CConstaterende datwoensdrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Antwerpsestraatweg 64 Hoogerheide

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente woensdrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel bindend adviesrecht BOPA Antwerpsestraatweg 64 Hoogerheide27.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van 22 woningen mogelijk. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?

Gemeente Woensdrecht

25

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van 22 woningen met bijbehorende parkeervoorzieningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en een groter planologisch beslag op de ruimte, doordat meer bebouwing mogelijk wordt gemaakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen.

c.

Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?

Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. De meest recente provinciale woningbouwprognose 'De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2023' laat voor de gemeente Woensdrecht een groei van de woningvoorraad zien van 10.020 in 2023 naar 11.365 in 2040 (stijging van 13,4%). De onderliggende demografische ontwikkeling voor deze woningbehoefte in Hoogerheide is volgens de prognose 2023 primair gebaseerd op de toename van het aantal huishoudens van circa 9.915 in 2023 naar 10.480 in 2031 – een stijging van 565 huishoudens, mede veroorzaakt door huishoudverdunning.

Uit de gemeentelijke Woonvisie (addendum, november 2024) blijkt bovendien dat de lokale vraag in Hoogerheide vooral ligt op grondgebonden woningen én nultredenwoningen in het koopsegment, gericht op levensloopgeschikte seniorenhuisvesting. Het onderhavige initiatief voorziet in deze woningtypes. De gestapelde woningen zijn voorzien van een lift, waardoor deze geschikt zijn voor deze doelgroep. Daarnaast wordt rekening gehouden met levensloopbestendige woningen. Tenslotte blijkt uit de meest actuele Woningbouwplanning voor de periode 2025- 2026 dat in Hoogerheide 420 tot 645 woningen voorzien worden. Onderhavige ontwikkeling is hierin opgenomen als ‘zachte plancapaciteit’. Op basis van de provinciale woningbouwprognose en gemeentelijke beleidsdocumenten kan concluderend gesteld worden dat met onderhavig plan zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin voorzien wordt in de lokale woningbehoefte d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?

Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Hoogerheide. De ladder hoeft niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan woningen en is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

26

Gemeente Woensdrecht

5.3 Bijdrage aan de koers omgevingsvisie Het initiatief vormt een passende invulling die zowel recht doet aan de beeldkwaliteit van het bebouwingslint als aan de karakteristieke openheid van het gebied. De realisatie van de woningen draagt hier aan bij. Met de toename van 22 nieuwe woningen wordt de leefbaarheid van de kern vergroot daar de basis voor de lokale voorzieningen vergroot wordt. Tevens zorgt de benutting van leegstaande bebouwing voor meer levendigheid in de buurt, wat de sociale cohesie vergroot en overlast van tijdelijk gebruik (antikraak of illegale bewoning) kan voorkomen. Bij het ontwerp is nadrukkelijk rekening gehouden met de beeldkwaliteit en ruimtelijke aansluiting, dit is reeds toegelicht in hoofdstuk 3 van deze ruimtelijke motivering.

5.4 Omgevingskwaliteit 5.4.1 Gebiedskwaliteiten

Figuur 17. Gebiedsindeling Woensdrecht en Hoogerheide West (Bron: Welstandsnota gemeente Woensdrecht) De te bebouwen locatie behoord tot Gebied 6: Antwerpsestraatweg. Volgens de welstandsnota van de gemeente Woensdrecht moet het initiatief voldoen aan: In dit cluster is de bebouwing divers, zowel in bouwhoogte als type woningen. Behalve een woonfunctie heeft het gebied op sommige plaatsen ook een commerciële functie. De dakvormen variëren; er komen onder andere zadeldaken, piramidedaken en platte daken voor. De noklijn van de meeste daken staat loodrecht op de straat. De bebouwing staat overwegend in een rooilijn. In het zuidelijk gedeelte staan de gebouwen vlak aan de openbare ruimte, terwijl naar het noorden toe de gebouwen diepere voortuinen krijgen. De bouwhoogte varieert tussen 1 en 2 bouwlagen.

Gemeente Woensdrecht

27

Kleur- en materiaalgebruik Alle gebouwen zin met baksteen als schoon metselwerk gebouwd en hebben dakpannen als dakbedekking. De kleur van de baksteen en dakbedekking is divers. Zo wordt er met rode en gele baksteen gebouwd; ook zijn er wit geschilderde woningen bij. De dakpannen variëren in kleur tussen rood en antraciet. Openbare ruimte De openbare ruimte bestaat uit een hoofdweg en twee parallelwegen. De parallelwegen hebben aan één zijde een trottoir en bebouwing. De hoofdweg is van de twee parallelwegen gescheiden door een groenstrook beplant met struiken en bomen. De hoofdweg is van betonplaten, de parallelwegen zijn van klinkers en het verhoogde trottoir van betontegels. Parkeren vindt op eigen terrein of langs het trottoir op straat plaats. De erfafscheidingen bestaan voornamelijk uit hagen of hekjes. Criteria Voor de bebouwing in het gebied worden geen grootschalige veranderingen voorzien. Wel zal het openbaar gebied geherstructureerd worden. Bij de opstelling van het plan is rekening gehouden met de omringende bebouwingskarakteristiek. Het gemeentelijk beleid is gericht op handhaving van de aanwezige karakteristiek qua schaal, korrelmaat en vormentaal. Er is sprake van een gevarieerd bebouwingsbeeld. Elk pand kent binnen beperkte marges zijn eigen situering, uitstraling en kleurgebruik.

Verbouwingen en (vervangende) nieuwbouw moet aansluiten bij het karakter zoals omschreven is in de gebiedsomschrijving met als extra eis dat de bebouwing in één rooilijn moet staan. Beoordeling Het ontwerp van onderhavig initiatief is in juni 2025 door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit beoordeeld. Het plan sluit in hoofdopzet aan bij de uitgangspunten van de Welstandsnota (schaal, korrelmaat, materialisatie), maar is na overleg met de CRK en de omgeving op punten aangepast. Daarmee is de architectonische kwaliteit verbeterd en de inpassing in het straatbeeld versterkt. Zo is de toegang naar de voordeuren van het tweedelijns gebouw verbeterd doordat het toegangspunt breder wordt gemaakt en de posities van de bergingen zijn heringericht. De architectonische uitwerking van de blinde zijgevel van het gebouw Antwerpsestraatweg zijn tevens verwerkt. Dit is reeds toegelicht in paragraaf 3.2 van deze ruimtelijke motivering. De commissie gaf enkel tevens aan dat het tweedelijns gebouw, welke dus niet direct aan de openbare ruimte ligt maar is gelegen achter het gebouw aan de weg, gespiegeld moest worden, Deze wijziging is echter niet doorgevoerd aangezien dit stuitte op veel weerstand van omwonenden.

5.4.2 Archeologie, cultuurhistorie en landschap Cultuurhistorie In de BOPA dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden (Bkl). De opsteller en vaststeller van de BOPA is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Ter plaatse van het perceel zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig, wel ligt het perceel op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant in het cultuurhistorisch landschap 'Brabantse Wal', de ligging 'Brabant van het zand' en de regio 'Brabantse Wal'. De ontwikkeling zal hier geen afbreuk aan doen.

28

Gemeente Woensdrecht

Beoordeling

Figuur 18. Uitsnede cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Met de rode cirkel wordt het plangebied aangeduid. Uit de cultuurhistorische waardenkaart volgt dat de locatie is gelegen binnen het cultuurhistorisch landschap ’Brabantse Wal’. Voornaamste ontwikkelstrategie betreft het behoud en de accentuering van de aanwezige variatie aan landschapstypen. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt betreffen dit polders, veenrelicten, landgoederen, kreken en vestingwerken. Binnen het plangebied zijn deze landschapstypen echter niet aanwezig, nu het plangebied reeds een bestaand bouwperceel betreft en tevens behoort tot de bebouwde kom van Hoogerheide. Gelet hierop wordt met het onderhavige planvoornemen geen inbreuk gemaakt op de cultuurhistorische waarden gelegen binnen het landschap de ‘Brabantse Wal’. Door het realiseren van een gevel welke in de lengte de hoofdstructuur volgt, wordt de richting van de oude hoofdstructuur zo optimaal mogelijk begeleidt en benadrukt. Het plangebied grenst daarnaast aan historisch groen van hoge waarde ‘Bos, laanbeplanting Vinkenberg, De Hoef Zandfort’. Dit betreft een op de Brabantse Wal gesitueerd bos, restanten van een laanbeplanting en hakhoutbos. Met onderhavig initiatief wordt hier geen afbreuk aan gedaan. Voor het overige zijn er geen cultuurhistorisch waardevolle elementen gelegen in de directe omgeving van het plangebied.

Uit de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart blijkt tevens dat de Antwerpsestraat een oude hoofdroute is met een historische structuur. De straat was onderdeel van Route Imperial 65 waar een tram heeft gereden. Met deze ontwikkeling zal de historische route niet worden aangetast. Het initiatief heeft namelijk geen direct effect op zowel de fietsstraat als de Antwerpsestraatweg welke zijn gelegen naast het plangebied en zijn gelegen ter plaatse van de historische route.

Gemeente Woensdrecht

29

Figuur 19. Uitsnede cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Woensdrecht (2024). Met de rode cirkel wordt het plangebied aangeduid. Conclusie Het voornemen doet geen afbreuk aan cultuurhistorische waarden binnen of in de omgeving van het plangebied. Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Bij een planologische procedure dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Conform de ‘Archeologische waarden- en verwachtingenkaart’ van de gemeente Woensdrecht is het plangebied gelegen binnen het gebied aangeduid als hoge- en middelhoge archeologische verwachting (zie figuur 12). Op grond van beleidsmatige vertaling van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart geldt voor dit gebied een archeologische onderzoeksplicht bij een bodemverstoring van meer dan 50 m² en dieper dan 0,50 meter onder de oppervlakte.

Figuur 20. Uitsnede archeologische waarden- en verwachtingenkaart gemeente Woensdrecht met het plangebied blauw omcirkeld (Bron: gemeente Woensdrecht, bewerking Rho adviseurs) Archeologisch onderzoek Aangezien de eerder genoemde oppervlakte en diepte wordt overschreden dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 7.13 en is eerder voor het opgestelde bestemmingsplan uitgevoerd door ADC Archeoprojecten in juli en augustus 2021. De uitkomsten uit dit onderzoek blijven onder de Omgevingswet en het nieuwe ontwerp gelijk, hier blijkt het volgende uit: Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op grond van de aangetroffen bodemopbouw dient de middelhoge archeologische verwachting op basis van de Archeologische Waardenkaart van de gemeente Woensdrecht te worden bijgesteld naar een hoge archeologische verwachting. ADC ArcheoProjecten adviseert derhalve voorafgaand aan de sloop van de funderingen van de bestaande bedrijfsbebouwing een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P) om de gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken.

De exacte invulling van de werkzaamheden dient voorafgaand aan het veldonderzoek te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Indien de bodemingrepen ten behoeve van de 30

Gemeente Woensdrecht

nieuwbouw niet dieper reiken dan 30 cm –mv (ondiepste voorkomen van intacte duinafzettingen) kan worden afgezien van het proefsleuvenonderzoek. Conclusie Op basis van archeologisch onderzoek kan het plangebied nog niet volledig worden vrijgegeven van archeologische waarden. Er dient voorafgaand de werkzaamheden van het initiatief een Programma van Eisen voorgelegd te worden aan de gemeente Woensdrecht. Bij goedkeuring van dit PvE dient een inventariserend veldonderzoek plaats te vinden.

5.5 Gezondheid 5.5.1 Activiteiten en milieuzonering In de Omgevingswet staat het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ centraal (afgekort: ETFAL). Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient gemotiveerd te worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de balans tussen milieubelastende activiteiten en daarvoor gevoelige functies. Voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten dient te worden voorkomen ten behoeve van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Bij het beoordelen of sprake is van balans tussen milieubelastende activiteiten en daarvoor gevoelige functies is gebruik gemaakt van de VNG-handreiking ‘bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Uitgangspunt van de systematiek van activiteiten en milieuzonering is dat voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies leidt tot balans tussen deze verschillende functies binnen een gebied. Op deze manier kan gestreefd worden naar een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

In de handreiking zijn bedrijven ingedeeld in verschillende milieu categorieën, waarbij geldt: hoe hoger de milieucategorie, hoe zwaarder de milieubelasting. De richtafstanden tussen bedrijven en milieuhinder gevoelige functies nemen dus toe naarmate een bedrijf in een hogere milieucategorie wordt ingedeeld. Beoordeling De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Het plangebied kan vanwege de ligging langs de hoofdinfrastructuur van Hoogerheide (Scheldeweg) worden gekenmerkt als gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure kunnen derhalve met één afstandsstap worden verlaagd. Onderhavige BOPA maakt de realisatie van woningen mogelijk, waardoor ter plaatse gevoelige functies worden toegevoegd. Bij de beoordeling van een project voor de realisatie van deze functie moet enerzijds beoordeeld worden of de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende inrichtingen. Anderzijds moet getoetst worden of ten aanzien van de milieubelasting een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Onderzoek In de beoogde situatie worden 22 woningen gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden, zoals vermeld in de VNG-brochure.

In de omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen, maar ook bedrijfsgevoelige functies waardoor de omgeving van het plangebied getypeerd kan worden als een ‘gemengd gebied. Op basis van het vigerend omgevingsplan zijn de milieubelastende functies in de nabije omgeving bepaald. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van: Inrichting

Locatie

Max. Milieucategorie

Richtwaarde VNG

Afstand tot plangebied

Gemeente Woensdrecht

31

Detailhandel

Antwerpsestraatweg 48

2

10 meter

0 meter

Nutsvoorziening

Antwerpsestraatweg 52

2

10 meter

41 meter

Detailhandel (functie: bedrijf)

Antwerpsestraatweg 44

2

10 meter

100 meter

Kantoor

Antwerpsestraatweg 78

1

0 meter

70 meter

In bovenstaande tabel is gemeten vanaf de grens van de woonfunctie tot de grens van de hindergevende functie. In geval van de detailhandelsfunctie aan de Antwerpsestraatweg 48 dient te worden opgemerkt dat het parkeerterrein bij de betreffende detailhandel direct grenst aan het plangebied. Op basis van de VNG-brochure is aan autoparkeerterreinen milieucategorie 2 toegekend (met een bijpassende richtafstand van 10 meter in geval van gemengd gebied). Aangezien het slechts een richtafstand betreft en de gevels van de beoogde woningen en appartementen zich op meer dan 10 meter van het parkeerterrein zullen bevinden vormt dit geen belemmering voor onderhavig initiatief. Dit is tevens weergegeven in figuur 21. In het geval er wel sprake is van gemengd gebied dan treft dit met name het gebouw op het achtererf zoals te zien valt in figuur 21. Door de wegen in de omgeving en het naastgelegen parkeerterrein kan er echter uitgegaan worden van gemengd gebied. Gelet op de afstand van het plangebied ten opzichte van de overige bovenstaande inrichtingen in de omgeving kan worden gesteld dat aan de gestelde richtwaarden wordt voldaan. Een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen is daarmee gewaarborgd. Omgekeerd hindert het onderhavige planvoornemen omliggende inrichtingen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden.

Figuur 21. Weergave activiteiten en milieuzonering

Tot slot komt met het realiseren van onderhavig planvoornemen de huidige hindergevende bedrijfsfunctie ter plaatse te vervallen ten gunste van een woonfunctie, hetgeen een positief effect heeft op het woon- en leefklimaat ter hoogte van de bestaande omliggende woningen. Gezondheid Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige- en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd.

32

Gemeente Woensdrecht

Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten luchtkwaliteit, geur, geluid, trillingen, bodem en groen/klimaat. Op deze onderwerpen gaat het GGD Omgevingsadvies tevens in. In deze ruimtelijke motivering worden deze aspecten behandeld. Hieruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat het aspect gezondheid voldoende is afgewogen. Voor het aspect geur geldt dat de ontwikkeling in overeenstemming met artikel 5.91 Bkl kan worden getypeerd als geurgevoelige bebouwing. Rondom het besluitgebied zijn geen geurhinder veroorzakende agrarische functies gelegen. Kijkend naar de omliggende industrie en bedrijfsfuncties kan gesteld worden dat omliggende bedrijfsfuncties geen geurhinder veroorzaken. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Bronnen van trillingen betreffen voornamelijk verkeer of de weg of het spoor en bouw- en sloopactiviteiten.

In onderhavig initiatief zijn er geen bronnen van trillingen welke invloed hebben op het besluitgebied of welke van invloed zijn op de omgeving van het besluitgebied. Gezondheid en geitenhouderijen Uit rapporten van het RIVM blijkt dat bewoners binnen een straal van twee kilometer van een geitenhouderij een verhoogde kans hebben op longontsteking. Binnen 2 kilometer van het plangebied liggen echter geen geitenhouderijen. De dichtstbijzijnde geitenhouderijen zijn gelegen op 3,9 kilometer (aan de Weg naar Wouw in Huijbergen), 5,2 kilometer (aan de Langeweg in Ossendrecht) en op 5,6 kilometer (aan de Moerkantsebaan in Essen-Hoek). Eventuele gevolgen van deze geitenhouderijen zijn uit te sluiten door de afstand tot deze geitenhouderijen. Conclusie Binnen het plangebied is met betrekking tot milieuzonering een goed woon- en leefklimaat verzekerd. Onderhavig initiatief belemmert omliggende inrichtingen niet in hun bedrijfsvoering. Daarnaast is er geen invloed van veehouderijen op de toekomstige bewoners. Tot slot wordt er met diverse aspecten rekening gehouden voor onderhavig initiatief, deze worden behandeld in overige paragrafen van deze ruimtelijke motivering en gaan o.a. in op luchtkwaliteit, geur, geluid, trillingen, bodem en groen/klimaat.

5.5.2 Sociale samenhang N.v.t.

5.5.3 Welzijn en welbevinden N.v.t.

5.5.4 Geur In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen (art. 5.92 Bkl). Een omgevingsplan moet erin voorzien dat de geur door een activiteit op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Let op, in geval van functionele binding tussen gebouw en activiteit kunnen uitzonderingen gelden (art. 5.95 en 5.96 Bkl). Indien het omgevingsplan regels bevat over geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken, door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf, door andere agrarische activiteiten wijst in het omgevingsplan een of meer bebouwingscontouren geur aan rond stedelijk gebied (art. 5.97 Bkl). De geometrische begrenzing moet vastgelegd worden in het omgevingsplan. Stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied of lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen binnen de bebouwingscontour worden opgenomen.

Gemeente Woensdrecht

33

Er gelden specifieke instructieregels indien het initiatief betrekking heeft op: •

Geur door het exploiteren van zuiveringtechnische werken (§ 5.1.4.6.2)

•

Geur door het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (§ 5.1.4.6.3)

•

Geur door andere agrarische activiteiten (§ 5.1.4.6.4)

Beoordeling Om erachter te komen welke veehouderijen in de omgeving van het plangebied liggen is de openbare data uit Kernregistratie Dierverblijven (KRD) gehaald. Ook de (omgevings)vergunningsgegevens komen uit het KRD. Het plangebied bevindt zich in de kern van Hoogerheide, onderdeel van de gemeente Woensdrecht. Het plangebied is omringd door bestaande geurgevoelige gebouwen. Uit het KRD blijkt dat er enkele veehouderijen binnen een afstand van 2 kilometer tot het plangebied liggen. De dichtstbijzijnde veehouderij ligt op een afstand van 400 meter. Dit betreft een veehouderij welke een vergunning heeft voor het houden van vleesvee. De geuremissie van deze veehouderij is echter zo laag dat deze niet voor geuremissie op het plangebied zorgt. Verder bevinden zich binnen een kilometer van het plangebied drie andere veehouderijen. Dit zijn allemaal dieren met een vaste afstandscontour welke op meer dan voldoende afstand liggen van het plangebied. De veehouderijen welke op een afstand van meer dan 1 kilometer liggen zijn op voldoende afstand gelegen om niet van invloed te zijn op de voorgrond- en achtergrondbelasting op het plangebied. •

Op grond van bovenstaande worden de veehouderijen niet gehinderd door het initiatief;

•

En er is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat

Conclusie Vanuit het aspect geur(hinder) van (agrarische) bedrijvigheid zijn er geen belemmeringen voor dit initiatief.

5.6 Duurzaamheid 5.6.1 Energie Met onderhavig initiatief zijn de volgende aspecten op het gebied van energie van toepassing: •

Energieopwekking vindt plaats via een luchtwarmtepomp in aanvulling met PV-panelen;

•

Alle wooneenheden zijn voorzien van vloerverwarming;

•

WTW balansventilatie wordt toegepast.

Het opwekken van energie vindt derhalve plaats op een duurzame manier, namelijk via de luchtwarmtepomp en PV-panelen. Daarnaast zorgt de WTW (WarmteTerugWin) – balansventilatie voor twee ventilatiestromen. Enerzijds de toevoer van verse buitenlucht naar de leefruimtes en de afvoer van gebruikte lucht uit natte ruimtes. De warme uit de afgevoerde lucht wordt via een warmtewisselaar overgedragen aan de koude inkomende buitenlucht, hierdoor wordt warmteverlies beperkt. Er is dus minder verwarmingsenergie nodig in de winter aangezien de binnenkomende lucht reeds verwarmd is. In de zomer kan de warmtewisselaar tevens voorkomen dat de warme buitenlucht nog meer wordt opgewarmd.

5.6.2 Vermindering broeikasgassen Overheden dragen bij nieuwe ontwikkelingen zorg voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Op grond van de algemene zorgplicht voor het woon- en leefmilieu dienen overheden de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit af te wegen. Dit wordt met de invoering van de Omgevingswet gewaarborgd in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1 Kwaliteit van de buitenlucht). Bij nieuwe ontwikkelingen dient getoetst te worden of de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit worden overschreden. Daarnaast dient te worden getoetst aan mogelijk aanwezige omgevingswaarden die provincies en gemeenten hebben vastgesteld. 34

Gemeente Woensdrecht

Eveneens heeft het Rijk aandachtsgebieden vastgesteld waar de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit reeds worden overschreden of de achtergrondconcentratie dermate hoog is, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. Binnen deze aandachtsgebieden verzamelen gemeenten en provincies gegevens voor de monitoring van de luchtkwaliteit. Indien een ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, vormen de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3 . Dit kan op twee manieren getoetst worden: • Een ontwikkeling valt onder de standaardgevallen, binnen de grenzen van artikel 5.54 van het Bkl. Deze standaardgevallen beslaan de ontwikkeling van een beperkt aantal veelal woningen, kantoren of een combinatie van beiden; • Het maken van een berekening met de NIBM-tool om aan te tonen dat de toename minder bedraagt dan 1,2 µg/m3 . De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze gaan over: •

beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden;

•

ammoniakemissies van veehouderijen;

•

geologische opslag van CO2.

In de onderstaande tabel staan de grenswaarden voor de diverse stoffen en wordt getoetst aan de luchtkwaliteit nabij het plangebied (hiervoor is het CIMLK geraadpleegd, het dichtstbijzijnde meetpunt is gelegen ten noorden op de Scheldeweg). Stof

Toetsing initiatief

Grenswaarde

Stikstofdioxide (NO2)

13,26

40 μg/m³

Fijn stof (PM10)

14,00

40 μg/m³

6 overschrijdingen per jaar

max. 35 keer p.j. meer dan 50 μg/m³

7,34

25 μg/m³

Fijn stof (PM2,5)

In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: •

een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 μg/m³);

•

een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder

•

andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bruto vloer oppervlak bij één ontsluitingsweg.

Onderhavig initiatief betreft niet één van deze twee situaties. Bovendien zijn er aandachtsgebieden aangewezen voor zowel stikstof en stikstofdepositie. Bij activiteiten in deze gebieden waarbij de activiteiten leiden tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van een van deze stoffen dan dienen omgevingswaarden uit artikel 2.4 en 2.5 uit het Bkl in acht te worden genomen. Het initiatief ligt echter niet in een aandachtsgebied. Tot slot zorgt de bouwmethodiek voor een klimaatbestendige leefomgeving, dit wordt gedaan door CO₂-opslag in de gebouwconstructie en gevelafwerking. De constructie bestaat uit massieve CLT-elementen (kruislings verlijmd hout) die CO₂ opslaan. Ook de verduurzaamde houten gevelbekleding draagt hieraan bij en slaat CO₂ op. De prefab CLT-elementen zijn licht, waardoor een minder zware fundering volstaat en er minder beton nodig is. Dit vermindert de CO₂-uitstoot van het bouwproject aanzienlijk. Conclusie Het plan voorziet in een woningbouwontwikkeling en valt standaard onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg en draagt daarom ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van 22 woning blijft Gemeente Woensdrecht

35

ruim onder de hierboven genoemde grenswaarden. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Bovendien is er sprake van een goede luchtkwaliteit aangezien de waarden nabij het initiatief ver onder de grenswaarden liggen. Dit is te zien in bovenstaande tabel. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het initiatief.

5.6.3 Circulaire economie en afval De bestaande bebouwing zal gesloopt worden. Het gedeelte met schoon pui zal hierna gebruikt worden voor de fundatie van de weg welke wordt aangelegd in het plangebied. De toekomstige gebruikers zullen hun restafval moeten deponeren in een ondergrondse afvalcontainer welke gepositioneerd zit aan de Antwerpsestraatweg. In figuur 21 is dit weergegeven. Overig afval zal door de toekomstige bewoners op een nabije locatie neergezet moeten worden. Dit wordt door de gemeente gecommuniceerd met de toekomstige gebruikers.

Figuur 21. Weergave ondergronds afvalcontainer en route hiernaar toe.

5.6.4 Bodem en water Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Conform de Omgevingswet geldt dat, indien de bodemkwaliteit onvoldoende is voor het beoogde gebruik, maatregelen getroffen moeten worden om de bodem geschikt te maken voor die functie. Dit zogenoemde functiegerichte saneren betekent dat de bodem zodanig wordt hersteld of beheerd dat veilig gebruik mogelijk is binnen de gestelde gebruiksdoelen. Nieuwe gevoelige functies dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. In opdracht van de initiatiefnemer is in mei 2019 door Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie Antwerpsestraatweg 64 te Hoogerheide. De rapportage hiervan is als bijlage 7.9 toegevoegd bij deze toelichting.

Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande functiewijziging en de geplande herinrichting van de locatie. Hiervoor is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er milieuhygiënisch gezien geen belemmering bestaat voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie, de geplande herinrichting van de locatie en de geplande functiewijziging. Doordat het onderzoek in 2019 is uitgevoerd is een actualisatie van het onderzoek gewenst. Na sloop van de bebouwing wordt voor het verrichten van bodemverstorende werkzaamheden een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd en wordt het rapport hiervan ingediend bij de gemeente Woensdrecht. Dit onderzoek dient te voldoen aan de geldende normen voor bodemkwaliteit, namelijk 36

Gemeente Woensdrecht

NEN 5740, of een door het bevoegd gezag goedgekeurde methode. Indien uit het actualiserend onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogd gebruik dienen voorafgaand aan verdere werkzaamheden de noodzakelijke maatregelen getroffen te worden zodat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Conclusie De bodem geschikt is voor de beoogde functie conform onderzoek uit 2019. Dit onderzoek wordt na sloop van de bebouwing geactualiseerd. Indien maatregelen benodigd blijken worden deze getroffen na uitvoering van het actualiserend onderzoek zodat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Asbest Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Grondwater Chemisch analytisch is in het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. De gemeten concentratie overschrijdt de streefwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande herinrichting van de locatie en het beoogd initiatief. Omdat geen antropogene bron bekend is, is barium vermoedelijk van nature in verhoogde concentraties in het grondwater aanwezig. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk (april) is een gemiddelde grondwaterstand waargenomen van circa 1,5 m -mv. De grondwaterstand kan afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.

Oppervlaktewater Grenzend aan het perceel zijn geen watergangen aanwezig. Ten westen van het perceel is een B-watergang aanwezig. Deze is in beheer en onderhoud van Waterschap Brabantse Delta. Het initiatief heeft geen invloed op deze watergang.

Waterbergingsopgave De beoogde woningen worden aangesloten op het rioolstelsel in de Antwerpsestraatweg. In het gemeentelijk rioleringsprogramma van de gemeente Woensdrecht (vastgesteld op 11 oktober 2023) is vastgelegd dat perceeleigenaren verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van wateroverlast. Derhalve wordt er voor zowel nieuwe bebouwing als herontwikkelen van bestaande bebouwing waterberging vereist. In het laatste geval wordt een mildere norm van 20 mm gehanteerd voor ontwikkelingen welke een totale perceeloppervlakte van kleiner dan 500 m2 kennen. En voor alle overige ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 75 mm voor de totale oppervlakte aan verharding in de nieuwe situatie. In de huidige situatie is nagenoeg het gehele plangebied verhard. Deels door bebouwing en deels door bestrating. Met het initiatief zal de hoeveelheid afnemen. De toekomstige totale verharding wordt in onderstaande tabel nader toegelicht:

Gemeente Woensdrecht

37

De totale verharding bedraagt derhalve 2.355 m2. De benodigde waterberging behelst derhalve 0,075*2355= 176 m3. Deze waterberging zal op diverse manieren geborgd worden. Namelijk via de volgende voorzieningen (een concretere toelichting op de oppervlaktes aan waterberging is te raadplegen in bijlage 7.10): •

De hoofdontsluiting zal gerealiseerd worden met waterpassende bestrating, met een holle ruimte hieronder kan in totaal 54 m3 opgevangen worden.

•

Het IT-riool heeft een buisvolume van 22 m3 , daarnaast wordt er een grindbed rond de buis aangebracht welke 43,7 m3 kan bergen. In totaal zorgt dit voor een bergingscapaciteit van 65,7 m3 . Het hemelwater van de woningen kan hier grotendeels op worden aangesloten.

•

De parkeervakken worden eveneens gerealiseerd met waterdoorlatende bestrating. In totaal kan hier 38,6 m3 geborgen worden.

•

De voetpaden worden tevens gerealiseerd met waterdoorlatende bestrating, hier kan 10,0 m3 geborgen worden.

•

De bergingen worden voorzien van sedumdaken. In totaal leveren deze daken 4 m3 aan waterberging op.

Hoewel de statische berging met 172,3 m³ iets lager ligt dan de formele eis, wordt dit volledig gecompenseerd door de ondergrond welk zeer goed waterdoorlatend is, met een infiltratiecapaciteit van circa 60,8 m³ per uur. Hierdoor kan het resterende tekort direct tijdens een bui worden verwerkt en bedraagt de effectieve capaciteit in het eerste uur van de bui circa 233 m³. Daarmee is ruim voldoende geborgd dat het plangebied ook bij piekbuien aan de norm wordt voldoet. De voorzieningen zijn zodanig ontworpen dat het hemelwater lokaal kan worden geborgen en geïnfiltreerd. Daarbij is uitgegaan van een conservatieve doorlatendheidswaarde (k = 1,0 m/dag), waardoor de berekeningen een veilige ondergrens vormen. De infiltratiecapaciteit en leeglooptijden laten zien dat het systeem na een hevige bui binnen 24 uur, en in de praktijk zelfs aanzienlijk sneller, weer beschikbaar is voor nieuwe neerslag. Met dit ontwerp wordt het hemelwater volledig afgekoppeld van het gemengde rioolstelsel en verwerkt op eigen terrein. Daarmee draagt de ontwikkeling niet alleen bij aan het voldoen aan de gemeentelijke normen, zo als gesteld in het gemeentelijk waterprogramma maar ook aan een klimaatbestendige inrichting van het gebied.

Materiaalgebruik De afkoppeling van het hemelwater van het afvalwater maakt dat er in de bebouwing geen materialen gebruikt mogen worden die de grondwaterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden, zoals uitlogende materialen, bijvoorbeeld zink, lood, koper en zacht PVC. In het afwateringssysteem van de daken moeten voorzieningen worden aangebracht om vaste bestanddelen als bladeren, zand, ander sediment en dergelijke achter te houden zodat het systeem niet verstopt raakt of dicht gaat slibben na verloop van tijd. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven, om ze regelmatig te kunnen onderhouden en reinigen. 38

Gemeente Woensdrecht

Het is niet toegestaan chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de af te koppelen verharde oppervlakken. Het is in beperkte mate toegestaan tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout als gladheidbestrijdingsmiddel op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan bijvoorbeeld zand zijn. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat het systeem blijft functioneren. Ook dienen standleidingen op de juiste manier te worden toegepast zodat voldoende beluchting en ontluchting van de binnenriolering is gewaarborgd en mogelijk stankoverlast wordt voorkomen. Conclusie Het initiatief draagt bij aan de gestelde omgevingswaarde en objectcriteria doordat voldaan wordt aan de gestelde eisen m.b.t bodem en water.

5.7 Veiligheid 5.7.1 Omgevingsveiligheid en advies veiligheidsregio Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het omgevingsveiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving.

Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl).

Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit Gemeente Woensdrecht

39

bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: • Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; • Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; • Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); • Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl).

Onderzoek Uit de informatie op de risicokaart blijkt dat de A4 zich ten noorden van het plangebied bevindt waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd van o.a. de stofcategorie LT3. Het invloedsgebied hiervan bedraagt 4 kilometer. De afstand van het plangebied tot deze weg bedraagt circa 3,5 kilometer. Omdat deze afstand groter is dan 200 meter, kan volgens het BEVT worden voldaan met een beknopte verantwoording en hoeven er geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Voor zowel de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied wordt op dit moment ontsloten via de Scheldeweg in Hoogerheide. Via verschillende zijwegen sluit deze weg aan op het verdere wegennetwerk van Ossendrecht zoals de N289.

Dit biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Daarnaast is het initiatief getoetst door de veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. In het initiatief wordt met dit advies rekening gehouden evenals met de Interregionale Adviesleidraad 2022, dit is tevens onderzocht door vb&t Brandveiligheid B.V. in november 2025. Dit rapport is als bijlage toegevoegd bij deze ruimtelijke motivering. Uit dit rapport blijkt dat de Antwerpsestraatweg zal fungeren als opstelplaats voor de brandweer. De bereikbaarheid t.b.v. hulpdiensten wordt op het plangebied beperkt tot looproutes aangezien een formele opstelplaats niet noodzakelijk is. Daarnaast wordt er binnen 40 meter van de beoogde bebouwing een A-watervoorziening met een capaciteit van minimaal 60 m3/h gerealiseerd via een nieuwe openbare OUK of een geboorde bluswaterput op eigen terrein met aantoonbare capaciteit. Voor de bebouwing met een inzetdiepte van meer dan 60 meter wordt een droge blusleiding aangelegd conform NEN 1594, met inlaat aan de voorzijde en aftappunten nabij de brandweerwatergang. De bestaande brandkranen op circa 50 en 70 meter worden in overleg met Brabant Water geverifieerd op debiet en inzetbaarheid als B-waterbron.

Middels het toepassen van deze maatregelen wordt de brandweerinzetbaarheid van het plangebied gelijkwaardig geborgd aan de adviesleidraad en het VRMWB-advies. Dit is tevens gevisualiseerd in figuur 22.

40

Gemeente Woensdrecht

Figuur 22.. Weergave voorzieningen t.b.v. brandweer

Zelfredzaamheid In de toekomstige situatie worden woningen gerealiseerd. De eventuele aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. In dit initiatief is dit mogelijk in een gezamenlijke ruimte bij de entree in het voorste bouwblok. Hier is tevens een gezamenlijke aansluiting voor de water en de elektriciteit zodat in geval van nood de toevoer hiervan naar alle appartementen binnen het initiatief handmatig kan worden geregeld. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS).

Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NLAlert en het gebruik van sociale media. Conclusie Uit de beknopte verantwoording komt naar voren dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. De veiligheidssituatie zal met de beoogde ontwikkeling niet significant verslechten en wordt als aanvaardbaar gezien. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.7.2 Trilling In een planologische ontwikkeling wordt rekening gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen (art. 5.83 Bkl). Dat geldt bij het toelaten van een activiteit op een locatie, anders dan wonen, die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een toegestaan trillinggevoelig gebouw (art. 5.79 Bkl). Dat geldt ook bij het toelaten van een trillinggevoelig gebouw waarop trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz worden veroorzaakt door een toegestane activiteit, anders dan het wonen (art. 5.79 Bkl).

Gemeente Woensdrecht

41

Een omgevingsplan voorziet erin dat trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn (art. 5.83 Bkl). Beoordeling Nieuwe woningen dienen te worden aangemerkt als nieuwe trillinggevoelige gebouwen (met daarin trillinggevoelige ruimten) in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het omgevingsplan kunnen regels opgenomen worden voor trillingen door milieubelastende activiteiten. De gemeente Woensdrecht heeft geen aanvullende regels ten aanzien van trillingen vastgelegd in het omgevingsplan. In onderhavig geval betreffen bronnen van trillingen voornamelijk verkeer over de weg en (tijdelijke) bouwactiviteiten. In de omgeving van het plangebied zijn geen milieubelastende activiteiten aanwezig die trillingshinder veroorzaken. Gelet op de aard en omvang van het initiatief en de ligging van een fietsstraat tussen de doorgaande weg en het initiatief wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan als gevolg van trillingen. De instructieregels uit deze paragraaf hebben geen betrekking op het initiatief, omdat er voor het gebied geen beperkingen/ aandachtspunten gelden.

5.7.3 Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er in de gebruiksfase de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is. Het gemeentelijk beleid is gericht op het opvangen van de parkeerbehoefte op eigen terrein. Voor nieuwe ruimtelijke-functionele ontwikkelingen kunnen de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte worden berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 744 ('Parkeerkencijfers - basis voor parkeernormering'). Hiervan kan worden afgeweken mits dit goed kan worden gemotiveerd. Als de kencijfers van het CROW worden gehanteerd, dan zijn de stedelijkheidsgraad van de gemeente en de ligging van de locatie van belang. Het CROW onderscheidt volgens de systematiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vijfstedelijkheidsgraden aflopend van "zeer sterk stedelijk" tot “niet stedelijk". Binnen elke stedelijkheidsklasse wordt door het CROW onderscheid gemaakt in centrum, schil/overloopgebied en rest bebouwde kom.

Verkeersgeneratie en ontsluiting Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling CROW-publicatie 744 (2024) geeft kencijfers voor het berekenen van de verkeersgeneratie van een ontwikkeling. Voor appartementen met een bruto vloer oppervlak (bvo) van meer dan 100 m2 wordt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,4 motorvoertuigen (mvt) per etmaal gehanteerd, voor appartementen met een bvo lager dan 75 m2 is dit 5,6 mvt per etmaal. Met 4 appartementen groter dan 100 m2 en 18 appartementen kleiner dan 75 m2 is er sprake van een verkeersgeneratie van 130,4 mvt per etmaal. Het plangebied wordt ontsloten door de Scheldeweg. De weg loopt in noordelijke richting over in de Rijksweg N289 en in zuidelijke richting naar de kern Hoogerheide. Via deze weg kunnen de kernen Hoogerheide en Ossendrecht worden bereikt. Via deze kernen kan vervolgens de A4 bereikt worden. De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op de goede werking van de infrastructuur omdat een afname van de verkeersbewegingen per etmaal wordt verwacht. Het verkeer van het plangebied ontsluit de locatie door de Scheldweg via de naastgelegen fietsstraat. De locatie is toegankelijk voor zowel brede voertuigen als normale voertuigen. Dit is weergegeven in figuur 23. Normale personenauto’s kunnen elkaar op de toekomstige inrit passeren. Daarnaast is de weg breed genoeg om te keren.

42

Gemeente Woensdrecht

Figuur 23. Weergave toekomstige toegangsweg en breedtes van deze weg. Parkeren Voor de beoogde ontwikkeling wordt volledig op eigen terrein geparkeerd. Voor het parkeren wordt uitgegaan van de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 744. Voor de gemeente Woensdrecht wordt een stedelijkheidsgraad van weinig stedelijk aangehouden. Het plangebied is gelegen in rest bebouwde kom en op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Woensdrecht conform het CBS dient het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden te worden. Functie

Aantal

Minimum

Gemiddeld

Maximum

Totaal

Koop, appartement <75 m2 bvo

18

0,9

1,3

1,7

23,4

Koop, appartement >100 m2 bvo

4

1,4

1,8

2,2

7,2

Bezoekers

22

Totaal benodigd

0,2

4,4 35

Conclusie Het onderhavige initiatief voorziet in de realisatie van 18 appartementen met een bvo van minder dan 75 m2 en 4 appartementen met een bvo van meer dan 100 m2. Op basis van de beoogde perceelindeling wordt op eigen terrein voorzien van 39 parkeerplaatsen en in de openbare ruimte worden 4 parkeerplaatsen voorzien. Dit houdt in dat het onderhavige initiatief leidt tot 35 parkeerplaatsen, inclusief 0,3 voor bezoekers per woning. Rekening houdend met het initiatief wordt voldaan aan de nota parkeernormen van de gemeente Woensdrecht.

Gemeente Woensdrecht

43

5.7.4

Geluid

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn direct werkende regels in de bruidsschat opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. Denk hierbij ook aan de ligging in de geluidszonering van de vliegbasis. In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: •

Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS);

•

Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS);

•

Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Onderzoek Het plangebied is, zoals te zien is in onderstaand figuur, gelegen in het geluidsaandachtsgebied behorend bij de vliegbasis Woensdrecht en Aviolanda. Binnen een geluidsaandachtsgebied is conform artikel 3.20 Bkl de mogelijkheid aanwezig dat er sprake kan zijn van een hogere geluidsbelasting dan de standaardwaarde 50Lden.

Deze overschrijding zal ter plaatse van het plangebied naar verwachting echter minimaal zijn.

44

Gemeente Woensdrecht

Figuur 24. ligging geluidsaandachtsgebied Ten behoeve van het aspect geluid is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd door de Roever in juli 2025. Dit onderzoek is als bijlage 7.10 toegevoegd bij deze ruimtelijke motivering. In dit onderzoek is het geluid vanwege wegverkeerslawaai op beoogde woningen aan de Antwerpsestraatweg 64 in Woensdrecht berekend. Het berekende geluid van de gemeentelijke wegen (hierbij is de Scheldeweg de maatgevende weg) bedraagt maximaal 60 dB. Hiermee wordt de standaardwaarde van 53 dB overschreden, maar de grenswaarde van 70 dB (grenswaarde voor gemeenteweg en waterschapswegen conform artikel 5.78 van het Bkl) niet. Het nemen van bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen wordt niet als doelmatig geacht. Of er nader onderzoek gedaan moet worden naar de geluidwering van de gevels dient de gemeente Hoogerheide te bepalen. Het gezamenlijke geluid op de voorgevels van het voorste blok appartementen bedraagt namelijk 60 dB. De vereiste karakteristieke geluidwering bedraagt dan maximaal 60-33=27 dB. De milieukwaliteit wordt beoordeeld als ‘matig’ tot ‘zeer goed’. De meeste gevels en buitenruimtes kunnen als geluidluw beschouwd worden. Hierbij schermt het voorste blok de rest van het plangebied af van de weg. Het achterliggende terrein, dat over veel groen beschikt, is hierdoor aangenaam stil.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=woensdrecht&id=f35e36b2-3bdb-4f0b-b6aa-55f4c7bda2e7