06a toelichting Henschotermeer.pdf
Tekst van het document
De bestemmingsplanregeling voorziet om die reden enerzijds in een wabo-aanlegvergunningenstelsel ter behoud van onder meer het reliëf en anderzijds in een regeling ten aanzien van het maximaal aantal volledig bovengronds en deels ondergronds te realiseren bouwlagen. 3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1. Structuurvisie Woudenberg 2030 De basis voor het gemeentelijk beleid van de gemeente Woudenberg is gelegd in de structuurvisie ‘Woudenberg 2030’, welke in januari 2013 is vastgesteld en op 24 januari 2019 met een oplegger door de gemeenteraad is geactualiseerd. In de structuurvisie wordt aandacht geschonken aan de manier waarop Woudenberg moet anticiperen op de veranderingen in de toekomst opdat ze ook in 2030 nog de vitale gemeente is met een veelzijdig en multifunctioneel buitengebied. De centrale opgave voor Woudenberg werd geformuleerd als het ‘Verbinden en combineren van kwaliteiten’. Deze kwaliteiten manifesteerden zich voorheen sectoraal: recreatie rondom het Henschotermeer en de Piramide van Austerlitz, wonen en werken in de kern, werken en horeca op het bedrijventerrein Parallelweg en cultuurhistorie bij het Valleikanaal. In de gebieden ten noorden en zuiden daarvan landbouw, natuur en landgoederen.
Evenals in de provinciale structuurvisie, wordt ook in de gemeentelijke structuurvisie aandacht geschonken aan de historische landschapselementen; hieronder worden bij het gemeentelijke beleid houtwallen, elzensingels en historische lanen verstaan, naast het kenmerkende slagen- en kampenlandschap als landschapsprofiel. Het slagenlandschap beslaat een groot deel van het buitengebied van de gemeente Woudenberg, zo ook onderhavig plangebied. Voor dit type landschap bestaat de doelstelling om kavelgrensbeplanting te stimuleren. In Woudenberg liggen een aantal ecologische verbindingen, onder meer de verbindingszone ‘Heigraaf’ (langs de waterloop met deze naam), welke onderdeel is van de landelijke Ecologische Hoofdstructuur (Natuur Netwerk Nederland).
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 24 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
De gemeente spreekt in haar structuurvisie binnen het thema recreatie van een verwachte groei van 10%-20% tot 2030. Deze groei wil de gemeente benutten en doet dit onder meer door voor campings condities te scheppen die leiden tot kwaliteitsverbetering en vruchtbare samenwerking. Hieronder wordt onder meer het toevoegen van nieuwe recreatieve functies verstaan, mits dit leidt tot een integrale kwaliteitsverbetering van het landschap. Beoordeling Het Henschotermeer is aangewezen als recreatieve poort van de Utrechtse Heuvelrug met een regionale functie. Hiermee is het een belangrijke plek voor vrijetijdsbesteding vanuit de regio en Woudenberg. Voor het verbeteren van de verblijfskwaliteit en het verlengen van de verblijfsduur wordt ingezet op respectievelijk verbreding van het dagrecreatieve profiel met sport en spel en het toevoegen van jaarrond horeca. Er wordt geen ruimte geboden aan verdere uitbreiding van verblijfsrecreatieve voorzieningen zoals campings en recreatieterreinen. Daarmee wordt de recreatieve waarde versterkt (voornamelijk buiten het hoogseizoen), waarmee is ingezet op de verblijfsduur en kwaliteit in aanvulling op elkaar. Hiermee wordt tevens een belangrijke bijdrage geleverd aan een langdurige duurzame exploitatie van terrein.
De voorzieningen worden zoveel mogelijk geclusterd in de zuidoosthoek (buiten het Natuurnetwerk Nederland), binnen het bestaande terrein. 3.4. Ontwikkelkader Henschotermeer Het ontwikkelkader Henschotermeer uit 2015 is vastgesteld door de provincie Utrecht, de gemeenten Woudenberg en Utrechtse Heuvelrug en Landgoed Den Treek-Henschoten. Aanleiding van het ontwikkelkader vormde de herontwikkeling van het recreatiegebied Henschotermeer. In het ontwikkelkader is aangegeven dat de voorzieningen bij het meer moeten worden verbeterd. Een verbreding van dagrecreatieve functies behoort daarbij in principe tot de mogelijkheden. In het document is de noodzaak benoemd om kostendragers te vinden voor een duurzame en goede exploitatie van het Henschotermeer, waarbij het wel de bedoeling is dat het Henschotermeer rondom openbaar toegankelijk blijft. Verder dient te worden voldaan aan de eisen voor wat betreft de kwaliteit van het zwemwater, de zwemveiligheid en calamiteitenvoorzieningen. Hiertoe is permanent toezicht en handhaving nodig. In het document is verder benoemd dat moet worden gestreefd naar seizoenspreiding en het voorkomen van het verhogen van de huidige piekbelasting.
Beoordeling Onderhavig bestemmingsplan biedt de basis voor diverse ambities en wensen die in het ontwikkelkader zijn vastgelegd, waaronder het verbeteren en het verbreden van de voorzieningen, het verzorgen van permanent toezicht en handhaving, het behoud van de openbare toegankelijkheid van het meer en het vinden van kostendragers voor een duurzame exploitatie.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 25 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
3.5. Gebiedsvisie De Gebiedsvisie Henschotermeer is op 14 december 2021 beoordeeld door de Stuurgroep. De bevindingen zijn neergelegd in een memorandum van 20 december 2021. Dit memorandum is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De Stuurgroep is van oordeel dat met de Gebiedsvisie wordt voldaan aan de verplichtingen op basis van de SOK dat een integrale gebiedsvisie wordt ontwikkeld die aansluit bij de uitgangspunten uit het Ontwikkelkader. Er zijn een paar aandachtspunten, zoals Natuur en Mobiliteit, die in de uitwerking in de bestemmingsplannen kunnen worden meegenomen. Beoordeling In onderhavig bestemmingsplan is aandacht besteed aan het aspect natuur, door de ontwikkelingen uitsluitend buiten NNN-gebied te realiseren. Verder is door het uitvoeren van ecologische onderzoeken zeker gesteld dat er geen risico is op nadelige gevolgen voor Flora en Fauna. Wat betreft mobiliteit is in het verkeersonderzoek beoordeeld of de ontsluiting voldoende toereikend is om de ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij zijn ook de maatregelen beoordeeld om de in het verleden bestaande verkeersdruk meer te spreiden zodat congestie door piekbelasting zo veel mogelijk wordt tegengegaan. 3.6. Conclusie beleid De plannen zijn te kleinschalig om van invloed te zijn in de Rijksbelangen.
Voor de ontwikkeling rondom het Henschotermeer is er door de Provincie Utrecht, gemeente Utrechtse Heuvelrug en gemeente Woudenberg is er een ontwikkelkader opgesteld. Het ontwikkelkader is mede tot stand gebracht door de project- en stuurgroep Henschotermeer en het landgoed Den Treek Henschoten (DTH). De ontwikkelingen zijn passend binnen de vastgestelde ontwikkel- en beleidskaders van de provincie en de gemeente. De beoogde ontwikkeling zal geen extra verkeer tot gevolg hebben en zal complementair zijn aan het bestaande aanbod. Bij het Henschotermeer wordt geen verblijfsrecreatie toegelaten. Door het aanbieden van een zelfstandige horecagelegenheid wordt beoogd dat de recreanten hun bezoekduur verlengen. Direct gevolg is dan een meer gespreide uitstroom van recreanten op een dag. Door de investeringen in het toegangssysteem is er reeds al sprake van een afname aan congestie, vooral bij de instroom. Tevens zorgt deze zelfstandige horecagelegenheid voor een seizoen verlenging van het Henschotermeer. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkelingen niet in strijd zijn met Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid en passen in het Ontwikkelkader Henschotermeer en de Gebiedsvisie.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 26 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
4.
Verkeer en parkeren
4.1. Ontsluiting en verkeersgeneratie Het plangebied wordt ontsloten via de weg De Heygraeff, om vervolgens te ontsluiten via de Zeisterweg (N224). De capaciteit van de infrastructuur wordt gebaseerd op het maatgevende moment. Het maatgevende moment is een gemiddelde druk moment die met regelmaat voorkomt. Normaliter wordt het werkdaggemiddelde aangehouden. Voor recreatieve voorzieningen ligt het maatgevende moment in het hoogseizoen (standaard een weekenddag in juli). Tijdens de verkeersonderzoeken in 2017 waren er geen typische zwemdagen. Ze geven wel een beeld van het verkeer tijdens het hoogseizoen van de campings. Hieruit blijkt dat volgens de toetsing de infrastructuur tegen zijn capaciteit zit. Een ‘zwemweer’ dag of evenement in het hoogseizoen zorgt dan voor overbelasting op De Heygraeff en aansluitend de Zeisterweg. In het kader van de beoogde ontwikkelingen heeft in 2018 een verkeersonderzoek plaatsgevonden, welke in 2019 geüpdatet is2. Aanvullend op het bestemmingsplan van 21 maart 2024 is in 2024 een notitie opgesteld door Integraal Verkeersadvies waarin de verkeersaspecten van het plan zijn beoordeeld, rekening houdend met de ontwikkelingen als voorzien op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug (die aldaar reeds planologisch zijn toegestaan). Een en ander is daarbij in overeenstemming met de Gebiedsvisie.
De exploitant heeft vanuit de gemeente meegekregen dat de ontwikkelingen niet mogen leiden tot verhoging van piekmomenten, maar juist bij moeten dragen aan een afname van piekmomenten. Piekmomenten doen zich vooral voor op warme, zonnige dagen. Door beter te zorgen voor een geleidelijke instroom en uitstroom kunnen de verkeersknelpunten verminderd worden. Voor wat betreft de instroom is er al geïnvesteerd in een nieuw toegangssysteem met online kaartverkoop, waardoor de bezoekersaantallen beter te sturen zijn, maar ook het moment waarop bezoekers naar het Henschotermeer komen. Zie hiervoor verder paragraaf 4.2. Bij evenementen kan door het geavanceerde toegangssysteem de toegang tot het meer ook worden gereguleerd en gestuurd. Immers de beschikbare parkeerruimte kan dan worden gereserveerd voor de bezoekers van het evenement. Hierdoor neemt de totale verkeersbelasting niet toe. In de notitie van Integraal Verkeersadvies is gerekend met het aantal parkeerplaatsen, zoals dit met een voorwaardelijke verplichting is geborgd in de regels. Aan de hand daarvan is de maximale verkeersgeneratie afgeleid.
Verder is aan de hand van de in regels geborgde maximale bebouwingsoppervlakte in combinatie met het maximaal aantal toegestane bouwlagen beoordeeld hoeveel de extra voorziene functie ‘horeca tot en met categorie 2’ maximaal aan vervoersbewegingen genereert op basis van de worst case scenario’s en bijbehorende CROW-normen voor zover beschikbaar. Volledigheidshalve is daarbij ook in kaart gebracht wat de verkeersgeneratie is van het benutten van de bouwmogelijkheid (de Schaapskooi) op het grondgebied van de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Wat betreft de verkeersgeneratie is gerekend met de nieuwste parkeerkencijfers, aanwezigheidspercentages en verkeersgeneratiegegevens van de CROW (19 juni 2024). Ook is het combi-effect van zowel de recreatieplas als de jaarrond horeca beoordeeld. Verder is in de notitie 2
Aa, Memo mobiliteitstoets ontwikkelingen Henschotermeer, 4 juni 2019, bijlage 3
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 27 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
ingegaan op de capaciteit van de kruising Zeisterweg – De Heygraaff met behulp van twee verschillende beoordelingsmethodieken. De conclusie is dat in beide gevallen bij een ongewijzigde inrichting van de kruising de wachttijden acceptabel blijven en dat de extra voorziene functies zullen leiden tot een afname van de avondspits op zeer drukke dagen in het hoogseizoen. Wel zal de hoeveelheid verkeer in het laagseizoen iets toenemen, maar daarbij blijven de bezoekersaantallen zodanig dat voor de toe te voegen functies ten opzichte van het Bestemmingsplan 2010/2013 geen gebruik hoeft te worden gemaakt van P4. Overigens heeft de provincie als wegbeheerder plannen om de kruising aan te passen. Beoordeling De ervaringen met het toegangssysteem vanaf 2020 tot en met heden (zie ook paragraaf 4.2) zijn positief, met name voor wat betreft de spreiding van de instroom van bezoekers. Het is inmiddels steeds beter algemeen bekend dat een parkeerplaats moet worden gereserveerd bij bezoek met de auto. Door bezoekers de mogelijkheid te bieden om gebruik te maken van het restaurant, zal ook de spreiding voor wat betreft de uitstroom kunnen worden verbeterd in het hoogseizoen. Buiten het hoogseizoen zal in principe alleen het restaurant geopend zijn, waarbij geen relevante piekbelastingen zullen optreden. 4.2. Parkeren Het Henschotermeer beschikt over een eigen parkeerterrein.
Er is sprake van een parkeersysteem dat het aantal bezoekers maximeert op basis van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. Bezoekers moeten zich vooraf digitaal aanmelden. Hierdoor wordt overbelasting van de verkeers- en parkeerinfrastructuur voorkomen en hebben bezoekers ook de zekerheid dat zij niet onverrichter zake naar huis behoeven te keren vanwege te grote drukte op toeleidende wegen, op de parkeerplaatsen of aan het strand. Indien er evenementen worden gehouden, dan zal een deel van de bezoekersplaatsen gereserveerd worden voor dat evenement zodat er ook dan geen te grote parkeervraag zal ontstaan. Kortom voor alle met het gebruik van het Henschotermeer samenhangende functies kan de bezettingsgraad worden gereguleerd via het parkeersysteem en kan tegelijkertijd parkeeroverlast worden tegengegaan. Een en ander volgt ook uit de notitie van Integraal Verkeersadvies Via de planregels kan voor nieuwe ontwikkelingen die een grotere parkeervraag genereren extra parkeerruimte worden afgedwongen. Qua parkeernormering wordt aangesloten bij de CROW normen. In fietsparkeren wordt in de praktijk voldoende voorzien. De behoefte ligt op circa een kwart van de behoefte aan autoparkeren. De auto blijft belangrijk vanwege de afstand van woonkernen tot het Henschotermeer en omdat bezoekers vaak met het gehele gezin komen en ook strandspullen willen kunnen vervoeren.
Voor mensen die op de fiets komen is het overigens de bedoeling om de fietsparkeervoorzieningen te verbeteren. Doordat fietsen duurder worden, mede vanwege de elektrificatie, is het de bedoeling om een omheinde fietsenstalling te realiseren waar ook wordt voorzien in oplaadmogelijkheden. Beoordeling De bestaande parkeervoorzieningen voldoen voor de beoogde huidige en toekomstig toegestane functies. Dit omdat de huidige parkeerplaatsen zijn gedimensioneerd om te voorzien in de parkeervraag tijdens het hoogseizoen. De nieuwe functies zullen tijdens het hoogseizoen niet meer parkeervraag genereren. Buiten het hoogseizoen zal het aantal bezoekers en dienovereenkomstig de parkeervraag
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 28 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
lager liggen. Los hiervan is sprake van het bestaande online reserveringssysteem waarmee parkeertekorten kunnen worden voorkomen. Dit toegangscontrolesysteem is in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting geborgd.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 29 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
5.
Water
5.1. Wettelijk Kader Rijksbeleid Het Rijk, de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen hebben in februari 2001 de startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw ondertekend. Deze startovereenkomst is in 2003 omgezet in het Nationaal Bestuursakkoord Water dat in juni 2008 is geactualiseerd. Hiermee hebben deze partijen elkaar gecommitteerd om een watertoets toe te passen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorts bepaald dat waterbeheerders dienen te worden geraadpleegd bij het opstellen of wijzigen van bestemmingsplannen. De watertoets is een instrument om bij alle ruimtelijke plannen en besluiten waarin waterhuishoudkundige aspecten voorkomen te toetsen of in voldoende mate rekening wordt gehouden met die aspecten. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor de waterkwantiteit (ruimte voor water, berging, infiltratie, aan- en afvoer), aandacht voor effecten op de waterkwaliteit en aandacht voor de veiligheid (overstroming). Provinciaal beleid Op provinciaal niveau heeft de provincie Utrecht het beleid vertaald in het Provinciaal Waterplan 2010-2015. In deze toelichting staat uitgebreid beschreven hoe de provincie, samen met waterschappen en andere partners, een duurzame en klimaatbestendige delta zal realiseren en behouden, waar het veilig en aangenaam wonen, werken en recreëren is.
In het Provinciaal Waterplan zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationale waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Utrecht. Waterschap beleid In november 2021 is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe, het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) vastgesteld. Het BOP bevat vier gebiedsprogramma’s, waarbij onderhavig plangebied valt binnen de ‘gebiedsopgave Gelderse Vallei’. Gebiedsopgave Gelderse Vallei Het Valleikanaal wordt in samenhang met de Grebbelinie en het Binnenveld ontwikkeld tot een robuust klimaatkanaal om extreme weersomstandigheden op te vangen en een blauwgroen lint voor biodiversiteit en recreatie te vormen. Op de hoger gelegen gronden werkt het waterschap aan het vasthouden van water. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft tevens een Blauwe Omgevingsvisie (BOVI) voor het jaar 2050 opgesteld. Hierin wordt een duurzame en waterinclusieve leefomgeving geschetst. Om een samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe in 2050 in beeld te brengen zijn drie leidende principes opgesteld: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. We willen water maximaal schoonhouden en vasthouden. 3. Partnerschap als watermerk.
De gebieden op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug en Veluwe krijgen als gevolg van klimaatverandering te maken met veel sterkere fluctuaties van het grondwater waardoor deze natter
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 30 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
worden. Het waterschap wil daarom op deze plekken natte natuurgebieden ontwikkelen, als een zogenoemde klimaatmantel. Een klimaatmantel is een zone van multifunctioneel landgebruik, zoals natuur en natuurinclusieve landbouw, die als buffer dient tegen klimaatveranderingen en die de biodiversiteit vergroot. Hier wordt regen- en grondwater opgevangen en vastgehouden waardoor de beken jaarrond water kunnen leveren. Het schone grondwater zorgt ervoor dat zich hier bijzondere, kwelgebonden natuur kan ontwikkelen. In de landbouwgebieden kan met een fijnmazig systeem van stuwtjes meer water worden vastgehouden. In de keur van het waterschap “Vallei en Veluwe” is aangegeven dat er bij een toename aan verharding van meer dan 4.000m2, 60mm per m2 gecompenseerd worden in de vorm nieuw te realiseren oppervlaktewater. Naast landelijke en provinciale richtlijnen, hebben de gemeenten Scherpenzeel en Woudenberg gezamenlijk een Waterplan 2020-2024 opgesteld. Hierin wordt onder andere voor Ruimtelijke Ordening het volgende doel gesteld: ‘Bij nieuwbouwplannen en herinrichtingen dient er ruimte te zijn voor water en groen. Het groen en het water kan een meerwaarde bieden als het goed past binnen het gebied.’ 5.2. Plangebied Voor het plangebied is al in 2020 via www.dewatertoets.nl een digitale watertoets uitgevoerd. Hiermee is het waterschap op de hoogte gebracht van de plannen.
In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Afstromend hemelwater van de nieuwe bebouwing zal worden geïnfiltreerd in de directe omgeving van die bebouwing. Dit draagt bij aan de buffering van grondwater en daarnaast worden hierdoor eventuele negatieve effecten op de zwemwaterkwaliteit voorkomen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen. Extra waterbergingseisen zijn niet aan de orde. Er is geen sprake van lozing op oppervlaktewater. Tot slot is in de regels geborgd dat bij ondergronds bouwen de waterhuishouding niet mag worden verstoord. Uitgaande van bovenstaande is op te maken dat er geen bezwaren zijn met betrekking tot onderhavig plan. Gelet op een en ander komt het project niet in strijd met waterbelangen.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 31 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
6.
Milieu
Bij het opstellen van een ruimtelijk plan, dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt ruimtelijke aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van milieu. Het gaat hier om de volgende aspecten: 1. bedrijven en milieuzonering (paragraaf 6.1); 2. geluid (paragraaf 6.2); 3. geurhinder (paragraaf 6.3); 4. luchtkwaliteit (paragraaf 6.4); 5. externe veiligheid (paragraaf 6.5); 6. kabels en leidingen (paragraaf 6.7); 7. bodem (paragraaf 6.8); 8. duurzaamheid (paragraaf 6.9); 9. Besluit milieueffectrapportage en gezondheid (paragraaf 6.10). 6.1. Bedrijven en milieuzonering Wet- en regelgeving Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). Bedrijven en Milieuzonering geeft richtafstanden per categorie en per type bedrijvigheid aan. Binnen deze richtafstanden is bij een gemiddelde bedrijfsvoering hinder van het bedrijf te verwachten.
De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen en dienen als handvat om concrete situaties maatwerk te kunnen leveren. In de directe omgeving van onderhavig plan is sprake van diverse verblijfs- en dagrecreatieve functies (Vakantiepark De Heigraaf, Europarcs Resort Utrechtse Heuvelrug, Camping ’t Boerenerf, Camping Eijckelenburg, Eben-Haëzer) en een zorginstelling (Reinaerde). Voor de verblijfsrecreatie bestemming aan de Zeisterweg, voorheen in gebruik van de NCC, is eventueel toekomstig gebruik niet bekend. Nieuwe bedrijfsactiviteiten nabij milieugevoelige functies De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied betreft het toevoegen van zelfstandige horeca binnen de grenzen van het bestaande recreatiepark en het huidige bouwvlak. Verder wordt een beheerderswoning en een expositieruimte mogelijk gemaakt welke in deze context minder relevant zijn. De afstand van de nieuwe horeca tot nabijgelegen woningen van derden bedraagt meer dan 100 meter. Er is daarbij geen sprake van zware horeca, maar van een restaurant. Om die reden behoeft niet te worden gevreesd voor milieuhinder. Binnen het plangebied vinden verder evenementen plaats welke met dit bestemmingsplan beter gereguleerd worden. De APV is van toepassing op dit terrein omdat sprake is van een openbare plaats (krachtens de bestemming en/of vast gebruik door publiek).
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 32 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Nieuwe milieugevoelige functies nabij bestaande bedrijven In de omgeving is geen sprake van risicovolle bedrijvigheid of andere milieuhinderlijke functies die zouden kunnen conflicteren met onderhavige ontwikkeling. De beoogde beheerderswoning is op ruim voldoende afstand van bedrijvigheid in de omgeving gelegen. 6.2. Geluid Wegverkeerslawaai Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen (art. 74-75 Wgh). Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op deze bestemmingen. Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (Art. 1 Wgh): • Woningen • Onderwijsgebouwen • Ziekenhuizen en verpleeghuizen • Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen) Voor deze bestemmingen gelden voorkeursgrenswaarden. Deze voorkeursgrenswaarden worden mede bepaald door de locatie van de gevoelige bestemmingen en het type weg.
Bij realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen dient de geluidsbelasting ten hoogste de voorkeursgrenswaarde te bedragen. Indien bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan, kan worden geconcludeerd dat de locatie niet zonder meer geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. Onder voorwaarden kunnen hogere waarden worden vastgesteld tot de maximale grenswaarde uit de Wgh. Voor de onderhavige locatie is de N224 bepalend. Deze weg wordt in het kader van artikel 74, lid 1 onder b ten 1e van de Wet geluidhinder aangemerkt als een weg bestaande uit twee rijstroken buiten stedelijk gebied. Voor een dergelijke weg geldt een geluidzone van 250 meter. Beoordeling De nieuwe beheerderswoning ligt binnen de zone van de weg De Heygreaff. Akoestisch onderzoek wegverkeer is ten behoeve hiervan uitgevoerd om een goed woon- en leefklimaat te garanderen3. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe woonbestemming voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Er zijn geen verdere procedures in het kader van de Wet geluidhinder nodig. 3
Sain, Geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai De Heygraeff 2 (gebouw B), Woudenberg, 13 februari 2024, Bijlage 4
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 33 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Industrielawaai Op grond van artikel 40 van de Wgh kunnen industrieterreinen een zone hebben. In het gebied waar dit wijzigingsplan betrekking op heeft is géén industrieterrein gelegen met een zone op grond van artikel 40 Wgh. Voor bedrijven die niet zijn gelegen op geluidgezoneerd industrieterrein is dient aandacht te worden besteed aan de individuele geluidvoorschriften die gelden op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een aan het bedrijf verleende omgevingsvergunning milieu. Beoordeling Er liggen geen bedrijfsterreinen of bedrijven in de relevante omgeving van het plangebied. Verder is geen sprake van een bijzondere te verwachten geluiduitstraling naar de omgeving toe, mede gelet op het feit dat aan de afstandseisen van de VNG handreiking wordt voldaan. In het licht hiervan zijn er geen belemmeringen te verwachten voor wat betreft het aspect industrielawaai. Railverkeer en overig Op grond van artikel 1 Wgh hebben spoorwegen een zone. Beoordeling Het plangebied ligt niet in een zone van een spoorweg. Spoorwegverkeerslawaai is daarom niet relevant voor het plangebied. Evenmin is sprake van relevante geluidbronnen vanwege scheepvaartverkeer of luchtverkeer 6.3. Geurhinder Bij een functiewijziging dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven.
Sinds 1 januari 2013 geldt het Activiteitenbesluit voor agrarische bedrijven. Voor wat betreft geurhinder wordt in het Activiteitenbesluit een normafstand van 50 meter aangehouden vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt tot de dichtstbijzijnde geurgevoelige objecten buiten stedelijk gebied. Krachtens gemeentelijk beleid mag deze afstand worden gereduceerd. De nieuwe beheerderswoning kan als geurgevoelig object beschouwd worden. In de directe omgeving rond het plangebied bevinden zich evenwel geen veehouderijen binnen een afstand van 50 meter. Van de met dit plan toe te laten lichte, niet agrarische, bedrijvigheid behoeft geen geurhinder te worden verwacht. 6.4. Luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. Van belang hierbij is de invloed van het bouwplan op de plaatselijke luchtkwaliteit alsook de invloed van kwaliteit van de omgevingslucht op het bouwplan.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 34 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wet milieubeheer, hierna ook: Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: 1. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; 2. de luchtkwaliteit ten gevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; 3. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde (1,2 µg/m3 PM10 of NO2 en 0,75 µg/m3 PM2.5 jaargemiddeld); 4. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). (Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen.) Sinds 2011 zijn de grenswaarden (jaargemiddelde en 24-uursgemiddelde concentratie) voor PM10 in werking. Voor NO2 geldt dat vanaf 2015 moet worden voldaan aan de (jaargemiddelde en uurgemiddelde) grenswaarden. Beoordeling Het onderhavige plan is zodanig kleinschalig dat hierop het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit) van toepassing is (hierna ook: NIBM). De grens op grond van dit besluit is immers meer dan 1.500 woningen4.
Uit de NIBM-tool5 blijkt dat pas vanaf 1.280 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd6. Kortom wordt aan de gebruikelijke luchtkwaliteitsnormen voldaan, ook tijdens de bouw. 6.5. (Externe) veiligheid Wettelijk kader Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) vormen het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt. Plaatsgebonden risico (PR) Als “harde” afstandseis voor externe veiligheid geldt een contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10 6 ), die wordt aangegeven als een afstand ten opzichte van de activiteit met gevaarlijke stoffen (risicobron). Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd.
4
Bijlage 3a, voorschrift 3A2 van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) – uitgaande van een bepalende ontsluitingsweg. 5 https://www.nsl-monitoring.nl/ 6 Zie bijlage 5 bij deze toelichting.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 35 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Groepsrisico (GR) Afhankelijk van de aard van de risicobron is er sprake van een bepaald invloedsgebied. Binnen dit invloedsgebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedsgebied bevindende) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron. De uitkomst van dit onderzoek geeft de hoogte van het GR weer en wordt uitgedrukt in een curve, waarbij als norm voor het GR een oriënterende waarde is vastgesteld. De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedsgebied (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels restaurants. Ook de standplaatsen kunnen worden beschouwd als kwetsbare objecten. Risicovolle inrichtingen In de directe omgeving (ten oosten) van het plangebied is ‘Vakantiepark De Heigraaf’ aangemerkt als risicovolle inrichting. Dit vanwege een propaantank van 13 m3.
Deze bovengrondse tank staat echter op zeer ruime afstand van het plandeel Henschotermeer en de daar beoogde ontwikkelingen. Een nadere berekening of verantwoording is niet aan de orde. Buisleidingen Ten westen van het plangebied bevindt zich een buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen. Dit betreft een hogedruk aardgasleiding (buisleiding A-510, 36 inch, 66 bar) en heeft invloedsgebied van 430 meter. Het plangebied op meer dan 500 meter en daarmee buiten het invloedsgebied. Een nadere berekening of verantwoording is niet aan de orde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Over de Randweg, de N224, vindt vervoer voor gevaarlijke stoffen plaats tot aan de Slappedel. Voor deze weg geldt een PR 10-7 risicocontour van 140 meter. De weg vormt geen risico voor onderhavige locatie aangezien deze op ruim 900 meter van het plangebied verwijderd ligt. Vluchtmogelijkheden Mocht er een gevaarlijke situatie ontstaan door een calamiteit, waaronder ook een andere calamiteit dan die welke specifiek volgen uit de regelgeving op het vlak van externe veiligheid, dan kan gesteld worden dat voldoende overzicht en ruimte beschikbaar is om het gebied te ontvluchten. Daarbij dienen de Heygraeff en de Randweg/N224 primair als vluchtroutes.
Natuurbrand De APV is van toepassing op dit terrein omdat sprake is van een openbare plaats (krachtens de bestemming en/of vast gebruik door publiek) daarnaast zijn het ‘Besluit Brandveilig gebruik en basis hulpverlening overige plaatsen’ van toepassing. Een relevante calamiteit op dit vlak is een natuurbrand.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 36 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Aangezien jaarlijks veel bezoekers het Henschotermeer bezoeken, is sprake van en verhoogd natuurbrandrisico. Door klimaatverandering neemt het risico op natuurbranden toe, mede nu de natuur in het warme hoogseizoen extra droog zal kunnen zijn. Natuurbrand in een gebied met grote hoeveelheden recreërende mensen vraagt bijzondere aandacht voor wat betreft evacuatie in relatie tot de capaciteit van afvoerwegen. Zodoende heeft de Veiligheidsregio Utrecht het Henschotermeer aangeduid als een risicofocusgebied en is het Project Natuurbrandbestrijding opgezet om de (brand)veiligheid in het natuurgebied te optimaliseren. Alhoewel het niet de bedoeling is om met onderhavig bestemmingsplan de bezoekersaantallen te vergroten (zie onder meer paragraaf 4.2) vormt het plan wel een goede aanleiding om de veiligheidsaspecten opnieuw tegen het licht te houden en bij het ontwerp van de nieuwe gebouwen en de (gedeeltelijke) herinrichting van het terrein optimaal rekening te houden met het risico van een natuurbrand. Door het aantal bezoekers, ook tijdens evenementen, te maximeren worden het natuurbrandrisico en de gevolgen daarvan, zo klein en beheersbaar mogelijk gehouden. Verwezen wordt naar paragraaf 4.2. Het Henschotermeer zal in geval van een brand bluswater kunnen bieden. De aanwezige bebouwing kan mede vanwege de half verdiepte ligging dienen als opvang- en schuilmogelijkheid.
Met de Veiligheidsregio Utrecht vindt afstemming plaats over de ontsluiting voor de hulpdiensten, vluchtmogelijkheden en de inrichting van de bebouwing om hierin langere of kortere tijd te kunnen schuilen. Verder zijn afspraken gemaakt over de aanplant van inheemse vegetatie met lager brandrisico dan dat van de aanwezige sparren die hun oorsprong hebben als mijnhoutplantage (bosbouw). Op het vlak van communicatie zullen ook maatregelen worden genomen. Op het terrein zal worden voorzien van bebording om bezoekers erop te wijzen dat roken en open vuur verboden is. Verder zullen vluchtroutes alsook ontsluitingen voor de hulpdiensten worden aangeduid zodat deze worden vrijgehouden. Medewerkers zullen worden geïnstrueerd hoe te handelen in geval van een natuurbrand en er zullen periodiek oefeningen worden gehouden met medewerkers. Een ander relevant veiligheidsrisico vormt het risico op omwaaiende bomen en afwaaiende takken tijdens een storm. Aangezien sprake is van openbaar toegankelijk gebied vindt actief natuurbeheer plaats waarbij bomen worden gecontroleerd op afgestorven takken en andere ziekten. Dit zodat ongezonde bomen nabij routes en verblijfplaatsen van mensen tijdig kunnen worden geruimd. Op overige plekken kan meer extensief beheer plaatsvinden.
Door bij aanplant van nieuwe bomen te kiezen voor inheemse bladverliezende soorten wordt dit veiligheidsrisico ook verkleind, aangezien bladverliezende inheemse bomen minder wind vangen in het stormseizoen. 6.6. Kabels en leidingen Beoordeling Er zijn in de omgeving (binnen een km) geen hoogspanningslijnen aanwezig waarvan de indicatieve magneetveldzones (0,4 µT) tot het plangebied reiken. Uit de gegevens op de website www.antenneregister.nl blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen zendmasten aanwezig zijn die overschrijdingen van de geldende blootstellingslimieten voor elektrische en magnetische veldsterkten veroorzaken. De zendmast aan de Zeisterweg bevindt zich op ruim voldoende afstand van het plangebied.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 37 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Daarnaast zijn binnen het plangebied in het geldende bestemmingsplan geen dubbelbestemmingen opgenomen voor leidingen. 6.7. Bodem Wettelijk kader De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging en de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft (Wbb): • Niet saneren Indien de verontreiniging voor het beoogde doel niet hoeft te worden gesaneerd kan het ruimtelijke plan voor wat betreft deze verontreiniging zonder meer doorgang vinden. • Saneren Indien de verontreiniging moet worden gesaneerd dient een saneringsplan te worden opgesteld en ingediend bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. In sommige gevallen kan worden volstaan met het indienen van een zogenaamde BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen).
Na goedkeuring door het bevoegd gezag kan de sanering doorgang vinden. Na afloop dient de sanering te worden geëvalueerd en ook dit verslag dient ter goedkeuring te worden voorgelegd. Tijdens de saneringsprocedure kan de ruimtelijke procedure worden voortgezet. Echter, een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen kan pas inwerking treden nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige en spoedeisende sanering (art. 6.2. c. Wabo). Het doel van de Wet Bodembescherming is het behoud en de verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. In geval van graafwerkzaamheden is een bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of eventuele vervuilde grond gesaneerd dient te worden. Voor een aantal situaties geldt een vrijstelling voor het aanleveren van een bodemonderzoek: 1. gebouwen waarin (nagenoeg) niet voortdurend mensen verblijven, bijvoorbeeld een loods waar niet langer dan 2 uur per dag mensen verblijven; 2. bouwwerk dat geen gebouw is, bijvoorbeeld een brug; 3. bouwwerken die de grond niet raken, bijvoorbeeld een dakkapel; 4. bij interne verbouwingen. Bij een bouwwerk met een oppervlak van meer dan 50 m² moet, indien het een verblijfsruimte betreft (verblijf van mensen met meer dan 2 uur per dag), altijd een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) worden uitgevoerd.
Bij bouwwerken met een kleiner oppervlakte moet een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd worden indien de bodem verdacht is op bodemverontreiniging.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 38 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Beoordeling Voor de locatie Henschotermeer is in 2020 door Lawijn een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, in verband met de voorgenomen herinrichting van het terrein7. Het onderzoek is gericht op de geplande bouwlocaties op het terrein van het recreatiegebied. Op basis van de resultaten van het historisch bodemonderzoek, wordt het volgende geconcludeerd: •
•
• • •
De onderzoekslocatie was tot het einde van de 19e eeuw in gebruik als zandvlakte en heidegebeid. Aan het einde van de 19e eeuw is de zandvlakte met plaggen bedekt en is het bosgebied aangeplant. In de jaren ’30 van de 20e eeuw is gestart met de aanleg van de zandwinplas; In 1973 is de locatie officieel in gebruik genomen als recreatieterrein. In verband met de gebruikswijziging zijn op het terrein enkele gebouwen gerealiseerd, betreffende een kantoor /clubhuis, een EHBO-post, een kiosk en enkele toiletvoorzieningen; Ter plaatse van de onderzoekslocaties (zes planlocaties) is geen sprake van buitentoepassingen van asbesthoudende materialen; Ter plaatse van de onderzoekslocaties bevinden zich geen (voormalige) olietanks of opslagplaatsen voor vloeistoffen of chemicaliën; Ter plaatse van de onderzoekslocaties is geen sprake van de aanwezigheid van voormalige sloten of specifieke ophooglagen. Ter plaatse van de planlocaties 1, 3 en 5 is een terreinverharding aanwezig, bestaande uit klinkers en tegels. Volgens oude bouwtekeningen uit 1971 en 1975 bevond zich aan de westzijde van planlocatie 2 in het verleden een asfaltverharding.
Aan de hand van de verzamelde historische bodeminformatie is het westelijk deel van het plangebied aangemerkt als potentieel verdacht voor bodemverontreiniging vanwege een voormalige asfaltverharding (PAK, minerale olie). Op basis van de informatie uit het vooronderzoek is geen sprake van andere specifieke verdachte terreindelen ter plaatse van het plangebied. Vanwege de ligging binnen zone ‘Zandgrond’ (indeling gemeente Utrechtse Heuvelrug) kunnen in de boven- en de ondergrond diffuse licht verhoogde achtergrondgehaltes voor PCB worden gemeten. Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. In het kader van de individuele bouwaanvragen zal dit aspect uiteraard nader worden onderzocht middels verkennend bodemonderzoek. 6.8. Duurzaamheid Wettelijk kader Het Rijk wil het gebruik van hernieuwbare energiebronnen (de nieuwe term voor duurzame energie) stimuleren. De Europese doelstelling voor hernieuwbare energie is hiervoor leidend. De gemeente wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door vooral in te zetten op energiebesparing.
7
Lawijn, Historisch bodemonderzoek Recreatiegebied Henschotermeer te Woudenberg/Maarn (De Heygraeff 2, maart 2020, bijlage 6
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 39 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
De gemeente richt zich daarbij zowel op de eigen gemeentelijke organisatie (tevens voorbeeldfunctie), als op de samenleving. Beoordeling Met de beoogde ontwikkelingen wordt voorzien in het vervangen / renoveren van bestaande bebouwing. Hierna voldoet de bebouwing weer aan de laatste eisen. Tevens kunnen bij of boven de parkeerplaatsen zonnepanelen geplaatst worden waardoor laadpalen voor auto’s en fietsen gespijsd kunnen worden met lokaal opgewekte duurzame energie. 6.9. Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectrapportage uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat valt onder de bijlage onder C van het Besluit milieueffectrapportage of een plan waarbij projecten die vallen onder de bijlage onder D van het Besluit milieueffectrapportage. Voor een project dat valt onder D van het Besluit milieueffectrapportage dient een zogenaamde aanmeldnotitie te worden gedaan. Voor projecten die genoemd zijn de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage maar die de drempelwaarde niet overschrijden dient in principe een milieueffectbeoordeling te worden uitgevoerd. Een dergelijke activiteit kan als MER-plichtig worden aangemerkt als rekening wordt gehouden met significante effecten op Natura 2000-gebieden.
De onderhavige ontwikkeling valt in principe onder de bijlage van het besluit onder D.9: een wijziging van een landinrichtingsproject, waaronder begrepen een functiewijziging naar recreatie. De drempel ligt hierbij bij 125 hectare of meer. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak d.d. 18 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2414) wordt nader verduidelijkt wanneer een bepaalde ontwikkeling valt onder de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Er dient rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging van de ontwikkeling een rol spelen. Gelet op de kleine omvang van de ontwikkeling, de omstandigheid dat het plangebied al vrijwel wordt omsloten door gronden met een dagrecreatieve bestemming, de herontwikkelingen geen grote uitbreidingen inhouden en geen sprake is van relevante invloed op natuurgebieden en beschermde soorten is verdedigbaar dat de ontwikkeling niet kan worden beschouwd als een project in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. Het valt te verwachten dat de milieu impact van de herontwikkelingen in het plangebied gering is, daar in de huidige situatie al sprake is van een recreatiegebied met faciliteiten. Aangezien de activiteit wel wordt genoemd in bijlage D van Besluit m.e.r. wordt beoordeeld of er een milieueffectrapport nodig is.
Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria, welke zijn opgenomen in bijlage III van genoemde richtlijn: − Kenmerken van het project; − Plaats van het project;
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 40 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
−
Kenmerken van het potentiële effect.
In het navolgende vindt een nadere beoordeling plaats aan de hand van de criteria uit de richtlijn. 6.9.1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) de omvang van het project; Zoals in het voorgaande aan de orde is gesteld, betreft het onderhavige plan in hoofdzaak de vervanging van de bestaande bebouwing, toestaan van een horecabestemming, een beheerderswoning en een nieuwe brug. Het betreft kortom een project van geringe omvang. b) de cumulatie met andere projecten; Er is geen sprake van een cumulatie met andere projecten. c) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; Er is geen sprake van extra gebruik van natuurlijke hulpbronnen, buiten het gebruik van de grond als zodanig. d) de productie van afvalstoffen; Er zullen geen agrarische afvalstoffen, zoals mest, meer worden geproduceerd. De lichte bedrijvigheid (recreatie) zal niet meer dan regulier met communaal afval vergelijkbaar bedrijfsafval genereren. Dit afval zal op de gebruikelijke wijze gescheiden worden ingezameld en worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Sanitair afvalwater zal via de gemeentelijke riolering worden afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. E) verontreiniging en hinder; Er hoeft geen rekening te worden gehouden met significant grotere hinder dan in de huidige situatie.
f) risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. Er is geen sprake van gebruik van risicovolle stoffen of technologieën. 6.9.2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik; Het bestaande grondgebruik betreft in hoofdzaak recreatief grondgebruik. De gronden zijn sinds jaar en dag al aangelegd met het oog op natuur en recreatie. Zie ook hoofdstuk 2, paragraaf 2. b) de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied;
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 41 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
Het aanwezige bos en het Henschotermeer blijven onaangeroerd. Er wordt enkel een nieuwe brug gerealiseerd over een klein deel van het meer. De overige ontwikkelingen vinden plaats waar thans al het zwaartepunt van de dagrecreatieve activiteiten ligt en/of reeds bebouwing aanwezig is. c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands Er is geen sprake van een wetland in het gebied. Het plan leidt evenmin tot een aantasting van het bestaande waterbergende en/of –afvoerende vermogen van het watersysteem. ii) kustgebieden Er is geen sprake van kustgebied. iii) berg- en bosgebieden Er is geen sprake van berggebied, wel van bosgebied. In dit bosgebied is reeds sprake van recreatief dubbelgebruik. Onderhavig plan zal geen verandering brengen in deze situatie. iv) reservaten en natuurparken Er is geen sprake van reservaten of natuurparken in het gebied. Wel is in de omgeving sprake van bos welke deels is aangeduid als NatuurNetwerk Nederland. Het onderhavige plan zal geen invloed hebben op de natuurkwaliteiten in het gebied, mede gelet op het huidige gebruik van het terrein en de uitgevoerde onderzoeken. Verwezen wordt naar paragraaf 7.1 en 7.2.
v) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (1) en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (2). Er is geen sprake van reservaten of natuurparken in de directe omgeving die onder de Europese wetgeving vallen. Ten aanzien van het aspect stikstofdepositie wordt verwezen naar hoofdstuk 6. vi) gebieden waarin de bij wetgeving van de Unie vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Er is geen sprake van overschrijding van de milieukwaliteitsnormen in het gebied. Dit geldt ook voor de luchtkwaliteit, mede gelet op het NSL. Evenmin zijn in het plangebied invasieve soorten geconstateerd. vii) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Het gebied kent geen bijzondere bevolkingsdichtheid. Het plan zal geen effecten hebben op de gezondheid van (toekomstige) bewoners. viii) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang De historische en culturele kwaliteiten van het landschap komen aan de orde in hoofdstuk 7 van dit rapport. Op dit vlak is geen sprake van een bijzondere aantasting van deze belangen. Bij de plannen van
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 42 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
onderhavig plan zal de grond niet zodanig geroerd worden dat dit een risico vormt voor mogelijk archeologische resten. Landschapsstructuren in de vorm van weidesingels, waar cultuurhistorische waarde aan is toegekend, zullen in stand gehouden worden. 6.9.3. Kenmerken van de potentiële effecten De toelichting van voorliggend bestemmingsplan is al ingegaan op de potentiële effecten van de beoogde ontwikkelingen. De behandelde milieuaspecten zijn bodemkwaliteit, geur, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijven en milieuzonering, ecologie, waterhuishouding, archeologie en cultuurhistorie én verkeer en parkeren Aan de hand van de criteria uit de Europese richtlijn zijn per milieuaspect getoetst of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Op grond van deze analyse kan geconcludeerd worden dat, gelet op artikel 7.17, van de Wet milieubeheer, het plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieueffecten. 6.9.4. SMB-Beoordeling In deze context dient verder te worden beoordeeld of de onderhavige ontwikkeling moet worden beschouwd als een zogenaamd ‘plan of programma’ als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a, van de Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2011 (hierna ook: de SMB richtlijn). Immers artikel 7.2, lid 1, lid 2 en lid 5 van de Wet milieubeheer jo.
artikel 3, lid 3, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna ook: het Besluit mer) strekken mede ter uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn. In kolom 3 van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit mer zijn op plannen benoemd waarvoor in het Nederlandse recht voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en onder a, van de SMB-richtlijn een milieueffectrapportageplicht kan gelden. De met onderhavige bestemmingsregeling toe te laten nieuwe gebouwen kunnen worden beschouwd als kleine wijzigingen in de zin van artikel 2, lid 3 van de richtlijn welke verder geen significante milieueffecten hebben. Op dit vlak is immers nagegaan of sprake kan zijn van mogelijke aanzienlijke effecten zoals bedoeld in artikel 3, lid 5 jo. bijlage II van de SMB-richtlijn. In het nuvolgende wordt ingegaan op de mogelijke effecten zoals benoemd in deze bijlage, waarbij per mogelijk effect steeds in cursief een beoordeling is toegevoegd. 1.
De kenmerken van plannen en programma's, in het bijzonder gelet op: - de mate waarin het plan of programma een kader vormt voor projecten en andere activiteiten met betrekking tot de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden alsmede wat betreft de toewijzing van hulpbronnen; ➢ In het kader van het bestemmingsplan kunnen de in het plan betrokken gronden worden beschouwd als hulpbron. Aan deze gronden zullen bouwmogelijkheden worden toegekend welke vergelijkbaar zijn met de huidige bouwmogelijkheden. Het plan zal verder zelfstandige horeca toelaten als nieuwe functie. Het bestemmingsplan zal het kader vormen voor het verlenen van omgevingsvergunningen. Er is sprake van een ontwikkeling die qua aard en omvang past in het dagrecreatieve gebied ter plaatse. Er is sprake van een voor deze ontwikkeling passende en algemeen geaccepteerde gebruiksvoorwaarden.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 43 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
-
-
-
-
de mate waarin het plan of programma andere plannen en programma's, met inbegrip van die welke deel zijn van een hiërarchisch geheel, beïnvloedt; ➢ Het bestemmingsplan zal geen andere plannen of programma’s beïnvloeden. De samenloop met de aanvankelijk beoogde verplaatsing van YMCA is daarbij echter wel beoordeeld. de relevantie van het plan of programma voor de integratie van milieuoverwegingen, vooral met het oog op de bevordering van duurzame ontwikkeling; ➢ In het kader van deze toelichting wordt overeenkomstig het rijksbeleid en provinciale beleid al ingegaan op de relevante duurzaamheidsaspecten, waaronder zuinig ruimtegebruik. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3.. milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma; ➢ Voor een beoordeling van de relevante milieuaspecten wordt verwezen naar overige paragrafen van dit hoofdstuk. Op dit vlak is sprake van een milieubelasting die in algemene zin dient te worden verwacht bij een dagrecreatieve functie als de onderhavige. de relevantie van het plan of programma voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Gemeenschap (bijv. plannen en programma's in verband met afvalstoffenbeheer of waterbescherming). ➢ Verwezen wordt naar de overige paragrafen van dit hoofdstuk alsook naar de hoofdstukken 5 en 7.
2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed, in het bijzonder gelet op: - de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van de effecten; ➢ De betrokken ontwikkeling wordt als realiseerbaar beoordeeld in het kader van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening. Naar verwachting zal de nieuwbouw voor de voorzienbare toekomst aanwezig blijven en zal deze nieuwbouw continu worden gebruikt voor de daarvoor bestemde functies. Door sloop van de gebouwen en beëindiging van het gebruik zijn mogelijke effecten op gebieden in de omgeving omkeerbaar. - de cumulatieve aard van de effecten; ➢ Er is sprake van een op zichzelf staand initiatief. De cumulatieve invloed van de aanvankelijk beoogde verplaatsing YMCA is in de beschouwing betrokken. - de risico's voor de menselijke gezondheid of het milieu (bijv. door ongevallen); ➢ Onderhavige ontwikkeling sluit geen risico’s in voor de omgeving. Andersom is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de toekomstige gebruikers en omwonenden. Verwezen wordt naar paragraaf 6.5. - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); ➢ Het ruimtelijke bereik van onderhavige ontwikkeling is zeer gering.
De belangrijkste factor daarbij zal zijn dat de nieuwe bebouwing zichtbaar zal zijn voor de omgeving. - de waarde en kwetsbaarheid van het gebied dat kan worden beïnvloed gelet op: • bijzondere natuurlijke kenmerken of cultureel erfgoed; ➢ Er is geen sprake van cultureel erfgoed. De natuurlijke kenmerken van het gebied zullen worden behouden en versterkt middels het beheerplan. • de overschrijding van de milieukwaliteitsnormen of van grenswaarden; ➢ Er worden geen milieukwaliteitsnormen overschreden.
580125-632396106-471 - 580125 - Mooi Meer B.v. / bp Henschotermeer 580125
Pagina 44 van 58
Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Henschotermeer’, herziening tijdens beroep, Woudenberg
•
•
intensief grondgebruik; ➢ In overwegende mate zal sprake zijn van intensief grondgebruik. Dit is passend voor de onderhavige locatie en voor het overige ook in overeenstemming met het beleid dat is gericht op zuinig ruimtegebruik. Door te kiezen voor concentratie van de dagrecreatieve functie rondom het meer, wordt het NNN-gebied ontzien. de effecten op gebieden en landschappen die door een lidstaat, door de Gemeenschap, dan wel in internationaal verband als beschermd gebied zijn erkend. ➢ Er is geen sprake van relevante effecten op beschermde gebieden en landschappen. In de relevante omgeving is evenmin sprake van beschermde landschappen. Voor wat betreft de invloed op beschermde gebieden wordt verwezen naar hoofdstuk 7.