CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

08g. 03466745 (Bijlagenboek 2).pdf

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken39.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In de recente bestuursopdracht die Barneveld heeft geformuleerd om tot het dorpenbeleid 2.0 te komen, wordt expliciet ruimte aan Scherpenzeel geboden om mee te denken en invulling te geven aan dit beleid. De eerste stappen zijn daarvoor in het eerste kwartaal van 2021 al gezet, door middel van een gezamenlijke ambtelijke inspiratiesessie gericht op het verder ontwikkelen van het dorpenbeleid van beide gemeenten. Ook door Scherpenzeel zijn in het kader van de zienswijzeprocedure ideeën en wensen voor de invulling het dorpenbeleid op tafel gelegd. Met elkaar vormt dit het materiaal voor dialoog met inwoners en tussen de gemeenten om tot concreet beleid te komen. De provincie ondersteunt dit proces van harte, maar heeft geen sturende rol bij het komen tot dit dorpenbeleid. Het komen tot een passend en werkbaar dorpenbeleid is immers ook een gesprek dat vooral tussen het gemeentebestuur en haar inwoners moet plaatsvinden. In de gesprekken tijdens het open overleg is door inwoners ook aangegeven dat ze participatie bij gesprekken over de toekomst van hun gemeente erg belangrijk vinden. De verantwoordelijkheid om dit gesprek met inwoners te voeren ligt bij de gemeenten. Uiteindelijk besluit de nieuwe gemeenteraad over het dorpenbeleid.

De provincie roept de gemeenten wel op een snelle start te maken met het vormgeven van dat beleid, in nauwe samenwerking met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De provincie zal bevorderen dat dat dit gesprek op korte termijn van start gaat. De provincie kan dit gesprek ook faciliteren vanuit diverse programma’s waaronder Leefbaarheid, met als onderdeel de zgn. dorpendeals. Op dit moment is Barneveld ook al een meerkernige gemeente met dorpen die kenmerken en kwaliteiten hebben en ontwikkelen. Vanuit de Strategische Visie Barneveld 2030 is de afgelopen jaren ingezet op groei met behoud van de identiteit van de kernen, op kernen die toekomstbestendig zijn en die een grotere sociale samenhang kennen (Gemeente Barneveld 2016). Inmiddels zijn er diverse instrumenten ontwikkeld zoals dorpsvisies en wijkplatforms die worden ingezet om door het leveren van maatwerk de verschillende dorpen in Barneveld te versterken. Daarnaast is voor het afwegen van belangen en het maken en uitvoeren van plannen in de gemeente Barneveld sprake van een werk- en besluitvormingsstructuur waarin ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid en zeggenschap vanuit de gemeenschap in de dorpen van de gemeente. In de

17

nieuwe gemeente zal Scherpenzeel één van de dorpen van de gemeente Barneveld zijn en ruimte krijgen om de zeggenschap en verantwoordelijkheid in overleg in te vullen. Barneveld kent Dorpsvisies voor haar verschillende dorpen. Vanaf de vaststelling van het herindelingsadvies kan tot de fusiedatum van 1-1-2023 in samenspraak met inwoners de Dorpsvisie Scherpenzeel door de gemeenten gezamenlijk worden ontwikkeld. Kernthema’s van deze uit te werken Dorpsvisie Scherpenzeel na 2023 zijn in ieder geval: • • • • •

Instandhouding en (door)ontwikkeling van de aanwezige voorzieningen Balans tussen ontwikkeling van woningbouw, economie en groene waarden Bereikbaarheid en kwaliteit openbare ruimte Zeggenschap en representatie vanuit de gemeenschap in de nieuwe gemeente Professionaliteit én maatwerk in gemeentelijke dienstverlening voor Scherpenzeel.

Voor de vormgeving van het dorpenbeleid zijn veel verschillende vormen denkbaar, waarbij inspiratie kan worden geput uit allerlei varianten van dorpenbeleid door het hele land. Hiertoe worden ook nog steeds nieuwe vormen ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld het ‘gemeentelijk statuut’ of een ‘gemeentelijke grondwet’, waarin rechten en plichten van dorpskernen of bijvoorbeeld raden worden vastgelegd. Zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken als de VNG stimuleren de kennisontwikkeling en het opzetten van experimenten op het gebied van dorpenbeleid. Concluderend stellen we het volgende. We zien dat Barneveld al op dit moment een meerkernige gemeente is, waar dorpen hun eigen kenmerken en kwaliteiten hebben en ontwikkelen. Daarnaast is Barneveld actief bezig met de doorontwikkeling van hun dorpenbeleid. Tegelijkertijd zien we landelijk dat er veel en zelfs in toenemende mate vormen van dorpenbeleid zijn waar identiteit en zeggenschap van kernen kan worden geborgd. Beide trends bewegen dezelfde kant op en bieden Scherpenzeel de ruimte om samen met Barneveld het dorpenbeleid 2.0 vorm te geven. De provincie ziet dan ook geen reden om het herindelingsadvies op dit punt aan te passen.

2.5

Financiën en voorzieningen

Met het thema ‘financiën en voorzieningen’ wordt ingegaan op de zienswijzen 5a, 7, 8, 11, 13, 15, 17, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 33, 34, 37, 38, 39 en 40. In diverse zienswijzen wordt gewezen op de onzekerheid van het financieel perspectief voor de nieuwe gemeente, vooral in verband met recente financiële ontwikkelingen in de gemeente Barneveld en vanwege nog te verwachten besluitvorming op landelijk niveau over de ontwikkeling van het gemeentefonds. Volgens enkele indieners is de financiële situatie in Barneveld slechter dan in het herindelingsontwerp aangegeven, vanwege tekorten in de grondexploitatie. Hierbij wordt ook verwezen naar een recent onderzoek door BDO Accountants en Adviseurs (BDO 2021). Diverse indieners wijzen er op dat deze onzekerheid ook onzekerheid schept over toekomstige investeringen en uitgaven ten behoeve van het dorp Scherpenzeel in de nieuw te vormen gemeente. Dit met name ten aanzien van bestaande maatschappelijke voorzieningen. Allereerst kan vastgesteld worden dat het beeld uit het herindelingsontwerp (en de daaraan ten grondslag liggende herindelingsscan) een correct beeld geven van de financiële posities van beide gemeenten naar de informatie van dat moment. Voor de tekortposities in de grondexploitatie van Barneveld zijn ruim voldoende voorzieningen getroffen. Dit is in de herindelingsscan opgenomen.

Daarnaast worden ook in Barneveld nog royale grondexploitatieoverschotten voorzien. Het is dus niet zo dat eventuele grondexploitatieoverschotten in Scherpenzeel daarvoor als compensatie voor tekorten in Barneveld zullen moeten gaan dienen. 18

In de beeldvorming over de financiële situatie in Barneveld wordt door enkele indieners gewezen op een recent BDO-rapport waarin Barneveld op een aantal parameters slecht/matig scoort en Scherpenzeel op deze parameters goed scoort. Voor een complete beeldvorming is het echter van belang om de set van parameters te hanteren, zoals ook door de provincie bij het financieel toezicht worden gehanteerd. Deze set van parameters is terug te vinden in de begrotingsbrieven van gemeenten.1 Voor de provincie als toezichthouder zijn de structurele exploitatieruimte en de weerstandsratio veruit de belangrijkste kengetallen. De eerste zegt iets over het al dan niet structureel sluitend zijn van de begroting en meerjarenraming of jaarrekening. In de weerstandsratio komen alle financiële risico’s van de gemeente tot uitdrukking, die de gemeente loopt maar die (nog) niet zijn begroot of verantwoord. Die risico’s worden vervolgens afgezet tegen de buffer die de gemeente daarvoor beschikbaar heeft. Dus ook de eventuele risico’s op (hoge) schulden/financiering en de (forse) grondexploitatie worden daarbij betrokken. Kortom in deze beide kengetallen komen meerdere afzonderlijk voorgeschreven kengetallen tezamen. Scherpenzeel en Barneveld scoren op basis van de jaarrekening 2019 beide een score van 2,5 op het onderdeel weerstandsvermogen. Dat is in beide gevallen uitstekend.

In de monitor financiële conditie van gemeenten van de VNG scoort, op basis van de meest recent vastgestelde jaarrekeningen van gemeenten , Barneveld een 7 en Scherpenzeel een 7,5 (VNG 2019). Waarbij Barneveld goed scoort op het onderdeel weerbaarheid door de hoge houdbaarheidsquote, waarmee de weerbaarheid in het geval van financiële tegenslagen wordt aangeduid (bestaande uit de onbenutte belastingcapaciteit + de beïnvloedbare beleidsruimte waar bezuinigingen mogelijk zijn). Scherpenzeel scoort goed op het onderdeel vermogenspositie door de goede scores op netto schuldquote (het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen) en solvabiliteitsratio (mate waarin de gemeente in staat is om haar financiële verplichtingen te voldoen). De conclusies van VNG zijn in lijn met de bevindingen uit de herindelingsscan BarneveldScherpenzeel. Namelijk dat Barneveld meer mogelijkheden heeft in de exploitatie en dat Scherpenzeel een betere solvabiliteit heeft. Als er al extra financiële risico’s uit de slechtere parameters zouden voortvloeien, dan heeft Barneveld voldoende weerstandscapaciteit en mogelijkheden om structurele baten te verhogen voorhanden. Door enkele indieners wordt erop gewezen dat na vaststelling van de herindelingsscan aanpassingen hebben plaatsgevonden in het financieel perspectief van Barneveld.

Deze leiden tot de noodzaak voor College van B&W en gemeenteraad om op korte termijn een financieel sluitend meerjarenperspectief vast te stellen (“schoon door de poort”). Dit is voorzien voor 17 juni 2021 (gemeenteraad). Voor de precieze invulling van dit perspectief is de ontwikkeling van de herverdeling van het gemeentefonds en de aanpassing van het woonplaatsbeginsel2 een belangrijke factor. Uit de gepresenteerde adviezen hierover blijkt dat Barneveld (evenals Scherpenzeel overigens) als voordeelgemeente kan gaan gelden. Indien deze verwachting wordt bewaarheid zijn geen of slechts aanvullende financiële maatregelen nodig om tot het gewenste sluitende meerjarenperspectief te komen. Vooralsnog is er geen reden om de algemene conclusies uit het herindelingsontwerp ten aanzien van de financiële positie van de nieuwe gemeente aan te passen. Wel zullen na vaststelling van de 1

Zie www.geldersefinancien.nl

2 Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de intramurale jeugdhulp. Omdat het

vaak moeilijk is om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is, gaat het woonplaatsbeginsel wettelijk veranderen per 1-1-2022. Tot 11-2022 is het zo dat de gemeente waar een jeugdige geplaatst is, financieel verantwoordelijk is voor de kosten. Per 1-1-2022 wordt de gemeente waar de jeugdige vandaan komt financieel verantwoordelijk voor de kosten. Daardoor zal er een verschuiving plaatsvinden van kosten tussen vestigingsgemeenten en herkomstgemeenten. Dit heeft financiële gevolgen voor zowel Barneveld als Scherpenzeel.

19

Kadernota in beide gemeenten enkele onderliggende gegevens aangepast worden. De mate waarin hiervoor in met name de gemeente Barneveld nog aanvullende maatregelen nodig zijn in de sfeer van ombuigingen en/of lastenverzwaringen zal sterk afhankelijk zijn van de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds en de aanpassing van het woonplaatsbeginsel. Hiervoor zijn de eerste signalen dus gunstig, ook voor de financiële positie van de nieuw te vormen gemeente. Dit betekent dat er vooralsnog geen aanleiding is om te veronderstellen dat in de nieuwe gemeente minder middelen beschikbaar zullen zijn voor uitgaven aan voorzieningen en dienstverlening dan nu voorzien. Dit geldt dus ook voor voorzieningen en dienstverlening in het dorp Scherpenzeel; wel is op dit moment nog geen zekerheid over de allocatie van beschikbare middelen na 1 januari 2023. Dit is uiteraard een verantwoordelijkheid van de nieuwe gemeenteraad op dat moment. Zoals in het herindelingsontwerp is opgenomen, vindt de provincie het van belang dat de beide huidige gemeenten met elkaar ruim vóór de fusiedatum in overleg gaan om afspraken te maken over de wijze waarop voorzieningen en dienstverlening in het dorp Scherpenzeel na 1 januari 2023 kunnen worden ingericht en ondersteund. Dergelijke afspraken zijn gebruikelijk bij gemeentelijke fusies en zijn richtinggevend voor het beleid van de nieuwe gemeente.

Dit betekent overigens niet dat hier keiharde garanties aan kunnen worden ontleend. De gemeenteraad van de nieuw te vormen gemeente is autonoom en kan na verkiezingen immers andere keuzes maken, eventueel onder druk van dan geldende financiële en maatschappelijke omstandigheden. Deze situatie kan in alle situaties ontstaan, dus zowel in het geval van fusie als in het geval van zelfstandigheid van Scherpenzeel en Barneveld. De provincie zal het overleg tussen beide gemeenten hierover bevorderen en faciliteren en kan bij eventuele knelpunten met provinciale beleidsinstrumenten en/of inzet van specifieke expertise en netwerken een bijdrage leveren aan het tot stand komen van goede afspraken tussen de beide gemeenten.

2.6

Draagvlak

Met het thema ‘draagvlak’ wordt ingegaan op dat onderdeel uit de zienswijzen 5a, 5b, 8, 9a, 9b, 10, 11, 14, 15, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 33, 35, 36, 37, 38 en 40. In ongeveer de helft van de ingediende zienswijzen wordt ingegaan op het onderwerp draagvlak. Daarbij wordt veelal gerefereerd aan de inwonerspeilingen in Scherpenzeel (meest recent 17 maart 2021) en een enkele keer aan de raadplegingen via Kieskompas. Veel indieners achten de uitslag van de inwonerspeiling(en) in Scherpenzeel zodanig van betekenis dat ze aangeven dat de provincie om die reden zou moeten afzien van verdere stappen naar herindeling of er niet aan had moeten beginnen. Sommige indieners geven aan dat ze zich door de handelwijze van de provincie in deze en de reactie op de uitgevoerde peilingen niet serieus genomen voelen en enkelen geven aan te vinden dat de provincie hierin ondemocratisch handelt. In enkele zienswijzen wordt de uitslag van de gemeentelijke inwonerspeiling ook gerelativeerd en wordt aangegeven dat die mede is gebaseerd op gekleurde/eenzijdige informatie van de zijde van de gemeente. In enkele zienswijzen wordt gerefereerd aan het landelijk beleid ten aanzien van herindelingen en de belangrijke rol die het thema draagvlak heeft in de afwegingen daaromtrent.

Enkele indieners zijn op grond hiervan van mening dat de provincie met het herindelingsontwerp (en een eventueel vast te stellen herindelingsadvies) handelt in strijd met de landelijke beleidsregels op dit punt, omdat geen sprake zou zijn van voldoende draagvlak onder de bevolking en het gemeentebestuur van Scherpenzeel voor een herindelingstraject.

20

In deze reactienota zal aan dit thema een algemene beschouwing worden gewijd, als basis voor de reacties op de ingediende individuele zienswijzen. In deze algemene reactie wordt ingegaan op de landelijke beleidsregels rond draagvlak bij herindelingsvoorstellen en op de manier waarop de provincie daar in dit geval mee omgaat. Daarbij zal ook ingegaan worden op de verschillende informatie-instrumenten die in de loop van dit proces zijn benut om een beeld te krijgen van het draagvlak onder inwoners voor het herindelingsvoorstel (zoals de inwonerspeilingen in Scherpenzeel en de raadplegingen via Kieskompas). Daarbij wordt ook aangegeven hoe naar de opvatting van de provincie het herindelingsvoorstel past bij belangen en verwachtingen van inwoners in de beide gemeenten.

2.6.1 Draagvlak in geval van een provinciaal initiatief Het Beleidskader gemeentelijke herindeling van de minister van BZK laat het initiatief voor een herindeling primair aan gemeenten. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat bij evidente bestuurskrachtproblemen van gemeenten, waarvoor zij zelf geen oplossingen weten te bereiken, de provincies hun eigen verantwoordelijkheid hebben en gebruik kunnen maken van hun bevoegdheden in het kader van de Wet arhi. Dit kan dus leiden tot een door de provincie geïnitieerd herindelingsadvies. Ook een dergelijk herindelingsvoorstel zal door de minister van BZK getoetst worden aan het draagvlakcriterium doch, zo geeft het Beleidskader gemeentelijke herindeling aan: “dit betekent evenwel niet dat unanimiteit bij gemeentebesturen of steun onder de meerderheid van de inwoners altijd een vereiste is”. Het kabinet vraagt in die gevallen een solide onderbouwing waarom bij gebrek aan breed draagvlak toch een herindeling gewenst wordt. In geval van een provinciaal initiatief is het de verantwoordelijkheid van de betrokken provincie om het maatschappelijke draagvlak voor een herindeling te beoordelen en daarin te investeren. Het gaat daarbij om zowel lokaal bestuurlijk, regionaal als maatschappelijk draagvlak. De provincie heeft in juli 2020 gekozen om via artikel 8 Wet arhi regie te nemen op de oplossing van de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel.

Als uitgangspunt is gekozen dat deze oplossing zoveel mogelijk vanuit de opgaven voor inwoners en gebied moet komen. Gekozen is daarom voor een inhoudelijke aanpak, met als startpunt de wensen, belangen en verwachtingen van inwoners van de beide (mogelijk) bij een fusie betrokken gemeenten. Het ging hierbij om inhoudelijke wensen, verwachtingen en belangen die inwoners en stakeholders hebben bij het optreden en functioneren van hun gemeentebestuur, dus niet per se ten aanzien van de beste bestuurlijke constructies.

2.6.2 Maatschappelijk draagvlak; de opgaven centraal De inhoudelijke wensen, belangen en verwachtingen van inwoners bij het optreden en functioneren van hun gemeentebestuur zijn geïnventariseerd in een participatietraject in het najaar van 2020. Via internetpolls, (digitale) keukentafelgesprekken en themabijeenkomsten is hiervoor informatie opgehaald. Via een representatief onderzoek van Kieskompas onder inwoners van Scherpenzeel en Barneveld is deze informatie gevalideerd (Kieskompas 2021). Centraal in de wensen, verwachtingen en belangen van inwoners en stakeholders bleken de issues “voorzieningen”, “dienstverlening” en “identiteit/ zeggenschap” en “een goede financiële positie op de lange termijn”. Deze issues hebben dan ook als toetspunten gefungeerd voor de keuze van de optimale bestuurlijke constructie voor de invulling van de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel. Dit resulteerde in de keuze voor de zogenoemde Variant “3-plus”. In het herindelingsontwerp is uitgebreid beschreven hoe het participatieproces is verlopen, tot welke inhoudelijke resultaten dit heeft geleid en hoe deze hebben doorgewerkt in de keuze voor de betreffende variant.

21

Na vaststelling van het herindelingsontwerp heeft de provincie zich ingespannen om op verschillende manieren de inhoud van het herindelingsontwerp bekend te maken onder inwoners van Barneveld en Scherpenzeel. Dit wordt elders in de reactienota uitgebreider beschreven. De provincie heeft vervolgens eind maart 2021 een representatieve raadpleging laten uitvoeren onder inwoners van Barneveld en Scherpenzeel over hun houding ten aanzien van de inhoud van het herindelingsontwerp. Daarbij is specifiek gevraagd naar de doorwerking van de eerdere geformuleerde issues. In het onderzoek is gestart met de algemene vraag naar de opinie over het herindelingsontwerp (“1e keer”). Daarna zijn vragen gesteld over de inhoudelijke aspecten van het herindelingsontwerp, waarna opnieuw (“2e keer”) de algemene vraag naar de opinie over het herindelingsontwerp is gesteld. In de twee onderzoeken zijn respectievelijk de volgende twee vragen gesteld: “Wat vindt u van de voorgenomen samenvoeging van de gemeente Barneveld en Scherpenzeel?” en “Als het herindelingsontwerp wordt uitgevoerd en de vier punten inspraak, voorzieningen, dienstverlening en financiën worden waargemaakt, wat vindt u dan van de voorgenomen samenvoeging van de gemeente Barneveld en Scherpenzeel?” Barneveld (eerste keer)

Barneveld (tweede keer)

Dat lijkt mij een goed plan

10%

Scherpenzeel (eerste keer) 15% 13%

Scherpenzeel (tweede keer) 20%

Dat is acceptabel onder (deze) voorwaarden Dat lijkt mij een slecht plan

22%

36%

12%

21%

37%

25%

67%

48%

Dat maakt mij eigenlijk niet zoveel uit

25%

13%

2%

3%

Dat weet ik niet / Geen mening

7%

12%

2%

7%

De resultaten laten zien dat er een behoorlijk genuanceerd beeld leeft onder inwoners over het herindelingsontwerp. Onder inwoners van Barneveld is er een positiever beeld dan onder inwoners van Scherpenzeel. Maar ook onder inwoners van Scherpenzeel wordt het beeld over het herindelingsontwerp positiever naarmate de respondenten meer zicht hebben op de manier waarop de verschillende issues in het herindelingsontwerp hun plek krijgen. Uiteindelijk is de verdeling onder respondenten in Scherpenzeel ca. 50, 40 en 10% tussen resp. uitgesproken negatief, (acceptabel)positief en maakt niet uit/geen mening. In enkele zienswijzen klinkt onbegrip door over de vraagstelling door Kieskompas en worden vraagtekens gezet bij de representativiteit. Verwijzend naar de rapporten van Kieskompas kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de vraagstelling en uitvoering van het onderzoek volgens professionele en gebruikelijke normen heeft plaatsgevonden en de door Kieskompas benutte populatie als representatief kan worden beschouwd voor het doel en de uitkomsten van het onderzoek. Met de bovengeschetste aanpak heeft de provincie inhoud gegeven aan de oproep van de minister van BZK van juli 2020 om de opgaven centraal te stellen en van daaruit te werken naar de keuze voor de best passende oplossingen voor de oplossing van de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel.

De keuze voor het herindelingsvoorstel is op deze manier vanuit de wensen, belangen en verwachtingen van inwoners en stakeholders in de beide gemeenten tot stand gekomen. Daarnaast is bij de

22

voorbereiding van het herindelingsvoorstel zo veel mogelijk rekening gehouden met de belangen, ideeën en verwachtingen van bestuurlijke partijen in het gebied.

2.6.3 Regionaal bestuurlijk draagvlak Voor de toetsing van het draagvlak is naast het maatschappelijk en lokaal bestuurlijk draagvlak nog van belang het regionaal (bestuurlijk) draagvlak. In het herindelingsontwerp is beschreven hoe bestuurlijke partners in de omgeving vanaf het voorjaar 2020 zijn betrokken bij de afwegingen rond de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel Het resultaat daarvan is beschreven in het herindelingsontwerp. Gebleken is dat de gemeenten Barneveld, Ede en Veenendaal in staat en bereid waren om op zakelijk-contractuele basis samen te werken met Scherpenzeel bij de uitvoering van taken. Ook werd duidelijk dat de gemeente Barneveld als enige partner voor een mogelijk fusiepartnerschap in aanmerking zou kunnen en willen komen. Voor andere gemeenten was een vergaande samenwerking dan wel fusie met Scherpenzeel absoluut niet aan de orde. Dit feit en het feit dat de gemeente Barneveld én de enige grotere gemeente is die direct aan Scherpenzeel grenst én de enige gemeente is van alle buurgemeenten die in de provincie Gelderland ligt, maakte dat een eventuele fusie tussen Scherpenzeel en Barneveld niet op problemen bij buurgemeenten zou hoeven stuiten. Dit is ook gebleken in de periode van het open overleg (najaar 2020), waarin opnieuw – en nu formeel in het kader van artikel 8 Wet arhi – met alle bestuurlijke partners is gesproken.

Aan de bestuurlijke partners (te weten de gemeenten Woudenberg, Renswoude, Veenendaal, Ede, de provincie Utrecht, de Regio Foodvalley en het Waterschap Vallei en Veluwe) is het herindelingsontwerp toegezonden met een uitnodiging om hierop via een zienswijze te reageren. Geen enkele bestuurlijke partner heeft aanleiding gezien inhoudelijke zienswijzen in te dienen ten aanzien van het fusievoorstel zelf. Voor zover er inhoudelijk gereageerd is had dit betrekking op een enkele formulering in het herindelingsontwerp over hun opvattingen in deze. Deze zijn verwerkt in het herindelingsadvies. Wij zien het resultaat van de zienswijzeprocedure in deze derhalve als een bevestiging van bestuurlijk draagvlak in de regio voor het herindelingsvoorstel.

2.6.4 De inwonerspeiling in Scherpenzeel en het lokaal bestuurlijk draagvlak In veel van de zienswijzen wordt gerefereerd aan de bewonerspeiling(en) in Scherpenzeel en dat, naar de mening van de indieners, te weinig rekening wordt gehouden met de resultaten daarvan door de provincie. Door het gemeentebestuur van Scherpenzeel is twee maal een raadpleging gehouden onder de eigen bevolking over het onderwerp zelfstandigheid/herindeling, te weten in juni 2020 en op 17 maart 2021. De provincie heeft zich vanaf het allereerste begin op het standpunt gesteld dat deze peilingen volledig voor verantwoordelijkheid waren van het gemeentebestuur, bedoeld om het standpunt van de gemeenteraad mede te kunnen vormen dan wel bevestigen. In juni 2020 ging het daarbij om de besluitvorming over de Kadernota en in maart 2021 over de voorbereiding van de besluitvorming over de zienswijze in april 2021. In een enkele zienswijze wordt gesuggereerd dat de 2e peiling met instemming en zelfs met medewerking van de provincie is uitgevoerd. Dit is absoluut niet het geval en het zou ook niet zuiver zijn geweest. De gemeenteraad moet een eigen besluit nemen zonder provinciale beïnvloeding of anderszins. Vervolgens moet de provincie weer een eigen standpunt innemen naar aanleiding van de zienswijzen en rekening houdend met alle relevante informatie.

Voor het innemen van een standpunt door de provincie is de inwonerspeiling (in dit geval van 17 maart 2021) een van de informatiebronnen die meegewogen wordt. Bij de afweging van de resultaten van de inwonerspeiling weegt voor de provincie zwaar dat:

23

1. In de inwonerspeiling is een keuze zelfstandigheid met samenwerking voorgelegd die niet realistisch was. De suggestie (blijkend uit de informatie van de gemeente Scherpenzeel) dat duurzame samenwerking met Barneveld hierbij tot de mogelijkheden behoort was op het moment van kiezen niet aanwezig. Het was dus eigenlijk een wensbeeld dat voorgelegd werd en geen reële mogelijkheid. 2. Bij de inhoudelijke keuze tussen alternatieven kan de provincie niet afgaan op een door inwoners geformuleerd eindbeeld, waarbij de inhoud of de consequenties van dat eindbeeld niet gewogen is of kon worden door de inwoners. Daarom is in de door de provincie zelf uitgevoerde raadpleging juist voluit ingezet op een inhoudelijke benadering waarbij de verschillende alternatieven voor bestuurskrachtversterking getoetst zijn aan de wensen, verwachtingen en belangen van inwoners. En dat blijkt een genuanceerd beeld op te leveren ten aanzien van de voorkeur of afkeur van fusievarianten. 3. De provincie wil dat alle bij een eventuele fusie betrokken inwoners de gelegenheid krijgen zich uit te spreken over een mogelijke herindeling, dus in dit geval die van Scherpenzeel én Barneveld. Bij de inwonerspeiling op 17 maart zijn alleen inwoners van Scherpenzeel bevraagd. Voor inwoners van beide gemeenten zijn er mogelijke consequenties en voor beide groepen gaat het om “hun” gemeente.

Het door de provincie uitgevoerde onderzoek via Kieskompas is gehouden onder een representatieve groep van inwoners uit beide gemeenten en levert voor de populatie als geheel een per saldo positief beeld op over de inhoud van het herindelingsontwerp, zeker nadat respondenten zich hebben verdiept in de belangrijkste inhoudelijke aspecten daarvan. 4. Uiteindelijk zijn de gemeentelijke peilingen bedoeld geweest voor de gemeenteraad van Scherpenzeel en die heeft daar – naar aangenomen mag worden – ook op eigen wijze gebruik van gemaakt. Uiteindelijk is in de weging van het lokaal bestuurlijk draagvlak de opvatting van de beide gemeenteraden het belangrijkste. Uit de stemming over zienswijzen blijkt dat de opvattingen in beide gemeenteraden niet unaniem zijn. In Scherpenzeel hebben 8 raadsleden voor de zienswijze gestemd en 5 tegen; in Barneveld 27 voor de zienswijze en 4 tegen.

2.6.5 Conclusie ten aanzien van draagvlak In het herindelingsadvies zal – in aanvulling en uitwerking op het de tekst van het herindelingsontwerp – bovenstaande informatie en argumentatie rond het onderwerp draagvlak worden opgenomen. De hoofdconclusie is dat in dit provinciaal initiatief een herindelingsvoorstel is voorbereid: • dat op inhoudelijke gronden vanuit de opgaven voor inwoners en gebied tot stand is gekomen; • dat aansluit bij de belangen, wensen en verwachtingen van de inwoners en stakeholders van de betrokken gemeenten; “dit betekent evenwel niet dat unanimiteit bij gemeentebesturen of steun onder de meerderheid van de inwoners altijd een vereiste is”. • dat maatschappelijk, lokaal en regionaal bestuurlijk draagvlak heeft, al is er geen sprake van unanimiteit bij de gemeentebesturen.

24

3.

Beantwoording zienswijzen

3.1

Beantwoording zienswijze gemeenteraad Barneveld (nummer 39)

Vanuit de lokale politiek en gemeenteraad van Barneveld zijn meerdere zienswijzen ingediend. Er zijn in de periode tot 6 april zienswijzen ingediend door de Vereniging Lokaal Belang en door de VVDgemeenteraadsfractie Barneveld. In de vergadering van de gemeenteraad van 21 april is de inhoud van de zienswijze van Lokaal Belang als initiatiefvoorstel besproken en in stemming gebracht en met een stemverhouding van 4 voor en 27 tegen verworpen. In diezelfde vergadering is de ontwerpzienswijze, zoals door het College van B&W opgesteld, besproken en op enkele punten geamendeerd. De aldus geamendeerde zienswijze is met een stemverhouding van 27 voor en 4 tegen aangenomen. Gegeven de bijzondere betekenis die in de Wet arhi wordt toegekend aan de zienswijze van de gemeenteraad wordt in deze paragraaf een inhoudelijke reactie gegeven op de vastgestelde zienswijze van de raad. De zienswijze van de Vereniging Lokaal Belang en van de VVDfractie Barneveld worden in paragraaf 3.3. behandeld en van een reactie voorzien. De zienswijze van de gemeenteraad van Barneveld wordt door de gemeente zelf aangeduid als een positieve zienswijze op het herindelingsontwerp. De gemeente geeft aan in de herindeling goede mogelijkheden te zien om samen met Scherpenzeel te bouwen aan een nieuwe krachtige gemeente.

De gemeente geeft aan daarbij gezamenlijk te willen werken aan maatregelen die van belang zijn voor alle inwoners van beide gemeenten. Het herindelingsontwerp vormt voor de gemeente aanleiding om een aantal aandachtspunten te benoemen die voor de gemeente van belang zijn in het kader van de besluitvorming over en voorbereiding van de vorming van de nieuwe gemeente. Deze zullen hieronder benoemd worden en van een reactie voorzien.

3.1.1 Duidelijkheid over fusiedatum 1 januari 2023 •

De gemeente geeft aan op korte termijn duidelijkheid te willen hebben over vorming van de nieuwe gemeente en stemt in met de voorgestelde fusiedatum van 1 januari 2023.

De provincie waardeert deze positieve houding van de gemeente Barneveld ten aanzien van de beoogde fusiedatum van de herindeling. Het herindelingsadvies zal ook uitgaan fusie per 1-1-2023. Het is aan de minister en de Staten-Generaal om de verdere procedure uit te voeren op een zodanig manier dat deze datum ook mogelijk wordt. Het leveren van duidelijkheid over de voorbereiding van de nieuwe gemeente zal primair voort moeten komen uit afspraken die de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel onderling maken. Voor zover mogelijk faciliteert de provincie hierin.

3.1.2 Scenario van bredere en duurzame samenwerking voor Barneveld geen optie •

De gemeente geeft aan dat een bredere en duurzame samenwerking met Scherpenzeel op geen enkele manier een begaanbare optie is. Het ruimte bieden voor eigen beleidsaccenten van Scherpenzeel belemmert Barneveld in haar ontwikkeling. Dit heeft naar de mening van de gemeente een negatief effect op haar burgers.

Dit standpunt van de gemeente Barneveld was al bekend bij de opstelling van het herindelingsontwerp. De zienswijze van de gemeenteraad is een bevestiging van dit standpunt en dat ook de gesprekken tussen de gemeenten hierover vanaf januari 2021 niet tot aanpassing of verandering van dat standpunt hebben geleid. Variant 3 (fusie per 1-1-2023) houdt de voorkeur van de provincie, mede gezien dit standpunt.

25

3.1.3 Fusie is kans voor verdere versteviging regionale positie •

De gemeente geeft aan het toekomstbeeld van de nieuwe gemeente, zoals verwoord in het herindelingsontwerp, te onderschrijven. De gemeente ziet mogelijkheden om als nieuwe gemeente een stevige ontwikkelagenda te realiseren voor het middendeel van de Regio Foodvalley en onder andere stevige stappen te zetten in de transitie van de landbouw. De gemeente geeft aan dat een goede samenwerking met de provincie Gelderland nodig en gewenst is.

De provincie zal de inzet van de gemeente op de regionale positie en regionale ontwikkeling ondersteunen. Ook zal de provincie zich inzetten om vanuit de haar ten dienste staande mogelijkheden, instrumenten en middelen de gewenste resultaten in de Regio Foodvalley te bereiken en te ondersteunen. De hiervoor in gang gezette acties en programma’s worden uiteraard voortgezet.

3.1.4 Positie gemeente Barneveld als groeigemeente •

De gemeente ziet zichzelf als een groeigemeente die wil toegroeien naar een inwoneraantal van 80-90.000 inwoners in 2030. De gemeente vraagt het commitment van de provincie op inhoudelijk en financieel vlak om de groeiambitie te accommoderen en ziet dat graag terug in het herindelingsadvies. Daarbij wordt onder meer gedacht aan infrastructurele werken en maatschappelijke voorzieningen.

De provincie kan zich vinden in de groeiambities van de nieuw te vormen gemeente en ziet ook mogelijkheden voor de nieuwe gemeente om die ambities waar te maken. Via het regulier provinciaal instrumentarium kan de provincie ook een bijdrage leveren in het accommoderen hiervan. De provincie is bereid om hier nader overleg over te voeren in de komende periode.

3.1.5 Dorpenbeleid 2.0 •

De gemeente geeft aan dat de eigen behoefte om te komen tot een samenhangend kader voor dorpenbeleid versterkt is door de opgave hiertoe in het herindelingsontwerp. De gemeente geeft aan dat het college van B&W hiervoor inmiddels uitgangspunten heeft geformuleerd om te komen tot een dorpenbeleid 2.0 in een bestuursopdracht, die ook als bijlage bij de zienswijze is gevoegd. De gemeente geeft aan hier voortvarend mee aan de slag te willen gaan met het oog op besluitvorming hierover in de nieuw te vormen gemeenteraad. Daarbij tekent de gemeente aan dat dit dorpenbeleid in samenspraak tussen de dorpen en gefaciliteerd door de gemeente tot stand komt en derhalve per dorp kan verschillen.

De inzet van de gemeente sluit qua proces aan bij het gestelde in het herindelingsontwerp en bij de inzet om te komen een bestuurlijke fusie in de Variant “3-plus”. Wat betreft de verdere invulling van de inhoudelijke en eventuele bestuursrechtelijke aspecten van het nieuw vast te stellen dorpenbeleid stelt de provincie zich terughoudend op. De provincie kan hierin een faciliterende rol vervullen met expertise en begeleiding. En eventueel de inzet van provinciale instrumenten (o.a. dorpendeals) op het moment en op een wijze die voor de beide gemeenten relevant zijn de komende tijd.

3.1.6 Geen financiële consequenties inwoners Barneveld •

De gemeente kiest als uitgangspunt dat de fusie niet zal leiden tot lastenverzwaring voor de huidige inwoners van Barneveld en dat voorzieningen in de beide huidige gemeenten in stand zullen kunnen blijven. 26

Op basis van de nu bekende gegevens (o.a. herindelingsscan) zal de nieuwe gemeente een positieve financiële startpositie kennen. De fusie op zichzelf zal ook per saldo niet hoeven te leiden tot extra uitgaven waartegenover een lastenverzwaring moet komen te staan. De globale gevolgen van harmonisatie van lokale belastingen is - met de kennis van nu –neutraal uit te voeren voor burgers van beide gemeenten. De preciezere financiële effecten van fusie - binnen deze algemene uitgangspunten - kunnen nog wel beïnvloed worden door veranderingen in de komende jaren, zoals veranderingen in de verdeling van het Gemeentefonds, lokale ontwikkelingen ten aanzien van inkomsten en uitgaven, alsmede landelijke en autonome ontwikkelingen. Verder moeten deze uitgangspunten ook bewaakt worden in het overleg tussen beide gemeenten bij het maken van afspraken over bijvoorbeeld harmonisatie van beleid, overgang van personeel, huisvesting/ICT etc. Onvoorziene omstandigheden daargelaten zullen de door de gemeente gestelde uitgangspunten dan bewaarheid kunnen worden in de aanloop naar en in de eerste jaren van de nieuwe gemeente.

3.1.7 Vergoeding transitiekosten om te komen tot nieuwe gemeente •

De gemeente geeft aan de noodzaak te zien om tijdig te starten met de voorbereiding op de nieuwe gemeente en daar ook middelen en tijd in te willen steken. De gemeente geeft daarbij wel aan dat zij er van uitgaat dat de provincie alle kosten die gepaard gaan met de voorbereiding van de herindeling voor haar rekening neemt.

Fuserende gemeenten ontvangen een frictiekostenuitkering uit het gemeentefonds. In het geval van deze fusie bedraagt het frictiekosten bedrag totaal 5,6 miljoen euro. Voor een fusie tussen Barneveld en Scherpenzeel kan dit als een reëel bedrag voor mogelijk te maken kosten gelden. Een deel van dit bedrag zal reeds in 2022 worden uitgekeerd (dus voorafgaand aan de fusie), te weten ca. € 1,1 miljoen. Uitbetaling van dit bedrag is niet afhankelijk van instemming met de fusie door Tweede en Eerste Kamer. IJkpunt voor uitbetaling van dit bedrag is de vaststelling van een herindelingsadvies. Dit betekent dat – uitgaand van vaststelling van het herindelingsadvies – de beide gemeenten € 550.000 ontvangen in 2022 in het kader van deze regeling. Hiervoor kunnen ook kosten ten laste gebracht worden die in 2021 zijn gemaakt; hiervoor is dan wel een vorm van voorfinanciering nodig. Indien met de fusie wordt ingestemd in 2022, zal het totaal aan frictie kostenuitkering (€ 5,6 miljoen) toereikend zijn om de daadwerkelijke kosten voor de komende jaren te dekken. Indien eventueel in 2022 niet met de fusie wordt ingestemd, zullen vanaf dat moment ook geen voorbereidingskosten meer worden gemaakt en kan het totaalbedrag van € 1,1 miljoen euro dat in 2022 wordt uitbetaald als toereikend worden geacht voor de tot dan gemaakte kosten.

De provincie is in principe bereid om kosten van voorbereiding in 2021 voor te financieren, indien gemeenten daarom verzoeken.

3.1.8 Voorkeur lichte samenvoeging •

De gemeente spreekt in de zienswijze uit dat zij voorkeur heeft voor de lichte samenvoegingsvariant vanwege veronderstelde voordelen voor medewerkers (minder onzekerheid) en vermindering van administratieve lasten.

De provincie kan zich de voorkeur voor een lichte samenvoeging voorstellen, doch wijst er wel op dat bij zowel een lichte als reguliere samenvoeging overeenstemming tussen de gemeenten en met vakbonden moet worden bereikt over voorwaarden en condities voor overgang van personeel onder sociaal verantwoorde omstandigheden. Het materieel verschil tussen beide vormen is dus relatief beperkt voor dit aspect. Het verschil betreft vooral een andere benoemingsprocedure voor (waarnemend) burgemeester en (tijdelijk) gemeentesecretaris en (tijdelijk) griffier in de nieuw te vormen gemeente, alsmede de inrichting van het preventief financieel toezicht tot de fusiedatum. In

27

het herindelingsadvies zal de balans worden opgemaakt over de beide vormen van samenvoeging naar aanleiding van de zienswijzen van beide gemeenten.

3.1.9 Actieve rol provincie in vervolg herindelingsproces •

De gemeente verzoekt de provincie het herindelingsproces te blijven begeleiden en faciliteren. Dit om de duurzame betrokkenheid van de provincie ook voor inwoners duidelijk te (blijven) maken en inwoners te laten zien wat nut en noodzaak van de door de provincie gemaakte keuze is.

De provincie erkent verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de gemaakte keuze voor bestuurlijke fusie van de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel. Deze is ook vastgelegd in de Wet arhi als een “bevorderende” rol in het overleg tussen beide gemeenten in de voorbereiding naar de nieuwe gemeente. De primaire verantwoordelijkheid voor de voorbereiding ligt echter bij de gemeenten. De provincie is graag bereid die bevorderende rol – in afstemming met beide gemeenten – ook de komende periode invulling te blijven geven in de aard en mate die voor het voorbereidingsproces gewenst en noodzakelijk is.

3.2

Beantwoording zienswijze gemeenteraad Scherpenzeel (nummer 40)

Vanuit de lokale politiek en gemeenteraad van Scherpenzeel zijn meerdere zienswijzen ingediend. In de periode tot 6 april heeft het lokaal VVD-netwerk Vallei en Veluwe, samen met de VVD Scherpenzeel, een zienswijze ingediend. De VVD is niet vertegenwoordig in de gemeenteraad. Ook de fracties van CDA, Pro-Scherpenzeel en ChristenUnie uit de gemeenteraad van Scherpenzeel hebben in die periode een gezamenlijke zienswijze ingediend. Deze fracties gaven als reden hiervoor aan dat zij zich niet herkenden in de inhoud van de ontwerp-zienswijze die door het College van B&W aan de gemeenteraad was voorgelegd. In de vergadering van 21 april is de inhoud van de ontwerpzienswijze in de gemeenteraad besproken en na beraadslaging aangenomen in een stemverhouding van 8 voor en 5 tegen. Gegeven de bijzondere betekenis die in de Wet arhi wordt toegekend aan de zienswijze van de gemeenteraad, wordt in deze paragraaf een inhoudelijke reactie gegeven op de vastgestelde zienswijze van de raad. De zienswijzen van het VVD Lokaal Netwerk Vallei en Veluwe (met VVD Scherpenzeel) en van de gezamenlijke oppositiefracties in Scherpenzeel worden in paragraaf 3.3. behandeld en van een reactie voorzien. De zienswijze van de gemeenteraad is vergezeld van een aanbiedingsbrief namens de gemeenteraad, enkele bijlagen en een set van voetnoten.

In de zienswijze wordt uitgebreid ingegaan op zowel proces als inhoud rond het tot stand gekomen herindelingsontwerp. De zienswijze geeft – vanuit de opvattingen van de gemeente – een uitgebreide analyse van de opgaven van Scherpenzeel en van door de gemeente gemaakte keuzes voor bestuurskrachtversterking. Op basis daarvan wordt ook een oordeel uitgesproken over de bevindingen en opvattingen van Gedeputeerde Staten (GS) in het herindelingsontwerp. Kort samengevat concludeert de gemeente dat het herindelingsontwerp niet nodig was en niet op draagvlak onder de bevolking berust. In de zienswijze zijn wel eisen en wensen opgenomen ten aanzien van een nieuw te vormen gemeente, indien deze (toch) tot stand zou moeten komen. In een apart hoofdstuk geeft de gemeente haar zienswijze over de wijze van totstandkoming van het herindelingsontwerp, de rol van de provincie daarbij en de naar de opvatting van de gemeente onzorgvuldigheden, vooringenomenheid en onjuist bestuurlijk gedrag van de zijde van de provincie in het proces.

28

Op een aantal kernpunten uit de zienswijze is uitgebreid ingegaan bij de thematische beantwoording in het vorige hoofdstuk. Daar zal dus in sommige gevallen ook naar verwezen worden. Hieronder staat per hoofdstuk van de zienswijze een samenvatting van dat onderdeel van de zienswijze, gevolgd door een reactie hierop. Omdat de aanbiedingsbrief als een samenvatting van de zienswijze kan worden beschouwd is hier niet apart op gereageerd.

3.2.1 Zienswijze hoofdstuk 1. De opgaven •

In dit hoofdstuk zijn de maatschappelijke opgaven voor Scherpenzeel gebaseerd op de Toekomstvisie 2030. Op basis hiervan is een bestuurlijke opgave gedefinieerd en is aangegeven dat de uitvoering hiervan op een zodanig niveau is (o.a. blijkend uit een review van BMC) dat aan alle condities voldaan is die nodig zijn om op langere termijn te werken aan de wettelijke taken en ambities van Scherpenzeel.

In dit gedeelte manifesteert zich een fundamenteel inhoudelijk verschil van opvatting tussen de gemeente en de provincie ten aanzien van karakter en omvang van de bestuurskrachtopgave van de gemeente. In de thematische beantwoording over bestuurskracht (paragraaf 2.1) is uitgebreid ingegaan op de analyse die hier van de zijde van de provincie in wordt gemaakt. Naar de opvatting van de provincie is de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel niet een tijdelijke bestuurlijke opgave. Het is ook niet een opgave die primair veroorzaakt wordt door een gebrek aan eerdere investeringen van het gemeentebestuur of andere recente tekortkomingen in het handelen. De bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel is primair een structureel vraagstuk en dus ook voor de langere termijn, inherent aan de schaal van de gemeente. Dit verschil in analyse over aard en karakter van de bestuurskrachtopgave van de gemeente Scherpenzeel komt ook tot uiting in de beoordeling van de door de gemeente gemaakte keuzes en oplossingsrichtingen waarover het in het volgende hoofdstuk gaat.

3.2.2 Zienswijze hoofdstuk 1. De keuze van Scherpenzeel •

In dit hoofdstuk geeft de gemeente uitgebreid aan welke hoofdformule voor oplossing van de bestuurskrachtopgave is gekozen en is uitgewerkt in de loop van de afgelopen jaren in verschillende stappen. Deze hoofdformule wordt samengevat als “zelfstandigheid met ambtelijke samenwerking”. Daarbij wordt door de gemeente aangegeven dat deze keuze niet alleen op goede gronden is genomen, maar ook op basis van overleg met de bestuurlijke omgeving, met steun van de gemeenteraad en met ondersteuning en draagvlak onder een zeer groot deel van de bevolking o.a. blijkend uit de inwonerspeiling van maart 2021.

Vooropgesteld wordt dat de door Scherpenzeel beschreven keuzes met overtuiging en visie tot stand zijn gekomen en dat in de loop der jaren veel steun in de politiek en de samenleving hiervoor is verworven. De basiskeuze voor kleinschalig bestuur (‘korte lijnen”) en “eigen regie” en het vasthouden daaraan is sympathiek, en ook wel moedig. Het voorziet in een behoefte bij bestuurders en sommige inwoners om niet onderdeel te worden van een grotere en onpersoonlijke “systeemwereld”. Wel moet geconstateerd worden dat daarbij, naar de mening van de provincie, meer uitgegaan is van een gevoel dan van rationele argumenten: -

Een (zeer) kleine gemeente heeft (zeer) weinig macht en invloed buiten de eigen directe invloedsfeer; eigen regie in die situatie levert inwoners dus geen meerwaarde. Een krachtige gemeenschap is – zo blijkt uit tal van voorbeelden – heel goed in staat om ook in een grotere gemeente eigen zeggenschap over belangrijke keuzes uit te oefenen.

29

-

-

Een krachtige gemeenschap wordt gemaakt door de mensen zelf: de manier waarop ze met elkaar samenleven, voor elkaar zorgen. Daar speelt de gemeente maar een beperkte rol in. Korte lijnen blijken voor bestuurders betekenisvoller dan voor veel inwoners; die willen gewoon een prima dienstverlening en (digitale en permanente) toegankelijkheid van het ambtelijk apparaat. Als dat goed georganiseerd is, maakt de schaal van het gemeentebestuur niet veel uit. De afhankelijkheid in een kleine gemeente van samenwerkingspartners zal voor veel inwoners (en ook gemeenteraadsleden) de dienstverlening en de controle op de uitvoering van taken vooral onoverzichtelijk maken. Bovendien wordt de gemeente daarop moeilijker aanspreekbaar en is de democratische legitimatie beperkter.

Natuurlijk heeft een gemeentebestuur het recht om keuzes en afwegingen te maken zoals de gemeente Scherpenzeel die heeft gemaakt. Het feit dat die niet (alleen) op rationele argumenten zijn gestoeld, hoeft op zich geen reden te zijn om ze ter discussie te stellen. Maar als deze keuzes een antwoord moeten zijn op het structurele en aan kleine gemeenten inherente vraagstuk van bestuurskracht, dan zijn ze – met hoeveel overtuiging en draagvlak ze ook tot stand gekomen – onvoldoende. En ze zijn onvoldoende omdat ze het oplossingenrepertoire te zeer beperken. Door “eigen regie”, ”korte lijnen” en “zelfstandigheid” min of meer als doel op zich te verklaren, is consequent geen of te weinig aandacht geweest voor een mogelijk positieve keuze voor partnerschap, voor kwaliteit en continuïteit van taakuitvoering en voor duurzame samenwerking met sterkere buurgemeenten als antwoord op de bestuurskrachtopgaven. Deze keuze is door de gemeenteraad consequent buiten de mogelijkheden geplaatst: -

bij de besluitvorming over het rapport “Zelfbewust Scherpenzeel” in juni 2019 hij de besluitvorming over de rapportage van de Raadsstuurgroep in december 2019 bij de besluitvorming over de Kadernota in juli 2020.

Pas bij het bestuurlijk overleg in december 2020 (in het kader van het open overleg met provincie en gemeente Barneveld) is door B&W van Scherpenzeel duidelijk aangegeven dat men wilde kiezen voor een duurzaam partnerschap met Barneveld en daarin (zonder bestuurlijke fusie als stip op de horizon) ver wilde gaan in operationele en beleidsmatige samenwerking. Geconstateerd moet nu worden dat deze vorm van samenwerking wat Barneveld betreft niet (meer) mogelijk is en dat voor de zeer recent geformuleerde (eind maart 2021) samenwerkingsstrategie die in de zienswijze van Scherpenzeel is beschreven, op dit moment geen gemeentelijke partners zijn te vinden. Daarmee is de door Scherpenzeel gemaakte keuze “zelfstandigheid met samenwerking” óf onvoldoende vanuit structureel oogpunt óf niet-realiseerbaar als gevolg van het ontbreken van de partners bij het door Scherpenzeel voorgestane samenwerkingsmodel.

3.2.3 Zienswijze hoofdstuk 3. Het alternatief van GS; herindelingsontwerp en herindelingsscan •

In hoofdstuk 3 van de zienswijze gaat de gemeente uitgebreid in op het herindelingsvoorstel, zoals beschreven in het herindelingsontwerp. In paragraaf 3a (“Congruentie ScherpenzeelBarneveld”) over de overeenkomsten en verschillen van de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel wordt ingegaan op de mogelijkheden en kansen die de kenmerken van beide gemeenten bieden bij de groei en ontwikkeling van de nieuw te vormen gemeente, voor de versterking van de positie in de Regio Foodvalley en meer in het algemeen bij het oplossen van regionale vraagstukken. De door Scherpenzeel met name in sociaal-cultureel opzicht waargenomen verschillen bieden volgens de gemeente kansen om vanuit verschillende 30

identiteiten en werkwijzen elkaar te versterken in een nieuw te vormen gemeente. In paragraaf 3b (“Dorpenbeleid”) gaat de gemeente in op het te ontwikkelen dorpenbeleid in de nieuwe gemeente. Daarvoor wordt een aantal wensen/voorwaarden op tafel gelegd. En wordt geconstateerd dat hierop nog nader moet worden geïnvesteerd in dialoog met inwoners en met elkaar. En dat hierdoor geen garanties kunnen worden gegeven over de manier waarop zeggenschap voor de inwoners van Scherpenzeel is geregeld na de fusiedatum. In paragraaf 3c (“Impact herindelingsontwerp op kernthema’s”) wordt ingegaan op diverse thema’s van belang voor Scherpenzeel waarop de herindelingsregeling invloed uitoefent. Benoemd zijn voorzieningen, invloed en democratie, identiteit, dienstverlening en financiën. Tenslotte wordt in de laatste paragraaf 3d (“wensen en eisen van Scherpenzeel in het geval van herindeling”) een overzicht van eisen en wensen benoemd vanuit de gemeente in het geval een herindeling aan de orde is. In het algemeen draagt de gemeente in dit hoofdstuk zinvolle punten aan over voorzieningen, zeggenschap, identiteit, financiën en dienstverlening voor de inwoners van Scherpenzeel in de nieuwe gemeente.

De analyse van kansen en mogelijkheden (paragraaf 3a), die zowel overeenkomsten als verschillen tussen beide gemeenten biedt, bevat goede aanknopingspunten om in het kader van de voorbereiding van de nieuwe gemeente deze kansen en mogelijkheden ook waar te maken in gezamenlijk overleg. Voor de invulling van het dorpenbeleid geeft de gemeente (paragraaf 3b) terecht aan dat hiervoor evaluatie van het bestaande instrumentarium nodig is, samenspraak met inwoners en vervolgens ook nog nader overleg tussen Barneveld en Scherpenzeel. Langs die route kunnen ook de specifieke ideeën, wensen en voorwaarden van de gemeente worden ingebracht. Waar gewenst kan de provincie in dit proces ondersteunen, maar bovenal is het aan de nieuwe gemeenteraad om een besluit over het dorpenbeleid te nemen. Dit geldt ook voor de waarnemingen, opvattingen en ideeën die in paragraaf 3c over de impact van de herindeling op de thema’s identiteit, voorzieningen, dienstverlening en zeggenschap naar voren worden gebracht. Met een constructieve inzet van beide gemeenten in het overleg hierover moeten goede resultaten voor de inwoners van zowel Scherpenzeel als Barneveld op deze terreinen zijn te realiseren.

In de thematische beantwoording van deze reactienota is daarbij nog specifiek aandacht besteed aan de nu nog bestaande onzekerheden over de financiële positie van de nieuwe gemeente, de mogelijke impact hiervan op de voorzieningen na 1-1-2023, de manier waarop gemeenten daarmee kunnen omgaan en de (faciliterende) rol van de provincie daarbij. Ten aanzien van de “wensen en eisen Scherpenzeel in het geval van herindeling” (paragraaf 3d zienswijze) constateert de provincie het volgende: - De wensen en eisen onder I (behoud Scherpenzeelse voorzieningen), II (formele zeggenschap voor inwoners Scherpenzeel in nieuwe gemeente) en III (allocatie deel huidige en toekomstige Scherpenzeels middelen voor toekomstige Scherpenzeelse doelen), VI (flexibiliteit en maatwerkbenadering taakuitvoering), VII (aanwezigheid integraal sociaal team in dorp Scherpenzeel), VIII (frontofficefuncties en klantcontact in Scherpenzeel), IX (positie griffie en raadsactiviteiten en De Breehoek) zijn vanuit het huidige perspectief van Scherpenzeel begrijpelijk. Tegelijk kan niet worden beoordeeld welke voor- en nadelen deze voor de nieuwe gemeente meebrengen, ook voor inwoners van Scherpenzeel. Deze zullen afgewogen moeten worden in overleg en dialoog tussen beide gemeenten en aan de hand 31

-

-

-

daarvan hierover te vinden overeenstemming. Het belang van alle inwoners in de nieuwe gemeente dient daarbij voorop te staan. De provincie is bereid om in en voor dit overleg een bevorderende rol te vervullen, maar kan en wil de door de gemeente Scherpenzeel naar voren gebrachte punten niet afdwingen in dat overleg. De gemeente kiest in wens/eis IV voor een reguliere herindeling en niet voor een lichte herindeling. In de praktijk betekent dit dat (net als bij een lichte herindeling) overeenstemming tussen de gemeenten moet worden bereikt over voorwaarden en condities voor overgang van personeel onder sociaal verantwoorde omstandigheden. Het uitgaan van een reguliere herindeling betekent overigens niet automatisch dat de huidige Barneveldse beleidspraktijk en organisatiestructuur het uitgangspunt is bij de overgang van de organisatie, al is dit wel mogelijk. Hoe dan ook is dit een zaak van afstemming tussen beide gemeenten. In wens/eis X pleit de gemeente als werknaam voor de nieuwe gemeente voor “De Gelderse Vallei”. Deze suggestie wordt niet overgenomen. De provincie acht het logisch om de gemeente Barneveld - met daarbinnen het dorp Scherpenzeel - als naam van de nieuwe gemeente te kiezen, gezien karakter en kenmerken van de huidige en nieuwe gemeente Barneveld.

Een naam als De Gelderse Vallei kan – als streeknaam – ook verwarring veroorzaken en het is onbekend in hoeverre hier bij andere gemeenten in het gebied overeenstemming over te vinden is. De herindelingspraktijk laat overigens ruimte dat gemeenten in onderlinge overeenstemming zich melden bij de minister van BZK na vaststelling van het herindelingsadvies; een gezamenlijk overeengekomen naam kan dan mogelijk nog in het wetsvoorstel worden opgenomen. En ook de gemeenteraad kan na fusie zelfstandig conform de Gemeentewet de eigen naam aanpassen binnen enkele voorwaarden als daar behoefte aan is. In wens/eis XI pleit de gemeente ervoor om voor inwoners van Scherpenzeel de plaatsnaam aan de gemeentenaam te blijven koppelen in de gemeentelijke basisadministratie. Op grond van artikel 18 lid 6 besluit burgerlijke stand is het juridisch mogelijk om in aanvulling op de gemeentenaam een dorpsnaam toe te voegen aan de geboorteakte. Of dit ook wordt uitgevoerd en wat hiervan mogelijke (praktische en meer beleidsmatige) voor- en nadelen zijn is een zaak van overleg tussen beide gemeenten in de voorbereiding naar de nieuwe gemeente.

3.2.4 Zienswijze hoofdstuk 4. De afweging •

In dit hoofdstuk formuleert de gemeente in paragraaf 4a een oordeel ten aanzien van een 15-tal uitspraken/(veronderstelde) opvattingen/bevindingen van GS. In paragraaf 4b worden enkele empirische gegevens over de (mogelijke) effecten van herindeling in algemene zin gepresenteerd. In paragraaf 4c worden de voor- en nadelen van de beide scenario’s zelfstandigheid en fusie vanuit het perspectief van Scherpenzeel behandeld, gevolgd door een concluderende paragraaf 4d.

Allereerst wordt ingegaan op de 15 uitspraken, oordelen of opvattingen (“bevindingen”) van GS die in de zienswijze (paragraaf 4a) van een kwalificatie of commentaar worden voorzien: • In bevinding I, II en III wordt gerefereerd aan uitspraken in de herindelingsscan en het herindelingsontwerp over de financiële situatie van de nieuwe gemeente. Gewezen wordt op de huidige onzekerheid over de oplossing van de na de opstelling van de herindelingsscan zichtbaar geworden financiële tekorten. Betwijfeld wordt of die uitspraken nog wel valide zijn.

32

In paragraaf 2.5. van deze reactienota is dit thema in meer in algemene zin aan de orde gesteld. Er is op dit moment geen reden om te veronderstellen dat de conclusies uit herindelingsscan en herindelingsontwerp over de financiële positie van de nieuwe gemeente fundamentele bijstelling behoeven. Wel zal telkens actualisatie van financiële gegevens en conclusies nodig zijn, eerst aan de hand van de Kadernota van beide gemeenten en daarna in de komende periode verder aan de hand van zowel lokale als landelijke financiële ontwikkelingen. •

In bevinding IV en VI wordt commentaar gegeven op uitspraken van GS over dekking van de kosten van organisatieversterking in Scherpenzeel. In het totaal van het dekkingsplaatje voor de Scherpenzeels uitgaven spelen lastenverhoging (4 jaren achtereen 6 % OZB-verhoging) en benutting van via grondexploitatie verkregen opbrengsten een belangrijke rol. Zoals in de thematische beantwoording over het thema bestuurskracht (paragraaf 2.1) is aangegeven is de gemeente gelegitimeerd om – binnen reguliere kaders – op deze manier dekking te zoeken voor uitgaven voor voorzieningen en organisatieversterking. Daarbij is ook aangegeven dat hiermee het bestedingspatroon van de gemeente wordt opgerekt voor een bestuurskrachtoplossing die naar de opvatting van de provincie niet structureel en toekomstbestendig is.

•

In bevinding V wordt de uitspraak van gedeputeerde Markink dat Barneveld meer een ontwikkelgemeente en Scherpenzeel meer een beheergemeente is in twijfel getrokken. Er is geen scherp omrande definitie hiervoor. Met een aantal woningbouwprojecten en ontwikkeling van bedrijvenlocatie ’t Zwarte Land heeft Scherpenzeel de komende jaren zeker ook een ontwikkelopgave, maar in het totaal van profiel, aanpak en ambitie op het terrein van wonen, werken en infrastructuur is het predicaat “ontwikkelgemeente” toch aanmerkelijk meer van toepassing op Barneveld dan op Scherpenzeel.

•

In bevinding VII wordt kritiek geleverd op de stelling in het herindelingsontwerp en de publiekssamenvatting dat structurele investeringen in de organisatie niet nodig zijn in geval van herindeling en dat het aantrekken van personeel (gedeeltelijk) achterwege kan blijven in het fusiescenario. Dit wordt door Scherpenzeel ontkend door te noemen dat er al investeringen in de organisatie zijn gedaan, te weten de extra fte’s voor de Basis op Orde. Feitelijk is er inderdaad geïnvesteerd in de organisatie. Van de zijde van de provincie is bedoeld aan te geven dat in het scenario fusie een investering van 12 tot 16 fte in de Basis op Orde niet per se nodig zou zijn. Dit betekent bijvoorbeeld dat de extra lastenverhoging niet nodig zou zijn geweest dan wel besteed had kunnen worden aan voorzieningen of dienstverlening. De provincie ziet geen relatie met eventuele organisatieversterking in Barneveld, zoals wordt gesuggereerd in de zienswijze.

•

In bevinding VIII wordt aangegeven dat de koers van Scherpenzeel door de provincie niet correct wordt verwoord door deze te karakteriseren als “solitair met wisselende arrangementen”. Feitelijk zou sprake zijn van slechts 2 samenwerkingspartners, nl. Veenendaal (ICT) en Barneveld (overig). De door de provincie genoemde karakterisering van de koers vloeit voort uit de Kadernota 2020 waarin voor samenwerking nog vele opties waren open gehouden. Inmiddels lijkt daar meer duidelijkheid in te zijn gekomen, al is gebleken dat diverse Scherpenzeelse 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1589/documents/31945