04e. Bijlagenboek.pdf
Tekst van het document
BIJLAGENBOEK
BIJ
HERINDELINGSONTWERP GEMEENTE BARNEVELD-SCHERPENZEEL
Colofon Vastgesteld Gedeputeerde Staten Gelderland 26 januari 2021.
Provincie Gelderland Postbus 9090 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl https://sprekend.gelderland.nl/kijkopscherpenzeel/
INHOUDSOPGAVE BIJLAGENBOEK A. B. C.
D. 1
2
3
4
Kaart nieuwe gemeente Herindelingsscan Besluit starten open overleg d.d. 14 juli 2020 (incl. bijlagen) - GS besluit - Startnotitie open overleg 'Versterking door verbinding' - Statenbrief - Brief aan B&W Scherpenzeel - Brief aan B&W Barneveld - Brief aan omliggende gemeenten - Brief aan GS provincie Utrecht - Brief aan minister BZK Correspondentie n.a.v. starten open overleg: - Brief B&W Scherpenzeel d.d. 15 juli 2020 - Brief oppositiepartijen Scherpenzeel d.d. 16 juli 2020 - Brief GS d.d. 27 juli 2020 - Brief B&W Scherpenzeel d.d. 5 augustus 2020 - Brief B&W Scherpenzeel d.d. 25 augustus 2020 - Brief GS d.d. 1 september 2020 - Brief GS d.d. 29 september 2020 - Plan van Aanpak Documenten open overlegfase Logboeken - Logboek Bestuurlijk overleggen - Logboek Participatie en communicatie Statenbrief 12 januari 2021 en correspondentie - Statenbrief d.d. 12 januari 2021 - Brief GS aan B&W Scherpenzeel d.d. 12 januari 2021 - Brief GS aan B&W Barneveld d.d. 12 januari 2021 - Brief GS aan minister BZK d.d. 12 januari 2021 - Brief GS aan bestuurlijke partners d.d. 12 januari 2021 (toelichting: de bestuurlijke partners zijn Renswoude, Woudenberg, Ede, Veenendaal, regio Food Valley en provincie Utrecht. Zij ontvingen een identieke brief.) Verslagen open overlegfase - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 14 september 2020 inclusief afspraken bestuurlijk overleg d.d.
10 september 2020 - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 21 september 2020 • Bijlage 1 Bespreekpunten provincie – inzet voor open overleg • Bijlage 2 Spelregels en standpunten voor een zuiver proces Arhi-procedure - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 01 oktober 2020 - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 13 oktober 2020 - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 03 november 2020 - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 19 november 2020 - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 01 december 2020 en 08 december 2020 • Bijlage 1 Verklaring tbv Bestuurlijk Overleg 1 december 2020 • Bijlage 2 Positon Paper (002) • Bijlage 3 Spelregels - Verslag bestuurlijk overleg d.d. 15 december 2020 • Bijlage 1 Positionering Barneveld Variantenonderzoek - Afwegingsdocument - Brondocument
5
6
7 E. 1
2
3
4
Participatie - Resultaten participatie Kijk op Scherpenzeel - Samenvatting inhoudelijke reacties - Bundel opbrengst participatie - Resultaat stellingen KijkopScherpenzeel - Rapportage communicatie en participatie - Resultaten Kieskompas Consultatie - Samenvatting consultatie - Consultatieverslagen Spiegelgroep - Observaties Spiegelgroep Documenten tot 14 juli 2020 Rapporten - Toekomstvisie 2030 - Rapport Zelfbewust Scherpenzeel (SvdL) - Eindrapport Stuurgroep ‘Regie op de toekomst’ Besluiten gemeenteraad Scherpenzeel - Besluit raad Scherpenzeel d.d. 27 juni 2019 - Initiatiefvoorstel en besluit raad Scherpenzeel d.d. 9 december 2019 Correspondentie - Brief CdK aan raad Scherpenzeel d.d. 22 juli 2019 - Brief GS d.d. 20 november 2019 • Bijlage met lijst bestuurlijke voorwaarden - Brief GS d.d. 17 december 2019 - Brief B&W Scherpenzeel d.d. 14 januari 2020 - Brief GS aan Scherpenzeel d.d. 6 februari 2020 - Brief GS aan Barneveld, omliggende gemeenten, prov. Utrecht d.d. 6 februari 2020 - Brief GS aan Minister BZK d.d. 6 februari 2020 - Brief GS aan bestuurlijke partners over verkenning d.d. 8 april 2020 - Brief GS aan Minister BZK d.d. 4 juni 2020 - Brief GS aan Scherpenzeel d.d. 4 juni 2020 - Brief GS aan Barneveld d.d. 4 juni 2020 - Brief GS aan omliggende gemeenten d.d. 4 juni 2020 - Brief GS aan provincie Utrecht d.d.
4 juni 2020 - Notitie ‘Sterk dorp in een sterke gemeente’ - Brief B&W Scherpenzeel verzoek om herziening standpunt d.d. 23 juni 2020 - Brief GS met reactie op brief van B&W Scherpenzeel d.d. 3 juli 2020 - Brief B&W partnerschap d.d. 10 juli 2020 - Brief minister BZK d.d. 10 juli 2020 Monitoringsoverleggen en verkenning - Logboek bestuurlijke overleggen - Verslag monitoringsoverleg 6 februari 2020 (note: gesprek vond plaats op 6 februari, in verslag staat foutief 7 februari vermeld) - Verslag monitoringsoverleg 3 maart 2020 - Verslag monitoringsoverleg 9 april 2020 - Verslag monitoringsoverleg 15 mei 2020 - Verslag monitoringsoverleg 4 juni 2020 - Verslag overleg met B&W Barneveld 12 mei 2020 - Eindrapport Regionale verkenning - Verslagen Regionale verkenning
A. Kaart nieuwe gemeente
Putten
Legenda
Uddel
Ermelo
Spakenburg Te vormen gemeente
Putten
^
^^^ ^ ^ Te vervallen gemeentegrens Bunschoten Gemeentegrens
Garderen
Nijkerk
Apeldoorn
Nijkerk
Hoevelaken
Zwartebroek
Amersfoort
Stroe
Voorthuizen
Terschuur
Kootwijk
Barneveld Kootwijkerbroek
Leusden
Barneveld
Achterveld
Harskamp
De Glind
^
Wekerom
^
^^ ^ ^
^^
^
^^ ^
^ ^^
Otterlo
Ede
Scherpenzeel Woudenberg
Lunteren
Scherpenzeel Renswoude
Maarn I&A/GIC 2101 3068
Ederveen Maasbergen
Ede
B. Herindelingsscan
Herindelingsscan Barneveld en Scherpenzeel
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding
3
1.1
Beoordeling omvang ambtelijke organisatie en financiële dekking
4
1.2
Methode van onderzoek
4
Conclusies
6
2.1
Hoofdconclusies
6
2.2
Deelconclusies over Barneveld
7
2.3
Deelconclusies over Scherpenzeel
7
2.4
Samenvattende vergelijking financiële positie van beide gemeenten
8
2.5
Deelconclusies over de financiële positie van een heringedeelde gemeente
9
Vergelijking financiële positie Scherpenzeel en Barneveld op hoofdlijnen
10
3.1
Begroting en jaarrekening
10
3.2
Ambtelijke capaciteit
11
3.3
Onderhoud kapitaalgoederen
12
3.4
Reservepositie en weerstandsvermogen
12
3.5
Grondexploitaties
13
4.
Ontwikkeling lokale lasten inwoners
14
5.
Financiële effecten herindeling
16
5.1
Gevolgen algemene uitkering gemeentefonds
16
5.2
Te ontvangen frictiekosten via algemene uitkering gemeentefonds
16
5.3
Structurele effecten bestuurskosten
17
5.4
Effecten op de begrotingsomvang van een nieuwe gemeente
17
5.5
Reservepositie na herindeling
17
5.6
Lastenontwikkeling bij herindeling
18
Bijlage 1. Analyse financiële positie Barneveld
19
Bijlage 2. Analyse financiële positie Scherpenzeel
38
2
1. Inleiding De financiële herindelingsscan voor de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld is opgesteld in het kader van het open overleg dat de provincie Gelderland voert over de toekomst van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld. In het open overleg dat de provincie Gelderland voert, worden meerdere varianten afgewogen en is één van de mogelijke keuzes een herindeling. Voor die situatie is deze financiële herindelingsscan opgesteld. Een herindelingsscan geeft inzicht in de financiële uitgangspositie van gemeenten die overwegen tot samengaan en de financiële uitgangspositie van de nieuw te vormen gemeente. Op een aantal onderdelen maakt de scan een vergelijking van de financiële uitgangspositie medio december 2020 van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld. De scan is gebaseerd op de stand van zaken per medio december 2020. Dat betekent dat de vastgestelde programmabegrotingen 2021-2024 inclusief amendementen1 het uitgangspunt zijn. In de aanloop naar een eventuele herindeling per 1 januari 2023 kunnen nog ontwikkelingen plaatsvinden die het beeld in de scan veranderen. Besluiten van de gemeenten kunnen het beeld nog veranderen of externe ontwikkelingen kunnen nog effect hebben, zoals bijvoorbeeld een definitief besluit van het nieuwe kabinet over de herverdeling van het gemeentefonds of het verdere verloop van de coronacrisis.
Deze effecten zijn nu nog niet meegenomen in deze rapportage. De rapportage moet gelezen worden als een momentopname. De scan moet antwoord geven op twee vragen: 1.
Hoe is de financiële positie van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld, waar zitten hierin risico’s en aandachtspunten bij een mogelijke herindeling?
2.
Wat is het effect van een mogelijke herindeling op de inkomsten en financiële positie van de nieuw te vormen gemeente? Hoe financieel robuust is de nieuwe gemeente? En wat zijn de effecten op lokale lastendruk.
In de hoofdtekst van dit rapport is eerst een vergelijking van beide gemeenten in de huidige situatie gemaakt op een aantal hoofdlijnen: •
Begroting en jaarrekening: hoe zien de begrotingen en jaarrekeningen eruit? Hebben beide gemeenten een structureel evenwicht?
•
Ambtelijke capaciteit: hoe verhouden de kosten van de organisatie (formatie, organisatiekosten, uitbestede taken) zich in verhouding tot de omvang van de gemeente en het takenpakket?
•
Stand van zaken onderhoud: is het meerjarenonderhoud goed op orde? Zijn er achterstanden? Zijn er onderhoudsplannen en is er sprake van toereikende dekking in de begroting en/of voorzieningen en reserves?
•
Reserves, weerstandsvermogen en balansposities: hoe weerbaar zijn de gemeenten voor financiële tegenspoed? Hoe is het gesteld met de reserves, het eigen vermogen en de financiële ratio’s (schuldpositie, solvabiliteit)?
•
Grondexploitaties: wat is het verwachte resultaat op grondexploitatie? Wat is het risicoprofiel voor de grondexploitaties?
•
Lokale lastendruk: hoe ontwikkelen de lokale lasten zich? Hoe verhouden beide gemeenten zich tot elkaar?
De vergelijkende analyse op hoofdlijnen is gebaseerd op een analyse die voor beide gemeenten is gemaakt. Deze analyses zijn opgenomen als bijlage 1 en 2.
De provincie Gelderland beoordeelt de begroting 2021 en meerjarenraming van alle gemeenten in het kader van het financieel toezicht. De bevindingen worden nog apart door de provincie met beide gemeenten besproken. Waar mogelijk zijn deze betrokken bij het maken van de herindelingsscan. 1
3
Het tweede deel van de scan (hoofdstuk 4) geeft antwoord op de vraag hoe een nieuwe gemeente, die gevormd wordt door samenvoeging van de huidige gemeenten Scherpenzeel en Barneveld er financieel uit zou komen te zien, specifiek hoe de vermogenspositie zou zijn, de omvang van de begroting en de lokale lasten. Het derde deel (hoofdstuk 5) bevat de conclusies over de verschillende uitgangsposities en over de financiële aandachtspunten bij een eventuele herindeling. De herindelingsscan is zoveel mogelijk uitgevoerd op basis van de bestuurlijk vastgestelde documenten (programmabegrotingen, jaarrekeningen, meerjarenperspectief grondzaken), aangevuld met informatie die de organisaties van Barneveld en Scherpenzeel beschikbaar hebben gesteld. Voor het bepalen van het structurele begrotings- respectievelijk rekeningsaldo is toezichtinformatie van de provincie Gelderland gebruikt waarin aanvullingen en correcties zijn aangebracht ten opzichte van de informatie zoals deze door beide gemeenten in hun begrotingen zijn gehanteerd. Voor wat betreft de programmabegrotingen 2021-2024 van beide gemeenten wordt deze aanvullende informatie nog door de provincie besproken met de beide gemeenten. Voor de jaren 2018 en 2019 is de gewijzigde begroting gehanteerd, voor de programmabegroting 2020, de programmabegroting 2021 en de meerjarenraming 2022-2024 is de primitieve begroting gehanteerd.
1.1 Beoordeling omvang ambtelijke organisatie en financiële dekking Onderdeel van de herindelingsscan is ook een beoordeling van de financiële dekking van de formatie van de gemeenten. Hierbij is allereerst beoordeeld of de formatie en kosten zich verhouden tot de taken en omvang van de gemeente. Voor Barneveld is gebruik gemaakt van een benchmark die in 2018 door onderzoeksbureau Berenschot is uitgevoerd. Sinds het uitvoeren van het benchmarkonderzoek zijn er diverse wijzigingen in de formatie geweest, met name uitbreidingen. Uit het benchmarkonderzoek komt een onderbouwd en gedetailleerd oordeel, voor een definitief oordeel over de totale formatie inclusief de wijzigingen sinds 2018 is een hernieuwd benchmarkonderzoek nodig. De totale formatie inclusief wijzigingen sinds 2018 zijn in dit rapport globaal en op hoofdlijn beoordeeld. De resultaten van het onderzoek geven een beeld op hoofdlijnen, maar geen definitief oordeel. Wel is de dekking van de personeelskosten beoordeeld en daarbij de vraag of de door Barneveld besloten formatie-uitbreiding structureel gedekt is in de begroting. Voor Scherpenzeel is allereerst beoordeeld of de formatie van de gemeente Scherpenzeel in verhouding is tot de taken en omvang van de gemeente.
Hierbij zijn landelijke gegevens over gemiddelde omvang van gemeentelijke organisaties gebruikt en is gebruik gemaakt van een eerdere analyse van bureau Seinstra Van de Laar. In het kader van de herindelingsscan is geen eigenstandig onderzoek in de organisatie uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek geven een beeld op hoofdlijnen, maar geen definitief oordeel. Hiervoor is diepgaander onderzoek noodzakelijk. Wel is de dekking van de personeelskosten beoordeeld en daarbij de vraag of de door Scherpenzeel besloten formatie-uitbreiding structureel gedekt is in de begroting. Voor beide gemeenten geldt dat voor een volledig beeld van de omvang en kosten van de ambtelijke organisatie in relatie tot de taken en het uitbestedingspatroon uitgebreider onderzoek nodig is. De conclusies in dit rapport moeten met dat voorbehoud gelezen worden.
1.2 Methode van onderzoek Deze financiële scan is uitgevoerd op basis van bestaande documenten versterkt door de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel en door de provincie Gelderland. In het kader van dit onderzoek zijn informatievragen gesteld aan beide gemeenten. Alle gevraagde informatie is ook aangeleverd. Een lijst met gebruikte informatie per gemeente is opgenomen als onderdeel van bijlagen 1 en 2. In het kader van dit onderzoek zijn geen gesprekken gevoerd of interviews gehouden.
4
Voor de beoordeling van de het structurele begrotingssaldo 2021, 2022, 2023 en 2024 is de ook de voorlopige beoordeling van de toezichthouder, de provincie Gelderland, meegenomen. Deze beoordeling is bij het opstellen van dit rapport door de provincie nog niet definitief afgestemd met de beide gemeenten. De analyse van de financiële positie (bijlage 1 en 2) is voor een feitencheck voorgelegd aan de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel en de conceptrapportage aan de provincie Gelderland.
5
2. Conclusies In deze herindelingsscan is allereerst een beoordeling gemaakt van de financiële positie van de gemeenten Scherpenzeel en Barneveld inclusief risico’s en aandachtspunten bij een mogelijke herindeling. Vervolgens zijn de effecten van een mogelijke herindeling onderzocht (effecten op de inkomsten en financiële positie van de nieuw te vormen gemeente, de financiële robuustheid, effecten op lokale lastendruk). Om het onderzoek uit te voeren, zijn gegevens gebruikt die aangeleverd zijn door beide gemeenten, eerder uitgevoerde onderzoeken, openbare bronnen als CBS en COELO en financiële toezichtinformatie van de provincie Gelderland. Voor beide gemeenten is een uitgebreide analyse gemaakt (bijlage 1 voor Barneveld, bijlage 2 voor Scherpenzeel) en een vergelijkende analyse inclusief effecten van een mogelijke herindeling (hoofdstuk 3 tot en met 5). Hierin zijn gedetailleerde bevindingen inclusief onderbouwing terug te lezen.
2.1 Hoofdconclusies De eindconclusie vanuit financieel perspectief is dat er met een herindeling een nieuwe gemeente ontstaat die financieel robuust is en waarvan de financiële positie samen beter is dan die van de beide gemeenten afzonderlijk. Deze eindconclusie is gebaseerd op de volgende hoofdconclusies. Barneveld heeft een relatief lage lastendruk. Het actieve grondbeleid maakt groei van de gemeente in de toekomst mogelijk en het weerstandsvermogen is met 2,1 robuust. Barneveld heeft aandachtspunten voor zowel het financiële vermogen als voor de exploitatie. Doordat Barneveld tot op heden nog relatief lage lasten heeft en nog een behoorlijke onbenutte belastingcapaciteit zijn er voldoende mogelijkheden om de exploitatie en het vermogen te versterken. Daarbij zal ook naar de omvang van de organisatie gekeken moeten worden en naar het risicoprofiel in de grondexploitaties. Barneveld zal de financiële bakens moeten verzetten om een begroting te presenteren die structureel en reëel in evenwicht is. Op dit moment zijn nadere maatregelen uitgesteld tot de kadernota 2022. Scherpenzeel is aan de vermogenskant (reserves, schuldpositie, solvabiliteit) solide. Scherpenzeel heeft ook een goede begrotingsdiscipline met begrotingen die jaar in, jaar uit reëel en structureel in evenwicht zijn. Scherpenzeel is in staat alvast ruimte te reserveren voor de volgende bestuursperiode.
Het probleem zit bij Scherpenzeel vooral in de omvang van de organisatie en de betaalbaarheid ervan. De noodzakelijke uitbreidingen hebben geleid tot een lastenverzwaring. Enkele achterstanden worden in 2021, 2022 en 2023 incidenteel weggewerkt. Als deze echter structurele oorzaken blijken te hebben, heeft Scherpenzeel reëel gezien geen ruimte meer om de inkomsten verder te verhogen. Hetzelfde geldt als blijkt dat de flexibele schil niet volledig gedekt kan worden uit investeringen en grondexploitaties. Voor een mogelijk heringedeelde gemeente Barneveld-Scherpenzeel ontstaat een totaalbeeld van een nieuwe gemeente die op de meeste indicatoren goed scoort. Alleen de reserves per inwoner blijven onder het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Bij deze optelling is nog geen rekening gehouden met de mogelijkheden die er zijn om kostenbesparingen op de gezamenlijke organisatie en huisvesting te realiseren. Barneveld zit ruim in de organisatie en Scherpenzeel stelt zelf dat ze tot en met 2020 te krap georganiseerd is. Opgeteld kan dit leiden tot mogelijkheden om de formatie op het huidige niveau te houden en aangekondigde uitbreidingen terug te draaien.
6
Daarbij is het wel essentieel dat Barneveld financieel gezien ‘schoon door de poort’ gaat en structurele maatregelen treft om de tekorten die ontstaan in 2022, 2023 en 2024 weg te werken en de nettoschuldpositie beheersbaar te houden (het mes snijdt aan twee kanten). Hierbij kan Barneveld naar de eigen organisatie kijken, naar het voorzieningenniveau, naar investeringen en grondexploitaties en naar het lastenniveau. Voor Scherpenzeel geldt als aandachtspunt de dekking van de flexibele schil en het risico dat achterstanden mogelijk structurele oorzaken hebben. Een herindeling met Barneveld biedt kansen voor structurele oplossingen voor deze risico’s.
2.2 Deelconclusies over Barneveld Vanuit financieel perspectief heeft Barneveld een aantal sterke punten: •
Relatief lage lastendruk voor inwoners ten opzichte van Scherpenzeel.
•
Een actief grondbeleid waardoor groei van de gemeente ook in de toekomst mogelijk blijft.
•
Een robuust weerstandsvermogen van 2,1. Hierdoor heeft Barneveld voldoende ruimte om tegenvallers op te vangen.
Er zijn ook enkele aandachtspunten: •
De jaarrekening 2019, de begroting 2020 en de meerjarenraming 2022-2024 hebben een structureel tekort. Hoewel de lasten nu laag zijn, is het de vraag hoe Barneveld het tekort vanaf 2022 gaat oplossen. Lastenverzwaring in de toekomst is niet uit te sluiten. Het tekort kan ook door andere maatregelen opgelost worden.
•
De kosten van de organisatie lagen in 2018 op het landelijk gemiddelde. Door uitbreidingen van de formatie nadien liggen de kosten zeer waarschijnlijk boven het landelijk gemiddelde.
•
Relatief grote gevoeligheid voor ontwikkelingen in de grondexploitaties.
•
Relatief hoge nettoschuldpositie.
•
Meerjarenonderhoud is nog niet op orde, hoewel er maatregelen getroffen zijn in de begroting.
2.3 Deelconclusies over Scherpenzeel Vanuit financieel perspectief heeft Scherpenzeel een aantal sterke punten •
Zeer solide vermogenspositie, met een goede solvabiliteit en geen schulden.
•
De begrotingen en ramingen zijn in alle jaren structureel en reëel in evenwicht. Ook de jaarrekeningen 2018 en 2019 sloten structureel in de plus.
•
Scherpenzeel heeft voor de volgende raad en volgende college financiële ruimte gereserveerd in de begroting.
•
De kosten van de organisatie liggen, ook na de uitbreidingen, op of onder het landelijk gemiddelde.
•
De grondexploitaties zijn solide en kennen een goed financieel resultaat.
Er zijn ook enkele aandachtspunten: •
De hoge lastendruk: -
Scherpenzeel heeft de OZB voor 2021 met 6% verhoogd. In de meerjarenraming is rekening gehouden met een jaarlijkse verhoging van 6% tot 2024. Hierdoor zijn de mogelijkheden beperkt om nog verdere lastenverzwaring door te voeren.
-
De lasten zijn vooral gestegen door de noodzakelijke uitbreidingen in de formatie en komen dus alleen indirect ten goede van de inwoners.
7
•
De kosten voor de flexibele schil worden gedekt uit grondexploitaties en te activeren investeringen. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt grenzen aan de kosten die toegerekend mogen worden. Scherpenzeel loopt het risico dat niet alle kosten van de flexibele schil gedekt zijn door investeringen en grondexploitaties. De jaarlijkse lasten voor de flexibele schil bedragen € 450.000 (bron programmabegroting 2021-2024) . Dit is het maximale risico.
•
Er zijn achterstanden in het meerjarenonderhoud en Scherpenzeel heeft twee jaar op rij onderuitputting op investeringen en onderhoud. Hoewel er in de begroting maatregelen zijn genomen, is het gezien de realisatie in het recente verleden gerechtvaardigd vraagtekens te hebben bij het realiteitsgehalte.
•
Scherpenzeel uit in de kadernota forse ambities op woningbouw, maar deze zijn niet opgenomen in harde plannen. De vraag is of deze ambities haalbaar zijn gezien ruimtelijke kaders en ook gezien de beschikbare capaciteit in Scherpenzeel.
2.4 Samenvattende vergelijking financiële positie van beide gemeenten Tabel 1. Samenvattende vergelijking financiële positie Scherpenzeel en Barneveld Indicator
Barneveld
Scherpenzeel
Norm of referentiewaarde
Structureel saldo jaarrekening 2018
€ 1.520.000
€ 660.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo jaarrekening 2019
-/-€ 5.646.000
€ 1.604.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo gewijzigde Programmabegroting 2020
-/- € 26.000
€ 32.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo programmabegroting 2021
€ 65.000
€ 33.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo meerjarenraming 2022
-/- € 1.483.000
€ 38.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo meerjarenraming 2023
-/- € 2.237.000
€ 61.000
Reëel en structureel evenwicht
Structureel saldo meerjarenraming 2024
-/- € 1.619.000
€ 58.000
Reëel en structureel evenwicht
Onbenutte belastingcapaciteit 2021
€ 7,8 mln
€ 0,1 mln
Belastingcapaciteit cf. art. 12
Reserves per inwoner eind 2019
€ 1.552
€ 1.811
Gemiddelde Nederlandse gemeenten eind 2019 € 1.650
Reserves per inwoner eind 2020 (raming)
€ 1.458
€ 1.985
Gemiddelde Nederlandse gemeenten eind 2019 € 1.650
Reserves per inwoner ultimo 2021 (raming)
€1.427
€ 1.904
Gemiddelde Nederlandse gemeenten eind 2019 € 1.650
Nettoschuldquote gecorrigeerd begroting 2021
137%
-/- 12%
130%
Nettoschuldquote gecorrigeerd eind 2024 (raming)
143%
-/- 16%
130%
Eindwaarde grondexploitaties
-/- € 1,1 mln
€ 12,7 mln
Positief saldo
Omvang grondexploitaties raming 2024
14%
1%
< 35%
Weerstandsvermogen
2,1
1,3
Boven 1,0
8
Uit de vergelijking tussen beide gemeenten blijkt dat Barneveld goed scoort op de indicatoren onbenutte belastingcapaciteit, weerstandsvermogen en omvang grondexploitaties. De waarde voor de nettoschuldquote, gecorrigeerd voor voorraden bouwgrond, blijft net binnen de kritische grens. Barneveld scoort beneden de norm op het onderdeel structureel evenwicht. Bij de jaarrekening 2019, de gewijzigde begroting 2020 en in de meerjarenramingen 2022, 2023 en 2024 is er geen sprake van een structureel evenwicht. De reserves van Barneveld liggen beneden het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Per saldo heeft Barneveld een negatieve eindwaarde op de grondexploitaties. Scherpenzeel scoort goed op de onderdelen structureel evenwicht, reserves, nettoschuldquote, eindwaarde van de grondexploitaties en de omvang van de grondexploitaties. Op het onderdeel onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte in 2021 grotendeels ingezet en resteert nog beperkte ruimte.
2.5 Deelconclusies over de financiële positie van een heringedeelde gemeente Vanuit financieel perspectief zijn beide gemeenten complementair aan elkaar. Scherpenzeel heeft een goede vermogenspositie, Barneveld heeft een matige vermogenspositie. Barneveld heeft een lage lastendruk, Scherpenzeel heeft een hoge lastendruk. Barneveld heeft een groot weerstandsvermogen, Scherpenzeel een beperkter weerstandsvermogen. Samenvattend wordt het beeld van een heringedeelde gemeente als volgt: Tabel 2. Samenvattend beeld financiële positie heringedeelde gemeente Indicator
Barneveld
Scherpenzeel
Heringedeelde gemeente
Onbenutte belastingcapaciteit 2021
€ 7,8 mln
€ 0,1 mln
€ 7,9 mln
Reserves per inwoner ultimo 2021 (raming)
€1.427
€ 1.904
€ 1.495
Nettoschuldquote gecorrigeerd begroting 2021
137%
-/- 12%
113%
Nettoschuldquote gecorrigeerd eind 2024 (raming)
143%
-/- 16%
121%
Eindwaarde grondexploitaties
-/- € 1,1 mln
€ 12,7 mln
€ 11,6 mln
Omvang grondexploitaties raming 2024
14%
1%
12%
Weerstandsvermogen
2,1
1,3
2,0
Bij een optelling van de financiële getallen van beide gemeenten ontstaat een totaalbeeld van een nieuwe gemeente die op de meeste indicatoren goed scoort. Alleen de reserves per inwoner blijven onder het gemiddelde van Nederlandse gemeenten. Bij deze optelling is nog geen rekening gehouden met de mogelijkheden die er zijn om kostenbesparingen op de gezamenlijke organisatie en huisvesting te realiseren. Barneveld zit ruim in de organisatie en Scherpenzeel stelt zelf dat ze tot en met 2020 te krap georganiseerd is. Opgeteld kan dit leiden tot mogelijkheden de formatie op het huidige niveau te houden en aangekondigde uitbreidingen terug te draaien. De eindconclusie vanuit financieel perspectief is dat er met een herindeling een nieuwe gemeente ontstaat die financieel robuust is en waarvan de financiële positie samen beter is dan die van de beide gemeenten afzonderlijk. Daarbij is het wel essentieel dat Barneveld financieel gezien ‘schoon door de poort’ gaat en structurele maatregelen treft om de tekorten die ontstaan in 2022, 2023 en 2024 weg te werken en de nettoschuldpositie beheersbaar te houden (het mes snijdt aan twee kanten). Hierbij kan Barneveld naar de eigen organisatie kijken, naar het voorzieningenniveau, naar investeringen en grondexploitaties en naar het lastenniveau.
Voor Scherpenzeel geldt als aandachtspunt de dekking van de flexibele schil en het risico dat achterstanden mogelijk structurele oorzaken hebben. Een herindeling met Barneveld biedt kansen voor structurele oplossingen voor deze risico’s. 9
3. Vergelijking financiële positie Scherpenzeel en Barneveld op hoofdlijnen 3.1 Begroting en jaarrekening Structureel saldo 2018 en 2019 Tabel 3. Structureel saldo na bestemming reserves (x 1.000) Jaarrekening 2018
Jaarrekening 2019
Scherpenzeel
€ 660
€ 1.604
Barneveld
€ 1.520
-/- € 5.646
De belangrijkste afwijkingen in de jaarrekening van Scherpenzeel zijn financiële meevallers door het uitstellen van onderhoudswerkzaamheden, het niet realiseren van investeringen in grondexploitaties en financiële tegenvallers door het treffen van extra voorzieningen voor wachtgelden. De structurele effecten zijn beperkt (€ 0,3 miljoen in 2019). De belangrijkste afwijkingen in Barneveld zijn financiële effecten van de grondexploitaties (zowel hogere baten als hogere lasten), hogere lasten door vennootschapsbelasting in verband met grondexploitaties en lagere lasten als gevolg van het niet realiseren van investeringen van infrastructurele werken. Voor Barneveld valt op dat in 2019 een negatief structureel saldo is gerealiseerd van € 5,6 miljoen (jaarrekening). Voor Scherpenzeel geldt dat zowel begrotingen als rekening structureel positief waren. Voor beide gemeente geldt dat de grootste mutaties van het jaarrekeningresultaat ten opzichte van de begrotingen ontstaan door verschillen in de grondexploitaties. Zowel aan de inkomstenkant (baten) als aan de uitgavenkant (lasten) zijn verschillen. Daarnaast valt op dat Scherpenzeel in 2018 en 2019 niet alle investeringen en onderhoudswerkzaamheden realiseert en dat Barneveld in 2019 niet alle investeringen realiseert.
Dit leidt tot voordelen bij de jaarrekening, maar geeft ook een indicatie van een mogelijk risico op achterstanden in onderhoud.
Programmabegroting 2020 Voorafgaand aan 2020 heeft de gemeenteraad van Scherpenzeel een structureel sluitende begroting vastgesteld met een structureel saldo van € 33.000. Grootste verschillen ten opzichte van 2019 zijn hogere lasten voor groot onderhoud en sport en cultuur. Voor grondexploitaties zijn zowel de baten als de lasten gestegen. Binnen het sociaal domein zijn de lasten licht gedaald. De gemeenteraad van Barneveld heeft voor 2020 een begroting met een structureel tekort van € 74.000 vastgesteld. De meerjarenramingen 2021-2023 hadden wel een structureel evenwicht. Dit wordt vooral verklaard door hogere lasten in het sociaal domein (zowel Wmo arbeidsparticipatie als jeugdzorg). Hogere baten kwamen uit de algemene uitkering en uit de precario-opbrengsten op kabels en leidingen.
Programmabegroting 2021 en meerjarenraming 2022-2024 Barneveld heeft voor het boekjaar 2021 een sluitende begroting met een resultaat € 65.000. Voor de jaren 20222024 wordt een negatief resultaat begroot. Dit resultaat komt mede door de volgende zaken tot stand: •
Financiële tegenvallers binnen het sociaal domein (onder andere Jeugdhulp en Wmo) voor een bedrag van ongeveer € 1,4 miljoen.
10
•
De bijdrage vanuit de algemene uitkering van het gemeentefonds valt ongeveer € 0,5 miljoen lager uit in 2021.
•
De bijdrage aan de Omgevingsdienst De Vallei (OddV) is € 0,5 miljoen hoger dan in eerste instantie begroot.
•
Om de programmabegroting sluitend te krijgen is in 2021 een maatregelenpakket van ongeveer € 1,5 miljoen opgenomen.
•
In het meerjarenperspectief wordt voor verschillende beleidstoevoegingen in totaal € 2,2 miljoen geraamd.
•
Daarnaast wordt in de begroting 2022 een bedrag van € 1,2 miljoen (structureel) geraamd voor organisatieontwikkeling.
Het saldo na bestemming komt in 2022 uit op € 1,5 miljoen negatief. Voor 2023 wordt een negatief resultaat na bestemming begroot van € 2,2 miljoen, terwijl het tekort in 2024 € 1,6 miljoen bedraagt. Scherpenzeel heeft voor alle vier jaren (2021 tot en met 2024) een structureel positief saldo. Dit komt mede tot stand op basis van de volgende ontwikkelingen: •
Op basis van de september- en meicirculaire ontvangt Scherpenzeel hogere inkomsten uit het gemeentefonds.
•
Daarnaast zijn de lokale belastingen verhoogd om de begroting in evenwicht te houden.
•
De grootste stijging in lasten wordt veroorzaakt door extra uitgaven aan de eigen organisatie; deze extra lasten zijn deels incidenteel in 2021 tot en met 2023 om achterstanden weg te werken, en voor een groter deel structureel.
•
Ook begroot Scherpenzeel incidentele ruimte voor een nieuwe raad en college om vanaf 2023 nieuw beleid vorm te geven.
Voor beide gemeenten geldt dat de kosten van jeugdzorg in 2021 en 2022 deels met incidentele extra middelen vanuit de Algemene Uitkering gedekt zijn. Voor 2023 en 2024 is er nog geen zekerheid over de omvang van de Algemene Uitkering op dit onderdeel en over de kostenontwikkeling van de jeugdzorg. Conform landelijke richtlijnen van het Ministerie van BZK mogen deze tijdelijke inkomsten wel als structureel aangemerkt worden. De ontwikkeling van het Gemeentefonds in zijn algemeenheid en de daarin opgenomen budgetten voor de jeugdzorg in het bijzonder vormen wel een risico voor een reëel en structureel begrotingsevenwicht vanaf 2022 en verder voor beide gemeenten.
3.2 Ambtelijke capaciteit In het kader van de herindelingsscan zijn de kosten en de omvang van het ambtelijk apparaat onderzocht. Deze analyse is uitgevoerd op basis van beschikbare informatie en niet op basis van eigenstandig onderzoek. Voor Barneveld was veel informatie voor handen (benchmark uit 2018), voor Scherpenzeel is gebruik gemaakt van kengetallen van de formatie, een eerdere analyse door bureau Seinstra Van de Laar en de personele besluiten die bij de kadernota 2021 zijn genomen. De kengetallen zijn in het kader van deze scan vergeleken met landelijke kengetallen. De kosten voor de ambtelijke organisatie van Barneveld lagen in 2018 per inwoner op € 976 ten opzichte van het landelijk gemiddelde van € 984 per inwoner. Vanaf 2018 is de formatie aanzienlijk uitgebreid, met in totaal circa 50 fte (toename van 13%). 10 van de circa 50 fte zijn verklaarbaar doordat taken die uitbesteed waren weer door de eigen organisatie worden uitgevoerd (‘inbesteden’). Dit is meestal kostenneutraal. Voor een ander deel (40 van de 50 fte) is de formatie uitgebreid zonder dat hier extra taken of financiering tegenover stonden. De kosten van de organisatie lagen in Barneveld in 2018 rondom het landelijk gemiddelde.
Uit de stukken door Barneveld overlegd blijkt niet dat tegenover de uitbreiding van de formatie met 40 fte, ofwel 10%, er structurele of incidentele uitbreidingen van taken of werkzaamheden staan. Daar waar Barneveld in eerste instantie gemiddelde kosten had voor de formatie en organisatie, is de formatie met 40 fte uitgebreid. Het is aannemelijk dat de kosten van de organisatie van de gemeente Barneveld inmiddels boven het landelijke gemiddelde liggen. 11
De formatie van Scherpenzeel was tot en met 2020 7,2 fte/1.000 inwoners. Dit is onder het landelijk gemiddelde van gemeenten tot 20.000 inwoners. Dat bedraagt 8,5 fte/1.000 inwoners. Bij de kadernota 2021/programmabegroting 2021-2024 is besloten de formatie uit te breiden. Hiermee komt de formatie van Scherpenzeel op 8,36 fte/1000 inwoners, net iets onder het landelijk gemiddelde van 8,5 fte/1.000 inwoners voor gemeenten in de grootteklasse tot 20.000 inwoners. In het uitbestedingspatroon van Scherpenzeel zijn geen opvallende afwijkingen ten opzichte van hetgeen andere vergelijkbare gemeenten uitbesteden. Scherpenzeel neemt deel aan wettelijk verplichte gemeenschappelijke regelingen en voor een bescheiden bedrag aan de regio FoodValley. Scherpenzeel besteedt geen grote takenpakketten uit aan shared service centra e.d. zoals dat bij andere gemeenten van deze omvang wel vaker voorkomt. Om die reden hoeft voor een vergelijking van de formatie ten opzichte van andere gemeenten geen correctie voor bovengemiddelde uitbesteding gedaan te worden. De gemiddelde formatie per 1.000 inwoners is om die reden een bruikbare indicator om een beeld op hoofdlijn van de omvang en kosten van de organisatie van Scherpenzeel te krijgen.
Omdat deze iets onder het landelijk gemiddelde ligt, is het aannemelijk dat dat de kosten van de ambtelijke organisatie van Scherpenzeel onder het landelijke gemiddelde liggen, ook na de uitbreiding van de formatie waartoe recent besloten is.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen Het wegenonderhoud in Barneveld scoorde bij de laatste twee metingen onder het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau (jaarrekening 2019). Bij de programmabegroting 2021 zijn extra middelen vrijgemaakt om hierin te investeren. Hiermee verwacht Barneveld voor de toekomst de lasten voor onderhoud te kunnen verlagen. Voor riolering wordt in 2021 een nieuw onderhoudsplan voorgelegd aan de gemeenteraad. Voor de categorie gebouwen is een actueel meerjarenonderhoudsplan met een looptijd tot 2039. De middelen die Barneveld hiervoor in de begroting heeft opgenomen, zijn toereikend. Scherpenzeel heeft actuele beheerplannen in vijf categorieën (wegen, groen, water, riolering, gebouwen). Deze plannen zijn allemaal recent geactualiseerd. Op het areaal asfaltverharding is momenteel een onderhoudsachterstand. Scherpenzeel heeft middelen gereserveerd voor het inlopen van achterstanden. De achterstanden zijn beperkt (€ 0,3 miljoen). Uit zowel de jaarrekeningen 2018 en 2019 blijkt voor beide gemeenten dat niet alle geplande onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd conform planning. Het tijdig en conform plan realiseren van onderhoud is een belangrijk aandachtspunt voor beide gemeenten.
3.4 Reservepositie en weerstandsvermogen Stand van zaken 2020 Tabel 4. Vermogenspositie 2020/2021 Indicator
Barneveld
Scherpenzeel
Kritische grens / referentie
Reserves per inwoner per 31/12/2019
€ 1.523
€ 1.809
€ 1.650 (CBS)
Weerstandsvermogen begroting 2021
2,1
1,3
1,0
Nettoschuldquote begroting 2021
146%
7%
130%
Nettoschuldquote (gecorrigeerd) begroting 2021
137%
-12%
130%
Solvabiliteitsratio begroting 2021
27%
61%
20%
Grondexploitatie begroting 2021
27%
7%
35%
12
De vermogenspositie van Barneveld en Scherpenzeel per begin 2021 zijn afgezet tegen de normen zoals de VNG die hanteert. Voor de reservepositie geldt dat deze per 31 december 2019 is bepaald en afgezet tegen het Nederlandse gemiddelde. Ten opzichte van de kritische grenzen (zoals opgenomen in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020, GTK2020, van alle provincies) en landelijke gemiddelde (gegevens CBS) is het beeld in 2020 voor Barneveld als volgt. De reservepositie ligt onder het Nederlands gemiddelde. Het weerstandsvermogen ligt boven de landelijke norm van 1,0. De gecorrigeerde schuldpositie ligt boven de kritische grens met 137%. De solvabiliteit is voldoende. Scherpenzeel heeft meer reserves dan het Nederlandse gemiddelde per inwoner. Het weerstandsvermogen is voldoende. Scherpenzeel heeft een negatieve nettoschuldquote, hetgeen betekent dat het geen nettoschuld heeft maar een financieringsoverschot. De solvabiliteit is zeer ruim.
Verwachting langere termijn Tabel 5. Vermogenspositie in 2024 Indicator
Barneveld
Scherpenzeel
Kritische grens
Nettoschuldquote raming 2024
152%
4%
130%
Nettoschuldquote (gecorrigeerd) raming 2024
143%
-16%
130%
Solvabiliteitsratio raming 2024
26%
66%
20%
Grondexploitatie raming 2024
14%
1%
35%
De meerjarenraming laat zien dat Scherpenzeel ook in 2024 naar alle waarschijnlijkheid een goede vermogenspositie houdt met een zeer beperkte schuldpositie en een stevige solvabiliteit. De meerjarenraming van Barneveld laat in 2024 een verslechtering van de vermogenspositie zien. De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op de programmabegroting 2021-2024, waarin de geraamde tekorten in 2022-2024 nog niet verwerkt zijn. Indien Barneveld er niet in slaagt deze weg te werken, gaat het beeld verder achteruit. Met name de schuldpositie ligt boven de kritische grens. Overall is het beeld dat de vermogenspositie van Scherpenzeel over meerdere jaren stabiel goed blijft en die van Barneveld verslechtert door een negatief saldo op de begroting en onttrekkingen aan de reserves.
3.5 Grondexploitaties Beide gemeenten hebben actieve grondexploitaties. Barneveld heeft zowel in absolute als relatieve zin een grotere positie in grondexploitaties en zal dus ook gevoeliger zijn voor marktontwikkelingen (bijvoorbeeld economische crises of de stikstofcrisis). Barneveld heeft in 2019 tussentijds € 6,0 miljoen aan winst genomen en per saldo € 0,8 miljoen winst gerealiseerd uit afgesloten grondexploitaties. Op bedrijventerreinen verwacht Barneveld in totaal € 6,8 miljoen verlies te leiden. Op woningbouw verwacht Barneveld een positief resultaat van € 5,7 miljoen. In totaal is de prognose voor de toekomst negatief (-/- € 1,1 miljoen). Scherpenzeel heeft vier actieve grondexploitaties, waarvan drie winstgevend en één verlieslatend. In totaal kennen de grondexploitaties van Scherpenzeel een verwacht eindresultaat van ruim € 12 miljoen. Het totaalbeeld is dat de grondexploitaties in Scherpenzeel in de toekomst meer rendement opleveren dan in Barneveld. Door het grote aantal grondexploitaties en het relatief grote belang van bedrijventerreinen is Barneveld bovendien gevoeliger voor ontwikkelingen in de markt en kan deze niet opvangen binnen het resultaat van de exploitaties. Vanwege het kleinere aandeel van bedrijventerreinen in de grondexploitaties van Scherpenzeel is de gevoeligheid lager.
13
4. Ontwikkeling lokale lasten inwoners Ontwikkeling in 2021 Voor beide gemeenten is de lastenontwikkeling in 2021 geanalyseerd. Barneveld kent een lastenontwikkeling waarbij de OZB met 1,25% wordt verhoogd. Dit is conform vaststaand beleid. De rioolheffing is met 4% verhoogd, hiervan is 1,5% een trendmatige verhoging en 2,5% een verhoging om extra kosten voor klimaatadaptie te dekken. De afvalstoffenheffing is met 5% verhoogd omdat kosten van afvalverwerking per saldo zijn gestegen. Scherpenzeel heeft de OZB verhoogd met 6%. Dit besluit is genomen om de extra lasten van de ambtelijke organisatie te kunnen dekken. Scherpenzeel heeft geconstateerd dat de afvalstoffenheffing niet kostendekkend was (verhoging met circa 16%), de rioolheffing is met 1,7 % trendmatig verhoogd Het totaalbeeld van beide gemeenten is in de volgende tabel samengevat voor een éénpersoonshuishouden in een woning van € 250.000 en voor een meerpersoonshuishouden in een woning van € 400.000. Scherpenzeel kent voor de afvalstoffenheffing het zogenaamde DIFTAR-systeem. Scherpenzeel hanteert het uitgangspunt dat een huishouden gemiddeld zeven keer per jaar de container voor lediging aanbiedt. Wij hebben dit uitgangspunt getoetst op basis van CBS-gegevens en berekeningen van Rijkswaterstaat. Het uitgangspunt van Scherpenzeel is in overeenstemming hiermee en volgen we in deze rapportage.
We gaan uit van een 140-liter container voor éénpersoonshuishoudens en van een 240-liter container voor meerpersoonshuishoudens. Tabel 6. Lokale lasten voor inwoners in 2021 2021
OZB
Rioolheffing
Afvalstoffen
Totaal
1-persoonshuishouden, woningwaarde € 250.000
€ 262
€ 186
€ 197
€ 645
Meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000
€ 420
€ 186
€ 328
€ 934
1-persoonshuishouden, woningwaarde € 250.000
€ 286
€ 257
€ 221
€ 764
Meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000
€ 458
€ 257
€ 237
€ 952
1-persoonshuishouden, woningwaarde € 250.000
€ 24
€ 70
€ 24
€ 118
Meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000
€ 39
€ 70
-€ 91
€ 18
Barneveld
Scherpenzeel
Verschil Scherpenzeel-Barneveld
Het totaalbeeld is dat Scherpenzeel hogere lokale lasten voor inwoners kent. Voor een voorbeeldhuishouden met een woning van € 250.000 is het verschil ten opzichte van Barneveld € 118 per jaar, ofwel 18%. Voor een huishouden met een woning van € 400.000 is het verschil € 18 per jaar, ofwel 2%.
Ontwikkeling tot 2024 Voor deze analyse is ook een inschatting gemaakt van de lastenontwikkeling tot 2024 van beide gemeenten. Hoe deze zich daadwerkelijk in de toekomst gaat voordoen is uiteraard sterk afhankelijk van bestuurlijke besluitvorming, bijvoorbeeld hoe Barneveld de geraamde tekorten in 2022-2024 gaat wegwerken. Voor de analyse is voor Barneveld uitgegaan van een jaarlijkse trendmatige stijging van 1,25% van de OZB (staand beleid), een jaarlijkse trendmatige stijging van de afvalstoffenheffing van 1,5% (staand beleid) en een jaarlijkse stijging van 4% van de rioolheffing (1,5 % trendmatig, 2,5% klimaatadaptatie).
14
Voor Scherpenzeel is het uitgangspunt geweest de vastgestelde stijging van de OZB met jaarlijks 6% tot 2024 en een trendmatige verhoging van afvalstoffenheffing en rioolheffing met 1,7 % (gelijk aan 2021). Dit levert het volgende totaalbeeld op voor beide gemeenten. Tabel 7. Verwachte lastenontwikkeling voor 1-persoonshuiden, woningwaarde € 250.000, 2021-2024 1-persoonshuishouden, woningwaarde € 250.000
2021
2022
2023
2024
Barneveld
€ 645
€ 659
€ 673
€ 688
Scherpenzeel
€ 764
€ 785
€ 816
€ 843
Verschil Scherpenzeel-Barneveld
€ 118
€ 126
€ 142
€ 156
Tabel 8. Verwachte lastenontwikkeling voor meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000, 2021-2024 Meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000
2021
2022
2023
2024
Barneveld
€ 934
€ 952
€ 970
€ 988
Scherpenzeel
€ 952
€ 984
€ 1.026
€ 1.066
Verschil Scherpenzeel-Barneveld
€ 18
€ 32
€ 56
€ 77
In de hiervoor vermelde cijfers worden de langetermijneffecten van de besluiten tot verhoging van de OZB door de gemeenteraad van Scherpenzeel zichtbaar. De lasten in Scherpenzeel stijgen de komende jaren door, daar waar deze in Barneveld een meer gematigde ontwikkeling kennen. Het verschil voor een 1-persoonshuishouden neemt in 2024 toe tot € 156 ofwel 23%. Voor een meerpersoonshuishouden groeit het verschil tot € 77 ofwel 8%.
15
5. Financiële effecten herindeling 5.1 Gevolgen algemene uitkering gemeentefonds In deze paragraaf zijn de effecten van een herindeling op de algemene uitkering omschreven. Voor een nieuwe gemeente wordt een nieuwe berekening gemaakt, waarbij een aantal indicatoren kan veranderen. Hierdoor kunnen voor- en nadelen ontstaan. Dit bepaalt mede de financiële ruimte die een nieuwe gemeente heeft. Een herindeling heeft gevolgen voor de structurele en de incidentele uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van een eerste doorrekening van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden deze effecten gepresenteerd. Let op, in deze effecten zijn de wijzigingen met betrekking tot de herijking van het gemeentefonds nog niet meegenomen! Deze effecten kunnen leiden tot lagere inkomsten voor de huidige gemeenten en voor de nieuwe gemeente. Op 7 december 2020 heeft de minister van BZK de Tweede Kamer laten weten dat het nieuwe kabinet over de herverdeling besluit en dat de ingangsdatum opgeschoven is naar 1 januari 2023. In de volgende tabel is het structurele effect op de algemene uitkering (AU) weergegeven. In de tabel is de huidige algemene uitkering voor beide gemeenten gepresenteerd, evenals een optelling.
De algemene uitkering daalt in geval van een herindeling structureel met € 338.348 (0,36%) ten opzichte van de huidige algemene uitkering van de beide gemeenten tezamen, gebaseerd op het nieuwe inwonersaantal. Tabel 9. Gevolgen algemene uitkering gemeentefonds Gemeente
Huidige AU
AU per inwoner
Gemeente Barneveld
€ 82.877.742
€ 1.430
Gemeente Scherpenzeel
€ 12.028.320
€ 1.218
Totaal gemeente Barneveld + gemeente Scherpenzeel
€ 94.906.062
€ 1.399
Herindeling Barneveld-Scherpenzeel
€ 94.567.714
€ 1.394
Verschil
-/- € 338.348
-/- 0,357%
Bron: opgave inschatting financiële effecten herindeling ministerie BZK (2020).
5.2 Te ontvangen frictiekosten via algemene uitkering gemeentefonds In geval van een herindeling ontvangen de herindelende gemeente een incidentele (dus eenmalige) bijdrage vanuit het Rijk voor frictiekosten. In totaal gaat het voor de gemeenten Barneveld en Scherpenzeel om een bedrag van € 5,6 miljoen. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: •
In het jaar voorafgaand aan de herindeling ontvangen de gezamenlijke fusiepartners een vijfde deel van de frictiebijdrage. Deze bedraagt ongeveer € 1,1 miljoen, en wordt gelijkelijk onder de partners verdeeld, ongeacht de schaalgrootte (dus ieder ongeveer € 0,55 miljoen).
•
Vanaf het jaar van herindeling wordt door de nieuw gevormde gemeente nog een bijdrage van in totaal ongeveer € 4,5 miljoen ontvangen. Deze bijdrage wordt over vier jaren verdeeld volgens het schema 40%, 20%, 20% en 20% vanaf het jaar van herindeling.
De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling is bedoeld ter dekking van eenmalige kosten die direct verband houden met de herindeling. Denk hierbij aan het in elkaar schuiven van de ambtelijke diensten, huisvesting, automatisering, harmoniseren van verordeningen en dergelijke. Deze bijdrage kan benut worden voor de directe herindelingskosten, een eventueel overschot kan voor andere doeleinden worden ingezet.
16
5.3 Structurele effecten bestuurskosten Bij een bestuurlijke fusie dalen de structurele kosten van de bestuurlijke organisatie. Hoewel de functionarissen wat duurder zijn (deze kosten hangen samen met de gemeentegrootte), worden het er ook minder in vergelijking met de huidige situatie. Zo zijn er in de huidige situatie twee (tijdelijke) burgemeesters, twee griffiers en twee gemeentesecretarissen, terwijl bij een herindeling nog maar één van de genoemde functionarissen nodig zal zijn. Ook zal het aantal wethouders en raadsleden in geval van een herindeling lager liggen dan de optelling van de huidige aantallen van beide gemeenten. Het structurele effect op de bestuurskosten is in deze fase niet exact te becijferen maar ligt waarschijnlijk op een besparing van tussen € 250.000 en € 400.000. Het definitieve financiële effect is afhankelijk van de uiteindelijke keuzes bij een eventuele herindeling (bijvoorbeeld het aantal wethouders).
5.4 Effecten op de begrotingsomvang van een nieuwe gemeente Op basis van de door de beide gemeenten vastgestelde begrotingen voor 2021 en de meerjarenraming 20222024 is een inschatting gemaakt van de financiële omvang na mogelijke herindeling. Het definitieve beeld is uiteraard afhankelijk van keuzes die bij een herindeling gemaakt worden, bijvoorbeeld het aantal wethouders en directieleden. Ook mogelijke besparingen spelen dan een rol, zoals het optimaliseren van huisvesting of het efficiënter inrichten van de organisatie. In de volgende tabel zijn deze effecten niet meegenomen en ook de effecten van de algemene uitkering zijn niet meegenomen. Tabel 10. Omvang begroting na herindeling, lasten na bestemming (x 1.000) 2021
2022
2023
2024
Scherpenzeel
€ 28.643
€ 23.071
€ 23.547
€ 23.706
Barneveld
€ 147.846
€ 144.383
€ 144.197
€ 144.169
Totale lasten (herindeling)
€ 176.489
€ 167.454
€ 167.744
€ 167.875
5.5 Reservepositie na herindeling Op basis van de vastgestelde begrotingen 2021 is een indicatieve berekening gemaakt van de reservepositie na herindeling. Voor Barneveld zijn de gecorrigeerde cijfers gebruikt. De ontwikkeling van het aantal inwoners is gebaseerd op de bevolkingsprognose van het CBS en het Planbureau voor de Leefomgeving van september 2019. Hierin wordt in de periode 2018-2035 voor Barneveld een groei van het aantal inwoners met 13,3% verwacht en voor Scherpenzeel met 11,6%. Gemiddeld per jaar is dat respectievelijk 0,74% en 0,65%. Tabel 11. Reservepositie begroting bij herindeling
Reserves totaal
2021 B
2022 B
2023 B
2024 B
Reserves Barneveld
€ 84.907.000
€ 83.282.000
€ 83.157.000
€ 83.032.000
Reserves Scherpenzeel
€ 18.937.458
€ 19.004.287
€ 20.006.816
€ 21.021.284
Totaal (herindeling)
€ 103.844.458
€ 102.286.287
€ 103.163.816
€ 104.053.284
Inwoners Barneveld (per 1-12020) Inwoners Scherpenzeel (per 1-12020) Totaal inwoners (herindeling)
59.519
59.960
60.403
60.850
9.944
10.009
10.074
10.139
69.463
69.969
70.477
70.989
Reserves per inwoner
€ 1.495
€ 1.462
€ 1.464
€ 1.466
17
Na herindeling zal de reservepositie van de heringedeelde gemeente op circa € 1.464 per inwoner komen te liggen. Daarmee ligt het iets onder het huidige gemiddelde van Nederlandse gemeenten (€ 1.650 per inwoner) en daarmee ontstaat een gezonde vermogenspositie.
5.6 Lastenontwikkeling bij herindeling Op basis van de verwachte lastenontwikkeling van beide gemeenten (zie hoofdstuk 3) is ook een inschatting gemaakt van de lastenontwikkeling in geval van herindeling. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijke maatregelen die Barneveld moet treffen om het tekort in 2022-2024 weg te werken of mogelijk efficiencywinst die als gevolg van een herindeling gerealiseerd zou kunnen worden. Het gepresenteerde beeld gaat uit van ongewijzigd beleid. De lastenontwikkeling bij herindeling is voor wat betreft de OZB-woningen gebaseerd op een gewogen berekening van de geschatte opbrengst, de totale waarde van woningen en de tariefontwikkeling. De ontwikkeling van de riool- en afvalstoffenheffing is gebaseerd op een gewogen tarief op basis van het aantal éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens per gemeente en de verwachte tariefontwikkeling (zie ook hoofdstuk 3). Tabel 12. Verwachte lastendruk bij herindeling voor een éénpersoonshuishouden 1-persoonshuishouden, woningwaarde € 250.000
2021
2022
2023
2024
Barneveld
€ 645
€ 659
€ 673
€ 688
Scherpenzeel
€ 764
€ 785
€ 816
€ 843
Geschatte lastendruk herindeling
€ 663
€ 679
€ 694
€ 711
Tabel 13. Verwachte lastendruk bij herindeling voor een meerpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden, woningwaarde € 400.000
2021
2022
2023
2024
Barneveld
€ 934
€ 952
€ 970
€ 988
Scherpenzeel
€ 952
€ 984
€ 1.026
€ 1.066
Geschatte lastendruk herindeling
€ 936
€ 957
€ 977
€ 999
Op basis van de berekening blijkt dat voor éénpersoonshuishoudens in Scherpenzeel de lasten zullen dalen met € 101 (-/- 13%) in 2021 oplopend tot € 132 (-/- 16%) in 2024. Voor een meerpersoonshuishouden is dit € 16 (-/2%) en € 67 (-/- 6%). Voor een éénpersoonshuishouden in Barnveld zullen de lasten naar verwachting stijgen met € 18 (3%) in 2021 oplopend tot € 23 (3%) in 2024. Voor meerpersoonshuishoudens in Barneveld is dit respectievelijk € 2 (0%) en € 11 (1%).
18
Bijlage 1. Analyse financiële positie Barneveld Kerngegevens Barneveld Tabel 14. Kerngegevens Barneveld Kerngegeven
Waarde
Bron
Aantal inwoners per 1 januari 2020
59.082
CBS
Aantal woningen per oktober 2020
23.076
Barneveld in cijfers
Aantal bedrijfsvestigingen
6.740
Allecijfers.nl
Gemiddeld inkomen per inwoner per 1 januari 2020
€ 23.700
Allecijfers.nl
Aantal kernen
7
Minbzk.nl
Oppervlakte
17.666 ha (waarvan 76 ha water)
Allecijfers.nl
Buurgemeenten
Nijkerk Amersfoort Leusden Scherpenzeel Ede Apeldoorn Ermelo
Provincie
Gelderland
Gemeenschappelijke regelingen
Omgevingsdienst De Vallei (Ede) Regio De Vallei (Ede)
Programmabegroting 2021
Regio FoodValley (Ede) Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM), Arnhem Omvang begroting 2021, lasten na bestemming
€ 147,8 miljoen
Programmabegroting 2021
Begroting en jaarrekening Voor een goed beeld van de financiële positie van de gemeente Barneveld is inzicht in de begroting en jaarrekening nodig. We kijken hierbij naar de afgelopen jaren, het huidige begrotingsjaar en de recent vastgestelde begroting en meerjarenraming. Een belangrijke vraag hierbij is het evenwicht in de begroting, de mate waarin structurele lasten ook door structurele inkomsten worden gedekt en het verwerken van ontwikkeling in bijvoorbeeld het gemeentefonds. Een solide begroting vormt de basis voor bestuurlijke slagkracht. In de volgende paragraaf wordt de exploitatiebegroting van de gemeente Barneveld geanalyseerd. Hierbij wordt de exploitatiebegroting op verschillende manieren geanalyseerd: terugkijken (realisatiecijfers over 2018 en 2019), de huidige begroting (2020) en vooruitkijken (meerjarenbegroting 2021-2024).
19
Terugkijken: realisatiecijfers over 2018 en 2019 In de volgende tabel zijn voor de jaren 2018 en 2019 de (gewijzigde) begroting en jaarrekening gepresenteerd. Uit de tabel blijken aanzienlijke verschillen tussen de bijgestelde begroting en jaarrekening 2018. Zo waren de totale lasten van de programma’s, inclusief overhead, ongeveer € 6,1 miljoen hoger bij de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting. Aan de batenkant is het verschil nog groter. De totale baten van de programma’s, exclusief financiering en algemene dekkingsmiddelen waren € 28,8 miljoen hoger bij de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit kan voor het grootste deel verklaard worden als gevolg van behaalde resultaten binnen de grondexploitaties. Zo waren de baten binnen programma 2. ‘Bedrijvigheid en bereikbaarheid met betrekking tot de grondexploitaties bedrijventerreinen’ ongeveer € 9,6 miljoen hoger dan in de (gewijzigde) begroting. De baten binnen programma 3. ‘Woon-en leefomgeving’ waren ongeveer € 6,4 hoger vanwege (tussentijdse) winstneming op de grondexploitaties woningen en de vrijval van een verliesvoorziening. Tabel 15. Exploitatie (begroting en jaarrekening) gemeente Barneveld 2018 en 2019 (x € 1.000) Programma’s
BG18
BG18
JR18
JR18
BG19
BG19
JR19
JR19
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
1. Participatie en ondersteuning
€ 52.688
€ 11.119
€ 53.016
€ 11.207
€ 57.464
€ 10.300
€ 57.966
€ 11.192
2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid
€ 3.194
€ 1.236
€ 5.615
€ 21.471
€ 8.266
€ 8.375
€ 7.616
€ 11.964
3. Woon- en leefomgeving
€ 52.290
€ 20.160
€ 53.878
€ 28.081
€ 52.699
€ 19.317
€ 53.558
€ 24.037
4. Bestuur en interne dienstverlening
€ 6.667
€ 5.008
€ 8.261
€ 5.170
€ 6.072
€ 3.267
€ 7.407
€ 3.482
Overhead
€ 17.265
€ 707
€ 17.498
€ 1.051
€ 17.234
€ 712
€ 17.290
€ 992
Totaal programma’s
€ 132.104
€ 38.230
€ 138.268
€ 66.980
€ 141.735
€ 41.971
€ 143.837
€ 51.667
Financiering en alg. dekking
-€ 2.458
€ 88.719
-€ 2.288
€ 89.272
-€ 2.911
€ 93.252
-€ 2.741
€ 93.229
Totaal voor bestemming
€ 129.646
€ 126.949
€ 135.980
€ 156.252
€ 138.824
€ 135.223
€ 141.096
€ 144.896
Saldo voor bestemming
-€ 2.697
€ 20.272
-€ 3.601
€ 3.800
Mutaties reserves
€ 2.946
€ 7.162
€ 12.951
€ 8.254
€ 13.036
€ 11.118
€ 28.613
€ 26.694
Totaal na bestemming
€ 132.592
€ 134.111
€ 148.931
€ 164.506
€ 151.860
€ 146.341
€ 169.709
€ 171.590
Saldo na bestemming
€ 1.519
€ 15.575
-€ 5.519
€ 1.881
Aan de lastenkant hebben de resultaten binnen de grondexploitaties (bedrijventerreinen en woningen) gezorgd voor een aanvullende fiscale last binnen programma 4. ‘Bestuur en interne dienstverlening voor de vennootschapsbelasting (VPB)’ van ongeveer € 1,5 miljoen. Aanvullende lasten voor grondexploitaties bedrijventerreinen, waaronder een storting van € 0,5 miljoen in een verliesvoorziening, zorgen voor ongeveer € 2,4 miljoen hogere lasten binnen programma 2. ‘Bedrijvigheid en bereikbaarheid’. Binnen programma 3. ‘Woonen leefomgeving’ zijn de lasten ongeveer € 1,6 miljoen hoger dan in de (gewijzigde) begroting, als gevolg van hogere lasten binnen de grondexploitaties woningen. De overige verschillen kunnen voor een groot deel door de mutaties van reserves worden verklaard. In de (gewijzigde) begroting werd nog uitgegaan van een netto onttrekking van € 4,2 miljoen, terwijl bij de jaarrekening een netto toevoeging aan de reserves is gerealiseerd van € 4,7 miljoen.
20
In de jaarrekening 2019 zijn de verschillen tussen de begroting en realisatie minder groot dan in de jaarrekening 2018. Zo waren de totale lasten van de programma’s, inclusief overhead, ongeveer € 2,1 miljoen hoger bij de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting. De totale baten van de programma’s, exclusief financiering en algemene dekkingsmiddelen, waren € 9,6 miljoen hoger bij de jaarrekening ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit kan voor een groot deel verklaard worden door hogere baten binnen programma 2. ‘Bedrijvigheid en bereikbaarheid’ (€ 3,6 miljoen) en programma 3. ‘Woon- en leefomgeving’ (€ 4,7) als gevolg van hogere resultaten binnen de grondexploitaties bedrijventerreinen en woningen. Aan de lastenkant hebben de resultaten binnen de grondexploitaties (bedrijventerreinen en woningen) gezorgd voor een aanvullende fiscale last binnen programma 4. ‘Bestuur en interne dienstverlening voor de vennootschapsbelasting (VPB)’ van ongeveer € 1,5 miljoen. De lasten binnen programma 2. ‘Bedrijvigheid en bereikbaarheid’ zijn ongeveer € 0,3 miljoen lager dan begroot, als gevolg van lagere kapitaalslasten (rente en afschrijvingen) met betrekking tot verschillende infrastructurele werken.
Voor de mutaties reserves geldt dat deze in absolute zin aanzienlijk hoger liggen dan in de (gewijzigde) begroting, voornamelijk veroorzaakt door de hogere resultaten binnen de grondexploitaties (bedrijventerreinen en woningen). Het saldo van de mutaties reserves, het verschil tussen de onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves, is in de jaarrekening echter precies gelijk aan het saldo in de (gewijzigde) begroting. Tabel 16. Structureel saldo 2018-2019 (x € 1.000) JR18
JR18
JR19
JR19
Bedragen (x € 1.000)
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Totaal na bestemming
€ 148.931
€ 164.506
€ 169.709
€ 171.590
Incidenteel
€ 2.094
€ 16.149
€0
€ 7.527
Totaal structureel na bestemming
€ 146.837
€ 148.357
€ 169.709
€ 164.063
Structureel saldo na bestemming
€ 1.520
-/- € 5.646
Op basis van de opgave van de provincie Gelderland is ook het structurele saldo bepaald. Hierin zijn zowel de baten en lasten die Barneveld als incidenteel heeft aangemerkt als de baten en lasten die door provincie als incidenteel zijn aangemerkt meegenomen. De gewijzigde begroting 2018 en jaarrekening 2018 hadden een structureel positief saldo; de gewijzigde begroting 2019 en de jaarrekening 2019 hadden een structureel negatief saldo.
Huidige programmabegroting (2020) In de volgende tabel zijn de lasten en baten per programma uit de programmabegroting 2020 gepresenteerd. Tabel 17. Programmabegroting 2020 gemeente Barneveld (x € 1.000) Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Lasten
Baten
1. Participatie en ondersteuning
€ 61.374
€ 12.040
2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid
€ 5.177
€ 1.027
3. Woon- en leefomgeving
€ 53.991
€ 18.782
4. Bestuur en interne dienstverlening
€ 5.187
€ 2.255
21
Programma’s
Begroting 2020
Begroting 2020
Overhead
€ 18.591
€ 633
Totaal programma’s
€ 144.320
€ 34.737
Financiering en algemene dekkingsmiddelen
-€ 3.039
€ 100.620
Totaal voor bestemming
€ 141.281
€ 135.357
Saldo voor bestemming
-€ 5.662
Mutaties reserves
€ 375
€ 6.045
Totaal na bestemming
€ 141.656
€ 141.402
Saldo na bestemming
-/- € 254
In de programmabegroting 2020 wordt een resultaat, voor bestemming, van ongeveer € 5,7 miljoen negatief geraamd. Na mutaties reserves komt het begrotingstekort uit op € 254.000. Onderstaand wordt een analyse van de grootste verschillen ten opzichte van de begroting 2019 gemaakt. Verschillen aan de lastenkant ten opzichte van de begroting 2019 liggen voornamelijk in het sociaal domein, onderdeel van programma 1. ‘Participatie en ondersteuning’. Zo liggen de begrote lasten voor Wmo € 1,3 miljoen hoger dan een jaar eerder. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere lasten voor Wmo-vangnetvoorzieningen (€ 1,0) en hogere lasten voor huishoudelijke hulp (€ 0,3 miljoen). Ook de begrote lasten voor het participatiebudget liggen € 0,5 miljoen hoger, als gevolg van instroom binnen het uitkeringenbestand en hogere loonkosten. Daarnaast stijgen de begrote lasten voor de jeugdhulp als gevolg van een stijging binnen het perceel ambulant (€ 0,7 miljoen), het perceel verblijf (€ 0,4 miljoen) en een hogere indexatie voor loon- en prijscompensatie (€ 0,2 miljoen). Aan de batenkant worden hogere inkomsten van ongeveer € 1,5 miljoen vanuit de algemene uitkering begroot. Ook zorgt de precariobelasting voor een stijging van de baten van ongeveer € 1,6 miljoen. Dit bedrag werd tot 2019 in een aparte reserve precariobelasting gestort.