A natuurdoelanalyse brabantse wal 128 2023.pdf
Tekst van het document
De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is sterk veranderd door menselijke activiteiten. Door bemesting en bekalking van landbouwgronden zijn het lokale grondwater en het drainagewater in sloten nutriënten- en basenrijk geworden. In de Groote Meer, de Kleine Meer en de Leemputten heeft de toestroming van oppervlaktewater van elders geleid tot verhoogde nutriëntengehalten en sterke pH-buffering. De alkaliniteit is er toegenomen, zodat deze vaak tot waarden boven de grenswaarden van de ventypen reiken. Ook de toestroom van grondwater vanuit (voormalig) landbouwgebied kan leiden tot aanvoer van nutriënten, zowel fosfaat als stikstof. Van de vennen in o.a. Kortenhoeff heeft het Akkerenven ook bloot gestaan aan de invloed van oppervlaktewater (maar dat is in middels verholpen). Verder zal ongetwijfeld de continue hoge fosfor- en stikstofdepositie de waterkwaliteit in alle vennen etc. op de Brabantse wal beïnvloeden. Het behoud van een natuurlijke trofiegraad is een belangrijke uitdaging en haakt aan bij het OBNaangrijpingspunt voor herstelmaatregelen ‘verminderen input nutriënten en chemische stoffen en herstel schade’. Er zijn in het gebied onder andere de volgende maatregelen getroffen om de kwaliteit van het venwater te verbeteren (Franken, 2020): • in het Groote meer is een zanddam gelegd waardoor een het oostelijk (Achtermeer) en westelijk deel (Voormeer) is ontstaan.
Deze zanddam is in het najaar van 2013 gesloten en 2016 verhoogd, zodat vrijwel geen eutroof water meer vanuit het Achtermeer in het Voormeer kon stromen; • Bij de herinrichting van Jagersrust noord is in 2015 een infiltratieplas aangelegd, waarmee het eutrofe water uit het voormalige landbouwgebied Jagersrust niet meer direct naar de Kleine Meer en de Leemputten stroomt, maar via Leemven en het Granaatven; • Om in de Groote Meer - Achtermeer een betere kwaliteit water te krijgen is in het voorjaar van 2020 in de noordelijke aanvoersloot die van de Steertse heide (B) komt
Blad 33 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
•
een zuiveringswerk aangelegd. In het zuiveringswerk wordt het water van de Steertse heide over een bed van ijzerslib geleidt, waardoor de hoeveelheid fosfaten in het water wordt verminderd. Het Akkerenven is geïsoleerd van te voedselrijk oppervlaktewater.
Analyse robuustheid watersysteem voor droogte In het document Droogte Hogere Zandgronden (Van den Eertwegh et al, 2021) is in het algemeen voor de hogere zandgronden in Nederland geconstateerd dat het beheer vaak is gericht op het afvoeren van water middels drainage en watergangen, ten behoeve van stedelijk gebied en landbouw. Bij de Brabantse Wal zijn in het verleden ingrepen uitgevoerd die het doel hadden om meer neerslag in de diepe ondergrond te infiltreren, onder de weerstandslaag waar de schijngrondwaterspiegels zich op vormen. Dit geïnfiltreerde water komt dan onder de weerstandslaag in het diepere watervoerende pakket en is daardoor niet meer beschikbaar voor de vegetatie. De laatste jaren worden maatregelen getroffen om de diepe infiltratie te verminderen en het water vooral in het freatische pakket vast te houden. De grondwaterstanden op de Brabantse Wal zijn verder in zeer sterke mate afhankelijk van de neerslag en verdamping. De verdamping door temperatuurstijging zal zeker toenemen. Mogelijk blijft ook de jaarlijkse neerslagsom toenemen, maar de lengte van droge perioden in de zomer blijft een onzekere factor. Het is daarom van belang om de periode van neerslagtekort in de zomer te overbruggen door regenwater in terreindepressies of laagten vast te houden. Een overbrugging van langere droge perioden kan ook plaatsvinden als er zgn.
voorraadgebieden aanwezig zijn, met een lokale ondiepe grondwaterstroming vanuit een bovenstrooms gelegen gebiedsdeel naar een lager gelegen deel van een gebied. Aangezien het ondiepe (grond-) water nauwelijks aangerijkt wordt (relatief korte verblijftijd) kan het zure karakter van vennen behouden blijven bij toestroom van lokaal ondiep grondwater.
3.7
Bodem In de Brabantse Wal treedt op de hogere gronden podzolering op (uitloging, vorming van oerbanken) en op natte plaatsen met waterstagnatie kan veenvorming plaatsvinden. Kortom in het gebied zijn verschillende bodemeenheden te onderscheiden. De hoge delen bestaan vooral uit duinvaaggronden en haarpodzolgronden. Grote complexen liggen op de Staartse Heide/Duinen, Kriekelare duinen en Molenberg. De laagten waarin Groote en Kleine Meer liggen zijn vlakvaaggronden en veldpodzolgronden. Kortenhoeff bestaat uit veld- en laarpodzolgronden. Het westelijk deel van Kriekelsche duinen en Leuvensche Heide bestaat uit veldpodzolgronden met ondiep in de bodem leem- of kleilagen. Al deze bodems zijn kalkarm (Prov. Noord-Brabant, 2018). Het habitattype H2330 is meer gebonden aan duinvaaggronden, terwijl de habitattypen H4030 haarpodzalgronden en H4010A haar- en veldpodzolgronden als uitgangspunt hebben (Ettema et al, 2022).
Blad 34 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Figuur 3-17: Bodemkaart Brabantse Wal ter hoogte van het habitatrichtlijngebied (Ettema et al., 2022).
Blad 35 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
3.8
Vegetatie Het gebied bestaat vooral uit loof- en naaldbos met daarnaast natte en droge heide, vennen en graslanden, waardevol voor een groot aantal plantensoorten: bijvoorbeeld de (vrij) zeldzame en rode lijst soorten: ondergedoken moerasscherm, riempjes, kruipbrem, klein warkruid, grondster, oeverkruid, veenbies, witte waterranonkel en hoogveenveenmos. Of tandjesgras een soort die landelijk sterk achteruitgegaan is. De bossen, aangepast aan zure, voedselarme standplaatsen, hebben een ondergroei die varieert naar gelang de vochtigheid. Op droge plekken groeien soorten als bochtige smele, op vochtige plekken groeit pijpenstrootje. Er zijn ook soorten van rijkere bossen aanwezig zoals salomonszegel, dalkruid en lelietje van dalen. Daarnaast komen er meer bossoorten voor zoals blauwe bosbes, hengel etc. Soorten van het heidelandschap komen voor in de verschillende enclaves met hei, stuifzand of vennen (Prov. Noord-Brabant, 2018). Op diverse plekken in de Hazeduinen zijn jeneverbessen aangeplant. De herkomst hiervan is onbekend (Prov. Noord-Brabant, 2016). Soorten van stuifzand komen onder andere voor bij Borgvlietse Duinen, andere zilverhaver, heidespurrie en dwergviltkruid aanwezig. Bij het Bronven en omgeving komt beenbreek voor en in de Groote Meer en randzone is onder andere klokjesgentiaan aanwezig.
Veel soorten van de oeverkruidklasse komen voor in de vennen op Kortenhoeff en het landgoed De Groote Meer (de Groote en de Kleine Meer, Ranonkelven, Leemputten) (Prov. Noord-Brabant, 2018). Vanaf 2017 is een succesvolle terugkeer van oeverkruid in het Kleine Meer geconstateerd, een resultaat van het Life Helvex-project (zie paragraaf 3.10 voor toelichting van dit project) (Prov. Noord-Brabant, 2017b). Ook heel Kortenhoeff is een belangrijk gebied. Het dichtgroeien van (open) bos en heide door de exoot Amerikaanse vogelkers is een groot probleem (Prov. Noord-Brabant, 2017b). Ook het dichtgroeien van de bossen door rododendron is op de Brabantse Wal een groot probleem omdat er geen sprake meer is van een gezonde ondergroei (Prov. Noord-Brabant, 2019, 2020). Andere invasieve exoten die een knelpunt vormen in de Brabantse Wal is de watercrassula (in oppervlaktewateren) en het grijs kronkelsteeltje (droge heide). In 2020 werd er tijdens het PAS-veldbezoek ook Japanse Duizendknoop opgemerkt. De oorspronkelijke vochtige bossen (Gwt V en lager) bevatten veelal rabatten (ongunstig voor de hydrologie) en zijn er in de gebieden nog verschillende ontginningswerken aanwezig. De drogere bossen hebben nauwelijks rabatten (gwVII en gwVIII).
3.9
Fauna De uitgestrektheid en verscheidenheid aan bos en open heidecomplexen met vennen in de Brabantse Wal bepaalt de rijkdom aan dieren. Een aantal belangrijke soorten is in de instandhoudingsdoelstellingen opgenomen (zie paragraaf 2.4 en paragraaf 2.5). Het betreft de kamsalamander, waarvan de populatie is afgenomen, mogelijk door de recente droge jaren, in combinatie met de isolatie van de populaties en versnippering. Daarnaast zijn het twee
Blad 36 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
vogelsoorten van open water (dodaars en geoorde fuut), twee soorten van oud bos (zwarte specht en wespendief) en twee soorten van open heideterrein en kapvlakten (nachtzwaluw en boomleeuwerik). Soorten die niet zijn opgenomen als instandhoudingsdoel maar wel een belangrijke waarde hebben, zijn onder meer de rode lijst soorten gladde slang en de levendbarende hagedis (soorten die heideterreinen als biotoop hebben en die in aantal afnemen) en de zeldzame rode lijst soort gevlekte witsnuitlibel die de vennen als biotoop heeft. Het waterrijke gebied op de landgoederen De Groote Meer en Kortenhoeff zijn aantrekkelijk voor algemene en zeer bijzondere amfibiesoorten, onder meer voor heikikker, rugstreeppad en kleine watersalamander, alpenwatersalamander en de vinpootsalamander. De rugstreeppad komt voor bij de Kleine en de Groote Meer en Kortenhoeff en plant zich voort in de natte depressies in de open heidevegetatie (bron I. Ledegen; Grenspark Kalmthoutse Heide). De knoflookpad is naar het schijnt ook weer terugvonden op de Brabantse Wal (mond. med. Evides, 2022). Een interessante soort met betrekking tot het grenspark vormt de adder, welke vooralsnog nog niet op de Brabantse Wal voorkomt, maar waar wel ambities voor liggen om ook het leefgebied aan Nederlandse zijde te verkrijgen. Er is ook een onderzoek uitgevoerd naar hervestiging of herintroductie van de das.
Deze soort heeft zich (nog) niet spontaan gevestigd op de Brabantse Wal. Er zijn wel burchten in de omgeving (Wuustwezel (B) en Dinteloord (Mos M.J., 2021). Ook de boommarter komt veelvuldig en verspreid in de bossen voor. In de winter 2021-22 heeft de wolf zich tijdelijk gevestigd. Verwachting is dat deze vaker terugkomt en zich mogelijk vestigt. Wat betreft vogels komt de rode lijst soort raaf voor en zijn op de Groote meer minimaal 2 oehoes gevestigd. Sinds 2022 worden op Bieduinen ook territoriumsporen gevonden. Vermeldenswaard is verder de aanwezigheid van de medicinale bloedzuiger (HR-tabel V-soort) op verschillende locaties (Pro. Noord-Brabant, 2018). Aansprekende insectensoorten zijn: blauwvleugelsprinkhaan, groentje, heideblauwtje, heivlinder, bont dikkopje, De Staartse heide is – onder andere als ecologische verbindingszone - van groot belang voor soorten. Tot 2000 was in de Groote Meer een kolonie kokmeeuwen aanwezig, mogelijk is het verdwijnen hiervan een van de oorzaken van de afname van geoorde futen in het gebied.
3.10
De mens De mens gebruikt het Natura 2000-gebied Brabantse Wal en de directe omgeving van het gebied op verschillende manieren. De mens is hier al eeuwen actief. De oorspronkelijk vochtige bossen (Gwt V en lager) bevatten veelal rabatten en zijn er in de gebieden nog verschillende ontginningswerken aanwezig. De drogere bossen hebben nauwelijks rabatten (gwVII en gwVIII). De menselijke activiteiten hebben ook bijgedragen aan de aanwezigheid van de natuurwaarden. In onderstaande paragrafen worden de verschillende gebruiksvormen beschreven. Het betreft: natuur- en bosbeheer, recreatie, jacht wildbeheer en schadebestrijding, infrastructuur, agrarisch gebruik, menselijke ingrepen in de waterhuishouding, defensie en politie, diverse bebouwing en industrie en energie (Prov. Noord-Brabant, 2018).
Blad 37 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
3.10.1
Natuurbeheer Regulier natuurbeheer In het kader van bos- en natuurbeheer vinden er (jaarlijks) noodzakelijke ingrepen plaats. Zo zijn plaggen, maaien of begrazen en het verwijderen van boomopslag nodig voor het in stand houden van de open habitattypen stuifzandheide en vochtige heide (terugdringen van successie). Het terugzetten van bosranden is incidenteel nodig voor het behoud van voldoende openheid en dynamiek en ook voor het behoud van vennen dient incidenteel beheerd te worden. In tabel 3-1 zijn de verschillende vormen van beheer en de frequentie ervan weergegeven. Tabel 3-1: Natuur- en bosbeheer in Brabantse Wal (Prov. Noord-Brabant, 2018). Ingreep Duinharken
Frequentie Incidenteel
Plaggen
Incidenteel/ kleinschalig
Maaien (en afvoeren)
Jaarlijks
Toepassen Schijveneg (om vegetatiebedekking te verwijderen en bodemontwikkeling tegen te gaan). Maaien gevolg door naweiden
incidenteel Incidenteel
één tot meer keren per jaar
Locatie Kriekelareduinen en Borgvlietsche Duinen Vennen/heide/open naaldbossen (tbv zwarte specht en nachtzwaluw) (Stuifzand)Heide (Kriekelareduinen) Vennen Stuifzanden
Begrazen
Jaarrond/ incidenteel
Klepelen, afvoeren en plaggen Kappen voor dunning en verjonging en omvorming inclusief terreinvoorbereidings-, herbebossings- en verzorgingsmaatregelen Verwijderen struiken en ruigte Baggeren/schonen Afgraven toplaag
Incidenteel Periodiek
Grasland (bij het Moretusbos en de Gloriette) De verbindingszones tussen Kortenhoeff en de Groote Meer en Steertse Heide worden door een kudde met schaapherder begraasd (drukbegrazing), heide bij de Kleine Meer (enkele koeien), grasland (Moretusbos), rondom de Zeezuiper wordt vrijwel jaarrond begrazing ingezet met paarden binnen een begrazingseenheid. Ven Bossen
Incidenteel Incidenteel Eenmalig
Vennen en moeras (Zeezuiper) Vennen Vennen/heide
Blad 38 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Ingreep Inlaten van gebufferd water
Frequentie Regelmatig
Steenmeelgift
Incidenteel op enkele plekken, kleinschalig,
Verwijdering invasieve exoten
Incidenteel
Eenmalig (grootschalig)
Locatie Vennen (Ranonkelven, Groote Meer, Achterven, Voormeer)3 Bossen en bosranden. Heidetereinen (Staartseheide en Kortenhoeff ten oosten v/d abdijlaan) Bossen en bosranden (Amerikaanse vogelkers, rododendron). Ven (Akkerenven -watercrasula)
Typerend voor het gebied zijn de verschillen in bosbeheer vanwege het grote aantal verschillende eigenaren. De terreinbeherende organisaties (TBO’s) passen over het algemeen natuurlijk bosbeheer toe met zo min mogelijk ingrepen, in de vorm van het laten liggen van dood hout en kleinschalige dunning en selectieve kap. Er wordt voorrang gegeven aan inheemse loofhoutontwikkeling ten koste van naaldbomen. Ook niets doen wordt toegepast. Op het landgoed Mattemburgh (Brabants Landschap) bevindt zich een officieel vastgesteld bosreservaat waar al meer dan honderd jaar niet wordt ingegrepen. Bij de landgoedbossen, in eigendom van particulieren, wordt vaak geïntegreerd dan wel multifunctioneel bosbeheer toegepast dat ook gericht is op economische bosexploitatie. Met kleinschalig beheer wordt gestreefd naar duurzame samenhang tussen ecologie, economie en sociaal-maatschappelijk. Geïntegreerd bosbeheer streeft naar een samengaan van verschillende functies als productie, natuur en recreatie. In het gebied is een groot aantal bospercelen kleiner dan 1 hectare in eigendom van particulieren en doorgaans onbeheerd. Door overerving is het niet altijd meer bekend waar iemands eigendom ligt. Bospaden worden in verband met toegankelijkheid voor recreatie en/of brandweer open gehouden. Bospaden worden ook bij tbo's en landgoederen onderhouden.
Op diverse plekken zijn verbindingszones gerealiseerd tussen vennen en heidegebieden door kap van een corridor in het bos (bijvoorbeeld tussen de heideterreinen Kortenhoeff en de Staartsche Duinen/Heide en verbindingszone Jagersrust en Kleine Meer). Life Helvex-project Met het Europese LIFE project HELVEX hebben het Grenspark Kalmthoutse Heide en partners aan beide landsgrenzen (Natuurmonumenten & Natuurpunt, Agentschap voor Natuur & Bos) maatregelen uitgevoerd om de natuurwaarden vergroten. Dit heeft plaatsgevonden in de periode 2014-2019. In het Belgische deel wordt vooral ingezet op grootschalig herstel van landduinen in de Nolse Duinen. Door de Nolse Duinen opnieuw om te vormen tot landduinen krijgen onder andere de boomleeuwerik, zandloopkevers een ruimer en robuuster leefgebied (website Grenspark Kalmthoutse Heide). Maar ook herstel van vennen (Stappersven) en droge en natte heide rondom de ruïne landgoed Mont Noir staan centraal in het Belgische deel van het Grenspark (website Natuurpunt). 3
In de Kleine Meer wordt geen gebufferd water ingelaten (of alleen afstroomwater uit Jagersrust), maar wordt nu vooral gevoed door regenwater uit Kortenhoeff (med. Natuurmonumenten, 2023).
Blad 39 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Het maken van een natte verbinding tussen de Steertse Heide in Vlaanderen en de Groote Meer in Nederland zal ervoor moeten zorgen dat soorten, zoals de adder, zich weer over de grens heen kunnen verplaatsen (Website Natuurpunt) In het Nederlandse deel van het Grenspark is binnen het project Life Helvex gewerkt aan herstelmaatregelen voor het Kleine Meer. Een pakket aan maatregelen (zie convenant Brabantse Wal) moest er voor zorgen dat de leiding na enige tijd buiten werking kon worden gesteld. Binnen het project viel het verwijderen van 17 ha wilgenstruweel welke inmiddels op de drooggevallen venbodem was gevestigd. Ook is er 10 ha van de venbodem geplagd. Doel was een open ven met randzones van zwak gebufferd ven naar vochtige heide. Hiermee zouden plantensoorten als klokjesgentiaan, oeverkruid, witte waterranonkel, moeraswolfsklauw, zonnedauw en dophei zich kunnen vestigen. Amfibieën, zoals de kamsalamander en de rugstreeppad hebben ook baat bij het herstel. Verder lag binnen het project een doelstelling om voor de Vogelrichtlijnsoorten geoorde fuut en dodaars een broedgebied te creëren (Med. Prov. Noord-Brabant & Website Natuurmonumenten). De winter na oplevering van de werkzaamheden in het kader van het project Life Helvex was het Kleine Meer (2017) erg nat en het ven vulde zich goed. Dodaarzen kwamen in de periode voor, maar hebben niet gebroed.
Door voldoende aanvoer van toestromend water in het invanggebied van het Kleine Meer en de werking van de waterleiding vanuit Kortenhoeff raakte het ven voldoende gevuld. De jaren 2018, 2019 en 2020 waren erg droog, waardoor het Kleine Meer nauwelijks water heeft ontvangen. Dit leidde meteen tot struweelvorming en vergrassing, waardoor het nodig was de venbodem te maaien. Ook de dodaars is niet meer teruggekomen. In 2021 bleek de situatie nog niet hersteld. Gevreesd wordt dat - door het onderuit zakken van de (schijn)grondwaterspiegel – herstel alleen nog met grote hoeveelheden regenwater op een natuurlijke wijze kan plaatsvinden. Ondertussen wordt ook gevreesd dat de populatie oeverkruid schade op loopt door de aanhoudende droogte (Med. Prov. Noord-Brabant). Naast de aanpak van het Kleine Meer stond ook het saneren van het ‘Kleine Ven’ geprogrammeerd binnen dit project. Doel van dit deelproject was het realiseren van een natte verbinding tussen de vele vennen in de directe omgeving, te weten Akkerenven, Bronven, Wasven, Leemputten, Kleine Meer, Groote Meer, Ranonkelven. Deze verbinding zou de geïsoleerde ligging van de populatie kamsalamanders in de Leemputten moeten doorbreken. Dit is project (nog) niet uitgevoerd. Een ander ven is vanuit het project wel opgeschoond: het Granaatven (Med. Prov. Noord-Brabant).
3.10.2
Recreatie In de Brabantse Wal vindt een verscheidenheid aan recreatieve activiteiten plaats. Hoofdzakelijk wordt er in het gebied gewandeld en gefietst. In en rondom het gebied zijn voorzieningen aanwezig waar overnacht kan worden. Bezoekers van het gebied zijn vooral afkomstig uit aangrenzende dorpen en steden en uit de Randstad. Veel recreanten overnachten bij een verblijfsrecreatieve voorziening in het gebied. De Bergse Heide net ten noorden van het gebied is ook hotspot voor recreatie. Bermen o.a. langs de Putseweg zijn verhard. Mede hierdoor is er meer drukte en afval in de bos- en natuurterreinen.
Blad 40 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Wandelen Alle openbare wegen, paden, zandwegen en opengestelde paden in natuur- en bosgebieden zijn vrij toegankelijk voor wandelaars. De openstelling van paden gaat gepaard met een aantal bepalingen aangegeven door de terreineigenaar, zoals het aanlijnen van honden, wel/niet fietsen toegestaan en dergelijke. De Brabantse Wal vertoont grote verschillen in recreatief gebruik. Intensieve recreatie vindt plaats vanuit stedelijk gebied. Niet opengestelde gebieden zijn Zeezuiper (Zoomland), het landgoed De Groote Meer (privé), Wouwse Plantage centraal (privé), bosgebied Hazenduinen tussen de Oude Postbaan en Vlaanderen (privé), Defensieterrein Vliegveld Woensdrecht en de voormalige zandgroeve Boudewijn. Fietsen Er geldt een vrije toegang op alle openbare en daarvoor opengestelde wegen en paden met uitzondering van sommige particuliere eigendommen. Vanaf verschillende parkeerplaatsen starten verschillende fietsroutes. De routes volgen in het Natura 2000-gebied hoofdzakelijk de grotere openbare wegen of lopen langs de grens van het Natura 2000-gebied. Ook vinden er begeleide fiets- of mountainbiketochten plaats. Mountainbiken en veldrijden Mountainbiken en veldrijden wordt in de omgeving als recreatie maar ook als sport veel beoefend. Dit gebeurt met name nabij Hoogerheide, Huijbergen en richting Bergen op Zoom (Vogelrichtlijngebied).
In beschermd gebied wordt veel gefietst op en naast wandelpaden. Dit is officieel niet toegestaan. Enkele voorbeelden van intensief gebruikte locaties zijn het bos- en heidegebied noordelijk van het Golfterrein Wouwse Plantage (De Heide). In het bosgebied Kooiheide tussen vliegveld Woensdrecht en Huijbergen wordt incidenteel gefietst. Er zijn meerdere atb-routes aanwezig. Het gebruik van de gebieden zoals Stoppelberg en Abdijbossen laatste jaren geïntensiveerd en mogelijk hierdoor ook meer atb off-piste. Er vinden jaarlijks enkele wielerrondes (veldrijden) plaats die druk worden bezocht. In het Woeste Gedeelte op Zurenhoek ook een illegale atb-route die erosie van de vroegere stuifduinen veroorzaakt. Ruiters Paardrijden is van oudsher een medegebruik. Aan de randen van N2000 liggen diverse maneges en/of ruiterverenigingen. Van oudsher liggen er ruiterroutes in het bos. Deze worden de laatste jaren langzaamaan opgedoekt in tegenstelling tot de atb-routes waardoor er meer onduidelijkheid in het gebied ontstaat wat wel- en niet mag. Parkeergelegenheid behorende bij de recreatieve ontsluiting In het gebied zijn voor de recreatie enkele parkeerterreinen aanwezig: Stoppelbergen, Kortenhoeff , Putsebaan (start wandelroute Haas), beheerschuur Natuurmonumenten en Moretusbos.
Parkeerplaatsen zijn verder aanwezig bij horecagelegenheden en conferentiecentra en bij de voormalige Wilhelminakazerne. Een belangrijk recreatief ontsluitingspunt is De Vroente in Vlaanderen waar wandel- en fietsroutes starten. Er is hier parkeergelegenheid en er zijn informatieborden.
Blad 41 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Het Natura 2000-gebied kent vier recreatieve poorten. Van hieruit kunnen recreanten de Brabantse wal betreden zodanig dat de rust in de rest van de Brabantse wal behouden blijft en de recreatiedruk op het gebied beter wordt verdeeld (https://natuurpoorten.nl/natuurpoortlocaties/ ): • Natuurpoort Bergen op Zoom (Bergen op Zoom), direct gelegen aan Landgoed Lievensberg, aan de rand van Bergen op Zoom; • Natuurpoort de Volksabdij (Ossendrecht); het startpunt om het landschap van de Brabantse Wal te verkennen. • Natuurpoort Wouwse Plantage (Wouwse Plantage) is hét startpunt voor wandel- of fietstochten door het landgoed Wouwse Plantage; onderdeel van het Vogelrichtlijngedeelte. • Natuurpoort Visdonk (Roosendaal); een startpunt voor een fiets- of wandeltocht door Landgoed Visdonk. Recreatie in en op water (zwemmen, kanovaart, hengelsport, schaatsen) In winters met voldoende vorst wordt geschaatst op het Akkerenven (toegankelijk via de Huijbergse weg). Overige vormen van waterrecreatie vinden niet in het Natura 2000-gebied plaats. Overig recreatief gebruik In de Wouwse Plantage en op de Kooiheide (Huijbergen) is een trimbaan aanwezig. Op de Lievensberg is een klimbos. In beschermd gebied wordt getraind met sledehonden. Vanuit Bergen op Zoom worden huifkartochten georganiseerd naar het noordelijke deel van het Natura 2000-gebied.
Deze vormen van recreatie vinden plaats op openbare wegen. Met enige regelmaat rijden quads in groepsverband (soms wel een tiental) dwars door beschermd natuurgebied. De gebodsbepaling dienaangaande, aangegeven met bebording, wordt overtreden. In de voormalige spoelwatervijver (nu hersteld tot ven; het Wasscheven) in Ossendrecht is een hengelvereniging actief met goedkeuring van Evides. Verder vormen geocaching en illegale motorcross, die altijd zonder toestemming van de terreineigenaar plaatsvinden, een belangrijke bron van verstoring in het gebied. Conferentieoorden en horeca In en rondom het Natura 2000-gebied is een achttiental horecagelegenheden te vinden, waaronder de Volksabdij, Familyland en restaurant Jagersrust en Natuurlijke Kloof. Deze worden gebruikt als start-, tussen- of eindpunt van wandelingen of fietstochten. Gasten van horecagelegenheden en conferentieoorden zijn voornamelijk gericht op de locatie zelf. De Natuurlijk Kloof ligt midden in het gebied bij Zurenhoek en veroorzaakt verstoring door geluid.
3.10.3
Jacht, beheer en schadebestrijding Brabants Landschap voert in de Brabantse Wal op een aantal locaties jacht, populatiebeheer en schadebestrijding uit volgens de regels gesteld in de Wet Natuurbescherming en de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant. Een aantal soorten zijn conform de Wet natuurbescherming aangemerkt als wild waarop in beginsel mag worden gejaagd: kleinwildsoorten (haas, fazant, wilde eend, konijn en houtduif) en grofwildsoorten (ree, everzwijn). Op particuliere terreinen wordt nauwelijks gejaagd, soms .o.a. wilde eenden in de particuliere landgoederen. Jacht wordt
Blad 42 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
aangestuurd door de wildbeheereenheid (WBE). Op diverse terreinen is jacht niet verpacht. Buiten de jachtperiode mogen wildsoorten alléén bestreden worden ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen en wateren op grond van een door de provincie Noord-Brabant verleende ontheffing. Daarnaast worden met de betreffende jachthouder individuele jachthuurovereenkomsten afgesloten met terreinspecifieke voorwaarden.
3.10.4
Infrastructuur Wegen Door de Brabantse Wal lopen drie belangrijke regionale verbindingswegen (Huijbergse/Moerkantse baan, Plantage baan en Putse weg (N289)) twee lokale wegen (Huijbergse weg en Kooiweg, Abdijlaan) en één nationale verbindingsweg (A4/A58) die intensief worden gebruikt. Er loopt ook een aantal lokale wegen door beschermd gebied. De belangrijkste zijn de Oude Postbaan en enkele wegen in het westelijke deelgebied van landgoed Zoomland en Lievensberg. Het betreft verharde en onverharde zandwegen. De rijksweg doorsnijdt het gebied ter hoogte van Landgoed Mattemburgh. Regelmatig worden beheer- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan de rijks- en grotere doorgaande wegen (Prov. Noord-Brabant, 2018). Buisleidingenstraat en hoogspanningverbinding Roosendaal Woensdrecht Door de Brabantse Wal loopt een buisleidingenstraat, een ondergronds netwerk tussen Rotterdam en Antwerpen voor het transport van diverse soorten vloeistoffen, water en gassen. De buisleidingenstraat is in beheer bij LSNed (Leidingenstraat Nederland). De buisleidingenstraat wordt tweewekelijks geïnspecteerd vanuit de lucht (met een helikopter) en dagelijks vanaf de grond. Parallel aan de buisleidingstraat loopt de hoogspanningsverbinding RoosendaalWoensdrecht (150kV). Het Vogelrichtlijngebied wordt hierdoor over een lengte van circa twee kilometer doorsneden.
Incidenteel wordt de leidingenstraat met daarop droge heide en grazige vegetatie open gegraven om nieuwe infrastructuur aan te brengen. Het reguliere terreinbeheer voor beide zones bestaat uit het weghalen van boomopslag, zodat deze open blijven (Prov. Noord-Brabant, 2018).
3.10.5
Agrarisch gebruik Rondom en plaatselijk ook in het Natura 2000-gebied wordt landbouw beoefend met activiteiten als veehouderij (melkvee, varkenshouderij), akkerbouw, vollegrondstuinbouw en kassenteelt. Dit laatste gebeurt op een beperkt aantal locaties (Heimolen, Bergen op Zoom) (Prov. NoordBrabant, 2018). Agrarische bedrijven De paardenhouderij van Jagersrust heeft zijn bedrijfsvoering binnen het Natura 2000 gebied. In het aangewezen Habitatrichtlijngebied is geen veehouderij aanwezig. In het Vogelrichtlijngebied ligt een melkveehouderijen en 2 bedrijven met paarden. Ook liggen een aantal bedrijven met grote ammoniakcontouren vlakbij het Natura 2000-gebied (nagenoeg grenzend aan het gebied). Externe werking vindt plaats door ammoniakuitstoot en depositie. Direct naast het Natura 2000 gebied is een pluimveehouder die op de lijst staat van piekbelasters. Varkenshouderij is in verhouding nauwelijks aanwezig.
Blad 43 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Figuur 3-18: : Overzicht van huidige en voormalige veehouderijen in de omgeving van Natura 2000-gebied Brabantse Wal aan Nederlands zijde (https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c36 6209c6).
Agrarische enclaves In het Habitatrichtlijngebied ligt het westelijk deel van de grotere landbouwenclave Steertse Heide. Deze enclave ligt hoofdzakelijk in Vlaanderen (circa 100 ha). Koude Heide is een landbouwenclave die midden in het Natura 2000-gebied ligt, maar buiten de begrenzing is gehouden. Het Natura 2000-gebied grenst grotendeels aan landbouwgebied waar tuinbouw (zand) op de wals plaatsvindt en akkerbouw onderaan de wal (klei). Daarnaast zijn er plaatselijk graslanden en maïsakkers van veehouderijen aanwezig. Voor cultuurgrond is voldoende drooglegging nodig, het waterschap reguleert de grondwaterstand en ontwatering. Bij droogte in het groeiseizoen vindt beregening plaats. Het beregeningswater wordt onttrokken uit grondwaterbronnen.
3.10.6
Menselijke ingrepen in waterhuishouding De menselijke ingrepen in de waterhuishouding van het N2000-gebied bestaan uit: • Waterbeheer • Grondwateronttrekkingen: o Grondwaterwinning ten behoeve van drinkwater, industrie en bodemenergie o Landbouwkundige onttrekkingen Een aantal aangrijpingspunten hebben rechtstreeks betrekking op de hydrologische situatie en de menselijke invloed daarop (namelijk ‘optimalisatie hydrologisch systeem’ en verminderen input nutriënten en chemische stoffen en herstel schade’ (zie ook paragraaf 3.11).
Blad 44 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Waterbeheer Waterschap Brabantse Delta voert het beheer over de waterlopen in en om het Natura 2000gebied. Er vindt onder meer ontwatering plaats van landbouwgebieden in de omgeving zoals bij Zuidhoef (onderbemaling) en Eiland (onderbemaling via gemaal Vos). Grondwateronttrekkingen Onttrekking voor drinkwaterwinning In 1913 is de grondwaterwinning bij Ossendrecht gestart en in 1963 de drinkwaterwinning te Huijbergen (figuur 3-14). Als één van de maatregelen uit het convenant is deze onttrekking na 2009 vrijwillig teruggebracht tot 10,5 miljoen m³ per jaar. Op wat grotere afstand gelegen is de winning Mondaf te Bergen op Zoom. Deze onttrekking betreft (over de periode 2003-2008) gemiddeld 4,8 miljoen m³ per jaar waarbij 5 miljoen m 3 per jaar vergund is.
Figuur 3-19: Drinkwaterwinningen en beschermingsgebieden in Nederland, en open bodemenergiesystemen (bron: Kaartbank Noord-Brabant, juni 2022).
Blad 45 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Aan Belgische zijde (figuur 3-15) is er een onttrekking in Kapellen-Putte met een vergunningsomvang van 5,5 miljoen m3 per jaar. Het structurele onttrekkingsniveau van de Pidpa te EssenKalmthout is ten tijde van het vaststellen van het beheerplan in 2018 12,7 miljoen m 3 per jaar.
Figuur 3-20: Drinkwaterwinningen met beschermingsgebieden en overige grondwateronttrekkingen in België (bron: Databank Ondergrond Vlaanderen, juni 2022).
Blad 46 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Bodemenergiesystemen In Nederland is bij vliegbasis Woensdrecht een open energiesysteem aanwezig (figuur 3-16). Bij een dergelijk systeem wordt het onttrokken water op korte afstand, hooguit enkele honderden meters afstand, weer in de bodem geïnfiltreerd. Daarnaast zijn verschillende gesloten bodemenergiesystemen aanwezig. Bij dergelijke systemen wordt geen water onttrokken, maar wordt alleen via een warmtewisselaar de warmte of koude van het grondwater benut.
Figuur 3-21: Bodemenergiesystemen in Nederland (bron: www.WKOTool.nl, juni 2022).
Industriële winningen In het beheerplan (2018) is opgenomen dat op vijf locaties net buiten beschermd gebied industriële winningen plaatsvinden. Vier bedrijven hebben een vergund gebruik tot maximaal 15.300 m3 per jaar; het daadwerkelijk gebruik ligt onder de 10.000 m per jaar. Aan één bedrijf in de Noordpolder is 78.000 m3 per jaar vergund met een daadwerkelijke onttrekking van rond de 40.000 m3 per jaar. Daarnaast is in het beheerplan opgenomen dat Vliegbasis Woensdrecht
Blad 47 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
tweemaal een vergunning voor onttrekking heeft van bijna 0,3 miljoen m 3 per jaar. Waarschijnlijk is het doel van deze onttrekking sanering/beheersing van verontreinigd grondwater. In de Kaartbank van Noord-Brabant zijn geen industriële grondwateronttrekkingen opgenomen (datum: juni 2022). Beregeningen voor landbouw In de omgeving van het Natura 2000-gebied vinden ook onttrekkingen ten behoeve van beregening plaats, in en nabij beschermd gebied in de orde van meestal 1.000 tot 100.000 m 3 per jaar (bron: wateratlas Provincie Noord-Brabant in KRW en Royal Haskoning, 2017) en enkele van 100 tot 200 m3 per uur (bron: DLG, 2018). In figuur 3-22 zijn de locaties van vergunde beregeningsputten in Nederland weergegeven. In figuur 3-15 zijn de overige (vergunde) grondwateronttrekkingen in België weergegeven. Dit betreft grotendeels beregeningsputten.
Figuur 3-22: Locaties beregeningsputten zoals opgenomen in de legger juni 2022 op de kaartatlas van de provincie Noord-Brabant (bron: Kaartbank Noord-Brabant, juni 2022).
Blad 48 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Er is mogelijk ook sprake van onttrekkingen door niet vergunde putten. Niet bekend is in hoeverre dit voorkomt. In Nederland geldt in het aangewezen invloedsgebied Natura 2000 (figuur 3-23) voor nieuwe beregening een vergunningplicht.
Figuur 3-23: Ligging beschermde gebieden voor beregening (bron: Waterschap Brabantse Delta).
Tabel 3-2 omvat een overzicht van het hydrologisch effect van de onttrekkingen. Hierbij is in de eerste kolom opgenomen tot welke afstand de invloed van beregening zich uit kan strekken, met een verlaging van de grondwaterstand van tenminste 5 cm. Dit is gebaseerd op het onderzoek Passende beoordeling beregeningsbeleid (2014). De tweede kolom geeft aan hoeveel de grondwaterstanden (GHG en GLG) verder zullen dalen wanneer de beregening wordt verdubbeld ten opzichte van de referentiesituatie. Deze daling is berekend met het NHI-model (Nederlands Hydrologisch Instrumentarium). In de rapportage van Van Bakel (2015) is dit onderzocht. Tenslotte geeft de 3e kolom de resultaten van de Adviescommissie Schade Grondwater (ACSG), die in 2020 met het Brabant-model de invloed van de drinkwaterwinningen en industriële
Blad 49 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
onttrekkingen op de GxG heeft berekend. Het berekende effect bedraagt bij infiltratiegebieden 10 tot 100 cm, en in kwelgebieden 5 tot 25 cm. De aangegeven range is groot, mede doordat de effecten nabij de winning groter zijn dan op groter afstand. Tabel 3-2: Overzicht effect onttrekkingen. Breedte berekende contour invloed beregening (km)*
Berekende daling GHG/GLG Berekende daling GxG door (cm) beregening na drinkwater+industrie (meteo verdubbeling omvang (NHI 2014-2018; in cm)*** model) ** 8 0 tot 20 / 0 tot 25 10-100 kwelgebied 5-25 * berekende contour en effect is van het onderzoek 2014 'passende beoordeling beregeningsbeleid' (technisch doc) ** bron Van Bakel e.a. 2015 Hoe robuust is watersysteem? Effecten in 2050; is tevens indicatie van effect na 1970 *** berekening GxG in opdracht van ACSG in 2020 m.b.v. zgn. Brabant-model
3.10.7
Defensie en politie Defensie heeft in het Natura 2000-gebied Brabantse Wal een aantal gebieden in gebruik: Vliegbasis Woensdrecht en twee oefenterreinen van de Landmacht. Voor een beschrijving van de bestaande defensieactiviteiten wordt verwezen naar het deelbeheerplan Defensie (2007). Een nieuwere versie is niet beschikbaar. Vliegbasis Woensdrecht Vliegbasis Woensdrecht is 535 hectare groot. Twee delen ervan liggen binnen Vogelrichtlijngebied. Het betreft het Paardenven, net buiten de afrastering van het terrein aan noordoostzijde van de landingsbaan, en een gemengd bos met enkele gebouwen en munitieopslagdepots. Dit deel van het terrein is vrij rustig. Verder grenst de vliegbasis aan de noord- en oostzijde direct aan beschermd gebied. Op Vliegbasis Woensdrecht wordt ook een opleiding tot piloot gegeven, waardoor het aantal vliegbewegingen zeer groot is. Daarnaast faciliteert het vliegveld vluchten van hulpdiensten, een zweefvliegclub (wbac.nl) en een historische luchtvaartgroep. Op de basis bevinden zich ook de Luchtmacht Meteorologie Groep, het opleidingscentrum voor piloten en Stork Fokker Services. De omheinde vliegbasis bestaat verder uit droog grasland, droge en vochtige heide, vennen, aangelegde plassen en gemengd bos. In het kader van de veiligheid van het vliegverkeer verjaagt de Bird Control Unit actief vogels, eventueel worden deze weggevangen en elders losgelaten.
Daar waar nodig worden nesten vernield en vogels gedood, ongeacht de soort. Hiervoor is in het kader van de toenmalige Floraen faunawet een ontheffing verleend door de provincie Noord-Brabant. Voor het grondgebonden geluid, afkomstig van vliegtuigen en overige geluidsbronnen op het terrein, zoals testmachines, is een vergunning in het kader van de Wet milieubeheer afgegeven voor de vliegbasis (inclusief Fokker Services). Deze vergunningen regelen de toegestane geluidbelasting voor grondgebonden geluid. In verhouding is Fokker momenteel de grootste grondgebonden geluidsbron. De huidige gehanteerde geluidscontour is de 50 dB(A)-contour, met daarbinnen een kleinere contour van 55 dB(A).
Blad 50 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Oefenterrein Woensdrechtse Heide Het oefenterrein Woensdrechtse Heide omvat ongeveer 73 hectare met heide en bos. In het oosten is een klein bivakterrein waar bijna wekelijks enkele nachten wordt gebivakkeerd door enkele tientallen personen. Op het terrein ligt een rondweg die wordt gebruikt door kleine vrachtwagens en enkele terreinwagens. Centraal ligt een klein pioniergebied waar ingravingen zijn toegestaan. Direct aansluitend ligt een klein bivakterrein waar af en toe gebivakkeerd wordt. In het oefenterrein wordt ook geoefend met oefenmunitie (nepgranaten). Defensie heeft wel het voornemen om gebruik af te bouwen. Oefenterrein Ossendrechtse Heide (Kraaijenberg/Kriekelareduinen) Het huurcontract bij Groote meer en Bieduinen loopt tot minimaal t/m 2026. Terreinwagens komen niet van het rondgaande circuit af en zijn enkel bedoeld voor aan- en afvoer klein materieel en personen. Het gebruik bestaat voornamelijk uit oriëntatie en teambuilding oefeningen en kleine schietoefeningen. Het oefenterrein is bijna voor de helft particulier. Koningin Wilhelminakazerne Een klein deel van de gebouwen is sinds 2003 in gebruik als politie-opleidingscentrum, inclusief schietbaan. De rest staat leeg en is in verval geraakt.
Er zijn ideeën om dit terrein (deels) weer bij de natuur te betrekken Politieacademie Noordelijk van de voormalige Wilhelminakazerne is een opleidingsinstituut van de politie aanwezig. Naast oefenen met handgranaten en explosieven wordt door de Landmacht gebruik gemaakt van een open schietbaan. Het aantal ontploffingen bedraagt jaarlijks ongeveer 500 stuks.
3.10.8
Diverse bebouwing Op een aantal locaties binnen het Natura 2000-gebied zijn woonhuizen met opstallen en erf aanwezig. Het betreft hoofdzakelijk losse huizen of enkele huizen bij elkaar, centraal in een groter gebied zoals op de landgoederen. Uitzondering zijn de huizen op de Staartsche Duinen waar diverse afzonderlijke woningen in het bos staan. De woningen hebben de bestemming woonfunctie. Rondom het beschermde gebied ligt hoofdzakelijk landelijk gebied met verspreid bebouwing met een woonfunctie. Op enkele plekken grenst het gebied aan een bebouwde kom, zoals bij Hoogerheide. Bij de Volksabdij is een VMBO-onderwijsinstituut als onderdeel van het Mollerlyceum aanwezig. Ook is er een gesloten jeugdinstelling van de Stichting Jeugdzorg Sint Joseph (voorheen Almata/ Den Engh) waar jongeren verblijven na verwijzing door justitie. Beide centra liggen binnen het Vogelrichtlijngebied. Voor het terrein van de voormalige steenfabriek bij de groeve Boudewijn was een bouwplan van 32 woningen ontwikkeld.
Blad 51 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
3.10.9
Industrie en energie Het Antwerpse havengebied is een belangrijke bron van emissie van stikstof- en zwavelverbindingen. Deze luchtverontreiniging leidt tot verzuring door het neerslaan van verzurende zwavel (wat wordt uitgestoten als zwaveldioxide) en stikstofverbindingen (uitgestoten als NOx). Het gaat bij bodemverzuring niet alleen om het zuurder worden van de bodem in termen van pH-daling maar ook om de effecten die daaraan voorafgaan, een afname van de buffercapaciteit van de bodem. Hoge concentraties van SO2 en NOx kunnen leiden tot directe schade aan korstmossen, planten en bomen. Stikstof leidt ook vaak tot eutrofiëring. Vooral op de arme bodems (zandgronden) leidt stikstofdepositie tot verschuivingen in de flora en uitspoeling van nitraat naar grondwater. Daarnaast vormt (voornamelijk) de Antwerpse haven een bron van PFAS en zware metalen. Hier wordt PFAS uitgestoten naar de lucht en van daaruit kunnen deze stoffen zich verspreiden naar de bodem en het grondwater. In de Brabantse Wal is een meetlocatie die is gebruikt voor de afleiding van de tijdelijke achtergrondwaarde PFAS in landbodem. De biobeschikbaarheid van verontreinigingen is afhankelijk van een groot aantal bodemeigenschappen (o.a. korrelgrootteverdeling, organisch stofgehalte en vooral redoxpotentiaal en pH). Elf zware metalen vormen de grootste bedreiging voor de natuur.
Hiervan zijn lood, kwik, arseen en cadmium het gevaarlijkst. Dit kan een probleem vormen voor toppredatoren (wolf, vleermuizen, wespendief).
Figuur 3-24: meetlocatie die is gebruikt voor de afleiding van de tijdelijke achtergrondwaarde PFAS in landbodem (https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten?config=3ef897de-127f-471a-959b-93b7597de188&gmx=150000&gm-y=460000&gm-z=3&gm-b=1544180834512,true,1;1584700378282,true,1).
Blad 52 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
Ten zuiden van de vliegbasis Woensdrecht is het bedrijventerrein Aviolanda aanwezig waar zich onder andere Fokker Aircraft Services bevindt. Dit bedrijventerrein ligt ten westen van het Vogelrichtlijngebied af. Omdat PFAS niet of nauwelijks afbreken in het milieu, is het belangrijk om te voorkomen dat de stoffen in het milieu terecht komen. De aanleg van de voormalige Groeve Boudewijn van de kalkzandsteenfabriek, aan de oostzijde van Ossendrecht, heeft zeer waarschijnlijk geleid tot grotere verdroging van een deel van de Brabantse Wal. Op 30 juni 2004 liep de concessie voor winning af. Sinds 2016 is Natuurmonumenten eigenaar/beheerder van de voormalige groeve Boudewijn. In de (ruimere)omgeving zijn een aantal windparken/windturbines aanwezig. Een deel ervan zal de komende jaren worden verwijderd en een deel vervangen. Onderdeel van het project ‘Realisatie windpark ZE-BRA’ is de verwijdering van de bestaande windparken Anna Mariapolder (16 windturbines), Bath (2 windturbines) en de – dichtst bij het Natura 2000-gebied gelegen solitaire windturbine in Woensdrecht (1 windturbine). Het voornemen Windpark ZE-BRA bestaat daarnaast uit de bouw en exploitatie van een windpark van 19 windturbines met een maximale tiphoogte van 200 meter. Uitvoering is medio 2023/2024 (https://www.eneco.nl/over-ons/watwe-doen/duurzame-bronnen/windpark-zebra/).
Met uitzondering van kievit en kokmeeuw (waarvoor de Brabantse Wal niet is aangewezen) worden voor alle kwalificerende (niet)broedvogelsoorten hooguit incidenteel slachtoffers voorzien (<1) van een aanvaring met een windturbine in het projectgebied van Windpark ZE-BRA. Deze windturbines hebben geen effect op de vogelpopulaties in de Brabantse Wal.
Figuur 3-25: Aanwezige (en geplande) windturbines in de omgeving van de Brabantse Wal (alleen ten westen ervan aanwezig) (Pondera Consult, 2021).
Blad 53 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
3.10.10
Begraafplaatsen en crematorium Tegen Zoomland aan ligt een complex met begraafplaatsen en een crematorium.
3.11
Landschapsecologische samenvatting; ecologische sleutelfactoren De belangrijkste eisen om de natuurlijke kenmerken van het N2000-gebied te behouden worden in deze paragraaf beschreven. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. •
Voedselarme bodem en water De meeste van de aangewezen habitats vereisen een voedselarme bodem of waterlaag waarin fosfor en stikstof nauwelijks in beschikbare vorm aanwezig zijn. Onder deze omstandigheden kunnen droge tot vochtige heide, vennen en soorten als drijvende waterweegbree en boomleeuwerik en nachtzwaluw zich goed handhaven. Het grond- en oppervlaktewater dient voedselarm, zuur tot zwakgebufferd te zijn. Dynamiek veroorzaakt door wind of maatregelen (begrazen etc.) en de aanwezigheid van zand dat voldoende verstuivingsgevoelig is, is van belang om blijvend geschikte open plekken te creëren waar zich pioniervegetaties kunnen ontwikkelen, zoals oevervegetatie van zwakgebufferde vennen en stuifzandheide en daarmee geschikte leefgebieden voor de meeste habitat- en vogelsoorten waarvoor het gebied aangewezen is. De beheermaatregelen gericht op het openhouden van heide en open zand zijn ook gericht op verschraling en zijn geborgd met in het kader van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap afgesloten overeenkomsten.
•
Stagnatie van water, podzolering en verstuiving De sleutelprocessen in de Brabantse Wal zijn stagnatie van water, grondwaterstand en/of stijghoogte, podzolering, verstuiving en verbossing. In de Brabantse Wal komen permanent watervoerende vennen voor waar veenvorming optrad of nog optreedt. Waterstagnatie is daarom een belangrijke sleutelfactor voor Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten, zoals dodaars, geoorde fuut, drijvende waterweegbree en kamsalamander, en voor behoud en ontwikkeling van vochtige heide en vennen. Een groot deel van de Brabantse Wal heeft een infiltratiekarakter waardoor in de bodem uitloging en poldzolering optreedt. Dit proces doet zich vooral voor in het heidelandschap en in bossen met boomsoorten waarvan het strooisel een verzurende invloed uitoefent (zomereik en beuk). Verstuiving door windwerking was ooit (tussen 1700 en 1900) op zeer omvangrijke schaal van invloed. Door bebossing is verstuiving sterk afgenomen. Alleen op vaaggronden met een voldoende grote oppervlakte is verstuiving levend te houden.
•
Natuurbeheer Een deel van de habitattypen, zoals mineraalarme vennen, droge en vochtige heide, stuifzand en pioniervegetaties, en leefgebieden van soorten waarvoor het gebied is aangewezen komen bij uitstek voor in een halfnatuurlijk heidelandschap. Dit houdt in dat maatregelen als plaggen, begrazen of maaien nodig zijn voor de instandshoudingsdoelen. Daarnaast is voldoende bosareaal en ontwikkeling van oud bos
Blad 54 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
•
nodig voor het behalen van de doelen die aan bos gekoppeld zijn; de Brabantse Wal heeft een doelstelling voor een boshabitattype (H9120) en heeft instandhoudingsdoelen voor twee vogels van oude bossen (zwarte specht en wespendief). Rust Verschillende soorten kenmerkend voor habitats van het open landschap hebben in tenminste een deel van het jaar rust nodig. Dit geldt met name tijdens het broedseizoen.
Tabel 3-3: Koppeling van de landschapsecologische analyse aan de OBN-aangrijpingspunten voor herstelmaatregelen. OBNaangrijpingspunten
Optimalisatie hydrologische systemen
Raakvlakken met thema in LESA: Klimaat
Geologie/ hydrologie/ bodem
Mens
Vegetatie
Vergroten areaal en connectiviteit
Fauna
Mens
Raakvlakken
• Klimaatverandering: gestage temperatuurstijging en (toenemende klimaatextremen. • Klimaatverandering verergert de andere milieuproblemen, door de recente droge jaren wordt het effect van verdroging versterkt • Geohydrologisch systeem vormt basis voor de natuurwaarden in het gebied. Stagnatie en vasthouden van water op slecht doorlatende lagen (schijngrondwater), grondwaterstand en/of stijghoogte en podzolering zijn sleutelfactoren. • De oorspronkelijk vochtige bossen (Gwt V en lager) bevatten veelal rabatten • Er zijn in de gebieden nog verschillende ontginningswerken aanwezig. • Eisen landbouw, drinkwaterwinning en beregening beïnvloeden het hydrologische systeem negatief zodat abiotische condities voor goede kwaliteit habitattypen en doelstelling t.a.v. populaties van soorten niet behaald worden (verdroging) • verdroging/lagere grondwaterspiegel spelen ook een rol bij het verergeren van verzurende/vermestende effecten (bijv. door afname van bufferende werking). • Ontwatering; vooral het snelle afvoeren van het water leidt tot verminderd vasthouden van water op de wal • Rijnwaterloop, Kabeljouwkreek, Heiloop, Blikloop en de Zoom hebben verdrogend effect (drainerende werking). • De oorspronkelijk vochtige bossen (Gwt V en lager) bevatten veelal rabatten en zijn er in de gebieden nog verschillende ontginningswerken aanwezig.
• Verbossing/natuurlijke successie zorgt er voor dat de stuifzand-heiden en zandverstuivingen, heide en de pioniervegetaties verdwijnen. Ook verdroging leidt tot verbossing (Zeezuiper). • Als gevolg van verdroging is de vochtige heide verschoven richting de centrale delen van het ven. Bij herstel van de Groote Meer dreigt de vochtige heide in de knel te komen tussen het stijgende venpeil en het omringende bos. • Natte verbinding tussen vennen voor kamsalamander is nodig. • Faunapassages Abdijlaan zijn nodig voor gladde slang en kamsalamander. • A4 vormt barrière voor fauna. Ecologische verbindingen zijn hier nodig. • Regulier natuurbeheer is nodig om een groot deel van de habitats in stand te houden om de natuurlijke successie terug te dringen.
Blad 55 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
OBNaangrijpingspunten
Raakvlakken met thema in LESA:
Bodem en hydrologie
Vergroten dynamiek en diversiteit
Vegetatie Mens
Klimaat/ hydrologie Mens Verminderen input nutriënten en chemische stoffen en herstel van schade Klimaat
Vegetatie Herstel van biotische kwaliteit
Mens
Raakvlakken
• Door te hoge stikstofdepositie vergrast en verbost het gebied sneller dan vanuit de natuurlijke successie te verwachten en neemt de voedselbeschikbaarheid van soorten af. • Op diverse plekken in het N2000-gebied zijn verbindingszones tussen vennen en heidegebieden gerealiseerd. Het is van belang voor het functioneren hiervan dat deze gebieden op blijven (relatie met voorgaande bullets). • Voor de kamsalamander kan de connectiviteit tussen de habitats binnen het leefgebied verbeteren. Deze wordt nu belemmerd door de inrichting van het gebied en de infrastructuur. • De meeste van de aangewezen habitats vereisen een voedselarme bodem of waterlaag waarin fosfor en stikstof nauwelijks in beschikbare vorm aanwezig zijn. • Op sommige locaties is het zand ook niet voldoende verstuivings-gevoelig. • Door veel machinale handelingen bij herstelmaatregelen voor de (bos)bodem is er bodemverdichting, dit heeft mogelijk een negatief effect op de infiltratiefunctie. • Voor het behoud van stuifzand en droge heiden is toename van het bosareaal in het verleden, als gevolg van landgoedontwikkeling en bosbouw, een knelpunt. Natuurlijke processen als verstuiving treden daardoor in mindere mate op. • Verbossing van de verspreid liggende geïsoleerde heidevelden en omschakeling van kapvlakten naar geïntegreerd bosbeheer leidt tot direct verlies van geschikt broedbiotoop van de nachtzwaluw.
• Omschakeling naar uitkapbeheer (boomsgewijs dan wel groepsgewijs) is mogelijk ook slecht voor boomleeuwerik als typische kap-vlaktebeheersoort. • Door verdroging is er mogelijk een afname van buffering en een toename van de gevoeligheid voor verzuring. Het probleem zit in het feit dat er onvoldoende water wordt vastgehouden. • Voor de habitattypen en (leefgebieden van) soorten is atmosferische stikstofdepositie een belangrijk probleem. Bronnen zijn o.a. Antwerpse haven, landbouw, verkeer. • PFAS en zware metalen (voornamelijk uit Antwerpse haven) zijn grote milieurisico's. • Bij de Groote Meer (alleen deelgebied Achtermeer) en Bij Zeezuiper speelt nog het probleem van instroom van voedselrijk water uit (voormalige) agrarische gronden aan Nederlandse en aan Vlaamse zijde (Steertse Heide). • Aanvoer van nutriënten vanuit omringende landbouwgronden • Voor de soorten blijken zowel het weer in de winter als in de zomer van invloed te zijn op het overleven van de populatie (Joustra, 2020b over de kamsalamander). • Het behalen van de instandhoudingsdoel voor de drijvende waterweegbree staat onder druk. • voor de zwarte specht moet voldoende (dood) naaldhout aanwezig zijn.
• Recreatie • Loslopende honden, (de hoeveelheid aan) atb’s, quads en overige terreingebruikers die zich buiten de officiële opengestelde paden en wegen begeven betekenen direct een bedreiging van de bodembroeders nachtzwaluw en boomleeuwerik en voor planten (kwetsbare venoevers).
Blad 56 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
OBNaangrijpingspunten
Raakvlakken met thema in LESA:
Bodem/ hydrologie Vegetatie Fauna Aanpak exoten
Mens
Raakvlakken
• Jacht wilde eenden kan leiden tot verstoring dodaarzen. • Verschillende soorten kenmerkend voor habitats van het open landschap hebben in tenminste een deel van het jaar rust nodig. Dit geldt met name tijdens het broedseizoen. • Vliegbewegingen van vliegbasis • Het systeem moet robuuster gemaakt worden zodat invasieve exoten niet kunnen gaan domineren • Aanwezigheid exoten is een bedreiging voor de natuurlijke vegetatie. • Aanwezigheid exoten is een bedreiging voor het natuurlijke leefgebied van diersoorten. • Beheer is nodig om de invasieve exoten terug te dringen. Bestrijdingsbeheer heeft al geleid tot voorkomen van verspreiding. • Bewustwording is nodig dat mensen bijvoorbeeld waterplanten niet weggooien in een natuurlijk watersysteem.
Blad 57 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
4
Visie/ecologische potentie
4.1
Inleiding In het beheerplan (Provincie Noord-Brabant, 2018) is een visie opgesteld voor de ontwikkeling van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal. Het betreft een beschrijving van het gebied en wat daarin wordt nagestreefd. In dit hoofdstuk wordt een nieuwe, geactualiseerde visie opgesteld. De hernieuwde visie is gebaseerd op de eerder opgestelde visie uit het beheerplan en is geactualiseerd op basis van de bevindingen uit de LESA (hoofdstuk 3). De visie is enerzijds opgesteld op systeemniveau waarin op hoofdlijnen wordt beschreven hoe het systeem van de Brabantse Wal functioneert, hoe het systeem moet ontwikkelen om de instandhoudingsdoelen te behalen en welke systeemknelpunten daarvoor opgelost moeten worden. Daarnaast is een gedetailleerdere visie opgesteld voor de afzonderlijke instandhoudingsdoelen. Hierin is beschreven wat de visie is op het behalen van de specifieke instandhoudingsdoelstellingen in relatie tot de werking van het systeem en eventueel aanwezige bijbehorende systeemknelpunten.
4.2
Visie systeemniveau In zijn algemeenheid zijn de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied te behouden door ervoor te zorgen dat de bepalende factoren (milieu, de inrichting en het beheer en gebruik) aan de vereisten van de doelen voldoen om het duurzaam voortbestaan te garanderen. De instandhoudingsdoelstellingen van droge habitats zijn deels afhankelijk van dynamische milieus waar bijvoorbeeld de wind vrij zijn gang kan gaan. De instandhoudingsdoelstellingen van natte milieus zijn afhankelijk van een natuurlijk watersysteem met stagnatie en een balans tussen aanvoer van regenwater en grondwater. Voor enkele vogelsoorten is rust met name in het broedseizoen belangrijk; recreatief gebruik dient hierop afgestemd te worden.
Voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen is het nodig om: • het ingezette beheer ten behoeve van flora en fauna te continueren; • op bepaalde plaatsen open vegetaties met heide en stuifzand te herstellen en het realiseren van een gevarieerd reliëfrijk en dynamisch stuifzand- en heidelandschap; • vennen, met verschillende stadia van verlanding, weer meer in een open landschap terug te brengen; • te voorkomen dat vennen niet te vroeg in het voorjaar droogvallen; • bos dat een zekere ouderdom heeft te behouden en delen van bestaand bos qua structuur en samenstelling langzaam om te vormen; • de lanen te behouden en zorgvuldig te beheren; • de voormalige akkers zorgvuldig te beheren met kruidenrijke vegetatie; • zachte overgangen tussen open en gesloten gebieden te realiseren. Door structuurvariatie tussen én binnen natuurdoeltypen, zijn er voldoende leefgebieden aanwezig waar populaties van doelsoorten zich kunnen vestigen en handhaven; • verdroging en droogteschade tegen te gaan;
Blad 58 van 193
Natuurdoelanalyse Brabantse Wal [128] projectnummer 476383.100 27 februari 2023 Provincie Noord-Brabant
• • •
•
•
de juiste waterkwaliteit garanderen; beheer uit te voeren dat de negatieve effecten van te hoge atmosferische depositie beperkt; ongewenste exoten te bestrijden, maar dit dient omzichtig te worden aangepakt omdat bij de kleinste missers zoals bij watercrassula de maatregel erger kan zijn dan de plaag (Mos, 2021); het hydrologisch systeem dient voldoende in kaart te zijn zodat er inzicht is in mogelijke effectiviteit van maatregelen en de juiste maatregelen kunnen worden getroffen (Mos, 2021). De recreatie in het Natura 2000-gebied zodanig te regelen dat de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar komen en de ontwikkeling van recreatie tot zijn recht kan komen, rekening houden met het feit dat de natuurgebieden steeds drukker worden. Het werd al jaren drukker. De coronacrisis gaf daar nog een slinger aan, toen iedereen massaal de natuur in trok. En het aantal wandelaars zal ook stijgen door de bevolkingstoename.
4.3
Visie op realisatie instandhoudingsdoelstellingen
4.3.1
Habitattypen Uit tabel 2-2 (Hfst 2) blijkt dat er een groot aantal habitattypen een uitbreidingsdoelstelling hebben binnen de totaaloppervlakte van ca 4.874 ha. In tabel 4-1 zijn de uitbreidingsdoelstellingen voor oppervlakte verder uitgewerkt in een oppervlakte-range voor de gunstige staat van instandhouding (gewenste oppervlakte). Als uitgangspunt voor het bepalen van de benodigde oppervlaktes voor habitattypen voor instandhouding van duurzame populaties typische soorten, is gebruik gemaakt van de index natuur en landschap van BIJ12 (https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/ ). Hiervoor is per habitattype het meest passende beheertype gekozen en daarvan de tabel over ruimtelijke condities gebruikt. Aangenomen dat er binnen een N2000 gebied altijd ondersteunende natuurtypen in de buurt liggen, is de laagst mogelijke oppervlakte geselecteerd, waarvan de ruimtelijke samenhang ‘hoog’ is ‘in de nabijheid van ondersteunende beheertypen’ of voor vennen met ‘andere vennen binnen 1 km’. Met behulp van expert judgement is het aantal aanwezige of wenselijke kerngebieden per habitattype bepaald op basis van potentie, met als uitgangspunt een minimum van 3 deelgebieden vanwege risicospreiding (Ettema, 2022). De visie op de afzonderlijke habitattypen is in de tekst volgend op tabel 4-1 uitgewerkt.