04e. Bijlagenboek.pdf
Tekst van het document
Als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving kunnen deze baten tot en met 2022 aan de exploitatie worden toegevoegd. Na deze periode is het niet meer toegestaan om precario belasting te heffen en komen ongeveer € 3,1 miljoen aan jaarlijkse baten binnen de exploitatie te vervallen. Tabel 18. Structureel saldo 2020 (x 1.000) Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 141.656
€ 141.402
Incidenteel
€
€
Structureel
€ 135.928
5.728
5.500
€ 135.902
Saldo na bestemming
-/- € 26
Voor de programmabegroting 2020 van Barneveld geldt dat deze een structureel negatief saldo kent. Daarmee zijn de structurele lasten niet volledig gedekt door structurele baten. Het structurele saldo is echter relatief beperkt.
22
Meerjarenbegroting 2021-2024 Tabel 19. Meerjarenbegroting gemeente Barneveld 2021-2024 (x € 1.000) Programma’s
BG21
BG21
BG22
BG22
BG23
BG23
BG24
BG24
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
1. Participatie en ondersteuning
€ 62.060
€ 10.982
€ 61.460
€ 10.982
€ 61.310
€ 10.982
€ 61.360
€ 10.982
2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid
€ 5.219
€ 912
€ 5.852
€ 912
€ 5.884
€ 912
€ 5.884
€ 912
3. Woon- en leefomgeving
€ 56.936
€ 20.830
€ 52.265
€ 20.830
€ 51.055
€ 20.830
€ 51.162
€ 20.830
4. Bestuur en interne dienstverlening
€ 5.425
€ 2.749
€ 6.559
€ 2.749
€ 7.726
€ 2.749
€ 7.533
€ 2.749
Overhead
€ 21.393
€ 1.979
€ 21.321
€ 1.979
€ 21.296
€ 1.979
€ 21.304
€ 1.979
Totaal programma’s
€ 151.033
€ 37.452
€ 147.457
€ 37.452
€ 147.271
€ 37.452
€ 147.243
€ 37.452
Financiering en alg. dekking
-€ 3.562
€ 103.079
-€ 3.449
€ 103.448
-€ 3.449
€ 104.008
-€ 3.449
€ 104.598
Totaal voor bestemming
€ 147.471
€ 140.531
€ 144.008
€ 140.900
€ 143.822
€ 141.460
€ 143.794
€ 142.050
Saldo voor bestemming
-€ 6.940
-€ 3.108
-€ 2.362
-€ 1.744
Mutaties reserves
€ 375
€ 7.380
€ 375
€ 2.000
€ 375
€ 500
€ 375
€ 500
Totaal na bestemming
€ 147.846
€ 147.911
€ 144.383
€ 142.900
€ 144.197
€ 141.960
€ 144.169
€ 142.550
Saldo na bestemming
€ 65
-€ 1.483
-€ 2.237
-€ 1.619
Alleen voor de jaarschijf 2021 is een sluitende begroting voorzien, met een bescheiden resultaat na bestemming van € 65.000. Voor de jaarschijven 2022-2024 wordt zowel voor als na resultaatbestemming een negatief resultaat begroot. Ten opzichte van het saldo in de begroting 2020, waarin nog voor 2021 nog werd uitgegaan van een positief begrotingssaldo van € 1,5 miljoen, zorgen verschillende financiële bijstellingen voor een negatief beeld. De grootste financiële tegenvallers zijn te vinden binnen het sociaal domein (onder andere Jeugdhulp en Wmo) voor een bedrag van ongeveer € 1,4 miljoen. Ook valt de bijdrage vanuit de algemene uitkering van het gemeentefonds ongeveer € 0,5 miljoen lager uit in 2021. Daarnaast is de bijdrage aan de Omgevingsdienst De Vallei (OddV) € 0,5 miljoen hoger dan in eerste instantie begroot. Om de programmabegroting sluitend te krijgen is in 2021 is een maatregelenpakket van ongeveer € 1,5 miljoen opgenomen om de begroting sluitend te krijgen. Hierbij worden verschillende maatregelen doorgevoerd. De belangrijkste zijn het verlagen van de structurele toevoeging aan het onderhoud wegen, door incidenteel een inhaalslag te maken (voordeel € 0,3 miljoen).
Daarnaast worden de leges voor bestemmingsplannen en WABOvergunningen kostendekkend gemaakt (€ 0,45 miljoen) en moet de slimmere inzet van externe inhuur nog eens leiden tot een besparing van € 0,125 miljoen. In het meerjarenperspectief wordt voor verschillende beleidstoevoegingen in totaal € 2,2 miljoen geraamd. Daarnaast wordt in de begroting 2022 een bedrag van € 1,2 miljoen (structureel) geraamd voor organisatie ontwikkeling. Deze post was tot en met de begroting 2021 incidenteel opgevangen. In het meerjarenperspectief wordt tevens uitgegaan van een groei van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 0,4 miljoen in 2022, en € 0,6 miljoen in 2023 en 2024.
23
In het meerjarenperspectief is tevens een stelpost opgenomen voor de tijdelijke extra middelen jeugdhulp. Voor de jaarschijven 2021 en 2022 zijn deze reeds toegezegd door het Rijk. Voor de jaarschijven 2023 en 2024 is afgesproken met de provinciaal toezichthouders, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de VNG, dat door middel van de stelpost alvast geanticipeerd mag worden op een bijdrage vanuit het rijk die in lijn ligt met de bijdrage voor 2021 en 2022. Daarnaast verwacht Barneveld nog eens structureel € 0,3 miljoen extra inkomsten te genereren door de tariefsontwikkeling van belastingen en het verhogen van de kostendekkendheid van de grafrechten. Ook zorgt de doorwerking van het maatregelenpakket uit 2021 voor een (structurele) besparing van € 0,2 miljoen. Daarnaast vallen de structurele inkomsten uit de precariobelasting (€ 1,55 miljoen) met ingang van de begroting 2023 (structureel) weg uit de begroting. Hiermee komt het saldo na bestemming in 2022 uit op € 1,5 miljoen negatief. Voor 2023 wordt zelfs een negatief resultaat na bestemming begroot van € 2,2 miljoen, terwijl het tekort in 2024 € 1,6 miljoen bedraagt. Tabel 20. Structureel saldo meerjarenbegroting Barneveld 2021-2024 (x € 1.000) Programma’s
BG21
BG21
BG22
BG22
BG23
BG23
BG24
BG24
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 147.846
€ 147.911
€ 144.383
€ 142.900
€ 144.197
€ 141.960
€ 144.169
€ 142.550
Incidenteel
€ 5.530
€ 5.530
€ 3.649
€ 3.649
€ 1.826
€ 1.826
€ 1.680
€ 1.680
Totaal structureel na bestemming
€ 142.316
€ 142381
€ 140.734
€ 139.251
€ 142.371
€ 140.134
€ 142.489
€ 140.870
Structureel saldo na bestemming
€ 65
-€ 1.483
-€ 2.237
-€ 1.619
Bij vaststelling van de begroting 2021 heeft de gemeenteraad van Barneveld twee amendementen aangenomen en negen moties. Deze amendementen en moties hebben geen of een zeer beperkt financieel effect. Om die reden is niet gecorrigeerd ten opzichte van de primitieve begroting. De programmabegroting van Barneveld is in 2021 structureel in evenwicht. Voor de meerjarenraming 2022-2024 geldt dat deze alle jaren structureel niet in evenwicht is. Alle drie de jaren kennen een aanzienlijk structureel tekort. De gemeenteraad van Barneveld heeft het college van B&W de opdracht gegeven bij de kadernota 2022 met maatregelen te komen die moeten leiden tot een begroting die reëel en structureel in evenwicht is.
Analyse ambtelijke capaciteit Voor het goed kunnen uitvoeren van de gemeentelijke taken, is een adequaat toegeruste organisatie van belang. Een gemeente die niet over voldoende formatie beschikt, kan zijn taken niet goed uitvoeren. Anderzijds is een te hoge formatie een indicator dat een organisatie onvoldoende efficiënt functioneert. Voor een beeld van de beide gemeenten en van mogelijke risico’s bij samenwerking of herindeling is inzicht in de formatie cruciaal. Hierbij is het ook van belang hoe de formatie betaald wordt: is er voldoende structurele dekking om alle personeelslasten nu én in de toekomst te kunnen blijven betalen? Deze samenhang is terug te vinden in de paragraaf over begroting en jaarrekening. In 2018 heeft de gemeente Barneveld meegedaan aan de benchmark formatie en kosten van Berenschot. In deze benchmark zijn de apparaatslasten van de gemeente Barneveld afgezet tegen een groep gemeenten met vergelijkbare kenmerken zoals inwoneraantal, sociale structuur, centrumfunctie en mate van uitbesteding. Hierbij is 2018 als peiljaar voor de begroting en formatie gehanteerd. In de benchmark staan de apparaatslasten centraal. Hierbij worden de volgende kosten(componenten) meegenomen: •
Loonkosten
•
Inhuurkosten (voor zover apart begroot)
•
Materiële kosten
24
•
Kosten van taken belegd bij derden (bijvoorbeeld GGD, RUD of veiligheidsregio)
•
Correctie voor opbrengsten aan taken voor derden (bijvoorbeeld andere gemeenten)
Door deze verschillende kostencomponenten mee te nemen wordt inzichtelijk welke kosten met de uitvoering van gemeentelijke taken gemoeid gaan. Tevens wordt gecorrigeerd voor verschillen in mate van uitbesteding. Hierdoor is het mogelijk om goed te vergelijken met andere gemeenten. In de benchmark wordt onderscheid gemaakt tussen het primair proces (24 inhoudelijke clusters) en overhead (elf categorieën). Hiernavolgend worden de belangrijkste bevindingen uit het benchmarkonderzoek uit 2018 uiteengezet: •
De totale apparaatslasten (primair proces en overhead) per inwoner liggen op € 976 en zijn hiermee ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de referentiegroep € 984 (-1%). Dit verschil is vanuit benchmark perspectief erg klein.
•
De kosten per inwoner voor het primair proces liggen ongeveer 1% hoger dan gemiddeld in de referentiegroep. omgerekend gaat het om een bedrag van ongeveer € 0,5 miljoen.
•
De formatie per inwoner die wordt ingezet voor het primair proces ligt ongeveer 3% hoger dan gemiddeld. Omgerekend gaat het om ongeveer 8,1 fte meer. Hier staat tegenover dat de mate van uitbesteding van Barneveld (31%) lager is dan gemiddeld (34%). Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten doet Barneveld meer taken zelf.
•
De overheadkosten, afgezet tegen het totaal aantal fte van de organisatie, liggen ongeveer 5% lager dan gemiddeld in de referentiegroep van de benchmark. Omgerekend gaat het om een bedrag van ongeveer € 0,6 miljoen lagere kosten.
•
De overheadformatie, afgezet tegen het totaal aantal fte van de organisatie, ligt ongeveer 10% lager dan gemiddeld in de referentiegroep. Omgerekend gaat het om ongeveer 11,7 fte minder formatie.
Hierbij moet opgemerkt worden dat bovenstaande uitkomsten van de benchmark betrekking hebben op een momentopname, namelijk de begroting 2018. Wanneer naar de formatie van de gemeente Barneveld wordt gekeken, valt op dat deze aanzienlijk is gestegen. Waar de formatie ten tijde van de benchmark (peildatum 1 januari 2018) nog 393,47 fte bedroeg, is de huidige formatie (peildatum oktober 2020) gestegen naar 444,78 fte. Het verschil in formatie ten opzichte van de benchmark wordt door de gemeente Barneveld verklaard door uitzettingen bij de Kadernota 2018-2021 (+8,5 fte), Vlootschouw 2018-2020 (+23 fte) en het besluit om Beheer Openbare Ruimte (BOR) deels in te besteden (+10 fte). Het overige verschil wordt verklaard door diverse kleinere formatiewijzigingen. In de programmabegroting 2021 is opgenomen dat vanaf 2022 structureel een bedrag van € 1,2 miljoen is opgenomen voor de organisatieontwikkeling. Tot 2022 is het budget voor organisatieontwikkeling incidenteel in de begroting verwerkt. Voor een definitief oordeel over de omvang van de organisatie van de gemeente Barneveld in verhouding de taken is een actualisatie van de benchmark nodig. De uitkomsten van de benchmark 2018 gaven een op totaalniveau een gemiddeld beeld.
De uitbreidingen die vanaf 2018 hebben plaats gevonden zijn deels kostenneutraal (inbesteden BOR) en deels kostenverhogend (uitzettingen Kadernota 2018, Vlootschouw) en niet gekoppeld aan taakuitbreiding. In verhouding zijn dit behoorlijke uitbreidingen. Dit is een sterke indicatie dat de huidige formatie boven het landelijk gemiddelde zit.
Onderhoud kapitaalgoederen Meerjarenonderhoud, van bijvoorbeeld gebouwen of infrastructuur, is een belangrijk aandachtspunt bij het beoordelen van de financiële positie van gemeenten. Het risico is dat een gemeente onvoldoende middelen heeft gereserveerd voor groot onderhoud. De begroting is dan feitelijk te laag en het is dan zeer waarschijnlijk dat de gemeente in de toekomst met grote financiële tegenvallers te maken krijgt. Geanalyseerd is in hoeverre onderhoudsplannen aanwezig zijn, of hiervoor ook voldoende middelen zijn gereserveerd en welke achterstanden in onderhoud aanwezig zijn.
25
In de begroting 2021 van de gemeente Barneveld wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende soorten kapitaalgoederen: •
Wegen
•
Water
•
Gebouwen
Voor de categorie wegen zijn de kaders vastgelegd in de beleidsvisie Beheer en Onderhoud wegen gemeente Barneveld 2017-2026. Het gemiddelde kwaliteitsniveau is in de aflopen twee metingen lager (5,3) dan het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau Basis (range tussen 5,5-7,4). Op dit moment kent het areaal aan asfaltverhardingen een onderhoudsachterstand. De gemeente verwacht het onderhoud van de wegen incidenteel in te halen en hiermee de structurele kosten te verlagen. Hiervoor wordt in 2021 en 2022 incidenteel € 2,0 miljoen, en in 2023 en 2024 € 1,2 miljoen extra uitgetrokken. Hier staat een lagere structurele storting in de voorziening van € 0,3 miljoen tegenover. Voor de categorie water zijn de kaders vastgelegd in het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP), het waterplan, grondwaterbeleidsplan en hemelwaterplan. Het GRP 2016-2019 is verlengd voor 2020. In 2021 wordt een nieuw plan voorgelegd aan de gemeenteraad voor de volgende periode. Dekking vindt plaats uit de voorziening riolering. Voor de categorie gebouwen zijn de uitgangspunten vastgelegd in de rapportage planmatig onderhoud 20202039. Het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) wordt jaarlijks door het college vastgesteld. Op dit moment heeft Barneveld 85 gebouwen waarop planmatig onderhoud plaatsvindt.
Op basis van de huidige onderhoudsplanning is de verwachting dat jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening de komende elf jaar niet aangepast hoeft te worden. Daarnaast participeert de gemeente als verhuurder van kinderopvang in het onderhoud van scholencomplexen en heeft de gemeente het onderhoud van tijdelijke huisvesting, zoals noodlokalen. Dekking vindt plaats uit de voorziening groot onderhoud gebouwen en de voorziening onderhoud primair onderwijs.
Gemeentelijke belastingen Bij een financieel gezonde gemeente hoort een acceptabel lastenniveau. Het is aan de gemeenteraad om te bepalen wat acceptabel is en wat niet. De keuzes die de gemeenteraad daarin heeft gemaakt geven wel een beeld van de financiële positie en de lastendruk voor inwoners en bedrijven. De hoogte van de gemeentelijke lasten zijn ook van belang om te kunnen bepalen wat het effect van een herindeling zal zijn. Gaan inwoners en bedrijven meer of minder betalen in een nieuwe gemeente. Als basis is daarvoor inzicht in de huidige belastingpositie van belang. Verder geeft dit ook inzicht in de mate waarin een gemeente nog in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Kan een gemeente de OZB nog verhogen om extra middelen te genereren? In beginsel is de gemeente vrij om de OZB op elk gewenst tarief vast te stellen. In de praktijk zit er een politieke bovengrens aan de hoogte van de OZB. In deze paragraaf is ook weergegeven wat een reële inschatting is van de ruimte die de gemeente heeft om de opbrengsten te verhogen in geval van tegenspoed. De gemeente Barneveld bezet in de Atlas van de Lokale Lasten2 de 191ste positie (eigenaar-bewoner, meerpersoonshuishouden) waarbij de gemeente op de eerste positie de laagste lokale lasten heeft. Dit betekent dat de lastendruk in de gemeente Barneveld iets hoger ligt dan ongeveer de helft van de gemeenten in Nederland.
In de volgende tabel ziet u hoe de tarieven van de gemeente Barneveld zich verhouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Daarnaast zijn ook de hoogste en laagste waarden per tarief weergegeven.
2
COELO, 2020, Atlas van de Lokale Lasten (https://www.coelo.nl/index.php/nieuws/nieuws-2020) 26
Tabel 21. Tarieven (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) gemeente Barneveld 2020 Tarief
Tarief 2020
Landelijk 2020
Hoogste 2020
Laagste 2020
OZB woningen
0,1036%
0,1218%
0,2529%
0,0356%
OZB niet-woningen (eigenaren)
0,2024%
0,259%
0,9401%
0,066%
OZB niet-woningen (gebruikers)
0,1597%
0,1980%
0,5046%
0,0%
Afvalstoffenheffing meerpersoons (3)
€ 312,50
€ 266,80
€ 428
€ 36
Rioolheffing meerpersoons
€ 179,25
€ 214,06
€ 534
€ 78
Bron: Belasting verordeningen 2020 gemeente Barneveld en Atlas van de Lokale Lasten (Coelo, 2020)
OZB Bij het opstellen van dit rapport waren de landelijke tarieven voor 2021 nog niet bekend. Vanwege de vergelijkbaarheid zijn de tarieven op basis van 2020 vergeleken. De tarieven van de onroerendezaakbelasting (OZB) van de gemeente Barneveld liggen voor zowel woningen als niet- woningen onder het landelijk gemiddelde. De OZB-inkomsten worden bepaald door de waarde van het onroerend goed te vermenigvuldigen met het tarief. De gemiddelde WOZ-waarde in de gemeente Barneveld bedroeg in 2020 € 314.0003 waar de gemiddelde WOZ-waarde in Nederland in 2020 € 270.000 bedroeg2. De totale inkomsten die de gemeente Barneveld aan OZB (woningen) verwacht te ontvangen in 2020 bedraagt € 7.019.700 en € 6.292.000 voor OZB niet-woningen. Bij het vaststellen van de programmabegroting 2021 heeft de gemeenteraad van Barneveld besloten de OZB in 2021 met 1,25% te verhogen voor zowel eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Dit past in het beleid van Barneveld om de belastinginkomsten jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage. De hogere opbrengst leidt voor 2021 tot een tarief van 0,0980% voor eigenaren van woningen, 0,2093% voor eigenaren van niet-woningen en 0,1651% voor gebruikers van niet-woningen.
Daarmee blijven de tarieven van de OZB naar verwachting in 2021 onder het landelijk gemiddelde en is ook voor de jaren 2022 tot en met 2024 bij ongewijzigd beleid te verwachten dat de tarieven onder het landelijk gemiddelde blijven. Ten opzichte van het tarief voor een artikel 12-gemeente, dat 0,1853% van de WOZ-waarde bedraagt, is er sprake van een onbenutte belastingcapaciteit op OZB-woningen en niet-woningen. Wanneer het tarief van de gemeente Barneveld in 2020 af wordt gezet tegen het tarief van een artikel 12-gemeente bestaat er een onbenutte belastingcapaciteit van ongeveer € 7,8 miljoen.
Afvalstoffenheffing In tegenstelling tot de gemeente Scherpenzeel is Barneveld geen DIFTAR-gemeente, wat betekent dat inwoners van Barneveld geen variabel bedrag hoeven te betalen bovenop het vaste tarief van € 312,50. Het tarief voor afvalstoffenheffing van de gemeente Barneveld ligt aanzienlijk boven het landelijk gemiddelde tarief van € 266,60. Het bedrag dat naar verwachting opgehaald zal worden door de gemeente Barneveld aan afvalstoffenheffing bedraagt in totaal € 6.085.000. De verwachte lasten zullen naar verwachting € 6.126.000 bedragen wat betekent dat de kostendekkendheid voor de afvalstoffenheffing 99% bedraagt. Gezien gemeenten met hun tarief een maximale kostendekkendheid van 100% voor de afvalstoffenheffing mogen realiseren, bestaat er voor de gemeente Barneveld weinig ruimte om de opbrengsten verder te vergroten.
CBS, 2020, ‘WOZ-waarde gemiddeld 8,9 procent hoger’ (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/37/woz-waarde-gemiddeld-8-9procent-hoger) 3
27
Rioolheffing Het tarief voor de rioolheffing ligt in Barneveld met een tarief van € 179,25 ruim onder het landelijk gemiddelde van € 214,06. Voor het tarief van rioolheffing geldt dat dit maximaal 100% kostendekkend mag zijn. Op dit moment zijn de geraamde lasten van het uitvoeren van de taken op het gebied van het riool € 4.596.000 waarbij de geraamde baten vanuit de rioolheffing € 4.591.000 bedragen. Dit betekent dat er sprake is van een kostendekkendheid van nabij de 100%. Hierdoor is er voor de gemeente Barneveld geen ruimte om haar tarief voor de rioolheffing te verhogen.
Totaalbeeld woonlasten 2020 In de volgende tabel zijn de gemiddelde woonlasten (over 2020) gepresenteerd en vergeleken met het landelijk gemiddelde. Om de woonlasten te bepalen wordt de gemiddelde WOZ-aanslag opgeteld bij het tarief voor afvalstoffenheffingen en rioolheffing. De woonlasten in Barneveld liggen met een gemiddelde van € 817 boven het landelijk gemiddelde. Dit verschil kan voor een groot deel verklaard worden doordat het tarief voor de afvalstoffenheffing hoger ligt dan het landelijk gemiddelde, terwijl het tarief voor de rioolheffing juist lager is. Ten opzichte van Scherpenzeel zien we het volgende beeld: de gemiddelde aanslag voor de OZB ligt met € 325 boven de gemiddelde aanslag in Scherpenzeel (€ 306). Het tarief voor de afvalstoffenheffing ligt hoger, terwijl het tarief voor de rioolheffing juist lager is. Hierdoor liggen de gemiddelde woonlasten ongeveer € 42 hoger in Barneveld ten opzichte van Scherpenzeel. Tabel 22. Vergelijking woonlasten Barneveld en Scherpenzeel ten opzichte van landelijk gemiddelde 2020 Barneveld
Scherpenzeel
Landelijk
Bron
Tarief WOZ
0,1036
0,108%
0,1218%
Belastingverordening gemeenten
Gemiddelde WOZ-waarde
€ 314.000
€ 283.412
€ 270.000
Eigen opgave gemeente
Gemiddelde WOZaanslag
€ 325
€ 306
€ 329
Gemiddeld tarief afval
€ 313
€ 217
€ 267
Coelo
Gemiddeld tarief riool
€ 179
€ 252
€ 214
Coelo
Totaal woonlasten
€ 817
€ 775
€ 810
Overige belastingen Uit de begroting 2020 blijkt dat de gemeente Barneveld de volgende belastingen heft: •
Toeristenbelasting
•
Hondenbelasting
•
Forensenbelasting
•
Precariobelasting
Hiernavolgend worden deze belastingen kort toegelicht.
Toeristenbelasting De gemeente Barneveld heft toeristenbelasting tegen een tarief van € 0,93 per overnachting per persoon. In de volgende tabel staat de ontwikkeling van de baten van het heffen van toeristenbelasting weergegeven. Hierbij dient wel vermeld te worden dat de baten van 2020 de begrote baten zijn, en daarmee nog niet definitief.
28
Tabel 23. Overzicht baten toeristenbelasting Barneveld 2018-2020 Toeristenbelasting
2018 (realisatie)
2019 (realisatie)
2020 (begroot)
Baten
€ 477.600
€ 607.600
€ 510.000
In de volgende tabel wordt het tarief van de gemeente Barneveld vergeleken met de tarieven van gemeenten uit de referentiegroep, die bestaat uit zowel gemeenten van gelijke grootteklasse als uit regiogemeenten. Tabel 24. Overzicht tarief toeristenbelasting gemeente Barneveld en gemeenten grootteklasse/regio Gemeente
Tarief 2020
Gemeente
Tarief 2020
Barneveld
€ 0,93
Midden-Groningen
€ 1,29
Scherpenzeel
€ 1,23
Hardenberg
€ 0,97
Doetinchem
€ 0,00
Ede
€ 1,53
Gooise Meren
€ 1,76
Epe
€ 1,00
Roermond
€ 2,00
Nijkerk
€ 1,67
Wanneer we het tarief voor de toeristenbelasting van de gemeente Barneveld vergelijken met het tarief dat gehanteerd wordt door andere gemeenten uit de referentiegroep dan blijkt dat het gehanteerde tarief relatief laag is. Enkel het tarief van de gemeente Doetinchem, die geen toeristenbelasting heft, ligt onder het tarief van de gemeente Barneveld. Ook wanneer het tarief vergeleken wordt met het gemiddelde landelijke tarief voor toeristenbelasting van € 1,54 ligt de gemeente Barneveld een stuk onder het gemiddelde tarief.
Hondenbelasting De gemeente Barneveld heft hondenbelasting tegen een oplopend tarief afhankelijk van het aantal honden dat de eigenaar bezit en of er al dan niet sprake is van een kennel. De baten voortkomend uit deze belasting zijn tussen 2018 en 2019 relatief hard gestegen. De verwachting is dat de baten voor 2020 ten opzichte van 2019 nog licht zullen stijgen tot een bedrag van uiteindelijk € 173.300. Tabel 25. Baten hondenbelasting gemeente Barneveld 2018-2020 Hondenbelasting
2018 (realisatie)
2019 (realisatie)
2020 (begroot)
Baten
€ 163.900
€ 171.800
€ 173.300
In de volgende tabel wordt het tarief van de hondenbelasting van de gemeente Barneveld afgezet tegen de tarieven uit de referentiegemeenten. Tabel 26. Overzicht tarief hondenbelasting gemeente Barneveld en gemeenten grootteklasse/regio Hondenbelasting
1e hond
2e hond
Volgende hond
Kennel
Barneveld
€ 42,80
€ 59,60
€ 73,40
€102,40
Scherpenzeel
€ 69,03
€ 115,77
€ 115,77
€ 532,35
Roermond
€ 81,55
€ 110,55
€ 138,45
€ 235,00
Midden-Groningen
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
€ 0,00
Hardenberg
€ 46,50
€ 74,00
€ 74,00
€ 405,00
29
Ten opzichte van de gekozen referentiegemeenten lijkt de gemeente Barneveld net iets onder het gemiddelde te zitten als het gaat om de hoogte van de hondenbelasting. Voor zowel de eerste, tweede, daaropvolgende honden, als voor het kenneltarief heeft de gemeente Barneveld - op de gemeente Midden-Groningen na - het laagste tarief. Daarbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat een referentiegroep van deze grootte slechts in beperkte mate inzicht kan bieden. Het landelijk gemiddelde tarief dat wordt gehanteerd voor de eerste hond, ter hoogte van € 37,24 kan daarbij helpen. Ten opzichte van het gemiddelde heft de gemeente Barneveld een net wat hoger tarief, waarbij vermeld moet worden dat dit gemiddelde tarief vaak aan de lagere kant is omdat veel gemeenten ervoor kiezen helemaal geen hondenbelasting te heffen. Dit trekt het gemiddelde tarief voor de hondenbelasting fors omlaag.
Forensenbelasting De gemeente Barneveld heft een tarief van forensenbelasting ter hoogte van € 185,30. Dit tarief wordt geheven indien iemand die ingeschreven staat in een andere gemeente, meer dan negentig dagen een gemeubileerde woning tot zijn beschikking heeft in de gemeente Barneveld. Voor woningen tot een maximum van € 70.000 wordt het vaste tarief van € 185,30 geheven. Indien de woningwaarde hoger is, wordt de forensenbelasting vermeerderd met 0,83% van het gedeelte boven de € 70.000 oplopend tot een maximumbedrag van € 966 per woning per jaar. Tabel 27. Baten forensenbelasting gemeente Barneveld 2018-2020 Forensenbelasting
2018 (realisatie)
2019 (realisatie)
2020 (begroot)
Baten
€ 941.200
€ 938.800
€ 890.000
In het overzicht hierboven staan de baten van de forensenbelasting per jaar weergegeven, zodat de ontwikkeling van de baten van de forensenbelasting over de afgelopen jaren heen zichtbaar wordt. Hieruit blijkt dat de (verwachte) baten uit de forensenbelasting over de afgelopen jaren met ongeveer € 51.200 gedaald zijn. Tabel 28. Overzicht tarieven forensenbelasting gemeente Barneveld en referentiegemeenten4 Gemeente
Tarief 2020
Gemeente
Tarief 2020
Barneveld
€ 185,30
Midden-Groningen
€-
Scherpenzeel
€-
Hardenberg
€ 406,00
Doetinchem
€-
Ede
€ 213,00
Gooise Meren
€-
Epe
€ 172,92
Roermond
€-
Nijkerk
€ 231,00
In de tabel hiervoor, waarin het tarief van de forensenbelasting wordt vergeleken met de gemeenten uit de referentiegroep, blijkt dat veel gemeenten ervoor opteren om geen forensenbelasting te heffen. Daarmee hanteert Barneveld vergeleken met de referentiegroep al snel een bovengemiddeld tarief voor de forensenbelasting. Wanneer we Barneveld enkel vergelijken met de gemeenten die ervoor hebben gekozen om wel forensenbelasting te heffen, blijkt Barneveld wel onder het gemiddelde te zitten.
Bij het bepalen van het tarief voor de forensenbelasting wordt gekeken naar de WOZ-waarde van het object. Hierbij worden verschillende categorieën gehanteerd in verschillende gemeenten. Daarom is ervoor gekozen om bij de vergelijking van de tarieven voor de forensenbelasting de grenswaarde van € 70.000 van de gemeente Barneveld te vergelijken met de categorie in de referentiegemeenten die hier het dichtst bij in de buurt komt. 4
30
Precariobelasting De gemeente Barneveld behoort tot de groep gemeenten die precariobelasting voor kabels en leidingen heft. Met de vaststelling van wetgeving ten aanzien van de afschaffing precariobelasting in de Eerste Kamer mag de precariobelasting geheven worden tot en met 2021. Dit betekent dat deze inkomsten voor de gemeente Barneveld met ingang van 2023 komen te vervallen. In 2022 worden de aanslagoplegging over 2021 nog ontvangen, dus dat is het laatste jaar met deze inkomsten. Aanvankelijk had de gemeente een bedrag van € 1,4 miljoen aan opbrengsten precariobelasting in de exploitatiebegroting opgenomen. Het overige deel, ongeveer € 1,55 miljoen, werd gestort in de reserve precariobelasting. Vanaf de programmabegroting 2020 zijn beide onderdelen opgenomen in de exploitatiebegroting van de gemeente. Hiernavolgend is een overzicht opgenomen van de totale opbrengsten uit precariobelasting tot en met 2024. Tabel 29. Baten precariobelasting gemeente Barneveld 2018-2024 (x € 1.000) Precariobelasting
JR 2018
JR 2019
BG 2020
BG 2021
BG 2022
BG 2023
BG 2024
Baten (x € 1.000)
€ 2.982
€ 2.955
€ 2.955
€ 2.955
€ 2.955
€0
€0
Reservepositie en weerstandsvermogen Naast de exploitatie van een gemeente is ook de vermogenspositie van belang bij de beoordeling van de financiële slagkracht. Een ruime vermogenspositie geeft gemeenten de mogelijkheid om in de toekomst ruimte te vinden voor investeringen maar ook om onverwachte, incidentele tegenvallers op te vangen. Een gezonde balans kenmerkt zich ook door een schuldpositie die in omvang niet te groot is. Een te grote schuld maakt een gemeente in de toekomst kwetsbaar voor rentestijgingen. In deze paragraaf is de reservepositie en het weerstandsvermogen geanalyseerd. In dit onderdeel wordt de reservepositie van de gemeente Barneveld geanalyseerd. Tabel 30. Indicatoren reserves gemeente Barneveld 2018 en 2019 Indicator reserves
Ultimo 2018
Ultimo 2019
Reserves per inwoner
€ 1.270
€ 1.523
Solvabiliteitsratio over vreemd vermogen
0,29
0,37
Solvabiliteitsratio over totaal vermogen
0,22
0,27
Reserves per inwoner De reserves per inwoner in Barneveld zijn flink gestegen in 2019 ten opzichte van 2018, van € 1.270 per inwoner in 2018 naar € 1.523 per inwoner in 2019. Het gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten is € 1.650 per inwoner. Daarmee liggen de reserves per inwoner voor de gemeente Barneveld iets onder het landelijk gemiddelde. Tabel 31. Mutaties reserves gemeente Barneveld 2018-2024 (x € 1.000) Reserves totaal
2018 R
2019 R
2020 B
2021 B
2022 B
2023 B
2024 B
Vermeerdering
€ 12.951
€ 56.440
€ 2.256
€ 10.018
€ 375
€ 375
€ 375
Vermindering
€ 7.307
€ 38.945
€ 6.045
€ 11.270
€ 3.483
€ 2.737
€ 2.119
Saldo
€ 72.453
€ 89.948
€ 86.159
€ 84.907
€ 81.799
€ 79.437
€ 77.693
Bron: eigen bewerking gegevens jaarrekening 2018 & 2019 en programmabegroting 2020 & 2021 Barneveld
31
Het verloop van de reserves in de tabel sluit niet helemaal aan bij de mutaties van de reserves in het overzicht van de programmabegroting 2021 van Barneveld. Voor de jaarschijf 2021 geldt dat een verschuiving van € 3,9 miljoen van de algemene reserve naar de reserve stamkapitaal en de toevoeging van € 5,6 miljoen als gevolg van de vrijval van de voorziening ‘bovenwijkse voorzieningen’ niet in de mutaties reserves in het exploitatieoverzicht van de begroting 2021 (tabel 19) zijn meegenomen. Beide mutaties zijn wel in het overzicht van het verloop van de reserves (tabel 31) verwerkt. Daarnaast zijn de verwachte begrotingstekorten voor de jaren 2022-2024 nog niet in beide overzichten verwerkt. Wanneer deze effecten wel worden meegenomen, ontstaat het beeld zoals in tabel 31 gepresenteerd. De reservepositie van Barneveld daalt hierbij aanzienlijk na 2019, van ongeveer € 90 miljoen in 2019 naar ongeveer € 77,7 miljoen in 2024. In de programmabegroting 2021 gaat Barneveld uit van een stand van de reserves van € 85,2 miljoen in 2024, een verschil van ongeveer € 7,5 miljoen ten opzichte van het verwachte saldo op basis van de tabel.
Solvabiliteit (over vreemd en totaal vermogen) De solvabiliteitsratio drukt de reserves (eigen vermogen) uit als percentage van het vermogen. De gemeente Barneveld heeft een solvabiliteitsratio over vreemd vermogen van <1,0 met een ratio van 0,23 in 2018 en 0,27 in 2019. Voor gemeenten geldt een solvabiliteit van 0,2 als signaalwaarde. Onder 0,2 is de gemeente kwetsbaar (bron: VNG). Barneveld blijft ruim boven deze grens.
Stille reserves De stille reserves van een gemeente bestaan uit de aandelen/deelnemingen en het vastgoed in eigendom van de gemeente. Door de totale boekwaarde van het gemeentelijk vastgoed (woonruimten en bedrijfsgebouwen) af te zetten tegen de verzekerde waarde van het vastgoed kan een indicatie worden gegeven van de totale stille reserves. In de praktijk blijkt het vaak lastig om deze stille reserves van een gemeente op korte termijn te verzilveren, omdat het bijvoorbeeld om vastgoed met een specifieke functie (bijvoorbeeld onderwijs) gaat. In andere gevallen is het eenvoudiger om gebouwen af te stoten. In de begroting 2020 geeft de gemeente Barneveld aan dat voor haar gemeentelijke activa zelden volledig bekend is wat de directe opbrengstwaarde is en of de betreffende activa al dan niet verkoopbaar zijn, waar zij dit noodzakelijk acht om de stille reserve op te kunnen nemen in de begroting. Om deze reden heeft de gemeente Barneveld ervoor gekozen om de stille reserves als een p.m. post op te nemen.
Weerstandscapaciteit Het is voor een gemeente van vitaal belang dat zij in staat is om een financiële tegenvaller op te kunnen vangen. De mate waarin een gemeente in staat is een niet begrote financiële tegenvaller op te vangen wordt uitgedrukt in het weerstandsvermogen. Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel middelen kan men vrij maken) en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen dient men mogelijk vrij te maken). In de begroting van 2021 geeft de gemeente Barneveld aan dat haar geschatte incidentele weerstandsvermogen 2,1 bedraagt. Vanaf een weerstandsvermogen van boven de 1 is een gemeente naar verwachting voldoende in staat om financiële tegenvallers voldoende op te vangen. De gemeente Barneveld is met een geschat weerstandsvermogen van 2,1 dan ook ruim voldoende weerbaar. De benodigde weerstandscapaciteit zoals opgenomen uit de programmabegroting 2021 van de gemeente Barneveld is gebaseerd op een uitgevoerde risicosimulatie. Deze risicosimulatie is geactualiseerd voor de begroting 2021 waarbij voornamelijk aandacht uitgegaan is naar de risico’s gerelateerd aan de COVID-19pandemie. Hierbij is men er vooralsnog vanuit gegaan dat de risico’s gerelateerd aan de COVID-19-pandemie door hogere overheden worden gecompenseerd. De totale risicosimulatie heeft een totaal risicobedrag van € 15,3 miljoen opgeleverd.
De beschikbare weerstandscapaciteit die hiertegenover staat bedraagt € 32,3 miljoen.
32
Een overzicht van de belangrijkste (financiële) risico’s die de gemeente Barneveld loopt, gebaseerd op de programmabegroting 2021, is in de volgende opsomming opgenomen (in volgorde van impact): •
Onvoorziene risico’s grondexploitaties (planfase 2 en 3).
•
Kosten Jeugd maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet nemen toe.
•
Niet, of niet tijdig kunnen aantrekken van (kwalitatief) voldoende personeel.
•
Beheerkwaliteit van de nieuwe wijken De Burgt en Veller blijft achter.
•
Onvoldoende managementinformatie voor adequate sturing.
•
De groei van het aantal leerlingen wijkt af van prognoses.
•
Vertraging in de uitvoering van het transformatieplan Jeugd 2019-2021.
•
Toename van beroep op sociale voorzieningen door bevolkingsgroei.
•
Matige informatievoorziening OddV beperkt realisatie van bezuinigingsmogelijkheden.
Balans(prognose) en kengetallen In dit onderdeel worden de balans(prognose) en de kengetallen van de gemeente Barneveld voor de periode 2018-2024 geanalyseerd. Tabel 32. Financiële kengetallen (BBV) gemeente Barneveld (2018-2024) Kengetal
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
1a. Nettoschuldquote
131%
146%
137%
146%
142%
145%
152%
1.b Nettoschuldquote (gecorrigeerd)
78%
97%
96%
137%
133%
136%
143%
2. Solvabiliteitsratio
23%
27%
27%
27%
27%
27%
26%
3. Grondexploitatie
43%
38%
32%
27%
18%
16%
14%
4. Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
0,2%
-0,6%
-1,1%
-0,7%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
103%
105%
105%
106%
105%
104%
103%
Bron: programmabegroting 2021 Barneveld
Op basis van de tabel met kengetallen van de gemeente Barneveld kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •
De gegevens in tabel 32 zijn overgenomen uit de programmabegroting 2021. Zoals in de paragraaf reserves per inwoner toegelicht, zijn niet alle financiële effecten in het verloop van de reserves verwerkt. Wanneer deze effecten worden meegenomen daalt de stand van de reserves voor de jaren 2021-2024. Dit heeft directe invloed op de berekening van de gepresenteerde kengetallen in de tabel. Zo zal de schuldquote toenemen en de solvabiliteitsratio afnemen.
•
De nettoschuldquote is relatief hoog en laat over de periode 2018-2024 een overwegend stijgende trend zien. Wanneer gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen is de nettoschuldquote iets lager, maar het beeld blijft vergelijkbaar. Het verschil tussen beide quotes wordt veroorzaakt door hypotheekleningen aan ambtenaren. Al met al heeft de gemeente Barneveld een hoge schuldpositie, die ruim boven de streefwaarde van de VNG (130%) ligt. Barneveld heeft relatief veel grondexploitaties waarmee de post voorraden op de balans ook relatief hoog is. Exclusief voorraden is de nettoschuldquote van Barneveld in 2024 129%, net onder de kritische grens van 130%. Barneveld hanteert zelf het begrip effectieve schuldquote om dit inzichtelijk te maken. Deze quote vertoont tussen 2021 en 2024 een sterke opwaartse tendens. Zoals hiervoor toegelicht is het gepresenteerde niveau van de reserves van Barneveld voor de periode 2021-2024 te hoog. Wanneer hiervoor gecorrigeerd zou worden neemt de (gecorrigeerde) nettoschuldquote toe en stijgt deze in ieder geval voor de jaarschijf 2024 boven de kritische grens van 130%.
33
•
De solvabiliteitsratio van de gemeente Barneveld is in 2019 gestegen naar 27% (van 23% in 2018). In de jaren na 2019 blijft de solvabiliteitsratio stabiel, met een lichte daling (naar 26%) in 2024. Deze waarden zijn echter berekend op basis van het verloop van de reserves zoals door Barneveld in de begroting gepresenteerd. Zoals hiervoor aangegeven zou hierop eigenlijk een correctie moeten worden doorgevoerd. In dit geval zal de solvabiliteitsratio niet stabiliseren in de periode vanaf 2021.
•
De cijfers met betrekking tot de structurele exploitatieruimte die in de tabel gepresenteerd zijn, wijken iets af van de gepresenteerde cijfers in de programmabegroting, voor de jaren 2022, 2023 en 2024. Op basis van opgave door Barneveld zijn de cijfers voor het kengetal structurele exploitatieruimte voor deze jaren (indicatief) gecorrigeerd. Het kengetal is hiermee alleen voor 2021 positief. Voor 2022, 2023 en 2024 is het kengetal negatief vanwege het geprognosticeerde begrotingstekort in deze jaren.
•
De gemeentelijke belastingcapaciteit van Barneveld ligt in alle jaren boven de 100%. Dit geeft aan dat de belastingdruk in de gemeente boven het landelijk gemiddelde ligt. In de berekening van de gemeentelijke belastingcapaciteit worden de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing meegenomen.
Tabel 33. Balans(prognose) gemeente Barneveld 2018-2024 (x € 1.000) (x 1.000)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Vaste activa
€ 239.819
€ 265.156
€ 265.136
€ 269.866
€ 274.096
€ 280.576
€ 291.806
Vlottende activa
€ 96.289
€ 72.517
€ 65.517
€ 54.517
€ 42.517
€ 39.517
€ 35.517
Totaal activa
€ 336.108
€ 337.673
€ 330.653
€ 324.383
€ 316.613
€ 320.093
€ 327.323
Reserves
€ 72.453
€ 89.948
€ 86.459
€ 87.082
€ 85.457
€ 85.332
€ 85.207
Resultaat boekjaar
€ 15.577
€ 1.881
€ 3.248
€ 65
€0
€0
€0
Voorzieningen
€ 14.735
€ 16.193
€ 15.571
€ 15.000
€ 14.429
€ 13.858
€ 12.587
Vaste schuld
€ 210.195
€ 190.055
€ 203.103
€ 197.499
€ 192.153
€ 196.973
€ 216.793
Totaal vaste passiva
€ 312.960
€ 298.077
€ 308.381
€ 299.646
€ 292.039
€ 296.163
€ 314.587
Vlottende passiva
€ 23.148
€ 39.597
€ 22.273
€ 24.738
€ 24.575
€ 23.931
€ 12.737
Totaal passiva
€ 336.108
€ 337.674
€ 330.654
€ 324.384
€ 316.614
€ 320.094
€ 327.324
De balansprognose in de tabel is gebaseerd op de eigen opgave van de gemeente in de programmabegroting 2021. Hierbij vallen de volgende zaken op: •
Reservepositie verbetert in de periode 2018-2019. In de periode na 2019 daalt de reservepositie van € 90 miljoen in 2019 naar € 85,2 miljoen in 2024. Hierbij moet opgemerkt worden dat de stand in 2024 aanzienlijk verschilt van de stand weergegeven in tabel 31. Zoals aangegeven zijn niet alle (verwachte) financiële effecten voor de jaren 2021-2024 verwerkt. Zo zijn niet alle begrote reservemutaties (volledig) verwerkt en zijn ook de verwachte begrotingstekorten voor de jaren 2022, 2023 en 2024 niet meegenomen. Hierdoor is de gepresenteerde stand van de reserves voor deze jaren feitelijk hoger dan deze daadwerkelijk is.
•
De stand van de voorzieningen daalt licht van € 14,8 miljoen in 2018 naar € 12,6 miljoen.
•
De vaste schuld (langlopende leningen met name) neemt iets toe van € 210,2 miljoen in 2018 naar € 216,8 miljoen. De kortlopende schulden lopen in dezelfde periode terug van € 30,2 miljoen in 2018 naar € 4,4 miljoen in 2024. Kortlopende en langlopende schulden bij elkaar genomen schommelen rond € 210 miljoen.
•
Het totaal van de balans van de gemeente is redelijk stabiel over de periode 2018-2024. In 2024 met € 327,3 miljoen iets lager (-2,6%) dan in 2018: € 336,1 miljoen.
34
Grondexploitatie De grondposities van gemeenten geven zowel een beeld van de toekomstige ontwikkeling van een gemeente, met andere woorden is er uitbreiding van de gemeente te verwachten (meer inwoners, meer bedrijven). Een grotere omvang van de gemeente leidt in het algemeen ook weer tot hogere inkomsten en kan daarmee een verbetering van de financiële positie betekenen. Grondexploitaties hebben ook mogelijk verdienpotentieel waarmee het vermogen van gemeenten versterkt kan worden. De omvang van de grondexploitaties zijn ook van belang om enkele balansindicatoren zoals de schuldpositie te kunnen beoordelen. Een grote voorraad aan bouwgronden leidt in het algemeen tot een hogere schuldpositie. Deze is dan in principe tijdelijk hoger, omdat schulden na ontvangt van de opbrengsten weer afgebouwd kunnen worden. Tot slot leveren grondexploitaties ook risico’s op voor gemeenten, opbrengsten kunnen tegenvallen of bouwprojecten kunnen vertragen. In het algemeen geldt dat gemeenten met meer bouwgrond in ontwikkeling een hoger risicoprofiel hebben. De gemeente Barneveld voert een actief maar behoedzaam grondbeleid en wil daarmee actief sturen in de ruimtelijke ontwikkeling. De totale boekwaarde van de grondexploitaties per 31 december 2019 bedroeg € 82 miljoen.
Door het actieve grondbeleid en de relatief hoge boekwaarde is Barneveld wel gevoeliger voor risico’s in de economische ontwikkeling. Daarnaast is ook een impact van de stikstofcrisis te verwachten op de grondexploitaties. De gemeente Barneveld heeft grondexploitaties in programma 2. ‘Bedrijvigheid en bereikbaarheid’ en in programma 3. ‘Woon- en leefomgeving’. De grondexploitaties opgenomen in programma 2. betreffen bedrijventerreinen. In totaal gaat het per 31 december 2019 om acht grondexploitaties. Tabel 34. Overzicht boekwaarden en resultaten grondexploitaties (bedrijventerreinen) gemeente Barneveld (x € 1,0 miljoen) Complex
Boekwaarde
Eindwaarde
31-12-2019 Thorbeckelaan-Zuid
7,2
-0,3
Briellaerd-Noord
1,3
-0,9
Harselaar-Centraal (Columbizpark)
14,7
-14,6
Harselaar-Zuid fase 1A
-0,4
3,6
Harselaar-West West
-0,4
0
Thorbeckelaan Noord
1,3
-0,9
Herontwikkeling Tolnegenweg
1,9
-0,7
Harselaar-Zuid fase 1B en fase 2
5,4
6,9
Totaal
31,1
-6,8
Op de grondexploitaties voor bedrijventerreinen verwacht Barneveld in totaal € 6,8 miljoen verlies te leiden. De meest winstgevende grondexploitatie (Harselaar-Zuid fase 1B en fase 2) heeft de langste doorlooptijd (tot en met 2029) en levert vanaf 2025 een positieve cashflow op. In programma 3. ‘Woon- en leefomgeving’ heeft de gemeente Barneveld de grondexploitaties die betrekking hebben op woonlocaties. Het gaat om vijftien grondexploitaties in totaal.
35
Tabel 35. Overzicht boekwaarden en resultaten grondexploitaties (woningbouw) gemeente Barneveld (x € 1,0 miljoen) Complex
Boekwaarde
Eindwaarde
31-12-2019 Schoolterrein Hessenweg
0,1
0,7
Veller 1
3,0
-3,1
Veller 2
0,7
-1,1
Harselaar-Zuid fase 1A
-0,4
3,6
Holzenbosch I – A+B
0,1
3,5
Holzenbosch II
2,0
1,6
Puurveen
0,2
0
Bloemendal
35,9
5,9
Verbindingsweg
5,0
-3,8
Oostbroek Fase 1
4,8
0,9
Herontwikkeling Wildzoom
0
-0,1
Herontwikkeling Iepenhof
0,3
0,8
De Enk
-0,6
0,2
Herontwikkeling Putterweg
0,1
0
Herontwikkeling Achterveldseweg
0,6
0
Wikselaarse Eng
-1,7
0,2
Totaal
50,5
5,7
Op grondexploitaties voor woningbouw verwacht Barneveld in totaal € 5,7 miljoen winst te maken. De meest winstgevende grondexploitatie is Bloemendal en heeft ook de langste looptijd (tot en met 2029). Vanaf 2028 heeft deze een positieve cashflow. Holzenbosch 1 A+B en Holzenbosch 2 hebben ook een positieve eindwaarde van > € 1 miljoen en een kortere looptijd, respectievelijk 2022 en 2024. Over het geheel aan grondexploitaties geldt dat Barneveld in 2019 € 6,0 miljoen tussentijdse winst heeft genomen. Daarnaast heeft Barneveld in 2019 vier grondexploitaties afgesloten met een resultaat van € 1,7 miljoen. Daar tegenover stond een onttrekking uit de verliesvoorziening van € 0,9 miljoen. Per saldo is het resultaat uit afgesloten grondexploitaties € 0,8 miljoen. Per 31/12/2018 bedroeg de verliesvoorziening op grondexploitaties in totaal € 26,1 miljoen. In 2019 zijn de verliezen iets terug gelopen met € 0,6 miljoen waardoor de verliesvoorziening per 31 december 2019 € 25,6 miljoen bedraagt. De verwachting voor 2020 (bron: programmabegroting 2021) is dat er tien grondexploitaties worden/zijn afgesloten met een resultaat van € 0,6 miljoen, voor € 3,5 miljoen (tussentijdse) winst genomen gaat worden uit de grondexploitaties, en dat de verliesvoorziening met € 0,3 miljoen verhoogd gaat worden. Het totale resultaat op de grondexploitaties is daarmee € 3,8 miljoen positief.
Naar verwachting worden er in 2021 drie grondexploitaties afgesloten met een positief resultaat van € 1,4 miljoen.
36
Bronnen •
Programmabegroting Barneveld 2020-2023
•
Programmabegroting Barneveld 2021-2024
•
Programmarekening Barneveld 2018
•
Programmarekening Barneveld 2019
•
Formatieoverzicht Barneveld oktober 2020
•
Raadsvoorstel belastingverordeningen 2020 (inclusief besluit)
•
Belastingverordeningen 2020
•
Overzicht woningvoorraad en gemiddelde woningenwaarde Barneveld
•
Overzicht samenwerkingsvormen Barneveld 2020
•
Meerjarenprognose grondexploitaties Barneveld (d.d. 31-12-2019)
•
Nota reserves en voorzieningen 2018
•
Nota risicomanagement weerstandsvermogen (september 2020)
•
Overzicht risicosimulatie Barneveld 2020
•
Overzicht risico’s Barneveld programmabegroting 2021
•
Atlas van lokale lasten COELO (2020)
•
Opgave inschatting financiële effecten herindeling ministerie BZK (2020)
•
Diverse websites (rijksoverheid.nl, cbs.nl, allecijfers.nl, barneveld.nl)
•
Toezichtsinformatie ontvangen van de provincie Gelderland
37
Bijlage 2. Analyse financiële positie Scherpenzeel Kerngegevens Scherpenzeel Tabel 36. Kerngegevens Scherpenzeel Kerngegeven
Waarde
Bron
Aantal inwoners per 1 januari 2020
9.880
CBS
Aantal woningen per 1 januari 2020
4.002, 220 in aanbouw
Scherpenzeel.nl
Aantal bedrijfsvestigingen
970
Allecijfers.nl
Gemiddeld inkomen per inwoner per 1/1/2020
€ 24.400
Allecijfers.nl
Aantal kernen
1
Minbzk.nl
Oppervlakte
1381 ha (waarvan 3 ha water)
Allecijfers.nl
Buurgemeenten
Leusden Woudenberg Utrechtse Heuvelrug Barneveld Renswoude Veenendaal
Provincie
Gelderland
Gemeenschappelijke regelingen
Omgevingsdienst De Vallei (Ede) Regio De Vallei (Ede)
Programmabegroting 2021
Regio FoodValley (Ede) Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM), Arnhem Omvang begroting 2021, lasten na bestemming
€ 28,6 miljoen
Programmabegroting 2021
Begroting en jaarrekening Voor een goed beeld van de financiële positie van de gemeente Scherpenzeel is inzicht in de begroting en jaarrekening nodig. We kijken hierbij naar de afgelopen jaren, het huidige begrotingsjaar en de recent vastgestelde begroting en meerjarenraming. Een belangrijke vraag hierbij is het evenwicht in de begroting, de mate waarin structurele lasten ook door structurele inkomsten worden gedekt en het verwerken van ontwikkeling in bijvoorbeeld het gemeentefonds. Een solide begroting vormt de basis voor bestuurlijke slagkracht. In de volgende paragraaf wordt de exploitatiebegroting van de gemeente Scherpenzeel geanalyseerd. Hierbij wordt de exploitatiebegroting op verschillende manieren geanalyseerd: terugkijken (realisatiecijfers over 2018 en 2019), de huidige begroting (2020) en vooruitkijken (meerjarenbegroting 2021-2024).
Terugkijken: realisatiecijfers over 2018 en 2019 In de volgende tabel zijn voor de jaren 2018 en 2019 de (gewijzigde) begroting en jaarrekening gepresenteerd. Uit de tabel blijken aanzienlijke verschillen tussen de bijgestelde begroting en jaarrekening 2018. Zo waren de totale lasten van de programma’s in 2018 bij de jaarrekening € 2,5 miljoen lager ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door uitgestelde onderhoudswerkzaamheden met betrekking tot wegen binnen programma 2 (€ 0,4 miljoen) en het uitstellen van geraamde investeringen in grondexploitaties (bouwrijp maken Akkerwinde) binnen programma 8 (€ 2,9 miljoen).
38
Hier staan hogere lasten binnen programma 0 tegenover voor toevoegingen aan de voorziening voor wachtgelden van wethouders en de voorziening voor de pensioenen van wethouders en diverse overheadkosten (in totaal € 1,0 miljoen). Tegelijkertijd zijn de totale baten van de programma’s in 2018 bij de jaarrekening ongeveer € 2,1 miljoen lager ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit wordt nagenoeg volledig verklaard door lagere baten met betrekking tot grondexploitaties binnen programma 8 (€ 2,5 miljoen). Tabel 37. Exploitatie (begroting en jaarrekening) gemeente Scherpenzeel 2018 en 2019 (x € 1.000) Programma’s
BG18
BG18
JR18
JR18
BG19
BG19
JR19
JR19
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
0. Bestuur en ondersteuning
€ 4.260
€ 303
€ 5.189
€ 502
€ 5.435
€ 261
€ 6.035
€ 429
1. Veiligheid
€ 651
€ 13
€ 654
€ 13
€ 677
€ 13
€ 673
€ 14
2. Verkeer en vervoer
€ 1.166
€ 16
€ 753
€ 58
€ 1.208
€ 11
€ 938
€ 37
3. Economie
€ 264
€ 149
€ 166
€ 100
€ 179
€ 129
€ 155
€ 128
4. Onderwijs
€ 688
€1
€ 633
€1
€ 774
€ 122
€ 766
€ 74
5. Sport, cultuur en recreatie
€ 1.625
€ 63
€ 1.632
€ 67
€ 1.715
€ 63
€ 1.707
€ 147
6. Sociaal domein
€ 6.000
€ 1.279
€ 6.007
€ 1.448
€ 6.410
€ 1.258
€ 6.399
€ 1.271
7. Volksgezondheid en
€ 1.901
€ 2.134
€ 1.841
€ 2.205
€ 2.458
€ 2.395
€ 2.208
€ 2.319
8. VROSV
€ 5.216
€ 4.777
€ 2.360
€ 2.233
€ 3.639
€ 5.409
€ 3.137
€ 5.256
Totaal programma’s
€ 21.773
€ 8.736
€ 19.236
€ 6.627
€ 22.495
€ 9.661
€ 22.019
€ 9.675
Financiering en alg. dekking
€ 381
€ 12.749
€ 408
€ 12.701
€ 297
€ 13.234
€ 857
€ 13.473
Totaal voor bestemming
€ 22.154
€ 21.484
€ 19.644
€ 19.328
€ 22.792
€ 22.895
€ 22.876
€ 23.149
milieu
Saldo voor bestemming
-€ 669
-€ 316
€ 103
€ 273
Mutaties reserves
€ 1.277
€ 2.315
€ 915
€ 1.351
€ 1.039
€ 2.909
€ 1.013
€ 2.274
Totaal na bestemming
€ 23.431
€ 23.800
€ 20.559
€ 20.679
€ 23.831
€ 25.804
€ 23.889
€ 25.423
Saldo na bestemming
€ 369
€ 120
€ 1.973
€ 1.533
Voor de mutaties van reserves is een vergelijkbaar beeld zichtbaar. De toevoegingen aan de reserves zijn € 0,4 miljoen lager in de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting, terwijl de onttrekkingen € 1,0 miljoen lager zijn. Dit is voor het grootste gedeelte te verklaren door het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden (zie ook de toelichting hiervoor vermeld). Hierdoor komt het saldo na bestemming bij de jaarrekening uit op € 120.310 (positief), terwijl in de bijgestelde begroting nog uit werd gegaan van een saldo na bestemming van € 368.792 (positief). In de jaarrekening 2019 zijn de verschillen tussen de begroting en realisatie minder groot dan in de jaarrekening 2018. De totale baten van de programma’s zijn even hoog in de jaarrekening als in de bijgestelde begroting, terwijl de totale gerealiseerde lasten van de programma’s ongeveer € 0,5 lager uitvallen dan begroot. Hieronder worden de meest opvallende verklaringen genoemd. Binnen het programma 0 vallen de lasten € 0,6 miljoen hoger uit door aanvullende toevoegingen aan de voorziening wachtgelden wethouders en de voorziening pensioenen wethouders. Binnen het programma 2 komen de lasten in de jaarrekening juist € 0,3 lager uit dan in de bijgestelde begroting geraamd.
Als verklaring wordt gegeven dat verschillende onderhoudswerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld het inhalen van achterstallig onderhoud, in 2019 niet zijn afgerond omdat het wegenbeheerplan niet voldoende actueel bleek. Dit heeft geleid tot fors lagere kapitaallasten van ongeveer € 0,3 miljoen. Doordat deze projecten grotendeels gedekt worden vanuit de reserve wegen is de onttrekking uit de reserve ook een stuk lager.
39
Ook de lasten binnen programma 8 zijn € 0,5 miljoen lager uitgevallen bij de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting. Als verklaring worden lagere lasten binnen de grondexploitatie Akkerwindelaan aangevoerd, terwijl het treffen van een verliesvoorziening voor de verliesgevende grondexploitatie Akkerwinde 2 voor extra lasten zorgde. Voor de mutaties van reserves is het volgende beeld zichtbaar. De toevoegingen aan de reserves zijn nagenoeg gelijk in de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting, terwijl de onttrekkingen € 0,5 miljoen lager zijn. Dit is wederom voor een groot deel te verklaren door het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden (zie ook de toelichting hiervoor vermeld). De lasten voor financiering en algemene dekkingsmiddelen zijn in 2019 € 0,5 miljoen hoger uitgevallen dan in de bijgestelde begroting geraamd, voornamelijk veroorzaakt door de VBPlast als gevolg van de (tussentijdse) winstneming binnen de grondexploitaties. Hierdoor komt het saldo na bestemming bij de jaarrekening uit op € 1.533.470 (positief), terwijl in de bijgestelde begroting nog uit werd gegaan van een saldo na bestemming van € 1.972.889 (positief). Tabel 38. Structureel saldo (x € 1.000) JR18
JR18
JR19
JR19
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 20.559
€ 20.679
€ 23.889
€ 25.423
Incidenteel
€
€
€
€
Totaal structureel na bestemming
€ 19.618
941
Structuureel saldo na bestemming
401
€ 20.278 €
660
335
€ 23.554
265
€ 25.158 € 1.604
Op basis van de opgave van de provincie Gelderland is ook het structurele saldo bepaald. Hierin zijn zowel de baten en lasten die Scherpenzeel als incidenteel heeft aangemerkt als de baten en lasten die door provincie als incidenteel zijn aangemerkt meegenomen. Zowel de begrotingen 2018 en 2019 en de jaarrekeningen 2018 en 2019 hadden een structureel positief saldo.
Huidige programmabegroting (2020) In de volgende tabel zijn de lasten en baten per programma uit de programmabegroting 2020 gepresenteerd. Tabel 39. Programmabegroting 2020 gemeente Scherpenzeel Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Lasten
Baten
0. Bestuur en ondersteuning
€ 5.368.394
€ 210.494
1. Veiligheid
€ 714.087
€ 12.840
2. Verkeer en vervoer
€ 1.109.549
€ 10.730
3. Economie
€ 215.086
€ 129.209
4. Onderwijs
€ 664.062
€ 500
5. Sport, cultuur en recreatie
€ 1.986.588
€ 174.503
6. Sociaal domein
€ 6.070.478
€ 970.959
7. Volksgezondheid en milieu
€ 2.193.606
€ 2.414.612
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijk vernieuwing
€ 4.549.556
€ 6.691.617
40
Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Totaal programma’s
€ 22.871.406
€ 10.615.464
Financiering en alg. dekking
€ 778.733
€ 13.653.563
Totaal voor bestemming
€ 23.650.139
€ 24.269.027
Mutaties reserves
€ 3.813.223
€ 3.346.346
Totaal na bestemming
€ 27.463.362
€ 27.615.373
Saldo voor bestemming
€ 618.888
Saldo na bestemming
€ 152.011
In de programmabegroting 2020 wordt een resultaat, voor bestemming, van ongeveer € 0,6 miljoen geraamd. Na mutaties reserves resteert een positief resultaat van € 0,15 miljoen. Hiernavolgend wordt een analyse van de grootste verschillen ten opzichte van de begroting 2019 gemaakt. Zowel de baten als de lasten voor programma 0 liggen ongeveer € 0,6 miljoen lager in de begroting 2020 ten opzichte van 2019. De lasten voor programma 2. ‘Verkeer en vervoer’ zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door kosten voor groot onderhoud Stationsweg en Heintjeskamperweg. Deze hogere lasten worden gedekt door de reserve wegen. De lasten voor programma 6. ‘Sport, cultuur en recreatie’ worden in de begroting 2020 ongeveer € 0,3 miljoen hoger geraamd ten opzichte van 2019. De lasten met betrekking tot sportaccommodaties liggen ongeveer € 0,2 miljoen hoger. Hier staan € 0,1 miljoen hogere baten tegenover. Daarnaast zijn de begrote lasten voor openbaar groen (openlucht)recreatie ongeveer € 0,1 miljoen hoger ten opzichte van de begroting 2019. Voor programma 6. Sociaal domein liggen de lasten en baten ongeveer € 0,3 miljoen lager dan in 2019. Dit kan verklaard worden door mutaties reserves die in 2019 binnen dit programma (zowel baten als lasten) zijn gerealiseerd. Voor programma 8.
‘Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV)’ liggen de begrote baten en lasten ongeveer € 1,4 hoger dan in de begroting 2019. Deze verschillen worden volledig verklaard door de grondexploitaties. Tabel 40. Structureel saldo 2020 (x 1.000) Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 27.463
€ 27.615
Incidenteel
€ 1.338
€ 1.458
Structureel
€ 26.125
€ 26.157
Saldo na bestemming
€
32
Voor de programmabegroting 2020 van Scherpenzeel geldt dat deze een structureel positief saldo kent. Daarmee zijn de structurele lasten volledig gedekt door structurele baten.
Meerjarenbegroting 2021-2024 Tabel 41. Meerjarenbegroting gemeente Scherpenzeel 2021-2024 (x € 1.000) Programma’s
BG21
BG21
BG22
BG22
BG23
BG23
BG24
BG24
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
0. Bestuur en ondersteuning
€ 4.895
€ 223
€ 4.428
€ 223
€ 4.639
€ 223
€ 4.610
€ 223
1. Veiligheid
€ 829
€ 14
€ 830
€ 14
€ 830
€ 14
€ 827
€ 14
41
Programma’s
BG21
BG21
BG22
BG22
BG23
BG23
BG24
BG24
2. Verkeer en vervoer
€ 1.288
€ 36
€ 885
€ 36
€ 890
€ 36
€ 1.082
€ 36
3. Economie
€ 207
€ 130
€ 206
€ 130
€ 231
€ 130
€ 243
€ 130
4. Onderwijs
€ 826
€ 79
€ 749
€ 79
€ 748
€1
€ 748
€1
5. Sport, cultuur en recreatie
€ 1.835
€ 93
€ 1.848
€ 93
€ 1.664
€ 64
€ 1.674
€ 164
6. Sociaal domein
€ 6.932
€ 1.012
€ 6.871
€ 1.012
€ 6.877
€ 1.052
€ 6.877
€ 1.052
7. Volksgezondheid en milieu
€ 2.390
€ 2.348
€ 2.372
€ 2.401
€ 2.368
€ 2.417
€ 2.383
€ 2.433
8. VROSV
€ 4.375
€ 5.834
€ 2.324
€ 2.765
€ 2.632
€ 3.555
€ 2.783
€ 3.456
Totaal programma’s
€ 23.577
€ 9.769
€ 20.513
€ 6.753
€ 20.879
€ 7.491
€ 21.227
€ 7.508
Financiering en alg. dekking
€ 1.430
€ 14.597
€ 1.051
€ 14.916
€ 680
€ 15.132
€ 551
€ 15.343
Totaal voor bestemming
€ 25.007
€ 24.366
€ 21.564
€ 21.669
€ 21.559
€ 22.623
€ 21.778
€ 22.851
Saldo voor bestemming
-€ 641
€ 104
€ 1.064
€ 1.072
Mutaties reserves
€ 3.636
€ 4.310
€ 1.506
€ 1.439
€ 1.988
€ 985
€ 1.928
€ 913
Totaal na bestemming
€ 28.643
€ 28.676
€ 23.071
€ 23.108
€ 23.547
€ 23.608
€ 23.706
€ 23.764
Saldo na bestemming
€ 33
€ 38
€ 61
€ 58
Bij vaststelling van de programmabegroting is amendement A2 aangenomen waarin de vrijval van een bezuinigingstaakstelling met 1 jaar is opgeschoven. Door het aannemen van het amendement is het saldo na bestemming van in 2022 met € 25.000 verbeterd en komt daarmee op € 62.000 Tabel 42. Structureel saldo meerjarenbegroting Scherpenzeel 2021-2024 gewijzigd (na amendement A2, bedragen x € 1000) Programma’s
BG21
BG21
BG22
BG22
BG23
BG23
BG24
BG24
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 28.643
€ 28.676
€ 23.046
€ 23.108
€ 23.547
€ 23.608
€ 23.706
€ 23.764
Incidenteel
€ 1.901
€ 1.718
€
€
€
€
€
€
Totaal Structureel na bestemming
€ 26.742
€ 26.958
€ 22.656
Structureel saldo na bestemming
390
€ 216
390
€ 22.718 € 62
250
€ 23.297
250
€ 23.358
90
€ 23.616
90
€ 23.674
€ 61
€ 58
De programmabegroting van Scherpenzeel kent voor de jaren 2021, 2023 en 2024 een structureel evenwicht. Door het aannemen van amendement A2 is ook het jaar 2022 structureel in evenwicht. Hierbij moet opgemerkt worden dat steeds een bescheiden saldo na bestemming wordt geraamd. Dit houdt in dat bij eventuele tegenvallers het saldo in het betreffende jaar snel kan verslechteren. Wat opvalt is dat het geraamde saldo voor bestemming in de begroting 2021 € 0,6 miljoen negatief is. Door onttrekking aan reserves wordt toch een positief saldo na bestemming voorzien. Wat tevens opvalt is een aanzienlijk saldo voor bestemming in de jaarschijven 2023 en 2024. In beide jaren wordt een positief saldo geraamd van ongeveer € 1,1 miljoen. Dit lijkt voor een groot deel veroorzaakt te worden door de stijging van de regel ‘financiering en algemene dekkingsmiddelen’. Hier is in de periode 2021-2024 een stijging zichtbaar van ongeveer € 0,7 miljoen. De stijging wordt voor een deel verklaard door de hogere verwachte inkomsten uit het gemeentefonds, ten opzichte van de verwachting in de begroting 2020. In 2021 wordt een extra uitkering verwacht van ongeveer € 0,4 miljoen, in 2022 € 0,3 miljoen en voor de jaren 2023 en 2024 ongeveer € 0,2 miljoen. Daarnaast verwacht Scherpenzeel de komende jaren aanvullende belastinginkomsten te genereren.
42
Onderdeel van de begroting is invulling van het op orde krijgen van de organisatie inclusief ambities voor de dienstverlening in het ruimtelijk en het sociaal domein, het wegwerken van achterstanden en het invullen van maatschappelijke ambities. Voor het op orde krijgen van de organisatie inclusief ambities betreffende de dienstverlening, is bij de kadernota 2021-2024 een structureel bedrag geraamd oplopend tot € 1,6 miljoen in 2024. Bij de programmabegroting 2021-2024 is dit bedrag bijgesteld tot iets meer dan € 1,5 miljoen in 2024. Hiermee is dekking voor 14 fte formatie-uitbreiding inclusief overheadkosten structureel verwerkt in de begroting. Voor het wegwerken van achterstanden is in de begroting in totaal € 750.000 geraamd in de periode 2021-2023. Deze kosten worden gedekt uit een onttrekking aan de Algemene reserve en is daarmee incidenteel. Voor formatiekosten die nodig zijn voor het invulling geven aan nieuwe ambities, bijvoorbeeld op het gebied van ICT of van de energietransitie, wil Scherpenzeel werken met een flexibele schil van € 450.000 per jaar waarvan de dekking uit projectgelden moet komen en daarmee incidenteel is. De lasten en de dekking van deze flexibele schil zijn nog niet in de begroting opgenomen, maar worden gedekt vanuit grondexploitaties en investeringsprojecten.