08g. 03466745 (Bijlagenboek 2).pdf
Tekst van het document
samenwerkingswensen (nog) niet zijn ingevuld. Feitelijk is dus nog steeds sprake van een solitair optredend Scherpenzeel met wisselende (en op onderdelen nog onbekende) samenwerkingsarrangementen. •
Bevinding IX gaat ook in op de ontwikkeling van de samenwerking en stelt dat de provinciale regieneming in de arhi-procedure, ontwikkeling van samenwerking actief heeft belemmerd (met name ten aanzien van belastingsamenwerking). Naar de mening van de provincie is hierbij sprake van een omkering van het perspectief. Scherpenzeel is lange tijd niet in staat gebleken om afspraken te maken over belastingsamenwerking met buurgemeenten en heeft zelf gekozen om niet aan tafel te komen in het bestuurlijk overleg in het najaar van 2020. De verantwoordelijkheid voor het tot enig moment niet van de grond komen van deze afspraken ligt dus volledig bij de gemeente zelf. Vanaf het moment dat de gemeente gekozen heeft om wel aan tafel te komen is er een positieve ontwikkeling geweest in dit dossier, zoals de gemeente ook zelf aangeeft.
•
In bevinding X wordt door de gemeente betoogd dat de karakterisering van de ambtelijke organisatie zoals geformuleerd in het afwegingsdocument bij het herindelingsontwerp achterhaald is, hetgeen ook zou blijken uit de review van BMC. In reactie hierop moet gesteld worden dat de review van BMC hier niet zo expliciet over is. Ook na investeringen in “basis op orde” (ca. 14 fte) blijft de organisatie van Scherpenzeel noodzakelijkerwijs die van een kleine gemeente, met daarbij behorende algemene kenmerken zoals beschreven zijn in het afwegingsdocument. Overigens moet dat niet gelezen worden als een waardeoordeel over medewerkers of organisatie; het is een realistische beschrijving van de bestaande situatie.
•
In bevinding XI betoogt de gemeente dat de uitspraak “er is geen ruimte in het loongebouw om ervaren professionals aan te trekken” niet juist is. Ook hierbij wordt verwezen naar de bestuurskrachtreview van BMC, de huidige praktijk en naar de specifieke kwaliteiten van het werken bij een kleine gemeente. In reactie hierop kan gesteld worden dat een kleine organisatie zeker een specifieke aantrekkingskracht kan hebben. Veelal op jonge mensen, als eerste of wellicht tweede stap in hun loopbaan. Doorgroei in vervolgfuncties met inhoudelijke specialisaties boven pakweg schaalniveau 11 en 12 is echter niet – of in ieder geval slechts zeer beperkt – mogelijk. Ervaren en gespecialiseerde professionals met verdergaande ambitie zullen dan ook op een gegeven moment vertrekken. Dat is een natuurlijk verschijnsel, waar in de provinciale stukken op wordt gewezen.
•
In bevinding XII reageert de gemeente op een passage uit het herindelingsontwerp op p. 36 omtrent achterstanden die in 2021-2023 worden weggewerkt en geeft aan dat het hierbij gaat om incidentele achterstanden. Niet kan worden teruggevonden op welke passage op pagina 36 van het herindelingsontwerp dit betrekking zou kunnen hebben. Deze bevinding wordt dus voor kennisgeving aangenomen.
•
In bevinding XIII wordt gerefereerd aan de opmerking dat de bestuurskrachtopgave in Scherpenzeel zich heeft bevestigd en verdiept als gevolg van de recente bestuurscrisis. De gemeente is van mening dat Gedeputeerde Staten hier voorbij gaat aan de rol die zij zelf 34
gespeeld heeft in ontstaan en ontwikkeling van de burgemeesterskwestie die toen speelde, verwijzend naar de rapportage van NSOB/Frissen. In reactie hierop wordt gesteld dat de directe verantwoordelijkheid voor “de burgemeesterskwestie” volledig bij politiek en bestuur van Scherpenzeel lag en ligt. •
In bevinding XIV bestrijdt de gemeente de (vermeende) stelling van de provincie dat Scherpenzeel het alternatief herindeling nooit goed heeft onderzocht. Voor de provincie is duidelijk (zie ook paragraaf 5.2.2) dat vanaf de rapportage Seinstra van de Laar in 2019 voor in ieder geval een deel van de politiek verlies of vermindering van zelfstandigheid onbespreekbaar was. Deze stellingname heeft doorgewerkt in de werkzaamheden van de Stuurgroep uit de gemeenteraad najaar 2019, waarbij relevante gegevens vanuit Barneveld niet zijn meegenomen. En het heeft doorgewerkt in de “spiegeloperatie” van B&W in de voorbereiding van de Kadernota, zoals elders beschreven. Bij de stellingname hebben zeker – ook in de dialoog met de bevolking hierover - ook meer emotionele argumenten een belangrijke rol gespeeld. De conclusie is dat de gemeente dus nooit de kans heeft gegrepen om een open, gelijkwaardige en rationele afweging te maken tussen de verschillende scenario’s blijft wat de provincie betreft staan.
•
In bevinding XV geeft de gemeente aan dat de opvattingen van de provincie over de hoge kosten voor zelfstandigheid een politiek oordeel zijn, een autonome keuze van de gemeenteraad betreffen en dus geen legitiem argument zijn. Tevens geeft de gemeente aan dat er nog onzekerheid is over het lastenniveau in de nieuwe gemeente en dat de lastenstijging in Scherpenzeel past bij de gemiddelde lastenstijging in Nederland. In reactie hierop stelt de provincie – zoals elders in deze reactienota – dat de kosten van de keuzes van Scherpenzeel zeker autonoom afgewogen kunnen en mogen worden door de eigen gemeenteraad. De volledige benutting van de onbenutte belastingcapaciteit van 2024 is voor de provincie overigens wel van belang. Omdat dat als de artikel 12 grens wordt bereikt en als de gemeente in financiële problemen zou komen, de mogelijkheid dat ze onder artikel 12 toezicht komen een stuk groter is. Dan kan het vangnet van het preventief toezicht ingesteld door de provincie op basis van de gemeentewet niet meer zijn werk doen. Voorts wil de toepassing van de autonome bevoegdheid niet zeggen dat inhoudelijke opvattingen van de provincie hierover niet legitiem zijn of niet op tafel zouden mogen komen.
De opvattingen over (disproportionele) kosten van de door de gemeente gekozen oplossing zijn overigens voor de provincie niet de reden om het arhi-instrumentarium toe te passen, zoals door de gemeente wordt verondersteld.
•
In paragraaf 4b worden door de gemeente “empirische gegevens” aangereikt over het effect van herindelingen in algemene zin met verwijzing naar diverse onderzoeksrapporten daarover. In reactie hierop stelt de provincie dat deze reactienota niet de plek is om een uitgebreide discussie aan te gaan over al dan niet vastgestelde positieve of negatieve effecten van herindeling in algemene zin. Het punt met effectonderzoeken bij gemeentelijke herindeling is bovendien dat niet kan worden vergeleken met de effecten in situaties waarin de onderzochte herindeling niet zou hebben plaatsgevonden. De onderzoeken geven dus wel iets aan over het effect van herindelen, soms mede in relatie tot daarover tevoren geformuleerde verwachtingen, maar geven nooit aan welke problemen of effecten zouden zijn opgetreden als er niet heringedeeld zou zijn. 35
Op basis van het uitgevoerde variantenonderzoek is in het geval van Scherpenzeel een bestuurlijke fusie met Barneveld per 1 januari 2023 de beste en meest realistische oplossing voor de oplossing voor de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel. Door te kiezen voor een geoptimaliseerde variant (3 plus) kunnen de voordelen voor inwoners en stakeholders zo groot mogelijk worden gemaakt en eventuele nadelen worden beperkt. Door hierop tijdig in te zetten kunnen problemen voor met name inwoners van Scherpenzeel als gevolg van het structureel gebrek aan bestuurskracht van de gemeente worden voorkomen. •
In paragraaf 4c komt de gemeente in de zienswijze tot een weging van voor- en nadelen van de scenario’s zelfstandigheid en fusie met Barneveld. En komt op grond daarvan in paragraaf 4d tot een conclusie hierover. De conclusie is dat de gemeente kiest voor “een zelfstandige bestuurlijke toekomst en daarin op basis van wederkerig en duurzaam partnerschap samenwerkt met de buurgemeenten en met de Scherpenzeelse samenleving”. De belangrijkste argumenten die worden benoemd zijn: - nabijheid van bestuur en maatwerkoplossingen - autonomie en zeggenschap - het gebrek aan garanties bij een fusiescenario ten aanzien van lastendruk, voorzieningen of financiële positie - de nog bestaande onduidelijkheid over o.a. zeggenschap bij fusie - de duidelijkheid en onderbouwing van het door Scherpenzeel geformuleerde alternatief - het draagvlak in de Scherpenzeelse samenleving voor zelfstandigheid.
In reactie hierop stelt de provincie dat met de door de gemeente geformuleerde uitgangspunten en onderbouwingen in de zienswijze de door de gemeente getrokken conclusie voorstelbaar is. Vanuit het perspectief van de provincie kan echter niet anders dan geconcludeerd worden dat de door de gemeente bij de Kadernota (of feitelijk al in december 2019) gekozen oplossingsrichting te weinig onderbouwd is om vertrouwen te hebben in een duurzame versterking van de bestuurskracht. Dat doet zich het sterkst gelden ten aanzien van de formulering “waarin wederkerig en duurzaam wordt samengewerkt met buurgemeenten”. Deze voorwaarde voor bestuurskrachtversterking heeft de gemeente tot nut toe niet of nauwelijks in kunnen vullen en kán die vanuit het standpunt “zelfstandigheid” ook niet structureel invullen. Het op basis van dienstverleningsovereenkomsten met (verschillende) partners samenwerken is ten enen male onvoldoende om de noodzakelijke bestuurskrachtversterking te realiseren, zoals de gemeente blijkens de formuleringen in dit deel van de zienswijze zelf ook lijkt in te zien. Door te kiezen voor een wel noodzakelijke, maar nietrealiseerbare formule voor bestuurskrachtsversterking wordt ook het eigen draagvlakargument ondergraven.
Want wat zegt draagvlak bij de inwoners voor een variant die niet realiseerbaar is? Met deze keuze bevestigt de gemeente feitelijk de noodzakelijkheid van de keuze voor een door de gemeente niet-gewenste maar wel adequate en ook realiseerbare oplossing, namelijk die van een bestuurlijke fusie met Barneveld per 1-1-2023. Dat is dan ook de conclusie die de provincie uit het geheel van afwegingen en informatie trekt.
3.2.5 Zienswijze hoofdstuk 5: Proces •
In hoofdstuk 5 van de zienswijze gaat de gemeente uitgebreid in op het proces van voorbereiding en totstandkoming van het herindelingsontwerp. Daarbij worden de opvattingen van de gemeente over de volgende onderwerpen nader uitgediept en toegelicht: - Beleidscontext: het primaat van de gemeente (paragraaf 5a) - Rechtmatigheid (paragraaf 5b) - Paradigmaverschuiving, framing en drogredeneringen (paragraaf 5c) 36
• •
- Vooringenomenheid: geen andere uitkomst denkbaar (paragraaf 5d) - Geen open overleg (paragraaf 5e) - Procesinterventies (paragraaf 5f) - Andere uitkomst was wel degelijk denkbaar geweest (ook paragraaf 5f, bedoeld zal zijn 5g). Hieronder wordt per paragraaf de opvatting van de gemeente samengevat en een reactie van de provincie hierop geformuleerd. In paragraaf 5a (“beleidscontext: het primaat van de gemeente”) betoogt de gemeente dat de gemeenten op basis van de Grondwet zelf verantwoordelijk zijn voor eigen opgaven en eigen functioneren en dat dit het vertrekpunt is voor discussie over de bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel. In paragraaf 5b (“Rechtmatigheid”) betoogt de gemeente dat de provincie weliswaar de (“discretionaire”) bevoegdheid heeft op grond van de Wet arhi (in geval van “stagnatie”) maar dat de provincie die bevoegdheid op verkeerde gronden of in ieder geval onvoldoende onderbouwd heeft toegepast. De gemeente verzoekt daarom alsnog om een inhoudelijke reactie op het bezwaarschrift tegen het genomen besluit van 14 juli 2020 (start artikel 8 Wet arhi) en meent dat het herindelingsontwerp onvoldoende basis biedt om te kiezen voor een andere oplossing voor de bestuurskrachtproblematiek dan die door de gemeente voorgesteld .
In reactie op bovenstaande onderschrijft de provincie het vertrekpunt dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven. Provincies hebben hierin ook een (wettelijke) rol, namelijk in het toezicht op en de bevordering van het kwaliteit van het lokaal bestuur. Hiervoor zijn ook wettelijke instrumenten aan provincies toegedicht, waaronder die in het kader van de Wet arhi. Vanuit de Wet arhi is dit geen “discretionaire” bevoegdheid of een uitzonderingsbepaling, maar een normale en in de praktijk gangbare bevoegdheid om tot een herindelingsvoorstel te komen. De uitoefening van deze bevoegdheid wordt in de huidige praktijk wel ingekaderd door het Beleidskader gemeentelijke herindeling, waarin toepassing van artikel 8 slechts bij bepaalde situaties aan de orde is, namelijk in die situaties waarin er sprake is van “evidente bestuurskrachtproblematiek waarvoor de gemeente zelf geen oplossingen weet te bereiken”. Die situatie is aan de orde gekomen toen de gemeenteraad van Scherpenzeel in juni 2019 unaniem vaststelde dat het aan realisatiekracht ontbrak om de in de Toekomstvisie geformuleerde opgaven te realiseren. Daarmee is het evidente bestuurskrachtprobleem erkend. De veronderstelling van de gemeente dat er voor een evidente bestuurskrachtproblematiek direct ook sprake moet zijn van acute stagnatie in bijvoorbeeld.
dienstverlening is niet gebaseerd op het Beleidskader gemeentelijke herindeling. Zoals elders in deze reactienota is beschreven, heeft de provincie de gemeente vanaf medio 2019 tot medio 2020 de ruimte gegeven om zelf tot adequate oplossingen te komen. Er zijn suggesties gedaan, uitgangspunten geformuleerd, verzoeken gedaan en monitoringsoverleggen gevoerd van de zijde van de provincie om de gemeente te stimuleren en te faciliteren zelf met een adequate en duurzame oplossing te komen. Toen in juli 2020 (definitief) bleek dat dit niet gelukt was, is de artikel 8 procedure gestart. Dit is met medeweten en onder legitimatie van de minister van BZK gebeurd, waarbij ook enkele uitgangspunten door de minister zijn meegegeven voor het vervolgproces van het open overleg. Natuurlijk is er inhoudelijk verschil van opvatting mogelijk over de toereikendheid van de door de gemeente gekozen oplossing en daar zit ook de kern van het inhoudelijk verschil van opvatting tussen gemeente en provincie. En ook zal de minister nog een eigen inhoudelijke toets uitvoeren op het herindelingsadvies. Doch - los van de weging van de inhoudelijke argumenten – past de handelwijze van de provincie volledig binnen het kader van de Wet arhi en het Beleidskader gemeentelijke herindeling. 37
De gemeente verzoekt in de zienswijze om een inhoudelijke reactie op het bezwaarschrift tegen het genomen besluit van 14 juli 2020. In het verweerschrift van 15 september 2020 is uitgebreid gemotiveerd dat het besluit van 14 juli 2020 in lijn is met de eisen die op grond van de Wet arhi en het Beleidskader gemeentelijke herindeling aan een dergelijk besluit worden gesteld. Dit verweerschrift is in handen van de gemeente en daar wordt door de provincie verder naar verwezen. •
In paragraaf 5c (“paradigmaverschuivingen, framing en drogredenering”) geeft de gemeente commentaar op wat zij heeft ervaren als onzuivere, slecht onderbouwde of gezochte argumenten voor onderbouwing van de bestuurlijke fusie.
Een provinciale reactie hierop is niet goed mogelijk omdat hierbij niet wordt gerefereerd aan de tekst van het herindelingsontwerp, maar aan door de gemeente zelf ervaren en geïnterpreteerde uitingen van de provincie in publicaties, openbare uitingen en anderszins. Voor de zuiverheid van de discussie kan de provincie hier daarom verder niet inhoudelijk op reageren. De opvattingen en argumentatie van de provincie voor het opgestelde herindelingsvoorstel zijn vervat in het herindelingsontwerp resp. het herindelingsadvies en toegelicht en onderbouwd in onderliggende toelichtende documenten, die bij deze documenten als bijlage zijn gevoegd. •
In paragraaf 5d (“vooringenomenheid; geen andere uitkomst denkbaar”) betoogt de gemeente dat ze zelf de provincie niet wil beschuldigen van vooringenomenheid en zelf wil wegblijven van verwijten daarover aan het adres van de provincie. Wel geeft de gemeente in deze paragraaf zestien voorbeelden aan de hand waarvan zij toelicht waarom het beeld van vooringenomenheid zich breed heeft postgevat in het gemeentebestuur en de Scherpenzeelse gemeenschap.
Vanuit de provincie een korte algemene reactie hierop: de provincie heeft in de loop van de tijd een duidelijke opvatting over de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel en de door de gemeente gekozen oplossingsrichting ontwikkeld. Die oplossingsrichting is onvoldoende duurzaam. De provincie heeft ook een duidelijke opvatting ontwikkeld over het feit dat Scherpenzeel voor een duurzame oplossing een duurzaam partnerschap moet aangaan. Gegeven daarnaast de specifieke geografische situatie van Scherpenzeel is de gemeente Barneveld de enige aangewezen partij. Dit zijn inhoudelijke opvattingen, dan wel feitelijke constateringen, die consistent en consequent door de provincie naar voren zijn gebracht en die de provincie ook toekomen op basis van de wettelijke taak (vitaal openbaar bestuur) en de verantwoordelijkheid voor de inwoners. •
In paragraaf 5e (“geen open overleg”) betoogt de gemeente dat het open overleg niet heeft voldaan aan het verzoek van de minister en niet aan de kwaliteitsvereisten uit het Beleidskader gemeentelijke herindeling, omdat geen gesprek heeft plaatsgevonden over feitelijke opgaven, slechts een beperkt aantal oplossingen is onderzocht en dat snelheid boven zorgvuldigheid is gegaan.
In reactie hierop stelt de provincie voorop dat in paragraaf 2.2.2 uitgebreid is toegelicht dat de provincie het overleg heeft gevoerd vanuit een faciliterende en stimulerende regierol, conform de wijze waarop de wetgever dit wenselijk heeft geacht. Over de inhoudelijke punten het volgende. Allereerst bevat de Wet arhi en ook het beleidskader herindelingen geen script bevatten voor de wijze waarop het open overleg wordt ingericht. De provincie heeft evenwel steeds de wettelijke en beleidsmatige waarborgen in acht genomen. In dat verband staat voor de provincie vast dat: - in de fase van het open overleg alle bestuurlijke partners de gelegenheid hebben gekregen aan te geven of en zo ja, hoe, zij een bijdrage zouden kunnen leveren aan de oplossing van de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel;
38
-
-
-
-
-
de opgaven voor inwoners centraal hebben gestaan; deze zijn actief uitgevraagd in een participatief proces en een representatieve steekproef onder inwoners van Barneveld en Scherpenzeel; de gemeenten door de provincie bij de start van het overleg actief zijn uitgenodigd om in het kader van een brede verkenning mogelijke oplossingen aan te dragen voor de bestuurlijke uitdagingen van Scherpenzeel; de resultaten hiervan als maatstaf hebben gediend bij het beoordelen van opties waarbij beide gemeenten (alsmede in bepaalde varianten ook andere gemeenten als Ede en Veenendaal) betrokken zouden kunnen worden; Scherpenzeel en Barneveld volop de gelegenheid hebben gehad om met elkaar en met de provincie te overleggen over een ruime bandbreedte van mogelijke oplossingen van zelfstandigheid met dienstverleningsovereenkomsten tot bestuurlijke fusie en opties daartussenin, en daar ook zelf suggesties voor hebben aan kunnen dragen; de volledige (maximum) wettelijke termijn van 6 maanden voor het voeren van het open overleg ten volle is benut om tot mogelijke overeenstemming met partijen te komen.
De provincie is ervan overtuigd dat zij haar regierol met betrekking tot het overleg heeft vervuld op een wijze die in overeenstemming is met de waarborgen die voor deze fase volgen uit de wet en het Beleidskader gemeentelijke herindeling. Er is hoe dan ook een grote mate van openheid geweest in te verkennen alternatieven, mogelijk betrokken partijen en mindset. Van vooringenomenheid van de zijde van de provincie is geen sprake geweest. Uiteindelijk is een keuze gemaakt op basis van door inwoners geformuleerde opgaven voor wat de provincie beschouwt als de beste en meest haalbare oplossing voor de oplossing van de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel. •
In paragraaf 5f (“procesinterventies”) gaat de gemeente in op acties en uitlatingen van GS die volgens de gemeente als interventie in de autonomie van Scherpenzeel om de eigen huishouding te regelen gezien moeten worden. Er worden een 9-tal hiervan benoemd variërend van publicatie van een brief van GS voorafgaande aan een bewonersbijeenkomst, (vermeend) samenspel tussen de commissaris van de Koning en de waarnemend burgemeester, sturing van GS op delegaties in het bestuurlijk overleg, tot het doen van uitspraken tijdens webinars die naar de mening van de gemeente meer dan 20 feitelijke onjuistheden/insinuaties bevatten.
In reactie hierop constateert de provincie in algemene zin dat uit deze paragraaf kan worden afgeleid dat de gemeente zich door de provincie niet altijd erkend heeft gevoeld, dat er in de ogen van de gemeente niet altijd sprake was van fair play in het onderlinge verkeer en dat de rolneming van de provincie als (te) dwingend werd ervaren op bepaalde momenten. In reactie hierop stelt de provincie dat onderlinge spanning en gevoeligheden in een dossier als deze welhaast onvermijdelijk zijn. Tegelijk wordt geconstateerd dat in de afgelopen periode dat deze zowel van de zijde van de gemeente als van de provincie bespreekbaar konden worden gemaakt en veelal ook opgelost. Onmiskenbaar heeft de provincie vanaf met name medio 2019 een actieve opstelling gekozen als het gaat om het nemen regie in de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. De provincie is ook van opvatting dat zij die rol kan, mag en moet vervullen als het nodig is, met inachtneming van de goede bestuurlijke verhoudingen en omgangsvormen. Aan die uitgangspunten heeft de provincie naar eigen opvatting altijd ten volle voldaan en de door de gemeente in deze paragraaf genoemde voorbeelden geven geen aanleiding om daar anders over te gaan denken.
In paragraaf 5g (“andere uitkomst was wel degelijk denkbaar geweest”) gaat de gemeente in op de mogelijkheid dat ook na afronding van het bestuurlijk overleg medio december 2020 nog overeenstemming had kunnen ontstaan tussen Barneveld en Scherpenzeel over een vorm van 39
duurzaam partnerschap waarin beiden zich hadden kunnen vinden. De provincie meent dat een andere uitkomst van het gehele proces na de standpuntbepaling van medio december 2020 van beide gemeenten niet meer mogelijk was. Die uitkomst was glashelder en blijkt ook aan het eind van de zienswijzeprocedure in april 2021 op geen enkele manier te zijn veranderd; er is geen ruimte voor een duurzaam partnerschap binnen “variant 2”. Dit standpunt is ook door de beide gemeenten bevestigd in een bestuurlijk overleg op 15 april 2021.
3.2.6 Zienswijze hoofdstuk 6. Pleidooi •
In het laatste hoofdstuk van de zienswijze houdt de gemeente een samenvattend pleidooi om te kiezen voor het door Scherpenzeel voorgestane model van zelfstandigheid met samenwerking. Gepleit wordt voor een “frisse blik”. Met verwijzing naar diverse rapportages van Elzinga, NSOB en de Spiegelgroep, de brief van de minister van BZK van 10 juli 2020 legt de gemeente de vraag neer om voor een samenwerkingsmodel met een waaier van mogelijke samenwerkingsvormen te kiezen in plaats van voor een herindeling.
In reactie hierop geeft de provincie aan dat zowel bij de totstandkoming als uit de zienswijzeprocedure en het daarbij gevoerde bestuurlijk overleg blijkt dat het door de gemeente voorgestane samenwerkingsmodel niet wenselijk is vanuit het perspectief van Barneveld. En dus geen realistische optie, omdat dit nu eenmaal niet afdwingbaar is. De provincie houdt daarom vast aan wat uit het open overleg en variantenonderzoek naar voren is gekomen als de beste en meest realistische oplossing voor de bestuurskrachtproblematiek van Scherpenzeel: een fusie met de gemeente Barneveld per 1 januari 2023.
3.3
Beantwoording overige zienswijzen
3.3.1 Inleiding Wij waarderen dat zoveel inwoners, maatschappelijke en bestuurlijke organisaties de moeite hebben genomen om een zienswijze in te dienen over de voorgenomen herindeling. In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen beknopt samengevat om een overzicht te geven van de onderwerpen en opvattingen in de zienswijzen. We pretenderen niet volledig te zijn. Per zienswijze is een beknopte reactie toegevoegd op hoofdlijnen met waar nodig en mogelijk een verwijzing naar de thematische beantwoording in de reactienota voor een uitgebreide toelichting. Bij de zienswijzen wordt gesproken over dorpenbeleid en kernenbeleid; hiermee wordt hetzelfde bedoeld maar is door de provincie aangesloten bij de terminologie van de indiener van de zienswijze. Opmerkingen die niet in de thematische beantwoording aan bod komen worden per zienswijze individueel beantwoord. Tot slot wordt per zienswijze aangegeven of een wijziging in het herindelingsontwerp noodzakelijk is. Zoals in hoofdstuk twee aangegeven zijn er een aantal reacties van bestuurlijke partners die geen zienswijze zijn. Voor de volledigheid zijn die reacties wel in het totaaloverzicht in de volgende paragraaf opgenomen, maar is er geen individuele reactie in deze reactienota opgenomen.
40
3.3.2 Totaaloverzicht zienswijzen en reacties Zienswijzenummer 1 2a 2b 2c 3 4 5a 5b 6
Type indiener Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Bestuurlijke organisatie Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Maatschappelijke organisatie
7 8 9a 9b 9c 10 11 12 13 14 14a 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
Maatschappelijke organisatie Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Politieke partij(en) Inwoner(s) Inwoner(s) Politieke partij(en)
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37
Inwoner(s) Inwoner(s) Maatschappelijke organisatie Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Inwoner(s) Politieke partij(en) 41
Woonplaats of naam organisatie Onbekend Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Gedeputeerde Staten provincie Utrecht Onbekend Scherpenzeel Scherpenzeel Stichting Houd Scherpenzeel Groen & Gezond Kulturhus de Breehoek Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Buitenland Scherpenzeel Scherpenzeel Barneveld Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Lokaal Belang Barneveld Scherpenzeel Barneveld VVD Vallei & Veluwe en VVD Scherpenzeel Onbekend Barneveld Burgerinitiatief Scherpenzeel Zelfstandig Scherpenzeel Scherpenzeel Scherpenzeel Barneveld Onbekend Scherpenzeel CDA/PRO/CU Scherpenzeel
Zienswijzenummer 38 39 40
Type indiener Politieke partij(en) Gemeenteraad Gemeenteraad
Woonplaats of naam organisatie VVD Barneveld Gemeente Barneveld Gemeente Scherpenzeel
Overige reacties RB1 RB2 RB3 RB4
Type indiener Bestuurlijke organisatie Bestuurlijke organisatie Bestuurlijke organisatie Bestuurlijke organisatie
Woonplaats of naam organisatie Gemeente Woudenberg Regio Foodvalley Gemeente Ede Waterschap Vallei en Veluwe
3.3.3 Individuele zienswijzen VOLGNUMMER: 1 Indiener: Inwoner (plaats onbekend), 10 februari 2021 Samenvatting: In dit geval de gehele bijdrage: ‘Gewoon samen gaan met voor beide partijen de beste afspraken en oplossingen zoeken in goed overleg! Veel wijsheid.’ Reactie: Wij beschouwen deze reactie als een ondersteuning van het herindelingsontwerp. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 2a + 2b + 2c Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 12 februari 2021 Samenvatting: De indiener noemt Scherpenzeel een prachtige gemeente met medezeggenschap op een hoog niveau en korte lijnen van inwoner naar gemeente. Daarnaast is de indiener kritisch op de rol van de provincie. De schrijver geeft aan overvallen te zijn door de fusie en ziet niet veel goeds in de fusie. Ook meent de indiener dat de fusie ondemocratisch tot stand gaat komen. Reactie: Indiener geeft aan dat de fusie ondemocratisch tot stand gaat komen. De provincie onderschrijft dat niet.
De arhi-procedure wordt zorgvuldig doorlopen, met veel aandacht voor het draagvlak onder zowel inwoners, bestuurlijke als regionale partners. Voor een uitgebreide toelichting op de zienswijzeprocedure en draagvlak zie paragrafen 2.1 en 2.6 van de reactienota. In uw zienswijze bent u kritisch op de rol van de provincie en schetst u vooringenomenheid. De provincie heeft gehandeld passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke herindeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voor een uitgebreide toelichting op de rol van de provincie, zie paragraaf 2.3 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het
42
herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 3 Indiener: Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht, 4 maart 2021 Samenvatting: De indiener stelt de hoop te hebben op de borging van de huidige samenwerking binnen de Regio Foodvalley. De indiener heeft daarnaast een verzoek tot aanpassing van het herindelingsontwerp ten aanzien van het onthouden van een inhoudelijke oordeel over de drie varianten door de provincie Utrecht. Tot slot neemt de indiener graag kennis van het dorpenbeleid 2.0. Reactie: In uw zienswijze geeft u aan dat in het herindelingsontwerp de indruk is ontstaan dat GS van provincie Utrecht een inhoudelijk oordeel heeft gegeven over de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. U wijst er op dat u vanuit de Utrechtse context heeft opgemerkt dat u alleen meewerkt aan gemeentelijke herindelingen indien de betrokken (Utrechtse) gemeenten daartoe de wens hebben geuit dan wel bereid zijn daar aan mee te werken. Tegen deze achtergrond verzoekt u om de zin dat u zich kunt vinden in de vorming van een nieuwe gemeente BarneveldScherpenzeel geheel te schrappen. In reactie hierop geven wij aan ons te kunnen vinden in uw analyse.
Met de aangegeven zinsnede hebben we willen aangeven dat de Provincie Utrecht zich kon vinden in het niet- betrekken van Utrechtse gemeenten bij een herindeling met Scherpenzeel. De zin wekt daarnaast – onbedoeld wat ons betreft - de indruk dat de provincie Utrecht een inhoudelijk standpunt zou hebben over een fusie tussen Scherpenzeel en Barneveld, die niet op Utrechts grondgebied plaatsvindt. In het Herindelingsadvies zullen we opnemen dat de provincie Utrecht zich kan vinden in onze keuze om geen Utrechtse gemeenten te betrekken bij een voorstel voor fusie met de gemeente Scherpenzeel, maar geen inhoudelijk standpunt heeft over de door ons voorgestelde herindeling met Barneveld. Voorts geeft u aan graag het dorpenbeleid 2.0 te ontvangen. De precieze vormgeving daarvan is aan de gemeenten zelf. Voor de inzichten die er nu zijn, zie paragraaf 2.4 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies.
Uw zienswijze geeft aanleiding om de beoogde toetsing van de herindeling op het punt (regionaal) draagvlak (8.2.1.) in het herindelingsontwerp aan te passen waarbij Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht geen inhoudelijk oordeel geven over de drie varianten ter versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. VOLGNUMMER: 4 Indiener: Inwoner (plaats onbekend), 12 maart 2021 Samenvatting: De indiener stipt het bestuurskracht probleem aan. Het bestuurlijke apparaat ondermijnt structureel de geloofwaardigheid en transparantie van het democratische proces. Dit wordt toegelicht aan de hand van ‘de mythe van’ ‘t Zwarte Land II. 43
Reactie: In uw zienswijze neemt u het ’t Zwarte Land II als voorbeeld. GS van provincie Gelderland heeft net als het regiobestuur ingestemd met afwijking van het Regionaal Programma Werklocaties. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor het proces en de uitwerking van de plannen op dit moment bij de gemeente Scherpenzeel. Het handelen van de gemeente Scherpenzeel rondom het Zwarte Land II is daarmee geen onderdeel van het herindelingsadvies. U stelt daarnaast het bestuurskracht probleem van de gemeente Scherpenzeel aan de orde. Hierbij noemt u specifiek de ‘transparantie van het democratisch proces’. De provincie heeft in een heldere en consistente lijn geopereerd, passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke herindeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zie paragraaf 2.3 van de reactienota voor een uitgebreide reactie op dit punt. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies.
VOLGNUMMER: 5a Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 15 maart 2021 Samenvatting: De indiener geeft aan dat wanneer er tot een herindeling wordt overgegaan een herindeling met Barneveld de minst slechte oplossing is. Er is onduidelijkheid over de noodzaak en als het een paar tientjes per maand extra zou kosten heeft deze indiener dat er voor over. Hierbij bestaat de angst dat dit sowieso nodig is door de financieel niet rooskleurige positie van Barneveld. De indiener kent raadsleden persoonlijk en heeft zodoende korte lijnen voor zijn inbreng. Daarnaast worden de huidige voorzieningen in Scherpenzeel gewaardeerd. Angst bestaat dat dit bij een fusie verdwijnt. Als laatste vindt de indiener het dorpenplan nog niet voldoende uitgewerkt. De beste oplossing is samenwerking met andere gemeentes (waaronder Barneveld). Reactie: U geeft in uw zienswijze aan dat de financiële positie van Barneveld niet rooskleurig is en dat de gemeenteraad veel moeite doet om de voorzieningen in stand te houden. De financiële uitgangspositie van Barneveld en Scherpenzeel is weliswaar verschillend, maar niet ‘beter of slechter’. Scherpenzeel scoort op het punt van solvabiliteit hoog; ze is goed in staat om haar financiële verplichtingen te voldoen. Barneveld heeft meer exploitatiemogelijkheden door onbenutte belastingcapaciteit en heeft een goede weerbaarheid in het geval van financiële tegenslagen.
Daarnaast zijn voor de tekortposities van Barneveld ruim voldoende voorzieningen opgenomen. In het algemeen geven de financiën geen aanleiding om te veronderstellen dat in de nieuwe gemeente op korte termijn minder middelen beschikbaar zullen zijn voor uitgaven aan voorzieningen en dienstverlening dan nu voorzien. Dit geldt dus ook voor voorzieningen en dienstverlening in het dorp Scherpenzeel. Voor een uitgebreide toelichting over de gevolgen van de herindeling op de financiën en voorzieningen, zie paragraaf 2.5 van de reactienota. Daarnaast geeft u aan op dit moment een laagdrempelige gemeenteraad te ervaren doordat u een persoonlijke band heeft met enkele raadsleden. De provincie hecht veel waarde aan laagdrempelige 44
volksvertegenwoordiging en om dit te blijven waarborgen moedigt de provincie de (gezamenlijke) doorontwikkeling van het dorpenbeleid in beide gemeenten aan. Bij een verdere ontwikkeling van het dorpenbeleid is het ook mogelijk om zeggenschap voor kernen in te richten waarbij laagdrempeligheid gewaarborgd wordt. De precieze vormgeving daarvan is echter aan de gemeenten zelf. Voor een volledige toelichting op dit punt, zie paragraaf 2.4 van de reactienota. Daarnaast trekt u de rol van de provincie in twijfel, in het bijzonder in de richting van andere opties van samenwerken die onvolledig zijn overwogen. De provincie heeft in een heldere en consistente lijn geopereerd, passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke herindeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hierbij heeft de provincie alle varianten gewogen en is gezien de posities van de beide gemeenten en de bestuurskrachtopgave in Scherpenzeel tot de conclusie gekomen dat een herindeling de beste oplossing hiervoor biedt. In paragraaf 2.2 en 2.3 kunt u de uitgebreide toelichting op deze thema’s vinden. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld.
De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 5b Indiener: Inwoner Scherpenzeel (zelfde indiener als volgnummer 5a), 19 maart 2021 Samenvatting: Indiener is teleurgesteld in de Gedeputeerde Staten door haar reactie op de peiling rondom de herindeling tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. De indiener voelt zicht beledigd door de strekking van de reactie van de GS over de peiling. Een ruime meerderheid stemt voor zelfstandigheid en dat wordt afgedaan met een houding dat wij niet weten waar we het over hebben. Er wordt toegegeven dat er beperkte nuancering mogelijk was in de peiling, maar de angst bestaat bij het Kieskompas dat de nuancering sterk afhankelijk is van de vraagstelling en de interpretatie van de antwoorden. Reactie: In uw zienswijze geeft u aan dat teleurgesteld te zijn over de omgang met de peiling tijdens de Tweede Kamerverkiezingen en in het bijzonder de reactie van de provincie op deze peiling. U beaamt dat er tijdens deze peiling maar drie keuzes mogelijk waren, namelijk voor herindeling met Barneveld, zelfstandig Scherpenzeel of geen mening. Bij het geven van antwoorden was er geen ruimte voor nuancering. Uit de peiling van Kieskompas blijkt echter een al met al een genuanceerder beeld dan u schetst.
Daarnaast geeft u aan dat de interpretatie van het onderzoek van Kieskompas volledig afhankelijk is van de vraagstelling en de interpretatie van de antwoorden. De rapporten van Kieskompas laten echter zien dat de vraagstelling en uitvoering van het onderzoek volgens professionele en gebruikelijke normen heeft plaatsgevonden en de door Kieskompas benutte populatie als representatief kan worden beschouwd voor het doel en de uitkomsten van het onderzoek. Zie voor een uitgebreide toelichting rondom het onderwerp draagvlak paragraaf 2.6 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het 45
herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 6 Indiener: Stichting Houd Scherpenzeel Groen & Gezond, 17 maart 2021 Samenvatting: De indiener stelt dat de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein ‘t Zwarte Land II in Scherpenzeel door het plaatselijke bestuurlijk met veel ‘ijver’ wordt voortgezet. De indiener heeft een grote angst voor teloorgang van groen en gezondheid door deze ontwikkelingen. Dit zowel in de verblokking van de omgeving als verkeersgerelateerde uitstoot. Bij fusie van Barneveld en Scherpenzeel ziet de stichting kansen voor het regionale beleid van de Regio Foodvalley. De stichting pleit ervoor om ook zonder fusie van de beide gemeenten meer bestuurlijke visie te tonen. De indieners hebben de duidelijke wens om binnen de beleidskaders aan te geven dat verblokking in groene omgeving als onwenselijk wordt beschouwd. Reactie: De provincie heeft ten aanzien van ’t Zwarte Land II net als het regiobestuur ingestemd met de afwijking van het Regionaal Programma Werklocaties. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor het proces en de uitwerking van de plannen bij de gemeente Scherpenzeel of bij een fusie bij de nieuwe gemeenteraad.
Het handelen van de gemeente Scherpenzeel rondom het Zwarte Land II is daarmee geen onderdeel van het herindelingsadvies. De invulling van het eventuele groene karakter van de gemeente is bij de fusie aan de nieuwe gemeenteraad, zoals ook in meer detail staat omschreven in paragraaf 2.4 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 7 Indiener: Kulturhus de Breehoek Scherpenzeel, 22 maart 2021 Samenvatting: De indiener stelt dat het Kulturhus 'De Breehoek' van groot belang is voor Scherpenzeel. Zij zijn dan ook content te lezen dat in het ontwerp de buurtfunctie in stand gehouden wordt en zo mogelijk versterkt dient te worden. Om blijvend een veelzijdig programma te kunnen aanbieden is investeren noodzakelijk. Bij een mogelijke fusie kan het Kulturhus dienen als beeld van een sterk dorp. Reactie: De provincie ziet deze zienswijze als ondersteuning aan het herindelingsontwerp. De gesprekken over investeringen in de Breehoek zullen, zoals gesteld door de indiener, plaats moeten vinden met de betrokken gemeente.
Voor meer toelichting op de financiënfinanciën en voorzieningen van de nieuwe gemeente verwijzen we u naar paragraaf 2.5 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het
46
herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 8 Indiener: Inwoners Scherpenzeel, 21 maart 2021 Samenvatting: De indieners menen dat Scherpenzeel zelfstandig moet blijven. Dit onderbouwen zij door aan te geven dat er een gebrek aan draagvlak is onder de inwoners, onvoldoende onderbouwing is voor het gebrek aan bestuurskracht, geen garanties zijn voor Scherpenzeel op het gebied van financiën en voorzieningen en het financiële beeld dat de provincie schetst van Scherpenzeel niet terecht is. De indieners geven aan dat wanneer de kwaliteit/prijs in balans blijft, zij bereid zijn meer te betalen als inwoners van Scherpenzeel. Zij zijn tevreden over de gemeente die wordt ervaren als dichtbij en toegankelijk. Reactie: De aanleiding voor de arhi-procedure is onvoldoende toekomstige bestuurskracht van de gemeente Scherpenzeel. Deze uitdaging is in 2019 vastgesteld door de gemeenteraad van Scherpenzeel zelf. De directe aanleiding van de arhi-procedure is dat de provincie er niet van overtuigd is dat Scherpenzeel hier zelf een juiste oplossing voor zal vinden. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.1.3 van de reactienota. U geeft in uw zienswijze aan dat er geen draagvlak is voor het herindelingsontwerp.
De voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeenten zijn op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld oplevert dan u schetst. Daarnaast is draagvlak onder inwoners niet de enige bepalende factor in het vaststellen van het draagvlak. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6 van de reactienota. In uw zienswijze stelt u dat u bang bent dat de herindeling voor de gemeente Scherpenzeel financieel slecht zal uitpakken. Dat voorziet de provincie niet. De financiële uitgangspositie van de twee gemeenten is verschillend, niet ‘beter of slechter’. Scherpenzeel scoort op het punt van solvabiliteit hoog; ze is goed in staat om haar financiële verplichtingen te voldoen. Barneveld heeft meer exploitatiemogelijkheden door onbenutte belastingcapaciteit en heeft een goede weerbaarheid in het geval van financiële tegenslagen. Daarnaast zijn voor de tekortposities van Barneveld ruim voldoende voorzieningen opgenomen, het is dus niet zo dat eventuele grondexploitatieoverschotten uit Scherpenzeel daarvoor als compensatie zullen moeten gaan dienen. Voor een uitgebreide toelichting op het gevolg van de financiën en voorzieningen, zie paragraaf 2.5 van de reactienota.
In uw zienswijze geeft u aan dat u zeggenschap wilt hebben over uw voorzieningenniveau en zeer goede ervaringen heeft met een gemeente die dichtbij u staat. In een herindeling hoeft dit niet te veranderen: op dit moment is Barneveld ook al een meerkernige gemeente met dorpen met eigen kenmerken. Bij een verdere ontwikkeling van het dorpenbeleid is het daarnaast mogelijk om zeggenschap te borgen. Voor een volledige toelichting op dit punt, zie paragraaf 2.4 van de reactienota. Met betrekking tot de rol van de provincie: de provincie heeft volgens een heldere en consistente lijn geopereerd, passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke
47
herindeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zie paragraaf 2.3 van de reactienota voor een uitgebreide reactie op dit punt. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 9a Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 11 maart 2021 Samenvatting: De indiener meent dat het proces doorspekt is geweest van vooringenomenheid van de zijde van Gedeputeerde Staten. Dit in het bijzonder doordat er constant om een andere notitie gevraagd wordt door GS, van bestuurskracht tot financiële positie tot ambtelijke organisatie. Scherpenzeel heeft daardoor niet de kans gehad om de keus voor zelfstandigheid te laten zien. Ook wijst de indiener op kritiek die geuit wordt op de aanpak van cvdK Berends en gedeputeerde Markink door externe staatsrechtsgeleerden. Daarnaast heeft de indiener kritiek op de wijze van uitvoering van het variantenonderzoek en verzoekt om in geval van herindeling ook de variant Valleigemeente van Leusden-Woudenberg-Renswoude-Scherpenzeel te onderzoeken.
Provinciale Staten worden door de indiener opgeroepen om het proces te stoppen en niet in te stemmen met het herindelingsontwerp. Ook concludeert de indiener dat er geen draagvlak voor herindeling is onder de inwoners en gemeenteraad. Reactie: In uw zienswijze uit u kritiek op varianten die de provincie voor de herindeling heeft onderzocht. De provincie heeft vanuit een brede benadering een relatief beperkte selectie moeten maken van reëel denkbare oplossingsrichtingen voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Deze zijn in het variantenonderzoek als onderdeel van het open overleg betrokken. Meer toelichting op de variantkeuze kunt u vinden in paragraaf 2.2 van de reactienota. Met betrekking tot de rol van de provincie en de door u genoemde vooringenomenheid: de provincie heeft volgens een heldere en consistente lijn geopereerd, passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke herindeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zie paragraaf 2.3 van de reactienota voor een uitgebreide reactie op dit punt. In uw zienswijze geeft u aan dat er geen draagvlak is voor de herindeling. Het draagvlak is van groot belang.
Daarom zijn de voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeente op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld dan u schetst. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies.
48
VOLGNUMMER: 9b + 9c Indiener: Inwoner Scherpenzeel (zelfde indiener als volgnummer 9a), 19 maart 2021 Samenvatting: Indiener heeft het gevoel dat de provincie de gemeente en inwoners murw maakt door steeds weer negatief en per omgaande in de pers te reageren op situaties. In dit geval door de peiling gehouden door de gemeente (in afstemming met de provincie). Met name kritiek over de opstelling van Markink: 'dit is een eenvoudige voor-tegenpeiling en daar verbind ik geen gevolgen aan'. Draagvlak en proces van onderop zijn van belang. Beide zijn niet het geval bij dit herindelingsontwerp. Reactie: In uw zienswijze geeft u nogmaals aan dat er geen draagvlak is voor de herindeling en het proces niet van onderop is vormgegeven. Het draagvlak is van groot belang. Daarom zijn de voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeente op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld dan u schetst. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld.
De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 10 Indiener: Inwoner buitenland, 20 maart 2021 Samenvatting: Indiener vindt de omgang met de peiling ondemocratisch. Met name gebrek aan vermogen om situatie in Scherpenzeel vanuit Arnhem (provinciegebouw) te kunnen beoordelen. Daarnaast stelt de indiener dat er maar één optie op tafel lag voor de gemeente en hierdoor onwaarheden en verwijten worden verspreid. Reactie: In uw zienswijze noemt u meermaals dat het niet zo zou kunnen zijn dat de herindelingsprocedure ondanks de peiling alsnog wordt doorgezet. Echter, de voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeenten zijn op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld oplevert dan u schetst. Daarnaast is draagvlak onder inwoners niet de enige bepalende factor in het vaststellen van het draagvlak. Uw stelling dat het proces ondemocratisch tot stand is gekomen, onderschrijft de provincie dan ook niet. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6 van de reactienota. Daarnaast bent u in uw zienswijze kritisch op de rol van de provincie.
De korte reactie daarop is dat de provincie van mening is dat er met een heldere en consistente lijn is geopereerd, passend bij provinciaal beleid, wetgeving en het beleidskader van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. In paragraaf 2.3 van de reactienota wordt het proces van het open overleg, de rol van de provincie en besluitvorming door B&W uitgebreid uiteengezet. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het
49
herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 11 Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 24 maart 2021 Samenvatting: Indiener is ontevreden over de reactie van de provincie naar aanleiding van de draagvlakpeiling van de gemeente Scherpenzeel. Daarnaast geeft indiener aan dat draagvlak onder de bevolking een belangrijke factor is in het landelijke beleid en dat de bestuurskracht in Scherpenzeel de afgelopen tijd is verbeterd. Ook geeft indiener aan dat de financiën van Barneveld minder op orde zijn dan die van Scherpenzeel. Reactie: De voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeenten zijn op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld oplevert dan u schetst. Daarnaast is draagvlak onder inwoners niet de enige bepalende factor in het vaststellen van het draagvlak. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.6 van de reactienota. Daarnaast noemt u in uw zienswijze dat de bestuurskracht in Scherpenzeel de afgelopen tijd is verbeterd. Hierover kan veel worden gezegd, maar in het kort is de provincie er niet van overtuigd dat Scherpenzeel zelf een duurzame oplossing zal vinden voor het tekort aan bestuurskracht.
Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.1.3 van de reactienota. Tot slot merkt u op dat de financiën van Barneveld niet op orde zijn en dat Scherpenzeelse hulp hiervoor nodig is. Dat voorziet de provincie niet. De financiële uitgangspositie van de twee gemeenten is verschillend, niet ‘beter of slechter’. Aan de ene kant scoort Scherpenzeel op het punt van solvabiliteit hoog en Barneveld heeft meer exploitatiemogelijkheden door onbenutte belastingcapaciteit en heeft een hoge weerbaarheid in het geval van financiële tegenslagen.. In het algemeen geven de financiën geen aanleiding om te veronderstellen dat in de nieuwe gemeente op korte termijn minder middelen beschikbaar zullen zijn voor uitgaven aan voorzieningen en dienstverlening dan nu voorzien, dit geldt dus ook voor voorzieningen en dienstverlening in het dorp Scherpenzeel. Voor een uitgebreide toelichting op het gevolg van de financiën en voorzieningen, zie paragraaf 2.5 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies.
VOLGNUMMER: 12 Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 24 maart 2021 Samenvatting: Indiener geeft aan dat in na herindeling het uitoefenen van invloed op het regionale beleid van de Regio Foodvalley door de nieuwe gemeente Barneveld bestuurlijk eenvoudiger wordt. Daarbij geeft indiener wel aan dat ook zonder fusie bestuurlijk steviger kan worden gepositioneerd. Reactie: Wij beschouwen deze reactie als een ondersteuning van het herindelingsontwerp.
50
Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 13 Indiener: Inwoner Barneveld, 23 maart 2021 Samenvatting: Indiener geeft aan dat zelfstandigheid van Barneveld en Scherpenzeel het beste bestuurlijke toekomstscenario is. Allereerst impliceert indiener gebrekkige bestuurskracht aan de kant van Barneveld. Ook wijst indiener op de teruglopende voorzieningen in 'buitendorpen", waarbij indiener het voorbeeld geeft van de gemeente Ede. Daarnaast noemt indiener dat Barneveld een slechtere financiële positie heeft dan de gemeente Scherpenzeel. Ook wijst indiener erop dat schaalvergroting over het algemeen niet leidt tot kostenbesparing. Daarbij geeft indiener aan dat het wel een optie is dat Barneveld de taken van Scherpenzeel in het sociale domein, afvalverwerking, politie of belastingen overneemt. Tot slot geeft indiener aan dat de provincie zich in moet zetten voor een sterkere democratische borging van besluitvorming in Kootwijkerbroek, Garderen en Voorthuizen.
Reactie: In tegenstelling tot de indiener ziet de provincie geen bestuurskrachtprobleem in de gemeente Barneveld. De aanleiding voor de arhi-procedure is het gebrek aan bestuurskracht in de gemeente Scherpenzeel, zoals de gemeenteraad van Scherpenzeel in 2019 zelf vaststelde. Dat was ook een belangrijke aanleiding voor de start van de arhi-procedure vanuit de provincie. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 2.1.3 van de reactienota. In uw zienswijze stelt u dat u bang bent dat de herindeling voor de gemeente Scherpenzeel financieel slecht zal uitpakken. Dat voorziet de provincie niet. De financiële uitgangspositie van de twee gemeenten is verschillend, niet ‘beter of slechter’. Scherpenzeel scoort op het punt van solvabiliteit hoog; ze is goed in staat om haar financiële verplichtingen te voldoen. Barneveld heeft meer exploitatiemogelijkheden door onbenutte belastingcapaciteit en heeft een goede weerbaarheid in het geval van financiële tegenslagen. In het algemeen geven de financiën geen aanleiding om te veronderstellen dat in de nieuwe gemeente op korte termijn minder middelen beschikbaar zullen zijn voor uitgaven aan voorzieningen en dienstverlening dan nu voorzien, dit geldt dus ook voor voorzieningen en dienstverlening in het dorp Scherpenzeel. Voor een uitgebreide toelichting op het gevolg van de financiën en voorzieningen, zie paragraaf 2.5 van de reactienota.
In uw zienswijze geeft u aan dat een zelfstandig Scherpenzeel in samenwerking met Barneveld op nog nader te bepalen domeinen uw voorkeur heeft. Vanuit de provincie is in het variantenonderzoek de optie van een duurzame en vergaande samenwerking tussen Scherpenzeel met Barneveld specifiek ingebracht. Echter, deze variant was niet haalbaar omdat de gemeenten hier geen overeenstemming over kunnen bereiken vanwege verschil in belang en perspectief bij de invulling van de variant. Zie paragraaf 2.3 van de reactienota voor een uitgebreide toelichting. In uw zienswijze geeft u aan dat het van belang is om sterkere democratische borging in Barneveld te realiseren. De provincie moedigt de (gezamenlijke) doorontwikkeling van dorpenbeleid in beide 51
gemeenten aan. Bij een verdere ontwikkeling van het dorpenbeleid is het ook mogelijk om zeggenschap voor kernen in te richten. De precieze vormgeving daarvan is echter aan de gemeenten zelf. Voor een volledige toelichting op dit punt, zie paragraaf 2.4 van de reactienota. Conclusie: Het totaal van alle zienswijzen heeft ons aanleiding gegeven om aanscherpingen en verhelderingen in de tekst van het herindelingsontwerp aan te brengen ten behoeve van het herindelingsadvies. Daar waar relevant is dit specifiek vermeld. De zienswijzen hebben niet geleid tot een verandering van de hoofdlijn van het herindelingsontwerp en de inhoudelijke conclusies. VOLGNUMMER: 14 Indiener: Inwoner Scherpenzeel, 23 maart 2021 Samenvatting: Indiener verzoekt de provincie om de fusie tussen Scherpenzeel en Barneveld stop te zetten. De indiener lijkt de voorkeur te hebben voor een samenwerking tussen de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld en niet voor een bestuurlijke fusie. De belangrijkste reden hiervoor is volgens indiener het beperkte draagvlak voor de fusie bij inwoners van Scherpenzeel, onder verwijzing naar de gemeentelijke peiling van 17 maart. Daarnaast geeft indiener aan dat de bestuurskracht in Scherpenzeel de afgelopen tijd sterk is verbeterd en dat dit nog verder verbeterd kan worden door het versterken van samenwerking.
Tot slot geeft indiener aan dat door de opschaling van gemeenten vaak meer op regio's lijken dan op gemeenten. Reactie: U geeft in uw zienswijze aan dat in Scherpenzeel de bestuurlijke voorkeur uitgaat naar een samenwerking ten faveure van een bestuurlijke fusie. Voor de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel zijn in de arhi-procedure verschillende varianten onderzocht. Vanuit de provincie is in het variantenonderzoek de optie van een duurzame en vergaande samenwerking tussen Scherpenzeel met Barneveld specifiek ingebracht. Echter, deze variant was niet haalbaar omdat de gemeenten hier geen overeenstemming over kunnen bereiken vanwege verschil in belang en perspectief bij de invulling van de variant. Zie paragraaf 2.3 van de reactienota voor een uitgebreide toelichting. Voor wat betreft uw opmerking over Rozendaal, deze situatie is niet zo direct vergelijkbaar. De opgaven en ambities waar Rozendaal voor staat en hoe zij de zich bestuurlijk hebben georganiseerd is substantieel anders dan in Scherpenzeel, met name door sterke samenwerkingsrelaties. Daarnaast geeft u in uw zienswijze aan dat het draagvlak voor de fusie tussen Barneveld en Scherpenzeel laag is. De voorkeuren en wensen van inwoners met betrekking tot de toekomstige gemeenten zijn op meerdere momenten en op verschillende manieren gepeild, wat al met al een genuanceerder beeld oplevert dan u schetst.