CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

08g. 03466745 (Bijlagenboek 2).pdf

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken39.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BIJLAGENBOEK 2

BIJ

HERINDELINGSADVIES GEMEENTE BARNEVELD-SCHERPENZEEL

Colofon

Provincie Gelderland Postbus 9090 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl https://kijkopscherpenzeel

INHOUDSOPGAVE BIJLAGENBOEK

2A Bijlagen bij herindelingsadvies -

Reactienota Zienswijzen Reacties bestuurlijk

2B Documenten fase herindelingsadvies 1

2

3 4

Logboeken Logboek Bestuurlijke activiteiten Logboek Participatie en communicatie activiteiten Verslagen bestuurlijke overleggen Verslag bestuurlijk overleg d.d. 16 februari 2021 Verslag bestuurlijk overleg d.d. 15 april 2021 Sfeerimpressie inspiratiesessie dorpenbeleid Participatie Rapport Kieskompas

2A Bijlagen bij herindelingsadvies

Reactienota

REACTIENOTA HERINDELINGSONTWERP BARNEVELD-SCHERPENZEEL

Inhoudsopgave reactienota

1.

Inleiding.................................................................................................................... 3

1.1 Procesbeschrijving zienswijzeprocedure ............................................................................................. 3 1.1.1 Communicatie door de provincie .............................................................................................................................3 1.1.2 Communicatie over herindelingsontwerp bij peiling Scherpenzeel .................................................................4 1.1.3 Kieskompas ....................................................................................................................................................................4 1.1.4 Sluiting zienswijzetermijn ...........................................................................................................................................4 1.2

Feitelijke gegevens zienswijzeprocedure ............................................................................................. 5

1.3

Leeswijzer reactienota ...................................................................................................................... 5

2.

Thematische beantwoording zienswijzen .................................................................... 6

2.1 Bestuurskracht ................................................................................................................................. 6 2.1.1 Bestuurskracht als ontwikkelinstrument ................................................................................................................6 2.1.2 De bestuurskracht van Scherpenzeel; een structurele opgave .........................................................................7 2.1.3 Kan Scherpenzeel zelf een oplossing bereiken? ...................................................................................................9 2.2

Variantkeuze .................................................................................................................................. 11

2.3 Rol provincie .................................................................................................................................. 13 2.3.1 Positie provincie in formele zin .............................................................................................................................. 13 2.3.2 Het open overleg ....................................................................................................................................................... 14 2.3.3 Beeldvorming over procesvoering en rolneming provincie ............................................................................ 15 2.4

Identiteit........................................................................................................................................ 16

2.5

Financiën en voorzieningen ............................................................................................................. 18

2.6 Draagvlak ....................................................................................................................................... 20 2.6.1 Draagvlak in geval van een provinciaal initiatief ................................................................................................ 21 2.6.2 Maatschappelijk draagvlak; de opgaven centraal ............................................................................................. 21 2.6.3 Regionaal bestuurlijk draagvlak ............................................................................................................................. 23 2.6.4 De inwonerspeiling in Scherpenzeel en het lokaal bestuurlijk draagvlak .................................................... 23 2.6.5 Conclusie ten aanzien van draagvlak .................................................................................................................... 24

3.

Beantwoording zienswijzen ...................................................................................... 25

3.1 Beantwoording zienswijze gemeenteraad Barneveld (nummer 39)...................................................... 25 3.1.1 Duidelijkheid over fusiedatum 1 januari 2023 ................................................................................................... 25 3.1.2 Scenario van bredere en duurzame samenwerking voor Barneveld geen optie ....................................... 25 1

3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.1.8 3.1.9

Fusie is kans voor verdere versteviging regionale positie................................................................................ 26 Positie gemeente Barneveld als groeigemeente ............................................................................................... 26 Dorpenbeleid 2.0 ....................................................................................................................................................... 26 Geen financiële consequenties inwoners Barneveld ........................................................................................ 26 Vergoeding transitiekosten om te komen tot nieuwe gemeente .................................................................. 27 Voorkeur lichte samenvoeging .............................................................................................................................. 27 Actieve rol provincie in vervolg herindelingsproces ......................................................................................... 28

3.2 Beantwoording zienswijze gemeenteraad Scherpenzeel (nummer 40) ................................................. 28 3.2.1 Zienswijze hoofdstuk 1. De opgaven .................................................................................................................... 29 3.2.2 Zienswijze hoofdstuk 1. De keuze van Scherpenzeel ........................................................................................ 29 3.2.3 Zienswijze hoofdstuk 3. Het alternatief van GS; herindelingsontwerp en herindelingsscan ................... 30 3.2.4 Zienswijze hoofdstuk 4. De afweging ................................................................................................................... 32 3.2.5 Zienswijze hoofdstuk 5: Proces .............................................................................................................................. 36 3.2.6 Zienswijze hoofdstuk 6. Pleidooi ........................................................................................................................... 40 3.3 Beantwoording overige zienswijzen .................................................................................................. 40 3.3.1 Inleiding .......................................................................................................................................................................

40 3.3.2 Totaaloverzicht zienswijzen en reacties ............................................................................................................... 41 3.3.3 Individuele zienswijzen ............................................................................................................................................ 42

4.

Conclusies zienswijzen voor het herindelingsadvies ................................................... 77

4.1

Hoofdconclusie en hoofdlijn herindelingsadvies ................................................................................ 77

4.2

Aanpassingen herindelingsadvies ..................................................................................................... 77

5.

Referentielijst ......................................................................................................... 79

2

1.

Inleiding

1.1

Procesbeschrijving zienswijzeprocedure

Op 26 januari 2021 stelde het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland het herindelingsontwerp Barneveld-Scherpenzeel vast. Hierover zijn beide gemeenten, regiogemeenten en de provincie Utrecht per brief geïnformeerd. Dezelfde dag is de vaststelling van het herindelingsontwerp door de provincie bekend gemaakt door: • • • • •

De uitgifte van een persbericht De plaatsing van het herindelingsontwerp op kijkopscherpenzeel.nl De publicatie van een publieksvriendelijke samenvatting in pdf (bij persbericht en op kijkopscherpenzeel.nl) Mailbericht aan de bij de provincie bekende stakeholders met de pdf van de publieksversie als bijlage Brief aan bestuurlijke partners met kennisgeving vaststelling herindelingsontwerp en uitnodiging tot het eventueel indienen van een zienswijze.

Vervolgens hebben, conform de Wet arhi, beide gemeenten het herindelingsontwerp gedurende acht weken ter inzage gelegd. Dat gebeurde op respectievelijk 4 februari (Barneveld) en 9 februari (Scherpenzeel). Beide gemeenten hebben gezorgd voor de communicatie daarover in officiële publicaties en via de eigen communicatiekanalen (gemeentepagina, website en social media). De zienswijzetermijn eindigde op 6 april, voor gemeenten eind april.

1.1.1 Communicatie door de provincie Daarnaast is door de provincie aanvullende communicatie ingezet over het herindelingsontwerp. Doel hiervan was om zoveel mogelijk mensen in beide gemeenten te informeren over het herindelingsontwerp, hen te attenderen op de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen én te bevragen op hun inhoudelijke mening over het herindelingsontwerp in een later te houden onderzoek van Kieskompas. De provincie heeft diverse digitale informatiebijeenkomsten georganiseerd voor inwoners, ondernemers en andere belangstellenden over de inhoud van het herindelingsontwerp: •

•

Twee avonden in de vorm van een webinar waarin de provincie het herindelingsontwerp inhoudelijk toelichtte en deelnemers via de chat vragen konden stellen aan de bestuurders en de projectleider. De vragen en antwoorden zijn geplaatst op kijkopscherpenzeel.nl. Vervolgens een drietal (openbare) gespreksavonden waarin mensen in kleine groepen konden deelnemen aan een gesprek met medewerkers van de provincie over de inhoud van het herindelingsontwerp.

De bijeenkomsten zijn aangekondigd in publicaties van beide gemeenten (gemeentepagina lokale kranten, website en social media) en de provincie (nieuwsbericht, website en per mail aan stakeholders).

3

1.1.2 Communicatie over herindelingsontwerp bij peiling Scherpenzeel De gemeente Scherpenzeel heeft ervoor gekozen zelf een peiling te houden over de toekomst van Scherpenzeel. Deze werd gehouden op dezelfde dag als de verkiezingen voor de Tweede Kamer (17 maart 2021). Bewoners van Scherpenzeel hadden de mogelijkheid om te stemmen op een van de volgende drie keuzes: herindeling met Barneveld conform het ontwerp van GS, zelfstandig Scherpenzeel conform het voorstel van het college van Scherpenzeel of geen mening. Tijdens de campagne over deze peiling is ook aandacht besteed aan het herindelingsontwerp. Hiertoe werden op de website van de gemeente de beide opties (herindeling en zelfstandigheid) toegelicht. Het herindelingsontwerp en de samenvatting zijn op de gemeentelijk website geplaatst met een link naar kijkopscherpenzeel.nl. Ook de informatiebijeenkomsten van de provincie zijn daar aangekondigd.

1.1.3 Kieskompas Eind maart is een peiling gehouden door Kieskompas onder inwoners van beide gemeenten, in opdracht van de provincie. Daarin peilde Kieskompas de mening over inhoudelijke onderwerpen uit het herindelingsvoorstel die voor bewoners belangrijk zijn. Bijvoorbeeld over het dorpenbeleid en de voorzieningen. Ook vroeg Kieskompas in hoeverre deelnemers kunnen instemmen met het door GS voorgestelde herindelingsontwerp. Om het onderzoek onder de aandacht te brengen zijn diverse communicatiemiddelen en -kanalen ingezet van de provincie en beide gemeenten. Er zijn berichten geplaatst in de lokale media (digitaal en in de krant) en op social media. Diverse doelgroepen zijn gericht aangeschreven, zoals het bestaande burgerpanel van Barneveld, geregistreerde deelnemers van Kieskompas in beide gemeenten en de bij de provincie bekende stakeholders. Aan het onderzoek hebben 925 mensen meegedaan: 525 uit Barneveld en 400 uit Scherpenzeel. De resultaten zijn gewogen naar geslacht, leeftijd, opleiding, en stemgedrag bij de gemeenteraadsverkiezingen (indien bekend). Het onderzoek geeft daarmee een betrouwbaar en representatief beeld van de meningen in beide gemeenten. De deelnemers kregen twee keer de vraag voorgelegd wat ze van een samenvoeging vinden: aan het begin van het onderzoek en aan het eind.

Daar tussenin kregen ze vragen over inhoudelijke onderdelen van het ontwerp: inspraak, voorzieningen, dienstverlening en financiën. De meest opvallende uitkomst is dat als mensen meer weten over het herindelingsontwerp Barneveld-Scherpenzeel, ze eerder geneigd zijn het een goed plan te vinden. Of in ieder geval acceptabel onder voorwaarden. Een aantal indieners stelt vragen bij de methode en de vragen van Kieskompas. In het herindelingsadvies wordt daar een en ander over toegelicht. In het hoofdstuk in deze reactienota over draagvlak wordt nader op de resultaten ingegaan. De rapportage van Kieskompas is een bijlage bij het herindelingsadvies.

1.1.4 Sluiting zienswijzetermijn Op 6 april sloot de termijn voor indienen van zienswijzen. De beide gemeenteraden hadden tot eind april de mogelijkheid om hun eigen zienswijze in te dienen. In paragraaf 2.2. staat een kwantitatief overzicht van alle ingediende zienswijzen. In de daarop volgende hoofdstukken wordt inhoudelijk op de zienswijzen ingegaan.

4

1.2

Feitelijke gegevens zienswijzeprocedure

Tabel 1 Overzicht van zienswijzen Indiener

Aantal

Inwoners

30

Waarvan 21 uit Scherpenzeel Waarvan 4 uit Barneveld Waarvan 5 onbekend/overig Politieke partijen

4

Maatschappelijke organisaties

3

Gemeenteraden Barneveld en Scherpenzeel

2

Gedeputeerde Staten provincie Utrecht

1

Totaal aantal zienswijzen

40

Alle bij de provincie per mail of brief binnengekomen zienswijzen zijn betrokken in de zienswijzeprocedure. In enkele gevallen hebben indieners na sluiting van de reactietermijn hun zienswijzen nog aangevuld; ook deze zijn betrokken in deze reactienota. Ook reacties van partijen die geen rechtspersoonlijkheid hadden (met name fracties uit gemeenteraden) zijn beschouwd als zienswijzen, met als doel om alle inhoudelijk vragen en opmerkingen bij het herindelingsontwerp die tijdig waren ingediend ook in de reactienota te kunnen betrekken. Vanuit de gemeente Scherpenzeel hebben drie inwoners zienswijzen ingediend en later daarop aanvullingen gedaan. Deze zijn in de bovenstaande tabel geteld als één zienswijze’. Daarnaast zijn er vier reacties binnengekomen die niet zijn geclassificeerd als zienswijzen, van de gemeente Woudenberg, de Regio Foodvalley, de gemeente Ede en het Waterschap Vallei en Veluwe. Onder 3.4.2 staat een volledig overzicht met alle ingediende zienswijzen en overige reacties. Daarnaast zijn de zienswijzen van de gemeenteraden van Barneveld en Scherpenzeel vastgesteld op 21 april.

1.3

Leeswijzer reactienota

In de zienswijzen die zijn ingediend komt een aantal belangrijke thema’s over het herindelingsontwerp met regelmaat terug. Voor de samenhang en de overzichtelijkheid in de beantwoording is daarom gekozen voor een thematische behandeling in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is vervolgens een reactie op alle ingediende individuele zienswijzen opgenomen, te beginnen met de zienswijzen van de gemeenteraden van Scherpenzeel en Barneveld. Omwille van de leesbaarheid wordt per individuele zienswijze eerst een samenvatting gegeven; dit zijn dus geen integrale weergaven. Daaronder staat de reactie. Vervolgens wordt in de conclusie weergegeven of dit tot een wijziging van het herindelingsontwerp heeft geleid. In hoofdstuk 4 beschrijft de provincie haar conclusies naar aanleiding van de zienswijzeprocedure over haar standpunt ten aanzien van aanpassingen in het herindelingsadvies. In het bijlagenboek worden de zienswijzen in hun geheel (geanonimiseerd) toegevoegd. De nummering van de zienswijzen is zoals geregistreerd door de provincie. 5

2.

Thematische beantwoording zienswijzen

2.1

Bestuurskracht

Met het thema ‘bestuurskracht’ wordt ingegaan op dat onderdeel uit de zienswijzen 2, 4, 5a, 8, 11, 12, 13, 16, 17, 19, 20, 21, 22, 25, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 37 en 40. De ontwikkeling en beoordeling van de bestuurskracht van Scherpenzeel is een belangrijke factor in de onderbouwing van het herindelingsontwerp. Het gaat hierbij om de onderbouwing van nut en noodzaak van een herindeling van Scherpenzeel. Veel indieners van zienswijzen geven aan een opvatting te hebben – expliciet of soms impliciet – over de noodzaak van een herindeling. Een aantal indieners menen dat de gemeente Scherpenzeel prima of in ieder geval voldoende functioneert en zelfstandig kan functioneren de komende jaren. Daarentegen zijn er ook indieners die menen dat dat juist niet het geval is en er in Scherpenzeel problemen zijn of op termijn problemen ontstaan van bestuurlijke, organisatorische of financiële aard. Enkele indieners staan expliciet stil bij het begrip bestuurskracht en de verschillende rapportages die daarover gemaakt zijn in Scherpenzeel, met name de rapporten van Seinstra van de Laar (Seinstra van de Laar 2019) en BMC (BMC 2020).

In een enkele zienswijze wordt daarbij ook verwezen naar het Beleidskader gemeentelijke herindeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) (verder: het Beleidskader gemeentelijke herindeling), waarin het begrip bestuurskracht een belangrijke rol speelt in de toetsing van gemeentelijke herindelingsvoorstellen.

2.1.1 Bestuurskracht als ontwikkelinstrument Het begrip bestuurskracht is in de jaren ’90 van de vorige eeuw gangbaar geworden, toen er behoefte ontstond om prestaties en kwaliteiten van gemeenten meer eenduidig, meetbaar en vergelijkbaar te maken. In de loop van de jaren is gebleken dat het begrip bestuurskracht zich niet goed leent om een exact oordeel te vellen over prestaties en vermogens van gemeenten, daarvoor zijn lokale situaties te verschillend. Het ontwikkelde begrippenkader bleek wel goed toepasbaar bij (zelf)evaluatie van gemeenten over hun vermogens en prestaties. Ook is het goed bruikbaar voor het opstellen van verbeter- en ontwikkelprogramma’s. Daarbij staat de bestuurskracht (dat wat een gemeente kan) altijd in relatie tot de specifieke lokale opgaven en ambities (dat wat een gemeente moet en wil). Belangrijke factoren daarin zijn dan de ambtelijke organisatie, het bestuurlijke optreden en de financiële mogelijkheden van een gemeente. Die laatste meer als randvoorwaarde, dan als zelfstandige factor (een “rijke” gemeente is niet perse bestuurskrachtiger dan een “arme” gemeente). Inmiddels is daarbij de samenwerkingsfactor steeds belangrijker geworden.

Het vermogen van een gemeente om samen te werken, zowel met de eigen bevolking als met partijen (publiek, privaat) binnen en buiten de gemeente is een steeds belangrijkere factor in het realiseren van de doelstellingen en opgaven. Het Beleidskader gemeentelijke herindeling reikt als werkbare definitie voor bestuurskracht aan: “het vermogen van gemeenten om hun wettelijke en nietwettelijke taken uit te voeren en daarvoor de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke relaties aan te gaan”. Grotere gemeenten zijn niet vanzelfsprekend bestuurskrachtiger dan kleinere gemeenten. Toch is voor kleinere gemeenten (en zeker de allerkleinste) wel een specifieke bestuurskracht ”klem” aan de orde. Van hen worden - net als van alle andere gemeenten - steeds meer en complexere prestaties verwacht (sociaal domein, Omgevingswet, jeugdzorg, veiligheid, cybersecurity etc.). Gemeenten kunnen hierin niet kiezen; ze moeten het hele pakket uitvoeren binnen de beperkingen van hun kleine organisatie en bestuur. En dat gaat hoe dan ook knellen. Bestuurskrachtvragen van kleinere 6

gemeenten hebben dus in de regel niet te maken met slecht of matig presteren van besturen of organisaties; ze zijn inherent aan de schaal van de gemeente en hebben dus ook een structureel karakter. Gezien deze situatie benutten de kleinste gemeenten in Nederland allerlei strategieën om die knelpunten structureel het hoofd te bieden. Ze kiezen voor bestuurlijke (bv. Land van Cuijk) of ambtelijke fusie (bv. Blaricum, Eemnes, Laren; BEL-gemeenten) of voor vergaande samenwerking met een sterke partner (bv. Rozendaal/Rheden) of in een regionaal verband (Zoeterwoude/Leidse Regio). Voor de oplossing van bestuurskrachtopgave van een kleine gemeente is het dus van evident belang dat deze gemeente – naast eventueel andere maatregelen ter versterking van de bestuurskracht - vooral een vertrouwenwekkende strategie op samenwerking met een of meer (sterke) buurgemeenten weet te ontwikkelen. Het begrip bestuurskracht is gezien het bovenstaande dus met name een begrip dat moet worden toegepast in een ontwikkel- en verbeteraanpak. Zo wordt het ook door provincie ingezet. Daar waar gemeenten een dergelijke evaluatie willen uitvoeren, zal de provincie dat in de regel willen faciliteren.

De provincie geeft daarbij aandachtspunten mee, die erop zijn gericht om de zelfevaluatie zo compleet en evenwichtig mogelijk te maken, maar niet om als provincie zelf tot een eigen oordeel over de bestuurskracht te komen. Wel zal de provincie toezicht houden en stimuleren dat de resultaten van zo’n zelfevaluatie ook serieus worden genomen, en dat geldt sterker naarmate de evaluatieresultaten negatiever zijn. In uiterste zin – als de provincie van mening is dat de gemeente niet of niet tijdig de adequate oplossingen neemt om tot bestuurskrachtversterking te komen, kan dat betekenen dat de provincie de regie neemt over de oplossing van de bestuurskrachtproblemen van de betreffende gemeente door toepassing van de Wet arhi. Het Beleidskader gemeentelijke herindeling geeft die mogelijkheid aan de provincie in het geval er sprake is van “evidente bestuurskrachtproblemen, waarvoor de gemeente zelf geen oplossingen kan bereiken”.

2.1.2 De bestuurskracht van Scherpenzeel; een structurele opgave Het thema bestuurskracht (“kunnen we wat we willen?”) houdt de gemeente Scherpenzeel in ieder geval al vanaf 2007 bezig, toen initiatief werd genomen tot een fusie met de buurgemeenten Renswoude en Woudenberg. Het niet-doorgaan van die fusie in 2011 heeft de bestuurskrachtvragen uiteraard niet opgelost. Met name vanaf 2018 heeft de gemeente Scherpenzeel zich actief ingezet gefaciliteerd door de provincie - om de bestuurskrachtopgave scherp in beeld te krijgen en om adequate lange termijnoplossingen te zoeken. Uit de zienswijze van de gemeenteraad van Scherpenzeel komt naar voren dat de meerderheid van de gemeenteraad (8 van de 13 raadsleden) meent dat dit op dit moment in afdoende mate gelukt is en dat daarmee de zelfstandigheid van de gemeente voor de komende tijd ook gewaarborgd is. Na weging van alle informatie en de ingediende zienswijzen is de provincie van oordeel dat er in Scherpenzeel – nog steeds – sprake is van een evidente bestuurskrachtproblematiek. Tevens blijft de provincie van oordeel dat de gemeente tot heden zelf niet tot een adequate oplossing heeft kunnen komen. Dit standpunt wordt hieronder toegelicht, mede in relatie tot de ingediende zienswijzen.

Een belangrijk markeringspunt in de beoordeling en ontwikkeling van de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel is de besluitvorming op 27 juni 2019 in het kader van de Vervolg Toekomstvisie 2030 (Berenschot 2019). De rapportage Zelfbewust Scherpenzeel van juni 2019 (Seinstra van de Laar 2019) wees op de volgende kwetsbaarheden en beperkingen in de realisatiekracht van Scherpenzeel: • • • •

Beperkte visie, kracht, rolneming en positie gemeentebestuur Ambtelijke organisatie kwantitatief en strategische onvoldoende toegerust Leungedrag in de regio en beperkte invloed Kracht gemeenschap blijft deels onbenut door strategische beperking bestuur en organisatie. 7

De gemeenteraad nam in juni 2019 een unaniem besluit over het rapport Zelfbewust Scherpenzeel waarin de noodzaak tot versterking van de ambtelijke en bestuurlijke realisatiekracht werd onderschreven en acties werden geformuleerd om daarmee direct aan de slag te gaan. Ook in de zienswijze van de gemeenteraad van Scherpenzeel wordt dit als een belangrijk markeringspunt beschouwd (“de omvang van de bestuurskrachtopgave inzichtelijk gemaakt”). De gemeenteraad nam in 2019 niet de conclusie over van het onderzoeksbureau dat bestuurlijke fusie met een of meer gemeenten de meest wenselijke oplossingsrichting zou zijn, maar koos voor een verkenning van verdere (bestuurlijke) samenwerking met meerdere gemeenten in de regio. Tevens werd besloten tot verdere gefaseerde besluitvorming over de aanpak, waarbij “zelfstandigheid (..) een reële optie en onderdeel van de praktische aanpak is”. De besluitvorming op 27 juni 2019 was een zaak van de gemeenteraad van Scherpenzeel, op basis van een adviesrapport dat door de gemeente zelf gevraagd was. Een enkele indiener van zienswijzen suggereert dat de provincie een stem gehad zou hebben in de conclusies van het onderzoeksbureau; dit was niet het geval. De opdrachtverlening, de keuze van het bureau en de begeleiding van de opdracht lag volledig bij de gemeente en het bureau heeft zelf conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.

De keuze om niet het centrale eindadvies te volgen van het onderzoeksbureau was de vrijheid van de gemeenteraad. Deze keuze riep en roept echter wel vragen op. Temeer daar al in een eerder stadium vragen over voortgaande zelfstandigheid waren gerezen bij door de gemeente ingeschakelde deskundigen. In een vertrouwelijke side letter ‘Beelden van bestuurskracht’ geven de onderzoekers van het bureau Berenschot begin 2019 hun persoonlijke visie op de realisering van de Toekomstvisie. Zij bevelen aan een onderzoek uit te voeren naar de bestuurskracht, omdat zij twijfelen aan de mogelijkheden van Scherpenzeel om zelfstandig te blijven. Dit blijkt uit een voetnoot uit de recente rapportage van professor Frissen (NSOB 2020); de side letter zelf is tot op heden niet gepubliceerd door de gemeente. Voor de provincie ontstond op dat moment (juni 2019) het beeld dat de gemeenteraad van Scherpenzeel het bestuurskrachtprobleem wel erkent, maar ervoor kiest om dat via de weg van zelfstandigheid op te lossen. De inhoudelijke onderbouwing van dat standpunt wordt echter niet aangereikt. Vanaf dat moment acht de provincie het haar rol en verantwoordelijkheid om de gemeente niet alleen te faciliteren in het vinden van de juiste oplossing, maar ook om de gemeente te stimuleren in het breed houden van het oplossingenrepertoire en het voorkomen van tunnelvisie.

Daarom werd door de commissaris van de Koning met de gemeenteraad overeengekomen (juli 2019) dat ook een fusie met Barneveld nadrukkelijk onderwerp van nader onderzoek diende te zijn voor de gemeenteraad van Scherpenzeel. In de zienswijze van de gemeenteraad van Scherpenzeel wordt gesuggereerd dat het onderzoek naar andere opties hiermee ingeperkt is. Dit kan inhoudelijk niet kloppen, omdat onder de variant zelfstandigheid iedere vorm van samenwerking met welke partner dan ook kon worden onderzocht; het ging er de provincie juist om, om de set van mogelijke oplossingen te verbreden. Daarom werd na oplevering van de rapportage van de Scherpenzeelse Raadsstuurgroep door Gedeputeerde Staten (GS) in november 2019 een signaal afgegeven dat het door de Stuurgroep uitgevoerde onderzoek niet als evenwichtig werd beschouwd, mede omdat detailinformatie vanuit de gemeente Barneveld niet toegelaten werd in het onderzoek van de Stuurgroep. En daarom werd, na besluitvorming over het onderzoek in de gemeenteraad in december 2019, ook afgesproken tussen het college van B&W Scherpenzeel en GS dat er monitoring zou plaatsvinden op de te nemen maatregelen bij de opstelling van de Kadernota en werd afgesproken om (alsnog) een evenwichtig en gelijkwaardig onderzoek naar fusie met Barneveld uit te voeren. Dit laatste heeft niet 8

plaatsgevonden; het college van B&W heeft er voor gekozen om de opdracht van de gemeenteraad van december 2019 uit te voeren om het zelfstandigheidsscenario te onderbouwen, te valideren en om de mogelijke effecten van een fusie met Barneveld daar slechts mee te “spiegelen”. Een echte vergelijking heeft niet plaatsgevonden.

2.1.3 Kan Scherpenzeel zelf een oplossing bereiken? In mei/juni 2020 komt de provincie daarmee voor de inhoudelijke afweging te staan: is de gemeente Scherpenzeel in staat om het zelf erkende bestuurskrachtvraagstuk op te lossen? Uit de gevoerde overleggen blijkt dat B&W voortgaat op de in december 2019 gekozen weg van zelfstandigheid. Biedt dit een adequate en duurzame oplossing voor de bestuurskrachtopgave die voorligt? De provincie komt tot de slotsom dat dit niet het geval is. De argumentatie hiervoor wordt uitgebreid beschreven in de notitie “Een sterk dorp in een sterke gemeente” van juni 2020 en later overgenomen in het herindelingsontwerp. Voor de volledigheid wordt die argumentatie hieronder nog eens compact geformuleerd, mede als reactie op de ingediende zienswijzen op dit punt. Het pakket maatregelen dat de gemeenteraad in juli 2020 heeft vastgesteld in de Kadernota (Gemeente Scherpenzeel 2020) heeft als doel om de ambities tot 2030 te verbinden met de realisatiekracht van Scherpenzeel als zelfstandige gemeente. Belangrijkste interventie in de versterking van de realisatiekracht is de versterking van de ambtelijke organisatie door middel van een extra jaarlijkse investering van 1,2 tot 1,6 miljoen euro. Operationele samenwerking met andere gemeenten wordt in de Kadernota beschreven als mogelijkheid, doch nog niet verder uitgewerkt.

Er wordt ingezet op meer focus en inzet in regionale verbanden (met name de Regio Foodvalley). Tenslotte wordt het totaal van de maatregelen in een meerjarig financieel kader geplaatst. Overigens is deze benodigde investering (na vaststelling van de Kadernota in juli 2020) in de begroting van 2021 door de gemeenteraad in 2024 teruggebracht naar maximaal 1,45 miljoen euro. Daarbij is niet aangegeven welke ambities of opgaven uit de Toekomstvisie 2030 niet of minder zouden worden uitgevoerd. Voor de jaren na 2024 is nog geen definitief zicht of de noodzakelijke jaarlijkse investering in ambtelijke organisatie ook (volledig) zal worden gedaan. Voor de provincie is het maatregelenpakket onvoldoende om de in 2019 door Scherpenzeel zelf geformuleerde tekortkomingen in de realisatiekracht/bestuurskracht van Scherpenzeel duurzaam op te lossen. Daarin is een belangrijke overweging dat die tekortkomingen daadwerkelijk structureel zijn en de daarvoor te nemen maatregelen te weinig structurele oplossingen bieden. Het door de gemeenteraad vaststelde pakket helpt om een aantal meer acute vraagstukken in het functioneren van de organisatie op te lossen. De investeringen in de organisatie werpen op korte termijn ook vruchten af. Het is in die zin begrijpelijk dat diverse indieners van zienwijzen aangeven (zeer) tevreden te wonen en te leven in Scherpenzeel.

De provincie heeft echter ervaring met het niet acteren in situaties waarin structurele tekortkomingen nog niet tot acute problemen leiden. In gemeenten als Millingen aan den Rijn en Neerijnen is gebleken dat te laat ingrijpen tot veel extra problemen leidt, zeker ook voor inwoners. In september 2020 heeft het adviesbureau BMC in opdracht van gemeente Scherpenzeel een review uitgevoerd op de bestuurskracht en de ontwikkeling daarvan sinds medio 2019 in Scherpenzeel (BMC 2020). BMC constateert dat de investeringen in de organisatie een positief effect hebben op het organisatorisch functioneren en een flink aantal parameters die daarop betrekking hebben. Tevens constateert BMC dat de versterking van de organisatie een positieve doorwerking heeft in het functioneren van Scherpenzeel in regionale samenwerking en bewonersparticipatie.

9

De provincie constateert dat BMC in het onderzoek de versterking van de bestuurskracht volledig relateert aan de versterking van en investeringen in de ambtelijke organisatie. Er wordt geen analyse gegeven van structurele oorzaken en oplossingen van de bestuurskrachtopgave van 2019. Met meer en soms andere/betere medewerkers los je een bestuurskrachtvraag op, zo is compact gezegd de benadering. Vanuit dat perspectief neemt BMC – logischerwijze – waar dat de investering van dan inmiddels meer dan een miljoen euro een positief effect heeft op het functioneren van de organisatie; na jaren tekorten en hand op de knip is er eindelijk geld voor belangrijke functies op inhoudelijk en operationeel vlak. Het zou verbazingwekkend zijn als dat niet zou leiden tot meer ambtelijke armslag, betere advisering en medewerkerstevredenheid. Maar de structurele en meer duurzame aspecten van de bestuurskrachtopgave worden in de analyse niet geraakt. De review heeft een daarmee beperkte reikwijdte en is niet vergelijkbaar met het onderzoek van Seinstra van de Laar in 2019. Zo wordt niet ingegaan op de duurzame ontwrichting van verhoudingen in het gemeentebestuur die zich op het moment van BMC-onderzoek voltrok en daarna zichtbaar is geworden.

Uit de zienswijze van de gemeenteraad van Scherpenzeel blijkt dat het BMC-rapport (BMC 2020) wordt gezien als een bevestiging dat de gemeente op de goede weg zit en er nog slechts een (beperkte) restopgave is bij het oplossen van de bestuurskrachtproblematiek. Vanuit de visie van de provincie bevestigt het BMC-rapport dat Scherpenzeel wel onderweg is, maar niet op de goede route. Althans, niet op een route die tot structurele en duurzame verbeteringen leidt. De structurele tekortkomingen van de door Scherpenzeel gekozen oplossing zullen op den duur zichtbaar worden in 4 aspecten van functioneren: -

-

-

Het politiek-bestuurlijk functioneren. De in 2019 ontstane verdeeldheid en polarisatie is nog steeds aanwezig (“8-5 democratie”), zoals ook blijkt uit de inhoudelijk opponerende zienswijzen van de gemeenteraad (vastgesteld met een 8 – 5 meerderheid) enerzijds en de oppositiefracties in de gemeenteraad anderzijds op het herindelingsontwerp. Dit zal een open, effectief en transparant functioneren van de politieke organen blijven hinderen. Voorts blijft op deze schaal lokaal een heel kleine “vijver” om politieke ambtsdragers uit te rekruteren. Het feit dat de landelijk grootste partij (VVD) nu niet vertegenwoordigd is in de gemeenteraad vanwege gebrek aan kandidaten is al veelzeggend. Bij doorgaande vergroting van complexiteit in het lokaal bestuur zal dit een steeds groter probleem worden. Het ambtelijk functioneren. Ook bij investering in de ambtelijke organisatie blijft er sprake van een kleine professionele organisatie. Een organisatie die veel dagelijkse en reguliere taken aankan. Maar ook een organisatie die kwetsbaar blijft door relatief veel eenpitters en moeite zal houden met zaken die boven het dagelijkse en reguliere takenpakket uitstijgen. Een goede oplossing daarvoor zou zijn om de ambtelijke organisatie in te bedden in een breder verband, bv. met een of meer duurzame partners. Die keuze wordt in de Kadernota niet gemaakt.

Ingezet wordt op noodzakelijke operationele samenwerking op onderdelen, mogelijk met meerdere partners. De samenwerking met andere partners. Kleine gemeenten moeten – om als zodanig te kunnen blijven functioneren – ware samenwerkingskunstenaars zijn. Dat vraagt heel veel, bv. investeren in de goede mensen daarvoor. Maar het is vooral ook een kwestie van houding/mindset van het bestuur. Rond de besluitvorming over het rapport “Zelfbewust Scherpenzeel” is naar voren gekomen dat de houding van Scherpenzeel ten aanzien van samenwerking met andere gemeenten vooral zakelijk en calculerend is; als het niet nodig is niet, en als wel nodig is, zoveel mogelijk op de eigen voorwaarden. In ieder geval blijkt uit de Kadernota niet hoe samenwerking 10

-

met een of meer andere gemeenten kan bijdragen aan het oplossen van de structurele beperkingen van eigen organisatie en bestuur. De financiële mogelijkheden. De gemeente Scherpenzeel verkeert in de omstandigheid dat het voor de komende jaren dekking kan vinden voor de jaarlijkse investering (1,2 – 1,6 miljoen) in de organisatie. Deels door verhoging van de belastingopbrengsten via OZB-stijging, deels door personele lasten door te belasten naar grondexploitatie en investeringen en deels door inzet van de algemene reserve als frictiebudget voor het inhalen van (incidentele) achterstanden en knelpunten. Maar zoals eerder gezegd; een “rijke” gemeente is niet per sé een bestuurskrachtige gemeente. In zekere zin worden de extra kosten om de structurele tekortkomingen de komende jaren te compenseren niet echt zichtbaar omdat er geen lastige keuzen in voorzieningen of dienstverlening hoeven te worden gemaakt. In de zienswijze van de gemeenteraad wordt gesuggereerd dat zeker tot 2030 geen financiële tekorten hierdoor zullen ontstaan. In de zienswijzen van de oppositiefracties in de gemeenteraad wordt er van uitgegaan dat dit zich al in 2024 zal gaan voordoen. 2024, 2030 of ergens ertussen in; deze manier van financieren van investeringen in bestuurskracht is per definitie eindig.

In 2024 is de belastingcapaciteit volledig benut en er zijn grenzen aan de groei van woningbouwopgaven en inkomsten. Dit nog los van eventuele tegenvallers. Dan moeten de extra kosten worden teruggeschroefd (door de organisatie weer te verkleinen) of moet er bezuinigd gaan worden op voorzieningen. Vooropgesteld zij dat deze financiële handelwijze van Scherpenzeel – binnen bepaalde kaders - is toegestaan en dat het aan de gemeenteraad is om deze keuzes te maken. Maar het is wel een hoge prijs die uiteindelijk door de burgers moet worden betaald voor een niet-structurele aanpak van de bestuurskrachtproblematiek.

Bij dit thema bestuurskracht is – in reactie op veel op dat punt ingediende zienswijzen - ingegaan op de onderbouwing van nut en noodzaak van een bestuurlijke fusie tussen Barneveld en Scherpenzeel vanuit de bestuurskrachtopgave van Scherpenzeel. Aan de hand deze beantwoording worden de volgende conclusies getrokken: 1. Er is daadwerkelijk een bestuurskrachtprobleem in Scherpenzeel van structurele aard. 2. De door de gemeente Scherpenzeel aangereikte oplossingen boden en bieden geen structurele versterking. Deze conclusies zijn ook opgenomen en onderbouwd in het herindelingsontwerp en leiden dus niet tot inhoudelijke aanpassing hiervan in het herindelingsadvies. Wel zal in de tekst van het herindelingsadvies nog enige nadere verduidelijking in de onderbouwing worden aangebracht.

2.2

Variantkeuze

Met het thema ‘variantkeuze’ wordt ingegaan op dat onderdeel in de zienswijzen 5a, 9a, 10, 13, 14, 15, 17, 20, 21, 23, 27, 30 en 37 en 40. In enkele reacties op het herindelingsontwerp wordt gevraagd welke alternatieven zijn onderzocht, dan wel waarom deze alternatieven niet zijn gekozen in het herindelingsontwerp. Ook klinkt in enkele reacties door dat indieners menen dat er naar één oplossing is toegewerkt. Voor zover deze vragen te maken hebben met de gedachte bij indieners dat fusie van Scherpenzeel met Barneveld niet nodig is, of in ieder geval een veel te zwaar middel is om de bestuurskracht te versterken, is daar reeds uitgebreid op ingegaan in paragraaf 2.1 “Bestuurskracht”. Bij dit thema wordt ingegaan op de mogelijkheden van andere opties voor versterking van bestuurskracht en op welke wijze deze een rol gespeeld hebben in de afweging van varianten. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen andere fusieopties zoals die uit de zienswijzen naar voren komen enerzijds en opties die te maken 11

hebben met samenwerking tussen Scherpenzeel en Barneveld c.q. andere gemeenten als mogelijk alternatief voor bestuurlijke fusie anderzijds. De provincie heeft in het voorjaar 2020 een verkenning uitgevoerd onder buurgemeenten en bestuurlijke partners van de gemeente Scherpenzeel om te onderzoeken of, en zo ja hoe, zij konden en wilden bijdragen aan de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Hierbij zijn de gemeenten Ede, Veenendaal, Renswoude, Woudenberg en Barneveld betrokken, alsmede de Regio Foodvalley en de provincie Utrecht. Belangrijke uitkomst hiervan was dat de directe buurgemeenten Woudenberg en Renswoude meenden geen bijdrage hieraan te kunnen leveren. Zij werden hierin ondersteund door het bestuur van de provincie Utrecht, die alleen fusies op gemeentelijk initiatief ondersteunt. Dit betekende dat eventuele fusieopties voor Scherpenzeel met deze buurgemeenten en/of combinaties daarvan met andere gemeenten zoals de door een indiener naar voren gebrachte variant Scherpenzeel, Renswoude, Woudenberg en Leusden niet realistisch waren. Dit nog los van de inhoudelijke wenselijkheid van deze combinatie; zo wordt met deze combinatie zowel de bestaande regionale als provinciale indeling doorbroken.

In de fase van het open overleg (najaar 2020) heeft de provincie bij de genoemde bestuurlijke partijen uit de verkenningsfase nogmaals een bestuurlijke consultatie uitgevoerd en is aan hen opnieuw, maar meer in formele zin, de vraag voorgelegd welke bijdrage deze gemeenten zouden kunnen geven aan de versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Uit de verslagen van deze consultatie blijkt dat de opvattingen van de gemeenten op dit punt onveranderd zijn. Dit betekent dat bij keuze voor een bestuurlijke fusie er voor Scherpenzeel maar 1 gerede partner is, namelijk Barneveld, als enige overige directe buurgemeente. Omdat Barneveld – ook vanuit de verkenning van voorjaar 2020 – had aangegeven onder voorwaarden bereid te zijn om als fusiepartner op te treden is deze variant in het open overleg betrokken als enige realistisch te achten en nader te onderzoeken fusievariant (Variant 3). Uit de verkenning van voorjaar 2020 kwam ook naar voren dat zowel Ede als Veenendaal als Barneveld wilden optreden als samenwerkingspartner van de gemeente Scherpenzeel bij de uitvoering van taken. Deze gemeenten stelden daarbij wel nadere voorwaarden, o.a. geen “shopgedrag” van Scherpenzeel en een samenwerking waarbij standaarden en werknormen van de uitvoerende gemeente uitgangspunt zouden zijn.

In de Kadernota 2020 heeft de gemeente Scherpenzeel een samenwerking met meerdere (en nader te bepalen) partners voor ambtelijke taakuitvoering ook mede als uitgangspunt genomen voor de verdere ontwikkeling van de bestuurskracht. Deze is als Variant 1 betrokken bij het variantenonderzoek in het kader van het open overleg. Op deze wijze zijn in het variantenonderzoek alle realistische fusie- en samenwerkingsopties voor Scherpenzeel meegenomen. Voor alle samenwerkingsopties geldt dat zij in principe vanuit gezamenlijk overleg tot stand moeten komen; ze zijn niet afdwingbaar. Vanuit de provincie is in het variantenonderzoek de optie van een duurzame en vergaande samenwerking van Scherpenzeel met Barneveld nog specifiek ingebracht, die op den duur zou kunnen leiden tot een bestuurlijke fusie zonder dat dat tevoren wordt vastgelegd (Variant 2). Deze optie is ingebracht omdat deze wezenlijk iets toevoegt aan de andere meer operationele samenwerkingsopties en omdat hiermee mogelijk een werkbaar alternatief voor een bestuurlijke fusie per 1-1-2023 (Variant 3) zou kunnen ontstaan. Randvoorwaarde voor alle samenwerkingsvarianten is dat zij uiteindelijk in onderling overleg tussen gemeenten tot stand moeten komen. Er bestaat geen mogelijkheid om samenwerking – in welke variant dan ook - af te dwingen, voor zover dat al gewenst zou zijn. 12

In het herindelingsontwerp en de onderliggende stukken is uitgebreid beschreven tot welke afwegingen en conclusies het variantenonderzoek heeft geleid: • Variant 1 is niet toereikend om de bestuurskrachtproblematiek duurzaam op te lossen. Bovendien zal bij een divers arrangement van samenwerkingsafspraken de zeggenschap en democratische legitimatie op de uitvoering van gemeentelijke taken worden uitgehold. • Variant 2 is bij optimale invulling wel voldoende om de bestuurskrachtproblematiek duurzaam op te lossen, maar niet haalbaar omdat de gemeenten hier geen overeenstemming over kunnen bereiken vanwege verschil in belang en perspectief bij de invulling van de variant • Variant 3 is de beste oplossing indien optimale invulling wordt gekozen vanuit de inhoudelijke wensen, verwachtingen en belangen van inwoners. Deze optimale invulling is in het herindelingsontwerp beschreven als de Variant “3-plus”. Uit het onderling bestuurlijk overleg tussen beide gemeenten gedurende de zienswijzeperiode is gebleken dat de beide gemeenten hebben gesproken over de bandbreedtes van Variant 1 en 2 (“Variant 1+”, “Variant 2-“, “groeimodel”). Dit is ook terug te vinden in de zienswijzen van de gemeenteraad van Scherpenzeel en Barneveld. Dit heeft niet geleid tot enige nadere overeenstemming of perspectief daarop ten aanzien van invulling van Variant 2.

Uit het genoemde bestuurlijk overleg op 15 april tijdens de zienswijzeperiode (Bijlagenboek 2, deel 2B) en uit de zienswijze van de beide gemeenteraden is gebleken dat hierover geen overeenstemming gevonden kan worden. Het geheel overziend kan geconstateerd worden dat de provincie vanuit een brede benadering een relatief beperkte selectie heeft moeten maken van reëel denkbare oplossingsrichtingen voor versterking van de bestuurskracht van Scherpenzeel. Deze zijn in het variantenonderzoek als onderdeel van het open overleg betrokken. De uitkomst (keuze voor Variant “3-plus”) is primair een resultaat van inhoudelijke afweging van deze varianten aan de hand van de geïnventariseerde wensen, verwachtingen en belangen van inwoners. In de eindafweging van het herindelingsontwerp heeft daarbij ook een rol gespeeld dat een goede invulling van Variant 2 (duurzame samenwerking Barneveld-Scherpenzeel) niet haalbaar is gebleken. De informatie uit de zienswijzen en de zienswijzenperiode geven geen aanleiding om dit standpunt te heroverwegen. Rond dit onderwerp zal het herindelingsadvies dus inhoudelijk niet worden aangepast, wel zal de actuele opinievorming en standpuntuitwisseling tussen beide gemeenten over mogelijke invulling van samenwerking en meer specifiek over Variant 2 worden vermeld.

2.3

Rol provincie

Met het thema ‘rol provincie’ wordt ingegaan op dat aspect in de zienswijzen 2, 4, 5b, 8, 9a, 11, 13, 15, 17, 18, 19, 20, 21, 26, 28, 29, 30, 33, 34, 37 en 38 en 40. De rol van de provincie wordt in de zienswijzen meerdere malen ter sprake gebracht. Sommige indieners menen dat de provincie geen goede inhoudelijke reden had om zich te mengen in het proces van bestuurskrachtversterking van Scherpenzeel. Sommige indieners geven aan dat zij ervaren dat de opstelling en de rol van de provincie in het proces tot aan het herindelingsontwerp niet neutraal is geweest, waarbij in enkele gevallen de provincie ook vooringenomenheid en een vooropgezette agenda richting fusie wordt verweten.

2.3.1 Positie provincie in formele zin Alle stappen die de provincie heeft gezet in dit proces, zijn gedaan vanuit haar rol als toezichthouder voor de kwaliteit van het openbaar bestuur. Vanuit deze zorgplicht werkt de provincie samen met 13

haar partners aan sterk bestuur in Gelderland. Niet omdat sterk bestuur een doel op zich is, maar omdat het een middel is om als overheid de maatschappij optimaal te bedienen. In de statennotitie Sterk Bestuur voor de opgaven van morgen staat deze werkwijze van provincie Gelderland toegelicht (Provinciale Staten Gelderland 2018). Voor de provincie geldt dat de bestuurlijke verhoudingen ondersteunend moeten zijn aan de aanpak voor de inhoudelijke opgaven waar de samenleving voor staat. De provincie zet daarom bij bestuurskrachtvraagstukken altijd de maatschappelijke opgaven voorop en daarmee het belang van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De provincie houdt toezicht op de bestuurskracht en uitvoeringskracht van gemeenten met betrekking tot die opgaven, dus ook bij Scherpenzeel. Aangezien het pakket aan maatschappelijke opgaven per gemeente sterk verschilt, gaat de provincie uit van maatwerk per gemeente waar het de versterking van bestuurskracht betreft. Samen met gemeenten bekijkt de provincie wat de beste oplossing is voor het vraagstuk dat zich voordoet. De provincie ziet erop toe dat oplossingen duurzaam zijn en passen binnen de regionale context. Zij verbindt daarbij de verschillende belangen van de gemeenten in het gebied. Vanuit dit kader heeft de provincie met de gemeente Scherpenzeel geprobeerd te werken aan de versterking van de bestuurskracht.

Het rapport van Seinstra van de Laar maakt duidelijk dat de bestuurskracht van Scherpenzeel onvoldoende was (zie ook paragraaf 2.1). Een strategisch partnerschap met een sterke gemeente (i.c. Barneveld) moest als enige werkbare oplossing worden beschouwd en diende nader te worden onderzocht. De provincie heeft vanaf toen altijd aangedrongen op een open onderzoek naar een oplossing voor het versterken van de bestuurskracht. Omdat een open vergelijk tussen het scenario zelfstandigheid en herindeling met Barneveld uitbleef, heeft de provincie in juli 2020 besloten tot het starten van de artikel 8-procedure van de Wet arhi. Zo kon nader onderzoek worden gedaan naar de verschillende varianten. De brief van de minister van BZK in reactie op de aankondiging van de start van de artikel 8procedure van de Wet arhi heeft de provincie verder gesterkt in het open onderzoeken van mogelijke varianten voor het versterken van de bestuurskracht (BZK 2020). En tegelijkertijd is de – aan een bestuurlijke uitdaging gerelateerde – wens om tot een wijziging van de gemeentelijke indeling te komen een voorwaarde voor de start van het overlegtraject met toepassing van artikel 8 Wet arhi. Met andere woorden: het toepassen van de Wet arhi is alleen mogelijk als de provincie een herindeling als een mogelijke oplossing beschouwt.

Van het provinciebestuur wordt aldus verwacht dat het een regierol op zich neemt en tegelijkertijd zorgdraagt voor een open proces waarbij alle mogelijke bestuurlijke opties op tafel liggen. Deze taken heeft de provincie uitgevoerd binnen de kaders die gelden op grond van de wetgeving en het Beleidskader gemeentelijke herindeling. In het herindelingsadvies staat het proces in zijn geheel beschreven (Provincie Gelderland 2021). Het proces en de acties die we genomen hebben vonden plaats binnen het kader van de Wet arhi, het Beleidskader gemeentelijke herindeling en het provinciaal beleid.

2.3.2 Het open overleg Het besluit op grond van artikel 8 lid 1 van de Wet arhi is het startsein geweest voor een overleg met een verkennend karakter, zonder dat a priori reeds vastomlijnde standpunten zijn betrokken. De 14

provincie is het overleg dus ingegaan met de bestuurlijke uitdagingen als vertrekpunt: alle mogelijke oplossingen daarvoor konden in het overleg aan bod komen. In dat kader is in de startnotitie ‘Versterking door verbinding’, die met het besluit is gezonden aan de colleges van beide gemeenten, opgemerkt dat het doel van het overleg is om de verschillende opties in beeld te brengen (Provincie Gelderland, 2020). Daarbij is vastgesteld dat volgens de provincie onderzoek gedaan zou moeten worden naar zowel de optie van herindeling, als alle andere opties die een oplossing kunnen bieden voor de bestuurskrachtproblemen van Scherpenzeel. In dat verband schetste de provincie een overleg- en samenwerkingsstructuur op bestuurlijk en ambtelijk niveau, nader in te vullen in overleg met de colleges van de gemeenten. Om het brede karakter van de verkenning te benadrukken en het regionale draagvlak voor mogelijke oplossingen nogmaals te onderzoeken, zijn ook de omliggende gemeenten en de provincie Utrecht geïnformeerd en uitgenodigd om mogelijke oplossingen aan te dragen. In een brief van 27 juli 2020 heeft de provincie opnieuw bij de colleges van Barneveld en Scherpenzeel onder de aandacht gebracht hoe zij het overleg voor zich ziet.

In dat kader verzoekt zij de betrokken deelnemers om inbreng te leveren, zodat gedurende het overleg in brede kring verkend kan worden welke mogelijke oplossingen voor de bestuurlijke uitdagingen nog aanvullend onderzoek verdienen. Bij brief van 5 augustus 2020 heeft het college van Scherpenzeel in reactie op de brief van de provincie opgemerkt dat het van harte de mening van de provincie deelt dat meerdere oplossingen denkbaar zijn en breder gekeken moet worden dan slechts een herindeling. Voortbouwend op de startnotitie en de briefwisseling heeft de provincie het overleg gestart vanuit een modererende rol. Zij zag voor zichzelf een faciliterende en stimulerende taak weggelegd, waarbij ze in het bijzonder waarborgt dat de bestuurlijke uitdagingen centraal staan en de aangedragen varianten deugdelijk worden onderzocht. Gaandeweg bleek evenwel dat niet iedere variant op gelijke aandacht kon rekenen. Met name werd de provincie ermee geconfronteerd dat de inspanningen vanuit Scherpenzeel zeer nadrukkelijk waren gericht op slechts het afwenden van een herindeling. Na enige tijd maakte het college van Scherpenzeel ook kenbaar niet langer deel te willen nemen aan het hiervoor geschetste bestuurlijk overleg.

Tegen deze achtergrond heeft Gedeputeerde Staten – vanuit haar regierol en haar zorgplicht voor de zorgvuldigheid van het overlegtraject – ook zelf het initiatief genomen voor de totstandkoming van het onderzoek naar verschillende varianten. Uiteindelijk is dit onderzoek toegespitst op een drietal varianten: samenwerking van de gemeente Scherpenzeel met meerdere (en nader te bepalen) partners voor ambtelijke taakuitvoering, een duurzame en vergaande ambtelijke samenwerking van Scherpenzeel met Barneveld, en een bestuurlijke fusie van Scherpenzeel en Barneveld. Het onderzoek leidde tot de conclusie dat de bestuurlijke fusie de meest geschikte oplossing is voor de bestuurlijke uitdagingen.

2.3.3 Beeldvorming over procesvoering en rolneming provincie De rol van de provincie in dit proces is in theorie duidelijk omschreven, maar in de praktijk werd gemerkt dat er verschillende beelden zijn over hoe de provincie haar rol heeft ingevuld. Zowel in het voortraject als tijdens het open overleg heeft de provincie in partnerschap een transparant overleg willen voeren over verschillende varianten om tot een werkbare en duurzame oplossing te komen. In het plan van aanpak van het open overleg dat de provincie met de gemeenten heeft besproken, is deze wens ook nadrukkelijk uitgesproken. De provincie werd echter tegelijkertijd vanwege haar actieve en open rolneming vanuit de zorgplicht voor de kwaliteit van het openbaar bestuur onderdeel van een stevig gepolariseerd debat, met fundamenteel verschillende visies over het versterken van de bestuurskracht van de gemeente.

15

De inzet van het college van B&W in Scherpenzeel op zelfstandigheid en de inzet van de provincie om een open overleg te houden zijn in de afgelopen periode door sommigen gepercipieerd als tegenstrijdig. De provincie heeft naast de zelfstandigheid ook andere opties zoals een herindeling willen onderzoeken. De provincie heeft in het open overleg alle ruimte geboden om de drie varianten gelijkwaardig te onderzoeken en te bespreken, ook in de overtuiging dat het beste zou zijn wanneer provincie en gemeenten uiteindelijk samen zouden kiezen voor de beste oplossing. De provincie heeft daarom de verschillende varianten voor de bestuurlijke toekomst van Scherpenzeel in kaart gebracht in een open en transparant proces. De discussie over de bestuurlijke toekomst van de gemeente Scherpenzeel heeft veel losgemaakt onder haar inwoners. Dit toont de nauwe verbondenheid van inwoners met hun dorp. Het is dan ook voorstelbaar dat een “strenge” provincie die vanuit haar toezichtrol tot een andere oplossing wil komen dan waar de gemeenteraad en bevolking in eerste instantie voor zouden willen kiezen overkomt als een tegenstander in plaats van als partner in het bereiken van een gezamenlijk doel.

Niets is minder waar: de provincie speelt hier een actieve rol omdat ze juist hecht aan de eigenheid van Scherpenzeel: een sterk dorp, met sterke bedrijven, een sterk pakket van voorzieningen en een eigen identiteit. De provincie wil dat de gemeente – nu, maar ook op de langere termijn – in staat is om de doelen voor de gemeenschap en het dorp te kunnen realiseren. De provincie heeft de balans gehouden tussen het partnerschap met gemeenten en de belangen op de lange termijn voor een bestuurskrachtige gemeente die de opgaven van haar inwoners aan kan. Ook de betrokkenheid en aansluiting met de gemeente Barneveld was voor de provincie van groot belang. Zoals bleek uit het onderzoek van Seinstra van de Laar was Barneveld de enige mogelijke partner voor Scherpenzeel bij een andere bestuurlijke toekomst dan zelfstandigheid, die daarbij wel als voorwaarde aangaf te willen kiezen voor een fusie per 1-1-2023 (Seinstra van de Laar 2019). Hieruit volgde ook voor de provincie het belang om het proces zo in te richten dat deze optie mogelijk bleef. Soms schuurde de inzet op partnerschap met de regierol die de provincie ook had. Tijdens het open overleg heeft de provincie echter de hand steeds uitgestoken, omdat zij ervan overtuigd is dat eenieder, ondanks een verschil van perspectief, uiteindelijk hetzelfde doel nastreeft: de beste oplossing voor de inwoners van Scherpenzeel.

De provincie is ook in het vervolg blijven inzetten op het partnerschap met de gemeente Scherpenzeel, gemeente Barneveld en de inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Concluderend heeft de provincie haar rol adequaat gespeeld binnen de wettelijke kaders en die van het Beleidskader gemeentelijke herindeling van BZK.

2.4

Identiteit

Met het thema ‘identiteit’ wordt ingegaan op de zienswijzen 3, 5a, 6, 7, 8, 13, 14, 15, 19, 22, 24, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 34, 37, 39 en 40. Het belang van het behoud van identiteit, eigenheid en zeggenschap van Scherpenzeel komt in verschillende zienswijzen naar voren. Indieners uit Scherpenzeel voelen zich verbonden met hun dorp en willen bij een herindeling die verbintenis niet kwijtraken. Daarbij wordt ook opgemerkt dat de provincie geen doorzettingsmacht heeft op het dorpenbeleid van de (nieuwe) gemeente Barneveld. En worden zorgen geuit dat de nieuwe gemeenteraad het dorpenbeleid op een later moment kan afwijzen. Ook wordt aangegeven dat het verdwijnen van de gemeentenaam Scherpenzeel als een verlies wordt ervaren. 16

Het herindelingsontwerp gaat uit van de volgende hoofdkoers van de nieuwe gemeente: het uitbouwen van de netwerksamenleving, waarin gemeente en samenleving op basis van gelijkwaardigheid samenwerken en eigen verantwoordelijkheid nemen. Het is op dit moment aan de huidige gemeenten Scherpenzeel en Barneveld om die hoofdkoers verder uit te werken, zeker wanneer het gaat om het dorpenbeleid. De nieuwe gemeenteraad heeft de verantwoordelijkheid voor de inwoners van alle dorpen en kernen in de nieuwe gemeente en zal moeten besluiten over de invulling van het dorpenbeleid. De gemeenschap maakt de gemeente, zoals ook tijdens onder meer de participatieavonden door inwoners werd opgemerkt. De identiteit van inwoners van Scherpenzeel zal door een herindeling niet veranderen. Scherpenzeel zal daarin weliswaar geen ‘gemeentenaam’ meer zijn, maar de naam Scherpenzeel zal voor het dorp vanzelfsprekend behouden blijven. Mensen kunnen zich blijven identificeren als inwoner van het dorp Scherpenzeel, gemeente Barneveld. Als onderdeel van dit herindelingstraject wordt met steun van de provincie door de gemeenten gezamenlijk ingezet op vernieuwing en doorontwikkeling van het bestaande dorpenbeleid van de gemeente Barneveld, gericht op versterking en bevordering van zeggenschap en betrokkenheid van de diverse dorpen in de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1589/documents/31945