CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

02b_concept_bestemmingsplan_klein_landeck_1_a.pdf

Raadscommissie 1 juni 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken26.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

K3H Architecten en Adviseurs BV

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregel Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, vel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan , mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd ; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd , mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van het bepaalde onder lid a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 % ; C. het onder lid a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan , maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; C. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a , na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten ; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan , daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als : regels van het Bestemmingsplan " Klein Landeck”.

K3H Architecten en Adviseurs BV

K3H Architecten en Adviseurs BV

Bijlagen

K3H Architecten en Adviseurs BV

Bijlage 1

Wateradvies

K3H Architecten en Adviseurs BV

antea group

Mem Bijlage II

Stikstof

460972.100- SSB- 00 20 januari 2021 J. Gielians R. Michiels S. Hammink Park Woudenberg 460972.100 Stikstofberekening AERIUS_bijlage_20210120111445_RxSwqRAbkq6D Realisatiefase INLEIDING Aan de De Heygraeff in Woudenberg is de initiatiefnemer voornemens 29 nieuwe recreatieve eenheden (met kelder) te realiseren . Momenteel betreft het plangebied een camping met een centraal gebouw voor sanitaire voorzieningen. De camping vervalt en het centrale gebouw wordt gesloopt. De voorgenomen ontwikkeling kan bijdragen aan de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000- gebieden, wat kan leiden tot negatieve ecologische effecten . Om deze reden is de bijdrage van het voornem en aan de stikstof depositie in de Natura 2000- gebieden in beeld gebracht en beoordeeld . Het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied betreft 'Rijntakken ' . Het Natura 2000 -gebied bevat voor stikstof gevoelige habitats (die op meer dan 9 kilometer gelegen zijn) en is daarmee relevant voor de beoordeling van het aspect stikstofdepositie. Het plangebied en de nabijgelegen Natura 2000 -gebieden zijn weergegeven in onderstaande figuur. DeKoppel SOCIE 2 ‫نم براحملا‬ Bri so sterkte Sultan Vlasakkers Verkeer DenDolder Thelt Achterveld Lech Bosch on Dul song act r.

HUSF Heico ARE Wakenteen N227 N220 N602 ZASI N224 Lunterende Scherer Renswoude Plangebied Ihr ‫تادادعا‬ Maatsbeten Odk Dibergen serbury Emmihuizen Damp Buwil Coom terhe 1025 Veenendaal Werkhoven Langbeck -86SU Leyes Dorg Aerogen nh Code alik Certegoro Cwardik rmemeymune datu m aan van goedkeuring project Lprojectnr. CA

Figuur 1 : Globale ligging plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000 -gebieden (bron : uitsnede K3H Architecten en Adviseurs BV blad 1 van

A member of

460972.100 memonummer: SSB -00 antea group KADER STIKSTOFDEPOSITIE De bescherming van bijzondere natuurgebieden (Natura 2000 ) in Nederland is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet is vergunning benodigd als een ontwikkeling de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten in het betreffende Natura 2000- gebied kan verslechteren . In Natura 2000- gebieden komt een aantal habitattypen voor die gevoelig zijn voor stikstofdepositie . Verschillende soorten activiteiten kunnen stikstof, in de vorm van stikstofoxiden (NOx ) en ammoniak (NH3), uits toten . De belangrijkste bronnen die stikstof uitstoten zijn landbouw, verkeer, industrie, bouwwerkzaamheden en verwarming van gebouwen met gas . Elektrische voertuigen en gasloze verwarming hebben geen stikstofuitstoot. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan over de mogelijke strijdigheid van het Programma Aanpak Stikstof (PAS ) met de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn . Kortom , er kunnen op grond van het PAS geen meldingen meer worden gedaan, vergunningen worden verleend of plannen worden vastgesteld . Wat rest is een vergunningplicht Wet natuurbescherming (Wnb) op het moment dat er een kans is op een significant negatief effect (depositie hoger dan 0.00 mol/ha /iaar) .

Er kan alleen een vergunning worden De zijn uitgevoerd door middel van het rekenprogramma AERIUS Calculator versie 2020stikstofberekeningen voor het rekenjaar 2021 voor zowel de aanleg- als gebruiksfase (worstcase ). Uit de berekening komt de stikstofdepositie per stikstofgevoelig UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEREKENINGEN habitat. Het voorgenomen plan leidt tot een emissie van NOx en NH3 vanwege de functiewijziging met het daarbij bijhorende verkeer en de aanlegwerkzaamheden. Aanlegfase Er worden 29 nieuwe recreatieve eenheden (met kelder) gerealiseerd op het plangebied . Er is nog geen informatie beschikbaar over de duur en het in te zetten materieel van de aanlegfase . Voor de bouwwerkzaamheden is uitgegaan van kengetallen voor reguliere woningen . Er is uitgegaan van inzet van stage 3B materieel (mobiele werktuigen, zoals shovels, hijskranen etc. , vanaf bouwjaar 2011 ) en vrachtwagens Euro V (vanaf bouwjaar 2008 ) . Dit is een worstcase benadering gezien de werkzaamheden voor reguliere woningen groter zijn dan voor recreatieve woningen (inclusief kelder ). Er zullen werknemers naar het plangebied komen met licht verkeer ten behoeve van de werkzaamheden (9 vervoersbewegingen per etmaal ) . Daarnaast wordt er middels vrachtverkeer materialen aangeleverd (3 vervoersbewegingen per etmaal ) .

Momenteel zijn er een aantal campingplaats en en een centraal gebouw aanwezig op het plangebied. De campingplaats en zullen verdwijnen . Voor de sloop van het aanwezige centrale gebouw is eveneens uitgegaan van kengetallen voor reguliere woningen . Het centrale gebouw is gelijkgesteld aan twee woningen . De sloop bestaat uit sloopwerkzaamheden op het plangebied, het laden van het sloopmateriaal op een vrachtwagen en het vervoer van het sloopmateriaal van het plangebied . Door de sloopwerkzaamheden zullen 20 vrachtwagenbewegingen der jaar geschieden . Gebruiksfase Er worden 29 nieuwe recreatiewoningen (met kelder) gerealiseerd op het plangebied . De emissies van de woningen is niet gemodelleerd aangezien de woningen 'gasloos' zijn . De verkeersgeneratie ten gevolge van de woningen is bepaald op basis van de publicatie 381 " Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie , CROW , 1 december 2018 , Ede ” . De verkeersgeneratie is afhankelijk van de stedelijkheid en ligging van de locatie . Het gebied is volgens het CBS te beschouwen als niet-stedelijk. De ligging van het plangebied valt in de categorie " rest van de bebouwde kom" . In onderstaande berekening is gerekend met de maximale desbetreffende kencijfers verkeersgeneratie: het aantal motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm ). De verkeersgeneratie ten gevolge van het plan is in tabel 1 weergegeven.

Voor de verdeling van vervoer is uitgegaan van 100 % licht verkeer. K3H Architecten en Adviseurs BV blad 2 van

ARCHITECTEN memonummer: 460972.100 SSB -00

Nieuwleus Betreft:Be antea group

TEH Tabel 1 : Aanta Type woning 29 Chalet Totale maximale verkeersgeneratie * Afgerond naar boven

mi 2,1

Per

ma 2,3

mi 61

Totaa 67

ma 67

Verkeersafwikkeling De toename aan verkeer dient te worden meegenomen totdat het opgegaan is in het heersende verkeersbeeld . Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer (bron : instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020 ). Voor de afwikkeling van het is uitgegaan van 100 % via de De Heygraeff naar het noorden gaat tot de Zeisterweg. Over de Zeisterweg is het verkeer circa 1,5 kilometer gemodelleerd (worstcase ). De beperkte toename aan verkeer zal vanwege de verwatering van het verkeer en de ruime modellering van het verkeer bij de Zeisterweg opgegaan zijn in het heersende verkeersbeeld (worstcase benadering). Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op dedatbetrokken weg bevindt .

ontwikkeling Hierbij weegtwordt ook mee hoe de verhouding is tussen hoeveelheid verkeer door de voordenomen aandetrokken en het reeds on dedewed BEREKENINGSRESULTATEN EN CONCLUSIE In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is zowel de aanleg- als de gebruiksfase berekend . Uit deze berekeningen volgt dat voor , zowel de aanleg- als gebruiksfase, er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol /ha /jaar. Geconcludeerd kan worden dat er geen significant negatieve effecten gevonden zijn op de beschermde habitats in de Natura 2000- gebieden . Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling en het uitvoeren van de werkzaamheden .

| 68 van 2481 K3H Architecten en Adviseurs BV blad 3

Rollecate 67 7711 GG Nieuwleusen Netherlands

T 0529 485 888 E info@k3h.nl W www.k3h.nl

IBAN NL56 RABO 01706.98.289 BTW NL 8520.55.122.B01 KvK 56280157

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Bijlage III

Archeologie antea group

Antea Group Archeologie 2020/23 en Bureauonderzoek veldonderzoek inventariserend d.m.v. boringen Recreatiepark Henschotermeer in Woudenberg

projectnummer DO 160972 revisie 27 mei 2020

Understanding today. Improving tomorrow

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 69 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

antea group

Antea Group Archeologie 2020/23 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen Recreatiepark Henschotermeer in Woudenberg projectnummer revisie Oo460972 concept 27 mei 2020 AuteursDasselaar K.M. vanvan Huet

Opdrachtgever Resort Utrechtse Heuvelrug B.V Oude NSApeldoornseweg 7333 Apeldoorn 48

datum vrljave beschrijving revisle00

Roedkeuring 5. Harumink

vrijrave J. Fuite

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 70 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

anteargroup Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 2 Bureauonderzoek 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Huidig en toekomstig gebruik 2.3 Landschappelijke situatie 2.1 Historische situatiewaarden en mogelijke verstoringen 2.5 Archeologische 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 3 Veldonderzoek 3.1 Doel- en vraagstelling 3.2 Onderzoeksopzet en werkwijze 3.3 3.3.1 Resultaten Bodemopbouw 3.3.2 Archeologie 4 Conclusies en advies 4.14.2 Conclusies (Sclectic )advies Literatuur en geraadpleegde bronnen Lijst met afbeeldingen Bijlagen 12 Archeologische AMZ- cyclus perioden 3 Boorbeschrijvingen Kaartbijlagen 460972 ARCHIS Gegevens uit ARCHIS 460972 51 Situatickaart met ligging boorpunten

Blz.. 3 5 6 6 7 1 11 14 15 17 17 17 19 19 20 23 23 23 24 25

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 71 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de -dieausinstanta-aan Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group 460972 OM-nummer 4775375100 Provincie Utrecht Gemeente Wouderberg Plaats Woudenberg Toponiem Henschotermeer Kaortblad Coördinaten 320 134570/454470 154595/454545 154785/454555 Opdrachtgever ResortGroup Utrechtse154795/454460 Heuvelrug B.V Uitvoerder DatumProjectteam uitvoering MeiAntea 2020 SM.. Hammink (projectleider) van Dasselaa(KNA- prospector MWA) Vrijgove conform KNA Gemeente AJ. Brokke Woudenberg (senior KNA- prospector) Deskundige Bevoegdgezag bevoegdgezag P Fijma,Omgev ngsdienst Regio Utrecht Beheer documentatie Antea Group vondstoepot Archeologisch depot provincie Utrecht

Л

Legenda Piangebied Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart met de ligging van het plangebied. | K3H Architecten en Adviseurs BV | 72 van

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Samenvatting Van februari meionderzoek 2020 heeftuitgevoerd Antca Group opdracht Resort UtrechtseHenschotermeer' Heuvelrug BV conto archcologisch voorHethetinonderzoek plangebicdvanheeft'Recreatiepark Woudenberg, gemeente Woudenberg. bestaan uitvaneenverkennende archeologisch burcauonderzoek en con inventariserend veldonderzock, door middel boringen. overlegdbooronderzoek aan de bevoegde. overheid, dit wordt nu aangevuld Hetmetbureauonderzock de resultaten van ishetcerder verkennend Resort Utrechtse Heuvelrug BV is voornemens in het plangebied vakantiewoningen te ontwikkelingen Het plangebied valt binnen de vigerende bestemmingsplannen ' Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd' dubbelbestemmingen waarde -waarde archeologie zijn opgenomen. het grootste deel, waarvoor van het terrein geldt dubbelbestemming - archeologie 2. Twee Voor kleinere vlakken hebben dubbelbestemming waarde - archeologie 3. De geplande bodemingrepen overschrijden de aan deze dubbelbestemmingen verbonden vrijstellingsgrenzen , Resultaten verkennend booronderzoek Met verkennendheeft booronderzoek vastgesteld dat de onderzoekslocatie grotendeels intacte bodemopbouw in het lagereis deel van hetplangebied waardoor vooreennoordoostelijke deel de( zuidelijke(middel)hoge archeologische verwachting zehandhaafd blijft . Ook voor het hooggelegen de westelijke deel, i s het advies de verwachting te handhaven.

In deze delen iserini nogdeel en topvan het dekzand plaatselijk een intacte bodem (B -horizont) aangetroffen en kunnen sporen van archeologische bewoninguit desporen) prenistorie verwacht worden (vuursteenofvindplaatsen metvoorciepeen ingegraven . Er zijn echter nog geen caadwerkelijke aanwijzingen archeologische vindplaats)aangetroffen, maarkan alsdezedezegoeder zouintactzijnbewaard (met name in de vorm van een prehistorische -vindplaats) name in het deel(vuursteen dat is afgedekt door dedanveenlaag in het noordoostelijke deelgebleven van hetzijn, met onderzoeksgebied Selectie)advies Geadviseerd wordt om de onderzoekslocatie vrij te geven tot een diepte van 30 cm - maaiveld. Voor graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm - maaiveld wordt geadviseerd aanvullend onderzoek metuit tedevoeren tot dete verstoren Hierbijwelke dient nurekening gehouder archeologische verwachtinggraafdiepte. per deelgebied, grondte worden vanonderzoek het uitgevoerde verkennende booronderzoek opgesteld.De het opaanvullend ofproefsleuven)is dient (karterend booronderzoek ient nader te vorm wordenvanbepaald voor verschillende vormen en afmetingen van de voorgenomen bodemingrepen. Ook voor vrijgegeven (delen var) sporen plangebieden bestaatworden altijd deaangetroffen.

mogelijkheidHetdatbetreft er tijdens graafwerkzaamheden losse en vondsten kleine sporen of restentochdic nict door middel van een booronderzock kunnen worden dan vaak opgespoord. Op grond artikelbij 5.10de Minister van de Erfgocdwct mogelijkErfgoed: melding to worden gemaakt van devanvondst (de Rijksdienstdicntvoorzo spocdig het Cultureel telefoon 033 4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook Dit rapport is voorgelegd aan het bevoegd gezag .

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 73 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Op XX -XX -XXXX ging het bevoegd gezag akkoord met het rapport/het gegeven advies.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 74 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

1

Inleiding In februari mci 2020 hecft Antca Group in opdracht van Resort Utrechtse Heuvelrug BV con archcologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied ' Recreaticpark Henschotermeer' to Woudenberg, gemeente Het onderzoek heeftdoorbestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en con Woudenberg. inventariserend boringen. Het voldonderzock is tweedeveldonderzock, stap in deAMZ-cyclus.middel van verkerende Resort Utrechtse Heuvelrug BV is voornemens in het plangebied vakantiewoningen te ontwikkelingen Het plangebied valt binnen de vigerende bestemmingsplannen ' Buitengebied Woudenberg Geconsolideerd' , waarvoor dubbelbestemmingen waarde - archeologie zijn opgenomen. Voor het grootste van het terrein geldtwaarde dubbelbestemming vlakken hebbendeeldubbelbestemming - archeologie 3.waarde - archeologie 2. Twee kleinere Vrijstellingsgrensoppervlakte 0,4Vrijstellingsgrensdiepte Dubbe bestemming Archeologie 2 waarde 100 1000mm2 ? 0.5m.my Archeclogie Tabel 1. De in het3 plangebied aanwezige dubbelbestemmingen waarde - archeologie met de bijhorende vrijstellingsgrenzen. Wanneer in hetzelfdegelden, plangebied met verschillende vrijstellingsgrenzen wordenverschillende in de norm dedubbelbestemmingen strengste vrijstellingsgrenzen voor het gehele plangebied gehanteerd. De geplande bocemingrepen overschrijden deze vrijstellingsgrenzen .

Omdat er een middelhoge kans i s op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Groupverkennende om binnenfase, het plangebied veldonderzoek d.m.v. boringen, uit te voeren.een inventariserend Deprimair methode een verkennend booronderzoek bestaande uit 5 boringen per hectare is er niet op gerichtom archeologische resten aanis welte treffen is deomgehanteerde boardichtheid en -intensiteittegering), 1) de aardinclusief van de uitermate(hiervoor geschiktbodemopbouw maarvan de oorspronkelijke intactheid bodemopbouw en 2) de mate van te bepalen. archeologische sporendragerde niveaus Dekomtte oponderzoeken zones hebben een gezamenlijk 2 hectare hetgeen neer een archeologisch booronderzoek met eenoppervlak intensiteitvanvancirca12 boringen. Dit onderzoek is uitgevoerd conform BRL 4000, protocol 4003 met daarin besloten de kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. Voorcorform het KNA-protocol (inventariserend veldonderzoek) is Antea (KNA) Group, versie gecertificeerd de SIKB-BRL40034000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie ).

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 75 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

2

2.1

Bureauonderzoek Het hierna volgende bureauonderzoek bevocgde Dit burcauonderzockis cerder wordtlosnugerapporteerd aangevuld metendevoorgelegd resultaten aanvan dehet verkennendoverheid. booronderzock. Begrenzing plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied gebiedhetbedoeld inleiding werkzaamheden betrekkingwordt hebben.hetVoor plangebiedwaarop wordtdeinindederegel ook genoemde de ruimtelijke procedure gevoerd, waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is . Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. onderzoeksgebied iverwachtingsmodel s het gebied waarover informatie ingewonnenzelf.voorIn hetprincipe opstellen vanHet groter danwordt hetDit wordt plangebied een hetstraalgespecificeerd van 1.000m rondom het plangebieden isgehanteerd. voldoende geacht omwordt relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Dit omdat het onderzoeksgebied een vergelijkbare situatie kent als het plangebied voor onder andere de onderdelen zoals hoogteligging, geomorfologie, historische situatie, etc. Het plangebied ligt ten oosten van het Henschotermeer en wordt aan de noordelijke en westelijke zijde begrensd door grens De Heygraeff, aan de zuidelijke zijde door de Maarn en de bestaat uiten perceelsgrenzen.

gemeentegrens. De oostelijke Het terrein is circa 2 hectare groot.

1 Van Looveren, 2020.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 76 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

2.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied

Legenda Pangebied Afbeelding 2. Luchtfoto met in rood het plangebied (bron: ESRI Nederland). Het plangebied maakt momenteel deel uit van een camping. Het bestaat uit een grasveld met een aantal bomen.Rondom Middenrondopwordthet het terreinterrein staat een klein gebouw, sanitaire voorzieningen. begrensd door bomenmogelijkstruweel. Consequenties toekomstig gebruik Resort Utrechtse ErHeuvelrug BV is voornemens in hethetplangebied vakantiewoningenen tede daarbij ontwikkelingen. is geen beschikbaar. verdere informatie cver aantal vakantiewoningen horende werkzaamheden 2.3

Landschappelijke situatie archcologischevanverwachting voor een groothocftgedec te uiteende opbouw het landschap. namelijk duidelijk vanverband met de DeDelandschappelijke verspreiding archeologischevolgtvindplaatscr gesteldheid. Geologie? Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied, aan de westrand van de Gelderse vallei, aan de voet vanwaren de stuwwal de Utrechtse Dergelijke landschappelijke overgangszone in het vanverleden erg in trekHeuvelrug. als nederzettingslocaties. 7 Kerkhoven, 2012

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 77 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Het glaciale bekken van de Gelderse vallei is ontstaan als gevolg van een gletsjertong die zich, in deGelderse op éénvallci na laatste ijstijd, Saalien, richting heeft de randentotvan de zijn hierdoor de oudereinzelfzuidelijke terrasafzettingen van deuitgebreid. Maas enafgczct RijnLangsopgestuwd langgrekte is een grondmorenc (Formatie Drenthe). Dezestuwwallen. bevindt zichIn deop vallci enkele tientallen meters onderofhetkcilcem huidige maaiveld. Ook opvande stuwwallen zelfbij hetis kcilcem afgczet, maarlandijs,fluvioglaciale deze is grotendeelsafzettingen gecrodeerd.in deAanGelderse het eindevallcivan het Soalicn, zijn afsmelten van het gesedimenteerd Drenthe, laagpakket van InUitdam). Deze bestaan overwegend uit grof grind( rormatie en zijn deinvaneenstuwwallen grillig patroon de fluvioglaciale afzettinger relatiefzandveelen materiaaluit voor, netafgezet. als noordelijke bestanddelen die doorkomthet gletsjeri's zijn meegevoerd. In het Eemien-interglaciaal zijn marien-litorale afzettingen en terrestrische afzettingen, zoals veen, klei en zand afgezet in de Gelderse vallei. Gecurende het Weichselien, ijstijd,dezewasin dehellend bodemterrein permanent in devan zomer ontcooide de bovenlaag,de laatse waardoor afgleedbevroren en er op. Alleen de randen deoverstuwwallen en opafvoeiende de fluvioglaciale uit het Saalien ,een solifluctiedek vormde.

Het de permafrost water afzettingen vormde erosiegeulen. In het MiddenLaat-Wworden eichse hetien Oud-Dekzand werd onder zeerenkoude afgezet. In vanhet MiddelWeichselien Il afgezetomstandigheden ( Formatie van dekzard Boxtel, laatpakket Wierden).I enHelIl worden Ouc Dekzand bestaatgescheidendoorde uit lijnzandige en lernige .De pakkeller niveau Oud Dekzand van elkaar Laag vanafzellingen Beuningen; dat ontstaan is in de koudste periode van het Laat-Pleniglaciaal. Vervolgens eenwerdgrindig in het Laat Weichselien, tijdenshetOude DryasvanenhetJonge Dryas,Hetrespectievelijk het bestaat Jong Dekzand I en I (enFormatie van Boxtel, laagpakket Wierden ) afgezet. Jonge Dekzand uit leemarm zwak lemig, matig fin zand en is van lokale herkomst. In tegenstelling tot het Oud Dekzand is hetJonge DTussen ekzandookindevormvan lage duinen,paraboolduinenen -langgerekte-ruggen afgezet. het Oudeen Jonge Dekzand wordt vaak een grirdlaagje aangetroffen dat wordt aangeduid Laag van Beuningen. hebben I zichnaarinhetde Jonge BøllingDekzand en Allerød-I , eninterstadialen overgang vanals resprectievelijk het OudOokDekzand in het Jonge op de Dekzand I , onder gematigdere klimatologische omstandigheden bodem kunnen vormen, zoals de Laag van Ussela. Vanaf het Holoceen trad een klimaatverbetering op.

Dankzij de vegetatieontwikkeling, die hierop volgde ontwikkelden podzolbodems van hetwerden dekzand.bestaande Alleen in afzettingen de beek-en gefixeerd rivierdalenenvonden nieuwe zichafzettingen plaats. I inhetde top dekzandlandschap kon(Formatie door hogere Nieuwkoop grondwaterstanden en slechtere ). In de Gelderse vallel afwatering bereikt het veen veen totplaatselijk ontwikkeling komen een van 5 a7 meter. Indelendedikte middeleeuwer werd, onder andere als gevolg van ontbossing, de vegetatie van de hogere van hetHierdoor landschapontstonden dusdanigstuifzanden aangetast, daten landduinen aan het maaiveld dekzanden verwaaien. (Formatiegelegen van Boxtel, laagpakket van Kootwijk) Geomorfologie en AHN Volgens de geomorfologische kaart komen in het plangebied voornamelijk gordeldekzandwelvingen (aldan niet bedekt met dekzand; code 3.52yc)metvoor ( Afbeelding 3). In de noordwestelijke hoek vanof hetopgevuld plangebied komen landduinen bijbehorende vlakten en laagten( al( code 4154) voor. Inmetdeoud-bouwlanddek; omgeving van het plangebied bevinden zich ook een gordeldekzardrug dan niet bedekt dekzandruggen (al dan niet bedekt met oud-bouwlanddek; code 3853yc). coce 3655yc) en

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 78 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Op het Algemeer Hoogtebestand Nederland ( AHN) is te zien dat het plangebied aan de voet van de( circastuwwal van )denaarUtrechtse 7 m NAP noordoostheuvelrug (circa 5,2ligtmAfbeelding NAP). 4). Het terrein loopt af van zuidwest

landduinenen laagten met hijhorende vlakten 1

Eordelcekzandrue vlakte van tendexzanden dele verspoelde dekrandrue

Legenda

gordeldekzandwelvingen

Afbeelding 3. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in rood het plangebied (bron: PDOK).

11

1 Legenda Plargo Afbeelding 4. Ultsnede (laag) naar rood (hoog )]van. het AHN met in rood het plangebied (bron: www.ahn.nl) ( legenda: van blauw 3Ook hij verder inzoomer op het plangenied zijn geen opvallende structuren ( erafheuvels e.d.) zichtjaar.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 79 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Bodem en grondwater Volgens de bodemkaart komen in het plangebied voornamelijk hoge zwarte enkeerdgronden (( ccode (Afbeelding 5). Invanhethetwestelijke het plangebied komen ode zEz21) Zd21) voor. Ten oosten plangebieddeel zijnvanbeekeerdgronden (code kanteerdgronden pzg21) gekarteerd. Erkcerdgronden zijn gronden met con humcuze bovengrond ver 50 cm dikte of meer. Hetontstaan basismateriaal bestaat uit lccmarm en zwak lemig fijn zard. De humcuze bovengrond door het ccuwenlang opbrengen van matcriaal bestaande uit hciplaegen , bosstrooisel, zand. vanuit hetde potstal Onder het esdekstalmest is vaakeneenmeestal restantveelaanwezig oorspronkelijke bodemprofiel. Bij gronden met een dunner cultuurdek i s dit meestal grotendeels opgenomen en zijn alleen nog delen van de (tegenwoordig: E) en de B-horizontin deterugheterogene te vincenbovengrond of rust de humeuze bovengronc directrestanten op het moedermateriaalen dus afgetopt. Vaakzijn aan de onderzijde van de Aan2 van de oorspronkelijkeis deA1bodem herkenbaar als donkere brokken. Beekeerdgronden komen i n beekdalen en laagten voor. Deze gronden worden gekenmerkt door een van 15is àdat50 cmhet dikte waarbij het moedermateriaal bestaat uitroestfijnbevat. zwak lemigminerale zand .

Eeneerdlaag voorwaarde moedermateriaal direct onder de eerclaag De eerdlaag wordt gekenmerkt door een rijk bodemleven en wordt met nameis door van hurus ook groot Helen de kleur vaak waardoorzijndeopgehoogd ophoping mel regenwormen sterk doorwoeld erg dunker. Plaatselijk kan de eerdlaag polstalmateriaal. moedermateriaal bestaat doorgaans uit zwak lemig fijn zand en ontbreken ijzerhuidjes om de zandkorrels. Kanteerdgronden zijn (droge) eerdgronden in de hoge zandgronden in het Pleistocene deel van Nederland . Dekanteerdgronden zijn te vergelijken met de akkereerdgronden. Het enige verschil is ce geringere dikte vannadedebovengrond (devan A-horizont) in een kanteerdgrond. Kanteerdgronden armepodzol zandgronden bevatte de bodemzijngeenontstaan of slechts eenontginning zwak ontwikkelde 3-horizont..Voor de ontginning De grondwatertrap in het plangebied is VIen VIII. Grondwatertrap Gemiddeld Hoogste( m -mvi Gemiddeld Laagste(m-mv) Grondwaterstand Grondwaterstand VIVIII > 1,20 0,40-0,80 > 1,40 Tabel 2.grondwaterstanden. Dein het plangebied voorkomende grondwatertrappenmetde bijhorende gemiddeld hoogste en laagste

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 80 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Zd21 pZg21 oZg23 1 ZEZ21 VI

2.4

Legenda Pengebied cHn21 Afbeelding 5. Uitsnede van de bodemkaart met in het rood het plangebied ( bron: STIBOKA). Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Oponbebouwd de kadastrale minuutbehorende uit 1811 -tot1832eenis huis te ziener daterf nethet tenplangebied bestaatvanuitheteenplangebied. perceel bouwland, noorcoosten Deplangebied topografische toortaangeduld. hetzelfde beeld. Ten noorden, westen en zuiden van het warenkaart toen uitreeds1850wegen Op de topografische kaart uit 1890 staat ookhetplangebiedliep. aan de oostzijde van het plangebied een weg diemogelijk Deze weg verdwijnt in 1952deels)doorheen van de kaart. Op deze kaart staat nu een weg aangegeven die schuin, het plangebied loopt. door midden denoorden topografische kaart uitweg1962bebouwing sluit in hetaangegeven. plangebied nog een wegaan op deze weg, en staat tenOpIn 1973 de eerste is de vanbebouwing jongste stukje uitweghetplangebied alweer verdwenen. verdwenen zijn. OpMidden de topografische kaartuitgebreid uit 1982 iens teiszienhetaangegeven, dat dewegen in het mogelijk betreft dit dezelfde bebouwing Widden het plangebied staat bebouwing alshet inplangebied de periodevermeld hiervoor,datmaar dat i s niet geheelduidelijk.Op deze kaart staat ten noorden van zich hier een camping bevindt.

Op de topografische kaart uit 1989 staat opnieuw een weggetje aangeduid vanaf het zuiden naar de bebouwing in het plangebied. Vanaf 1999isaangegeven dat hetaangegeven plangebied opdeeldezelfde uitmaaktlocatie van dealscamping. het midden van het perceel staat een gebouwtje de oudereIn bebouwing.

| K3H Architecten en Adviseurs BV 81 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Legenda Pangebied Afbeelding 6. Uitsnede van de topografische kaart uit 1850 ( www.topotijdreis.nl). IP.90

Groot

US

D SIK Mb Alej thuizen luis Lena Gurje On obdo ON SI de Do SRAEikelenbu S7

Legenda Pangebied Afbeelding 7. Uitsnede van de topografische kaart uit 1900 (www.topotijdreis.nl).

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 82 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Laticky hiç Kalije Wat Eikelenbury Legenda Pangebied Afbeelding 8. Uitsnede van de topografische kaart uit 1950 ( www.topotijdreis.nl). schoten 9.7

De Heygraeff 3.0

Herschoten meer

Het Panhois kante 13

Dwarsweg

Eben .Haezer DeHaar Eijkelenburg

Legenda si Pangebied Afbeelding 9. Uitsnede van de topografische kaart uit 2000 (www.topotijdreis.nl).

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 83 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

2.5

Mogelijke verstoringen Hetplangebied is voor het grootste deel in het verleden nooit bebouwd geweest. Alleen in het midden van hetDe plangebied kwamvanvanafnutsvoorzieningen 1962 bebouwingvoorvoor.ditOpgebouw deze locatie staat nog steeds con gebouw. bouw aanleg kunnen bodemverstoring hebbenen veroorzaakt. Ook hebben kunnen landbouwactiviteiten in het verleden er in het plangebied kabels en mogelijk voor enige bodemverstoring gezorge. Cok Icidingen aanwezig zijn dic de bodem verstoord hebben. Archeologische waarden Uitzijn hetde bekende Archeologische Informatiewaarden Systeemin (eenARCHIS) Rijksdienst1000 voormCultureel archeologische omtrekvanvande ongeveer rondom Erfgoed het plangeb ed opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen ), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 460972 -ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen Er zijn in het onderzoeksgebied geen geregistreerde AMK- terreinen bekend. Gegevens uit ARCHIS : archeologische waarnemingen Op circa 300m ten noorden van het plangebied is bij graafwerkzaamheden een kogelpot uit de late middeleeuwen aangetroffenvan( Zhetaakid.plangebied 3146115100 ). zich mogelijk resten van een Opomgrachte circa 750mboerderij ten zuidoosten die zich hier totin de 18e eeuwbevinden bevond (Zaakid. 3163369100).

" Op circatot1000m ten zuiden van met het plangebied cekzandrue,en neolithicum bedekt door (Zaakid. esdek uit de vroege late middeleeuwen, sporen uit hetligt een mesolithicum 3172984100). Zaakid eind begin verwervine complextype niet-archeologisch: 3146115100Late B MiddeleeuwenLate graafwerk Middeleeuwen B 3163369100 Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd moated site archeologisch (veld )kartering 3172984100Mesulihicum Neolithicum bewoning inclusief verwervingswijze bepalen niet le verdediging) lakker / tuin 3172984100 Micdeleeuwen Vroege verwervingswijze niet te Middeleeuwen bepalen Tabel 3. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron :ARCHIS) Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Opbooronderzoek circa 350m tenuitgevoerd noorden door van hetRAAPplangebied is in 2006 eenOparcheologisch en ( Zaakid. 2105532100). basis van hetbureaubureauonderzoek was er een lage archeologische verwachting door natte omstandigheden . Dit terrein uitgevoerd stond tot 2005is enalshetAMKomdat erbevindt. geen waardering terreinterreinzich geregistreerd toch in een zonemaarmetis vanhogedeenAMKzeerafgevoerd hoge verwachting SDit terrein uitgevoerd stond tot 2001is enalshetAMKAMK afgevoerd waardering terreinterreinzich geregistreerd toch in een zonemaarmetis vanhogedeverwachting hevindt.omdat er geen

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 84 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

2.6

Uitminimaal het verkennend booronderzoek bleeker geen dat deverstoring ondergrondvan oparcheologische het terrein verstoord -mv. Verwacht waarder waszou tot optreden 1men derhalve werdenwerd zeer dataanbevelingen voor vervolgonderzoek gedaan. Opbooronderzock circa 600m tenuitgevoerd noordoosten het plangebidOpheeft archeologisch kreeg burcau cn Zaakid.van2382497100). basisTransect vanuit hethetcon burcauonderzoek terrein cen middelhoge verwachting op nederzettirgsresten mosolithicum er Uithet ncolithicum. Voor wat betreft de middeleeuwen en nicuwe tijd gold een lage verwachting. hetboringen booronderzoek dat spraketweederde was van beekeerdgronden, een aantal een esdek.Opbleek Opbasistenminste terreinvervolgonderzoek wasmetde daarop bodem inverstoord beekeerdgronden. van deze resultatenvanwerdhet geen geadviseerdtot. in? de Opbooronderzoek circa 1000m uitgevoerd ten zuidwesten vanLaagland het plangebied is eenvorarcheologisch bureau-).enHet Archeologie (Zaakid. 4575807100 veldonderzoek toonde eennietdoor volledig, tot in geacht. de C-horizont werd vervolgonderzoek nooczakelijk * verstoord bodemprofiel. Op basis hier uitvoerder Zaakid OM -nr ( oud) typeonderzoek 2105532100 15425 archeologisch: boring HAAP Archeologisch adviesbureau 2382497100 53731 archeologisch: boringTransect 4575807100 Archeologie(bron: VOF ARCHIS) . Tabel4.

Eerder uitgevoerdearcheologisch: onderzoeken boring binnenLaagland onderzoeksgebled Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de verzamelde gegevens in het bureauonderzoek kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld. Datering in het plangebied archeologische resten verwacht uit de periode vanaf de steentijd totEr worden en met vroege middeleeuwen. Oparcheologische basis van historische kaarten isuithetdeonwaarschijnlijk het plangebied bewoningsresten late middeleeuwendat ertotinnieuwe tijd te verwachten zijn. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en /of periodiek bewoond werden. Dergelijkevindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteerconcentraties en haardkuilen. Vanaf het laat neolithicum tot en met vroege middeleeuwen kunnen resten vanVerder grotere huizen /nsporen ederzettingen worden verwacht,deworden net alsaangetroffen, schuren, spiekers enperceleringsgreppels. opstallen. kunnen vanookagrarischeactiviteit zoalsaangetroffen, Daarnaast kunnen menselijke begravingen / c rematies worden afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematicgraven. 57 Kekhoven De Kruit, 2006, 2012. 8 Prouwer, 2018

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 85 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Omvang De omvangmeters. kan variëren van puntvondsten tot nederzettinger van enkele honderden vierkante Dicptcligging Eventuclc archeologische resten kunnen verwacht worden onder het eventueel aanwezige csdck of direct onder het maaiveld. Locatie Archeologische resten kunnen binnen hetonbekend gehele plangebied voorkomen, aangezien de bodemopbouwsporen in hetenplangebied grotendeels is . Uiterlijke kenmerken Paleolithicumhalffabricaten, tot laat-neolithicum: vuursteenspreiding, indicaties van de bewerkingkortdurende van vuursteer, productieafval, productiegereedschap. Indicaties nederzettingen /kampen: haardkuilen, vuursteen voor voor stekers, jacht/voedselverzameling en -bereiding:verbrand werktuigen, spitsen,. Indicaties bijlen , schrabbers, etc. Laat-neolithicum er met .vroege micdeleeuwen : resten en structurer die wijzen op een sedentair, agrarischtot bestaan Nederzettingen waterpullen en alvalkuiler . : paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren) , greppels, Middeleeuwen : nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. verstoringen HetMogelijke plangebied is voor het grootste deel in het verleden nooit bebouwd geweest. Enkel in het middeneenvangebouw het plangebied kwam vanaf van1962nutsvoorzieningen bebouwing voor. voor Op dezedit gebouw locatie staat steeds . De bouw en aanleg kunnennog bodemverstoring hebben veroorzaakt.

Ook hebben landbouwactiviteiten in het verleden mogelijk voor enige bodemverstoring gezorgd. Ook kunnen er in het plangebied kabels en leiding aanwezig zijn die de bodem verstoord hebben.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 86 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

3 3.1

3.2

Veldonderzoek Doel- en vraagstelling Het doel van hetzoalsinventariserend is hetbureauonderzoek toetsen van de archeologische verwachting, deze op basis vanveldonderzoek het uitgevoerde is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek doorinmiddel van van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het kaart brengen eventueleen verstoringen in debrengen bodem, vanhet verkrijgen enig inzichtzonesin dewatbodemopbouw van het gebied aldus het in kaart kansrijke envankansarme betreft archeologle. Voor het onderzoek i s een plan van Aanpak opgesteld.

Conform het PVA dient het onderzoek antwoord te geven op de volgende vragen: • Wat is de geologische /bodemkundige opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? •• Wat Indienis dehetspecifieke bodemprofiel niet intact iverwachting s , wat is de aard, en omvang(uitgesplitst van de verstoring ? in archeologische hetdiepteplangebied hoofdperiode en complextype) en wordtnietdezekanbij worden hetvanveldonderzoek bevestigd ? pereenlocatie Indien de archeologische verwachting bevestigd, wat i s hiervoor mogelijke verklaring? • Is er? Zoin ja,hetkomt plangebied een intact aanwezigen verwachte hoe diep bevindt dit zich dit overeen met hetpotentieel op basis vondstniveau van het bureauonderzoek potentiële vandstniveau? waarden inhiervan het plangebied aanwezig en zoja, wat is • Zijn er (aanwijzingenomvang, voor) archeologische ? en datering lieeing, aard naar verwachting de • In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? En hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? •hunWelke vormligging, van naderaardonderzoek om detekunnen aanwezigheid omvang, en dateringis nodig voldoende bepalenvanomarcheologische te komen totwaarden een en selectiebesluit? Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering 13 mei 2020 Veldteam M. van Dasselaar ( KNA- prospector VWA), E.

Noels (senior veldtechnicus) Weersomstandigheden Droog en zonnig, 20 graden. Edelmanboor 10 cm. Boortype MethodeSIKB1 conform De leidraad is niet van toepassing, het betreft een verkennend 0 booronderzoek Leidraad Motivatie methode Omdat binnen er een hetmiddelhoge is op het Antea aantreffen resten plangebied,kansadviseert Groupvancmarcheclogische binnen het 199 VanTole Dasselaar 2012 2020.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 87 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

plangebied eenfase,inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennence te voerer.booronderzoek Deper methode -is eener nietuitverkennend bestaande uitresten 6 boringen hectare primair cp gericht om archeologische aan te treffen (hmaar iervooris welis deuitermate gehanteerde -intensiteitte geschde boordichtheid kt om 11 de aardenbodemopbouw van bodemopbouw engering, 2) ce mate van intactheid van oorspronkelijke inclusiefde archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Hervoor In het zandgebied een booronderzoek met een Edelmanboor het meest is geschiktemiddel 12 Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geo Zoveel mogelijk verspreid over de locatie. morfologie/paleo landschap Wijze inmeten boringen GPS N.v.t. Overige toegepaste methoden NEN 5104 /ASB Wijze onderzoek / beschrijving boorko om Snijden /verbrokkelen. Verzamelwijze archeo logische indicatoren N.v.t. Bemonstering Vonastzichtbaarheid aan Slecht. Het terrein is volledig begroeid met gras. oppervlak N.v.t. Omschrijving oppervlaktekartering t.o.v. PvA Geen Afwijkingen Geen Doelen en wensen opdrachtgever Geen Rardvoorwaarden

Afbeelding 10:uitvoering van deboringen metlocatie overzicht(Boring 1003 en 1007).

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 88 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

3.3

Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.

3.3.1

Bodemopbouw Bodemkundig is een tweedeling te maken in het zuidwestelijke en het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied ( zie afbeelding 11a, b, c). Langs de westen demetzuidrard is een dun esdekje gevormd daar moedermateriaal, lichtgeel dekzand eenalsintacte (laag 3) (zieop afb.het(esdek 11a). aanwezig Ditdunner is overeenkomstig detopbodemkaart teer kwalificeren een(in deB- horizont kanteerdgrond dan 50 cm). De hiervan i s droog en recent campingperiode) omgewerkt.

Afbeelding bouwvcor,11a2=(Boring esdek, 1001) 3= B - horizont 41== Chorizont,dekzand A

Afbeelding 11b,Boring 1005 4 -stuifzand 5=-= bouwvoor, crbr veen, 6=2= orescek, veen,3=7=B top-horizont de zand. Veen cncerstuifzand

A' 0 5 10 20 30 40 Afbeelding 11c. tweedeling in de onderzoekslocatie. Bruine arcering: veenlaag in de ondergrond.

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 89 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

In de 6 boringen in het noordoostelijke deel (zie afbeelding 11c is er een dikker esdek aanwezig. Conform de bodemkaart een enkeerdgrond Deze dikkere enkeerdgrondis ditcorrespondeert met de( dikker dan 50 cm)van. een veenlaag in de ondergrond op eenwordt. diepte variërend van ca 1,5 1,7 aanwezigheid m -mv (top). In profiel A A' is aangegeven hoc dit verklaard We bevinden ons hier vermoedelijk precies op de rand van het oude dekzand (Utrechtse Heuvelrug), waar tegenaan vanaf de prehistoric cen gevormd12)iswordt , welkegeïnterpreteerd doorloopt naar hetals eenNoordoosten (Gelderse zondlaag Laagvecnlaag 2 in afbeelding later gevormde laag Vallei). stuifzandDevermoedelijke datering Middeleeuwen) bodemvorming heeft plaatsgevorden (B-horizont en esdek aanwezig in B1005)., waarboven nog Boring: 1006 Baring 1005 A Botine: 2004 A' 8382d.ceermitih Znaant , there Condenatutul Versand L. HEHUTAN dVidelnek onkergit . donderwatpis.

Vet ige vis 1 20.COM 2,1 resthouden donker tron righushouden 7 mignol Awapi.ch ons e rlinge l 20 10 Sond, natin Voir 2an, bu merilnik 19 Jo horren Vem ,MN Van, Amerkur Computer Zand.sermatigumu the viram.Zsedmo wakulhat, 2 am.costenwocalrotreukn tratavarhoudendg Tawar LI , Profiel A A 1:2: Top stuifzandvermoedelike of dekzand met bodemvorming (verwachting: late middeleeuwen) Stuifzand Middeleeuwen, lage verwachting) 3: Veenlaag (prehistorie tot datering middeleeuwen, lage verwachting) 4:Prehistorie Top dekzand. Op (zowel onder het veen, hoge deel : middelhoge verwachting het hooggelegen deel vanals ophethetdekzand zijn echter ook boringen met verstoorde bodemopbouw (recent) tot in de C- horizont aanwezig (81006, 1009). 3.3.2

Archeologie tijdens het veldonderzoek geen archeologische aangetroffen die ouder zijn dan 'Erhierdezijncampingperiode' (B1001: tentharing, kuil metindicatoren groot vehoutskool en flessenglas). echter om een verkennende fase vanB1005 het inventariserend donderzoek door middelHetvangaat boringen. In de kaart en het profiel (afbeelding 12) zijnde derandpotentiele archeologische niveaus met dehetbijbehorende dateringer aangegeven. Met name waar het hoge dekzand overgaat deel dat is afgedekt door het veenpakket heeft een hoge verwachting. Een eventueel hier in aanwezige prehistorische vindplaats kan door de afdekking met het veen goed intact bewaard gebleven zijn. Voor de daadwerkelijke aanwezigheid van zo'n vindplaats zijn nog geen

| K3H Architecten en Adviseurs BV 1 90 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

archeologischefaseindicatoren als aarcewerk,ishoutskool of vuursteen verkennende van het veldonderzoek echter alleen het in kaartaangetroffen. brengen vanHetde doel van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen .

| K3H Architecten en Adviseurs BV 191 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

3.3.3

Beantwoording onderzoeksvragen • Wat is de geologische /bisodemkundige opbouwvanvanhetdeverwachte ondergrondbeeld, en is door het bodemprofiel intact? enigszins afwijkend de scheidt aanwezigheid vanDe geologische de veenlaagopbouw in de noordoostzijde van het onderzoeksgebied. Deze veenlaag het daaronder gelegen dekzand ( m et gedeeltelijk intacte bodemopbouw, inclusief B-Horizont) een laag stuifzand, welke vermoedelijk in de middeleeuwen gevormd is . Afgezien van enkelevan boringen en 11011) intact bewaard . Onder het(61005, veen is 11009 plaatselijk wel enigeis dezematebodemopbouw van bodemvorming ( vlekkerigegebleven gelaagdheid) vastgesteld, (uitspoeling uitmaarde ditboor).is moeilijk nader te duiden vanwege de ligging onder het grondwaterpeil •In indien niet intact omvang van de verstoring ? B1006heten bodemprofiel 11011 is de bodem recentis, wat tot 80,is deresp.aard,50 diepte cm -mvenvergraven. •hoofdperiode Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied (uitgesplitst per locatie in en complextype) enverwachting wordt deze bijvoorhetdeveldonderzoek bevestigd Deprehistorisch middelhogearcheologisch archeologische topomdat van deze het dekzand (als? potentieel niveau) blijft gehandhaafd grotendeels intact in de bodem bewaard is gebleven.

•verklaring indien de? archeologische verwachting niet kan worden bevestigd, wat is hiervoor een mogelijke Niet van toepassing • Is er?Zoja, in hetkomt plangebied een intact potentieel vondstniveau aanwezig en hoe diep bevindt dit zich vondstniveau ? dit overeen met het op bosis van het bureauonderzoek verwachte potentiële Devarieert top vanvanhetca. dekzand is -mhetaaiveld verwachte potentiele archeologische . Dit niveau in dedeezuidwestelijke hoek van hetvondstniveau onderzoeksgebied tot 1,8 - ma Id50-80 in hetcmnoordoostelijke onderzoeksgebied. • Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in hetplangebied oanwezig en zoja, wat is naar verwachting omvang, ligging, aard en datering hiervan ? Hiervoor zijn geen deaanwijzingen gevonden. •ontwikkeling In hoeverre vanworden eventueel aanwezige archeclogische resten bedreigd door de voorgenomen worden beperkt ? het gebied? En hoe kan deze verstoring door planoanpassing tot een minimum Daar nog geen bouwplannen bekend zijn, i s nog niet te bepalen in hoeverre deze de potentiele archeologische niveaus verstoren . •hunWelke vorm van nader onderzoek i s nodig om de oonwezigheid van archeologische vaarden en omvang, ligging, sclccticbesluit ? aard en datering voldoende te kunnen bepalen om te komen toteen Zic hicrvoor hoofdstuk 4.2

| K3H Architecten en Adviseurs BV 92 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

4 4.1

Conclusies en advies Conclusies Met verkennend booronderzoek is deel vastgesteld datplangebied de onderzoekslocatie grotendeels intacte bodemopbouw in het lagereverwachting van hetgehandhaafd waardoor vooreenhetnoordoostelijke de (middel) hogeheeft archeologische blijft. Ook voor hooggelegen deel deel (topzuidelijkeen westelijke deel, i s het advies de verwachting te handhaven. In deze delen is in de van het dekzand plaatselijk een intacte bodem (8horizont) aangetroffen en kunnenmeterclepnog sporen van bewoning ult de prenistorie verwacht worden (vuursteenof vindplaatsen ingegraven archeologische sporen ). Er zijn, maarechterals deze nog geen caadwerkelijke aanwijzingen voor een archeologische vindplaats )aangetroffen er zouintact zinbewaard (met namegebleven in de vorm prehistorische (vuursteen -vindplaats) danveenlaag kan dezein goed zijn, metvan een name in het deel dat i s afgedekt door de het noordoostelijke deel van het onderzoeksgebied.

4.2

(Selectie)advies Geadviseerd wordt om de onderzoekslocatie vrij- maaiveld te gevenwordt tot een diepte vanaanvullend 30 cm - maaiveld. Vocr graafwerkzaamheden dan 30 cmgraafdiepte. onderzoek uit te voeren tot dieper de te verstoren Hierbij geadviseerd dient rekening te worden gehouden de archeologische verwachting per deelgebied, op grond vanonderzoek het uitgevoerdemetverkennende booronderzoek is opgesteld.De vormwelke van hetnu aanvullend (karterend booronderzoek of proefsleuven ) dient nader te worden bepaald voor verschillende vormen en afmetingen van de voorgenomen bodemingrepen. Ook voor vrijgegeven (delen ver)sporen plangebieden bestaatworden altijd deaangetroffen. mogelijkheidHetdatbetreft er tijdens graafwerkzaamheden en vondsten kleine sporen of restentochdic lossc nict door middel van con booronderzock kunnen worden dan vaak opgespcord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bijde Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Crfgoed: telefoon ook 033-4217456). Cen vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan Antea Group Capelle aan den IJssel, mei 2020

| K3H Architecten en Adviseurs BV 1 93 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Literatuur en geraadpleegde bronnen Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, karterend booronderzoek. SIKB. 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: Looveren, V.van, 2020, Bureauonderzock recreatiepark Henschotermeer, Woudenberg, Antca Group rapport 2020/22. Dasselaar, M. van, 2020, Plan van Aanpak recreatiepark Henschotermeer, Woudenberg, Antea Group rapport 2020/22. Kaarten . Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl)

| K3H Architecten en Adviseurs BV 1 94 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Bijlage 1 : Archeologische perioden

| K3H Architecten en Adviseurs BV | 95 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Bijlage 1: Archeologische perioden Alsgeschiedenis bijlage op indeNederland resultatengeschetst. en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikke ing van de bewoners Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 Chr. ) uithebben (homoen sapiens) onzelaterestreken tjdens de warmere perioden bezocht,trokker dochvoorsporen deze moderne periode zijnmensen zeldzaam vaak coormaakten verstoord. DeDewelmensen als jagerjagerverzamelaars in kleine groepen gebruik vanomstandigheden tijdelijkeafhankelijk kampenenten. verschillende groepen verzamelaarsrondexploiteerden kleineenterritoria, maar verbleven, van het seizoen , steeds op andere locaties. Inklimaatsverbetering het mesolithicum i(n8800-4900 voor Ch.I ze te aansteeg, het beginwaardoor van hetgeleidelijk Holoceeneeneenbosvegetatie langcurige tot ontwikkeling De gemiddelde temperatuur kwam en de variatie iperiode n flora enbestaan fauna toenam. Ook inuitdezevoorperiodejachttrokken de mensen als ager-spi-sjes. verzamelaars rond. ontworpen vuurstenen Voorwerpen uit dezeperiode, voornamelijk hierop het neolithicum ( 5300-2000 Chr agrarische wordt gekenmerkt doorDezeeen omwentelingging overschakeling vanDegepaard jager-metvvolgende erzamelaars naar sedentaire bewoners, met eenvoorvolledig levenswijze. een aantal technische en sociale vern euwinger, zoals huizen, geslepen bijlen en het aardewerk.

Door de steeds productiecomplexer van overschot konhetdeneolithicum bevolking gaanzijn groeien en diegrafmonumenten bevolkingsgroeigebruik hadbekend, totvangevog da:hunebedden de samenleving werd. Uit verschillende zoals en grafheuvels. Hetbijlen.beginHet vangebruik de bronstijd 1200C - was800 voor Chr. niet) valtdirect samenafgelopen. met het eerste gebruik van bronzende bronstijd voorwerpenis meestal ,zoals van vuursteen hiermee Vuursteenmateriaaluit niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk i s over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie cie tijdensdoorhetbegravingen reolithicuminhaarurnervelden. intrede deedHet werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar kleine werden deopgeworpen, eventueel omgeven door eenTen opzichte greppel. van de bronstijd Intraden de overheen ijzertijd ( 8aardewerktradilie 00-12 heuveltjes voor Chr ) werden eerste ijzeren voorwerpen er iinn deverspreid en in ofhetingebruik van vuursteen geen gemaakt. radicale veranderingen op. Demensen woonden liggende hoeven nederzettingen van enkele huizen. Op de hogerede kleigebiecen zandgronden ontstondengenomen uitgebreidemensen omwaldeafkomstig akkercomplexen (celtic fields) . Opvallend In deze periodedewerden ook in gebruik de zandgebieden.

verschillen in materiële Erurnenvelden zin zogenaamdedoorvorstengraven bekend vanin Zuid-Nederland, maar de meestezijn begravingen vonden plaats welstand. in Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47limesna werden Chr. werdlangsde Rijnde Rijndefinitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde castello steeds (militaireduidelijker forten) gebouwd. Deaardewerk inheems (leefwijze wel ook al werd de invloedOnder van demeerRomeinen in sonten a.a.ontstond gedraaidhandhaafde eninstab een zichbetere infrastructuur. ten gevolge van invallen van Germaanse stammen er liteit wat uiteindelijk leidde tot het(450-1500 instorten navanChr., de grensverdediging angs de middeleeuwen Rijn. Over deonbekend. middeleeuwen en metzin betrekkelijk name de vroege nanaChr.I,het wegvallen zijn nog veel zaken overblijfselen schaars. De Vanaf politiekede (450-1000 machteeuwwasantstaat vanen gedestabiliteit RomeinenenArcheologische iris handen gekomen van regionale en locale hoofdlieden. er weer eenin toenemende feodalisering zichtbaar.met Door bevolkingsgroei en10 heide gunstigeen veen klirratologische omstandigheden werd deze periode eer begin gemaakt het ontginnen van bos, . Veel van onze huidige en dorpen dezewordt periode.aangeduid als nieuwe tijd.

De hieropsteder volgende periodedateren 1500 -uithecen

| K3H Architecten en Adviseurs BV 96 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Bijlage 2 : Archeologische Monumentenzorg ( AMZ)

| K3H Architecten en Adviseurs BV 197 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Stap1 Bureauonderzoek Invetarisuatievoerder Archeol gisch 1Fase

antea group

Stap 2 Inventariserend veldonderzoek ( VO) Stap 2dvan Eisen 2 PlanStapvanAanpak Programma Stap 2b IVO - O Vervenrende fase GoedceuringStap2ebevoegd gezag Stap 2c IVO -O Karterendefase

P Karterende/Stapw21IVO aarderendefase

Stap 3 Rapport met selectieadvies Selectie nezob 2Fase sesac0o5nahp OnderzoUeiktvoerder Archeol gisch 3Fase

BesluitGerag 4Faseevoegd

Stap4 Goedkeuringrapport en selectiebeslui: Stap 4b Stap 4a Stap 40 Geenarcheologisch vervolgonderzoek Archeclagisch onderzoek Fysiek beschermen Stap5 Operawan ProgrammeStap 5avan Esen 5b gecas GoedkeuringStapbevoegd Stap 5 begeleiding Operavingof archeologische Stap 50 Rapport en documentate Stap Ga Vrijgave onderzoeksterrein en vergunningverlening

Gb Geenplanaanpassing vrijgaveStaponderzoeksterrein noodzakelijk

| K3H Architecten en Adviseurs BV 198 van 248

Nieuwleusen , 5 maart 2021 Betreft:Behandeld Bestemmingsplan door: DB

Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) antea group Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeclogische begeleiding (STAPwordt5:) uitgevoerd wanneer proe sleuven of en Tijdens een inventariserendonderzocht veldonderzoek - karterende fasevan wordt het Een archeologische plangebiedsystematisch op Dede intensiteit aanwezigheid archenleis sporen en /of vondsten operaving niet mogelijkbegeleiding zijn door hijvoorheeld civieltechnische beperkingen groter darıperin tedehectare verkernende fase,aanleggen bijvoorbeeld door vaneen onderzoek groter antalis Archeclogische indicatoren boringen of door het van pcefsleuven. Fiermee worden aanwijzingen in aardewerkscherven, de boder bedoeld diehoutskool, duiden opbotmateriaal, menselijke Inventoriserend veldonderzoek(NVO ) - Waarderendefase activiteiten i n het verleden, zoals ( STAP 2f) vondslagen, etc Tidens de waarderende fase behoudenswaardig wordt aangezeven ofzijnde. Dataangetroffen archeologischevindplaatsen betekentvan datde de Anch's aard ,omvang,en) wordt datering,vastgesteld. conserveringWanneer en inhoudelijke kwaliteit Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met vindplaats( de waardering de gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen archeologische resten laagHet iplangebied s , hoeft geen verdierVrijgegeven' archeo ogisch.

vanWanneer onderzoek teworden uitgevoerd. Bureavonderzoek STAPis 1een rapportage waarin een gespecificeerc resten behoudenswaardig zijn , wordt iword: n eerste instantie behoud in sitdeu Fetarcheologisch bureauonderzoek I t e r plekke i n de bodeni napestreefd.Wanneer d i t doo devoorfenomen verwachtingsmode wordtde Archeologische opgesteld aan deMonumentenkaart hand van ontwikkelingen nie: mogeijk is , wordtvervolgonderzoek uitgevoerddezein de geomorfologische en bodemkaarten, vorm vaneen opgravingofarcheoogische begeleding. V aakwordt ( AMK) , het Archeologisch fase gecombineerd fase. u tgevoerd met het inventariserendveldonderzoek publicaties.Informatiesysteem ( ARCHIS), historische kaarten en karterence archeologische Fysiek beschermen resten ( STAP 1c)blijven in de bodem behoudendocrivacrbeeld Opgraving ( STAPde5c)toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische Wanneerdoor De archeologische planaanpassingen resten i n de todem denictongraving schoudenworden kunnenarcheolog worden, wordt con operavine uitgevoerd. Tijcens scha resten Geolysischonderzoek . Hierdoor Mee apparatuur brengt archeologische verschijnselen i.Dn idet kanbodembijvcorbeeld Betocurrienteerd, informatie over hetrefu.ueraleerd verleden zo goeden bestudeerd mogel jk vastgelegd enwordtbehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1220/documents/30494