vervolgens zijn ook de werkwijze, de uitkomst en de consequenties van de economische en maatschappelijke evaluatie in meerdere bijeenkomsten voorgelegd aan de klankbordgroep en aan de betrokken projectontwikkelaars. Op basis van deze bijeenkomsten is besloten tot de in dit rapport gevolgde wijze, inclusief de consequenties voor de indicatoren in het label. Omdat de bodembelichtingtoets een steeds belangrijkere rol speelt in het ontwerpen van natuurinclusieve zonneparken heeft TNO, als onderdeel van het project, een gebruiksvriendelijker versie ontwikkeld van deze bodembelichtingstoets. Zo kunnen meer partijen hiermee aan de slag. Het is hierin mogelijk om zuid-, oost-west - en verticale opstellingen door te rekenen.

Uit de vorige paragraaf (activiteit R6.2) komt de minimale eis voor drukbegrazing en de voorkeursmaatregel voor (resultaatgericht) maaien met afvoeren. Drukbegrazing is 35% goedkoper per ha dan 2x maaien per jaar, waardoor de kosten dalen met 0.1 cent/kWh. Resultaatgericht maaien is juist flink duurder met een toename van 0.4 cent/kWh ten opzichte van de huidige praktijk.

Richtlijnen & Economische evaluatie

7 Ecologische richtlijnen voor natuurpositieve zonneparken

8 Economische en maatschappelijke evaluatie van ecologische richtlijnen

Afstemming met belanghebbenden en klankbordgroep Bij dit onderdeel van het project was het bij uitstek van belang dat de belanghebbenden goed gehoord werden en input konden geven op de resultaten. Immers, de kosten moesten accuraat bepaald worden, de ecologische richtlijnen moesten goed in beeld zijn wat betreft de gerelateerde kosten, en de afweging tussen kosten enerzijds en natuurwaarde anderzijds was een precaire met veel consequenties. Om die reden is in dit traject veel tijd besteed aan input van en terugkoppeling met de diverse belanghebbenden. Dit betreft uitvoering van activiteit R6.4 (terugkoppeling met de klankbordgroep). De deelnemers aan dit project hebben in de eindfase van het project ten aanzien van de aangeboden richtlijnen, rekening gehouden met de reacties van de betrokken projectontwikkelaars en uit de klankbordgroep. De klankbordgroep en ook de betrokken projectontwikkelaars is daarnaast expliciet om feedback gevraagd: hoe worden de

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

9/9

45

9

Het EcoCertified Solar Parks-label

Resultaat 1. Lead NL Greenlabel. Per 31 juli 2025 is het EcoCertified Solar Parks Label beschikbaar voor iedereen die energie-opwekking samen wil laten gaan met een bijdrage aan biodiversiteit. Het label borgt dat zonneparken een meerwaarde voor natuur hebben, op basis van wetenschappelijke kennis. Op deze manier, in combinatie met een praktische en transparante aanpak, kan het label het draagvlak voor zonneparken vergroten en de energietransitie versnellen. Het aanvragen van een label verloopt via de Stichting The Greenlabel Institute (The Greenlabel Insitute). Waar staat het Label EcoCertified Solar Parks voor? Het Label EcoCertified Solar Parks staat voor de vlotte ontwikkeling van zonneparken die méér doen dan alleen duurzame energie opwekken. Het label borgt dat zonneparken positieve effecten hebben op de lokale flora en fauna, en dat de bodemgezondheid behouden blijft – met een praktische aanpak die realisatie niet vertraagt, maar juist versnelt. Een snelle energietransitie mét ecologische meerwaarde Zonneparken zijn nodig om te voldoen aan de groeiende vraag naar hernieuwbare energie. Tegelijkertijd bieden ze kansen voor natuurherstel, mits ze zorgvuldig worden ontworpen en beheerd.

Het label toetst of een zonnepark op land bijdraagt aan lokale flora en fauna en bodemgezondheid, met duidelijke criteria gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek door Wageningen University & Research en TNO. Door het volgen van de thema’s van het label ontstaat een duidelijke set randvoorwaarden en ontwerpprincipes, die ontwikkelaars en overheden helpt om snel en verantwoord te handelen. Transparant, haalbaar en toekomstgericht Het label is transparant en onafhankelijk opgezet, op basis van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. De prestaties worden beoordeeld aan de hand van meetbare indicatoren. Hierbij wordt ook

Samenvatting

Het label

gekeken naar de praktische uitvoerbaarheid voor ontwikkelaars, zoals betaalbaarheid, technische haalbaarheid en integratie met bestaande subsidiestromen. Toekenning van het label garandeert dat een zonnepark ten opzichte van het voorgaande landgebruik: • een positief effect heeft op flora en fauna; • bijdraagt aan het behoud of herstel van bodemgezondheid; • aantoonbaar is ontworpen volgens ecologische ontwerp- en beheerprincipes. Basisprincipes Een zonnepark dat het certificaat ontvangt: • wordt zodanig ontworpen en beheerd dat flora en fauna daadwerkelijk profiteren; • heeft een minimale bodembelichting die op het moment van toekenning van het label geldt. Deze ondergrens wordt stapsgewijs verhoogd bij updates van het label totdat de lichtinval voldoende is voor behoud of herstel van bodemgezondheid; • integreert natuurlijke elementen, natuurgericht beheer en landschappelijke kwaliteit; • is afgestemd op gebiedsspecifieke potenties en beleidsdoelstellingen van gemeenten en provincies. Zo ontstaat een zonnepark dat ecologisch rendeert.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Stapsgewijze aanpak voor verbeteren bodemgezondheid. Voor de bodembelichting – essentieel voor een gezonde bodem – geldt op dit moment (zomer 2025) een tijdelijke aanpassing. Hoewel het streefdoel van het label ligt op het behoud of herstel van een gezonde bodem, is dit door technische beperkingen en het huidige subsidiestelsel, financieel momenteel onhaalbaar. Daarom geldt tijdelijk een lagere ondergrens, met minder lichtinval. Met deze tijdelijke ondergrens neemt de bodembelichting toe ten opzichte van gangbare huidige zonneparken. Onderzoek van WUR in dit project laat echter zien dat er meer lichtinstraling nodig is om behoud van bodemgezondheid te garanderen. De ondergrens wordt stapsgewijs verhoogd

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

1/11

46

naar een waarde waarbij bodemgezondheid behouden of hersteld wordt. De eerste aanpassing is voorzien in 2027. Het einddoel is om in 2030 de bodembelichting op een waarde te hebben waarbij bodemgezondheid behouden blijft of hersteld wordt.

De bouwstenen van het EcoCertified Solar Parks Label Het EcoCertified Solar Parks Label is opgebouwd uit drie kerncomponenten: thema’s, indicatoren en prestatieniveaus (fig. 9.1). Thema’s: de inhoudelijke pijlers Het label werkt met zes thema’s die elk een belangrijk aspect van natuurpositieve zonneparken bestrijken. Deze thema’s zijn herkenbaar, spreken tot de verbeelding en sluiten aan bij het jargon van beleidsmakers en ontwikkelaars. De zes thema’s zijn: • Uitgangspunten ontwikkeling • Landschappelijke inpassing & betrokkenheid • Inrichting & duurzaam materiaalgebruik • Gezonde bodem • (Herstel van) biodiversiteit • Borging beheer & biodiversiteit

Thema’s

Indicatoren

Indicatoren: meetbare aspecten Elk thema is uitgewerkt in indicatoren die richting geven aan het ontwerp, de uitvoering en het beheer. Een indicator richt zich op één duidelijk en meetbaar onderwerp. In de huidige versie van het label (v2.0) zijn uitsluitend kwalitatieve indicatoren opgenomen; in toekomstige versies kunnen ook kwantitatieve indicatoren worden toegevoegd, onder meer voor monitoring op basis van data. In totaal zijn 25 indicatoren opgenomen. Zie figuur 9.2 voor een overzicht van alle thema’s en bijbehorende indicatoren. Prestatieniveaus: ambitie en beoordeling Elke indicator kent verschillende prestatieniveaus waarop punten kunnen worden gescoord. Elke indicator heeft een scorebereik tot maximaal 5 punten. Het aantal prestatieniveaus varieert van 3 tot 6 per indicator. Deze niveaus zijn zodanig geformuleerd dat ze ambitie stimuleren, maar binnen bereik blijven voor zonneparkontwikkelaars. Zo ontstaat een duidelijke ontwikkelroute richting natuurinclusieve kwaliteit. Weging en totaalscore De weging van indicatoren is gebaseerd op de bewezen of verwachte impact op lokale flora, fauna en bodemgezondheid. Dit is als volgt vormgegeven: • Weging 2: indicatoren met een aantoonbare positieve bijdrage aan biodiversiteit en bodemgezondheid. • Weging 1: indicatoren die bijdragen aan het inzicht in of behoud van natuurwaarden, zonder directe invloed.

• Weging 0,5: indicatoren die wel relevant zijn, maar niet direct bijdragen aan de centrale claim van het label. De totaalscore van een zonnepark wordt bepaald op basis van de gewogen prestaties op alle indicatoren. Hiermee ontstaat een betrouwbaar beeld van de natuurinclusieve kwaliteit van het project.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Prestatieniveaus Figuur 9.1 De bouwstenen van het EcoCertified Solar Parks Label: thema’s, indicatoren en prestatieniveaus.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

2/11

47

Figuur 9.2. Overzicht van de thema’s met de bijbehorende indicatoren. De kleur van de indicatoren reflecteert de weging.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

De ondergrens: minimale eisen voor certificering Binnen het EcoCertified Solar Parks-label wordt voor een aantal cruciale indicatoren gewerkt met een ondergrens (tabel 9.1, figuur 9.3). Deze ondergrens vormt de minimale voorwaarde waaraan een

voor de verschillende thema’s behaald kan worden. De verdere puntenverdeling heeft als doel om de kwalitatieve score op de verschillende thema’s inzichtelijk te maken.

zonnepark moet voldoen om het EcoCertified Solar Parks-certificaat te kunnen behalen. Hiermee wordt de claim van het label geborgd, namelijk dat het zonnepark positieve effecten heeft op de lokale flora en fauna, en bijdraagt aan een gezonde bodem Onafhankelijk van de verdere scores wordt het certificaat verleend wanneer aan de ondergrens voldaan is. Deze ondergrens staat los van het aantal punten dat

Wat is de ondergrens? De ondergrens geldt alleen voor essentiële indicatoren en verschilt per indicator. Zo kan voor de ene indicator een minimale score van 3 punten vereist zijn, terwijl voor een andere indicator 1 punt volstaat. Pas wanneer op geselecteerde indicatoren aan de ondergrens is voldaan, kan het certificaat worden toegekend.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

3/11

48

Deze aanpak zorgt ervoor dat zonneparken die het label voeren aantoonbaar bijdragen aan biodiversiteit, bodemgezondheid en landschappelijke inpassing – ook op onderdelen die van fundamenteel belang zijn voor de ecologische kwaliteit. Tabel 9.1 De 12 indicatoren waarvoor een ondergrens geldt.

Het label

Thema

Indicator

Prestatieniveau

01. Uitganspunten ontwikkeling

01.01 Voormalig grondgebruik

Agrarisch perceel (extensief beheerd)

02. L  andschappelijke inpassing & betrokkenheid

02.01 Inpassing

Een professional wordt ingezet. Dit kan een landschapsarchitect, een landschapsontwerper of ecoloog zijn.

03. I nrichting en duurzaam materiaalgebruik

03.01 Herkomst plantmateriaal

10-25% van het plantmateriaal is autochtoon.

04. Gezonde bodem

04.01 Bodembelichting

Minimale bodembelichting van 10% op het gehele terrein; daarnaast voor de bodem onder en tussen tafels minimale bodembelichting van 15% op minimaal 60% van het terrein; en minimale bodembelichting van 40% op minimaal 25% van het terrein (conform huidige bodembelichtingstoets). Schaduwtolerante plantensoorten moeten ingezaaid worden om de afname van bodemgezondheid te beperken.

04. Gezonde bodem

04.03 Bodembeheer tijdens realisatie

Er zijn maatregelen genomen om structuurbederf van de bodem te voorkomen tijdens de realisatie.

05. (Herstel) Biodiversiteit

05.02 Aansluiting lokaal natuurnetwerk

Op basis van eigen inzicht onderbouwd en meegenomen in de landschappelijke inpassing.

05. (Herstel) Biodiversiteit

05.03 Gidssoorten

Voor de ontwikkeling zijn algemene gidssoorten (Basiskwaliteit Natuur) bepaald.

05. (Herstel) Biodiversiteit

05.04 Natuurlijke elementen

2 natuurlijke elementen.

05. (Herstel) Biodiversiteit

05.05 Faunavoorzieningen

Basis faunavoorzieningen (faunapassages onder en in hek).

06. B  orging beheer & biodiversiteit

06.01 Beheervorm kern

Drukbegrazing gedurende een korte periode of 1- 2 x per jaar maaien en afvoeren.

06. B  orging beheer & biodiversiteit

06.02 Ecologisch (beheer-) plan

Ja, er is een ecologisch beheerplan waarin naar protocollen wordt verwezen en maatregelen zijn opgenomen t.b.v. verbetering lokale natuurwaarden voor de korte termijn tot 5 jaar.

06. B  orging beheer & biodiversiteit

06.06 Financiering ecologisch beheer

Financiering voor het ecologisch beheer is contractueel vastgelegd voor de korte termijn met een groenaannemer voor een periode 3 – 5 jaar.

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

4/11

49

Figuur 9.3 Overzicht van de indicatoren waarvoor een ondergrens geldt (lichtgroen).

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Certificaat Het EcoCertified Solar Parks-certificaat wordt afgegeven wanneer de ondergrens behaald is voor die indicatoren waarvoor een ondergrens geldt. Het geeft dus voornamelijk inzicht of de ondergrens behaald is of niet behaald. Daarnaast zijn er vijf uitdrukkingen op het certificaat mogelijk voor elk thema:

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

☀☀☀☀☀ ☀☀☀☀ ☀☀☀ ☀☀ ☀

(Uitmuntend) (Goed) (Voldoende) (Matig) en (Ondermaats)

Richtlijnen

Over het project

5/11

50

The Greenlabel Institute Het EcoCertified Solar Parks Label wordt beheerd en uitgegeven door stichting The Greenlabel Institute (https://www.thegreenlabelinstitute.org/), een initiatief van NL Greenlabel dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en toepassing van diverse integrale duurzaamheidscertificeringen. Meer informatie over hoe je een zonnepark kunt laten beoordelen, vind je op de website van The Greenlabel Institute.

Tabel 9.2 Berekening van de beoordelingsscore. Dit vindt plaats op themaniveau.

Elk project krijgt een score waardoor projecten onderling kunnen worden vergeleken. Dit maakt de dialoog tussen zonneparkontwikkelaar en gemeente concreter en helpt bij het stellen van realistische doelen. Deze labelscore biedt een meetbare schaal om duurzaamheidsdoelen te bereiken en stimuleert verbetering. Een certificaat dat uitgegeven is heeft een geldigheid van 5 jaar. Een voorbeeld van het certificaat is weergegeven in figuur 9.4.

Register Duurzame Leefomgeving (RDL) Het EcoCertified Solar Parks Label-proces wordt volledig digitaal uitgevoerd in het Register Duurzame Leefomgeving (RDL: www. registerduurzameleefomgeving.nl). In deze gebruiksvriendelijke online omgeving worden alle stappen doorlopen en wordt de bewijslast verzameld. The Greenlabel Institute geeft uiteindelijk een certificaat uit waarop staat dat het EcoCertified Solar Park Label toegekend is. Na afronding zijn zowel de screening als de certificering via het RDL altijd en overal toegankelijk. Het EcoCertified Solar Parks Label als doorlopende ontwikkeling Het EcoCertified Solar Parks Label is een dynamisch instrument dat ontwikkelaars structureel ondersteunt bij het realiseren én optimaliseren van zonneparken met meerwaarde voor flora, fauna en bodemgezondheid. Om relevant te blijven, wordt het label een- of tweejaarlijks geactualiseerd en blijft het aansluiten op zowel ecologische inzichten als technologische ontwikkelingen in de energiesector. Het is de wens om een klankbordgroep op te richten – bestaande uit vertegenwoordiging vanuit de WUR, TNO en de branchevereniging Holland Solar – die de kwaliteit en continuïteit van het label bewaakt. Hierdoor is gewaarborgd dat nieuwe kennis, nieuwe wet- en regelgeving en veranderende marktverwachtingen snel worden doorgevoerd.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Voortdurende verbetering Het label biedt ontwikkelaars helder inzicht in hun ecologische presta-

Figuur 9.4 Voorbeeld van het EcoCertified Solar Parks-certificaat.

Samenvatting

Het label

ties en toont stap voor stap aan waar verbeteringen mogelijk zijn. Zo ontstaat een systematische route naar steeds hogere prestatieniveaus. Dankzij objectieve beoordeling en onafhankelijke validatie krijgen zonneparkontwikkelaars niet alleen bevestiging van hun inspanningen, maar kunnen ze op termijn ook profiteren van financiële voordelen zoals subsidies (SDE++) en een versterkte marktpositie.

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

6/11

51

Evaluatie

singen in de subsidiëring van zonneparken.

Terugkijkend op het doorlopen proces is een aantal zaken noemenswaardig: 1 Inzet op herstel van natuur binnen subsidieregelingen waarderen. De overheid heeft, gedurende de looptijd van ons onderzoek, haar visie op de opwek van duurzame zonnestroom aangepast; zoals de het afschaffen van de salderingsregeling en de aanscherping van de voorkeursvolgorde zon. Vooral dat laatst heeft bij overheden en marktpartijen geleid tot verminderd enthousiasme om nieuwe projecten te realiseren. Onze hoop is gevestigd op de SDE++-regeling die zon op land mogelijk maakt mits deze natuurinclusief gerealiseerd wordt. Het label is daarop gericht en het zou alle stakeholders helpen als dit ook voldoende financieel gecompenseerd wordt binnen de SDE++-regeling. Dat geeft namelijk marktpartijen en overheden het vertrouwen dat de extra kosten die gemoeid zijn met een EcoCertified zonnepark worden betaald vanuit de subsidie. Hierover zijn gesprekken gaande met de betrokken stakeholders. 2 Consensus tussen partijen. Het is essentieel om dezelfde taal te spreken om tot consensus te kunnen komen. Aangezien de consortiumpartners uit verschillende sectoren komen en dus ook andere belangen behartigen, is veel afstemming nodig geweest. Dit heeft ervoor gezorgd dat we elkaar beter zijn gaan begrijpen en een gedeeld eigenaarschap hebben gevonden op de inhoud.

Een treffend voorbeeld is de indicator bodembelichting. Voor de onder- en bovengrondse biodiversiteit is het essentieel dat er voldoende zonlicht op de bodem komt. Dit heeft consequenties voor de wijze waarop de zonnetafels worden geplaatst op de kavels en de ruimte tussen en rondom de panelen. Ook de hoogte en de grootte van de zonnetafels hebben daar invloed op. De keerzijde van deze ruimte-

3 Tijdsdruk. Het doen van meerjarig wetenschappelijk onderzoek leidt ertoe dat de uitkomsten pas laat in het proces bekend worden en verwerkt kunnen worden in het Label. Dat geeft veel druk aan het einde van het project om deze uitkomsten te verwerken en daar consensus over te bereiken binnen de betrokken partijen. De periode na het project zal zeer waardevolle informatie opleveren over de werking van het label. Doorontwikkeling van het label op basis van praktijkervaring wordt door alle partijen als zeer nuttig gezien. 4 Doorontwikkeling van systemen buiten de projectinvloed. Het vertrekpunt voor de ontwikkeling van het EcoCertified Solar Parkslabel, is het bestaande NL Terreinlabel. Dit was destijds een Excelgeoriënteerde methodiek die zich al bewezen had. In de loop van het project is NL Greenlabel buiten het project om - door het gebruik van data bij de toepassing van de methodieken - vol gaan inzetten op het digitaal beschikbaar maken en het verwerken van de methodieken. Hoewel deze vorm van uitvoering niet beschikbaar was bij de start van het project, brengt het nu wel voordelen met zich mee. Zo worden alle resultaten digitaal vastgelegd en wordt beter gewerkt met versiebeheer. Het is zelfs mogelijk, wanneer nodig, met verschillende versies te werken. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een overgangssituatie naar een hogere ondergrens in bodembelichting.

Deze ontwikkeling komt ook de transparantie van het Label ten goede.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

5 Gedurende het traject was er sprake van de coronapandemie, die effect heeft gehad op de manier van werken in geheel Nederland. Zo ook in dit project, met name in de aanloopfase en in de beginperiode. Met name de beperking van het samenkomen in fysieke bijeenkomsten is van invloed geweest. Dat werd het duidelijkst bij thema’s waar een inhoudelijke dialoog nodig was om ogenschijnlijke

lijke afwegingen heeft direct betrekking op de businesscase van een zonnepark. Hierover is consensus bereikt door te werken met een gefaseerde invoering van de indicator bodembelichting, waardoor tijd ontstaat om innovatieve oplossingen en financiering in de markt te implementeren. Hierbij spelen nieuwe ontwerpen van zonnetafels in afstemming met batterijen een belangrijke rol maar ook aanpas-

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

tegenstellingen samen te kunnen overbruggen. Elkaar in de ogen kunnen kijken helpt dan omdat je daarmee op een natuurlijker manier communiceert en je de non-verbale communicatiesignalen beter oppakt. Ook tussendoor even informeel kunnen overleggen bij het koffiezetapparaat is essentieel.

Richtlijnen

Over het project

7/11

52

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Figuur 9.5. Thema’s en indicatoren van het label - versie 2022 versus versie 2025

Bij aanvang van het project zijn we niet blanco begonnen. De opzet van het Terreinlabel (Home - NL Terreinlabel) was het vertrekpunt. Gaandeweg het traject zijn er indicatoren verdwenen, toegevoegd en hernoemd om beter passend te zijn bij het doel en de doelgroep (figuur 9.5). Gedurende het proces waren verschillende contactpersonen van verschillende overheden vertegenwoordigd bij de klankbordmeetings. In de periode tussen deze bijeenkomsten in moest de projectcommissie de wensen van de overheden interpreteren en vertalen naar de projectactiviteiten. Het was beter geweest als er meer vertegenwoordigers van verschillende overheden betrokken waren geweest, met name vanuit de gemeenten. Ook was het goed geweest als de overheid directer betrokken waren geweest door een belangenbehartiger

Samenvatting

Het label

aan te wijzen bij de sturing van het project, om zo het maatschappelijk belang direct te kunnen borgen. Gedurende het proces zijn 17 zonneparken gebruikt als proeflocatie om een eerste versie van het EcoCertified Solar Parks Label te testen. Dit waren zonneparken van de betrokken ontwikkelaars, en doorgaans ook de zonneparken waar onderliggend onderzoek is uitgevoerd, maar deels ook betrof het andere zonneparken. Dit was omdat niet met alle zonneparken een afspraak gemaakt kon worden, en met andere betrokken ontwikkelaars juist wel. Voor de screenings is een digitale werkomgeving ontsloten via het RDL (Register Duurzame Leefomgeving) en toegankelijk gemaakt. In de 17 ‘screeningssessies’ werd al snel duidelijk dat zonneparkontwikkelaars het thema biodiversiteit niet als speerpunt hadden bij de ontwikkeling van de zonnepar-

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

8/11

53

ken destijds. De proeflocaties waren over het algemeen wat oudere zonneparken waarbij het voornaamste doel maximale energieproductie was en die mede daardoor laag scoorden op de eerste versie van het Label. Tegelijkertijd bleek uit deze sessies dat men tegenwoordig wel rekening houdt met andere thema’s, zoals ook biodiversiteit. Ook zag je direct het effect van werken met een methodiek om kansen te benutten op nieuwe trajecten. Simpelweg omdat dit met een helder kader bespreekbaar wordt gemaakt en de juiste vragen al vroeg in het traject gesteld worden.

Proces toepassing EcoCertified Solar Parks-label Het EcoCertified Solar Parks-label is ontwikkeld als een instrument voor de vlotte realisatie van zonneparken op land met meerwaarde voor flora en fauna en een gezonde bodem. Het proces richt zich niet alleen op het behalen van het certificaat, maar ook op: • Bewustwording en activatie bij de ontwikkeling van zonneparken; • Inzicht geven in de meerwaarde die voor flora en fauna wordt geleverd; • Begeleiding bieden bij de stappen om een zonnepark op duurzame wijze verder te ontwikkelen; • Het gericht uitvragen door overheden van een zonnepark dat toegevoegde waarde heeft voor flora en fauna en waar bodemgezondheid behouden blijft. De methodiek is bedoeld bij de ontwikkeling van nieuwe zonneparken om te helpen bij het maken van weloverwogen keuzes op het gebied van duurzaamheid en biodiversiteit. Door de gekozen aanpak – met een transparant label gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en in samenwerking met de verschillende stakeholders – kan met het label de realisatie van zonneparken versneld worden. Dit omdat voor alle partijen duidelijk is volgens welke principes en uitgangspunten het park wordt ontwikkeld. Het EcoCertified Solar Parks Label kan in de diverse fasen worden toegepast: ambitie-, ontwerp- of realisatiefase (voor bestaande parken zie hoofdstuk 11). • Ambitiefase: de grond voor de ontwikkeling van een zonnepark is

Samenvatting

Het label

aangekocht, maar er zijn nog geen concrete plannen. Door middel van een screening aan de hand van het EcoCertified Solar Parks Label met relevante stakeholders wordt het ambitieniveau voor het te ontwikkelen zonnepark bepaald. Het label met thema’s en indicatoren faciliteert het gesprek om te komen tot een gedragen ambitieniveau doordat de betrokken stakeholders onderdeel kunnen zijn van dit proces. • Ontwerpfase: voor het zonnepark is een schetsontwerp, voorlopig ontwerp of definitief ontwerp gemaakt. Dit ontwerp wordt getoetst op de thema’s en indicatoren van het EcoCertified Solar Parks Label zodat je een beeld krijgt hoe dit ontwerp scoort op de uitgangspunten van het label. In deze fase is het ook belangrijk dat het bestek grotendeels duidelijk is, zodat ook zicht is op de manier van vegetatiebeheer en de materialisatie (beplanting en overig) van de inrichtingselementen. • Realisatiefase: het zonnepark is gerealiseerd en er wordt aan de hand van het EcoCertified Solar Parks-label getoetst welke score is behaald. De score wordt bepaald door assessoren die onafhankelijk zijn van de vergunningverlener en ontwikkelaar. De instantie The Greenlabel Institute geeft het EcoCertified Solar Parks-certificaat uit.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Gebruik EcoCertified Solar Parks-label Het label EcoCertified Solar Parks kan ingezet worden voor een screening (self assessment) of voor een certificering. De screening geeft op een laagdrempelige manier inzicht in de wijze waarop het zonnepark bijdraagt aan flora en fauna en de bodemgezondheid. In een screening worden alle thema’s en indicatoren uit het EcoCertified Solar Parks Label doorlopen (zie versie 2025). Dit resulteert in een indicatieve score. Om de kwaliteit van het gebruik van het label te borgen, kan een screening alleen door een gecertificeerde adviseur (opgeleid door The Greenlabel Institute) worden uitgevoerd. Op die manier wordt het label vanaf de start van het proces op de juiste manier ingevuld, wordt op de juiste manier invulling gegeven aan het zonnepark, en wordt voorkomen dat in een (te) laat stadium nog ingrijpen-

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

9/11

54

de veranderingen moeten worden doorgevoerd. Juist door adviseurs in te zetten, wordt de gebruiksvriendelijkheid en laagdrempeligheid van het label gerealiseerd. Elke indicator wordt onderbouwd door een adviseur met een toelichting. Tevens worden aanbevelingen gedaan hoe men mogelijk hoger kan scoren. Het is aan de opdrachtgever om concreet met de aanbevelingen aan de slag te gaan. De screening is van toepassing op de ambitiefase en de ontwerpfase en dan met name op het schetsontwerp en voorlopig ontwerp. Rol adviseur EcoCertified Solar Parks Label: een adviseur is iemand die kennis en ervaring heeft met het ontwikkelen van zonneparken met meerwaarde voor flora en fauna en behoud van de bodemgezondheid. Voorbeelden van adviseurs zijn de Energieboswachters van de NMF. De adviseur begeleidt de opdrachtgever (zonnepark-ontwikkelaar) tijdens het doorlopen van het proces omtrent het EcoCertified Solar Parks-label. Dit betekent dat een adviseur bevoegd is om met het EcoCertified Solar Parks-label te werken en daarmee de screening te doorlopen en de certificering voor te bereiden. Een adviseur geeft toelichting op de benodigde bewijslast, geeft aanbevelingen om tot een hogere score te komen en verzamelt de bewijslast. Een adviseur begeleidt daarmee het proces.

Adviseurs zijn pas bevoegd om met het label te werken ná het doorlopen van de training tot ‘Expert EcoCertified Solar Parks-label’. Voor deelname aan de opleiding kan contact worden opgenomen met The Greenlabel Institute. De opleiding bestaat uit 1 fysieke opleidingsdag en 1 thuisstudiedag, waarbij het eerste project onder begeleiding direct wordt ingevoerd in het systeem. Voor meer informatie over de opleiding wordt verwezen naar de website van The Greenlabel Institute. Rol assessor EcoCertified Solar Parks Label: een assessor is iemand die de toegekende scores aan de hand van de aangeleverde bewijslast controleert en valideert. Dit betekent dat een assessor kennis en ervaring met het EcoCertified Solar Parks-label (thema’s en indicatoren) moet hebben en specifieke kennis van flora en fauna en bodemgezondheid. Een assessor is de beoordelaar. In eerste instantie zullen dit medewerkers van NL Greenlabel zijn die dit uitvoeren uit naam van The Greenlabel Institute. Het wordt mogelijk om in de (nabije) toekomst ook andere assessoren hieraan toe te voegen die voldoen aan het profiel. De assessoren werken volgens het vier-ogen-principe.

Samenvatting

Het label

Er is een hoofdassessor die de beoordeling doet. Een tweede assessor kijkt mee. Indien men het samen niet eens is over de uitkomst, wordt het proces samen nogmaals nagelopen om tot consensus te komen. Hiermee wordt de onafhankelijkheid geborgd om tot een eindscore te komen. Een assessor is altijd onafhankelijk van het project. Dat wil zeggen dat een assessor niet ook de adviseur kan zijn van één en dezelfde ontwikkeling. Een screening kan worden omgezet in een certificering door het aanleveren van bewijslast. Bewijslast dient als argumentatie en daarmee validatie voor het aangegeven prestatieniveau. Bijvoorbeeld een bodembelichtingstoets uitgevoerd door een TNO- gelicenceerde partij. Een aanvraag voor een EcoCertified Solar Parks Label wordt beoordeeld door onafhankelijke assessoren. Dit zijn ervaren en betrokken duurzaamheidsexperts met een brede blik en kennis van zaken. Zij beoordelen onder andere zonneparken aan de hand van de door The Greenlabel Institute ontwikkelde methoden. Hiervoor controleren zij de aangeleverde bewijslast, bezoeken zij – indien nodig het zonnepark - en geven een officiële score af. Zij valideren of de door de adviseur toegekende scores voldoende onderbouwd en daarmee gerechtvaardigd zijn. Er wordt alleen een certificaat afgegeven als de ondergrens wordt behaald. Daarnaast zijn er vijf uitdrukkingen op het certificaat mogelijk op thema-niveau.

 (Uitmuntend),  (Goed),  (Voldoende),  (Matig) en  (Ondermaats). Op basis van de ondergrens moet in ieder geval voor elk thema een voldoende (3 sterren) behaald worden. Er wordt dus geen certificaat afgegeven als men lager dan 3 sterren scoort.

Het label

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

De zonneparkontwikkelaar (of aanvrager) krijgt een certificaat waarop is aangegeven of het EcoCertified Solar Parks Label is toegekend en waarop de scores van de thema’s inzichtelijk zijn gemaakt. Certificaten uitgegeven door The Greenlabel Institute zijn openbaar inzichtelijk.

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

10/11

55

Certificering biedt bedrijven niet alleen erkenning, maar kan ook (financiële) voordelen opleveren, zoals: • Aantoonbare meerwaarde flora en fauna en bodemgezondheid voor investeerders • Toegang tot subsidies en andere financiële stimuleringsregelingen • Verbeterde concurrentiepositie in duurzame aanbestedingen • Helpen in de beeldvorming naar buurtbewoners en andere stakeholders

Het label

Tot slot

3 Vegetatiebeheer gericht op herstel natuurwaarde

Het label EcoCertified Solar Parks Label ondersteunt overheden en ontwikkelaars bij het realiseren van zonneparken die breed worden gedragen én ecologisch verantwoord zijn. Met dit label maken we de energietransitie sneller, slimmer en natuurvriendelijker.

4 Diversiteit in vegetatie, insecten & spinnen 5 Diversiteit in zoogdieren en vogels 6 Schade aan de bodem voorkomen

Samenvatting

Het label

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

11/11

56

10 Kennisontwikkeling en -verspreiding Resultaat 7. Lead WUR. In dit hoofdstuk bespreken we ontwikkelingen en producten die gerelateerd zijn aan het project EcoCertified Solar Parks, en die bijdragen aan de kennisontwikkeling en -verspreiding van inzichten voortkomend uit het project.

Bijeenkomsten De projectcoördinator heeft samen met het Consortium Zon in Landschap, waarin alle deelnemers vertegenwoordigd zijn, 1-2 keer per jaar een sessie georganiseerd om met de klankbordgroep en stakeholders de voortgang van dit en andere projecten te bespreken en indien nodig bij te sturen. Alle deelnemers in dit project hebben informatie en/of presentaties geleverd voor deze bijeenkomsten (en vele andere; zie hoofdstuk 12). Deze sessies dienden dus zowel het doel van dit project als van het Nationaal Consortium Zon in Landschap. De besprekingen waren veelal breed toegankelijk voor leden van dit consortium. Omdat een vergelijkbare activiteit plaatsvond in het project SolarEcoPlus met betrekking tot de bifacial-PV-systeemconfiguratie, is ernaar gestreefd de bijeenkomsten te combineren. Zo kwamen de bevindingen uit dit project goed samen met complementaire projecten.

Terminologie rond zonneparken In de loop van het project ontstond regelmatig spraakverwarring omdat de terminologieën rond zonneparken verschillend gebruikt en geïnterpreteerd werden. Bijvoorbeeld: is een zonnepark nu het hele gebied inclusief de randen, of alleen het deel van het terrein waar panelen staan? Of: wat betekent het nou precies als de bedekkingsgraad van panelen 25% is? Om tot eenduidige begrippen te komen, is

Samenvatting

Het label

een brochure ontwikkeld waarin de terminologieën rond zonneparken worden beschreven en gevisualiseerd. Deze brochure wordt binnenkort door Eelerwoude gepubliceerd op de projectpagina op de website van Consortium Zon in Landschap.

Monitoringsprotocol om ontwikkeling in flora & fauna te volgen

Over het project

1 Introductie

In het kader van het realiseren van meerwaarde voor lokale flora en fauna in zonneparken is een beknopt monitoringsprotocol opgesteld. Het doel van dit protocol is om op een gestandaardiseerde, laagdrempelige manier en met beperkte kosten de natuurwaarde van zonneparken meerjarig te volgen. Daarbij is gekozen voor monitoring van vier soortgroepen die als indicator dienen voor de natuurwaarde op een zonnepark: vegetatie, dagvlinders, bodemlevende arthropoden (insecten en spinnen; met potvallen) en vogels. Deze groepen zijn gekozen omdat ze belangrijke schakels in het gehele ecosysteem reflecteren, en de resultaten van metingen aan deze groepen aanwijzingen geven of het ecosysteem in zonneparken zich goed ontwikkelt. Naast deze soortgroepen wordt ook informatie verzameld over het beheer van de vegetatie en bodemgezondheid. De frequentie van deze monitoring is een nulmeting vóór de bouw van een zonnepark, een meting in het eerste jaar na de bouw en daarna elke drie jaar. Door het beperkte karakter en de toepassing van bestaande protocollen en databases is het protocol in principe ook uitvoerbaar door vrijwilligers of met beperkte middelen, hoewel analyses van zowel grondmonsters door een gespecialiseerd bedrijf moeten worden

2 Opzet van het project

10 Kennisontwikkeling en -verspreiding na 2025

11 Conclusies en implementatie van het project 12 Publicaties en spin-off

13 Dankwoord 14 Literatuur

gedaan, en het plaatsen en legen van potvallen arbeidsintensief kan zijn. Het protocol richt zich nadrukkelijk niet op effectmetingen of vergunningstrajecten, maar is bedoeld om de ontwikkeling van natuurwaarde te kunnen volgen en het beheer daarop bij te sturen.

Resultaten flora & fauna en bodem

Richtlijnen

Over het project

1/3

57

Inventarisaties natuurwaarden door vrijwilligers

Kaart van zonneparken in Nederland

In het project was een aanzienlijke rol weggelegd voor een drietal vrijwilligersorganisaties, met het doel om de betrokkenheid van omwonenden te vergroten en inzichten over lokale flora & fauna in te brengen bij zonneparkontwikkelaars. Dit is ten dele gelukt; de Vlinderstichting met name heeft een aanzienlijke rol gespeeld in het verzamelen van gegevens over dagvlinders en nachtvlinders, door een groot aantal vrijwilligers te werven om tellingen te doen in verschillende zonneparken. In andere gevallen liep dit minder succesvol. Dit was deels omdat vrijwilligers vrij zeldzaam zijn, en dan vaak graag gebieden inventariseren met een hoge natuurwaarde, of omdat de vrijwilligersorganisatie het belangrijker achtte om de vrijwilliger in te zetten om een gebied met hogere natuurwaarde te inventariseren. Deels ook ontbrak het organisaties aan tijd om het proces te begeleiden, en deels was het binnen het project niet goed mogelijk om gestandaardiseerde tellingen te doen die over de korte looptijd van het project toch bij konden dragen aan de onderzoeksresultaten.

In 2022 is een kaart gepubliceerd waar de zonneparken op land in Nederland op staan. Deze kaart is te vinden via deze ArcGis-link11. De kaart toont de bestaande zonneparken in Nederland (figuur 10.2). Ze omvat op dit moment alle parken die eind 2024 gerealiseerd waren. Behalve de exacte locaties zijn voor elk zonneveld ook gegevens over oppervlak in te zien, en over landschappelijke informatie zoals bodemtype, openheid van het omliggende landschap en afstand tot bebouwing.

1 Introductie 2 Opzet van het project

10 Kennisontwikkeling en -verspreiding na 2025

11 Conclusies en implementatie van het project

Bij de inventarisaties die gedaan zijn in de zonneparken, is toegang tot het terrein een struikelblok gebleken. De tellers zijn afhankelijk van weersomstandigheden voor hun tellingen en tellen op onvoorspelbare momenten, of tellen buiten reguliere werktijden. Dit was lastig verenigbaar met de in toenemende mate streng gereguleerde toegangsregels van zonneparken. Het heeft vrijwilligers vaak veel tijd gekost om toegang te organiseren, en veel frustrerende momenten wanneer ze voor het hek stonden en toch niet naar binnen konden. Andersom zijn veel ontwikkelaars gealarmeerd omdat er opeens iemand in het zonnepark aanwezig was, of hebben veel werk verricht om de vrijwilligers (en de onderzoekers) toegang te verschaffen tot het park. We zijn al die vrijwilligers en ontwikkelaars die deze samenwerking wél tot stand hebben weten te brengen dankbaar voor hun inzet, en hopen dat het bijdraagt aan gemakkelijker toegang in de toekomst, en vooral aan veel nuttige resultaten.

Over het project

12 Publicaties en spin-off

13 Dankwoord 14 Literatuur

Figuur 10.2. Kaart van zonneparken op land in Nederland anno 2024. De kaart is te vinden via deze ArcGis-link. Details voor elk park zijn te vinden door op het betreffende park te klikken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4276/documents/75940