04.Begroting gemeente Woudenberg 2024-2027.pdf
Tekst van het document
- 67 Kosten Waterschapsverkiezingen Voor het jaar 2027 staan Waterschapsverkiezingen gepland. Via de algemene uitkering ontvangt de gemeente rijksmiddelen om deze verkiezingen te kunnen organiseren. De rijksmiddelen worden de komende periode toegevoegd aan de reserve overlopende kredieten zodat in 2027 de kosten van de Waterschapsverkiezingen gedekt kunnen worden uit deze reserve. De uitgaven worden verantwoord in programma 5. Investering video raadzaal Het presidium heeft gevraagd om een onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een camera-volgsysteem, bovenop een verbetering/professionalisering van het huidige audio-systeem, plus een overzicht van de kosten (inclusief onderhoud en ondersteuning/service). De griffier zal dit onderzoek oppakken. Medio augustus is er nog geen duidelijkheid over de mogelijkheden en de kosten. Vooruitlopend hierop is in programma 5 de investering als p.m. opgenomen. Bijdrage regio Foodvalley Op dit moment wordt verkend of Woudenberg mogelijk kan aansluiten bij programma Landbouw in regio Foodvalley. In deze begroting wordt de bijdrage aan Foodvalley als p.m. opgenomen. Loonkosten (verdeling per programma) De totale loonkosten worden jaarlijks toegerekend aan de diverse programma’s en projecten. Ten opzichte van 2023 wordt in 2024 € 606.750 en vanaf 2025 € 638.676 meer loonkosten toegerekend aan programma 5.
De loonkosten worden toegelicht bij de paragraaf Bedrijfsvoering verderop in de begroting. Kapitaallasten Stijging/daling kapitaallasten op basis van actualisering investeringen programma 5.
- 68 -
Algemene dekkingsmiddelen In de vijf beleidsprogramma’s van deze begroting zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente ook lasten en baten die niet aan een programma zijn toe te rekenen. Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij het onderdeel algemene dekkingsmiddelen. Tabel 10.1 Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000) rekening
begroting
begroting
meerjarenbegroting
2022
2023
2024
2025
2026
2027
21.827
21.210
23.234
23.181
21.256
21.152 3.229
Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering gemeentefonds Algemene belastingen: 2.959
2.896
3.139
3.169
3.199
- Hondenbelasting
82
65
79
79
79
79
- Toeristenbelasting
321
356
367
367
367
367
Dividenden
18
7
8
8
8
8
- Onroerende zaakbelastingen
Treasury Resultaat algemene dekkingsmiddelen
46
-11
-46
-58
-47
-30
25.253
24.523
26.781
26.746
24.862
24.805
Gemeentefonds (algemene uitkering) De raming van de algemene uitkering 2024 en volgende jaren is gebaseerd op de meicirculaire 2023. Voor de ontwikkeling van het gemeentefonds vanaf 2024 zijn voor de gemeente Woudenberg de volgende punten van belang: • accres-ontwikkeling septembercirculaire 2022 (voordelig effect); • accres-ontwikkeling meicirculaire 2023 (voordelig); • nominale ontwikkeling septembercirculaire 2022 en meicirculaire 2023 (nadelig); • eenmalige rijksbijdrage financieringssystematiek 2026 en 2027 (voordelig); • hoeveelheidsverschillen, onder andere toename inwoners, woningen, etc. (voordelig); • Definitieve extra middelen jeugdzorg 2024 en 2025 (voordelig); • correctie WOZ waarden (nadelig).
- 69 -
Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen De gemeente Woudenberg laat in 2024 de OZB-tarieven met de volgende percentages stijgen: Woningen 3,1% (3,1% inflatiecorrectie, conform besluit Kadernota 2024-2027 raad juni 2023) Niet-woningen 3,1% (3,1% inflatiecorrectie, conform besluit Kadernota 2024-2027 raad juni 2023) Dividenden De gemeente Woudenberg ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit voor 2024 van: Bank Nederlandse Gemeenten € 8.000 Dividend Vitens € 0 Saldo financiering De gemeente Woudenberg heeft ter financiering van haar activiteiten in totaal € 6,2 miljoen aan geldleningen opgenomen. Hiervan wordt € 2,4 miljoen in 2024 afgelost. De totale rentelasten van de leningen bedraagt € 37.525 (gemiddeld 0,6 %). Gezien de lage rente lasten wordt pas achteraf bij de jaarrekening 2024 bekeken of we rente gaan toerekenen aan investeringen en grondexploitaties.
Wat gaat het kosten/opleveren? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het de algemene dekkingsmiddelen verbonden zijn. Programma 6 Algemene Dekkingsmiddelen
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
Lasten
-45.526
-57.526
-47.376
-29.876
Baten
26.827.279
26.804.209
24.909.334
24.834.876
Resultaat programma 6 voor bestemming
26.781.753
26.746.683
24.861.958
24.805.000
Meerjarenresultaat in begroting 2023
24.315.061
24.766.153
23.268.213
23.268.213
Verschil begroting t.o.v. meerjarenbegroting 2023
2.466.692
1.980.530
1.593.745
1.536.787
- 70 -
Financiële toelichting Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering septembercirculaire 2022 en meicirculaire 2023
- = nadelig
Verwerkt
Budgettair
+ = voordelig
kadernota
neutraal
2024
2025
2026
2027
Ja
Nee
2.255.365
1.781.078
1.384.293
1.279.835
OZB woningen eigenaar
Ja/ Nee
Nee
119.074
119.074
119.074
119.074
OZB - niet woning eigenaar
Ja/ Nee
Nee
59.578
59.578
59.578
59.578
OZB - niet woning gebruiker
Ja/ Nee
Nee
34.300
34.300
34.300
34.300
Toeristenbelasting
Ja
Nee
11.000
11.000
11.000
11.000
Hondenbelasting
Ja/ Nee
Nee
14.000
14.000
14.000
14.000
Dividend
Nee
Nee
1.500
1.500
1.500
1.500
OZB nieuwbouw
Ja
Nee
-
-
-
30.000
Renteresultaat
Ja
Nee
Totaal
-28.125
-40.000
-30.000
-12.500
2.466.692
1.980.530
1.593.745
1.536.787
Algemene uitkering (aanpassing n.a.v. septembercirculaire 2022 en meicirculaire 2023) Aanpassing algemene uitkering als gevolg van de septembercirculaire 2022 en meicirculaire 2023. In de meicirculaire 2023 zijn de extra middelen voor Jeugdzorg voor de jaren 2024 en 2025 definitief geworden, namelijk € 728.760 en € 446.078. De in de begroting 2023-2026 opgenomen stelposten van € 961.101 en € 575.901 voor de jaren 2024 en 2025 komen hiermee te vervallen (zie toelichting programma 5 Dienstverlening). OZB woningen eigenaar De opbrengst OZB woningen eigenaar is verhoogd als gevolg van: • Aanpassing budget in verband met automatisch in begroting verwerkte indexering voor 2024 van 3,1 %; • Op basis van de ervaringscijfers 2021-2023 is de opbrengst structureel verhoogd met € 25.000; • Compensatie geraamde kosten no cure no pay bureau’s. De aanvullende verhoging van de opbrengst van € 25.000 leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners en bedrijven. OZB niet-woningen eigenaar Aanpassing budget in verband met automatisch in begroting verwerkte indexering voor 2024 van 3,1 %. Daarnaast is op basis van de ervaringscijfers 2021-2023 de opbrengst structureel verhoogd met € 45.000. De aanvullende verhoging van de opbrengst van € 45.000 leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners en bedrijven.
- 71 -
OZB niet-woningen gebruiker Aanpassing budget in verband met automatisch in begroting verwerkte indexering voor 2024 van 3,1 %. Daarnaast is op basis van de ervaringscijfers 2021-2023 de opbrengst structureel verhoogd met € 25.000. De aanvullende verhoging van de opbrengst van € 25.000 leidt niet tot aanpassing van het tarief / hogere aanslag voor inwoners en bedrijven. OZB nieuwbouw Hogere OZB 2027 ten opzichte van 2026 als gevolg van toename aantal woningen (€ 30.000). Toeristenbelasting Hogere opbrengst als gevolg van indexering van het tarief met 3,1 %. Hondenbelasting In 2022 en 2023 hebben er controles hondenbelasting aan huis plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze controles zijn er tientallen honden aangemeld. Op basis van de ervaringscijfers 2022 en 2023 kan de opbrengst structureel verhoogd worden naar € 79.000 (waarvan € 2.000 als gevolg van de tariefsverhoging van 3,1 %). Algemene uitkering (aanpassing naar aanleiding van de definitieve meicirculaire 2023 waar kosten bij de programma’s tegenover staan) In de meicirculaire 2023 zijn op een aantal specifieke beleidsterreinen aanpassingen doorgevoerd in de algemene uitkering die financiële consequenties hebben voor diverse posten in de begroting bij de andere programma’s.
Het gaat om de volgende posten: • Extra middelen inburgering (alleen voor 2024); • Extra middelen verkiezingen (2024-2027); • Extra middelen voorschoolse voorziening peuters (2024-2027); • Extra middelen armoedebestrijding kinderen (2024-2027); • Extra middelen Wmo t.b.v. compensatie prijsverhogingen (2025-2027); • Rijksmiddelen voor uitvoering Wet Goed Verhuurderschap (2024-2027); • Extra middelen i.v.m. terugdraaien eigen bijdrage HH Wmo (2025-2027); • Minder middelen i.v.m. herinvoering eigen bijdrage Wmo (2026-2027); • Minder middelen i.v.m. vervallen uitkering combinatiefuncties/buurtsportcoaches (2024-2027). Dividend Aanpassing op basis van de dividenduitkeringen BNG van 2021 en 2022. Renteresultaat Bij de algemene dekkingsmiddelen is de rentetoerekening aan de 5 programma's verantwoord. Op dit moment wordt er geen rente toegerekend aan de producten. Het resultaat hier betreft de rentekosten van een geldlening die wij verwachten aan te moeten trekken in 2024. Achteraf bij de jaarrekening wordt bezien of rentetoerekening aan de producten noodzakelijk is.
- 72 -
Reserves In de kadernota zijn de reserves en voorzieningen opgenomen. Bij het opstellen van de begroting 2024 is een aantal aanpassingen gedaan welke hierna worden toegelicht. Reserves
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
Lasten
-657.051
-523.744
-481.542
-473.082
Baten
554.284
540.293
421.727
410.894
Resultaat programma 7 voor bestemming
-102.767
16.549
-59.815
-62.188
Meerjarenresultaat in begroting 2023
-318.181
-345.944
800.332
800.332
Verschil begroting t.o.v. meerjarenbegroting 2023
215.414
362.493
-860.148
-862.520
Financiële toelichting Reserves Reserves
- = nadelig
Verwerkt
Budgettair
+ = voordelig
kadernota
neutraal
Vervallen toevoeging algemene reserve
Nee
Nee
Vervallen aanwending algemene reserve
Nee
Nee
Vervallen toevoeging algemene reserve i.v.m. afvalstoffenheffing
Nee
Algemene reserve grondbedrijf (verliezen/winsten/rente grondexploitaties) Aanwending reserve kunstwerken
2024
2025
2026
2027
460.000
470.000 -800.000
-800.000
Nee
54.600
54.600
54.600
54.600
Nee
Ja
-199.000
-60.662
-13.460
Nee
Nee
733
733
733
Aanwending reserve speelvoorzieningen
Nee
Nee
5.395
5.029
5.029
5.029
Toevoeging reserve Sportpark De Grift
Nee
Ja
-53.773
-53.773
-53.773
-53.773
Aanwending reserve Sportpark De Grift
Nee
Ja
38.748
38.748
38.748
38.748
Toevoeging reserve machinepark
Nee
Nee
-
-
-
-5.000
Aanwending reserve machinepark
Nee
Nee
-2.378
-3.271
-3.115
-15.240
Toevoeging reserve huisvesting onderwijs
Nee
Ja
-98.000
-98.000
-98.000
-98.000
Aanwending reserve huisvesting onderwijs
Nee
Nee
9.089
9.089
9.090
1.183
Aanwending reserve overlopende kredieten
Nee
Ja
-
-
-
Totaal
215.414
362.493
-860.148
733
9.200 -862.520
- 73 -
Toevoeging algemene reserve 2024 en 2025 (vervallen) Op de Algemene Ledenvergadering van de VNG van juni jl. heeft de VNG aangekondigd dat de VNG een begrotingsadvies uitwerkt voor de gemeenten ten behoeve van het opstellen van hun begrotingen 2024-2027. Op 14 juli 2023 heeft de VNG dit begrotingsadvies uitgewerkt en via de ledenbrief alle gemeenten daarover geïnformeerd. Het begrotingsadvies bestaat uit twee onderdelen: - Presenteer voor 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2025-2027 een sluitende begroting. - Breng de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven. Het college stelt aan de raad voor om het begrotingsadvies van de VNG over te nemen. Dit houdt in dat de voorgenomen toevoegingen aan de algemene reserve van € 460.000 in 2024 en € 470.000 in 2025 komen te vervallen. Aanwending algemene reserve 2026 en 2027 (vervallen) Op de Algemene Ledenvergadering van de VNG van juni jl. heeft de VNG aangekondigd dat de VNG een begrotingsadvies uitwerkt voor de gemeenten ten behoeve van het opstellen van hun begrotingen 2024-2027.
Op 14 juli 2023 heeft de VNG dit begrotingsadvies uitgewerkt en via de ledenbrief alle gemeenten daarover geïnformeerd. Het begrotingsadvies bestaat uit twee onderdelen: - Presenteer voor 2024 en 2025 van de meerjarenraming 2025-2027 een sluitende begroting. - Breng de lasten in de meerjarenramingen voor 2026 en 2027 in beeld, in de vorm van een realistische begroting. Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven. Het college stelt aan de raad voor om het begrotingsadvies van de VNG over te nemen. Dit houdt in dat de voorgenomen onttrekkingen aan de algemene reserve van € 800.000 in 2026 en 2027 komen te vervallen. Toevoeging algemene reserve vervallen i.v.m. afvalstoffenheffing In 2019 was er een tekort op de afvalstoffenheffing van € 243.816. Deze is toen ten laste gebracht van de algemene reserve. Bij de vaststelling van de begroting 2020 is besloten de afvalstoffenheffing met € 10 te verhogen zodat de algemene reserve weer aangevuld kon worden. Per 1 januari 2023 zit er € 390.000 in de voorziening afvalstoffenheffing.
Conform de afspraken in de begroting 2020 zou nu € 243.816 van de voorziening afvalstoffenheffing toegevoegd moeten worden aan de algemene reserve. Het college stelt voor de toevoeging aan de algemene reserve te laten vervallen zodat de voorziening afvalstoffenheffing in z’n geheel kan worden ingezet ten behoeve van de tarieven afvalstoffenheffing. Met de buffer in de voorziening is het mogelijk de tarieven afvalstoffenheffing voor 2024 niet te verhogen (zie paragraaf Lokale heffingen in deze begroting). Algemene reserve grondbedrijf (verliezen/winsten/rente grondexploitaties) In programma 4 Ruimte, wonen en ondernemen zijn de extra winst- en verliessaldi vanuit de grondexploitaties begroot. Deze worden toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Daarnaast loopt de rente van de grondexploitaties via de algemene reserve grondbedrijf.
- 74 -
Aanwending reserve kunstwerken Betreft kleine mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de kapitaallasten investeringen vervanging bruggen. Aanwending reserve speelvoorzieningen Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de kapitaallasten investeringen vervanging speelvoorzieningen. Toevoeging reserve Sportpark De Grift Bij de controle van de jaarrekening 2022 heeft de accountant aangegeven dat de voorziening Sportpark De Grift veranderd dient te worden in een reserve. Door deze wijziging zal de jaarlijkse geraamde toevoeging van € 53.773 met ingang van 2023 via de reserves lopen en niet meer via programma 1 in de begroting. Bij programma 1 vervalt de jaarlijkse toevoeging. Deze mutatie heeft geen financiële gevolgen voor de begroting. Aanwending reserve Sportpark De Grift Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de kapitaallasten investeringen vervanging/renovatie sportvelden. Toevoeging reserve kapitaallasten machinepark buitendienst Om het vervangen van groot materieel van onze gemeentelijke buitendienst beter inzichtelijk te maken is er een meerjarenplanning gemaakt van wanneer welk materieel vervangen moet worden. Het is de bedoeling om de jaarlijkse afschrijvingskosten mee te nemen is de jaarbudgetten op de diverse kostenposten waarvoor het materieel ingezet wordt.
De meerjarenplanning bevat een geschatte vervangingswaarde van in het totaal € 815.000 voor het grote materieel met een gemiddelde afschrijvingstermijn van 10 tot 15 jaar. De huidige reserve is daarvoor ontoereikend. Daarom wordt de reserve structureel extra aangevuld, vanaf 2020 met € 5.000 en daarna jaarlijks met € 5.000 extra tot we in 2028 jaarlijks € 45.000 extra toevoegen aan de reserve. Aanwending reserve kapitaallasten machinepark buitendienst Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de kapitaallasten investeringen groot materieel buitendienst. Toevoeging reserve huisvesting onderwijs In programma 1 komt de post afschrijvingen nieuwe investeringen onderwijshuisvesting te vervallen. Deze wordt overgeheveld naar de reserves. Dit heeft geen financiële consequenties voor de begroting. Aanwending reserve huisvesting onderwijs Betreft mutaties in de jaarlijkse aanwending van de reserve ter dekking van de kapitaallasten investeringen onderwijshuisvesting. Aanwending reserve overlopende kredieten Voor het jaar 2027 staan Waterschapsverkiezingen gepland. Via de algemene uitkering ontvangt de gemeente rijksmiddelen om deze verkiezingen te kunnen organiseren. De rijksmiddelen worden de komende periode toegevoegd aan de reserve overlopende kredieten zodat in 2027 de kosten van de Waterschapsverkiezingen gedekt kunnen worden uit deze reserve.
De uitgaven worden verantwoord in programma 5.
PA - 1 -
PARAGRAFEN
PA - 2 -
Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kader stellende en controlerende taak uit te oefenen. Wettelijk kader Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Verplichte indicatoren zijn vanaf 2017 door Woudenberg in een aparte paragraaf verwerkt. A. Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven.
We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. C. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. D. Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie. Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn.
PA - 3 -
E. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering is vanaf 2018 weer opgenomen. Het betreft onder meer de onderwerpen Personeel en Organisatie. Dat we hier weer aandacht aanbesteden heeft vooral te maken de BBV-wijziging waardoor bijvoorbeeld de personeelskosten naar de afzonderlijke producten/taakvelden worden geboekt en niet langer op één groot overzichtelijk budget. In deze paragraaf wordt dit toegelicht. Vanaf 2023 zal over de rechtmatigheid (verantwoordelijkheid van het college) in deze paragraaf worden gerapporteerd. F. Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. G. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen. H. Verplichte indicatoren In de herziene BBV wordt voorgeschreven dat gemeenten een basis set van beleidsindicatoren opnemen in de begroting.
Doel hiervan: de begrotingen inzichtelijker maken voor raadsleden die niet met financiën zijn belast en een betere onderlinge vergelijkbaarheid van de gemeentebegrotingen mogelijk maken.
PA - 4 -
A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Welke heffingen er daadwerkelijk worden geheven, is een keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk te beperken.
Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • de Kadernota 2024-2027.
Huidige lokale lastendruk:
Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen welke wordt gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen welke door de raad zijn vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies. Onder belastingen wordt verstaan een gedwongen betaling aan de overheid, waar geen individuele prestatie van de betreffende overheid tegenover staat. Een retributie is de vergoeding van een dienst welke de overheid presteert ten voordele van de heffingsplichtige. Op dit punt verschilt zij van een belasting, omdat er bij een belasting geen onmiddellijke concrete tegenprestatie tegenover staat.
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonhuishouden Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Nederland Woudenberg 2023 2023 (Coelo/CBS)
Woudenberg Verschil 2024 2024-2023
Verschil in %
867 944
€ 914 € 948
€ 927 € 961
€ 12,51 € 12,51
1,37% 1,32%
OZB woningen OZB niet-woningen
0,0890% 0,3145%
0,0840% 0,3361%
0,0866% 0,3465%
0,0026% 0,0104%
3,10% 3,10%
WOZ waarde gemiddelde OZB berekening (WOZ waarde x OZB %)
€ 369.000 € 328
€ 469.395 € 394
€ 469.395 € 407
€0 € 12,22
0,00% 3,10%
Afvalstoffenheffing 140 liter container Afvalstoffenheffing 240 liter container
€ 266 € 329
€ 272 € 306
€ 272 € 306
€ 0,00 € 0,00
0,00% 0,00%
Rioolheffing éénpersoonhuishouden
€ 199
€ 248
€ 248
€ 0,00
0,00%
Rioolheffing meerpersoonshuishouden € 213 € 248 € 248 € 0,00 0,00% Door de gemeente Woudenberg worden de volgende heffingen opgelegd: • Belastingen, tot deze groep behoren onroerende zaakbelastingen, Hondenbelasting (per hond) € 33,96 € 77,26 € 80,00 € 2,74 3,55% hondenbelasting en toeristenbelasting. De opbrengst van deze Toeristenbelasting (per overnachting) € 3,27 € 1,60 € 1,65 € 0,05 3,12% heffingen is vrij besteedbaar. • Retributies, tot de retributies behoren de afvalstoffenheffing, reinigingsrecht, rioolrechten, leges, marktgeld, begrafenisrechten en brandweerrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van de betreffende dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven welke landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken. In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten.
Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: • voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; • streven naar 100% kostendekking van tarieven en leges; • de lokale lastendruk stijgt in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie.
PA - 5 -
Ontwikkelingen De lokale lastendruk in de gemeente Woudenberg scoort in verschillende publicaties bovengemiddeld als het gaat om de lastendruk. Daarnaast liggen in 2022 de woonlasten van Woudenberg boven het landelijk gemiddelde. In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en tarieven in het jaar 2024. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • onroerende zaakbelastingen; • afvalstoffenheffing en reinigingsrechten; • rioolheffing; • hondenbelasting; • toeristenbelasting; • overige tarieven. Onroerende zaakbelastingen (OZB) Bij de vaststelling van de begroting 2020-2023 is besloten de OZB-tarieven de komende jaren jaarlijks te corrigeren met niet meer dan de inflatiecorrectie. In afwijking hierop heeft de raad van december 2021 met het oog op het 2e herstelplan, bepaald dat de OZB jaarlijks met 1% bovenop de inflatie stijgt tot en met het jaar 2025. Nu er ruimte is in de begroting om keuzes te maken, stelt het college voor de standaard verhoging van de OZB, die met de bezuinigingen is ingevoerd, terug te draaien. De 1% verhoging die elk jaar opnieuw zou worden ingezet is stopgezet. Voor 2024 is de huidige inflatie verwachting op basis van de raming van het Centraal Planbureau maart 2023 (inflatie, nationale consumentenprijsindex cpi 2024) 3,1%.
Hiermee komt de verhoging van het OZB-tarief uit op een percentage van in totaal 3,1% in 2024. Rioolheffing Voor rioolheffing geldt als uitgangspunt een 100% kostendekking. Op basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) wordt het tarief bepaald om tot een kostendekkende rioleringszorg te komen. In het vastgestelde Waterplan 2020-2024 is aangegeven dat 100% kostendekkendheid wordt gerealiseerd bij een tarief voor rioolheffing van € 238,82 (excl. inflatie).
2024
OZB woningen
3,1%
OZB niet-woningen
3,1%
R io o lh e ffin g G eb r u i k er
In het Waterplan 2020-2024 is daarom voorgesteld het tarief voor rioolheffing vanaf 2020 te laten stijgen met € 5 (+/-2,1%) per jaar zodat in 2024 het kostendekkend tarief van € 238,82 (excl. inflatie) wordt gerealiseerd. In 2023 bedraagt het totaaltarief (gebruiker en eigenaar) voor rioolheffing € 247,60. Hiermee is het kostendekkend tarief bereikt. Voor 2024 worden de tarieven bevroren. In 2024 wordt het nieuwe Waterplan opgesteld voor de komende jaren. Na besluitvorming over het nieuwe Waterplan wordt opnieuw beoordeeld en berekend welke tarieven we gaan hanteren.
OZB
2023 €
8 2 ,5 3
2024 €
8 2 ,5 3
Ei g en a a r
€
1 6 5 ,0 7
€
1 6 5 ,0 7
To ta a l
€
2 4 7 ,6 0
€
2 4 7 ,6 0
PA - 6 Afvalstoffenheffing We willen inwoners stimuleren het afval beter te scheiden en daarmee de hoeveelheid restafval te verminderen. Hiervoor is per 1 januari 2017 diftar ingevoerd. Inwoners betalen voor het aantal keren dat ze restafval aanbieden. Daarnaast betalen ze een vast bedrag voor de overige afvalstromen. Zodoende betalen inwoners vanaf 2017 twee tarieven: het vastrecht en het variabele tarief. Het vastrecht is voor iedereen gelijk. Het variabele tarief hangt af van het aantal keren dat een minicontainer aan de straat wordt gezet of van het aantal keren dat afval in de ondergrondse container gestort wordt. Met het variabele tarief worden alleen de kosten van het inzamelen, transporteren en verwerken van het restafval gedekt. De overige kosten worden gedekt vanuit het vastrecht. De laatste jaren zijn er forse wijzigingen geweest op zowel de kosten kant (negatief) als de inkomsten kant (ook negatief). Hierdoor is het afvaltarief de laatste jaren flink gestegen. Voor 2021 en 2022 is mede door hogere oud papierprijzen een overschot op het product afval behaald. Dit overschot is toegevoegd aan de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Ook toegevoegd aan de voorziening zijn de extra ontvangsten van € 10 per aansluiting die vanaf 2021 opgelegd is om de tekorten op afval die destijds uit de algemene reserve gedekt zijn teug te laten vloeien naar de algemene reserve.
Per 1 januari 2023 zit er € 390.000 in de voorziening afvalstoffenheffing. Conform de afspraken in de begroting 2020 zou nu € 243.816 van de voorziening afvalstoffenheffing toegevoegd moeten worden aan de algemene reserve. Het college stelt voor de toevoeging aan de algemene reserve te laten vervallen zodat de voorziening afvalstoffenheffing in z’n geheel kan worden ingezet ten behoeve van de tarieven afvalstoffenheffing. Door kostenstijgingen in 2024 op afvalinzameling en verwerking en de te verwachten minder opbrengsten van met name oud papier is het echter niet mogelijk om de eerdere verhoging van € 10 terug te draaien. Een verdere stijging van het tarief om 100 % kostendekkendheid te realiseren is echter nu niet nodig. De definitieve tarieven 2024 zullen aan de raad worden voorgelegd bij de vaststelling verordeningen 2024 (raad december 2023).
Tarieven voor de afvalstoffenheffing
2023
2024
Vastrecht per aansluiting
€ 238,80 € 238,80
Aanbieden van 240 liter restafvalcontainer per keer
€ 11,50
€ 11,50
Aanbieden van 140 liter restafvalcontainer per keer
€ 6,50
€ 6,50
Aanbieden van zak restafval aan ondergrondse container
€ 1,90
€ 1,90
Rekenvoorbeelden Vastrecht
aantal tarief per ledigingen lediging
totaal (€) Kwijtschelding /vrijstelling
Totaal te betalen € 290,55
240 liter container
€ 238,80
4,5
€ 11,50
€ 290,55
240 liter container
€ 238,80
6
€ 11,50
€ 307,80
€ 307,80
240 liter container
€ 238,80
13
€ 11,50
€ 388,30
€ 388,30
140 liter container
€ 238,80
4,5
€ 6,50
€ 268,05
€ 268,05
140 liter container
€ 238,80
6
€ 6,50
€ 277,80
€ 277,80
140 liter container
€ 238,80
13
€ 6,50
€ 323,30
€ 323,30
ondergrondse container
€ 238,80
16
€ 1,90
€ 269,20
€ 269,20
ondergrondse container
€ 238,80
21,7
€ 1,90
€ 280,03
€ 280,03
ondergrondse container
€ 238,80
28
€ 1,90
€ 292,00
€ 292,00
ondergrondse container
€ 238,80
52
€ 1,90
€ 337,60
€ 337,60
Minima
€ 238,80
4,5
€ 11,50
€ 290,55
€ 290,55
Minima
€ 238,80
6
€ 11,50
€ 307,80
€ 307,80
€ 0,00
Minima
€ 238,80
8
€ 11,50
€ 330,80
€ 307,80
€ 23,00
€ 0,00
Minima
€ 238,80
13
€ 11,50
€ 388,30
€ 307,80
€ 80,50
Medicatie indicatie
€ 238,80
13
€ 11,50
€ 388,30
€ 80,50
€ 307,80
PA - 7 Hondenbelasting In de begroting 2020-2023 is besloten dat het tarief voor hondenbelasting jaarlijks te laten stijgen met het inflatiepercentage. Voor 2024 wordt uitgegaan van een verhoging van 3,1% (tarief afgerond op € 80,00 per hond) Jaarlijks zal bij de nieuwe begroting de stijging opnieuw worden bepaald a.d.h.v. het dan geldende inflatiecijfer.
Toeristenbelasting In de begroting 2024-2027 wordt uitgegaan van een verhoging van 3,1% voor 2024. Jaarlijks zal bij de nieuwe begroting de stijging opnieuw worden bepaald a.d.h.v. het dan geldende inflatiecijfer.
Leges Uitgangspunt voor de leges is een 100% kostendekking. Jaarlijks brengt het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een jaarboek uit over de overheidsfinanciën. In dit jaarboek zijn onder andere de tarieven in beeld gebracht van alle gemeenten betreffende de omgevingsvergunning. In de tabel zijn de tarieven inzichtelijk gemaakt.
Hondenbelasting Per hond Kennel
2023 2024 € 77,26 € 80,00 € 386,30 € 400,00
Toeristenbelasting Per overnachting
€
Omgevingsvergunning Bedrag voor dakkapel (€ 11.900) Bedrag voor uitbouw woning (€ 53.300) Bedrag voor nieuwbouw woning (€ 166.000)
Lijkbezorgingsrechten De raad heeft eind 2012 ingestemd met de handhaving van kwaliteitsbeeld A op de begraafplaats zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2011. De raad heeft toen tevens besloten de grafrechten geleidelijk te verhogen met 3% (in 2013 en 2014), 4% (in 2015) en 5% (in de jaren 2016-2023). Voor 2024 wordt voorgesteld de grafrechten en overige tarieven te laten stijgen met 3,1 % (het inflatiepercentage).
2023 1,60
2024 € 1,65
Nederland Woudenberg € 445 € 569 € 1.749 € 1.720 € 4.360 € 4.665
Lijkbezorgingsrechten Grafrechten (verlenen grafrecht)
2023 3,1%
2024 3,1%
Overige (begraven/grafdekking/etc)
3,1%
3,1%
PA - 8 -
Recapitulatie voorstellen college In het onderstaande overzicht zijn de voorstellen van het college met betrekking tot de stijging van de lokale heffingen weergegeven: Lokale heffingen
2024
Tarief OZB woningen
+3,1%
Tarief OZB niet-woningen
+3,1%
Tarief afvalstoffenheffing (huishouden)
+0%
Tarief rioolheffing
+0%
Tarief toeristenbelasting (per overnachting)
+3,1%
Tarief hondenbelasting (per hond)
+3,1%
Kwijtscheldingsbeleid Voor inwoners van Woudenberg met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid om voor kwijtschelding in aanmerking te komen. Gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is mogelijk voor de afvalstoffenheffing, het rioolrecht en hondenbelasting.
Opleggen belastingaanslagen In 2024 worden de belastingaanslagen (samen met de beschikkingen, WOZ tijdvak 2024) eind februari verzonden. De belastingaanslag dient in maximaal vier termijnen uiterlijk voor 1 juli betaald te zijn. Er kan gekozen worden voor automatische incasso, het belastingbedrag wordt dan in tien maanden geïnd. In 2024 worden de belastingaanslagen nog via gemeente Veenendaal opgelegd. Vanaf 2025 zullen de belastingaanslagen via de belastingsamenwerking GBLT worden opgelegd. Betaaltermijnen belastingaanslagen 2024 1e betaaltermijn 2e betaaltermijn 3e betaaltermijn 4e betaaltermijn 5e betaaltermijn 6e betaaltermijn 7e betaaltermijn 8e betaaltermijn 9e betaaltermijn 10e betaaltermijn
Automatische incasso Maart 2024 April 2024 Mei 2024 Juni 2024 Juli 2024 Augustus 2024 September 2024 Oktober 2024 November 2024 December 2024
Niet automatische incasso Maart 2024 April 2024 Mei 2024 Juni 2024
PA 9
B. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte, substantiële kosten op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het geeft de robuustheid van de financiële positie aan. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, inventariseren wij de belangrijkste risico’s. De risico’s zetten we af tegen de middelen en mogelijkheden om de risico’s op te vangen. Beleidskaders Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in hoofdstuk 5 Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) van de Kadernota 2024-2027. Beleidswijzigingen op dit gebied worden indien van toepassing aan u voorgelegd door middel van een raadsvoorstel. Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk
Jaar vaststelling
Planperiode
2006 2020 2020
N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Notitie risicomanagement Notitie stille reserves 2020 Notitie herschikking reserves
Ontwikkelingen Op het gebied van het weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn er geen bijzondere externe ontwikkelingen te melden. Risicoprofiel Hier presenteren wij de belangrijkste risico’s. De prioritering van de risico’s vindt plaats aan de hand van de volgende schaalindeling van de kans: Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet - Groot (= 60%) waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot; - Gemiddeld (= 40%) mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld; - Klein (= 20%) de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein. In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste structurele risico’s op kortere en langere termijn: De incidentele risico’s en de risico’s voor de grondexploitatie presenteren wij afzonderlijk.
PA 10
Toelichting structurele risico’s Programmarisico’s Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer Onderwijshuisvesting Sociaal domein uitgaven Totaal programma 1 - Samenleving Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen Salarissen en sociale lasten a.g.v. hoger inwonertal Totaal programma 5 - Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering Herijking gemeentefonds (€ 115,00 - € 37,50 p/inw.) Totaal Algemene dekkingsmiddelen Overige kleinere risico’s Totaal structurele risico's
Begroting 2024
Risico %
Omvang risico
Kans
Bedrag risico
580.000 149.000 10.200.000 10.929.000
10% 100% 10%
58.000 149.000 1.020.000 1.227.000
60% 60% 40%
34.800 89.400 408.000 532.200
P.m. 0
-
50.000 50.000
60%
30.000 30.000
2.800.000 440.000 3.240.000
5% 100%
140.000 440.000 580.000
60% 60%
84.000 264.000 348.000
23.182.000 1.085.000 24.267.000
2,5% 100%
579.550 1.085.000 1.664.550 150.000 3.671.550
40% 50%
231.820 542.500 774.320 30.000 1.714.520
38.436.000
20%
Programma 1 - Samenleving - Leerlingenvervoer Wij zijn wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten. Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 58.000 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 60 %. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 34.800. - Onderwijshuisvesting In 2020 hebt u het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP hebt u structureel € 47.000 beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van De Olijfboom en De Wartburg. Bij de vaststelling van het IHP hebt u besloten het financieel risico op te nemen dat onze gemeente loopt bij de mogelijke beslissing van het Rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijk van de gemeente te laten vallen. Indien wij verantwoordelijk worden voor renovatie van scholen zullen in de toekomst de structurele lasten voor de gemeente stijgen met € 149.000. De kans hierop ramen we op 60 %. Het risicobedrag komt daarmee op € 84.000.
PA 11
- Sociaal domein De taken en verantwoordelijkheden voor de Jeugdzorg en Wmo (de onderdelen dagactiviteiten en begeleiding) liggen voor een groot deel bij gemeenten. Net als bij leerlingenvervoer, betreft dit ook een open-einde regeling. Voor het sociaal domein houden wij als risico rekening met 10 % van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10 % van het totale budget van € 10.200.000 is € 1.020.000. De kans hierop ramen we op 40 %. Het risicobedrag komt daarmee op € 408.000. Programma 2 - Leefomgeving - Volksgezondheid/groen Wij kunnen geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Wij gaan uit van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60 % met een risicobedrag van € 30.000. Programma 5 - Bestuur en dienstverlening - Gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten binnen de gemeenschappelijke regeling met financiële gevolgen zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten.
Wij kunnen besluiten met betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële consequenties een voldongen feit zijn. Als risico nemen we 5 % op van de totale bijdrage van € 2.800.000 is € 140.000. De kans hierop ramen we op 60 %. Het risicobedrag komt daarmee op € 75.000. De ervaring van de afgelopen 3 jaar leert dat het risicobedrag reëel is. - Salarissen en sociale lasten als gevolg van hoger inwonertal In 2022 heeft Woudenberg de grens van 14.000 inwoners bereikt. Blijft dit gedurende twee jaar op 1 januari zo, dan heeft dit gevolgen voor het loongebouw van onze organisatie, waarbij het tijdstip en de omvang vooralsnog onduidelijk zijn. Het risico schatten wij in op € 440.000 met een risico van 100 % en een kans van 60 %. Voorlopig is de kans op dit risico nog op 60 % gezet aangezien de impact in de komende periode nog in beeld moet worden gebracht. Het risicobedrag is € 264.000. Algemene dekkingsmiddelen - Algemene uitkering; De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Uitgaande van een marge van 2,5 % van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € 579.550. Hiervan nemen we 40 % is € 231.820 mee als risicobedrag.
- Herijking Gemeentefonds; Met ingang van 1 januari 2023 is er sprake van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. Deze is verwerkt in de meicirculaire 2022. Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – te beperken tot 3 jaar. Het maximale effect is -/+ € 7,50 per inwoner in 2023 en -/+ € 15 per inwoner in 2024 en 2025. Daarmee komt het maximale effect op -/+ € 37,50 per inwoner in 2025. De voorlopige herijking gemeentefonds voor Woudenberg betekent een nadeel van € 7,50 per inwoner in 2023 oplopend naar € 37,50 per inwoner vanaf 2025 welke via de meicirculaire 2022 is verwerkt in de cijfers van de begroting 2023-2026. In eerdere publicaties van het rijk was aangegeven dat Woudenberg een nadeelgemeente zou zijn van € 115 per inwoner. Het nadeel van € 115 per inwoner voor Woudenberg is niet van tafel en blijft nog steeds in beeld.
PA 12
Het nieuwe model per 1 januari 2023 is geen eindstation en zal continue onderhoud vragen. Een expertgroep gaat aan de slag met verschillende onderzoeken over het verdeelmodel. De evaluatie van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds moet begin 2025 zijn afgerond. Na evaluatie komt er besluitvorming over de verdere implementatie van het nieuwe verdeelmodel. Het verschil tussen € 115 per inwoner en de reeds in de cijfers verwerkte € 37,50 per inwoner is als risico opgenomen bij de programmarisico’s. De omvang van de risico is € 1.085.000 met een kans van 50 %. Het risicobedrag bedraagt € 542.500. Overige kleinere risico’s Het gaat hierbij om diverse risico’s met een beperkte financiële impact (bedragen < € 25.000). Voorbeelden hiervan zijn risico’s in verband met garantstellingen, juridische procedures, rente en vandalisme. De incidentele programmarisico’s geven het volgende beeld te zien: Programmarisico’s - incidenteel
Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Voorziening Wethouderspensioenen Totaal programma 5 - Bestuur en dienstverlening
Begroting 2024
Risico %
Omvang risico
Kans
Bedrag risico
1.329.000 1.329.000
10%
132.900 132.900
60%
79.740 79.740
Loon- en prijsstijgingen
250.000
100%
250.000
60%
150.000
Totaal incidentele risico's
1.579.000
382.900
229.740
- Algemene uitkering; De voorziening wethouders pensioenen wordt jaarlijks geactualiseerd. Vooral renteontwikkelingen kunnen invloed hebben op de hoogte van de voorziening. Het risico schatten wij in op € 1.329.000 (de geschatte hoogte van de voorziening per 1 jan 2024) met een risico van 10 % en een kans van 60 %. Het risicobedrag is € 79.740. - Loon- en prijsstijgingen; In de begroting 2024-2027 is zoveel mogelijk rekening gehouden met loon- en prijsstijgingen. De kans is aanwezig dat alsnog budgetten bijgesteld moeten worden vanwege loonen prijsstijgingen. De omvang van dit risico is € 250.000 met een kans van 60 %. Het risicobedrag bedraagt € 150.000.
PA 13
De risico’s op het gebied van de grondexploitaties zien er als volgt uit: Grondexploitatierisico’s
Risico
Nog te realiseren winst
Voorziening
Omvang risico
Kans
Concreet risico
Bouwgronden in exploitatie 1. Hoevelaar fase 1 (7e herziening)
58.387
835.937
0
0
40%
0
2. Spoorzone locatie A2 (5e herziening) 3. Hoevelaar fase 2
26.050 753.596
-19.010 120.988
19.010
26.050 632.608
40% 40%/60%
10.420 361.693
1.600.000
20%
320.000
Bouwgronden niet in exploitatie Overige gronden (perceel Laagerfseweg) Totaal incidentele grondexploitatierisico's
838.033
937.915
19.010
2.258.658
692.113
Toelichting risico’s grondexploitaties Bouwgronden in exploitatie De risico’s die zich voordoen binnen de grondexploitaties worden, indien mogelijk, binnen het exploitatieresultaat opgevangen. Dit gaat ten koste van de eindwaarde van het project, waardoor er minder winst overblijft. Dit heeft gevolgen voor de toevoeging aan de reserve Grondbedrijf. Komt de exploitatie negatief uit dan komt dit resultaat ten laste van de reserve Grondbedrijf. Dit laatste is het geval bij Spoorzone A2. Bij het bepalen van het weerstandsvermogen wordt hier rekening mee gehouden. Het risico bedrag dat overblijft is € 372.113 en kan opgevangen worden binnen de algemene reserve grondbedrijf. Overige gronden Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten het perceel Laagerfseweg voorlopig niet te verkopen. Voor dit perceel is een risicobedrag berekend van € 320.000 en meegenomen in de totale risico’s grondexploitaties.
In totaliteit zijn de risico’s: Programmarisico’s - structureel Programmarisico’s - incidenteel Risico’s grondexploitaties Totaal
€ € € €
1.714.520 229.740 692.113 2.636.373
PA 14
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. De weerstandscapaciteit verdelen we in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: 1. Algemene reserves - vrij aanwendbare deel; 2. Bestemmingsreserves - bestemming nog te wijzigen; 3. Stille reserves; 4. Post onvoorziene uitgaven; 5. Incidentele beleidsruimte. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 6. Onbenutte belastingcapaciteit; 7. Vrije begrotingsruimte
De weerstandscapaciteit 2024 ziet er als volgt uit: Onderdeel
I / S
1. Algemene reserve - vrij aanwendbaar deel (1/1/'24)
I
2. Algemene reserve Grondbedrijf (1/1/'24) 3. Stille reserves 4. Onvoorziene uitgaven 5. Incidentele beleidsruimte 6. Onbenutte belastingcapaciteit 7. Vrije begrotingsruimte Totaal weerstandscapaciteit 2024
I I I I S S
Begroting 2024 6.526.206 1.008.341 0 0 0 1.513.000 0 9.047.547
Toelichting: 1. De algemene reserve dient als buffer voor het opvangen van risico’s en verplichtingen waar geen voorzieningen voor zijn gevormd en ter dekking van onverwachte tekorten op de jaarrekening. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2024 € 6.526.000. We verwachten dat over de periode 2024 tot en met 2027, gezien de begrotingsresultaten in totaal, geen grote bedragen via de exploitatie worden toegevoegd aan de algemene reserve om de reserve positie te verbeteren. Het meerjarig verloop van de reserve is recent toegelicht in hoofdstuk 5 Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) van de Kadernota 2024-2027. 2. De algemene reserve grondbedrijf dient ter dekking van alle risico’s grondexploitaties en wordt deels beschikbaar gehouden voor toekomstige ontwikkelingen in WoudenbergOost. De algemene reserve Grondbedrijf bestaat daarom ook uit 2 delen. Namelijk een vrij aanwendbaar deel een niet vrij aanwendbaar deel. Het niet vrij aanwendbaar deel van deze reserve wordt beschikbaar gehouden voor toekomstige ontwikkelingen in Woudenberg-Oost. Het vrij aanwendbaar deel van de algemene reserve grondbedrijf bedraagt per 1 januari 2024 € 1.008.341 en wordt meegenomen in het weerstandscapaciteit 2024. 3. In oktober 2020 hebt u de Notitie stille reserves vastgesteld.
Bij stille reserves gaat het om bezittingen die een overwaarde (verkoopwaarde > boekwaarde) hebben en wij direct kunnen verkopen. In deze notitie is aangegeven dat wij geen bezittingen hebben die aan deze voorwaarden voldoen. 4. Wij houden in deze begroting geen rekening met een budget voor onvoorziene uitgaven. 5. Door onze begrotingspositie is er geen sprake van incidentele beleidsruimte. 6. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt:
PA 15
Ad a. Onroerende zaakbelastingen Voor het berekenen van de maximale belastingtarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het artikel 12-beleid. Dit betekent dat indien onze gemeente Woudenberg niet meer in staat zou zijn om de structureel zich manifesterende risico’s binnen de exploitatie op te vangen wij door het Rijk gewezen worden op de mogelijkheid om de OZB-tarieven te verhogen om zodoende meer structurele opbrengsten te realiseren. Ad b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening vervanging riolering.
Onbenutte belastingcapaciteit a. Onroerende zaakbelastingen b. Rioolheffing c. Afvalstoffenheffing Totaal onbenutte belastingcapaciteit
Begroting 2024 1.513.000 N.v.t. N.v.t. 1.513.000
Ad. c. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing. 7. Vrije begrotingsruimte De vrije begrotingsruimte bestaat uit: a. het te verwachten begrotingsresultaat. Gezien de huidige financiële positie wordt dit niet meegenomen als eventuele dekking voor de risico’s. b. de toevoeging aan de algemene reserve. In de komende vier jaar (2024-2027) vindt geen toevoeging plaats aan de algemene reserve om de reservepositie te verbeteren. Deze toevoeging wordt bij de vrije begrotingsruimte op nihil gezet.
Vrije begrotingsruimte a. Saldo begrotingsjaar b. Toevoeging aan algemene reserve Totaal vrije begrotingsruimte
Begroting 2024 n.v.t. 0 0
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen zet de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit oftewel de totale af te dekken risico’s. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Een weerstandsratio van 1 of groter geeft aan dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is. Ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandcapaciteit benodigde weerstandscapaciteit
=
9.047.547 2.636.373
=
3,432
Op basis van de berekeningen is onze weerstandsratio 3,43. Ons weerstandsvermogen is dus voldoende. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s per 31 december 2024 af te dekken. Zouden we de onbenutte belastingcapaciteit niet mee rekenen in het weerstandscapaciteit dan komt ons weerstandsratio uit op 2,86.
PA 16
Verplichte uniforme kengetallen (stelselwijziging BBV) In de artikel 9 en 26 van het Besluit Begroting en Verantwoording is bepaald dat wij in deze paragraaf enkele verplichte kengetallen op dienen te nemen. Dit past in het streven naar meer transparantie. Hiermee kunt u gemakkelijker inzicht krijgen in de financiële positie en baten en de lasten van de gemeente. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die u in uw beoordeling van de financiële positie kunt betrekken. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan uw kaderstellende en controlerende rol. De kengetallen van onze gemeente zien er als volgt uit: Begroting jaar t Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2022 1,04% 1,04% 37,74% 0,37% -3,66% 113,26%
2023 7,96% 7,96% 35,83% 3,63% 5,11% 107,15%
Verloop van de kengetallen 2024 2025 13,40% 6,56% 13,40% 6,56% 41,84% 45,16% 1,37% 1,37% 10,88% 2,27% 104,62% 103,42%
2026 3,24% 3,24% 45,65% -3,46% -5,54% 102,19%
2027 6,55% 6,55% 45,08% -4,32% -0,49% 100,96%
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger het percentage, des te meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten te financieren. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Door aan andere partijen een lening te verstrekken is er sprake doorlenen. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft inzicht in hoeverre hiervan sprake is. In onze gemeente speelt dit niet. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio zet het eigen vermogen af tegen het totaal vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin wij in staat is om op de lange termijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Hoe lager de solvabiliteit, des te minder eigen vermogen wij hebben om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Het gaat hierbij om het onderscheid tussen structurele en incidentele inkomsten en uitgaven.
De structurele exploitatieruimte laat zien in hoeverre we structureel middelen beschikbaar hebben voor (noodzakelijke) beleidsinitiatieven.
PA 17
Grondexploitatie Het kengetal Grondexploitatie geeft aan hoe groot onze grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De grondexploitatie kan een forse impact hebben op onze financiële positie. Als we een lening hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstig) woningbouwproject hebben wij een schuld. Het is belangrijk om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht in de hoogte van de woonlasten ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Een percentage groter dan 100 betekent dat de woonlasten in onze gemeente hoger zijn dat gemiddeld in Nederland. Wanneer het kengetal lager is dan 100%, zijn de woonlasten in onze gemeente lager dan gemiddeld in andere gemeenten.
PA - 18 -
C. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen is, op grond van de artikelen 9 en 12 van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), een verplicht onderdeel van de begroting. De kapitaalgoederen welke deze paragraaf minimaal moet bevatten zijn gebouwen, groen, riolering en water en wegen. Daarnaast dient de paragraaf inzicht te verschaffen in het beleidskader en de financiële vertaling hiervan voor de komende jaren. Aangezien de kosten van deze kapitaalgoederen binnen diverse programma’s verantwoord worden, is deze paragraaf vooral bedoeld om de meerjarige kosten van kapitaalgoederen op transparante wijze in beeld te brengen, zodat eventuele financiële risico’s zichtbaar worden. Daarbij kunt u als raad keuzes maken op basis van bijvoorbeeld onderhoudsplannen waarin de onderhoudsniveaus en daarbij behorende kosten worden vastgesteld. Naast deze verplichting vinden wij het belangrijk om u goed te informeren over de kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen vragen vaak hoge investeringen en met het beheer en onderhoud van bijvoorbeeld onze wegen, de openbare verlichting, de riolering en het water, het openbaar groen en onze gemeentelijke gebouwen is inzet van onze middelen (personeel en financiën) gemoeid. De kapitaalgoederen zijn daarnaast van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van onze gemeente.
Onder meer op het gebied van de leefbaarheid, veiligheid, verkeer en vervoer en recreatie. Onderhoud en beheer is bovendien noodzakelijk om kapitaalvernietiging te voorkomen. Doelstelling van deze paragraaf is u op hoofdlijnen te informeren over ons beleid rondom de kapitaalgoederen, het in 2024 geplande onderhoud en de financiële consequenties hiervan. Beleid Het beleid van onze gemeente is opgenomen in verschillende beleidsnota’s: Beleidsstuk of beheerplan Wegenbeleidsplan ten behoeve van wegen in het buitengebied Hondenbeleidsplan Verkeersveiligheidsplan Bomenbeleidsplan Gladheidsbestrijdingsplan Parkeerbeleidsplan Beleidsvisie gemeentelijke begraafplaats Woudenberg Landschapsontwikkelingsplan, inclusief bijstelling Nota Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen Nota maatschappelijk vastgoed beleid Gebruikersovereenkomst met Stichting Beheer Sportpark De Grift
Jaar vaststelling 1995 2004 2005 2006 2006 2006 2007 2009 2014 2015 2015 2023
Planperiode
2015-2039 2021-2025
PA - 19 -
Beleidsstuk of beheerplan Speelruimtebeleidsplan (Actieplan spelen ‘Samenspel’) Bomenverordening Visuele inspecties en onderhoudsplanning civiele kunstwerken Wegenbeheerplan Waterplan en Basis Waterketen Plan BWKP Groenbeleidsplan Integraal Huisvestingsplan Onderwijsgebouwen
Jaar vaststelling
Planperiode
2016 2017 2022 2023 2019 2020 2020
2022-2026 2023-2027 2020-2024 2020-2035
Onderhoud Om de kwaliteit van de kapitaalgoederen te kunnen garanderen is onderhoud noodzakelijk. Het onderhoud is gesplitst in regulier en groot onderhoud. Regulier onderhoud is onderhoud aan kapitaalgoederen op periodieke basis. Periodiek betekent voor bouwkundige zaken één maal per jaar of minder vaak. Voor installatietechniek en groen betekent dit bijvoorbeeld één maal per week, maand of meerdere malen (een paar keer) per jaar. Het gaat dan om de instandhouding van de huidige situatie. Groot onderhoud gaat meer over verbetering en levensduurverlenging. In dat geval beperken de activiteiten zich niet tot instandhoudingswerkzaamheden, maar hebben ze eveneens betrekking op het terugbrengen van onderhoudskosten en verlenging van de levensduur van het object. Het gaat dan bijvoorbeeld om het na vele jaren cyclisch vervangen van kozijnen, vernieuwing sanitaire voorzieningen, elektrische bedrading, dakbedekking en dergelijke. Financiën Voor de dekking van de kosten van groot onderhoud en renovaties zijn een aantal reserves gevormd. Afhankelijk van de geplande groot onderhoudswerkzaamheden wordt jaarlijks een bedrag vanuit de reserve gebruikt om de kosten van het groot onderhoud te dekken. De kosten van klein onderhoud komen ten laste van de reguliere exploitatie. Op het gebied van riolering is een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt gevoed door de ontvangen rioolheffingen.
PA - 20 -
Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen binnen de exploitatie: Exploitatie - Onderdeel
Rekening 2022
Civiele kunstwerken Gebouwen Openbaar groen Openbare verlichting Riolering en water Speelvoorzieningen Sportparken Wegen
-9.424 -590.002 -946.238 -156.961 343.300 -81.724 -302.671 -629.658
Totaal exploitatie onderhoud kapitaalgoederen
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
-17.613 -17.613 -17.613 -17.613 -17.613 -660.382 -764.933 -764.322 -652.885 -651.581 -993.632 -1.164.982 -1.153.519 -1.153.519 -1.146.613 -225.401 -224.901 -224.901 -227.401 -227.401 292.839 291.799 293.921 300.720 300.650 -103.034 -117.378 -121.013 -125.013 -129.013 -221.602 -254.719 -254.719 -254.719 -254.719 -808.716 -838.942 -843.342 -846.342 -849.342
-2.373.378 -2.737.542 -3.091.670 -3.085.508 -2.976.772 -2.975.632
De ontwikkelingen binnen de reserves en voorzieningen er als volgt uit: Reserves en voorzieningen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting (Stand per 1 januari) 2022 2023 2024 2025 2026 2027 Reserves Civiele kunstwerken 121.026 151.853 183.413 214.240 245.067 275.894 Gebouwen 514.258 592.077 642.077 692.077 742.077 792.077 - Afschrijvingslasten cultuurhuis 510.131 370.379 238.127 113.375 0 0 - Huisvesting basisonderwijs 820.541 723.412 632.659 631.604 630.648 634.991 IBOR 72.109 79.859 114.859 114.859 114.859 114.859 Speelvoorzieningen 199.231 188.093 177.685 161.882 146.444 131.007 Renovatie sportpark De Grift 251.362 245.175 238.491 238.491 238.491 238.491 Wegen 523.975 682.852 682.852 682.852 682.852 682.852 Totaal reserves 3.012.633 3.033.700 2.910.163 2.849.380 2.800.438 2.870.171 Voorzieningen Egalisatie riolering Totaal voorzieningen Totaal
5.451.256 5.451.256 8.463.889
5.961.630 5.961.630 8.995.330
6.170.950 6.170.950 9.081.113
6.658.908 6.658.908 9.508.288
7.129.472 7.560.862 7.129.472 7.560.862 9.929.910 10.431.033
PA - 21 -
Bij de verschillende onderdelen gaan wij nader in op de financiële ontwikkelingen binnen de reserves en voorzieningen. De reserve IBOR voor investeringen en egalisatie van budgetten voor het beheer van de openbare ruimte is niet toe te wijzen aan één specifiek onderdeel van kapitaalgoederen. Integraal beheer openbare ruimte (IBOR) In de nota IBOR hebt u vastgesteld dat het huidige onderhoudsniveau van beeldkwaliteit B/C (sober en doelmatig) alleen duurzaam in stand is te houden door naast jaarlijks integraal cyclisch onderhoud aandacht te besteden aan planmatig onderhoud voor de renovatie en omvorming van ‘versleten en niet passende’ voorzieningen. Dit houdt in dat bij een gelijkblijvend regulier onderhoudsbudget in de begroting ook investeringen worden gedaan op het gebied van renovaties.