CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

11.b Totaal versie bestemmingsplan.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken19.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om de veerkracht van de watersystemen te vergroten dient de waterconservering en buffering te worden bevorderd en de afwenteling van (water-) problemen op naastgelegen gebieden te worden beperkt. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Waterbeheer 21e eeuw (WB21). Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Dit waterplan valt onder het regime van de Waterwet.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

26

Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan geeft het waterschap concreet invulling aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. 5.4.2. Digitale watertoets Door de planontwikkeling neemt het bebouwd en verhard oppervlak met ongeveer 1.500 m² toe. Uit de digitale analyse blijkt dat er binnen het plangebied een of meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging liggen. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt. Op basis van de digitale analyse heeft het Waterschap Vallei en Veluwe aangegeven dat het schap de voorkeur dat hemelwater wordt geïnfiltreerd, maar dat dit gelet op het feit dat het perceel vrijwel volledig bebouwd en bovendien onderkelderd wordt in praktische zin onmogelijk is. Onder de parkeerplaats Kostverloren ligt een regenwaterbergingvoorziening voor hemelwater. Daar kan, met toevoeging van extra berging, het regenwater van de nieuwbouw op aangesloten worden. Het afvalwater wordt separaat afgevoerd. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

▪ Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. ▪ Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voorde betreffende perceeleigenaar. ▪ Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.

Dit kan door nadere eisen of

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

27

randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van ons waterschap toe te passen. Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure of met de Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater.

5.5.

Flora en fauna Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom onderzoek8 verricht naar de aanwezige flora en fauna in het plangebied. Gebiedsbescherming Het plangebied heeft geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, beschermde natuurmonumenten, (P)EHS gebieden of ecologische verbindingszones). Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied, Kolland & Overlangbroek, ligt op circa 9,7 kilometer ten zuiden van het plangebied. Eventueel optredende overlast door trillingen, geluid en licht vallen weg door de ruime afstand.

Het dichtstbijzijnde gebied van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op circa 350 meter ten noordoosten van het perceel Kostverloren 1. De ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie leidt niet tot aantasting van de landschappelijke kwaliteit en de wezenlijke natuurwaarden van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de afstand tussen de planlocaties en de gebieden van het natuurnetwerk is er geen sprake van externe werking (geen toetsingskader). Tevens geldt voor Belangrijke Weidevogelgebieden dat externe werking geen toetsingskader is.

8

Ecogroen B.V., Quickscan natuurtoets Dorpsstraat 13, Woudenberg Inventarisatie en effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, 18-107, Zwolle, 15 maart 2018

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

28

Uit stikstofdepositieonderzoek9 is gebleken dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de uitstoot van NOx geen bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project. Soortenbescherming In het plangebied zijn geen beschermde flora, vissen, reptielen, insecten of weekdieren aangetroffen of te verwachten. Ook vaste verblijfplaatsen van juridisch zwaarder beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. In het plangebied is broedbiotoop aanwezig voor vogels. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rustplaatsen te beschadigen of nesten weg te nemen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. In het woonhuis waren mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van de Huismus aanwezig.

Derhalve is conform het landelijk vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad, 2017) respectievelijk het kennisdocument Huismus (BIJ12, 2017) aanvullend onderzoek10 uitgevoerd. Uit dit aanvullend onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen nestverblijfplaatsen of onmisbaar foerageergebied van de Huismus aanwezig zijn. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van Huismus is niet aan de orde. Tijdens het vleermuisonderzoek is in het plangebied één zomerverblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis vastgesteld. Mogelijk wordt de woning tevens beperkt gebruikt als winterverblijfplaats doordat de woning mogelijk toegankelijke vorstvrije ruimtes heeft. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor belangrijke massawinterverblijfplaatsen. Het totaal aantal uitgevlogen exemplaren van de Gewone dwergvleermuis in het plangebied is twee. De populatieomvang binnen het plangebied wordt geschat op 2-10 exemplaren. Het plangebied fungeert, gezien de hoeveelheid verharding, in beperkte mate als foerageergebied voor dwergvleermuizen. Vleermuizen foerageren bij voorkeur boven water, in parken en het agrarisch landschap buiten de bebouwde kom van Woudenberg. Er gaat geen onmisbaar foerageergebied verloren. Als gevolg van de voorgenomen plannen worden ook geen (onmisbare) opgaande lijnvormige structuren verwijderd die van belang kunnen zijn als onmisbare vliegroute voor vleermuizen.

9

10

Buro SRO, Voortoets stikstofdepositie Dorpsstraat 13, Woudenberg Gemeente Woudenberg, 89.61.03, Arnhem, 7 juli 2023 Ecogroen B.V., Resultaten soortgericht onderzoek Huismus en vleermuizen te Woudenberg, 18-107, Zwolle, 1 november 2018

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

29

In verband met de aanwezigheid van één zomerverblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis is een ontheffing van Wet natuurbescherming aangevraagd. Deze ontheffing11 is op 24 juli 2019 gegeven. Vervolgens is een ecologisch werkprotocol12 opgesteld waarin afspraken zijn vastgelegd. De woning is inmiddels conform dit werkprotocol gesloopt. Als mitigerende maatregelen zijn in dat kader vervangende voorzieningen, in de vorm van tijdelijke vleermuiskasten aangebracht. In het winkelpand worden, om te voldoen aan de ontheffing, te zijner tijd permanente inbouwkasten gerealiseerd.

5.6.

Geluid Op grond van de Wet geluidhinder is een supermarkt geen geluidgevoelige bestemming. Derhalve is op grond van de Wet geluidhinder geen akoestisch onderzoek noodzakelijk. In paragraaf 5.7 wordt ingegaan op het aspect geluidhinder afkomstig van de supermarkt.

5.7.

Bedrijvigheid Algemeen In planologische procedures waarin de vestiging van bedrijven in de nabijheid van woningen mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygienische aspecten van die bedrijven. In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering zorgt voor een voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen en heeft twee doelen: ▪ het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; ▪ het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen: "zware" bedrijven zullen verder van gevoelige bestemmingen worden gesitueerd dan "lichte" bedrijven. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Een belangrijk hulpmiddel om hiermee rekening te houden is de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 geactualiseerd.

In deze brochure is een omvangrijke lijst van bedrijven opgenomen, waarin per bedrijf voor een aantal aspecten de mate van ruimtelijk relevante hinderlijkheid is weergegeven. Voor dit bestemmingsplan zijn de richtafstandenlijst en omgevingstypen belangrijkste bouwstenen van milieuzonering:

11

12

Gedeputeerde Staten van Utrecht, Ontheffing herontwikkeling Dorpsstraat 13 te Woudenberg, Zaakkenmerk ZWNB-RI-REG-2019-0899 Nummer 81F3E16B, Utrecht, 24 juli 2019 Ecogroen B.V., Ecologisch werkprotocol sloop Dorpsstraat 13, Woudenberg Voorzorgsmaatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming, 18-107, Zwolle, 26 september 2019

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

30

▪ richtafstandenlijst In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. ▪ omgevingstype Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is onder meer afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk.

Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Wanneer sprake is van het omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende functies en richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Afbeelding 7: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Toekomstige situatie In de bestaande situatie mogen ter plaatse bedrijven tot en met milieucategorie 2 worden gevestigd. Een supermarkt (SBI-code 471) behoort tot milieucategorie 1. Daarmee is er voor omwonenden al sprake van een functie die minder invloed heeft op hun woon- en leefklimaat.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

31

Gelet op de ligging in het centrum van Woudenberg mag in principe ervan worden uitgegaan dat er sprake is van een 'gemengd gebied' en derhalve van een richtafstand van 0 meter. Gelet op het feit dat geluidhinder niet uit te sluiten is, is een akoestisch onderzoek13 uitgevoerd. De supermarkt valt onder de vergunningssfeer van het Activiteitenbesluit met een aantal geluidvoorschriften. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de geldende normwaarden, zoals vermeld in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Afbeelding 8: Geluidnormen Activiteitenbesluit in dB(A). dag LAr;Lt op de gevel van gevoelige gebouwen LAr;Lt in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

avond 50 35 70 55

nacht 45 30 65 50

40 25 60 45

De maximale geluidniveaus (LAmax) van laden en lossen in de dagperiode zijn uitgezonderd van toetsing. De normen voor in- en aanpandige situaties gelden niet als de gebruiker geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen. Het parkeerterrein is openbaar en in gebruik voor diverse omliggende functies. Geluid van komende en gaande bezoekers van de supermarkt is daarom beschouwd als indirecte hinder en beoordeeld als zijnde wegverkeerslawaai. Een systematiek hiervoor is beschreven in de VROM Circulaire 'Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting'. Bij een etmaalwaarde hoger dan 50 dB(A) is extra aandacht nodig voor de geluidwering van de betreffende woningen en kan vaststellen van een hogere waarde noodzakelijk zijn. Complicerende factor is dat het een openbaar parkeerterrein betreft dat zowel door bewoners wordt gebruikt, als door bezoekers van het centrum en andere winkels dan de betreffende supermarkt. Ten behoeve van het onderzoek is de representatieve bedrijfssituatie beschreven. Het laden en lossen met vrachtwagens en bestelbusjes gebeurt inpandig en vindt hoofdzakelijk plaats in de dagperiode. Wel is het mogelijk dat 1 vrachtauto voor 7 uur komt laden en lossen. Voor de openingstijden is uitgegaan van een worst case situatie waarbij de winkel dagelijks van 8.00-22.00 uur is geopend.

Piekniveaus van laden en lossen in de dagperiode kunnen buiten beschouwing blijven. De relevante activiteiten bestaan dan vooral uit het rijden met winkelwagentjes, parkeren, laden en lossen en eventuele stationaire bronnen zoals een koeling/condensor. Uit de rekenresultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de woningen vanwege de supermarkt en het parkeerterrein voldoet aan de normen uit het Activiteitenbesluit. De maximale niveaus in dag- en avondperiode voldoen ook aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Alleen voor de vrachtauto die tussen 6.00-7.00 uur (nacht, bakker) komt lossen is over-

13

Groenewold Adviesbureau voor milieu & natuur, Akoestisch onderzoek realisatie supermarkt Dorpsstraat 13 Woudenberg, 2018038, Versie Jun.18-v1, Ermelo, 29 juni 2018

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

32

schrijding van het maximale niveau van LAmax =60 dB(A) mogelijk tot LAmax =65 dB(A). Als in de nachtperiode uitsluitend vrachtwagens komen en gaan met een maximaal bronniveau van Lwr,max=97 dB(A) of lager, dan blijven de maximale niveaus wel binnen de normen. Het parkeerterrein is openbaar en wordt ook gebruikt voor andere winkels, centrumvoorzieningen en omwonenden. Het autoverkeer op het parkeerterrein is daarom niet alleen toe te rekenen aan de supermarkt. Het verkeer is daarom als indirecte hinder beoordeeld. Alleen het manoeuvreren van vrachtwagens ten behoeve van het laden en lossen is wel als industrielawaai beoordeeld. De berekende etmaalwaarde van het af- en aanrijdend verkeer van de supermarkt bedraagt Letmaal=48 dB(A) of lager. Aanvullende maatregelen zijn niet nodig. Indien een eis wordt gesteld aan het maximale bronniveau voor een vrachtwagen in de nachtperiode van Lwr,max=97 dB(A) of lager, vormt industriegeluid geen belemmering voor realisatie van het plan. Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen knelpunten voor de realisatie van de supermarkt.

5.8.

Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 'Milieukwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer is onder Titel 5.2 "luchtkwaliteiteisen" de regelgeving voor luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu opgenomen. Deze regelgeving staat ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit. Artikel 5.16, lid 1 uit de Wet milieubeheer geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (lid 2) mogen uitoefenen. Als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ een project leidt -al dan niet per saldo- niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ een project draagt 'niet in betekende mate' bij aan de luchtverontreiniging; ▪ een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Samen met de Wet luchtkwaliteit zijn op 15 november 2007 de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen" (NIBM), de ministeriële regeling NIBM, de ministeriële regeling Projectsaldering en de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit in werking getreden. Hierin zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM.

Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide bijdraagt is NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. De 3%-grens komt overeen met de bouw van 1.500 woningen of 100.000 m² b.v.o. kantoren. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens de nieuwe wet niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

33

Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Detailhandel worden niet genoemd in het Besluit NIBM. Het halen en brengen van materialen levert slechts een zeer marginale bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De emissie van NO2 wordt voor 95% veroorzaakt door energieverbruik, met name in het verkeer en door de industrie (verbranding). Daarom is met de NIBM-tool 2022 (bron: www.infomil.nl) een berekening gemaakt. Daarvoor is uitgegaan van een worst-case situatie waarbij 1.500 autobewegingen per etmaal met de auto de supermarkt bezoeken en maximaal 6 vrachtwagens en 2 bestelbussen van leveranciers. Uit de berekening met de NIBM-tool (zie afbeelding 9) dat de extra bijdrage van het verkeer 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving. Op grond van deze redenering kan worden geconcludeerd dat uit het oogpunt van het 'Wet luchtkwaliteit' er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Afbeelding 9: Berekening NIBM-tool.

In aanvulling hierop blijkt uit de toelichting van het bestemmingsplan dat de luchtkwaliteit ter plaatse als relatief goed kan worden gekwalificeerd vanwege de afwezigheid van wegen met een relatief hoge verkeersintensiteit in de nabijheid van het plangebied. Derhalve is het niet noodzakelijk in het kader van het bestemmingsplan de concentraties van de luchtkwaliteitrelevante stoffen NO2, PM10 en PM2,5 in kaart te brengen.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

34

Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2021, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (12,5 microgram per m³) en fijn stof (16,6 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (9,5 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat er vanuit de Wet milieubeheer, Titel 5.2 en op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) geen bezwaren tegen de nieuwbouw zijn.

5.9.

Veiligheid Bij de externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van een risico-opleverende activiteit met gevaarlijke stoffen. Het kan daarbij gaan om industriële activiteiten, transportroutes of buisleidingen. Afbeelding 10: Fragment risicokaart.

De wetgeving rond externe veiligheid heeft tot doel de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot het aanvaarde maximum te beperken. Het gaat daarbij om het beperken van de kans op en effect van een ernstig ongeval vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het doel wordt vertaald naar de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico. ▪ Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, route of leiding, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

35

▪ Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Uit de risicokaart blijkt dat in de nabijheid van het plangebied geen routes gevaarlijke stoffen, buisleiding en/of bedrijven aanwezig zijn die met gevaarlijke stoffen werken. Derhalve is geen onderzoek externe veiligheid noodzakelijk. Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn er derhalve geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

5.10. Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dien het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Het is niet nodig om voor alle nieuwe activiteiten een mer-procedure te volgen. De verplichting voor een mer-procedure ontstaat als de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage C van het Besluit mer, de activiteit daarbij in omvang minimaal gelijk is aan de daarbij vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in één van de in het Besluit mer aangewezen wettelijke plannen of besluiten. Daarnaast kan een activiteit mer-beoordelingsplichtig zijn op basis van het Besluit mer.

Dit is het geval wanneer de voorgenomen activiteit is vermeld in bijlage D van het Besluit mer, de activiteit minimaal gelijk is aan de vermelde drempelwaarden en de activiteit mogelijk wordt gemaakt in de aangewezen plannen of besluiten. Voor plannen geldt overigens al een directe planmer-plicht wanneer het plan een kader vormt voor activiteiten uit bijlage D van besluit mer die de (indicatieve) drempelwaarden overschrijden. Voor activiteiten ónder de drempelwaarde van bijlage D, bestaat sinds de wijziging van het Besluit mer van 1 april 2011 de verplichting tot een zogenaamde vormvrije mer-beoordeling. Op grond van bijlage D geldt voor stedelijke ontwikkelingsprojecten een mer-plicht bij uitbreidingen met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer (D11, onder nummer 2). In dit

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

36

geval is sprake van een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak van minder dan 2.500 m². Derhalve geldt geen mer-plicht. De consequentie van deze regeling is echter ook dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan mer. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de mer-regelgeving, wordt de term vormvrije mer-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije merbeoordeling kan tot twee conclusies leiden: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing dient te worden uitgevoerd aan de hand van de criteria uit bijlage III bij de Europese richtlijn m.e.r. (kenmerk project, plaats project en kenmerk potentieel effect). De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije merbeoordeling.

Op basis van deze onderzoeken naar milieuaspecten kan worden geconcludeerd dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen. Geconcludeerd kan worden dat er geen mer(-beoordeling) noodzakelijk is op grond van het Besluit mer.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

37

6.

Juridische planbeschrijving

6.1.

Algemeen De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit op de ruimtelijke ordening zijn op 1 juli 2008 in werking getreden. Voor wat betreft de terminologie en de opbouw van het plan is op de nieuwe wet aangesloten. Als voorbeelden hiervan kan worden genoemd dat de voorschriften nu regels heten en dat vrijstellingen nu afwijking worden genoemd. Daarnaast zijn de algemene gebruiksbepalingen en de zogenaamde toverformule niet meer noodzakelijk, omdat in de wet is bepaald dat gronden niet in strijd met hun bestemming mogen worden gebruikt. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is er voor gekozen de planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan zoveel mogelijk aan te sluiten (met inachtneming van de Wro) bij het recente bestemmingsplannen van de gemeente Woudenberg. Het onderhavig bestemmingsplan gaat uit van de meest recente versie van het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP-2012-v1.3.1). Ook is het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Woudenberg gevolgd.

6.2.

Bestemmingsplan Het digitale bestemmingsplan Kostverloren 1 is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0351.BP2022Kostverl1-ow01) met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan. Met de invoering van het digitale bestemmingsplan bestaat de plankaart (zoals die tot 1 juli 2008 bekend stond) formeel niet meer. Het digitale bestemmingsplan bestaat uit een GMLbestand met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad (genummerd 0351-10-P01). Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard.

6.3.

Plansystematiek Voor de ontwikkeling is gekozen voor een gedetailleerde plansystematiek. Het plangebied heeft zodoende een rechtstreekse bouwtitel. Er is gekozen voor een flexibele regeling die enerzijds de individuele vrijheid van burgers waarborgt en er anderzijds voor zorgt dat algemene belangen, als de ruimtelijke kwaliteit, niet worden aangetast. Hierdoor wordt het aantal afwijkingsbevoegdheden beperkt en wordt het ambtelijk apparaat in de toekomst ontlast. Voor bewoners en ondernemers in en om het plangebied biedt deze bestemming zodoende houvast over de ontwikkeling van hun omgeving.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

38

6.4.

Regels De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels Inleidende regels In de Inleidende regels worden de gebruikte begrippen beschreven (artikel 1). In artikel 2 en worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden. Bestemmingsregels De bestemmingsregels bevatten de volgende bestemmingen: Detailhandel (artikel 3) en Waarde –Archeologie – 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument) (artikel 4). De belangrijkste aanpassingen van de gebruikelijke regelingen en de aanpassingen ten opzichte van het vigerende plan worden hieronder apart toegelicht. ▪ Detailhandel Binnen de bestemming "Detailhandel" is in tegenstelling tot de bestemming "Centrum" in het vigerende bestemmingsplan uitsluitend detailhandel, internetverkoop, afhaalpunten en publieksgerichte dienstverlening toegestaan. Gelet op de ligging nabij bestaande woningen zijn andere bedrijven, horecabedrijven en maatschappelijke voorzieningen niet toegestaan. Door middel van de aanduiding supermarkt is bepaald dat uitsluitend een supermarkt en shop-inshop winkels zijn toegestaan. De ondergeschikte kantoor- en opleidingsruimten zijn uitsluitend op de verdieping toegestaan. Op de verbeelding is de maximum bouwhoogte aangegeven.

Deze mag in de voorgevel met 4 meter worden overschreden ten behoeve van een façade. Door middel van een hoogteaanduiding is het bebouwingsaccent aangegeven. Buiten het bouwvlak mogen overkappingen worden gebouwd, bijvoorbeeld voor het stallen van fietsen of winkelwagens en een luifel boven de hoofdingang. Hiervoor zijn aanduidingen op de verbeelding aangegeven. ▪ Waarde –Archeologie – 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument) De gronden hebben net als in het vigerende bestemmingsplan Bebouwde Kom Woudenberg de bestemming "Waarde –Archeologie – 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument)". De wijzigingsbevoegdheid om de dubbelbestemming te laten vervallen als uit onderzoek blijkt dat deze niet meer nodig is, is komen te vervallen. Onder de Omgevingswet kunnen wijzigingsbevoegdheden niet meer worden toegepast. Omdat uit het archeologisch onderzoek blijkt dat voor het noordelijk deel van het plangebied de archeologische verwachtingswaarde laag is, levert die dubbelbestemming voor dat deel geen

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

39

belemmeringen op. Ten behoeve van de planontwikkeling zal nog een proefsleuvenonderzoek voor het zuidelijk deel van het plangebied worden uitgevoerd. Afhankelijk van de resultaten van dat onderzoek kan het zijn dat aanvullende maatregelen zijn in verband met aangetroffen archeologische waarden. De dubbelbestemming borgt dat hieraan een gevolg wordt gegeven. Algemene regels In artikel 5 is een antidubbeltelregel opgenomen. De antidubbeltelregel strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van bouwvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden. Algemene bouwregels De algemene bouwregels in artikel 6 zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Aan de regeling voor ondergronds bouwen is een bepaling toegevoegd die de hellingbaan naar de parkeergarage mogelijk maakt. Algemene gebruiksregels Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. Artikel 7 bevat daarom uitsluitend een verbod op het gebruik van seksinrichtingen en een verbod om onbebouwde gronden als standof ligplaats van onderkomens, of opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten te gebruiken.

Algemene afwijkingsregels In artikel 8 zijn algemene afwijkingsregels opgenomen om maximaal 10% van de aangegeven maatvoering af te wijken. Daarnaast zijn afwijkingsbevoegdheden voor antennemasten tot een bouwhoogte van 15 meter en kleine gebouwtjes in dit artikel opgenomen. Algemene wijzigingsregels De algemene wijzigingsregels in artikel 9 maken het mogelijk om in het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van plangebied, de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen zodat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot, en geen van de grenzen met meer dan 3 meter wordt verschoven. Overige regels In artikel 10 in de overige regels zijn bepalingen opgenomen wat betreft het moeten voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Overgangs- en slotregels De verplichte overgangsregels voor bouwwerken en gebruik zijn conform het bepaalde in artikel 3.2.2 van het Bro opgenomen (artikel 11). Tenslotte bevat het plan een slotregel (artikel 12).

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

40

7.

Uitvoerbaarheid

7.1.

Economische uitvoerbaarheid Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient in het kader van een bestemmingsplan onder andere inzicht te worden geboden in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Op de gemeente rust de verplichting tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Dit kan door het vaststellen van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst dan wel indien de gemeente eigenaar van de betreffende gronden is en het kostenverhaal verzekerd is door de grondopbrengst bij de verkoop ervan. Bij deze ontwikkeling is door de gemeente en de ontwikkelaar een anterieure overeenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal voor de gemeente verzekerd.

7.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro wordt het plan verzonden aan een aantal instanties. Alle overlegreacties worden te zijner tijd in deze paragraaf samengevat en beantwoord. De reacties worden, waar nodig, verwerkt in het bestemmingsplan. Het plan heeft een belangrijke impact op de bewoners van Woudenberg, en in het bijzonder voor de direct omwonenden. Daarom heeft een intensief participatietraject14 plaatsgevonden. De initiatiefnemer heeft in 2019 omwonenden per brief geïnformeerd over de voortgang van de bouwplannen. Daarna zijn alle directe omwonenden via meerdere brieven geïnformeerd over de plannen. Met een aantal bewoners aan de Geerensteinselaan is vervolgens een 'keukentafel' gesprek ingepland, om hun vragen en eventuele zorgen over het plan te bespreken. Het nieuwbouwplan is vervolgens aangepast, door zoal het ontwerp aan te passen naar één laag + kap in plaats van twee lagen plat dak. Daarnaast is het aantal ramen op de verdieping aan de westzijde verminderd en is afgesproken om melkglas toe te passen. In juli 2023 heeft een informatiebijeenkomst plaatsgevonden voor alle omwonenden en overige geïnteresseerden van de ontwikkeling. Tijdens dit moment is afgesproken om voor de direct omwonenden een nieuwe bijeenkomst te organiseren in het najaar.

Op basis van de reacties zijn wederom meerdere aanpassingen doorgevoerd. De kap op de verdieping richting de Geerensteinselaan is verder verlaagd. Om de eventuele overlast van vrachtwagens zoveel mogelijk te beperken, is verder de inpandige laad- en losruimte vergroot. Op deze wijze kunnen vrachtwagens ruimschoots binnen parkeren.

14

De Bunte Vastgoed, Participatieverslag AH Woudenberg, Ede, November 2023

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

41

In september 2023 heeft een nieuwe bijeenkomst plaatsgevonden met de directe omwonenden, waarbij de aanpassingen zijn besproken. Vragen over de bouw worden op een later moment door de betrokken aannemer beantwoord. Door de intensieve participatie is voorliggend plan, zoveel mogelijk naar tevredenheid van belanghebbenden, tot stand gekomen.

7.3.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan Kostverloren 1 wordt gedurende zes weken voor een ieder ter visie gelegd. Gedurende de periode van ter inzage legging kan een ieder een zienswijze indienen. Een samenvatting van de zienswijzen en de beantwoording daarop zal te zijner tijd worden opgenomen in deze paragraaf. Voor de planontwikkeling zal gebruik worden gemaakt van de coördinatieregeling, waarbij het ontwerpbestemmingsplan op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening gelijktijdig met het ontwerp van omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen van het winkelpand ter visie zal worden gelegd.

Ontwerp Gemeente Woudenberg - Bestemmingsplan Kostverloren 1

Regels

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

3 3 9

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Detailhandel Waarde - Archeologie 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument)

10 10 12

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

14 14 15 16 17 18 19

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

21 21 22

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan: het bestemmingsplan Kostverloren 1 met identificatienummer NL.IMRO.0351.BP2022Kostverl1-ow01 van de Gemeente Woudenberg;

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan- en uitbouw: een bijbehorend bouwwerk dat als functioneel onderdeel van een hoofdgebouw aan te merken is, dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw als aangebouwde uitbreiding en dat uit architectonisch oogpunt herkenbaar is als afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw;

1.6

afhaalpunt: een locatie waar de consument uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen en/of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten;

1.7

antenne-installatie: een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

1.8

archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden;

1.9

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

4

1.10

bedrijf: een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, verhuren, opslaan, distribueren en verhandelen van goederen, waarbij ondergeschikte detailhandel uitsluitend plaatsvindt in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende bedrijfsvoering;

1.11

bedrijfsvloeroppervlakte (bvo): de totale gebouwde vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, met uitzondering van trappen, hellingbanen en een parkeerdek;

1.12

bestaand: a. bij bouwwerken: de bestaande legale bebouwing ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp; b. bij gebruik: het bestaande legale gebruik ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan;

1.13

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.14

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.15

bijbehorend bouwwerk: een uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.16

bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.17

bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.18

bouwlaag: a. een verdieping (met inbegrip van de begane grond en een kelder) van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor verschillende functies en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als de daaronder gelegen bouwlagen; b. een zolder en dakopbouw worden niet gezien als bouwlaag als de hoogte minder is dan 1,5 m. Als de hoogte tussen 1,5 m en 2,1 m is, dan wordt dit ook niet als bouwlaag gezien zolang de laag verder niet beloopbaar is. Als het een zolder onder een puntdak betreft en de hoogte alleen net onder de punt van het dak 1,8 m is, dan wordt de zolder niet geacht 'beloopbaar' te zijn.

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

5

1.19

bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.20

bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;

1.21

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.22

bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.23

dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;

1.24

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en anders dan voor gebruik ter plaatse. Onder detailhandel vallen niet: afhaalpunten (locaties ten behoeve van internetdetailhandel die uitsluitend bedoeld zijn voor het afhalen of terugbrengen van goederen door de consument);

1.25

dienstverlening: het bedrijfsmatig aanbieden, verkopen en/of leveren van diensten aan personen, zoals reisbureaus, kapsalons en schoonheidsspecialisten (zie ook publieksgerichte dienstverlening);

1.26

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.27

hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

6

1.28

internetverkoop: een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, verkoop en afhaal van goederen ter plaatse, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en overwegend per post worden geleverd;

1.29

kantoor: een gebouw of een deel van een gebouw in de vorm van een ruimtelijk en bouwkundig zelfstandige eenheid dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten;

1.30

kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een viaof aquaduct of een sluis, dan wel een daarmee naar aard gelijk te stellen voorziening;

1.31

luifel: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een afdak, dat met de ene horizontale kant aan de buitenzijde van een gebouw is bevestigd, terwijl de tegenoverliggende zijde vrij dragend is;

1.32

nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, (stads)verwarming, drinkwater en telecommunicatiediensten, alsmede ten behoeve van riolering en (ondergrondse) afvalinzameling;

1.33

ondergeschikt: een activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt en ten dienste is aan de volgens het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De activiteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft;

1.34

ondergeschikt kantoor: een gebouw of een deel van een gebouw dat geheel of grotendeels in gebruik is of te gebruiken is voor bureaugebonden werkzaamheden of daaraan ondersteunende activiteiten, waarbij deze werkzaamheden en activiteiten uitsluitend worden verricht ten dienste van en ondergeschikt zijn aan een andere functie dan kantoor op hetzelfde bouwperceel;

1.35

overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;

1.36

peil: a. Voor bouwwerken waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang;

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

7

b. In andere gevallen: het vloerpeil zoals vastgesteld door burgemeester en wethouders.

1.37

platte afdekking: een horizontaal vlak, ter afdekking van een gebouw, dat meer dan tweederde van het grondoppervlak van het gebouw beslaat;

1.38

prostitutie: het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.39

publiekgerichte dienstverlening: op het publiek gerichte dienstverlening met een baliefunctie, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, stomerijen, wasserettes, makelaarskantoren, bankfilialen en internet- en belwinkels;

1.40

reclamezuil: een paal of constructie waaraan reclame-uitingen worden bevestigd;

1.41

seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden;

1.42

stallingsruimte voor fietsen: een bergruimte om fietsen beschermd tegen weer en wind te kunnen opbergen, die vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar is via het aansluitende terrein;

1.43

supermarkt: detailhandel gericht op de dagelijkse artikelensector (levensmiddelen), niet zijnde kleinschalige speciaalzaken;

1.44

verkoopvloeroppervlakte (vvo): de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van detailhandel;

1.45

volumineuze detailhandel: vormen van detailhandel die een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen, waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto-, boten-, en caravanbedrijven mede worden begrepen;

1.46

voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

8

1.47

voorgevelrooilijn: de lijn die gelijk loopt aan de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, gelegen aan de straatkant, gezien worden als voorgevelrooilijn(en);

1.48

webwinkel: een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en zowel per post worden geleverd als ter plaatse afgehaald worden.

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

9

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, zonnepanelen, antennes, liftschachten, ondergeschikte technische installaties en leidingen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5

de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, exclusief van het betrokken gebouw deel uitmakende kelders en andere ondergrondse ruimten;

2.6

de lengte, breedte en diepte van een gebouw: tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren);

2.7

de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;

2.8

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; Bij overkappingen wordt de oppervlakte gemeten ter plaatse van de neerwaartse projectie van het dak.

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

10

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Detailhandel

Bestemmingsomschrijving De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' uitsluitend een supermarkt en shop-in-shop winkels zijn toegestaan; b. internetverkoop, afhaalpunten en publieksgerichte dienstverlening, met dien verstande dat deze functies uitsluitend op de begane grond zijn toegestaan en opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk niet is toegestaan; c. ondergeschikte kantoren- en opleidingsruimten op de eerste verdieping; d. tuinen, terreinen en erven; e. (gebouwde) parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: f. reclame-uitingen; g. nutsvoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, waaronder kunstwerken en kunstobjecten.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - luifel' mag worden overschreden door een luifel, waarbij de vrije hoogte onder de luifel niet meer dan 5 meter mag bedragen; b. de maximum bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)', met dien verstande dat de bouwhoogte in de voorgevel met 4 meter mag worden overschreden ten behoeve van een façade; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' mogen fietsenstallingen en stallingsruimten voor winkelwagens zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - publiekstoegangen' zijn publiekstoegangen uitsluitend toegestaan aan de op de verbeelding aangegeven zijde.

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

11

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt 1,0 meter; b. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) bedraagt 2,0 meter; c. het bouwen van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) hoger dan 1,0 meter is niet toegestaan; d. in afwijking van het bepaalde in lid c zijn erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn (grenzend aan openbaar toegankelijk gebied) toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 2,0 meter indien het een erfafscheiding betreft die vanaf een hoogte van 1,0 meter voor minimaal 50% transparant is en, indien gewenst, van beplanting wordt voorzien; e. de maximum bouwhoogte van kunstobjecten en speelvoorzieningen bedraagt 6,0 meter; f. reclame-uitingen mogen maximaal 0,6 meter uit de gevel van een gebouw worden gebouwd, met een maximum oppervlakte van 4,0 m²; g. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt 3,0 meter.

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

12

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument)

Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument)'' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beschermen en het behouden van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. b. Waar een basisbestemming samenvalt met deze dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.

4.2

Bouwregels Voor het bouwen gelden dat op deze gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of b. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 0,3 m reiken, of c. bebouwing met een maximum oppervlakte van 100 m².

4.3

Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in Artikel 4, lid 4.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien: a. bebouwing plaatsvindt ter plaatse van een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of het verrichten van archeologisch vervolgonderzoek.

4.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.4.1

Algemeen Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 1 (Omgeving beschermd archeologisch monument)' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

ontwerp gemeente Woudenberg - bestemmingsplan Kostverloren 1

13

a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen, op een grotere diepte dan 0,3 m, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke archeologische vindplaatsen worden uitgevoerd; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het verlagen of het verhogen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze voorwerpen in de grond drijven. 4.4.2

Voorwaarden De werken of werkzaamheden als bedoeld in Artikel 4, lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b. uit een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of verrichten van archeologisch vervolgonderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2567/documents/50409