04j. bijlage 5 YMCA Kampeerterrein Woudenberg_Bijlage bij de toelichting_Bijlage 5 Natuurvisie.pdf
Tekst van het document
Met betrekking tot de waarneem intensiteit i.r.t. de oppervlakte wordt opgemerkt dat, circa 13 hectare wordt ingenomen door de zwemplas en nog eens 15 hectare door strand en open ruimte langs de plas. De resterende ruim veertig hectare bestaat deels als uit vrij dichte bostypen (Larix/Douglas) die niet toegankelijk /aantrekkelijk zijn voor vleermuizen en goed zijn ontsloten door een fijnmazig netwerk van bospaden. Juist deze bospaden worden overwegend gebruikt door vleermuizen als vliegroute en voor het foerageren, waardoor hier de nadruk in de overige delen van de nacht heeft gelegen. Leusden Binnen het projectgebied in Leusden worden geen bomen gerooid en zijn geen opstallen waarin zich vleermuizen op kunnen houden betrokken. De werkzaamheden zullen hier uitsluitend bestaan uit het verwijderen van elementen en voorzieningen die niet kunnen worden gerelateerd aan vleermuizen. Indien de werkzaamheden zonder werkplek verlichting worden uitgevoerd zijn er geen effecten op vleermuizen te verwachten. Voor het potentiele compensatiegebied ten bate van een mogelijke herplant op de huidige akker bestaat de mogelijkheid dat hierdoor vliegroutes of foerageergebied verloren gaan. Om het gebruik door vleermuizen van deze akker en haar directe omgeving te beoordelen zijn hier een drietal late avond / nachtbezoeken gebracht.
Tijdens de bezoeken is vastgesteld dat de laan aan de noordzijde van de akker een frequent gebruikte vliegroute van vleermuizen betreft. Het betreft de soorten gewone dwergvleermuis en Laatvlieger. Kort na zonsondergang is er een duidelijke vliegrichting van oost naar west. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de dieren hun verblijfplaatsen in de bebouwing rond de Buurtweg of Leusden zuid zullen hebben. Incidenteel werd tijdens de migratie kort foerageren boven de heg die de laan van de akker scheidt waargenomen. Eenmaal werd een jagende franjestaart boven het pad gezien die regelmatig uitstapjes maakte boven de heg en de noordelijke helft van de akker. Langs de zuidelijk gelegen bosrand werd niet gemigreerd door vleermuizen. Later in de nacht werden hier tweemaal solitaire exemplaren van de rosse vleermuis jagend aangetroffen (figuur 14).
Figuur 14. resultaten vleermuiskartering YMCA Leusden (compensatie gebied) Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
13
Woudenberg Tijdens de bezoeken is gelet op de aanwezigheid van verblijfslocaties. Als potentiele locaties zijn uitsluitend holtebomen beschikbaar binnen het projectgebied. De in het vroege voorjaar gekarteerde holte bomen zijn tijdens de bezoeken, bij aanvang van de kartering, bezocht om eventueel uitvliegende dieren en/of zwermgedrag rond de verblijfslocatie niet te missen. Vrijwel alle holtebomen in het gebied zijn aanwezig op het deelgebied van de voormalige NCC (vak Y-1). Er zijn geen verblijfslocaties van vleermuizen vastgesteld. Binnen het projectgebied van de YMCA werd voornamelijk gefoerageerd door vleermuizen rond het voormalige NCC-terrein en langs de randzone van het ten westen hiervan gelegen voormalige parkeerterrein. Daarnaast werd een enkele foeragerende vleermuis waargenomen boven de hoofdpaden in het gebied. De overige gebiedsdelen, waaronder smalle bospaden, zijn te besloten om een effectieve vliegroute of foerageerhabitat voor vleermuizen te bieden. Hier werden geen foerageergedrag of vliegbewegingen vastgesteld. Er werd een vrij breed soortspectrum aan vleermuizen foeragerend aangetroffen op bovengenoemde deel locaties. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger waren het meest talrijk. Ruige dwergvleermuis werd voornamelijk in de nazomer aangetroffen. Franjestaart en Rosse vleermuis incidenteel.
Een kaart weergave van de waargenomen vleermuizen is weergegeven als figuur 15.
Figuur 15. resultaten vleermuiskartering YMCA Woudenberg
Resultaten Leusden
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Leusden zijn vier soorten vleermuizen aangetroffen. De noordelijk gelegen laan heeft een belangrijke functie als vliegroute voor gewone dwergvleermuizen en laatvliegers vanuit het dorp (Leusden) naar het westen. Incidenteel wordt hierbij kort jacht gedrag vertoond waarbij ook de akker deels wordt benut. De vliegroute bevindt zich boven de weg en wordt niet beïnvloed door de (compenserende) inrichting van het gebiedsdeel. Als foerageergebied heeft de akker een zeer geringe betekenis. Bij inrichting van de akker kan foerageergebied worden verkleind. Als gevolg van het totaal areaal aan beschikbaar foerageergebied in de directe omgeving en de geringe vermindering van het foerageergebied leidt dit niet tot aantasting van de duurzame staat van instandhouding van soorten of beperking van foerageergebied en/of vliegroutes. Op de locatie Woudenberg zijn 5 soorten aangetroffen. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger waren het meest talrijk. Beide soorten benutten geen bomen als verblijfplaats. In de nazomer werd de soort ruige dwergvleermuis enkel malen aangetroffen. Tijdens twee bezoeken werd een exemplaar franjestaart vastgesteld. Eveneens tijdens twee bezoeken enkele exemplaren rosse vleermuis. Beide zijn boom bewonende soorten. Binnen het projectgebied zijn 8 holtebomen gekarteerd. Rond deze holte is geen zwermgedrag of uitvliegen van vleermuizen vastgesteld.
Geconcludeerd wordt dat er geen aanwijzingen zijn voor aantasting van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen bij de voorgenomen ontwikkeling. Wel is het gebied een frequent gebruik foerageergebied en zijn er vliegroutes aanwezig. Tijdens de ontwikkeling van de projectlocatie dient terughoudend met bouwplaats verlichting te worden omgegaan. Bij de keuze voor terreinverlichting dient dit passend voor vleermuizen te worden uitgevoerd (lage armaturen zonder uitstraling naar boven).
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
14
6.3. Land zoogdieren Boommarter Voor de locatie in Leusden is de bosrand, die mogelijk effect heeft van een eventuele herinrichting onderzocht op geschikte holtebomen deze zijn niet aangetroffen. Voor de boommarter zijn in het bijzonder (voormalige) holten van groene- en zwarte specht van belang. De holten dienen een diameter te hebben groter dan 50 millimeter, beuken van een wat grotere leeftijd zijn hierbij favoriet, maar zijn niet in het deelgebied Woudenberg, waar de YMCA haar ontwikkelingsplan heeft, aanwezig. Grondholen, stamvoetholen zijn geïnspecteerd, hierbij zijn geen aanwijzingen voor aanwezigheid van de boommarter gevonden. Ook elders in het Henschotermeer gebied komt de beuk slechts sporadisch voor. Binnen het YMCA deelgebied in Woudenberg is slechts één in potentie geschikte holte aangetroffen. Dit wordt mede veroorzaakt door de leeftijd en het soortspectrum van het boombestand. De aangetroffen holte was aanwezig in een grove den. Bij de vondst van de holte is onder de boom gezocht naar mestsporen die wijzen op aanwezigheid van boommarter. De holteranden zijn geïnspecteerd met een stokcamera op krab- of nagelsporen en haarresten. Ook de stam onder de holte is geïnspecteerd op krab- en/ of nagelsporen. Er zijn geen aanwijzingen of sporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van boommarters in het gebied.
De boommarter wordt hiermee uitgesloten als aanwezig binnen het projectgebied. Evenmin kan het gebied worden aangemerkt als potentieel leefgebied door de afwezigheid van voldoende geschikte verblijfplaatsen. De aanwezige holteboom is aangemerkt als te sparen boom tijdens de gebiedsontwikkeling.
Resultaten Leusden
Op de locatie Leusden zijn geen geschikte holte bomen voor de boommarter aangetroffen in de mogelijk beïnvloede delen bij herinrichting. De soort kan worden uitgesloten vanuit de Wet natuurbescherming.
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Woudenberg is één, in potentie, geschikte holte voor de boommarter aangetroffen in een grove den. De holte is meerdere keren geïnspecteerd op bewoning door de boommarter. Vastgesteld is dat de holte niet in gebruik is. In de ruime omgeving van het projectgebied zijn geen waarnemingen gedaan of aanwijzingen verkregen van aanwezigheid van boommarters. De soort kan worden uitgesloten voor het projectgebied.
Das Voor de locatie Leusden is de als potentiele locatie voor natuurcompensatie aangemerkte akker tijdens meerdere bezoeken onderzocht op sporen die wijzen op gebiedsgebruik door de das. Er is gezocht naar wissels in het bijzonder onder en langs de heg aan de noordzijde en naar haren bij mogelijke onder doorgangen van hagen en rasters. De akker zelfs is nagelopen op de aanwezigheid van mest- en krabputjes en de aangrenzende bosrand is onderzocht op aanwezigheid van burchten. Tijdens deze onderzoeken zijn geen sporen van de das aangetroffen op de voor compensatie beschikbare locatie Leusden. Woudenberg Tijdens de bezoeken voor het onderhavige onderzoek is het gehele projectgebied in Woudenberg onderzocht op de aanwezigheid van burchten van de das. Binnen het projectgebied van de YMCA werden geen burchten of voormalige verblijfslocaties aangetroffen. Op circa 430 meter ten zuiden van de projectlocatie werd tijdens bezoeken in maart een belopen burcht gevonden. Tijdens latere inspecties was deze burcht niet bewoond. Controle met een monitoringscamera gedurende en periode van tien dagen in mei leverde geen registraties van de das op deze locaties op. Langs het hoofdpad aan de zuidzijde van het projectgebied werden tijdens verschillende bezoeken enkele mestputjes en krabplaatsen die worden toegeschreven aan de das aangetroffen.
Het meer open terreindeel van de voormalige NCC is tijdens de verkennende bezoeken aangemerkt als mogelijke foerageerlocatie voor de das. Tijdens het veldseizoen is de locatie meerdere keren onderzocht op het gebruik door de das. Op deze locatie zijn geen mestputjes, krabplaatsen of wissels door ons aangetroffen. Waarschijnlijk is het perceel niet of onvoldoende toegankelijk als gevolg van het fijnmazige en ingegraven gaasraster wat rondom de voormalige NCC locatie is aangebracht. Het voormalige NCC terrein is met twee inspectie camera’s met kruisende beeldhoeken gedurende driemaal vijf dagen (mei, juni en juli) onderzocht op gebruik als foerageergebied door de das. De camera’s zijn zo opgesteld dat de gehele noordzijde, van welke zijde een mogelijke das kon worden verwacht op basis van ligging van N wegen en de geregistreerde burcht, werd bestreken. Er zijn hierbij geen waarnemingen gedaan van gebruik door de das van het projectgebied. Naar verwachting is het terrein niet toegankelijk voor de soort door het rondom geplaatste fijnmazige raster wat is ingegraven in de bodem. De overige delen van het projectgebied zijn als gevolg van de aanwezige habitat en onderbegroeiing als marginaal tot ongeschikt foerageergebied voor de das beoordeeld. Een totaal overzicht van aan de soort das gerelateerde waarnemingen en locaties is weergegeven als figuur 16.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
15
Figuur 16. Samenvatting waarnemingen gerelateerd aan das YMCA terrein 2021
Resultaten Leusden
Op de locatie Leusden zijn geen activiteiten van de das aangetroffen.
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Woudenberg is buiten het projectgebied een burcht aangetroffen die in maart bewoond was. Langs de noordrand, buiten het projectgebied, zijn mestputjes en krabplaatsen die worden toegeschreven aan de das gevonden. De als mogelijk foerageergebied beoordeelde voormalige kampeerterrein van de NCC is regelmatig visueel onderzocht op sporen die wijzen op gebruik door de das. Daarnaast heeft driemaal gedurende een periode van 5 dagen een inspectie met een faunacamera plaatsgevonden. Er zijn geen waarnemingen van de das of sporen die wijzen op gebiedsgebruik door de das gedaan. Er wordt geconcludeerd dat er geen effecten op de soort das in het gebied zijn te verwachten.
Eekhoorn Leusden De beoogde compensatielocatie in Leusden betreft een akker. Langs de randzone zijn lanen of bosvakken aanwezig. De gehele randzone met boombegroeiingen is over een breedte van circa 10 meter vanuit de akkerrand tweemaal nagelopen op de aanwezigheid van eekhoorn nesten. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Er werd tijdens de uitgebreide gebiedskartering in maart uitsluitend een eekhoornnest gekarteerd op ruime afstand buiten het gebiedsdeel van de YMCA in het Henschotermeer gebied. Dit sluit aan bij het beperkt aantal waarnemingen die bekend zijn van het projectgebied (waarneming.nl / NDFF / VZZ). Binnen een druk bezocht natuur- recreatiegebied als het Henschotermeer wordt een grotere waarneming intensiteit verondersteld voor een goed herkenbare en bij het publiek ‘populaire’ soort als de rode eekhoorn wanneer deze een regelmatig voorkomen heeft. Tijdens de veldbezoeken voor het onderhavige onderzoek is eenmaal een zichtwaarneming van de rode eekhoorn gedaan. De rode eekhoorn wordt hiermee als beperkt aanwezig / uitsluitend als passant binnen het projectgebied beoordeeld.
Resultaten Leusden
Op de locatie Leusden zijn geen activiteiten van de eekhoorn aangetroffen.
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Woudenberg zijn geen nesten of voortplantingsplaatsen van de rode eekhoorn aangetroffen. De zeer beperkte mate van het waarnemen van de soort wijst op een gebruik als passage gebied zonder permanente vestiging.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
16
Konijn Leusden Tijdens bezoeken aan de locatie Leusden zijn meerdere waarnemingen van het konijn gedaan. Binnen het beoogd compensatie gebied zijn verspreid enkele sporen in de vorm van mest en ‘krabbels’ waargenomen. Het konijn kan worden beoordeeld als aanwezig binnen de projectlocatie Leusden. Woudenberg Het konijn heeft een lage dichtheid en een verspreid voorkomen in het totale Henschotermeer gebied (Bron: bureaustudie en verkennende veldbezoeken Bui-TeGewoon | groenprojecten).
Binnen het deelgebied waar de beoogde ontwikkeling van de YMCA zal plaatsvinden waren enkele zeer beperkte foerageer en krabplekken aanwezig langs de rand van het open gebied met boomweide (vak Y-1). Hoewel dit deelgebied visueel een geschikte habitat lijkt en op de aangrenzende voormalige parkeerplaatsen aan de zuidzijde buiten het YMCA projectgebied, meerdere burchten van het konijn zijn aangetroffen wordt de deellocatie beperkt gebruikt. Een oorzaak hiervan kan worden gevonden in het omsluitende gaasraster met een kleine maasdiameter (5 bij 5 cm) wat is ingegraven in de bodem. Hierdoor is het betreffende deelgebied slechts zeer beperkt toegankelijk voor (grotere) dieren van buiten het omrasterde gebied. De bosvakken die tot het YMCA projectgebied behoren hebben een (te) dicht boombestand en weinig foerageerbare vegetatie voor de soort konijn. De direct aan de westzijde grenzende voormalige parkeerplaats buiten het projectgebied heeft een aantal burchten. Hier is op basis van sporen en zichtwaarnemingen een duidelijk grotere activiteit van konijnen vastgesteld. De verwachting is dat de foerageerplekken (begraasd gewas/keutels en graafputjes) langs de randzone van het projectgebied door dieren uit deze aangrenzende populatie zijn aangebracht. Tijdens de bezoeken ten bate van het onderhavige onderzoek is de aanwezigheid van konijnen en sporen van konijnen gekarteerd.
Hieruit zijn geen nieuwe inzichten gekomen. Geconcludeerd wordt dat binnen het ontwikkelingsgebied van de YMCA geen holen of permanente verblijfplaatsen aanwezig zijn. Wel wordt door een beperkt aantal dieren nabij het deelgebied met de boomweide gefoerageerd. De voorgenomen ontwikkeling zal geen aantasting van dit gebruik veroorzaken en/of de nabij gelegen populatie op andere wijze schaden.
Resultaten Leusden Resultaten Woudenberg
Op de locatie Leusden zijn geen foerageergebieden of burchten van het konijn aanwezig. Op de locatie Woudenberg werden enkele waarnemingen van aanwezigheid van het konijn gedaan. Deze waren voornamelijk aanwezig in de randzone met de westelijk gelegen parkeerplaats waar een populatie werd vastgesteld. Het konijn is geen zwaarder beschermde soort in de Wet natuurbescherming. Door bij de inrichting van het terrein te werken volgens een vigerende gedragscode en met ecologische werkprotocols wordt conform het zorgvuldigheidsbeginsel (art. 1 lid 11) van de wet geopereerd.
Vos Leusden In verschillende brondocumenten worden waarnemingen van de vos in en rond de locatie Leusden vermeld. De soort is tijdens de bureaustudie beoordeeld als een regelmatig en vrij algemeen aanwezige soort voor dit gebied. De beoogd projectlocatie zal naar verwachting daardoor onderdeel uit maken van het foerageergebied van de soort vos. De randzone van het beoogd compensatie gebied is in het bijzonder langs de bosrand en haag tweemaal gecontroleerd op de aanwezigheid van (bewoonde) burchten van deze soort. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Binnen het Henschotermeer gebied worden relatief weinig waarnemingen van de vos gedaan zo blijkt uit de registraties op waarneming.nl, NDFF en VZZ databases. Tijdens het integrale gebiedsonderzoek in maart werden twee recent belopen holen aangetroffen die beide buiten het projectgebied van de YMCA zijn gelegen. Binnen het projectgebied werd op één locatie (vak Y- 4) aan de vos toegeschreven mest gevonden (figuur 17), waaruit blijkt dat de soort gebruik maakt van de projectlocatie als foerageergebied. Tijdens het bezoek van 5 augustus werd een (op)nieuw uitgegraven hol in één van de middenbermen van de grote parkeerplaats direct ten westen van de projectlocatie gevonden. De projectlocatie wordt op basis van de gevonden informatie beoordeeld als onderdeel uitmakend van het leefgebied van de vos.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
17
Figuur 17. Aan vos toegeschreven mest op bospad YMCA locatie (Y4)
Resultaten Leusden
Resultaten Woudenberg
Op de locatie Leusden zijn in de randzone geen burchten van de vos aanwezig. Er wordt geen effect van de voorgenomen inrichting verwacht op verblijfplaatsen van de vos. Het foerageergebied wordt niet aangetast. Op de locatie Woudenberg zijn geen burchten van de vos binnen het projectgebied waargenomen. Wel wordt gefoerageerd binnen het projectgebied. Het leefgebied voor de soort wordt niet aangetast.
6.4. Broedvogels, inclusief jaarrond beschermde nesten en holenbroeders Bij de verkennende bezoeken in maart en april is het gebied intensief doorkruist om holtebomen en jaarrond beschermde nesten op te sporen. Bij aantreffen van deze locaties zijn ze met GPS vastgelegd om later in het seizoen eenvoudig controle bezoeken te kunnen uitvoeren. Grove dennen zijn hierbij van meerder kanten beoordeeld. Dichtere opstanden van Larix en Douglas zijn doorkruist om de mogelijke aanwezigheid van nesten van sperwer (en havik), die veelal een voorkeur hebben voor deze dichtere opstanden, vast te stellen of uit te sluiten. Naast clusters van nesten uit vorige jaren (sperwer) en karakteristieke locaties voor havik nesten is tevens gelet op plukresten in de opstanden die een aanwijzing voor een mogelijk aanwezige broedlocatie kunnen geven en is steeds gelet op de aanwezigheid en territoriaal gedrag van soorten met jaarrond beschermde nesten. Tijdens de nachtbezoeken ten bate van vleermuizen is gelet op roep van uilen. Tijdens alle bezoeken is een soortenlijst van waargenomen vogels samengesteld. Vogels die territoriaal gedrag vertoonden zijn hierbij gemarkeerd, zodat een broedvogellijst kon worden opgesteld aan de hand waarvan het broedseizoen met beperkingen voor werkzaamheden kon worden bepaald. Leusden In totaal zijn 29 vogelsoorten tijdens de verschillende bezoeken waargenomen.
Hiervan worden 17 soorten tot de broedvogels gerekend. Op basis van deze resultaten wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 15 juli. Woudenberg In totaal zijn 38 verschillende vogelsoorten tijdens de bezoeken waargenomen. Hiervan zijn 13 soorten als overvliegend zonder binding met het gebied geïnterpreteerd. Waardoor er 25 soorten met enige vorm van gebiedsbinding zijn aangemerkt. Van 12 soorten is daadwerkelijk territoriaal of broedindicatief gedrag waargenomen (tabel 4). Op basis van het aangetroffen soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart – 31 juli. Omdat sommige soorten soms al vroeg in het jaar tot broeden komen en /of meerdere legsels grootbrengen is het in de periode 1 februari – 1 maart en 31 juli – 31 augustus uitsluitend mogelijk om werkzaamheden uit te voeren na een vogelcheck met vrijgave door een ecoloog. Op het voormalige NCC terrein zijn enkele holtebomen en nestkasten aanwezig. Holtebomen dienen waar mogelijk te worden gehandhaafd. Indien bomen met holten als nog dienen te worden gerooid dient vooraf een vogelcheck te worden uitgevoerd. Indien de bomen niet bewoond zijn betreft het geen beschermde situatie. Vanuit het zorgvuldigheidsbeginsel uit de Wet natuurbescherming zal echter voor elke gerooide holteboom twee nestkasten voor een potentiele soort worden teruggeplaatst.
Indien het een bewoonde locatie betreft zal in eerste instantie worden gepoogd de betreffende locatie te handhaven door de beoogde ontwikkeling te verschuiven. Indien dit niet mogelijk is zal een ontheffingstraject worden gestart. Indien bomen waaraan nestkasten zijn bevestigd moeten worden gerooid dienen de nestkasten vooraf en buiten het broedseizoen op een geschikte nieuwe locatie te worden herplaatst.
Resultaten locatie Leusden
Voor de locatie Leusden worden geen bomen gekapt, of anderszins ingrijpende werkzaamheden aan potentieel broedgebied uitgevoerd. Niet kan worden uitgesloten dat binnen de invloedsfeer van nesten in bomen en of struiken moet worden gewerkt. Op basis van het gevonden soortspectrum wordt het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 15 juli.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
18
Resultaten locatie Woudenberg
Voor de locatie Woudenberg is op basis van het aangetroffen soortspectrum in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling het broedseizoen bepaald op 1 maart tot 31 juli. Voor werkzaamheden in de periode 1 februari – 1 maart en 31 juli – 31 augustus dient steeds een vogelcheck van de (deel) werklocatie te worden uitgevoerd. Indien holte bomen vanuit veiligheidsoverwegingen moeten worden gekapt dient dit steeds in de periode 1 oktober – 1 februari plaats te vinden. Voor elke gekapte holte bomen dienen twee kunstnesten te worden terug geplaatst van een type met een vergelijkbaar vlieggat diameter zodat de beschikbare broedhabitat voor holenbroeders niet wordt beperkt.
Tabel 5. Overzicht vogelwaarnemingen YMCA terrein Woudenberg 2021
6.5. Reptielen In Nederland komen zeven soorten inheemse reptielen voor. Het betreft drie slangen en vier hagedissen. Alle inheemse reptielen en hun leefgebied zijn beschermd vanuit de Wet natuurbescherming. Reptielen hebben hun leefgebied overwegend op de overgangen tussen bos en open gebied, in heide en veengebieden en in de randzones van zandverstuivingen. In het leefgebied moeten zowel plekken om te schuilen als om op te warmen aanwezig zijn. Voor de overwintering worden o.a. grondholen, stamvoetholten, liggend dood hout en takkenrillen gebruikt. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
19
Leusden Van de directe omgeving van de locatie Leusden zijn waarnemingen van reptielen bekend. Het merendeel van de waarnemingen is gerapporteerd uit het gebiedsdeel ten westen van het projectgebied met heide en open bodemdelen. Voor de projectlocatie in Leusden is uitsluitend de randzone met bosovergangen en hagen als potentieel leefgebied voor reptielen beoordeeld. De nog in te richten akker is als ongeschikt beoordeeld. Het onderzoek naar reptielen in Leusden is uitgevoerd door driemaal bij geschikte weeromstandigheden het gehele terrein langs de randzone te inspecteren op de aanwezigheid van zonnende reptielen. Deze zijn niet aangetroffen. Woudenberg Tijdens de bureaustudie is vastgesteld dat hoewel er geen recente waarnemingen van reptielen uit het projectgebied bekend zijn er in de directe omgeving waarnemingen van zowel de hazelworm, de levendbarende hagedis als de zandhagedis zijn verricht (figuur 18). Deze waarnemingen bevinden zich overwegend aan de overzijde van de beide provinciale wegen die het gebied begrenzen. De meest nabij verrichte waarneming betreft een levendbarende hagedis ten westen van het projectgebied (rode pijl rechtboven in figuur 18).
Figuur 18. Uitkomsten bureaustudie reptielen (maart 2021)
Tijdens de gebiedsverkenning op de projectlocatie, in maart en april 2021, is het projectgebied beoordeeld als lokaal geschikt voor reptielen. Er zijn in potentie zowel leefgebied, foerageergebied, voortplantings- en overwintering habitats aanwezig. Tijdens een drietal verkennende terreinbezoek in maart en begin april 2021 is de gebiedshabitat verder in kaart gebracht. Hierbij is geconcludeerd dat er delen van het projectgebied een mogelijke habitat vormen voor genoemde reptielen. Er zijn zowel potentiële zonlocaties, schuilplaatsen voor overwintering als voortplantingsmogelijkheden voor alle drie de mogelijk aanwezige soorten aangetroffen. Deelgebieden met potentiële habitats, de gehanteerde looproute tijdens de inventarisatie en de locaties voor “platenonderzoek” zijn hierop bepaald en weergegeven in figuur 11. Platenonderzoeken en monitoringsroutes hebben geen waarnemingen van reptielen opgeleverd. De uitgelegde platen werden vrijwel allen kort na het uitleggen bezet door de kale rode bosmier of de gewone steekmier. Ook gekeerde stammen leverde in het merendeel van de situaties populaties (bos)mieren op. In de regel worden op plaatsen die worden bezet door (bos)mieren geen reptielen aangetroffen. De grote mate van aanwezigheid van bosmieren lijkt in het projectgebied een beperkend effect op de reptielenfauna te hebben.
Mogelijk vormt de beperkte aanwezigheid van liggend dood hout een beperkende factor voor de mierenpopulatie in het gebied, waardoor nieuwe mogelijkheden direct worden ingenomen. Ook zal de isolatie van het deelgebied door de omsluitende provinciale wegen een handicap kunnen vormen om het gebied te bereiken. Nieuwe mogelijkheden, zoals vastgesteld bij het uitleggen van reptielplaten, leidt tot een snelle bezetting door mieren waardoor ze niet beschikbaar komen voor reptielen. Een meer natuurlijk bosbeheer, dan tijdens het beheer door het recreatieschap in het verleden gevoerd, waarbij een toename van zowel staand als liggend dood hout wordt nagestreefd, kan de mogelijkheden voor reptielen in de toekomst vergroten. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
20
Resultaten locatie Leusden
Resultaten locatie Woudenberg
In de directe omgeving van de locatie in Leusden zijn waarnemingen van meerdere soorten reptielen bekend. Voor het compensatie gebied zal de eventuele herinrichting van de huidige akker niet leiden tot aantasting van individuen en/of leefgebied. Bij het ontmantelen van de huidige YMCA tentenplaatsen en overige voorzieningen is er een mogelijkheid dat zich in het winterhalfjaar onder op de bodem aangebrachte materialen reptielen in winterrust aanwezig zijn. Het verwijderen van op het maaiveld aanwezige afdekkingen als vlonders, betonplaten of anderszins voorzieningen die als overwinteringshabitat kunnen worden benut dient hierdoor buiten de periode 1 oktober – 1 maart plaatst te vinden. Voor de locatie Woudenberg zijn geen reptielen waargenomen tijdens het uitgevoerde Onderzoek verricht. Ook het bronnenonderzoek geeft geen waarnemingen uit het gebied. Hoewel op basis van totale verspreiding binnen de Utrechtse Heuvelrug incidenteel voorkomen van soorten niet kan worden uitgesloten zal dit niet leiden tot aantasting van leefgebied en/of de duurzame staat van instandhouding in gevaar brengen. Dit komt o.a. voort uit het ontbreken van overwinteringshabitat voor reptielen binnen de te ontwikkelen delen van de YMCA projectlocatie.
6.6. Overige soorten en soortgroepen Leusden Voor de locatie Leusden zijn geen waarnemingen van overige beschermde soorten als insecten, ongewervelden, mollusken, etc. verricht. Op basis van habitat binnen de door het project beïnvloede locaties worden deze ook niet verwacht. Woudenberg In het projectgebied zijn op meerdere plaatsen nesten van de kale rode bosmier aangetroffen ook zijn er “mierenpaden” (vaste looproutes) van deze soort vastgesteld. De kale rode bosmier betreft een voormalig beschermde soort onder de Flora en Faunawet. Om te voldoen aan het zorgvuldigheidsbeginsel principe uit de Wnb (art. 1.11) zijn alle aangetroffen mierenhopen gekarteerd. Deze waren gelegen langs het zuidelijke bospad van de vakken Y2 & Y3. Door de registratie kunnen tijdens de gebiedsontwikkeling door toepassen van de mitigerende aanpak “ontwijken” de locaties gespaard worden.
Figuur 19. Mierenhopen in het gebied zijn allen van de kale rode bosmier
Door bij het uitzetten van de kampeervakken en overige voorzieningen de directe omgeving van mierenhopen te vrijwaren en mierenpaden niet te doorsnijden kunnen op eenvoudige wijze effecten op rode bosmieren worden voorkomen. Parallel voorkomt dit overlast op de kampplekken voor de gebruikers. Naast de kale rode bosmier zijn onder de, voor reptielen onderzoek, uitgelegde tegels ook regelmatig nesten van de gewone steekmier en grauwzwarte renmier aangetroffen. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen.
Resultaten locatie Leusden
Op de locatie in Leusden zijn geen mierenhopen binnen de projectlocatie en/of het compensatiegebied aangetroffen. Resultaten locatie Woudenberg Binnen het projectgebied Woudenberg zijn de meeste mierenhopen aangetroffen in de zone langs het zuidelijk gelegen bospad en de aangrenzende voormalige parkeervakken net buiten het projectgebied. Meer centraal in het gebied was één mierenhoop aanwezig in de westrand van het voormalige NCC terrein en twee langs het noord-zuid pad aan de uiterste westzijde. Door tijdens de locatie keuze van de aan te brengen voorzieningen rekening te houden met de aanwezigheid van ‘mierenhopen’ en ‘mieren straten’ (mitigatiemethode “ontwijken”) . Kan op eenvoudige wijze effect op bosmieren worden voorkomen, waarmee wordt voldaan aan het zorgvuldigheidsartikel uit de Wnb.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
21
7. Aanbevelingen De resultaten van het natuuronderzoek op de locaties YMCA Leusden en toekomstig YMCA Woudenberg lijden tot een aantal aanbevelingen. Deze aanbevelingen hebben deels betrekking op het ontmantelen dan wel inrichten van terreindelen, voorzieningen en het nieuwe gebouw in Woudenberg en deels op compenserende en mitigerende maatregelen voor dieren en habitats tijdens de ontwikkeling. 7.1. Locatie Leusden Ontmantelen huidig YMCA terrein a) Compenserende en/of mitigerende maatregelen o Ontmantelen terrein buiten het broedseizoen (15 maart/ 15 juli). Indien dit niet mogelijk blijkt voorafgaand aan werkzaamheden uitvoeren van een broedvogelcheck (ecoloog); o Verwijderen van funderingen en overige voorzieningen met een bodemafdekking buiten het overwinteringsseizoen van reptielen (oktober-maart); o Tijdens de ontmanteling niet werken in perioden dat verlichting noodzakelijk is; o Tijdens de ontmanteling van het terrein op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij het aantreffen van fauna.
b) Habitat verbeterende maatregelen vanuit ecologie o Na het verwijderen van voorzieningen en materialen het maaiveld ter plaatse in lichte mate verlagen zodat inunderende bodemdelen ontstaan met vocht gradiënten die sneller kunnen ontwikkelen tot aantrekkelijke vegetaties voor de reptielen en kleine zoogdierfauna; o Smalle paadjes ontstaan tijdens het kampeergebruik afsluiten of lokaal open trekken zodat versnelde vegetatie ontwikkeling ontstaat; Inrichten / ontwikkelen van huidige akker ten bate van natuurcompensatie werken o Aanplanten van streekeigen boom- en struiksoorten die kunnen ontwikkelen tot droog loofbos zonder productie; o Enkele vakken niet actief inplanten maar de bodem opentrekken ten bate van spontane bosontwikkeling; o Aanplanten met grote randlengten en lokaal open delen ten bate insecten en foerageerhabitat voor vleermuizen. 7.2. Locatie Woudenberg a) Compenserende en/of mitigerende maatregelen o Bouwrijp maken van het terrein buiten het broedseizoen (01 maart/ 01 augustus).
Indien dit niet mogelijk blijkt voorafgaand aan werkzaamheden uitvoeren van een faunacheck (ecoloog); o Binnen het voormalige NCC terrein sparen van zoveel mogelijk holtebomen op basis van een boomveiligheidscontrole (VTA); o Indien holtebomen moeten worden gerooid voor elke gerooide boom twee kunstnesten / nestkasten voor vogels plaatsen met vergelijkbare diameter van invliegopeningen en één vleermuiskast van een geschikt type als zomerverblijf voor boom bewonende vleermuizen; o Locaties van kampeervakken, sport en spel accommodaties, etc. zodanig positioneren dat ‘mierenhopen’ en ‘mierenstraten’ niet worden verstoord; o Tijdens de ontmanteling niet werken in perioden dat verlichting noodzakelijk is om verstoring van vliegroutes en foerageergebied voor vleermuizen te voorkomen; o Tijdens de ontmanteling van het terrein op afroep kunnen beschikken over een ecoloog bij het aantreffen van fauna.
b) Habitat verbeterende maatregelen vanuit ecologie o Overweeg om bij het oprichten van het nieuwe gebouw natuur inclusieve maatregelen op te nemen als vleermuis verblijven of vogel broedplaatsen; o Geef een deel van de stammen van gerooide bomen een passende plek in het bos waar zij als liggend doodhout een toegevoegde waarde kunnen leveren voor insecten, ongewervelden, kleine zoogdieren en reptielenfauna; o Maak van (een deel) van het vrijgekomen takhout een takkenril die deels zon gelegen en deels beschaduwd komt te liggen. Dit geeft extra habitat aan de kleine zoogdier en reptielenfauna; o Door verspreid in het bos buiten het ontwikkelingsgebied circa 15 bomen met een minimale diameter van 0.35 meter te ‘ringen’ wordt meer dood hout in het gebied ontwikkeld, wat op termijn leidt tot een betere habitat voor broedvogels die gebruik maken van boomholten en vleermuizen. Houdt hierbij rekening met een veilige afstand t.o.v. openbare paden; o Indien lokaal aanplant gewenst of noodzakelijk is binnen de projectlocatie kies dan voor streekeigen bloeiende struik- en struweelsoorten zodat de nectar beschikbaarheid voor insecten wordt vergroot in het gebied; o Pas bij de toekomstige terreinverlichting vleermuis vriendelijke verlichting toe met uitsluitend naar beneden stralende lichtbronnen en amberkleurige verlichting. Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP.
2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
22
8. Samenvatting De YMCA organisatie dient haar huidige locatie in Leusden uiterlijk per december 2023 te hebben verlaten. Om de verplaatsing mogelijk te maken is een locatie nabij het Henschotermeer ter beschikking gesteld. Indien voor de verplaatsing oppervlakte compensatie ten bate van natuur of herplant van bomen noodzakelijk is kan gebruik worden gemaakt van een akkerperceel direct grenzend aan de NNN in Leusden. Ten bate van deze voorgenomen ontwikkeling dienen ruimtelijke procedures te worden gevolgd en vergunningen dan wel ontheffing te worden aangevraagd. Om deze procedures te kunnen volgen is vanuit het onderdeel natuur informatie noodzakelijk met betrekking tot effecten op beschermde natuurwaarden vanuit de Wet natuurbescherming. In 2021 heeft Bui-TeGewoon | groenprojecten in opdracht van de YMCA organisatie natuuronderzoek uitgevoerd naar aanwezige natuurwaarden en effecten op de onderlinge samenhang van de voor genomen ontwikkeling op betrokken terreinen en hun omgeving. Het onderzoek bestaat zowel uit bureaustudies als veldonderzoek. De onderhavige rapportage heeft deze (mogelijke) effecten inzichtelijk gemaakt. Om tot een goede onderzoeksopzet te komen is in het vroege voorjaar vanuit een bureaustudie en habitattoets in het veld een overzicht opgesteld van te onderzoeken soorten, soortgroepen en habitats.
Op basis van dit onderzoek is een Plan van Aanpak voor het veldonderzoek opgesteld wat in de periode maart- augustus 2021 is uitgevoerd. De resultaten uit het natuuronderzoek leiden niet tot de noodzaak van aanvullend of vervolg onderzoek. De voorgenomen ontwikkeling wordt beoordeeld als veilig uitvoerbaar binnen de voorwaarden zoals gesteld in de Wet natuurbescherming mits aan enkele compenserende en mitigerende voorwaarden wordt voldaan. Vanuit dit onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: Voor de locatie Leusden zal er een verbetering met betrekking tot zowel habitat als migratie mogelijkheden voor dieren optreden. Voor de locatie Woudenberg zullen de migratie mogelijkheden voor dieren niet wijzigen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wel kan een kwaliteit vermindering van de habitat optreden; De compensatie plicht vanuit de Wet natuurbescherming zal voortkomen uit het onderdeel Bos en bomen van deze wet. Hiervoor is een perceel van 0,91 hectare in Leusden beschikbaar. Het betreft een actueel akkerperceel dat direct grenst aan bestaand NNN-gebied (groene contour); Bij het ontmantelen van de locatie Leusden worden geen beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming geschaad of anderszins aangetast. Door te werken met mitigerende maatregelen kan op eenvoudige wijze worden voldaan aan het zorgvuldigheid artikel (art.
1.11 Wnb) voor niet (zwaarder) beschermde soorten. Separaat aan de ontmanteling van het terrein in Leusden is het mogelijk habitat verbeterende maatregelen tot stand te brengen in dit gebied; Het compensatieperceel in Leusden heeft goede mogelijkheden om naast compensatie van de oppervlakte bos en bomen tevens een extra kwaliteitsimpuls aan de NNN ter plaatse leveren; Op de locatie Woudenberg zijn enkele aandacht vragende situaties en beschermde soorten vastgesteld tijdens het natuuronderzoek. De vastgestelde soorten en habitats leiden niet tot beperkingen op de mogelijkheden voor de herontwikkeling mits wordt voldaan aan compenserende en mitigerende maatregelen en steeds wordt gewerkt met ecologische werkprotocols. Dit betreft in het bijzonder: o De uitvoeringsperiode van de verschillende werkzaamheden zowel in de tijd als op de dag; o Het zo min mogelijk verwijderen van holte bomen en waar dit noodzakelijk is deze te compenseren met vervangende broed- en verblijfsvoorzieningen; o Het ontwijken van waardevolle situaties als ‘mierenhopen’ en ‘mierenstraten’, een jaarrond beschermd nest, etc.
door deze locaties tijdens de ontwikkeling te markeren als “Blijf-af locaties” en het waar nodig het anders positioneren van kampplaatsen of sportvoorzieningen; o Het voorkomen van bouwplaats verlichting of dit zodanig te plaatsen dat uitstraling van verlichting naar boven en zijkanten wordt voorkomen; o Het zorgdragen voor ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden en dit borgen in de totale project organisatie. Naast voorwaarden voor compenserende en mitigerende maatregelen vanuit de Wnb zijn er in alle betrokken deelgebieden mogelijkheden om natuurwaarden te verstreken door aanvullende, veelal eenvoudig inpasbare maatregelen die separaat aan de terreinmaatregelen zijn uit te voeren. Deze maateregel zijn als aanbeveling opgenomen in de rapportage.
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
23
9. Conclusie Natura 2000 Op basis van de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling in relatie tot de afstand tot Natura 2000 gebieden zullen vanuit de voorgenomen ontwikkeling geen effecten optreden. Leusden Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek in 2021, zowel op basis van een bureaustudie als een uitgebreid veldonderzoek, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen verplaatsing van de YMCA locatie van Leusden naar Woudenberg zal leiden tot een verbetering van de natuurwaarden en een netto toename van het functioneel NNN gebied ter plaatse. Er zal geen aantasting van beschermde soorten uit de Wet natuurbescherming en/of van tot de categorieën ‘bedreigd’, ‘ernstig bedreigd’ of ‘op het punt van verdwijnen’ gerekende soorten optreden bij de voorgenomen ontmanteling van het huidige YMCA terrein en/of de (bos)compensatie locatie op de huidige akker. Woudenberg Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek in 2021 zowel op basis van een bureaustudie als een uitgebreid veldonderzoek voor de locatie Woudenberg wordt een geringe kwalitatieve en kwantitatieve afname van de NNN berekend die kleiner is dan de toename aan ecologische kwaliteit in habitat en oppervlakte in Leusden.
Daarnaast wordt op basis van het uitgevoerd soorten onderzoek, de aangetroffen soorten en de tolerantie van deze soorten op recreatief medegebruik geen tot mogelijk een geringe afname van de natuurkwaliteit verwacht. Er zal geen aantasting van beschermde soorten in de Wet natuurbescherming en/of van tot de categorieën ‘bedreigd’, ‘ernstig bedreigd’ of ‘op het punt van verdwijnen’ gerekende soorten optreden, mits rekening wordt gehouden met de locatie van een jaarrond beschermd nest, de vliegroute van vleermuizen en mierenhopen en holtebomen worden gespaard of gecompenseerd tijdens de realisatie. Tijdens de exploitatie dient passend te worden omgegaan met terreinverlichting. Deze aspecten zijn benoemd als mitigerende en compenserende maatregelen. Samenvattende tabel
Tabel 6. Samenvatting onderzoek en conclusies Natuuronderzoek YMCA Leusden en Woudenberg Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
24
10. Literatuur:
Literatuur en bronnen
Achterberg C. van, 2020 – Natuurwaardenonderzoek Het Panhuis - BEO-publicatie 202019 Achterberg C. van, 2021a – Dassen Henschotermeer – Briefrapport d.d. 13 januari 2021 Beek, J.G. van & BIJ12-schrijfgroep [2014]: Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000 / PAS - BIJ12, 2014 Bosch A. van den, 2020 - Antmaps Bosmierenproject Utrechtse Heuvelrug 2020 – Eigen uitgave A. van den Bosch Bijtel H. van den, zonder jaar – De Utrechtse Heuvelrug en zijn betekenis voor vogels – digitale bronnen Bijtel H. van den, 19/03-2019 – Verkennende toetsing verplaatsing YMCA in het licht van de Wnb – briefvermelding BEO BIJ12 Soort inventarisatie protocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017; Dietz Chr., O von Helversen & D. Hill, 2009 – Vleermuizen van Europa en Noordwest Afrika – VZZ, Nederland Dietz Chr. & A. Kiefer, 2017 – Veldgids vleermuizen van Europa – KNNV uitgeverij Knol W.C. 2016 – Natuurontwikkeling YMCA terrein, Paradijsweg Leusden – Eqosens-nl ecologisch advies, Lathum nr. 2016-02 Netwerk Groene Bureaus, 2017 - Werkgroep 'Standaarden en protocollen', versie juli 2017 Netwerk Groene Bureaus , 2021 - Protocol vleermuizen’, Vakberaad vleermuizen, versie januari 2021 Provincie Utrecht, 2021 - Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht - vastgesteld PS d.d.
10 maart 2021 SOVON, Vogelonderzoek Nederland 2019 - Vogelatlas van Nederland TBVA vastgoed advies 28/11-2019 – Schetsontwerp terreininrichting YMCA Woudenberg [Concept] TBVA vastgoed advies 14/06-2021 – DO boekje YMCA Henschotermeer Woudenberg [Concept] Terlouw R.J.S., 20210515 – Plan van aanpak natuuronderzoek YMCA locaties Henschiotermeer & Leusden - V2-20210515 Terlouw R.J.S., 2021 – Monitoring gebruik dassenburcht nabij vml boerderij Panhuis te Woudenberg– Bui-TeGewoon | rapport 2021/43
Geraadpleegde websites: www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ www.bodemdata.nl www.boerenbunder.nl www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/ www.EIS-nederland.nl www.googleearth.nl www.natuurloket.nl www.ndff.nl www.opentopo.nl www.pdok/viewer.nl - onderdelen AHN3, bodemkaart, cultuurhistorische waardenkaart www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.vleermuisnet.nl www.vzz.nl www.waarneming.nl www.webkaart .provincie-utrecht.nl/viewer/app/
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
25
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
26
BIJLAGE 1.
Lijst van mogelijk aan te treffen soorten op basis van bureaustudie
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
27
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
28
BIJLAGE 2.
Analyse veldverkenningen locatie Woudenberg (februari-maart 2021)
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
29
IN OPDRACHT VAN
Kenmerk Bui-TeGewoon: BTG.RAPP. 2021/40-V4 Natuuronderzoek verplaatsing YMCA van Leusden naar Woudenberg
30
Bijlage II
Figuur 1 Verspreiding van de Flora aandacht soorten in Utrecht met het aantal soorten per 250 x 250 meter.
Figuur 2 Verspreiding van de Flora rode lijstsoorten in Utrecht met het aantal soorten per 250 x 250 meter.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 41 van 44
Figuur 3 Verspreiding van de Fauna aandacht soorten in Utrecht met het aantal soorten per 250 x 250 meter.
Figuur 4 Verspreiding van de Fauna rode lijstsoorten in Utrecht met het aantal soorten per 250 x 250 meter.
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 42 van 44
Projectcode: P03503 Versie: V8
Pagina 43 van 44