Principeverzoek Antwerpsestraat 267 te Putte (incl. bijlagen).pdf
Tekst van het document
Pagina 5 van 7
Toevoeging
A G E L
adviseurs 26 juni 2020 Betreft: Verantwoording supermarkt
Inwoners Putte (NL+BE) Omzet per hoofd excl. Btw Omzetpotentieel Koopkrachtbinding Omzet uit kern Putte excl. Btw Aandeel vreemde koopkracht Omzet uit toevloeiing excl. Btw Totale omzet excl. Btw NL gemiddelde omzet per m² wvo Potentieel aanbod (m² wvo) Aanwezig aanbod (m² wvo)
ruimte infra bouw milieu
20200219 blad 6
9.750 € 2.398 23,3 mln 80% € 18,6 mln. 50% € 18,6 mln. € 37,2 mln. € 8.318 4.472 3.850
10.050 € 2.398 24,1 mln 85% € 19,2 mln. 60% € 31,8 mln. € 51,0 mln. € 8.318 6.131 5.740
Op basis van deze uitgangspunten is er voldoende ruimte voor een supermarkt van 1.890 m2 wvo. Bij toevoeging van een discountsupermarkt, wat een nieuwe formule is voor het dorp, kan de omzet uit zowel binding en toevloeiing nog enigszins toenemen (grotere aantrekkingskracht). Daarnaast laten de statistieken nog steeds een stijgende lijn in de omzetcijfers voor de supermarktbranche zien.
Bron: CBS statline, detailhandel omzetontwikkelingen supermarkten 2015=100
Relevante beleidskaders Door de gemeente Woensdrecht is een detailhandelsbeleid geformuleerd. Het beleid is aan evaluatie en een update toe aangezien de periode waarvoor het beleid is vastgesteld (2016-2020) is verstreken. Deze notitie kan input vormen voor een heroriëntatie op de detailhandelsstructuur in Putte. Op zich wordt in deze memo ook het concentratie-principe als uitgangspunt genomen, maar dan wel concentratie binnen de bebouwde kom en in samenhang met een aantal spots. Het is zeer zeker niet zo dat hier sprake is van een perifere vestiging. De supermarkt is samen met het woningbouwplan voor 50-60 woningen een perspectiefrijke locatie. Het ruimtelijk economisch perspectief voor Putte wordt hiermee versterkt. Verder is in de kwantitatieve benadering aansluiting gezocht bij de uitgangspunten en de percentages die in het gemeentelijk detailhandelsbeleid zijn gebruikt. Het realiseren van een nieuwe supermarkt is dan ook niet in strijd met het gemeentelijk detailhandelsbeleid en vormt daar een kwalitatieve aanvulling op.
Pagina 6 van 7
A G E L
adviseurs 26 juni 2020 Betreft: Verantwoording supermarkt
ruimte infra bouw milieu
20200219 blad 7
Eindconclusie Op basis van een kwalitatieve en kwantitatieve nadering is de toevoeging van een extra supermarkt in een lagere prijsklasse een verrijking voor Putte en past dit in de kwalitatieve en kwantitatieve mogelijkheden.
Pagina 7 van 7
BIJLAGE 2 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
Quickscan flora en fauna
Antwerpsestraat Putte
Arnhem, 1 juli 2020
Pagina |2
Colofon Titel Subtitel
: Quickscan flora en fauna : Antwerpsestraat Putte
Projectnummer Datum
: 20.101 : 1 juli 2020
Veldonderzoek Auteur(s)
: S. van den Berg-Nelissen : S. van den Berg-Nelissen
Collegiale toets
: J. Boer
Opdrachtgever Contactpersoon
: Agel adviseurs : Dhr. S. Spapens
Bezoekadres Postcode Telefoon
: Snelliusweg 40-18 : 6827 DH Arnhem : 026-2001900
info@ekoza.nl www.ekoza.nl
Ekoza B.V. is lid van het Netwerk Groene Bureaus: www.netwerkgroenebureaus.nl
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |3
Inhoudsopgave 1. 2.
Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 5 2.1 Natura 2000-gebieden .......................................................................................................... 5 2.2 Natuurnetwerk Nederland.................................................................................................... 5 2.3 Soorten................................................................................................................................ 6 2.4 Houtopstanden .................................................................................................................... 8 3. Gebiedsbeschrijving ..................................................................................................................... 9 3.1 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................................. 9 3.2 Voorgenomen ingreep ........................................................................................................ 11 4. Onderzoeksmethode..................................................................................................................
12 4.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 12 4.1.1 Natura 2000.......................................................................................................................... 12 4.1.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................... 12 4.2 Soorten.............................................................................................................................. 12 4.2.1 Bronnenonderzoek............................................................................................................... 13 4.2.2 Veldonderzoek ..................................................................................................................... 13 4.2.3 Effectenbeoordeling ............................................................................................................. 13 4.3 Houtopstanden .................................................................................................................. 14 5. Resultaten ................................................................................................................................. 15 5.1 Gebiedsbescherming ..........................................................................................................
15 5.1.1 Natura 2000.......................................................................................................................... 15 5.1.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................... 16 5.2 Soorten.............................................................................................................................. 18 5.2.1 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 18 5.2.2 Vleermuizen ......................................................................................................................... 19 5.2.3 Vogels ................................................................................................................................... 20 5.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen ............................................................................................ 22 5.2.5 Flora...................................................................................................................................... 23 5.2.6 Ongewervelden .................................................................................................................... 23 5.3 Houtopstanden ..................................................................................................................
24 6. Conclusies en aanbevelingen ...................................................................................................... 25 6.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 25 6.1.1 Natura 2000.......................................................................................................................... 25 6.1.2 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................................... 25 6.2 Soortbescherming .............................................................................................................. 25 6.2.1 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 26 6.2.2 Vleermuizen ......................................................................................................................... 26 6.2.3 Vogels ................................................................................................................................... 26 6.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen ............................................................................................ 27 6.2.5 Flora......................................................................................................................................
27 6.2.6 Ongewervelden .................................................................................................................... 27 6.3 Houtopstanden .................................................................................................................. 27 Bronnen ............................................................................................................................................ 28 Literatuur ...................................................................................................................................... 28 Websites ....................................................................................................................................... 28
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |4
1.
Inleiding Aan de Antwerpsestraat 267 bevindt zich houthandel Sneek. De initiatiefnemer is van plan om de locatie te ontwikkelen tot woongebied met 50 tot 70 woningen (afhankelijk van de gekozen variant). Daarnaast heeft hij op de locatie ruimte gereserveerd voor een supermarkt met bijbehorende parkeergelegenheid. De aanwezige opstallen worden gesloopt. Vanuit Europese- en nationale regelgeving dient onderzocht te worden welke effecten deze ingreep heeft op beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland) en op beschermde flora en fauna. De voorliggende rapportage beschrijft de resultaten van een quickscan. Het betreft een beoordeling van de huidige en potentiële aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren op de onderzoekslocatie en de te verwachten effecten van de voorgenomen ingreep op beschermde soorten en gebieden. De quickscan vindt plaats op grond van bronnenonderzoek en een terreinbezoek. Tijdens het terreinbezoek is een inschatting gemaakt welke soorten voor kunnen komen en welke soorten op voorhand uit te sluiten zijn. Deze quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er effecten te verwachten zijn van de werkzaamheden op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader uiteengezet, waaraan getoetst dient te worden. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het onderzoeksgebied en de voorgenomen ingrepen. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van de onderzoeksmethode. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het onderzoek en de mogelijke effecten van de ingreep op beschermde soorten besproken. Ten slotte volgen in hoofdstuk 6 de conclusies, aanbevelingen en eventuele vervolgstappen.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |5
2.
Wettelijk kader Sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het bevoegd gezag ligt bij de provincies. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij etc. De Wet natuurbescherming is gericht op de bescherming van: • Natura 2000-gebieden • Soorten • Houtopstanden
2.1 Natura 2000-gebieden De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze natuurbeschermingsrichtlijnen hebben naast de bescherming van specifieke flora en fauna eveneens als doel om de leefgebieden van deze soorten te behouden, te herstellen of uit te breiden. In Nederland zijn ruim 160 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Door de toenmalige Minister van LNV zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld voor de Natura 2000-gebieden, deze staan vermeld in het (ontwerp-) aanwijzingsbesluit. In het (ontwerp-) aanwijzingsbesluit staan de instandhoudingsdoelstellingen voor alle habitattypen, -soorten en broedvogels die in het Natura 2000-gebied voorkomen beschreven. Daarnaast staat beschreven op welke wijze de instandhoudingsdoelstellingen te realiseren zijn. Onder ‘instandhouding’ wordt verstaan het geheel aan maatregelen die nodig zijn ter behoud of herstel van een gunstige staat van instandhouding van de natuurlijke habitats en populaties van wilde dier- en plantensoorten.
Elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000gebied die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: • de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren; of • een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen is ingevolge artikel 2.7, tweede lid verboden. De activiteit kan slechts doorgang vinden wanneer het bevoegd gezag een vergunning verleent.
2.2 Natuurnetwerk Nederland Het doel van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) is om een samenhangend netwerk te creëren van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurrijke cultuurlandschappen. Het huidige netwerk bestaat voor het merendeel uit Natura 2000-gebieden en andere bestaande natuurgebieden. Daarnaast worden natuurgebieden uitgebreid, nieuwe natuurgebieden ontwikkeld en ecologische verbindingszones aangelegd. Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |6
Onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland zijn Ecologische Verbindingszones (EVZ), die natuurgebieden met elkaar verbinden om het migreren van dieren en planten tussen natuurgebieden mogelijk te maken. De provincies zijn sinds 2014 verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Bij toetsing van de ingreep aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn de 'Spelregels EHS' van toepassing, een uitwerking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en een door Rijk, provincies en maatschappelijke organisaties gezamenlijk opgesteld beleidskader. Provincies hebben de Spelregels laten doorwerken in hun eigen ruimtelijk beleid. Het compensatiebeginsel voor de EHS is het sluitstuk van het ‘nee, tenzij’ beschermingsregime. Volgens dat regime zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen, die afwijken van het bestemmingsplan, in het NNN met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang én het ontbreken van reële alternatieven. De hoofdlijnen van de regels voor de bescherming en compensatie van het NNN zijn juridisch verankerd in de uitbreiding van het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke ordening (Barro, voorheen AMvB Ruimte), die op 1 oktober 2012 in werking is getreden (bekendmaking inhoud Stb. 2012, 388; bekendmaking inwerkingtreding Stb. 2012, 434).
2.3 Soorten Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: • soorten van de Vogelrichtlijn • soorten van de Habitatrichtlijn • andere soorten
Vogelrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Ingevolge artikel 3.1 is het verboden om: 1. Opzettelijk vogels te doden of te vangen; 2. Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Habitatrichtlijnsoorten Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.5 (Bern bijl. II, Bonn bijl. I) verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Opzettelijk dieren te verstoren; 3. Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |7
4. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Wat betreft deze soorten is het ingevolge artikel 3.6 (Bern bijl. I en II, Bonn bijl. I) verboden om dieren of planten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om aantoonbaar gefokte of gekweekte dieren of planten.
Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. In dit geval gaat het om de provincie Noord-Brabant. Ingevolge Wet natuurbescherming artikel 3.10 is het verboden om: 1. Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Zorgplicht Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor eenieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Het betreft bovendien niet alleen dieren en planten van soorten waarvoor de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn specifieke beschermingsmaatregelen eisen, maar alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11. In het tweede lid wordt de zorgplicht iets geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: • dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, • indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Voor de bescherming van dieren en planten van soorten waarvoor geen specifiek beschermingsregime geldt op grond van hoofdstuk 3, heeft de zorgplicht zelfstandig betekenis.
Op grond van de zorgplichtbepaling moeten schadelijke handelingen in beginsel achterwege worden gelaten dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |8
Jaarrond beschermde nesten Vogelnesten zijn ingedeeld in de categorieën 1 t/m 5. Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Enkele provincies, zoals Limburg en Overijssel, hebben hun eigen lijst van jaarrond beschermde nesten van vogelsoorten.
2.4 Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Ingevolge artikel 4.1 vallen buiten de bescherming houtopstanden: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
Pagina |9
3.
Gebiedsbeschrijving
3.1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied betreft de houthandel Sneek aan de Antwerpsestraat 267 te Putte. Het perceel met woonhuis aan de Antwerpsestraat 265 en het perceel met het tankstation aan de Antwerpsestraat 227-231 behoren mogelijk tot het plangebied en zijn in deze quickscan meegenomen. Op het terrein van de houthandel is een kantoorgebouw met dakpannen dak en bakstenen muur met spouw en vier opslagloodsen aanwezig. De opslagloodsen hebben een enkele wand van golfplaten of hout en een dak van golfplaten zonder dakbeschot. De opslagloodsen hebben deels geen zijwanden en zijn deels open. Het terrein is grotendeels verhard, maar er groeit wat opstand en ruige vegetatie tussen de verharding en houtopslag door. Het woonhuis aan de Antwerpsestraat 265 heeft een bakstenen muur zonder spouw en een dakpannen dak. In de tuin staat een houten schuur en een kas. Verder is er een gazon aanwezig in de tuin. Het tankstation bestaat uit een tankstation met Spar supermarkt en wasstraat met een plat dak en bakstenen muur en een gebouw met wasboxen met schuin bitumen dak en bakstenen muur. Verder is dit terrein verhard. Enkel in de hoek staan enkele struiken, brem, reigersbek en algemene grassoorten. Het plangebied bevindt zich aan de noordelijke rand van de bebouwde kom van Putte. In de omgeving is de bebouwde kom van Putte, bosgebied, weilanden en akkers aanwezig.
Het bosgebied behoort grotendeels tot natuurgebied Brabantse Wal. In Figuur 1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven. Figuur 2 geeft een impressie van het plangebied.
Figuur 1. Globale ligging van het plangebied (rood) en mogelijke delen van het plangebied (groen gestippeld).
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 10
Houthandel kantoorgebouw
Houthandel opslagloods noordwesten
Houthandel opslagloods noorden
Houthandel opslagloods westen
Houthandel opslagloods midden
Houthandel terrein
Woonhuis nummer 265 achterzijde
Woonhuis nummer 265 voorzijde
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 11
Tankstation met wasstraat
Wasboxen bij tankstation
Figuur 2. Impressie van het plangebied.
3.2 Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens alle opstallen op het terrein van de houthandel te slopen. Op het terrein wordt ook al het groen verwijderd. Verder wil de initiatiefnemer de mogelijkheid open houden om ook het woonhuis met bijbehorende opstallen op nummer 265 en het tankstation met wasstraat en wasboxen op nummer 227 en 231 te slopen. Ook hierbij wordt al het groen verwijderd.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 12
4.
Onderzoeksmethode
4.1 Gebiedsbescherming Het onderzoek naar gebiedsbescherming betreft een bureaustudie.
4.1.1 Natura 2000 Voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden ten opzichte van het plangebied is gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Hier is alle informatie over Natura 2000-gebieden te vinden zoals de habitattypen en -soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. In dit onderzoek worden o.a. de onderstaande vragen beantwoord: 1. Ligt de ingreeplocatie in een Natura 2000-gebied, of ligt er een Natura 2000-gebied binnen de invloedsfeer van de ingreeplocatie, zodat externe en/of cumulatieve effecten te verwachten zijn. 2. Wat zijn de mogelijke negatieve en/of positieve effecten van de voorgenomen ingrepen op de instandhoudingdoelstellingen van een Natura 2000-gebied in kwestie. 3. Kunnen deze effecten: a. verstorend zijn voor kwalificerende soorten b. leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van de kwalificerende habitats c. significant negatief zijn voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen
4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) werd vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Voor het bepalen van de ligging van het plangebied ten opzichte van de NNN is gebruikt gemaakt van de websites van de provincie Noord-Brabant. Hierbij is bekeken hoe de ligging van het plangebied is ten opzichte van het Natuurnetwerk. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN worden de effecten van de ingreep op de wezenlijkheidskenmerken en -waarden van het NNN getoetst.
4.2 Soorten Het onderzoek naar beschermde soorten bestaat uit twee delen. Er is begonnen met een literatuurstudie, gevolgd door een veldonderzoek in het plangebied. Aan de hand van de literatuurgegevens en het veldbezoek wordt bepaald welke soorten daadwerkelijk in het plangebied voor kunnen komen.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 13
4.2.1 Bronnenonderzoek Het bronnenonderzoek gaat uit van bestaande en beschikbare gegevens. Een belangrijke bron zijn de gegevens afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze databank geeft het meest actuele overzicht van beschermde soorten die in de regio voorkomen. Het is een koppeling van databases zoals waarneming.nl en telmee.nl. Hierin participeren onder andere de Particuliere Gegevensverzamelende Organisaties (PGO’s) zoals Sovon, Ravon en de Zoogdiervereniging. Voor de gegevens uit de NDFF is een zoekgebied geselecteerd rondom de te onderzoeken locatie. Er is gekeken naar de gegevens van de laatste 3-10 jaar, afhankelijk van de soortgroep en hoeveelheid gegevens. De NDFF is op 14 april 2020 geraadpleegd. Verder zijn ecologische verspreidingsatlassen geraadpleegd: Bos, 2006; Broekhuizen, 2016; Creemers, 2009; NVL 2002.
4.2.2 Veldonderzoek Het plangebied is eenmaal bezocht op 16 april 2020. Het was een zonnige ochtend, met een temperatuur tussen de 13°C en 18°C met een lichte wind. Het veldwerk voor dit onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een quickscan. Het onderzoek bestaat uit het uitvoeren van een habitatgeschiktheidsbeoordeling. Dit is een veldonderzoek waarbij op basis van de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie wordt gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Er is zowel (globaal) gekeken naar de daadwerkelijk aanwezige flora en fauna als naar de mogelijke waarden die het gebied herbergt in andere tijden van het jaar die tijdens een eenmalig bezoek niet kunnen worden vastgesteld. Tijdens het terreinbezoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van nesten, holen, uitwerpselen, haren, etc.).
4.2.3 Effectenbeoordeling Als bepaald is welke beschermde soorten in het plangebied voor kunnen komen vindt een inschatting van de effecten plaats. Aan de hand van de ingreep worden de effecten van de activiteiten op de mogelijk aanwezige soorten bepaald. Effecten kunnen optreden tijdens de realisatiefase van het project en zijn dan meestal tijdelijk van aard. In de gebruiksfase van het project kunnen blijvende effecten optreden. Effecten van de ingreep op aanwezige soorten zijn sterk afhankelijk van een aantal variabelen, zoals: de voorgenomen werkzaamheden, de exacte locatie, de periode van het jaar, het tijdstip van de dag, de doorlooptijd van de werkzaamheden, de gebruikte machines of materialen enzovoort. Niet alleen de effecten op de aanwezige verblijfplaatsen van de soort zijn van belang, maar ook of het leefgebied blijvend kan voorzien in alles wat nodig is om succesvol te kunnen voortplanten of te kunnen verblijven. Verder is het van belang te weten welke effecten de werkzaamheden hebben op de gunstige staat van instandhouding van de soort. Bij kans op negatieve effecten kan nader onderzoek worden geadviseerd en is mogelijk een ontheffing van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming nodig.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 14
4.3 Houtopstanden Bij het kappen van bomen binnen het plangebied wordt middels een bureaustudie bepaald of het houtopstanden betreft die buiten het besluit van de betreffende gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet) liggen.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 15
5.
Resultaten
5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op circa 9 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Het betreft Vogelrichtlijngebied. Het dichtstbijzijnde gebied betreft vochtige heiden (hogere zandgronden), gevolgd door bos van arme zandgronden.
Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood) en mogelijke delen van het plangebied (groen gestippeld) ten opzichte van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal (donkergroen).
Brabantse Wal bestaat uit diverse gebieden die op het grensgebied van het Brabantse hogere zandlandschap en de Zeeuwse kleilandschap van de delta liggen. Het Kempense Plateau, het westelijke deel, eindigt op de grens met een hoge steilwand. Hier bevinden zich ook enkele beekdalen. In het gebied zijn meerdere stuifzandgebieden te vinden. Het gaat om stuifduinen en oudere rivierduinen. In het gebied worden ook naaldbossen en gemengde bossen aangetroffen. Brabantse Wal is aangewezen tot Natura 2000-gebied vanwege speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Habitattypen die hierbij horen zijn stuifzandheiden met struikhei, zandverstuivingen, zwakgebufferde vennen, zure vennen, droge heiden, pioniervegetaties met snavelbiezen, beuken-eikenbossen met hulst en vochtige heiden (hogere zandgronden). De aangewezen habitatrichtlijnsoorten die hierbij horen zijn kamsalamander en drijvende waterweegbree. De aangewezen broedvogels zijn dodaars, geoorde fuut, wespendief, nachtzwaluw, zwarte specht en boomleeuwerik. Het dichtstbijzijnde gebied van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal is gevoelig voor stikstofdepositie (ca. 9 meter van plangebied). Op circa 65 meter afstand van het plangebied ligt gebied dat zeer gevoelig is voor stikstofdepositie (Figuur 4).
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 16
Figuur 4. Stikstofgevoeligheid Brabantse Wal nabij het plangebied (rood omlijnd). Effectenbeoordeling De storingsfactoren die plaats kunnen vinden door de werkzaamheden zijn verzuring en vermesting door stikstofdepositie, verstoring door geluid, trilling en licht. De werkzaamheden zijn beperkt van aard en van korte duur wat betreft geluid, trilling en licht. Echter wordt er tijdens de sloop en bouw en in de permanente fase met woningen meer stikstof uitgestoten dan normaal. Stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op het Natura 2000-gebied Brabantse Wal.
5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt volgens enkele varianten van de ontwikkeling aan de westelijke zijde in het Brabants Natuurnetwerk (Figuur 5). Dit betreft het type dennen-, eiken- en beukenbos. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen plaatsvinden.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 17
Figuur 5. Ligging van het plangebied (rood) en mogelijke delen van het plangebied (groen gestippeld) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland.
In het Natuurnetwerk Nederland heeft de provincie de volgende doelstellingen: • het herstel en behoud van de rijkdom aan soorten, de biodiversiteit. Hiervoor moeten natuurgebieden worden uitgebreid, verbeterd, en met elkaar worden verbonden, waardoor een netwerk ontstaat. Dit netwerk moet functioneren in ruimte en tijd, waardoor planten en dieren een duurzame, robuuste en klimaatbestendige leefomgeving krijgen; • het bieden van ruimte aan de groeiende behoefte aan rust en ruimte. Hierdoor kunnen inwoners en bezoekers de natuur beleven en het draagvlak voor natuurbeleid waarborgen.
Effectenbeoordeling Het plangebied bevindt zich volgens enkele varianten van de ontwikkeling aan de westelijke zijde in het Brabants Natuurnetwerk. Echter ligt de kadastrale grens van het perceel net buiten Brabants Natuurnetwerk. Op de locatie wordt opstallen gesloopt en woningen gebouwd. Indien in Brabants Natuurnetwerk ontwikkeld wordt, gaat het om tuinen en een weg die gerealiseerd wordt. In het geval dat er in Brabants Natuurnetwerk ontwikkeld wordt, moet er overleg plaatsvinden met de provincie of het bestemmingsplan van dit deel van Brabants Natuurnetwerk verandert moet worden en of er compensatie van het Natuurnetwerk plaats moet vinden. Het overige deel van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet gewijzigd. Ook heeft de nieuwe bebouwing geen externe werking op het Natuurnetwerk. De hoeveelheid licht richting Natuurnetwerk verandert in de toekomst niet. Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 18
5.2 Soorten Er is een bronnenonderzoek verricht naar de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en in de directe omgeving van het plangebied. De belangrijkste gegevensbron is de NDFF. De NDFF geeft echter geen volledig beeld van de aanwezigheid van soorten. Dat komt omdat niet alle gebieden even goed worden onderzocht. Daarnaast worden bepaalde soortgroepen beter onderzocht dan andere. Dit kan te maken hebben met de interesse van de waarnemer, toegankelijkheid van een gebied of omdat sommige soorten moeilijk te inventariseren zijn. Ten slotte worden niet alle waarnemingen doorgegeven. Door middel van het veldbezoek is een inschatting gemaakt van de te verwachte beschermde soorten in het plangebied. Daarna is onderzocht welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten.
5.2.1 Grondgebonden zoogdieren Bronnenonderzoek Een aantal grondgebonden zoogdieren zijn in het plangebied of in de omgeving van het plangebied waargenomen volgens de NDFF. Tabel 1 geeft een overzicht van deze soorten.
Tabel 1. Overzicht van waargenomen grondgebonden zoogdieren in het plangebied of in de nabije omgeving volgens de NDFF van de laatste 10 jaar. Soort
Beschermingsstatus Habitatrichtlijnsoort
boommarter bosmuis eekhoorn egel haas huisspitsmuis konijn ree vos
andere soorten x
vrijgestelde soorten x
x x x x x x x
In de bossen rondom Putte zijn boommarters en eekhoorns waargenomen. De eekhoorn wordt ook aan de randen van de bebouwde kom van Putte waargenomen. Ook bunzing, hermelijn en wezel zijn in de omgeving van Putte te verwachten op basis van hun verspreidingsgebied.
Veldonderzoek Het plangebied bestaat uit een kantoorgebouw, opslagloodsen, verharding en wat jonge opstand. Aan de westzijde van het plangebied zijn enkele bomen aanwezig. In de bomen aan de westzijde van het plangebied zijn geen eekhoornnesten aangetroffen en daarmee zijn er geen verblijfplaatsen van eekhoorns in het plangebied. Grote holtes zijn in deze bomen ook niet aanwezig, waardoor ook verblijfplaatsen in boomholtes van eekhoorn en boommarter kan worden uitgesloten. Het terrein is opgeruimd en bevat nauwelijks rommelige ruimtes Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 19
waar kleine marterachtigen hun verblijfplaats kunnen hebben. Het hout is netjes opgestapeld op pallets. Ook is het terrein grotendeels verhard. In de opslagloodsen is gezocht naar sporen van steenmarter. Deze zijn niet aangetroffen. Sporen van andere streng beschermde grondgebonden zoogdieren zijn niet waargenomen. Grondgebonden zoogdieren als algemene muizensoorten, konijn en mol kunnen voorkomen op de locatie, maar hier zijn geen aanwijzingen voor gevonden.
Effectenbeoordeling Er zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van eekhoorn en marterachtigen of sporen van deze soorten gevonden. Ook van andere beschermde soorten zijn geen sporen gevonden. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op grondgebonden zoogdieren. Voor mogelijk voorkomende algemene muizensoorten kan worden volstaan met de algemene zorgplicht.
5.2.2 Vleermuizen Vleermuizen vallen onder het beschermingsregime van de habitatrichtlijnsoorten. Verblijfplaatsen (kraam-, zomer-, paar- en winterverblijven) en essentiële vliegroutes en foerageergebieden van deze soorten zijn beschermd.
Bronnenonderzoek Er zijn 3 soorten vleermuizen in de omgeving waargenomen volgens de NDFF. De meeste vleermuiswaarnemingen betreft de gewone dwergvleermuis. Deze soort wordt voornamelijk ten westen van Putte waargenomen. Tabel 2 geeft een overzicht van de waargenomen vleermuissoorten volgens de NDFF. Ook baardvleermuis, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis kan in de omgeving van het plangebied worden verwacht.
Tabel 2. Overzicht van vleermuizen die zijn waargenomen in het plangebied of omgeving volgens de NDFF van de laatste 10 jaar. Soort gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis laatvlieger
Veldonderzoek Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen zich bevinden in gebouwen of bomen. In bomen bevinden vleermuizen zich in holtes, spleten of achter loshangend boomschors. In gebouwen kunnen vleermuizen zich onder andere bevinden in de spouw, onder dakpannen, achter boeiboorden en op zolders. De aanwezige bomen aan de westzijde van het plangebied en bij het tankstation zijn voor het merendeel minder dan 30 cm doorsnee op borsthoogte waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Daarnaast zijn in de bomen met een doorsnee van meer dan 30 cm op borsthoogte geen holtes of spleten aanwezig. Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 20
De kantoorruimte, het woonhuis nummer 265 en het tankstation is geschikt voor gebouwbewonende vleermuizen. Bij het kantoorgebouw gaat het om de spouw die toegankelijk is via open stootvoegen en ruimte onder dakpannen. Het woonhuis heeft geen spouw met open stootvoegen, maar wel ruimte onder de dakpannen die geschikt is voor vleermuizen. Het tankstation (Spar supermarkt, wasstraat, wasboxen) heeft geen spouw of een dakpannen dak, maar wel ruimte achter boeiboorden die geschikt is voor vleermuizen. De opslagloodsen zijn ongeschikt voor gebouwbewonende vleermuizen, omdat deze loodsen bestaan uit enkele houten of golfplaten wanden en dak zonder dakbeschot. Er is dus geen ruimte aanwezig waar vleermuizen tochtvrij kunnen verblijven. Niet alleen verblijfplaatsen van vleermuizen, maar ook essentiële vliegroutes zijn beschermd. Vleermuizen zijn plaatstrouw en maken vaak jaren achter elkaar gebruik van hetzelfde netwerk aan verblijfplaatsen. De meeste soorten maken ook gebruik van min of meer vaste vliegroutes tussen hun verblijfplaats en het jachtgebied. Indien er geen alternatieven zijn is de vliegroute van essentieel belang voor een kolonie. Als de dieren niet meer zonder verstoring van hun verblijfplaats bij hun jachtgebied kunnen komen, moeten ze verhuizen. Om deze reden zijn essentiële vliegroutes van vleermuizen beschermd.
Lijnvormige landschapselementen die als vliegroute kunnen dienen zijn bijvoorbeeld bomenrijen of watergangen. Bomenrijen en watergangen die als vliegroute kunnen dienen zijn in het plangebied niet aanwezig. Wel is de bosrand direct ten westen van het plangebied geschikt als vliegroute. Ook essentieel foerageergebied van vleermuizen is beschermd. Het plangebied zelf biedt weinig geschikt gebied om te foerageren, omdat er nauwelijks begroeiing aanwezig is binnen het plangebied. Enkel de bomen en struiken aan de westzijde zijn geschikt voor vleermuizen om te foerageren.
Effectenbeoordeling Het plangebied biedt geschikte mogelijkheden voor verblijfplaatsen voor vleermuizen, namelijk de spouw en ruimte onder de dakpannen van het kantoorgebouw, ruimte onder de dakpannen van het woonhuis nummer 265 en ruimte achter boeiboorden van het tankstation. De opslagloodsen zijn niet geschikt voor vleermuizen vanwege het ontbreken van tochtvrije ruimtes. Essentieel foerageergebied is niet aanwezig binnen het plangebied, omdat er nauwelijks begroeiing aanwezig is en soortgelijke begroeiing zoals aan de westzijde van het plangebied veelvuldig voorkomt in de omgeving. Lijnvormige landschapselementen zijn niet aanwezig binnen het plangebied, waardoor een negatief effect op een essentiële vliegroute van vleermuizen is uitgesloten. De bosrand ten westen van het plangebied kan dienen als vliegroute.
5.2.3 Vogels Alle inheemse vogelsoorten behoren tot de Vogelrichtlijn. Daarnaast is het nest van enkele vogelsoorten jaarrond beschermd.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 21
Voor het broedseizoen van vogels is geen standaardperiode. Dit omdat het broedseizoen van soort tot soort en van jaar tot jaar kan verschillen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode van 15 maart tot 15 juli worden aangehouden.
Bronnenonderzoek In de omgeving van de planlocatie ligt bebouwd gebied, natuurgebied en bosgebied waardoor een grote verscheidenheid aan vogelsoorten in de omgeving voorkomt. In Tabel 3 zijn de vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest die zijn waargenomen in of in de omgeving van het plangebied volgens de NDFF weergegeven.
Tabel 3. Overzicht van vogels met jaarrond beschermde nesten die zijn waargenomen in het plangebied of omgeving volgens de NDFF van de laatste 3 jaar. Soort blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper boomvalk bosuil buizerd ekster gekraagde roodstaart gierzwaluw grauwe vliegenvanger groene specht grote bonte specht havik huismus kleine bonte specht koolmees pimpelmees spreeuw torenvalk wespendief zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht
Beschermingsstatus jaarrond beschermde nesten 5 5 5 5 5 4 5 4 5 5 2 5 5 5 4 2 5 5 5 5 5 4 5 5 5 5
De boomvalk is 700 meter ten westen van het plangebied parend en baltsend waargenomen. De buizerd broedt in de Begoniastraat op 600 meter van plangebied. Verder wordt de buizerd rondom Putte vaker waargenomen. De gierzwaluw en huismus hebben nesten in de bebouwde kom van Putte. De havik is ten noorden van Putte, ongeveer 1,2 kilometer van het plangebied waargenomen. De wespendief heeft een territorium 1,5 kilometer ten noordoosten van het plangebied en 700 meter ten westen van het plangebied.
Veldonderzoek Tijdens het veldbezoek zijn een aantal vogels gehoord en gezien, waaronder ekster, houtduif, huismus, kauw, kokmeeuw, koolmees, kweekduiven, merel, pimpelmees, witte kwikstaart, Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 22
zwarte kraai en zwarte roodstaart. De bomen zijn gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten. Deze zijn niet aangetroffen. Het kantoorgebouw en de woning nummer 265 zijn geschikt als nestlocatie voor de gierzwaluw en/of huismus, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze gebouwen hebben namelijk ruimte onder de dakpannen waar huismussen en gierzwaluwen kunnen nestelen. Tijdens het veldbezoek is een roepend mannetje huismus aan de zuidzijde van de dakrand van nummer 265 waargenomen. In de opslagloodsen is geen geschikte ruimte aanwezig voor gebouwbewonende soorten met een jaarrond beschermd nest (huismus, gierzwaluw, uilen). In de bomen en struiken kunnen algemene broedvogels nestelen.
Effectenbeoordeling Er kunnen zich jaarrond beschermde nesten van huismus en/of gierzwaluw in het kantoorgebouw en woonhuis nummer 265 bevinden. Jaarrond beschermde nesten van gebouwbewonende soorten kunnen worden uitgesloten in de opslagloodsen, omdat er geen geschikte ruimtes aanwezig zijn. In de bomen zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. In de bomen en struiken kunnen vogels in het broedseizoen broeden. De coniferenhaag tussen nummer 265 en het tankstation aan de Antwerpsestraat is mogelijk essentieel voor huismussen.
5.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen Bronnenonderzoek In Tabel 4 is een overzicht weergegeven van de waargenomen beschermde amfibieën, reptielen en vissen in het plangebied of in de omgeving van het plangebied volgens de NDFF.
Tabel 4. Overzicht van waargenomen reptielen, amfibieën en vissen in of nabij het plangebied volgens de NDFF van de laatste 10 jaar. Soort
Beschermingsstatus Habitatrichtlijnsoort
Alpenwatersalamander bastaardkikker bruine kikker gewone pad levendbarende hagedis rugstreeppad vindpootsalamander
andere soorten x
vrijgestelde soorten x x x
x x x
De Alpenwatersalamander is waargenomen in vijvers in tuinen in Putte. De levendbarende hagedis is 700 meter ten westen van het plangebied in het natuurgebied waargenomen. De rugstreeppad is 600 meter ten oosten van het plangebied waargenomen. De vinpootsalamander is in een tuin in de Begoniastraat 600 meter van het plangebied waargenomen. Dit betreft waarschijnlijk een uitgezet exemplaar. Ook de gladde slang, hazelworm, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander, meerkikker en poelkikker kunnen worden verwacht in de omgeving van het plangebied.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 23
Veldonderzoek Er is geen oppervlaktewater aanwezig op de onderzoekslocatie, waarmee de aanwezigheid van beschermde vissen en voortplantingswater voor beschermde amfibieën kan worden uitgesloten. Het aanwezige groen is niet geschikt als landhabitat voor beschermde amfibieën, omdat het slechts enkele bomen en struiken betreft en het overgrote deel van het plangebied verhard is. Ook zijn er weinig schuilmogelijkheden voor amfibieën. Tijdens het veldbezoek is een inschatting gemaakt over het gebruik van het plangebied door reptielen. Het plangebied biedt weinig geschikt leefgebied (structuurrijke vegetatie, zanderige plekken) voor zwaar beschermde soorten en deze worden dan ook niet verwacht.
Effectenbeoordeling Zwaar beschermde vissen, reptielen en amfibieënsoorten stellen kritische eisen aan hun leefomgeving. Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten of te overwinteren is voor beschermde vissen, reptielen en amfibieën in het plangebied niet aanwezig.
5.2.5 Flora Bronnenonderzoek Beschermde planten zijn in het plangebied of de naaste omgeving niet waargenomen in de afgelopen 10 jaar volgens de NDFF. Ook volgens verspreidingskaarten zijn er geen beschermde planten te verwachten in de omgeving van het plangebied.
Veldonderzoek Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de tijd dat de eerste beschermde plantensoorten weer beginnen te bloeien, maar een groot deel bloeit nog niet. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde planten waargenomen en deze zijn ook niet te verwachten. Binnen het plangebied is ruige vegetatie aanwezig met onder andere paardenbloem, brem, reigersbek en jonge opstand van berk, vogelkers en wilde lijsterbes. Ook is een groot deel van het plangebied verhard, waardoor er geen planten kunnen groeien.
Effectenbeoordeling De meeste beschermde planten zijn zeer kritisch ten aanzien van hun standplaats. Beschermde planten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Gezien de aard van het plangebied en de soortensamenstelling van de aanwezige flora worden beschermde planten hier ook niet verwacht.
5.2.6 Ongewervelden Bronnenonderzoek Beschermde ongewervelden zijn in het plangebied of in de naaste omgeving niet waargenomen in de afgelopen 10 jaar volgens de NDFF. De gevlekte witsnuitlibel en grote Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 24
weerschijnvlinder zijn in de omgeving van het plangebied wel te verwachten op basis van verspreiding. De habitat van de gevlekte witsnuitlibel bestaat uit laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. De waardplanten van de grote weerschijnvlinder zijn voornamelijk boswilg, maar soms ook grauwe wilg. De habitat van deze vlinder bestaat uit oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen.
Veldonderzoek Tijdens het veldbezoek is een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde ongewervelden in het plangebied. Iedere soort is afhankelijk van een bepaald habitat met bepaalde waardplanten. Deze habitats en waardplanten zijn in het plangebied niet aanwezig. De habitats van gevlekte witsnuitlibel en grote weerschijnvlinder zijn ook niet aanwezig.
Effectenbeoordeling Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op beschermde ongewervelden, omdat er geen geschikt habitat aanwezig is binnen het plangebied.
5.3 Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen onder de bebouwde kom houtopstanden en zijn daarom vrijgesteld van de meld- en herplantplicht van de Wet natuurbescherming.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 25
6.
Conclusies en aanbevelingen Aan de hand van het voorgaande kan een aantal conclusies worden getrokken en worden aanbevelingen gegeven voor de te nemen vervolgstappen. In de effectenbeoordeling en de daaruit volgende conclusies is uitgegaan van de werkzaamheden zoals die zijn omschreven in paragraaf 3.2. Veranderingen of afwijkingen hiervan kunnen tot andere conclusies leiden. Natuuronderzoek heeft doorgaans een juridische houdbaarheid van drie jaar.
6.1 Gebiedsbescherming 6.1.1 Natura 2000 Tijdens de sloop, bouw en in de permanente fase wordt er meer stikstof uitgestoten dan op dit moment het geval is, waardoor er een (tijdelijke) verhoogde stikstofdepositie is in het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Om te bepalen of dit een significant negatief effect heeft, moet een Aerius berekening worden uitgevoerd. Andere significant negatieve effecten op het Natura-2000 gebied zijn niet te verwachten.
6.1.2 Natuurnetwerk Nederland De kadastrale perceelgrens van het plangebied ligt tegen Brabants Natuurnetwerk. Echter zijn er varianten van de ontwikkeling die voor een klein deel, tot de Larikslaan, ontwikkelen in het Brabants Natuurnetwerk. Indien er gekozen wordt voor varianten waarbij ontwikkeling plaatsvindt in Brabants Natuurnetwerk, moet er overleg plaatsvinden met de provincie of het bestemmingsplan van dit deel van Brabants Natuurnetwerk veranderd moet worden en of er compensatie van het Natuurnetwerk plaats moet vinden.
6.2 Soortbescherming De Wet natuurbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied. Niet alleen de instandhouding van verblijfplaatsen is van belang, maar ook de instandhouding van het leefgebied. Te allen tijde dient men de zorgplicht in acht te nemen. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moet worden voorkomen. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. Tabel 5 geeft een overzicht van de maatregelen per soortgroep.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 26
Tabel 5. Samenvatting onderzoeksresultaten en maatregelen. Soortgroep
Soort
Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen
n.v.t. gebouwbewonende soorten huismus en gierzwaluw
Vogels
algemene broedvogels
Reptielen Amfibieën Vissen Flora Ongewervelden
Maatregelen Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen moet worden uitgevoerd. Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw moet worden uitgevoerd. De bomen en struiken buiten het broedseizoen (half maart – half juli) verwijderen. Indien het verwijderen niet plaats kan vinden buiten het broedseizoen, bomen en struiken controleren op actieve nesten voor verwijdering.
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
6.2.1 Grondgebonden zoogdieren De voorgenomen werkzaamheden hebben geen negatief effect op grondgebonden zoogdieren. Voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en (functionele) leefomgeving van beschermde grondgebonden zoogdieren zijn in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
6.2.2 Vleermuizen Het kantoorgebouw, het woonhuis nummer 265 en het tankstation (Spar supermarkt, wasstraat en wasboxen) zijn een potentiële vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Nader onderzoek moet uitwijzen wat de functie van het plangebied voor vleermuizen is en of een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming nodig is. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute voor vleermuizen. Voor het onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen vinden in de periode half mei tot half juli 3 bezoeken plaats, één in de ochtend rond zonsopkomst en twee in de avond rond zonsondergang. Daarnaast vinden er in de periode half augustus tot en met september 2 bezoeken plaats in de nacht.
6.2.3 Vogels Het kantoorgebouw en de woning nummer 265 is mogelijk geschikt als nestlocatie voor gierzwaluw en/of huismus. In de woning nummer 265 is al een huismusverblijfplaats waargenomen. Nader onderzoek moet uitwijzen of de bebouwing gebruikt wordt door deze soorten en een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming nodig is. De coniferenhaag tussen nummer 265 en het tankstation is mogelijk essentieel voor huismussen. Dit moet ook uit het nader onderzoek blijken. Voor de huismus vinden in de periode april tot en met half mei 2 bezoeken plaats, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor nesten van huismussen. Voor de gierzwaluw vinden in de periode juni tot en met half juli vinden 3 bezoeken plaats in de avond rond zonsondergang, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor nesten van gierzwaluwen. Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 27
De bomen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Deze zijn niet aangetroffen. De bomen en struiken zijn geschikt als nestlocatie voor algemene vogels. Actieve nesten mogen geen negatief effect ondervinden. De bomen en struiken dienen buiten het broedseizoen (half maart – half juli) verwijderd te worden om te voorkomen dat broedvogels zich nestelen in de te verwijderen bomen en struiken. Indien het verwijderen niet plaats kan vinden buiten het broedseizoen, dienen de bomen en struiken voor verwijdering te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van actieve nesten.
6.2.4 Reptielen, amfibieën en vissen Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten of te overwinteren is voor beschermde reptielen, amfibieën en vissen in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
6.2.5 Flora In het plangebied zijn geen beschermde planten waargenomen of te verwachten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
6.2.6 Ongewervelden In het plangebied worden geen beschermde ongewervelden verwacht. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
6.3 Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen onder de bebouwde kom houtopstanden en zijn daarom vrijgesteld van de meld- en herplantplicht van de Wet natuurbescherming.
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
P a g i n a | 28
Bronnen Literatuur •
• • • • • •
Bos, F., Bosveld, M., Groenendijk, D., Swaay, van C. & Wynhoff, I., De Vlinderstichting 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea. - Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Kanters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12: 1-432. Creemers., R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, EIS Nederland, Leiden. Kapteyn, K. 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Schuyt & Co, Haarlem. Limpens, H., Mosterd, K. & Bongers, W. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV, Utrecht. Ministeries van LNV en VROM en de provincies, 2006. Spelregels EHS, Beleidskader voor compensatiebeginsel, EHS-saldobenadering en herbegrenzen EHS. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Websites • • • • • • • • • • • • • • •
http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ https://mijn.rvo.nl/documents/20448/98667/Lijst+jaarrond+beschermde+vogelnesten/8c62 8143-438c-4d87-aef9-eeae6a4b7843 https://monitor.aerius.nl/monitor/ https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/ https://wetten.overheid.nl/BWBR0038668/ www.eis-nederland.nl www.floron.nl www.google.nl/maps www.natura2000.nl www.ndff.nl www.openstreetmap.org www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl
Quickscan flora en fauna Antwerpsestraat Putte
BIJLAGE 3 BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE
A G E L adviseurs
ruimte infra bouw milieu
MEMO Datum
:
26 mei 2020
In het kader van
:
Herontwikkeling Antwerpsestraat 267 Putte
Van
:
ir. H.J.M. Schipperen
Projectnummer
:
20200219
Betreft
:
Stikstofdepositie herontwikkeling Antwerpsestraat 267 te Putte
1
Paraaf :
AANLEIDING
In opdracht van De Nijs Soffers Bouwgroep is door AGEL adviseurs een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de Antwerpsestraat 267 te Putte. Het plan omvat de ontwikkeling van 50 tot 72 woningen met een supermarkt. In onderhavig onderzoek is de stikstofemissie en depositie in de referentiesituatie onderzocht alsmede in de voorgenomen situatie betreffende de sloopfase, de bouwfase en gebruiksfase. De ligging van het plangebied is in figuur 1 weergegeven. Figuur 1: Ligging plangebied
Pagina 1 van 2 Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
t. 0162 - 456481 f. 0162 - 435588 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl
Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de ‘De rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieur en adviseur DNR 2011 herzien (juli 2013)’ van toepassing. De DNR 2011 herzien (juli 2013) wordt op verzoek toegezonden. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 20051141
A G E L adviseurs 26 mei 2020 Stikstofdepositie ontwikkeling Antwerpsestraat Putte