CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

05 (concept) begroting 2027-2030

Raadscommissie 13 oktober 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 8: Begroting 2027-203067.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 8

Denk bijvoorbeeld aan de Informatiebeveiligingsdienst, de gezamenlijke inkoop van ICT en telefonie, het Ketenbureau i-Sociaal Domein, en het GGI-netwerk, een beveiligd landelijk datanetwerk voor gemeenten. De kosten voor het lidmaatschap VNG Fonds GGU voor Woudenberg stijgen als gevolg van toename inwoneraantal en een hogere bijdrage per inwoner (indexering). De bij raming bedraagt € 20.000 structureel voor Woudenberg. • | Overheidsbrede dienstverlening € 13.124 hogere kosten : De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar vanuit het rijk. Met deze decentralisatie-uitkering kunnen gemeenten, vanuit hun regiorol, lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. De verdeling van de middelen over gemeenten is gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal lager opgeleiden in gemeenten. Voor de komende jaren ontvangt de gemeente, via het gemeentefonds, een decentralisatie-uitkering voor overheidsbrede dienstverlening van € 13.124.

Deze uitkering kan ingezet worden voor overheidsbrede dienstverlening. • | Diverse kleine verschillen € 1.000 nadelig: archiefkosten belastingen Veenendaal, representatiekosten en portokosten. 83 4a. HRM/ loonkosten (per saldo hogere kosten € 2.041.500 teruglopend naar € 974.500 in 2030 | ) De verschillende mutaties betreffen: • | Salariskosten (Cao 2026) hogere kosten € 29 | 2.000 oplopend naar € 389.000 | vanaf 2028 : De huidige Cao loopt tot en met 31 maart 202 | 7. • | Periodieken hogere kosten € 140.000 : | Bij de kadernota is rekening gehouden met de CAO aanpassing gebaseerd op de loonkosten van 2026. Naast de CAO stijging zijn er ook medewerkers die extra periodieken krijgen. Dit aantal is flink gestegen doordat we veel nieuwe medewerkers hebben die nog nie | t op het eind van hun schaal zitten. Bij de kadernota is € 25.000 geraamd. In werkelijkheid moet hier nog € 115.000 aan toegevoegd worden. • | Vanuit het jaarresultaat 2024 is € 400.000 beschikbaar gesteld voor tijdelijke uitbreiding. In de begroting 2026 was hiervan voor 2027 € 200.000 opgenomen maar dit moet zijn € 133.000. Dekking | loopt via de algemene reserve. • | Vanuit het jaarresultaat 2025 is € 132.000 beschikbaar gesteld voor tijdelijke uitbreiding. Voor 2026 t/m 2029 wordt hiervan jaarlijks € 33.000 als dekking gebruikt voor de personeelskosten. Dekking loopt via de algemene reserve.

• | Hogere Oekraïne kosten € 1.198.000 : | Voor het Oekraïne team worden de salariskosten geschat op € 1.198.000 | . De dekking komt uit de rijksgelden die wij ontvangen. • | Vanuit de participatiemiddelen wordt € 88.000 inhuur budget overgeheveld naar personeelskosten. • | Extra middelen die wij ontvangen voor duidelijke dienstverlening naar inwoners zetten wij voor € 30.000 in voor loonkosten. • | Vanuit de CDOKE gelden is € 287.500 extra beschikbaar voor loonkosten. • | Diverse kleine verschillen | € 17.500 nadelig: Schoonmaakkosten gemeentewerf en extra loonkosten trouwambtenaren. In totaal bedraagt de stijging van de loonkosten | in 2027 € 2.041.500. • | De post inhuur derden stijgt met € 22.500 vanwege indexering (stijging inhuurtarieven). 4b. verdeling extra loonkosten naar overige programma’s | (voordeel € 2.019.000 in 2027 aflopend naar € 952.000 in 2030) In programma 5 | wordt het totaalbudget van de loonkosten opgenomen en hiervandaan vindt een verdeling plaats naar de programma’s/producten. Naar de programma’s 1 t/m 4 wordt € | 2.019.000 doorbelast. Het restant is voor programma 5. De loonkosten voor het Oekraïne team | zijn alleen in 2027 | meegenomen voor € 1. | 198.000 en worden gedekt uit de inkomsten vanuit het rijk.  | Zie ook paragraaf E bedrijfsvoering voor uitgebreidere toelichting 4c.

HRM overige personeelskosten (hogere kosten € 15.500) De verschillende kleine mutaties betreffen: Opleidingskosten personeel, kosten werving en selectie, arbeidsongeschiktheidsverzekering en arbokosten. 5. ICT (hogere kosten € 327.500) Hogere kosten door: • | Software en licentiekosten € 22.500 hogere kosten : Het budget voor software en licentiekosten wordt jaarlijks geïndexeerd als gevolg van de loon- en prijsstijgingen. Voor 2026 is een indexering van 5 % meegenomen. De ICT kosten stijgen door de indexering met € 22.500. • | Dienstverlening derden € 305.000 hogere kosten : In de raadsvergadering van mei 2026 heeft de raad besloten akkoord te gaan met de voortzetting van de samenwerking op het 84 gebied van ICT met de gemeente Veenendaal. De nieuwe DVO ICT Veenendaal laat zien dat de ICT kosten dienstverlening Veenendaal vanaf begrotingsjaar 2027 structureel voor Woudenberg stijgen met € 305.000. 6. Stelposten (per saldo voordelig variërend tussen € 159.000 en € 381.000) De verschillende mutaties betreffen: • BTW-compensatiefonds € 63.000 lagere inkomsten : De ingeboekte maatregel 1 Stelpost vrijval BTW-compensatiefonds ad. € 191.000 (structurele inkomsten) dient naar aanleiding van de 1e monitor naar beneden bijgesteld te worden. De meicirculaire 2026 van het gemeentefonds laat zien dat de definitieve afrekening 2025 BTW-compensatiefonds voor Woudenberg € 128.000 bedraagt.

De hoogte van dit bedrag mag Woudenberg bij de begroting 2027-2030 als structurele stelpost aan inkomsten meenemen. De ingeboekte stelpost BTW compensatiefonds (in de begroting 2026-2029) van structureel € 191.000 aan verwachte inkomsten gemeentefonds dient naar aanleiding van werkelijke afrekening 2025 naar beneden bijgesteld te worden (= nadeel) met structureel € 63.000 (wordt dus € 128.000). Betreft een door de raad vastgestelde maatregel n.a.v. de recente kerntakendiscussie. • De herijking van het Gemeentefonds blijft een bron van zorg en onzekerheid. Hoewel er op termijn meer duidelijkheid wordt verwacht over de herverdeling, zal dit naar verwachting nadelig uitpakken voor de gemeente Woudenberg. Op basis van de huidige informatie is Woudenberg een nadeelgemeente, met uiteindelijk een structureel tekort van € 115 per inwoner. Mei 2026 is door de minister van BZK een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin is aangegeven dat de ingroei van het herverdeeleffect voor de jaren 2027 en 2028 wordt bevroren op het huidige niveau. Vanaf 2029 zal de ingroei van het herverdeeleffect stapsgewijs worden vervolgd, met een maximum van € 15 per inwoner per jaar. Er is inmiddels al € 37,50 per inwoner als nadeel verwerkt in de algemene uitkering. Wij conformeren ons in het financiële beeld aan deze vervolgstappen.

Dit is ook in overeenstemming met de lijn van de provinciale toezichthouder. In onze begroting is vanaf 2029 een nadeel verwerkt oplopend naar € 30 per inwoner in 2030. De bevriezing van het herverdeeleffect met 2 jaar heeft voor Woudenberg de volgende financiële consequenties: 7. Overige kosten (hogere kosten variërend tussen € 398.570 en € 443.188) • Loonkosten : De totale loonkosten worden jaarlijks toegerekend aan de diverse programma’s en projecten. Ten opzichte van 2026 wordt in 2027 € 410.743 meer loonkosten toegerekend aan programma 5. De loonkosten worden toegelicht bij de paragraaf E. Bedrijfsvoering verderop in de begroting. • Afschrijvingslasten : Stijging afschrijvingslasten op basis van actualisering investeringen programma 5 (hogere kosten variërend tussen € -2.675 en € 66.167). De extra afschrijvingen komen met name door investeringen in ICT en het wagenpark. 2027 2028 2029 2030 Herijking gemeentefonds was -222.000 -444.000 -666.000 -666.000 Herijking gemeentefonds wordt 0 0 -222.000 -444.000 Verschil voordelig 222.000 444.000 444.000 222.000 85 Algemene dekkingsmiddelen In de vijf beleidsprogramma’s van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen.

Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij het onderdeel algemene dekkingsmiddelen. Bedrag in 1.000 euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering gemeentefonds | 26.752 | 26.277 | 28.416 | 27.687 | 27.467 Algemene belastingen: - Onroerende zaakbelastingen | 3.641 | 3.703 | 4.170 | 4.506 | 4.536 - Hondenbelasting | 88 | 86 | 88 | 88 | 88 - Toeristenbelasting | 368 | 364 | 410 | 432 | 432 Dividenden | 15 | 13 | 63 | 63 | 63 Treasury | 221 | 54 | 64 | 64 | 63 Resultaat algemene dekkingsmiddelen | 31.084 | 30.497 | 33.211 | 32.841 | 32.650 Gemeentefonds (algemene uitkering) De raming van de algemene uitkering 2027 en volgende jaren is gebaseerd op de meicirculaire 2026. Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2027 zijn voor de gemeente Woudenberg de volgende punten van belang: • | Accres-ontwikkeling septembercirculaire 2025 (voordelig effect) • | Accres-ontwikkeling meicirculaire 2026 (voordelig) • | Hoeveelheidsverschillen, onder andere toename inwoners, woningen, etc.

(voordelig) • | Korting Wmo Huishoudelijk Hulp vanaf 2029 (nadelig) • | Correctie WOZ waarden (nadelig) • | Bijstandsontvangers (voordelig) • | Huishoudens met laag inkomen (voordelig) Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen De gemeente Woudenberg stelt voor in 2027 de OZB-tarieven met de volgende percentages te laten stijgen: Voor verdere toelichting hierop zie “Paragraaf lokale heffingen” van deze begroting. Dividenden De gemeente Woudenberg ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit van: Bank Nederlandse Gemeenten | € | 8.000 Dividend Vitens | € | 0 Dividend Stedin | € | 5.000 Dividend ROVA (vanaf 2027) | € | 50.000 86 Dividend op de aandelen ROVA wordt tot en met 2026 ten gunste gebracht van de kosten op afval. Vanaf 2027 wordt de opbrengst ten gunst gebracht van de algemene dekkingsmiddelen. Saldo financiering De gemeente Woudenberg heeft voor de financiering van haar activiteiten medio september 2026 geen geldleningen opgenomen. In de begroting 2027-2030 zijn geen rentekosten opgenomen voor nieuwe geldleningen. Indicatoren Doel | Omschrijving | Bron | Realisatie | Realisatie | Realisatie | Raming | Raming 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 1. | Gemiddelde WOZ waarde (€ 1.000) | CBS | 473 | 491 | 505 | 561 | 561 2. | Gemeentelijke woonlasten | COELO | € 914 | € 958 | €970 | € 1.035 | € 1.144 eenpersoonshuishouden (euro) 3.

| Gemeentelijke woonlasten | COELO | € 948 | € 1.000 | € 1.012 | € 1.083 | € 1.202 meerspersoonshuishouden (euro) Wat gaat het kosten/opleveren? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het de algemene dekkingsmiddelen verbonden zijn. Bedrag in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) Financiële toelichting Algemene dekkingsmiddelen Bedrag in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) 87 1. Algemene uitkering (hogere inkomsten variërend tussen € 1,5 mln en € 2,1 mln) Algemene uitkering (aanpassing n.a.v. sept/dec circulaire 2025) voordeel variërend tussen € 207.000 en € 615.000. Betreft aanpassing algemene uitkering als gevolg van de sept/dec circulaire 2025 en is vooral gebaseerd op compensatie de loon – en prijsstijgingen. Algemene uitkering (aanpassing naar aanleiding doeluitkeringen van de sept/dec circulaire 2025, waar kosten bij de programma’s tegenover staan) In de sept/dec circulaire 2025 zijn op een aantal specifieke beleidsterreinen aanpassingen doorgevoerd in de algemene uitkering die financiële consequenties hebben voor diverse posten in de begroting bij de andere programma’s. Het gaat om de volgende posten: • | Participatie Sociale werkvoorziening (2027-2030) • | Middelen overheidsbrede dienstverlening (2027-2030) Algemene uitkering (aanpassing n.a.v.

meicirculaire 2026) voordeel variërend tussen € 762.000 en € 1.383.000. Betreft aanpassing algemene uitkering | als gevolg van de standaard wijzigingen binnen de algemene uitkering in vergelijking met het jaar daarvoor | en is vooral gebaseerd op compensatie | van de loon – en prijsstijgingen. | Daarnaast zijn intern de verschillende maatstaven geactualiseerd zoals : inwoneraantal, aantal woningen, uitkeringsgerechtigden, etc. Vanaf 2029 is in de algemene uitkering een korting verwerkt van circa. € 0,5 miljoen voor Huishoudelijk Hulp. De Huishoudelijke Hulp wordt uit de Wmo gehaald. Een inkomensafhankelijke bijdrage wordt ingevoerd. Algemene uitkering (aanpassing naar aanleiding | doeluitkeringen van de meicirculaire | 2026, waar kosten bij de programma’s tegenover staan) In de meicirculaire 2026 zijn op een aantal specifieke beleidsterreinen aanpassingen doorgevoerd in de algemene uitkering die financiële consequenties hebben voor diverse posten in de begroting bij de andere programma’s.

Het gaat om de volgende posten: • | Middelen voorschoolse voorziening peuters (2027 | -2030) • | Middelen armoedebestrijding kinderen (2027 | -2030) • | Participatie Sociale werkvoorziening (2027 | -2030) • | Middelen antidiscriminatie voorzieningen (2027) • | Middelen Wet betaalbare huur (2027 | -2029) • | Middelen CDOKE gelden (2027 | -2030) • | Middelen overheidsbrede dienstverlening (2027 | -2030) • | Middelen Re-integratiedienstverlening jongeren (2027 | -2030) 2. Belastingen (hogere inkomsten variërend tussen € 237.000 en € 267.000) OZB woningen eigenaar De opbrengst OZB woningen eigenaar is verhoogd | door: • | Aanpassing budget in verband met automatisch in de begroting verwerkte indexering voor 2027 van 2,1 %. • | Op basis van de ervaringscijfers 2025 | /2026 is de opbrengst structureel verhoogd met € 65.000. Deze aanvullende verhoging leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners. • | Aanpassing budget in 2030 t.o.v. 2029 met € 30.000 als gevolg van toename aantal woningen. 88 OZB niet woningen eigenaar De opbrengst OZB niet woningen eigenaar is verhoogd door: • | Aanpassing budget in verband met automatisch in de begroting verwerkte dubbele indexering voor 2027 van totaal 4,2 %. Uit een vergelijking in 2023 bleek dat de gemeente lage OZB-tarieven voor niet woningen hanteerde.

• | Op basis van de ervaringscijfers 2025/2026 is de opbrengst structureel verhoogd met € 20.000. Deze aanvullende verhoging leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners en bedrijven. OZB niet woningen gebruiker De opbrengst OZB niet woningen gebruiker is verhoogd door: • | Aanpassing budget in verband met automatisch in de begroting verwerkte dubbele indexering voor 202 | 7 van totaal 4,2 %. Uit een vergelijking in 2023 bleek dat de gemeente lage OZB-tarieven voor niet woningen | hanteerde. • | Op basis van de ervaringscijfers 2025 | /2026 is de opbrengst structureel verhoogd met € 20.000. Deze aanvullende verhoging leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners en bedrijven. Toeristenbelasting De hogere inkomsten betreffen: • | Aanpassing budget in verband met automatisch in de begroting verwerkte indexering voor 2027 van 2,1 %. • | Op basis van de ervaringscijfers 2025/2026 is de opbrengst structureel verhoogd met € 16.000. Deze aanvullende verhoging leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor | toeristen en campinghouders | . Hondenbelasting De hogere inkomsten betreft de automatisch in de begroting verwerkte indexering voor 2027 van 2,1 %. 3.

Treasury (voordelig resultaat variërend tussen € 10.600 en € 11.200) Het nadelig resultaat betreft: • | Het renteresultaat geeft in de jaren 2027 | -2030 een voordeel ten opzichte van 2026, variërend van € 10.000 tot € 11.200. Het verschil met de vorige begroting is | positief door het meenemen van het saldo van baten en lasten | van € 10.000 op startersleningen en | een kleine wijziging in de | opbrengst uit een verstrekte geldlening. • | Bij de algemene dekkingsmiddelen | wordt de rentetoerekening aan de | vijf programma's verantwoord. Op dit moment wordt er geen rente toegerekend aan de producten. 89 Reserves In de kaderbrief 2027-2030 zijn de reserves en voorzieningen toegelicht. Bij het opstellen van de begroting 2027 zijn een aantal aanpassingen gedaan welke hierna worden toegelicht. Bedrag in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) Financiële toelichting Reserves Bedrag in euro's (Lasten en nadelen worden met een “min” teken gepresenteerd) 1. Algemene reserve De verschillende mutaties betreffen: • Toevoeging algemene reserve (opvang Oekraïne) nadeel € 285.000 : Conform de opdracht van onze toezichthouder, de provincie Utrecht, wordt het positief geraamde exploitatieresultaat opvang Oekraïne ad. € 285.000 toegevoegd aan de algemene reserve.

De exploitatie opvang Oekraïne is voor 1 jaar verwerkt in onze begroting en dient daarom budgettair neutraal in de begroting verwerkt te worden. • Aanwending algemene reserve nadeel € 67.000 in 2026 en voordeel € 133.000 in 2027 : Vanuit het jaarresultaat 2024 is € 400.000 (verdeelt over 3 jaren) beschikbaar gesteld voor tijdelijke uitbreiding personeel. De mutaties in deze begroting zijn een verschuiving in de 3 jaren ten opzichte van de vorige begroting. Reserves Begroting Begroting Begroting Begroting 2027 2028 2029 2030 Lasten -1.140.362 -2.248.630 -1.055.362 -1.055.362 Baten 1.098.268 2.436.210 932.542 948.815 Resultaat programma 7 voor bestemming -42.094 187.580 -122.820 -106.547 Meerjarenresultaat in begroting 2026 8.804 -226.496 -244.793 -244.793 Verschil begroting t.o.v. meerjarenbegroting 2026 -50.898 414.076 121.973 138.246 Reserves Verwerkt Budgettair 2027 2028 2029 2030 kaderbrief neutraal 1. Algemene reserve -319.000 166.000 33.000 0 Toevoeging algemene reserve (Opvang Oekraïne) Ja Ja -285.000 Aanwending algemene reserve personeel resultaat 2024 Nee Ja -67.000 133.000 Aanwending algemene reserve personeel resultaat 2025 Nee Ja 33.000 33.000 33.000 2.

Algemene reserve grondbedrijf 40.566 93.683 30.566 54.566 Toevoeging algemene reserve GB (mutaties GREX) Nee Ja 25.000 63.117 - - Aanwending algemene reserve GB (Parklaan 6-10) Nee Ja 12.301 12.301 12.301 36.301 Aanwending algemene reserve GB (Dorpsstraat 20-22) Nee Ja 3.265 18.265 18.265 18.265 3. Reserve overlopende kredieten 25.000 Aanwending reserve overlopende kredieten Nee Ja 25.000 4. Reserve machinepark Openbare Werken 6.872 8.144 14.428 14.728 Aanwending reserve machinepark OW Nee Ja 6.872 8.144 14.428 14.728 5. Reserve speelvoorzieningen -20.498 -20.498 -20.498 -20.498 Aanwending reserve speelvoorzieningen Nee Ja -20.498 -20.498 -20.498 -20.498 6. Reserve Kunstwerken 17.499 28.532 28.532 28.532 Aanwending reserve kunstwerken Ja Ja 17.499 28.532 28.532 28.532 7. Reserve onderhoud schoolgebouwen 150.000 150.000 - - Toevoeging res onderh schoolgebouwen (uitstel) Nee Nee 150.000 150.000 - - 8. Reserve ondehoud gebouwen -5.300 -5.300 -5.300 -5.300 Toevoeging res onderh gebouw (indexering) Ja Nee -5.300 -5.300 -5.300 -5.300 9. Reserve Duurzaamheid -3.000 -3.000 -3.000 -3.000 Aanwending reserve Duurzaamheid Nee Ja -3.000 -3.000 -3.000 -3.000 10. Reserve onderhoud sportpark 5.066 2.983 6.094 6.067 Toevoeging res onderh sportpark (indexering) Ja Nee -4.300 -4.300 -4.300 -4.300 Aanwending res onderh sportpark (mutaties) Nee Ja 9.366 7.283 10.394 10.367 11.

Reserve ICT 51.896 -6.468 38.150 63.150 Aanwending reserve ICT Nee Ja 51.896 -6.468 38.150 63.150 Totaal -50.899 414.076 121.972 138.245 90 • | Aanwending algemene reserve voordeel € 33.000 in de jaren 2027 t/m 2029 : Vanuit het jaarresultaat 2025 is € 132.000 (verdeeld over jaren 2026 t/m 2029) beschikbaar gesteld voor tijdelijke uitbreiding personeel. De mutaties in deze begroting zijn een verschuiving in de 3 jaren ten opzichte van de vorige begroting. 2. Algemene reserve grondbedrijf De mutaties zijn: • | Toevoeging algemene reserve grondbedrijf voordeel € 25.000 in 2027 en € 63.117 in 2028 : In programma 4 Ruimte, wonen en ondernemen zijn de extra winst- en verliessaldi vanuit de grondexploitaties begroot. Deze worden toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Daarnaast loopt de rente van de grondexploitaties via de algemene reserve grondbedrijf (zie programma 4 Ruimte, wonen en ondernemen). • | Aanwending algemene reserve grondbedrijf voordeel € 12.301 in 2027, 2028, en 2029, en € 36.301 in 2030 : In 2024 zijn de panden aan de parklaan 6, 8 en 10 aangekocht. Hierbij is afgesproken om niet gedekte kosten te onttrekken aan de reserve grondbedrijf.

• | Aanwending algemene reserve grondbedrijf voordeel € 3.265 oplopen naar € 18.265 in 2030 : In 2025 is afgesproken dat het saldo op kosten en baten van de aangekochte panden aan de Dorpsstraat 20 en 22 via de reserve grondbedrijf zal lopen. 3. Reserve overlopende kredieten Aanwending reserve overlopende kredieten voordeel € 25.000 in 2027 : Betreft inhuur projectleider aanpak natuurbrandbeheersing (zie programma 3 Veiligheid). 4. Reserve machinepark Openbare Werken Aanwending reserve machinepark Openbare Werken voordeel variërend tussen € 6.872 en € 14.728 : Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de afschrijvingskosten investeringen groot materieel buitendienst. 5. Reserve speelvoorzieningen Aanwending reserve speelvoorzieningen nadeel € 20.498 structureel : Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de afschrijvingskosten investeringen speelvoorzieningen. In 2025 hebben we de omvorming van de speelplekken in 1x ten laste van de reserve gebracht, waardoor de jaarlijkse afschrijvingslast hiervan in programma 2 is vrijgevallen. 6.

Reserve kunstwerken Aanwending reserve kunstwerken voordeel € 17.499 oplopend naar € 28.532 : Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de afschrijvingskosten investeringen kunstwerken (vervanging geluidsscherm Het Zeeland en vervanging bruggen Pijlkruid). 7. Reserve onderhoud schoolgebouwen Toevoeging reserve onderhoud schoolgebouwen voordeel € 150.000 voor 2 jaar : Betreft uitstel groot onderhoud waardoor de afschrijvingslasten later opgenomen worden. 8. Reserve onderhoud gebouwen Toevoeging reserve onderhoud gebouwen nadeel € 5.300 structureel : Betreft indexering jaarlijkse toevoeging als gevolg van loon – en prijsstijgingen. 9. Reserve duurzaamheid Aanwending reserve duurzaamheid : De jaarlijkse onttrekking voor RAP vervalt. Nadeel is € 3.000 structureel. 91 10. Reserve onderhoud sportpark De Grift De verschillende mutaties betreffen: • Toevoeging reserve onderhoud sportpark De Grift nadeel € 4.300 structureel : Betreft indexering jaarlijkse toevoeging als gevolg van loon – en prijsstijgingen. • Aanwending reserve onderhoud sportpark De Grift voordeel variërend tussen € 7.283 en € 10.394: Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de afschrijvingskosten investeringen vervanging/renovatie sportvelden (welke lopen via programma 1). 11.

Reserve ICT Aanwending reserve ICT voordeel variërend tussen € 6.468 nadeel en € 63.150 voordeel : Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de afschrijvingskosten ICT investeringen (welke lopen via programma 5). PA - 1 - PARAGRAFEN PA - 2 - Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kader stellende en controlerende taak uit te oefenen. Wettelijk kader Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Verplichte indicatoren zijn door Woudenberg in een aparte bijlage verwerkt.

Vanaf 2025 zijn de paragrafen Wet Open Overheid en Duurzaamheid voor het eerst opgenomen in de begroting. A. Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. C. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. D.

Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie. Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. E. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering is vanaf 2018 weer opgenomen. Het betreft onder meer de onderwerpen Personeel en Organisatie. Dat we hier weer aandacht aanbesteden heeft vooral te maken de BBV-wijziging waardoor bijvoorbeeld de personeelskosten naar de afzonderlijke producten/taakvelden worden geboekt en niet langer op één groot overzichtelijk budget. In deze paragraaf wordt dit toegelicht. PA - 3 - Vanaf 2023 zal over de rechtmatigheid (verantwoordelijkheid van het college) in deze paragraaf worden gerapporteerd. F. Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. G. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen.

Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen. H. Wet Open Overheid (WOO) De Wet open overheid (Woo) heeft als doel om overheden transparanter te maken. In dat kader dienen overheden binnen vijf jaar hun informatiehuishouding zodanig op te orde te hebben, dat zij de Woo op de juiste manier kunnen uitvoeren. I. Duurzaamheid De duurzaamheidsparagraaf geeft kort maar krachtig weer in hoeverre een bijdrage wordt geleverd aan de vastgestelde duurzaamheidscriteria. Ook wordt inzicht gegeven in de gevolgen en effecten van een voorstel op het brede thema duurzaamheid. PA - 4 - A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Welke heffingen er daadwerkelijk worden geheven, is een keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk te beperken. Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • de Kaderbrief 2027-2030. Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen welke wordt gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen welke door de raad zijn vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies.

Onder belastingen wordt verstaan een gedwongen betaling aan de overheid, waar geen individuele prestatie van de betreffende overheid tegenover staat. Een retributie is de vergoeding van een dienst welke de overheid presteert ten voordele van de heffing plichtige. Op dit punt verschilt zij van een belasting, omdat er bij een belasting geen onmiddellijke concrete tegenprestatie tegenover staat. Door de gemeente Woudenberg worden de volgende heffingen opgelegd: • Belastingen, tot deze groep behoren onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengst van deze heffingen is vrij besteedbaar. • Retributies, tot de retributies behoren de afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolrechten, leges, marktgeld, begrafenisrechten en brandweerrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van de betreffende dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven welke landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken. In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten.

Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: • voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; • streven naar 100% kostendekking van tarieven en leges; • de lokale lastendruk stijgt in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie. Ontwikkelingen De lokale lastendruk in de gemeente Woudenberg scoort in verschillende publicaties bovengemiddeld als het gaat om de lastendruk. Daarnaast liggen in 2026 de woonlasten van Woudenberg iets boven het landelijk gemiddelde. In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en tarieven in het jaar 2027. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • onroerende zaakbelastingen; • afvalstoffenheffing en reinigingsrechten; • rioolheffing; • hondenbelasting; • toeristenbelasting; • overige tarieven.

PA - 5 - Huidige lokale lastendruk: | Nederland Woudenberg Woudenberg Verschil | Verschil in % 2026 | (Coelo) | 2026 | 2027 | 2027-2026 Gemeentelijke woonlasten éénpersoonhuishouden | € 1.001 | € 1.014 | € 1.085 | € 71,15 | 6,56% Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden | € 1.112 | € 1.070 | € 1.143 | € 73,15 | 6,40% OZB woningen | 0,0871% | 0,0859% | 0,0927% | 0,0068% | 7,92% OZB niet-woningen eigenaar | 0,3401% | 0,2117% | 0,2329% | 0,0212% | 10,01% OZB niet-woningen gebruiker | 0,2395% | 0,1698% | 0,1868% | 0,0170% | 10,01% WOZ waarde gemiddelde | € 439.000 | € 561.000 | € 561.000 | € 0 | 0,00% OZB berekening (WOZ waarde x OZB %) | € 470 | € 482 | € 520 | € 38,15 | 7,92% Afvalstoffenheffing 140 liter container | € 303 | € 284 | € 310 | € 26,00 | 9,15% Afvalstoffenheffing 240 liter container | € 392 | € 327 | € 354 | € 27,00 | 8,26% Rioolheffing éénpersoonhuishouden | € 228 | € 248 | € 255 | € 7,00 | 2,82% Rioolheffing meerpersoonshuishouden | € 250 | € 261 | € 269 | € 8,00 | 3,07% Hondenbelasting (per hond) | € 81,69 | € 84,40 | € 86,20 | € 1,80 | 2,13% Toeristenbelasting (per overnachting) | € 2,44 | € 1,74 | € 1,88 | € 0,14 | 8,05% Onroerende zaakbelastingen (OZB) De tarieven OZB 2027 stijgen voor woningen met 7,9 % en voor niet woningen met 10,0 %.

Een groot deel van de stijging, namelijk 5,8 %, heeft betrekking op het extra stijgen van de OZB opbrengsten in 2027 vanwege de maatregelen vanuit de kerntakendiscussie. Bij de vaststelling van de maatregelen is besloten in 2027 de OZB opbrengsten extra te laten stijgen met € 225.000. Het overige deel van de stijging, namelijk 2,1 % voor woningen en 4,2 % voor niet woningen, betreft inflatiecorrectie 2027. De 2,1 % is een inschatting op basis van raming Centraal Planbureau maart 2026 (inflatie, nationale consumentenprijsindex cpi 2027). Dit percentage is ook benoemd in de meicirculaire 2026 van het Rijk. Met de raad is afgesproken dat de komende jaren de OZB tarieven voor niet-woningen meer zullen stijgen dan het OZB tarief voor woningen. Voor 2027 betekent dit dat de OZB tarieven niet-woningen stijgen met 4,2 % (het dubbele van de stijging van woningen). In 2024 is onderzoek gedaan naar de opbrengst OZB versus de korting OZB in de algemene uitkering van onze gemeente. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat de netto opbrengst OZB niet woningen, in verhouding, veel lager is dan de netto opbrengst OZB woningen voor Woudenberg. Dit komt omdat de OZB tarieven niet-woningen van Woudenberg veel lager zijn dan de OZB tarieven niet-woningen die het rijk acceptabel vindt en hanteert voor de korting in de algemene uitkering.

Het verschil tussen het OZB tarief woningen van Woudenberg en die het rijk acceptabel vindt is veel kleiner. OZB | Maatregel | Inflatie | Totaal 2027 OZB woningen | 5,8% | 2,1% | 7,9% OZB niet woningen | 5,8% | 4,2% | 10,0% Rioolheffing Voor rioolheffing geldt als uitgangspunt een 100% kostendekking. Op basis van de kostendekkingsberekening in het Waterplan 2025-2029 is op 28 november 2024 besloten rioolheffingstarieven vanaf 2027 tot en met 2039 jaarlijks met € 2 te laten stijgen. Daarnaast dient jaarlijks de inflatie doorberekend te worden op de rioolheffing. PA - 6 - Vanaf 2030 stijgen de uitgaven als gevolg van grote vervanging investeringen in de riolering, daarom is een geleidelijke stijging nu wenselijk om de financiële uitdaging niet voor ons uit te schuiven in de tijd. Naast de stijging van € 2 (in totaal voor gebruiker en eigenaar opgeteld) worden de tarieven in 2027 verhoogt met 2,1 % vanwege inflatie. De tarieven 2027 voor gebruiker en eigenaar worden dan als volgt: Rioolheffing | 2026 | 2027 Gebruiker (eenpersoonshuishouden) | € 75,70 | € 77,90 Gebruiker (meerpersoonshuishouden) | € 89,00 | € 91,55 Eigenaar | € 172,05 | € 177,00 Totaal (eenpersoonshuishouden) | € 247,75 | € 254,90 Totaal (meerpersoonshuishouden) | € 261,05 | € 268,55 Afvalstoffenheffing We willen inwoners stimuleren het afval beter te scheiden en daarmee de hoeveelheid restafval te verminderen.

Hiervoor is per 1 januari 2017 diftar ingevoerd. Inwoners betalen voor het aantal keren dat ze restafval aanbieden. Daarnaast betalen ze een vast bedrag voor de overige afvalstromen. Zodoende betalen inwoners vanaf 2017 twee tarieven: het vastrecht en het variabele tarief. Het vastrecht is voor iedereen gelijk. Het variabele tarief hangt af van het aantal keren dat een minicontainer aan de straat wordt gezet of van het aantal keren dat afval in de ondergrondse container gestort wordt. Met het variabele tarief worden alleen de kosten van het inzamelen, transporteren en verwerken van het restafval gedekt. De overige kosten worden gedekt vanuit het vastrecht. Jaarlijks lopen de kosten afval op door loon- en prijsstijgingen. De verwachting is dat de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing stapsgewijs zal dalen naar € 200.000 (eind 2026). Gezien de stijgende kosten en alle ontwikkelingen zal de komende jaren de tarieven voor afvalstoffenheffing stijgen aangezien dekking via de voorziening afvalstoffenheffing dan niet meer mogelijk is. We verwachten in 2027 een tekort op afval van circa € 200.000. Dat is ongeveer € 34 per huishouden. We stellen voor 25 % van het tekort in 2027 ten laste te brengen van de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing en 75 % te dekken via aanpassing van de afvaltarieven.

Het tarief vastrecht zal in 2027 stijgen van € 256 naar € 280 (= € 24 stijging per huishouden). Het aanbieden van restafval per keer zal met € 0,50 stijgen en het aanbieden van zak restafval ondergrondse container per keer zal met € 0,10 stijgen. Ontwikkelingen m.b.t. aanvullende belastingheffing In 2025 is er een stevige discussie gevoerd over het voornemen van het kabinet om € 567 miljoen belastingheffing bij de afvalsector neer te leggen. Deze maatregel was bedacht om een gat in de begroting op te vangen na het schrappen van de zogenaamde plastictaks. Dit plan stuitte op stevig protest van zowel de afvalsector als de vakbeweging. Eind 2025 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die het kabinet opriep om de € 567 miljoen belastingheffing niet langer alleen op te halen bij de afvalsector. Hierna is een werkgroep ingesteld die gevraagd is met alternatieve plannen te komen. Op het moment van schrijven van deze begroting is nog niet bekend op welke wijze dit in het nieuwe belastingplan van het kabinet gaat landen. Formeel zal dit bekend worden na de zomer van 2026. Uit de wandelgangen van het bestuurlijk overleg dat hierover in mei 2026 heeft plaatsgevonden kan afgeleid worden dat gemeenten toch rekening moeten houden met stevige aanvullende heffingen op het verbranden van restafval. De hoogte van de bedragen zijn nog niet bekend.

Eerder is door de afvalsector becijferd dat de impact van deze aanvullende belastingheffing € 10 - € 40 euro per huisaansluiting zou kunnen betekenen. De hoogte hangt dan af van de hoeveelheid restafval per huishouden. Hieruit kan geconcludeerd worden dat verdere vermindering van restafval gewenst is om de kosten voor de inwoners te reduceren. Als het kabinet definitief belastingheffing bij de afvalsector gaat neerleggen zal dit consequenties hebben voor de tarieven afvalstoffenheffing voor Woudenberg vanaf 2028. PA - 7 - Tarieven voor de afvalstoffenheffing | 2026 | 2027 Vastrecht per aansluiting | € 256,00 | € 280,00 Aanbieden van 240 liter restafvalcontainer per keer | € 11,50 | € 12,00 Aanbieden van 140 liter restafvalcontainer per keer | € 6,50 | € 7,00 Aanbieden van zak restafval aan ondergrondse container | € 1,90 | € 2,00 Kwijtschelding (minima) en vrijstelling (medicatie indicatie) van afvalstoffenheffing werden de afgelopen jaren verleend op basis van het aantal ledigingen. Vanaf 2025 wordt kwijtschelding en vrijstelling verleend voor een vast bedrag. Kwijtschelding minima bedraagt maximaal € 350 en vrijstelling medische indicatie maximaal € 95. Deze aanpassing is op verzoek van GBLT doorgevoerd. Vanaf 2025 worden de belastingaanslagen via de belastingsamenwerking GBLT opgelegd.

De definitieve tarieven 2027 zullen aan de raad worden voorgelegd bij de vaststelling verordeningen 2027 (raad december 2026). Tarieven Afvalstoffenheffing | Vastrecht | aantal | tarief per | totaal (€) | Kwijtschelding | Totaal te ledigingen | lediging | /vrijstelling | betalen 240 liter container | € 280,00 | 4 | € 12,00 | € 328,00 | € 328,00 240 liter container | € 280,00 | 6 | € 12,00 | € 352,00 | € 352,00 240 liter container | € 280,00 | 12 | € 12,00 | € 424,00 | € 424,00 140 liter container | € 280,00 | 4 | € 7,00 | € 308,00 | € 308,00 140 liter container | € 280,00 | 6 | € 7,00 | € 322,00 | € 322,00 140 liter container | € 280,00 | 12 | € 7,00 | € 364,00 | € 364,00 ondergrondse container | € 280,00 | 22 | € 2,00 | € 324,00 | € 324,00 ondergrondse container | € 280,00 | 26 | € 2,00 | € 332,00 | € 332,00 ondergrondse container | € 280,00 | 52 | € 2,00 | € 384,00 | € 384,00 Kwijtschelding/ vrijstelling Minima (vast bedrag) | € 350,00 Medicatie indicatie (vast bedrag) | € 95,00 Hondenbelasting De afgelopen jaren is besloten het tarief voor hondenbelasting jaarlijks te laten stijgen met het inflatiepercentage. Voor 2027 wordt, conform voorstel Kaderbrief 2027-2030, uitgegaan van een verhoging van 2,1 % (tarief afgerond op € 86,20 per hond). Jaarlijks zal bij de nieuwe begroting de stijging opnieuw worden bepaald aan de hand van het dan geldende inflatiecijfer.

Hondenbelasting | 2026 | 2027 Per hond | € 84,40 | € 86,20 Kennel | € 422,00 | € 431,00 Toeristenbelasting In de begroting 2027-2030 wordt uitgegaan van een verhoging van 8,0 % voor 2027. Een groot deel van de stijging, namelijk 5,9 %, heeft betrekking op het extra stijgen van de opbrengst toeristenbelasting in 2027 vanwege bezuinigingsmaatregelen. Bij de vaststelling van de maatregelen om te bezuinigen (in 2025) is PA - 8 - besloten in 2027 de opbrengst toeristenbelasting extra te laten stijgen met € 22.500. Het overige deel van de stijging, namelijk 2,1 %, betreft de inflatiecorrectie 2027. De stijging van 2,1 % is zoals voorgesteld in de Kaderbrief 2027-2030. Jaarlijks zal bij de nieuwe begroting de stijging opnieuw worden bepaald aan de hand het dan geldende inflatiecijfer. Toeristenbelasting | 2026 | 2027 Per overnachting | € 1,74 | € 1,88 Lijkbezorgingsrechten De raad heeft eind 2012 ingestemd met de handhaving van kwaliteitsbeeld A op de begraafplaats zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2011. De raad heeft toen ook besloten de grafrechten geleidelijk te verhogen met 3% (in 2013 en 2014), 4% (in 2015) en 5% (in de jaren 2016-2023). Voor 2027 wordt voorgesteld de grafrechten en overige tarieven te laten stijgen met 2,1 % (het inflatiepercentage).

Lijkbezorgingsrechten | 2026 | 2027 Grafrechten (verlenen grafrecht) | 2,6% | 2,1% Overige (begraven/grafdekking/etc) | 2,6% | 2,1% Recapitulatie voorstellen college In het onderstaande overzicht zijn de voorstellen van het college met betrekking tot de stijging van de lokale heffingen weergegeven: Lokale heffingen | 2027 Tarief OZB woningen | + 7,9 % Tarief OZB niet-woningen | + 10,0 % Tarief afvalstoffenheffing (huishouden) | + 8,8 % Tarief rioolheffing | + 2,9 % Tarief toeristenbelasting (per overnachting) | + 8,0 % Tarief hondenbelasting (per hond) | + 2,1 % Kwijtscheldingsbeleid Voor inwoners van Woudenberg met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting en de OZB. Opleggen belastingaanslagen Vanaf 2025 worden de belastingaanslagen via de belastingsamenwerking GBLT opgelegd. In 2027 worden de belastingaanslagen (samen met de beschikkingen, WOZ tijdvak 2027) eind februari verzonden. Er kan gekozen worden voor automatische incasso, het belastingbedrag wordt dan in tien maanden geïnd.

Betaaltermijnen belastingaanslagen 2027 | Automatische incasso 1e betaaltermijn | Maart 2027 2e betaaltermijn | April 2027 3e betaaltermijn | Mei 2027 4e betaaltermijn | Juni 2027 5e betaaltermijn | Juli 2027 6e betaaltermijn | Augustus 2027 7e betaaltermijn | September 2027 8e betaaltermijn | Oktober 2027 9e betaaltermijn | November 2027 10e betaaltermijn | December 2027 PA - 9 - B. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte, substantiële kosten op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het geeft de robuustheid van de financiële positie aan. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, inventariseren wij de belangrijkste risico’s. De risico’s zetten we af tegen de middelen en mogelijkheden om de risico’s op te vangen. Beleidskaders Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in hoofdstuk 5 Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) van de Kaderbrief 2027-2030. Beleidswijzigingen op dit gebied worden indien van toepassing aan u voorgelegd door middel van een raadsvoorstel. Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk Jaar vaststelling Planperiode Notitie risicomanagement 2006 N.v.t. Notitie stille reserves 2020 2020 N.v.t.

Notitie herschikking reserves 2020 N.v.t. Ontwikkelingen Op het gebied van het weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn er geen bijzondere externe ontwikkelingen te melden. Risicoprofiel Hier presenteren wij de belangrijkste risico’s. De prioritering van de risico’s vindt plaats aan de hand van de volgende schaalindeling van de kans: Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet - Groot (= 60%) waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot; - Gemiddeld (= 40%) mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld; - Klein (= 20%) de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein. In Woudenberg hebben we twee soorten risico’s namelijk : programmarisico’s (structureel en incidenteel) en risico’s die voortvloeien uit de grondexploitaties. In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste structurele risico’s op kortere en langere termijn. De incidentele risico’s en de risico’s voor de grondexploitatie presenteren wij afzonderlijk. PA - 10 - Toelichting structurele risico’s Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer Wij zijn wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten.

Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 65.000 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 60 %. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 39.000. Het risicobedrag valt iets lager uit ten opzichte van de begroting 2026 (daling totale budget leerlingenvervoer). Sociaal domein (excl. Wmo) De taken en verantwoordelijkheden voor het sociaal domein liggen voor een groot deel bij gemeenten. Net als bij leerlingenvervoer, betreft dit ook een open-einde regeling. Voor het sociaal domein houden wij als risico rekening met 10 % van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10 % van het totale budget van € 10.760.000 is € 1.076.000. De kans hierop ramen we op 40 %. Het risicobedrag komt daarmee op € 430.400. Bij de begroting 2026 was het risicobedrag nog berekend op € 480.000. Hier was Wmo (HH) nog in meegenomen, welke nu als apart risico in de begroting is verwerkt. Wmo (huishoudelijke hulp) Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangekondigd de huishoudelijke hulp als voorziening uit de Wmo te halen. Uitgangspunt daarbij is dat inwoners die daartoe financieel en praktisch in staat zijn, deze ondersteuning zelf organiseren en bekostigen. Voor inwoners die dit niet zelfstandig kunnen regelen, blijft een gemeentelijk vangnet beschikbaar.

De voorgenomen maatregelen zijn op dit moment nog onvoldoende uitgewerkt. Daardoor is nog niet duidelijk welke gevolgen deze wijzigingen zullen hebben voor gemeenten en voor inwoners die momenteel huishoudelijke ondersteuning ontvangen op grond van de Wmo. In 2027 treden naar verwachting de nieuwe contracten voor huishoudelijke ondersteuning in werking. Daarnaast wordt vervolg gegeven aan de uitkomsten van het participatietraject Programmarisico's Begroting 2027 Risico % Omvang risico Kans Bedrag risico Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer 650.000 10% 65.000 60% 39.000 Sociaal domein 10.760.000 10% 1.076.000 40% 430.400 Wmo (huishoudelijke hulp) 1.490.000 25% 372.500 60% 223.500 Bibliotheek 50.000 100% 50.000 60% 30.000 Totaal programma 1 - Samenleving 12.950.000 1.563.500 722.900 Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/ groen P.M.

0 50.000 60% 30.000 Totaal programma 2 - Leefomgeving 0 50.000 30.000 Programma 4 - Ruimte, wonen en ondernemen Netcongestie 500.000 100% 500.000 60% 300.000 Totaal programma 4 - Ruimte, wonen en ondernemen 500.000 500.000 300.000 Programma 5 - Dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen 3.100.000 5% 155.000 60% 93.000 Ontwikkelingen HRM 9.300.000 5% 465.000 60% 279.000 Uitvoering maatregelen kerntakendiscussie 1.884.000 50% 942.000 20% 188.400 Totaal programma 5 - Dienstverlening 14.284.000 1.562.000 560.400 Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering 28.416.000 2,50% 710.400 40% 284.160 Herijking gemeentefonds (€ 115 - € 67,50 per inw) 712.500 100% 712.500 40% 285.000 Totaal algemene dekkingsmiddelen 29.128.500 1.422.900 569.160 Overige kleine risico's 0 200.000 20% 40.000 Totaal structurele risico's 56.862.500 5.298.400 2.222.460 PA - 11 - huishoudelijke ondersteuning. De verdere uitwerking hiervan wordt meegenomen bij de implementatie van het nieuwe uitvoerings- en inkoopkader. De implementatie kan financiële consequenties voor de beschikbare budgetten zoals nu opgenomen in de begroting. Daarom wordt Wmo (huishoudelijke hulp) als programmarisico meegenomen in deze begroting. Voor Wmo houden wij als risico rekening met 25% van de totale uitgaven, uitgaande van de recente cijfers. 25% van het totale budget van € 1.490.000 is € 372.500. De kans hierop ramen we op 60%.

Het risicobedrag komt daarmee op € 223.500. Bij de begroting 2026 was het risicobedrag voor sociaal domein inclusief Wmo € 480.000. Door het hogere risico en de grotere kans bij Wmo, is het totale bedrag van de twee posten nu gestegen naar € 654.000. Bibliotheek (= nieuw risico) Het Rijk heeft sinds 2023 extra middelen vrijgemaakt voor het versterken van lokale bibliotheekvoorzieningen. In 2023 en 2024 ging het om (incidentele) SPUK-middelen. In 2025 en 2026 om een (incidentele) decentralisatie-uitkering van € 2,95 per inwoner met een ondergrens van € 100.000 per gemeente. Vanaf 2027 zal het gaan om een structurele toevoeging aan het Gemeentefonds van € 2,90 per inwoner met een ondergrens van € 100.000 per gemeente. Hiervoor dient de nieuwe bibliotheekwet aangenomen te worden. Wanneer deze wet precies aangenomen gaat worden en of dit gaat gebeuren is onzeker. In afwachting van de nieuwe bibliotheek wet wordt voor de jaren 2027 en verder voorlopig geen aangepaste budgetten meegenomen in deze begroting. De ontwikkelingen rondom de bibliotheek zijn als risico verwerkt in de risicoparagraaf. De omvang van de risico wordt geschat op € 50.000. Met een kans van 60 % wordt het risicobedrag € 30.000. Dit is een nieuw risico ten opzichte van de begroting 2026.

Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Wij kunnen geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Wij gaan uit van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60 % met een risicobedrag van € 30.000. Het risicobedrag is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2026. Programma 4 – Ruimte, wonen en ondernemen Netcongestie (= nieuw risico) Alle lange tijd kent de regio Utrecht netcongestie voor nieuwe grootverbruik aansluitingen. De mogelijkheid bestaat dat medio 2026 ook netcongestie van toepassing is voor nieuwe klein verbruik aansluitingen. Het zal direct gevolgen hebben voor de bouw van nieuwe woningen en bedrijven, maar ook voor de verduurzaming van panden. De aanleiding voor de netcongestie vormt het uitblijven van de noodzakelijke verbetering/uitbreiding van het hoogspanningsnetwerk en de toename van gebruik en opwek van elektra. Deze netcongestie vraagt om aanpassingen in beleid en investering in tijdelijke alternatieve oplossingen.

Maar zal ook gevolgen hebben voor de inkomsten van de gemeente, stilvallen van de bouw van woningen houdt in minder lege inkomsten, achterstand in de grondexploitaties. Netcongestie is als risico verwerkt in de risicoparagraaf. De omvang van de risico wordt geschat op € 500.000. Met een kans van 60 % wordt het risicobedrag € 300.000. Dit is een nieuw risico ten opzichte van de begroting 2026. Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten binnen de gemeenschappelijke regeling met financiële gevolgen zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten. Wij kunnen besluiten met betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële PA - 12 - consequenties een voldongen feit zijn. Als risico nemen we 5 % op van de totale bijdrage van € 3.100.000 is € 155.000. De kans hierop ramen we op 60 | %. Het risicobedrag komt daarmee op € 93.000. De ervaring van de afgelopen 3 jaar leert dat het risicobedrag reëel is. | Bij de begroting 202 | 6 was het risicobedrag nog berekend op € | 84.000. Door stijging van het budget met € 300.000 stijgt ook het risicobedrag. Ontwikkelingen HRM De arbeidsmarkt blijft volatiel. In de komende vijf jaar gaat 20% van de gemeente ambtenaren met pensioen.

De gemeente moet zich hierop voorbereiden. Omliggende gemeenten van grotere omvang betalen medewerkers in hogere salarisschalen, bij een kleine gemeente is er een afslag van de algemene uitkering op dit vlak. Dat betekent dat er bredere problematiek is dan alleen de pensioneringen in onze eigen organisatie. Het aantal vacatures binnen de gemeentelijke sector blijft stijgen. We verwachten dat er soms moeilijk in te vullen vacatures zijn. Dat bepaalde functies beter betaald moeten worden om personeel te trekken. Door het moeilijk invullen van sommige vacatures zal de komende periode de kosten voor inhuur personeel toenemen. De wens is om hiernaast te kijken naar innovatie op het gebied van HRM. Door medewerkers duurzaam inzetbaar te maken, of collega’s in (deels) in dienst te houden die met pensioen gaan. Artificial Intelligence biedt mogelijk kansen. Bijvoorbeeld door automatisering van bepaalde processen. In het tweede halfjaar van 2025 is het onderzoek naar het functiehuis van de gemeente afgerond. Waar nodig is onderhoud gepleegd en/of zijn nieuwe functieomschrijvingen gemaakt. Dit heeft effect gehad op de inschaling van een aantal medewerkers. Als risico nemen we 5 % op van de totale personeelskosten van € 9.300.000 is € 465.000. De kans hierop ramen we op 60 %. | Het risicobedrag komt daarmee op € 279.000.

Door stijging van het budget met € 800.000 stijgt ook het risicobedrag. Uitvoering maatregelen kerntakendiscussie Bij de vaststelling van de Kadernota 2026-2029 is door de raad een besluit genomen over een definitief pakket aan maatregelen om de financiële situatie van de gemeente op langere termijn te verbeteren. Het gaat om een pakket aan maatregelen van € 1.884.000. Op basis van ervaring van voorgaande bezuinigingsrondes weten we dat een deel van de maatregelen moeilijk realiseerbaar is. We verwachten dat 50 % van maatregelen (= € 942.000) | 100 % gerealiseerd gaat worden. Van de overige 50 % aan maatregelen zal 20 % moeilijk realiseerbaar zijn (€ 942.000 X 20 % = € 188.400). Het risicobedrag bedraagt € 188.400. Het risicobedrag is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 2026. Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Uitgaande van een marge van 2,5 | % van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € | 710.400. Hiervan nemen we 40 % is € 284.160 mee als risicobedrag. Bij de begroting 202 | 6 was het risicobedrag nog berekend op € 2 | 63.000. Door stijging van de algemene uitkering met € 2.185.780 stijgt ook het risicobedrag.

Herijking Gemeentefonds De herijking van het Gemeentefonds blijft een bron van zorg en onzekerheid. Hoewel er op termijn meer duidelijkheid wordt verwacht over de herverdeling, zal dit naar verwachting nadelig uitpakken voor de gemeente Woudenberg. Op basis van de huidige informatie is Woudenberg een nadeelgemeente, met uiteindelijk een structureel tekort van € 115 per inwoner. Mei 2026 is door de minister van BZK een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin is aangegeven dat de ingroei van het herverdeeleffect voor de jaren 2027 en 2028 wordt bevroren op het huidige niveau. Vanaf 2029 zal de ingroei van het herverdeeleffect stapsgewijs worden vervolgd, met een maximum van € 15 per inwoner per jaar. Er is inmiddels al € 37,50 per inwoner als nadeel verwerkt in de algemene uitkering. Wij conformeren ons in het financiële beeld aan deze vervolgstappen. Dit is ook in overeenstemming PA - 13 - met de lijn van de provinciale toezichthouder. In onze begroting is vanaf 2029 een nadeel verwerkt oplopend naar € 30 per inwoner in 2030. Met deze aanvulling is € | 67,50 per inwoner in 2030 als nadeel verwerkt in de begroting 202 | 7-2030. De omvang van het risico dat dan nog overblijft is € 47,50 nadeel per inwoner (€ 115 minus € | 67,50). Uitgaande van 15.000 inwoners is de omvang van het risico € | 712.500. Met een kans van 40 % bedraagt het risicobedrag € 285.000.

Bij de begroting 2026 was het risicobedrag nog berekend op € 97.500. Het risico is nu veel hoger aangezien in deze begroting € | 15 per inwoner minder in de financiële cijfers is verwerkt | en de kans op dit risico verhoogd is van 20 % naar 40 %. Overige kleinere risico’s Het gaat hierbij om diverse risico’s met een beperkte financiële impact (bedragen < € 25.000). Voorbeelden hiervan zijn risico’s in verband met garantstellingen, juridische procedures, | bijdrage gemeente bij internationale rampen, | rente en vandalisme. De incidentele programmarisico’s geven het volgende beeld te zien: Voorziening wethouders | -pensioenen De voorziening wethouders | pensioenen wordt jaarlijks geactualiseerd. Vooral renteontwikkelingen kunnen invloed hebben op de hoogte van de voorziening. Het risico schatten wij in op € | 1.600.000 (verwachte stand van de voorziening per 1 jan 2027) met een risico van 10 % en een kans van 20 %. Het risicobedrag is € 32.000. Bij de begroting van 2026 was het risicobedrag nog berekend op € 83.400. Het risicobedrag daalt aangezien de hoogte van de voorziening in lijn is met het bedrag dat vanaf 2028 overgedragen zal worden aan pensioenfonds ABP. Loon- en prijsstijgingen In de begroting 202 | 7-2030 is zoveel mogelijk rekening gehouden met loon | - en prijsstijgingen.

De kans is aanwezig dat alsnog budgetten bijgesteld moeten worden vanwege loon | - en prijsstijgingen. De omvang van dit risico | is € 250.000 met een kans van 60 %. Het risicobedrag bedraagt | € 150.000. Het risicobedrag is niet gewijzigd ten opzichte van de begroting 202 | 6. De risico’s op het gebied van de grondexploitaties zien er als volgt uit: PA - 14 - Toelichting risico’s grondexploitaties Bouwgronden in exploitatie De risico’s die zich voordoen binnen de grondexploitaties worden, indien mogelijk, binnen het exploitatieresultaat opgevangen. Dit gaat ten koste van de eindwaarde van het project, waardoor er minder winst overblijft. Dit heeft gevolgen voor de toevoeging aan de reserve Grondbedrijf. Komt de exploitatie negatief uit dan komt dit resultaat ten laste van de reserve Grondbedrijf. Bij de grondexploitatie Hoevelaar fase 2 kunnen de risico’s opgevangen worden binnen de nog te realiseren winst. Het risicobedrag is daarom nihil. Overige gronden Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten het perceel Laagerfseweg voorlopig niet te verkopen. Voor dit perceel is een risicobedrag berekend van € 320.000. In 2024 zijn de percelen Parklaan 6-10 en 8 aangekocht. Door deze strategische aankoop krijgt de gemeente invloed op de invulling van het gebied aangrenzend aan het gemeentehuis. Het gaat hier om een strategische, beeldbepalende locatie.

Voor deze percelen is een risicobedrag berekend van € 252.400. Ook zijn de percelen Dorpsstraat 20-22 aangekocht. Door de aankoop van deze objecten wordt voorkomen dat beide panden weer langjarig als woning in gebruik genomen worden en daarmee een verstoring blijven vormen in de aan een gesloten winkelstraat. Er zal nog een duidelijk plan gemaakt worden op welke wijze de locatie op de markt te zetten en te verkopen aan een ontwikkelaar die daar een winkelruimte met appartementen op de verdieping kan realiseren, welke bijdraagt aan de versterking van het centrum. Voor deze percelen is een risicobedrag berekend van € 420.000. De drie risico’s worden meegenomen in de totale risico’s grondexploitaties. Het risico bedrag ad. € 992.400 kan opgevangen worden binnen de algemene reserve grondbedrijf. Bouwgronden nog niet in exploitatie In 2025 heeft de raad ingestemd met het verwerven van de onverdeelde helft van het plangebied Hoevelaar Fase 3. Met het verwerven krijgt de gemeente mede regie over de ontwikkeling / verwerving van 50 % van plangebied. In de concept koopovereenkomst is opgenomen dat de aankoop pas tot stand komt bij een onherroepelijk omgevingsplan. Het planologisch risico blijft daarmee bij de huidige eigenaren. Door de gemeente is inzichtelijk gemaakt wat het effect is van een aantal uitvoeringsrisico’s vanaf een onherroepelijk omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4293/documents/79316