CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

02b_concept_bestemmingsplan_klein_landeck_1_a.pdf

Raadscommissie 1 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken26.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten verschillende grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied . Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten , is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden . Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten , die vaste rustplaats in het plangebied bezetten , geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen 'doden ' en het 'beschadigen en vernielen van vaste rusten /of voortplantingsplaats'. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Door het verharden en bebouwen van grasland, neemt de kwaliteit van het plangebied als foerageergebied voor een aantal beschermde diersoorten af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Samenvattende conclusie : Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit grasland, en voor een klein deel uit opgaande beplanting en bebouwing.

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten , maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Mits bezette vogelnesten niet beschadigd of vernield worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermd (natuurgebied en de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten , leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. In het kader van de zorgplicht hoeven geen specifieke maatregelen uitgevoerd te worden. Stikstof Gezien de ligging van beschermde natuurgebieden ten opzichte van het plangebied en de aard van de activiteiten is het noodzakelijk om een stikstofberekening uit te voeren . In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is zowel de aanleg- als de gebruiksfase berekend . Deze berekening is uitgevoerd door Anteagroup (20 januari 2021, memonummer: 460972.100-SSB-00 ) en als bijlage Il bij dit Bestemmingsplan toegevoegd . K3H Architecten en Adviseurs BV

Uit deze berekeningen volgt dat voor, zowel de aanleg- als gebruiksfase, er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha /jaar. Geconcludeerd kan worden dat er geen significant negatieve effecten gevonden zijn op de beschermde habitats in de Natura 2000 - gebieden. Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling en het uitvoeren van de werkzaamheden . 3.4 Bedrijven en milieuzonering milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is afstemming nodig tussen gevoelige functies en bedrijven. De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' hanteert hiervoor richtafstanden . Dat zijn normen per bedrijfstype en geven aan wat de algemeen acceptabele afstand is ten opzichte van een gevoelige bestemming op het vlak van onder meer geur, stof en geluid. De afstanden betreffen richtafstanden tussen een verstorende activiteit van een bedrijf en een rustige woonwijk '. Er vinden op basis van onderhavig plan geen ingrijpende veranderingen plaats in de toeristisch -recreatieve bestemming. Het blijft een verblijfsrecreatie -terrein alleen komen er nu ook recreatiewoingen ipv alleen mobiele kampeermiddelen . Volgens de VNG brochure zijn de richtafstanden voor een kampeerterrein en vakantiecentra (met keuken, dus met relevante horeca) voor geur, stof, geluid en gevaar respectievelijk 30, 0, 50 en 30 meter.

Stof is in dit geval dus niet van belang, de aspecten geur, geluid en gevaar zullen nader worden bekeken. De afstand tussen de dichtsbijzijnde woning van derden en het vakantiepark bedraagt 50 meter. Voor een kampeerterreinen en vakantiecentra (met keuken ) geldt een richtafstand van 30 meter voor geur en 50 meter voor geluid. Aangezien het plan geen horeca / keuken bevat maar bestaat uit recreatiewoningen is het aspect geur niet relevant. Voor wat betreft geluid geldt ook dat er geen voorzieningen zijn op het park die leiden tot geluidseffect op de bedrijfswoningen, zoals horeca, buitenactiviteiten, speelvoorzieningen e.d. Ook voor geluid zijn derhalve geen effecten te verwachten en kan van de richtafstanden worden afgeweken. Tot slot geldt dat het een bedrijfswoning op een recreatiepark is, waarbij tussen het plangebied en de bedrijfswoning al recreatieverblijven aanwezig zijn . Binnen een straal van 100 meter van het plangebied liggen geen bedrijven die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering kunnen worden beperkt. Er is ter plaatse van omliggende milieugevoelige functies (wonen) sprake van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft de aspecten geur, geluid, stof en gevaar. De bedrijfsvoering van het recreatieterrein en omliggende bedrijven worden niet belemmerd .

K3H Architecten en Adviseurs BV

3.5 Besluit Milieueffectrapportage De aanles, wijz ging of Inallivilsil gevallen waarn deheen. LeLedveld structuurvice, Ve vaststelling vanbedoeldhet in de 2.2 en inclinyspall, In de Wet milieubeheer en het Besluit 10 uitbreidingvar in artikel landelik 1 van de Wet askinellingen, akieniften, ор19.250.000beiekking bezoekers of artikclon 2.3ruimtelijke van de2.1Wetordening, inrichting kabelspoorwegen gebieden wel een19planvan milieueffectrapportage is vastgelegd bijbehorende vanrzieningen: meer per jaar, bc . jachthovena. 24.hectarecon oppervlakte van 25 crbedceld de plannen bodoc din artikel dat voorafgaande aan het ruimtelijke of meer vakartiedorpen en i n de de Reconstructiewat 39.100 haplastocro-mccr lartkclcn 3.. cerste hotelcomp cxcn buiten conocntrcticgcbcden plan dat voorziet in een grootschalig of dan wel stede ijke zones met bij het het i d , 3 : 6 , serste l i d , derellen laibhut project met belangrijke nadelige of mccrin sonvan 10 ovanvaststelling dcaravanterreinen, permanentevery kampeer cn 4º.hectarc- prevlakte die wet,4vande het, 3.t,untuk plan eerste bedeciddanvan in artike l een milieugevolgen e themaparken of gevoelig gebiec . inrichtingsplan, aid ,en t, van bcdccld in artikel : deonderdelen Wet ruimtelijke milieueffectrapport opgesteld dient te van de Wet inrichting ordering car we bjvanhet worden .

daarvan landelijk gebed, het ontbreken par, bococld reconstructieplan, Welke activiteiten dat zijn is bendi n nilik 1 vanhetlike1.1, Fix - inlidl, van dc die wet vastgelegd in het Besluit Reconstruct ewet Crnigrb (hierna: milieueffectrapportage icrReconstruct n ahetr likelplan18 todoclc val de Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn ewet concentratiegebiecer . onderverdeeld in : 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel van de bijlage bij Besluit m.e.r.); 2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld . Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.geldt een plan m.e.r.-beoordelingsplicht. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu .

Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een plan m.e.r. nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. In figuur 15 zijn de drempelwaarden hiervoor weergegeven . Op de aspecten die aan de orde komen in een m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan in deze toelichting. Daar komt bij dat er ook gekeken dient te worden naar alternatieven . Aangezien het terrein veel kleiner is dan 25 hectare en gelet op de omvang van de wijziging lijkt het er op voorhand niet op dat dit tot een belemmering van de voorgenomen ontwikkeling zal leiden . Omdat het hier gaat om herinrichting van een bestaand verblijfsrecreatieterrein ligt het aandragen van alternatieven niet voorhanden . Voorts blijkt uit dit hoofdstuk dat de ontwikkeling geen belangrijke effecten op het milieu heeft. Hierdoor is er geen aanleiding om een volledige mer -beoordeling uit te voeren. 3.6 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft de luchtkwaliteit. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging.

Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkelingen , ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit ( NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele K3H Architecten en Adviseurs BV

koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen . Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als : • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; • een project " niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Door de aanpassing van het vakantiepark waarbij op onderhavig terrein 55 kampeerplaatsen worden verruild voor 29 recreatiewoningen neemt het aantal overnachtingsaccommodaties af. Wel is het aannemelijk dat door de recreatiewoningen een verbreding van het vakantieseizoen ontstaat en dit terrein nu het hele jaar door voor recreatief overnachten wordt gebruikt in plaats van alleen in de " kampeer-"periode van circa maart t/m september. Het aantal verkeersbewegingen zal door een dalend aantal accommodaties (van 55 naar 29) in de zomermaanden dalen . Daarentegen zullen er nu ook in de wintermaanden toeristische verkeerbewegingen van en naar dit terrein ontstaan . Door een toename van de bezettingsgraad in de wintermaanden zou er dan wel een toename van het verkeer kunnen zijn . Bovendien gaat men bij een recreatiewoning uit van meer vervoersbewegingen per dag dan bij een kampeerplaats. .

Bij 75 kampeerplaatsen (maximaal toegestaan op locatie volgens bestemmingsplan ) wordt uitgegaan van 75x0,4 = 30 vervoersbewegingen per dag Bij 55 kampeerplaatsen (het nu geëxploiteerde) wordt uitgegaan van 55 *0,4 = 22 vervoersbewegingen per dag Bij 29 recreatiewoningen (het voorgenomen aantal ) wordt uitgegaan van 29 x 2,8 = 81 vervoersbewegingen per dag. Er zal op basis van bovenstaande een toename zijn van 81 - 22 = 59 verkeersbewegingen per dag. Extra verkeer als gevolg van het plan 59 Extra voertuigbewegingen (weekdagge middelde) , 1,0 % Aandeel vrachtverkeer 0,05 Maximale bijdrage extra verkeer NO2 in pg /m 0.02 PM10 in ug /mºl 1,2 Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in pg/m3 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 15: Worst -case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van dit plan op de luchtkwaliteit Indien de toename van het verkeer op de weg groter is dan ongeveer 700 mvt/ etmaal kan de grens van 1% (een toename van 0,4 ug /m3 NO2 of PM10) worden overschreden. Er verdwijnen concreet gezien 26 plaatsen . Als deze 29 recreatiewoningen in de wintermaanden wel bezet zouden zijn, ligt het niet in de lijn der verwachting dat de toename op de weg groter is dan de voorgenoemde 700 mvt/etmaal.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Het plan kan daarom worden beschouwd als een nibm -project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven . Het voorgenomen plan zal voor de luchtkwaliteit dan ook geen negatieve gevolgen hebben. 3.7 Bodem Uitgangspunt bij nieuwe initiatieven is dat voor wat betreft de bodem de kwaliteit daarvan zodanig dient te zijn , dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan . Bouwen op verontreinigde grond moet voorkomen worden . Dit betekent bijvoorbeeld dat met een bodemonderzoek moet worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De onderzoekplicht is van toepassing in situaties waarbij voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven, bijvoorbeeld om te werken, onderwijs te geven of te genieten. Uit de toelichting op de Woningwet blijkt dat met bovenstaande omschrijving wordt bedoeld met 'enige tijd een verblijfsduur van twee of meer uren per (werk) dag. Het gaat om een meer structureel verblijven van dezelfde mensen in een gebouw. Gelet op de aard en het huidig gebruik van het verblijfsrecreatie-terrein , waarbij er al langer dan 2 uur per dag personen verblijven, lijkt er geen bodemverontreiniging te verwachten . Om dit met zekerheid vast te stellen is een bodemonderzoek uitgevoerd . In opdracht van J.T.W. Projecten B.V. is door Ortageo Zuidoost B.V.

een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie De Heygraeff (ong.) in Woudenberg. Naar aanleiding van het aantonen van een sterke verontreiniging met PAK en matige verontreiniging met minerale olie is aansluitend een nader bodemonderzoek ingesteld conform NTA 5755. Aanleiding en doel De voorgenomen graafwerkzaamheden en de bouw van recreatiewoningen met kelder en de daarvoor benodigde bestemmingsplanwijziging vormen de aanleiding voor het verkennend onderzoek. Het doel van het verkennend onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Het doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de omvang en daarmee de ernst van de bij het verkennend bodemonderzoek aangetoonde verontreinigingen met PAK en minerale olie in de grond . Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN - normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek . Strategie De locatie is onderzocht volgens de strategie voor een 'diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming' (VED- HE- NL). K3H Architecten en Adviseurs BV

Om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ondergrond is voor de ondergrond deze strategie gecombineerd met de strategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie' (ONV- NL) . Dat betekent dat één of meerdere boringen dieper zijn doorgezet en de ondergrond analytisch is onderzocht. Sinds 8 juli 2019 heeft het Ministerie verplicht dat grond die van een locatie wordt afgevoerd, onderzocht is op PFAS. Omdat dat hier (mogelijk) van toepassing is, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. De onderzoeksstrategie voor het nader onderzoek is bepaald aan de hand van NTA 5755. Resultaten Op basis van de uitgevoerde onderzoeken blijkt het volgende : . In de grond met sporen houtskool (0,0 -0,8 m -mv) is lokaal een sterke verontreiniging met PAK, een matige verontreiniging met minerale olie en een lichte verontreiniging met PCB aangetoond ; In enkele mengmonsters van de bovengrond van het overige terrein (zonder bodemvreemde bijmengingen ) zijn lichte verontreinigingen met PCB of cadmium aangetoond; In de ondergrond zijn geen verontreinigende stoffen in verhoogde gehalten aangetoond ; In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met enkele zware metalen (barium, cadmium en zink) aangetoond; In de bovengrond zijn (in drie van de vier mengmonsters) PFAS aangetoond boven de landelijke achtergrond waarden maar onder de maximale toepassingswaarden.

Naar aanleiding van de sterke verontreiniging met PAK en matige verontreiniging met minerale olie is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Daarbij zijn visueel geen sporen houtskool waargenomen en in zowel de kern als de verticaal/horizontaal afperkende monsters is geen PAK en minerale olie aangetoond. Conclusies De bij het verkennend bodemonderzoek vastgestelde sterke verontreiniging met PAK en matige verontreiniging met minerale olie is aangetoond in sporen houtskoolhoudende grond (0 - 0,8 m -mv) ter plaats van boring 12 , wat naar alle waarschijnlijkheid een relatie heeft met elkaar. Bij het nader onderzoek is de bijmenging met sporen houtskool zowel in de kern /verticale afperking als in de horizontale afperking niet meer waargenomen . Dit duidt erop dat de bijmenging zeer lokaal aanwezig is. Bovendien is analytisch geen PAK en/of minerale olie aangetoond in de kern en verticale/horizontale afperking. Aan de hand van het nader onderzoek is in voldoende mate vastgesteld dat geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Dit houdt in dat er op basis van de Wet bodembescherming geen sprake is van een saneringsnoodzaak. K3H Architecten en Adviseurs BV

De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Aanbevelingen Opgemerkt wordt dat als grond van de locatie vrijkomt, er rekening mee gehouden moet worden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het 'meldpunt bodemkwaliteit '. In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken . 3.8 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: a . het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen ); b. het transport van gevaarlijke stoffen (wegen, buisleidingen , waterwegen en spoorwegen ); c. het gebruik van luchthavens. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beperken van de risico's voor de burger door bovengenoemde activiteiten . Het externe veiligheidsbeleid is verankerd in diverse wet- en regelgeving. Voor het bestemmingsplan zijn de volgende besluiten relevant waaraan getoetst dient te worden : 1. Besluit externe veiligheid inrichtingen ( Bevi ); 2. Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRNVGS); 3. Besluit externe veiligheid buisleidingen ( Bevb).

Risicobronnen kunnen worden opgesplitst in : inrichtingen waar risicovolle activiteiten plaatsvinden ; transportroutes van gevaarlijke stoffen ; buisleidingen.

LARI plangebied

Figuur 16: itsne risicoka ter hoogte van plangebied met 1-km lijn (www.risicokaart.nl) K3H Architecten en Adviseurs BV

Uit de risicokaart (figuur 18) blijkt dat er binnen een straal van 1 km geen buisleidingen of andere transportroutes voor gevaarlijke stoffen liggen . De dichtsbijzijnde weg die op grond van artikel 13 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen is aangewezen als wegtraject voor vervoer gevaarlijke stoffen ligt op bijna 3 kilometer van het plangebied . Grenzend aan deze " 1 km -zone" is een propaangastank aanwezig. Gelet op deze afstand is in het kader van de externe veiligheid geen nader onderzoek nog . Inrichtingen Het plangebied ligt binnen de terreingrens van het 23627 - Vakantiepark De Helgraaf " Vakantiepark De Heigraaf" waar zich een bovengrondse Kaartlc propaangastank bevindt. Deze propaangastank van 13.000 liter tank heeft een risicoafstand (PR 10-6) van 25 meter. Het terrein waar de vakantiewoningen worden gerealiseerd is gelegen op meer dan 100 meter van deze tank. Gezien het huidige gebruik van het terrein en de ligging aan de rand van een bestaand vakantiepark en de afstand tot deze propaantank, kan worden gesteld dat deze installatie geen negatieve gevolgen heeft op de realisatie van de gewenste 29 recreatiewoningen . Klik hier voor con grotere kaart Type Overig Propean Spccckc laformatie Installazic Tropeen of ancervice bear gerek: brandsar ga Category NaamValgavan die Τυμε laris .

Santailah 12000 Huer how lonacTOETUV foranrondsetank Risicoafstanden GENERIEK ESCAVI plearagebonden3.20 PenafstandFR 106 in Figuur 17: kaart behorende bij gevaarlijke stoffen /inrichting (www.risicokaart.nl) 3.9 Verkeer en parkeren verkeer Met betrekking tot de verkeerssituatie zullen er kleine veranderingen ontstaan . De weg om bij de recreatiewoningen te komen zal niet veranderen. Het terrein zal goed bereikbaar blijven vanaf de N 244 en de Heygraaff. Alleen de toegang tot het park zal van locatie veranderen en nu al aan de Heygraaf worden gerealiseerd in plaats van dat men nog de bocht om moet, de Dwarsweg op. Voordeel is dat dit gedeelte van de weg een eigen fietspad kent, dus een veiligere situatie. De Dwarsweg is de toegangsweg voor zowel auto als fietsverkeer.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Figuur 18: huidige toegang tot perceel Figuur 19: locatie nieuwe toegang tot perceel Allurecurk LaagKanje 23 Een andere positieve verandering is dat door de verandering van soort overnachtingsaccommodatie van " kamperen" naar " recreatiewoningen " er in de nieuwe situatie alleen " losse" auto's naar het terrein komen in plaats van auto's met caravans. Dit betekent op dit deel van de weg een afname van verkeer met caravans. Op basis van het vigerend bestemmingsplan zijn er 75 kampeermiddelen toegestaan hetgeen volgens de CROW-norm 75 x 0,4 = 30 vervoersbewegingen per dag zou genereren. In de nieuwe situatie met 29 recreatiewoningen gaat het om 29 x 2,8 (norm) = 81 vervoersbewegingen per dag. Dit betekent een toename van ongeveer 59 vervoersbewegingen per dag. Dat is gemiddeld circa 3 auto's per uur extra die gebruik maken van de bestaande infrastructuur. Deze extra belasting lijkt geen probleem voor deze wegen. parkeren Bij iedere recreatiewoning komt ruimte voor het parkeren van 2 auto's. Dit is voldoende voor een recreatiewoning. 3.10 Landschappelijke inpassing Het plangebied ligt volgens de Provinciaal Ruimtelijke Verordening ( PRV) in het Landschap Utrechtse Heuvelrug. Voor dit landschap wil de Provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden : robuuste eenheid; reliëfbeleving; extreme historische gelaagdheid.

Bij ontwikkelingen in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug dient aandacht te zijn voor het in stand houden van het reliëf en voor het in stand houden van het samenhangend boscomplex. Vanwege het reliëf en de overige kwaliteiten van de Heuvelrug zijn in dit gebied geen grootschalige ontgrondingen gewenst. Kleinschalige ontgrondingen voor natuurontwikkeling of recreatieve ontwikkeling zijn wel mogelijk, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten. Onderhavig plan valt onder de noemer van kleinschalige recreatieve ontwikkelingen. K3H Architecten en Adviseurs BV

Het terrein " Klein Landeck" is een bestaand recreatieterrein dat onderdeel uitmaakt van het recreatiepark Laag Kanje. Het terrein " Klein Landeck " is een terrein van circa 1,3 hectare dat door een bomensingel is omringd en is ingericht als kampeerterrein . De buitenrand zal niet wijzigen, al zal alleen de toegang op een andere plek komen . Vanaf de weg zullen de recreatiewoningen niet duidelijk zichtbaar zijn door de houtwal/bomenrij die het terrein afgeschermd van de weg. De uitstraling van het terrein zal daarmee grotendeels ongewijzigd blijven . Bij de landschappelijke inrichting van het plan is aangesloten bij de kenmerken van het gebied en de regels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan (zoals het reliëf). De bestaande glooiing in het gebied zal worden versterkt en het bestaande groen zal (zoveel mogelijk) behouden blijven. De weg over terrein zal de passende vorm /uitstraling van een " karrespoor" krijgen (ook vroeger, zie paragraaf archeologie, ging er een weg over dit terrein). Deze weg van gebakken klinker wordt aan weerszijden geleid door een bloemrijke border met een basis van paarse geranium en in elk seizoen accentbloemen zoals de Anemone en IJzerhard. In de border komen verspreid boomgroepen met de soorten : Wintereik (bevat geen processierups), Beuk, Berk en Grove Den.

Dit zijn typische bomen voor dit gebied en een versterking van de huidige groene zoom rond het plangebied . , Bij de recreatiewoningen ligt een diepe ruime parkeerplaats. De diepte van de parkeerplaats de riante bloemborder zorgen er samen voor dat auto's verder van de weg geparkeerd worden en zo minder in het zicht staan. De border wordt beplant met Kattenkruid , ijzerhard, Anemoon. Bij de recreatiewoning is tevens een riant terras met daar omheen een gazon. De border rond de woning heeft een boskarakter met grote wolken van beuk, Rododendron en Eikenbladhortensia . Langs de grenzen van de kavel staan robuuste hoge balken , welke aangekleed worden met een hoog bloeiend siergras. De kavels krijgen een glooiend karakter met een talud aan de achterzijde van de woningen en lichte glooiingen langs de erfgrens. Er wordt gebruik gemaakt van passende beplanting en bomen en door het aanbrengen van glooiing is er reliëf in het landschap aangebracht hetgeen passend is in dit landschap. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage VI bij deze toelichting gevoegd .

K3H Architecten en Adviseurs BV

f

Figuur 201: impressie inrichting terrein

K3H Architecten en Adviseurs BV

4 JURIDISCHE REGELING 4.1 inhoud bestemmingsplan Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren, lijnen en tekens aangegeven . In de regels is vastgelegd wat er wel en niet mag binnen een bepaalde bestemming. De toelichting gaat in op relevante beleidsnota's, milieuaspecten , de huidige opzet van een plangebied en de ontwikkelingslocaties. In het geldende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor onderhavig plangebied . Op grond van de wijzigingsbevoegdheid zijn maximaal 30 recreatiewoningen toegestaan. De gewenste wijziging, het realiseren van 29 recreatiewoningen, past niet geheel binnen de mogelijkheden van deze wijzigingsbevoegdheid omdat deze ontwikkeling, gelet op de hedendaagse eisen van de recreant, uitgaat van een inhoud van 400m in plaats van de in de wijzigingsbevoegdheid opgenom inhoud van 300 m². Daarom is het opstellen van een regulier bestemmingsplan noodzakelijk . 4.2 Verbeelding Het Bestemmingsplan Laag Kanje - Klein Landeck gaat vergezeld van een verbeelding. Op deze verbeelding is de aanpassing in de bestemming 'Recreatie-verblijfsrecreatie' weergegeven . En tevens zijn de dubbelbestemmingen Waarde- Archeologie 2 en 3 opgenomen , alsmede de aanduding 'specifieke vorm van waarde - reliëf'.

4.3 Regels In dit plan is zo veel mogelijk aangesloten op de regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 (zoals vastgelegd op 23 september 2010) en is herzien bij bestemmingsplan Buitengebied 2013 (herziening) (vastgesteld op en 27 juni 2013) en vervolgens is vastgelegd in bestemmingsplan Buitengebied Woudenberg geconsolideerd (vastgesteld 12 september 2014) zijn, voor zover van toepassing, opgenomen in dit bestemmingsplan. Het gaat met name om artikel 16 ( Recreatie-Verblijfsrecreatie ) van de bestemmingsplannen.

K3H Architecten en Adviseurs BV

5 UITVOERBAARHEID VAN HET PLAN Conclusie is dat de wijziging, waardoor de 50 kampeerplaatsen worden omgezet in een recreatieterrein met 29 recreatiewoningen, kan worden gerealiseerd zonder dat dit onevenredige inbreuk oplevert voor de milieusituatie, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden . Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een Bestemmingsplan . In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid . De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende deel van het Bestemmingsplan . 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan zal de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet Bestuursrecht opgenomen procedure doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan wordt 6 weken ter inzage gelegd. Binnen die termijn kan een ieder in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen . Daarna zal de gemeenteraad een besluit nemen over de eventueel ingediende zienswijzen en over de vaststelling van het bestemmingsplan. Participatie Voorafgaande aan de officiële terinageligging is in het kader van de participatie overleg gevoerd met diverse omwonenden en met ondernemers van naastliggende bedrijven. Zij kunnen allen instemmen met deze ontwikkeling.

5.2 Economische uitvoerbaarheid Het betreft een particulier initiatief. De grond binnen het plangebied is eigendom van de initiatiefnemer. De financiering van het plan is rond. De woningen zullen worden verkocht aan particulieren , waarbij in de notariële akte zal worden opgenomen dat verhuur verplichting via Europarcs (eigenaar park) moet. De economische uitvoerbaarheid is gegarandeerd . Voor wat betreft mogelijke planschade zal de gemeente met initiatiefnemer een overeenkomst sluiten , op grond waarvan de gemeente eventuele planschade op initiatiefnemer kan verhalen .

K3H Architecten en Adviseurs BV

Regels

K3H Architecten en Adviseurs BV

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Klein Landeck met identificatienummer NL.IMRO.0351.BPKlein Landeck-V001 van de gemeente Woudenberg; 1.2 Bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten van het Bestemmingsplan Klein Landeck als vervat in het GML bestand NL.IMRO. met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 de verbeelding: de verbeelding van het bestemmingsplan. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aan- en uitbouw : een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van en ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.7 aardkundige waarde: de waarde, die een gebied ontleent aan het voorkomen van bijzondere aardkundige verschijnselen en / of processen . 1.8 archeologisch deskundige: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke en als zodanig geregistreerde deskundige op het gebied van archeologisch onderzoek, in het bezit van een opgravingsbevoegdheid.

1.9 archeologisch onderzoek : onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. K3H Architecten en Adviseurs BV

1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden. 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en /of bouwwerken , geen gebouwen zijnde. 1.12 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand kunnen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 1.13 bestaand gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.14 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bouwen : het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten , vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.17 bouwgrens: een op de verbeelding aangegeven lijn , die de grens vormt van een bouwvlak. 1.18 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.

1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en /of bouwwerken , geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. K3H Architecten en Adviseurs BV

1.21 bouwwerk : elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22 bijgebouw: een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw . 1.23 dagrecreatie: vormen van recreatie , die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf. 1.24 extensieve dagrecreatie: niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten , zoals wandelen, fietsen, skaten , paardrijden , vissen , zwemmen en natuurobservatie . 1.25 gebouw : elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26 geluidgevoelige objecten: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen , zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.27 geomorfologische waarde: de waarde van de samenhang van de verschijningsvorm van het aardoppervlak met de wijze van zijn ontstaan . 1.28 hoofdgebouw : een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie , afmetingen en /of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

1.30 kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen: voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen , observatiepunten, informatieborden en banken , ten behoeve van activiteiten , zoals wandelen , fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie . 1.31 landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige: een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige commi van deskundigen inzake landschaps- en / of natuurwaarden . K3H Architecten en Adviseurs BV

1.32 landschapswaarde: de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van de aardoppervlakte, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.33 landschapselement: een kleinschalig beplantingselement, zoals een bossage, houtwal, houtsingel, steilrandbeplanting, of een waterpartij. 1.34 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de aanwezige flora en fauna. 1.35 nutsvoorzieningen : voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.36 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.37 peil: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan ; 1.38 perceelgrens: een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.

1.39 plaatsgebonden risico: risico op een plaats, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon , die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven , overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. 1.40 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding 1.41 recreatiewoning: een gebouw, geen woonkeet en geen caravan andere op wielen zijnde, dat bedo is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen , dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt. K3H Architecten en Adviseurs BV

1.42 ruimtelijke kwaliteitswinst: ruimtelijke meerwaarde die bestaat uit de inrichting van het erf, landschaps- en/of natuurontwikkeling, herstel of herkenbaar maken van cultuurhistorische waarden en /of het vergroten van de toegankelijkheid van het agrarisch gebied ten behoeve van extensieve dagrecreatie. 1.43 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch -pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan : een seksbioscoop, seksautomatenhal , sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.44 verblijfsrecreatie: vormen van recreatie die mede of uitsluitend gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf. 1.45 voorgevellijn: de lijn gelegen : a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een gebouw; b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg) : evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een gebouw.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten : 2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn . 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie : a. ingeval van een vrijstaande ( schotel)antenne -installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de ( schotel)antenne- installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel )antenne-installatie : tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk : vanaf de bovenkant van de begane grondvloer tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk : tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 goothoogte van een bouwwerk : tussen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer en de horizontale snijlijn van elk dakvlak met de daaronder gelegen buitenzijden van de gevels en /of het hart van gemeenschappelijke scheidsmuren .

2.6 inhoud van een gebouw of bouwwerk : tussen het peil , de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7 oppervlakte van een bouwwerk: tussen (de buitenste verticale projecties van ) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren . 2.8 ondergeschikte bouwonderdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten , pilasters, kozijnen, gevelversieringen , ventilatiekanalen, stofkappen en andere onderdelen van technische installaties, liftschachten , gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen , balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. K3H Architecten en Adviseurs BV

2.9 vloeroppervlakte: de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Recreatie - Verblijfsrecreatie 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie-Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het oprichten van maximaal 29 recreatiewoningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - reliëf' : tevens voor behoud en herstel van het klein- en grootschalige reliëf; alsmede voor: c. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals voorzieningen voor dienstverlening, beheer en onderhoud , spel-, sport- en speelvoorzieningen, kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, parkeervoorzieningen, wegen , tuinen , erven , groenelementen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en nutsvoorzieningen ; met dien verstande dat: d . een strook met een breedte van 5 meter rondom de terreinen uitsluitend is bestemd voor landschappelijke inpassing van de recreatieterreinen door middel van dichte opgaande beplanting, bestaande uit streekeigen bomen en struiken. 3.2 Bouwregels a . De goot- en bouwhoogte van de recreatiewoningen bedraagt ten hoogste respectievelijk 4 meter en 8 meter; b. De inhoud van de recreatiewoningen bedraagt boven peil ten hoogste 300 m en beneden peil maximaal 100 m%; C. Het oprichten van vrijstaande bijgebouwen is niet toegestaan ; d. de maximale hoogte van lichtmasten en vlaggenmasten bedraagt 10 meter; e.

de maximale hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter; f. de maximale hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt 3 meter. 3.3 Gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. seksinrichtingen en prostitutie zijn niet toegestaan; b. het permanent bewonen of laten bewonen van de recreatiewoningen is niet toegestaan. K3H Architecten en Adviseurs BV

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding ' specifieke vorm van waarde - reliëf zonder of in afwijking van een omgevingsverguning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren : a het aanleggen, vergraven, verruimen, uitdiepen of dempen van sloten, greppels, vijvers en andere wateren ; b. het planten , verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; C. het uitvoeren van grondbewerkingen , waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen , diepploegen , egaliseren , ontginnen , ophogen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 3.4.2 Uitzondering Het verbod van lid 3.4.1 geldt niet voor het uitvoeren van werken, of werkzaamheden die : a. behoren tot normaal onderhoud en beheer waaronder begrepen de normale recreatieve exploitatie ten dienste van de bestemming; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; C. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning; d. binnen bouwvlakken worden uitgevoerd .

3.4.3 Voorwaarden Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor de in lid 3.1 genoemde waarden van de gronden of de aanwezige landschapselementen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 3.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.4 winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in van de natuur- en landschapsdeskundige, omtrent de voorwaarde zoals genoemd in lid 3.4.3 . K3H Architecten en Adviseurs BV

3.5 Parkeren Aangetoond dient te worden dat in voldoende parkeeraccommodatie wordt voorzien, conform de parkeernormen uit CROW-publicatie 381 ( Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) of de opvolger(s) daarvan. In afwijking van het voorgaande kan parkeren in het openbaar gebied worden opgelost indien dit aantoonbaar middels een parkeerdrukmeting geen onevenredige gevolgen voor de parkeerdruk tot gevolg heeft of indien er aantoonbaar sprake is van een vermindering van het benodigd aantal parkeerplaatsen ten opzichte van het bestaande gebruik.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Artikel 4 Waarde - Archeologie - 2 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde-Archeologie- 2' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en ) mag niet worden gebouwd; c. het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken : 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil , niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

4.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder b ten behoeve van het bouwen voor de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en ) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en ) geldende (bouw)regels - , mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden : a. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; K3H Architecten en Adviseurs BV

b. niet is voldaan aan het bepaalde onder a : de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; C. de betrokken archeologische waarden , gelet op het onder b genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden , gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde -Archeologie -2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren : a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 40 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het vergraven , verruimen of dempen van sloten, vijvers of andere wateren ; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze in drijven van voorwerpen; d.

het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Uitzondering Het verbod van 4.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden : a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 100 m2 ; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 4.2 en/of lid 4.3 in acht is genomen ; C. behoren tot het normale onderhoud en beheer; K3H Architecten en Adviseurs BV

d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw- , aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien : g. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeolo deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.1 nodig is. 4.4.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 4.4.1 bedoeld , zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien : a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld ; b. de betrokken archeologische waarden , gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3.

begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 3 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde-Archeologie- 3' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en ) mag niet worden gebouwd; c. het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken : 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil , niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm kan worden geplaatst; 4. een bouwwerk dat zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

5.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 5.2 onder b ten behoeve van het bouwen voor de andere, voor deze gronden geldende bestemming (en ) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en ) geldende ( bouw)regels - , mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden : a. burgemeester en wethouders beschikken over een verklaring van de archeologische deskundige waaruit blijkt dat het opstellen van een rapport met daarin een beschrijving van de archeologische waarden van de betrokken locatie niet nodig is; K3H Architecten en Adviseurs BV

b. niet is voldaan aan het bepaalde onder a : de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld ; C. de betrokken archeologische waarden , gelet op het onder b genoemde rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden , gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door de archeologische deskundige. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde-Archeologie-3 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren : a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 50 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen , mengen, diepploegen , egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het vergraven, verruimen of dempen van sloten , vijvers en andere wateren; d.

het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd ; f. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 5.4.2 Uitzondering Het verbod van 5.4.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden : a. betrekking hebben op het uitvoeren van grondbewerkingen met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2; b. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 en/of lid 5.3 in acht is genomen ; c. behoren tot het normale onderhoud en beheer; K3H Architecten en Adviseurs BV

d. mogen worden uitgevoerd krachtens een op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan reeds verleende bouw- , aanleg- of ontgrondingenvergunning; e. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; of indien : g. burgemeester en wethouders beschikken over een ng van de archeold deskundige dat ten behoeve van de werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 nodig is. 5.4.3 Voorwaarden De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.4.1 bedoeld , zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien : a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld ; b. de betrokken archeologische waarden , gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: 1. het behoud van archeologische resten in de bodem; 2. het doen van opgravingen; 3.

begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige.

K3H Architecten en Adviseurs BV

Hoofdstuk 3 Algemene bepalingen Artikel 6 Anti- Dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende beaplingen : a. Ondergronds bouwen onder de recreatiewoningen is toegestaan; b. de verticale diepte van de ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m; C. Bij het berekenen van de in deze regels opgenomen inhoudsmaat wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen. 7.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen , stoeptreden , trappen(huizen), galerijen , hellingbanen, funderingen , balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 meter bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 meter bedraagt; C. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen , mits de overschrijding ten hoogste 1,5 meter bedraagt. Artikel 8 Algemene ontheffingsregels Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van : a.

de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen , mits geen bestemmingsgrenzen zijnde, worden overschreden , indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; b. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken , geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken , geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 meter; C. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10 % : d. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, anders dan de ondergeschikte bouwonderdelen als bedoeld in lid 2.3, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10 % van het betreffende bouwvlak zal bedragen ; 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen ; e. de minimale afstand van de weg voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mits dit geen problemen oplevert voor de verkeersveiligheid. K3H Architecten en Adviseurs BV

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Algemene wijziging Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van : a. overschrijding van bestemmingsgrenzen , voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein . De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag niet meer dan 10 % worden vergroot; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10 % worden vergroot. 9.2 Waarde archeologie 9.2.1 Wijziging voor verwijdering van de bestemming Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de bestemming Waarde Archeologie - 2 en /of Waarde-Archeologie-3 geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien : a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b.

op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet; C. alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige. 9.2.2 Wijziging voor de verandering van een bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de bestemming Waarde -Archeologie - 2 en / of Waarde-Archeologie-3 de vorm van de bouwvlakken veranderen , indien dit op grond van archeologisch onderzoek noodzakelijk is met het oog op de bescherming of de veiligstelling van de ter plaatse aanwezige archeologische waarden . Alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige. 9.2.3 Wijziging voor de verandering van een bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de bestemming Waarde-Archeologie- 2 en /of Waarde-Archeologie-3 de vorm van de bouwvlakken veranderen , indien de bebouwing ten behoeve van de voor dat bouwvlak geldende bestemming zonder deze verandering niet of niet goed zou kunnen worden gerealiseerd met inachtneming van de volgende regels : a .

uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de verandering van het bouwvlak geen afbreuk doet aan de bescherming of de veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden; K3H Architecten en Adviseurs BV

b. alvorens omtrent wijziging te beslissen winnen burgemeester en wethouders hierover schriftelijk advies in van een archeologisch deskundige. Artikel 10 Algemene procedureregels 10.1 Toepassen afwijkingsbevoegdheid en omgevingsvergunningregeling Bij toepassing van een afwijkinggsbevoegdheid of omgevingsvergunningvereiste, die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de volgende procedure van toepassing: a. het ontwerp -besluit tot het verlenen van afwijking of omgevingsvergunning ligt gedurende 14 dagen ter inzage voor één ieder; b. Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren op de gebruikelijke wijze bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan -huisbladen , die in de gemeente worden verspreid; C. de bekendmaking houdt mededeling van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij Burgemeester en Wethouders tegen het ontwerp besluit gedurende de onder a genoemde termijn; d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend , de beslissing daaromtrent mede.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1220/documents/30494