04j. bijlage 5 YMCA Kampeerterrein Woudenberg_Bijlage bij de toelichting_Bijlage 5 Natuurvisie.pdf
Tekst van het document
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 29 van 44
6 Beoordeling aantasting Door het verplaatsen van het YMCA is er sprake van een aantasting. Het verplaatsen gaat zorgen voor verstoring van het NNN door het afbreken in gebied Leusden en de aanleg in gebied Woudenberg. Omdat is aangetoond dat er een duidelijke meerwaarde voor het NNN ontstaat betreft kwaliteit, oppervlakte en samenhang wordt er gebruik gemaakt van uitzondering b. In uitzondering b staat beschreven dat aantasting van het NNN is toegestaan in situaties waarbij sprake is van het ontstaan van een meerwaarde. Van deze uitzondering mag gebruik gemaakt worden mits aangetoond is dat er een duidelijk aantoonbare meerwaarde voor het NNN ontstaat voor wat betreft: • Kwaliteit • Oppervlakte • Samenhang Meerwaarde bepaling Het verplaatsen van de oude locatie in Leusden naar de nieuwe locatie in Woudenberg heeft een meerwaarde voor het NNN. Dit kan op meerdere punten onderbouwd worden:
6.1
Natuurwaarde
De natuurwaarde gaat er kwalitatief op vooruit. De huidige locatie te Leusden heeft een hogere natuurwaarde, door de verdere stadium in ontwikkeling en de aanwezigheid van een hogere dichtheid van kernsoorten. De locatie te Woudenberg betreft enkel het natuurtype uit droog bos met productie (N16.03). Het bos is jonger en bestaat uit meer exoten. Vanuit de maatregelen beschreven in hoofdstuk 7 zullen aanwezige exoten worden verwijderd waardoor er een meer natuurlijk bos ontstaat met een hogere ecologische waarde. Er wordt voorrang gegeven aan de inheemse soorten, bij het kappen van bomen zullen deze ook wanneer mogelijk niet meegenomen worden in de kap. Omdat er geen periodieke houtoogst meer gaat plaatsvinden krijgt de vegetatie de kans zich verder te ontwikkelen. De verwachting is dat een vergelijkbare situatie zal ontstaan als het huidige Leusden. Dit geeft een hogere natuurwaarde dan de huidige situatie. Door de verplaatsing van het YMCA kan de oude locatie verder ontwikkelen. Dit is zeer voordelig aangezien er belangrijke natuurtype overgangen zijn binnen het gebied. De overgang van bos naar heide geeft het terrein grote afwisseling in ruigte, vegetatiehoogte en openheid. Dit maakt het gebied zeer aantrekkelijk voor soorten die vanuit bedekking naar open gebied verplaatsen om te foerageren.
Dit wordt verder versterkt door afrasteringen, exoten en aanwezige terrein elementen te verwijderen. De successie opmars binnen dit terrein is al goed op gang wat maakt dat de verdere ontwikkeling zich veelal natuurlijk gaat plaatsvinden. Ten noorden van het heidengebied, bij projectlocatie Leusden, ligt het Hazenwater. Mede onder invloed kwel hogere delen Heuvelrug kwam in het Hazenwater in ieder vroeger natte heide voor met o.a. klokjesgentiaan (de Vries 2000; de Vries 2003). Door de teruggave van locatie Leusden aan de natuur kan tezamen met de aangrenzende heideterreinen, zowel droog als nat, een grotere eenheid natuur ontstaan. Deze diverse overgangen en gradiënten leveren niet alleen een meerwaarde voor de natuur op lokaal niveau maar ook vanuit het perspectief voor de Heuvelrug als geheel. De verplaatsing van het YMCA draagt daarmee bij een meer robuuste natuur.
6.2
Oppervlakte en natuurpunten Leusden en Woudenberg
Met behulp van Georeferencing in ArcGIS Pro en gebruik van de kadastrale grenzenkaart zijn de kaarten van de provincie Utrecht en Antea Group overlapt om zo accuraat mogelijk de oppervlaktes te berekenen. Het projectgebied gelegen in Leusden wordt onderscheden in extensieve recreatie en intensieve recreatie (Afbeelding 6.1). Onder intensieve recreatie worden de tentenkampen en hoofdgebouw verstaan. Onder extensieve recreatie, de spellen in het bosgebied. Voor de oppervlakte berekeningen zijn deze samen genomen en is geen onderscheid gemaakt.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 30 van 44
Afbeelding 6.1 Onderscheid intensieve recreatie (projectgrenzen Antea Group) en extensieve recreatie (omliggend natuurterrein).
Voor N07.01 is klasse 2 toegekend, de ‘midden’- waardering. Voor N16.03 en N15.02 geldt volgens de indeling die de provincie toekent in het kader van NNN-compensatie klasse 3, laagste waardering (Provincie Utrecht 2021, bijlage 11). Een deel van de projectgebieden valt huidig onder NNN-overig. Omdat bijlage 11 met beheertypes rekent, en deze gebieden geen beheertype toegewezen hebben, wordt er gerekend met de laagste waarde. Leusden bestaat uit drie natuurbeheertypen (Afbeelding 6.2). Van dit projectgebied blijft het kampgebouw en terrein bestaan, deze zijn daarom niet meegenomen in de oppervlakte berkening. Het deel wat verdwijnt samen met de akker worden als compensatiegebieden berekend. Het totale oppervlakte van het projectgebied te Leusden is 157.323,07 m2. Daaronder valt het kampgebouw welk een oppervlakte heeft van 2.442 m2. Ook wordt er een akker omgevormd van NNN-Overig naar NNNNatuur. Deze akker heeft een oppervlakte van totaal 9.964,26 m2. Kampgebouw: 2.442 m2 Recreatief bosgebied: 154.881,07 m2 Akker: 9.964,26 m2
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 31 van 44
Afbeelding 6.2 Beheertypenkaart Leusden. Het kampterrein, bestaande onder NNN-Overig, blijft bestaan.
Beheertype 1_Tt= 0,1; Tn= 0,0_Droog bos met productie (N16.03): 99.999,04 m2 Beheertype 2_Tt= 0,5; Tn= 0,1_Droge heiden (N07.01): 49.271,72 m2 Beheertype 3_Tt= 0,3; Tn= 0,0_Dennen-, eiken-, en beukenbos (N15.02): 8610,31+210,22= 8.820,52 m2 Beheertype 4_Tt= 0,1; Tn= 0,0_NNN-Overig: 9754,04 m2 Tt = Toeslag voor de hersteltijd Tn = Toeslag voor het beheertype Voor natuurtype N16.03 en N15.02 (klasse 3) geldt een toeslag van 0 per hectare dat verloren gaat aan dat beheertype. De hersteltijd van het natuurtype N16.03 is <10 jaar. Hierbij hoort een toeslag per hectare van 0,1. De hersteltijd van het natuurtype N15.02 betreft 10-25 jaar. Dit geeft een toeslag van 0,3 per hectare. Voor natuurtype N07.01 (klasse 2) geldt een toeslag van 0,1 per hectare dat verloren gaat aan dat beheertype. De hersteltijd voor de droge hei betreft 25-50 jaar, dit geeft een toeslag van 0,5 per hectare. Natuurpunten compensatieopgave Leusden 99.999,04*(1,0+0,1)*(1,0+0) + 49.271,72 *(1,0+0,5)*(1,0+0,1) + 8.820,52 *(1,0+0,3)*(1,0+0) + 9754,04 *(1,0+0,1)*(1,0+0) = 109.998,944 + 8.129.833,8 + 11.466,676 + 10.729,444 = 8.262.028,864 punten Woudenberg bestaat uit het beheertype droog bos met productie (N16.03) en NNN-Overig (Afbeelding 6.3). Het totale oppervlakte van projectgebied te Woudenberg is 137.009,53 m2. Antea Group heeft een verbeelding gemaakt van het toekomstige terreingebruik.
Uitgaande dat er in het overige deel van het terrein ook spellen worden gespeeld, dus extensieve recreatie, is de gehele oppervlakte gebruikt voor de berekening. Totale oppervlakte Woudenberg: 137.009,53 m2 Extensief recreatiegebied: 59.149,24 m2 Intensief recreatiegebied: 77.860,29 m2
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 32 van 44
Afbeelding 6.3 Beheertypes binnen het projectgebied Woudenberg. Het totale oppervlakte (intensief + extensief) is meegerekend in de compensatieopgave.
Beheertype 1_Tt= 0,1; Tn= 0,0_Droog bos met productie (N16.03): 47.967,65 + 59.149,24 = 107.116,89 m2 Beheertype 2_Tt= 0,1; Tn= 0,0_NNN-Overig: 29.892,64 m2 Natuurpunten compensatieopgave Woudenberg 107.116,89 *(1,0+0,1)*(1,0+0) + 29.892,64 *(1,0+0,1)*(1,0+0) = 117.828,579 + 32.881,904 = 150.710,483 punten Conclusie oppervlakte Met deze uitkomst van de compensatieopgave dat de oude locatie een hogere natuurpuntenwaarde heeft dan de nieuwe locatie. Verplaatsen van het YMCA terrein van Leusden naar Woudenberg is daarmee voordelig voor de natuur. Ook op gebied van oppervlakte is de verhuizing van het YMCA voordelig. Op het kampgebouw na verhuist alles naar de nieuwe locatie in Woudenberg. Dit houdt in dat er 154.881,07 m2 NNN wordt vrijgegeven. Het beoogde gebruiksoppervlakte (intensief + extensief) te Woudenberg is 137.009,53 m2. Dit maakt dat er sprake is van een afname van gebruiksoppervlakte intensief en recreatief gebruik. Naast dat het projectgebied te Leusden wordt vrijgegeven na de verplaatsing wordt er ook een akker ingezet voor omvorming naar NNNNatuur. Deze akker heeft een oppervlakte van 9.964,26 m2.
6.3
Samenhang
De samenhang van het NNN wordt niet negatief beïnvloed door het verplaatsen van het NNN (zie hoofdstuk 4). Uiteindelijk zorgt de verplaatsing van het YMCA voor het versterken van het NNN. Dit door het terugbrengen van waardevolle natuur, het YMCA verhuist van een locatie met waardevolle natuur met veel potentie naar een gebied waar de natuurwaarde veel lager ligt, o.a. door de grote hoeveelheid exoten. Daar komt nog bij dat op de nieuwe locatie al verblijfsrecreatie is toegestaan en aanwezig was (Nederlandse Caravan Club). De vrijgekomen locatie in Leusden wordt volledig teruggegeven aan de natuur waardoor deze zich verder kan ontwikkelen. Omdat er geen alternatieven mogelijk zijn bij de verplaatsing van het NNN, moeten negatieve effecten zoveel mogelijk worden voorkomen en wat niet voorkomen kan worden moet worden gecompenseerd. Dit wordt verder uitgelegd en beschreven in hoofdstuk 7. Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 33 van 44
7 Beoordelen compensatie Op de nieuwe locatie kunnen de verstoringen niet voorkomen worden. • De oppervlakte die de nieuwe locatie in beslag neemt moet worden gecompenseerd. • Dit wordt gedaan met het terugbrengen van hoogwaardige natuur op de oude locatie. • Alle verstoringen die de oude locatie gaf op gebied van licht en geluid gaan op de nieuwe locatie ook plaatsvinden maar worden gecompenseerd door dezelfde afname op de oude locatie. • Locatie Woudenberg was onderdeel van de Nederlandse Caravan Club (NCC) die hier t/m 2017 een camping had staan. Het nieuwe YMCA terrein vervangt deze functie. • Omdat de nieuwe locatie groter is, met daarmee een hogere capaciteit en dus meer recreatiedrukte, moet er extra worden gecompenseerd.
7.1
Compensatieplan
Leusden Een belangrijk deel van het compensatieplan is het terugbrengen van natuur op locatie Leusden. Direct naast het kampterrein is een droge hei, deze kan eventueel nog wat verder uitgebreid worden. Wel raden wij aan de huidige locatie bos te laten en de aanwezige exoten te verwijderen. Dit omdat de successie van de locatie al goed op gang is, veel vogelsoorten gebruik maken van het gebied en het niet volstaat met exoten waardoor de benodigde beheersmaatregelen minimaal zijn. Voor de locatie Leusden stellen wij de volgende compenserende maatregelen voor: 1. Verwijderen terreinmeubilair (bestaand uit verharding, lichtmastjes, afvalbakken, springkussen, tafeltennistafels, midgetgolf, kookunits, tenten e.a) op de kampementen; 2. Verwijderen/bestrijden exoten a. Amerikaanse eik b. Amerikaanse vogelkers c. Laurierkers (Prunus laurocerasus ‘Rotundifolia’ vermoedelijk geplant om het hoofdgebouw wat uit het zicht te onttrekken) d. Eventueel verwijderen Amerikaans krentenboompje e. Eventueel verwijderen lariks 3. Bemestingsonderzoek laten uitvoeren (om o.a. zuurgraad vast te stellen). Evt. eenmalig na vertrek YMCA bekalken met steenmeel. 4. Lokaal herstel reliëf (op sommige plaatsen zijn kunstmatig zandpaden over dammen door dalen aangelegd) 5. Eventueel opheffen van verdichting op kampeerplaatsen (d.m.v. bijv. ploffen), indien onderzoek noodzaak daartoe aantoont.
Een teelaardelaag is niet aanwezig, dus plaggen heeft geen zin. 6. De heiderand langs het terrein westzijde ontdoen van opslag van grove den en Amerikaanse eik. 7. Verwijderen afrastering bij de heide. 8. De hoofdpadenstructuur moet gehandhaafd blijven vanwege toegang tot het hoofdgebouw (die blijft staan) en wandelaars. Woudenberg Door de grote hoeveelheid aan exoten binnen dit projectgebied adviseren wij: 1. Exoten gefaseerd verwijderen. Dit zou dan uitgevoerd moeten worden vanaf het YMCA terrein richting de wegkanten zodat er geen kaalslag ontstaat en het YMCA terrein voldoende achter bossen blijft staan. 2. Vaststellen van de zuurgraad in het gebied d.m.v. een bemestingsonderzoek. Een hele zure bodem, wat verwacht wordt, gaat de ontwikkeling van inheemse soorten tijdens de natuurlijke successie in de weg staan. Eventueel kan het gebied bekalkt worden met steenmeel om de verzuring tegen te gaan. 3. Bij het kappen van bomen en bouwen van het nieuwe kamphuis wordt verder ook aangeraden de inheemse soorten, met name de zomereik, te laten staan en het huidige nog aanwezige reliëf te handhaven. 4. Hekwerken, waar mogelijk, zo min mogelijk gebruiken i.v.m. grondgebonden zoogdieren. 5. Om meer drukte in het gebied te voorkomen benoemen wij de parkeerplaats als aandachtspunt. Deze moet niet aantrekkelijk zijn voor gasten van het Henschotermeer.
Er komt daarom ook een slagboom op de locatie te staan om ongewenste bezoekers buiten te houden en meer drukte binnen het gebied te voorkomen.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 34 van 44
6. Bij locatiebepaling van nieuwe kampeerplekken zoveel mogelijk gebruik maken van de reeds bestaande open ruimtes óf deze op plekken situeren, die samen kunnen gaan met beheersing van exoten. Compensatiemaatregelen vanuit rapportage Bui-tegewoon (Terlouw 2022). 1. Tijdens het kiezen van de locaties voor de kampplaatsen en de voorzieningen dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van mierenhopen en mierenstraten. 2. Bomen met holtes zoveel mogelijk sparen. a. Wanneer een boom met holtes wordt gerooid dient er voor elke gerooide boom twee kunstnesten/nestkasten voor vogels geplaats te worden met vergelijkbaar diameter van invliegopeningen en één vleermuis kast van een geschikt type als zomerverblijf voor boom bewonende vleermuizen. 3. Werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren, deze loopt globaal van 1 maart tot 1 augustus. Wanneer dit niet mogelijk is, dient vlak voor de start werkzaamheden (3 dagen) een faunacheck door een ecoloog uitgevoerd te worden. 4. Voorkom gebruik bouwplaats verlichting om verstoring van vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen te voorkomen.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 35 van 44
8 Conclusie Het YMCA kampterrein wenst te verplaatsen van de huidige locatie in Leusden naar de locatie gelegen ten Westen van het Henschotermeer. De gevolgen van deze verplaatsing is dat de tentenkampen gelegen in het bos bij Leusden volledig worden afgebroken en het terrein teruggebracht wordt naar natuur. Het kampgebouw blijft bestaan maar wordt niet meer gebruikt door het YMCA en gaat mogelijk functioneren als een vakantiewoning voor de eigenaren van het landgoed. Op de nieuwe locatie komen de nieuwe tentenkampen en een nieuw kampgebouw te staan. Deze maatregelen betekenen dat er enkele bomen gekapt moeten worden. Het nieuwe kampgebouw gaat zelf energie opwekken en wordt helemaal gasloos (het oude kampgebouw maakt wel gebruik van gasgestookte installaties). De verplaatsing van het YMCA heeft een duidelijke meerwaarde. De huidige locatie bij Leusden heeft waardevolle en interessante natuur die door het verdwijnen van het kampterrein veel meer tot zijn recht en ontwikkeling gaat komen. De vegetatie is grotendeels inheems, met grote en oude bomen waar ook een koppel zwarte spechten zijn waargenomen, een bijzondere Nederlandse broedvogel die van de Utrechtse Heuvelrug zijn thuis maakt. Ook is direct naast het terrein een mooie heide die eventueel nog wat verder uitgebreid kan worden.
Wel raden wij aan de huidige locatie bos te laten en uitsluitend de aanwezige exoten te verwijderen (Hoofdstuk 7). Dit omdat de successie een natuurlijk proces is, dat niet of nauwelijks bijsturing van de mens behoeft. De locatie waar het YMCA-terrein naar streeft te verhuizen betreft een meer monotone samenstelling van vegetatie, ook heeft het gebied minder (micro-)reliëf. Op de locatie waar het YMCA komt te staan (Zuidoost hoek) is een open plek met lokaal sporadisch wat struikhei en bosbes. Verder is dat deel tot aan de noordelijke ingang nu productiebos met als hoofdboomsoort de grove den. Het westelijke deel van het projectgebied betreft ook productiebos, die grotendeels bestaan uit exoten als de lariks, amerikaanse eik, douglas, tsuga en de esdoorn. De lariks is zich op de open plekken aan het verjongen wat vanuit ecologisch standpunt niet de juiste ontwikkeling geeft. Door de grote hoeveelheid aan exoten binnen dit projectgebied is het advies om deze exoten gefaseerd te verwijderen. Dit zou dan uitgevoerd worden vanaf het YMCA richting de wegkanten zodat er geen kaalslag ontstaat en er voldoende achter bossen blijven staan. Om de exoten succesvol uit dit gebied te krijgen en kaalslag te voorkomen, behoort dit omvormingsbeheer gefaseerd over meerdere jaren uitgevoerd te worden. Ook is het advies om de zuurgraad van het gebied vast te stellen d.m.v.
een bemestingsonderzoek. Een hele zure bodem, wat er verwacht wordt, gaat de ontwikkeling van inheemse soorten tijdens de natuurlijke successie in de weg staan. Eventueel kan het gebied bekalkt worden met steenmeel om de verzuring tegen te gaan. Bij het kappen van bomen en bouwen van het nieuwe kamphuis wordt verder ook aangeraden de inheemse soorten, met name de zomereik, te laten staan en ook en het huidige- nog aanwezige reliëf te handhaven. Hekwerken, waar mogelijk, zo min mogelijk gebruiken i.v.m. grondgebonden zoogdieren. Als laatste de parkeerlocatie een aandachtspunt. Om meer drukte in het gebied te voorkomen benoemen wij de parkeerplaats als aandachtspunt. Deze moet niet aantrekkelijk zijn voor gasten van het Henschotermeer. Meerwaarde 1. Door verplaatsing zal het gebied in Leusden meerwaarde krijgen voor het NNN doordat: a. De nu al hogere natuurwaarde (hoofdstuk 4) b. De potentie voor verschillende natuurdoeltypen c. Dat op deze locatie al meer kensoorten aanwezig zijn (Hoofdstuk 3.5) d. Door de hoge waarde en prioritering in het Natuurbeheerplan aan het huidige gebied. e. Door de gevarieerdheid en samenhang die zorgt voor meer biodiversiteit en dus resulteert in meer dynamiek en een hogere natuurwaarde in de toekomst. f.
Door het creëren van een robuust, groter aaneengesloten gebied zonder verstoring zal er meer ruimte zijn voor migratie tussen de verschillende fauna. 2. Door de verplaatsing zijn er minder nadelige effecten voor het NNN doordat: a. Door omvorming van een monotoon exoten productiebos (Woudenberg) naar een meer natuurlijk bos hogere ecologische waarden krijgen, zoals beschreven is in (Hoofdstuk 7) b. Er nu minder kensoorten zijn dan in Leusden en bij de geplande omvorming in Woudenberg, binnen 10 jaar de verwachting is dat de kensoorten toenemen door deze ontwikkeling. Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 36 van 44
c. Er op de toekomstige locatie in Woudenberg, minder reliëf en meer verstoring is vanuit de omgeving, dus een lagere natuurwaarde dan op de oude locatie in Leusden. 3. Dat de nieuwe YMCA-locatie in Woudenberg op de nieuwe, minder waardevolle locatie groter zal zijn, doet niets af aan deze conclusie. In het geheel zal er een kwalitatieve impuls zijn gegeven aan beide gebieden wat netto gezien zal resulteren een positief ecologisch resultaat.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 37 van 44
9 Bronnen Actueel Hoogtebestand Nederland (2022). AHN Viewer. https://www.ahn.nl/ahn-viewer. Geraadpleegd op: 1403-2022. BIJ12a. A13 Droge dooradering. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/agrarische-natuurtypen/a13-droge-dooradering/. Geraadpleegd op: 15-03-2022. BIJ12b. N16.03 Droog bos met productie (nieuw per 01-01-2018). https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuuren-landschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n16-bossen-met-productiefunctie/n16-03-droog-bosproductie-nieuw-per-01-01-2018/. Geraadpleegd op: 15-03-2022. BIJ12c. N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/index-natuur-en-landschap/natuurtypen/n15-droge-bossen/n15-02-dennen-eiken-en-beukenbos/. Geraadpleegd op: 15-03-2022. BIJ12d. N07.01 Droge heide. https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/natuurtypen/n07-droge-heiden/n07-01-droge-heide/. Geraadpleegd op: 15-03-2022. Dietz, C., Kiefer, A. (2017). Veldgids Vleermuizen. Kennen, determineren, beschermen. KNNV Uitgeverei, Zeist. ISBN 978 90 5011 604 6. 405p. DINOloket (2022). Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond. Ondergrondgegevens. https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. Geraadpleegd op: 15-03-2022. Gemeente Utrecht (2018a). Utrechtse soortenlijst. Uitwerking Groenstructuurplan t.b.v. Utrechtse soorten.
Nota Utrechtse Soortenlijst, 15 februari 2018. Utrecht, 20p. Gemeente Utrecht (2018b). Utrechtse soortenlijst. Raadsinformatiebijeenkomst RIB 19 april 2018. Utrecht, 15 dia’s. van Kleunen, A., van Manen, W., Nijssen, M., van den Burg, A. (2020). Terreingebruik en voedsel van de Zwarte specht in Noord-Brabant en Drenthe. Sovon-rapport 2020/15. Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. NDFF (2022). Nationale Databank Flora en Fauna. https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal/secure/index.zul#2. Geraadpleegd op 15-03-2022. Osterthun, J. (2014). Boombewonende vleermuizen. Ter evaluatie van het ‘Vleermuisprotocol 2013’. Hogeschool van Hal Larenstein. Leeuwwarden: 59p. Provincie Utrecht (2022a). Dataset. Biodiversiteit fauna en flora karteersoorten 250m hok. https://data.overheid.nl/dataset/8776586b-489c-40f4-b80f-e75fdebeb49b. Geraadpleegd op: 21-09-2022. Provincie Utrecht (2022b). Dataset. Biodiversiteit flora Aandachtsoorten 250m hok. https://data.overheid.nl/dataset/2c4d8bc6-6538-4001-818b-9873fea97ec7. Geraadpleegd op: 20-09-2022. Provincie Utrecht (2022c). Dataset. Biodiversiteit flora Rode lijst soorten 250m hok. https://data.overheid.nl/dataset/c29a2e78-994e-4db9-b10e-bdf7b0c1a7f6. Geraadpleegd op: 20-09-2022. Provincie Utrecht (2022d). Dataset. Biodiversiteit fauna Aandachtsoorten 250m hok. https://data.overheid.nl/dataset/9dbaf480-7caf-4c74-82be-377a4f19313c.
Geraadpleegd op: 20-09-2022. Provincie Utrecht (2022e). Dataset. Biodiversiteit fauna Rode lijst soorten 250m hok. https://data.overheid.nl/dataset/ac944827-e494-4b4f-81f3-5bb84e6d8c34. Geraadpleegd op: 20-09-2022. Provincie Utrecht Webkaart (2022). Natuurbeheerplan 2022 vastgesteld. https://geo-point.provincieutrecht.nl/pages/natuur--landschap#NNN. Geraadpleegd op: 11-03-2022. Provincie Utrecht (2021). Interim omgevingsverordening provincie Utrecht. 10 maart 2021. Utrecht, 254 p. Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 38 van 44
Svensson, L., Mullarney, K., Zetterström, D. (2016). ANWB Vogelgids van Europa. ANWB. B.V., Den Haag. ISBN 978 90 215 6362 6. 445p. Terlouw, R.J.S. (2022). Natuuronderzoek Verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg. BuiTeGewoon. Publicatie 2021/40-v4. Topotijdreis.nl (2022). Kadaster Topotijdreis. https://www.topotijdreis.nl/. Geraadpleegd op: 14-03-2022. Twisk, P., van Diepenbeek, A., Bekker, J.P. (2010). Veldgids nr. 23: Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverei, Zeist. ISBN 978 90 5011 687 9. 368p. de Vries, M.W. (2000). Toekomstperspectief voor het gentiaanblauwtje in de provincie Utrecht. De Vlinderstichting, Wageningen. Rapport VS 2000.017. de Vries, M.W. (2003). Beschermingsplan Gentiaanblauwtje 2003-2007. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Rapport EC-LNV nr. 2003/230.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 39 van 44
Bijlage I Natuurtoets Bui-teGewoon
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 40 van 44
Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
IN OPDRACHT VAN
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
1
Natuuronderzoek Verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
R.J.S. Terlouw
COLOFON:
© Bui-TeGewoon | groenprojecten ◊ publicatie 2021/40-V4 Bergambacht, V1-september 2021- V4-juli 2022 Status Auteur Foto’s In opdracht van Foto voorpagina
: Definitief : R.J.S. Terlouw : D. Buisman & R.J.S. Terlouw, Bui-TeGewoon | groenprojecten : YMCA – Nederland, de heer A. Huften : Voormalig NCC-terrein met boomweide, toekomstige kern van YMCA locatie
Disclaimer: De inhoud van dit rapport is met uiterste zorg samengesteld. De informatie in dit document wordt aangeboden zonder enige garantie. BUI-TEGEWOON | groenprojecten sluit alle aansprakelijkheid uit voor enigerlei directe of indirecte schade, van welke aard dan ook, die voortvloeit uit of verband houdt met het gebruik van dit document. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt door middel van drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van BUI-TEGEWOON | groenprojecten en de opdrachtgever, noch zonder toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
2
INHOUDSOPGAVE 1]. Inleiding en doel
1.
2]. Projectgebieden
2.
3]. Voorgenomen ontwikkeling 3.1. Locatie Leusden 3.2. Locatie Woudenberg
4. 4. 4.
4]. Bos en bomen
5.
5]. Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en habitats 5.1. Voorbereidend onderzoek 5.2. Soort specifieke onderzoeken 5.2.1. Algemeen 5.2.2. Hogere planten 5.2.3. Vleermuizen 5.2.4. Land zoogdieren 5.2.5. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten 5.2.6. Reptielen 5.2.7. Overige soorten en soortgroepen
7. 7. 8. 8. 8. 9. 10. 11. 11. 12.
6].
Resultaten soort specifiek onderzoek 6.1. Hogere planten 6.2. Vleermuizen 6.3. Land zoogdieren 6.4. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten 6.5. Reptielen 6.6. Overige soorten en soortgroepen
12. 12. 13. 15. 18. 19. 21.
7].
Aanbevelingen 7.1. 7.2.
22. 22. 22.
8].
Locatie Leusden Locatie Woudenberg
Samenvatting
23.
9]. Conclusie
24.
10]. Literatuur en bronnen
25.
BIJLAGEN 1. 2.
Lijst van mogelijk aan te treffen soorten Wnb op basis van bureaustudie maart 2021 Habitat kenmerken YMCA locatie Woudenberg
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
3
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
0
1].
Inleiding en doel
De vestiging van de YMCA locatie van de Paradijsweg in Leusden zal worden verplaatst naar het noordwesten van het Henschotermeer in Woudenberg. Op de huidige locatie in Leusden is een hoofdgebouw met voorzieningen, zaalruimten en groepsaccommodatie aanwezig. Op het terrein zijn meerdere kampplaatsen met centrale keukenplaats per kamplocatie en diverse speel- en sportelementen aanwezig. Het terrein wordt gebruikt voor bijeenkomsten en groepsvakanties met activiteiten programma. De locatie in Leusden dient per december 2023 geheel te zijn verlaten en ontmanteld m.u.v. het hoofdgebouw. Het is voor de YMCA organisatie van belang dat de locatie in Woudenberg vanaf dat moment operationeel kan zijn. Voor de locatie in Woudenberg zijn op hoofdlijnen dezelfde activiteiten voorzien als in Leusden worden aangeboden. Ten opzichte van deze situatie wordt de inrichting meer toegespitst op de gewijzigde vraag naar activiteiten. Ook zal meer worden ingespeeld op de mogelijkheden om de locatie jaarrond te kunnen benutten. Ten bate van de ruimtelijke plan voorbereiding en het beschikken over informatie ten bate van de ruimtelijke procedures dient o.a. een ecologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek is in 2018 gestart door Bureau Van Den Bijtel, ecologisch onderzoek. Als gevolg van de beëindiging van dit bureau is dit onderzoek niet afgerond.
Gebleken is dat de verzamelde veldinformatie uit deze periode slechts fragmentarisch beschikbaar is. Om de vergunning procedure tijdig te kunnen opstarten zal in voorjaar en zomer van 2021 een integraal onderzoek naar (beschermde) flora en fauna worden uitgevoerd zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). De YMCA organisatie heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten verzocht de noodzakelijke werkzaamheden en onderzoeken met betrekking tot het onderdeel ecologie uit te voeren. Om tijdig over voldoende informatie te kunnen beschikken voor de ruimtelijke procedure en aanvraag van vergunningen en ontheffingen is gestart met een algemene verkenning van het projectgebied die is omgezet in een Plan van Aanpak (BTG.PvA.20210420). In dit plan van aanpak is een tabelmatige uitwerking van de bureaustudie en veldverkenning opgenomen op basis waarvan de te onderzoeken soorten en habitats zijn bepaald (zie bijlage 1 & 2). Parallel aan de voorgenomen ontwikkeling door de YMCA organisatie is tevens de ontwikkeling van natuur- en recreatiegebied Henschotermeer door Mooi Meer BV voorzien. De ruimtelijke procedure wordt voor beide beoogde ontwikkelingen afzonderlijk van elkaar gevoerd en gerapporteerd. Gezien de samenhang en aaneengesloten ligging wordt het ecologisch onderzoek aansluitend aan elkaar en waar mogelijk complementair uitgevoerd.
Hiervoor is een parallel opdracht door MooiMeer BV aan Bui-TeGewoon | groenprojecten verstrekt.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
1
2]. Projectgebieden De betrokken projectgebieden vanuit de YMCA organisatie betreffen het huidige YMCA terrein in Leusden en de nieuwbouw locatie in Woudenberg. De locaties zijn onderstaand weergegeven in figuur 1. De locatie Leusden wordt vooral beoordeeld op effecten, compenserende en mitigerende mogelijkheden i.r.t. de ontwikkelingslocatie in het Henschotermeer gebied en mogelijke effecten van het inrichten van het beschikbare compensatiegebied Leusden B nr. 1125 gedeeltelijk op (beschermde) natuurwaarden.
N16.03
Figuur 1. Betrokken locaties onderzoek flora & fauna
Figuur 2. Impressies Leusden (links) en Woudenberg (rechts)
Locatie Leusden Het door de YMCA gebruikte gebied in Leusden maakt deel uit van een groot complex aan droge en natte heide (deelgebied Hazewater) en bossen met een wisselende, maar overwegend hoge natuurkwaliteit. Het natuurcomplex is verbonden met aangrenzende natuurgebieden en heeft via het ecoduct “Treekerwissel” een directe verbinding met NNN gebied Leusderheide e.o. Het gebied bestaat uit van nature zure en voedselarme bodems. Laagten zijn overwegend vochtig door stagnerende bodemlagen en neerslag. Op delen, zoals bij het Hazenwater, komen hier natte heidevegetaties met o.a. dopheide tot ontwikkeling. Binnen het gebied is sprake van enig reliëf, met lokaal hoger opgestoven duinen. Het bos binnen het YMCA deelgebied heeft een open houtopstand met voornamelijk grove dennen en vliegdennen. Er is slechts een geringe ondergroei aanwezig. Meer naar het oosten is productiebos met lariks en Douglas aanwezig wat een aanzienlijk dichter begroeid bostype heeft. Verspreid binnen deze delen bevind zich enig loofhout. Locatie Woudenberg De locatie in Woudenberg betreft het voormalige kampeerterrein van de NCC (Nederlandse Caravan Club) en de aangrenzende bosdelen. Het voormalige NCC terrein heeft een zeer open boombestand, waardoor het wordt gekarakteriseerd als een boomweide. De ondergroei bestaat uit gras met een geringe bijmenging van algemene kruiden.
Lokaal zijn enkele cultuurplanten ingebracht vanuit het voormalige kampeergebruik door de NCC. Dit deel is geheel omheind met een hekwerk van een fijnmazig en ingegraven gaas (figuur 3), waardoor het niet toegankelijk is voor grotere zoogdieren. De overige delen hebben een afwisselend bosbestand met zowel dichte als wat meer open delen met ondergroei. Langs de noord- en westzijde van het gebied is een mountainbike pad aanwezig wat lokaal insnijd in de bosvakken en invloed uitoefent op het projectgebied. In dit gebiedsdeel is daarnaast een ruiterpad gelegen. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
2
Figuur 3. Raster rondom voormalig NCC terrein, waar de ontwikkeling van het nieuwe YMCA complex is voorzien
Het gehele YMCA-terrein in Woudenberg heeft een gering bodemreliëf. Elders in het gebied rondom het Henschotermeer zijn daarentegen vrij grote hoogteverschillen aanwezig. De aangrenzende bosdelen hebben een wisselende houtopstand. Op delen betreft het een dichte opstand van lariks en lokaal Douglas. Op andere delen overheerst grove den en is het bos minder dicht. Verspreid staan berken en eiken tussen de naaldhoutsoorten. Open bodemdelen komen slechts in beperkte mate in het westen en noorden van het deelgebied voor. De ondergroei is gevarieerd. Aan de uiterste westzijde is de bodem vrij open en overheersen mossen, hier komt relatief veel spontane opslag van berk en lijsterbes in combinatie met een ondergroei van bosbes voor. In het centrale deel is een vak met een dichtere begroeiing van adelaarsvaren aanwezig. Op de wat vochtiger plekken als gevolg van een holle ligging vinden we lokaal kleine vlekjes met dopheide. Het deelgebied heeft een beperkte doorsnijding met paden. De recreatieve druk op dit deel van het bos is daardoor zeer gering. In het noordelijke en westelijke deel treedt verstoring op vanuit het mountainbike en ruiterpad. Het projectgebied maakt deel uit van een aaneengesloten NNN-gebied te samen met het Henschotermeer.
Het is gelegen in de oksel van twee provinciale wegen (N224 & N227), die ter hoogte van NNN Henschotermeer geen faunapassages hebben en leiden tot een verstoorde zone langs de buitenranden van het projectgebied. De verstoring van deze provinciale wegen valt voor een deel samen met bovengenoemde verstoring vanuit het mountainbike en ruiterpad. Het oostelijke en zuidelijke deel van het projectgebied heeft een minder verstoorde ruimte.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
3
3]. Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft het verplaatsen van de huidige YMCA vestiging aan de Paradijsweg in Leusden naar de noordoostzijde van het Henschotermeer gebied in Woudenberg. 3.1. Locatie Leusden De locatie in Leusden wordt geheel ontmanteld met uitzondering van het hoofdgebouw met erfperceel (Leusden sectie B nummer 598). De locatie wordt vrijgemaakt van alle kampeerterreinen, bouwwerken, speelwerktuigen, sport- en terreinvoorzieningen, kabels & leidingen, overige voorzieningen en niet natuurlijke elementen. Na de ontmanteling zal het terrein als volwaardig NNN gebied gaan functioneren. Op basis van werk met werk kunnen lokaal natuurversterkende maatregelen (natuurbouwstenen) worden toegevoegd aan het terrein om de ontwikkeling van natuurwaarden te versnellen/versterken of specifieke doelsoorten te faciliteren. Gedacht kan worden aan het opwerpen van een ‘stammenbult’ ten baten van reptielen en kleine zoogdieren, het op zonnige plaatsen opentrekken van bodemdelen ten bate van zandhagedis, alsmede gravende dieren uit de soortgroepen ongewervelden en insecten, het aanplanten van gewenste boomsoorten (“verloven van het bos”), het afsluiten van smalle paden door het gebied, etc.
Deze aspecten zullen in nader overleg met de beheerders en de ecoloog van landgoed den Treek nader moeten worden gespecificeerd tijdens de ontmanteling en bij de uitwerking van de herinrichting. Voorstellen voor een op natuur toegespitste inrichting en beheer in combinatie met een omvorming naar meer waardevolle natuurbeheertypen zijn opgenomen in een eerder (in opdracht van Landgoed Den Treek) opgestelde verkenning (Knol W.C., 2016).
3.2. Locatie Woudenberg De locatie in Woudenberg betreft de voorziene nieuwe vestiging van de YMCA. In dit gebied wordt op het voormalige kampeerterrein van de NCC het nieuwe hoofdgebouw gesitueerd. In dit deelgebied komen ook de meest intensief gebruikte perceeldelen voor activiteiten, een aantal kampeerplaatsen en zal de bestaande toegangsweg vanaf de Zeisterweg (N224) worden gehandhaafd. In het aangrenzende perceel deel met NNN beheertype “Droogbos met productie” (N16.03) zijn een aantal kampeerplaatsen met bijbehorende voorzieningen gesitueerd (figuur 4). Binnen dit deelgebied wordt er naar gestreefd zo min mogelijk habitat aan te tasten. Door bestaande open ruimten maximaal te benutten hoeven zo min mogelijk bomen te worden verwijderd om de kampeerplaatsen te kunnen realiseren. Door werk met werk te maken kunnen ook hier natuurversterkende maatregelen (natuurbouwstenen) worden toegevoegd aan het terrein om de ontwikkeling van natuurwaarden te versnellen/versterken of specifieke doelsoorten te faciliteren. Een concept inrichtingsschets is opgenomen als figuur 4.
Figuur 4. Concept terreinontwikkeling locatie Woudenberg (Bron: Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
4
4]. Bos en bomen In Woudenberg is de bouwlocatie van het hoofdgebouw voorzien in een deel van het gebied wat een bestaand gebruik heeft gekend als kampeerterrein. Dit (voormalige kampeerterrein) karakteriseert actueel als een boomweide (figuur 5). De boomopstand is zodanig dat de geplande inrichting van het terrein op vrijwel alle plaatsen zonder kap van bomen kan plaatsvinden. Slechts een beperkt aantal bomen zal moeten worden gerooid als gevolg van de bouwlocatie of vanuit veiligheidsoverwegingen voortkomend uit de actuele conditie van enkele bomen. Het lijkt verstandig voor dit wat intensiever te gebruiken deel een boominspectie (VTA) uit te (laten) voeren om ‘gevaarlijke bomen’ en/of bomen met dood kroonhout te bepalen. Een eerste visuele beoordeling leert dat dit naar verwachting op enkele delen binnen het voormalige NCC terrein noodzakelijk zal zijn. Langs de oostzijde is de toegang naar het YMCA terrein voorzien vanaf de Zeisterweg over een bestaande bosweg (figuur 6). Op basis van scheefstand van sommige bomen langs deze bosweg zullen hier eveneens enkele bomen moeten worden uitgenomen en/of gesnoeid om voldoende toegankelijkheid te waarborgen.
Figuur 5. Boomweide voormalig NCC terrein
Figuur 6. Beoogde toegangsweg
Voor het deelgebied binnen de NNN begrenzing Woudenberg waar tentplaatsen zijn voorzien karakteriseert het aanwezige bos zich overwegend als een dichte opstand van overwegend naaldhout met een wisselende ondergroei (figuur 7).
Figuur 7. Impressie bostypen in NNN gebied Woudenberg
Om hier kampeerplaatsen mogelijk te maken zal lokaal een vlak gekapt moeten worden en als gevolg van de op veel plekken aanwezige dichte ondergroei van jonge boomopslag, bosbes, etc. rooiwerkzaamheden uitgevoerd moeten worden. Het natuurbeheertype betreft N16.03 (droog bos met productie) wat impliceert dat hier kap onder voorwaarden mogelijk is maakt dit goed uitvoerbaar. De belangrijkste voorwaarde hierbij is dat vervangende aanplant binnen drie jaar na kap zal plaatsvinden. Indien dit noodzakelijk blijkt is op de locatie Leusden een compensatielocatie beschikbaar van 0,91 hectare waar gekapte bomen terug kunnen worden geplaatst. Op basis van de detailbeoordeling, als de kampeerplaatsen in eerste fase zijn uitgezet, kan worden bepaald of er binnen deze vlakken beschermde situaties als jaarrond beschermde nesten, holtebomen, mierenhopen of anderszins te sparen situaties aanwezig zijn. Indien dit het geval is zullen de kampeerplaatsen zodanig worden verschoven dat deze buiten de effectzone van de beschermde situatie komen te liggen (mitigatie methode: “ontwijken”). Hiervoor is ruimte in het ontwikkelingsplan beschikbaar. Houtopstanden zijn enkel onder de Wet natuurbescherming beschermd wanneer deze buiten de bebouwde kom zijn gelegen.
De bescherming geldt voor opstanden die: minimaal 10 are bedragen; wanneer er meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen staan; wanneer de uitsluitingsregels niet van toepassing zijn. Voor dergelijke houtopstanden heeft de Wnb twee belangrijke instrumenten: “melding plicht” en “herplant plicht”. Wie (een deel van) dergelijke houtopstanden velt, moet dit tevoren melden en heeft de plicht om hetzelfde areaal te her planten. Dit geldt al wanneer er één boom uit bovengenoemde houtopstanden wordt gehaald. Ook is mogelijk een ontheffing en compensatieplan nodig. De exacte regels en procedures zijn per provincie geregeld en dienen op basis van een nadere detaillering worden bepaald. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
5
Ten bate van het kunnen voldoen aan de herplant verplichting voortkomend uit de voorgenomen ontwikkeling is binnen de locatie Woudenberg mogelijk te weinig ruimte beschikbaar om de herplantplicht uit te voeren. Op de door Landgoed den Treek ter compensatie beschikbaar gestelde akker in Leusden (figuur 8) is dit echter goed mogelijk. Idealiter gebeurd dit met vanuit ecologie gewenste houtsoorten zodat het bostype naast aantalsmatige compensatie, tevens een compensatie geeft in kwaliteit van het NNN. Gedacht kan hierbij worden aan het compenseren van Droogbos met productie (N16.03) naar Dennen-, eiken- & beukenbos zonder productie (N15.02). Een aanleg met open ruimten en veel randlengte kan daarnaast de ecologische kwaliteit verder doen toenemen. Een plan voor detailinrichting van het compensatiegebied zal, nadat bekend is om welke aantallen/omvang bomen het gaat, in samenspraak met vertegenwoordigers en ecologen van landgoed den Treek en het bevoegd gezag worden opgesteld.
Figuur 8. Ter compensatie beschikbare akker in Leusden
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
6
5]. Beoordeling soortgroepen, beschermde soorten en situaties 5.1.] Voorbereidend onderzoek Om tot een Plan van Aanpak voor het aanvullende onderzoek te komen heeft in maart 2021 een bureaustudie plaatsgevonden naar mogelijk aanwezige (beschermde) planten en dieren. Naast verspreidingsgegevens uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) zijn websites van soorten organisaties als EIS-Nederland, FLORON, RAVON, SOVON, Vleermuisnet, VZZ en de waarnemingensite, waarnemingen.nl, geraadpleegd. Ook is via verschillende zoekmachines gericht gezocht naar voor de betrokken gebieden relevante rapportages en onderzoeksverslagen. In het projectgebied en de directe omgeving (beïnvloeding aspecten) worden op basis van dit bronnenonderzoek, archiefmateriaal, de regionale ligging, de aanwezige habitats en het migratiegedrag van diersoorten, een aantal beschermde soorten of situaties mogelijk aanwezig geacht. Om efficiënt te kunnen werken en locatie specifieke kenmerken beter te duiden is op basis van het eerste bezoek voor de locatie Woudenberg een vakken- & afdelingenkaart gemaakt. Deze kaart is benut om de habitatkenmerken op deelniveau vast te leggen en kan daarnaast worden benut voor het toekomstige beheer en onderhoudsplan i.r.t. de Wet natuurbescherming. De vakken- en afdelingenkaart is opgenomen als figuur 9. Voor de locatie Leusden is geen vakken en afdelingen kaart opgesteld a.g.v.
een overzichtelijke terreinsituatie.
Figuur 9. Vakken & afdelingen kaart YMCA-Woudenberg
Met behulp van de verkregen gegevens is een conceptlijst samengesteld van mogelijk aanwezige soorten, situaties en habitats in relatie tot de Wet natuurbescherming (bijlage 1). Aan de hand van deze verkenning heeft in beide deelgebieden een uitgebreide gebiedsverkenning plaatsgevonden tijdens twee velddagen in maart en april 2021. Tijdens deze veldbezoeken is een logische vak indeling van de gebieden opgesteld en zijn aanwezige habitats voor beschermde soorten en situaties in beeld gebracht en waar gewenst d.m.v. GPS coördinaten vastgelegd. Parallel aan de verkennende terreinbezoeken zijn inventarisatie- en karteringsroutes bepaald. De verkende omstandigheden, elementen, leefgebieden en situaties tijdens deze bezoeken betreffen: Bodem reliëf Boom holten Bos samenstelling Boskarakter Ondergroei / struiklaag Holte bomen Stamvoet holten
Staand dood hout Liggend dood hout Hogere planten Sporen/waarnemingen zoogdieren Zoogdier holen Geschikt vleermuis habitat Soortenlijst broedvogels
Jaarrond beschermde nesten Nestkasten Habitat geschiktheid amfibieën Habitat geschiktheid reptielen Mierenhopen Bomen en houtopstanden
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
7
De beoordelingsresultaten van de habitat analyse zijn weergegeven in tabel 2 en bijlage 2.
Tabel 2. Resultaten habitat analyse maart 2021
Na afloop van de veldbezoeken is de conceptlijst van mogelijk aanwezige soorten en habitats definitief gemaakt (bijlage 1), waarna deze de basis heeft gevormd voor een Plan van Aanpak voor het vervolg onderzoek (Terlouw R.J.S., 2021a). Bovenstaande aanpak heeft geleid tot het opstellen van de volgende lijst van nader te onderzoeken soorten en situaties: Soort/situatie Broedvogels Jaarrond beschermde nesten Holen broeders Vleermuizen algemeen Vleermuis verblijfplaatsen Das Eekhoorn Boommarter Mierenhopen Hazelworm Levendbarende hagedis Zandhagedis Ringslang
Methode Samenstellen soortenlijst t.b.v. bepalen duur broedseizoen Twee vervolgbezoek in voorjaar/zomer op gekarteerde locaties in maart Twee vervolg bezoeken in voorjaar & zomer gekarteerde holte bomen in maart Vleermuis protocol en gegevens van de Bijtel ecologisch onderzoek 2020 Aandacht aan in maart gekarteerde locaties met holtebomen en tijdens vleermuis onderzoek Volgen aanwezige burchten (visueel of faunacamera)en gegevens van de Bijtel 2020 Zichtwaarnemingen en karteren nesten Geschikte holte bomen (Ø > 50 mm) volgen, bij twijfel faunacamera inzet Karteren tijdens alle bezoeken (determinatie soorten) Onderzoek m.b.v. reptielplaten conform soortenstandaard / RAVON en zichtwaarnemingen Reptielplaten conform soortenstandaard / RAVON en zichtwaarnemingen /route Zichtwaarnemingen tijdens gerichte bezoeken (route) conform soortenstandaard Zichtwaarnemingen en reptielplaten conform RAVON methode
Deelgebied *] L&W L&W L&W W L&W W L&W L&W L&W W W W W
*] L = Locatie Leusden / W = locatie Woudenberg
5.2. Soort specifieke onderzoeken 5.2.1. Algemeen Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk effecten heeft op (beschermde) flora en fauna en of hun leefgebied. Indien effecten niet kunnen worden uitgesloten dient een ontheffing aanvraag te worden verricht in het kader van de Wet natuurbescherming. Het onderzoek moet hierbij inzicht geven in de mate van aantasting, de omvang van de populatie en dient antwoord te geven op de vraag of de duurzame staat van instandhouding in gevaar komt. Om ontheffing te kunnen verkrijgen dienen in voorkomend geval aanvullend onderzoek en mogelijke compenserende en mitigerende maatregelen die zullen worden genomen in beeld te worden gebracht. De soort specifieke onderzoeken hebben allen plaatsgevonden conform de soorten standaards zoals hiervoor voorgeschreven. Indien geen specifiek protocol is voorgeschreven is steeds de werkwijze gehanteerd zoals geadviseerd vanuit de soorten organisaties (EIS-Nederland, FLORON, RAVON, SOVON, Vleermuisnet, VZZ, etc.). Ten bate van een aantal soorten en situaties zijn voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Het betreft o.a. het karteren van jaarrond beschermde nesten, holtebomen, grondholen, burchten, mierenhopen, etc.
in de vroege voorjaarssituatie (maart) wanneer de geringste kroonbedekking aanwezig is en de terrestrische vegetatie zich nog niet heeft ontwikkeld (zie ook tabel 2). Door deze locaties met GPS vast te leggen konden later in het seizoen op eenvoudige wijze controle bezoeken aan verblijfplaatsen van mogelijk beschermde soorten en/of potentieel beschermde locaties worden gebracht. 5.2.2. Hogere planten Op basis van de gevonden habitat tijdens de verkennende bezoeken, de verspreidingskaarten uit de NDFFdatabase, FLORON gegevens en het raadplegen van de waarnemingensite (waarneming.nl) worden geen beschermde hogere planten en of vegetaties in het gebied verwacht. Het onderzoek aan hogere planten heeft bestaan uit het tijdens alle veldbezoeken alert waarnemen van de vegetatietypen en mogelijk aanwezige soorten die speciale aandacht verdienen dan wel een beschermde status hebben.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
8
5.2.3. Vleermuizen Voor de locatie Leusden heeft in maart een verkennend bezoek plaatsgevonden langs de bosrand en de aangrenzende laan, waarbij specifiek is gelet op voor vleermuizen geschikte bomen (holten/scheuren/loshangende schors/etc.) waar mogelijk effecten kunnen optreden bij aanplant van de als compensatie voor herplantplicht beschikbare akker. In de late avond/nacht zijn drie bezoekronde gemaakt (voorjaar en zomer) daar op deze locatie geen (vaste) verblijfplaatsen zullen worden aangetast (geen kap van bomen) is uitsluitend het beoogd compensatiegebied beoordeeld op gebruik als vliegroute en/of foerageergebied. Op de locatie Woudenberg zijn vleermuizen onderzocht door het uitvoeren van onderzoek naar vliegroutes, foerageergebieden en verblijfplaatsen met behulp van een batdetector. Naast voor vleermuizen als kansrijke beoordeelde routes langs randstructuren als bospaden en open plekken, zijn gekarteerde holtebomen tijdens de verkennende bezoeken in maart en april tijdens alle inventarisatiebezoeken in de uitvlieg periode bezocht. In totaal is vijfmaal een ronde door het gebied gemaakt waarbij met behulp van een vleermuisdetector bij geschikte weer omstandigheden gericht is gezocht naar verblijfplaatsen en gebied gebruik door vleermuizen. Het betrof vier late avond/nacht bezoeken en één nacht/vroege ochtend ronde.
Tijdens alle bezoeken is tevens gelet op mogelijke aanwezigheid van andere nachtactieve (beschermde) soorten als uilen, en zoogdieren.
Tabel 3. Overzicht bezoekdata en omstandigheden onderdeel vleermuizen
Figuur 10. Routes bij vleermuiskartering Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
9
5.2.4. Land zoogdieren In het projectgebied zijn op basis van verkennende bezoeken en het bureauonderzoek een groot aantal landzoogdieren (vleermuizen worden afzonderlijk besproken) als mogelijk aanwezig beoordeeld. Tot de zwaarder beschermde soorten die mogelijk voorkomen in het gebied behoren boommarter, das en eekhoorn. Naast deze soorten zijn ook vaste verblijfplaatsen (holen) van konijn en vos gekarteerd om maximaal rekening te kunnen houden bij de voorgenomen gebiedsontwikkeling met de verblijfplaatsen / kernlocaties van deze soorten zoals bedoeld in het zorgvuldigheidsartikel uit de Wet natuurbescherming (art. 1.11 Wnb). Genoemde vijf soorten worden onderstaand afzonderlijk beschreven. In de omgeving van de locatie Woudenberg (bungalow parken) is daarnaast de steenmarter vastgesteld (Achterberg, 2020). Voor deze soort is geen geschikt habitat binnen het projectgebied aanwezig, waardoor er geen gericht onderzoek naar deze soort heeft plaatsgevonden. Van een aantal andere, niet specifiek beschermde soorten, is de aanwezigheid van mol, bosmuis, bosspitsmuis, egel en ree door middel van bureauonderzoek vastgesteld. Hoewel niet expliciet in beschikbare bronnen vermeld zullen naar verwachting meerdere soorten muizen, bruine rat en kleine marters als bunzing en wezel in het gebied aanwezig kunnen zijn.
Voor deze soorten zal conform het zorgvuldigheidsbeginsel Wnb (artikel 1.11) worden gehandeld door middel van het hanteren van een ecologisch werkprotocol. Toelichten werkwijze onderzoek afzonderlijke soorten landzoogdieren: Boommarter In maart en april 2021 is het gebied integraal onderzocht o.a. op de aanwezigheid van holte bomen. Voor de boommarter zijn in het bijzonder (voormalige) holten van groene- en zwarte specht van belang. De holten dienen een diameter te hebben groter dan 50 millimeter, beuken van een wat hogere leeftijd lijken hierbij favoriet. Gevonden holtebomen die aan de habitateisen van de boommarter voldoen worden gedurende het onderzoek meerdere malen geïnspecteerd. Das Met betrekking tot de das in het Henschotermeer gebied is een rapportage beschikbaar uit januari 2021 die informatie verstrekt over de aanwezigheid en het gebiedsgebruik van de das in de periode 2016-2021 (Achterberg, 2021). De in deze rapportage vermelde locaties zijn gedurende het onderzoek allen meermalen bezocht, waarbij actief is gezocht naar sporen en overige aanwijzingen van actueel gebruik. Naast gerichte bezoeken aan locaties uit het onderzoek van 2016-2020 is het gehele onderzoeksgebied onderzocht op sporen en verblijfplaatsen die wijzen op de aanwezigheid van de das in maart en april 2021.
Alle bekende en gevonden locaties zijn gedurende de onderzoeksperiode in 2021 regelmatig bezocht. Bij twijfel over bewoning/gebruik is gedurende enige tijd een faunacamera geplaats om zekerheid over bewoning van burchten en of benutten van terreindelen als foerageergebied te kunnen verkrijgen. Eekhoorn Eekhoornnesten zijn karakteristiek: bolvormig, vaak met duidelijke aanwezigheid van verdroogde bladeren en/of dennennaalden en tegen de stam of een dikke tak gepositioneerd. In de maand maart, voordat het blad aan de loofbomen komt is het gehele projectgebied intensief doorkruist om eventueel aanwezige ‘nesten’ van de rode eekhoorn te karteren. De talrijk aanwezige grove dennen hebben hierbij specifiek aandacht gekregen vanwege de lastige zichtbaarheid. Door de bosvakken te doorkruisen en de bomen vanaf meerdere kijkrichtingen te inspecteren kan een goede basisregistratie worden uitgevoerd. Daarnaast is tijdens alle veldbezoeken gelet op aanwezigheid van eekhoorns, of sporen die wijzen op de aanwezigheid van eekhoorns. Konijn Tijdens alle bezoeken is gelet op de aanwezigheid van konijnen en of sporen die wijzen op de gebiedsgebruik door konijnen. Het konijn heeft zijn foerageergebied in de regel in de directe nabijheid van zijn burchten (holen). De actieradius is klein omdat het dier bij gevaar direct in een hol wil kunnen vluchten.
Waarnemingen van graafwerk en mest worden hierdoor steeds in nabijheid van burchten aangetroffen en zijn hiermee eenvoudig te registreren. Tijdens alle bezoeken is aandacht besteed aan sporen en waarnemingen van konijnen en zijn verblijfplaatsen en foerageergebied op kaart geregistreerd. Vos Tijdens het verkennend veldbezoek is het projectgebied intensief doorkruist waarbij alle grondholen en burchten zijn gekarteerd. Gedurende het seizoen zijn de tijdens de verkenning gevonden burchten, en grotere grondholen regelmatig bezocht om de aanwezigheid van de vos te kunnen volgen. Daarnaast is steeds gelet op aanwezigheid van dieren, sporen, mest en recent opgeworpen zand dat op graafactiviteit kan duiden.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
10
5.2.5. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten en holenbroeders Alle inheemse vogels in Nederland zijn ongeacht de soort beschermd op het moment dat er nesten in gebruik zijn. “In gebruik” dient te worden geïnterpreteerd als: nestbouw, eifase, kleine jongen fase in het nest en de periode dat uitgevlogen jongen nog regelmatig terugkeren naar het nest. Voor het onderdeel broedvogels is tijdens alle veldbezoeken een streeplijst van aanwezige soorten bijgehouden, met een aanduiding of de soort territoriaal gedrag vertoond, foeragerend of passerend werd aangemerkt. Doel van de op deze wijze tot stand gekomen totaal soortenlijst aan het einde van het onderzoek is om op basis van de ‘indicatieve broedvogelkalender’ het broedseizoen voor het projectgebied vast te stellen, wat van belang is om veilige perioden voor werkzaamheden of toe te passen ecologische werkprotocols te kunnen bepalen. Een deel van de vogelsoorten heeft een status als jaarrond beschermd nest. Het betreft soorten die niet zelfstandig een nestbouwen, soorten die jaarlijks naar dezelfde nestlocatie terugkeren waaronder ‘holenbroeders’ en sommige koloniebroedvogels. In het vroege voorjaar van 2021 is het gebied intensief doorkruist waarbij alle aanwezige grote nesten en bomen met holten m.b.v. een GPS zijn gekarteerd, zodat ze later in het seizoen eenvoudig kunnen worden teruggevonden.
Controlebezoeken op deze locaties hebben plaatsgevonden eind april, eind mei en eind juni. 5.2.6. Reptielen Uit het bureauonderzoek is geconcludeerd dat binnen de onderzoeksgebieden mogelijk de soorten hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis aanwezig kunnen zijn. Om aanwezigheid van genoemde reptielen nader te onderzoeken en indien aanwezig (enig) inzicht in de aantallen te kunnen verkrijgen heeft in het voorjaar en de zomer van 2021 aanvullend onderzoek plaatsgevonden. Dit aanvullend onderzoek heeft bestaan uit twee aan elkaar complementaire methoden, namelijk: Gerichte bezoeken naar zonnende dieren tijdens gunstige weer omstandigheden in de ochtend als de dieren opwarmen. Hiervoor zijn een aantal trajecten bepaald binnen het onderzoekgebied die op basis van de verkennende bezoeken in maart en april 2021 als de meest kansrijke habitat voor reptielen zijn beoordeeld. Langs de looproute is steeds een strook van circa vijf meter breedte onderzocht. Tijdens de inventarisatieronden en veldbezoeken is regelmatig dood stamhout gekeerd en zijn takkenrillen en compost en bladhopen extra beoordeeld. In totaal zijn zes gerichte inventarisatie bezoeken uitgevoerd. Hierbij is een vaste route (figuur 11) gelopen volgens een tijdens de verkennende bezoeken als potentieel leefgebied beoordeelde locaties. “Platenonderzoek”.
Bij platenonderzoek worden gedurende langere tijd kunstmatige schuilplaatsen uitgelegd in de vorm van tapijttegels van 50*50 cm. Reptielen benutten deze schuilplaatsen om beschut te kunnen opwarmen. Evenals het vleermuisonderzoek heeft het reptielenonderzoek in samenhang met het onderzoek voor het overige gebied van het Henschotermeer plaatsgevonden. De routes a en b en drie plaatlocaties met in totaal 9 platen hebben specifiek betrekking op het projectgebied van YMCA. De platen zijn op 28 april 2021 in groepjes van drie tot vijf bijeen, op als kansrijk beoordeelde locaties die in de ochtend door de zon worden beschenen, uitgelegd. De platen werden goed aangesloten op de bodem geplaatst en vast gepind met tentharingen. Van alle locaties zijn de coördinaten m.b.v. GPS bepaald en is de omgeving fotografisch vastgelegd (figuur 12). De platen zijn om de twee á drie weken gecontroleerd op gebruik door reptielen.
Figuur 11. Locaties reptielenplaten en looproutes tijdens reptielen onderzoek Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
11
Figuur 12. Foto impressie reptielen platen
Tabel 4. Gegevens reptielen onderzoek
5.2.7. Overige soorten en soortgroepen Tot de overige soortgroepen worden aspecten als mierenhopen, beschermde insecten en onvoorziene soorten en habitats die tijdens het veldwerk zijn aangetroffen gerekend. Tijdens de bezoeken in het vroege voorjaar van 2021 is het gebied intensief doorkruist waarbij alle aangetroffen mierenhopen met GPS zijn vastgelegd. Tijdens vervolg bezoeken zijn eventueel nog niet geregistreerde mierenhopen eveneens vastgelegd. Half mei zijn de geregistreerde mierenhopen bezocht om daadwerkelijke bewoning en soort vast te kunnen stellen. Losse waarnemingen van overige beschermde soorten, rode lijst soorten of anderszins van belang geachte soorten, habitats en omstandigheden zijn tijdens alle locatiebezoeken geregistreerd. 6].
Resultaten soort specifiek onderzoek 6.1. (Hogere) planten Zowel in het projectgebied Leusden als Woudenberg zijn geen zwaarder beschermde planten aangetroffen. Ook zijn er geen habitats vastgesteld die een potentiele groeiplaats vormen voor beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. Op de locatie Woudenberg werd in een klein deel van het bosvak een hoge bedekking met adelaarsvaren aangetroffen (figuur 13). Er wordt geadviseerd deze deellocatie te vrijwaren van kap- en rooiwerkzaamheden vanwege het potentiele belang als dag rustplaats voor reeën.
Figuur 13. Bosvak met ondergroei van adelaarsvaren
Resultaten Leusden
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Leusden zijn zowel op het huidige YMCA terrein als het beoogd compensatie gebied geen beschermde planten en/of vegetatietypen aangetroffen. Op de locatie Woudenberg zijn geen beschermde planten en/of vegetatie typen aangetroffen.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
12
6.2. Vleermuizen Tijdens de voorjaarkartering in maart en april is intensief gezocht naar holtebomen en bomen met scheuren en loshangende schors. Alle gevonden ‘holtebomen ’zijn gekarteerd met GPS om ze bij het toenemen van de vegetatie en de bladvorming van de loofgewassen eenvoudig te kunnen terugvinden. Tijdens deze kartering is gebleken dat in het gebied zeer weinig holte bomen en liggend dood hout aanwezig zijn. Dit komt voort uit de jarenlange exploitatie als bos met productie en het terughoudende beheer op doodhout, holtebomen etc. tijdens de beheerperiode van het recreatieschap. Het betrof enerzijds een beheer vanuit veiligheid en voorkomen van risico van vandalisme (in het bijzonder brandstichting) op doodhout en takkenrillen en anderzijds een gevolg van de bosexploitatie vanuit kosten/baten afwegingen door het recreatieschap. Doordat de ‘holtebomen’ bekend waren kon zeer gericht worden gemonitord op de tijden van in- en uitvliegen vleermuizen. Dit onderdeel van de vleermuiskartering heeft steeds rond zonsondergang en bij vroege ochtend bezoeken rond zonsopgang plaatsgevonden. Overige delen van de nacht heeft de focus gelegen op het vastleggen van vliegroutes en foerageergebieden. Op deze wijze is met een kostenbesparende werkwijze een goed beeld ontstaan van de aanwezigheid van mogelijke vleermuisverblijfplaatsen in het algemeen en kraamkolonies in het bijzonder.