CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

09b. Omgevingswetprogramma Recreatie & Toerisme 2022 – 2025.pdf

Raadscommissie 12 april 2022, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6a: Ingekomen stukken raadscommissie 08-03-2022 | NOTA BENE: de termijn voor het stellen van TV over deze IS is inmiddels verstreken28.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Essentiële schakels in het routenetwerk ontbreken Aantrekkelijke fiets- en wandelverbindingen zijn belangrijk. Ze dragen bij aan goede stad-landverbindingen, dragen bij aan het nabij zijn van recreatieve voorzieningen en kunnen bijdragen aan het terugdringen van de automobiliteit. Op diverse plekken ontbreken nu essentiële aantrekkelijke en veilige schakels in het wandel- en fietsroutenetwerk, vooral nabij de steden.

Het routesysteem is aan revisie toe De druk op de ruimte is groot Wij hebben naast recreatie en toerisme veel andere maatschappelijke opgaven te behartigen die een beroep op ruimte en middelen doen. Denk aan natuurontwikkeling, landbouw, energietransitie, cultuurhistorisch erfgoed, (binnenstedelijke) woningbouw, klimaatadaptatie en mobiliteit. De provincie is te klein om al deze ruimtevragers los van elkaar een plek te bieden.

Het is periodiek (te) druk in de recreatiegebieden In toenemende mate ervaren de recreant en toerist dat het druk wordt in onze provincie. Dit heeft te maken met het vrijetijdsgedrag (veel mensen recreëren op hetzelfde moment en met beperkte spreiding over het aanbod), maar ook met een feitelijk grotere drukte. Te veel drukte is negatief voor de vrijetijdsbeleving, de inwoners én voor de bos- en natuurgebieden en leidt bovendien tot meer kosten voor de terreineigenaar en meer handhavingsbehoefte.

Niet overal is duidelijk wie de eigenaar is, waar de samenwerking beter kan Veel partijen dragen bij aan de recreatieve en toeristische opgaven. Als niet duidelijk is wie eigenaar is van een opgave en er onvoldoende wordt samengewerkt, gaat dit ten koste van de kwaliteit en kwantiteit van de vrijetijdsvoorzieningen en van de positie van recreatie en toerisme bij de afweging van belangen in de leefomgeving. Duidelijkheid over wie eigenaar is van welke opgave moet er komen. Het helder en effectief belegd eigenaarschap vormt vervolgens de basis voor de samenwerking tussen partijen.

36 | WAAR STAAN WE NU

We hebben een uitgebreid stelsel aan wandel-, fiets- en vaarknooppunten. Deze moeten gemiddeld iedere 8 jaar gereviseerd worden. Dit is actueel voor het fietsknooppuntensysteem en voor het wandelknooppuntensysteem in het westen van de provincie.

Het gebruik van de auto naar recreatievoorzieningen is groot Nu gaat nog ongeveer 70% van de mensen met de auto naar recreatiegebieden. Dit leidt o.a. tot overlast, ook voor de recreanten zelf. Denk hierbij aan volle parkeerplaatsen en parkeren op plekken waar dat niet wenselijk is en (te) drukke wegen naar de recreatievoorziening toe.

Data en onderzoek zijn onvoldoende up to date en met elkaar verbonden Er wordt veel onderzoek gedaan naar vraag en aanbod in de vrijetijdssector. Daardoor zijn er ook veel data. Er liggen kansen om deze beter te verbinden en nog beter toegankelijk en toepasbaar te maken. Echt sturen op het keuzegedrag van recreant en toerist lukt alleen met realtime informatie, met op gedragsverandering gerichte apps en sites. Die ontbreken nu.

Delen van de toeristische sector hebben een forse klap gekregen door de coronamaatregelen Vooral in het zakelijk toerisme en in de horeca-, culturele en evenementensector zijn de klappen groot. Wat de gevolgen hiervan zijn, ook voor het recreatieaanbod voor de eigen inwoners is op dit moment moeilijk in te schatten.

0.

Hoe groot is het tekort aan recreatief groen? Het is niet eenvoudig om het huidige tekort en de toekomstige vraag aan recreatievoorzieningen in hectares te vertalen. Het gaat immers niet alleen om de kwantiteit, maar zeker ook om de kwaliteit van het aanbod, spreiding en om de bereikbaarheid. 5 ha goed ingericht terrein dat makkelijk is te bereiken kan waardevoller zijn dan 10 ha terrein dat moeilijk is te bereiken en waarvan de inrichting niet aansluit bij de vraag. Toch kan aan de hand van normen wel een indicatie worden gegeven van de behoefte. Algemeen gehanteerde normen zijn de volgende: ■

75 m2 groen per woning binnen 500 meter1

■

500 m2 recreatief groen per huishouden binnen 3 – 5 km.2

Als deze normen worden betrokken op de in de Omgevingsvisie genoemde groei van het aantal woningen (115.000 – 145.000 netto toevoeging tot 2040) valt de volgende behoefte te berekenen: ■

Binnen 500 meter: 850 – 1.100 ha extra groen

■

Binnen 3 – 5 km: 5.750 – 7.250 ha extra (recreatief) groen.

In de rapportage Groen Groeit Mee, Opgaven in beeld (11 juni 2021) is de opgave voor (recreatief) groen in het buitengebied tot 2040 geïnventariseerd. Voor de hele provincie worden de volgende recreatieve (mede)opgaven genoemd: ■

nieuw recreatiegebied 1.105 ha

■

recreatieve verbindingen met een groene en ecologische inrichting 2.200 ha (446 km)

■

recreatieve verbindingen 98 km

■

recreatieve dooradering landbouwgebieden 350 ha

■

22 buitenpoorten.

De investeringskosten voor deze opgaven worden geraamd op € 532.690.000 en de jaarlijkse beheerkosten op € 6.583.000. Ondanks dat het gaat om een indicatie, is duidelijk dat de opgave voor aanvullend recreatief groen groot én urgent is. 1 Stichting Recreatie, kennis en informatiecentrum, onderzoek naar rood en groen in balans, 2001 2 Richtwaarde uit de Nota Ruimte, Ministerie VROM 2006

0.

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 37

Noorderpark (bron: Provincie Utrecht)

4. THEMATISCHE UITWERKING

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 39

4.1 Vrijetijdsbesteding: leefbaar, duurzaam en inclusief Leefbaarheid, duurzaamheid en inclusie vormen samen de rode draad door het gehele vrijetijdsbeleid. We hebben een beleidsmodel voor ogen, dat zich niet richt op groei, maar op bloei. Hierbij gaan we uit van een vrijetijdseconomie die: ■ aandacht heeft voor duurzaamheid in de breedte (people-planet-profit), ■ voorziet in de behoeften van en gelijkwaardige kansen om deel te nemen voor iedereen, ■ de draagkracht van de provincie niet overschrijdt en ■ mogelijk bijdraagt aan herstel van leefbaarheid10 en biodiversiteit. ■ We gebruiken de ‘donutaanpak’ als inspiratie voor de uitvoering (zie bijlage 5).

4.2 Vrijetijdsbesteding: eigenaarschap en samenwerking 4.2.1 Meerjarendoel ■

de samenwerking tussen partners in de regio is sterker.

4.2.2 Maatschappelijk effect Voor een vitale vrijetijdssector zijn helder eigenaarschap en constructieve samenwerking essentieel. Dit vormt de basis voor een stevige positie van de sector en voor het voor de leefbaarheid in de provincie gewenste recreatief en toeristisch voorzieningenniveau. Wij werken samen met inwoners, kennisinstellingen, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medeoverheden. Zij moeten kunnen rekenen op een provincie die transparant, betrouwbaar en rolbewust is, een bestuursstijl hanteert die ruimte en vertrouwen geeft en die het verbinden van mensen en organi-

plafond GEZOND LEVEN ondergrens

sociaal

VOOR IEDEREEN

ecologisch

Figuur 6 Beleidsmodel provincie Utrecht o.b.v. donutaanpak (bron: Bureau Stedelijke Planning)

saties centraal stelt. Dit vraagt iets van ons handelen, de inrichting van onze organisatie en van onze verhouding tot andere bestuurslagen. Bij bovenlokale belangen, waarbij bestuurlijke grenzen worden overschreden, is een regierol voor de provincie veelal gewenst.

4.2.3 Ambitie: helder eigenaarschap en doelmatige samenwerking De overheid (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) is verantwoordelijk voor voldoende openbare recreatiemogelijkheden, voldoende en gevarieerd aanbod en voor een toeristisch aanbod dat de belangen van de regio ondersteunt. Goede samenwerking tussen de overheden, maatschappelijke organisaties, ondernemers en terreineigenaren zijn nodig om deze verantwoordelijkheid te kunnen waarmaken. De samenwerking begint bij een helder en effectief belegd eigenaarschap. We onderscheiden drie lagen in het eigenaarschap: het fysieke eigenaarschap: deze eigenaar heeft de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit, het

10 Onder leefbaarheid verstaan wij: aantrekkelijke leefomgeving, kwaliteit, groenvoorzieningen, veilig en gezonde leefomgeving, leefomgeving die als prettig wordt ervaren, en die uitnodigt tot gezond gedrag. Leefbaarheid heeft ook te maken met het onderhouden van kwaliteit. Aantrekkelijkheid zit op de combinatie van mooi en voorzieningen.

40 | THEMATISCHE UITWERKING

-

-

voortbestaan en de veiligheid van het bestaande, in eigendom zijnde gebied en vaak ook voor de financiering van beheer, conservering en ontwikkeling van dit gebied. het eigenaarschap van de ontwikkeling van nieuw aanbod en verbetering van bestaand aanbod: dit omvat de locatiekeuze, planologische verankering, programmering, financiering van investering en het beheer. Het gaat hier zowel om het realiseren van nieuw aanbod, het verbeteren van bestaand aanbod als om het hiervoor scheppen van randvoorwaarden. het eigenaarschap op strategisch niveau: hier ligt de verantwoordelijkheid voor de borging van de samenhang met andere grote (ruimtelijke) opgaven. Op dit niveau komen de opgaven van een integrale gebiedsontwikkeling samen voor de regio’s.

Hier ligt ook de verantwoordelijkheid voor de lobby naar het Rijk en Europa. Bij een sterke samenwerking past het delen en koppelen van informatie (door overheden, terreinbeherende organisaties en marketingorganisaties). In paragraaf 4.3 gaan we hier uitgebreider op in.

4.2.4 Inhoudelijk beleid WAAR STAAN WE NU ■

■

Veel partijen zijn betrokken bij recreatie en toerisme. De verdeling van het eigenaarschap is niet overal voldoende helder. De DMO’s zijn belangrijke samenwerkingspartners, ze zijn regionaal of lokaal georganiseerd en

Ideeën voor versterken het combineren van provinciale beleidsdoelen en van functies1 Idee toeristisch thema Beleefbare klimaatadaptatie: de provincie Utrecht is in de zomermaanden een regio met voldoende koele plekken. Er zijn immers koele bossen (zoals op de Utrechtse Heuvelrug), waterplassen om in te zwemmen en bovendien veel koele erfgoedplekken als kerken, kastelen en forten. Dit biedt kansen voor de beleving van Utrecht als koele regio. Er is (nog) geen regio die dit actief en samenhangend bundelt voor beleving en gebruik. In een meerjarig programma kunnen partners geactiveerd worden rondom het benutten van koelte om hittestress tegen te gaan. Een onderdeel hiervan kan zijn het doorontwikkelen van de Utrechtse Heuvelrug als bron van zuiver water. Idee Utrecht dé fietsregio van Europa: via ons Uitvoeringsprogramma Fiets 2019 - 2023 stimuleren we fietsen. Fietsen geeft je de mogelijkheid om onderweg meer (of intenser) te beleven (natuur, cultuur). Je ruikt en hoort de omgeving en hebt tijd om van de omgeving te genieten. Het zorgt voor ontspanning en maakt je fit. De provincie Utrecht is relatief klein en veel bestemmingen zijn met de fiets sneller te bereiken dan je denkt. Dat maakt het een aantrekkelijke provincie voor recreatief fietsen. Met het Routebureau Utrecht hebben we een betrouwbare partner die de fietsknooppunten beheert en ontwikkelt en routes ontwikkelt.

Het Landelijk Fietsplatform heeft Utrecht 4,5 sterren toebedeeld en Utrecht is straks als de Vuelta heeft plaatsgevonden de enige regio ter wereld die de drie wielerrondes heeft gehost. Hiervan zijn fraaie recreatieve routes een tastbare nalatenschap. We willen verkennen of de DMO’s vanuit een gezamenlijk –bij de communicatie vanuit het Uitvoeringsprogramma 1 Dit zijn ideeën die betrokken kunnen worden en op haalbaarheid beoordeeld bij de uitvoering van het beleid van de gezamenlijke beleidsterreinen

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 41

Fiets aansluitend– verhaal aan profiel, bekendheid en gebruik kunnen bouwen, vooral gericht op de inwoners van de provincie Utrecht. De inzet is om vanuit ‘waardevol toerisme’ waarde toe te voegen en partners te activeren, zodat utilitair en recreatief fietsgebruik samen kunnen komen. Vanuit de toeristisch-recreatieve sector zou hiertoe een verbindend verhaal moeten worden opgezet, dat de unieke historie van de regio Utrecht in relatie tot de fiets belicht (onder andere oudste fietspad Maliebaan), en de niet te missen fiets-hotspots en architectuur verbindt (grootste Fietsenstalling van de wereld, Daphne Schippersbrug, Fietsbrug Nigtevecht, fietshoreca, etc.). Idee PCL: wandelen in het zonnepark. De behoefte aan zonneparken is groot, zeker direct bij steden en dorpen. Zonneparken kunnen gepland worden aan de randen van woongebieden en kunnen dan ook een recreatieve en educatieve rol hebben door een wandelroute met informatie over energietransitie en klimaatadaptatie. Idee PCL: windbossen. Dit is een combinatie van windturbines en bosaanleg. Het bos kan in dit concept recreatief gebruikt worden. Er zijn al voorbeelden van bekend.

■

■

■

■

werken binnen projecten met elkaar samen. In de DMO’s zijn zowel overheden als de vrijetijdsondernemers vertegenwoordigd. De DMO’s vervullen een belangrijke rol bij het realiseren van spreiding en het aantrekken van de beoogde toeristische doelgroepen. Ook de eigen inwoners zijn een belangrijke doelgroep voor de DMO’s. We hebben goede ervaringen met de samenwerkingen met o.a. het Routebureau, Visit Utrecht Region en de DMO’s in de provincie. Tegelijkertijd zijn deze samenwerkingen nog niet altijd structureel, provinciebreed, beleids- en grensoverschrijdend. Het programma Groen Groeit Mee biedt goede kansen voor de stevige samenwerking die we met elkaar voor ogen hebben om (recreatief) groen en verstedelijking in gelijke tred te ontwikkelen. De discussie over de toekomst van de recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland wordt nu door de deelnemende partijen gevoerd. Niet alle partijen (gemeenten en terreinbeherende organisaties) participeren in een recreatieve samenwerking. Naast de recreatieschappen zijn er andere organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de meer intensief gebruikte recreatieterreinen, zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Voor de gemeenten Bunschoten en Eemnes (en 14 andere randmeergemeenten bui-

42 | THEMATISCHE UITWERKING

■

■

■

ten de provincie Utrecht) is Gastvrije Randmeren actief voor ontwikkeling, beheer en onderhoud van het Eemmeer. Met de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is een convenant afgesloten voor onderhoud en beheer van en toezicht op de routes en paden voor het gebied van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Vele particulieren (landgoedeigenaren, agrariërs) en TBO’s dragen bij aan de recreatieve kwaliteit van natuur en landschap. In IPO-verband werken we samen aan de Actieagenda Vakantieparken en de herijkte Actieagenda Perspectief 2030. Op projectbasis stemmen wij af met buurprovincies.

ONS BELEID VOOR 2022 – 2025

Eigenaarschap en samenwerking Wij sturen op een provinciebrede en soms provinciegrens overschrijdende samenwerking met alle betrokkenen (overheid, ondernemers, terreineigenaren, DMO’s etc.) binnen de vrijetijdssector. Hiervoor is het nodig dat per opgave duidelijk is wie de eigenaar is, welke partners eraan meewerken en wat van elkaar wordt verwacht. Dit gaan wij in beeld brengen. Uitgangspunt hierbij is bestaande samenwerkingsverbanden die goed functioneren voort te zetten. We borduren voort op wat er de afgelopen jaren is opge-

bouwd en zetten in op een samenwerking waar alle belangen vertegenwoordigd zijn, ook die van de ondernemers en gebruikers. Wij nemen ons eigenaarschap serieus en geven hieraan invulling en stimuleren dat andere partijen dat bij hun eigenaarschap ook doen. De ontwikkeling van recreatief groen krijgt vorm via het programma Groen Groeit Mee. Om de samenwerking tussen de diverse partijen te verstevigen faciliteren we jaarlijks een netwerkbijeenkomst. We versterken de samenwerking met partijen die inclusiviteit bevorderen. We zetten in op het verbeteren van de interne samenwerking tussen verschillende beleidsterreinen op gebiedsniveau.

Destinatie Marketing Organisaties Gezien het belang van de DMO’s voor het realiseren van ons vrijetijdsbeleid blijven wij deze ondersteunen. Samen met de DMO’s werken wij het opgestelde concept van de samenwerking verder uit.

Recreatieschappen en Recreatie Midden Nederland Voor de toekomstige samenwerking recreatieschappen hebben we onder meer de volgende uitgangspunten: ■ de invulling van de recreatieopgave vindt plaats in samenwerking met alle Utrechtse gemeenten en zoveel mogelijk partners, zoals terreinbeherende organisaties en particuliere grondeigenaren. De gekozen samenwerkingsvorm faciliteert deze samenwerking optimaal en is zo licht als mogelijk en flexibel; ■ de samenwerking in recreatieschappen ziet op beheer en onderhoud en de daarmee verbonden vergunningverlening, toezicht en handhaving van terreinen en paden met een regionale functie; ■ terreinen en paden moeten voor iedereen beschikbaar, dichtbij, eigentijds en (vrij) toegankelijk voor alle inwoners zijn in al hun verschillen. Kwaliteit en veiligheid van terreinen en paden en natuur zijn daarbij waarden waartussen plaatselijk een balans gevonden moet worden; ■ wij zijn bereid een centrumpositie in te nemen in de samenwerking en hier als gelijkwaardig partner in op te treden.

De provincie pakt, op verzoek van de andere deelnemers en ondersteunt door een amendement van de Staten, een coördinerende en faciliterende rol bij de discussie over de toekomst van de recreatieschappen. Hierbij kijken we expliciet naar het schaalniveau van de hele provincie. Er zijn gemeenschappelijke uitgangspunten geformuleerd waaraan verder vorm wordt gegeven. Voor het voortbestaan van de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden Nederland, die nu de taken voor de schappen uitvoert, is geen draagvlak meer. De uitvoering zal elders worden ondergebracht. Voor recreatieschap Stichtse Groenlanden is het voorstel gedaan een centrumpositie voor dit schap bij de provincie te leggen. Vanuit dit perspectief kijken we of de samenwerking verbreed en uitgebreid kan worden en voor de hele provincie kan worden toegepast. Op basis van gemeenschappelijke besluiten wordt de organisatie van de recreatieschappen aangepast.

Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug Wij zetten in op gebiedsgerichte samenwerking, zoals voor de Utrechtse Heuvelrug via de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Deze stichting is een voorbeeld van samenwerking tussen verschillende partijen die gebiedsbrede impact kan hebben. De status van Nationaal Park voor de hele Utrechtse Heuvelrug is primair gericht op (het behoud van) natuur en kan er daarnaast aan bijdragen de recreatieve gebruiksmogelijkheden van dit gebied te behouden en de potentie te benutten, met oog voor andere belangen zoals natuur, landschap en erfgoed en in samenwerking met (vrijtijds)ondernemers, landgoedeigenaren en beheerders.

4.2.5 Uitvoering WAT IS ONZE ROL

Stimuleren en Realiseren ■

Partijen11 zien als het gaat om eigenaarschap en samenwerking een belangrijke rol voor de provincie, als regisseur of als makelaar die overstijgend kan verbinden. Niet alleen om de invloed, kennis/ capaciteit en middelen die de provincie ter beschikking heeft, maar ook omdat de opgaven bovenlokaal/grensoverschrijdend kunnen zijn. Wij pakken

11 Resultaat van de werkplaatsen eigenaarschap en samenwerking uit het cocreatie traject

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 43

■

dit onder meer op door het initiëren en coördineren van de samenwerking binnen programma Groen Groeit Mee. Stimuleren en faciliteren van partijen om de gebiedsgerichte en toeristische samenwerking te versterken, onder meer door helder opdrachtgeverschap, het bij elkaar brengen van partijen (waaronder de DMO’s) en data beschikbaar te stellen.

Participeren ■

Participeren in samenwerkingsverbanden die bijdragen aan betere recreatievoorzieningen zoals programma Groen Groeit Mee en Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen, Groene Hart en de gemeenschappelijke regeling recreatieschappen Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht.

ACTIES

AMBITIES

BELEID

ACTIES

Helder eigenaarschap en doelmatige samenwerking

Sturen op provinciebrede samenwerking met alle betrokkenen binnen de vrijetijdssector.

Voortouw nemen bij het in beeld brengen van het eigenaarschap en samenwerking. Gezamenlijk helder maken wie waar eigenaarschap heeft en van daaruit samenwerkingsafspraken maken. Vervolgens bekijken of overlegstructuren kunnen worden versterkt.

Wij nemen ons eigenaarschap serieus

Invulling geven aan goed opdrachtgeverschap door periodiek concrete afspraken vast te leggen met organisaties waarmee wordt samengewerkt en die in opdracht van de provincie werkzaamheden uitvoeren (recreatieschappen, DMO’s.)

De ontwikkeling van recreatief groen krijgt vorm via Groen Groeit Mee.

Vanuit een regierol samen met de partners inhoud geven aan de doelen van het programma Groen Groeit Mee

Samenwerking tussen de diverse partijen verstevigen

Een jaarlijkse netwerkbijeenkomst recreatie en toerisme faciliteren.

DMO’s ondersteunen

De toeristische samenwerking versterken en het opgestelde concept samenwerking DMO’s verder uitwerken.

Coördinerende en faciliterende rol bij toekomst recreatieschappen.

Samen met onze partners de toekomst van de recreatieschappen verder vormgeven.

44 | THEMATISCHE UITWERKING

4.3 Vrijetijdsbesteding: onderzoek en data 4.3.1 Meerjarendoelen ■

Het bestemmingsmanagement is efficiënter en effectiever

4.3.2 Maatschappelijk effect Het gebruik van onderzoeksgegevens en data (w.o. ‘realtime’ data) wordt steeds belangrijker binnen het recreatieen toerismebeleid. Het draagt bij aan: ■ Betere spreiding van recreanten en toeristen ■ Het voorkomen van te veel drukte op een locatie ■ Een recreatief aanbod dat beter aansluit bij de vraag ■ Inzicht in toegankelijkheid van voorzieningen ■ Het ondersteunen van ondernemers bij het doen van de investeringen ■ Het agenderen en positioneren van recreatie en toerisme ■ Het beoordelen van de effecten van beleid van overheden.

4.3.3 Ambitie: onderzoek en data actueel en toegankelijk Wij gaan voor het compleet, actueel en eenvoudig toegankelijk zijn van de relevante onderzoeksdata. We vinden het belangrijk dat de professionals (ondernemers, ontwerpers, beleidsmakers, publieksorganisaties e.d.) op provinciaal niveau integraal en eenduidig overzicht en inzicht hebben in de recreatieve infrastructuur. Dat helpt hen om goede analyses en beleidskeuzes te maken en kan dienen als aanvulling of tegenhanger van inzichten in andere beleidsvelden. Hoe gaan we gedragsverandering inzetten om een betere spreiding te krijgen? Hoe kun je mensen verleiden naar een ander gebied te gaan? Hoe maak je recreatiemogelijkheden beter bekend aan inwoners en bezoekers? Mensen missen deze informatie vaak, grote groepen worden niet bereikt. Mensen blijven doen wat ze altijd doen. Het is onze ambitie dat deze informatie makkelijk bereik wordt.

Bijvoorbeeld via een portal en app met een interactieve kaart met ook realtime informatie, die aansluit bij de wensen van de gebruiker en die de gebruiker aangeeft waar ze naar toe kunnen, welke evenementen er zijn, waar voorzieningen zijn (horeca, toiletten, watertappunten, gebiedsinfo, locaties voor fietsverhuur) en ze bij drukte verleidt naar alternatieven te gaan. Het moet niet alleen een instrument worden voor consumenten om te beslissen op dat moment, maar juist ook een manier waarop je gezamenlijk (gemeente overstijgend) kan sturen op een gewenste verdeling van gebruikers van de ruimte. Uitgangspunt voor ons is dat de effectiviteit van het toe te passen instrument voldoende bewezen of aannemelijk is en uiteraard is de privacywetgeving leidend. Onderzoek en monitoring is voor kleine gemeenten lastig en daarom is het beter om dit gezamenlijk op te pakken. Hierin kunnen we meerwaarde hebben.

4.3.4 Inhoudelijk beleid WAAR STAAN WE NU (zie ook bijlage 6) ■

■ ■ ■

Zowel bij ons als bij de gemeenten bestaat behoefte aan onderzoek en data. Wij laten daarom regelmatig onderzoek doen (zoals bezoekersonderzoek, leefstijlvinder). De informatie is deels te versnipperd. We hebben nauw contact met partners over de behoefte aan aanvullend onderzoek. Ubase12 stelt data gebundeld en breed beschikbaar. Verbetering en doorontwikkeling is nodig. De Druktemonitor is een eerste stap naar realtime informatie. Een aantrekkelijke startpagina voor de Utrechtse recreant en toerist wordt gemist.

ONS BELEID VOOR 2022 – 2025 (zie ook bijlage 6) Wij blijven onderzoeken (laten) uitvoeren die nodig zijn om verantwoord te kunnen sturen op kwaliteit en kwantiteit van het recreatief aanbod in de provincie. We stimuleren het toegankelijk maken van de vele data m.b.t. recreatie en toerisme voor inwoners, toeristen én professionals. Ook

12 Voor toelichting op Ubase zie bijlage 6

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 45

Voorbeelden van onderzoek: leefstijlvinder en bezoekersonderzoek recreatiegebieden De Leefstijlvinder geeft inzicht in de behoefte van de recreant. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat in de regio Utrecht veel ‘plezierzoekers’ en ‘avontuurzoekers’ wonen, maar dat er voor deze groepen relatief weinig voorzieningen zijn. Sinds 2011 laten we periodiek bezoekersonderzoek doen in ruim 30 belangrijke recreatiegebieden in de provincie, die jaarlijks worden bezocht door ruim 3,6 miljoen unieke bezoekers. De onderzoeken geven per gebied inzicht in het aantal bezoekers, wat ze er doen, hoeveel ze besteden, waarom ze voor het gebied kiezen, hoe ze er komen, tot welke leefstijl ze behoren, hoe ze het gebied en de diverse voorzieningen waarderen en welke suggesties en verbeterpunten ze hebben voor het gebied. Het gemiddelde cijfer dat de gebieden krijgen is 7,8. Dit komt overeen met het Nederlandse gemiddelde.

nemen we het voortouw bij het opstellen van een digitale datastrategie. Samen met onze partners kijken we vervolgens hoe we inhoud gaan geven aan het uitvoeren van de strategie. Uitgangspunt voor ons is dat de effectiviteit van het toe te passen instrument voldoende is bewezen of aannemelijk is.

4.3.5 Uitvoering WAT IS ONZE ROL

Stimuleren, participeren en realiseren ■ ■

Down Under (foto RMN)

46 | THEMATISCHE UITWERKING

Initiëren, opdrachtgeverschap van onderzoeken en kansenkaart. Faciliteren, borgen en onderhouden van provinciebrede informatiebronnen.

ACTIES

AMBITIES

BELEID

ACTIES

Compleet, actueel en eenvoudig toegankelijk zijn van de relevante onderzoeksdata.

Onderzoek (laten) uitvoeren dat nodig is om verantwoord te kunnen sturen op kwaliteit en kwantiteit van het recreatief aanbod in de provincie.

Uitvoeren en coördineren van onderzoeken (o.a. naar trends, ontwikkelingen en behoefte) en de monitoring door het koppelen van data.

Opstellen van een digitale datastrategie. Samen met onze partners kijken hoe we inhoud gaan geven aan het uitvoeren van de strategie.

Stimuleren van het ontwikkelen van een digitale datastrategie.

Toegankelijk maken van data voor inwoners, toeristen én professionals.

Bovenlokale kansenkaart ontwikkelen: deze geeft in een oogopslag inzicht in waar er kansen op het gebied van recreatief aanboden gebiedsontwikkeling zijn (in samenhang met het programma Groen Groeit Mee). De informatie wordt ontsloten via één kennisloket.

Gedragsverandering voor betere spreiding

Ubase doorontwikkelen (één loket). Utrecht Barometer doorontwikkelen tot de Regionale Toeristische Barometer. Stimuleren van het onderzoek naar haalbaarheid en effectiviteit van een portal en app die de bezoeker verleidt om bij drukte alternatieven te kiezen voor hun bezoek met een interactieve kaart en realtime informatie. Druktemonitor doorontwikkelen (op basis van uitkomsten evaluatie).

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 47

4.4 Recreatief groen 4.4.1 Meerjarendoelen ■ ■

recreatief groen is beter toegankelijk en bereikbaar recreatievoorzieningen zijn kwalitatief sterker en worden beter gebruikt

Het bestaande en het nieuwe recreatief groen wordt klimaatbestendig. Dit betekent bijvoorbeeld voldoende zwemwater, schaduwrijke plekken en watertappunten. Er is ruimte in de stad voor groen dat uitnodigt tot bewegen.

4.4.4 Inhoudelijk beleid WAAR STAAN WE NU

4.4.2 Maatschappelijk effect

■

De recreatiebehoefte neemt de komende jaren toe, evenals het toerisme. Om die reden vinden wij gebiedsontwikkeling ten behoeve van bovenlokale recreatie en bereikbaarheid daarvan – vooral fietsend of lopend – van belang en stimuleren wij ontwikkelingen die hieraan bijdragen. Hierbij moeten vraag en aanbod op elkaar worden afgestemd. Ook de schaalsprong in verstedelijking en de klimaatverandering hebben invloed op de recreatiebehoefte. Zo is er in de buurt van woningen behoefte aan ruimte voor bewegen, ontspannen en ontmoeten. Dit draagt bij aan een goed woon- en vestigingsklimaat.

■

4.4.3 Ambitie: Recreatieterreinen optimaliseren en duurzamer maken ■

■

■

Onze ambitie is het bestaande recreatieve groen te behouden en te versterken en recreatief groen evenwichtig te laten meegroeien met de verstedelijking. Het gaat hierbij om zowel recreatieterreinen als om verbindingen tussen de woon- en de recreatiegebieden. De bovenlokale recreatieterreinen moeten nabij, bekend, bereikbaar, veilig, klimaatbestendig (schaduw, water, droogtebestendig ingericht) en voor iedereen fysiek toegankelijk zijn, aansluiten bij de vraag en de routes er naartoe vindbaar, aantrekkelijk en veilig. We willen dat het aanbod aan recreatief groen voldoende afwisselend en afgestemd is op de behoefte van de verschillende doelgroepen (leefstijlen). Dit betekent bijvoorbeeld dat er aanbod is voor zowel stilte en rust als reuring, en aanbod variërend van struinnatuur tot ingerichte terreinen met allerhande toegevoegde voorzieningen.

48 | THEMATISCHE UITWERKING

■

■

■

■

Het huidige aanbod aan recreatief groen schiet tekort, zowel kwalitatief als kwantitatief. De verdere verstedelijking vergroot dit tekort. Er is inzicht in verbetermogelijkheden voor de korte termijn (adviezen per deelzone in Utrecht Buiten en Amersfoort Buiten, rapport Groen Groeit Mee – opgaven in beeld). Ons omgevingsbeleid beschermt de bestaande recreatieve voorzieningen en biedt ruimte voor nieuwe ontwikkelingen: grootschalige recreatieve voorzieningen in de recreatiezones en bij de aanduidingen bovenlokaal dagrecreatieterrein en kleinschalige overal (zie ook bijlage 7). Onze ambitie recreatief groen evenwichtig te laten meegroeien met de verstedelijking is vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Het programma Groen Groeit Mee biedt een goede basis om samen met de regiopartners te werken aan het kwalitatief en kwantitatief versterken van het recreatief groen. Door de steeds hetere zomers groeit de behoefte aan koelte en zwemwater dicht bij huis. De toenemende vraag wordt verder verstrekt door de groei van het aantal inwoners. Groenblauwe corridors die stad en land verbinden zijn hierom van belang. De linies (Nieuwe Hollandse Waterlinie, Grebbelinie) en rivieren zoals Eem, Kromme Rijn, Linge, Vecht en Hollandse IJssel zorgen hiervoor.

Maar ze zijn niet overal toereikend om in deze behoefte te voorzien: je kunt er niet zwemmen en de directe omgeving is niet altijd recreatief ingericht. De relatie recreatie en openbaar vervoer kan sterker.

OM GEVI N GSVI SI E PROVI N CI E UTRECH T Besl u i t Provi n ci al e Staten , 1 0 m aart 2 02 1

Abcoude Eemnes

0

Bunschoten-Spakenburg

5 km

D OM E I N LE E FOM G E VI N G , TE AM G I S ON D E R G R ON D : 2 02 1 , KAD ASTE R

Uithoorn

Vinkeveen Kaart 6 - Recreati e en toeri sm e Th em a Stad en l an d gezon d

Baarn

Mijdrecht

b oven l okaal d agrecreati eterrei n

Wilnis

Soest

Breukelen

Hoogland

recreati ezon e recreati etoervaar tn et recreati ewon i n gen

Amersfoort Maarssen

Leusden

Bilthoven Soesterberg

De Bilt

Woerden

Harmelen

Vleuten

Zeist

Utrecht

De Meern

Woudenberg Bunnik Odijk

Montfoort

Nieuwegein Oudewater

IJsselstein

DriebergenRijsenburg

Houten

Doorn

Veenendaal Leersum Amerongen

Vianen Wijk bij Duurstede

Lopik

Rhenen

Leerdam

Kaart 3 Basiskaart Recreatie en toerisme volgens Omgevingsvisie Provincie Utrecht (bron: provincie Utrecht)

ONS BELEID VOOR 2022 – 2025

Meer recreatief groen Om het tekort aan recreatief groen in te lopen en niet nog verder te laten oplopen, richt ons beleid zich zowel op het beter benutten van het bestaande aanbod als op het realiseren van nieuw aanbod én is ons uitgangspunt dat groen gelijke tred houdt met de verstedelijking. Hierbij richten wij ons allereerst op het behouden van bestaande (bovenlokale) dagrecreatieterreinen en het stimuleren van een optimale benutting daarvan. We kijken ook naar mogelijkheden voor extra opvang in gebieden die nu nog een beperkte opvangcapaciteit hebben. Maar uitbreiding van het aanbod is zeker ook nodig om aan de groeiende behoefte te kunnen voldoen. Nieuwe gebieden en extra voorzieningen zullen naast de verstedelijking een

plek moeten krijgen. Het voorzien in voldoende recreatief groen is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van overheden. Dit programmeren wij in het programma Groen Groeit Mee. Bij de keuze van nieuwe locaties is nabijheid van belang. Ons streven is dat alle inwoners binnen 15 minuten wandelend, fietsend of met het openbaar vervoer bij een groen recreatiegebied kunnen zijn. Aantrekkelijk en veilig zijn is hierbij ook belangrijk. Zeker op korte afstand van meer omvangrijke toekomstige verdichtings- en verstedelijkingslocaties ligt hier een opgave. Bijvoorbeeld ten oosten en zuidoosten van stad Utrecht, zodat het huidige succes van het RodS13spreidingsbeleid gecontinueerd kan worden. Bij recreatief groen gaat het niet alleen om recreatieterreinen maar ook om wandel- en fietsverbindingen, zoals nieuwe paden en

13 RodS: Recreatie om de Stad Utrecht

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 49

Oplossingen voor meer groen in verdichte steden ■

In planvorming bestaand groen behouden (voordeel: vanaf start ontwikkeling al goede uitstraling voor locatie),

■

Het beperkte groen op de juiste plek situeren (tegen hittestress op straat),

■

Ongebruikte oppervlakten (gevels en daken) vergroenen (koeling en waterberging)

■

Met deze aanpak de groenbeleving van de locatie vergroten (gerelateerd aan gezondheid en waardering van de leefomgeving).

■

Zet instrumenten en processen in om effectief groen ook echt te realiseren: - het belang van groennormen - een stevige en gedetailleerde stadsgroenplanning - Het betrekken van lokale actoren als manieren om te komen tot een betere plek van groen in de stedelijke ontwikkeling.

(bron: Haaland & Konijnedijk 2015)

tunnels en bruggen die de afstand naar recreatieterreinen verkorten, aantrekkelijker of veiliger maken. Het aantrekkelijker maken van fiets- en wandelroutes, bijvoorbeeld door het landschap beter aan te kleden met kleine landschapselementen, vergroot het gebruik. Dit is vaak goedkoper en makkelijker te realiseren dan de aanleg van een nieuw recreatieterrein. Verbindingen langs water worden ervaren als langgerekte parken14. Zeker bij de aanleg van nieuwe infrastructuur en bij aanpassingen van bestaande moet worden gekeken naar mogelijkheden om de barrièrewerking te verminderen en stad en land voor het langzaam verkeer aantrekkelijk en veilig met elkaar te verbinden. Ook is het aanleggen van corridors interessant: groene verbindingen die stedelijke parken letterlijk verbinden met de natuur buiten de stad. Zowel nieuwe als bestaande recreatieterreinen als verbindingen daar naartoe moeten bekend en vindbaar zijn. Voor het kunnen realiseren van deze beleidsdoelen is het programma Groen Groeit Mee van belang. Daarin moeten deze opgaven landen. Omdat we de ontwikkeling van recreatief groen samen met onze partners in dat programma oppakken, kunnen we nog niet aangeven waar er ontwikkelingen van recreatief groen gaan plaatsvinden en voor welke daarvan de provincie primair verantwoordelijk is. Dat krijgt invulling in samenspraak met de programmapartners.

Naast recreatief groen nabij de woongebieden is ook voldoende ruimte voor groen in de kernen zelf nodig. Dit stimuleren we. De provinciale programma’s Groen doet goed en Groen aan de buurt dragen bij aan een groenere beleving van de leefomgeving. In en nabij steden zijn ook wat meer rustige gebieden nodig: rustig in de zin van weinig (en weinig verschillende) activiteiten in een gebied en een lagere geluidbelasting (stilte).

Bescherming recreatief groen De provinciale (Interim)Omgevingsverordening bevat regels om de recreatiezones en de bestaande (bovenlokale) recreatiefuncties te behouden. De vraag naar ruimte in de provincie is groot, zeker in de recreatiezones, waar ook andere functies beslag op de grond kunnen leggen. Wij willen voorkomen dat ons beleid om (recreatief) groen mee te laten groeien met de ontwikkeling van verstedelijking spaak loopt doordat de voor recreatief groen noodzakelijke ruimte in de recreatiezones al is benut door andere functies waarmee recreatie niet te combineren valt. We vragen de gemeenten om in hun omgevingsbeleid de bestaande recreatievoorzieningen te beschermen en in de recreatiezones ruimte te bieden voor ontwikkeling van nieuwe bovenlokale recreatievoorzieningen. Kleinschalige recreatievoorzienin-

14 Advies Utrecht Buiten: ga met de stroom mee: maak blauwgroene aders door stad en landschap

50 | THEMATISCHE UITWERKING

Kaart 4 officiële zwemwaterlocaties in oppervlaktewater (bron: provincie Utrecht)

gen zijn in beginsel overal mogelijk. Als we samen met de Groen Groeit Mee-partners, na afweging van alle belangen, kiezen voor een locatie voor een bovenlokaal dagrecreatieterrein buiten de recreatiezones, verzoeken wij PS in de Omgevingsverordening de recreatiezone te verleggen of voor de nieuwe locatie de aanduiding (bovenlokale) dagrecreatieterreinen op te nemen.

slechts ten dele dekken. Kansrijke financieringsstrategieën zijn te vinden bij Europese fondsen, door groene opgaven in te brengen in Rijkstrajecten (bijvoorbeeld via UNed), door groene opgaven integraal onderdeel te maken van gebiedsontwikkelingen en door inzet van private middelen. Bij de financiering van nieuwe voorzieningen moet ook de dekking van beheer en onderhoud worden betrokken.

Financiering voor recreatief groen

Kwaliteit van het aanbod

Hoewel het maatschappelijk belang van recreatief groen breed wordt onderschreven, blijft het vinden van financiële middelen hiervoor een grote opgave. Ideeën over de financiering van groene opgaven zijn er volop, maar vele financieringsvormen blijken bij nadere bestudering niet realistisch te zijn. Voor het programma Groen Groeit Mee is onderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in de mogelijke financieringsvormen, bronnen en uitvoeringsinstrumentarium om de groene ambities van dat programma te realiseren. Daaruit blijkt dat bestaande financieringsvormen de groenopgave

Fietsen, wandelen, zonnen of zwemmen moet voor iedere inwoners mogelijk zijn. Een belangrijk deel van de recreatieterreinen moet daarom gratis of tegen weinig kosten toegankelijk zijn. Voor aanvullende voorzieningen is een extra bijdrage aan de kosten voor het in stand houden van deze voorzieningen toelaatbaar. De kwaliteit van de recreatieterreinen moet aansluiten bij de vraag van onze inwoners. Dit betekent onder andere dat er voldoende afwisseling moet zijn in het aanbod zodat er voor elk wat wils is: gebieden met reuring zoals Down Under, met

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 51

stilte en rust, een korte wandeling en wild gebied om te struinen. Bij de gebiedsontwikkeling voor recreatief groen betrekken we ook de toekomstige gebruikers en ondernemers. De aanbevelingen uit het rapport Utrecht Buiten, het Ontwikkelbeeld en het rapport over de ruimtelijke opgave van de U16 voor Groen en Landschap, het onderzoek naar Amersfoort Buiten (in uitvoering) en de resultaten van de bezoekersonderzoeken en leefstijlvinder geven richting aan de wijze waarop de gebieden kunnen worden ingericht om te voldoen aan de aanwezige vraag (in bijlage 7 wordt verder ingegaan op de rapporten Utrecht en Amersfoort Buiten). Met de Groen Groeit Mee-partners bekijken we of voor de overige delen van de provincie een ‘Buiten’-onderzoek nodig is. De recreatieterreinen moeten in overeenstemming met het VN-verdrag Handicap voor iedereen fysiek toegankelijk zijn. Dit betekent ook dat er voldoende parkeervoorzieningen voor mensen met een beperking moeten zijn. Onze focus op bereikbaarheid voor langzaam verkeer laat onverlet dat er ook ruimte moet zijn voor auto’s, zoals voldoende parkeergelegenheid bij bovenlokale recreatieve voorzieningen. Ons beleid richt zich ook op het klimaatbestendig zijn van het aanbod. Dit gaat over de inrichting van de recreatieterreinen (schaduw, watertappunten), maar zeker ook over voldoende zwemwater.

We zetten ons in voor het behouden en zo mogelijk uitbreiden van het aantal officiële zwemwaterlocaties in oppervlaktewater tegen maatschappelijk verantwoorde kosten. Wij stimuleren de duurzaamheid en aantrekkelijkheid van recreatievoorzieningen. Vaak kan met een geringe investering al een flinke verbetering bereikt worden. Denk aan de aanleg van een voetbruggetje of een toiletvoorziening. Wij onderzoeken of voor dergelijke kleinschalige leefbaarheidsinitiatieven de huidige subsidieregeling toereikend is of dat we deze moeten aanpassen. Verder onderzoeken we op welke wijze de toenemende overlast die recreanten van elkaar ondervinden kan worden verminderd, bijvoorbeeld door effectieve inzet op gedragsverandering. Wij gaan hierover met de gebruikers en beheerders in gesprek zodat leefbaarheid ook geagendeerd wordt. Daarbij is het relevant te onderzoeken welke overlast er precies bestaat en dat wordt gezocht naar gerichte oplossingen.

15 Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer

52 | THEMATISCHE UITWERKING

Het accent voor de recreatieve opgave ligt op groene recreatie, daarom is er een samenhang met de opgave voor natuur. Dit in de vorm van beleefbare natuur dicht bij huis, waar ook een plek is voor recreatieve voorzieningen, zoals routes en paden, horeca, parkeerplaatsen en fietsenrekken. Ons beleid richt zich verder op het versterken van de relatie vrijetijdsbesteding - openbaar vervoer inclusief het bekend zijn van de mogelijkheden van OV-gebruik voor vervoer naar recreatiegebieden. Denk aan het ontwikkelen van openbaar flexvervoer naar toeristisch-recreatieve voorzieningen en toeristische overstappunten (TOP’s), het bij haltes aangeven wat er te doen valt e.d.. Wij hebben in het verleden in het zomerseizoen busverbindingen gehad naar enkele bovenlokale dagrecreatieterreinen zoals het Henschotermeer. Deze bleken ondanks de bekendheid die we eraan hebben gegeven toch te weinig reizigers te trekken. Op het eiland van Schalkwijk experimenteren we op dit moment met een vorm van flexvervoer met behulp van een app waardoor het mogelijk is weinig gebruikte haltes in het buitengebied toe te voegen. We bekijken of we deze vorm van openbaar vervoersgebruik verder kunnen ontwikkelen voor de komende aanbesteding van de OV-concessies. Daarbij betrekken we ook het opnemen van bovenlokale recreatievoorzieningen.

Duurzaam beheer en onderhoud Uitgangspunt voor ons is dat er geen nieuwe voorzieningen komen als het beheer en onderhoud niet gelijktijdig is geregeld. Wij dragen bij aan de kosten voor beheer en onderhoud van de RodS-gebieden en terreinen in eigendom van de recreatieschappen. Ook dragen wij via de SNL15 bij aan het (natuur) beheer en toezicht en handhaving in het buitengebied van de provincie. Het meeste werk voor ‘groene toezicht en handhaving’ ligt op de Utrechtse Heuvelrug. Wij bevorderen duurzaam beheer en onderhoud. Hier liggen ook kansen voor het inzetten van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt. We vragen onze partners de Code Diversiteit en Inclusiviteit te onderschrijven, en gaan het gesprek met ze aan hoe ze daar vorm aan (kunnen) geven. Wij gaan met onze partners bekijken of RMN en de opvolger daarvan enkel circulair kan gaan inkopen. Door ecologisch beheer van de recreatieterreinen willen wij bijdragen

aan de biodiversiteit. Dit ecologisch beheer mag echter niet ten koste gaan van de recreatieve gebruiksmogelijkheden.

Participeren ■

4.4.5 Uitvoering

Samen met partners zorgdragen voor ontwikkeling en beheer van bovenlokale recreatieterreinen.

Reguleren WAT IS ONZE ROL

■

Stimuleren en Realiseren ■

■

Via de Omgevingsverordening bovenlokale recreatievoorzieningen beschermen en ruimte bieden voor verdere ontwikkeling van voorzieningen.

Vanuit een regierol zorgen voor een samenhangend en evenwichtig geheel aan recreatievoorzieningen dat aansluit bij de behoefte en voldoende diversiteit kent. In het creëren van passend aanbod zijn we één van de spelers in het veld, naast marktpartijen, gemeenten etc.. Nieuwe initiatieven aanjagen.

ACTIES

AMBITIES

BELEID

ACTIES

Bestaande recreatieve groen behouden en versterken en recreatief groen evenredig laten meegroeien met de verstedelijking

Beter benutten van het bestaande aanbod, realiseren van nieuw aanbod en groen houdt gelijke tred met de verstedelijking

Via het programma Groen Groeit Mee stimuleren wij dat de groei van (recreatief) groen gelijke tred houdt met de verstedelijkingsopgave. Wij richten ons hierbij op zowel terreinen als verbindingen. Zo nodig een ‘Buiten’-onderzoek voor de nog niet onderzochte delen van de provincie uitvoeren (in samenspraak met partners van programma Groen Groeit Mee).

Omgevingsverordening bevat regels om recreatiezones en bestaande (bovenlokale) recreatiefuncties te behouden.

We bekijken of onze huidige regels in de Omgevingsverordening voor de recreatiezones toereikend zijn om hier voldoende ruimte te reserveren om recreatief groen mee te laten ontwikkelen. We vragen de gemeenten om in hun omgevingsbeleid de bestaande recreatievoorzieningen te beschermen en in de recreatiezones ruimte te bieden voor ontwikkeling van nieuwe bovenlokale recreatievoorzieningen.

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 53

AMBITIES

BELEID

ACTIES

Recreatieterreinen nabij, bekend, bereikbaar, veilig, klimaatbestendig en voor iedereen fysiek toegankelijk. Ons streven is dat alle inwoners binnen 15 minuten wandelend, fietsend of met het openbaar vervoer bij een groen recreatiegebied kunnen zijn. Aanbod recreatief groen voldoende afwisselend en afgestemd op de behoefte.

Kwaliteit van recreatieterreinen moet aansluiten bij de vraag van de inwoners. Voldoende afwisseling in het aanbod, voor elk wat wils, voor iedereen fysiek toegankelijk, klimaatbestendig, voldoende zwemwater

We stimuleren dat de beheerders van de recreatieterreinen periodiek een check doen met vertegenwoordigers vanuit de doelgroep naar de toegankelijkheid van de recreatievoorzieningen en waar nodig verbeteringen realiseren (conform de verplichtingen o.g.v. het VN-verdrag Handicap). We bekijken hoe de toenemende overlast die recreanten van elkaar ondervinden kan worden verminderd. We onderzoeken of de huidige subsidieregeling toereikend is voor kleinschalige leefbaarheidsinitiatieven of dat we de regeling hiervoor moeten aanpassen. Het bevorderen van het bekend en vindbaar zijn van recreatieterreinen. Op basis van inventarisaties stimuleren we het reduceren van eventuele tekorten aan sanitaire voorzieningen.

Duurzaam beheer en onderhoud

We stimuleren duurzaam, circulair en ecologisch beheer van de recreatieterreinen, gebieden en langs paden en de inzet van mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt hierbij. Wij besteden aandacht aan circulariteit, door in samenwerking met regionale partners en relaties dit thema te concretiseren en te anticiperen op aangekondigde Europese en landelijke beleids- en wetgevingsontwikkelingen.

54 | THEMATISCHE UITWERKING

AMBITIES

BELEID

ACTIES

Bestaand en nieuw recreatief groen klimaatbestendig

Ons beleid richt zich op het klimaatbestendig zijn van het aanbod. Dit gaat over de inrichting van de recreatieterreinen (schaduw, watertappunten), maar zeker ook over voldoende zwemwater. We zetten ons in voor het behouden en zo mogelijk uitbreiden van het aantal officiële zwemwaterlocaties in oppervlaktewater tegen maatschappelijk verantwoorde kosten.

We onderzoeken waar mogelijkheden zijn om oppervlaktewater de status officiële zwemlocatie te geven om het aanbod aan veilig zwemwater te vergroten.

Stimuleren voldoende ruimte voor groen in de kernen zelf.

Geen actie vanuit PR&T. Wel via RO en programma’s Groen doet goed en Groen aan de buurt

Ruimte in de stad voor groen dat uitnodigt tot bewegen

We benutten, samen met gemeenten en waterschappen, kansen in gebiedsontwikkelingen om het aantal zwemlocaties uit te breiden. We stimuleren dat de bovenlokale (dag) recreatieterreinen qua inrichting afgestemd zijn op de warme zomers (o.a. schaduw en voldoende watertappunten).

Voorbeelden voor ecologisch beheer van recreatieterreinen ■

Een voorbeeld van ecologisch beheer is sinusbeheer. Hierbij blijft per maaibeurt ca. 40% van de vegetatie staan en wordt gewerkt met slingerende maaipaden, zogenaamde sinuspaden. Deze variëren in ruimte en tijd. Als resultaat ontstaat veel variatie, wat gunstig is voor de biodiversiteit. Het beheer richt zich op flora en fauna. https://www.vlinderstichting.nl/sinusbeheer/

■

Voor de bermen van de provinciale wegen voeren we beheer uit volgens Kleurkeur. Dit is het keurmerk dat staat voor ecologisch beheer van bermen en groenstroken. Beheer dat ruimte laat voor planten en dieren, in het bijzonder insecten. Het biedt een garantie voor biodiversiteit.

■

Het Platform Circulair Terreinbeheer biedt inspiratie voor het benutten van kansen voor circulair beheer.

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 55

4.5 Recreatief hoofd(route)netwerk 4.5.1 Meerjarendoelen ■ ■

Recreatief groen is beter toegankelijk en bereikbaar. Recreatievoorzieningen zijn kwalitatief sterker en worden beter gebruikt.

uit tot bewegen. Het draagt bij aan een gezonde leefomgeving en maakt de provincie aantrekkelijker om te wonen.

4.5.3 Ambitie: Recreatief hoofd(route)netwerk compleet maken ■

4.5.2 Maatschappelijk effect Het recreatief hoofd(route)netwerk (RHN) bestaat uit een samenhangend geheel van (boven)regionale routes voor onder andere wandelen, fietsen en varen, met toeristische overstappunten (TOP’s) (in bijlage 8 zijn deze onderdelen verder toegelicht). Het maakt het beleven van natuur en landschap, cultuur en erfgoed, de aantrekkelijke centra van dorpen en steden en van rust en ruimte mogelijk en nodigt

Kaart 5 samenhang routenetwerk en cultureel erfgoed (bron: provincie Utrecht)

56 | THEMATISCHE UITWERKING

■ ■

■

Het RHN moet compleet, aantrekkelijk en veilig zijn, doorlopen tot in de woongebieden (het landschap binnen voetbereik), leiden langs voorzieningen (bijv. horeca, erfgoed, zwemwater), voldoende schaduwmogelijkheden bieden en aansluiten bij de vraag. De routes naar de recreatieterreinen en -gebieden moeten al een beleving zijn. Ontbrekende schakels in routestructuren toevoegen. Hierdoor wordt de bereikbaarheid van de recreatieterreinen en het landelijk gebied aantrekkelijker en veiliger. Ons beleid moet het fietsgebruik naar recreatie-

Kaart 6 Wandelknooppuntennetwerk (bron: provincie Utrecht)

■

■

gebieden zodanig stimuleren dat dit in 2025 met 50% is toegenomen t.o.v. 2020 (uitgangssituatie 70% auto, 20% fiets). Aantrekkelijke en herkenbare routes die ook bijdragen aan het verleiden van recreanten om minder drukke gebieden in hun tochten mee te nemen. Bijvoorbeeld door het ‘vergroten’ van de Utrechtse Heuvelrug met de Vallei en het Kromme Rijngebied met dergelijke routes. Wij vinden het belangrijk dat de particuliere terreineigenaren (waaronder terreinbeherende organisaties) hun terreinen blijven openstellen voor recreanten. Meer evenwicht in de verdeling van de lusten en de lasten kan hieraan bijdragen. Daarbij zetten we eveneens in op een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid van deze terreinen.

4.5.4 Inhoudelijk beleid WAAR STAAN WE NU ■

■ ■

■

Het Utrechtse RHN is uitgestrekt, loopt door afwisselende en cultuurhistorisch waardevolle landschappen en sluit aan bij horeca, attracties, musea en andere bezienswaardigheden. Het verbindt de stedelijke gebieden met de recreatieve landschappen. De routenetwerken sluiten aan bij die in de aangrenzende provincies. Het gebruik van het RHN neemt de laatste jaren flink toe. Vanaf 2021 wordt het wandelknooppuntennetwerk Utrecht-oost aangelegd. Hiermee wordt het netwerk provinciedekkend. Het fietsknooppuntennetwerk is deels verouderd en kan worden versterkt. Een update wordt voorbereid. Dit geldt ook voor het bestaande wandelknooppuntennetwerk in Utrecht-west.

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 57

■

■

■ -

-

■

Het recreatietoervaartnet is vastgelegd in onze Interim Omgevingsverordening. De minimaal benodigde doorvaarthoogte en vaarwegdiepte waaraan de vaarwegen uit de BRTN moeten voldoen, hebben we vastgelegd in het Besluit minimaal benodigde doorvaarthoogten en het Besluit minimaal benodigde vaarwegdiepten. Er zijn 46 TOP’s, verspreid over de provincie. Er is inzicht in verbeterpunten, er wordt gewerkt aan een plan van aanpak voor verbetering. Het aantal TOP’s bij OV-haltes zoals spoorwegstations en met fietsverhuur is nog beperkt. Uit een in 2020 uitgevoerde evaluatie blijken mogelijkheden tot versterking van het TOP-concept. We zien verbetermogelijkheden voor: meer routes vanuit de kernen naar recreatievoorzieningen zodat het aantrekkelijker wordt om met de fiets daarnaar toe te gaan, veiligere routes, schaduwrijkere routes en routes en paden die voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. Het aanbod aan bijv. rolstoeltoegankelijke routes en paden is nog gering. Het Routebureau Utrecht zorgt voor het behoud en de bewaking van de kwaliteit van routes en bewegwijzerde routenetwerken in de provincie Utrecht. Ook zorgt het voor het uniform beheer en onderhoud van het fietsroutenetwerk (fietsknooppunten en LF-icoonroutes), wandelroutenetwerken (wandelknooppunten, LAW en Streekpaden) en het sloepennetwerk.

ONS BELEID VOOR 2022 - 2025

RHN in brede zin Wij zetten ons in voor behouden, versterken en verder ontwikkelen van het huidige RHN voor onder andere fietsen, wandelen en het recreatietoervaartnet voor inwoners en bezoekers. Onze prioriteit hierbij ligt bij: ■ het voltooien van een provinciedekkend wandelroutenetwerk, ■ een upgrade van het huidige fietsroutenetwerk, ■ het realiseren van ontbrekende verbindingen (vanuit de programmering Groen Groeit Mee), ■ het bevaarbaar houden van het recreatietoervaartnet, ■ het aantrekkelijker maken van routes en het zoveel mogelijk voor iedereen toegankelijk maken van het RHN. De wandel- en fietsverbindingen moeten zo zijn ingericht dat het aantrekkelijk is om vanuit huis te recreëren: het landschap moet ‘binnen voetbereik’ liggen en de routes naar de recreatieterreinen en -gebieden moeten al een beleving zijn. We streven daarom naar (groene) verbindingen vanuit woonwijken naar het omliggend gebied en gebieden voor buitenrecreatie. Het geheel moet op een aantrekkelijke manier met elkaar verbonden zijn, zodat er een uitgekiend en fijnmazig netwerk van aantrekkelijke groenblauwe verbindingen ontstaat die zowel sportief, recreatief als utilitair te gebruiken zijn. Kansen om recreanten te verleiden om minder drukke gebieden in hun tochten mee te nemen moeten worden benut. In het routenetwerk ontbreken plaatselijk nog essentië-

Voorbeeld Buitenpoorten provincie Noord-Holland In de provincie Noord-Holland wordt gewerkt met buitenpoorten. Dit zijn spoorwegstations op het snijvlak van stad en land, die als startpunt worden gebruikt om van het buitenleven te genieten. Via marketing wordt er op gewezen dat het landschap vlakbij is en de stations worden aantrekkelijker gemaakt om te verblijven. Dat kan door het verbeteren van routes en bewegwijzering naar recreatiegebieden, maar ook door extra voorzieningen zoals een café of restaurant dicht bij het station.

58 | THEMATISCHE UITWERKING

le verbindingen. In de rapporten Utrecht en Amersfoort Buiten staan hiervoor aanbevelingen. Met de Groen Groeit Mee-partners gaan we bekijken hoe deze schakels gerealiseerd kunnen worden. Het RHN moet uiteraard ook veilig zijn. Dit geldt in het bijzonder daar waar routes met verschillend gebruik samenkomen of drukke verkeerswegen moeten worden gekruist. Bij de aanleg van nieuwe routes of bij update van bestaande nemen we dit mee. Het provinciale Uitvoeringsprogramma Fiets 2019 - 2023 werkt mee aan een onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam uitvoert met als doel de verkeersveiligheid voor fietsers te vergroten, de stress te verlagen en een goede ondersteuning voor een sportcultuur te bieden. Wij hebben hiervoor het fietspad langs de N225 tussen Doorn en Leersum ingebracht om te onderzoeken. Het is evident dat de routes moeten worden geborgd. Hierin vervult het Routebureau Utrecht een essentiële rol. Het Routebureau zorgt voor behoud en bewaking van de kwaliteit van de routes en bewegwijzerde routenetwerken door uniform routebeheer en onderhoud. Dit is gericht op het fietsroutenetwerk (fietsknooppunten, LF- icoonroutes), wandelroutenetwerken (wandelknooppunten, LAW en Streekpaden) en het sloepennetwerk. Het bestaan van het Routebureau zelf is vastgelegd in het samenwerkingsconvenant tussen gemeenten en provincies in het Routebureau.

Verder bekijken we de behoefte aan regelgeving in de Omgevingsverordening om routes te borgen. Het RHN wordt alleen gebruikt als het bekend is. Hier valt nog veel te bereiken. Samen met het Routebureau richten we ons op het meer bekend maken van het ruime aanbod aan routes in de provincie. We stimuleren dat bij OV-haltes (stations, bushaltes) voorzieningen komen die recreanten en toeristen uitnodigen en verwijzen naar recreatieterreinen en -gebieden, wandelroutes etc.. Door subsidie stimuleren we het plaatsen van recreatiebanken langs bewegwijzerde en opengestelde wandelroutes in het buitengebied. De banken moeten worden voorzien van gps-coördinaten zodat ze bij calamiteiten snel kunnen worden gevonden door hulpdiensten. Vanuit diverse provinciale programma’s zijn er kansen om door thematische fiets- en wandelroutes bij te dragen aan

het doelbereik van die programma’s. Denk aan thema’s als militair erfgoed, klimaat (Utrecht Cool Region) en fietsen (Utrecht dé fietsregio van Europa, routes vanaf de grootste fietsenstalling van de wereld). Deze kansen kunnen worden opgepakt door deze programma’s. Om een veelheid aan eigen routes en aanduidingen te voorkomen, moeten de thematische routes worden afgestemd met het Routebureau, zoveel mogelijk gebruikmaken van het fiets- en wandelknooppuntennetwerk en eenduidige zijn in wijze van bewijzering.

Wandelnetwerk We maken het wandelknooppuntensysteem compleet en we bekijken of voor het al bestaande netwerk een revisie nodig is.

Fietsnetwerk We willen dé fietsregio van Europa worden16. Het versterken van het recreatief fietsnetwerk en het verbeteren van de bereikbaarheid per fiets van recreatiegebieden dragen bij aan deze ambitie. De upgrade van het fietsknooppuntensysteem kan zorgen voor een aanbod dat beter aansluit bij de vraag, meer veilige routes en betere aansluiting met recreatieterreinen en -gebieden, steden, dorpen, horeca en cultureel erfgoed. Rijk en regio’s stellen regionale fietsnetwerkplannen op die samen optellen tot een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF). Met het NTF wordt voor het eerst onderkend dat de fiets als effectieve oplossing moet worden ingezet voor de nationale opgaven op gebied van woningbouw en verstedelijking, bereikbaarheid, veiligheid, klimaat en duurzaamheid. Met deze afspraak wordt invulling gegeven aan de ambitie om te komen tot meer en veiliger fietsgebruik in Nederland. Een van de afspraken van het NTF is om de ontbrekende schakels in kaart te brengen, ook de recreatieve verbindingen. Doel is om met het Rijk tot (financiële) afspraken te komen om te investeren in aantrekkelijke en veilige verbindingen. Wij zetten erop in om de recreatieve verbindingen in het regionale fietsnetwerkplan op te kunnen nemen. Samen met onze regiopartners formuleren we de regionale ambitie en de regionale uitvoeringsagenda. Bij de aanleg van ontbrekende schakels in het fietsnetwerk

16 Dit krijgt vooral inhoud in het programma Fiets. Andere programma’s zoals PR&T kunnen bijdragen aan dit doelbereik.

OMGEVINGSWETPROGRAMMA RECREATIE & TOERISME 2022-2025 PROVINCIE UTRECHT | 59

Kaart 7 Fietsknooppuntensysteem (bron: provincie Utrecht)

gaan we zoveel mogelijk uit van het combineren van de recreatieve en de utilitaire vraag. Tussen het RHN en het Regionaal Fietsnetwerk is nu al een overlap van 40%. Bij de aanleg van nieuwe of verbetering van bestaande fietsverbindingen stimuleren we dat rekening wordt gehouden met toenemende differentiatie in snelheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1681/documents/35997