CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Jaarverslag 2020.pdf

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 11: Jaarrekening 202029.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De grotere mutaties de laatste jaren worden voor een groot deel veroorzaakt door de lage rentestand; hoe lager de rentestand, hoe meer toegevoegd dient te worden aan een voorziening om deze op een zodanig peil te houden dat toekomstige pensioenkosten uit de voorziening gedekt kunnen worden. Ook worden periodiek de sterftetabellen herzien, door de langere gemiddelde levensduur van mensen wordt ook de looptijd van de verplichting langer. Voorziening dubieuze debiteuren: Jaarlijks wordt aan het eind van het jaar ingeschat welk deel van de uitstaande vorderingen niet óf heel moeilijk invorderbaar is. Deze inschatting in programma 5 heeft met name betrekking op het overige debiteurenbestand, niet zijnde belasting- óf bijstandsdebiteuren. De bijstelling op het debiteurenbestand van bijstandsdebiteuren vindt plaats via programma 1; van de belastingdebiteuren vindt deze plaats via programma 6. Kredieten: Zowel het krediet voor het Uitvoeringsplan Dienstverlening 2017-2021 als het krediet voor de verhuizing van het beheer van de ICT naar Veenendaal, zijn in 2020 nog niet volledig benut. Het resterende saldo is overgeheveld naar 2021. Levering en teruglevering Koningin Julianaplein: In 2020 is het bestemmingsplan locatie Koningin Julianaplein gewijzigd, dit in verband met plannen voor herontwikkeling van de locatie.

Herontwikkeling omvat het slopen van het bestaande voormalige gebouw van de bibliotheek en verwijderen van de bestaande parkeerplaats, welke plaatsmaken voor een 30-tal appartementen met parkeergarage ten behoeve van de bewoners. Het bouw- en woonrijp maken geschiedt door de gemeente; daartoe is de grond overgedragen door de eigenaren aan de gemeente Woudenberg. De gemeente levert de gronden na bouw- en woonrijp maken terug, met verrekening van kosten. Het financiële deel van beide transacties is in 2020 afgerond. Afrekening project Slimmer Wonen: In 2020 is de gezamenlijke overeenkomst tussen Omnia Wonen, Zegheweg BV en de gemeente Woudenberg ten langen leste afgehandeld. Het doel van deze overeenkomst was om 22 sociale koopwoningen met korting te verkopen aan de doelgroep starters en koopstarters, dit om het eigen woningbezit onder de doelgroep te stimuleren. In 2018 bleek dat de in dit kader gemaakte afspraken niet nagekomen zijn door Omnia Wonen (toen nog Vallei Wonen). De drie partijen hebben samen gezocht naar de juiste gegevens en manieren ter afrekening en genoegdoening. In 2020 is een voor alle partijen aanvaardbaar compromis gesloten. Dit resulteerde uiteindelijk in nabetaling door Omnia Wonen aan zowel Zegheweg bv als de gemeente Woudenberg ad € 88K.

Het voor de gemeente bestemde bedrag is toegevoegd aan de reserve grondbedrijf als dekking van kosten voor de in woningbouwplan Hoevelaar te realiseren sociale woningbouw.

- 60 Cijfermatige verschillen gerealiseerde cijfers 2020 en de jaarrekening 2019 Verschillen realisatie 2020 ten opzichte van jaarrekening 2019 Totaal verschillen

Baten

Lasten Nadelig 563

Salarissen

157

Corona-maatregelen

24

Voordelig

Nadelig

Voordelig 538

Overig Basisregistraties, uitvoering WOZ en herstelacties voorgaande jaren

600

Basisregistraties, (vrijval) voorziening tariefstelling OZB

50

Basisregistraties, afdracht leges rijk

19

50 36

Basisregistraties, ontvangen leges burgerzaken Bestuur, voorziening pensioenen en wachtgelden (oud-)wethouders

146

Vastgoed, kosten verbouwing gemeentewerf

125

Vastgoed, diverse kosten gemeentelijke gebouwen

22 24

Vastgoed, huuropbrengsten en overige opbrengsten Algemene baten en lasten, afrekening Vennootschapsbelasting voorgaande jaren

232

Algemene baten en lasten, begeleiding opstellen aangiftes Vennootschapsbelasting

37

Algemene baten en lasten, voorziening dubieuze debiteuren Algemene baten en lasten, levering Koningin Julianaplein

17 367

Algemene baten en lasten, opbrengst levering Koningin Julianaplein

572

Algemene baten en lasten, Omnia afrekening slimmer wonen Het Groene Woud

88

Algemene baten en lasten, belastingdienst restitutie btw-compensatiefonds re-integratie

63

Algemene baten en lasten, kosten Laagerfseweg 45

284

Algemene baten en lasten, bommenregeling algemene uitkering 2018

100

Algemene baten en lasten, diverse niet voorziene kosten

32

Algemene baten en lasten, verkoop grond Parallelweg

101

Algemene baten en lasten, verkoop groenstroken

47

Bestuurlijke samenwerking, Inkoopbureau Midden Nederland, extra inkooptrajecten

18 15

Bestuurlijke samenwerking, vergoeding gemeenten voor gezamenlijk inkooptraject Overhead, communicatie inhuur extern personeel Overhead, inwoner enquête en medewerker tevredenheidsonderzoek

37 23

- 61 Verschillen realisatie 2020 ten opzichte van jaarrekening 2019

Baten

Lasten Nadelig

Overhead, kosten HRM en werkkostenregeling

Voordelig

10 13

Overhead, KCC ontvangen (ziekte)wetuitkeringen Overhead, krediet Uitvoeringsplan Dienstverlening 2017-2012

19

Overhead, krediet verbouwing gemeentehuis

68

Overhead, krediet overgang ICT naar Veenendaal

10

Overhead, facilitaire kosten Diverse kleine(re) verschillen per saldo Totaal verschillen

Voordelig

66

Overhead, HRM vergoedingen voor uitleen personeel Overhead, KCC kosten inhuur in verband met ziektevervanging

Nadelig

36

16 7

2 1.507

944

272

810

- 62 -

Algemene dekkingsmiddelen In de vijf voorgaande programma’s zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Hiernaast zijn er ook lasten en baten die niet rechtstreeks aan deze programma’s zijn toe te rekenen. Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Bedragen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen

Lasten Algemene belastingen - Onroerende zaakbelastingen, kwijtscheldingen Dividenden Treasury Baten Algemene dekkingsmiddelen - Algemene uitkering Gemeentefonds Lokale heffingen - Onroerende zaakbelastingen - Hondenbelasting - Toeristenbelasting Dividenden Treasury Resultaat algemene dekkingsmiddelen

Realisatie 2020

Primaire begroting 2020 97

Realisatie 2019

Realisatie 2018

80

Definitieve begroting 2020 84

109

134

1

0

0

1

1

79

84

97

109

133

20.387

20.270

19.185

18.920

17.705

17.433

17.392

16.313

16.078

14.948

2.494 62 261

2.445 64 196

2.411 64 214

137 - 20.307

173 - 20.186

183 - 19.088

2.419 64 187 18 154 - 18.811

2.279 63 211 45 159 - 17.571

- 63 -

Cijfermatige verschillen gerealiseerde en geraamde cijfers 2020 Verschillen realisatie 2020 ten opzichte van de geraamde cijfers

Baten

Lasten Nadelig

Totaal verschillen

Voordelig 4

Nadelig

Voordelig 117

Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering huidig jaar incl. decentralisatie- en integratie-uitkeringen

38

Algemene uitkering afrekening voorgaande jaren

3

Lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen

49

Toeristenbelasting

65

Treasury 8

Dividenduitkeringen Rente kortlopende leningen

8

Rente langlopende leningen

12

Doorbelaste kapitaallasten naar exploitatie en grondexploitaties

29

Diverse kleine(re) verschillen per saldo

1

Totaal verschillen

8

12

38

155

Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2020 en de definitieve begroting Algemene dekkingsmiddelen: Hoewel de algemene uitkeringen sec lager zijn dan de tussentijds berekende en in de bijgestelde begrotingen opgenomen uitkering, zijn de decentralisatie- en integratie-uitkeringen hoger dan in de bijgestelde begrotingen waren berekend. Dit leidde uiteindelijk tot een positief verschil van € 38.000. De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is conform berekening volgens de decembercirculaire en vastgesteld middels overzicht 9, gedateerd 17 december 2020. De laatste bijstellingen over voorgaande jaren leverde een klein verschil op ten opzichte van eerder berekende en verwerkte bedragen in de bijgestelde begrotingen. Lokale heffingen: De onroerende zaakbelastingen van woningen en niet-woningen zijn per saldo € 49.000 hoger dan geraamd. Dit kwam met name tot stand door de controles van een door de gemeente ingehuurd extern bureau om tot een juiste overdracht van de belastingbestanden aan Veenendaal te komen. Deze controles leidden tot een hoger aantal aangeslagen objecten en een meer correcte taxatie van de objecten. De toeristenbelasting laat een positief saldo van € 65.000 zien ten opzichte van de ramingen. De voorlopige aanslagen over 2019 zijn opgelegd.

Deze worden definitief als er bij de controle geen afwijkingen geconstateerd worden. De definitieve aanslagen over 2020 moeten nog worden opgelegd. De ramingen voor 2020 zijn gebaseerd op de voorlopige aantallen opgegeven door verhuurders. Ondanks de corona-crisis blijken, met name in de zomermaanden, meer overnachtingen te hebben plaatsgevonden dan eerder waren verwacht. Wel is het effect van corona merkbaar bij de groepsaccommodaties.

- 64 -

Dividend: Door Vitens is in 2020 geen dividend verstrekt, dit conform richtlijnen van de landelijke overheid. De BNG heeft begin 2021 het voornemen geuit wel dividend uit te keren, maar definitieve vaststelling heeft nog niet plaatsgevonden. Deze dividenden zullen in de jaarrekening 2021 worden meegenomen. Doorbelaste kapitaallasten: Door de lage rentestand wordt minder rente op zowel kortlopende als langlopende leningen o/g betaald; op nieuw afgesloten leningen is al een tijd sprake van negatieve rente. De saldering van de rente (ontvangen en betaald) heeft invloed op de rente welke doorberekend kan worden aan exploitatie en grondexploitaties.

Cijfermatige verschillen gerealiseerde cijfers 2020 en de jaarrekening 2019 Verschillen realisatie 2020 ten opzichte van jaarrekening 2019

Baten

Lasten Nadelig

Totaal verschillen

Voordelig 29

Nadelig

Voordelig 1.467

Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering huidig jaar incl. decentralisatie- en integratieuitkeringen

1.293

Algemene uitkering afrekening voorgaande jaren

62

Lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen

75

Toeristenbelasting

74

Treasury 19

Dividenduitkeringen Rente kortlopende leningen

8

Rente langlopende leningen

37 15

Doorbelaste kapitaallasten naar exploitatie en grondexploitaties

3

Diverse kleine(re) verschillen per saldo Totaal verschillen

8

37

37

1.504

Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2019 en 2020 en de definitieve begroting Gemeentefonds (algemene uitkering): De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire. Wel vinden op latere tijdstippen nog aanpassingen plaats op eerder berekende en uitgekeerde algemene uitkeringen. Deze worden echter in volgende jaren verantwoord. Voor de berekening van de cijfers voor 2020 zijn wij uitgegaan van verzamelstaat nummer 9, gedateerd 17 december 2020. Naast de algemene uitkering worden ook integratie- en decentralisatie uitkeringen verstrekt. Een deel van deze uitkeringen is incidenteel voor één of enkele jaren, een deel wordt in een later stadium opgenomen onder de grondslagen voor de berekening van de algemene uitkering.

- 65 -

Onder de integratie-uitkering vallen uitkeringen ten behoeve van participatie, voogdij 18-plus, vergoeding raadsleden en inburgering. In 2020 was het totaal bedrag aan decentralisatie-uitkeringen € 337K, voor 2019 bedroeg dit € 460K. In 2019 is een bedrag van € 202K (éénmalig) uitgekeerd voor de transitievisie warmte. In 2020 zijn een aantal corona-gerelateerde uitkeringen uitgekeerd. Het totaal aan integratie-uitkeringen bedroeg voor 2020 ruim € 1,1 mln, in 2019 was het totaal € 942K. Met name de uitkering Voogdij 18 plus is met € 94K fors gestegen. Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen: De OZB wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De berekening van de OZB gebeurt op basis van de geraamde WOZ-waarde per 1 januari van het jaar voorafgaand. In 2019 bleken de tarieven, in samenhang met de waardeverhogingen van met name woningen, geleid te hebben tot een onevenredige lastenverhoging voor huizenbezitters. Dit kon niet meer in 2019 herzien worden, derhalve is gekozen de tarieven voor 2020 ter compensatie aan te passen. In de jaarrekening over 2019 is een post ad € 50K voorzien voor lagere tariefstelling voor 2020 van het eigenaarsdeel OZB. De tarieven voor het eigenaarsdeel OZB voor 2020 zijn dan ook ten opzichte van 2019 lager vastgesteld. De overige tarieven zijn wel aangepast.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van tarieven en de OZB opbrengsten over 2020 tot en met 2018 zoals verwerkt in de jaarcijfers. Percentage berekening OZB Woningen – eigenaren Niet-woningen – gebruikers Niet-woningen – eigenaren

Jaar 2020 0,1042% 0,1396% 0,1739%

Begroot 0,1152% 0,1382% 0,1721%

Jaar 2019 0,1152% 0,1382% 0,1721%

Jaar 2018 0,1180% 0,1364% 0,1699%

Jaar 2020 1.827.000 404.000 263.000 2.494.000

Begroot 1.751.000 426.000 268.000 2.445.000

Jaar 2019 1.766.000 403.000 250.000 2.419.000

Jaar 2018 1.655.000 375.000 248.000 2.278.000

Bedragen opbrengsten in € Woningen – eigenaren Niet-woningen – eigenaren Niet-woningen - gebruikers Totaal opbrengsten

Overige belastingen: Naast de genoemde onroerende zaakbelastingen worden nog hondenbelasting, voor eigenaren van één of meerdere honden, geheven én toeristenbelastingen, aan bedrijven en particulieren die commercieel overnachtingsruimte verstrekken. Er is voor gekozen om de controle op de toeristenbelasting 2019 en 2020 zelf uit te voeren. Vanwege de maatregelen rondom corona is deze controle uitgesteld. De cijfers van 2019 en 2020 zijn derhalve gebaseerd op de definitieve aangiften van de belastingplichtigen. De controle op 2019 en 2020 zal indien de maatregelen het toelaten in het 4 e kwartaal van 2021 plaats vinden. Voor 2019 was een raming opgenomen wat over 2019 nog ontvangen zou moeten worden. De definitieve aangifte geeft hier een voordeel op van € 44K. Voor 2020 is een bedrag van € 196K geraamd. De extra opbrengsten uit 2019 zijn pas na het opstellen van de najaarsnota 2020 bekend geworden. De resultaten vindt u in hierna opgenomen tabel. Een uitgebreidere toelichting op de bedragen vindt u in paragraaf A – Lokale heffingen.

- 66 -

Tarieven Toeristenbelasting, per overnachting Hondenbelasting, per hond Hondenbelasting, kennel

Jaar 2020 € 1,30 € 72,52 € 362,60

Begroot € 1,27 € 71,10 € 355,00

Jaar 2019 € 1,27 € 71,10 € 355,00

Jaar 2018 € 1,25 € 69,71 € 348,55

Bedragen opbrengsten in € Toeristenbelasting - Waarvan afrekening voorgaande jaren Hondenbelasting

Jaar 2020 261.000 44.000 64.000

Begroot 196.000 -64.000

Jaar 2019 187.000 -/- 3.000 64.000

Jaar 2018 211.000 -/- 5.000 63.000

Dividenden: De gemeente Woudenberg heeft aandelen in de BNG, Vitens en ROVA. Uit hoofde van deze deelnemingen ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. In 2020 zijn op aandringen van de centrale overheid in verband met de corona-crisis dividenduitkeringen zoveel mogelijk on hold gezet. De aandelen ROVA zijn in 2017 aangekocht. Hiernaast heeft de gemeente certificaten van Dataland, een gemeentelijke samenwerkingsorganisatie welke gemeenten ontzorgt, ondersteunt en faciliteert op het gebied van geo-, WOZ- en vastgoedinformatie, oftewel objectinformatie. Dataland wordt per 1 januari 2022 geliquideerd. Een specificatie van de aandelen is als volgt:

BNG Vitens Rova Dataland

Aantal Stuks 3.510 9.683 125 4.718

Boekwaarde € 5.712 € 131.873 € 188.069 € 472

Dividend 2020 € -€ -€ 64.626 € --

Dividend 2019 € 10.004 € 8.715 € 59.546 € --

Dividend 2018 € 8.880 € 31.954 € 71.498 € --

Saldo financiering: Ter financiering van zowel publieke activiteiten als ten behoeve van grondexploitaties worden door de gemeente Woudenberg periodiek gelden aangetrokken, deels kortlopend en deels langlopend gefinancierd. Zowel met het bedrag aan korte en langlopende financieringen als met de verhouding tussen korte en langlopende financiering heeft de gemeente te maken met verhouding renterisiconorm en de gemiddelde kasgeldlimiet. Deze worden nader toegelicht in paragraaf D – Financiering. In 2020 zijn ter vervanging van een tweetal uitstaande leningen van € 3 mln en € 6 mln, welke in 2020 afgelost zijn, twee nieuwe leningen ter grootte van hetzelfde bedrag afgesloten. Hiernaast zijn de normale aflossingen op uitstaande leningen gedaan tot een totaal bedrag van € 1,9 mln. Het rentepercentage van de nieuw afgesloten leningen is nihil of beperkt negatief. Zoals onderstaande tabel toont, bedroeg het saldo van de opgenomen langlopende leningen ten behoeve van de gemeente per 31 december 2020 € 16,174 miljoen. De over 2020 berekende rente bedroeg € 38.000, het gemiddeld rentepercentage over de gemiddeld uitstaande leningen bedroeg 0,465 %. In 2019 was de berekende rente nog € 75.000 en het gemiddeld rentepercentage 0,657 %. Het afnemend gemiddeld rentepercentage is het positieve gevolg van de lage(re) rentepercentages welke over nieuw opgenomen leningen verschuldigd zijn.

Hiernaast loopt nog een lening ten behoeve van de woningbouwvereniging, de door de gemeente betaalde rente en aflossing wordt jaarlijks door hen terugbetaald.

- 67 -

Voor een beknopte toelichting op opgenomen leningen, betaalde rente en gemiddeld rentepercentage, zie onderstaande tabel. Saldo 2020 Rente 2020 Gemidd.% Saldo 2019 Rente 2019 Gemidd.% Saldo 2018 Rente 2018 Gemidd.% T.b.v woningbouwvereniging 1.474.000 39.000 1.521.000 39.000 1.567.000 40.000 T.b.v. de gemeente 14.700.000 38.000 0,465% 16.600.000 75.000 0,657% 12.000.000 108.000 0,799% Totaal 16.174.000 77.000 18.121.000 114.000 13.567.000 148.000 Het rente-omslagpercentage is voor 2020 voor de exploitatie vastgesteld op 0,12%. Het saldo uit hoofde van de financiering bedroeg € 58.000; begroot was € 76.000. Het verschil wordt grotendeels bepaald door lagere doorbelaste rente op investeringen.

Kengetallen Volgens de regeling van het Ministerie van BZK, 2015-0000387198, dienen ingaande het verantwoordingsjaar 2015 diverse financiële kengetallen in begroting en jaarrekening vermeld te gaan worden. Een beknopte tabel is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Ter verduidelijking van deze tabellen hebben we in dit programma een toelichting op de tabellen opgenomen. Het betreffen de volgende kengetallen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.

Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan, omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio.

- 68 -

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit De OZB is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB kan ook gekeken worden naar de riool- en afvalstoffenheffing, indien deze heffingen niet kostendekkend zijn, maar lager zijn vastgesteld. Hiervan is bij de gemeente Woudenberg echter geen sprake. Kengetallen 2020 in cijfers 1.

Netto schuldquote Bedragen * € 1.000 A: Totaal van de vaste schulden B: Totaal netto vlottende schulden C: Totaal overlopende passiva D: Uitzettingen met rentetypische looptijd > één jaar E: Uitzettingen met rentetypische looptijd < één jaar F: Totaal liquide middelen G: Overlopende activa H: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (27.342-10.021)/37.568 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (25.461-6.780)/40.626 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (24.691-7.979)/33.153 * 100%

2020 16.260 10.583 500 2.399 4.741 2.347 535 37.568 46,10%

2019 18.127 7.151 183 2.451 3.679 25 625 40.626

2018 13.573 10.842 276 2.501 5.012 30 437 33.153

45,98% 50,41%

2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, sluit onder punt D alle kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen uit. In de uitzettingen door de gemeente Woudenberg zitten geen kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen. Het ratio is evenals onder 1 46,10 %.

- 69 -

3. Solvabiliteitsratio Bedragen * € 1.000 A: Totaal van het eigen vermogen B: Totaal van de passiva (A/B) * 100% 4. Kengetal grondexploitatie Bedragen * € 1.000 A: Totaal “Niet in exploitatie genomen gronden” B: Totaal “Bouwgronden in exploitatie” C: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B)/C * 100% 5. Kengetal structurele exploitatieruimte Bedragen * € 1.000 A: Totaal Structurele lasten B: Totaal Structurele baten C. Structurele toevoeging aan de reserves D. Structurele onttrekkingen aan de reserves E: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (2.495+346) / 3766 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-2.258+383) / 406 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-2.473+318) / 331 * 100%

2020 7.941 43.509

2019 8.585 41.787

®2018 10.843 42.607

18,25%

20,54%

25,45%

2020

2019

2018

9.447 37.568 25,15%

12.551 40.626 30,89%

11.537 33.153 34,80%

2020 35.612 35.296 311 657 37.568 0,08%

2019 43.077 40.819 252 635 40.626

2018 35.130 32.657 301 619 33.153

-4,62% -6,51%

6. Kengetal belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin (A+B+C+D) F. Woonlasten gemiddeld gezin voorgaand begrotingsjaar Belastingcapaciteit

2020 342 225 265 832 771

2019 362 216 192 771 740

2018 356 206 190 752 721

107,91%

104,19%

104,30%

- 70 -

PARAGRAFEN

- 71 -

Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen.

Wettelijk kader Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Deze vindt u onderstaand: Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie.

Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering overlapt programma 5 Dienstverlening.

- 72 -

Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen.

- 73 -

A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Voor alle gemeentelijke belastingen geldt dat het te betalen bedrag niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van een belastingplichtige. Welke heffingen daadwerkelijk worden geheven is de keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk, i.c. tot maximaal het inflatiepercentage, te beperken.

Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • Beleidsbegroting 2020-2023 .

Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen die worden gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen die door de raad worden vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies. Belastingen Onder belastingen moet worden verstaan heffingen van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien in de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur en om in de algemene behoeften van de gemeenschap te voorzien. Dit betekent dus dat hier geen individuele prestatie van de overheid tegenover staat maar dat deze gebruikt worden voor collectieve voorzieningen. De opbrengst van deze heffingen is vrij besteedbaar. Verder mag de gemeente de hoogte van de tarieven en de jaarlijkse stijging bepalen. Tot deze gemeentelijke belastingen behoren onroerende zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en toeristenbelasting. Retributies Tot de retributies (ook wel rechten genoemd) behoren de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, marktgeld en begrafenisrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van een dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven die landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken.

In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: 1. voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; 2. streven naar 100% kostendekkendheid van tarieven en leges; 3. jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de ontwikkeling van de inflatie.

- 74 -

In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en retributies in het jaar 2020. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • Onroerende zaakbelastingen • Hondenbelasting • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Overige tarieven

BELASTINGEN Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van belastingen over 2020 met vergelijkende cijfers over 2019 (in € 1.000): Belastingsoort OZB-eigenaren OZB-gebruikers Hondenbelasting Toeristenbelasting

Werkelijk 2020 2.231 263 62 261

Begroting 2020 2.177 269 64 196

Werkelijk 2019 2.170 249 64 187

ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen een gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient gebruikt, b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Waardevaststelling op grond van de Wet WOZ Als heffingsgrondslag geldt de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is een grondslag voor belastingheffing door de gemeenten, de belastingdienst en de waterschappen. De waarde die moet worden bepaald is die welke aan een onroerende zaak dient te worden toegekend wanneer de volle en onbezwaarde eigendom aan de hoogstbiedende zou kunnen worden overgedragen. Voor niet-woningen (met uitzondering van Rijksmonumenten) geldt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de grondslag is indien deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de vaststelling van de begroting 2020-2023 heeft de raad besloten de OZB-tarieven voor het jaar 2020 met 1,5 % te laten stijgen ten opzichte van 2019.

- 75 -

Dit heeft geleid tot de volgende percentages: Tarieven OZB 2020 (percentage)

2019 (percentage)

0,1042%

0,1152%

0,1396% 0,1739%

0,1382% 0,1721%

Woningen Eigendom Niet-woningen Gebruiker Eigendom

De totale opbrengst van de onroerende zaakbelasting was voor 2020 geraamd op € 2.445.000. De totale opbrengst voor 2020 kwam uiteindelijk uit op € 2.494.000; de totale opbrengst voor 2019 bedroeg € 2.419.000. Het OZB-tarief woningen voor 2019 is te hoog vastgesteld vanwege een te laag ingeschatte stijging van de WOZ-waarden in 2019. Bij de besluitvorming van de Kadernota 2020-2023 is afgesproken dit in 2020 te corrigeren.. Bij de vaststelling van de kadernota 2020-2023 is besloten in 2020 incidenteel een correctie op het OZB-tarief toe te passen zodat het teveel betaalde OZB 2019 voor eigenaren van woningen wordt gecorrigeerd. Voor deze teruggave in 2020 is in de jaarrekening 2019 een bedrag van € 50.000 gereserveerd om terug te betalen aan de eigenaren van woningen. Het OZB-tarief 2020 voor woningen is zowel structureel als incidenteel (terugbetaling over 2019) gecorrigeerd met 0,0041% zoals berekend in de Kadernota 2020-2023. Bij de berekening van het OZB-tarief 2021 zal de incidentele verlaging van 0,0041% weer teruggedraaid worden. Dit komt bovenop de verwachte stijging van 1,5%. Het college stelt voor de OZB-tarieven jaarlijks te corrigeren met 1,5% aangezien is afgesproken dat de lokale lastendruk in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie stijgt. In de kadernota wordt bekeken of de hoogte van de inflatiecorrectie van 1,5% nog passend is.

HONDENBELASTING Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente, mits de hond niet valt onder de uitsluitingsregels als genoemd in de Verordening hondenbelasting 2020. In de begroting 2020-2023 wordt uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van 2% voor het tarief hondenbelasting aangezien de verwachting is dat de inflatie de komende jaren gemiddeld 2% zal bedragen. In 2017 heeft een integrale controle op de hondenbelasting plaatsgevonden, voor 2020 heeft er geen controle plaatsgevonden. Tarieven hondenbelasting (per hond) e

1 hond 2e en volgende hond Kennel

2020 € 72,52 Idem € 362,60

2019 € 71,10 Idem € 355,50

- 76 -

TOERISTENBELASTING Deze belasting wordt geheven als een bijdrage van toeristen in de kosten van de voorzieningen die de gemeente heeft getroffen. Men moet verblijven in de gemeente in een daartoe strekkende gelegenheid, (bijvoorbeeld een camping) zonder in het bevolkingsregister van die gemeente te zijn opgenomen. Bij de vaststelling van de begroting 2020-2023 heeft de raad besloten het tarief voor toeristenbelasting per overnachting voor 2020 te verhogen met 2% ten opzichte van 2019. De controle op de toeristenbelasting 2020 heeft ten tijde van het samenstellen van de jaarrekening nog niet plaatsgevonden. De bedragen in de jaarrekening zijn gebaseerd op de definitieve aangiften van de belastingplichtigen. Mocht er uit de controle afwijkingen geconstateerd worden zal de definitieve afrekeningen over 2020 worden verwerkt in de jaarrekening 2021. In de jaarrekening 2020 is een bedrag opgenomen als opbrengst toeristenbelasting van € 261.000 waarvan € 44.000 de afrekening van 2018/2019 betreft . Begroot voor 2020 was € 196.000. In 2019 is een bedrag van € 187.000 verantwoord. De hogere opbrengsten uit 2019 werden pas na opstellen van de najaarsnota 2020 bekend. Kijken we naar de werkelijke opbrengsten per belastingjaar dan mogen we concluderen dat Corona de opbrengsten 2020 heeft beïnvloed. belastingjaar

belastingjaar

belastingjaar

2018

2019

2020

jaarrekening 2018

-€ 220.323

jaarrekening 2019

€ 3.143

-€ 190.105

jaarrekening 2020

-€ 431

-€ 43.265

-€ 217.035

-€ 217.611

-€ 233.370

-€ 217.035

jaarrekening -€ 220.323 -€ 186.962 -€ 260.731

Tarief toeristenbelasting 2020 € 1,30

Per overnachting

2019 € 1,27

RETRIBUTIES: Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van retributies over 2020 met vergelijkende cijfers over 2019 (in € 1.000): Soort retributie Afvalstoffenheffing Rioolrecht Begrafenisrechten (excl. aula) Wabo –en RO leges APV- vergunningen Secretarieleges Secretarieleges, af te dragen Overige legesbedragen

Werkelijk 2020 1.084 1.253 181 637 7 94 46 23

Begroting 2020 1.161 1.081 140 547 107 55 26

Werkelijk 2019 894 1.231 132 592 8 112 65 33

- 77 -

AFVALSTOFFENHEFFING Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt een directe belasting geheven onder de naam afvalstoffenheffing. De belasting wordt geheven van degene voor wie in de gemeente een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Vanaf 2017 is de gemeente Woudenberg aangesloten bij de ROVA, deze verzorgt de afvalinzameling van particulieren. Om tot grotere afvalscheiding over te gaan wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten afvalcontainers, o.a. groen, pmd (plastic, metalen verpakkingen en drankkartons) en restafval. De gemeente rekent een vast bedrag voor afvalstoffenheffing voor 2020 van € 210 per jaar. Dit bedrag is ter dekking van de kosten van inzameling van pmd- en groenafval. Voor de inzameling van het restafval wordt de inwoner op basis van differentieel tarief (diftar) het variabel deel van de afvalstoffenheffing in rekening gebracht, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal ledigingen wat in een jaar plaatsvindt én de grootte van de bij de bewoner in gebruik zijnde container. Met de afvalstoffenheffing moeten de volgende kosten gedekt: alle kosten voor het inzamelen, transport, overslag en verwerken van alle afvalstromen, alle boven- en ondergrondse containers en de kosten van de milieustraat.

De tarieven moeten kostendekkend zijn, eventuele overschotten op de ontvangen afvalstoffenheffing zijn in het verleden toegevoegd aan een egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Tekorten op de afvalstoffenheffing werden de afgelopen jaren onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing. Vanaf 2019 is deze voorziening echter leeg en moeten de kosten dus doorgerekend worden via de afvalstoffenheffing. Daarnaast zorgt een hogere rijksbelasting op brandbaar afval, verminderde inkomsten van PMD door vervuiling en hogere kapitaalslasten voor gedane investeringen op milieustraat en nieuw geplaatste ondergrondse containers voor extra kosten. Dit resulteert in grote tekorten jaarlijks vanaf 2019. Voorgesteld is om deze tekorten via tijdelijke verhoging van het vastrecht afvalstoffenheffing voor de jaren 2020 tot en met 2023 te verhalen op alle huishoudens. Het tekort voor 2020 en volgende jaren wordt via tariefsverhoging op zowel het vaste tarief als op de variabele tarieven teruggebracht naar nihil zodat de tarieven afvalstoffenheffing weer 100% kostendekkend zijn. Het vastrecht afvalstoffenheffing is in 2020 gestegen van € 140 per huishouden naar € 210 per huishouden (€ 60 vanwege structureel tekort in 2020 en € 10 vanwege incidenteel tekort 2019). De variabele tarieven (tarief per lediging) stijgen met € 0,35 per zak tot € 2,29 per lediging 240 liter container.

- 78 -

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het tarieven over 2020 en 2019: Tarieven afvalstoffenheffing - vastrecht per aansluiting - aanbieden per keer van de 240 liter restafval container - aanbieden per keer van de 140 liter restafval container - aanbieden van een zak restafval (60liter) aan de ondergrondse container - aanbieden grof huishoudelijk en/of gemengd bouw/sloopafval aan de milieustraat per kg

2020 € 210 € 11,50 € 6,50 € 1,90 € 0,15

2019 € 140 € 9,21 € 5,60 € 1,55 € 0,15

RIOOLHEFFING Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. 1. De belasting wordt geheven: a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, dit is het eigenarendeel; en b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, zijnde gebruikersdeel. Op 31 oktober 2019 heeft de raad het nieuwe Waterplan 2020-2024 vastgesteld. In het nieuwe beleidsplan zijn de huidige ontwikkelingen verwerkt. Binnen deze ontwikkelingen valt onder andere de aanstaande invoering van de omgevingswet en het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. Hiermee verandert het afvalwaterplan (GRP) naar een integraal waterplan passend binnen “het nieuwe waterdenken”.

Het waterplan biedt tevens bouwstenen ter voorbereiding op de implementatie van de omgevingswet. In het plan zit ook de financiële onderbouwing voor de rioolheffing in de vorm van een kostendekkingsberekening. Hiermee geldt dit plan tevens als het nog wettelijk

- 79 -

verplichte GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan). In het nieuwe Waterplan is besloten om het tarief voor rioolheffing vanaf 2020 te laten stijgen met € 5 per jaar zodat in 2024 het kostendekkend tarief van € 238,82 (excl. inflatie) wordt gerealiseerd. In onderstaande tabel staan de tarieven 2020 en 2019 vermeld. Tarieven rioolrecht (per aansluiting) Gebruik Eigendom

2020 € 74,85 € 149,76

2019 € 72,04 € 144,14

LEGES Via de legesverordening worden diverse rechten geheven van degenen die gebruik maken van diensten beschikbaar gesteld door het gemeentebestuur. Te denken valt hierbij aan het aanvragen van identiteitskaarten en/of reisdocumenten, (bijwerken) akten van burgerlijke stand, aanvragen wabo-vergunningen, wijzigingen in bestemmingsplannen en toetsing aan welstandscriteria; verlening (of weigering) vergunningen volgens de Algemene Politieverordening. Bij het aanvragen van identiteitskaarten, reisdocumenten en nationalisatiepapieren zijn naast de gemeentelijke legesbijdragen ook bedragen verschuldigd voor rijksleges.

LIJKBEZORGINGSRECHTEN Op basis van de verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2020 worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De raad heeft eind 2012 ingestemd met de handhaving van kwaliteitsbeeld A op de begraafplaats zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2011. De raad heeft toen tevens besloten de grafrechten geleidelijk te verhogen met 5% in de jaren 2016-2023. Voor 2024 wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met 2%. Inmiddels is er op 2 juli 2020 door de raad een groenbeleidsplan 2020 vastgesteld. Hierin wordt aangegeven dat de begraafplaats bestaat uit kijkgroen met kwaliteitsbeeld A en uit natuurgroen met kwaliteitsbeeld C.

KWIJTSCHELDINGSBELEID Inwoners van Woudenberg met de laagste inkomens hebben de mogelijkheid te verzoeken om voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting in aanmerking te komen. Hiernaast kan aan inwoners die meerdere jaren een beroep op kwijtschelding hebben gedaan, automatisch kwijtschelding worden verleend. In 2020 zijn er 102 verzoeken om kwijtschelding behandeld. Hiervan zijn 53 verzoeken (deels) gehonoreerd en 31 verzoeken afgewezen en 18 verzoeken ingetrokken. De gehonoreerde kwijtscheldingen worden in mindering gebracht op de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. In de begroting van 2020 was een bedrag opgenomen voor de kwijtscheldingen van € 29.000 en het werkelijke bedrag bedroeg € 25.000.

- 80 -

ONTWIKKELING LOKALE LASTENDRUK In 2020 is de lastendruk voor de burgers conform begroting ten opzichte van 2019 licht gestegen. In vergelijking met andere gemeenten in Nederland is de woonlastendruk 2020 in Woudenberg licht bovengemiddeld. Gemiddelde woonlasten in Nederland zijn € 776 voor een meerpersoonshuishouden. Dit is 5% meer dan in 2019. Onderstaand een overzicht van de gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de omliggende gemeenten. Gemeente Bunschoten Soest Baarn Leusden Scherpenzeel Nijkerk Renswoude Amersfoort Woudenberg Barneveld

Woonlasten 2020 € 629 € 695 € 862 € 726 € 786 € 591 € 862 € 773 € 832 € 796

Woonlasten 2019 € 579 € 652 € 829 € 605 € 774 € 588 € 773 € 743 € 771 € 775

- 81 -

B. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte, substantiële kosten op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het geeft de robuustheid van de financiële positie aan. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, inventariseren wij de belangrijkste risico’s. De risico’s zetten we af tegen de middelen en mogelijkheden om de risico’s op te vangen. Beleidskaders Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in de beleidsbegroting 2020-2023. Beleidswijzigingen op dit gebied worden indien van toepassing aan u voorgelegd door middel van een raadsvoorstel. Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan

Jaar vaststelling

Notitie risicomanagement Notitie stille reserves 2020 Notitie herschikking reserves

2006 2020 2020

Planperiode N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Ontwikkelingen Corona Het COVID-19 (Corona) virus heeft financiële impact op de jaarrekening 2020 en de risico’s, maar ook gevolgen voor veel beleidsterreinen in 2020 en mogelijk de jaren daarna. Wij proberen de financiële impact in beeld te brengen, de gevolgen voor de verschillende beleidsterreinen zijn lastiger te bepalen.. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend en presenteren actuele informatie. Op het gebied van het weerstandsvermogen en risicomanagement zijn er naast de coronapandemie geen externe ontwikkelingen te melden. Risicoprofiel Hier presenteren wij de belangrijkste risico’s. De prioritering van de risico’s vindt plaats aan de hand van de volgende schaalindeling van de kans: Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet - Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot; - Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld; - Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein.

- 82 -

Programma risico’s In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste risico’s voor 2020 per programma: Programmarisico’s

Rekening 2020

Risico %

Omvang risico

Kans

Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer Onderwijshuisvesting Sociaal domein uitgaven Totaal programma 1 - Samenleving

562.500 149.000 8.000.000 8.711.500

10,00% 100% 10,00%

56.250 149.000 800.000 1.005.250

40% 60% 60%

22.500 89.400 480.000 591.900

Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving

P.m. 0

-

50.000 50.000

60%

30.000 30.000

17.000.000 2.400.000 19.400.000

2,50% 5,00%

425.000 120.000 545.000

40% 60%

170.000 72.000 242.000

150.000

20%

30.000

Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Algemene uitkering Gemeenschappelijke regelingen Totaal programma 5 - Bestuur en dienstverlening Overige kleinere risico’s Totaal Opmerking:

28.111.500

1.750.250

Bedrag risico

893.900

De risico’s voor de grondexploitatie presenteren wij afzonderlijk.

Toelichting risico’s: Programma 1 - Samenleving - Leerlingenvervoer; Wij zijn wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten. Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 56.250 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 40%. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 22.500. - Onderwijshuisvesting; In 2020 hebt u het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP hebt u structureel € 47.000 beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van De Olijfboom en De Wartburg. Bij de vaststelling van het IHP hebt u besloten het financieel risico op te nemen dat onze gemeente loopt bij mogelijke beslissing van het Rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijk van de gemeente te laten vallen. Indien wij verantwoordelijk worden voor renovatie van scholen zullen in de toekomst de structurele lasten voor de gemeente stijgen met € 149.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 89.400.

- 83 -

- Sociaal domein; De taken en verantwoordelijkheden voor de Jeugdzorg en Wmo (de onderdelen dagactiviteiten en begeleiding) liggen voor een groot deel bij gemeenten. Net als bij leerlingenvervoer, betreft dit ook een open-einde regeling. In gelijke zin wordt ook voor het sociaal domein als risico rekening gehouden met 10% van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10% van het totale budget van € 8.000.000 is € 800.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 480.000. Programma 2 - Leefomgeving - Volksgezondheid/groen Wij kunnen geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Wij gaan uit van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60% met een risicobedrag van € 30.000. Programma 3 - Veiligheid - Veiligheidsregio Utrecht Zie de toelichting op de gemeenschappelijke regelingen hierna. Programma 5 - Bestuur en dienstverlening - Algemene uitkering; De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren.

Uitgaande van een marge van 2,5% van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € 425.000. Hiervan nemen we 40% is € 170.000 mee als risicobedrag. - Gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten met financiële gevolgen worden genomen door een bovengemeentelijk bestuursorgaan en zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten. Wij kunnen besluiten met betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële consequenties een voldongen feit zijn. Als risico nemen we 5% op van de totale bijdrage van € 2.400.000 is € 120.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 72.000. Overige kleinere risico’s Het gaat hierbij om diverse risico’s met een beperkte financiële impact (bedragen < € 25.000). Voorbeelden hiervan zijn risico’s in verband met garantstellingen, juridische procedures, rente, vandalisme

- 84 -

Risico’s grondexploitatie De risico’s voortvloeiend uit de grondexploitaties bedragen per 31 december 2020: Grondexploitatierisico’s

Risico

Nog te realiseren winst

Voorziening

Omvang risico

Bouwgronden in exploitatie 1. Amalialaan (9e herziening) 2. Het Groene Woud (afsluiting) 3. Nijverheidsweg (2e herziening) 4. Hoevelaar fase 1 (4e herziening) 5. Spoorzone locatie A2 (2e herziening) 6. Spoorzone locatie B (6e herziening)

48.000 16.214 98.683 30.471 37.792 23.529

559.204 -39.446 -826.219 541.671 -89.291 -118.558

0 39.446 826.219 0 89.291 118.558

0 16.214 98.683 0 37.792 23.529

Totaal

254.689

27.361

1.073.514

176.218

Kans

0,00% 100,00% 100,00% 0,00% 100,00% 100,00%

Concreet risico

0 16.214 98.683 0 37.792 23.529 176.218

Toelichting risico’s grondexploitaties: 1. Het risico kan worden opgevangen binnen de grondexploitatie. 2. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 3. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 4. Het risico kan worden opgevangen binnen de grondexploitatie. 5. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 6. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. In totaliteit zijn de risico’s Programmarisico’s Risico’s grondexploitaties Totaal

€ € €

893.900 176.218 1.070.118

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken.

- 85 -

De weerstandscapaciteit is als volgt opgebouwd: Onderdeel

Begroting 2020

Rekening 2020

1. Onbenutte belastingcapaciteit 2. Vrije begrotingsruimte 3. Algemene reserve - vrij aanwendbaar deel 4. Algemene reserve grondbedrijf - deel risicodekking 5. Bestemmingsreserves - bestemming nog te wijzigen 6. Stille reserves

1.189.000 0 1.784.000 P.m. 0 0

1.459.150 0 906.601 176.218 0 0

Totaal

2.973.000

2.541.969

Toelichting: 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Belasting c.q. recht

Begroting 2020

Rekening 2020

a. Onroerende zaakbelastingen b. Rioolheffing c. Leges

1.189.000 0 P.m.

1.459.150 0 P.m.

Totaal onbenutte belastingcapaciteit

1.189.000

1.459.150

Ad a. Onroerende zaakbelastingen Voor de OZB kan de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd worden. Op basis van de meicirculaire 2020 is deze norm 0,1853% voor het jaar 2020.

- 86 -

Het gewogen gemiddelde OZB-tarief ofwel het percentage voor de toelating tot artikel 12 moet op de volgende wijze worden berekend, dit leidt vervolgens tot de hierna gepresenteerde onbenutte belastingcapaciteit: (PEW x WW + PGNW x WNWG + PENW x WNWE) / (WW+WNWG+WNWE) waarbij: PEW = OZB-percentage eigenaar woning; PGNW = OZB-percentage gebruiker niet-woning; PENW = OZB-percentage eigenaar niet-woning; WW = waarde woningen; WNWG = waarde niet-woningen gebruikers; WNWE = waarde niet-woningen eigenaren. Totaal WOZ-waarde PEWxWW PGNWxWNWG PENWxWNWE Totaal percentage x WOZ-waarde Gewogen gemiddeld OZB-tarief Normtarief 2020 artikel 12 Onbenutte belastingcapaciteit

0,1042 0,1396 0,1739 1.646.000.000 212.000.000 240.000.000 2.098.000.000 171.513.200 29.595.200 41.736.000 242.844.400 0,1158 0,1853 0,0695 x

2.098.000.000 = 1.459.150

Ad b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening Egalisatie riolering Ad. c. Leges Bij de heffing van leges is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Van belang hierbij is of het totale bedrag aan legesinkomsten de aan de specifieke dienstverlening toegerekende lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, hiervoor is een verfijning van de kostentoerekening noodzakelijk. Gelet op de grote administratieve last die dit met zich meebrengt kiezen wij hier vooralsnog niet voor. De onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. 2. Vrije begrotingsruimte Op basis van onze financiële positie nemen wij hier geen bedrag voor op.

- 87 -

3. Algemene reserve - vrij aanwendbaar deel De stand van de algemene reserve per 31 december 2020 hebben wij niet gecorrigeerd met mutaties naar aanleiding van reeds aangegane verplichtingen via raadsbesluiten, welke nog ten laste moeten worden gebracht van de algemene reserve. 4. Algemene reserve grondbedrijf - deel risicodekking De algemene reserve grondbedrijf wordt voor het bedrag aan risico’s grondexploitaties (= € 176.218) meegenomen bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Het resterende deel van deze reserve houden we beschikbaar voor de toekomstige ontwikkelingen in Woudenberg-Oost. 5. Bestemmingsreserves - bestemming nog te wijzigen In de raadsvergadering van oktober 2020 (begrotingsraad 2021-2024) hebt de Notitie herschikking reserves vastgesteld. Hierbij heeft u een bedrag van € 1,2 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve. Verder is er geen ruimte binnen de bestemmingsreserves. 6. Stille reserves In oktober 2020 hebt u de Notitie stille reserves vastgesteld. Bij stille reserves gaat het om bezittingen die een overwaarde (verkoopwaarde > boekwaarde) hebben en wij direct kunnen verkopen. In deze notitie is aangegeven dat wij geen bezittingen hebben die aan deze voorwaarden voldoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zet de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit oftewel de totale af te dekken risico’s.

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Een weerstandsratio van 1 of groter geeft aan dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is. Ratio weerstandsvermogen =

beschikbare weerstandcapaciteit benodigde weerstandscapaciteit

=

2.541.969

=

2,38

1.070.118

Op basis van de berekeningen is onze weerstandsratio 2,38. Ons weerstandsvermogen is dus voldoende. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s per 31 december 2020 af te dekken.

- 88 -

Verplichte uniforme kengetallen (stelselwijziging BBV) In de artikel 9 en 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording is bepaald dat wij in deze paragraaf enkele verplichte kengetallen op dienen te nemen. Dit past in het streven naar meer transparantie. Hiermee kunt u gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie en baten en de lasten van de gemeente. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die u in uw beoordeling van de financiële positie kunt betrekken. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan uw kaderstellende en controlerende rol. De kengetallen van onze gemeente zien er als volgt uit: Kengetal

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Verloop Rekening 2020 46,10% 46,10% 18,25% 0,08% 25,15% 107,91%

Begroting 2020 33,23% 33,23% 32,43% -1,84% 7,45% 111,31%

Rekening 2019 45,98% 45,98% 20,54% -4,62% 30,89% 104,19%

Rekening 2018 50,41% 50,41% 25,45% -6,51% 34,80% 104,30%

Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger het percentage, des te meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Door aan andere partijen een lening te verstrekken is er sprake doorlenen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft inzicht in hoeverre hiervan sprake is. In onze gemeente speelt dit niet. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio zet het eigen vermogen af tegen het totaal vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin wij in staat is om op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Hoe lager de solvabiliteit, des te minder eigen vermogen wij hebben om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Het gaat hierbij om het onderscheid tussen structurele en incidentele inkomsten en uitgaven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1242/documents/31285