CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 (concept) begroting 2027-2030

Raadscommissie 13 oktober 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 8: Begroting 2027-203067.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 8

De uitvoeringsrisico’s zijn berekend op een risicobedrag van € 1.788.360. Dit is nagenoeg gelijk aan het risico dat is opgenomen in de begroting van 2026. In totaliteit zijn de risico’s: Programmarisico’s - structureel € 2.222.000 Programmarisico’s - incidenteel € 182.000 Risico’s grondexploitaties € 2.780.760 Totaal € 5.185.220 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. De weerstandscapaciteit verdelen we in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: 1. Algemene reserves - vrij aanwendbare deel; 2. Bestemmingsreserves - bestemming nog te wijzigen; 3. Stille reserves; 4. Post onvoorziene uitgaven; 5. Incidentele beleidsruimte. PA - 15 - Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 6. Onbenutte belastingcapaciteit; 7. Vrije begrotingsruimte Bedragen in euro’s Toelichting: 1. De algemene reserve dient als buffer voor het opvangen van risico’s en verplichtingen waar geen voorzieningen voor zijn gevormd en ter dekking van onverwachte tekorten op de jaarrekening. Het geraamde saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2027 € 13.525.899.

We verwachten dat over de periode 2027 tot en met 2030, gezien de begrotingsresultaten in totaal, geen grote bedragen via de exploitatie worden toegevoegd aan de algemene reserve om de reserve positie te verbeteren. Het meerjarig verloop van de reserve is recent toegelicht in hoofdstuk 5 Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) van de Kaderbrief 2027-2030. 2. De algemene reserve grondbedrijf dient ter dekking van alle risico’s van de grondexploitaties, de bouwgronden nog niet in exploitatie en de overige gronden. De algemene reserve grondbedrijf bedraagt per 1 januari 2027 € 3.623.904 en is in z’n geheel vrij aanwendbaar en daarom meegenomen in de weerstandscapaciteit 2027. Het meerjarig verloop van de reserve is recent toegelicht in hoofdstuk 5 Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) van de Kaderbrief 2027-2030. 3. In oktober 2020 hebt u de Notitie stille reserves vastgesteld. Bij stille reserves gaat het om bezittingen die een overwaarde (verkoopwaarde > boekwaarde) hebben en wij direct kunnen verkopen. In deze notitie is aangegeven dat wij geen bezittingen hebben die aan deze voorwaarden voldoen. 4. Wij houden in deze begroting geen rekening met een budget voor onvoorziene uitgaven. 5. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen.

De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Weerstandscapaciteit per 1-1-2027 Algemene reserve 13.525.899 Algemene reserve grondbedrijf 3.623.904 Stille reserves 0 Onvoorziene uitgaven 0 Onbenutte belastingcapaciteit 1.870.000 Vrije begrotingsruimte 110.609 Totaal weerstandscapaciteit 2027 19.130.412 Weerstandscapaciteit Woudenberg Onbenutte belastingcapaciteit Begroting 2027 Onroerendezaakbelastingen 1.870.000 Rioolheffing N.v.t. Afvalstoffenheffing N.v.t. Totaal weerstandscapaciteit 2027 1.870.000 PA - 16 - 6. De vrije begrotingsruimte betreft het te verwachten jaarresultaat. Ad a. Onroerende zaakbelastingen Om te bepalen hoe hoog de onbenutte belastingcapaciteit voor woningen is, wordt de geraamde opbrengst van de onroerendezaakbelastingen woningen vergeleken met de opbrengst die minimaal gegenereerd zou moeten worden om voor de artikel 12-status in aanmerking te komen. Dit betekent dat als onze gemeente Woudenberg niet meer in staat zou zijn om de structureel zich manifesterende risico’s binnen de exploitatie op te vangen, wij door het Rijk gewezen worden op de mogelijkheid om de OZB-tarieven te verhogen om zodoende meer structurele opbrengsten te realiseren. Het artikel 12-normtarief voor de OZB in 2027 is 0,1595 %. Ad b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit.

Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening vervanging riolering. Ad. c. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing. 7. De vrije begrotingsruimte bestaat uit: a. het te verwachten begrotingsresultaat. Gezien de huidige financiële positie wordt dit meegenomen als eventuele dekking voor de risico’s. b. de toevoeging aan de algemene reserve. Het geraamde begrotingsresultaat 2027 bedraagt € 110.609 en wordt als vrije begrotingsruimte meegenomen bij de berekening van het weerstandscapaciteit per 1 januari 2027. Vrije begrotingsruimte Begroting 2027 Saldo begrotingsjaar N.v.t. Toevoeging aan algemene reserve 110.609 Totaal weerstandscapaciteit 2027 110.609 Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicoberekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandcapaciteit = 19.130.412 = 3,689 benodigde weerstandscapaciteit 5.185.220 Het weerstandsvermogen is 3,69. Groter dan 1 duidt erop dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s op korte termijn af te dekken. Zouden we de onbenutte belastingcapaciteit niet mee rekenen in het weerstandscapaciteit dan komt het weerstandsvermogen uit op 3,33. Gewenst weerstandsvermogen Naar aanleiding van het dasboard financiële gezondheid 2023 gemeente Woudenberg is besloten dat het wenselijk is dat ons weerstandsvermogen minimaal 4 bedraagt. Met 3,69 zitten we iets onder de gewenste 4. PA - 17 - De gewenste weerstandsvermogen is op 4 gezet zodat de gemeente de geprognosticeerde risico’s in principe voor vier jaar uit de aanwezige reserves zou kunnen dekken indien de risico’s zich allemaal tegelijk en in volle omvang voordoen. In de tussenliggende jaren heeft de gemeente de gelegenheid om de effecten van de risico’s volledig in de reguliere begroting te verwerken. Ontwikkeling verhouding benodigd weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandscapaciteit (begrotingsjaren 2021 t/m 2027) (Bedragen x € 1 miljoen) In bovenstaand overzicht zien we de ontwikkeling van het weerstandsvermogen over de periode 2021 tot en met 2027.

Vanaf begrotingsjaar 2021 stijgt het weerstandsvermogen van 1,47 naar 4,31 in begrotingsjaar 2025. In begrotingsjaar 2026 daalt het weerstandsvermogen naar 3,07 en in begrotingsjaar 2027 stijgt het weerstandsvermogen naar 3,69 door toename van de algemene reserve (positief jaarresultaat 2025) en algemene reserve grondbedrijf (winstneming Hoevelaar fase 1 en 2). Door tekorten in de jaarrekeningen 2018 tot en met 2020 bedroeg de algemene reserve eind 2020 nog maar € 907.000. Door herschikking van reserves (2020/2021) en overschotten in de jaarrekeningen 2021 tot en met 2024 is de algemene reserve gestegen naar ruim € 10 miljoen eind 2025. De algemene reserve is de belangrijkste component voor de beschikbare weerstandscapaciteit. Het benodigd weerstandscapaciteit is in de periode 2020- 2022 gestegen en daarna stabiel gebleven.

Vanaf 2026 stijgt het benodigd weerstandscapaciteit flink door toename volgende risico’s: • Wmo (huishoudelijke hulp) • Netcongestie • Uitvoering maatregelen kerntakendiscussie • Gronden Hoevelaar fase 3 • Overige gronden Dorpsstraat 20-22 2027 2026 2025 2024 2023 2022 2021 Beschikbare weerstandscapaciteit 19,13 14,34 11,93 9,05 6,08 4,7 2,48 Benodigd weerstandscapaciteit 5,19 4,67 2,77 2,63 2,63 2,63 1,69 Ratio weerstandsvermogen 3,69 3,07 4,31 3,44 2,31 1,79 1,47 PA - 18 - Verplichte uniforme kengetallen (stelselwijziging BBV) Met ingang van de begroting 2016 dient onderstaande tabel met financiële kengetallen te worden opgenomen op grond van art. 11 BBV en de “Regeling vaststelling Kengetallen”. Gedachtegang van de commissie BBV is dat deze kengetallen door de toezichthouders (gemeenteraad en provincie) meegewogen dienen te worden bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Hierbij zal nadrukkelijk de eigen specifieke situatie in ogenschouw genomen moeten worden, omdat deze voor iedere gemeente min of meer uniek is. Oftewel, enige nuancering is op zijn plaats bij het interpreteren van de ‘kale’ cijfers. De kengetallen van onze gemeente zien er als volgt uit: Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen.

Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De VNG stelt over de netto schuldquote: “Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood).” De netto schuldquote van Woudenberg is laag en blijft voorlopig laag. Dat is een gezonde positie. We verwachten wel dat de komende jaren door grote investeringen (Ontwikkelingen, wensen en ambities) de netto schuldquote licht zal stijgen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Door aan andere partijen een lening te verstrekken is er sprake doorlenen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft inzicht in hoeverre hiervan sprake is. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is het percentage van het eigen vermogen t.o.v. het balanstotaal. Dit is een maat voor de buffer die de gemeente heeft binnen de eigen financiële positie. De solvabiliteit van Woudenberg (boven de 60%) is gunstig t.o.v. gemiddeld Nederland (tussen de 30% en 40%). De begrotingscijfers laten een verdere groei zien en dit is een gezonde ontwikkeling.

Structurele exploitatieruimte Het kengetal structurele exploitatieruimte vergelijkt de structurele baten en structurele lasten met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten (bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de OZB) toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De structurele exploitatieruimte is voor 2027 en 2030 positief maar voor 2028 en 2029 negatief. Grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren betreft. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar. Het percentage geeft de geraamde kosten van de grondexploitaties t.o.v. de totaal begrote kosten.

Kengetallen 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Netto schuldquote -12,99% 10,76% -1,50% -3,40% -3,90% -7,20% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen -11,26% 10,76% -1,50% -3,40% -3,90% -7,20% Solvabiliteitsrisico 61,74% 68,43% 61,60% 62,20% 62,20% 64,40% Structurele exploitatieruimte 1,33% -7,45% 0,20% -0,60% -0,20% 1,00% Grondexploitatie 3,19% 4,87% -2,60% 0,30% 0,60% 0,60% Belastingcapaciteit 106,44% 100,17% 108,55% 108,02% 107,50% 106,97% PA - 19 - Het aandeel van de grondexploitaties fluctueert de afgelopen periode fors voor Woudenberg. Dit is bij een relatief kleine gemeente snel het geval omdat de begrotingsomvang ook beperkt is. Dit maakt het extra van belang om scherp te sturen en de beheersing goed in te richten m.b.t. grondexploitaties omdat een tegenvaller een forse impact kan hebben. Voor Woudenberg is dit de komende jaren dus wel een aandachtspunt bij het opstarten van grondexploitaties. Belastingcapaciteit Het kengetal ‘belastingcapaciteit’ geeft weer hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde van alle gemeenten. De ruimte die een gemeente heeft om belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor de burger. Een belastingcapaciteit van 100% betekent dat de woonlasten op het landelijk gemiddelde liggen.

Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in die gemeentepercentage boven de 100% betekent dat de woonlasten per huishouden hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Binnen de gemeente Woudenberg worden de hoge woonlasten veroorzaakt door het relatief hoge aanslagbedrag voor de OZB als gevolg van een hogere WOZ-waarde van de woning t.o.v. het landelijk gemiddelde. PA - 20 - C. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is, op grond van de artikelen 9 en 12 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), een verplicht onderdeel van de begroting. De kapitaalgoederen welke deze paragraaf minimaal moet bevatten zijn gebouwen, groen, riolering en water en wegen. Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid, het beheer, het onderhoud, en de financiële gevolgen daarvan voor de gemeentelijke kapitaalgoederen. Aangezien de kosten van deze kapitaalgoederen binnen diverse programma’s verantwoord worden, is deze paragraaf vooral bedoeld om de meerjarige kosten van kapitaalgoederen op transparante wijze in beeld te brengen, zodat eventuele financiële risico’s zichtbaar worden. Daarbij kunt u als raad keuzes maken op basis van bijvoorbeeld onderhoudsplannen waarin de onderhoudsniveaus en daarbij behorende kosten worden vastgesteld.

Naast deze verplichting vinden wij het belangrijk om u goed te informeren over de kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen vragen vaak hoge investeringen en met het beheer en onderhoud is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn daarnaast van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente. Onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u op hoofdlijnen te informeren over ons beleid rondom de kapitaalgoederen, het in 2027 geplande onderhoud en de financiële consequenties hiervan. Beleid Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn gebaseerd op verschillende beheerplannen, beleidsnota’s en programma’s. Deze documenten bevatten de kwaliteitsdoelstellingen, onderhoudsniveaus en financiële uitgangspunten voor de komende jaren.

Beleidsstuk of beheerplan | Jaar | Planperiode vaststelling Hondenbeleidsplan | 2004 Gladheidsbestrijdingsplan | 2011 Parkeerbeleidsplan | 2006 Beleidsvisie gemeentelijke begraafplaats Woudenberg | 2013 Landschapsontwikkelingsplan, inclusief bijstelling | 2009 Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) | 2014 Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen | 2026 | 2025-2034 Nota maatschappelijk vastgoed beleid | 2015 Gebruikersovereenkomst met Stichting Beheer Sportpark De Grift | 2025 | 2025-2030 Speelruimtebeleidsplan (Actieplan spelen ‘Samenspel’) | 2016 Bomenverordening | 2023 Visuele inspecties en onderhoudsplanning civiele kunstwerken | 2022 | 2023-2027 Beheerplan wegen | 2026 | 2027-2031 Waterplan gemeenten Scherpenzeel en Woudenberg | 2024 | 2025-2029 Groenbeleidsplan | 2020 Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen | 2020 | 2020-2035 Grondwaterbeleid- en beheersplan | 2024 | 2023-2028 PA - 21 - Onderhoud Om de kwaliteit van de kapitaalgoederen te kunnen garanderen is zowel regulier als groot onderhoud noodzakelijk. Regulier onderhoud is onderhoud aan kapitaalgoederen op periodieke basis. Periodiek betekent voor bouwkundige zaken één maal per jaar of minder vaak. Voor installatietechniek en groen betekent dit bijvoorbeeld één maal per week, maand of meerdere malen (een paar keer) per jaar. Het gaat dan om de instandhouding van de huidige situatie.

Groot onderhoud gaat meer over verbetering en levensduurverlenging. In dat geval beperken de activiteiten zich niet tot instandhoudingswerkzaamheden, maar hebben ze eveneens betrekking op het terugbrengen van onderhoudskosten en verlenging van de levensduur van het object. Het gaat dan bijvoorbeeld om het na vele jaren cyclisch vervangen van kozijnen, vernieuwing sanitaire voorzieningen, elektrische bedrading, dakbedekking en dergelijke. Financiën Voor de dekking van de kosten van groot onderhoud is een aantal reserves gevormd. Afhankelijk van de geplande groot onderhoudswerkzaamheden wordt jaarlijks een bedrag vanuit de reserve gebruikt om de kosten van het groot onderhoud te dekken. Daarnaast komen de kosten van klein onderhoud ten laste van de reguliere exploitatie. Op het gebied van riolering is een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt gevoed door de ontvangen rioolheffingen. Voor het sportpark is de reserve renovatie sportpark de Grift gevormd.

Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen binnen de exploitatie: Exploitatie - Onderdeel Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Civiele kunstwerken -25.588 -12.613 -18.446 -29.479 -29.479 -29.479 Gebouwen -1.424.344 -923.223 -1.091.345 -1.245.065 -1.251.065 -1.302.365 Openbaar groen -1.222.986 -1.202.191 -1.374.783 -1.384.212 -1.384.212 -1.389.774 Openbare verlichting -215.379 -204.577 -204.577 -204.577 -204.577 -204.577 Riolering en water 324.884 351.614 331.823 359.899 359.866 367.207 Speelvoorzieningen -222.167 -117.498 -107.102 -111.724 -115.724 -115.724 Sportparken -565.345 -353.391 -460.823 -490.512 -492.084 -492.057 Wegen -824.373 -1.479.831 -1.165.300 -1.172.661 -992.661 -1.001.839 Totaal exploitatie onderhoud kapitaalgoederen -4.175.298 -3.941.710 -4.090.553 -4.278.329 -4.109.936 -4.168.608 De ontwikkelingen binnen de reserves en voorzieningen er als volgt uit: Reserves en voorzieningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting (Stand per 1 januari) 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Reserves Civiele kunstwerken 245.642 268.465 299.292 312.620 314.914 317.209 Gebouwen 596.720 1.351.524 1.454.024 1.564.649 1.575.274 1.685.899 - Afschrijvingslasten cultuurhuis 113.375 0 0 0 1.245.816 1.180.247 - Huisvesting basisonderwijs 677.790 607.560 551.805 653.957 906.270 1.158.584 IBOR 161.359 208.359 208.359 208.359

208.359 208.359 Speelvoorzieningen 152.249 21.352 854 854 854 854 Renovatie sportpark De Grift 241.565 240.229 229.370 209.145 192.708 174.922 Wegen 701.368 1.021.497 971.497 871.497 771.497 771.497 Totaal reserves 2.890.068 3.718.986 3.715.201 3.821.080 5.215.692 5.497.571 Voorzieningen Egalisatie riolering 6.555.600 6.820.046 7.006.453 7.357.067 7.549.611 7.742.349 Totaal voorzieningen 6.555.600 6.820.046 7.006.453 7.357.067 7.549.611 7.742.349 Totaal 9.445.668 10.539.032 10.721.654 11.178.147 12.765.303 13.239.920 Bij de verschillende onderdelen gaan wij nader in op de financiële ontwikkelingen binnen de reserves en voorzieningen. PA - 22 - IBOR Beleid In de nota IBOR hebt u vastgesteld dat het huidige onderhoudsniveau van beeldkwaliteit B/C (sober en doelmatig) alleen duurzaam in stand is te houden door naast jaarlijks integraal cyclisch onderhoud aandacht te besteden aan planmatig onderhoud voor de renovatie en omvorming van ‘versleten en niet passende’ voorzieningen. Dit houdt in dat bij een gelijkblijvend regulier onderhoudsbudget in de begroting ook investeringen worden gedaan op het gebied van renovaties. Financiële ontwikkelingen De reserve IBOR voor investeringen en egalisatie van budgetten voor het beheer van de openbare ruimte is niet toe te wijzen aan één specifiek onderdeel van kapitaalgoederen. De jaarlijkse toevoeging ad.

€ 35.000 aan de reserve IBOR is met ingang van 2026 komen te vervallen. Dit heeft de raad besloten als maatregel naar aanleiding van de kerntakendiscussie. Civiele kunstwerken Beleid Ons gemeentelijk beleid is vastgelegd in de nota Inspectie en onderhoudsplanning 2023-2027 civiele kunstwerken uit 2022. Financiële ontwikkelingen Op basis van het inspectie en onderhoudsplan is een doorrekening gemaakt van het regulier onderhoud, groot onderhoud, de inspectie om de vijf jaar en de vervangingsinvesteringen voor de periode 2022-2033. Hieruit is gebleken dat alle verwachte kosten voor de periode 2023-2033 bekostigd kunnen worden uit het reguliere budget van jaarlijks € 16.440, de jaarlijkse toevoeging aan de reserve kunstwerken van € 32.000 en de huidige stand van de reserve Kunstwerken. In het kader van de kerntakendiscussie is door de raad als maatregel besloten om het reguliere budget met € 5.000 te verlagen. Dit is financieel verwerkt vanaf de kadernota 2026-2029. Jaarlijks fluctueren de onderhoudskosten van de civiele kunstwerken. In de jaren dat het onderhoud het onderhoudsbudget overschrijdt, vullen wij het budget aan door te beschikken over de reserve Kunstwerken. In de jaren dat het onderhoud minder is voegen wij het restantbudget toe aan de reserve.

Hierna presenteren wij de financiële informatie over de budgetten betreffende de civiele kunstwerken binnen de exploitatie, de investeringen en de reserve Kunstwerken. De beschikbare budgetten binnen de exploitatie zien er als volgt uit: Kunstwerken Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Lasten Diverse kosten onderhoud 24.411 11.440 11.440 11.440 11.440 11.440 Kapitaallasten 1.177 1.173 7.006 18.039 18.039 18.039 Totaal lasten 25.588 12.613 18.446 29.479 29.479 29.479 Saldo Civiele kunstwerken -25.588 -12.613 -18.446 -29.479 -29.479 -29.479 PA - 23 - Het beeld voor de reserve Kunstwerken ziet er als volgt uit: Reserve Kunstwerken Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 januari 245.642 268.465 299.292 312.620 314.914 317.209 - toevoegingen 32.000 32.000 32.000 32.000 32.000 32.000 - onttrekkingen 9.177 1.173 18.672 29.705 29.705 29.705 Saldo per 31 december 268.465 299.292 312.620 314.914 317.209 319.504 Gebouwen Beleid Beleidsnota’s Ons beleid betreffende de gemeentelijke gebouwen hebt u vastgesteld in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan Jaar vaststelling Planperiode Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2026 2025-2034 Nota maatschappelijk vastgoed beleid 2015 Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen 2020 2020-2035 Hoofdlijnen Het meerjarig

onderhoudsplan geeft inzicht in de verwachte onderhoudskosten van het gemeentelijk vastgoed voor de komende jaren. Het betreft onder andere het gemeentehuis, het cultuurhuis, de gemeentewerf, het uitvaartcentrum en de brandweerkazerne. Op basis van een actuele beoordeling van de onderhoudstoestand van het gemeentelijk vastgoed is een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan opgesteld. De financiële gevolgen hiervan zijn verwerkt in de begroting en meerjarenraming. Voor De Schans, waarvan de gemeente gedeeltelijk eigenaar is, wordt via de Vereniging van Eigenaren gereserveerd voor het groot onderhoud van het gebouw als geheel. Dit loopt niet via de reserve onderhoud gebouwen van de gemeente. Voor het gemeentelijke eigendomsdeel van de inventaris wordt afzonderlijk gereserveerd. Het onderwijs heeft een aparte status binnen het geheel, de juridisch eigendom berust bij de schoolverenigingen, de economisch eigendom berust bij onze gemeente. Wij zijn verantwoordelijk voor het bekostigen van nieuwbouw, tijdelijke en permanente uitbreiding en eerste inrichting onderwijsleerpakketten en meubilair. De daarbij behorende middelen zijn via het Gemeentefonds eveneens naar de gemeente gedecentraliseerd. De wettelijke grondslag van de taken van de gemeente ten aanzien van onderwijshuisvesting liggen vast in de Wet op het primair onderwijs.

In 2019 hebben wij in samenwerking met de schoolbesturen een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld. Met dit plan hopen wij beter in te kunnen spelen op toekomstige maatschappelijk en onderwijskundige ontwikkelingen. Wij streven naar een beter inzicht in de (toekomstige) behoeften en mogelijkheden op het gebied van de onderwijshuisvesting in relatie tot andere beleidsterreinen en vastgoed. Dit moet leiden tot een betere beheersbaarheid van de investeringen op onderwijshuisvesting. PA - 24 - Duurzaamheid: Door alle ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en de wens om inzicht te krijgen in het energieneutraal maken van de gemeentelijke gebouwen laten wij een onderzoek uitvoeren naar de noodzakelijke duurzaamheidsinvesteringen om de volgende gemeentelijke gebouwen energieneutraal te maken of te verbeteren naar label A.: - Brandweerkazerne - Cultuurhuis - Gemeentewerf - Uitvaartcentrum Gezien de monumentale status van het gemeentehuis zal het gebouw naar verwachting niet kunnen voldoen aan de eisen voor een energielabel hoger dan label C. Zodra het onderzoek is afgerond zal de raad geïnformeerd met betrekking tot de uitkomst van het onderzoek. Basisgegevens Gebouwen in ons eigendom die gebruikt worden door anderen zijn: Gebouw Gebruikers Cultuurhuis Openbare bibliotheek/ VVV/ St. Kunst en Cultuur/ St.

Oud Woudenberg/ CDKS Brandweerkazerne Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Europaweg 6 Peuterspeelzaal Eigenwijs Uitvaartcentrum Henschoten Uitvaartondernemers De Schans SWO/ GGDrU/ Reinaerde/ Charim/ Beweging 3.0/ Rondom BV Parklaan 6-10 Tandartspraktijk/ Nidos Dorpsstraat 20-22 Particulieren Gemeentehuis Gemeentepersoneel/ Politie In het buitengebied is 1 woonboerderij tegelijkertijd met grondaankopen in bezit van de gemeente. Deze is, zolang er geen concrete plannen voor de aangekochte gronden zijn, op tijdelijke basis verhuurd. Onderhoud 2027 Het onderhoud verrichten wij volgens het vastgesteld meerjarig onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen. De belangrijkste geplande onderhoudswerkzaamheden in 2027 betreffen: - Binnen- en buitenschilderwerk verschillende gebouwen - Voorbereiding en uitwerking verbouwing Cultuurhuis De scholen zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor het (groot) onderhoud, terwijl de kosten van vernieuwing/uitbreiding van schoolgebouwen bij onze gemeente liggen. Financiële ontwikkelingen Het meerjarig onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen geeft aan dat over de periode 2025-2034 in totaal € 3.916.000 nodig is om het groot onderhoud te bekostigen. Het groot onderhoud wordt bekostigd uit de reserve onderhoud gebouwen. Jaarlijks worden ten laste van de begroting toevoegingen gedaan naar de reserve.

De kosten van onderhoud van gemeentelijke gebouwen komen ten laste van de exploitatie, waarna dekking plaatsvindt uit de reserve. De kosten van de bouw van de brandweerkazerne, het uitvaartcentrum en de aankoop en verbouwing van het Cultuurhuis zijn geactiveerd en worden over meerdere jaren afgeschreven. De afschrijvingskosten van het Cultuurhuis worden deels gedekt uit een reserve. Kosten van nieuw-, aan- en bijbouw van het onderwijs worden geactiveerd, dekking van de kapitaallasten vindt plaats uit de reserve Huisvesting onderwijs. PA - 25 - In 2024 en in 2025 zijn de gebouwen Parklaan 6-10 en de Dorpsstraat 20-22 aangekocht. Er is voor gekozen het voordelig of nadelig exploitatiesaldo van deze gebouwen de eerste 5 jaar ten gunste of ten laste van de algemene reserve grondbedrijf te brengen. Hierna presenteren wij de financiële informatie over de budgetten betreffende de gemeentelijke gebouwen binnen de exploitatie, de investeringen en de reserve gebouwen.

De exploitatie geeft met betrekking tot gebouwen het volgende beeld te zien: Exploitatie - Onderdeel Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Huren en vergoeding gebruik 441.276 449.598 457.355 457.355 457.355 457.355 Overige opbrengsten 6.614 3.500 3.500 3.500 3.500 3.500 Totaal baten 447.890 453.098 460.855 460.855 460.855 460.855 Lasten Lonen en inhuur 459.638 412.100 582.900 588.859 588.859 588.859 Belastingen, heffingen en verzekeringen 138.467 89.018 89.018 89.018 89.018 89.018 Energiekosten en waterverbruik 166.922 228.461 225.432 225.432 225.432 225.432 dagelijks onderhoud 333.580 176.979 177.479 177.479 177.479 177.479 Groot Onderhoud 187.230 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Beheer Huur en servicekosten 169.055 102.614 126.268 126.268 126.268 126.268 Kapitaallasten 404.669 316.629 310.017 442.777 448.777 449.077 Overige kosten 434 0 0 0 0 0 Totaal lasten 1.859.995 1.345.801 1.531.114 1.669.833 1.675.833 1.676.133 Saldo gebouwen -1.412.105 -892.703 -1.070.259 -1.208.979 -1.214.979 -1.215.279 Met betrekking tot het beheer en onderhoud van onze gemeentelijke gebouwen hebben wij de volgende drie reserves: Reserves met betrekking tot gebouwen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 jan Gebouwen 596.720 1.351.524 1.454.024 1.564.649 1.575.274 1.685.899 -

toevoegingen 1.050.000 102.500 110.625 110.625 110.625 110.625 - onttrekkingen onderhoud gebouwen 295.196 0 0 100.000 0 0 Saldo per 31 dec Gebouwen 1.351.524 1.454.024 1.564.649 1.575.274 1.685.899 1.796.524 Saldo per 1 jan Cultuurhuis 113.375 0 0 0 1.245.816 1.180.247 - toevoegingen 0 0 0 1.311.385 0 0 - onttrekkingen - dekking afschrijvingslasten 113.375 0 0 65.569 65.569 65.569 Saldo per 31 dec Cultuurhuis 0 0 0 1.245.816 1.180.247 1.114.678 Saldo per 1 jan Huisvesting basisonderwijs 677.790 607.560 551.805 653.957 906.270 1.158.584 - toevoegingen 275.355 275.355 425.355 575.355 575.355 575.355 - onttrekkingen - dekking afschrijvingslasten 345.585 331.110 323.203 323.041 323.041 323.041 Saldo per 31 dec Huisvesting basisonderwijs 607.560 551.805 653.957 906.270 1.158.584 1.410.898 Totaalsaldo per 31 december 1.959.084 2.005.829 2.218.606 3.727.360 4.024.730 4.322.100 Het nadelig exploitatiesaldo van Parklaan 6-10, Dorpsstraat 20-22 en de Laagerfseweg worden gedekt uit aan de reserve grondbedrijf. PA - 26 - Dekking uit alg.

reserve grondbedrijf Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Parklaan 6-10 -103 0 28.585 28.585 28.585 28.585 Laagerfseweg 14.033 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Dorpstraat 20-22 16.106 0 28.101 28.101 28.101 28.101 30.036 10.000 66.686 66.686 66.686 66.686 Openbaar groen Beleid De beleidsuitgangspunten betreffende het openbaar groen hebt u vastgesteld in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan Jaar vaststelling Planperiode Hondenbeleidsplan 2004 Bomenbeleidsplan 2006 Beleidsvisie gemeentelijke begraafplaats Woudenberg 2013 Landschapsontwikkelingsplan, inclusief bijstelling 2009 Bomenverordening 2023 Groenbeleidsplan 2020 In 2020 hebt u het Groenbeleidsplan vastgesteld. De belangrijkste uitgangspunten hierin zijn: - Behouden van een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving; - Beschermen en ontwikkelen van landschappelijke kwaliteiten; - Behouden en waar mogelijk versterken van de soortenrijkdom aan planten en dieren (biodiversiteit); - Innoveren in groenonderhoud met aandacht voor mens en milieu. In het plan is er speciale aandacht voor klimaatadaptatie, natuur en biodiversiteit, innoveren en verduurzamen en burgerparticipatie. Voor deze speerpunten zijn ambitieniveaus geformuleerd. Deze zijn vertaald in concrete ambities, acties en projecten.

Het groenbeheer delen we in naar de functies van groen: kijkgroen, groenaankleding, recreatiegroen, natuurgroen. Bij elke functie hoort nog steeds een kwaliteitsniveau van CROW, maar we kunnen nu beter en makkelijker aan de inwoners uitleggen waarom een specifiek stuk groen een bepaald onderhoudsniveau heeft. Bij de uitvoering van het groenbeleidsplan werken we samen met inwoners, organisaties en ondernemers. We doen dit door open te staan voor groene initiatieven uit de samenleving en deze waar mogelijk te ondersteunen. We werken op buurtniveau aan natuurlijk groen en we koppelen de waarde van groen aan thema’s als gezondheid, klimaat, duurzaamheid én biodiversiteit. Voorbeelden hiervan zijn de ‘groen aan de buurt projecten’ en het bijenbloemen project. Onderhoud Het onderhoud van het openbaar groen voeren wij uit in samenwerking met Amfors. Er zijn een drietal wijkteams gevormd, welke verantwoordelijk zijn voor het onderhoud in ‘hun’ wijken. Dit betreft het groenonderhoud, maar ook kleinschalig onderhoud op straat- en buurtniveau. Voor het machinaal onderhoud (gazons en wegverhardingen, verwerken veegvuil) stellen wij jaarlijks een bestek op, wat door Eemfors stad & groenonderhoud uitgevoerd wordt. De bestekken monitoren wij regelmatig op de gewenste beeldkwaliteit.

Door klimaatverandering (warmer en natter) is meer intensief onderhoud nodig om de gewenste kwaliteit te waarborgen. Financiële ontwikkelingen De kosten van het groenonderhoud vertonen al een aantal jaren een stijgende lijn, wat met name het gevolg is van meer onderhoud door de klimaatverandering en areaaluitbreiding. PA - 27 - De ontwikkelingen binnen de exploitatie zien er als volgt uit: Exploitatie - Groen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Overige opbrengsten 6.869 1.270 1.270 1.270 1.270 1.270 Totaal baten 6.869 1.270 1.270 1.270 1.270 1.270 Lasten Lonen en salarissen 506.755 570.850 703.150 710.339 710.339 710.339 Inhuur personeel 314.029 293.000 325.500 325.500 325.500 325.500 Uitvoeringskosten derden 280.873 167.450 167.450 167.450 167.450 167.450 Brandstoffen 12.526 13.000 13.000 13.000 13.000 13.000 IBOR-uitgaven 0 91.555 91.555 91.555 91.555 91.555 Kapitaallasten 6.906 9.706 12.498 14.738 14.738 20.301 Landschapsbeheer 13.444 15.900 15.900 15.900 15.900 15.900 Onderhoud begraafplaatsen 61.715 17.000 22.000 22.000 22.000 22.000 Uitvoering beleid 0 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Overige kosten 33.607 20.000 20.000 20.000 20.000 20.000 Totaal lasten 1.229.855 1.203.461 1.376.053 1.385.482 1.385.482 1.391.044 Openbare verlichting Financiële ontwikkelingen De financiën geven het volgende beeld te zien: Openbare

verlichting Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Overige opbrengsten 5.204 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Totaal baten 5.204 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Lasten Diverse kosten onderhoud 62.834 50.400 50.400 50.400 50.400 50.400 Energiekosten 78.572 76.700 76.700 76.700 76.700 76.700 Kapitaallasten 79.177 82.477 82.477 82.477 82.477 82.477 Totaal lasten 220.583 209.577 209.577 209.577 209.577 209.577 Saldo openbare verlichting -215.379 -204.577 -204.577 -204.577 -204.577 -204.577 PA - 28 - Riolering/water Beleid Ons beleid hebt u vastgesteld in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan | Jaar | Planperiode vaststelling Waterplan gemeenten Scherpenzeel en Woudenberg | 2024 | 2025-2029 Grondwaterbeleid- en beheersplan | 2024 | 2023-2028 In 2024 is het waterplan voor de periode 2025-2029 vastgesteld, dit is een gezamenlijk plan met de gemeente Scherpenzeel. | Er is een nieuw waterplan opgesteld waarin de huidige ontwikkelingen zijn verwerkt. Binnen deze ontwikkelingen valt onder andere het aangepasten grondwaterbeleid (Januari 2024 vastgesteld), dreigende drinkwaterschaarste en strengere doelen in het kader van de waterkwaliteit (Kader Richtlijn Water). In het plan zit ook de financiële onderbouwing voor de rioolheffing in de vorm van een kostendekkingsberekening.

Als gevolg van diverse veranderingen, zoals klimaatverandering, omgevingswet, participatie, waterkwaliteit etc. is er al veel veranderd en zal er de komende jaren nog meer veranderen op het gebied van water en riolering. Om binnen deze veranderingen het beleidsveld van water en riolering goed te positioneren is een actueel beleidsplan noodzakelijk. Het Waterplan 2025-2029 voorziet hierin voor de komende jaren. Op basis van het Waterplan 2025-2029 dient de rioolheffing met € 28,- te stijgen naar € 278,- om 100 % kostendekkend te zijn. Deze eenmalige grote stijging is niet verantwoord richting de belastingbetalers, daarom wordt geadviseerd de stijging geleidelijk te laten toenemen. Door de rioolheffing de komende 15 jaar met € 2,- te laten stijgen worden de gevolgen voor de inwoners en bedrijven beperkt. Hierdoor zal de rioolheffing in 2039 uiteindelijk € 280,- bedragen. Deze stijging staat los van inflatie die jaarlijks berekend moet worden over de rioolheffing. Onze ambities in het waterplan zijn: - | we gebruiken gebiedskenmerken in al onze beslissingen; - | we worden klimaatbestendig; - | we zetten onze (afval) waterketen en watersysteem in om Woudenberg duurzaam te maken; - | we werken samen, integraal en gebiedsgericht; - | we hebben een goed functionerende (afval)waterketen en watersysteem. Het is ons uitgangspunt groot onderhoud uit te voeren door middel van relining.

Dit geeft minder overlast voor de bewoners en is minder kostbaar dan een volledige riool-vervanging. In gevallen dat dit niet mogelijk is óf waar wij gescheiden rioolafvoer aan gaan leggen, vervangen wij het volledige riool. Onderhoud Groot onderhoud en renovaties riolering 2027 In 2027 staan de volgende grote onderhoudswerkzaamheden gepland: - | Rioolvervanging en herinrichting A. Cuyplaan en P. Potterlaan (uitvoering 2027) - | Rioolvervanging en herinrichting Parklaan (uitvoering 2027 en 2028) - | Aanleg waterberging zuidelijke dorpsrand (uitvoering 2027) In voorbereiding rioolprojecten 2027: - | Rioolvervanging en herinrichting Voorstraat (uitvoering 2028) - | Renovatie drukrioolunits mechanisch en elektrisch (uitvoering 2028) PA - 29 - Financiële ontwikkelingen Uit het waterplan 2025-2029 blijkt dat voor de periode 2025-2084 € 85,6 miljoen nodig is voor vervanging van vrijvervalriolen, drukriolering, gemalen, klimaatmaatregelen en grondwatermaatregelen. Deze kosten zijn gebaseerd op het vervangen van gemengde riolen door gescheiden riolen, het Basiswaterketenplan (BWKP) en het grondwaterbeheer en beleidsplan (GWBBP). Daarnaast dienen wij voor deze periode rekening te houden met kosten voor verbetering, onderzoek, beheer, onderhoud en herstelmaatregelen. Hiervoor is een bedrag van € 52,1 miljoen geraamd.

Voor gedane investeringen uit het verleden is nog een bedrag van € 2,5 miljoen benodigd ter dekking van de kapitaalslasten. Totaal hebben wij voor de periode van 2025-2084 € 140,2 miljoen gereserveerd. Dit komt neer op van ruim € 2,3 miljoen per jaar (exclusief btw). De ontwikkelingen binnen de exploitatie zien er als volgt uit: Riolering en water Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Overige opbrengsten 1.547.369 1.527.000 1.654.000 1.654.000 1.654.000 1.654.000 Totaal baten 1.547.369 1.527.000 1.654.000 1.654.000 1.654.000 1.654.000 Lasten Baggeren en beschoeiïngen 0 27.000 27.000 27.000 27.000 27.000 Energiekosten 71.054 80.000 80.000 80.000 80.000 80.000 Inhuur personeel 0 0 0 0 0 0 Investeringen 210.258 0 0 0 0 0 Kapitaallasten 142.766 217.329 216.188 342.188 343.027 377.985 Lonen en salarissen 181.032 187.250 194.975 196.968 196.968 196.968 Onderhoud en reparaties 341.971 466.200 442.200 444.200 443.200 443.200 Toevoegingen voorziening 264.446 186.407 350.614 192.544 192.738 150.440 Overige kosten 10.958 11.200 11.200 11.200 11.200 11.200 Totaal lasten 1.222.485 1.175.386 1.322.177 1.294.101 1.294.134 1.286.793 Saldo riolering en water 324.884 351.614 331.823 359.899 359.866 367.207 De voorziening Riolering ontwikkeld zich op de volgende manier: Voorziening Riolering Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting

Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 januari 6.555.600 6.820.046 7.006.453 7.357.067 7.549.611 7.742.350 - toevoegingen 264.446 186.407 350.614 192.544 192.738 150.440 - onttrekkingen 0 0 0 0 0 0 Saldo per 31 december 6.820.046 7.006.453 7.357.067 7.549.611 7.742.350 7.892.790 PA - 30 - Speelvoorzieningen Beleid Ons beleid hebt u vastgesteld in de volgende nota: Beleidsstuk of beheerplan Jaar vaststelling Planperiode Speelruimtebeleidsplan (Actieplan spelen ‘Samenspel’) 2016 In het door u vastgestelde speelruimtebeleidsplan ‘Samenspel’ is de omvorming van de inrichting van speelvoorzieningen op wijkniveau vastgelegd. Het grootste deel van de speelvoorzieningen is afgeschreven. Het realiseren van aantrekkelijke en uitdagende speel-, sport- en ontmoetingsplaatsen op basis van de behoeften van de verschillende doelgroepen, leidt tot het centraliseren van speeltoestellen met weliswaar minder, maar wel aantrekkelijkere speellocaties. Door verplaatsing en vermindering van het aantal speelvoorzieningen wordt zowel dit doel als toekomstige kostenbesparing bereikt.

Financiële ontwikkelingen Het financieel overzicht betreffende de speelvoorzieningen ziet er als volgt uit: Speelvoorzieningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Lasten Inspectie en onderhoud 19.285 10.000 10.000 10.000 10.000 10.000 Kapitaallasten 145.785 48.498 36.302 40.302 44.302 44.302 Lonen en salarissen 57.097 59.000 60.800 61.422 61.422 61.422 Totaal lasten 222.167 117.498 107.102 111.724 115.724 115.724 Saldo speelvoorzieningen -222.167 -117.498 -107.102 -111.724 -115.724 -115.724 De reserve Speelvoorzieningen ontwikkeld zich op de volgende wijze: Reserve Speelvoorzieningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 januari 152.249 21.352 854 854 854 854 - toevoegingen 0 0 0 0 0 0 - onttrekkingen - dekk afschrijving 130.897 20.498 0 0 0 0 Saldo per 31 december 21.352 854 854 854 854 854 Sportterreinen Beleid Via de gebruikersovereenkomst met Stichting Beheer Sportpark De Grift heeft de gemeente het onderhoud en de renovatie van de sportterreinen geregeld. Voor het onderhoud ontvangt de stichting van de gemeente een jaarlijkse bijdrage en voor renovatie heeft de gemeente een reserve gevormd (voorheen tot en met 2022 was het nog een voorziening). Onderhoud Het onderhoud wordt verricht door de Stichting Beheer Sportpark De Grift.

PA - 31 - Financiële ontwikkelingen Jaarlijks stelt de gemeente € 95.000 ter dekking van de kapitaallasten beschikbaar. Dit bedrag is bedoeld voor de dekking van de kosten van de renovatie van de sportterreinen (reeds gedane investeringen). De voetbalvereniging en Stichting Sportpark De Grift betalen beide jaarlijks € 8.500 aan onze gemeente als bijdrage in de investeringskosten van de twee kunstgrasvelden. Vanaf 2026 voegt de gemeente jaarlijks € 84.000 toe aan de reserve renovatie Sportpark De Grift om de geplande renovaties tot en met het jaar 2050 te kunnen bekostigen. De jaarlijkse toevoeging is met circa € 28.000 gestegen ten opzichte van 2025. Ten behoeve van een nieuwe gebruiksovereenkomst met de Stichting Beheer Sportpark de Grift (ingaande 2026) is recent door een extern bureau een nulmeting gedaan. Het extern bureau heeft voor de gemeente een onderhoudsplan opgesteld met indicatieve kostenramingen voor het onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de komende jaren van het Sportpark. De concept berekeningen laten zien dat door loon- en prijsstijgingen van de afgelopen jaren de investeringsbedragen voor renovaties van de sportvelden flink zijn gestegen. De hoogte van de huidige reserve Sportpark De Grift is gebaseerd op het onderhoudsplan 2021-2025 met als prijspeil 2021.

De nieuwe berekeningen (prijspeil 2025) geven aan dat de jaarlijkse toevoeging aan de reserve dient te stijgen met circa € 28.000. Bij de behandeling van de Kadernota 2026-2029 gingen we er nog vanuit dat de extra toevoeging maximaal € 50.000 zou bedragen. Hierna presenteren wij de financiële informatie over de budgetten van de sportaccommodaties binnen de exploitatie, de investeringen en de reserve Renovatie sportpark de Grift. In onderstaande cijfers zijn ook de gemeentelijke bijdragen verwerkt aan Stichting ABC voor de exploitatie De Camp. Met Stichting ABC heeft de gemeente een erfpachtovereenkomst over sport- en cultuurcomplex De Camp. Sportaccommodaties Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Onttr. voorziening/reserve 57.809 95.632 104.998 101.211 102.559 102.532 Ontvangen huren 53.646 46.491 57.491 57.491 57.491 57.491 Rijksvergoeding 0 65.189 0 0 0 0 Overige opbrengsten 4.800 4.800 4.800 4.800 4.800 4.800 Totaal baten 116.255 212.112 167.289 163.502 164.850 164.823 Lasten Gemeentelijke bijdrage 96.456 199.964 214.364 214.364 214.364 214.364 Kapitaallasten 57.809 95.299 105.281 101.494 103.066 103.039 Lonen en salarissen 91.883 52.500 46.550 47.026 47.026 47.026 Specifieke uitkering 81.812 65.189 0 0 0 0 Subsidies 0 0 0 0 0 0 Toev.

Voorziening/reserve 56.473 84.773 89.073 89.073 89.073 89.073 Overige kosten 23.619 23.500 23.500 23.500 23.500 23.500 Totaal lasten 408.052 521.225 478.768 475.457 477.029 477.002 Saldo sportaccommodaties -291.797 -309.113 -311.479 -311.955 -312.179 -312.179 PA - 32 - De ontwikkeling van de reserve Renovatie sportpark De Grift ziet er als volgt uit: Reserve renovatie sportpark De Grift Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 januari 241.565 240.229 229.370 213.445 201.308 187.822 - toevoegingen 56.473 84.773 89.073 89.073 89.073 89.073 - onttrekkingen 57.809 95.632 104.998 101.211 102.559 102.532 Saldo per 31 december 240.229 229.370 213.445 201.308 187.822 174.363 Wagenpark gemeentewerf Om het vervangen van groot materieel van onze gemeentelijke buitendienst beter inzichtelijk te maken is er een meerjarenplanning gemaakt van wanneer welk materieel vervangen moet worden. Het is de bedoeling om de jaarlijkse afschrijvingskosten mee te nemen is de jaarbudgetten op de diverse kostenposten waarvoor het materieel ingezet wordt. De meerjarenplanning bevat een geschatte vervangingswaarde van in het totaal € 815.000 voor het grote materieel met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 10 tot 15 jaar. De huidige reserve is daarvoor ontoereikend.

Daarom wordt de reserve structureel extra aangevuld, vanaf 2020 met € 5.000 en daarna jaarlijks met € 5.000 extra tot we in 2028 jaarlijks € 45.000 extra toevoegen aan de reserve. Veel materiaal is reeds vervangen en wat nog niet vervangen is als vervangingsinvestering verwerkt bij de afschrijvingen. De ontwikkeling van de reserve wagenpark ziet er als volgt uit: Reserve Wagenpark Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Saldo per 1 januari 179.472 171.607 170.007 178.111 190.165 201.219 - toevoegingen 51.000 56.000 61.000 66.000 71.000 71.000 - onttrekkingen - dekk afschrijving 58.865 57.600 52.896 53.946 59.946 60.246 Saldo per 31 december 171.607 170.007 178.111 190.165 201.219 211.973 Wegen en bermen Beleid Op het gebied van onze wegen en bermen hebt u de volgende beleidsnota’s vastgesteld: Beleidsstuk of beheerplan Jaar vaststelling Planperiode Verkeersveiligheidsplan 2005 Gladheidsbestrijdingsplan 2011 Parkeerbeleidsplan 2006 Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) 2014 Beheerplan wegen 2026 2027-2031 Onze belangrijkste gemeentelijke uitgangspunten en het gekozen onderhoudsniveau hebben wij vastgesteld in de Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Daarnaast zijn er beleidskaders vastgesteld in de het Wegenbeheerplan.

PA - 33 - Grote onderhoudswerkzaamheden aan de wegen combineren wij zoveel mogelijk met groot onderhoud aan de riolering, dit om overlast voor de bewoners te beperken én uit oogpunt van financieel voordeel. Onderhoud Voor de onderbouwing van de budgetten hebben wij een wegbeheerplan opgesteld voor de periode van 2027 tot 2031. Het doel van het beheerplan is enerzijds om inzicht te krijgen in de huidige onderhoudstoestand van de wegen en vast te stellen welke wegen de komende jaren moeten worden aangepakt. Anderzijds welk budget nodig is om deze wegen veilig te kunnen gebruiken en aan de wettelijke verplichtingen te voldoen. Het uitgangspunt hierbij is het onderhoudsniveau zoals dit in de nota IBOR is vastgelegd. Blijkens het wegbeheerplan is het grootste deel van de onderhoudsstaat van de wegen voldoende, een klein deel is matig, daarnaast vertoont een klein deel duidelijk groot achterstallig onderhoud. Dit laatste deel zit net onder de landelijke norm. De aankomende jaren zal men zich met name op het onderhoud van de verhardingen van deze wegen met beeldkwaliteit D, waardoor de kwaliteit minimaal op streefniveau blijft. Financiële ontwikkelingen In februari 2026 heeft een inventarisatie en visuele onderhoudsinspectie van de wegen in de gemeente Woudenberg plaatsgevonden. De inventarisatie is bedoeld om de areaalgegevens en vaste gegevens te actualiseren.

Met de onderhoudsinspectie wordt de actuele onderhoudstoestand van de wegen in beeld gebracht. De inventarisatie en inspectie vormen de basis voor het opstellen van een onderhoudsplanning. Deze planning is opgesteld voor de periode van vijf jaar (2027-2031) en bestaat uit te nemen onderhoudsmaatregelen op diverse wegen en de bijbehorende kosten van deze maatregelen. Het benodigde budget voor de eerste 5 jaren is bepaald via de onderhoudsplanning en voor de periode daarna op basis van eenheidsprijzen en onderhoudscycli. Op basis van de meerjar | ig onderhoudsplanning is de begroting voor de periode 2027-2031 als volgt: 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 Asfaltverhardingen | € 261.919 | € 574.533 | € 201.512 | € 421.805 | € 76.962 Elementenverhardingen | € 141.177 | € 128.984 | € 217.777 | € 143.301 | € 103.859 Cementbeton | € 0 | € 190.662 | € 0 | € 0 | € 0 Klein onderhoud | € 260.744 | € 112.006 | € 113.248 | € 118.630 | € 112.181 Totaal | € 663.840 | € 1.006.185 | € 532.537 | € 683.736 | € 293.002 Gemiddeld | € 635.860 Het beschikbare budget voor de jaren 2027-2023 is: Onderhoud wegen | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 Totaal op basis van het gemiddelde Beschikbaar | € 567.294 | € 567.294 | € 567.294 | € 567.294 | € 567.294 Benodigd | € 635.860 | € 635.860 | € 635.860 | € 635.860 | € 635.860 Resultaat | € -68.566 | € -68.566 | € -68.566 | € -68.566 | € -68.566 Er is voor het

uitvoeren van groot- en klein onderhoud jaarlijks € 567.294 beschikbaar in de begroting 2027-2031. Voor de periode 2027-2031 is gemiddeld € 635.860 nodig. Bovenstaande tabel laat zien dat er een structureel jaarlijks tekort is van circa € 68.566. Het beschikbare budget voor de jaren 20276-2031 is dus onvoldoende om de kwaliteit op ambitieniveau te handhaven. In een collegeadvies wordt voorgesteld om de reserve wegen in te zetten voor de fluctuaties in de benodigde budgetten voor de jaren 2027-2031. In de reserve wegen is per 1 jan 2026 € 1.021.497 beschikbaar. Het volgend overzicht laat zien dat in de reserve wegen voldoende ruimte zit om de fluctuaties in de benodigde budgetten op te vangen, namelijk: PA - 34 - 2026 2027 2028 2029 2030 2031 Gemiddeld Onderhoud Kosten onderhoud -517.294 -663.840 -1.006.184 -532.537 -683.736 -293.002 -635.860 Beschikbaar onderhoudsbudget 517.294 517.294 517.294 517.294 517.294 517.294 517.294 Beschikbaar onderhoudsbudget trottoirs 0 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 Tlv reserve wegen 0 -96.546 -438.890 34.757 -116.442 274.292 -68.566 Reserve wegen Stand reserve per 1 jan 1.021.497 996.497 710.951 272.061 306.818 190.376 Gereserveerd voor Zuidelijke Dorpsrand -189.000 Beschikbaar in reserve 1.021.497 807.497 710.951 272.061 306.818 190.376 Mutaties: Toevoegingen 0 0 0 34.757 0 274.292 -61.810 Onttrekkingen 0 -96.546 -438.890 0 -116.442 0

130.376 Onttrekkingen (projecten) -25.000 Stand reserve per 31 dec 996.497 710.951 272.061 306.818 190.376 464.668 0 (prijspeil 2026) Hierna presenteren wij de financiële informatie over de budgetten betreffende wegen binnen de exploitatie, investeringen en de reserve Wegen. Wegen en infra Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Baten Diverse opbrengsten 10.314 1 1 1 1 1 Totaal baten 10.314 1 1 1 1 1 Lasten Loonkosten personeel 243.420 390.250 350.275 353.856 273.856 273.856 Inhuur derden 285 0 0 0 0 0 Diverse kosten onderhoud 455.710 605.209 655.209 655.209 555.209 555.209 Belastingen en heffingen 11.451 5.000 5.000 5.000 5.000 5.000 Kapitaallasten 62.813 428.373 113.817 117.597 117.597 126.775 Vegen wegen 61.008 51.000 41.000 41.000 41.000 41.000 Totaal lasten 834.687 1.479.832 1.165.301 1.172.662 992.662 1.001.840 Saldo Wegen en infra -824.373 -1.479.831 -1.165.300 -1.172.661 -992.661 -1.001.839 PA - 35 - D. Paragraaf Financiering Inleiding Deze paragraaf gaat over de uitvoering van de treasuryfunctie. Kenmerkend voor treasury is dat de financiële risico’s aanzienlijk kunnen zijn, er worden grote bedragen beheerd en er dienen omvangrijke risico’s beheerst te worden. De treasuryfunctie beantwoordt de vraag hoe wij het beleid financieren en hoe wij omgaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn.

Gelet op het grote financiële belang en de bijbehorende risico’s zijn wij op het gebied van financiering aan een uitgebreid scala van wet- en regelgeving gebonden. De belangrijkste zijn: - Wet financiering decentrale overheden (Wet fido); - Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); - Regelgeving betreffende staatssteun; - Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; - Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) Treasury definiëren wij als het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op: - financiële geldstromen; - financiële posities; - hieraan verbonden risico’s. Beleidskaders Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan Jaar vaststelling Planperiode Financiële verordening 2025 N.v.t. Treasurystatuut 2016 N.v.t. In het Treasurystatuut is onder andere opgenomen waar de gemeente aan wil, kan en moet voldoen om een zo optimaal mogelijke werkwijze te krijgen betreffende: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3.

Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; 4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Ook maakt het treasurystatuut een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. De belangrijkste beleidsuitgangspunten in ons Treasurystatuut zijn: - voor elke transactie, uitgezonderd daggeld, moeten minimaal twee offertes (tarieven) bij ten minste twee partijen worden aangevraagd; - ons college is gemandateerd gelden aan te trekken; - de liquiditeitsprognose wordt regelmatig geactualiseerd; - het voeren van een risicomijdend treasurybeleid. Hierbinnen streven wij naar een zo hoog mogelijk rendement op de beleggingen en/of zo laag mogelijke kosten bij het aantrekken van financieringsmiddelen. Ontwikkelingen Externe ontwikkelingen op het gebied van financiering zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, maar ook wijzigingen in wet- en regelgeving. Vanaf het derde kwartaal 2022 zijn de rentepercentages opgelopen. Van negatieve rente is geen PA - 36 - sprake meer en rood staan kost als vanouds weer geld. Dagelijks wordt ons banksaldo vanuit ons schatkistrekening aangevuld tot tenminste € 50.000.

Is het saldo hoger dan € 900.000 dan wordt het meerdere afgeroomd naar onze schatkistrekening. Door dit automatisme voorkomen we zoveel mogelijk rentebetalingen. Financieringsbehoefte De geraamde financieringsbehoefte voor 2027 bedraagt € 1.186 miljoen. De berekening van de financieringsbehoefte ziet er als volgt uit: Rekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Boekwaarde investeringen | 32.452.399 | 32.323.807 | 41.331.659 | 40.273.540 | 40.405.679 | 39.826.292 Boekwaarde voorraad bouwgrondexploitatie | 678.868 | -3.706.734 | -1.516.652 | -105.974 | 0 | 0 Totaal financieringsbehoefte | 33.131.267 | 28.617.074 | 39.815.006 | 40.167.565 | 40.405.678 | 39.826.291 Langlopende geldlening o/g | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Eigen en vreemd vermogen (reserves en voorzieningen) 36.833.016 | 34.512.131 | 38.628.811 | 38.856.483 | 38.824.313 | 39.205.518 Totaal financieringsmiddelen | 36.833.016 | 34.512.131 | 38.628.811 | 38.856.483 | 38.824.313 | 39.205.518 Financieringsbehoefte | -3.701.749 | -5.895.057 | 1.186.195 | 1.311.082 | 1.581.365 | 620.773 Leningenportefeuille Op dit moment heeft de gemeente geen leningen meer uitstaan. Afhankelijk van de toekomstige ambities rondom het cultuurhuis en de sportvoorzieningen kan het echter nodig zijn om opnieuw een lening aan te trekken.

In 2027 zal worden bezien of dit daadwerkelijk noodzakelijk is. De ontwikkeling van de huidige leningenportefeuille ziet er vooralsnog als volgt uit: Ontwikkeling | Saldo | Nieuwe | Aflossing | Aflossing | Rente | Saldo leningenportefeuille | 01-01-2027 | lening | vervroegd | 31-12-2027 0 | 0 | 0 Totaal langlopende geldleningen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 Risicobeheer Om de renterisico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en een renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar (vlottende schuld). De kasgeldlimiet stelt een maximum aan het aantrekken van kortlopende leningen (vlottende schuld). De kasgeldlimiet is ingevoerd om de gemeente te beschermen tegen de risico’s van het stijgen van de rentelasten, omdat de rente voor kortlopende leningen sterk kan fluctueren. De Wet fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal, in onze gemeente komt dit voor het jaar 2027 uit op een bedrag van € 4,2 miljoen.

De berekening ziet er als volgt uit: Berekening kasgeldlimiet | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 (bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal | 53.291.092 | 47.654.217 | 49.234.672 | 46.749.713 | 43.727.629 | 43.497.109 Maximale percentage (wet Fido) | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% | 8,5% Totaal kasgeldlimiet | 4.529.743 | 4.050.608 | 4.184.947 | 3.973.726 | 3.716.848 | 3.697.254 Renterisiconorm De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar (vaste schuld). De renterisiconorm maximaliseert het bedrag aan langlopende leningen, welke vernieuwd kunnen worden via herfinanciering en/of renteherziening. De renterisiconorm is ingevoerd om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen, en zodoende het renterisico bij PA - 37 - herfinanciering van de vaste schuld te beheersen. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal, in onze gemeente komt dit voor 2027 uit op een bedrag van € 9,8 miljoen.

Onderstaande tabellen geven een overzicht van de renterisiconorm over de komende jaren: Stap | Omschrijving | Rekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 1 | Renteherzieningen 2 | Aflossingen | 1.850.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 3 | Renterisico (1 + 2) | 1.850.000 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 4 | Renterisiconorm | 10.658.218 | 9.530.843 | 9.846.934 | 9.349.943 | 8.745.526 | 8.699.422 5a | Ruimte onder renterisiconorm | 8.808.218 | 9.530.843 | 9.846.934 | 9.349.943 | 8.745.526 | 8.699.422 5b Overschrijding renterisiconorm Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal | 53.291.092 47.654.217 49.234.672 46.749.713 43.727.629 43.497.109 Renterisiconorm 20% van | 10.658.218 | 9.530.843 | 9.846.934 | 9.349.943 | 8.745.526 | 8.699.422 begrotingstotaal Kredietrisico’s Onze gemeente loopt kredietrisico op door ons verstrekte gelden. Het risico doet zich voor bij het op beleidsmatige gronden verstrekken van leningen (publieke taak). Het risico bestaat dat leningen niet, niet volledig en/of niet tijdig worden terugbetaald (rentekosten).

Het overzicht van de uitgezette gelden ziet er als volgt uit: Verstrekte geldlening | Schuldrestant Rekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 Stichting beheer Kindercentrum | 376.164 | 361.000 | 345.694 | 329.654 | 313.051 | 295.866 Schatkistbankieren Sinds eind 2013 is het schatkistbankieren voor de gemeente van toepassing. Het heeft een wettelijke basis in de wet Financiering decentrale overheden (Wet FIDO) en betekent dat decentrale overheden hun liquide middelen aanhouden bij ’s Rijks schatkist. Dit moet leiden tot een verminderde externe financieringsbehoefte van het Rijk met als gevolg een lagere staatsschuld en een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Voor de aan te houden middelen in ’s Rijks schatkist is een drempel van toepassing die is vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000 en een maximum van € 2.500.000. Het schatkistbankieren kan voor de gemeente een negatieve uitwerking hebben op de rendementsverwachting. De hoogte van het negatieve effect is afhankelijk van de afwijking tussen de door het Rijk gehanteerde rentepercentages en de percentages van marktconforme partijen. Uitzettingen (verstrekken van leningen) uit hoofde van de publieke taak blijven mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4293/documents/79316